Bijlage 4.3. Canada 4 te Elsloo_Bijlagen regels
Tekst van het document
Doordat vrijwel al het veen is afgegraven bestaat de bovengrond van de hoogveenontginningen nu uit zand. Het landschap van de hoogveenontginningen kenmerkt zich door open gebieden die door sterk beplante wegen worden ingekaderd. De erven liggen als beplante clusters aan deze wegen. Rond Ra57
Landschapskarakteristiek Landschapsstructuren -- Hoofdvaart als drager van de ontginning met haaks daarop wijken op regelmatige afstand van elkaar. -- Bebouwingslinten die zijn uitgegroeid tot langgerekte dorpen langs de hoofdvaart. -- De structuur van het gebied wordt bepaald door een opstrekkende verkaveling haaks op de hoofdvaart. -- Leidijken als waterkering bij Fochteloo en Waskemeer. -- De bebouwing ligt enerzijds geconcentreerd aan de doorgaande wegen langs de hoofdvaarten en anderzijds verspreid aan de meestal rechte wegen in het omringende gebied. Ruimtelijk-visuele kenmerken -- Erven meest een tot tweezijdig beplant en regelmatig van opzet. -- Open gebieden die door beplante wegen worden begrensd. -- Erven als verdichtingen aan de weg.
58
De waarde van het beschermd gezicht zit in het rationele verkavelingspatroon van het gebied, gebaseerd op een patroon van hoofdwijken en dwarswijken, met een historische boerderijreeks op de kop van de kavels. Samen met het naastgelegen onontgonnen Fochteloërveen geeft het gebied een totaalbeeld van de ontwikkelingsgeschiedenis van de veenontginningen. Aandachtspunten Door het dempen van wijken bevatten de hoogveenontginningen in Ooststellingwerf ook kenmerken van de heideontginningen. Omdat beide landschappen een rationele opzet kennen, lijkt het onderscheid tussen beide landschapstypen daarmee te vervagen. Als gemeente willen we de specifieke kenmerken van de hoogveenontginningen hooghouden. We stimuleren daarom het zichtbaar en open houden van de wijken, zeker in het zicht vanaf de weg. Daarnaast streven we naar perceelsbeplantingen aan weerszijden van het erf, zodat de opstrekkende richting van de verkaveling wordt benadrukt.
Erven In de hoogveenontginningen zijn de meeste erven onderdeel van de bebouwingslinten aan de doorgaande wegen langs de hoofdvaarten, zoals de Haulerwijkstervaart of de Opsterlandse Compagonsvaart. Daarnaast ligt een deel van de erven langs uitvalswegen in de hoogveenontginningen, zoals de Drentse Weg en aan de rand van het Fochteloerveen. De erven liggen direct aan de weg en zijn meestal compact van opzet. Hierdoor is het verschil tussen voorerf en achtererf soms vervaagd. Onze inzet is erop gericht om dat onderscheid juist weer te accentueren. Het woonhuis of de boerderij vormt het voorerf. Hier wordt gewoond, is de siertuin, de moestuin en soms een boomgaard. Het achterste deel van de boerderij en de bijgebouwde stallen en silo’s vormen het achtererf. Vaak zijn erfgrenzen beplant, waardoor de erven groene verdichtingen vormen aan de eveneens sterk beplante wegen. Dat beeld is kenmerkend voor dit landschap. Wij zetten daarom ook in op versterking van deze karakteristiek door te kiezen voor een erfbeplanting op de zijdelingse perceelsgrenzen, waarmee de ontginningsrichting wordt benadrukt. De beplanting kan bestaan uit brede singels of bosstroken. Waar het erf grenst aan een wijk, wordt in ieder geval het voorerf vrij gehouden van beplanting op de perceelsgrens, zodat de waterstructuur vanaf de weg beleefbaar blijft.
Enkele solitaire bomen zijn in alle gevallen passend op het voorerf.
Hoogveenontginningen
venswoud komt veel bosaanplant voor, waardoor de boskavels het gebied een meer besloten karakter geven. De omgeving rond Haulerwijk, en ten noorden van Appelscha (Ravenswoud) wordt tot de hoogveenontginningen gerekend. Ravenswoud is in 2007 aangewezen als beschermd gezicht. De gaafheid van de veenontginning, gecombineerd met de relatief geringe ouderdom maken het gebied van groot belang.
59
Stap 0. Bestaande situatie Om een goed inpassingsplan op te kunnen stellen beginnen we met het in beeld brengen van de bestaande situatie. Dat is het vertrekpunt. Waar staat de huidige bebouwing, welke bebouwing wordt eventueel gesloopt, waar liggen de grenzen van het erf? Maar we kijken ook in de omgeving. Zijn er bijzonderheden in de directe omgeving van het erf? Een mooi doorzicht bijvoorbeeld. We vinden we dat waardevolle erfbeplanting bij voorkeur gespaard moet blijven, zoals een oude houtsingel langs uw erf. Op de bestaande situatie kunt u (indicatief) deze erfbeplanting dan ook aangeven. Wat waardevol is, is niet op voorhand goed aan te geven. Over het algemeen vinden we volwassen boomsingels die passen in de streek (bijvoorbeeld met eik, els, abeel, liguster, meidoorn) waardevol. Ook een markante losse boom op het voorerf kan waardevol zijn.
++ ++ ++ ++ ++
60
Maak foto's van het bestaande erf en bekijk luchtfoto's Teken de bestaande bebouwing en beplanting in Geef aan waar de grenzen van het erf liggen Geef aan welke beplanting waardevol is Geef aan of er in de directe omgeving van uw erf bijzondere landschappelijke waarden zijn
Stap 1. Wensen bedrijfsvoering
++ ++
Hoogveenontginningen
Natuurlijk heeft u uw wensen, niet voor niets staat u op het punt om uw erf verder te ontwikkelen. Het is goed om in beeld te brengen wat uw wensen zijn. Een paardenbak, een mestsilo of een nieuwe stal? En van welke omvang dan? Heeft u ook extra mavoevreerruimte nodig op het erf, zodat vrachtwagens of loonwerkers niet ingewikkelde en tijdrovende draai- en keerbewegingen hoeven te malen. Of misschien een tweede ontsluiting van uw erf?
Geef aan wat uw wensen zijn Voor zover ze van een maatvoering zijn te voorzien, zet die dan maatvast op papier.
61
Stap 2. Kenmerken landschap In de volgende stap kijken we naar de ingredienten uit het landschap. De hoogveenontginningen kenmerken zich door een rationele, meest opstrekkende verkaveling. Het ligt dan voor de hand om het erf aan de achterzijde uit te breiden. Elk erf heeft in meer of mindere mate een voorerf en een achtererf. Op het voorerf wordt gewoond, het achtererf is het deel waar wordt gewerkt. Bij het opstellen van een inpassingsplan borduren we voort op de kenmerken van het landschap en van het erf. Daarbij geven we de volgende aanwijzingen mee:
---
streef naar een compacte opzet van het erf; geef het nieuwe erf een duidelijke rechthoekige vorm.
Op voorhand staan we niet positief tegenover het overschrijden van perceelsgrenzen, al weten we dat het soms onontkomelijk is. Een erf kan dan ook pas in de breedte worden uitgebreid als dat om bedrijfslogistieke redenen noodzakelijk is. We adviseren u de ruimte te nemen voor de inpassing van uw bouwplan. Dat biedt niet alleen voldoende kansen voor een goede inpassing met erfbeplanting, maar maakt het ook mogelijk om eventuele latere aanpassingen aan uw erf gemakkelijker te realiseren. Een krappe opzet kan de ontwikkeling van het erf in een latere fase juist op slot zetten. Ook is in die gevallen vaak de ruimte voor de aanplant van bomen en struiken beperkt.
++ ++
62
Geef aan welke landschappelijke kenmerken zich op en rond uw perceel bevinden. Trek over uw erf een denkbeeldige lijn die de scheiding vormt tussen het voorerf en het achtererf.
Stap 3. Randvoorwaarden omgeving
++
Hoogveenontginningen
In hoofdstuk 2 van dit procesboek hebben we stil gestaan bij het maken van de integrale afweging of de voorgenomen locatie de juiste plek is voor de gewenste ontwikkeling. In deze afweging is ook gekeken naar randvoorwaarden uit de omgeving. Als deze randvoorwaarden er daadwerkelijk zijn en ze kunnen van invloed zijn op de uitwerking en de inpassing van het plan op de locatie, dan is het goed om ze ook aan te geven en mee te nemen in de planvorming.
Geef eventuele ruimtelijke randvoorwaarden die uit het voortraject komen aan op kaart, bijvoorbeeld de afstand tot naastgelegen woningen.
63
Stap 4. Inpassingsplan Het uiteindelijke inpassingsplan is een samenspel van alle voorgaande stappen. Zoeken naar voldoende ruimte en een goede indeling van het erf, zorgen voor een goede inpassing van het erf in de omgeving en rekening houden met de randvoorwaarden die vanuit de omgeving worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van milieu. Het uiteindelijke resultaat is een plan dat zowel bedrijfseconomisch als landschappelijk voldoet. Een mooi erf dat goed is ingepast in de omgeving en waar het goed werken is. Maar waar (indien gewenst) ook zicht is op ruimte voor toekomstige groei. In de hoogveenontginningen bestaat de erfbeplanting vaak uit boomsingels op de erfgrenzen. Soms staat er een boom los op het voorerf. Dit beeld zien we graag terug in uw erfinrichtingsplan. Om de herkenbaarheid van de hoogveenontginningen in stand te houden, willen we graag de wijkenstructuur zichtbaar houden. Houd daarom het voorerf vrij van beplanting op de erfgrens. Neem ook sleufsilo’s mee bij de inpassing, bijvoorbeeld door struiken of een lage aarden wal. De beplanting die u gebruikt moet streekeigen zijn en passen bij de bodemsoort (zie daarvoor de bijlage met beplantingstypen).
++
++
++
64
Maak een inpassingsplan dat rekening houdt met de wensen vanuit een goede bedrijfsvoering en rekening houdt met de kenmerken van het landschap Laat zien dat het plan ook een meerwaarde heeft voor de landschappelijke kenmerken en kwaliteiten van de omgeving, bijvoorbeeld door het herstellen en versterken van een houtsingel Geef aan welk type en welke soorten erfbeplanting wordt gekozen (bijv. bomenrij, houtsingel)
Stap 5. Vormgeving bebouwing
Hoogveenontginningen
Tot slot kan een goede vormgeving van de bebouwing en andere bouwwerken bijdragen aan een goed eindbeeld van een fraai erf. In de hoogveenontginningen is de bebouwing over het algemeen eenvoudig van vorm en opzet. Wij houden dan ook vast aan eenduidige bouwvolumes met natuurlijke en gebiedseigen kleuren en materialen. Dat mogen ook moderne materialen zijn, mits ze donkergekleurd zijn. Wat goed past zijn donkere rode tot bruine baksteen, donker houtwerk en eenvoudige donkergrijze dakpannen. Wat wij in ieder geval afkeuren is veel wit (en andere lichte kleuren) en glimmende oppervlakken. Ook opvallend gekleurde en grote hekwerken rond paardenbakken en als erfafscherming vinden we niet passend. Donkerte wordt steeds vaker gezien als een kwaliteit van het landelijk gebied. Kies daarom bij voorkeur voor bebouwing waar in de vormgeving rekening is gehouden met de mate van lichtuitstoot.
++ ++
Voeg, indien aanwezig, de bouwtekeningen toe Gebruik eventueel referentiebeelden om te laten zien welk eindbeeld u voor ogen heeft
65
Andere voorbeelden van inpassing De denkstappen op de vorige pagina’s zijn universeel, of het nu om de bouw van een stal gaat of een andere uitbreiding van het erf. De principes die daar worden gebruikt, gelden ook voor de inpassing van andere elementen op een erf, zoals een camping of paardenbak. De belangrijkste uitgangspunten blijven: 1. in beeld brengen van de wensen van de uitbreiding; 2. in beeld brengen van de landschappelijke kwaliteiten; 3. rekening houden met randvoorwaarden uit de omgeving; 4. opstellen van een inpassingsplan: -met een onderscheid in voor- en achtererf; -het nieuwe erf vormgeven als één erf; -met benutten van beplanting als middel voor de inpassing in het landschap.
Kleinschalig kamperen aan achterzijde erf
66
Functieverandering naar bedrijf
Silo’s op achtererf
Paardenbak aan achterzijde erf
Toepassing ruimte voor ruimte - splitsen van erf
Toepassing ruimte voor ruimte op bestaand erf
Overzicht handreikingen
Inrichting van het erf -- Maak onderscheid tussen een voorerf en een achtererf; -- Plaats nieuwe bebouwing op voldoende afstand van bestaande bebouwing. Houd rekening met eventuele toekomstige ontwikkelingen op uw erf. Denk aan mogelijkheden om (in de toekomst) overbodige bebouwing te slopen; -- Nieuwe bebouwing, opslag of stalling komt op het achtererf, achter de achtergevel van de oorspronkelijke boerderij; -- Laat de oorspronkelijke boerderij of de woning de blikvanger zijn; stem de positie van nieuwe bebouwing daar op af. Kies zo mogelijk voor stallen en bijgebouwen een lagere nokhoogte dan de hoogte van de oorspronkelijke boerderij.
Inpassing van het erf -- Behoud voor zover mogelijk de bestaande erfbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; -- Nieuwe erfbeplanting in de vorm van houtsingels op de perceelsgrenzen aan weerszijden van het erf, waarbij de (nieuwe) bebouwing zo veel mogelijk aan het zicht onttrokken wordt; -- Houd het zicht op de wijken vanaf de weg vrij van beplanting; -- Geef extra aandacht aan erfbeplanting aan de zijden van het erf die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn; -- Pas ook sleufsilo’s in, bijvoorbeeld met struiken of een lage aarden wal; -- Op het voorerf past een enkele solitaire boom; -- Rond het voorerf past een haag; -- Voor sortimentskeuze zie de bijlage.
Hoogveenontginningen
Uitbreidingsrichting -- Zorg dat u de ruimte neemt voor uw bouwplan. Past het bouwplan niet op het erf, kies dan voor een vergroting van het erf; -- Kies zo mogelijk voor een uitbreiding aan de achterzijde van het erf; -- Kies voor een rechthoekige tot vierkante opzet van het erf; -- Probeer de uitbreiding binnen de bestaande perceelsgrenzen te situeren; -- Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij.
Vormgeving bebouwing -- Kies voor de bebouwing bij voorkeur een eenvoudige vorm die past bij de functie (rechthoekige stal, silo’s rond); -- Voor zover mogelijk, worden nieuwe gebouwen voorzien van een kap met een lage gootlijn; -- Kies kleuren en materialen die passen in het gebied en opgaan in hun omgeving (geen wit, geen glimmende oppervlakken).
67
8. Beekdalen
Ontstaansgeschiedenis De beekdalen zijn lage, door beken uitgesleten delen tussen de zandruggen. Doordat ze van oudsher nat en moeilijk begaanbaar waren, zijn de beekdalen lange tijd onbewoond gebleven. In de Middeleeuwen fungeerden de beekdalen als hooiland en weidegrond voor het vee. In Ooststellingwerf liggen de beekdalen van de Linde, de Tjonger (Kuunder) en het Grootdiep. Van oorsprong zijn dit meanderende beken, maar vanwege onder andere de waterbeheersing zijn de beken in de vorige eeuw gekanaliseerd: de Tjonger in 1880 en de Linde vanaf 1922. Een deel van de beekdalen heeft tegenwoordig ook een natuurfunctie. De beekdalen kenmerken zich door een grote verscheidenheid van open landschap met (natte) hooilanden, rietlanden tot een meer besloten landschap met elzenbroekbossen en wilgenstruwelen. In de beekdalen staat het slotenpatroon haaks op de loop van de beek. Bebouwing komt in de beekdalen beperkt voor langs doorgaande wegen door het beekdal, zoals boven Oosterwolde of aan ruilverkavelingswegen, bijvoorbeeld in het gebied ten noorden van Makkinga.
69
Landschapskarakteristiek Landschapsstructuren -- Slotenpatroon haaks op de loop van de beek. -- Bebouwing komt beperkt voor en ligt verspreid aan later aangelegde ruilverkavelingswegen. -- Rationele en planmatig aangelegde ruilverkavelingswegen. -- Regelmatige opzet van erven. Ruimtelijk-visuele kenmerken -- Een grootschalige openheid, die sterk contrasteert met de meer besloten woudontginningen op de zandruggen. -- Meer besloten gebieden in de bovenloop, vaak in gebruik als natuurgebied. -- Incidentele beplanting, meestal gekoppeld aan de erven.
70
Beekdalen
Aandachtspunten Door klimaatveranderingen en afspraken in het kader van goed waterbeheer ligt het accent tegenwoordig op het herstellen van het meer natuurlijke karakter van de beekdalen. We zullen nieuwe bouwplannen ook in dat licht beoordelen. Nieuwe bebouwing in het beekdal mag daarom niet strijdig zijn met dergelijke wateropgaven . Vanwege het open karakter van beekdalen, zijn wij voorzichtig met het toevoegen van nieuwe clusters van bebouwing die een verdichting van het gebied mogelijk zouden kunnen maken. De ontwikkeling van erven zien wij vooral in de lengterichting, zodat het zicht vanaf de weg naar het landschap zoveel mogelijk in stand blijft. Erven Pas nadat het waterbeheer in de beekdalen goed was geregeld, zijn er erven ontstaan in de beekdalen. De erven zijn dan ook relatief nieuw. Hun opzet varieert van rechthoekig tot vierkant. Ze zijn allemaal helder van opzet met een duidelijk onderscheid tussen voor- en achtererf. Opvallend is de vaak forse schaal van het erf en de stallen. Meestal is er een vrijstaand woonhuis op het erf. Beplanting op de erven is wisselend van geen beplanting tot boomsingels rondom het erf. Wij willen dat de erven als groene eilanden in de open ruimte te herkennen zijn. Onze inzet is daar dan ook op gericht.
71
Stap 0. Bestaande situatie Om een goed inpassingsplan op te kunnen stellen beginnen we met het in beeld brengen van de bestaande situatie. Dat is het vertrekpunt. Waar staat de huidige bebouwing, welke bebouwing wordt eventueel gesloopt, waar liggen de grenzen van het erf? Maar we kijken ook in de omgeving. Zijn er bijzonderheden in de directe omgeving van het erf? Nabije buren, sloten of een natuurgebied. We vinden we dat waardevolle erfbeplanting bij voorkeur gespaard moet blijven, zoals een oude houtsingel langs uw erf. Op de bestaande situatie kunt u (indicatief) deze erfbeplanting dan ook aangeven. Wat waardevol is, is niet op voorhand goed aan te geven. Over het algemeen vinden we volwassen boomsingels die passen in de streek (bijvoorbeeld met els, abeel) waardevol. Ook een markante losse boom op het voorerf kan waardevol zijn.
++ ++ ++ ++ ++
72
Maak foto's van het bestaande erf en bekijk luchtfoto's Teken de bestaande bebouwing en beplanting in Geef aan waar de grenzen van het erf liggen Geef aan welke beplanting waardevol is Geef aan of er in de directe omgeving van uw erf bijzondere landschappelijke waarden zijn
Stap 1. Wensen bedrijfsvoering
++ ++
Beekdalen
Natuurlijk heeft u uw wensen, niet voor niets staat u op het punt om uw erf verder te ontwikkelen. Het is goed om in beeld te brengen wat uw wensen zijn. Een paardenbak, een mestsilo of een nieuwe stal? En van welke omvang dan? Heeft u ook extra mavoevreerruimte nodig op het erf, zodat vrachtwagens of loonwerkers niet ingewikkelde en tijdrovende draai- en keerbewegingen hoeven te malen. Of misschien een tweede ontsluiting van uw erf?
Geef aan wat uw wensen zijn Voor zover ze van een maatvoering zijn te voorzien, zet die dan maatvast op papier.
73
Stap 2. Kenmerken landschap In de volgende stap kijken we naar de ingredienten uit het landschap. De beekdalen kenmerken zich door hun rationele opzet met rechthoekige, bijna vierkante erven. Elk erf heeft in meer of mindere mate een voorerf en een achtererf. Op het voorerf wordt gewoond, het achtererf is het deel waar wordt gewerkt. Bij het opstellen van een inpassingsplan borduren we voort op de kenmerken van het landschap en van het erf. Daarbij geven we de volgende aanwijzingen mee: -- vasthouden aan de rationele opzet van de verkaveling en van de erven; -- het silhouet van het erf als groen cluster in de openheid van het gebied behouden; -- streef naar een compacte opzet van het erf; -- breid het erf bij voorkeur uit binnen de perceelsgrenzen; -- geef het nieuwe erf duidelijke rechte hoeken. Op voorhand staan we niet positief tegenover het overschrijden van perceelsgrenzen, al weten we dat het soms onontkomelijk is. Een erf kan dan ook pas over perceelsgrenzen heen worden uitgebreid als dat om bedrijfslogistieke redenen noodzakelijk is. We adviseren u de ruimte te nemen voor de inpassing van uw bouwplan. Dat biedt niet alleen voldoende kansen voor een goede inpassing met erfbeplanting, maar maakt het ook mogelijk om eventuele latere aanpassingen aan uw erf gemakkelijker te realiseren.
Een krappe opzet kan de ontwikkeling van het erf in een latere fase juist op slot zetten. Ook is in die gevallen vaak de ruimte voor de aanplant van bomen en struiken beperkt. ++ ++
74
Geef aan welke landschappelijke kenmerken zich op en rond uw perceel bevinden. Trek over uw erf een denkbeeldige lijn die de scheiding vormt tussen het voorerf en het achtererf.
Stap 3. Randvoorwaarden omgeving
++
Beekdalen
In hoofdstuk 2 van dit procesboek hebben we stil gestaan bij het maken van de integrale afweging of de voorgenomen locatie de juiste plek is voor de gewenste ontwikkeling. In deze afweging is ook gekeken naar randvoorwaarden uit de omgeving. Als deze randvoorwaarden er daadwerkelijk zijn en ze kunnen van invloed zijn op de uitwerking en de inpassing van het plan op de locatie, dan is het goed om ze ook aan te geven en mee te nemen in de planvorming.
Geef eventuele ruimtelijke randvoorwaarden die uit het voortraject komen aan op kaart, bijvoorbeeld de afstand tot naastgelegen woningen.
75
Stap 4. Inpassingsplan Het uiteindelijke inpassingsplan is een samenspel van alle voorgaande stappen. Zoeken naar voldoende ruimte en een goede indeling van het erf, zorgen voor een goede inpassing van het erf in de omgeving en rekening houden met de randvoorwaarden die vanuit de omgeving worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van milieu. Het uiteindelijke resultaat is een plan dat zowel bedrijfseconomisch als landschappelijk voldoet. Een mooi erf dat goed is ingepast in de omgeving en waar het goed werken is. Maar waar (indien gewenst) ook zicht is op ruimte voor toekomstige groei. In de beekdalen zijn boomsingels op de erfgrenzen een passende inpassing. om het landschapsbeeld van de beekdalen te versterken willen we dat een hoek van het achtererf is beplant door twee boomsingels aan weerszijden. Dit beeld zien we graag terug in uw erfinrichtingsplan. Neem ook sleufsilo’s mee bij de inpassing, bijvoorbeeld door struiken of een lage aarden wal. De beplanting die u gebruikt moet streekeigen zijn en passen bij de bodemsoort (zie daarvoor de bijlage met beplantingstypen). Neem ook sleufsilo’s mee bij de inpassing, bijvoorbeeld door struiken of een lage aarden wal. De beplanting die u gebruikt moet streekeigen zijn en passen bij de bodemsoort (zie daarvoor de bijlage met beplantingstypen).
++
++
++
76
Maak een inpassingsplan dat rekening houdt met de wensen vanuit een goede bedrijfsvoering en rekening houdt met de kenmerken van het landschap Laat zien dat het plan ook een meerwaarde heeft voor de landschappelijke kenmerken en kwaliteiten van de omgeving, bijvoorbeeld door het herstellen en versterken van een houtsingel Geef aan welk type en welke soorten erfbeplanting wordt gekozen (bijv. bomenrij, houtsingel)
Stap 5. Vormgeving bebouwing
Beekdalen
Tot slot kan een goede vormgeving van de bebouwing en andere bouwwerken bijdragen aan een goed eindbeeld van een fraai erf. In de hoogveenontginningen is de bebouwing over het algemeen eenvoudig van vorm en opzet. Wij houden dan ook vast aan eenduidige bouwvolumes met natuurlijke en gebiedseigen kleuren en materialen. Dat mogen ook moderne materialen zijn, mits ze donkergekleurd zijn. Wat goed past zijn donkere rode tot bruine baksteen, donker houtwerk en eenvoudige donkergrijze dakpannen. Wat wij in ieder geval afkeuren is veel wit (en andere lichte kleuren) en glimmende oppervlakken. Ook opvallend gekleurde en grote hekwerken rond paardenbakken en als erfafscherming vinden we niet passend. Donkerte wordt steeds vaker gezien als een kwaliteit van het landelijk gebied. Kies daarom bij voorkeur voor bebouwing waar in de vormgeving rekening is gehouden met de mate van lichtuitstoot.
++ ++
Voeg, indien aanwezig, de bouwtekeningen toe Gebruik eventueel referentiebeelden om te laten zien welk eindbeeld u voor ogen heeft
77
Andere voorbeelden van inpassing De denkstappen op de vorige pagina’s zijn universeel, of het nu om de bouw van een stal gaat of een andere uitbreiding van het erf. De principes die daar worden gebruikt, gelden ook voor de inpassing van andere elementen op een erf, zoals een camping of paardenbak. De belangrijkste uitgangspunten blijven: 1. in beeld brengen van de wensen van de uitbreiding; 2. in beeld brengen van de landschappelijke kwaliteiten; 3. rekening houden met randvoorwaarden uit de omgeving; 4. opstellen van een inpassingsplan: -met een onderscheid in voor- en achtererf; -het nieuwe erf vormgeven als één erf; -met benutten van beplanting als middel voor de inpassing in het landschap.
Kleinschalig kamperen bij= het erf
78
Functieverandering naar bedrijf
Silo’s op achtererf
Paardenbak op het achtererf
Toepassing ruimte voor ruimte - splitsen van erf
Toepassing ruimte voor ruimte op bestaand erf
Overzicht handreikingen
Inrichting van het erf -- Maak onderscheid tussen een voorerf en een achtererf; -- Plaats nieuwe bebouwing op voldoende afstand van bestaande bebouwing. Houd rekening met eventuele toekomstige ontwikkelingen op uw erf. Denk aan mogelijkheden om (in de toekomst) overbodige bebouwing te slopen; -- Nieuwe bebouwing, opslag of stalling komt op het achtererf, achter de achtergevel van de oorspronkelijke boerderij; -- Laat de oorspronkelijke boerderij of de woning de blikvanger zijn; stem de positie van nieuwe bebouwing daar op af. Kies zo mogelijk voor stallen en bijgebouwen een lagere nokhoogte dan de hoogte van de oorspronkelijke boerderij.
Inpassing van het erf -- Behoud voor zover mogelijk de bestaande erfbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit; -- Nieuwe erfbeplanting in de vorm van boomsingels langs minimaal twee perceelsgrenzen en één hoek, waarbij de (nieuwe) bebouwing zo veel mogelijk aan het zicht onttrokken wordt; -- Geef extra aandacht aan erfbeplanting aan de zijden van het erf die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn; -- Pas ook sleufsilo’s in, bijvoorbeeld met struiken of een lage aarden wal; -- Op het voorerf past een enkele solitaire boom; -- Rond het voorerf past een haag; -- Voor sortimentskeuze zie de bijlage.
Beekdalen
Uitbreidingsrichting -- Zorg dat u de ruimte neemt voor uw bouwplan. Past het bouwplan niet op het erf, kies dan voor een vergroting van het erf; -- Kies zo mogelijk voor een uitbreiding aan de achterzijde van het erf; -- Kies voor een rechthoekige tot vierkante opzet van het erf; -- Probeer de uitbreiding binnen de bestaande perceelsgrenzen te situeren; -- Houd belangrijke doorzichten vanaf de weg naar het landschap vrij.
Vormgeving bebouwing -- Kies voor de bebouwing bij voorkeur een eenvoudige vorm die past bij de functie (rechthoekige stal, silo’s rond); -- Voor zover mogelijk, worden nieuwe gebouwen voorzien van een kap met een lage gootlijn; -- Kies kleuren en materialen die passen in het gebied en opgaan in hun omgeving (geen wit, geen glimmende oppervlakken).
79
Bijlagen
- beplantingslijst - wijze van aanplant van houtwal of houtsingel
Verklaring landschapstype: geschikt
x
minder geschikt
o
niet geschikt vochtbehoefte: groot
+
matig
o
weinig
-
Houtsingels met bomen en struiken
x
x
Berk, zachte
Betula pubescens
0
x
o
Braam
Rubus
x
x
Eik, zomer
Quercus robur
x
x
Es, gewone
Fraxinus excelsior
Els, zwarte
Alnus glutinosa
o
Gelderse roos
Viburnum opulus
x
x
Hazelaar
Corylus avellana
x
Hulst
Ilex aquifolium
Kardinaalsmuts
x
x
Vochtbehoefte
Heideontginningen
x
Struik
Essenlandschap
Betula pendula
Hoofdhoutsoort
Woudontginningen
Berk, ruwe
Beekdalen
Wetenschappelijke naam
Hoogveenontginningen
Nederlandse naam
Opmerkingen
x
-
niet toepassen in beekdalen
x
+
niet toepassen in beekdalen
x
-
x
x
o
x
-
o
0
x
x
+
niet toepassen in beekdalen
o
x
x
x
+
niet toepassen in beekdalen
x
o
o
x
o
x
x
o
o
x
+
o
o
x
x
x
x
+
Euonymus europaeus
o
o
x
x
x
x
o
geschikt voor beekdalen
Kers, zoete
Prunus avium
o
x
x
x
o
niet toepassen in beekdalen
Lijsterbes
Sorbus aucuparia
x
x
x
x
o
Meidoorn, eenstijlige
Crataegus monogyna
x
x
x
x
+
Populier, grauwe abeel
Populus canescens
Roos, honds
Rosa canina
x
Sleedoorn
Prunus spinosa
Sporkehout/vuilboom
x
o
o
x
x
x
+
x
o
o
x
o
x
x
o
o
x
o
Rhamnus frangula
x
x
x
x
x
x
+
Veldesdoorn
Acer campestre
x
o
x
o
o
x
-
Vogelkers (inheems)
Prunus padus
o
o
o
x
x
x
+
Vlier
Sambucus nigra
x
x
o
x
+
Wilg, bos
Salix caprea
x
x
x
+
Wilg, geoorde
Salix aurita
x
x
x
+
niet toepassen in beekdalen
niet toepassen in beekdalen
Laanbomen en solitaire bomen
Vochtbehoefte
Betula pendula
x
x
x
Beuk
Fagus sylvatica
x
x
x
x
o
o
goede laanboom
Eik, zomer
Quercus robur
x
x
x
x
x
-
goede laanboom
Es, gewone
Fraxinus excelsior
o
o
x
+
Linde, grootbladige
Tilia platyphyllos
x
x
x
x
x
-
Linde, kleinbladig
Tilia cordata
x
x
x
x
x
-
Koningslinde
Tilia x europaea ‘Koningslinde’ x
x
x
x
x
-
Balsempopulier
Populus trichocarpa
o
x
x
o
Paardekastanje
Aesculus hippocastanum
o
o
x
x
x
+
Walnoot, zwarte
Juglans nigra
x
x
x
x
o
o
Hoogstam fruitbomen
appel, peer, kers en pruim
x
x
x
o
o
o
Beuk
Fagus sylvatica
x
x
x
x
o
o
Hulst
Ilex aquifolium
o
o
x
x
x
+
Liguster, wilde
Ligustrum vulgare
x
x
x
x
x
o
Meidoorn, eenstijlige
Crataegus monogyna
x
x
x
o
o
+
Haagbeuk
Carpinus betulus
o
o
o
o
o
-
Veldesdoorn
Acer campestre
x
o
x
o
o
-
Struik
Heideontginningen
Berk, ruwe
Hoofdhoutsoort
Essenlandschap
Opmerkingen
Beekdalen
Wetenschappelijke naam
Woudontginningen
Hoogveenontginningen
Nederlandse naam
-
Hagen
ziektegevoelig
Bijzondere bomen voorerf
Heideontginningen
Hoogveenontginningen
Beekdalen
x
x
x
Es, goud
Fraxinus excelsior 'Allgold'
Moerbei, zwarte
Morus nigra
x
x
x
Linde, grootbladige
Tilia platyphyllos
x
x
x
x
x
Boerenjasmijn
Philadelphus species
x
x
x
x
x
x
o
Hortensia
Hydrangea macrophylla cv's
x
x
x
x
x
x
+
Krent
Amelanchier lamarckii
x
x
x
x
x
x
-
Ribes, rode
Ribes sanguineum
x
x
x
x
x
x
o
Sering
Syringa cv's
x
x
x
x
x
x
o
Aalbes
Ribes rubrum
x
x
x
o
o
o
Kruisbes
Ribes uva-crispa
x
x
x
o
o
+
Zwarte bes
Ribes nigrum
x
x
x
o
o
-
Struik
Vochtbehoefte
Fagus sylvatica 'Atropunicea'
Hoofdhoutsoort
Beuk, rode
Essenlandschap
Wetenschappelijke naam
Woudontginningen
x
Nederlandse naam
o
x
+ -
Heesters voorerf
Bessenstruiken moestuin
Opmerkingen
Wijze van aanplant voor een houtwal of houtsingel
HOUTWAL -Te planten in 4 rijen onderlinge afstand van 50 cm. -De buitenste rijen 100 % heesters. -In de rij plantafstand van 100 cm. -De middelste rijen 100 % boomvormers zigzag in de rij. -Om de 200 cm.
HOUTSINGEL -Planten 5 rijen, plantafstand tussen de rij 150 cm. -Driehoeksverband. -Afstand buitenste rij en afrastering of sloot is 200 cm. -Buitenste 2 rijen bestaan uit 100% struiken. -De middelste 3 rijen bestaan uit 90 % boomvormers en 10 % struiken.
Colofon Opdrachtgever Gemeente Ooststellingwerf dhr. mevr. Rapport mevr. dhr.
20 augustus 2015 BügelHajema Adviseurs Vaart NZ. 50
E
T 0592 31 62 06 @bugelhajema.nl I www.bugelhajema.nl
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo
Bijlage 2 Parkeerkencijfers
94