CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1 - Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 19 april 2022, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvergunning Frankrijk 4 te Nijeberkoop11.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning

Frankrijk 4, Nijeberkoop

Mei 2021

Status: Definitief

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop, Ooststellingwerf

Plannaam: Plantype: Datum:

Frankrijk 4, Nijeberkoop, Ooststellingwerf Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning 18 mei 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 7 2.1 2.2 2.3 2.4

HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED................................................................................................................... 7 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 7 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING........................................................................................................................ 8 VERKEER EN PARKEREN ................................................................................................................................. 9

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 11 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 11 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 12 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 13

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 15 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 15 BODEM.................................................................................................................................................... 15 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 15 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 16 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 18 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 20 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 23 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 25 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 26

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ..................... 29 5.1 5.2

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 29 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 29

HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG........................................................................... 30 6.1 6.2 6.3

HET RIJK .................................................................................................................................................. 30 PROVINCIE FRIESLAND ................................................................................................................................ 30 WETTERSKIP FRYSLÂN................................................................................................................................. 30

HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE ................................................................................ 31 BIJLAGE 1

AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 32

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het perceel Frankrijk 4 te Nijeberkoop in de gemeente Ooststellingwerf. De wens bestaat om op deze locatie een kleinschalige verblijfsplek te kunnen bieden aan recreanten en bezoekers van het gebied. Gedacht wordt aan een minicamping voor recreanten met een caravan of camper en ook voor (trekkers-) tenten. Een heel passende en gewenste locatie om dit te realiseren is op een bosrijk perceel aansluitend op het erf. Op 4 november 2020 is er door de heer Bollen, in opdracht van de eigenaar van het woonerf (hierna: initiatiefnemer) een principeverzoek ingediend over het realiseren van een minicamping met acht kampeerplaatsen. Op 19 januari 2021 heeft het college van de gemeente Ooststellingwerf besloten om in principe medewerking te verlenen voor de realisatie van een minicamping van maximaal vijftien plaatsen. De provinciale Verordening Romte Fryslân 2014 biedt namelijk de mogelijkheid om in een ruimtelijk plan buiten een recreatiekern een kleinschalig kampeerterrein van maximaal 15 standplaatsen op of aansluitend aan het erf van een agrarisch bedrijf, woning of bedrijf toe te staan. In verband met een eventuele uitbreiding van de kampeerplaats adviseert de gemeente om deze 15 standplaatsen aan te houden. Initiatiefnemer sluit hier in het plan bij aan.

Voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan, aangezien ter plaatse van de camping een agrarische bestemming geldt. Hierbinnen ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de gewenste functie. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied wordt in afbeelding 1.1 met de rode contour aangegeven ten opzichte van de directe omgeving in het buitengebied van de gemeente Ooststellingwerf.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied ten opzichte van de directe omgeving. (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied 2016” dat op 22 maart 2016 is vastgesteld door de gemeente Ooststellingwerf. In 2018 is er een Veegplan vastgesteld, die uiteindelijk zijn vervat in de geconsolideerde versie “Buitengebied (geconsolideerde versie 2020)”. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan te zien. Het projectgebied is aangegeven met de rode contour. De gronden binnen het projectgebied zijn voorzien van de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Agrarisch’. Tevens zijn de gronden voorzien van een dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede vigerende bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep, bedrijf, bed & breakfast of theetuin. ‘Agrarisch’ De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn met name bestemd voor agrarische cultuurgrond, behoud en herstel van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden en dagrecreatief medegebruik. ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ De voor 'Waarde – Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Onder strijdig gebruik wordt onder andere begrepen: 

het verharden van zandpaden en de vervanging van de verharding van klinkerwegen door een asfaltverharding of daarmee vergelijkbare verharding, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'; het aanleggen van verhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m2.

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde ten behoeve van het verharden van zandpaden en het aanleggen van verhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m2 mits: a.

de maatschappelijke noodzaak hiervoor is aangetoond; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing b.

1.3.3

er geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden, waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden met het type verharding dat wordt toegestaan. Strijdigheid

Het voornemen voorziet in het gebruik van de agrarische grond ten behoeve van verblijfsrecreatie met een kleinschalig karakter. Dit is in strijd met de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied, 2016’, aangezien ter plaatse van de te realiseren camping aan agrarische bestemming. Binnen de agrarische bestemming ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de gewenste functie. Op basis van artikel 46.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, 2016’ is het gebruik van agrarische gronden ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie wél toegestaan op of aansluitend aan de erven van grondgebonden agrarische bedrijven of vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing. Hier is in voorliggend geval geen sprake van. Op basis van artikel 48 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, 2016’ kan van het in artikel 46.2 bepaalde worden afgeweken (met een omgevingsvergunning) als de kleinschalige verblijfsrecreatie plaatsvindt op of aansluitend aan de erven van een woning of bedrijf indien er sprake is van een woon- of bedrijfsperceel dat wat betreft oppervlakte en uitstraling vergelijkbaar is met een agrarisch perceel. Om hieraan vergelijkbaar te zijn, moet een woonperceel een aanzienlijke oppervlakte hebben en wat betreft bebouwing en inrichting de uitstraling van een agrarisch bedrijfsperceel hebben.

Wat betreft oppervlakte wordt hier de maat voor nevenberoepsbedrijven aangehouden. Dit zijn geen volwaardige agrarische bedrijven met een maximale oppervlakte van 5.000 m2. Om qua oppervlakte vergelijkbaar te zijn met een agrarisch perceel moet het woonperceel daarom een minimale oppervlakte hebben van 5.000 m2. Het deel van het perceel met de bestemming ‘Wonen’ heeft een oppervlakte van circa 3.800 m2 en is daarmee wat betreft oppervlakte niet vergelijkbaar met een agrarisch perceel. De bebouwing en inrichting van het perceel zijn qua uitstraling niet vergelijkbaar met een agrarisch perceel. Het perceel Frankrijk 4 in Nijeberkoop heeft niet de oppervlakte en uitstraling van een agrarisch perceel. Het voornemen voldoet daarmee niet aan de afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo, uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing 5. 6.

een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8. 9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 4 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige en gewenste situatie van het projectgebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Friesland en de gemeente Ooststellingwerf beschreven. Hoofdstuk 4 staat in het teken van alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Hoofdstuk 6 zal daarna ingaan op het vooroverleg. De ruimtelijke onderbouwing eindigt met een conclusie in hoofdstuk 7.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

PLANBESCHRIJVING

Huidige situatie projectgebied

Het projectgebied ligt in het zuidoosten van de provincie Friesland, gelegen in het buitengebied van de gemeente Ooststellingwerf. De directe omgeving kenmerkt zich voornamelijk door landelijk gebied in de vorm van agrarische gronden en natuur. Ten oosten van het woonerf bevindt zich de enige woning in de directe omgeving, gelegen aan Frankrijk 5. Ten noorden van het projectgebied bevindt zich het lintdorp Nijeberkoop, waar meerdere woningen en een aantal kleine bedrijven zijn gevestigd. Het perceel van het projectgebied is in de huidige situatie op te delen in twee percelen, te weten een woonperceel – het gebied rondom de woning en de woning zelf – en een agrarisch perceel waar het bos zich bevindt, aan de noordzijde van de woning. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie van het projectgebied ten opzichte van de directe en wijdere omgeving. Het projectgebied is aangegeven in de rode contour. In afbeelding 2.2 is een straatbeeldfoto van de huidige situatie opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied ten opzichte van de directe omgeving. (Bron: ArcGIS)

Afbeelding 2.2

Straatbeeldfoto huidige situatie projectgebied (Bron: Google Streetview)

2.2

Gewenste situatie

De concrete ontwikkeling bestaat uit het op locatie aanbieden van een kleinschalige verblijfsplek aan recreanten en bezoekers van het gebied. Hierbij wordt gedacht aan een minicamping voor reizigers met een caravan of camper en ook voor (trekkers-) tenten. De gewenste locatie om dit te realiseren is op het agrarische gedeelte van het projectgebied, waar het bos zich bevindt. In de gewenste situatie is het belangrijk dat de nieuwe situatie past in het omliggende landschap. Hierbij vindt er een natuurlijke aansluiting plaats met de omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige karakteristieke elementen en met de cultuurhistorie van de plek. Voor de inrichting van het agrarisch perceel is een ontwerptekening opgesteld, zie afbeelding 2.3. Hierop zijn de nieuwe wensen en elementen ingetekend.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.3

Ontwerp nieuwe situatie projectgebied. (Bron: Bouwkundig tekenburo Nico Bollen)

In de gewenste situatie is ruimte voor de realisatie van een klein verblijfs- en kampeerterrein. Het agrarische gedeelte van het perceel kan worden ingericht als minicamping, waarbij de uitgangssituatie voor het ontwerp is dat de kampeerplaatsen zoveel mogelijk worden ingepast in de bestaande groenstructuren. Hierdoor blijft het waardevolle karakter van de plek zoveel mogelijk behouden. Op het kampeerterrein worden verblijfsmogelijkheden aangeboden voor een klein aantal bezoekers met campers of caravans. De ontwerptekening uit afbeelding 2.3 laat zien dat er plek is voor eerst acht grotere plaatsen en nog een maximaal zevental kleinere plekken voor tenten. Op de ontwerptekening zijn de 15 kampeerplaatsen ingetekend. De kampeerplaatsen hebben in de gewenste situatie een gemiddelde oppervlakte van 122 m2. Deze oppervlakte sluit aan bij het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied, 2016’, waar wordt gesteld dat het gebruik van gronden ten behoeve van verblijfsrecreatie met een kleinschalig karakter is toegestaan, mits de oppervlakte van een kampeerplaats ten minste 100 m2 en ten hoogste 150 m2 bedraagt. Op de kampeerplekken en op de plekken waar in de gewenste situatie wordt gereden, is het wenselijk om een halfverharding aan te leggen om een goede begaanbaarheid te waarborgen. Deze halfverharding loop langs de westzijde van de minicamping tot aan de entree.

Bij de aanleg van deze halfverharding is het van belang om een voor een groene inpassing te kiezen, bijvoorbeeld door de aanleg van zogeheten graskeien of grasbetonstenen. Hiertussen groeit gras waardoor een mooi groen aanzicht bewaard blijft. Sanitaire voorzieningen zullen worden ondergebracht in een nieuw bijgebouw. Op de ontwerptekening is deze ingetekend aan de zuidzijde in de lijn van de parkeerplaatsen, langs het halfverharde pad. Op de ontwerptekening heeft dit nieuwe gebouw een oppervlakte van 20 m2.

2.3

Landschappelijke inpassing

Het perceel wordt omkaderd met bos en bosstroken: ze geven hiermee ook een duidelijke grens aan van het perceel. Het projectgebied is als het ware als groen eiland aanwezig in haar omgeving. Het bestaande bos en de bosstroken dienen zoveel mogelijk te worden behouden. Aanwezige boom- en struiksoorten zijn onder BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing andere abeel, eik, esdoorn, vlier, meidoorn en hulst. De inheemse variatie aan soorten zorgt voor een aangename en natuurlijke sfeer en geeft geborgenheid en luwte. Om deze reden is ervoor gekozen om het bestaande bos zoveel mogelijk te behouden, vooral ook aan de randen. In de bestaande beplanting kunnen open ruimtes worden gecreëerd voor kampeerplekken. Door de grotere vakken vooral aan de westzijde te creëren, blijft het bos aan de oostzijde behouden, waarbinnen meerdere plekken voor tentplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Bij de tentplaatsen komen geen auto’s wat ook wenselijk is. Door de plaatsen op deze manier in te delen ontstaat een mooie diversiteit aan plekken, en is op iedere plek voldoende beschutting tegen zon en wind aanwezig. In het bos aan de oostkant ligt een wandelpad en het is gunstig om dit pad te behouden en hierbij een extra open plek te creëren als verblijfsplek. De natuurlijke vijver is een heel waardevol element op het perceel en geadviseerd wordt om deze te behouden in zijn huidige vorm. Het eilandje is ook van grote waarde en dient te blijven bestaan. Verder wordt een struweelbosje aangeplant om een natuurlijke scheiding tussen woonerf en camping en een mooi groen aanzicht te realiseren.

2.4

Verkeer en parkeren

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de extra verkeersgeneratie die de ruimtelijke ontwikkeling met zich meebrengt. De gemeente Ooststellingwerf heeft haar eigen parkeerbeleid opgesteld en vastgelegd in de 'parkeerkencijfers voor de Gemeente Ooststellingwerf'. Hierin geeft de gemeente per functie aan wat de bijbehorende parkeerbehoefte is. Voor de functie ‘camping’ of een daaraan vergelijkbare functie heeft de gemeente Ooststellingwerf in haar eigen parkeerbeleid geen parkeerbehoefte opgenomen. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte behorende bij het initiatief wordt daarom aangesloten bij de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ (publicatie 381, december 2018). De bijbehorende verkeersgeneratie wordt tevens aan de hand van deze publicatie berekend. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen.

Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. 2.3.1

Situatie projectgebied

Het initiatief behelst de realisatie van een kleinschalig kampeerterrein voor recreanten en bezoekers van het gebied. Qua functie sluit het voorgenomen initiatief het meest aan bij de functie ‘camping’. Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:   

Type: camping (kampeerterrein); Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk; Stedelijke zone: buitengebied.

Parkeren Uitgaande van bovengenoemde uitgangspunten geldt op grond van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ dat er gerekend moet worden met 1,2 parkeerplaats per standplaats. In het geval van 15 standplaatsen resulteert dit in een parkeerbehoefte van 18 parkeerplaatsen. In het projectgebied wordt voorzien in de aanleg van 10 parkeerplaatsen, zie ook afbeelding 2.3. Tevens kan bij elke kampeerplaats geparkeerd worden, waardoor er wordt voorzien in een parkeerbehoefte van 18 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte die ontstaat in de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing Verkeer Uitgaande van de uitgangspunten onder 2.3.1 geldt op grond van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ dat er gerekend moet worden met 0,4 extra verkeersbewegingen per standplaats. In het geval van 15 bezette standplaatsen resulteert dit in een verkeersgeneratie van 6 verkeersbewegingen per dag. De ontsluiting van de verkeersbewegingen vindt plaats via de halfverharde weg van de minicamping naar de weg Frankrijk. Dit is een vrij smal landweggetje. Gezien het geringe aantal verkeersbewegingen worden hierin echter vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren geacht tegen de gewenste ontwikkeling. 2.3.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

3.1.1.2 Waarborgen en bevorderen gezonde fysieke leefomgeving Een gezonde en veilige leefomgeving, die door de inwoners van Nederland ook als zodanig wordt ervaren, is van nationaal belang. Daarbij wordt voor de gezonde leefomgeving onderscheid gemaakt tussen het beschermen van de gezondheid door een goede milieukwaliteit en het bevorderen van een gezonde leefstijl door een gezond ingerichte leefomgeving. Daarnaast verleidt een gezond ingerichte leefomgeving mensen tot gezond gedrag en voelen mensen zich er prettig (welbevinden). Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn: uitnodigen tot bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), elkaar ontmoeten en ontspannen. Hierbij hoort ook het stelsel van recreatieve fiets-, wandel- en vaarnetwerken. Toegankelijkheid van water (bijvoorbeeld voor sportvisserij) is van belang voor ontspanning. Onze landschappen, ons cultureel erfgoed, onze nationale parken en ook de karakteristieke verschijningsvorm van onze dorpen en steden bepalen in 2050 net als nu de Nederlandse identiteit. Het zijn belangrijke culturele en cultuurhistorische kwaliteiten, die we voor de toekomst hebben behouden. We streven naar een herkenbare leefomgeving met karakter. Dat betekent dat we zuinig omgaan met ons landschap en ons cultureel erfgoed.

In de overgangszones tussen stad en land zijn landschap en natuur beter toegankelijk gemaakt voor recreanten en hebben ondernemers nieuwe inkomensbronnen gevonden in recreatie, natuuren landschapsbeheer en energievoorziening. In 2050 is het grootste deel van ons grondoppervlak nog steeds bestemd voor land- en tuinbouw en natuur. Wel ziet ons landbouw- en voedselsysteem er in de toekomst anders uit. Activiteiten als recreatie, zorg en landschapsbeheer bieden alternatieve inkomensbronnen. Landbouw, landschap en biodiversiteit versterken elkaar. Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing 3.1.2

Nationaal Programma Landelijk Gebied

Onder de NOVI wordt de aanpak van het landelijk gebied vormgegeven in een apart Rijksprogramma: het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Hierin wordt naast de opgaven voor natuur en landbouw ook de verbinding gemaakt tussen wonen, mobiliteit, energie, recreatie, water- en bodemsystemen en klimaatadaptatie. Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied worden cultureel erfgoed en unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterkt. Recreatie en toerisme zijn twee sectoren die in de toekomst extra aandacht krijgen. Het landelijk gebied levert onder andere via deze vormen van gebruik een belangrijke bijdrage aan onze samenleving. In de toekomst wordt daarom extra ingezet op het versterken van de landschappelijke kwaliteiten, waarin kansen liggen voor functiemenging en nieuwe verdienmodellen op het gebied van onder meer recreatie, energievoorziening en natuurbeheer. 3.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het Rijksbeleid laat zich niet uit over dergelijke kleinschalige, lokale ontwikkelingen. Het initiatief is niet in strijd met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’, omdat hier gezien de aard en omvang van de ontwikkeling niet gaat om een stedelijke ontwikkeling. Verder kan worden beargumenteerd dat de voorgenomen ontwikkeling past bij de doelstellingen binnen het waarborgen en bevorderen van een gezonde fysieke leefomgeving. Tevens is er op nationaal niveau een verschuiving in het landelijk gebied zichtbaar waarbij activiteiten als recreatie steeds vaker voor zullen komen. 3.1.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het relevante Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Provinciale Omgevingsvisie (POVI)

De Provinciale Staten heeft op 23 september 2020 de provinciale Omgevingsvisie (POVI) “De Romte Diele” vastgesteld. De POVI vervangt het strategisch beleid van de provincie in het Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en het Verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven:    

Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptief inrichten; Versterken biodiversiteit.

De POVI geeft een aantal uitgangspunten waaronder nieuwe initiatieven binnen de recreatieve en toeristische sector mogen plaatsvinden. Nieuwe initiatieven zijn mogelijk bij de stedelijke en regionale centra en de recreatiekernen; uitbreiding van bestaande voorzieningen is ook daarbuiten mogelijk. In alle gevallen wordt gevraagd om een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Bij nieuwe initiatieven die het kleinschalige overstijgen, zet de provincie primair in op een toevoeging van landschappelijke en natuurlijke elementen. Kleinschalige kampeervoorzieningen tot 15 verblijfseenheden zijn buiten de natuurgebieden in de hele provincie mogelijk. Kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen, met name kamperen bij de boer, vormen een belangrijke basis voor plattelands-, cultuur- en natuurtoerisme. Ook leveren deze voorzieningen een belangrijke bijdrage aan de versterking van de recreatieve netwerken. Kleinschalige verblijfsrecreatie leent zich bij uitstek als nevenfunctie bij agrarische bedrijven of als vorm van hergebruik in voormalige boerderijen, vooral wanneer deze langs recreatieve routes ligt. De toegenomen belangstelling voor cultuur en cultuurtoerisme biedt kansen voor het aantrekken van nieuwe doelgroepen verblijfsrecreanten. Initiatieven voor kwaliteitsverbetering komen vanuit de markt.

De provincie beschouwt het als haar rol om voor deze initiatieven samen met gemeenten ruimtelijke mogelijkheden te

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing creëren. Daarnaast zal op een gepaste schaal kwantitatieve groei mogelijk blijven, zeker als dat een impuls oplevert voor kwaliteitsverbetering van het verblijfsrecreatieve aanbod. Toetsing aan de POVI Op basis van de bij verblijfsrecreatie behorende uitgangspunten uit de POVI sluit het initiatief aan Frankrijk 4 in Nijeberkoop naadloos aan op de provinciale ambitie op het gebied van kleinschalige kampeervoorzieningen. Ten eerste gaat het om een kleinschalig initiatief van maximaal 15 standplaatsen. Ten tweede wordt in het ontwerp van het initiatief sterk rekening gehouden met de landschappelijke inpassing en de aansluiting bij de cultuurhistorische en karakteristieke kenmerken van de omgeving. Ten derde biedt het initiatief een aantrekkelijke, kleinschalige verblijfsplek die voorziet in de toegenomen belangstelling voor cultuurtoerisme, gezien de ligging van het projectgebied in het landschapstype ‘woudontginningen’. Dit landschapstype is aangewezen als karakteristiek en wordt benoemd in diverse beleidsnota’s zoals in het Landschapsbeleidsplan van Zuidoost Friesland en in de Handleiding inpassing erven Ooststellingwerf. 3.2.2

Gastvrij Fryslân 2028

Het uitvoeringsprogramma Gastvrij Fryslân 2028 is op 9 juni 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten en is de uitwerking van de provinciale beleidsnota Gastvrij Fryslân. De opgave waaraan de provincie in dit uitvoeringsprogramma uitvoering aan wil geven is om meer jaarrond toerisme in Friesland en spreiding van bezoekers te realiseren. De strategie hierin is het stimuleren van het juiste aanbod op de juiste plek voor een passende doelgroep. Via het ruimtelijke ordeningsspoor wordt hierin gewerkt aan slimme groei als het gaat om plannen voor nieuwe verblijfsrecreatie. Zo zijn er mogelijkheden voor passende ontwikkelingen op meer plekken dan voorheen, ook buiten de zogenaamde ‘recreatiekernen’. Toetsing aan het uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma put uit het Vitaliteitsonderzoek logiesaccommodaties Fryslân. Hieruit blijkt dat het initiatief aan Frankrijk 4 in Nijeberkoop passend is. Omdat het om een kleinschalig initiatief gaat, heeft deze weinig impact op de marktruimte volgens het onderzoek. 3.2.3

Verordening Romte Fryslân 2014

Provinciale Staten hebben in hun vergadering van 25 juni 2014 de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. De verordening stelt regels die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. De verordening voorziet in de mogelijkheden om buiten een recreatiekern een kleinschalig kampeerterrein toe te staan. In artikel 5.5.1 lid 1 onder a is geregeld dat op of aansluitend aan het erf van een agrarisch bedrijf, woning of bedrijf een kleinschalig kampeerterrein van maximaal 15 standplaatsen kan worden toegestaan. De verordening voorziet daarmee in het maximaal aantal standplaatsen dat in het projectgebied mogen worden gerealiseerd. Het college van de gemeente Ooststellingwerf heeft op 19 januari 2021 besloten om in principe medewerking te verlenen voor de realisatie van de minicamping met het betreffende aantal van maximaal 15 standplaatsen. 3.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Het initiatief sluit aan bij de doelstellingen die in het provinciaal beleid zijn geformuleerd omtrent recreatie en toerisme. Het initiatief voorziet in niet meer dan 15 standplaatsen en voldoet daarmee aan de eisen vanuit de Provinciale Verordening Romte.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Ooststellingwerf ‘De grenzeloze toekomst’

In de structuurvisie ‘2010-2020-2030 Ooststellingwerf, de grenzeloze toekomst’ is de visie op ruimtelijke ontwikkelingen in Ooststellingwerf opgenomen. In deze visie staat over recreatie en toerisme:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing “Hierbij [duurzaam ondernemen en duurzame landbouw] past ook recreatie op een duurzame grondslag, met cultuurhistorie en de kernkwaliteiten rust, ruimte, natuur en landschap als basis en in combinatie met een verbrede landbouw en met een accent op wellness en op zorg. Hiermee zet de gemeente voor de periode 2010-2030 stevig in op recreatie als belangrijke bron van werkgelegenheid” (p. 90). “Ooststellingwerf staat bekend om zijn mooie landschappen en natuur. Deze ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit moet goed benut worden. De recreanten moet meer geboden worden om ze langer vast te houden. In het verleden stond Ooststellingwerf bekend om haar recreatie en toerisme. Er zijn in de gemeente nog steeds voldoende mogelijkheden om te recreëren. De wensen van de huidige recreant zijn veranderd en het aanbod in Ooststellingwerf vrijwel niet, hierdoor is het succes afgenomen. De kernwoorden om de recreatie weer te verbeteren zijn seizoensverlenging en kwaliteitsverhoging” (p. 91). Toetsing aan de structuurvisie Er wordt geconcludeerd dat het initiatief aansluit op de visie van de gemeente Ooststellingwerf op het gebied van recreatie en toerisme. 3.3.2

Programma 3: Ruimtelijke en Economische ontwikkelingen

De gemeente Ooststellingwerf heeft een aantal doelstellingen op het gebied van ruimtelijke en economische ontwikkelingen geformuleerd. Binnen het thema ‘Recreatie en toerisme’ is als expliciete doelstelling benoemd dat de gemeente inzet op het ombuigen van de lichte daling in de werkgelegenheid in de toeristische sector naar een significante groei. Het beleid richt zich in eerste instantie met name op het vergroten van de toeristische aantrekkelijkheid van het gebied rondom Appelscha. Daarbuiten is het uitgangspunt dat initiatieven die recreatie en toerisme naar een hoger niveau tillen worden ondersteund. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de recreatiemogelijkheden binnen het buitengebied van Ooststellingwerf. Het initiatief sluit daarom aan bij de doelstellingen die de gemeente heeft geformuleerd binnen ‘Programma 3: Ruimtelijke en Economische ontwikkelingen’. 3.3.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het relevante gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Voor een besluit als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 Wabo (uitgebreide voorbereidingsprocedure) is artikel 3.16 van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing (op grond van artikel 5.20 van het Bor). Op grond van artikel 3.16 Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid van het initiatief beschreven. Hierbij worden de volgende thema’s meegenomen: geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, besluit milieueffectrapportage en water.

4.1

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Met de voorliggende ontwikkeling worden geen geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt als bedoeld in de Wgh. Een akoestisch onderzoek kan daarmee achterwege blijven.

4.2

Bodem

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning moet worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstig gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Dit gebeurt aan de hand van een actueel bodemonderzoek conform de richtlijnen NEN 5725 en NEN 5740. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving (bijv. bouwverordening) gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: 1. 2. 3. 4.

Als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of als het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; Als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; Als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II (bouwverordening).

In het projectgebied worden geen gebouwen voor langdurig verblijf gerealiseerd. Het enige gebouw betreft een klein bijgebouw waarin sanitaire voorzieningen worden ondergebracht. Dit gebouw heeft geen verblijfsfunctie. Voor het overige gaat het uitsluitend op kampeerplaatsen. Een bodemonderzoek kan daarom achterwege blijven.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

De belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet Luchtkwaliteit. De kern van deze wet bestaat uit BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing luchtkwaliteitsnormen, welke zijn gebaseerd op Europese richtlijnen. Deze bevat onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

Woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; Woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; Kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.2

Situatie projectgebied

De ontwikkeling voorziet in de realisatie van maximaal 15 kampeerplaatsen. In paragraaf 4.3.1.1 zijn voorbeelden opgenomen van categorieën van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit initiatief in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend initiatief ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Kampeerplaatsen zijn geen gevoelige bestemmingen als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen uit de Wet Luchtkwaliteit. Het projectgebied ligt daarbij op 710 meter van de dichtstbijzijnde provinciale weg, de N351. Een toetsing aan de grenswaarden die zijn genoemd in de Wet Luchtkwaliteit is dan ook niet nodig. 4.3.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor voorliggend initiatief.

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing ruimtelijke ontwikkelingen moeten vanuit dit beleidsveld worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Beoordeeld moet worden of het plangebied is gelegen binnen geldende risicocontouren en veiligheidsafstanden. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:     

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Het Registratiebesluit externe veiligheid; Het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); Het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in:    

Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); De Regeling basisnet; De (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2

Situatie in en bij het projectgebied

Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met daarop middels de rode omlijning de locatie van het projectgebied weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 4.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Nederland.risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied:      4.4.3

Zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder hert Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); Zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; Niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; Niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van busleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Niet is gelegen binnen de circulaire effectafstand van een LPG-tankstation. Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de bestaande wet- en regelgeving omtrent externe veiligheid.

4.5

Milieuzonering

4.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Hieronder wordt verstaan: het bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in acht nemen van voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen). Hierdoor worden hinder en gevaar voorkómen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt om zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing van de bestemming die de milieubelastende activiteit toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden of zijn gesitueerd. 4.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden, te weten ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Het buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie) is, evenals een stiltegebied of een natuurgebied, een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een ‘gemengd gebied’. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk is.

Het projectgebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Ooststellingwerf. Daarom kan worden uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ c.q. ‘rustig buitengebied’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

4.5.3

Richtafstand tot omgevingstype ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’ 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstand tot omgevingstype ‘gemengd gebied’ 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie projectgebied

Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: a. b.

Past de functie in de omgeving? (externe werking); Laat de omgeving de functie toe? (interne werking).

Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing Voor campings en kampeerterreinen geldt op basis van de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ een richtafstand van 50 meter voor geluid. Het perceel van de dichtstbijzijnde woning van derden ligt op circa 42 meter afstand. Deze richtafstand wordt dan ook niet gehaald. In voorliggend geval is een nuancering echter op zijn plaats. De VNG-uitgave gaat uit van middelgrote moderne inrichtingen. In dit geval is sprake van een camping van zeer kleinschalige omvang. Daarnaast ontstaat de daadwerkelijke milieubelasting (geluid) van campings met name door de centrale voorzieningen, zoals een buitenzwembad, speelvoorzieningen en grote centrale parkeergelegenheden. Deze voorzieningen zijn bij deze camping niet aanwezig. Het gaat puur om kampeerplaatsen, een kleinschalig parkeerterrein en een sanitairgebouw. Daarnaast is de afstand vanaf de daadwerkelijke kampeerplaatsen tot de woonbestemming groter dan 50 meter. Een akoestisch onderzoek kan daarom achterwege blijven. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het projectgebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Standplaatsen voor een kampeerterrein zijn niet aangewezen als milieugevoelige functie. Daarnaast zijn er ook geen milieubelastende functies aanwezig in de directe omgeving.

De dichtstbijzijnde milieubelastende functie is een restaurant aan de Bovenweg 26. Een dergelijke functie is op basis van het geldende bestemmingsplan maximaal aan te merken als zijnde een milieucategorie 2 inrichting. Op basis van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ dient bij een dergelijke inrichting een richtafstand van 30 meter te worden aangehouden. In voorliggend geval bedraagt de afstand tussen het projectgebied en deze milieubelastende functie circa 800 meter, waarmee ruimschoots aan de richtafstand wordt voldaan. Ter plaatse van het projectgebied is dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten. 4.5.4

Conclusie

Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

4.6

Ecologie

4.6.1

Inleiding

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerken Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. 4.6.2

Gebiedsbescherming

4.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden In voorliggend geval is het projectgebied gelegen op circa 3,5 km van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Drents-Friese Wold & Leggerderveld’. In afbeelding 4.2 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de oranje ster aangegeven. Ondanks dat het in voorliggend project gaat om een kleinschalige ontwikkeling, dient het effect van de stikstofdepositie van de voorliggende ontwikkeling in kaart te worden gebracht. Hierbij dient te worden gekeken naar de stikstofdepositie in de aanlegfase en in de gebruiksfase.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 4.2

Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: Aerius.nl)

Resultaat AERIUS-berekening BJZ.nu heeft voor de voorliggende ontwikkeling twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project. Deze bestaan uit een berekening voor de aanlegfase en een berekening voor de gebruiksfase. De aanlegfase bestaat uit de bouw van een bijgebouw waarin de sanitaire voorzieningen worden ondergebracht. De gebruiksfase bestaat uit het extra verkeer dat wordt gegenereerd na realisatie van het project. Hiervoor wordt ook verwezen naar paragraaf 2.3. Voor beide fases is voor dit project een berekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS-calculator. De volledige rapportage van de stikstofberekening is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot de gebruiksfase is tevens geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 4.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het projectgebied is niet gelegen in of in de directe nabijheid van het NNN. Het dichtstbijzijnde deel van het NNN is gelegen op circa 230 meter van het projectgebied. Afbeelding 4.3 toont de ligging van het projectgebied (oranje ster) ten opzichte van het NNN. Gezien het feit dat het projectgebied niet is gelegen in

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Omgevingsvergunning Frankrijk 4, Nijeberkoop Ruimtelijke onderbouwing of in de directe nabijheid van een NNN-gebied kan worden gesteld dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN als gevolg van het voorliggend initiatief.

Afbeelding 4.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=0c70f0c7-29a2-4d6f-91ff-487a3a13577a