CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Beleidsvisie Biobased Eonomy Ooststellingwerf 2016

Raadsvergadering 2 maart 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Evaluatie Biobased Economy 2016-2020 Ooststellingwerf10.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsvisie Biobased Economy Ooststellingwerf

Vastgesteld februari 2016

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

5.2.4

Inhoud

5.3 Bouw .......................................................................................... 18 5.3.1 Toepassing in gemeentelijk projecten ............................... 18

1

Biobased Economy en Ooststellingwerf ………………………………………..3 1.1 Aanleiding en doel ....................................................................... 3 1.2 Status van deze visie.................................................................... 3 1.3 Leeswijzer .................................................................................... 3 2 Biobased Economy in perspectief …………………………………..…………….4 2.1 Wat is de biobased Economy? .................................................... 4 2.2 Trends en ontwikkelingen........................................................... 5 3 Beleid hogere overheden ……………………………………………………………..8 3.1 Biobased economy in Europa ...................................................... 8 3.2 Biobased economy in Nederland ................................................ 8 3.3 Biobased economy in Noord Nederland en Friesland ................. 9 3.4 Biobased economy in Zuidoost – Friesland ............................... 10 4 Uitgangspunten beleid ……………………………………………………………….11 4.1 Aansluiting op huidig beleid ...................................................... 11 4.2 Samenwerking en leren ............................................................. 12 4.3 Geleidelijke overgang ................................................................ 13 4.4 Keuzes op inhoud ......................................................................

13 4.5 Ketenbenadering waar mogelijk ............................................... 13 5 Strategische uitwerking ………………………………………………………………14 5.1 Algemeen................................................................................... 14 5.2 Agro & food ............................................................................... 14 5.2.1 Instandhouding en verbetering bodemkwaliteit............... 14 5.2.2

Gebruik reststromen voor biobased producten................ 14

5.2.3

Verbouw ten behoeve van duurzame materialen ............ 16

Versterking biologische landbouw ..................................... 17

5.3.2

Introduceren van de ketenbenadering .............................. 19

5.3.4

Informatievoorziening biobased materials ........................ 19

5.4 Recreatie & toerisme ................................................................. 20 5.4.1 Kennisontsluiting voor de recreatieve sector .................... 20

6

5.4.2

Biobased accommodaties .................................................. 21

5.4.3

Informatie en educatie voor recreanten............................ 21

Uitvoering en monitoring ……………………………………………………………23 6.1 Rol van de gemeente ................................................................. 23 6.2 Verwachtingen naar de overige betrokkenen ........................... 25 6.3 Uitvoeringsprogramma .............................................................. 25

Bijlage 1 Bijlage 2

2

Organisatie Beleidsvisie Biobased Economy Fondsen en subsidies

26 27

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

1 Biobased Economy en Ooststellingwerf

Deze visie wil tevens een inspiratiebron zijn voor ondernemers, bewoners, onderwijs en de overige maatschappelijke partners om samen met de gemeente tot initiatieven te komen om stapsgewijs een meer duurzame samenleving binnen én buiten onze gemeentegrenzen te bereiken.

1.1 Aanleiding en doel

1.2 Status van deze visie

De laatste 5 jaar is er in Nederland volop aandacht voor de biobased economy. In deze economie wordt niet langer gebruik gemaakt van fossiele en niet hernieuwbare grondstoffen, maar worden productieprocessen gericht op hernieuwbare grondstoffen, biomassa, voor de productie van niet-voedsel toepassingen. Deze filosofie sluit aan bij de koers die Ooststellingwerf heeft ingezet om te komen tot een duurzame economie binnen haar gemeente. In de Kaderbrief 2016-2019 zijn de strategische programma’s beschreven die centraal staan in het beleid van de gemeente. Binnen het Programma Ruimtelijke en Economische ontwikkeling is één van de deelthema’s het ontwikkelen van een biobased economy. De gemeente legt hierbij de nadruk op de volgende drie sectoren: Agro & Food, Bouw en Recreatie & Toerisme.

Deze visie is vastgesteld door de gemeenteraad. Hiermee wordt de visie binnen de gemeente breed gedragen en maakt zij onderdeel uit c.q. is een uitwerking van het strategisch beleid dat al eerder is geformuleerd, zoals de Kaderbrief 2016-2019 en het Milieubeleidsplan Ooststellingwerf 20122016.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt allereerst een korte introductie gegeven op de uitgangspunten en beginselen van de biobased economy en wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken van ontwikkelingen in Nederland en de regio. Hoofdstuk 3 geeft het beleidskader op Europees, nationaal en regionaal niveau. Ooststellingwerf maakt gebruik van reeds in gang gezette initiatieven, wil hier op aanhaken en wil deze waar mogelijk versterken binnen haar gemeente. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de uitgangspunten gegeven die de gemeente hanteert bij het formuleren en implementeren van deze visie. Hoofdstuk 5 geeft de beleidsvisie op de drie voor onze gemeente gekozen sectoren Agro & Food, Bouw en Recreatie & Toerisme. Per beleidsector worden de belangrijkste strategielijnen uitgewerkt en worden per strategielijn acties op hoofdlijnen geformuleerd. Deze beleidsvisie sluit in hoofdstuk 6 af met de wijze waarop de gemeente, samen met haar partners, uitvoering wil gaan geven aan de in hoofdstuk 5 geformuleerde acties.

De gemeente stelt zich ten doel om te komen tot een verduurzaming van bedrijven en bedrijfsprocessen, waarbij door middel van het aanbrengen van focus op de genoemde sectoren specialisatie ontstaat. Dit biedt kansen om binnen de gemeentegrenzen extra werkgelegenheid te realiseren. Op deze wijze wordt er gewerkt aan creëren van een biobased economy, waarin een duurzame leefomgeving en economische structuurversterking hand in hand gaan. In deze beleidsvisie worden de contouren geschetst voor de strategie van de gemeente Ooststellingwerf om te komen tot de biobased economy en de wijze waarop de gemeente hieraan haar bijdrage wil gaan leveren.

3

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

2 Biobased Economy in perspectief 2.1 Wat is de biobased Economy? In de biobased economy wordt er gebruik gemaakt van biomassa. Het gaat hierbij om 1e generatie biomassa (gewassen), tweede generatie, zoals afval dat vrijkomt uit de veeteelt en akkerbouw en derde generatie materiaal, zoals zeewier en algen. In Ooststellingwerf richten we ons op het 1e en 2e generatie materiaal. De biobased economy richt zich op toepassingen waarbij geen andere duurzame alternatieven voor handen zijn en waarbij altijd biomassa is betrokken. Biomassa vervangt fossiele grondstoffen bij toepassingen, zoals bij bouwmaterialen, plastics, cosmetica en medicijnen. Het opwekken van energie door middel van zon of wind behoort dus strikt genomen niet bij de Biobased Economy. Toch worden deze zeker gezien als zeer duurzame toepassingen die waar mogelijk door onze gemeente, ook in combinatie met andere biobased initiatieven, zullen worden gestimuleerd. In een biobased economy zijn er minder grondstoffen en energie nodig om producten te maken doordat deze door innovatie in productieprocessen minder nodig zijn. De consument vraagt steeds vaker om deze duurzame producten, wat past bij de bredere trend om te komen tot een Biobased Society en uiteindelijk tot een Circulaire Economie.

De circulaire economie richt zich bij duurzame producten zoals in het schema te zien is, in eerste instantie op hergebruik van producten, vervolgens op hergebruik van materialen en tenslotte op hergebruik van grondstoffen. Daarnaast worden producten zo gemaakt dat ze gemakkelijk te zijn hergebruiken (demontabel ontwerpen). De samenstelling van consumptieproducten is zoveel mogelijk biologisch afbreekbaar. Het gedachtegoed van een circulaire economie gaat echter nog verder. Zo wordt er bijvoorbeeld uitgegaan van gebruik in plaats van bezit van zaken zoals auto’s en andere apparaten, waardoor er absoluut gezien minder materialen nodig zijn. Deze deel-economie vereist een mind-shift bij de meeste mensen.

Er wordt in een circulaire economie een belangrijk onderscheid gemaakt tussen producten die er zijn voor de consumptie (consumables- biological nutrients) en producten die er zijn voor de lange termijn (durablestechnical nutrients)1. Dit wordt in het onderstaande schema geïllustreerd: 1

Ellen Mac Arthur Foundation

4

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

Door middel van het werken aan een biobased economy wil Ooststellingwerf een aanzet geven om uiteindelijk te komen tot een economie binnen haar gemeentegrenzen die meer circulair van aard is.

gerecycled plastic. Bijna tegelijkertijd is het Nederlandse Oggu Coca Cola en Pepsi te snel af. Het komt in de schappen van Albert Heijn en C1000 met cola, sinas en lemon-lime dat niet is gemaakt met chemicaliën maar met sinaasappels, citroenen en biologische rietsuiker. De ontwikkelingen gaan snel……

Bij het opstellen van deze visie is uit gesprekken met ondernemers en maatschappelijke partners gebleken dat er risico bestaat op begripsverwarring. Dit zou uiteindelijk kunnen leiden tot passiviteit, wanneer initiatieven wellicht niet helemaal biobased zijn of niet geheel passen bij de eerder genoemde definitie. Wij willen benadrukken dat deze visie dient om een omslag in denken op gang te brengen, waarbij er wat ons betreft geen plaats is voor academische discussies over definities. Het gaat erom dat nieuwe projecten en ideeën worden omarmd, tot wasdom komen en gaan bijdragen aan de implementatie van de strategielijnen van deze visie.

Internationaal is de trend dus ook ingezet. Veel bedrijven hebben concept afdelingen waar volop geëxperimenteerd wordt met de toepasbaarheid van natuurlijke materialen in traditionele producten. De auto-industrie past in veel van haar modellen al biobased plastics toe. Onderzoek gaat echter verder. Een mooi voorbeeld kwam eind vorig jaar in het nieuws toen Lexus haar eerste auto van golfkarton presenteerde. Deze auto kon alleen nog maar rechtdoor rijden op lage snelheid en zullen we nooit op de weg terugzien, maar de trend is onomkeerbaar.

2.2 Trends en ontwikkelingen Europa en Nederland Aandacht voor de biobased economy is niet van gisteren. Op een langere tijdslijn is er maar een redelijk korte periode geweest, de 20ste eeuw, waarin ons ecosysteem in onbalans is geraakt en waarin natuurlijke hulpbronnen worden uitgeput. De laatste decennia is het besef ontstaan dat er een ander gebruik van natuurlijke hulpbronnen en beschikbare voorraden nodig is. Dit besef leeft niet alleen onder een kleine groep voorlopers, maar is inmiddels mainstream aan het worden. Grote bedrijven in Nederland zoals Akzo Nobel, Dow, DuPont, Proctor & Gamble en DSM, en tal van kleine bedrijven, zijn nauw betrokken bij projecten om bijvoorbeeld biobased plastics verder te ontwikkelen en hiervoor op grote schaal afvalstoffen uit de landbouw te gebruiken. Een baanbrekend voorbeeld werd meer dan een jaar geleden gelanceerd door Coca Cola. Haar PlantBottle, een nieuwe frisdrankfles op basis van een Nederlands concept, bestaat voor een kwart uit planten en voor een kwart uit 5

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

In Nederland heeft de chemiesector verschillende clusters geïnitieerd die zich richten op het ontwikkelen van biobased producten. Voorbeelden zijn het cluster rond DSM in Limburg, Sabic in Brabant, bedrijven in de haven van Rotterdam en bij de universiteit van Delft (wederom samenwerking met DSM). In de BioBased Delta (omgeving van Bergen op Zoom en Terneuzen) richt men zich met de chemische industrie op de verwaarding van reststoffen uit de agrosector en van algen en wieren.

Noord Nederland en de regio rond Ooststellingwerf In de regio rond Emmen heeft zich een cluster gevormd rond het thema biochemie. Op het Emmtec Industry & Businesspark werken de Hogescholen Windesheim en Stenden en de Nederlandse rubber- en kunststofindustrie samen in het Centre of Open Chemical Innovation (COCI). Green PAC COCI Emmen heeft competenties op het gebied van (bio) polymeren, vezels en composieten.

Voor de land & tuinbouw is er een sterk cluster in de Westland regio. Hier probeert men reststoffen uit de tuinbouwsector te gebruiken voor nieuwe toepassingen, zoals het mengen van tomatenstengels in papier- en karton toepassingen.

In Noordoost Nederland maakt de papier- en karton industrie onderdeel uit van het Dutch Biorefinery Cluster. Op het gebied van zuivel maakt ook Friesland Campina deel uit van dit Noord-Nederlandse cluster. Dit zelfde geldt op het gebied van agro voor Avebe en Agrifirm. Dit Dutch Biorefinery Cluster richt zich op een breed spectrum van onderwerpen zoals het sluiten van kringlopen, bioraffinage, mest- en watervalorisatie, chemische bouwstenen uit planten en biobased materials. Verschillende overheden en marktpartijen hebben met behulp van Urgenda in 2015 het rapport Circulair Fryslân uitgebracht. Op basis van een grondstofstromen-analyse wordt gekomen tot een aantal circulaire kansen voor de landbouwsector, de kunststofindustrie, organische reststromen, de bouwsector en verziltende landbouwgronden binnen de provincie:  Voor de landbouwsector gaat het om mestverwaarding, verbeteren van de biodiversiteit, het in stand houden van de bodemkwaliteit en het verminderen van de broeikasgasemissies.  Voor kunststof gaat het om de verwerking en verwaarding van plastic uit afvalstromen.  Vanuit landschapsbeheer als vanuit de afvalwaterzuivering en de landbouw komen grote hoeveelheden organische reststromen vrij. Deze reststromen kunnen via verschillende bioraffinage processen opgewerkt worden tot waardevolle materialen, chemicaliën, halffabricaten en diervoeding.

Op gebiedsniveau heeft Schiphol Area Development Company op Schiphol Tradepark de primeur. Het heeft een gebied aangewezen, The Valley, waar alleen nieuwe initiatieven ontwikkeld kunnen worden op het gebied van de circulaire economie. Net als andere initiatieven op gebieds- of regioniveau staat deze ontwikkeling nog in de kinderschoenen. 6

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

Het aanhaken bij de natuurlijke omgeving en het oppakken van kansen die er liggen vanuit deze omgeving en de sectoren die in de omgeving sterk zijn vertegenwoordigd, lijkt het meest kansrijk. Deze lijn wil Ooststellingwerf dan ook inzetten met haar drie thema’s Agro & Food, Bouw en Recreatie & Toerisme.

Bij de bouw is de inzet het hoogwaardig hergebruik van materialen en het circulair ontwerpen, zowel waar het nieuwbouw als renovaties betreft. Bovenstaande aspecten zijn direct van belang voor de beleidssectoren waarop Ooststellingwerf haar beleidsvisie richt. Bovenstaande focus biedt een goede input voor deze beleidsvisie.

Het wordt duidelijk dat wanneer Ooststellingwerf zich wil onderscheiden op deze sectoren en de biobased economy als een kans voor economische structuurversterking wil inzetten, snelheid is geboden. Ooststellingwerf kan onderscheidend zijn en koploper worden. Ze kan één van de eerste gemeenten in Nederland worden die de biobased economy op deze wijze integraal oppakt en op de kaart zet.

Binnen de gemeente en de regio ZO Fryslân wordt ook al hard gewerkt aan de biobased economy. Op de website Mooi ZO Fryslân worden door Ooststellingwerf in samenwerking met de andere gemeenten van Zuidoost Fryslân voor de sectoren Agro, Bouw en Recreatie & Toerisme en de thema’s Bodem & Biodiversiteit en energie voorbeeldprojecten gegeven van bedrijven die voorop lopen in de transitie. In hoofdstuk 5 zal bij de uitwerking van de beleidsvisie een aantal van deze initiatieven worden belicht. In de workshops die zijn gehouden met marktpartijen in het kader van het opstellen van deze visie komt een groot enthousiasme naar voren bij partijen om met dit onderwerp aan de slag te gaan. Veel partijen zijn ook al met de biobased economy in de praktijk bezig. Ook van hen komt een aantal aan bod in hoofdstuk 5. De lijst met workshopdeelnemers is bijgevoegd als Bijlage 1. Conclusie De transitie naar een biobased economy, en verder naar een circulaire economie, is ingezet en lijkt onomkeerbaar. Zowel vanuit de chemie als vanuit de agrosector zijn er veel initiatieven in ontwikkeling. Projecten worden vaak solitair opgepakt. Tegelijkertijd is te zien dat verschillende initiatieven gebruik maken van hun omgeving, zoals bij de zuivelindustrie en aardappel en zetmeel industrie in Noord Nederland. Het begin van de ketenbenadering wordt dus al gemaakt.

7

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

3 Beleid hogere overheden

onderdeel uit van de Kamerbrief Bedrijvenbeleid in Uitvoering (voortgang implementatie topsectorenbeleid) en geeft de middellange termijnvisie van het kabinet weer op de hele keten van biobased economy, van duurzame biomassavoorziening tot biobased toepassingen.

3.1 Biobased economy in Europa

Het kabinet wil topsectoren waarin Nederland wereldwijd uitblinkt, nog sterker maken. Ondernemers en wetenschappers van de 9 topsectoren werken samen in Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI). In deze TKI’s zoeken ze naar manieren om vernieuwende producten of diensten op de markt te brengen. Om dat te bereiken, werken overheid, bedrijfsleven, universiteiten en onderzoekscentra samen aan kennis en innovatie. De afspraken hierover zijn vastgelegd in zogeheten innovatiecontracten. Op rijksniveau wordt de transitie naar de biobased economy sterk gekoppeld aan de kennisontwikkeling en innovatie van deze topsectorenaanpak. Vanuit de topsectoren heeft dit geleid tot een businessplan/innovatiecontract, getiteld Groene Groei, van biomassa naar business (april 2012). Hierin bundelen de 6 topsectoren chemie, agrofood, tuinbouw en uitgangsmaterialen, logistiek, energie en water hun krachten3. De uitvoering van het businessplan vindt plaats via het Topconsortium voor Kennis & Innovatie (TKI) Biobased Economy. De TKI-BBE draagt bij aan het realiseren van de biobased economy in Nederland en omvat alle aspecten van de vergroening van de economie. Er zijn 6 programmalijnen: 1. Biobased materialen; 2. Bio-energy en Bioechemicaliën; 3. Geïntegreerde bioraffinage; 4. Teeltoptimalisatie en biomassaproductie; 5. Terugwinnen en hergebruik; 6. Economie, beleid en duurzaamheid.

De aandacht voor de biobased economy is op Europees niveau en binnen Nederland bijna gelijktijdig ontstaan. De Europese lange termijn strategie is op het gebied van de biobased economy uitgewerkt in een Mededeling van de Europese Commissie van februari 2012 getiteld Innovatie voor duurzame groei: een bio-economie voor Europa. De bio-economie wordt gezien als perspectief voor het behoud en de totstandbrenging van economische groei in onder meer plattelandsregio’s, een vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een duurzamere primaire productie en verwerking.2 Uitvoering van deze strategie vindt op het gebied van de biobased economy onder meer plaats via de publiek private samenwerking BRIDGE (Biobased and Renewable Industries for Development and Growth in Europe). Binnen BRIDGE wordt door een groep van 50 innovatieve Europese bedrijven gewerkt om bruggen te slaan tussen de wetenschap en het bedrijfsleven. Demonstratieprojecten moeten ervoor zorgen dat kennis daadwerkelijk wordt omgezet in innovatie. Sectoroverschrijdend denken en multidisciplinair onderzoek is hierbij belangrijk.

3.2 Biobased economy in Nederland De integrale middellange termijn visie van de rijksoverheid is neergelegd in de Hoofdlijnennotitie Biobased Economy. Deze notitie maakt 2

Deze strategie bouwt onder meer voort op het EU kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon 2020. Bio-economy is één van de 6 peilers van het Horizon 2020 programma.

3

In totaal hebben meer dan 100 bedrijven zich aan dit contract gecommitteerd en is voor meer dan 200 miljoen euro toegezegd.

8

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

3.3 Biobased economy in Noord Nederland en Friesland

• Bouwen met koolhydraten en eiwitten; • Groene bouwblokken voor de chemie; • Vezels en biopolymeren naar toepassingen brengen. De randvoorwaarden die hiervoor nodig zijn, zijn integratie van ketens, uitbouw van bio-energieprojecten en betere toegankelijkheid van kennis.

Het Europees en rijksbeleid is voor Noord Nederland door de noordelijke provincies doorvertaald in een Roadmap Biobased Economy4. Het doel van de Roadmap is om bij te dragen aan de toonaangevende positie die Noord-Nederland wil verwerven in duurzaam gebruik van groene grondstoffen en hergebruik van groene rest- en nevenproducten. Dit hoofddoel kan worden bereikt door te focussen op de volgende subdoelen: 1. Het vergroenen van producten en productieprocessen; meer gebruik maken van groene niet fossiele grondstoffen met minder energie of afvalproductie in bedrijfsprocessen; 2. Het verleggen van de focus naar het maken van hoogwaardige duurzame materialen. Bestaande industrieën (agro, food, papier en chemie) kunnen deze ontwikkelen; 3. Het benutten van de agrarische sector voor het ontwikkelen van nieuwe producten en innovatieve toepassingen: bouwmaterialen, textiel en chemicaliën; 4. Het integreren van ketens van bedrijven, ook over de grenzen van sectoren heen. 5. Het versterken van de rol van kennis in de Noord Nederlandse economie; 6. Het benutten van de mogelijkheden van Europese samenwerking, onder andere met Duitsland. In de Roadmap staan de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst op het gebied van biobased economy in het Noorden beschreven. Ingezet wordt op vier pijlers: • Gewassen verwaarden tot eindproducten;

Innovatie en onderzoek is nodig om invulling te kunnen geven aan de ambities die Noord Nederland heeft op het gebied van economische structuurversterking in het algemeen en de biobased economy in het bijzonder. Daarom is door het SNN een regionale uitwerking van het Europese 2020 beleid opgesteld. Deze RIS3 strategie5 is nodig om aanspraak te kunnen maken op de Europese EFRO gelden. In RIS3 voor Noord Nederland werken Groningen, Friesland en Drenthe samen. Vier grote maatschappelijke uitdagingen vormen de inhoudelijke focus van de RIS3 voor Noord Nederland:  Gezondheid, demografie en welzijn;

4

5

De NOM (Greenlincs) voert namens de noordelijk provincies de coördinatie.

9

RIS3: Research and Innovation Strategy for Smart Specialisation

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

 Voedselzekerheid, duurzame landbouw en bio-economie;  Zekere, schone en efficiënte energie;  Schone, veilige watervoorziening. Voor Noord Nederland is de agrarische sector bij de ontwikkeling van de biobased economy van groot belang. De agrarische sector moet vernieuwen, waarbij het werken aan de biobased economy integraal kan worden meegenomen. De provincies Groningen, Fryslân en Drenthe hebben samen met agrarische ondernemers (vertegenwoordigd door LTO Noord), de landbouwsector en bedrijven die daaraan verbonden zijn (agro- en foodindustrie), maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen hiertoe de AgroAgenda Noord-Nederland 2013-2020 opgesteld. Met deze AgroAgenda moet bereikt worden dat de noordelijke agrosector in 2020: - modern en renderend is, - schoon en efficiënt produceert en, - in balans is met mens en omgeving. De uitvoering van de AgroAgenda wordt gecoördineerd door de NOM (Greenlincs) en kent 5 programmalijnen: 1. Duurzame primaire productie 2. Meer toegevoegde waarde in de keten 3. Landbouw en omgeving 4. Infrastructuur 5. Kennisnetwerk

Zuidoost op regionale schaal. Binnen de streekagenda is als ontwikkelproject opgenomen het komen tot een biobased economy. Ontwikkelprojecten gaan over thema’s die voor alle partners belangrijk zijn, het zijn onderwerpen die men graag met maatschappelijke partners verder wil uitwerken. In die zin is de biobased economy ook door de regio al op de beleidsagenda gezet. De regio richt zich binnen de biobased economy op de sectoren: - Agro - Recreatie & Toerisme - Bodem & Biodiversiteit - Energie

3.4 Biobased economy in Zuidoost – Friesland Op 29 oktober 2013 is door de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf. Opsterland, Smallingerland en Heerenveen, het Wetterskip en de provincie de Streekagenda Zuidoost – Friesland vastgesteld. Deze streekagenda heeft focus aangebracht aan de uitvoering van projecten die van belang zijn voor de ontwikkeling van

10

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

4 Uitgangspunten beleid

die voortkomen uit de biochemie, maar ook uit de agrosector of direct uit de natuur (hout). Voor de ontwikkeling van biobased initiatieven in de sector Recreatie & Toerisme worden geen directe toepassingen of aanknopingspunten gegeven in de Noordelijke Roadmap en de Agroagenda.

Ooststellingwerf wil focus aanbrengen bij de uitgangspunten die zij hanteert bij het ontwikkelen van de biobased economy binnen haar grenzen. Deze bieden de kaders voor het beleid en geven voor alle betrokken stakeholders richting aan het uitvoeringsproces. In het onderstaande worden de uitgangspunten en demarcaties gegeven die worden gehanteerd voor deze beleidsvisie en de uitvoering ervan.

De provincie Fryslân heeft haar milieubeleid neergelegd in het Frysk Miljeuplan 2011-2014 en de verlenging ervan, Frysk Miljeuplan 20152016. Deze beleidsvisie past in het tweede uitvoeringsspoor Samen bouwen aan een schone, eerlijke en gezonde samenleving.

4.1 Aansluiting op huidig beleid

De provincie legt de focus op de volgende thema’s: 1. De Friese Grondstoffenagenda (FGA); 2. Duurzame transportgrondstoffen; 3. Fairtrade / Millenniumdoelen; 4. Eetbaar Fryslân. Met de FGA wil de provincie haar bijdrage leveren om te komen tot een Circulaire Economie en een Biobased Economy. Gestreefd wordt naar het verlagen van de milieu-impact van grondstoffenstromen, innovatie om te komen tot duurzamere varianten en meer zelfvoorzienendheid waardoor er ook meer groene werkgelegenheid komt. Hierbij wordt ook een koppeling gelegd naar de agro-food agenda. Concrete voorbeelden die genoemd worden zijn bijvoorbeeld duurzame dakbedekking en vervanging van niet duurzame materialen door biobased kunststoffen. Van belang is ook de zogenaamde Biomassa-cascade: een meerjarig traject voor waardebehoud en -vermeerdering van organische grondstoffen (biomassa) in de keten, waarmee een link wordt gelegd naar klimaat, bodemvruchtbaarheid, voedingswaarde en energievoorziening. Bij ‘Duurzame transportgrondstoffen’ wordt ingezet op LNG en GroenGas. ‘Eetbaar Fryslân’ focust op het meer lokaal produceren van voedsel, waar mogelijk op een biologische wijze. Ook hier is het sluiten van ketens weer van belang en her organiseren van productie en afzet op lokale en regionale schaal. Daarnaast heeft deze biologische teelt een meerwaarde

In het vorige hoofdstuk is het beleid van de hogere overheden weergegeven. Met deze visie geeft Ooststellingwerf, op een wijze die past bij de economische kracht binnen haar gemeente, invulling aan de koers die Europa en Nederland met de biobased economy inzetten. De gemeente wil ook voortbouwen op het al bestaande provinciaal beleid, het beleid van de regio en het bestaande gemeentelijke beleid. De visie geeft invulling aan de Roadmap Biobased Economy van de Noordelijke provincies en de Agro-Agenda Noord Nederland 2013-2020. Ooststellingwerf onderschrijft de ingezette strategie om op het gebied van Agro & Food de ketens van bedrijven te integreren en producten en productieprocessen te vergroenen. De natuurlijke omgeving in gemeente Ooststellingwerf heeft een hoge biodiversiteit die gekoesterd moet worden. Daarnaast kan gezocht worden naar gewassen of afvalstoffen van gewassen die als grondstoffen kunnen dienen voor biobased producten. Op het gebied van bouw wordt aansluiting gezocht waar het gaat om de ontwikkeling van hoogwaardige duurzame materialen die gebruikt kunnen worden in de bouw. Het gaat hierbij om producten en materialen

11

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

voor natuur en landschap. Ook is er speciale focus op streekproducten voor de toeristisch-recreatieve sector.

economy worden genoemd. Daarnaast is als uitvloeisel van de Streekagenda de website Mooi ZO Fryslân ingericht. Met deze visie versterkt Ooststellingwerf dit in gang gezette beleid. Zij streeft er ook naar met deze beleidsvisie haar partners in ZO Fryslân te inspireren en mee te nemen in uitvoeringsprojecten.

Met het introduceren van de principes van de biobased economy binnen haar gemeente onderschrijft Ooststellingwerf de thema’s 1, 2 en 4 en geeft hier op haar eigen wijze invulling aan. Daarnaast dient vermeld te worden dat Ooststellingwerf zowel Fair Trade als Millenniumgemeente is.

In 2011 heeft Ooststellingwerf haar laatste milieubeleidsplan vastgesteld dat loopt tot 2016. Met deze visie versterkt de gemeente het onderdeel Samenwerking van het milieubeleidsplan. Dit onderdeel is gericht op de samenwerking met:  Ecomunitypark als een voorbeeld project dat zich richt op duurzame bedrijvigheid en de biobased economy;  Duurzame recreatie en toerisme en het stimuleren van de bedrijven in deze sector. Daarnaast draagt deze beleidsvisie bij aan het halen van de energiedoelstellingen van de gemeente. In een biobased economy wordt er immers minder gebruik gemaakt van fossiele, niet hernieuwbare brandstoffen.

4.2 Samenwerking en leren Samenwerking tussen de gemeente, bedrijven en kennisinstellingen in Fryslân op MBO en HBO niveau is van belang. Deze kennisinstellingen zijn vaak nog niet direct in de regio vertegenwoordigd, maar hebben sterke interesse om op het onderwerp biobased economy in de regio onderwijs te geven en onderzoek te doen. Samenwerking zal op onderdelen specifieker moeten en SMART moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld met Stenden in Emmen (bio-plastics) en de biobased kennis van Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Meer algemeen is samenwerking met de volgende kennisinstellingen van belang:  Stenden Hogeschool;  Hogeschool Van Hall Larenstein;

Samen met de gemeenten Heerenveen, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf, het Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân is door Ooststellingwerf de Streekagenda Zuidoost opgesteld. Doel van de streekagenda is om gezamenlijk te werken aan een duurzame ontwikkeling van de regio op een integrale en gebiedsgerichte wijze. Duurzame versterking van de landbouwstructuur, versterking van toerisme en recreatie en het benutten van de kansen van de biobased 12

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

 Hanze Hogeschool;  Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;  Nordwin College;  Friesland College. Er zijn in het Noorden van Nederland al verschillende kennisclusters actief op het gebied van de biobased economy. Ooststellingwerf wil leren van de andere innovatieclusters in het noorden en samenwerken om op haar aandachtsgebieden, de 3 sectoren, pilots te initiëren. Verbindingen met andere gebieden en ontwikkelingen zijn nodig om kennis en ervaring op te doen. Deze verbindingen worden daarom nagestreefd.

zich richten op energieopwekking of andere toepassing van biobased materiaal lager in de keten.

4.4 Keuzes op inhoud De term ‘slimme specialisatiestrategie’ is door de Europese Commissie geïntroduceerd om regio’s in Europa op te roepen hun onderzoeks- en innovatiestrategie zo in te richten dat zij in Europees verband een onderscheidend voordeel kunnen behalen. Anders gezegd: regio’s moeten niet elkaar kopiëren, maar op basis van eigen sterkten een positie kiezen en verder uitwerken. Dit geldt binnen de regio Noord Nederland ook voor Ooststellingwerf. Binnen de sectoren Agro & Food, Bouw en Recreatie & Toerisme moeten specifieke terreinen worden gekozen waarop we ons kunnen onderscheiden en letterlijk en figuurlijk toegevoegde waarde kunnen leveren. De keuzes leiden tot een biobased profiel voor Ooststellingwerf dat moet passen bij de gemeente en de regio.

4.3 Geleidelijke overgang Een hoog ontwikkelde biobased economy gebruikt groene grondstoffen in de eerste plaats voor de productie van chemicaliën en materialen en daarnaast voor energie, zodanig dat concurrentie met de voedselvoorziening wordt geminimaliseerd. Nu wij in Ooststellingwerf nog in de beginfase van de actieve ontwikkeling van de biobased economy zitten, is de verhouding tussen energie en materialen nog omgekeerd: er gaat op dit moment veel meer biomassa naar energie. Ooststellingwerf maakt de keuze om zich op de middellange termijn (5 tot 10 jaar) vooral op het hogere segment van de keten te richten, dus vooral op duurzame en blijvende producten, in plaats van bijvoorbeeld energieopwekking, waarvoor ook voldoende goede duurzame alternatieven zijn.

4.5 Ketenbenadering waar mogelijk In de regio kunnen de grondstoffen voor de halfproducten en eindproducten die er van worden gemaakt worden gevonden. Hierdoor worden rijafstanden met grondstoffen en materialen beperkt en worden ketens op regionale schaal gesloten. Hierbij is het van belang om vraag en aanbod af te stemmen. Dit betekent dat er kan worden gezocht naar welke producten er van bestaande afval- en grondstoffenstromen uit de regio worden gemaakt, maar ook aan welke afval- en grondstoffen er behoefte is voor regionale productie.

Een overgang moet echter geleidelijk plaatsvinden. Businesscases en best practices waarbij deeloplossingen biobased zijn, kunnen als onderdeel van deze transitie worden gezien. Dit betekent dat er binnen de gemeente en de regio de eerste jaren ook projecten zullen worden ondersteund die

13

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

5 Strategische uitwerking

Bodem binnen haar gemeentegrenzen te krijgen. Dit kenniscentrum zal onderzoek gaan doen naar de instandhouding en bevordering van een goede bodemkwaliteit, mede gericht op het goed en duurzaam kunnen exploiteren van deze bodem. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan duurzaam ketenbeheer. Dit Kenniscentrum kan deel uit gaan maken van de grotere kennis- en onderzoeksfaciliteit die de gemeente wil realiseren op Ecomunitypark. Dit centrum zal onder bijvoorbeeld de naam BioBase een proeftuin worden voor onderwijsinstellingen en overheden om samen met de bedrijven op het park en bedrijven uit de regio nieuwe initiatieven en producten te ontwikkelen voor de biobased economy.

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt de beleidsstrategie voor de 3 gekozen sectoren Agro & Food, Bouw en Recreatie & Toerisme uitgewerkt. Per sector worden de belangrijkste beleidslijnen gegeven en worden hier acties op hooflijnen aan gekoppeld.

5.2 Agro & food

Ecostyle

5.2.1 Instandhouding en verbetering bodemkwaliteit Ooststellingwerf en haar omgeving staan bekend om de goede kwaliteit bodem voor agrarische productie. Om een biobased economy duurzaam te kunnen bedrijven is een blijvend goede bodemkwaliteit, een natuurlijk gezonde bodem, noodzakelijk. Dit kan enerzijds door het duurzaam gebruiken van de bodem door de agrarische sector, maar ook door het upgraden van de kwaliteit door micro-organismen of andere voedingsstoffen toe te voegen, bijvoorbeeld door het toevoegen van organisch materiaal ter afdekking in combinatie met het stoppen met ploegen (kerende bodembewerking). Dit kan mogelijk door reststromen uit biogasinstallaties te upgraden en te gebruiken of door het slimmer gebruiken van mest en drijfmest, bijvoorbeeld door het te mengen met ander organisch materiaal. Op deze wijze kan er een mineralenkringloop op gang worden gebracht die de bodem weer in balans brengt.

Anne Jan Zwart van Ecostyle: Naast klimaatverandering is bodemkwaliteit één van de belangrijkste uitdagingen waar we voor staan, gezien de groeiende wereldbevolking. Met Ecomunitypark kunnen we een bijdrage leveren aan onderzoek en samenwerking om de bodemkwaliteit en het benutten van de bodem naar een hoger niveau te krijgen. Een Kenniscentrum kan hier een belangrijke rol in spelen.

5.2.2 Gebruik reststromen voor biobased producten Op verschillende plekken in (Noord) Nederland worden restproducten uit de agro en food industrie gebruikt voor het maken van biobased producten. Voorbeelden zijn producten die worden gemaakt van zij- of reststromen bij de productie van tomaten, mais, aardappelen en suikerbieten. Vaak gaat het nog om een combinatie met gewassen die primair voor niet-voedsel toepassingen worden geteeld, zoals zetmeel

Over deze onderwerpen is nog onvoldoende kennis in de markt aanwezig. Daarom wil de gemeente zich samen met bedrijven en andere marktpartijen én de provincie Friesland inzetten om een Kenniscentrum 14

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

voor bio-plastics. Het kan ook gaan om planten die als grondstof kunnen dienen voor de productie van geneesmiddelen, voedingsingrediënten zoals vitamines, smaak- en geurstoffen, en voor cosmetica en veevoer.

Tenslotte worden productieprocessen voor biobased producten in andere delen van Nederland in beeld gebracht, om mogelijk quick wins te kunnen generen wanneer grondstoffen binnen de regio voor handen zijn. Wanneer blijkt dat materialen uit de regio in potentie geschikt zijn voor de productie van biobased materialen dan kan hiervoor in samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven een businesscase worden opgezet. De gemeente kan hierbij wanneer het economisch belang groot is, als aanjager dienen onder de voorwaarde dat de productie van de biobased producten naar de gemeente wordt gehaald. In Makkinga wordt voor ongeveer 750 huishoudens energie opgewekt door de een biovergister. Dit gebeurt met reststromen uit de industrie (op dit moment o.a. graan en cacaoresten en op de veiling doorgedraaide appels) en een combinatie van varkens-, kippen- en koeien mest.

Bestek gemaakt van aardappelafval Het moet beter inzichtelijk worden welke afvalstoffen nu vrijkomen uit de regio ZO Fryslân en voor welke producten deze afvalstoffen als grondstof kunnen dienen. In bredere zin geldt dit ook voor de gewassen die op basis van de bodemkwaliteit en biodiversiteit passen bij een regionale productie. Anderzijds kan vraaggestuurd onderzoek plaatsvinden op basis van al aanwezige kennis en ervaring. Naar de productie van welke gewassen is er bewezen behoefte als grondstof van hoogwaardige producten, bijvoorbeeld in de bouwsector? Het in kaart brengen van de omvang van de restproducten, de behoefte in de markt en het verkennen van de bredere toepassingsmogelijkheden zal actief worden opgepakt. 15

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

Voor zover er geen hoogwaardigere toepassingen zijn voor deze producten binnen de biobased economy kan deze vergisting een significante bijdrage leveren aan de energievoorziening. Op basis van deze business case dient onderzocht te worden op welke wijze en met welk toekomstperspectief bio-vergisting een bijdrage kan leveren aan de biobased economy in de regio.

Op 4 februari 2015 hebben de ministeries van EZ en I&M samen met meer dan 10 bedrijven de Green Deal Natuurvezels ondertekend. Doel is om de afzetmarkt te vergroten en door middel van businesscases de haalbaarheid aan te tonen.Er worden landelijk pilots uitgevoerd op 4 deelgebieden:  Veevoer: gericht op het telen van vezelhennep als ruwvoer voor melkkoeien. Het eiwithoudende deel van de plant kan zelfs dienen als vervanger van soja in veevoer;  Textiel: zet in op de toepassing van bastvezel van hennep als grondstof voor textiel (bijvoorbeeld voor hoogwaardige garens);  Bouwmateriaal: verdienmodel ontwikkelen voor de productie en afzet van hennepblokken. De productie van (kalk)hennepsteen heeft een aanzienlijk lagere ecologische voetafdruk dan baksteen en gangbare bouwblokken. Bouwblokken van kalk en hennepscheven leggen CO2 vast en zijn composteerbaar;  Composieten: het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen voor composietmaterialen op basis van natuurvezels.

5.2.3 Verbouw ten behoeve van duurzame materialen De gronden in Zuidoost Friesland lenen zich bij uitstek voor de verbouw van vezelrijke productiegewassen, zoals hennep, vlas en olifantsgras. De geproduceerde biomassa is geschikt voor veel industriële toepassingen. Toch is de afzetmarkt voor deze grondstof nog erg klein.

De teelt van hennep en het verwerkingsproces tot textiel vereisen geen chemicaliën en slechts 5 procent water vergeleken met katoen. Na bewerking biedt de hennepbastvezel een veelbelovende aanvulling op het gangbare assortiment textiel‐ en natuurvezels. Hennep behoeft weinig bestrijdingsmiddelen en nauwelijks bemesting. Doordat de planten diep wortelen, verrijken ze de grond met organisch materiaal en zuurstof. De kwaliteit en de biodiversiteit van de teeltakker neemt hierdoor toe. De gemeente wil samen met de agrarische sector en het onderwijs de mogelijkheden voor de verbouw van vezelrijke productiegewassen verkennen. Tegelijkertijd wil zij onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de verwerking van deze gewassen in de regio kan plaats vinden.

16

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

5.2.4 Versterking biologische landbouw

Nederlandse overheid zet zich met convenantpartners en het bedrijfsleven in voor de groei van biologische teelt en consumptie. Het beleid is er op gericht om de markt jaarlijks met minimaal 10% te laten groeien. Hierbij moet de groei van de teelt in balans zijn met de groei van de markt. Ooststellingwerf heeft met Machandel één van de belangrijke spelers in de verwerking van biologische tuinbouwproducten binnen haar grenzen. Het grootste deel van de productie voor Machandel vindt in Nederland plaats op relatief grote afstand. Binnen de regio is nog weinig biologische teelt aanwezig.

In Nederland is het areaal biologische landbouwgrond slechts 2,7%. Dit percentage is ongeveer de helft van dat van de Europese Unie. 12% van de biologische landbouwgrond in Nederland bevindt zich in Friesland. Op 40 procent van de biologische bedrijven worden vooral graasdieren gehouden: runderen, schapen en geiten. Van het totaal aantal biologische bedrijven heeft het tuinbouwbedrijf een aandeel van 16%. Het hokdierbedrijf, combinatiebedrijf (gemengd bedrijf) en akkerbouwbedrijf hebben elk een aandeel van 13%, en het blijvend teeltbedrijf een aandeel van 5%.

Machandel

Piet Glasbeek van Machandel: De teelten van de grondstoffen moeten de vruchtbaarheid van de aarde niet aantasten maar juist bevorderen. Synthetische kunstmest en bestrijdingsmiddelen zijn niet toegestaan. Er wordt bij de productie in onze fabriek gebruik gemaakt van energie uit zon, wind en water. Momenteel zijn er meer dan 200 biologisch-dynamische en biologische producten beschikbaar die gedurende de verschillende jaarseizoenen geproduceerd worden.

Biologische producten en de vermarkting in de streek passen uitstekend binnen het gedachtengoed van de biobased economy. De populariteit aan streekproducten wint nog steeds terrein. Mensen kiezen steeds vaker voor bewust en verantwoord voedsel. De boerderijwinkel is het meest geliefd als het gaat om het kopen van streekproducten. Dit biedt niet alleen kansen voor de agrarische sector, maar ook bijvoorbeeld voor de toeristische sector, die een belangrijke rol kan spelen bij het op de kaart

Toch stijgt de verkoop van biologische producten in Nederland snel. Deze groei wordt met name gerealiseerd in de reguliere supermarkten, terwijl de omzet in de biologische supermarkten ongeveer gelijk blijft. De 17

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

zetten van de regio als producent van biologische producten, ook door letterlijk deze streekproducten op de kaart te zetten.

uit biobased materialen tenzij er geen goede of betaalbare biobased materialen voor handen zijn. In haar eigen aanbestedingen zal de gemeente het toepassen van deze materialen waar mogelijk voorschrijven en in ieder geval stimuleren. Dit geldt ook voor de bredere toepassing in de markt. Daarnaast zal de gemeente in het kader van vooroverleg bij het verlenen van omgevingsvergunningen aandacht vragen voor de toepassing van biobased materials.

De gemeente wil, in samenwerking met landbouwpartners, een actieve rol gaan spelen om het areaal landbouwgrond dat wordt gebruikt voor de productie van biologische producten binnen haar gemeente te vergroten. Dit door verbindingen te leggen tussen de landbouwsector en de verwerkers van producten en het creëren van een directe afname door de toeristisch recreatieve sector.

5.3 Bouw 5.3.1 Toepassing in gemeentelijk projecten Een deel van de biobased bouwmaterialen bevindt zich nog in een experimenteerfase en beschikt nog niet over de benodigde certificeringen voor bijvoorbeeld brandveiligheid. De laatste jaren zijn er echter veel goede bouwmaterialen op de markt gekomen die wel voldoen.

Dengo Keukens

Theo Hanenburg van Dengo Wij zijn FSC gecertificeerd en hebben de laatste jaren al geëxperimenteerd met het toepassen van biobased materials. Wij zijn er klaar voor. Zo gauw we afnemers hebben die voor ‘biobased’ gaan kunnen wij prachtige keukens of andere producten uit ons assortiment leveren.

In 2018 wordt de nieuwe Omgevingswet van kracht en worden de huidige bestemmingsplannen vervangen door Omgevingsplannen. De gemeente zal de mogelijkheden om duurzaamheid en het gebruik van biobased bouwmaterialen voor te schrijven in deze Omgevingsplannen verkennen.

Geen reden dus om langer te wachten met het breder toepassen van biobased bouwmaterialen.Wanneer er gekomen wordt tot de realisatie van BioBase (zie ook 5.2.1) dan zal dit centrum zoveel mogelijk bestaan 18

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

Op verschillende plaatsen in Noord Nederland is de afgelopen jaren al geëxperimenteerd met leemstenen in de bouw, zoals bij Schellerpark Zwolle en het Dierenpark Emmen. Binnen de gemeente Ooststellingwerf en breder in de regio is er veel leem voor handen. De gemeente wil de toepasbaarheid van leemstenen in haar eigen projecten leemsteen onderzoeken en waar mogelijk toepassen en het gebruik in andere projecten stimuleren.

materialen willen gebruiken. De afnemers op hun beurt moeten woningcorporaties, huiseigenaren en andere opdrachtgevers bereid vinden om deze materialen te mogen verwerken, mogelijk tegen een geringe meerprijs. Er is nog veel onbekendheid in de keten over de eigenschappen van deze materialen en de mogelijkheden die er zijn. De gemeente zal met bouwbedrijven en de andere partners in de keten overleg opstarten om het gebruik van deze materialen te stimuleren. De volgende doelen worden hierbij nagestreefd:  eenvoudig maakbaar, daardoor prijsconcurrerend;  eenvoudig verkrijgbaar (bij voorkeur in de regio);  flexibel toepasbaar.

5.3.2 Introduceren van de ketenbenadering Bij de ketenbenadering voor het toepassen van biobased materials wordt er van uitgegaan dat alle schakels in de bouwketen mee werken om biobased te gaan bouwen. Dit houdt in dat aan de productiezijde van deze materialen slagen gemaakt moeten worden. Er liggen kansen om restmaterialen uit de landbouwsector of bijvoorbeeld groen en houtafval van de gemeente of Staatsbosbeheer te verwerken tot producten.

Ecowoods

5.3.4 Informatievoorziening biobased materials De kennis over de mogelijkheden die er zijn met biobased materials in de bouw is nog niet optimaal. Dit is niet alleen het geval binnen Ooststellingwerf, maar ook in de rest van Nederland. In de Green Deal die drie ministeries met inmiddels meer dan 30 bedrijven hebben afgesloten is één van de doelstellingen om het kennisniveau over biobased bouwen op een hoger planniveau te brengen. Het is overigens opvallend dat bouwbedrijven geen onderdeel uit maken van de Green Deal.

Wim van den Ham van Ecowoods De biobased economy heeft zeker toekomst. Een probleem is dat veel grondstoffen nu nog van ver komen. Het zou veel beter zijn als meer grondstoffen uit de regio komen en in het eindstadium ook in de regio blijven. Een goed voorbeeld zijn de loodsen en een gedeelte van het kantoorpand van EcoWoods. Deze zijn gebouwd van bomen uit het Drents Friese Wold.

Uit de in Ooststellingwerf met de sector gevoerde gesprekken blijkt dat de bouwbedrijven en toeleverende bedrijven een positieve grondhouding hebben en samen met de gemeente en kennisinstellingen de markt en de mogelijkheden voor deze materialen beter in beeld willen brengen. De gemeente zal samen met de kennisinstellingen waarmee zij binnen de ontwikkeling van BioBase samenwerkt de ontsluiting van deze kennis coördineren en de marktpartijen stimuleren om actief met biobased materialen aan de slag te gaan.

Dan moeten de producenten die deze materialen verwerken tot bijvoorbeeld keukens, panelen, isolatiemateriaal, wanden en dakbedekking, de afnemers (zoals bouwbedrijven) vinden die deze 19

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

5.4 Recreatie & toerisme 5.4.1 Kennisontsluiting voor de recreatieve sector Voor de toeristisch-recreatieve sector is ‘biobased economy’ geen onbekend begrip. Duurzaamheid wordt binnen de sector al jarenlang met veel energie opgepakt. Zo is er het Green Key systeem, waarmee het meetbaar is wat een bedrijf aan milieumaatregelen doet en hoeveel er bespaard wordt. Voor de meeste bedrijven in de sector is niet duidelijk welke biobased mogelijkheden er zijn, welke bedrijven biobased producten en materialen aanbieden en welke kosten hier aan verbonden zijn. De gemeente zal het voortouw nemen om voor de sector (hotels, restaurants en recreatieparken) de mogelijkheden om biobased aspecten door te voeren in kaart te brengen. Hierbij zal extra aandacht zijn voor de zogenaamde ‘quick wins’. Waar mogelijk wordt gestreefd naar samenwerking binnen de sector om zodoende schaalvoordelen qua inkoop te behalen.

Voorbeeldproject in Amstelveen met Resysta. Dit biobased plaatmateriaal is gemaakt van biologisch restafval en bestaat voor 60% uit rijstvlies, voor 22% uit zout en voor 18% uit minerale oliën.

Appelscha-Outdoor

Daarnaast wil zij in overleg met Ecomunitypark komen tot een brede toepassing van biobased materialen bij de bedrijven die zich op het park gaan vestigen. Het park kan hiermee een proeftuin worden waarbij nieuw in de regio ontwikkelde materialen in de bouw, in het interieur van de gebouwen en in de openbare ruimte kunnen worden toegepast.

20

Jan de Roos, Appelscha-Outdoor We deden onbewust al veel aan biobased. Wij werken met biologisch afbreekbaar bestek en borden en kopen lokaal producten in. We gaan kijken of we meer stappen kunnen maken waarbij beleving voor onze gasten steeds voorop zal staan. Door bijvoorbeeld ons nieuwe onderkomen van hout uit het Drents – Friese Wolde te bouwen. We gaan het ook actiever communiceren naar onze gasten.

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

5.4.2 Biobased accommodaties

De verwachting is dat de doelgroep die de regio nu voor een toeristisch bezoek aan doet open staat voor deze life-style en door de uniciteit van het concept qua omvang zal groeien, mits er voldoende kwaliteit en comfort wordt geleverd.

De regio en Ooststellingwerf wil zich qua toeristisch en recreatief product onderscheiden van andere regio’s in Nederland. De doelgroep die naar de regio komt is zich bewust van haar omgeving en heeft oog voor natuur en duurzaamheid. Integratie van biobased elementen in het toeristischrecreatief aanbod van de regio kan hierom meerwaarde hebben.

Door middel van deze ontwikkeling is de verwachting dat de gemeente zich onderscheidend kan profileren wat uiteindelijk zal leiden tot een hoogwaardiger en beter bezocht toeristisch recreatief product.

Het kan hierbij gaan om grote investeringen, maar ook om kleine producten (bij voorkeur uit de regio) zoals souvenirs of andere producten die verkocht kunnen worden. De gemeente wil daarnaast met de ondernemers uit de sector toe gaan werken naar een meer biobased integraal vakantie-concept. Bouwstenen hiervoor zijn:  Biobased vakantiewoningen (een mooi voorbeeld hiervan zijn de Agrodome woningen van Wageningen UR);  Biobased inrichting van vakantieparken (infra) en woningen (meubilair, servies, bestek, e.d.);  Biobased speeltuinen en speeltoestellen;  Biobased geproduceerde fietsen.

5.4.3 Informatie en educatie voor recreanten Toeristen en recreanten vormen bij uitstek een doelgroep die open staat voor nieuwe en interessante informatie over onderwerpen waarin zij zich normaliter vanwege tijdgebrek minder in verdiepen. Kennis en informatie over de biobased economy kan een plek krijgen op bijvoorbeeld 21

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

Ecomunitypark in het BioBase center, waarbij ook bijvoorbeeld biobased design producten via een showroom getoond en verkocht zouden kunnen worden. Hierbij kan worden samengewerkt met (Noord) Nederlandse leveranciers en designers. Een aansprekend voorbeeld op design gebied hiervoor is het Vitra design museum in het Duitse Weil am Rhein.

RCN de Roggeberg

Mark Vinkestein, RCN de Roggeberg De RCN Groep heeft 19 parken waarvan 11 in Nederland. De biobased economy staat bij ons nog niet scherp op het netvlies, al hebben we bijvoorbeeld al wel boomhutten als accommodatie. Vanuit Appelscha ga ik kijken wat we samen met de gemeente kunnen oppakken. Vervolgens wordt het de uitdaging om het ook op de andere parken te implementeren.

Ecomunitypark kan dienen als hotspot in de informatie, voorlichting en educatie aan inwoners en andere geïnteresseerden op het gebied van de biobased economy. De gemeente zal samen met het parkmanagement de mogelijkheden hiervoor verkennen.

22

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

6 Uitvoering en monitoring

Bij het starten met de implementatie van deze visie zal dit samenbrengen er ook op gericht zijn om partijen kennis te laten maken met het gedachtegoed van de biobased economy en met elkaar. Dit zal praktijkgericht zijn en gericht zijn op het benutten van kansen.

6.1 Rol van de gemeente

Tussen onderwijs en overheid kan interactie plaatsvinden gericht op sector overstijgende en regionale samenwerking, bijvoorbeeld door de bevordering van pilotprojecten tussen ketens en het bevorderen van optimaal benutten van afval en reststromen. Hierin zal de gemeente faciliterend optreden. Deze samenwerking met onderwijs is niet alleen gericht op de HBO en MBO instellingen uit Friesland, maar ook op de onderwijsinstellingen die in Ooststellingwerf actief zijn.

Bevorderen samenwerking De gemeente zal ondersteunen bij het leggen contacten en zal faciliterend optreden in het maken van verbindingen met andere regio’s, kennisinstellingen en bedrijven die in Ooststellingwerf en omgeving nieuwe projecten willen oppakken. Deze partijen dragen bij aan het verhogen van het kennisniveau binnen de regio. Daarnaast zal zij marktpartijen samenbrengen daar waar zij kansen ziet voor integratie tussen verschillende sectoren of binnen sectoren.

Creëren van randvoorwaarden De biobased economy is voor veel bedrijven en instellingen een nieuw en nog onbekend gebied. Er liggen kansen maar zonder dat er een speelveld en randvoorwaarden worden gecreëerd zal dit gebied te langzaam worden ontgonnen. De gemeente zal haar bijdrage leveren aan het creëren van randvoorwaarden. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan:  Het in kaart brengen van stromen en mogelijke ketens die kunnen ontstaan. Dit zal zij doen voor alle drie sectoren waarop de strategie is gericht.  Het inzichtelijk maken van bestaande initiatieven waarop door andere ondernemers kan worden aangehaakt;  Het faciliteren van start-ups die zich willen gaan richten op de biobased economy, met kennis, ruimte en ondersteuning bij het verkrijgen van subsidies en financiering;  Profilering van de gemeente en regio op een aantal thema’s waardoor nieuwe bedrijven de stap maken om naar Ooststellingwerf te gaan;  Ruimte houden voor nieuwe initiatieven die wellicht niet direct passen bij de in de visie voorgestelde beleidslijnen maar die wel duidelijk bijdragen aan het realiseren van de biobased economy. 23

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

Voorbeeldrol gemeente: groene overheidsaankopen De gemeente zal in haar aanbestedings- en aankoopbeleid zelf als aanjager van de biobased economy fungeren op de thema’s waarop de beleidsstrategie zich richt en natuurlijk ook op een breder gebied. Hierbij kan gedacht worden aan de aanschaf van het gemeentelijke wagenpark, de aanleg van infrastructuur, de realisatie van gebouwen en de inkoop van andere materialen en producten. Door middel van het voortouw nemen bij de in- en aankoop van biobased producten zal zij als voorbeeld dienen voor bedrijven en andere instellingen.

gemeente besluiten om zelfstandig initiatieven te ondersteunen. Het ontwikkelen van het BioBase center op Ecomunitypark is zo’n project. Juridische sturing Waar zij dat nodig acht zal de gemeente gebruik maken van haar wettelijke bevoegdheden in het vergunningenbeleid en bij het opstellen van de Omgevingsplannen die vanaf 2018 de huidige bestemmingsplannen gaan vervangen. In eerste instantie zal de houding van de gemeente vooral stimulerend zijn, bijvoorbeeld in het kader van het vooroverleg bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Echter wanneer kansen die de haalbaarheid van projecten niet beïnvloeden, door de markt niet worden opgepakt dan zullen waar mogelijk juridische instrumenten worden ingezet om projecten in de juiste richting te sturen.

Voorlichting en communicatie Door gebruik te maken van de geëigende gemeentelijke kanalen, zoals de website, de bedrijvencontactfunctionaris, de Commerciële Club Oosterwolde, conferenties en andere gremia zal de gemeente de beleidsstrategie bij het bedrijfsleven in de regio bekend maken en de voordelen van het aanhaken bij de strategie helder maken voor de betrokkenen. Dit doet zij momenteel onder meer door middel van de website Mooi ZO Fryslân. Participatie in projecten en financiële ondersteuning Projecten die direct gericht zijn op het creëren van werkgelegenheid of kunnen worden gezien als icoon projecten die noodzakelijk zijn om de biobased economy op gang te krijgen, kunnen zodanig van belang zijn dat de gemeente kan besluiten om (financieel) te participeren in deze projecten of deze financieel te ondersteunen door middel van subsidies. Voorwaarde hierbij moet zijn dat deze projecten vanwege hun pilot status (financiële) ondersteuning nodig hebben en zonder deze ondersteuning niet kunnen opstarten en dat tegelijkertijd voor een uitrol van het product een financieel gezonde businesscase aanwezig is. In Bijlage 2 is wordt een overzicht gegeven van de verschillende financiële ondersteuningsmogelijkheden die er voor biobased initiatieven zijn op Europees, nationaal en provinciaal/regionaal niveau. Incidenteel zal de 24

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

6.2 Verwachtingen naar de overige betrokkenen In het vorige hoofdstuk zijn de kansen voor de verschillende sectoren al aan bod geweest. De gemeente nodigt marktpartijen in en buiten deze sectoren uit om actief bij te dragen en gezamenlijk te werken aan de biobased economy in onze gemeente. Participatie aan projecten en initiatieven is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. De kansen die er liggen zijn groot en het belang voor de duurzame en leefbare toekomst van onze gemeente is evident. Laten wij deze kansen samen oppakken en benutten.

6.3 Uitvoeringsprogramma De gemeente zal op basis van deze visie het voortouw nemen om een uitvoeringsprogramma op te stellen, waarin de concrete projecten, stakeholders, actiehouders en rollen benoemd worden. Dit uitvoeringsprogramma zal een looptijd kennen van 4 jaar, waarbij ieder jaar bepaald wordt welke acties worden uitgevoerd. Na ieder jaar vindt evaluatie plaats en wordt waar nodig het uitvoeringsprogramma bijgesteld. Op deze manier is er sprake van constante voortgang en monitoring op de transitie naar een biobased economy.

25

Beleidsvisie BBE Ooststellingwerf

Definitief concept

Deelnemers workshops en interviews

Bijlage 1 Organisatie Beleidsvisie Biobased Economy Gemeentelijke Stuurgroep Beleidsvisie H. Oosterman S. Kastelein B. Sieben

Gemeentelijke Werkgroep Beleidsvisie F. Gerritsma P. Plantenga J. Gropstra P. Dekker L. Huisman B. Sieben

26

Organisatie

Naam

Appelscha Outdoor Bruunshoge Buiteveld Bouw Dengo Ecostyle Ecostyle Friesland college Jorritsma bouw Jorritsma bouw LTO Machandel Machandel Nordwin College Panelen Holland RCN de Roggeberg Smilde Foods TCNN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=464d8017-74e5-4815-bf1a-ce8714c88072