CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek

Raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek22.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Toevoeging

Kleur

zwak siltig, matig humeus, venig lemig zwak zandig zwak siltig

bruin/grijs grijs/beige grijs/beige grijs/beige

Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in tabel 3.2 weergegeven. tabel 3.2 Peilbuis

veldwaarnemingen grondwater filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter

EGV troebelheid geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 2.8-3.8 1.58 5 6.11 495 14.9 In het genomen grondwatermonsters is plaatselijk een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

januari 2017

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen opgeboorde bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. In onderstaande tabel 3.3 is een overzicht opgenomen van afwijkende waarnemingen in het opgeboorde materiaal. tabel 3.3 boring 4

zintuiglijke waarnemingen diepte zintuiglijke waarnemingen m-mv 0.0-0.3

matig puinhoudend, baksteenresten

grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat het maaiveld is begroeid met gras wat de inspectie heeft belemmerd. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 7 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d.

hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707 / NEN-5897 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

januari 2017

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS BV (certificaat L086). Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erken door het ministerie van VROM. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”.

4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn vier grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 4.1 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 4.1 Analyse-schema Monstercode

grond 1 (MM1) 2 (MM2) 3 (MM3) 4 (M4) grondwater 1 (peilbuis)

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

1+2+5 t/m 8 3+9 t/m 14 1+2+3 4

0.0-0.5 m-mv 0.0-0.5 m-mv 0.7-2.0 m-mv 0.0-0.3 m-mv

pu2

NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000 (*) NEN-grond +AS3000

1

2.8-3.8 m-mv

-

NEN-grondwater

(*)

(**)

(1)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes: * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

januari 2017

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

4.2

Toetsingscriteria grond en grondwater

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” (Staatscourant 41632, 24 augustus 2016) (literatuur 5) 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, (Staatscourant 16675, 1 juli 2013) (literatuur 6) De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 3 3 25 m grond of 100 m grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering.

De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

januari 2017

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van SGS BV opgenomen. 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 4.2 en 4.3 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.2: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.12 versie 3.0.0 is uitgevoerd op 16 januari 2017 om 11:41) Monster ID Klant Ref. Bodemtraject (m-mv) Bodemtype Zintuiglijke w aarnemingen BoToVa Monster Conclusie

GP16-73667.001 16-M7926 0.0-0.5 Zs1

GP16-73667.002 16-M7926 0.0-0.5 Zs1

Voldoet aan AW

Voldoet aan AW MaxBI:0,0

Parameter Toetsingsw aarden Algem een Eenheid AW TW IW BW 1 BTV 1 SGS 1 Korrelgroottefractie % 3,5 Droge stof % m/m 82 -Organisch stof % 5,9 1. Metalen barium (Ba) mg/kg – 69 -cadmium (Cd) mg/kg 0,6 6,8 13 0,20 ≤AW kobalt (Co) mg/kg 15 102,5 190 6,3 ≤AW koper (Cu) mg/kg 40 115 190 23 ≤AW kw ik (Hg) mg/kg 0,15 18,08 36 0,099 ≤AW lood (Pb) mg/kg 50 290 530 30 ≤AW molybdeen (Mo) mg/kg 1.5* 95,75 190 1,1 ≤AW nikkel (Ni) mg/kg 35 67,5 100 7,3 ≤AW zink (Zn) mg/kg 140 430 720 28 ≤AW 4. Polycyclische arom atische koolw aterstoffen (PAK’s) naftaleen mg/kg – 0,035 fenantreen mg/kg – 0,035 antraceen mg/kg – 0,035 fluorantheen mg/kg – 0,035 chryseen mg/kg – 0,035 benzo(a)antraceen mg/kg – 0,035 benzo(a)pyreen mg/kg – 0,035 benzo(k)fluorantheen mg/kg – 0,035 indeno(1,2,3cd)pyreen mg/kg – 0,035 benzo(ghi)peryleen mg/kg – 0,035 PAK’s (som 10) mg/kg 1,5 20,75 40 0,35 ≤AW 5. Gechloreerde koolw aterstoffen e.

overige gechloreerde koolw aterstoffen PCB 28 ug/kg 1,2 PCB 52 ug/kg 1,2 PCB 101 ug/kg 1,2 PCB 118 ug/kg 1,2 PCB 138 ug/kg 1,2 PCB 153 ug/kg 1,2 PCB 180 ug/kg 1,2 PCB’s (som 7) ug/kg 20 510 1000 8,3 ≤AW MonsterID Monsterom schrijving GP16-73667.001 MM1: 1 (0-50) 2 (0-50) 5 (0-30) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50) GP16-73667.002 MM2: 3 (0-50) 9 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-40) 13 (0-50) 14 (0-50) Legenda's AW: Achtergrondw aarde; TW: Tussenw aarde; IW: Interventiew aarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova conclusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; ≤AW: <= Achtergrondw aarde Additionele Info Als de BW w aarde in groen is afgedrukt betreft dit een w aarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Als AW=IW: #DIV/0

januari 2017

MaxBI:0,0 BW 2 4,0 82 5,6

BTV 2

68 0,20 6,1 15 0,081 23 1,1 7,0 28

-≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,35

≤AW

1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 8,8

≤AW

SGS 2

--

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

tabel 4.3: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.12 versie 3.0.0 is uitgevoerd op 16 januari 2017 om 11:44) Monster ID Klant Ref. Bodemtraject (m-mv) Bodemtype Zintuiglijke w aarnemingen BoToVa Monster Conclusie

GP16-73667.003 16-M7926 0.7-2.0 L

GP16-73667.004 16-M7926 0.0-0.3 Zs1

Voldoet aan AW

Voldoet aan AW MaxBI:0,0

Parameter Toetsingsw aarden Algem een Eenheid AW TW IW BW 1 BTV 1 SGS 1 Korrelgroottefractie % 16 Droge stof % m/m 87 -Organisch stof % 0,57 1. Metalen barium (Ba) mg/kg – 61 -cadmium (Cd) mg/kg 0,6 6,8 13 0,20 ≤AW kobalt (Co) mg/kg 15 102,5 190 5,0 ≤AW koper (Cu) mg/kg 40 115 190 13 ≤AW kw ik (Hg) mg/kg 0,15 18,08 36 0,041 ≤AW lood (Pb) mg/kg 50 290 530 8,8 ≤AW molybdeen (Mo) mg/kg 1.5* 95,75 190 1,1 ≤AW nikkel (Ni) mg/kg 35 67,5 100 15 ≤AW zink (Zn) mg/kg 140 430 720 37 ≤AW 4. Polycyclische arom atische koolw aterstoffen (PAK’s) naftaleen mg/kg – 0,035 fenantreen mg/kg – 0,035 antraceen mg/kg – 0,035 fluorantheen mg/kg – 0,035 chryseen mg/kg – 0,035 benzo(a)antraceen mg/kg – 0,035 benzo(a)pyreen mg/kg – 0,035 benzo(k)fluorantheen mg/kg – 0,035 indeno(1,2,3cd)pyreen mg/kg – 0,035 benzo(ghi)peryleen mg/kg – 0,035 PAK’s (som 10) mg/kg 1,5 20,75 40 0,35 ≤AW 5. Gechloreerde koolw aterstoffen e.

overige gechloreerde koolw aterstoffen PCB 28 ug/kg 3,5 PCB 52 ug/kg 3,5 PCB 101 ug/kg 3,5 PCB 118 ug/kg 3,5 PCB 138 ug/kg 3,5 PCB 153 ug/kg 3,5 PCB 180 ug/kg 3,5 PCB’s (som 7) ug/kg 20 510 1000 25 ≤AW MonsterID Monsterom schrijving GP16-73667.003 MM3: 1 (150-200) 2 (70-100) 2 (100-150) 2 (150-200) 3 (150-200) GP16-73667.004 M4: 4 (0-30) Legenda's AW: Achtergrondw aarde; TW: Tussenw aarde; IW: Interventiew aarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova conclusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; ≤AW: <= Achtergrondw aarde Additionele Info Als de BW w aarde in groen is afgedrukt betreft dit een w aarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Als AW=IW: #DIV/0

januari 2017

MaxBI:0,0 BW 2 4,4 85 4,8

BTV 2

83 0,21 5,8 21 0,088 32 1,1 6,8 46

-≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW ≤AW

0,035 0,065 0,035 0,16 0,071 0,071 0,071 0,035 0,077 0,080 0,70

≤AW

1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 10

≤AW

SGS 2

--

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

interpretatie onderzoeksresultaten grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 3+2+5 t/m 8) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 (boring 3+9 t/m 14) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het puinhoudende bovengrondmonster M4 (boring 4, traject 0.0-0.3 m-mv) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

ondergrond (0.7-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 (boring 1+2+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.

januari 2017

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater In de tabel 4.4 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 4.4 gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Beoordeling kw aliteit van grondw ater volgens Wbb in het kader van WBB (BoToVa toetsing T.13 versie 2.0.0 is uitgevoerd op 16 januari 2017 om 11:49) Monster ID GP17-00249.001 Klant Ref. 16-M7926 Peilbuis (filterstelling) 2.8-3.8 Ec-veld en pH-veld grondw aterstand BoToVa Monster Conclusie Overschrijding IW MaxBI:1,8 Parameter Toetsingsw aarden 1. Metalen Eenheid SW TW IW BW 1 BTV 1 SGS 1 barium (Ba) ug/l 50 337,5 625 310 >SW 0,5 cadmium (Cd) ug/l 0,4 3,2 6 1,3 >SW 0,2 kobalt (Co) ug/l 20 60 100 53 >SW 0,4 koper (Cu) ug/l 15 45 75 27 >SW 0,2 kw ik (Hg) ug/l 0,05 0,175 0,3 0,035 ≤SW lood (Pb) ug/l 15 45 75 1,4 ≤SW molybdeen (Mo) ug/l 5 152,5 300 1,4 ≤SW nikkel (Ni) ug/l 15 45 75 120 >IW 1,8 zink (Zn) ug/l 65 432,5 800 220 >SW 0,2 3. Arom atische stoffen benzeen ug/l 0,2 15,1 30 0,14 ≤SW ethylbenzeen ug/l 4 77 150 0,14 ≤SW tolueen ug/l 7 503,5 1000 0,14 ≤SW 1,2-xyleen ug/l 0,070 som 1,3- en 1,4-xyleen ug/l 0,14 xylenen (som) ug/l 0,2 35,1 70 0,21 ≤SW styreen (vinylbenzeen) ug/l 6 153 300 0,14 ≤SW isopropylbenzeen (cumeen) ug/l 0,21 -aromatische oplosmiddelen (som) ug/l [150] 0,98 -4.

Polycyclische arom atische koolw aterstoffen (PAK’s) naftaleen ug/l 0,01 35,005 70 0,014 ≤SW PAK’s (som 10) DIMSLS 1 0,00020 (para!) 5. Gechloreerde koolw aterstoffen a. (vluchtige) chloorkoolw aterstoffen monochlooretheen (vinylchloride) ug/l 0,01 2,505 5 0,14 ≤SW dichloormethaan ug/l 0,01 500,005 1000 0,14 ≤SW 1,1-dichloorethaan ug/l 7 453,5 900 0,14 ≤SW 1,2-dichloorethaan ug/l 7 203,5 400 0,14 ≤SW 1,1-dichlooretheen ug/l 0,01 5,005 10 0,070 ≤SW cis-1,2-dichlooretheen ug/l 0,070 trans-1,2-dichlooretheen ug/l 0,070 1,2-dichlooretheen (som) ug/l 0,01 10,005 20 0,14 ≤SW 1,1-dichloorpropaan ug/l 0,14 1,2-dichloorpropaan ug/l 0,14 1,3-dichloorpropaan ug/l 0,14 dichloorpropanen (som) ug/l 0,8 40,4 80 0,42 ≤SW trichloormethaan (chloroform) ug/l 6 203 400 0,14 ≤SW 1,1,1-trichloorethaan ug/l 0,01 150,005 300 0,070 ≤SW 1,1,2-trichloorethaan ug/l 0,01 65,005 130 0,070 ≤SW trichlooretheen (Tri) ug/l 24 262 500 0,14 ≤SW tetrachloormethaan (Tetra) ug/l 0,01 5,005 10 0,070 ≤SW tetrachlooretheen (Per) ug/l 0,01 20,005 40 0,070 ≤SW 7.

Overige stoffen minerale olie ug/l 50 325 600 35 ≤SW tribroommethaan (bromoform) ug/l – 315 630 0,14 -0,0 MonsterID Monsterom schrijving GP17-00249.001 Pb 1: 1 (-280) Legenda's SW: Streefw aarde; TW: Tussenw aarde; IW: Interventiew aarde BW n: Botova Berekende Waarde; BTV n: Botova conclusie; SGS n: SGS toevoeging --: Geen toetsoordeel mogelijk; >IW: > Interventiew aarde; >SW: > Streefw aarde; ≤SW: <= Streefw aarde para!: Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie Additionele Info Als de BW w aarde in groen is afgedrukt betreft dit een w aarde kleiner dan de officiele rapportage grens SGS n bevat de BodemIndex, BI = (BW-AW)/(IW-AW). Als AW=IW: #DIV/0 Als w aarde in kolom IW is afgedrukt met [] dan betreft dit een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging

januari 2017

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

interpretatie resultaten grondwater peilbuis 1 (1.3-2.3 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte barium, cadmium, kobalt, koper en zink (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater t.p.v. peilbuis 1 overschrijdt de interventiewaarde. Het sterk verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is niet direct te relateren aan het bekende bodemgebruik van de locatie. Ook is er geen relatie met evt. verhoogde gehalten nikkel (zware metalen) in de vaste bodem. Daarnaast is er voor zover bekend geen aanwijsbare bron aanwezig. Er is op basis van de bekende gegevens geen reden te verwachten dat het verhoogde gehalte nikkel (zware metalen) te relateren is aan historische bedrijfsactiviteiten of de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal. Er is geen informatie bekend omtrent een evt. grootschalige diffuse bodemverontreiniging in de omgeving. Er is op voorhand geen directe reden om aan te nemen dat het verhoogde gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater in dit geval veroorzaakt worden door bodemchemische processen. Gezien de vrij neutrale zuurgraad van het grondwater is er geen sprake van verzuring. Mobilisatie van metalen is niet direct te verwachten.

Vooralsnog is er geen aanleiding te verwachten dat er in dit geval sprake is van een verontreinigingbron. Naar verwachting is er sprake van een onvoldoende hersteld evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de grondwaterbemonstering. De verhoogd gemeten gehalten barium, cadmium, kobalt, koper en zink (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijden de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) wordt in deze gevallen niet overschreden. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.

De overige onderzochte stoffen zijn in het grondwater t.p.v. peilbuis 1 niet verhoogd gemeten t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2-dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. januari 2017

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=2e1e9e84-4fea-4732-bc68-e9684abda130