bijlage 2. Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2026-2030
Tekst van het document
Een circulaire samenleving is een samenleving waarin we zuinig omgaan met onze grondstoffen, inzetten op het hergebruik van grondstoffen en het verminderen van afval. Door zoveel mogelijk lokaal te produceren en consumeren verkleinen we ketens. Dit heeft een positieve impact op de CO2uitstoot, doordat er bijvoorbeeld minder logistiek nodig is en transportafstanden korter zijn. Minder stappen maken de keten transparanter. Zo ontstaat er een betere afstemming tussen producent en consument, waardoor verspilling kan afnemen. Door lokale productie en consumptie te bevorderen, versterken we de lokale economie en werkgelegenheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om de lokale productie en consumptie van voedselgewassen. Maar ook de teelt van nieuwe gewassen die toegepast kunnen worden als biobased materiaal voor biobased produceren. Voor het thema Circulaire samenleving is in oktober 2023 de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-203030 vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd. Op basis van de evaluatie van het programmaplan 2021-2025 scherpen we de volgende punten aan: De naam van het thema Circulaire economie is aangepast naar Circulaire samenleving. Bij een circulaire economie ligt de focus op economische processen en het hergebruik van materialen en producten.
Een circulaire samenleving is meer dan een circulaire economie. Het gaat niet alleen om de bedrijvigheid, maar ook om het anders inrichten van de hele maatschappij. In een circulaire samenleving gebruiken we minder spullen en grondstoffen en gaan we op zoek naar manieren om kringlopen te sluiten en ketens korter te maken. Circulaire samenleving sluit beter aan bij wat wij met dit thema bedoelen.
30
Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 def.pdf
31
Nieuwe VANG recycledoelstelling - VANG Huishoudelijk afval
22
Wat willen we bereiken in 2030?
Meer gesloten kringlopen in Ooststellingwerf.
Onze speerpunten
1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair. Als gemeente willen we bijdragen aan de transitie naar een circulaire samenleving en anderen inspireren om hetzelfde te doen. Daarbij geven we het goede voorbeeld. We vinden het belangrijk dat medewerkers van de gemeente actief bijdragen aan een circulaire gemeente. Daarnaast willen we in 2030 100% circulair, CO2-neutraal en energieneutraal inkopen.
WAT DOEN WE AL
Als gemeente kopen we veel producten en diensten in: van het aanleggen van wegen tot het inhuren van schoonmaakbedrijven of het kopen van kantoormeubilair. Bij maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen kijken we niet alleen naar prijs en kwaliteit, maar ook naar de impact op mens en milieu. Dat betekent concreet dat we bij elke inkoop letten op zaken zoals: Circulariteit: zoveel mogelijk hergebruik van materialen en het voorkomen van afval. Bijvoorbeeld waar mogelijk het kiezen voor straatstenen die al eerder zijn gebruikt. Klimaat: het product of de dienst zorgt voor minder CO₂-uitstoot. Bijvoorbeeld door te werken met aannemer die elektrische machines gebruiken. Klimaatadaptatie: de opdracht draagt bij aan een omgeving die beter om kan gaan met hitte, droogte of extreme regen. Bijvoorbeeld door op steeds meer plekken te kiezen voor open parkeerplaatsen met graskeien. Sociale waarde: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen via de inkoopopdracht een kans op werk of ontwikkeling. Bijvoorbeeld door erop te sturen dat een leverancier ook mensen in dienst neemt die moeilijker aan werk komen. Verantwoordelijkheid in de keten: producten worden onder eerlijke en veilige werkomstandigheden geproduceerd. Bijvoorbeeld door leveranciers te vragen inzicht te geven in de productieketen.
2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen. We willen circulair ondernemen bevorderen. Denk hierbij aan een stabielere materiaaltoevoer, een verbeterde leveringszekerheid van grondstoffen en een betere concurrentiepositie. Door als ondernemers kennis en informatie met elkaar uit te wisselen en als overheid innovatie te stimuleren, kunnen er veel waardevolle circulaire ontwikkelingen ontstaan. We zetten daarom in op bewustwording: ondernemers in onze gemeente weten wat circulair ondernemen is en welke middelen er beschikbaar zijn. 3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen. Het concept circulaire samenleving is bij veel inwoners nog onbekend. We zetten in op het creëren van bewustwording en het in gang zetten van circulaire acties. Dit doen we door als gemeente actief te communiceren over het thema circulariteit. We werken aan het terugbrengen van de hoeveelheid restafval per inwoner per jaar en focussen op het recyclen van het huishoudelijk afval. Dit draagt bij aan de VANG-doelstelling32. In 2030 heeft gemeente Ooststellingwerf haar eigen circulaire hub, waarbij maximaal wordt ingezet op het hergebruiken, repareren, opknappen, reviseren, herbestemmen en recyclen van producten en materialen. 4.
In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennis- en onderwijsinstellingen ingezet bij lokale uitdagingen. Er wordt binnen de gemeente vanuit verschillende hoeken kennis opgedaan over circulariteit. Om stappen te zetten is het van belang dat deze kennis daadwerkelijk in de gemeente wordt toegepast. We inventariseren welke circulaire ontwikkelingen en uitdagingen er bij kennis- en onderwijsinstellingen, organisaties en ondernemers leven. Vanaf 2026 zetten we de denkkracht van kennis- en onderwijsinstellingen in op lokale ontwikkelingen en uitdagingen.
32
De VANG-doelstelling bestaat uit het totaal aantal kilogram huishoudelijk afval (container) plus het aantal kilogram grof huishoudelijk afval wat wordt ingeleverd op de milieustraat.
23
Meetbare doelen
De Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 beschrijft hoe we in onze gemeente meer gesloten kringlopen willen realiseren in 2030. Om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen, zijn meetbare doelen vastgesteld in dit uitvoeringsplan. Hierbij is rekening gehouden met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. De meetbare doelen zijn: Speerpunt
1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair.
2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen.
Meetbaar doel
Toetsing
In 2030 dragen de medewerkers van de gemeente actief bij aan een circulaire gemeente.
Nulsituatie vaststellen door middel van een grondstofstromenanalyse. Elke twee jaar deze grondstofstromenanalyse uitvoeren om te monitoren en evalueren.
In 2030 koopt de gemeente 100% circulair, CO2neutraal en energieneutraal in.
De nulsituatie duurzaam inkopen is vastgesteld. In 2030 is de CO2-uitstoot van de inkoop vanuit de gemeentelijke organisatie nul.
In 2030 weten ondernemers in de gemeente wat circulair ondernemen is en welke middelen er beschikbaar zijn.
Steekproef bekendheid beschikbare middelen en opgestarte projecten bij ondernemers. Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid).
In 2030 wisselen ondernemers kennis, (gebruikte) grondstoffen en materialen met elkaar uit.
Er is een circulaire hub opgezet.
Speerpunt
3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen.
Meetbaar doel
Toetsing
In 2030 is minimaal 60% van het huishoudelijk afval te recyclen.
Aantal kilogram restafval per inwoner per jaar (VANGdoelstelling).
We communiceren jaarlijks over het thema Circulaire samenleving.
Uitvoeringsplan Educatie en bewustwording (zie speerpunt 2, Sociale duurzaamheid).
In 2030 beschikt de gemeente Ooststellingwerf over een circulaire hub.
Er is een circulaire hub gerealiseerd.
In 2026 is geïnventariseerd welke circulaire ontwikkelingen en uitdagingen er bij kennisen onderwijsinstellingen en ondernemers leven.
4. In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennisen onderwijsinstellingen Vanaf 2026 wordt de ingezet bij lokale uitdagingen. denkkracht van kennis- en onderwijsinstellingen ingezet op de lokale ontwikkelingen en uitdagingen.
Er is een ambassadeur aangesteld die verbindingen legt tussen kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers. Onderzoek thema circulariteit bij kennis- en onderwijsinstellingen. Er is een (bestaand) netwerk met kennis- en onderwijsinstellingen en ondernemers.
24
Wat gaan we daarvoor doen?
In oktober 2023 is de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 vastgesteld. In dit uitvoeringsplan zijn acties voor de periode 2023-2030 opgenomen. In onderstaande tabel beschrijven we met wie we binnen deze uitvoeringsagenda samenwerken en de raakvlakken met de andere thema’s. Speerpunt 1. In 2030 is de gemeentelijke organisatie 100% circulair. 2. In 2030 werken ondernemers samen aan het zo circulair mogelijk inzetten van grondstoffen en materialen. 3. In 2030 weten inwoners wat een circulaire samenleving inhoudt en hoe zij hieraan kunnen bijdragen. 4. In 2030 wordt de ontwikkelde kennis over de circulaire samenleving toegepast binnen de gemeente en worden kennis- en onderwijsinstellingen ingezet bij lokale uitdagingen.
Actie
Samenwerking intern
Samenwerking extern
Wanneer?
Raakvlakken thema's
We voeren de acties uit de Circulaire Uitvoeringsstrategie 2023-2030 uit.
Openbare ruimte (afval en grondstoffen, milieustraat), inkoop, ruimte en economie (economie), communicatie.
Kennis- en onderwijsinstellingen, Biosintrum, Omrin, Vereniging Circulair Fryslân, ondernemers, inwoners
2026-2030
Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit.
Terug naar overzicht
25
Energietransitie In 2030 is de CO2-uitstoot door energieverbruik van onze woningen, bedrijven en instellingen nul. We gebruiken steeds minder energie. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op en gebruiken we efficiënt. Voor het thema Energietransitie is in december 2024 het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-203033 vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd.
Wat willen we bereiken in 2030? Ooststellingwerf energieneutraal.
Onze speerpunten
1. We gebruiken steeds minder fossiele energie. Door isoleren en verwarmen met warmtepompen, zetten we in op het verminderen van het gebruik van fossiele energie in woningen. We willen als gemeente belemmeringen wegnemen en het mogelijk maken voor inwoners, bedrijven en instellingen om energie te besparen en te verduurzamen. Vanuit de prestatieafspraken werken we met woningcorporaties aan het verduurzamen van sociale huurwoningen. We zetten in op het verminderen van de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer in onze gemeente. We stappen over op duurzame vormen van brandstof, zoals stroom en waterstof, en stimuleren het gebruik van de fiets of bus in plaats van de auto.
33
Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030.pdf
WAT DOEN WE AL
De gemeente Ooststellingwerf heeft van het Rijk subsidie ontvangen om slecht geïsoleerde koopwoningen te verduurzamen. Het isoleren van een woning helpt bij het verminderen van het energiegebruik. Het gaat hierbij om koopwoningen met label D t/m G of twee slecht geïsoleerde bouwdelen én een WOZ-waarde die onder de €429.300,- ligt. Met het ontvangen geld stimuleren we deze koopwoningeigenaren om één of meerdere isolatiemaatregelen te nemen. In juni 2024 zijn we gestart met de isolatiesubsidie. Halverwege november 2025 waren er 833 aanvragen ingediend voor de gemeentelijke subsidie.
2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op. In 2030 willen we dat het gasverbruik in woningen, bedrijven en instellingen is afgenomen. Het gas dat nog gebruikt wordt, is lokaal opgewekt groengas. Onze industrie maakt daarnaast gebruik van waterstof uit lokale zonnestroom. We zetten in op bedrijventerreinen als energiehubs, waar energievraag, productie en opslag onderdeel van zijn. Via energiegemeenschappen kunnen inwoners, lokale overheden en kleine ondernemingen samen energie opwekken, delen en verkopen. Hiermee maken we verder de omslag naar lokaal en sociaal eigenaarschap van energie. We faciliteren en stimuleren inwoners en bedrijven bij het doen van investeringen en maken aanpassingen in de openbare ruimte.
26
3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt. In 2030 gaan onze inwoners, bedrijven en instellingen efficiënt en bewust met stroom om: zij gebruiken minder stroom en vraag en aanbod van stroom is slim op elkaar afgestemd. Hierdoor gebruiken we stroom wanneer het beschikbaar is en wordt netcongestie beperkt. Pieken in stroom slaan we op met batterijen. Bedrijven werken met elkaar samen om binnen de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk te verduurzamen en uit te breiden.
WAT DOEN WE AL
Gemeente Ooststellingwerf doet sinds 2023 mee aan een praktijkproef met thuisbatterijen. Samen met Charged, Rabobank en Liander is een pilot gestart bij tien particuliere huishoudens. Begin 2024 is er een startbijeenkomst georganiseerd voor de deelnemers aan het project. In september 2024 is er een vervolgbijeenkomst geweest. De deelnemers hadden veel vragen voor de leverancier en producent van de thuisbatterijen. Ook bleek dat de deelnemers hun energieverbruik nauwgezet volgden en sommige van de deelnemers handelen op verschillende energiemarkten. De deelnemers zijn tevreden over het gebruik van de thuisbatterij. In 2025 is de inzet van thuisbatterijen, samen met onder meer Liander, beoordeeld. Uit de beoordeling blijkt dat het afgesproken tijdsvenster ervoor zorgt dat de thuisbatterijen pieken niet verergeren. Verder onderzoek is nodig om te bepalen of pieken ook actief verlaagd kunnen worden. Die aanpak staat nog in de kinderschoenen, maar is de richting waarin we willen ontwikkelen.
4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en in bomen. Naast maatregelen om onze CO2-uitstoot te verlagen, planten we bomen en telen we gewassen waarmee we de CO2-opname in onze gemeente vergroten. We planten bomen op een manier dat ze, naast CO2-opname, ook een meerwaarde bieden voor biodiversiteit, een vruchtbare bodem, het creëren van schaduw, het vasthouden van regen, als bouwmaterialen en grondstoffen, voor toerisme en recreatie en zuivering van lucht, water en bodem. Hierbij houden we zoveel mogelijk rekening met de cultuurhistorische waarde van het landschap.
Meetbare doelen
Het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 beschrijft hoe onze gemeente in 2030 CO2 equivalent-neutraal kan zijn voor wat betreft het energieverbruik. Om te meten of we op koers liggen en onze ambitie halen, zijn meetbare doelen vastgesteld in het uitvoeringsplan. Hierbij is rekening gehouden met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. De meetbare doelen zijn: Speerpunt
1. We gebruiken steeds minder fossiele energie.
Meetbaar doel
Toetsing
Door meer isolatie en gebruik van warmtepompen is het gasverbruik in woningen afgenomen. Er wordt nog maximaal 8 miljoen m3 gas per jaar gebruikt in 2030 in de woningen.
Rapportage Berenschot Klimaatmonitor
Door energiebesparing is het aardgasverbruik door bedrijven en instellingen afgenomen. Het aardgasverbruik is afgenomen tot 6 miljoen m3 per jaar in 2030 bij bedrijven en instellingen.
Rapportage Berenschot Klimaatmonitor
De CO2-uitstoot door verkeer en vervoer is in 2030 afgenomen. Rapportage Berenschot De CO2-uitstoot door verkeer en Klimaatmonitor vervoer is in 2030 minder dan 30 kiloton per jaar. We wekken evenveel groengas en waterstofgas op als we aardgas verbruiken in onze woningen en bedrijven
Klimaatmonitor
27
Speerpunt
2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op.
3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt.
4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en bomen.
Meetbaar doel
Toetsing
Waterstof uit lokale zonnestroom wordt ingezet in de lokale industrie.
In 2030 wordt de lokaal opgewekte waterstof alleen binnen de gemeente Ooststellingwerf gebruikt.
We wekken in 2030 evenveel stroom duurzaam op als we Rapportage Berenschot gebruiken. Jaarrond is onze Klimaatmonitor stroomopwekking gelijk of hoger dan ons stroomgebruik. Bedrijven werken met elkaar samen om binnen de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk te verduurzamen en uit te breiden.
In 2030 zijn er op minimaal drie locaties samenwerkingen tussen bedrijven om gezamenlijk te verduurzamen.
Pieken in energie-aanbod slaan we duurzaam op. Hierin nemen we een actieve rol. We onderzoeken of een gemeentelijk energiebedrijf hiervoor een goede manier is.
In 2030 is een onderzoek afgerond naar de mogelijkheden voor een gemeentelijk energiebedrijf.
In 2030 verwachten we alleen nog CO2-uitstoot door verbranding van benzine en diesel in (vracht)auto’s. Deze CO2-uitstoot leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en in bomen. De aanplant van bomen en organische (bouw)materialen legt in 2030 evenveel CO2 vast als de uitstoot door verbranding van benzine en diesel.
Rapportage Berenschot
28
Wat gaan we daarvoor doen?
In december 2024 is het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 vastgesteld. In dit uitvoeringsplan is een uitvoeringsagenda voor de periode 2025-2030 opgenomen. In onderstaande tabel beschrijven we met wie we binnen deze uitvoeringsagenda samenwerken en de raakvlakken met de andere thema’s. Speerpunt
1. We gebruiken steeds minder fossiele energie. 2. De energie die we nodig hebben, wekken we lokaal en duurzaam op. 3. De energie die we nodig hebben, gebruiken we efficiënt. 4. De CO2-uitstoot die nog over is, leggen we zoveel mogelijk vast in organische (bouw)materialen en bomen.
Actie
Samenwerking intern
Samenwerking extern
We voeren de uitvoeringsagenda uit het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 uit.
Gemeenten Weststellingwerf en Opsterland, de Friese Energietafel, Liander, Ruimte en economie (ruimtelijke Provincie, ontwikkeling, volkshuisvesting), Energiecoöperatie de samenleven (armoede), Eendracht, communicatie, programma landelijk woningcorporaties, gebied, programma wonen, Veiligheidsregio Fryslân, openbare ruimte (groenbeheer, vereniging Circulair wegen, verkeer en vervoer). Friesland, Biosintrum, Kunst & COO (duurzaamheidseducatie), bedrijven en instellingen, agrariërs, inwoners.
Wanneer?
Raakvlakken thema's
2026-2030
Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit
Terug naar overzicht
29
Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat en de schadelijke gevolgen ervan probeert te beperken. Door de klimaatverandering is er meer kans op weersextremen met wateroverlast, hitte en droogte. Wateroverlast neemt toe omdat er vaker heftige regenbuien vallen in korte tijd. Naast wateroverlast neemt ook de droogte toe, met name in het voorjaar en de zomer. De stijging van de gemiddelde temperatuur kan leiden tot hittestress bij mensen. Een ander risico van klimaatverandering is een afname van de biodiversiteit. Voor het thema klimaatadaptatie is in november 2024 het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-203034 vastgesteld. Onderstaande ambitie en speerpunten komen uit dit uitvoeringsplan en zijn dus niet nieuw. Voor de volledigheid van dit plan worden ze hier genoemd.
Wat willen we bereiken in 2030? Een klimaatbestendig Ooststellingwerf.
Onze speerpunten
1. We creëren leefbare dorpen waar ruimte is voor waterberging, groen en koelte35. De leefomgeving is groen en nodigt uit tot gezonde buitenactiviteiten. De soortenrijkdom op gemeentelijk grondgebied is toegenomen. Met gelaagd en divers groen en het stimuleren van het bodemleven is onze bodem klimaatrobuust. We nemen fysieke maatregelen om wateroverlast tegen te gaan en brengen hitte en droogte in kaart door risicodialogen met de dorpen te voeren. We stellen een communicatieplan op over klimaatrisico's en handelingsperspectieven.
34
Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf Leefbare dorpen met aandacht voor voldoende groen, koelte en waterberging, hebben een positief effect op het waterverbruik. In een koelere omgeving verdampt minder water uit de bodem of gewas. Ook wordt er in een koelere omgeving minder water verbruikt door consumenten, inwoners en bedrijven. Meer waterberging en daarmee infiltratie zorgt voor aanvulling van grondwatervoorraden en draagt daarmee bij aan de continuïteit voor het kunnen winnen van drinkwater. Bron: inspraakreactie Vitens 5 november 2025. 35
WAT DOEN WE AL
De gemeente heeft begin 2024 een subsidieregeling opengesteld voor het vergroenen van schoolpleinen. Groene schoolpleinen dragen bij aan een groenere leefomgeving en stimuleren kinderen om meer te bewegen. Ze vergroten daarnaast de biodiversiteit en dragen bij aan klimaatadaptatie. Om de aanleg van groene schoolpleinen te stimuleren, kunnen scholen een subsidieaanvraag indienen. Deze subsidieregeling staat open tot eind 2026.
2. Het landelijk gebied is bestand tegen hevige buien en periodes van droogte. In 2030 wordt het water in het landelijk gebied langer vastgehouden in sloten en beken36. Regenwater infiltreert in de bodem op plekken waar dat mogelijk is. We werken mee aan de aanpak droogte in natuurgebieden en aan het vasthouden van regenwater in kleinere sloten ter bestrijding van droogte voor agrariërs. 3. We realiseren klimaatbestendige nieuwbouw37. Nieuwbouw wordt klimaatbestendig en natuurinclusief gebouwd, waarbij in locatiekeuze en inrichting rekening is gehouden met het bodem- en watersysteem. We hanteren de landelijke maatlat klimaatbestendigheid bij nieuwbouw38.
36
Het grootste deel van het oppervlakte van gemeente Ooststellingwerf heeft een agrarische bestemming. Het vasthouden en bergen van water op dit grote oppervlak heeft uiteindelijk meer resultaat voor de aanvulling van de grondwatervoorraad door infiltratie, dan op het oppervlak voor wonen of bebouwing. Ook voor het aandeel bos en natuur is het vasthouden van water belangrijk, zeker om drogere periodes te kunnen weerstaan. Voor de continuïteit van het kunnen leveren van drinkwater is dit thema erg belangrijk voor Vitens. Bron: inspraakreactie Vitens, 5 november 2025. 37 Klimaatbestendige nieuwbouw heeft uiteindelijk ook een positief effect op de waterbalans. Meer infiltratie van regenwater door afkoppeling van het riool en onder andere aanleg van gescheiden rioolstelsels dragen ook bij aan een vergrote infiltratie van water in de bodem. En vullen daardoor de grondwatervoorraad weer aan. Aanpassingen in nieuwbouw die zorgen voor meer koelte dragen (gering) ook bij aan iets lager waterverbruik. Bron: inspraakreactie Vitens, 5 november 2025. 38 30 Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving - Klimaatadaptatie
Meetbare doelen
Onderwerp
Om te meten of de klimaatbestendigheid van de openbare ruimte wordt vergroot, zijn meetbare doelen vastgesteld in Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030. Hierbij is rekening gehouden met onze invloed als gemeente en de rol die we hebben. Daarom zijn er binnen het uitvoeringsplan meetbare doelen opgenomen voor speerpunt 1 Leefbare dorpen. Onderwerp
Wateroverlast bij korte hevige bui (op basis van modelstudie 60 millimeter in 1 uur)39.
Meetbaar doel
Toetsing
Geen water in panden. De maximale waterstand op maaiveld (openbaar gebied) is lager dan de aangenomen vloerpeilen van woningen.
Friese klimaatatlas: Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
Hoofdwegen en wijkontsluitingswegen blijven toegankelijk voor calamiteitenverkeer. De maximale waterdiepte op deze wegen is minder dan 10 centimeter.
Friese klimaatatlas: Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
De overlast op alle overige wegen binnen de bebouwde kom blijft beperkt. De duur van water op straat is minder dan 12 uur.
Friese klimaatatlas: Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
Hitte op een extreem hete dag (op basis van modelstudie scenario 1 juli 2023, 15.00 uur)40.
Droogte bij lange periode van neerslagtekort (op basis van openbare data en beheerdata van de riolering).
40
39
Dit is in lijn met de klimaatbui waarop het bebouwde gebied is getoetst in de Friese Klimaatatlas (Geodienst Rijksuniversiteit Groningen). Schade bij hevige buien is niet uitgesloten.
Meetbaar doel
Toetsing
Voldoende koele, biodiverse openbare verblijfsplekken. Gebouwen in de bebouwde Nulmeting 2026 kernen hebben een koele plek in Eindmeting 2030 de openbare ruimte van minstens 200 m2 binnen een loopafstand van 300 meter. Voldoende schaduw op doorgaande fiets- en wandelroutes. Er is minstens 40% schaduw op deze routes.
Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
Voldoende onverhard oppervlak voor infiltratie van regenwater. Minimaal 30% van de openbare ruimte per wijk is onverhard.
Dit meetbaar doel heeft raakvlakken met het meetbaar doel van speerpunt 2 van Biodiversiteit. We hanteren dezelfde toetsingsmethode: Nulmeting 2026 Eindmeting 2030
Regenwater is voor groter deel afgekoppeld van de riolering en kan infiltreren in de bodem tijdens perioden van droogte. Vuile riooloverstortingen naar het oppervlaktewater nemen af, met positief effect voor de waterkwaliteit. 50% van het openbaar areaal is gescheiden gerioleerd.
Water- en rioleringsprogramma 2030, Beheersysteem openbare ruimte (GeoVisia) 2030
Om de gevoelstemperatuur op een hete zomerdag in beeld te brengen is de PET-index gebruikt. PET staat voor Physiological Equivalent Temperature. De PET-kaart geeft de lokale gevoelstemperatuur weer op een hete zomermiddag en helpt bij het identificeren van de hitteopgave en het verkoelend inrichten van de 31 buitenruimte. (Bron: Technische toelichting landelijke hittekaart gevoelstemperatuur_2050.pdf)
Wat gaan we daarvoor doen?
In november 2024 is het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 vastgesteld. In dit uitvoeringsplan is een uitvoeringsagenda voor de periode 2025-2030 opgenomen. In onderstaande tabel beschrijven we met wie we binnen deze uitvoeringsagenda samenwerken en de raakvlakken met de andere thema’s. Speerpunt
1. We creëren leefbare dorpen waar ruimte is voor waterberging, groen en koelte. 2. Het landelijk gebied is bestand tegen hevige buien en periodes van droogte. 3. We realiseren klimaatbestendige nieuwbouw.
Actie
We voeren de uitvoeringsagenda uit het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 uit.
Samenwerking intern
Samenwerking extern
Wanneer?
Raakvlakken thema's
Openbare ruimte (water en riolering, groenbeheer, wegen), ruimte en economie (ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting) programma landelijk gebied, samenleven (gezondheid) en communicatie.
Wetterskip, GGD Fryslân, drinkwaterbedrijf, stichting Steenbreek, scholen, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Provincie, woningcorporaties, Veiligheidsregio, inwoners.
2026-2030
Duurzaam landelijk gebied, Sociale duurzaamheid, Biodiversiteit
Terug naar overzicht
32
Participatie Wij vinden het belangrijk om samen met inwoners en samenwerkingspartners te werken aan de uitvoering van de duurzaamheidsdoelstellingen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de participatie bij de totstandkoming van dit programmaplan hebben vormgegeven en hoe we de participatie in de uitvoering willen oppakken. Voor dit programmaplan is bestaand beleid vertrekpunt en ligt de focus op aanscherpen waar nodig Bij de totstandkoming van dit programmaplan hebben we daarom geen uitgebreid extern participatietraject opgestart. We kiezen ervoor om in de uitvoering uitgebreider met onze inwoners en samenwerkingspartners te participeren, omdat acties en maatregelen dan concreter worden. Dit doen we op dit moment in de uitvoering ook al. Wel hebben we in het traject van dit programmaplan de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd om mee te denken in het proces, specifiek voor het thema Sociale duurzaamheid. De Adviesraad Sociaal Domein adviseert de gemeente namens onze inwoners. Daarnaast is gebruik gemaakt van informatie die er is, zoals de trendverkenning van Planbureau Fryslân over hoe inwoners kijken naar de toekomst41 en de uitkomsten van het inwonerspanel Klimaatadaptatie uit 202442. Een beschrijving van het proces van totstandkoming van het programmaplan inclusief participatie is opgenomen in de bijlage.
Hoe geven we de participatie in de uitvoering verder vorm? In dit programmaplan hebben we in de tabellen in de themahoofdstukken onder het kopje ‘wat gaan we doen’ een kolom opgenomen ‘samenwerking extern’. In deze kolom staan de samenwerkingspartners die we willen betrekken bij de uitvoering van deze actie. We denken aan vormen zoals een kinder- en jongerenraad, het digitaal jongerenpanel, het inwonerspanel en meedenk- en dialoogsessies met inwoners en/of keten-/samenwerkingspartners. Voor de thema’s Circulaire samenleving, Energietransitie en Klimaatadaptatie loopt de uitvoering van de uitvoeringsplannen al. In de uitvoeringsagenda’s van deze plannen staat wie betrokken worden bij de uitvoering.
WAT DOEN WE AL
Vanuit het project groene dorpsprofielen willen we voor alle dorpen in de gemeente een groen dorpsprofiel opstellen. Een groen dorpsprofiel laat zien hoe het dorp er qua natuur en water uitziet en waar de gemeente de komende jaren – samen met het dorp – aan kan werken. Bijzondere aandacht is er voor biodiversiteit in en rond de dorpen. Met het project groene dorpsprofielen gaan we per dorp aan de slag en vragen we daarbij hulp van de inwoners. Waar zien zij bijvoorbeeld verbetermogelijkheden voor de biodiversiteit?
In mei 2025 is de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd om een formeel advies uit te brengen op dit programmaplan. In dezelfde periode is het programmaplan gedeeld met een aantal samenwerkingsorganisaties. Deze adviezen en reacties zijn verwerkt in de adviezen en reactienota die toegevoegd is als bijlage. Na besluitvorming door de gemeenteraad is het programmaplan zes weken ter inzage gelegd. Van 30 september 2025 tot en met 10 november 2025 kon iedereen een inspraakreactie indienen op het programmaplan. Er zijn tien inspraakreacties ingediend. Deze zijn verwerkt in een Eindverslag Inspraakreacties. 41
Dashboard Planbureau Fryslân: 20250115 Interactief Dashboard Gemeente Ooststellingwerf | Tableau Public 42 Klimaatadaptatie – Panelinwoners
Terug naar overzicht
33
Monitoring en borging Het Programma Duurzaam Ooststellingwerf loopt tot en met 2030. De voortgang van de uitvoering monitoren we in de planning en control cyclus. Per thema zijn meetbare doelen geformuleerd waarmee we kunnen meten of we op koers liggen en onze ambitie halen. Dit helpt ons in het rapporteren over de voortgang van de uitvoering van het programmaplan. Daarnaast geeft de landelijke klimaatmonitor43 ons inzicht in de stappen die we zetten op het gebied van energie. Dit programmaplan is tot stand gekomen in samenwerking met veel collega’s van verschillende teams en beleidsvelden Per thema hebben we in het programmaplan inzichtelijk gemaakt met welke beleidsvelden we samenwerken in de uitvoering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van acties is dus over meerdere beleidsvelden en budgetten verdeeld. Een integrale en gezamenlijke aanpak is daarom belangrijk. Dit bewaken we in de planning en control cyclus, specifiek de programmabegroting en de jaarrekening, waarin we de samenwerking met de andere teams opzoeken. Handreiking Duurzaamheidsrapportage decentrale overheden44 De handreiking Duurzaamheidsrapportage en – verantwoording voor decentrale overheden biedt richtlijnen en tips voor het meten, rapporteren en verbeteren van duurzaamheidsprestaties.
We onderzoeken de komende beleidsperiode of en hoe we de richtlijnen en tips uit deze handreiking kunnen toepassen voor de monitoring en borging.
43 44
Regionale klimaatmonitor | Klimaatmonitor Handreiking duurzaamheidsrapportage decentrale overheden | VNG
Terug naar overzicht
34
Financieel kader en risico's Alle op dit moment beschikbare budgetten voor de komende jaren voor de uitvoering van het programma Duurzaamheid zijn verwerkt in een overzicht (zie bijlage). Het structurele budget voor het totale programma Duurzaamheid bedraagt € 170.000 per jaar. Voor de uitvoering van plannen binnen het programma Duurzaamheid is aanzienlijk meer budget nodig Voor de korte termijn is er een aanvullend incidenteel budget van € 250.000 per jaar (tot en met 2026) en zijn er diverse specifieke uitkeringen vanuit het Rijk beschikbaar. Wij kunnen nu nog niet voorzien welke eventuele aanvullende specifieke uitkeringen er de komende jaren beschikbaar komen. Daarom hebben we bij de jaarrekening 2024 ook voorgesteld om het resterende incidentele budget van het programma Duurzaamheid toe te voegen aan een reserve programma Duurzaamheid (onderdeel van de algemene reserve). Bij de jaarrekening 2025 gaan we een vergelijkbaar voorstel doen voor het resterende budget het programma Duurzaamheid 2025. Hier kunnen tijdens de looptijd van het programma kosten uit worden gedekt.
Overige risico’s Duurzaamheid is een breed onderwerp dat verschillende beleidsvelden raakt. In het programmaplan hebben we inzichtelijk gemaakt met welke beleidsvelden we samenwerken in de uitvoering. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de acties is dus over meerdere beleidsvelden en budgetten verdeeld. Een integrale en gezamenlijke aanpak is daarom belangrijk. Dit bewaken we door de voortgang van de uitvoering te monitoren in de planning en control cyclus.
Een groot deel van de personele inzet voor het programma wordt gedekt uit de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Voor 2025 is € 1.311.000 beschikbaar. In de septembercirculaire 2025 is aangegeven dat ons budget voor 2026 € 935.000 bedraagt en dat voor de jaren daarna tot en met 2030 een vergelijkbaar budget beschikbaar is. We zien een terugloop in het aantal verstrekte duurzaamheidsleningen Dit is onderdeel van de Stimuleringregeling duurzaam en leefbaar Ooststellingwerf. Wij gaan ervan uit dat dit samenhangt met de beschikbaarheid van een landelijke regeling en politieke keuzes (beëindigen salderingsregeling). Wij verwachten dat deze lijn zich de komende jaren voorzet. Wij gaan er daarom vanuit dat nieuwe verstrekkingen kunnen plaatsvinden uit aflossingen van bestaande leningen.
Terug naar overzicht
35
Begrippenlijst Bijenlinten: een aaneenschakeling van initiatieven ter bevordering van de overlevingskansen van de bij. Dit kunnen tuinen of landschappen zijn met daarin bijvriendelijke beplanting of bijenhotels. Een lint aan initiatieven dus, om Nederland weer een geschikte woonplaats te maken voor bijen.
Terug naar Biodiversiteit
Biobased materiaal: materialen gemaakt van natuurlijke en duurzame bronnen, zoals hennep, vlas en lisdodde.
Terug naar Duurzaam landelijk Gebied - Circulaire Samenleving
Biobased produceren: de productie van biobased materialen.
Terug naar Circulaire Samenleving
Biodiversiteit: de verscheidenheid van dieren, planten en microorganismen. Het is waaruit onze natuurlijke wereld bestaat. Alle soorten werken samen in een ecosysteem en zorgen zo voor evenwicht in de natuur.
Terug naar Inleiding
Bosareaal: de totale oppervlakte die door bossen bedekt wordt.
Terug naar Duurzaam Landelijk Gebied
Broeikasgassen: gassen in de atmosfeer die warmte vasthouden en zo bijdragen aan het broeikaseffect.
Terug naar Duurzaam Landelijk Gebied
Circulair: producten en materialen worden zo ontworpen dat ze steeds opnieuw kunnen worden gerecycled en hergebruikt, in plaats van ze weg te gooien na gebruik.
Circulaire economie: in een circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt.
Terug naar Circulaire Samenleving
Circulaire samenleving: een samenleving waarin we zuinig omgaan met onze grondstoffen en inzetten op het hergebruik van grondstoffen en het verminderen van afval. Een circulaire samenleving is meer dan een circulaire economie: het gaat niet alleen om de bedrijvigheid, maar om het anders inrichten van de hele maatschappij. Het gaat om gedrag, de directe leefomgeving, om onze manier van leven. In een circulaire samenleving gebruiken we minder spullen en grondstoffen. Materialen en spullen blijven zo lang mogelijk in gebruik en als dat niet meer kan, worden ze hoogwaardig hergebruikt. Nieuwe spullen worden gemaakt van bestaande materialen, aangevuld met natuurlijke grondstoffen. Het is een samenleving waarin we op zoek gaan naar manieren om kringlopen te sluiten en ketens korter te maken. Een samenleving waarin mensen leven binnen de grenzen die de aarde aan kan.
Terug naar Circulaire Samenleving
Circulair (ver)bouwen Circulaire woning: een huis dat is ontworpen en gebouwd volgens de principes van de circulaire economie. Dit betekent dat er bij het ontwerp, de bouw en het onderhoud van de woning wordt gestreefd naar het minimaliseren van afval en het maximaliseren van hergebruik van materialen. Kenmerken van een circulaire woning zijn: het gebruik van hernieuwbare en gerecyclede materialen, een modulair ontwerp, energie-efficiënt en een lange levensduur.
Terug naar Circulaire Samenleving
Terug naar overzicht
36
Circulaire woonwijk: een woongebied dat is ontworpen en gebouwd volgens de principes van de circulaire economie. Dit betekent dat er bij het ontwerp, de bouw en het onderhoud van de wijk wordt gestreefd naar het minimaliseren van afval en het maximaliseren van hergebruik van materialen. Kenmerken van een circulaire woonwijk zijn: het gebruik van hernieuwbare en gerecyclede materialen, een modulair ontwerp, energie-efficiënt, waterbeheer en groene ruimten.
Terug naar Sociale Duurzaamheid
CO2 equivalent-neutraal: binnen een CO2 equivalent-neutraal systeem is de uitstoot van broeikasgassen zo ver mogelijk gereduceerd en de restuitstoot wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen. De uitstoot van broeikasgassen is dus netto nul.
Terug naar Energietransitie
CO2 neutraal: de CO2-uitstoot en opname van CO2 is in balans.
Terug naar Inleiding - Circulaire Samenleving
CO2 prestatieladder: een duurzaamheidsinstrument dat bedrijven en overheden gebruiken om minder CO2 uit te stoten. Het wordt gebruikt als CO2-managementsysteem.
Terug naar Sociale Duurzaamheid
Cultuurhistorie / Cultuurhistorische waarde: structuren, patronen en elementen die bijdragen aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van het landschap.
Terug naar Duurzaam Landelijk Gebied - Biodiversiteit - Energietransitie
Ecologische verbindingszones: speciale gebieden die natuurgebieden met elkaar verbinden. Ze helpen dieren en planten om van het ene gebied naar het andere te bewegen, zodat ze niet geïsoleerd raken. Dit bevordert de biodiversiteit en helpt bij het voortbestaan van verschillende soorten.
Terug naar Biodiversiteit
Ecosysteem: een ecosysteem is een natuurlijk systeem dat bestaat uit alle levende wezens, oftewel organismen, die in een bepaald gebied voorkomen. De organismen (planten, dieren en micro-organismen) die elkaar binnen een ecosysteem beïnvloeden, vormen samen een levensgemeenschap.
Terug naar Biodiversiteit
Eiwittransitie: de eiwittransitie gaat over het opschuiven naar een voedingspatroon met meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten.
Terug naar Sociale Duurzaamheid
Energetische kwaliteit van een woning: verwijst naar hoe energiezuinig een woning is, gemeten aan de hoeveelheid energie die nodig is om de woning te verwarmen of koelen.
Terug naar Sociale Duurzaamheid
Energieneutraal: niet meer energie verbruiken dan er opgewekt wordt.
Terug naar Inleiding - Sociale Duurzaamheid - Circulaire Samenleving Energietransitie
Energieneutraal (ver)bouwen Energieneutrale woning: een huis dat evenveel energie opwekt als het verbruikt, waardoor het netto energieverbruik nul is. Kenmerken van een energieneutrale woning zijn: zonnepanelen, isolatie, energiezuinige apparaten, warmtepompen en slimme ontwerpen, bijvoorbeeld het gebruik van natuurlijke lichtinval en ventilatie om energieverbruik te verminderen. Energieneutrale woonwijk: een woongebied waarin alle huizen en gebouwen evenveel energie opwekken als ze verbruiken, waardoor het netto energieverbruik nul is. Dit betekent dat de wijk zelfvoorzienend is en geen energie van externe bronnen nodig heeft. Kenmerken van een energieneutrale woonwijk zijn: zonnepanelen, warmtepompen, goede isolatie en energiezuinige apparaten.
Terug naar Sociale Duurzaamheid
Terug naar overzicht
37
Gesloten kringlopen: met gesloten kringlopen bedoelen we dat grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk en hoogwaardig worden benut. Dat betekent dat in een volledige circulaire samenleving afval niet meer bestaat.
Terug naar Inleiding - Circulaire Samenleving
Groene infrastructuur: een netwerk van natuurlijke en semi-natuurlijke gebieden en groene ruimten, zoals parken, bossen, rivieren en groene daken, die samenwerken om het welzijn van de mens en de levenskwaliteit bevorderen.
Terug naar Biodiversiteit
Inheemse bomen en planten: soorten die van nature in het wild voorkomen in een bepaalde regio.
Terug naar Biodiversiteit
Klimaatbestendig (ver)bouwen Klimaatbestendige woning: een huis dat is ontworpen en gebouwd om bestand te zijn tegen de effecten van klimaatverandering, zoals extreme hitte, hevige regenval en droogte. Kenmerken van een klimaatbestendige woning zijn: goede isolatie, beweegbare buitenzonwering, waterbeheer (opvangen en hergebruiken van regenwater), groene daken en gevels die helpen bij het reguleren van de temperatuur en het verbeteren van de luchtkwaliteit, actieve koeling, zoals warmte-koude-opslag in de ondergrond die helpen om de woning koel te houden zonder airconditioning. Klimaatbestendige woonwijk: een woongebied dat zo ontworpen is om bestand te zijn tegen de effecten van klimaatverandering, zoals extreme hitte, hevige regenval en droogte. Kenmerken van een klimaatbestendige woonwijk zijn: waterbeheer (opvangen en hergebruiken regenwater), groene ruimten die helpen bij het reguleren van de temperatuur en het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Keten: het proces waarbij grondstoffen worden omgezet in eindproducten. Bijvoorbeeld: katoen wordt geoogst, gesponnen tot garen, geweven tot stof en uiteindelijk gemaakt tot kleding.
Terug naar Sociale Duurzaamheid
Klimaatadaptatie: aanpassing aan klimaatverandering.
Terug naar Klimaatadaptatie
Terug naar Circulaire Samenleving
Terug naar Klimaatadaptatie
Klimaatbestendig: voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering.
Terug naar Inleiding - Sociale Duurzaamheid - Klimaatadaptatie
Klimaatrobuuste bodem: een bodem die goed bestand is tegen de effecten van klimaatverandering, zoals extreme droogte, hevige regenval en temperatuurschommelingen. Natuurinclusief (ver)bouwen Natuurinclusieve woning: een huis dat zo is ontworpen en gebouwd dat het de natuur ondersteunt en integreert. Dit betekent dat er rekening wordt gehouden met de natuurlijke omgeving en dat er maatregelen worden genomen om de biodiversiteit te bevorderen en de leefomgeving voor zowel mensen als dieren te verbeteren. Kenmerken van een natuurinclusieve woning zijn: groene daken en gevels, nestkasten en insectenhotels, waterbeheer en het gebruik van natuurlijke materialen.
Terug naar overzicht
38
Natuurinclusieve woonwijk: een woongebied dat zo is ontworpen en ingericht dat het de natuur ondersteunt en integreert. Dit betekent dat er maatregelen worden genomen om de biodiversiteit te bevorderen en de leefomgeving voor zowel mensen als dieren te verbeteren. Kenmerken van een natuurinclusieve woonwijk zijn: groene ruimten, nestkasten en insectenhotels, waterbeheer en voedselbossen.
Terug naar Sociale Duurzaamheid
OWO-energiebureau: de drie OWO-gemeenten (Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland) hebben een energiebureau opgestart. Vanuit dit energiebureau helpen we inwoners bij vragen rondom energie besparen en isoleren.
Terug naar Inleiding
Plantaardige eiwitbronnen: voedingsmiddelen die eiwitten bevatten en afkomstig zijn van planten. Bijvoorbeeld bonen en peulvruchten of noten en zaden.
Terug naar Duurzaam Landelijk Gebied
VANG-doelstelling: de VANG-doelstelling bestaat uit het totaal aantal kilogram huishoudelijk afval (container) plus het aantal kilogram grof huishoudelijk afval wat wordt ingeleverd op de milieustraat.
Terug naar Circulaire Samenleving
Terug naar overzicht
39
Bijlagen Bijlage 1 - Uitstoot CO2-equivalenten (kton) Ooststellingwerf 1990 en 2021 Bijlage 2 - Totstandkoming programmaplan Bijlage 3 - Wettelijke kaders Bijlage 4 - Beleidskaders Bijlage 5 - Wat betekent klimaatverandering voor Ooststellingwerf? Bijlage 6 - Terugblik programmaplan Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 Bijlage 7 - Achtergrond uitgangspunten lange termijn Bijlage 8 - Financieel overzicht Bijlage 9 - Adviezen en reactienota Bijlage 10 - Toekomstwensen voor de kinderen in Ooststellingwerf
Terug naar overzicht
40
Bijlage 1: Uitstoot CO2-equivalenten (kton) Ooststellingwerf 1990 en 2021 CO2-uitstoot in 1990 (in kton)
CO2-uitstoot in 2021 (in kton)
Elektriciteit
47
5
Industrie
40
13
Mobiliteit
50
57
Gebouwde omgeving
46
34
Landbouw
232
175
Landgebruik
38
26
Totaal
454
310
Sector en thema
Terug naar inleiding
Terug naar overzicht
41
Bijlage 2: Totstandkoming programmaplan Duurzaamheid is een breed onderwerp. Het heeft raakvlakken met veel beleidsvelden binnen de gemeente. Dit hebben we meegenomen in de ontwikkeling van het nieuwe programmaplan. Hieronder beschrijven wij het proces dat we doorlopen hebben om tot dit plan te komen: In november 2024 hebben we een procesplan opgesteld en intern gedeeld en besproken. Met de beleidsadviseur inwonersparticipatie hebben we over de vorm van inwonersparticipatie gesproken. Begin januari 2025 hebben we met het programmateam duurzaamheid de uitgangspunten voor de lange termijn en speerpunten voor de nieuwe thema’s opgehaald. De opbrengsten hebben we uitgewerkt als kaders voor de intern brede werksessie in maart 2025. Tijdens het ontwikkelproces zijn gesprekken gevoerd met communicatie, de rayonbeheerders groenbeheer, teamleiders, directie en wethouders. Begin maart 2025 hebben we de uitgangspunten voor de lange termijn, de thema’s en speerpunten besproken in een brede werksessie met medewerkers van verschillende beleidsvelden.
Collega’s van ruimtelijke ontwikkeling, afval en grondstoffen, verkeer en vervoer, dorpencoördinatie, kunst en cultuur, mantelzorg, vrijwilligerswerk, welzijnswerk, onderwijs, riolering/stedelijk water, armoede en schulden, openbare ruimte, ecologie, landschap, landelijk gebied, economische zaken, recreatie en toerisme en groenbeheer waren uitgenodigd. Tijdens deze werksessie zijn raakvlakken en de verbindingen per thema opgehaald. Vragen die centraal stonden waren: waar draag je al aan bij, waar zou je extra aan kunnen bijdragen en wat heb je daarvoor nodig? De opbrengst van deze werksessie hebben we gebruikt voor de verdere vertaling van wat willen we bereiken naar wat gaan we doen en daarbij hebben we inzichtelijk gemaakt met welke beleidsvelden we in de uitvoering samenwerken. In maart 2025 hebben we aan de Adviesraad Sociaal Domein een toelichting gegeven op het proces en specifiek het thema Sociale duurzaamheid. Het concept programmaplan is in april intern gedeeld met de betrokken collega’s en hun feedback is verwerkt in het definitieve plan. In mei 2025 is de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd om een formeel advies uit te brengen op dit programmaplan. In mei 2025 is het programmaplan gedeeld met een aantal samenwerkingsorganisaties.
Welzijnsorganisatie Scala, vereniging Kunst & COO, de Friese Milieufederatie, ELAN Zuidoost Friesland, Gebiedscoöperatie Zuidoost Friesland en energiecoöperatie de Eendracht zijn gevraagd om te reageren op het concept programmaplan. ELAN Zuidoost Friesland en energiecoöperatie de Eendracht hebben hier gebruik van gemaakt. Tijdens de open dag van de gemeente op 24 mei 2025 is aan inwoners gevraagd welke van de zes thema’s als eerste opgepakt moet worden. In totaal hebben 43 inwoners gestemd en de volgende prioriteit voor de uitvoering aangegeven: Sociale duurzaamheid: 22 stemmen, Biodiversiteit: 7 stemmen, Duurzaam landelijk gebied: 4 stemmen, Klimaatadaptatie: 4 stemmen, Circulaire samenleving: 3 stemmen, Energietransitie: 3 stemmen. Wij hebben deze prioritering meegenomen in de planning van het uitwerken van de uitvoeringsplannen. Tijdens de open dag van de gemeente op 24 mei 2025 is aan inwoners gevraagd wat zij belangrijk vinden voor de toekomst van de kinderen in Ooststellingwerf. In totaal hebben 66 inwoners (waaronder ook een groot aantal kinderen) de vraag beantwoord. In de bijlage zijn alle wensen terug te vinden. Wat opvalt is dat buitenspelen, groen/natuur en naar school kunnen het vaakst worden genoemd. We nemen de wensen van onze inwoners mee in de verdere uitvoering van het programmaplan.
In juni 2025 zijn het advies van de Adviesraad en de inspraakreacties ontvangen en verwerkt in een adviezen- en reactienota (zie bijlage). Eventuele aanpassingen naar aanleiding van de reacties zijn in dit uiteindelijke plan verwerkt. In september 2025 heeft de gemeenteraad besloten het programmaplan vrij te geven voor inspraak. Terug naar Terug naar Van 30 september 2025 tot en met 10 november 2025 lag het programmaplan ter inzage voor inspraak. 42 inleiding overzicht In november 2025 zijn de inspraakreacties verwerkt en een aantal wijzigingen doorgevoerd in het definitieve programmaplan.
Bijlage 3: Wettelijke kaders Europese Klimaatwet
De Europese Klimaatwet45 stelt dat de Europese Unie (hierna EU) in 2050 klimaatneutraal moet zijn. De Europese Klimaatwet is in juni 2021 officieel aangenomen en in werking getreden. Deze wet bevat bindende (tussen)doelen, zoals het verminderen van de netto-uitstoot van broeikasgassen met minstens 55% in 2030 vergeleken met 1990. De Europese Raad heeft begin november 2025 ingestemd met herziening van de klimaatwet met doelen voor 2040: een netto-reductie van 90% van de broeikasgasemissies ten opzichte van 199046. De Klimaatwet is verder uitgewerkt in het wetgevingspakket “Fit for 55”47, dat ook is vastgesteld.
Europese Green Deal
De Europese Green Deal48 is een pakket aan beleidsmaatregelen van de Europese Commissie, gericht op het transformeren van de EU naar een klimaatneutrale, duurzame en concurrerende economie tegen 2050. De Europese Green Deal werd op 11 december 2019 door de Europese Commissie gepresenteerd. De Europese Green Deal is opgebouwd rond verschillende pijlers die samen de transitie naar een duurzame en klimaatneutrale economie ondersteunen. Hier zijn de belangrijkste pijlers: 1.Klimaatactie: vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met minstens 55% tegen 2030 en het bereiken van klimaatneutraliteit tegen 2050. 2.Energie: overgang naar schone en efficiënte energie, inclusief hernieuwbare energiebronnen. 3.Circulaire economie: bevordering van een circulaire economie waarin producten en materialen worden hergebruikt en gerecycled. 4.Biodiversiteit: bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen. 5.Duurzame landbouw: ontwikkeling van een duurzaam voedselsysteem dat minder impact heeft op het milieu. 6.Industrie: implementatie van een industriële strategie voor een groene en digitale economie. 7.Transport: ontwikkeling van efficiënte, veilige en milieuvriendelijke transportoplossingen. 8.Financiering en regionale ontwikkeling: investeringen in duurzame projecten en ondersteuning van regio's en gemeenschappen.
Europese Natuurherstelverordening (de Natuurherstelwet)
De Natuurherstelwet49 is bedoeld om de natuur en ecosystemen in Europa weer gezond te maken en bevat regels die specifiek gericht zijn op het herstel van de natuur in de EU-lidstaten. In 2050 moeten er maatregelen zijn om alle ecosystemen te herstellen. De Natuurherstelwet heeft betrekking op aangetaste land- en zeehabitats, bestuivers, landbouwecosystemen, stedelijke ecosystemen, rivieren en overstromingsgebieden en bossen. De wet is in juni 2024 officieel aangenomen en in werking getreden. De Natuurherstelwet verplicht de EU-landen om nationale herstelplannen uit te denken waarin herstelmaatregelen worden vastgelegd.
45
Regulation - 2021/1119 - EN - EUR-Lex Raad stemt in met nieuw Europees klimaatdoel voor 2040: 90% emissiereductie - Europa decentraal 47 Fit for 55 - Consilium 48 The European Green Deal - European Commission 49 Natuurherstel - Consilium 46
43
Nederlandse Klimaatwet
De Nederlandse Klimaatwet50, die in 2019 van kracht werd, sluit aan op de Europese Klimaatwet. Het doel is om de uitstoot in 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van 1990 en om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Om dit te bereiken heeft het Rijk een klimaatplan voor de periode 2021-203051 vastgesteld, zijn aanvullende wetten opgesteld en wordt gewerkt aan meer wetgeving. Op het gebied van energie gelden (of gaan gelden) bijvoorbeeld deze wetten: Energiewet52 (treedt op 1 januari 2026 in werking). Deze vervangt de huidige Elektriciteitswet en Gaswet. Het doel is om de energietransitie te versnellen en de regelgeving beter aan te laten sluiten bij de moderne energievoorziening. Energiebesparingsplicht53. Bedrijven en instellingen zijn verplicht om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder te treffen. Voor grotere bedrijven en instellingen (ook voor ons als gemeente) geldt een onderzoeksplicht, waarmee moet worden aangetoond hoe dat bedrijf de doelstellingen haalt. Dit wordt gecontroleerd door de omgevingsdienst (FUMO in Friesland). De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW)54 geeft gemeenten de bevoegdheden om de overgang naar duurzame warmtevoorzieningen te regelen. Deze wet stelt gemeenten in staat om gebieden aan te wijzen waar aardgas wordt vervangen door duurzamere alternatieven.
Biodiversiteit en natuurbescherming
De wetgeving rondom biodiversiteit en natuurbescherming is in Nederland vastgelegd in verschillende beleidsdocumenten en wetten, zoals: Omgevingswet55: deze wet bevat regels voor de bescherming van dieren en planten in Nederland. Provincies hebben de verantwoordelijkheid om het natuurbeleid binnen hun gebied te bepalen56. Natura 2000: dit is een netwerk van beschermde natuurgebieden in Europa, waaronder Nederland. Het doel is om de biodiversiteit te behouden en bedreigde soorten en hun leefgebieden te beschermen57. Natuurnetwerk Nederland58: dit netwerk verbindt natuurgebieden met elkaar om de biodiversiteit te versterken en te behouden. Internationale afspraken: Nederland volgt ook internationale afspraken zoals de CITES-overeenkomst, die de handel in beschermde planten en dieren reguleert59. Nationale Bijenstrategie60: deze strategie is gericht op de bescherming van bijen en andere bestuivers, die essentieel zijn voor de biodiversiteit en voedselproductie.
50
wetten.nl - Regeling - Klimaatwet - BWBR0042394 Klimaatplan 2021-2030 | Beleidsnota | Rijksoverheid.nl 512 Energiewet | Overheid.nl | Wetgevingskalender 53 Over de energiebesparingsplicht | RVO.nl 54 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (36.387) - Eerste Kamer der Staten-Generaal 55 wetten.nl - Regeling - Omgevingswet - BWBR0037885 56 Wetgeving voor natuurbescherming in Nederland | Natuur en biodiversiteit | Rijksoverheid.nl 57 Natuur en biodiversiteit | Rijksoverheid.nl 58 Natuurnetwerk Nederland | Natuur en biodiversiteit | Rijksoverheid.nl 59 Afspraken over handel in beschermde planten en dieren (CITES) | Natuur en biodiversiteit | Rijksoverheid.nl 60 Bescherming bijen en andere bestuivers | Natuur en biodiversiteit | Rijksoverheid.nl 50
44
Klimaatadaptatie
In Nederland zijn er verschillende wetten en beleidsmaatregelen die zich richten op klimaatadaptatie, oftewel het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Hier zijn enkele belangrijke wetten en programma's: Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening: Deze wet, die op 1 januari 2012 van kracht werd, vormt de wettelijke basis voor het Deltaprogramma. Het programma richt zich op het beschermen van Nederland tegen overstromingen en het waarborgen van de zoetwatervoorziening61. Omgevingswet: Deze wet integreert verschillende bestaande wetten op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en waterbeheer. De Omgevingswet bevat ook bepalingen voor klimaatadaptatie, zoals het bevorderen van klimaatbestendig bouwen en inrichten62. Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS): Deze strategie beschrijft de doelen en maatregelen voor klimaatadaptatie in Nederland. Het doel is om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te maken61. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA): Dit plan, onderdeel van het Deltaprogramma, richt zich op het klimaatbestendig maken van de leefomgeving. Het omvat maatregelen om wateroverlast, droogte en hittestress te verminderen62.
Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie: Deze regeling biedt subsidies aan gemeenten en andere overheden voor het uitvoeren van klimaatadaptatiemaatregelen, zoals het voorkomen van wateroverlast en het beperken van de gevolgen van droogte61.
61 62
Nationale afspraken en wetgeving klimaatadaptatie | Informatiepunt Leefomgeving Wetten, regels en andere instrumenten - Klimaatadaptatie
Terug naar inleiding
Terug naar overzicht
45
Bijlage 4: Beleidskaders In het programmaplan Duurzaam Ooststellingwerf 2026-2030 is het bestaande beleid van gemeente Ooststellingwerf als vertrekpunt genomen. Het gaat om de volgende beleidskaders/notities: Coalitieakkoord 2022-2026; Programmabegroting 2025-2028; Omgevingsvisie Ooststellingwerf; Biodiversiteitplan 2021-2025; Samenwerkingsagenda 2022-2026; Woon(zorg)visie 2022-2026; Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf 2023-2030; Startnotitie Stikstof; Visie op Samenleven en de Tussenbalans Visie op Samenleven; Visie op Inwonersparticipatie Ooststellingwerf; Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030; Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030; Ontwikkelagenda Recreatie & Toerisme 2025-2030; Accommodatiebeleid 2025-2050; Water- en Rioleringsprogramma 2025-2029. Beleidskaders in ontwikkeling Daarnaast zijn een aantal beleidskaders nog in ontwikkeling. Deze zijn nog niet vastgesteld, maar de betrokken collega’s zijn aangehaakt bij de ontwikkeling van dit programmaplan. Het gaat om de beleidskaders: Mobiliteitsvisie Ooststellingwerf 2026-2031 – Duurzaam op weg (vaststelling verwacht eind 2025); Toekomstvisie 2040 Ooststellingwerf (vaststelling verwacht eind 2025).
Terug naar inleiding
Terug naar overzicht
46
Bijlage 5: Wat betekent klimaatverandering voor Ooststellingwerf? Voor het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Ooststellingwerf 2025-2030 is inzichtelijk gemaakt wat klimaatverandering betekent voor Ooststellingwerf. Onderstaande afbeelding komt uit dit uitvoeringplan.
Terug naar inleiding
Terug naar overzicht
47
Bijlage 6: Terugblik Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 Gegevens geactualiseerd tot en met april 2025
Energietransitie - Energiebesparing Inspanningen
Aanpak
Voortgang
Resultaat
Uitgifte cadeaubonnen aan inwoners
Zo veel mogelijk huishoudens kennis laten maken met energiebesparende maatregelen door de uitgifte van cadeaubonnen die bij de lokale bouwmarkten ingeleverd kunnen worden voor energiebesparende producten.
Afgerond
Er zijn in totaal 4.000 waardebonnen ter waarde van €40,- naar de inwoners van de gemeente Ooststellingwerf gestuurd. De bon kon gebruikt worden voor het aanschaffen van energiebesparende producten. In totaal zijn er 2.766 huishoudens die de bon daadwerkelijk hebben gebruikt.
Uitgifte van energiebespaarboxen aan inwoners
Uitgifte van gratis bespaarbox om eenvoudig en snel energie te besparen in een woning
Afgerond
Inwoners zijn zich bewust van de kleine maatregelen om energie te besparen. Het gratis aanbod werd door velen gewaardeerd.
Opleiden van energiecoaches
Opleiden van inwoners tot energiecoach die gratis gesprekken voeren met tips voor verduurzaming van de woning.
Afgerond
Begin 2025 hebben we vijf enthousiaste vrijwillige energiecoaches opgeleid. Aanvragen die binnenkomen vanuit de inwoners worden snel en effectief opgepakt. Er is geen wachtlijst voor een energiecoachgesprek.
Junior Energiecoach
Tijdens de Junior Energiecoach challenge worden kinderen en hun ouders op een interactieve manier uitgedaagd om vijf weken lang energie te besparen.
Afgerond + structureel gemaakt
Elk jaar nemen we deel aan Junior Energiecoach. Schoolklassen, BSO's en scouting kunnen zich hiervoor aanmelden. Jaarlijks is er een maximum aantal deelnemers.