Bijlage 2.2 - Bestemmingsplan Oosterwolde West_Toelichting
Tekst van het document
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ als volgt omschreven: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.’ Het plangebied is gelegen in een woonwijk, waar geen sprake is van matige of sterke menging van functies. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld 6
1.500 m
5.5.3
1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie voor omwonenden. Er geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of nieuwe functies de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. In dit geval wordt de woningen binnen het plangebied aangemerkt als milieugevoelige functies. Deelgebied Boskamp In de volgende tabel worden de activiteiten/functies benoemd die rondom het plangebied liggen. Er zijn geen andere relevante activiteiten/functies in de omgeving welke meegenomen dienen te worden. Tevens is aangegeven tot welke milieucategorie deze activiteit of functie wordt gerekend, welke richtafstand aangehouden moet worden tussen het bouwvlak van de nieuwe woonbestemming en de bestemmingsgrens van de betreffende milieubelastende functie en wat de daadwerkelijke afstand hiertussen bedraagt.
Opgemerkt dient te worden dat de grootste richtafstand bij veehouderijen veelal geldt voor het aspect geur. Bij veehouderijen zijn echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in de paragraaf geur nader op ingegaan. Er is in onderstaande tabel, voor wat betreft veehouderijen, getoetst aan de overige aspecten ‘stof’, ‘geluid’ en ‘gevaar’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld Functie
Categorie
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
Grootste afstand
Afstand tot bestemmingsvlak ‘Wonen’
Nanningaweg 47 t/m 47 A ( elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 200 t/m 1.000 MVA) Nanninga 3 (Grondgebonden agrarisch bedrijf) Nanningaweg 46 (Reinigingsbedrijven voor gebouwen) Boskamp 16 (Overige zakelijke dienstverlening: kantoren) Langekamp 14 (Overige zakelijke dienstverlening: kantoren) Nanningaweg 47B (Gemeentewerven (afvalinzameldepots) Nanningaweg 39 (Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven) Biezenkamp 2 (Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven) Duistereweg 19 (RWZI Oosterwolde)
4.2
0 meter
0 meter
300 meter
50 meter
300 meter
230 meter
3.2
100 meter
30 meter
30 meter
0 meter
30 meter
100 meter
3.1
50 meter
10 meter
30 meter
30 meter
50 meter
76 meter
1
0 meter
0 meter
10 meter
0 meter
10 meter
24 meter
1
0 meter
0 meter
10 meter
0 meter
10 meter
117 meter
3.1
30 meter
30 meter
50 meter
30 meter
50 meter
159 meter
2
10 meter
0 meter
30 meter
10 meter
30 meter
290 meter
2
10 meter
0 meter
30 meter
10 meter
30 meter
147 meter
4.1
200 meter
10 meter
100 meter
10 meter
200 meter
280 meter
Aan de richtafstand van de nutsvoorziening aan de Nanningaweg 47 t/m 47A wordt strikt genomen niet voldaan. Echter is in het kader van de bestemmingsplanprocedure “Onderstation Nanningaweg 47 Oosterwolde” voor deze functie een akoestisch onderzoek1 uitgevoerd om de geluidbelasting van de transformatoren in beeld te brengen. In het akoestisch onderzoek is de 50 dB(A) etmaalwaardecontour berekend ten aanzien van bestaande woningen. Naar aanleiding van de resultaten uit het onderzoek is op de verbeelding van het bestemmingsplan “Onderstation Nanningaweg 47 Oosterwolde” een geluidzone toegekend middels de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. Met de vaststelling van het bestemmingsplan is de geluidzone destijds vastgesteld. Binnen deze geluidzone mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten (zoals woningen) worden gerealiseerd. Hiermee is geborgd dat er geen nieuwe geluidgevoelige functies worden gerealiseerd in de geluidzone. Het deelgebied Boskamp ligt niet binnen de gebiedsaanduiding ‘geluid – industrie’. Gezien het bovenstaande kan worden gesteld dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In voorliggend geval wordt, met uitzondering van het aspect ‘geur’, voldaan aan de richtafstanden van de andere activiteiten/functies. In paragraaf 4.9 wordt getoetst aan het aspect ‘geur’.
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
1 110/20/10 kV-station Oosterwolde: Akoestisch onderzoek in verband met toekomstige ontwikkelingen.
Rapportnummer: F 21498-2-RA d.d. 18 maart 2019
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld Andersom wordt de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische)bedrijven niet belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling. Deelgebied Mastenbroek In de volgende tabel worden de activiteiten/functies benoemd die rondom het plangebied liggen. Er zijn geen andere relevante activiteiten/functies in de omgeving welke meegenomen dienen te worden. Tevens is aangegeven tot welke milieucategorie deze activiteit of functie wordt gerekend, welke richtafstand aangehouden moet worden tussen het bouwvlak van de nieuwe woonbestemming en de bestemmingsgrens van de betreffende milieubelastende functie en wat de daadwerkelijke afstand hiertussen bedraagt. Functie
Categorie
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
Grootste afstand
Afstand tot bestemmingsvlak ’Wonen’
Nanningaweg 39 (Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven) Biezenkamp 2 (Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven) Nanningaweg 37 (Overige zakelijke dienstverlening: kantoren) Rozendael 13 (Kinderopvang) Nanningaweg 12 (Overige zakelijke dienstverlening: kantoren) Nanningaweg 12 (Overige zakelijke dienstverlening: kantoren) Duistereweg 8 (Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven) Duistereweg 19 (RWZI Oosterwolde)
2
10 meter
0 meter
30 meter
10 meter
30 meter
109 meter
2
10 meter
0 meter
30 meter
10 meter
30 meter
118 meter
1
0 meter
0 meter
10 meter
0 meter
10 meter
172 meter
2
0 meter 0 meter
0 meter 0 meter
30 meter 10 meter
0 meter 0 meter
30 meter 10 meter
107 meter
1
0 meter
0 meter
10 meter
0 meter
10 meter
185 meter
2
10 meter
0 meter
30 meter
10 meter
30 meter
250 meter
4.1
200 meter
10 meter
100 meter
10 meter
200 meter
250 meter
1
180 meter
In voorliggend geval wordt, met uitzondering van het aspect ‘geur’, voldaan aan de richtafstanden van de andere activiteiten/functies. In paragraaf 4.9 wordt getoetst aan het aspect ‘geur’. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Andersom wordt de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische)bedrijven niet belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld 5.5.4
Conclusie
Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Het aspect ‘geur’ wordt afzonderlijk getoetst in paragraaf 4.9 van deze toelichting.
5.6
Ecologie
5.6.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.6.2
Gebiedsbescherming
5.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De deelgebieden zijn niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Drents-Friese Wold & Leggelderveld” ligt op een afstand van circa 3,6 kilometer van het deelgebied Boskamp en op 3,7 kilometer van het deelgebied Mastenbroek (afbeelding 5.3). Het Natura 2000-gebied ‘Fochteloërveen’ ligt op circa 4,9 kilometer van de locatie aan de Boskamp en 4,6 van de locatie aan de Mastenbroek. BJZ.nu heeft via de AERIUS-calculator 2022 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase van de ontwikkeling in het deelgebied Boskamp. Het hele rapport is opgenomen in bijlage 7. Onderzoeksresultaten Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase en gebruiksfase blijkt dat in de aanlegfase en de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.
Geconcludeerd wordt dat daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De voortoets voor het plan voldoet, ten aanzien van de effecten van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan artikel 2.7, lid 1 van de Wet natuurbescherming.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Afbeelding 5.3
Ligging van het plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden (Bron: Atlas Leefomgeving)
5.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuur Netwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Deelgebied Boskamp Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 1,1 kilometer afstand. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de onderlinge afstand tot het NNN (het NNN kent geen schaduwwerking) is er geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Gezien de aard en omvang van het voornemen (wonen) wordt geconcludeerd dat er met de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Deelgebied Mastenbroek Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 1 kilometer afstand. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de onderlinge afstand tot het NNN (het NNN kent geen schaduwwerking) is er geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. Gezien de aard en omvang van het voornemen (wonen) wordt geconcludeerd dat er met de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Afbeelding 5.4
5.6.3
Ligging van het plangebied t.o.v. Natuurnetwerk Nederland (Bron: Atlas Leefomgeving)
Soortenbescherming
5.6.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 5.6.3.2 Situatie plangebied Deelgebied Boskamp Het gaat in dit geval om de bouw van woningen op grasveld dat intensief worden beheerd. In het kader van de voorliggend ontwikkeling is er binnen het plangebied geen sprake van sloop van bebouwing of van het kappen van bomen, waardoor beschermde diersoorten zouden kunnen worden verwond en/of gedood. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten van het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 8 van deze toelichting. Deelgebied Mastenbroek Het gaat in dit geval om de bouw van woningen op een grasveld met bomen. In het kader van de voorliggend ontwikkeling is er binnen het plangebied sprake van het kappen van bomen, waardoor beschermde diersoorten zouden kunnen worden verwond en/of gedood. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten van het onderzoek opgenomen.
Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 8 van deze toelichting.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld Onderzoeksresultaten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het deelgebied Nanninga ong. wordt door beschermde grondgebonden zoogdier- en vogelsoorten uitsluiten benut als foerageergebied. Vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of verblijfplaats en benutten het ook niet als foerageergebied. Het deelgebied vormt geen geschikt leefgebied voor amfibieën. Het deelgebied Boskamp ong. wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rustof verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.
Indien de beplanting (deelgebied boskamp ong.) verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, die een rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen `doden’ en het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd amfibieën gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rustplaats van een beschermd amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rustplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde amfibieën.
Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af. Deze afname leidt niet tot wettelijke consequenties. Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • • • 5.6.4
Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels; Geen beschermde amfibieën doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein ongeschikt maken); Stikstofberekening uitvoeren (gebruiks- en ontwikkelfase). Conclusie
Er worden geen negatieve effecten op de NNN en Natura 2000-gebieden verwacht. Daarnaast zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten te verwachten mits rekening wordt gehouden met de resultaten van de quickscan flora en fauna.
5.7
Archeologie & Cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
5.7.1.1 Algemeen De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie plangebied De gemeente Ooststellingwerf heeft een archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart (afbeelding 5.5). Op basis van deze kaart geldt voor het deelgebied Boskamp ‘Hoge verwachting’ en voor het deelgebied Mastenbroek ‘Lage verwachting’.
Afbeelding 5.5
Archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart gemeente Ooststellingwerf (Bron: Gemeente Ooststellingwerf)
Voor gronden met een ‘Hoge verwachting’ geldt een onderhoudsplicht voor ingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 40 cm. Als de archeologische verwachtingskaart een lage verwachting aangeeft, kunnen de planvoornemens vanuit archeologisch oogpunt zonder nader onderzoek worden uitgevoerd. In voorliggend geval is een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van deelgebied Boskamp. In bijlage 9 is het volledige rapport opgenomen. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. Onderzoekresultaten Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van zeer diepe grondsporen. Het archeologisch belang hiervan is laag. Om deze reden wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Gezien de uitkomsten van het archeologisch onderzoek en de ‘lage’ verwachting ter plaatse van het deelgebied Mastenbroek is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied of in de directe omgeving geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden. In afbeelding 5.6 is de Cultuurhistorische kaart Fryslân opgenomen waaruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied zich geen cultuurhistorische waarden bevinden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het initiatief.
Afbeelding 5.6
5.7.3
Cultuurhistorische kaart Fryslân (Bron: Provincie Fryslân )
Conclusie
De aspecten ‘archeologie’ en ‘cultuurhistorie’ vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
5.8
Besluit milieueffectrapportage
5.8.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • • •
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of bestemmingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. 5.8.2
Beoordeling
5.8.2.1 Wet natuurbescherming Bij elke activiteit die een extra stikstofdepositie met zich meebrengt, dient te worden getoetst of er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Beide deelgebieden zijn niet gelegen binnen of op korte afstand van een Natura 2000-gebied. Om aan te tonen of het voornemen resulteert in significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, zijn door BJZ.nu stikstofonderzoeken uitgevoerd ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. Voor de volledige rapportages wordt verwezen naar bijlage 8. Hieronder wordt beknopt ingegaan op de belangrijkste resultaten en conclusies. Uit de berekening is naar voren gekomen dat voor er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijke gemaakt middels een omgevingsvergunning waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan.
In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.'
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Indien het project wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject en daarmee tevens geen m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De voorliggende ontwikkeling gaat uit van het toevoegen van vier woningen te Oosterwolde. Het gaat om een kleinschalige ontwikkeling. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies.
Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk dat de ontwikkeling geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 5.8.3
Conclusie
Het plangebied ligt niet binnen een kwetsbaar gebied, is kleinschalig van aard en heeft ook geen belangrijke milieugevolgen voor de omgeving, waardoor het voornemen in het desbetreffende gebied niet m.e.r.beoordelingsplichtig is.
5.9
Geur
5.9.1
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv voorziet in een landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijk vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. De definitie van een geurgevoelig object luidt: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 5.9.2
Activiteitenbesluit
Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden. 5.9.3 Situatie plangebied In voorliggend geval worden nieuwe geurgevoelige objecten toegevoegd, namelijk woningen. Agrarische bedrijvigheid Zoals blijkt uit de paragraaf milieuzonering bevindt zich in de omgeving van het deelgebied Boskamp een agrarisch bedrijf met dieren. Het gaat om het bedrijf aan Nanninga 3, Oosterwolde: grondgebonden veehouderij. De afstand van het bouwvlak aan de Nanninga 3 te Oosterwolde tot het deelgebied Boskamp betreft circa 142 meter en deelgebied Mastenbroek 450 meter.
Binnen het bouwperceel van de Nanninga 3 is een uitsluitend een grondgebonden veehouderij toegestaan. Hiervoor geldt een vaste afstand van 100 meter. Deze wordt gehaald en geconcludeerd wordt dat er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen in het plangebied. De ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met het gestelde in de Wet geurhinder en veehouderij. Agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering beperkt en zal er ter plaatse van het plangebied naar verwachting sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Rioolwaterzuiveringsinstallatie Oosterwolde Zoals blijkt uit de paragraaf milieuzonering wordt niet aan de richtafstand voor het aspect ‘geur’ ten aanzien van de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Duistereweg 19 te Oosterwolde. In voorliggend geval is door Olfasense B.V. een geuronderzoek uitgevoerd. Hieronder wordt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. In bijlage 10 is het volledige rapport opgenomen. Onderzoeksresultaten De geursituatie van de RWZI is in beeld gebracht aan de hand van de beschikbare emissiekengetallen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (die gebaseerd zijn op het STOWA-onderzoek in de jaren 90) en de gegevens ten aanzien van de grootte van de onderdelen uit het ontwerp van de huidige RWZI.
Uit dit geuronderzoek blijkt dat de geurbelasting ter plaatse van de nieuwbouwlocaties dusdanig laag is dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de aanvraag voor een functiewijziging in het bestemmingsplan. 5.9.4
Conclusie
Het aspect ‘geur’ vormt geen belemmering voor het initiatief.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: • • •
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte. Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht.
Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. 6.1.3
Provinciaal beleid
In het Streekplan Fryslân 2007 wordt ruim aandacht besteedt aan de wateraspecten. De provincie heeft de volgende ambitie geformuleerd: Wij streven naar goede ruimtelijke condities voor een veilige en bewoonbare provincie en voor gezonde en veerkrachtige duurzame watersystemen waarin sociaaleconomische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht zijn. Water is een belangrijk mede ordenend principe in de ruimtelijke inrichting van Fryslân. Voor een goede waterbeheersing worden de nodige ruimtelijke maatregelen getroffen. Door klimaatverandering, bodemdaling en de toename van verhard oppervlak kan in veel gevallen voor een goede waterbeheersing niet meer worden volstaan met technische maatregelen. Voor een robuust en veerkrachtig watersysteem, dat zowel wateroverschotten als watertekorten goed kan opvangen, zullen de (on)mogelijkheden van het watersysteem medebepalend zijn voor de functionele bestemming en inrichting van de ruimte. Een goed functionerende Friese boezem is cruciaal voor de waterhuishouding van heel Fryslân. 6.1.4
Wetterskip Fryslân
Het onderhoud en beheer van waterstaatswerken wordt uitgevoerd door de waterbeheerder; het Wetterskip Fryslân. Het Wetterskip heeft voor het beheer en onderhoud van de waterstaatswerken een Legger opgesteld. In de Legger worden de minimaal benodigde afmetingen van keringen beschreven om aan de veiligheidsnormen te voldoen. In de Legger wordt voor de wateren binnen het Wetterskip haar beheersgebied, de minimale eisen beschreven om een goede aan- en afvoer van water te realiseren. Naast het stellen van eisen aan de waterstaatswerken, vervult de Legger een functie in de handhaving van verbodsbepalingen die staan beschreven in de Keur. Dit betekent dat het zonder toestemming van het waterschap verboden is om gebruik te maken van een waterstaatswerk, inclusief beschermingszones.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld In het Waterbeheerplan 2022 – 2027 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, de strategische keuzes die het waterschap maakt en de financiële consequenties daarvan. Het Wetterskip Fryslân investeert de komende zes jaar in het versterken van dijken, de aanleg van waterbergingsgebieden, het langer vasthouden van zoet water en de verbetering van de waterkwaliteit. Ook richt het Wetterskip Fryslân de blik verder vooruit. Om de effecten van de klimaatverandering op te kunnen vangen zijn maatregelen en ruimtelijke keuzes onvermijdelijk.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
Het Wetterskip Fryslân is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de ‘normale procedure’. Het resultaat van de watertoets is opgenomen in bijlagen 11 en 12 van deze toelichting. Het waterschap is om advies gevraagd. Het verharde oppervlakte als gevolg van de ontwikkeling wordt, in overleg met het waterschap, gecompenseerd door het verbreden van de sloot ten westen van het deelgebied Boskoop. Het afvalwater van de nieuwe woningen wordt afgevoerd naar de riolering. Het rioolstelsel wordt dusdanig uitgevoerd dat het afvalwater van het toekomstige aantal vervuilingseenheden kan worden afgevoerd. 6.2.3
Conclusie
De wateraspecten vormen op voorhand geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
•
7.2.3
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bouwmogelijkheden; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig/toegestaan is; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven gebruiksmogelijkheden; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. De bestemmingsregeling is gebaseerd op andere bestemmingsplannen in de gemeente Oosterwolde. Groen (Artikel 3) De nieuwe woonkavels zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en ontsluitingswegen ten behoeve van aangrenzende bestemming ‘Wonen’. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. De bouwhoogte van er- en terreinafscheidingen mogen ten hoogste 2 meter bedragen en de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen maximaal 6 meter bedragen.
Water (Artikel 4) Waterlopen en oevers zijn bestemd als ‘Water’. De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor waterlopen (ten behoeve van de wateraanvoer en -afvoer en waterberging), oevers, bruggen, duikers en/of dammen en nutsvoorzieningen. Op deze gronden mag niet worden gebouwd. Wonen (Artikel 5) De nieuwe woonkavels zijn voorzien van de bestemming ‘Wonen’. De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met aan-huis-verbonden beroep of aan-huisverbonden bedrijf, mantelzorg en bed & brochje. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat een hoofdgebouw uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd. Het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen. De woningen worden uitsluitend vrijstaand gebouwd, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' waarvoor geldt dat ter plaatse tevens niet meer dan twee woningen aaneen mogen worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' en 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van het uitvoeren van de landschapsmaatregelen uit het erfinrichtingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8 8.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Wel wordt met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Om te achterhalen of dit bestemmingsplan maatschappelijk uitvoerbaar is, wordt de bestemmingsplanprocedure doorlopen. Tijdens deze procedure zijn verschillende momenten waarop burgers en/of instanties kunnen reageren op het plan, namelijk zienswijzen en beroep. De uitkomsten hiervan kunnen ook nog nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kan eenieder zijn zienswijze kenbaar maken. Indien noodzakelijk wordt het bestemmingsplan aangepast aan de zienswijzen. Vervolgens wordt het bestemmingsplan al dan niet gewijzigd vastgesteld. Na de vaststelling wordt het bestemmingsplan nogmaals zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de Raad van State. De woningbouwplannen voor de beide kavels zijn tijdens de eerste inloopbijeenkomst op 6 juli 2023 gepresenteerd aan de direct aanwonenden. Tijdens de bijeenkomsten is de gemeente met de direct aanwonenden in gesprek geweest over het plan en de procedure. De direct aanwonenden hebben mondeling en schriftelijk feedback geleverd op het plan. Op 20 november 2023 heeft de tweede inloopbijeenkomst plaatsgevonden waarbij de direct aanwonenden van het plangebied Langekamp-Nanninga kennis hebben kunnen nemen van het aangepaste plan.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft tussen 20 december 2023 en 30 januari 2024 voor een periode van zes weken voor een ieder te inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie in de nota van zienswijze, zoals opgenomen in bijlage 13 bij deze toelichting. In de nota van zienswijzen is eveneens samengevat op welke onderdelen het bestemmingsplan is aangepast.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Friesland
Voorliggend bestemmingsplan wordt ter overleg voorgelegd aan de provincie Friesland. 9.1.3
Wetterskip Fryslân
Het Wetterskip Fryslân is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de ‘normale procedure’. Het resultaat van de watertoets is opgenomen in bijlages 9 en 10 van deze toelichting. Het waterschap is om advies gevraagd. De adviezen worden betrokken in de verdere planvorming.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 2
Verkeersonderzoek Langekamp
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 3
Verkeersonderzoek Nanningaweg
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek deelgebied Mastenbroek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek deelgebied Boskamp
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 7
AERIUS-berekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 8
QuickScan Flora en Fauna
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 9
Archeologisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 10
Geuronderzoek RWZI Oosterwolde in verband met nieuwbouwproject in naaste omgeving
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 11
Watertoets deelgebied Boskamp
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “Oosterwolde West” Vastgesteld
Bijlage 12
Watertoets deelgebied Boskamp
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60