CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing natuurbegraafplaats Terwisscha

Raadsvergadering 15 februari 2022, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een natuurbegraafplaats bij begraafplaats Terwisscha10.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

nl_rapport.docx 20161201

10 (18)

zoals diverse soorten paddenstoelen en vaatplanten worden niet in het onderzoek betrokken omdat deze soorten niet relevant zijn voor toetsing aan de Wet Natuurbescherming. 3.3 Voorkomende ecotopen Het plangebied ligt ten zuiden van de Kloosterweg en betreft een circa 20 m brede strook langs de oostzijde van de begraafplaats Terwisscha. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de bijbehorende parkeerplaats en aan de oost- en zuidzijde aan bos. In het plangebied is één ecotoop te onderscheiden, namelijk vrij open bos. 3.4 Planten Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten (NDFF, 2016-2021). Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde plantensoorten. In het winterseizoen zijn de meeste planten ook niet waarneembaar, wel waargenomen zijn hedera, brede stekelvaren en hulst. Het bos, bestaande uit eik, beuk en gewone zilverspar, is erg open en er is een dikke strooisel laag met onder de blad laag een dikke laag verteerd en halfverteerd blad. Deels is de grond geroerd. Analyse en toetsing van mogelijke effecten De werkzaamheden hebben geen effect op plantensoorten behorend tot de beschermingsregimes van de Wet natuurbescherming aangezien deze niet voorkomen in het plangebied.

Beschermde soorten zijn op basis van de biotoopkenmerken ook niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar beschermde planten en een mogelijke ontheffingsprocedure zijn daarom niet nodig. 3.5 Vleermuizen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Er zijn nabij het plangebied geen waarnemingen bekend van vleermuizen (NDFF, 20162021). Volgens actuele verspreidingsgegevens (www.verspreidingsatlas.nl) is de kans groot dat de gewone- en ruige dwergvleermuis, maar ook de watervleermuis en laatvlieger voorkomen binnen of nabij het plangebied. Binnen het plangebied zijn bomen aanwezig die mogelijk kunnen dienen als vliegroute of foerageergebied. In de bomen zijn geen holtes aangetroffen die kunnen dienen als verblijfplaats van vleermuizen. De bomen blijven behouden en er worden geen gebouwen gesloopt. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig met holtes die kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. De mogelijke functie van de bomen als vliegroute en / of foerageergebied kan blijven bestaan. Uitgaande van de uitvoering van de werkzaamheden bij daglicht, treden geen negatieve effecten op vleermuizen op.

3.6 Overige zoogdieren Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten In de omgeving van het plangebied zijn alleen waarnemingen bekend van de Europees beschermde wolf, de nationaal beschermde eekhoorn en de vrijgestelde bunzing, huisspitsmuis en egel (NDFF, 2016-2021). Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren waargenomen. In de bomen zijn geen nesten van eekhoorn aanwezig. Voor bunzing vormt

nl_rapport.docx 20161201

11 (18)

het plangebied geen essentieel leefgebied vanwege het ontbreken van water en de openheid van het bosje. In de directe omgeving is wel water en meer beschutting aanwezig. Ook voor wolf biedt het plangebied geen geschikt leefgebied, door de aanwezige menselijke activiteit in de directe omgeving. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Nader onderzoek naar de aanwezigheid van strikt beschermde zoogdiersoorten en een eventuele ontheffingsprocedure zijn niet nodig omdat deze soorten niet zijn waargenomen en/of vanwege het ontbreken van geschikt habitat niet zijn te verwachten binnen het plangebied. Wel geldt de algemene zorgplicht voor zowel vrijgestelde als beschermde soorten, wat zorgvuldig handelen vereist. Dit houdt voornamelijk in dat passerende zoogdieren de gelegenheid moet worden geboden het plangebied te kunnen verlaten. 3.7 Vogels Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Alle inheemse vogels zijn als Vogelrichtlijnsoort beschermd conform artikel 3.1 Wet natuurbescherming. Vogels zijn te allen tijde gedurende het broedseizoen beschermd. Op basis van het bronnenonderzoek is vastgesteld dat er in de directe en wijde omgeving van het plangebied veel (broed)vogelsoorten zijn waargenomen in het plangebied (NDFF, 2016-2021). Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten in de bomen waargenomen.

Analyse en toetsing van mogelijke effecten Verstoring van vogels treedt op wanneer er werkzaamheden uitgevoerd worden in de nabijheid van broedende vogels rond het werkgebied. Het betreft binnen dit project broedende vogels in bomen. Door buiten het broedseizoen te werken, wordt verstoring van broedende vogels voorkomen. De broedperiode loopt globaal van half maart tot begin augustus. Indien het niet te vermijden is in het broedseizoen te werken dient eerst onderzocht te worden of er in de nabijheid nesten of broedende vogels aanwezig zijn die verstoord kunnen worden. Indien dit het geval is, wordt gewacht met de werkzaamheden tot het moment dat de vogels uitgevlogen zijn. 3.8 Amfibieën en Reptielen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Er zijn binnen of nabij het plangebied geen waarnemingen bekend van amfibieën of reptielen (NDFF, 2016-2021). Binnen het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde amfibieën (oppervlaktewater ontbreekt), en reptielen (geen structuurrijke bodemvegetatie en als de bomen in blad staan weinig zon). Tijdens het veldbezoek zijn geen aanvullende waarnemingen van soorten gedaan. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Wegens het ontbreken van geschikt habitat voor beschermde amfibieën binnen het plangebied zijn deze hier niet te verwachten. Wel kunnen algemene amfibieënsoorten voorkomen binnen het plangebied.

Voor aanwezige beschermde en vrijgestelde soorten dient de zorgplicht in acht genomen te worden, wat voornamelijk inhoudt dat deze de gelegenheid moet worden geboden het plangebied te verlaten. Er hoeft voor amfibieën en

nl_rapport.docx 20161201

12 (18)

reptielen geen aanvullend onderzoek plaats te vinden of vergunning / ontheffing te worden aangevraagd. 3.9 Vissen Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Binnen het plangebied is geen sprake van oppervlaktewater waar vissen kunnen voorkomen. Deze soortgroep behoeft daarom geen specifieke toetsing. 3.10 Ongewervelden Actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten Vanuit het bronnenonderzoek zijn, naast de Europees beschermde noordse winterjuffer zuidoostelijk van het plangebied, geen waarnemingen bekend van beschermde soorten libellen, vlinders of andere insecten (NDFF, 2016-2021). In het plangebied is geen geschikt voortplantings- en overwinteringshabitat voor de noordse winterjuffer aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen aanvullende waarnemingen gedaan. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Geschikt voortplantings- (water met begroeiing) en overwinteringshabitat (heidevelden met pijpenstrootje) voor de noordse winterjuffer is niet aanwezig in het plangebied. Door de geplande uitbreiding van de natuurbegraafplaats treden daarom geen negatieve effecten op ongewervelden op. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde soorten waargenomen of te verwachten. Derhalve hebben de werkzaamheden geen negatief effect op deze soortgroep en is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

nl_rapport.docx 20161201

13 (18)

4

Natuurbeleidskaders

4.1 Toetsingskader Het beleidskader van de overheid dat niet in wetgeving is vastgelegd bestaat uit: · Provinciaal beleid

° Natuurnetwerk Nederland (NNN). 4.2 Natuurnetwerk Nederland Toetsingskader De wettelijke bescherming (Wro) van het NNN is geregeld via het bestemmingsplan. De afweging voor ingrepen in het NNN gaat volgens het “nee, tenzij-principe”. In onderstaand schema is dit stapsgewijs weergegeven. Ingrepen met een significant negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een NNN-gebied, dan dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. De resteffecten aan verlies van kwaliteit en/of oppervlakte dient te worden gecompenseerd. Daarnaast kan salderen van positieve en negatieve effecten op het NNN uitkomst bieden om projecten in het NNN te realiseren. Het verkennend natuuronderzoek geeft inzicht in de ligging van NNN-gebieden in de omgeving van het plangebied en de noodzaak voor het doorlopen van ‘nee, tenzij, procedure’. Een “nee, tenzij-toets” behoeft alleen te worden doorlopen indien er sprake is van een ROprocedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het plangebied.

Schema: Het ”nee, tenzij"-principe van het compensatiebeginsel.

Inventarisatie Het plangebied ligt binnen de begrenzing van NNN (EHS Friesland). In afbeelding 4.1 is de ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van NNN (groen) weergegeven.

nl_rapport.docx 20161201

14 (18)

Figuur 4.1: Plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van EHS (groen) (bron: Provincie Friesland).

Analyse en toetsing effecten Het plangebied ligt binnen de begrenzing van NNN (EHS Friesland). De wettelijke bescherming (Wro) van het NNN is geregeld via het bestemmingsplan. Het NNN voor de provincie Friesland is vastgelegd in Verordening Romte Fryslân 2014. De afweging voor ingrepen in het NNN gaat volgens het “nee, tenzij-principe”. Ingrepen met een significant negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden mogen niet plaatsvinden, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang en indien er geen alternatieven zijn. Indien bij een ingreep schade wordt aangericht aan een NNNgebied, dan dient dit in ieder geval gemitigeerd te worden. Door het in gebruik nemen van het plangebied als natuurbegraafplaats verandert er niets aan de wezenlijke kenmerken. Er verdwijnen geen bomen, enkel de ondergroei wordt verwijderd en een paadje met houtsnippers wordt aangelegd, het blijft functioneren als een bos. Ook de rust in het bos blijft gehandhaafd. Er treedt door het begraven van mensen in het bos geen oppervlakteverlies of significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en samenhang met het omringende NNN plaats. Dit betekent dat de geplande activiteit is toegestaan en compensatie niet noodzakelijk is.

nl_rapport.docx 20161201

15 (18)

5

Conclusies / aanbevelingen

Wet natuurbescherming Natura 2000-gebieden Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld ligt op circa 360 m afstand van het plangebied. In combinatie met de extensieve aard van de werkzaamheden zal geen verstoring door licht, geluid of beweging plaatsvinden. Met de Aerius calculator kan vastgesteld worden of door de werkzaamheden al dan niet additionele stikstofuitstoot plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen. In de nieuwe situatie vindt geen extra stikstofuitstoot plaats. Als met elektrisch materieel wordt gewerkt zijn negatieve effecten uit te sluiten. Soortenbescherming Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten en er gaat geen essentieel leefgebied verloren van beschermde soorten die in de omgeving zijn aangetroffen (vleermuizen, eekhoorn, bunzing, wolf en noordse winterjuffer). Het plangebied kan gebruikt worden als broedplaats voor vogels. Om verstoring van broedende vogels op deze percelen te voorkomen zullen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg half maart t/m juli met uitloop tot halverwege augustus) uitgevoerd moeten worden.

Indien uitvoering van de werkzaamheden in het broedseizoen niet is te voorkomen en in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord, dient het terrein voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een deskundig ecoloog op aanwezigheid van in gebruik zijnde vogelnesten. Deze dienen gespaard te blijven zolang ze in gebruik zijn en mogen niet worden verstoord. Potentieel jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen in de bomen. Zorgplicht Om verstoring van migrerende, overvliegende of foeragerende vleermuizen te voorkomen, dienen de werkzaamheden zo veel mogelijk overdag uitgevoerd te worden en dient waar mogelijk tussen zonsondergang en zonsopgang geen directe werkverlichting of strooiverlichting (m.u.v. voertuigen) toegepast te worden. Voor eventueel aanwezige algemene (vrijgestelde) soorten in de Provincie Friesland geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Hiervoor geldt wel de zorgplicht, wat betekent dat nadelige gevolgen voor planten en dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Aanwezige dieren dienen in de gelegenheid gesteld te worden het plangebied te verlaten.

nl_rapport.docx 20161201

16 (18)

Natuurbeleidskaders Natuurnetwerk Nederland Het plangebied valt binnen de begrenzing van NNN (EHS Friesland). Omdat de aard van het plangebied niet wijzigt en er geen bomen worden gekapt treden geen negatieve effecten op ten aanzien van NNN. Wel wordt geadviseerd het voornemen te melden bij de provincie Friesland. Samenvattende tabel Effecten

Nader onderzoek Geen als elektrisch materieel, anders Aerius

Nader effect onderzoek Mogelijk stikstof

Mitigerende maatregelen* Mogelijk stikstof

Nadere procedure Mogelijk stikstof

Wet natuurbescherming, Natura 2000gebieden

Mogelijk stikstof

Wet natuurbescherming, soorten bescherming

Verstoring broedvogels

Geen

Geen

Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren

Geen

Natuurnetwerk Nederland

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

* mogelijke maatregelen om effecten te voorkomen

nl_rapport.docx 20161201

17 (18)

6 · · · · ·

Bronnenlijst Januari 2021: Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF); Januari 2021: https://www.verspreidingsatlas.nl/; Januari 2021 EHS Fryslan; Januari 2021: https://www.natura2000.nl. Quick scan natuurtoets uitbreiding begraafplaats Terwisscha, Sweco, 352966, 2016 en revisie juni 2017.

nl_rapport.docx 20161201

18 (18)

Bijlage 4

Toestemming Vitens nabijgelegen waterwingebied

19 (15)

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

WaterwinningFriesland <WaterwinningFriesland@vitens.nl> dinsdag 16 februari 2021 10:30 Rozema, Mervin RE: Uitbreiding natuurbegraafplaats Terwisscha

Beste Mervin, De ac tiviteit vindt plaats buiten het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied van de productieloc atie Terwisscha, zoals gedefinieerd in de PMV. Het eigenlijke waterwingebied is gelegen in het Builtingerzand. De ac tiviteit vindt plaats naast de zuiveringsloc atie Terwisscha. Op voorhand zie ik geen bewaren wat betreft deze uitbreiding van de natuurbegraafplaats. Groet, Feike Bonnema Omgevingsmanager

Vitens N.V. | Oude Veerweg 1 | Zwolle | Postbus 1205 | 8001 BE Zwolle 0653817465 | Feike.Bonnema@vitens.nl | www.vitens.nl

Van: Rozema, Mervin <mervin.rozema@sweco.nl> Verzonden: maandag 8 februari 2021 07:47 Aan: WaterwinningFriesland <WaterwinningFriesland@vitens.nl> Onderwerp: Uitbreiding natuurbegraafplaats Terwisscha Geachte heer/mevrouw, In opdracht van Stichting Begraafplaatsen Appelscha onderzoekt Sweco de uitbreiding van begraafplaats Terwisscha en bereidt de vergunningaanvraag voor. De stichting wil aan de oostzijde van de huidige begraafplaats aan de Kloosterweg te Terwisscha een natuurbegraafplaats aanleggen. Om dit mogelijk te maken is de aanvraag van een omgevingsvergunning noodzakelijk. Aangezien dit strijdig is met het bestemmingsplan, stellen we een ruimtelijke onderbouwing op. Eén van de onderdelen is de relatie van deze natuurbegraafplaats met het waterwingebied ten zuiden van Terwisscha (zie afbeelding), gelegen op circa 300 meter afstand. In 2016/2017 heeft Sweco in feite hetzelfde traject doorlopen, destijds voor een uitbreiding aan de westzijde van de begraafplaats van ongeveer dezelfde omvang. Toentertijd heeft afstemming plaatsgevonden met de heer Feike Bonnema en is akkoord gegeven, aangezien de uitbreiding niet binnen het waterwingebied werd uitgevoerd. Via deze mail zou ik u willen vragen de beoogde uitbreiding aan de oostzijde te beoordelen in relatie tot het waterwingebied.

Desgewenst ben ik bereid hiervoor meer toelichting te geven bij de heer Bonnema of zijn collega’s. Indien u op voorhand geen bezwaren heeft, verneem ik dat ook graag als reactie op deze mail. Ik zie uw reactie op deze mail graag tegemoet. Met vriendelijke groet,

Mervin Rozema Adviseur ruimtelijke ontwikkeling Gebiedsadvies Groningen M +31 6 51 59 30 57 mervin.rozema@sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen T +31 88 811 66 00 Handelsregister 30129769 www.sweco.nl

Vanaf gepaste afstand blijven wij benaderbaar en betrokken en werken we samen met onze klanten door. Hoe? Lees hier onze verhalen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=315af276-0076-421a-b51d-55ecfe62770e