CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Kaderbrief 2016-2019

Raadsvergadering 2 maart 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Evaluatie Biobased Economy 2016-2020 Ooststellingwerf12.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samenleving Wat willen we bereiken? Een professionele organisatie rondom crisis- en rampenbestrijding. Dit omvat voornamelijk de brandweerzorg, de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en de gemeentelijke organisatie (sectie bevolkingszorg). Wat gaan we daarvoor doen? De gemeentelijke medewerkers die rol hebben in de crisisbeheersing krijgen trainingen en doen oefeningen. We zorgen dat de piketregeling goed is georganiseerd en houden het gemeentelijke crisisplan actueel. Wat merkt de burger ervan? In crisissituaties merken onze burgers dat de crisisbeheersing goed en professioneel is geregeld. Onze burgers worden goed opgevangen en de communicatie is helder.

Kaderbrief 2016-2019

24

5.2 Thema: Handhaving Ruimte VTH Wat willen we bereiken? De gemeente verleent vergunningen voor diverse evenementen en activiteiten. We zetten Buitengewoon Opsporingsambtenaren (boa’s) in om toezicht te houden. Deze boa’s letten onder andere ook op het zwerfafval, de overlast van hondenpoep, het aanlijngebod van honden en het parkeren in de blauwe zone. We willen de zichtbaarheid van de boa’s vergroten door het aanstellen van een tweede boa. Wat gaan we daarvoor doen? We hebben een tweede gecertificeerde boa aangesteld. Hierdoor ontstaat extra capaciteit om toezicht te houden. De boa heeft de mogelijkheid om een bestuurlijke strafbeschikking of een bestuurlijke boete uit te schrijven. We gaan de aantallen proces-verbalen, klachten en illegale dumpingen goed monitoren. Wat merkt de burger ervan? De burger ziet vaker een boa. Hierdoor neemt het veiligheidsgevoel toe. Het zwerfafval en dumpplaatsen van tuin- en grofvuil neemt af. Beschikbaarheid van parkeerplaatsen in de blauwe zone neemt toe.

Kaderbrief 2016-2019

25

Programma 6 – Bestuur en Dienstverlening 6.1 Thema: Bestuur Directie Wat willen we bereiken? De periode 2015-2018 bouwen we voort op de ingeslagen weg. We blijven ons inzetten voor duurzaamheid en vernieuwing. Het college wil dicht bij de burgers en bedrijven staan. We werken aan een positieve uitstraling van onze gemeente binnen- maar ook buiten onze gebiedsgrenzen. Er is collegiaal bestuur, die waarde hecht aan integriteit en integrale verantwoordelijkheid. Het college heeft en behoudt duidelijk de regie in handen van de grote projecten. En burgerparticipatie is een belangrijk uitgangspunt. We trekken met onze OWO partners (de gemeenten Opsterland en Weststellingwerf) samen op en zoeken ook buitengemeentelijk nieuwe partners om complexe vraagstukken samen (met de markt) op te lossen. De OWO menukaart is gericht op efficiëntie in de operationele activiteiten en wordt tot 1-1-2016 verder uitgevoerd door organisatie onderdelen gefaseerd samen te voegen. We streven goede collegiale verhoudingen na en respecteren de principiële uitgangspunten van de verschillende partijen. We zijn eigentijds, modern en slagvaardig. Wat gaan we daarvoor doen?

•

Regelmatig in overleg beleidsvoorbereiding

zijn

met

representatieve

maatschappelijke

organisaties

bij

• • •

We gaan regelmatig op bedrijfsbezoek

•

We discussiëren op open en constructieve wijze met alle partijen en gaan moeilijke beslissingen niet uit de weg

• • • •

We benutten de dynamiek in de samenleving van de gemeente Ooststellingwerf

• •

Bestuurlijk bereiden we in OWO verband nieuw beleid voor

•

We zijn eind 2014 gestart met een onderzoek naar een mogelijke samenwerking tussen de drie OWO- buitendiensten

We organiseren jaarlijks 1 à 2 ondernemersavonden We spannen ons in om Ooststellingwerf beter te positioneren en te profileren o.a. een promotiefilm over Ooststellingwerf is daar onderdeel van

Het college is aanspreekbaar op concrete resultaten We bieden een luisterend oor voor alle belanghebbenden Richting provincie en rijk trekken we bestuurlijk samen op met de gemeenten Opsterland en Weststellingwerf als OWO Bedrijfsonderdelen worden conform het procesplan Strategische OWO samenwerking voor 1/1/2016 samengevoegd

Wat merkt de burger ervan?

•

Inwoners en organisaties betrekken we actief bij de voorbereiding en uitvoering van plannen in hun werk-, woon- en leefomgeving

•

Beschikbaarheid en betaalbaarheid gemeentelijke dienstverlening

Kaderbrief 2016-2019

26

6.2 Thema: Dienstverlening Publiekscentrum Wat willen we bereiken? De gemeentelijke dienstverlening is open, is accuraat, is publieksvriendelijke, invoelend en gemakkelijk benaderbaar. De gemeente werkt er hard aan om de toegangspoort tot de overheid te worden. Vragen komen in principe als eerste binnen bij het Klant Contact Centrum (KCC). De traditionele kanalen (telefoon, post en balie) blijven beschikbaar voor de inwoners en bedrijven en zijn belangrijk. We investeren in het uitbreiden van de digitale dienstverlening en digitale verwerking. Via alle kanalen mag de klant rekenen op dezelfde en correcte antwoorden. Het KCC bevordert een hogere tevredenheid van de burger over het contact met de gemeente en waarborgt dat de klantvraag centraal staat. In de ontwikkeling van onze dienstverlening sluiten we aan bij het visidocument Digitale Overheid 2017 en Overheidsbrede Dienstverlening 2020. Wat gaan we daarvoor doen? In het algemeen zijn onze klanten tevreden over het contact dat zij hebben met de gemeente. Maar het kan beter en onze dienstverlening willen we voor de toekomst verder borgen en verbeteren.

• •

De kwaliteitsnormen invoeren en monitoren in de hele organisatie

• • • •

We investeren in de kwaliteit van onze gegevensdatabases en de beveiliging

• •

De website ontwikkelen we verder van informatief naar vraaggestuurd en dienstverlenend

•

De status informatie over de voortgang van “zaken” maken we mogelijk met de technische KCC module en Zaakgerichtwerken

•

Pieken en dalen in het werkaanbod vangen we op met een flexibele schil, hier worden strategieën voor bedacht

•

Reflectie op ambitie in relatie tot nieuwe Rijksstrategieën zoals Digitale Overheid 2017, overheidsbrede dienstverlening 2020 en de nog te realiseren bouwstenen i-NUP

We standaardiseren en digitaliseren onze processen en moderniseren onze werkplekken om beter plekonafhankelijk te kunnen werken en de klant (thuis) te bedienen We leiden onze KCC medewerkers op tot generalist voor balie en telefonie We bouwen Basisregistraties conform de wettelijke eisen. Vanaf 1 januari 2016 moet het landsdekkende bestand van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) gereed zijn voor gebruik. In 2014 zijn we in OWO-verband gestart met de voorbereidingen voor de opbouw van de BGT. De uitvoering van de BGT in de beheersfase wordt toegevoegd aan het team Belastingen & VastgoedInformatie. “Mijn Ooststellingwerf”, de persoonlijke internetpagina (PIP) zetten we in voor meer processen en is betrouwbaar en veilig

Wat merkt de burger ervan? Onze dienstverlening is open en op de klant gericht. De meeste vragen (80%) handelen we in het eerste contact naar tevredenheid af. De overige 20% van de vragen zijn meer complex, maar worden met dezelfde voortvarendheid behandeld. We zijn gastvrij. Het is voor de klant duidelijk waar zij terecht kan met vragen, opmerkingen of complimenten. De klant vindt steeds makkelijker zelf zijn informatie en vraagt producten aan via de website. Zo kan de burger voortaan via een openbaar kanaal (bv. de Landelijke Voorziening) actuele informatie vinden over zijn eigendom/percelen. Via de PIP is veilige uitwisseling van persoonlijk informatie met de gemeente geborgd. De burgers en ondernemers informeren we tijdig en op vakkundige wijze. Het is duidelijk welke normen de gemeente hanteert. De gemeente is hierop aanspreekbaar. Onze dienstverlening blijft toegankelijk voor iedereen. Wie moeite heeft met de (snel) verdergaande digitalisering, helpen we.

Kaderbrief 2016-2019

27

6.3 Thema: Financiën Concernzaken Wat willen we bereiken? De huidige financiële positie blijvend borgen en verstevigen. Grip houden op ontwikkelingen om voldoende middelen te hebben voor de vraagstukken in het sociale en ruimtelijke domein. Belastingen verhogen we daar waar nodig trendmatig. De structurele opbrengst van de precariobelasting kan vanaf 2016 worden ingezet als algemeen dekkingsmiddel. In de periode 2016-2019 vraagt de beheersing van de kosten in het sociale domein veel inzet op monitoring en risicobeheersing. Wat gaan we daarvoor doen?

• • •

Schuldpositie verder verminderen

• • • •

Leges voor producten kostendekkend houden

Onroerend zaak belasting maximaal, indien nodig, slechts trendmatig verhogen De precariobelasting wordt met ingang van 2016 tot en met 2019 jaarlijks verhoogd met € 0.05 p/j om de lasten te dekken van incidentele bestedingen aan eenmalige inititatieven met een hoog maatschappelijk en/of economisch rendement (besteding in totaal € 2 miljoen) Reële begroting presenteren Heldere en transparante presentatie van financiële documenten en rapportages Sturen op het financieel kader voor de 3D’s

Wat merkt de burger ervan?

• • • •

Transparantie in de financiële huishouding van de gemeente. Een kasboek met “zwarte cijfers” ook op de lange termijn Geen onnodige lasten verhoging vanuit de OZB Betaalbare gemeentelijke producten en diensten

Kaderbrief 2016-2019

28

4. Uitgangspunten (inclusief lokale lasten) Voorstellen Nieuw beleid Naast de besteding van inzet van incidentele baten precariobelasting van € 2 miljoen vanaf 2016, stellen wij u voor het nieuw beleid te beperken tot de zaken wensen voor het uitvoeren van wettelijke taken (binnen de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt) en het doen vervangingsinvesteringen. Lonen (inclusief pensioenpremie) Voor de loonontwikkeling uitgaan van 1% verhoging in 2016. Vanaf 2015 wordt geen rekening gehouden met extra verhoging van de pensioenpremie. Prijzen De budgetten voor uitbestede werkzaamheden en leveranties worden in 2016 niet verhoogd met een prijscompensatie. Prijsontwikkeling gesubsidieerde instellingen De subsidies en bijdragen worden in 2016 verhoogd met 1 %. Systematiek doorwerking lonen en prijzen in relatie tot de algemene uitkering Voor het eerstvolgende begrotingsjaar (2016) wordt uitgegaan van lopende prijzen en daarna (2017 t/m 2019) van constante prijzen. Leningportefeuille De leningenportefeuille wordt verder afgebouwd via het inzetten van eenmalige baten. Ook wordt 50% van gerealiseerde rentevoordelen hiervoor ingezet. OZB, forensenbelasting en leges: a. een trendmatige verhoging van 1 % wordt doorgevoerd; b. bij een algehele waardedaling c.q.

waardestijging van de onroerende goederen wordt het tarief van OZB verhoogd dan wel verlaagd, om een gelijke opbrengst te behouden. Afvalstoffenheffing Uitgangspunt is kostendekking. De lasten voor de burgers voor de inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen worden in 2016 niet verhoogd. Het vast tarief per aansluiting blijft € 96. Rioolheffing Uitgangspunt is kostendekking. De rioolheffing stijgt voor een periode van 5 jaar niet meer dan trendmatig. De rioolheffing 2016 wordt trendmatig met 1% verhoogd. Toeristenbelasting De tarieven zijn vanaf 2014 bevroren op € 1,00 per overnachting. Het tarief voor 2016 blijft ongewijzigd op € 1,00 per overnachting. Precariobelasting Het tarief voor 2015 is vastgesteld op € 2,13. Vanaf 2016 tot en met 2019 worden de tarieven jaarlijks met € 0,05 verhoogd. De volgende tarieven gelden dan: 2016: € 2,18, 2017: € 2,23, 2018: € 2,28 en 2019: € 2,33.

Kaderbrief 2016-2019

29

4.1 Lonen en prijzen 4.1.1 Loonontwikkeling (incl. pensioenpremie) Loonkostenontwikkeling 2016 Voor de begroting 2016 wordt als basis de situatie volgens de personeelsadministratie per april 2015 genomen, waarbij rekening wordt gehouden met de laatste ontwikkelingen op het gebied van ons personeelsbestand (inclusief bezuinigingen formatie tot en met 2014), de ontwikkelingen op het gebied van sociale lasten en de daarbij behorende loonsom. De huidige Cao-gemeenten loopt van 1 januari 2013 tot 1 januari 2016. Conform deze Cao zijn de salarissen per 1 oktober 2014 met 1 % en per 1 april 2015 met € 50 per maand gestegen. In de maand oktober 2014 werd een eenmalige uitkering gedaan. Op dit moment is niet bekend wat de loonkostenontwikkeling na 2015 wordt. Redelijkerwijs kan ervan uitgegaan worden dat de loonkostenontwikkeling beperkte structurele financiële gevolgen met zich mee brengt, hetzij direct via een loonsverhoging hetzij via aanvullende secundaire arbeidsvoorwaarden. Daarnaast is het ook van belang de landelijke loonontwikkeling in ogenschouw te nemen, zoals die is gepresenteerd door het CPB in het Centraal Economisch Plan. Verder plaatsen wij de kanttekening dat met ingang van 2016 de WW-premie weer wordt ingevoerd. Dit kan leiden tot hogere salarislasten voor de werkgever.

Terugkijkend vanaf 2013 kan redelijkerwijs rekening gehouden worden met een structurele loonkostenontwikkeling in 2016 met + 1%. Wij stellen voor in te stemmen met deze loonkostenontwikkeling voor 2016. Pensioenpremie ABP 2015/2016 De premie is gedaald van 21,6% naar 19,6%. Dit is een daling van 2%-punt. Belangrijkste reden voor deze daling is het vervallen van de herstelopslag. Dit zorgt voor een daling van de premie van 3%-punt. Er zijn nog meer factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de premie, zoals de eenmalige kosten voor het verlengen van de duur van bestaande uitkeringen, de ontwikkeling van het deelnemersbestand en de stijging levensverwachting. Sommige factoren zorgen voor een stijging van de premie, andere voor een daling. De hoogte van de pensioenpremie is voornamelijk afhankelijk van de dekkingsgraad. De dekkingsgraad fluctueert. Op dit moment is er geen aanleiding uit te gaan van een hogere pensioenpremie voor 2015 en 2016. 4.1.2 Prijsontwikkeling Prijsgevoelige budgetten (uitbestede werkzaamheden, leveranties, subsidies en bijdragen) werden jaarlijks in de begroting verhoogd met een percentage voor verwachte prijsstijgingen (inflatiepercentage). Vanaf 2010 t/m 2015 is door u besloten geen prijscompensatie te verlenen.

Enerzijds had dat te maken met de zeer lage prijsontwikkeling, die het CPB voorspelde en anderzijds met de sombere financiële vooruitzichten. Dit betekent concreet, dat heel veel budgetten in de begroting 2015 op het niveau van 2009 zitten. De inflatie in deze periode (2010-2015) is 8,9% (incl. prognose 2015). De prognose van de inflatie voor 2016 is 0,9 %1, afgerond 1%. Het CPB voorspelt een ‘prijs bruto binnenlands product (BBP)’ van 0,8 % voor 2016 (bijgestelde prognose 2015: 1,0%). We stellen voor het inflatiecijfer te bepalen via de prijsmutatie van het BBP, zoals deze in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB) wordt vastgesteld. Het ministerie van BZK gebruikt deze cijfers voor de berekening van de prijsontwikkeling binnen de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Dit houdt in dat onze inkomsten van het Rijk, los van wijzigingen in het beleid, met dit

1

Bron: Centraal Economisch Plan 2015, 5 maart 2015 (Kerngegevenstabel 2013-2016)

Kaderbrief 2016-2019

30

percentage gaan stijgen. Tot en met 2009 was het gebruikelijk ook onze uitgaven met hetzelfde percentage te laten stijgen. Door het achterblijven van de prijscompensatie en de doorgevoerde bezuinigingen, kan het gewenste kwaliteitsniveau van ieder beleidsterrein onder druk komen te staan. Echter, tot dusverre wordt het gewenste kwaliteitsniveau nog steeds, zij het wellicht soms met moeite, gehaald. We hebben echter geen concrete signalen ontvangen van de afdelingen die dit bevestigen dan wel tegenspreken. We vinden echter dat het verdedigbaar is de prijscompensatie voor 2016 wederom achterwege te laten. In uitzonderingsgevallen, bij autonome budgetten zoals energie en brandstof, mogen deze budgetten verhoogd worden als de kosten hiervan ook omhoog zijn gegaan. Een verhoging moet de verhoging reëel onderbouwt worden. Daarnaast worden al afgesloten c.q. lopende overeenkomsten van privaatrechtelijke levering- c.q. dienstencontracten gerespecteerd. 4.1.3 Prijsontwikkeling gesubsidieerde instellingen Voor het jaar 2015 heeft u besloten tot indexatie van de subsidies en bijdragen met 1¼ %, omdat het bij deze instellingen merkbaar is in (de kwaliteit van) de uitvoering (tussen 2010 – 2014 zijn deze (lopende) overeenkomsten niet geïndexeerd). In de afgelopen jaren zijn de gesubsidieerde instellingen extra gekort door bezuinigingen.

We vinden het wederom verdedigbaar dat de prijscompensatie voor 2016 voor de gesubsidieerde instellingen zal worden toegepast, concreet betekent dit dat het budget met 1 % verhoogd kan worden. De structurele kosten die hiermee gemoeid zijn bedragen ca. € 40.000. Na 2016 zal opnieuw afgewogen moeten worden of de beschikbare budgetten in relatie staan tot de resultaatafspraken zoals die in de subsidieovereenkomsten zijn afgesproken. We stellen u voor in te stemmen met deze verhoging.

4.2 Algemene uitgangspunten 4.2.1 Nieuw beleid Naast de inzet van incidentele baten precariobelasting van € 2 miljoen vanaf 2016 stellen we u voor, het nieuw beleid te beperken tot de zaken wensen voor het uitvoeren van wettelijke taken (binnen de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt) en het doen vervangingsinvesteringen, mits noodzakelijk (zoals materieel bij de Buitendienst en automatisering bij I&A). 4.2.2 Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De ramingen van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds voor de jaren 2016 tot en met 2019 worden berekend op basis van de Meicirculaire 2015. De uitkomsten van de Septembercirculaire worden niet in de primitieve begroting verwerkt. Het eerstkomende begrotingsjaar gaat uit van zogenaamde lopende prijzen. Bij de berekening van de daaropvolgende jaren gaan we uit van de zogenaamde constante prijzen. Bij lopende prijzen wordt rekening gehouden met loon- en prijsontwikkelingen en bij constante prijzen niet. We stellen voor deze beleidslijn de komende jaren te continueren. 4.2.3 Afbouw leningenportefeuille De afgelopen jaren hebben we, aan de hand van actuele liquiditeitsprognoses, met succes gericht beleid gevoerd de leningenportefeuille af te bouwen. Dit kon mede door het inzetten van eenmalige baten. Dit leidde tot lagere financieringslasten.

Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2015-2018 is besloten dat 50% het gerealiseerde rentevoordeel door lagere herfinanciering, gebruikt kan worden om de leningenportefeuille af te bouwen. We stellen u voor deze beleidslijn de komende jaren te continueren.

Kaderbrief 2016-2019

31

4.2.4 Sociaal Domein In de Programmabegroting 2015-2018 zijn de lasten en baten Sociaal Domein budgettair neutraal opgenomen conform het vastgestelde uitgangspunt dat wettelijke taken binnen de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt. Het tekort Sociaal Domein is berekend op € 2,5 miljoen. De verwachting is dat dit tekort stapsgewijs teruggebracht wordt van € 2,5 miljoen in 2015 naar nihil in 2018. In de reserve Sociaal Domein is ultimo 31-12-2014 een buffer aanwezig van € 2,8 miljoen om eventuele tekorten in 2015 op te vangen. Daarnaast is vanaf 2016 een bedrag van € 400.000 structureel beschikbaar op het budget WMO onvoorzien (budget WMO onvoorzien 2015 is € 797.000 minus € 333.000 (korting 2016) minus kosten formatie financieel expert € 64.000). Verder is in 2016 een bedrag van € 212.500 nodig voor ‘aanvullende uitvoeringscapaciteit Sociaal Domein. Dit incidentele bedrag wordt gedekt uit het resterende budget WMO onvoorzien van € 400.000.

4.3 Gemeentelijke belastingen en heffingen Een aantal gemeentelijke belastingen en heffingen (onroerendezaakbelasting, forensenbelasting en leges) worden trendmatig verhoogd met 1% (2015: 1¼ %). Dit percentage komt overeen met de verwachte inflatie. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn afhankelijk van de kosten (100% dekking). 4.3.1 OZB Voor 2015 is de opbrengst OZB met 1¼ % verhoogd. Het advies voor 2016 is een trendmatige verhoging van 1 % te hanteren; dit percentage komt overeen met de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (BBP). Er gelden geen maximale tarieven voor de OZB, maar er is wel een beperking. Dat is de zogenaamde macronorm, die het Rijk vaststelt. De gezamenlijke gemeenten mogen die norm niet overschrijden op straffe van een korting op het Gemeentefonds. De macronorm is afhankelijk van de prijsontwikkeling. Voor 2015 bedraagt die 3% ( 2014: 2,45%). Voor 2016 is dit percentage nog niet bekend. Mogelijk dat de macronorm wordt afgeschaft, dan wel dat er een alternatief instrument wordt gepresenteerd. Dat komt te staan in de Meicirculaire 2015. 4.3.2 Forensenbelasting Het belastingbedrag van de forensenbelasting wordt bepaald aan de hand van de WOZ waarden zoals vastgesteld op grond van de Wet WOZ. Voorgesteld wordt deze belasting voor 2016 trendmatig met 1% te verhogen.

De hoogte van het tarief wordt bepaald aan de hand van de WOZ waarde en binnen welke waardeklasse het object valt. 4.3.3 Precariobelasting De verordening is vastgesteld op 19 april 2011 en ingevoerd per 1 mei 2011. Begin 2015 bent u geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de opbrengst precariobelasting. Begin 2015 heeft Liander aangegeven dat zij het bezwaar over de jaren 2011 tot en met 2013 intrekken. Hiermee is de opbrengst van € 4,3 miljoen over deze jaren gerealiseerd. Tegen de aanslag 2014 heeft Liander bezwaar aangetekend over de hoogte van het tarief en het aantal kilometrages elektriciteitsnetwerk. Deze procedure loopt nog. Verder heeft op 10 februari jl. de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de beantwoording van Kamervragen, aangegeven dat de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk wordt geïnformeerd over het wetsvoorstel ‘Afschaffing precario van nutsbedrijven’. In hoofdstuk 2 stellen wij voor een deel van de gerealiseerde baten Precariobelasting de komende 4 jaren te besteden. Over een periode van vier jaar wordt gemiddeld € 500.000 per jaar besteed, de financieringslasten zijn € 35.000 per jaar. We stellen voor de financieringslasten grotendeels te dekken door met ingang van 2016 het tarief precariobelasting jaarlijks (2016 tot en met 2019) meer dan trendmatig te verhogen met € 0,05. Het tarief voor 2015 is vastgesteld op € 2,13.

Met ingang van 2016 wordt het tarief dan € 2,18, voor 2017: € 2,23, voor 2018: 2,28 en voor 2019: 2,33. De geraamde meeropbrengst per jaar is € 28.000.

Kaderbrief 2016-2019

32

4.3.4 Toeristenbelasting Op 19 oktober 2010 heeft u de tarieven toeristenbelasting voor 2011-2014 vastgesteld. De hoogte van de toeristenbelasting voor 2014 is bevroren op € 1,00 per overnachting. Het Recreatieschap Drenthe heeft een advies gemaakt met als titel ‘Uniformering toeristenbelasting 2016-2019’. Dit advies zit nu in de pipeline. U wordt dit jaar geïnformeerd. In afwachting hiervan, stellen we vooralsnog voor uit te gaan van ongewijzigde tarieven voor 2016 ev. 4.3.5 Rioolheffing Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2015-2019 is door u op 17 maart 2015 vastgesteld. Uit het plan blijkt dat de rioolheffing voor een periode van 5 jaar niet hoeft te stijgen met meer dan een trendmatige verhoging. Over 5 jaar wordt het Rioleringsplan geactualiseerd en een nieuw kostendekkenheidsplan opgesteld. Nu wordt voorgesteld om de rioolheffing in 2016 met de trendmatige verhoging van 1% aan te passen. 4.3.6 Afvalstoffenheffing Op 16 december 2014 heeft u ingestemd met een vast tarief van € 96. Voorts hebt u besloten dit tarief na 2015 niet te wijzigen en mogelijk aan te passen op basis van voortschrijdend inzicht in 2015. Op dit moment is er geen aanleiding dit tarief voor 2016 te wijzigen. Het minimumniveau van de egalisatiereserve Reiniging is vastgesteld op 10 procent van de lasten (€ 250.000).

De geprognosticeerde stand van de reserve per 31 december 2015 is € 684.000 (€ 891.000 minus geraamde onttrekking 2015 € 207.000). 4.3.7 Leges De legestarieven zijn afhankelijk van de tijdsbesteding, maximale tarieven, loonkosten en andere directe kosten (in principe ook 100% kostendekking). Voorgesteld wordt de leges voor 2016 trendmatig met 1% te verhogen. In juni as. ontvangt u een inhoudelijke reactie over de uitkomsten van het rekenkameronderzoek ‘(Ver)bouwen is al duur genoeg’. Verder wordt op dit moment in OWO verband (entiteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) onderzoek gedaan over leges naar aanleiding van de OWOVTH samenwerking. Dit onderzoek moet duidelijkheid geven over rollen en taken en verantwoordelijkheden. Daarnaast wordt een beeld gegeven over tarieven en de opbouw daarvan in relatie tot kostendekking. Dit ligt per gemeente erg verschillend. Mogelijke budgettaire consequenties worden bij de behandeling van de Programmabegroting 2016-2019 meegenomen.

Kaderbrief 2016-2019

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=6e516967-90fa-4141-b8a6-4af6d97ab87a