Bijlage 2 - Jaarstukken 2020
Tekst van het document
Thema 6.2 Dienstverlening Wat willen we bereiken De inwoner (klant) staat centraal in onze dienstverlening en ervaart de gemeente als één organisatie. De organisatie is toegankelijk en de medewerkers zijn deskundig en betrokken. Hierbij ervaart de klant de toegankelijkheid, deskundigheid en betrokkenheid van de medewerker. De klant vindt zoveel mogelijk zelf zijn (digitale) weg en krijgt ondersteuning waar nodig. De klant ervaart een duidelijk, transparant en efficiënt proces. De klant is tevreden over de dienstverlening (minimaal een 7,5 bij de volgende meting burgerpeiling). Wat hebben we bereikt We hebben onze dienstverlening vanwege de coronapandemie aangepast. Wij hebben hier het belang van de bereikbaarheid van het gemeentehuis/'de gemeente' steeds als zéér belangrijk gemarkeerd. Ook de gezondheid van de medewerkers en bezoekers staat hoog in het vaandel. Er is een constante afweging gemaakt tussen een goede continuering van de dienstverlening en de gezondheid van medewerkers en bezoekers. Hierbij hebben wij de richtlijnen van de Rijksoverheid opgevolgd. Wij zijn altijd telefonisch bereikbaar geweest en hebben de dienstverlening aan de balie zoveel mogelijk door laten gaan door middel van een afsprakensysteem. Met het afsprakensysteem konden wij sturen op de hoeveelheid bezoekers die zich tegelijkertijd in het gemeentehuis bevonden.
We hebben bij elke noodgedwongen maatregel gekeken hoe we de inwoner (klant/cliënt) centraal konden stellen en toegankelijk konden blijven voor al onze inwoners. Voor de zomervakantie 2021 komt er een stand van zaken naar de gemeenteraad, er wordt dan teruggekomen op de reeds lopende burgerpeiling. Wat hebben we daarvoor gedaan De website is getoetst op toegankelijkheid en er is een toegankelijkheidsverklaring opgesteld.
75
De informatie over het Gebiedsteam is op de website van de gemeente gezet, dit om de vindbaarheid te vergroten en alle informatie te centraliseren. https://www.ooststellingwerf.nl/gebiedsteam. Er is gestart met permanent klantonderzoek bij het Gebiedsteam (onderdelen WMO en Jeugd) Er is gestart met volledig werken op afspraak. Er is een uitvoeringsprogramma dienstverlening opgesteld en een start gemaakt met eerste projecten: o Project Direct Duidelijk. Doel hiervan is dat de gehele organisatie duidelijke en heldere taal gaat gebruiken (B1). o Burgerpeiling uitgevoerd en hierbij inclusiepanel betrokken. o Inwonerspanel. o Social Media strategie. o Kanaalstrategie. De strategie moet helpen om de klantcontactkanalen efficiënter in te zetten. o Doorontwikkeling MijnOoststellingwerf o Implementatie Wet Open Overheid. o Bekendmakingen digitaal beschikbaar en communicatie daarover verbeterd. o We hebben steeds beter inzicht in onze klantcontacten en kanalen.
Wat heeft de inwoner daarvan gemerkt De inwoner heeft gemerkt dat wij bij de balie beter voorbereid te werk kunnen gaan, omdat wij momenteel uitsluitend op afspraak werken. Wanneer wij een bijzondere afspraak zien in het afsprakensysteem kunnen wij van te voren contact opnemen met onze inwoner om de zaken voor alle partijen te verduidelijken. Op deze manier denken wij mee met onze inwoners. Ondanks corona zijn wij toegankelijk gebleven voor iedereen die wat geregeld wilde hebben met de gemeente. Zoveel mogelijk via de digitale weg. Via telefoon/chat en mail hebben wij minder digitaal vaardige inwoners ondersteuning geboden om toch zaken digitaal te kunnen regelen. Vrijwel alle producten en diensten zijn volledig digitaal te regelen. Het Gebiedsteam is voor inwoners met hulpvragen beter te vinden. De website is toegankelijker gemaakt, de informatie is overzichtelijk weergegeven en voor het Gebiedsteam zijn ondersteunend iconen toegevoegd. De inwoner wordt meer betrokken bij de te maken beleid/keuzes van de gemeente (inclusiepanel en inwonerspanel). Beleidskaders Kwaliteitshandvest Gemeentelijke Dienstverlening Visie Dienstverlening in Ooststellingwerf 2019-2022 versie 2.0 Programmaplan Dienstverlening Ooststellingwerf Uitvoeringsprogramma Dienstverlening 2020-2024
Thema 6.3 Financiën Wat willen we bereiken We willen de komende periode blijven sturen op een meerjarige, structurele en een reëel sluitende begroting. We willen dat gemeentelijke tarieven in principe kostendekkend zijn. We willen in de komende periode mogelijke financiële overschotten riolering, passend in de meerjarenprognose, terug laten vloeien naar de inwoner. We willen in de komende periode het bestaande kwijtscheldingsbeleid continueren. We willen het inkoopbeleid verduurzamen, bij voorkeur met lokale partners. Wat hebben we bereikt De begroting 2020 was door 'Samen Waarmaken' structureel en reëel in evenwicht. In 2020 is de begroting voor 2021 vastgesteld. Voor 2021 is deze reëel en structureel in evenwicht, voor de jaren daarna ligt er een opgave.
76
De gemeentelijke tarieven zijn in principe kostendekkend. In 2020 is de nota leges 2021 vastgesteld waarin de gemiddelde kostendekkendheid van de leges voor titel 1, 2 en 3 (Algemene Dienstverlening, Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen en Europese dienstenrichtlijn) lager zijn dan 100%. In 2020 is het nieuwe GRP 2020-2024 vastgesteld. In 2021 is er een eenmalige korting op het tarief rioolheffing ten laste van de rioleringsreserve. De basis voor ons kwijtscheldingsbeleid is de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. De inkomenstoets is 100% bijstandsnorm. We werken vanuit het plan van aanpak 'Maatschappelijk Verantwoord Inkopen'.
Beleidsindicatoren Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie (o.a. loonkosten, ICT, huisvesting, facilitair etc.). Onder overhead verstaan we alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Het werkelijke percentage inhuur wijkt af van de begroting doordat gedurende een jaar inhuur wordt gepleegd als gevolg van bijvoorbeeld ziekte, piekopvang of operationele keuze. Dit gebeurt door dekking met bestaande budgetten. Beleidsindicatoren thema Financiën
Eenheid
Begroting 2020
Jaarrekening 2020
In euro´s per inwoner
788
788
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
1,4%
10,7%
% van totale lasten
12,1%
11,3%
Apparaatskosten Externe inhuur Overhead 2020
Wat hebben we daarvoor gedaan Begroting en 'Samen Waarmaken' We hebben in november 2019 een reële begroting gepresenteerd. Door het vaststellen van het dekkingsplan 'Samen Waarmaken' werd deze structureel sluitend. De gemeentelijke belastingen en heffingen worden trendmatig verhoogd. De OZB-opbrengsten zijn met 3% verhoogd en in 2020 met 1,5% geïndexeerd. Er worden meer lasten toegerekend aan de rioolheffing (vanaf 2020) en afvalstoffenheffing (vanaf 2023) en we heffen leges voor principeverzoeken. De forensenbelasting wordt stapsgewijs verhoogd. Daarnaast is bij 'Samen Waarmaken' ingestemd met het verhogen van de toeristenbelasting vanaf 2021 naar € 1,40 per persoon per overnachting (en daarnaast met jaarlijkse indexatie van € 0,05). In de raadsvergadering van 30 maart 2021 is besloten om een tariefdifferentiatie toe te passen op de toeristenbelasting. De Programmabegroting 2021-2024 is in november 2020 vastgesteld. De laatste jaarschijven hiervan zijn niet structureel in evenwicht. Daarom heeft de raad bij de Kaderbrief 2021 ingestemd met het starten van een heroverwegingsproces. Tarieven De tarieven voor producten zijn kostendekkend. In november 2020 is door de raad de nota leges 2021 vastgesteld. Riolering In 2020 is het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vastgesteld.
Er is toen besloten om het saldo van de rioleringsreserve van € 219.000 in 2021 in te zetten om een eenmalige korting op de rioolheffing te geven. Deelneming: N.V. Bank Nederlandse gemeenten (BNG) De BNG verstrekt tegen lage tarieven krediet aan Nederlandse overheden. Daarmee speelt de bank een essentiële rol in de financiering van gewenste maatschappelijke investeringen. Wat heeft de inwoner daarvan gemerkt Een financieel gezonde gemeente. 77
Onze financiën zijn voor iedereen te bekijken. Onze belastingen, diensten en producten zijn betaalbaar.
Beleidskaders Financiële verordening 2020 (art 212 Gemeentewet) Controleverordening 2019 (art. 213 Gemeentewet) Doelmatigheid- en doeltreffendheidsverordening 2017 (art. 213a Gemeentewet)
Toelichting belangrijkste afwijkingen Programma 6 Wat heeft het gekost x € 1.000 Wat heeft het ons gekost?
Rekening
Primitieve
Actuele
Rekening
Verschil
2019
Begroting
Begroting
2020
-2.216
-1.558
-1.560
-1.680
- 120 N
-360
-281
-326
-282
44 V
6.3 Thema Financiën
-22.767
-23.189
-24.482
-23.448
1.034 V
Totaal Lasten
-25.343
-25.028
-26.368
-25.410
958 V
117
-
-
42
42 V
6.2 Thema Dienstverlening
1.212
826
1.237
1.307
70 V
6.3 Thema Financiën
51.559
52.299
53.763
54.556
792 V
Totaal Baten
52.888
53.125
55.001
55.905
904 V
Saldo van baten en lasten
27.545
28.097
28.632
30.495
1.863 V
Toevoegingen
-849
-800
-77
-77
-
Onttrekkingen
637
445
671
199
- 473 N
Mutatie reserves
-212
-355
594
122
- 473 N
27.333
27.742
29.227
30.617
1.390 V
Saldo van baten en lasten Lasten 6.1 Thema Bestuur 6.2 Thema Dienstverlening
Baten 6.1 Thema Bestuur
Mutatie reserves
Resultaat
78
Tabel belangrijkste afwijkingen x € 1.000 Belangrijkste afwijkingen Programma 6
Verschil
Algemeen bestuur
44 V
College B&W
- 164 N
Samenwerking
45 V
Algemene reserve, samenwerking
- 45 N
Omgevingsvergunningen
82 V
Monumenten
33 V
Huisvesting
30 V
Advies en ondersteuning
30 V
Algemene overheadkosten
83 V
Saldo financieringsfunctie
31 V
Organisatorische kostenplaatsen en OWO kostenplaatsen
356 V
Reserve Sociaal Domein
- 60 N
Algemene reserve, ondersteuning werkgelegenheid/leefbaarheid
- 108 N
Belastingen en wet WOZ
- 31 N
Algemene uitkering
225 V
Nagekomen/buitengewone posten
- 223 N
Kapitaalreserve
- 256 N
Corona
1.314 V
Overige kleine afwijkingen Totaal afwijkingen
4V 1.390 V
Toelichting belangrijkste afwijkingen In onderstaand overzicht lichten we afwijkingen > € 25.000 toe. Thema 6.1 Bestuur Algemeen bestuur, voordeel € 44.000 Voordeel van € 14.000 bij de accountantskosten, de verhoging van de lasten na de nieuwe aanbesteding is ingegaan per medio van het jaar. Lagere personeelslasten griffie voordeel € 17.000 door o.a. ontvangen detacheringsvergoeding. Bij de raad zijn er € 13.000 lagere algemene lasten zoals de reguliere automatiseringslasten en vorming en opleiding. College B&W, nadeel € 164.000 De dotatie aan de voorzieningen lopende pensioenverplichtingen bestuurders en pensioenverplichting voormalige wethouders is € 190.000 hoger dan geraamd. Dit heeft te maken met een lagere rekenrente en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van een voormalig wethouder. Er is een voordeel van € 26.000 bij wachtgeld voormalige wethouders, inkomsten zijn verrekend met de uitkering. Samenwerking, voordeel € 45.000 Het incidentele budget van € 45.000 is niet nodig geweest. Zie ook bij algemene reserve. Algemene reserve, nadeel € 45.000 Lagere onttrekking omdat het budget niet uitgegeven. Het budget valt vrij in de algemene reserve. Thema 6.2 Dienstverlening Omgevingsvergunningen, voordeel € 82.000 In de laatste maanden van 2020 zijn er grotere vergunningen afgegeven dan bij de najaarsrapportage 2020 was voorzien. 79
Monumenten, voordeel € 33.000 Dit komt door lagere lasten voor het opstellen van de Kerkenvisie. Bij de budgetoverheveling van 2019 naar 2020 waren de lasten hoger ingeschat. Thema 6.3 Financiën Huisvesting, voordeel € 30.000 Lagere afschrijvingslasten van € 30.000 doordat bepaalde geplande vervangingen inventaris/meubilair niet zijn uitgevoerd. Gezien de omstandigheden is daar een pas op de plaats gemaakt. Advies en ondersteuning, voordeel € 30.000 Voor de communicatiestrategie is € 15.000 ingezet. Het restant (voordeel) van € 30.000 wordt in 2021 gebruikt voor het maken van een communicatiestrategie voor de Visie op Samenleven en het profileren van het Gebiedsteam. Zie ook bij programma 3 reserve sociaal domein. Algemene overheadkosten, voordeel € 83.000 Centrale personeelsbudgetten voor vervanging wegens zwangerschap-, ouderschapsverlof, ondernemingsraad en knelpunten staan hier opgenomen. De werkelijke lasten zijn bij de organisatorische kostenplaatsen vermeld. Saldo financieringsfunctie, voordeel € 31.000 Hogere ontvangen rente € 15.000, bij de begroting is gerekend met een verkeerd rentepercentage. Hogere toegerekende rente € 16.000, is hier een voordeel en bij de programma’s een nadeel. Organisatorische kostenplaatsen en OWO-kostenplaatsen, voordeel € 356.000 Projectondersteuning werkgelegenheid en leefbaarheid, voordeel 87.000*. Het restantbudget wordt in 2021 o.a.
ingezet voor het project Rake voorstellen. Zie ook hieronder bij algemene reserve. Bij de OWO-kostenplaatsen is er per saldo een voordeel van € 65.000. Dit is o.a. het gevolg van het later invullen van vacatures. Het resultaat op de organisatorische kostenplaatsen is € 204.000 voordelig. Bij de personeelslasten is er een voordeel van € 123.000. Bij de begrotingsbehandeling van 2020 is er een incidenteel budget beschikbaar gesteld voor onderzoek subsidioloog, openbare ruimte en accommodatiebeleid. Het restantbudget van € 21.000 wordt doorgeschoven naar 2021 en wordt gebruikt voor onderzoek naar versobering openbare ruimte (zie ook hieronder bij algemene reserve). Het budget voor herinrichting gebiedsteam is niet uitgegeven, voordeel € 60.000. In 2021 wordt verdere uitvoering gegeven aan de doorontwikkeling en hiervoor wordt dit budget ingezet. Zie ook hieronder bij reserve sociaal domein. Reserve sociaal domein, nadeel € 60.000 Lagere onttrekking voor middelen herinrichting, zie hiervoor. Algemene reserve, nadeel € 108.000* Lagere lasten bij projectondersteuning werkgelegenheid en leefbaarheid en het onderzoek subsidioloog/accommodatiebeleid en versobering openbare ruimte betekent een lagere onttrekking van totaal € 108.000*. Belastingen en Wet WOZ, nadeel € 31.000 Voor het project WOZ-waarde van inhoud naar oppervlakte is € 31.000 meer uitgegeven.
De dekking van de hogere uitgave is het voordeel bij de OWO-kostenplaatsen. Algemene uitkering, voordeel € 225.000 Verrekening algemene uitkering eerdere jaren, nadeel € 17.000. De gevolgen van de september- en decembercirculaire 2020 zijn, buiten het corona-compensatiepakket gepubliceerd bij de septembercirculaire 2020, niet verwerkt in de begroting, voordeel totaal € 292.000. En daarnaast is er nog een nadelig verschil van € 50.000 als gevolg van de gehanteerde maatstaven.
80
Nagekomen/buitengewone posten, nadeel € 223.000 De dotatie aan de voorziening oninbare debiteuren is € 82.000, dit is berekend volgens de vastgestelde systematiek. In 2020 is een nog te betalen post opgenomen voor te betalen heffingsrente ad € 141.000*. Het gaat hier om een drietal zaken (Afvalfonds, Bosbergtoren en Biosintrum) waar het verkeerde onderdeel btw is gebruikt. Dit is gegaan via de compensabele btw, terwijl het via de ondernemersbtw had moeten gaan. Dit betekent dat dit moet worden gecorrigeerd en dat heeft tot gevolg dat er heffingsrente in rekening wordt gebracht. De correctie die plaats gaat vinden is met ingang van 2016. Kapitaalreserve, nadeel € 256.000 Er is besloten dat een aantal investeringen gedekt worden via reserves. Op basis van de voorschriften en de financiële verordening moeten nu bepaalde investeringen worden geactiveerd. Na gereedkoming van de investering wordt begonnen met afschrijven. Op dat moment wordt de dekking uit de specifieke reserve overgeboekt naar de kapitaalreserve. Uit de kapitaalreserve wordt dan de afschrijving gedekt. In 2020 is begonnen met afschrijven voor de investeringen Masterplan Oosterwolde en Kuipenstreek.
Dit betekent ook dat er voor Kuipenstreek € 251.500 vanuit de algemene reserve naar de kapitaalreserve is overgeboekt en voor het Masterplan Oosterwolde € 1.150.377 vanuit de reserve grondexploitatie naar de kapitaalreserve (zijn beide balansmutaties). Corona, voordeel € 1.314.000 Algemeen bestuur, nadeel van € 6.000 totaal. Een nadeel van € 20.000 voor preventieschermen en kosten digitaal vergaderen (software en ondersteuning) en een voordeel van € 14.000 voor lagere opleidingslasten. Overige leges, nadeel € 9.000 door lagere ontvangen leges. Dit komt doordat er vanwege corona nauwelijks evenementenvergunningen en drank- en horecavergunningen zijn afgegeven. Huisvesting, voordeel van € 43.000 totaal. Een nadeel van € 14.000 door kosten voor beschermingsmiddelen en een voordeel van € 57.000 bijvoorbeeld als gevolg van lagere kantinelasten en bureau- en kopieerkosten. Advies en ondersteuning, voordeel van € 78.000 totaal. Een nadeel van € 17.000 door extra communicatiekosten en een voordeel van 95.000 door minder HR-gerelateerde uitgaven. Dat komt vooral doordat er minder kosten zijn gemaakt voor organisatiebrede opleidingen/workshops i.v.m. de coronacrisis. Organisatorische kostenplaatsen, voordeel € 198.000. Voor het uitvoeren van de Tozo-regeling hebben we recht op € 234.000 voor de uitvoeringskosten. In 2020 hebben we de uitvoering opgelost met eigen personeel.
Dit wordt betrokken bij de compensatie voor de coronacrisis. Er zijn minder kosten gemaakt voor opleidingen, reis- en verblijfkosten (€ 84.000 voordeel). Dit houdt verband met de coronacrisis. Verscheidene opleidingstrajecten zijn niet doorgegaan. In verband met de coronacrisis is er voor € 120.000 extra aan personeel ingehuurd dan wel uren uitgebreid. Algemene uitkering, voordeel € 136.000. De compensatie van de eerste twee corona-compensatiepakketten bedraag totaal € 874.000. Bij de decembercirculaire 2020 is daar € 136.000 bijgekomen. Nog te bestemmen posten, voordeel € 874.000. Op deze post is de ontvangen corona-compensatie verantwoord als last. De corona-uitgaven staan functioneel verantwoord bij de programma’s. Conform de afspraak zal het restantbudget bij de bestemming van het resultaat worden betrokken. * Maakt onderdeel uit van de incidentele baten en lasten.
81
Paragrafen Paragraaf 1 | Lokale Heffingen De gemeente stuurt rekeningen (aanslagen) voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan o.a. de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen. Algemene beleidslijn Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen. Bijzonderheden en ontwikkelingen Precariobelasting Het Kabinet heeft de precariobelasting voor nutsbedrijven per 1 juli 2017 gewijzigd (het deel voor kabels en leidingen voor de nutsbedrijven gaat onder de vrijstellingen vallen). Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Dat geldt ook voor Ooststellingwerf. De opbrengst precariobelasting is tot en met 2021 geraamd in de begroting (€ 2,096 miljoen) tegen het door u vastgestelde tarief van € 2,18 per m1. Er lopen momenteel geen beroepzaken tegen de precariobelasting.
De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) Zoals elk jaar, worden de nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor o.a. de heffing van de onroerendezaakbelasting, gebaseerd op het prijspeil van het voorliggende jaar. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt. Per 1 oktober 2016 is het mogelijk om als inwoner via Het WOZ Waardeloket inzicht te krijgen in de WOZ-waarden van andere (woning) panden, de WOZ-waarden voor woningen zijn openbaar. Het Kadaster beheert deze Landelijke Voorziening. Tot nu toe worden de woningen, in Ooststellingwerf, getaxeerd op basis van de inhoud maar per 2022 gebeurt dit op basis van de oppervlakten (een nieuwe ontwikkeling en wettelijke verplichting). Landelijk zijn er verschillen in methodiek waardoor er nu gekozen is om alle gemeenten te laten taxeren op oppervlakten. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, CBS, de burgers etc. Als er niet wordt overgegaan op oppervlakte ontstaan er problemen bij de verplichte levering aan de afnemers. De Waarderingskamer gaat dit project monitoren. In 2018 zijn we gestart met de voorbereidingen.
Ongeveer 98% van het woningbestand is klaar en het jaar 2021 wordt het testjaar zodat we in 2022 klaar zijn om de oppervlakten te gebruiken voor de waardebepaling voor de Wet WOZ. Basisregistraties Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (de BAG). Deze verplichting geldt dus ook voor de uitvoering van de Wet WOZ. In de gemeentelijke WOZ processen spelen de in de BAG opgenomen gegevens over adressen, oppervlakten en bouwjaren een belangrijke rol. De koppeling tussen de WOZ en de BAG is in december 2016 gerealiseerd. Halverwege 2016 zijn de Basisregistratie Kadaster (BRK) en de aansluiting van het Handelsregister (NHR) gerealiseerd. Per 1 april 2016 is de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) aangesloten op de Landelijke Voorziening. Het jaar 2017 is gebruikt om de BGT te koppelen aan het beheer van de openbare ruimte (BOR) en de kaart van 2014 op te werken naar de huidige stand. Vanaf 1 december 2017 is het werkelijke beheer van de BGT verder opgepakt. Dit alles heeft te maken met de BGT op naar 2020 (fase 2): voltooiing en het vervolmaken van de BGT zodat het voldoet aan de wettelijke eisen. Eind 2019 was de BGT al klaar met dit traject.
82
Ontwikkelingen Het kabinet is, voor de verkiezingen, bezig geweest met hervorming en herziening van het belastingstelsel voor lokale overheden. Het idee was om een verschuiving te laten plaatsvinden van rijksbelastingen naar gemeentebelastingen. Daarbij komen de 'kleine' belastingen te vervallen. Dit heeft onder andere impact (korting) op de inkomsten uit het Gemeentefonds en consequenties voor de wetgeving. Daarnaast zijn er voorstellen gedaan om het gemeentelijk belastinggebied te verruimen. Bijvoorbeeld door de invoering van een ingezetenenheffing en de wederinvoering van het gebruikersdeel OZB voor woningen. Op 14 februari 2018 ondertekenden het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen echter een interbestuurlijk programma (IBP) met bijbehorende gezamenlijke agenda. Over de fiscale thema’s zijn daarbij de volgende procesafspraken gemaakt: Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren. Hervorming belastingstelsel door middel van het verruimen van het gemeentelijk belastinggebied wordt niet ondersteund door het nieuwe Kabinet (bron: Bijzondere Ledenbrief VNG als reactie op het Regeerakkoord 2017-2022).
Afvalstoffenheffing Diftar+ is ingegaan per 1 januari 2019. Dit heeft alles te maken met de VANG doelstelling opgelegd vanuit het Rijk. Deze doelstelling betekent een afname van het aantal kg's restafval per inwoner per jaar. Het uiteindelijke doel voor 2025 is het aantal kg's terug te brengen naar 30 kg per inwoner per jaar. De Omgevingswet Het Kabinet is in 2011 begonnen met een grote stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet heeft ook gevolgen voor bestaande verordeningen, beleidsregels, nadere regels en besluiten. De wet dient in te gaan op 1 januari 2022. Voor zowel de BAG als de BGT moeten de gegevens/data op orde zijn. Belastingsoorten Onroerendezaakbelasting (OZB) Vanaf 2020 wordt een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm onroerende zaakbelasting (ozb). Dat hebben het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken. In de benchmark wordt naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden.
Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. Deze benchmark is voor 2020 nog niet klaar. Woningwaarderingsstelsel De Tweede Kamer heeft de motie van het lid Monasch over aanpassing van het woningwaarderingstelsel per 1 oktober 2015 aangenomen. Per 1 januari 2006 was namelijk de gebruikersbeschikking WOZ voor de huurder verdwenen, de gebruiker van een woning ontvangt geen aanslag OZB gebruiker meer. Met deze aanpassing wordt dit gerepareerd en krijgen de huurders weer belang bij de verkrijging van de WOZ-waarde. Vanaf 2016 kan een huurder bezwaar maken tegen de hoogte van de WOZ-waarde. Dit is van belang voor de hoogte van de huren. Aanpassing van de waarde kan doorwerken in de hoogte van de individuele huur. De uitvoeringskosten die gemeenten maken voor bijvoorbeeld de bezwaarprocedure dekt het Rijk niet. Tot nu toe heeft dat niet geleid tot noemenswaardige bezwaren. De hoogte van de huren binnen de gemeente zijn dan ook niet van dien aard dat verlaging van de WOZ-waarde doorwerkt in de hoogte van de huur. Rioolheffing In 2020 is het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2020 - 2024 vast gesteld. Het plan is een voortzetting van het vorige GRP op gebied van beheer en onderhoud. Aangevuld met beleid over klimaatadaptatie en -mitigatie.
Uitgangspunt bij het opstellen van het nieuwe GRP is dat de rioolheffing met niet meer dan de inflatiecorrectie stijgt. In het kostendekkingsplan behorende bij het GRP is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 2020 - 2024.
83
Leges De vorige nota leges dateert van 26 januari 2016. Hierin zijn de uitgangspunten voor de kostendekking voor de leges voor de periode 2016-2019 vastgelegd. De planning was dat er in 2019 een nieuwe nota leges vastgesteld zou worden. Vanwege de opgave rondom ‘Samen Waarmaken’ is het onderzoek vorig jaar niet uitgevoerd. Het college heeft u hierover geïnformeerd naar aanleiding van een technische vraag bij de jaarrekening 2019. In 2020 is een geactualiseerde nota leges opgesteld voor 2021, die aansluit op de meest recente jurisprudentie en de feitelijke uitvoering. Deze is door u vastgesteld op 10 november 2020. De nota leges wordt in 2021 volledig herzien voor de periode 2022 en verder in verband met de invoering van de omgevingswet en de wet kwaliteitsborging. Naast de nieuwe wetgeving worden ook de mogelijkheden onderzocht voor een uniform legesmodel (titel 2) in OWO verband. Daarnaast worden dan ook de visie op dienstverlening in combinatie met servicenormen en de uitkomsten van de financiële heroverwegingen betrokken. Toeristenbelasting U heeft bij de programmabegroting 2020-2024 ingestemd met een verhoging van de toeristenbelasting naar € 1,40 per persoon per nacht vanaf 2021 en een jaarlijkse indexatie van € 0,05. Vanaf 2020 geldt voor kinderen tot en met de leeftijd van 4 jaren een vrijstelling voor de heffing toeristenbelasting.
In december 2020 heeft de gemeente advies van het Recreatieschap Drenthe ontvangen waarin voor campings en groepsaccommodaties een tarief van € 1,10 per overnachting en voor overige verblijfsaanbieders een tarief van € 1,50 per overnachting wordt geadviseerd. In de raadsvergadering van 30 maart 2021 is besloten om een tariefdifferentiatie toe te passen op de toeristenbelasting. Dit betekent dat het tarief per persoon per overnachting voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen € 1,10 zal zijn en vanaf 2022 het tarief per persoon per overnachting voor overnachtingen in andere verblijfsaccommodaties € 1,50 zal zijn. Forensenbelasting Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). Bij de programmabegroting 2020-2023 heeft u besloten om de opbrengsten van de forensenbelasting in 2020 met € 15.000 te verhogen. Dit loopt op naar € 60.000 in 2023. Afvalstoffenheffing Voor het ophalen en verwerken van afval vraagt de gemeente aan inwoners een vergoeding. Dit noemen we afvalstoffenheffing.
De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval (Diftar+). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Om het vaste tarief afvalstoffenheffing voor 2020 op een laag niveau te houden is een onttrekking uit de reserve Lastenverlichting nodig (voorheen was dit de egalisatiereserve reiniging). De raad heeft in december 2020 besloten om € 446.000 toe te voegen aan de reserve lastenverlichting ten laste van het resultaat. Reclamebelasting U heeft op 14 december 2010 besloten tot de invoering, per 1 januari 2011, van reclamebelasting van het komgebied van Oosterwolde. De reclamebelasting houdt in dat de ondernemers een vast bedrag per jaar betalen. De gemeente legt deze belasting op en stort na aftrek van 5% beheerkosten de opbrengsten in een fonds. Met deze baten kunnen de ondernemers evenementen en activiteiten ontplooien, gericht op promotie en het zorgen voor een aantrekkelijk winkelklimaat van het centrum van Oosterwolde.
84
BIZ (Bedrijven Investeringszone) Oosterwolde Promotion heeft een missie en een visie geformuleerd voor het winkelgebied in Oosterwolde. Dit moet leiden tot een plan waarin staat wie langs welke weg wat gaat doen om die missie/visie te realiseren. Het idee er bij is om ook te onderzoeken of het instellen van een BIZ voor het winkelgebied haalbaar is. Oosterwolde Promotion werkt hierbij nauw samen met de Vereniging van Vastgoed Eigenaren Oosterwolde en ook met ons als gemeente. Ook de Commerciele Club Ooststellingwerf en de Rabobank zijn bij dit proces betrokken. In verband hiermee is het convenant inzake de reclamebelasting verlengd voor 2019 en 2020. In 2020 is begonnen met het onderzoek en de gesprekken over de BIZ. Op 7 september 2020 is het Biznessplan Bedrijven Investerings Zone Oosterwolde opgesteld. In de raad van 20 oktober 2020 is de verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde centrum 2021 vastgesteld. Kwijtschelding We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen cum annexis, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen.
Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). Sinds begin 2018 is er een versnelde en vereenvoudigde toets om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. De kosten voor kwijtschelding worden uiteindelijk vertaald in het tarief voor rioolheffing en vastrecht van de afvalstoffenheffing. Inkomsten Lokale heffingen en leges x € 1.000 Lokale heffingen en leges
Rekening
Primitieve
Actuele
Rekening
Verschil
2019
Begroting
Begroting
2020
lokale heffingen
9.853
10.518
10.501
10.437
- 63 N
leges
1.219
691
1.273
1.349
76 V
Totaal
11.071
11.209
11.774
11.786
13 V
85
Lokale heffingen x € 1.000 Lokale heffingen
Rekening
Primitieve
Actuele
Rekening
Verschil
2019
Begroting
Begroting
2020
Toeristenbelasting
248
253
253
243
- 10 N
Reclamebelasting
41
41
41
41
0V
Rioolheffing (gecombineerd)
2.715
2.884
2.884
2.758
- 126 N
Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing
1.874
2.379
2.130
2.206
76 V
Onroerende zaakbelasting eigenaren
2.603
2.558
2.741
2.733
-8N
Precariobelasting
2.075
2.096
2.118
2.118
-0N
Onroerende zaakbelasting gebruikers
231
230
242
249
7V
Forensenbelasting
66
77
92
89
-2N
9.853
10.518
10.501
10.437
- 63 N
3.1 Thema Economische ontwikk.
3.3 Thema Milieu
6.3 Thema Financiën
Totaal
Leges x € 1.000 Leges
Rekening
Primitieve
Actuele
Rekening
Verschil
2019
Begroting
Begroting
2020
8
4
4
8
4V
14
25
30
32
2V
-
-
-
-
-
Omgevingsvergunningen, baten
856
400
975
1.061
86 V
Burgerlijke stand / huwelijk
15
13
13
11
-2N
Burgerzakenleges
315
222
234
229
-5N
Overige leges
11
25
15
6
-9N
IP Bedrijfsvoering algemeen
1
-
-
2
2V
IP Huisvesting en werkplek
-
3
3
-
-3N
1.219
691
1.273
1.349
76 V
3.2 Thema Openbare ruimte Verharding
3.4 Thema Bouwen en wonen Bestemmingsplannen
6.2 Thema Dienstverlening Drank en horeca
6.3 Thema Financiën
Totaal
86
Kostendekking Toelichting Overhead In de bijlage van de jaarstukken is een overzicht met taakvelden opgenomen. Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc. Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead voor taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval en riolering. Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (64%) en van de binnendienst (85%).
Een deel van de opbrengst van de reinigingsheffing wordt gerealiseerd door een onttrekking aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld. Berekening van kostendekkendheid leges Voor de gerealiseerde kosten is de systematiek gehanteerd, die ook bij de begroting 2021 is gehanteerd. Dit betekent dat er een betere toerekening van de personeelskosten heeft plaatsgevonden. De opbrengsten van titel 2 zijn aanzienlijk hoger dan begroot. Dit hangt vrijwel volledig samen met de leges van 2 grote projecten. Bij beide projecten was de verwachting bij de begroting 2020 dat de vergunning in 2019 zou worden verleend. Bij het ene project is de vergunning in januari 2020 verleend. Bij het andere project was de verwachting eveneens dat de vergunning in 2019 zou worden verleend. Eind 2019 is echter besloten om het project te splitsen in 2 fasen. De vergunning voor de eerste fase is in 2019 verleend. De vergunning voor de tweede fase is in 2020 verleend. x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid
Begroting Rioolheffing Realisatie Rioolheffing (taakveld 7.2)
(taakveld 7.2)
Begroting Reinigingsheffing
Realisatie Reinigingsheffing
(taakveld 7.3)
(taakveld 7.3)
Lasten Lasten
2.148
2.058
2.577
2.829
Baten
-35
-26
-537
-631
2.113
2.032
2.040
2.198
Overhead
328
355
115
118
Kwijtschelding
48
49
90
90
-1
-1
10
10
Netto lasten taakveld
Toe te rekenen lasten
Rente Dubieuze debiteuren
7
7
Watergangen
158
158
BTW
230
157
126
126
Totaal toe te rekenen lasten
771
726
339
343
87
Totale lasten
2.884
2.758
2.379
2.540
Opbrengst heffingen
-2.884
-2.758
-2.379
-2.322
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
91%
x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid
Begroting Omgevingsvergunning titel 2
Realisatie Omgevingsvergunning titel 2
Begroting Leges burgerzaken titel 1 en titel 3
402
396
233
Realisatie Leges Totaal Totaal burgerzaken titel 1 begroting realisatie en titel 3
Lasten Lasten Baten Netto lasten
331
635
727
0 402
396
233
331
635
727
Overhead
220
265
65
188
285
453
Totaal toe te rekenen lasten
220
265
65
188
285
453
Totale lasten
622
661
298
519
920
1.180
Opbrengst heffingen
-425
-1.093
-260
-256
-685
-1.349
Dekkingspercentage
68%
165%
87%
49%
74%
114%
Toe te rekenen lasten
88
Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken. Conclusie weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit is per 31 december 2020 € 21,526 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 16,062 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 5,464 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 8,424 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Sociaal Domein € 0,590 miljoen, de kapitaalreserve € 1,315 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 1,055 miljoen vanaf. De benodigde weerstandscapaciteit is € 1,006 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 21,526 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve).
Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s. Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties: Grondexploitatie Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. Openeinderegelingen De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (WMO, jeugd en participatie) kunnen niet meer worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein. Onder de tabel met risico’s staat een aparte toelichting hierover. Het risico in het kader van de WWB nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit (risico nummer 1). Verbonden Partijen Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor.
We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw. Projecten De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan. Algemene beleidslijn Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.
89
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Risicobeheersing Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen: Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg); Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening); Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits); Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).
Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen. Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel: Categorie
Kans op voorkomen
Kwantitatief
Financieel gevolg
1.
< of 1 keer per 10 jaar
10%
Geen geld gevolgen
2.
1 keer per 5-10 jaar
30%
< € 25.000
3.
1 keer per 2-5 jaar
50%
> € 25.000 - € 100.000
4.
1 keer per 1-2 jaar
70%
> € 100.000 - € 500.000
5.
1 keer per jaar of meerdere keren per jaar
90%
> € 500.000
Kwantificeerbare risico's Bij deze jaarstukken is het overzicht van de risico's uit de programmabegroting 2021 geactualiseerd. De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de Begroting 2021 € 12.000 lager. Dit heeft een aantal oorzaken: Risico 2 'Bijstelling algemene uitkering gemeentefonds (AU)', de algemene uitkering is aangepast en daarmee het risico ook (het risico is € 4.000 hoger) Risico 8 'Diverse gerechtelijke procedures', is aangepast (het risico is € 16.000 lager)
90
Nr. Risico en beheersmaatregel
1a. Risico: vangnet-uitkering wordt niet toegekend
Kans op voorkomen risico
Financieel gevolg
Benodigde weerstands-capaciteit
-
-
-
Toelichting risico: Het risico is dat we niet voldoen aan de voorwaarden waardoor we geen vangnetuitkering ontvangen. Het risico is nu nihil omdat we geen aanspraak op de vangnetuitkering behoeven te doen. 1b. Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op algemene middelen onvermijdelijk is
2
4
€ 117.000
Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. In de begroting is al rekening gehouden met een tekort van 3,2%. Het risico gaat over het resterende mogelijke tekort. Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk. 2. Risico: bijstelling algemene uitkering gemeentefonds (AU)
-
-
€ 461.000
Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen. Beheersmaatregel: drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door. 3. Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen
1
3
€ 6.000
Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restant schuld te voldoen. Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie. 4. Risico: garanties woningbouwcorporaties
1
5
€ 50.000
Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ nog worden aangesproken. Beheersmaatregel: het door het waarborgfonds verstrekte overzicht beoordelen we en daarnaast beoordelen we bij een individuele aanvraag de situatie. 5. Risico: National Hypotheek Garantie
1
4
€ 19.000
Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties. Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties. 6. Risico: overige garanties
1
5
€ 50.000
Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs. Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties. 7. Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met overwegend een onderwijsfunctie
5
4
€ 90.000
Toelichting risico: Bij (gedeeltelijke) leegstand lopen de exploitatiekosten van het gebouw door terwijl de inkomsten wegvallen. De exploitatie van de M.F.A’s komt daarmee onder druk te staan. Op dit moment is er (gedeeltelijk) leegstand in MFS de Boekebeam door het opheffen van obs Dalton Mst van Hasseltschool en bij MFA de Samensprong. Beheersmaatregel: in 2013 is de ‘Visienota toekomst basisonderwijs in Ooststellingwerf’ door u vastgesteld, waarin de mogelijkheden staan voor het toekomstig onderwijslandschap. In maart 2012 is de notitie ‘platteland aan zet’ door u vastgesteld waarin de kaders zijn geschetst van het na te streven voorzieningenpeil. 8. Risico: diverse gerechtelijke procedures
5
4
€ 72.000
Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een
91
inschatting gemaakt. Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims. 9. Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers
-
-
PM
Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt. 10. Risico: extra budget beschikbaar voor jeugdzorg
2
4
€ 141.000
Toelichting risico: In 2019 heeft het Rijk voor 2019 tm 2021 extra budget beschikbaar gesteld voor de jeugdzorg. Ook voor 2022 is extra budget beschikbaar gesteld. Vanaf 2023 is deze bate ook structureel geraamd in de begroting. Er is sprake van onzekerheid vanaf 2023. TOTAAL
€ 1.006.000
Overige ontwikkelingen Sociaal Domein Binnen het Sociaal Domein zijn diverse risico’s, hieronder staan de belangrijkste risico’s. Risico's waarvan de financiële gevolgen duidelijk te bepalen zijn, zijn ook verwerkt in de begroting. De financiële impact van onderstaande risico's zijn op dit moment lastig in te schatten. In 2022 wordt een wijziging op de Jeugdwet van kracht betreffende het woonplaatsbeginsel. Op dit moment vallen jeugdigen, waarvoor geldt dat zij onder voogdij zijn gesteld of ouder zijn dan 18 jaar én in een jeugdhulpinstelling of pleeggezin verblijven, financieel onder de gemeente waar de jeugdige verblijft. Na de wetswijziging vallen deze jeugdigen financieel onder de gemeente waar zij woonden voordat zij verhuisden naar een jeugdhulpinstelling of pleeggezin. Dit zou kunnen leiden tot meerkosten voor onze gemeente, maar het verdeelmodel van de jeugdhulpgelden wordt ook aangepast. Hoeveel kinderen uit onze gemeente dit betreft, is bij ons niet bekend. In 2021 zal het ministerie inzicht verschaffen in de financiële effecten van de wetswijziging. Het Rijk heeft samen met gemeenten een traject gestart om de verdeelsystematiek van het Sociaal Domein aan te passen. Dit heeft gevolgen voor de verdeling per 2023. Zie ook herverdeling gemeentefonds hieronder. Het werkelijke inzicht in de lasten voor met name regionale Jeugdhulp is nog niet goed in beeld.
Wij zijn als gemeente afhankelijk van derden van wie we de afrekeningen ontvangen. Per 2019 is het abonnementstarief Wmo ingevoerd. Iedereen die een eigen bijdrage in de Wmo betaalt, doet dit in de vorm van een vast maandbedrag. We lopen het risico dat dit tarief een aanzuigende werking gaat hebben op de zorgvraag. Corona We hebben in 2020 diverse meerkosten gehad door Corona. Zie hiervoor de toelichting op de financiële afwijkingen per programma en paragraaf 11. Het is op dit moment nog niet goed in te schatten wat de gevolgen van de coronacrisis voor de komende jaren zullen zijn. De gevolgen van de crisis betrekken we waar mogelijk bij het heroverwegingsproces. We verwachten (incidentele en/of structurele) budgettaire effecten bij bijvoorbeeld de bijzondere bijstand, toeristenbelasting, levensonderhoud (WWB en BBZ) en de veiligheidsregio. Dit is geen limitatieve opsomming. Daarnaast zullen er effecten zijn die pas later zichtbaar worden. Als het rijk door de Coronacrisis moet bezuinigen, zal dit effect hebben op de omvang van het gemeentefonds en daarmee op de hoogte van de algemene uitkering die wij ontvangen. Herverdeling gemeentefonds Onze belangrijkste bron van inkomsten is het gemeentefonds. In de afgelopen jaren is gebleken dat sommige gemeenten te weinig geld uit het gemeentefonds ontvangen in relatie tot hun lasten.
Vanuit het Rijk is besloten om te onderzoeken hoe de gegroeide scheefheid van de afgelopen decennia weer recht te trekken is, en vanaf 2023 een herverdeling in te voeren.
92
Het ministerie van BZK heeft op 2 februari 2021 de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gevraagd om advies te geven over het voorstel van de fondsbeheerders voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. Met het indienen van deze adviesaanvraag, zijn ook de voorlopige uitkomsten van de verdeling voor individuele gemeenten bekend gemaakt. Het doel van de verdeling is om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat ze een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk: mensen moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont. Voor Ooststellingwerf komt de uitkomst van de herverdeling op een nadeel van 73 euro per inwoner. De uitkomsten nu zijn gebaseerd op gegevens uit 2017, dit moet nog worden omgezet naar het niveau van 2019. Dit kan voor verschillen in de uitkomsten zorgen. Het effect van de herverdeling zal niet ineens ingevoerd worden, er is sprake van een ingroeimodel van € 15 per inwoner per jaar. Financiële kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente.
De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. Kengetallen
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
Netto schuldquote
42%
46%
34%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
35%
40%
28%
Solvabiliteitsratio
32%
31%
36%
Structurele exploitatieruimte
-1%
-1%
9%
Grondexploitatie
3%
4%
3%
Belastingcapaciteit
92%
87%
91%
EMU saldo (bedrag x € 1.000)
-818
-4.005
2.437
Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit gemiddeld is.
93
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 3% geeft aan dat het risico voor ons niet hoog is. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente.
Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 91% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de woonlasten. Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo. Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2020 is positief.
94
Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties. Financiële consequenties x € 1.000 Onderhoud kapitaalgoederen
Rekening
Primitieve
Actuele
Rekening
Verschil
2019
Begroting
Begroting
2020
-1.570
-1.451
-1.450
-1.460
- 10 N
-794
-834
-1.147
-850
297 V
-1.478
-3.469
-3.599
-977
2.622 V
Bruggen en oevervoorzieningen
-31
-63
-63
-68
-6N
Verkeersvoorzieningen
-224
-241
-221
-225
-4N
Openbaar Groen
-652
-599
-695
-662
33 V
Rioleringen
-1.664
-1.789
-1.656
-1.542
114 V
Rioolheffing
2.663
2.825
2.825
2.703
- 122 N
Automatisering
-1.129
-1.137
-1.137
-1.154
- 16 N
Totaal onderhoud kapitaalgoederen
-4.879
-6.759
-7.145
-4.236
2.909
2. Welzijn & educatie Huisvesting onderwijs Welzijn- en sportaccommodaties
3. Ruimtelijke & economische ontwikk. Verhardingen
6. Bestuur & Dienstverlening
Wegen, kunstwerken en verlichting Wegen Beleidskader De MOP (MeerjarenOnderhoudsPlanning) Wegen is vastgesteld. De onderhoudswerkzaamheden worden op basis van de MOP uitgevoerd. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het opstellen van de MOP. De gemeente maakt bij het beheer van haar wegen gebruik van een wegbeheersysteem dat een CROW-keurmerk voor wegbeheer heeft (CROW staat voor Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). Voor het beheer van de wegen is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) is in 2013 door u vastgesteld. In 2018 is besloten om de bermen langs onze belangrijkste wegen te verbeteren. Hiervoor is een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor 2020 t/m 2022. Financiële gevolgen in de jaarstukken De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Civieltechnische kunstwerken Beleidskader De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties. Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (met name bruggen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. 95
In 2020 is er onderhoud gepleegd aan de brug Hooghout in Ravenswoud. Dit is gezamenlijk uitgevoerd met Natuurmomenten waarbij de kosten evenredig zijn verdeeld. Financiële gevolgen in de jaarstukken De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Openbare verlichting Beleidskader De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de 'Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A.' De coöperatie ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. In 2018 is besloten om de traditionele lichtpunten versneld te vervangen door led lichtpunten. Hiervoor is een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor 2019 t/m 2022. Financiële gevolgen in de jaarstukken De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Groen, riolering en gebouwen Groen Beleidskader Op 24 januari 2012 is de Notitie Groenbeleid 2011 door u vastgesteld. Hierin is de groenstructuur voor de 13 dorpen van onze gemeente vastgelegd. Met het groenstructuurplan is inzichtelijk gemaakt welk belangrijk groen in de leefomgeving aanwezig is. Ook is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten.