Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing natuurbegraafplaats Terwisscha
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Projectnummer: 51003239 / 376499 Referentienummer: NL21-648800269-3756 Datum: 26-08-2021
Aanleg natuurbegraafplaats bij begraafplaats Terwisscha Ruimtelijke onderbouwing ex art. 2.12 lid 1a sub 3 Wabo
Definitief
Opdrachtgever: Stichting begraafplaatsen Terwisscha Bosweer 19 8426 CK APPELSCHA
Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Gebiedsadvies Groningen Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Mervin Rozema Adviseur ruimtelijke ontwikkeling M +31 6 51 59 30 57
Verantwoording Titel
Aanleg natuurbegraafplaats bij begraafplaats Terwisscha
Subtitel
Ruimtelijke onderbouwing ex art. 2.12 lid 1a sub 3 Wabo
Projectnummer
51003239 / 376499
Referentienummer
NL21-648800269-3756
Revisie
D01
Datum
26-08-2021
Auteur
Mervin Rozema
E-mailadres
mervin.rozema@sweco.nl
Gecontroleerd door
Jochem Knol
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Tim Verver
Paraaf goedgekeurd
2 (15)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 4
1.1
Aanleiding en achtergrond ....................................................................................... 4
1.2
Afwijking bestemmingsplan ..................................................................................... 4
1.3
Begrenzing plangebied ............................................................................................ 4
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................ 5
2
Projectprofiel.......................................................................................................... 6
2.1
Plangebied ............................................................................................................... 6
2.2
Plantoelichting ......................................................................................................... 6
3
Omgevingsaspecten ............................................................................................. 8
3.1
Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................. 8
3.2
Bodemhygiëne ......................................................................................................... 8
3.3
Watertoets ............................................................................................................... 9
3.4
Waterwingebied ....................................................................................................... 9
3.5
Natuur .................................................................................................................... 10
3.6
Verkeer .................................................................................................................. 11
3.7
Luchtkwaliteit ......................................................................................................... 12
3.8
Geluid .................................................................................................................... 12
3.9
Geur ....................................................................................................................... 13
3.10
Externe veiligheid .................................................................................................. 13
4
Uitvoerbaarheid ................................................................................................... 14
4.1
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................... 14
4.2
Overleg en zienswijzen .......................................................................................... 14
5
Juridische aspecten ............................................................................................ 15
Bijlage 1
Quickscan archeologie en cultuurhistorie
Bijlage 2
Watertoets
Bijlage 3
Natuurtoets
Bijlage 4
Toestemming Vitens nabijgelegen waterwingebied
3 (15)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding en achtergrond Sinds 1 januari 2004 is het beheer van de begraafplaatsen overgedragen aan de Stichting Begraafplaatsen Appelscha. De stichting heeft als doelstelling het met grote mate van zorgvuldigheid beheren en exploiteren van de tot de stichting behorende begraafplaatsen: · Appelscha: Oosterse Es, Terwisscha en Wester Es (Trefkerk); · Langedijke: begraafplaats aan de Klokhuisdijk. Stichting Begraafplaatsen Appelscha is voornemens om aan de oostzijde van de huidige begraafplaats Terwisscha een natuurlijke begraafplaats aan te leggen. Om in te spelen op de landelijke tendens waarin mensen hebben aangegeven interesse te hebben in natuurbegraven wil de stichting hierop anticiperen en uitbreiden met een natuurbegraafplaats. In 2018 is de huidige begraafplaats aan de westzijde uitgebreid voor een natuurbegraafplaats. 1.2 Afwijking bestemmingsplan De ontwikkeling van een natuurbegraafplaats past niet in het huidige bestemmingsplan. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken kan door middel van een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure (ex art. 2.12 lid 1a sub 3 Wabo) afgeweken worden van het bestemmingsplan, mits deze wordt voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Hierin wordt gemotiveerd waarom de realisatie van de natuurbegraafplaats passend is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. De voorliggende rapportage voorziet hierin.
1.3 Begrenzing plangebied Het plangebied waarbinnen afgeweken wordt van het bestemmingsplan ligt ten oosten van de huidige begraafplaats. Eigenaar van het perceel is de Stichting Begraafplaatsen Appelscha. Het plangebied is gelegen in het perceel met de kadastrale aanduiding: Makkinga C 7770 in de gemeente Ooststellingswerf. Het perceel heeft een totale oppervlakte van 1 hectare en 70 centiare. Een deel van het terrein zal worden ingericht als Natuurbegraafplaats.
4 (15)
Figuur 1: Ligging uitbreiding begraafplaats Terwisscha (rood omkaderd)
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en het voorgenomen project. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 4 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het bestemmingsplan. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de juridische aspecten van het plan.
5 (15)
2
Projectprofiel
2.1 Plangebied De huidige begraafplaats is gelegen in Terwisscha (gemeente Ooststellingwerf). De nieuw aan te leggen natuurbegraafplaats ligt aan de oostzijde van de huidige begraafplaats. Het plangebied is op onderstaande figuur aangegeven en heeft een oppervlak van ca. 1.200 m2.
Figuur 2: Beoogde uitbreiding natuurbegraafplaats (rood omkaderd)
2.2 Plantoelichting Bij natuurbegraven is het idee om het graf op te laten gaan in de natuur. Het graf zal ook niet worden onderhouden en nabestaanden hoeven grafrechten niet te verlengen, veelal is er eeuwig grafrecht bij natuurbegraven. Er zijn steeds meer mensen die de keuze willen hebben voor natuurbegraven en de Stichting wil dit kunnen aanbieden. Voor meer informatie refereren wij naar het volgende rapport: Natuurbegraafplaatsen in Nederland, Landelijke inventarisatie 2013 door Alterra Wageningen UR.1 Hierin staat het volgende: ‘Er is momenteel veel belangstelling voor natuurbegraven. Bij veel mensen spreekt de gedachte aan ‘zichzelf terug te geven aan de natuur’. Genoemde motieven hierbij zijn het bijdragen aan natuurbeheer, het verkleinen van de ecologische footprint, het niet willen belasten van nabestaanden met lasten van of beslissingen over het beheer van de graven. Verder kan natuurbegraven voor bepaalde geloofsovertuigingen een uitkomst zijn omdat aan natuurbegraven soms ook eeuwige grafrust en 'reine' grond zijn gekoppeld. Natuurbegraven is in Nederland een relatief nieuw fenomeen, maar in Engeland is het al 1
http://natuurbegraafplaats-waaromniet.nl/wp-content/uploads/2014/12/Alterra-natuurbegraafplaatsen-NL-2013Rapport2470.pdf
6 (15)
veel meer een gangbare praktijk. Natuurbegraven past in het streven van de overheid om natuur met andere functies te combineren en om nieuwe medefinancieringsvormen te vinden voor natuurbeheer en natuurontwikkeling. Dit speelt nu, maar was ook al een ‘item’ in de jaren negentig van de vorige eeuw (Vissers et al., 1995).’ Activiteiten Voor de realisatie van de natuurbegraafplaats zijn er een aantal activiteiten die worden ondernomen: · Aanleg natuurbegraafplaats; · Verwijderen ondergroei en opslag bomen; · Aanleg paadje met half verharding (kleischelpen); · Mogelijke ophoging van de grond op het lage gedeelte; · Snoeien van struiken. Om de natuurbegraafplaats aan te leggen en te gebruiken hoeven geen bomen te worden gekapt. Daarnaast zal de grondwaterstand niet worden verlaagd of veranderd en vinden de werkzaamheden plaats boven het freatisch grondwaterstand. Huidig en nieuw gebruik Het huidige gebruik is bos. Het nieuwe gebruik wordt natuurbegraafplaats waarbij het bos en het bodemprofiel in stand blijft. Her en der worden enkele laagtes aangevuld met grond of zand. De stichting is voornemens om ongeveer 150 graven uit te geven.
7 (15)
3
Omgevingsaspecten
Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing is een aantal onderzoeken uitgevoerd naar de gevolgen van het initiatief op de omgeving. De resultaten van deze onderzoeken zijn in dit hoofdstuk samengevat. 3.1 Archeologie en cultuurhistorie In opdracht van Stichting begraafplaats Appelscha heeft Sweco een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de uitbreidingslocatie van de begraafplaats Terwisscha. Het onderzoek heeft bestaan uit een quickscan. Op 4 februari 2021 heeft Sweco Nederland B.V. het archeologische rapport gepubliceerd van het plangebied. In bijlage 1 is het gehele document van dit onderzoek bijgevoegd. Het plangebied ligt in een dekzandgebied, waar mogelijk in het verleden een es aanwezig was. Dit zijn zones waar doorgaans een hoge archeologische verwachting geldt. Echter is het zeer waarschijnlijk dat, evenals is vastgesteld in het onderzoek voor de westelijk gelegen natuurbegraafplaats, de bodem niet langer intact is. De kans op het aantreffen van archeologsiche resten is derhalve klein. Het huidige gebruik is bos. Het nieuwe gebruik wordt natuurbegraafplaats waarbij het bos en het bodemprofiel in stand blijft. De cultuurlandschappelijke waarden blijven bij het gebruik als natuurbegraafplaats dus intact. Conclusie Op basis van de resultaten van de quickscan wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen.
De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. 3.2 Bodemhygiëne Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt zijn voor de beoogde functie. Hiervoor is een historisch bureauonderzoek uitgevoerd. Historische kaarten De begraafplaats verschijnt in het kaartbeeld in de jaren ’20 van de vorige eeuw. Tot en met de jaren ’50 lijkt de omvang van de begraafplaats groter te zijn en ook grotendeels het huidige plangebied te omvatten. Of er daadwerkelijk begravingen hebben plaatsgevonden ter plekke van het plangebied is op basis van de beschikbare bronnen niet vast te stellen. Verder zijn er geen bijzonderheden in de historische kaarten naar voren gekomen. Wet op lijkbezorging In het Besluit op de lijkbezorging is vastgelegd dat boven de kist of het omhulsel zich een laag grond bevindt van ten minste 65 centimeter diep. Bovendien moeten de graven ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) liggen. Tot slot mogen ten hoogste drie lijken boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste 30 centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. De Stichting voldoet met de huidige begraafplaats aan deze norm.
8 (15)
Bodemkwaliteitskaart Volgens de bodemkwaliteitskaart ligt het plangebied in de zone landbouw / natuur. Bodemloket In het plangebied zijn geen dempingen en/of bodembedreigende activiteiten bekend. Conclusie Met betrekking tot de bodemkwaliteit houdt dit in dat naar alle waarschijnlijkheid de bodemkwaliteit van de locatie als ‘niet verdacht’ kan worden aangemerkt. 3.3 Watertoets Op 7 februari 2021 is een watertoets aangevraagd middels de Digitale Watertoets. De uitkomst hiervan is dat de korte procedure gevolgd kan worden. Het plan heeft een (zeer) beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn. De Leidraad Watertoets kan geraadpleegd worden voor eventuele maatregelen of randvoorwaarden. Conclusie Bij een korte procedure geeft het waterschap geen aanvullend advies, mits er geen wijzigingen in het plan plaatsvinden. In bijlage 2 is het resultaat van de Digitale Watertoets weergegeven. 3.4 Waterwingebied Op enige afstand van het plangebied ligt het intrekgebied van de drinkwaterwinning. Voor het verkrijgen van informatie of de uitbreiding van de huidige begraafplaats niet in strijd is met de belangen van waterbedrijf Vitens is contact opgenomen met Vitens, de beheerder van de grondwateronttrekking, en met de provincie Fryslân. Er is contact gezocht met Vitens met de heer F.
Bonnema in februari 2021, waarbij hij heeft aangegeven dat Vitens met de werkzaamheden akkoord kan gaan wanneer deze niet binnen het waterwingebied worden uitgevoerd. Zie hiervoor de mail die is opgenomen in bijlage 4. Vervolgens heeft Sweco in beeld gebracht wat het intrekkingsgebied van de waterwinning is. Op de onderstaande figuren is deze locatie aangegeven. Het blijkt dat zowel de begraafplaats als de uitbreiding zich niet binnen het grondwaterbeschermingsgebied en waterwingebied bevinden.
9 (15)
Figuur 3: Waterwingebied Terwisscha
Conclusie Vanuit bovenstaande oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de uitbreiding van de begraafplaats op het nabijgelegen intrekgebied van de drinkwaterwinning. 3.5 Natuur In 2016 is eveneens een natuuronderzoek uitgevoerd door Sweco (Sweco, 2016). Destijds was het plan de uitbreiding aan de westzijde van de huidige begraafplaats te realiseren. Voor de uitbreiding aan de oostzijde is eveneens een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd. Alle ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan bepalingen uit het natuurbeschermingsrecht en -regelgeving: de Wet natuurbescherming en de Natuurnetwerk Nederland (provinciale verordening). De wet- en regelgeving voor natuur in Nederland heeft als belangrijkste component het zorgplichtbeginsel, dat van elke initiatiefnemer verlangt dat hij zich vooraf op de hoogte stelt van eventuele schadelijke effecten op voorkomende beschermde soorten planten en dieren en hun leefomgeving. Uit deze wet- en regelgeving vloeit voort dat bij de planontwikkeling dient te worden nagegaan of ruimtelijke ingrepen een negatieve invloed hebben op planologisch begrensde en beschermde natuur- en landschapswaarden en beschermde planten- en diersoorten. Is dit aan de orde, dan is een ontheffing van de Wet Natuurbescherming of een ontheffing van de Provinciale Omgevingsverordening (POV) vereist.
In hoeverre die afgegeven kunnen worden hangt af van de beschermingsstatus van de betreffende soort of het gebied, de aard van de effecten, de mogelijkheden voor compensatie en mitigatie en het belang van de ruimtelijke ontwikkeling.
10 (15)
Op 1 februari 2021 heeft Sweco Nederland B.V, een Quick scan natuurtoets van de uitbreiding begraafplaats Terwisscha gerapporteerd. In bijlage 3 is het gehele document van dit onderzoek bijgevoegd. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld ligt op circa 360 m afstand van het plangebied. In combinatie met de extensieve aard van de werkzaamheden zal geen verstoring door licht, geluid of beweging plaatsvinden. De werkzaamheden die uitgevoerd gaan worden zijn zeer kleinschalig en eenmalig van aard, namelijk het verwijderen van ondergroei en de aanleg van een schelpenpaadje. De vrijkomende stikstof zal niet meer bedragen dan hetgeen vrijkomt bij onderhoud van het bos. In de directe omgeving zijn geen habtitattypen aangewezen, waardoor hier ook geen sprake is van stikstofgevoeligheid. Verder het Natura 2000 gebied in is wel sprake van stikstofgevoelige habitattypen. Het nieuwe gebruik (natuurbegraafplaats in bestaand bos) is dusdanig extensief dat ook hierdoor geen verstoring door geluid, licht en stikstofuitstoot zal plaatsvinden. Negatieve effecten op het Natura 2000-gebied door het gebruik als natuurbegraafplaats kunnen worden uitgesloten. Significant negatieve effecten zijn niet aan de orde. Het plangebied valt binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN / EHS Friesland).
Omdat de aard van het plangebied niet wijzigt en er geen bomen worden gekapt treden geen negatieve effecten op ten aanzien van NNN. Wel wordt geadviseerd het voornemen te melden bij de provincie Friesland. Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten en er gaat geen essentieel leefgebied verloren van beschermde soorten die in de omgeving zijn aangetroffen (vleermuizen, eekhoorn, bunzing, wolf en noordse winterjuffer). Het plangebied kan gebruikt worden als broedplaats voor vogels. Om verstoring van broedende vogels op deze percelen te voorkomen zullen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg half maart t/m juli met uitloop tot halverwege augustus) uitgevoerd moeten worden. Indien uitvoering van de werkzaamheden in het broedseizoen niet is te voorkomen en in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord, dient het terrein voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een deskundig ecoloog op aanwezigheid van in gebruik zijnde vogelnesten. Deze dienen gespaard te blijven zolang ze in gebruik zijn en mogen niet worden verstoord. Potentieel jaarrond beschermde nesten zijn bij het veldbezoek op 25 januari 2021 niet aangetroffen in de bomen. Conclusie Een (natuur)begraafplaats heeft geen gevolgen voor de natuur, nader onderzoek is niet noodzakelijk.
3.6 Verkeer Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de nabijgelegen wegen . Daarom is een inventarisatie uitgevoerd van de verwachte verkeerssituatie. In de huidige situatie is er geen sprake van verkeershinder of verkeersonveiligheid op de nabijgelegen wegen. Grenzend aan de huidige begraafplaats bevind zich ten zuiden van de Kloosterweg een verharde parkeerplaats met een capaciteit van ca. 60 parkeerplaatsen. Voor de nieuwe situatie met de uitbreiding van de natuurbegraafplaats zal deze parkeerplaats ongewijzigd blijven. Naar verwachting zal het aantal begrafenissen op de natuurbegraafplaats één per
11 (15)
jaar zijn. In onderstaande tabel staat een overzicht van de te verwachten verkeersgeneratie voor begraafplaatsen.
Bron: Verwachte verkeersgeneratie begraafplaatsen op basis van CROW publicatie 381
Conclusie Op basis hiervan blijkt dat er per plechtigheid maximaal 51,4 ritten van en naar de begraafplaats plaats zullen vinden. Omdat het aantal begrafenissen zal toenemen met één per jaar, zal er dan ook geen sprake zijn van een verkeerstoename, extra verkeershinder of verkeersonveiligheid als gevolg van dit plan. 3.7 Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (onderdeel van de Wet milieubeheer) geeft het kwaliteitsniveau aan waaraan de buitenlucht moet voldoen om ongewenste effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid van mensen te voorkomen. In deze wet zijn luchtkwaliteitsnormen vastgelegd voor onder meer stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). De Wet luchtkwaliteit schrijft voor dat bij ruimtelijke plannen onderzoek moet worden gedaan naar de effecten op de luchtkwaliteit. Hierbij moeten de huidige en toekomstige concentraties van luchtverontreinigende stoffen in het onderzoeksgebied worden getoetst aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen. Conclusie Op basis van artikel 5.16 Wet Milieubeheer kan een ruimtelijk plan worden toegestaan indien aannemelijk is gemaakt dat de planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof.
Een activiteit draagt pas mogelijk 'in betekenende mate' bij een verkeersaantrekkende werking vanaf circa 1.630 motorvoertuigbewegingen per etmaal (NIBM-tool 2020). Dergelijke aantallen zijn voor de voorgenomen activiteit niet aan de orde. Dit project is daarom aan te merken als 'niet in betekenende mate'. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. 3.8 Geluid In de Wet geluidhinder (Wgh) is de zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. Omdat er geen fysieke wijzigingen aan een weg plaatsvinden en volgens de Wgh een natuurbegraafplaats geen geluidsgevoelige bestemming is, is onderzoek naar de geluidsbelasting niet noodzakelijk. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening relevant om de effecten van de verkeersaantrekkende werking voor bestaande woningen te beschouwen.
12 (15)
Conclusie Als vuistregel kan worden gehanteerd dat als de verkeersintensiteit op een weg met meer dan 10% toeneemt en/of als het percentage vrachtverkeer aanzienlijk stijgt, de toename van de geluidsbelasting op woningen aan de ontsluitingsroute relevant kan worden (meer dan 0,4 dB toename). Zoals besproken in de vorige paragraaf zal er als gevolg van de realisatie van de nieuwe natuurbegraafplaats echter geen sprake zijn van een toename van verkeer met meer dan 10% of toename van (vracht)verkeer. Significante geluidseffecten kunnen dan ook uitgesloten worden waardoor nader geluidsonderzoek niet aan de orde is. 3.9 Geur Een mogelijkheid om de te beschouwen geurgevoelige objecten af te bakenen is om aansluiting te zoeken bij het milieuspoor, met name de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. In de Wet geurhinder en veehouderij is een geurgevoelig object gedefinieerd als: "gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt." Conclusie Een (natuur)begraafplaats is geen gevoelig object voor geurhinder, nader onderzoek is niet noodzakelijk.
3.10 Externe veiligheid Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) bepaalt dat ruimtelijke ontwikkelingen getoetst moeten worden op het gebied van externe veiligheid. Om een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken, moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen onaanvaardbare risico’s veroorzaakt voor de omgeving; andersom moet worden aangetoond dat er in de omgeving geen onaanvaardbare risico’s worden veroorzaakt voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Ten behoeve van de ontwikkeling van het plangebied is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat in de directe omgeving geen objecten voorkomen die binnen het plangebied een veiligheidsrisico vormen. Ook vormt de ontwikkeling in het plangebied zelf geen risico voor eventuele omliggende risicogevoelige objecten. Nader onderzoek is daarom niet aan de orde.
13 (15)
4
Uitvoerbaarheid
4.1 Economische uitvoerbaarheid Voor de realisatie van de nieuwe natuurbegraafplaats is er sprake van een lopende exploitatie, de gronden zijn in eigendom van initiatiefnemer. De kosten voor de realisering van het plan en de inrichting van het plangebied komen geheel ten laste van de initiatiefnemer. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het project voldoende gewaarborgd. Voor het kostenverhaal (onder meer aan te leggen openbare voorzieningen) is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst ex artikel 6.24 Wro afgesloten. Er hoeft derhalve geen exploitatieplan in de zin van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening te worden opgesteld. 4.2 Overleg en zienswijzen Er is voorafgaand overleg geweest met Vitens over het plangebied inzake het nabijgelegen waterwingebied. De ruimtelijke onderbouwing wordt met het ontwerpbesluit om een omgevingsvergunning te verlenen conform de Wabo en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht 6 weken ter inzage gelegd. Eventuele zienswijzen, de gemeentelijke reactie daarop en eventuele aanpassingen van de ruimtelijke onderbouwing zullen te zijner tijd worden samengevat in een reactienota.
14 (15)
5
Juridische aspecten
De natuurbegraafplaats Terwisscha wordt gerealiseerd aan de oostzijde van de huidige begraafplaats. Op het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2016’ van toepassing, dat op 22 maart 216 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Ooststellingswerf en in 2020 geconsolideerd. Op grond van het huidige bestemmingsplan heeft het plangebied de volgende bestemmingen: · Enkelbestemming Natuur 2; · Dubbelbestemming Waarde- Cultuurhistorie 1; · Dubbelbestemming Waarde- Archeologie 5.
Figuur 4: Uitsnede huidig bestemmingsplan
Een natuurbegraafplaats betreft een maatschappelijk voorziening welke niet passend is binnen de bestemming ‘Natuur - 2’. Het ter plaatse gelden bestemmingsplan geeft geen mogelijkheden om via een wijzigingsbevoegdheid het plan te realiseren. Om de natuurbegraafplaats planologisch inpasbaar te maken is het daarom noodzakelijk om af te wijken van het bestemmingsplan middels een omgevingsvergunning (ex art. 2.12 lid 1a sub 3 Wabo). Uit de ruimtelijke onderbouwing in combinatie met onderzochte omgevingsaspecten blijkt dat het initiatief geen belemmeringen heeft ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening. Ook vanuit de overige onderzochte omgevingsaspecten (archeologie en cultuurhistorie, bodemkwaliteit, water, natuur, verkeer, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid) zijn geen belemmeringen gebleken ten aanzien van een goede ruimtelijke ordening.
15 (15)
Bijlage 1
Quickscan archeologie en cultuurhistorie
16 (15)
Quickscan Onderwerp: quickscan archeologie en cultuurhistorie uitbreiding natuurbegraafplaats Terwisscha Projectnummer:376499 Referentienummer: Referentienummer Datum: 7-2-2021
1
Algemeen
In opdracht van de stichting begraafplaatsen Appelscha heeft Sweco Nederland B.V. een quickscan archeologie uitgevoerd naar de locatie van een natuurbegraafplaats aan de oostkant van de huidige begraafplaats aan de Kloosterweg te Terwisscha, gemeente Ooststellingwerf (zie afbeelding 1.1). De aanleiding voor deze quickscan is de aanvraag van een omgevingsvergunning.
Voor de realisatie van de natuurbegraafplaats zijn er een aantal activiteiten die worden ondernomen. • Aanleg natuurbegraafplaats: • Verwijderen ondergroei en opslag bomen; • Aanleg paadje met half verharding (kleischelpen); • Mogelijke ophoging van de grond op het lage gedeelte; • Snoeien van struiken. Om de natuurbegraafplaats aan te leggen en te gebruiken hoeven geen bomen te worden gekapt. Daarnaast zal de grondwaterstand niet worden verlaagd of veranderd en vinden de werkzaamheden plaats boven het freatisch grondwater. Voor het plangebied geldt deels een archeologische dubbelbestemming (Waarde – Archeologie 5) waarbij een archeologische onderzoekseis geldt voor ingrepen in de bodem met een oppervlakte groter dan 2500 m² en dieper dan 0,4 m -mv. Ook geldt een dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 1, waarbij het egaliseren of afvlakken van natuurlijk reliëf, het afgraven en vergraven van houtwallen en dykswâlen, het verharden van zandpaden en de vervanging van de verharding van klinkerwegen door een asfaltverharding of daarmee vergelijkbare verharding en het aanleggen van verhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m2 niet zonder meer is toegestaan.1 De locatie van de natuurbegraafplaats aan de westzijde is in 2017 onderzocht. 2
1 Bestemmingsplan buitengebied Ooststellingwerf (geconsolideerde versie) 2020 via www.ruimtelijkeplannen.nl 2 Boon, H. 2017. Archeologisch onderzoek Begraafplaats Terwisscha; Inventariserend veldonderzoek d.m.v.
boringen (IVO-O). Sweco Archeologische Rapporten 2068. Groningen, Sweco
nl_notitie.docx 20161201
Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 615 9700 AP Groningen
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V.
Hilde Boon
Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
T +31 88 811 47 97 M +31 6 51 31 27 82 hilde.boon@sweco.nl 1 (7)
Afbeelding 1 Locatie plangebied
Het doel van de quickscan is inzicht te krijgen in de archeologische en cultuurhistorische waarde van het plangebied en de noodzaak tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek. Er wordt geadviseerd de resultaten van deze quickscan en het daaruitvloeiend advies af te stemmen met de bevoegde overheid, de gemeente Ooststellingwerf. Tabel 1 Administratieve gegevens Uitvoerder Provincie Gemeente Plaats Toponiem Centrumcoördinaat Opdrachtgever Oppervlakte plangebied Bevoegde overheid Contactpersoon
Sweco Nederland B.V. Fryslân Ooststellingwerf Terwisscha Natuurbegraafplaats x: 216.830 / Stichting begraafplaatsen Appelscha Circa 1200 m2 Gemeente Ooststellingwerf
y: 552.200
2 (7)
2
Quickscan
Tabel 2 Inventarisatie archeologische waarden Locatie Ingreep Oppervlaktegeologie3 Bodemtype4 Geomorfologische eenheid5 AHN6 Archis3 monumentnummer Archis3 waarnemingen
Archis3 onderzoeken Beleidskaart Bestemmingsplan
Natuurbegraafplaats Terwisscha Aanleg natuurbegraafplaats Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel (Bx4) veldpodzolgronden met leemarm en zwak lemig, fijn zand (Hn21) Dekzandwelvingen met een oud bouwlanddek (3L51yc) Ca 10 m +NAP In plangebied: geen Nabij plangebied (<1000 m): 1101748: Zilveren munt (detectorvondst) – Late Middeleeuwen B 1097471: 4 gouden en 2 zilveren munten (detectorvondst); 4 halve gouden realen van Philips2 1102740: Vuursteen, schrabber - Laat Paleolithicum B-Neolithicum In plangebied: geen Nabij plangebied (<500 m): bureau- en booronderzoek Sweco 2017 middelhoge verwachting (WR-a5). Voor deze gebieden wordt een archeologisch onderzoek noodzakelijk geacht bij ingrepen groter dan 2500 m² Waarde - archeologie 5 onderzoekseis voor ingrepen in de bodem met een groter oppervlakte van 2500 m² en dieper dan 0,4 m -mv
2.1 Bodem (overgenomen uit: Boon, 2017) De basis van de afzettingen in de deelgebieden wordt gevormd door materiaal dat is afgezet in de voorlaatste ijstijd, het Saalien. In de tweede helft van het Saalien was het noordelijke deel van Nederland bedekt met landijs. De druk van het ijs zorgde voor stuwing van de onderliggende afzettingen. Aan de onderzijde van het ijspakket werd een grondmorene afgezet, die doorgaans wordt aangeduid als keileem. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Gieten binnen de Formatie van Drente. Het betreft zandige leem of lemig zand met grind, stenen en blokken. De zone waarin de keileem werd afgezet, wordt aangeduid als het Drents plateau. Dit is een keileemplateau dat zuidGroningen, zuidoost-Friesland en een groot deel van Drenthe omvat. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, bereikte het landijs Nederland niet. Wel was het droog en koud. Er heerste een toendraklimaat. In deze periode wisselden koude en minder koude perioden elkaar af. In koude perioden gedurende het Weichselien trad op grote schaal winderosie op. Op lokale schaal traden verstuivingen op die het oppervlak bedekt hebben met een laag zand, die doorgaans aangeduid wordt als dekzand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel.
3 TNO/Rijks Geologische Dienst 1:50.000 4 Esri/BRO 5 PDOK/BRO 6 www.ahn.nl
3 (7)
Ter plekke van het plangebied komen veldpodzolgronden met leemarm en zwak lemig, fijn zand voor. Een intacte podzolbodem bestaat van boven naar beneden uit een A-horizont (strooisellaag/humushoudende bovengrond; doorgaans niet meer herkenbaar of aanwezig), een E-horizont (uitspoelingslaag), een B-horizont (inspoelingslaag) en/of een BC-horizont (overgangslaag) en een C-horizont (het moedermateriaal). Podzolering ontstaat in relatief hoge en droge zandgronden. Dit waren in de Steentijd bij uitstek de locaties voor nederzettingen. Op de bodemkaart van Alterra Wageningen van 2009 is aangegeven dat de veldpodzolgronden in het gebied vergraven zijn. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied ter plekke van een dekzandrug, al dan niet met oud bouwlanddek. Deze bouwlanddekken zijn vermoedelijk es- of enkgronden, landbouwpercelen die tijdens de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zijn opgehoogd met potstalmest en/of heideplaggen, als grondverbetering. Onder dergelijke esgronden kunnen vaak nog nederzettingsresten van een oudere bewoningsfase worden teruggevonden. Historisch bodemgebruik Op historische kaarten is te zien dat het plangebied ten zuiden van het oude Appelscha lag en ten noorden van de zandverstuivingen. De locatie van het plangebied wordt vanaf de kaart van Schotanus uit 1718 weergegeven als landbouwareaal.
Mogelijk is er sprake van een es, behorende bij één van de buurtschappen van het oude Appelscha. Ook op de historische kaarten uit de 19e eeuw wordt de locatie van het plangebied weergegeven als landbouwgrond. Qua oriëntatie lijkt het gebied meer overeenkomsten te hebben met de langgerekte percelen ten noordwesten van Terwisscha, dan met de esgronden in het oosten. De begraafplaats verschijnt in het kaartbeeld in de jaren ’20 van de 20e eeuw (zie afb. 2). Tot en met de jaren ’50 lijkt de omvang van de begraafplaats groter te zijn en ook grotendeels het huidige plangebied te omvatten. Of er daadwerkelijk begravingen hebben plaatsgevonden ter plekke van het plangebied is op basis van de beschikbare bronnen niet vast te stellen.
Afbeelding 2. Historische kaart circa 1940 (Esri Nederland/Kadaster, top25)
4 (7)
2.2 Resultaten onderzoek 2017 Aan de westzijde van de begraafplaats is in 2017 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd door Sweco, eveneens voor de aanleg van een natuurbegraafplaats. 7 Uit dit onderzoek is gebleken dat de middelhoge verwachting die in het bureauonderzoek was vastgesteld kon worden bijgesteld naar laag na het uitvoeren van het verkennende booronderzoek: In vier boringen zijn mogelijk de verstoorde restanten van een esdek aangetroffen. Intacte enkeerdgronden zijn hier niet (meer) aanwezig. De top van het maaiveld is waarschijnlijk eertijds afgegraven, mogelijk met de aanleg van de begraafplaats. De bodem is verstoord tot in de C-horizont. 2.3 Archeologische verwachting Het plangebied ligt in een dekzandgebied, waar mogelijk in het verleden een es aanwezig was. Dit zijn zones waar doorgaans een hoge archeologische verwachting geldt. Echter is het zeer waarschijnlijk dat, evenals is vastgesteld in het onderzoek voor de westelijk gelegen natuurbegraafplaats, de bodem niet langer intact is. De kans op het aantreffen van archeologsiche resten is derhalve klein. 2.4 Cultuurhistorie De Cultuurhistorische Kaart van de provincie Fryslân (CHK2) geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio.
Volgens de Cultuurhistorische kaart ligt er in het gebied een onregelmatige es/esachtige verkaveling, binnen het Fries essenlandschap Appelscha-Aekinga. Ten aanzien van cultuurhistorie geldt in het bestemmingsplan een waarde Cultuurhistorie – 1. Hiervoor geldt dat deze gebieden mede bestemd zijn voor het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het huidige gebruik is bos. Het nieuwe gebruik wordt natuurbegraafplaats waarbij het bos en het bodemprofiel in stand blijft. De cultuurlandschappelijke waarden blijven bij het gebruik als natuurbegraafplaats dus intact.
3
Advies
Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming archeologie waarvoor geldt dat er archeologisch onderzoek dient plaats te vinden voor ingrepen met een groter oppervlakte van 2500 m² en dieper dan 0,4 m. Het oppervlakte van de geplande ingreep (circa 1200 m2) valt onder deze verstoringsnorm. Op basis van onderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van de iets westelijk gelegen natuurbegraafplaats is er geen reden om aan te nemen dat er een intacte archeologische vindplaats aanwezig is. Er geldt geen archeologische onderzoeksplicht en de cultuurlandschappelijke waarden blijven bij het voorgenomen gebruik intact
7 Boon, 2017
5 (7)
Geadviseerd wordt het plangebied ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via de bevoegde overheid). Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit advies een besluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
6 (7)
Verantwoording Titel
Quickscan archeologie Natuurbegraafplaats Terwisscha
Projectnummer
376499
Referentienummer
Referentienummer
Revisie
Concept
Datum
04-02-2021
Auteur
Hilde Boon
E-mailadres
hilde.boon@sweco.nl
Gecontroleerd en goedgekeurd door
Jeroen van Rooij
Paraaf gecontroleerd
7 (7)
Bijlage 2
Watertoets
17 (15)
datum 7-2-2021 dossiercode 20210207-2-25485 Wateradvies korte procedure Project: Natuurbegraafplaats Terwisscha Gemeente: Ooststellingwerf Aanvrager: Mervin Rozema Organisatie: Sweco
Geachte heer/mevrouw Mervin Rozema, Voor het plan Natuurbegraafplaats Terwisscha heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Natuurbegraafplaats Terwisscha heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.
Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.
Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve
maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied
Stedelijk (>200 m²)
Landelijk (>1.500 m²)
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.
Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
Met vriendelijke groet,
Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl
www.dewatertoets.nl
Bijlage 3
Natuurtoets
18 (15)
Rapport Projectnummer: 376499 Referentienummer: 376499 Datum: 01-02-2021
Verkennend Natuuronderzoek uitbreiding begraafplaats Terwisscha Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
Definitief
Sweco Rozenburglaan 11 9727 DL Groningen Postbus 7057 9701 JB Groningen
www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Groningen Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Germ Zeephat Adviseur Ecologie M +31 6 83 14 14 04
Verantwoording Titel Subtitel
Verkennend Natuuronderzoek uitbreiding begraafplaats Terwisscha Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur
Projectnummer
376499
Referentienummer
SWNL0272010
Revisie
D01
Datum
01-02-2021
Auteur(s)
Rietje Klous
E-mailadres
Rietje.klous@sweco.nl
Gecontroleerd door
Germ Zeephat
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Tim Verver
Paraaf goedgekeurd
nl_rapport.docx 20161201
2 (18)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 4
1.1
Kader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.2
Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten .................................................... 4
2
Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden................................................ 6
2.1
Toetsingskader ........................................................................................................ 6
2.2
Inventarisatie ........................................................................................................... 6
2.3
Analyse van de mogelijke effecten .......................................................................... 7
3
Wet natuurbescherming: soortenbescherming ................................................. 9
3.1
Toetsingskader ........................................................................................................ 9
3.2
Methode ................................................................................................................. 10
3.3
Voorkomende ecotopen ........................................................................................ 11
3.4
Planten ................................................................................................................... 11
3.5
Vleermuizen ........................................................................................................... 11
3.6
Overige zoogdieren ............................................................................................... 11
3.7
Vogels .................................................................................................................... 12
3.8
Amfibieën en Reptielen ......................................................................................... 12
3.9
Vissen .................................................................................................................... 13
3.10
Ongewervelden ..................................................................................................... 13
4
Natuurbeleidskaders ........................................................................................... 14
4.1
Toetsingskader ...................................................................................................... 14
4.2
Natuurnetwerk Nederland...................................................................................... 14
5
Conclusies / aanbevelingen ............................................................................... 16
6
Bronnenlijst .......................................................................................................... 18
nl_rapport.docx 20161201
3 (18)
1
Inleiding
1.1 Kader van het onderzoek Stichting begraafplaatsen Appelscha heeft Sweco gevraagd om de benodigde onderzoeken voor de aanleg van een uitbreiding van de natuurbegraafplaats Terwisscha uit te voeren. Onderdeel hiervan is voorliggend natuuronderzoek. In 2016 is eveneens een natuuronderzoek uitgevoerd door Sweco (Sweco, 2016). Destijds was het plan de uitbreiding aan de westzijde van de huidige begraafplaats te realiseren. Thans ligt het plangebied voor uitbreiding aan de oostzijde en is een nieuw onderzoek nodig. Projecten of handelingen dienen namelijk te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: · Wet natuurbescherming:
° Natura 2000-gebieden; ° Soorten.
· Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden buiten het NNN (o.a. weidevogelleefgebied). Het verkennend natuuronderzoek is erop gericht om een eerste inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het projectgebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden genomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het verkennend onderzoek is de eerste stap in de procedure. Afhankelijk van het resultaat moeten de navolgende stappen al dan niet worden doorlopen. In dit verkennend natuuronderzoek heeft toetsing plaatsgevonden op beschermde Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en op de natuurbeleidskaders. 1.2 Ligging plangebied en voorgenomen activiteiten Het plangebied bestaat uit een strook bos oostelijk van de huidige begraafplaats dat ingericht gaat worden als natuurbegraafplaats. In figuur 1.1 is het plangebied rood omkaderd weergegeven. De uit te voeren werkzaamheden bestaan uit het snoeien of verwijderen van ondergroei en het aanleggen van een bospad met houtsnippers. De bomen blijven staan.
nl_rapport.docx 20161201
4 (18)
Figuur 1.1: Ligging plangebied (rood omkaderd)
nl_rapport.docx 20161201
5 (18)
2
Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden
2.1 Toetsingskader Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden. Om dit toetsbaar te maken kent de Wet natuurbescherming (Wnb) een goedkeuringsvereiste voor plannen die significante gevolgen voor de betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, eerste lid, Wnb), en een vergunningplicht voor projecten en andere handelingen die (significant) negatieve gevolgen voor de betreffende gebieden zouden kunnen hebben (artikel 2.7, tweede lid, Wnb). De goedkeuring of de vergunning wordt alleen verleend wanneer voldoende zeker is dat de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied niet in het geding zijn.
Wanneer significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden op grond van een passende beoordeling niet kunnen worden uitgesloten, kan alleen goedkeuring aan het plan of een vergunning voor het project worden verleend indien de ADC-toets met succes doorlopen kan worden (artikel 2.8, vierde lid, Wnb). Dat betekent dat het project nodig is omwille van een dwingende reden van groot openbaar belang, er geen alternatief mag zijn met minder grote effecten op Natura 2000 en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Afdeling heeft geoordeeld dat het PAS niet aan alle eisen van de Habitatrichtlijn voldoet. Het PAS geeft onvoldoende zekerheid dat met de uitgifte van ontwikkelingsruimte significante gevolgen voor Natura 2000 zijn uitgesloten. De consequentie is dat het PAS niet als basis voor toestemming voor projecten of andere activiteiten kan worden gebruikt. Toetsing van effecten van stikstofdepositie gaat daarom weer volgens de in voorgaande alinea beschreven procedure. 2.2 Inventarisatie Voor de inventarisatie van Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de gebiedendatabase van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
Uit deze gebiedendatabase blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld (op ca. 360 m) betreft. Dit Natura 2000-gebied is zowel Habitatrichtlijn als Vogelrichtlijngebied en is aangewezen voor stikstof gevoelige habitattypen. In de omgeving liggen ook de Natura 2000-gebieden Fochteloërveen (circa 6,5 km afstand) en Witterveld (circa 12 km afstand). In figuur 2.1 is een globaal overzicht weergegeven van het plangebied ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden.
nl_rapport.docx 20161201
6 (18)
Figuur 2.1: Globale ligging van het plangebied (rode stip) t.o.v. Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld (transparant groen en geel). Boven in paars ligt het Fochteloërveen en uiterst rechts het Witterveld.
2.3 Analyse van de mogelijke effecten Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is Drents-Friese Wold & Leggelderveld op ca. 360 m. Directe aantasting zoals oppervlakteverlies en versnippering van een Natura 2000-gebied is niet aan de orde omdat de werkzaamheden (ruim) buiten de begrenzing van een Natura 2000gebied plaatsvinden. Verstoring van verstoringsgevoelige dieren door beweging, geluid, trilling en licht gedurende de realisatiefase en gebruiksfase reikt tot maximaal enkele honderden meters ver. De afstand tot het Natura 2000-gebied is maar net iets verder dan enkele honderden meters, maar omdat de werkzaamheden, het verwijderen of snoeien van ondergroei en de aanleg van een houtsnippers paadje zeer extensief van aard zijn, zijn negatieve effecten Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld uit te sluiten. Drents-Friese Wold & Leggelderveld is tevens het meest dichtbij gelegen Natura 2000gebied met stikstofgevoelige habitattypen (op ca. 360 m). In de nieuwe situatie is geen sprake van extra stikstofuitstoot, maar door de werkzaamheden kan een geringe toename in stikstofdepositie op nabijgelegen habitattypen ontstaan. De werkzaamheden zijn zeer
nl_rapport.docx 20161201
7 (18)
extensief van aard en kortdurend. De verwachting is daarom dat de extra stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen, die door de werkzaamheden mogelijk plaatsvindt niet tot negatieve effecten zal leiden. Als gewerkt wordt met elektrisch materieel zijn negatieve effecten uit te sluiten. Maar als dit niet mogelijk is kan meer zekerheid hierover worden verkregen door het uitvoeren van een stikstofberekening met de Aerius calculator. Als er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. zijn de werkzaamheden niet vergunning plichtig. Bij rekenresultaten tussen 0,00 en 0,05 mol/ha/jr. is het mogelijk dat met een ecologische onderbouwing gemotiveerd kan worden dat geen negatieve effecten optreden. Ook dan is geen vergunning nodig.
nl_rapport.docx 20161201
8 (18)
3
Wet natuurbescherming: soortenbescherming
3.1 Toetsingskader In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): · lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; · lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; · lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; · lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; · lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); · lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; · lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; · lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; · lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; · lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) · lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantings- en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet opzettelijk verstoord of
nl_rapport.docx 20161201
9 (18)
vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Voor Andere beschermde soorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Verbodsbepalingen ten aanzien van de verstoring zijn niet van toepassing op deze soorten. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld en de voorgenomen activiteiten strijdig zijn met de bepalingen in de nieuwe wet geldt een ontheffingsplicht. Deze kan alleen worden verleend indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de nieuwe wet. Er is dan geen ontheffing nodig.
3.2 Methode Bronnenonderzoek De inventarisatie betreft een onderzoek naar de actueel en potentieel voorkomende beschermde soorten in het plangebied. De inventarisatie bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en habitatgeschiktheid beoordeling. Het bronnenonderzoek heeft als doel een overzicht te verkrijgen van de beschikbare informatie met betrekking tot het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied en de ruime omgeving er omheen. Hiervoor zijn de volgende bronnen gebruikt: · NDFF (laatste 5 jaar);
· Soortenatlassen; · Quick scan natuurtoets uitbreiding begraafplaats Terwisscha (Sweco, 2016). Habitatgeschiktheidsbeoordeling Op basis van een oriënterend veldbezoek is de geschiktheid van biotopen voor beschermde soorten beoordeeld. Deze beoordeling brengt samen met het bronnenonderzoek de beschermde soorten(groepen) in beeld die in het plangebied (kunnen) voorkomen. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 25 januari 2021 door een deskundig ecoloog van Sweco. Analyse en toetsing van mogelijke effecten Op basis van het bronnenonderzoek en de habitatgeschiktheidsbeoordeling wordt een inschatting gemaakt in hoeverre de te verwachten soort(groepen)en en/of het geschikte biotoop beïnvloed kunnen worden door de voorgenomen activiteit. Op basis van deze analyse wordt geconcludeerd voor welke soort(groepen) er nader (veld)onderzoek en eventueel ontheffingsplicht in kader van Wet natuurbescherming van toepassing is. Het onderzoek beperkt zich tot op grond van de Wet Natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Niet-beschermde Rode lijstsoorten die in het plangebied (kunnen) voorkomen