CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek

Raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek22.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Auteur:

dhr. J. Dijkstra (projectleider)

Collegiale toets:

mevr. dr. R.F. Noorman

Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen

Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn

T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl

Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01

Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

www.noormanadvies.nl

Inhoud

1|

Inleiding

5

2|

Onderzoeksopzet en leeswijzer

6

3| 3.1 3.2 3.3 3.4

Beoordelingskader Wet geurhinder en veehouderij Geurverordening Achtergrond beoordelingstabellen woon- en leefklimaat Beleidsvrijheid keuzes gemeenteraad

6 6 7 8 9

4|

Vergunningensituatie

10

5| 5.1 5.2 5.3

Geurbelasting bouwplan Rekenprogramma Berekeningsvarianten Invoergegevens en rekenresultaten

11 11 11 11

6| 6.1 6.2

Beoordeling resultaten Beoordeling in relatie tot Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster Beoordeling in relatie tot het woon- en leefklimaat

13 13 13

7|

Toekomstig geurbeleid gemeente Ooststellingwerf

15

22210109.R01

pagina 3 van 15

www.noormanadvies.nl

Bijlagen 1

Invoergegeven en rekenresultaten V-Stacksberekening basisvariant

2

Invoergegeven en rekenresultaten V-Stacksberekening variant A

3

Invoergegeven en rekenresultaten V-Stacksberekening variant B

4

Invoergegeven en rekenresultaten V-Stacksberekening variant C

Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van Noorman Bouw- en milieu-advies. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij Noorman Bouw- en milieu-advies gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.

22210109.R01

pagina 4 van 15

www.noormanadvies.nl

1 | Inleiding Op een weideperceel aan de Herenweg te Donkerbroek, gelegen tussen de huisnummers 122 en 124, is voorzien in de bouw van twee nieuwe woningen. Tegenover de planlocatie, aan de Herenweg 123, ligt de pluimveehouderij van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster. Om de bouw mogelijk te maken, is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Bij besluit d.d. 30 juni 2020 heeft de gemeenteraad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingplan “Herenweg te Donkerbroek” vastgesteld. Tegen het besluit is beroep aangetekend door Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster en een aantal omwonenden. Bij uitspraak d.d. 2 maart 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep van de omwonenden ongegrond verklaard. Het beroep van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster is (deels) gegrond verklaard, voor zover het beroep zich richt op de wijze waarop geur c.q. mogelijk geurhinder is meegewogen in het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. In de uitspraak van de Afdeling is hieromtrent het volgende aangegeven: “De Afdeling acht hierbij van belang dat de inhoud van de memo van De Roever ten tijde van de vaststelling van het plan bij de raad bekend was.

Uit het geuronderzoek blijkt niet in hoeverre daarmee rekening is gehouden bij de keuze om aansluiting te zoeken bij de normen van de geurverordening en evenmin waarom de kritiek van De Roever niet zou opgaan. Verder overweegt de Afdeling dat ook indien aansluiting kan worden gezocht bij normen uit de geurverordening, de omstandigheid dat daaraan wordt voldaan nog niet zonder meer meebrengt dat daarmee in het kader van de goede ruimtelijke ordening dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd. In het geuronderzoek is niet toegelicht aan de hand van welke geurbelasting de kwaliteit van het woon- en leefklimaat is beoordeeld”. Met de uitspraak is het bestemmingsplan in zoverre vernietigd. De Afdeling heeft de gemeente de mogelijkheid gegeven om binnen 20 weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de door de Afdeling geconstateerde gebreken. Van belang is met name of, rekening houdend met de aanwezige en/of mogelijk toekomstige geurbelasting, ter hoogte van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd. In dat kader is in opdracht van Arch green projects BV een aanvullend geuronderzoek uitgevoerd. Enerzijds is nagegaan in hoeverre het bouwplan een mogelijke belemmering vormt of kan vormen voor de inrichting van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster.

Anderzijds is ingegaan op het woon- en leefklimaat in relatie tot de aanwezige en mogelijk toekomstige geurbelasting vanwege de inrichting van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster.

22210109.R01

pagina 5 van 15

www.noormanadvies.nl

2 | Onderzoeksopzet en leeswijzer In haar uitspraak verwijst de Afdeling naar een memo van adviesbureau De Roever. In 2019 heeft De Roever Omgevingsadviseur op verzoek van de gemeente Ooststellingwerf de gebiedsvisie en de geurverordening van de gemeente nader beoordeeld. Uit deze beoordeling komt naar voren dat met name de gebiedsvisie tekortkomingen kent. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het toetsingskader, de geurverordening en de door De Roever vastgestelde tekortkomingen met betrekking tot de onderliggende gebiedsvisie. In hoofdstuk 4 is ingegaan op de vergunningensituatie van Mts E.J. Veerenhuis & G. VeerenhuisKlooster. De vergunningensituatie en de daarmee samenhangende geurbelasting in de omgeving is van belang voor het bepalen van de geurbelasting op het bouwplan. Aan de hand van geurberekeningen is vervolgens de geurbelasting vanwege de inrichting van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster bepaald ter plaatse van zowel bestaande woningen als het bouwplan. Naast de geurbelasting in de vergunde situatie zijn een aantal varianten doorgerekend, rekening houden met een eventuele uitbreiding van de dierbezetting in de toekomst. Een beschrijving van de varianten en een samenvatting van de rekenresultaten is gegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 is een beoordeling gegeven van de rekenresultaten.

Enerzijds is nagegaan in hoeverre het bouwplan een belemmering kan opleveren voor de inrichting van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster. Anderzijds is, in lijn met de uitspraak van de Afdeling, het woon- en leefklimaat ter plaatse van het bouwplan nader beoordeeld. Tot slot is in hoofdstuk 7 ingegaan op mogelijke consequenties mocht het geurbeleid van de gemeente in de toekomst worden aangescherpt.

3 | Beoordelingskader 3.1 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) omvat het toetsingskader voor de beoordeling van geur van dierenverblijven bij veehouderijen. In de wet wordt onderscheid gemaakt tussen geurgevoelige objecten die liggen binnen of buiten een geurconcentratiegebied. Gebieden c.q. gemeenten die binnen concentratiegebieden liggen zijn aangewezen in bijlage I bij de Meststoffenwet (of kunnen bij gemeentelijke verordening worden aangewezen). Voor de gemeente Ooststellingwerf geldt dat deze niet ligt binnen een als zodanig aangewezen concentratiegebied.

22210109.R01

pagina 6 van 15

www.noormanadvies.nl

In artikel 3, lid 1 van de Wgv zijn voor veehouderijen1 algemeen geldende geurgrenswaarden opgenomen. De ten hoogste toelaatbare geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten, waaronder woningen, voor zover deze liggen buiten een concentratiegebied (hier van toepassing) bedraagt: • binnen de bebouwde kom: • buiten de bebouwde kom:

2,0 ouE/m3 als 98-percentielwaarde en 8,0 ouE/m3 als 98 percentielwaarde.

Bij gemeentelijke verordening kunnen ruimere grenswaarden worden vastgesteld. Daar is wel een maximum aan verbonden. Deze maximale grenswaarden zijn gegeven in artikel 6 van de Wgv en bedragen: • binnen de bebouwde kom: • buiten de bebouwde kom;

8,0 ouE/m3 als 98-percentielwaarde en 20,0 ouE/m3 als 98-percentielwaarde.

3.2 Geurverordening Sinds 1 oktober 2010 is binnen de gemeente Ooststellingwerf de (gewijzigde) ‘Geurverordening geurhinder en veehouderij’ van kracht. Op basis van de geurverordening geldt voor inrichtingen waarbinnen dieren worden gehouden waarvoor bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld een verruimde normstelling voor geur. Deze norm (als 98 percentielwaarde) bedraagt 8 ouE/m3 binnen de bebouwde kom en 20 ouE/m3 buiten de bebouwde kom. De normstelling is gebaseerd op de gebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf. De geldende grenswaarden van respectievelijk 8 en 20 ouE/m3 komen overeen met de maximaal toelaatbare waarden, geldend voor een niet-concentratiegebied, zoals die zijn opgenomen in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij (zie ook voorgaande paragraaf). In 2019 heeft De Roever Omgevingsadviseur op verzoek van de gemeente Ooststellingwerf de gebiedsvisie en de geurverordening nader beoordeeld. Uit de beoordeling komt naar voren dat met name de gebiedsvisie tekortkomingen kent. Eén van de gesignaleerde tekortkomingen is dat in de gebiedsvisie voor de kwalificatie van het leefklimaat in relatie tot het percentage geurgehinderden een verkeerde tabel is opgenomen. De tabel in de gebiedsvisie heeft betrekking op concentratiegebieden terwijl de gemeente Ooststellingwerf niet in een concentratiegebied ligt.

De geurnorm heeft verder betrekking op de zogenaamde voorgrondbelasting, terwijl de tabel zoals die in de gebiedsvisie is opgenomen betrekking heeft op de achtergrondbelasting. 1

Definitie veehouderij conform artikel 1 van de Wgv: “inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren”.

22210109.R01

pagina 7 van 15

www.noormanadvies.nl

Op bladzijde 3 van de memo van De Roever zijn de correcte tabellen gegeven, waarbij de milieukwalificatie en het aantal geurgehinderden in relatie tot de geurbelasting in lijn is met gepubliceerde RIVM-milieukwaliteitscriteria. Deze correcte tabellen zijn gegeven in onderstaande afbeelding 1. Afbeelding 1:

Tabellen leefklimaat in relatie tot geurbelasting en hinderpercentages [bron: memo De Roever]

In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de achtergronden en onderzoeksrapporten waarop deze beoordelingstabellen zijn gebaseerd.

3.3 Achtergrond beoordelingstabellen woon- en leefklimaat In opdracht van het Ministerie van VROM is in 1999 en 2000 door onderzoeksbureau PROJECT RESEARCH AMSTERDAM BV (PRA) een geurhinderonderzoek uitgevoerd binnen de sector van de intensieve veehouderij. De onderzoeksopzet en uitkomsten/resultaten zijn vastgelegd in het rapport “Geurhinderonderzoek stallen intensieve veehouderij” van maart 2001. In het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen één bron-situaties (waarbij één enkele bron/inrichting bepalend is voor de geurbelasting) en cumulatiesituaties, waarbij meerdere bedrijven in vergelijkbare mate verantwoordelijk zijn voor de geurbelasting. Gebleken is dat bij een vergelijkbare geurbelasting de één bron-situatie als hinderlijker worden ervaren dan de cumulatiesituatie.

22210109.R01

pagina 8 van 15

www.noormanadvies.nl

Bij de latere uitwerking naar hinderpercentages wordt gesproken over voorgrondbelasting en achtergrondbelasting. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting bedoeld van de veehouderij die voor dat geurgevoelige object dominant is (vergelijkbaar met één bron-situatie). De achtergrondbelasting heeft betrekking op de totale geurbelasting van alle veehouderijen in de omgeving van het geurgevoelige object (vergelijkbaar met cumulatiesituatie). Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder als die voorgrondbelasting meer dan de helft van de achtergrondbelasting bedraagt. Voor de situatie te Donkerbroek is dit het geval. De pluimveehouderij van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster is maatgevend voor de geurbelasting ter hoogte van het bouwplan en de omliggende woningen, in hoofdstuk 6 is dit nader toegelicht. Uit het in 2001 uitgevoerde geurhinderonderzoek volgde verder dat er een significant verschil is in geurhinderbeleving in concentratiegebieden met relatief veel (intensieve) veehouderijen per oppervlakte-eenheid en niet-concentratiegebieden met een beperkt aantal veehouderijen per oppervlakteeenheid. De gehanteerde onderverdeling van concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden (op gemeenteniveau) is gebaseerd op de ammoniakemissie als gevolg van de intensieve veehouderij.

Het blijkt dat mensen die in de concentratiegebieden wonen significant minder gehinderd zijn dan mensen in de niet-concentratiegebieden. Kennelijk is de acceptatiegrens van bewoners binnen een concentratiegebied hoger. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn geurhindertabellen vastgesteld, waarbij het te verwachten percentage geurgehinderden kan worden bepaald aan de hand van de geurbelasting, rekening houdend met de verschillende parameters: voorgrondbelasting of achtergrondbelasting en concentratiegebied of niet-concentratiegebied. De resultaten kunnen vervolgens kwalitatief worden beoordeeld op basis van RIVM-milieukwaliteitscriteria (afgeleid van de GGD-richtlijn geurhinder, oktober 2002), zie ook afbeelding 1.

3.4 Beleidsvrijheid keuzes gemeenteraad De in de beoordelingstabellen (zie afbeelding 1) gehanteerde percentages geurgehinderden geven een indicatie. Aan de ene kant zijn ze zijn gebaseerd op onderzoek (zie voorgaande paragraaf). Aan de andere kant gaat het om gemiddelde relaties. Het is mogelijk dat in bepaalde gebieden de werkelijke geurhinderpercentages afwijken van deze gemiddelde relaties.

22210109.R01

pagina 9 van 15

www.noormanadvies.nl

In de bijlage ‘Bepalen geurbelasting en geurhinder’ van de Handreiking geurhinder en veehouderij 2 is aangegeven dat de gemeenteraad kan variëren met de wijze waarop zij omgaat met de geurhindercijfers. Hindercijfers voor een concentratiegebied kunnen worden toegepast op een gebied binnen een niet-concentratiegebied en omgekeerd. Wel moet dit worden gemotiveerd. Verder geldt dat bij de afweging of er in zijn totaliteit sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat de gemeenteraad ook andere milieuaspecten kan betrekken als bijvoorbeeld geluid en luchtkwaliteit.

4 | Vergunningensituatie In 2010 is voor Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster een (revisie)vergunning aangevraagd. Reden voor de aanvraag was onder meer de beoogde bouw van een vijfde pluimveestal. Daarmee kwam het totale aantal te houden vleeskuikens op 42.800. Bij besluit van 17 december 2010 is de vergunning verleend. In 2017 is een nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Dit in verband met het veranderen van de bestaande inrichting. Uit de aanvraag volgt dat de in 2010 vergunde stal niet is gerealiseerd en ook niet meer wordt gerealiseerd. De overige vier bestaande stallen voor het houden van in totaal 25.475 vleeskuikenouderdieren, worden, in afwijking van de eerdere vergunning, voorzien van grondhuisvesting met beluchting via buizen onder de beun (Rav E 4.4.3, BWL 2010.03.V1.). Ter plaatse van de niet gerealiseerde stal worden zonnepanelen geplaatst voor het opwekken van elektriciteit ten behoeve van de inrichting. Onderdeel van de aanvraag is een geactualiseerde V-Stacks (geur)berekening. Bij besluit d.d. 2 mei 2017 is de omgevingsvergunning verleend [besluitnummer: OV-2017-1524]. In de toelichting bij het besluit is omtrent geur het volgende aangegeven: “Door de gemeente Ooststellingwerf is op 1 oktober 2010 een geurverordening vastgesteld.

Op basis van deze verordening mag de geurbelasting op woningen in het buitengebied maximaal 20 ouE/m3 (odour units per kubieke meter lucht) bedragen. Uit een bij de aanvraag gevoegde berekening met V-Stacks vergunningen blijkt dat aan deze eis wordt voldaan”.

2

De Handreiking Wgv is integraal gepubliceerd op de website van Kenniscentrum InfoMil.

22210109.R01

pagina 10 van 15

www.noormanadvies.nl

5 | Geurbelasting bouwplan 5.1 Rekenprogramma Met het programma V-Stacks vergunning is de geurbijdrage vanwege de inrichting van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster berekend op zowel de bestaande woningen, als het bouwplan.

5.2 Berekeningsvarianten In eerste instantie is de geurbijdrage bepaald conform de bestaande, vergunde situatie (basisvariant). Vervolgens is nagegaan wat het effect is als de inrichting wordt uitgebreid en de in 2010 vergunde vijfde pluimveestal alsnog wordt gerealiseerd (berekeningsvariant A). Tot slot is nagegaan wat de maximale geurbijdrage is ter hoogte van het bouwplan rekening houdend met de voor de inrichting geldende normstelling van ten hoogste 20 ouE/m3 ter plaatse van de bestaande woningen buiten de bebouwde kom 3 en 8 ouE/m3 voor bestaande woningen binnen de bebouwde kom. Daartoe zijn op het perceel Herenweg 123 fictieve geuremissiebronnen gelegd ter hoogte van de noordelijke grens van het agrarisch bouwvlak4 (berekeningsvariant B) en de zuidelijke grens van het agrarisch bouwvlak (berekeningsvariant C).

5.3 Invoergegevens en rekenresultaten Een overzicht van invoergegevens en rekenresultaten is gegeven in respectievelijk: • bijlage 1, berekening V-Stacks basisvariant: conform vergunning 2017; • bijlage 2: berekening V-Stacks variant A: stal 1 t/m 4 conform vergunning 2017 + uitbreiding met stal 5 conform vergunning 2010 (17.500 stuks pluimvee); • bijlage 3: berekening V-Stacks variant B: stal 1 t/m 4 conform vergunning 2017 + fictieve emissiebron op noordelijke bouwvlakgrens; • bijlage 4: berekening V-Stacks variant C: stal 1 t/m 4 conform vergunning 2017 + fictieve emissiebron op zuidelijke bouwvlakgrens. Figuur 1 geeft een overzicht met de ligging van de emissiebronnen en rekenpunten. In de figuur komt de nummering van de rekenpunten overeen met de volgnummers als gegeven in bijlage 2 t/m 4 (berekeningsvarianten A t/m C). De rekenpunten in de varianten A t/m C zijn hetzelfde als in de basisvariant, met dit verschil dat het in de berekeningsbijlage genoemde volgnummer hoger is (+1).

3

4

Gelet op de situatie kan het bouwplan getoetst worden aan de normstelling geldend voor ‘buiten de bebouwde kom’. Dit is ook bevestigd in de gerechtelijke uitspraak van 2 maart 2022. Als opgenomen in het vigerende bestemmingsplan.

22210109.R01

pagina 11 van 15

www.noormanadvies.nl

Een samenvatting van de resultaten is gegeven in tabel 1. Tabel 1: Resultaten V-Stacks-berekeningen Volgnr.

Omschrijving

Grenswaarde

Geurbelasting [ouE/m3, als 98 percentielwaarde]

[ouE/m3]

Basisvariant

Variant A

Variant B

Variant C

5 (6)*

Herenweg 121

20

8,1

13,1

13,0

12,9

6 (87)

Herenweg 119

20

8,5

13,5

13,4

20,0

7 (8)

Herenweg 117

20

5,9

9,7

9,8

8,6

8 (9)

Herenweg 120

20

5,1

8,2

8,3

7,7

9 (10)

Herenweg 122

20

5,2

8,3

8,4

7,7

10 (11)

Herenweg 124

20

6,7

11,1

11,1

7,8

11 (12)

Herenweg 125

20

9,5

14,6

14,8

10,1

12 (13)

Herenweg 127

20

9,1

13,8

14,2

9,4

13 (14)

Herenweg 129

20

8,3

12,5

12,9

8,5

14 (15)

Herenweg 133

20

7,5

11,1

11,9

7,7

15 (16)

Bovenweg 4

20

9,0

13,4

15,5

9,4

16 (17)

Bovenweg 2

20

5,2

9,5

11,1

5,5

17 (18)

Herenweg 115

8

5,0

7,9

8,0

6,4

18 (19)

Herenweg 114

8

3,8

6,5

6,6

5,4

19 (20)

Bouwblok 1 noord

20

5,3

8,7

8,7

8,0

20 (21)

Bouwblok 1 zuid

20

4,5

7,4

7,4

6,5

21 (22)

Bouwblok 2 noord

20

5,6

9,7

9,8

7,3

22 (23)

Bouwblok 2 zuid

20

4,7

8,1

8,2

6,2

* Volgnummer basisvariant, met tussen (..) het volgnummer conform berekeningsvarianten A, B en C

22210109.R01

pagina 12 van 15

www.noormanadvies.nl

6 | Beoordeling resultaten 6.1 Beoordeling in relatie tot Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster Uit de rekenresultaten volgt dat uitgaande van de vergunde situatie (basisvariant) de geurbelasting ter hoogte van de bouwblokken binnen het plangebied ten hoogste 5,6 ouE/m3 bedraagt. Aan de grenswaarde van 20 ouE/m3 wordt ruimschoots voldaan. Uit de berekeningsvarianten A t/m C volgt dat een uitbreiding van de inrichting, rekening houdend met de grenswaarden als opgenomen in de vigerende geurverordening van de gemeente, ook na realisatie van het bouwplan, in principe mogelijk is. Het volgende kan worden geconcludeerd: • Als alsnog de vijfde stal wordt gerealiseerd conform de in 2010 vergunde situatie (met een bezetting van 17.500 stuks pluimvee) wordt op geen enkel beoordelingspunt de grenswaarde overschreden (berekeningsvariant A). • Als het emissiepunt van de vijfde stal ter hoogte van de noordelijke bouwvlakgrens wordt gesitueerd is in theorie een grotere stal, met een bezetting van 21.500 stuks pluimvee in plaats van 17.500, mogelijk alvorens de grenswaarde wordt bereikt (berekeningsvariant B). • Als het emissiepunt van de vijfde stal ter hoogte van de zuidelijke bouwvlakgrens wordt gesitueerd komt het emissiepunt relatief dichtbij bestaande woningen.

In dat geval zijn de uitbreidingsmogelijkheden beperkt tot een stal die ruimte biedt aan ten hoogste 2.670 stuks pluimvee. • Uit de berekeningsresultaten volgt verder dat de bestaande woningen bepalend zijn voor de beoordeling en toetsing. Het bouwplan levert daarmee geen aanvullende belemmeringen op voor Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster. De bestaande woningen zijn en blijven maatgevend voor de toelaatbare dierbezetting en daarmee samenhangende geuremissie van het bedrijf. In de berekeningsvarianten A, B en C is, conform de in 2010 vergunde situatie, uitgegaan van een vijfde pluimveestal met lengteventilatie. Een andere wijze van ventileren heeft invloed op de te verwachten emissieconcentraties in de omgeving. Dit laat onverlet dat ook in die situatie de bestaande woningen maatgevend zijn voor de beoordeling en groeimogelijkheden van het bedrijf.

6.2 Beoordeling in relatie tot het woon- en leefklimaat Beoordelingswijze Behoudens de inrichting van Mts E.J. Veerenhuis & G. Veerenhuis-Klooster liggen er in de directe omgeving geen agrarische inrichtingen waarvan verwacht mag worden dat deze een relevante geurbelasting opleveren ter hoogte van het plangebied. De voorgrondbelasting is daarmee maatgevend en bepalend voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat.

22210109.R01

pagina 13 van 15

www.noormanadvies.nl

Het bouwplan ligt binnen een niet-concentratiegebied. In aansluiting op hetgeen hieromtrent is aangegeven in de handreiking (zie ook paragraaf 3.4) neemt dit niet weg dat, mits gemotiveerd, voor de beoordeling van het leefklimaat kan worden aangesloten bij de beoordelingstabel (zie afbeelding 1) geldend voor een concentratiegebied. De motivatie hiervoor is gelegen in het volgende: • De toekomstige bewoners gaan willens en wetens tegenover een pluimveebedrijf wonen, waarvan bekend is dat deze zorgt voor een geurbelasting in de omgeving. Verondersteld mag worden dat een verhoogde mate van acceptatie in dat geval aan de orde is. • Uit de V-Stacks berekening volgt dat in de vergunde situatie (basisvariant, tabel 1) de geurbelasting bij bestaande woningen in de omgeving fluctueert tussen globaal 5 en 9 ouE/m3. Op basis van de beoordelingstabellen (zie afbeelding 1) komt dit in een niet-concentratiegebied overeen met een tamelijk slecht tot zeer slecht leefklimaat. Het is twijfelachtig of dit ook daadwerkelijk zo wordt ervaren door omwonenden. Uit navraag bij de gemeente is gebleken dat er met betrekking tot het pluimveebedrijf in het geheel geen geurhinderklachten bekend zijn. • Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom in agrarisch buitengebied met een overwegend landelijk karakter.

Als ook aangegeven in paragraaf 3.4 kan de gemeenteraad in de afweging of er in zijn totaliteit sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ook andere milieuaspecten betrekken als bijvoorbeeld geluid en luchtkwaliteit. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan volgt dat voor deze milieuaspecten geldt dat er geen belemmeringen zijn die het planvoornemen in de weg staan. Beoordeling woon- en leefklimaat bouwplan op basis van de vergunde situatie Met in de vergunde situatie ter plaatse van het bouwplan een voorgrondbelasting van ten hoogste 5,6 ouE/m3 is er sprake van een redelijk goed leefklimaat. Beoordeling woon- en leefklimaat bouwplan op basis van maximaal gebruik Uit de berekeningsvarianten A t/m C volgt dat uitgaande van de maximale gebruiksmogelijkheden van het perceel Herenweg 123 de voorgrondbelasting ter hoogte van het bouwplan (in theorie) kan toenemen tot ten hoogste 9,8 ouE/m3. In dat geval is er sprake van een matig leefklimaat. Het ligt overigens niet in de rede om te veronderstellen dat een groei van de dierbezetting op korte of middellange termijn aan de orde is. Met de actualisatie van de vergunning in 2017 heeft het pluimveebedrijf er juist voor gekozen de eerder vergunde stal met bijbehorende dieraantallen niet te realiseren en is het bedrijf gekrompen van (vergund) 42.800 naar 25.475 stuks pluimvee.

Conclusie beoordeling goede ruimtelijke ordening Met de rekenresultaten van dit geuronderzoek kan de gemeenteraad in redelijkheid concluderen dat ter plaatse van het bouwplan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat blijft bestaan. Daarbij kan de

22210109.R01

pagina 14 van 15

www.noormanadvies.nl

raad de onder ‘beoordelingswijze’ aangegeven aspecten betrekken, waaronder het feit dat sprake is van een overwegend landelijk karakter en dat het plangebied buiten de bebouwde kom in het (agrarisch) buitengebied gesitueerd is. Uit de resultaten volgt dat geurhinder kan ontstaan, maar – als die zich al voordoet – niet zodanig is dat deze in het kader van de goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar is, ook weer gelet op de voornoemde situering in het buitengebied en rekening houdend met de omstandigheid dat er met betrekking tot het pluimveebedrijf in het geheel geen geurhinderklachten bekend zijn.

7 | Toekomstig geurbeleid gemeente Ooststellingwerf Rekening houdend met de gesignaleerde tekortkomingen met betrekking tot de wijze waarop de huidige geurverordening tot stand is gekomen heeft het college van B&W onderzoek laten doen naar de mogelijkheden tot aanscherping van de normen. In september 2021 is een collegevoorstel door de raad behandeld. Dit heeft niet geleid tot een wijziging van het beleid. De Verordening geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf van 01-10-2010 is ongewijzigd in stand gebleven. Als in de toekomst de raad wel besluit tot een aanscherping van de normen, of afschaffing van de geurverordening, heeft dit geen directe consequenties voor de vergunde geurbelasting vanwege het pluimveebedrijf (de vergunning blijft gerespecteerd) en daarmee de geurbelasting ter hoogte van het plangebied. Wel zijn de groeimogelijkheden van het pluimveebedrijf in dat geval beperkter. Een mogelijk toekomstige groei van de geurbelasting (voor zover de nieuwe normen dat dan nog toe laten) zal in dat geval lager zijn dan waarmee in deze notitie is rekening gehouden.

Noorman Bouw- en milieu-advies

22210109.R01

pagina 15 van 15

www.noormanadvies.nl

Figuren

22210109 Figuur 1 Hulpvlakken Toetspunten Schoorstenen

Meteo data: Contouren: Waarde:

2005 - 2014 50%

0m

100 m schaal = 1 : 3500

560000

17

16

stal 5 (B) stal 3 stal 2 stal 5 (A)

559600

stal 1

stal 4

stal 5 (C) 18

19

8

7

9

15 12

6

13

14

11 10

20

22

21

23

212800 STACKS-G, [versie van Gebied - eerste model] , Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies

213200

Overzicht van de situatie met de ligging van de emissiebronnen en de ligging van de toetsingspunten (conform berekeningsvarianten Vstacks). Bouwvlakken zijn wit gearceerd weergegeven.

www.noormanadvies.nl

Bijlagen

Gegenereerd op: 25-03-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

22210109 Bijlage 1

Naam van de berekening: Herenweg 123 - vergund 2017 Gemaakt op: 2022-03-25 15:57:52 Rekentijd: 0:00:26 Naam van het bedrijf: Herenweg 123 - invoer conform vergund 2017 Berekende ruwheid: 0,123 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

stal 1

213 034

559 571

1,6

2,2

0,40

6 603

3,5

2

stal 2

213 014

559 654

2,1

3,1

0,40

9 184

3,7

3

stal 3

213 036

559 660

2,5

2,7

0,40

7 068

4,9

4

stal 4

213 007

559 528

4,5

0,5

0,40

837

3,3

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

5

Herenweg 121

213 008

559 445

20,0

8,1

6

Herenweg 119

212 977

559 456

20,0

8,5

7

Herenweg 117

212 885

559 456

20,0

5,9

8

Herenweg 120

212 953

559 402

20,0

5,1

9

Herenweg 122

212 979

559 400

20,0

5,2

10

Herenweg 124

213 072

559 412

20,0

6,7

11

Herenweg 125

213 090

559 449

20,0

9,5

12

Herenweg 127

213 118

559 449

20,0

9,1

13

Herenweg 129

213 145

559 449

20,0

8,3

14

Herenweg 133

213 193

559 469

20,0

7,5

15

Bovenweg 4

213 086

559 839

20,0

9,0

16

Bovenweg 2

212 925

559 896

20,0

5,2

17

Herenweg 115

212 835

559 449

8,0

5,0

18

Herenweg 114

212 844

559 410

8,0

3,8

19

Bouwblok 1 noord

213 000

559 399

20,0

5,3

20

Bouwblok 1 zuid

213 000

559 376

20,0

4,5

21

Bouwblok 2 noord

213 044

559 400

20,0

5,6

22

Bouwblok 2 zuid

213 044

559 376

20,0

4,7

Gegenereerd op: 25-03-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

22210109 Bijlage 1

Gegenereerd op: 25-03-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

22210109 Bijlage 2

Naam van de berekening: Herenweg 123 - variant A Gemaakt op: 2022-03-25 15:59:09 Rekentijd: 0:00:27 Naam van het bedrijf: Herenweg 123 - vergund+stal 5 variant A Berekende ruwheid: 0,123 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

stal 1

213 034

559 571

1,6

2,2

0,40

6 603

3,5

2

stal 2

213 014

559 654

2,1

3,1

0,40

9 184

3,7

3

stal 3

213 036

559 660

2,5

2,7

0,40

7 068

4,9

4

stal 4

213 007

559 528

4,5

0,5

0,40

837

3,3

5

stal 5 (variant A)

212 975

559 640

2,0

3,0

0,40

16 275

5,0

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

6

Herenweg 121

213 008

559 445

20,0

13,1

7

Herenweg 119

212 977

559 456

20,0

13,5

8

Herenweg 117

212 885

559 456

20,0

9,7 8,2

9

Herenweg 120

212 953

559 402

20,0

10

Herenweg 122

212 979

559 400

20,0

8,3

11

Herenweg 124

213 072

559 412

20,0

11,1

12

Herenweg 125

213 090

559 449

20,0

14,6

13

Herenweg 127

213 118

559 449

20,0

13,8

14

Herenweg 129

213 145

559 449

20,0

12,5

15

Herenweg 133

213 193

559 469

20,0

11,1

16

Bovenweg 4

213 086

559 839

20,0

13,4

17

Bovenweg 2

212 925

559 896

20,0

9,5

18

Herenweg 115

212 835

559 449

8,0

7,9

19

Herenweg 114

212 844

559 410

8,0

6,5

20

Bouwblok 1 noord

213 000

559 399

20,0

8,7

21

Bouwblok 1 zuid

213 000

559 376

20,0

7,4

22

Bouwblok 2 noord

213 044

559 400

20,0

9,7

23

Bouwblok 2 zuid

213 044

559 376

20,0

8,1

Gegenereerd op: 25-03-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

22210109 Bijlage 2

Gegenereerd op: 25-03-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

22210109 Bijlage 3

Naam van de berekening: Herenweg 123 - variant B Gemaakt op: 2022-03-25 16:05:06 Rekentijd: 0:00:32 Naam van het bedrijf: Herenweg 123 - vergund+stal 5 variant B Berekende ruwheid: 0,123 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

stal 1

213 034

559 571

1,6

2,2

0,40

6 603

3,5

2

stal 2

213 014

559 654

2,1

3,1

0,40

9 184

3,7

3

stal 3

213 036

559 660

2,5

2,7

0,40

7 068

4,9

4

stal 4

213 007

559 528

4,5

0,5

0,40

837

3,3

5

stal 5 (variant B)

212 985

559 662

2,0

3,0

0,40

19 995

5,0

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

6

Herenweg 121

213 008

559 445

20,0

13,0

7

Herenweg 119

212 977

559 456

20,0

13,4

8

Herenweg 117

212 885

559 456

20,0

9,8 8,3

9

Herenweg 120

212 953

559 402

20,0

10

Herenweg 122

212 979

559 400

20,0

8,4

11

Herenweg 124

213 072

559 412

20,0

11,1

12

Herenweg 125

213 090

559 449

20,0

14,8

13

Herenweg 127

213 118

559 449

20,0

14,2

14

Herenweg 129

213 145

559 449

20,0

12,9

15

Herenweg 133

213 193

559 469

20,0

11,9

16

Bovenweg 4

213 086

559 839

20,0

15,5

17

Bovenweg 2

212 925

559 896

20,0

11,1

18

Herenweg 115

212 835

559 449

8,0

8,0

19

Herenweg 114

212 844

559 410

8,0

6,6

20

Bouwblok 1 noord

213 000

559 399

20,0

8,7

21

Bouwblok 1 zuid

213 000

559 376

20,0

7,4

22

Bouwblok 2 noord

213 044

559 400

20,0

9,8

23

Bouwblok 2 zuid

213 044

559 376

20,0

8,2

Gegenereerd op: 25-03-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

22210109 Bijlage 3

Gegenereerd op: 28-03-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

22210109 Bijlage 4

Naam van de berekening: Herenweg 123 - variant C Gemaakt op: 2022-03-28

8:58:02

Rekentijd: 0:00:38 Naam van het bedrijf: Herenweg 123 - vergund+stal 5 variant C Berekende ruwheid: 0,123 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

stal 1

213 034

559 571

1,6

2,2

0,40

6 603

3,5

2

stal 2

213 014

559 654

2,1

3,1

0,40

9 184

3,7

3

stal 3

213 036

559 660

2,5

2,7

0,40

7 068

4,9

4

stal 4

213 007

559 528

4,5

0,5

0,40

837

3,3

5

stal 5 (variant C)

212 975

559 480

2,0

3,0

0,40

2 483

5,0

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

6

Herenweg 121

213 008

559 445

20,0

12,9

7

Herenweg 119

212 977

559 456

20,0

20,0

8

Herenweg 117

212 885

559 456

20,0

8,6

9

Herenweg 120

212 953

559 402

20,0

7,7

10

Herenweg 122

212 979

559 400

20,0

7,7

11

Herenweg 124

213 072

559 412

20,0

7,8

12

Herenweg 125

213 090

559 449

20,0

10,1

13

Herenweg 127

213 118

559 449

20,0

9,4

14

Herenweg 129

213 145

559 449

20,0

8,5

15

Herenweg 133

213 193

559 469

20,0

7,7

16

Bovenweg 4

213 086

559 839

20,0

9,4

17

Bovenweg 2

212 925

559 896

20,0

5,5

18

Herenweg 115

212 835

559 449

8,0

6,4

19

Herenweg 114

212 844

559 410

8,0

5,4

20

Bouwblok 1 noord

213 000

559 399

20,0

8,0

21

Bouwblok 1 zuid

213 000

559 376

20,0

6,5

22

Bouwblok 2 noord

213 044

559 400

20,0

7,3

23

Bouwblok 2 zuid

213 044

559 376

20,0

6,2

Gegenereerd op: 28-03-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

22210109 Bijlage 4

bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek

Bijlage 3 Bodemonderzoek

77

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

Onderwerp:

Projectnummer: Opdrachtgever: Datum:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek 16-M7926 Klaas van Weperen Advies 16 januari 2017

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

onderwerp

datum

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek 16 januari 2017

projectnummer

16-M7926

in opdracht van

Klaas van Weperen Advies Jardinga 3 8431 RE Oosterwolde

l uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

januari 2017

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

INHOUD

1 INLEIDING ...................................................................................................................................... 4 1.1 Algemeen ............................................................................................................................. 4 1.2 Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek .......................................... 4 1.3 Doel van het onderzoek ....................................................................................................... 4 1.4 Referentiekader van het onderzoek ..................................................................................... 5 1.5 Opbouw van het rapport....................................................................................................... 5 2 VOORONDERZOEK ...................................................................................................................... 6 2.1 Basisinformatie .................................................................................................................... 6 2.2 Keuze type vooronderzoek .................................................................................................. 7 2.3 Standaard vooronderzoek ....................................................................................................

7 2.4 Hypothese .......................................................................................................................... 11 3 VELDONDERZOEK...................................................................................................................... 12 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 12 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 13 4 CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................... 15 4.1 Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................. 15 4.2 Toetsingscriteria grond en grondwater .............................................................................. 16 4.3 Analyseresultaten en interpretatie...................................................................................... 17 4.3.1 Milieuhygiënische kwaliteit grond ........................................................................................ 17 4.3.2 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater .............................................................................. 20 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .........................................................................................

22 Aanbevelingen .............................................................................................................................. 24 LITERATUURLIJST........................................................................................................................... 26 COLOFON ......................................................................................................................................... 27 BIJLAGEN 1. Topografisch overzicht incl. oude topografische overzichten 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Boorbeschrijvingen 4. Analysecertificaten SGS BV 5. Onafhankelijkheidsverklaring

januari 2017

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Klaas van Weperen Advies is in december 2016/ januari 2017 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie gelegen aan de Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek (gemeente Ooststellingwerf). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2008. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van VROM. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het verkennend milieukundig bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de wens inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van de bodem in verband met de geplande nieuwbouw van twee vrijstaande woningen op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

januari 2017

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de bodem op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740 (literatuur 1).

1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

januari 2017

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Het vooronderzoek richt zich tevens op informatie betreffende de bodemgesteldheid en geohydrologie van de onderzoekslocatie. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de leidraad bij het uitvoeren van verkennend, oriënterend en nader bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5725 (literatuur 9). Afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek en/of de initiële verdenking van een locatie wordt de diepgang van het vooronderzoek bepaald. De norm NEN 5725 onderscheidt hiermee drie verschillende typen vooronderzoek te weten: 1) een beperkt vooronderzoek, 2) een standaard vooronderzoek of 3) een uitgebreid vooronderzoek. Om te kunnen bepalen welk type vooronderzoek van toepassing is moet van de locatie eerst de basisinformatie worden verzameld, vervolgens wordt de aanleiding van het onderzoek vastgesteld en ten slotte wordt de mate van verdachtheid van de locatie bepaald.

2.1

Basisinformatie

In tabel 2.1 is een overzicht van de basisinformatie weergegeven. tabel 2.1 overzicht basisinformatie adres plaats gemeente topografisch overzicht coördinaten kadastrale aanduiding oppervlakte onderzoekslocatie (onderzoeksgebied) toekomstig bodemgebruik huidig bodemgebruik voormalig bodemgebruik ophogingen/dempingen/stortingen opvullingen en verhardingen toepassing van asbesthoudende bouw-, bodem- of verhardingsmaterialen voorgaand ► niet bekend bodemonderzoek op de onderzoekslocatie

voorgaand bodemonderzoek in de omgeving

Herenweg tussen nrs. 122-124, perceel G nr. 1099 (ged.) Donkerbroek Ooststellingwerf Zie bijlage 1 X = 213,02 Y=559,40* gemeente Donkerbroek sectie G nr. 1099 2 ca. 3.450 m onbekend weide weide/agrarische grond niet bekend niet bekend

► Herenweg 128, oriënterend bodemonderzoek, 01-02-1990, ref. Grontmij Gt3.1699 conclusies: ● De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.

*= middelpunt

januari 2017

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Herenweg, perceel G nr. 1099 (ged.), tussen de huisnummers 122 en 124, even ten oosten van de kern van Donkerbroek (gemeente Ooststellingwerf). De topografische ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie betreft het perceel G nr. 1099 (ged.) gelegen aan de Herenweg tussen nrs. 122 en 124 te Donkerbroek. De onderzoekslocatie betreft een deel van een groter weideperceel. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het kadastrale perceel gemeente Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.), zoals weergegeven in bijlage 2. 2 De onderzoekslocatie, het onderzochte deel, heeft een oppervlakte van ca. 3.450 m (zie bijlage 2). In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen en agrarische percelen buiten de bebouwde kom. Aan de noordzijde grenst de locatie aan de Herenweg en tegenover gelegen woningen (Herenweg 121 en 123). Aan de oostzijde grenst de locatie aan een naastgelegen woning (Herenweg 124). Aan de zuidzijde grenst de locatie aan achterliggende weidepercelen. Aan de westzijde grenst de locatie aan een naastgelegen woning (Herenweg 122).

2.2

Keuze type vooronderzoek

Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het stroomschema (figuur 1 blz.14) uit de NEN 5725 wordt in dit geval een standaard vooronderzoek volgens hoofdstuk 6 uit de NEN 5725 uitgevoerd.

2.3

Standaard vooronderzoek

De hieronder vermelde historische gegevens zijn ontleend aan gegevens die door de opdrachtgever zijn verstrekt alsmede gegevens uit het milieuarchief van de gemeente Ooststellingwerf (verkregen via mevr. J. Velstra), het Bodemloket.nl (met historisch bodembestand), het bodemloket, topografische kaarten, Topotijdreis.nl en het handelsbestand van de Kamer van Koophandel. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter.

voormalige bodemgebruik bodemgebruik in het verleden tot heden: (bron: opdrachtgever/gemeente/topografische kaarten)  De onderzoekslocatie betreft het perceel G nr. 1099 (ged.) gelegen aan de Herenweg tussen nrs. 122 en 124 te Donkerbroek. De onderzoekslocatie betreft een deel van een groter weideperceel. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het kadastrale perceel gemeente Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.), zoals weergegeven in bijlage 2. 2 De onderzoekslocatie, het onderzochte deel, heeft een oppervlakte van ca. 3.450 m (zie bijlage 2).  De onderzoekslocatie betreft een weideperceel. Op basis van oude topografische kaarten vanaf voor 1995 tot heden is op de onderzoekslocatie voor zover te beoordelen nog geen bebouwing te herkennen.  Ten behoeve van de vm. bebouwing op de onderzoekslocatie zijn in het verleden niet eerder bouwvergunningen verleend.  Ten behoeve van de onderzoekslocatie zijn in het verleden geen milieuvergunningen verleend.  De onderzoekslocatie wordt in het handelsbestand van de Kamer van Koophandel niet vermeld.

januari 2017

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

onder- of bovengrondse brandstoftanks: (bron: opdrachtgever/eigenaar/gemeente/provincie)  Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het onderzochte terreindeel. aanwezigheid van asbest (bron: opdrachtgever/gemeente)  Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. voormalige en huidige potentieel belastende agrarische en bedrijfsactiviteiten (bron: opdrachtgever/ eigenaar/ gemeente/ provincie)  De onderzoekslocatie Herenweg perceel sectie G nr. 1099 te Donkerbroek betreft een deel van een weideperceel. De onderzoekslocatie is, voor zover bekend, in het verleden niet eerder bebouwd geweest en heeft voor zover bekend geen andere functie dan een agrarische functie gehad.  Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie.  Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.  Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten op de onderzoekslocatie.

 In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich enkele woningen en agrarische percelen buiten de bebouwde kom. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie. verrichte handelingen met grond, verhardingsmateriaal en/of afval: (bron: opdrachtgever/gemeente)  Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Ten zuiden van de onderzoekslocatie, elders op het perceel GF 1099, wordt melding gemaakt van een niet gespecificeerde demping (start 1970).  Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de locatie. ondergrondse infrastructuur in het heden verleden:  geen informatie

(bron: opdrachtgever)

archeologische waarden: (bron:gemeente/provincie)  De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “lage trefkans”. niet gesprongen explosieven: (bron:gemeente/provincie)  In Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen van niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

januari 2017

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

huidige bodemgebruik huidige bodemgebruik van de locatie: (bron:opdrachtgever/terreininspectie)  De onderzoekslocatie Herenweg sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek betreft een deel va een weideperceel. De onderzoekslocatie is thans onbebouwd en onverhard. aanwezigheid van asbest: (bron:opdrachtgever/terreininspectie)  Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. huidige verdachte/bedrijfsmatige/bodembelastende activiteiten: (bron:opdrachtgever/gemeente)  Op de onderzoekslocatie vinden thans geen bodembedreigende activiteiten plaats. verhardingslagen: (bron:opdrachtgever/terreininspectie)  De onderzoekslocatie is geheel onverhard.

toekomstige bodemgebruik geplande herinrichting/ bouwplannen:  de nieuwbouw van twee vrijstaande woningen

(bron:opdrachtgever)

geplande bedrijfsactiviteiten:  niet bekend

(bron:opdrachtgever)

geplande potentieel bodemverontreinigende activiteiten:  niet bekend

(bron:opdrachtgever)

januari 2017

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

geologie, bodemsamenstelling en geohydrologie: De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 6 m+NAP. In tabel 2.2 is de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 2.2 diepte m-mv 0-2 2-4 4-9 9-72

geohydrologische opbouw beschrijving

formatie

middel fijne tot fijne zanden Boxtel matig fijne zanden, grind- en leemlagen Drente matig fijne zanden Drachten matig fijne tot grove zanden , plaatselijk Peelo kleilagen De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

(financieel-) juridische situatie In tabel 2.3 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 2.3 financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens gemeente Donkerbroek, sectie G, nummer nr. 1099 (ged.) opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

januari 2017

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

2.4

Hypothese

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie Herenweg perceel sectie G nr. 1099 te Donkerbroek een deel van een weideperceel betreft. De onderzoekslocatie is, voor zover bekend, in het verleden niet eerder bebouwd geweest en heeft voor zover bekend geen andere functie dan een agrarische functie gehad. Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen) of (voormalige) bodembedreigende activiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (het onderzochte terreindeel). De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV) (literatuur 1). In tabel 2.4 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 2.4

gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie grond grondwater onderzochte geen geen deel

onderzoeksstrategie ONV

Bij de toetsing van de hypothese wordt een enkele overschrijding van de achtergrondwaarde geïnterpreteerd als “onverdachte locatie”. Dit geldt vooral voor parameters welke van nature verhoogd aanwezig zijn en de achtergrondwaarde overschrijden. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707 of NEN-5897. Tevens dient opgemerkt te worden dat eventueel aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

januari 2017

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven.

3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. plaatsen van boringen en peilbuis Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 23 december 2016. Het bemonsteren van het grondwater is conform NEN-5740 ruime tijd na plaatsing van de peilbuizen op 05 januari 2017 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A. van Wuykhuyse en dhr. M. van Wuykhuyse erkende en geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (http//www.senternovem.nl/bodemplus/erkenningen). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatieinspectie zijn geen bijzonderheden geconstateerd. Hierbij wordt opgemerkt dat de locatie is begroeid met gras wat de inspectie heeft belemmerd. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen.

Alle boringen zijn uitgevoerd met behulp van een edelmanboor en geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Op de locatie zijn in totaal, gelijkmatig verdeeld, op de onderzoekslocatie veertien boringen geplaatst. Alle boringen zijn doorgezet tot in de aanwezige deklaag (0.5 m-mv). Drie boringen zijn doorgezet 2.0 mmv. Eén boring is doorgezet tot in het freatisch grondwater, deze boring is ten behoeve van de bemonstering van het grondwater afgewerkt met een peilbuis, filtertraject van ca. 2.8-3.8 m-mv. De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilters bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

januari 2017

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 Herenweg, perceel Donkerbroek sectie G nr. 1099 (ged.) te Donkerbroek

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige verbindingen zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald.

3.2

Resultaten van het veldonderzoek

Bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 3.1 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 3.1 lokale bodemopbouw bodemlaag hoofdbestanddeel m-mv 0.0-0.6 zand 0.6-1.2 zand 1.2-3.1 leem 3.1-3.8 zand

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=2e1e9e84-4fea-4732-bc68-e9684abda130