CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Beleidsvisie Biobased Eonomy Ooststellingwerf 2016

Raadsvergadering 2 maart 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Evaluatie Biobased Economy 2016-2020 Ooststellingwerf10.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

                

J. de Roos K. Gorter A. Buiteveld T. Hanenburg P. Oosterkamp A.J. Zwart T. Valk H. Jorritsma R. Bron P. Baltus P. Glasbeek E. Glasbeek H. Aartsen H. Winter M. Vinkestein J. Van Dijk D. Carton

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

Bijlage 2 Fondsen en subsidies

- Inclusive, innovative and reflective societies; - Secure societies

1

LIFE+ Het LIFE+ programma is de voortzetting van het LIFE programma, dat in 1992 is opgezet en sindsdien meer dan 3500 milieu-innovatieprojecten heeft ondersteund met in totaal €2,5 miljard. Openstelling van het programma gebeurt eenmaal per jaar, meestal rond februari. LIFE+ bestaat uit drie sub-programma’s met ieder zijn eigen prioriteiten:

Inleiding

Zoals in hoofdstuk 3 aangegeven is er op het gebied van de biobased economy beleid in Europees verband, Noord – Nederlands verband als ook regionaal verband. Om daadwerkelijk te komen tot een biobased economy hebben diverse instanties in uitvoeringsprogramma’s gelden vrijgemaakt, om zodoende de transitie te stimuleren. Om een totaalbeeld te geven van de mogelijkheden die dit biedt is in deze bijlage kort weergegeven welke fondsen en subsidies er zoal zijn op dit vlak. Eerst zal aangegeven worden wat er Europees ligt, daarna nationaal en tot slot regionaal / provinciaal.

2

- LIFE+ Nature & Biodiversity Voortzetting van het oude LIFE Natuur Programma. Hoofddoelstelling: natuurlijke systemen, natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beschermen, in stand houden, herstellen en monitoren en het functioneren daarvan vergemakkelijken, de achteruitgang van de biodiversiteit, met inbegrip van de diversiteit aan genetisch materiaal, binnen de Europese Unie een halt toe te roepen.

Europese gelden

Horizon 2020 Met Horizon 2020, het Europese subsidieprogramma voor onderzoek en innovatie, kunnen onderzoeksinstellingen en bedrijven een beroep doen op een budget van in totaal bijna 80 miljard euro. Het subsidieprogramma beoogd met name resultaatgerichtheid. De thema's die de EU belangrijk vindt, en waarvoor in de periode 2014 - 2020 talloze subsidies beschikbaar zullen komen, zijn ondergebracht in drie categorieën - de EU spreekt over 'flagships' of onderzoeksprioriteiten. Deze thema’s zijn: - Health, demographic change and wellbeing; - Food security, sustainable agriculture and forestry, marine and maritime and inland water research; - Secure, clean and efficient energy; - Smart, green and integrated transport; - Climate action, environment, resource efficiency and raw materials;

- LIFE+ Environment Policy & Governance Voortzetting van het oude LIFE Milieu Programma. Hierin worden innovatieve demonstratieprojecten en de ontwikkelingen van nieuwe beleidstoepassingen, technologieën en instrumenten gesubsidieerd die bijdragen aan de Europese doelstellingen op het gebied van milieubeleid. Het sub-programma telt twaalf prioriteiten. - LIFE+ Information & Communication Dit is een nieuw onderdeel dat gericht is op vergroting van bewustwording over natuur en milieuprojecten. Het LIFE programma geldt als een van de meest succesvolle subsidieprogramma’s van de Europese Commissie, met onder meer een grote participatie van het Europese bedrijfsleven. LIFE+ is de voortzetting van LIFE. Het programma wordt uitgevoerd door DG Environment en 27

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

loopt van 2015-2018. De subsidieomvang voor een goed project en loopt in de ordegrootte van € 0,5 - € 1 miljoen o.b.v. 50% subsidie. Soms zijn andere percentages van toepassing.

Erasmus+ Erasmus+ raakt actuele onderwerpen, zoals de internationalisering van het onderwijs, het oprichten van gezamenlijke masterprogramma’s, samenwerking met het bedrijfsleven, het aantrekken van (master)studenten, voortijdig schoolverlaten, (digitale) onderwijsinnovaties en consortiavorming. Nieuw zijn de masterleningen voor EU-studenten die in een ander EU-land een masterprogramma willen volgen.

Interreg Een Interreg-aanvraag is weer mogelijk met ingang van 2015 voor projecten met hoge en innovatieve ambities op ruimtelijkmaatschappelijk gebied. Thema’s van de subsidieregeling vanaf 2015 zullen zijn:

De kernacties van Erasmus+ Het Erasmus+ programma zet in op vier specifieke kernacties: 1. Strategische partnerschappen: deze beogen sectorale samenwerking in het mbo, hbo en/of wo. Ze zijn gericht op kennisdeling en overdracht tussen bedrijven en onderwijsinstellingen. 2. Kennisallianties: deze willen de Europese innovatiekracht versterken door nnovatie, ondernemerschap en uitwisselen van kennis te promoten. Europese samenwerking in onderzoek en onderwijs tussen de kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheden staat hierin centraal. 3. Steun voor beleidshervorming: zoals steun voor (Jean Monnet) leerstoelen en expertisecentra, internationale beleidsdialogen, ondersteuning voor de open coördinatie methode 4. Sectorspecifieke vaardigheden allianties: beogen een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op het bedrijfsleven en zijn gericht op modernisering van het beroepsonderwijs, uitwisseling van kennis en expertise, maar ook arbeidsmobiliteit. EFRO EFRO staat voor Europees fonds voor Regionale ontwikkeling. De EFROsubsidie stimuleert o.a. het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid vanuit economisch perspectief (leefbaarheid als randvoorwaarde voor een gezonde economie). Verder subsidieert EFRO kennis, innovatie en ondernemerschap. Door toepassing van innovaties

Slimme groei: - Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie; - Verbetering van het concurrentievermogen van het MKB. Duurzame groei: - Steun voor de overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken; - Bevordering van de aanpassing van de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer; - Bescherming van het milieu en bevordering van efficiënte omgang met hulpbronnen; - Bevordering van duurzaam vervoer en opheffing van knelpunten in centrale netwerkinfrastructuren. Inclusieve groei: - Bevordering van werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit; - Bevordering van sociale insluiting en bestrijding van armoede; - Investering in onderwijs, vaardigheden en een leven lang leren; De subsidie is bestemd voor samenwerkingsprojecten met circa 5 of meer partners in een Europese regio.

28

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

zou van dit laatstgenoemde onderdeel gebruik kunnen worden gemaakt. In de huidige periode leidde een ‘normaal’ EFRO-project tot een subsidie van € 0,5 - € 2 miljoen op basis van 50% subsidie. De toekenningskans is groot voor een goed project dat is ontwikkeld in samenwerking met de subsidieverstrekker.

Innovatiebeleid en Topsectoren beleid. De projectvoorstellen worden beoordeeld door een onafhankelijke Programmaraad die hierover het bestuur van de stichting adviseert. Hoewel de focus ligt op onderzoek zou (op dit moment staat een tender open met als doel het ondersteunen van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die leiden tot het cascaderend gebruik van biomassa) het een insteek kunnen zijn om m.b.t. de verdere realisatie en invulling van bijvoorbeeld het Ecomunitypark een gesprek aan te gaan met de directie van TKI BBE (o.a. Kees de Gooijer) met als doel het project verder te positioneren en vervolgens steun (financieel of anderszins) te verkrijgen.

Noord-Nederland kiest voor de thema’s versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie en ondersteuning van de overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken. Deze thematische doelstellingen worden ondergebracht in twee prioriteitsassen. 1. Prioriteitsas 1: Human capital, kennis en innovatie 2. Prioriteitsas 2: Koolstofarme economie

3

Innovatieprestatiecontracten Betreft een subsidie voor samenwerkende mkb-bedrijven in dezelfde regio, keten of branche die een meerjarig innovatietraject uitvoeren. Binnen Innovatieprestatiecontracten (IPC) kunnen groepen mkbondernemers onder begeleiding van een penvoerder, bijvoorbeeld een brancheorganisatie, meerjarige innovatieprojecten uitvoeren. Een belangrijk nieuw aspect van de derde IPC-tender is de toevoeging van het tendercriterium 'topsectoren. Dit betekent dat 'mkb-ondernemers samen met partijen uit de topsectoren invulling kunnen gaan geven aan de ambities en agenda's van die topsectoren. Aansluiting bij dit tendercriterium is niet verplicht. IPC-projecten die voldoen aan dit tendercriterium kunnen bij de beoordeling hoger scoren dan projecten die hier niet aan voldoen. De Verkenning van samenwerking richt zich op het verkennen van de samenwerkingsmogelijkheden tussen mkbondernemers en ondernemingen en/of publieke kennisinstellingen binnen een of meer topsectoren.

Nationale subsidies

Topsectoren Vanuit de topsector Energie pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op die van belang kunnen zijn voor de Biobased Economy: Binnen de Topsector Energie zijn zeven TKI’s opgericht: Bio-energie, Energiebesparing Gebouwde Omgeving, Gas, Wind-op-zee, Energiebesparing Industrie, Smart Grids en Zonne-energie. De zeven TKI’s zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de verschillende innovatie programmalijnen. Bij elke TKI zijn kennisinstellingen, bedrijven en overheden actief: de gouden driehoek. Ze werken samen aan innovatie op zowel de korte als lange termijn. Een voorbeeld hiervan is de TKI Smart Grids of de TKI-EnerGO (Topconsortium Kennis en InnovatieEnergiebesparing in de gebouwde omgeving) of de TKI-BBE (Biobased Economy). Voor de verschillende programmalijnen binnen het Innovatiecontract kunnen consortia van partijen uit o.a. het bedrijfsleven en kennisinstituten voorstellen indienen die bijdragen aan het realiseren van de doelstelling. Voor deze projecten zijn middelen ter beschikking gesteld vanuit het Ministerie van EL&I in het kader van het

De IPC-regeling heeft tot doel om groepen mkb’s met behulp van een penvoerder collectief aan te zetten tot het uitvoeren van een eigen meerjarig innovatie-plan. Samenwerking en kennisoverdracht zijn hierbij van groot belang.

29

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

De IPC-subsidie bedraagt voor de penvoerder maximaal € 3000 per IPCdeelnemer, en voor de IPC-deelnemer 40% van de kosten van de uitvoering van zijn innovatieplan, tot een maximum van € 25.000.

maximaal € 75.000. Voor een activiteit gericht op een koolstofarme economie bedraagt de hoogte van de subsidie maximaal € 100.000. Regeling Groenprojecten De Regeling Groenprojecten is gericht op het stimuleren van projecten die een positief effect hebben op het milieu. De overheid stimuleert deze projecten door de financiering van deze projecten fiscaal aantrekkelijk te maken. De overheid verschaft een belastingvoordeel aan groene spaarders en beleggers waardoor een bank een lening met een lager rentetarief kan verstrekken voor een duurzaam project.

Versneller Innovatieve Ambities (VIA) Het mkb in Noord-Nederland kan vanaf 2 november 2015 gebruikmaken van financiering voor zijn innovaties. Met de VIA-regeling (Versneller Innovatieve Ambities) stimuleren de provincies Drenthe, Groningen en Friesland namelijk innovatie en valorisatie in de regio. De VIA-subsidie richt zich op experimenteel onderzoek en ontwikkelingsprojecten van producten, diensten en procedés die een bijdrage leveren aan één of meerdere maatschappelijke uitdagingen van de regio: - zekere, schone en efficiënte energie; - schone, veilige watervoorziening; - gezondheid, demografie en welzijn; - voedselzekerheid, duurzame landbouw en bio-economie. Daarnaast is een apart budget beschikbaar voor projecten die de CO2uitstoot verminderen en daarmee een koolstofarme economie stimuleren.

4

Provinciale / regionale gelden

De provincie kan verschillende instrumenten inzetten die helpen om de doelstellingen te realiseren: juridische, financiële en communicatieve instrumenten. De komende jaren zet men in op:  Doefonds;  Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE);  Iepen mienskips Fûns;  Cofinanciering bij Rijks- en EU-programma’s/regelingen;  Voorbereidingskrediet (voor de ontwikkeling van businesscases die in een rijper stadium aan fondsbeheerder voor Doefonds en FSFE kunnen worden overgedragen);  Incidentele subsidies (bijvoorbeeld om kleinschalige initiatieven aan te jagen en te faciliteren);  Zaaigeld om processen en projecten aan te jagen.

VIA-subsidie voor innovatieondersteuning en/of bouw prototype Projecten die passen binnen de kaders van deze subsidie kunnen rekenen op financiering voor het inschakelen van een onafhankelijke organisatie die deskundig is op het gebied waarvoor subsidie wordt aangevraagd en voor de materialen die nodig zijn voor de bouw van het prototype. Voor een project dat door één mkb-onderneming wordt uitgevoerd, bedraagt de hoogte van de subsidie 35% van de in aanmerking komende kosten. Voor een project waarbij er sprake is van samenwerking tussen twee of meerdere mkb-ondernemingen bedraagt de hoogte van de subsidie 50% van de in aanmerking komende kosten. Voor een activiteit niet gericht op een koolstofarme economie bedraagt de hoogte van de subsidie

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=464d8017-74e5-4815-bf1a-ce8714c88072