Bijlage 1a - Regioanalyse Ooststellingwerf en Weststellingwerf
Tekst van het document
200 150 100
71 40
50 0
Batterij noodzakelijk voor:3 Geen van beide Indicatief formaat batterij: 0 MWh, 0 MW Indicatieve kosten batterij: €0
Afname Teruglevering
Warmte Utiliteit
Wind
Zon
Baseload
Limiet levering/ teruglevering
1 Alle systeeminvullingen zijn netto energieneutraal per energiedrager: er wordt op jaarbasis evenveel geproduceerd als gebruikt. 2 In Bijlage D.1 zijn uitgangspunten, aannames, de invullingen en de methodiek tot het komen van deze energiesystemen opgenomen. 3 In Bijlage D.2 is een verdere toelichting op het batterijmodel gegeven. 4 Netbeheerders rekenen vooralsnog niet op batterijen om capaciteitsproblemen aan te pakken. Het risico voor het net bij incorrecte inzet of falen van de batterij is zeer groot.
39
Bijlagen
Openbaar
Inhoudsopgave - Bijlagen A.
Ontwikkeling in energievraag en -aanbod
41
C.
Handelingsperspectieven
74
Overzicht van ontwikkelingen
42
D.
79
Vraag: Nieuwbouw
45
Quickscan van systeeminvullingen voor netto energieneutraal
Vraag: Verduurzaming bestaande bouw
47
D.1
Quickscan aannames, uitgangspunten en input
81
Vraag: Mobiliteit
48
D.2
Quickscan-resultaten
85
Vraag: Verduurzaming bestaande bedrijven
49
D.3
Batterijanalyse aannames, uitgangspunten en input
90
Vraag: Uitbreiding bedrijventerreinen
50
D.4
Batterijanalyse resultaten
93
Aanbod: Zon-op-dak
52
E.
Het doorlopen traject
96
Aanbod: Zonneweides
53
Aanbod: Groengas-aanbod
54
B.
Impact op de energie-infrastructuur (gas en elektriciteit)
57
B.1
De huidige infrastructuur
59
B.2
Geplande investeringen netbeheerders
68
B.3
Verwachte belasting van de infrastructuur
71
A.1
A.2
Openbaar
41
Bijlage A: Ontwikkelingen in energievraag en -aanbod
Openbaar
BIJLAGE A: ONTWIKKELINGEN IN ENERGIEVRAAG EN –AANBOD – OVERZICHT
Energievraag en -aanbod ontwikkelen zich door ontwikkelingen in verschillende segmenten ENERGIEVRAAG1
UITBREIDING
ELEKTRIFICATIE
Bestaande bouw Bijlage A.1
Mobiliteit Bijlage A.1
Bedrijven Bijlage A.1
Bedrijventerreinen Bijlage A.1
Nieuwbouw Bijlage A.1
ENERGIEAANBOD1 DUURZAME OPWEK
Zon-op-dak (KV) Bijlage A.2
Zon op dak (GV) Bijlage A.2
Zonneweides Bijlage A.2
Wind Bijlage A.2
Groen gas Bijlage A.2
1Deze bijlage presenteert de bekende plannen per segment die zijn opgehaald in deze regioanalyse. Deze ontwikkelingen worden gebruikt in de
Openbaar
belastingprognose van Liander (op onderstationniveau). Hierin is de vertraging van Programma NuLelie (op middenspanningsniveau) buiten beschouwing gelaten. Het kan dus zijn dat de opgehaalde plannen pas later gerealiseerd kunnen worden dan het gewenste moment.
43
BIJLAGE A: ONTWIKKELINGEN IN ENERGIEVRAAG EN –AANBOD – OVERZICHT
Kengetallen Kengetallen om impact op onderstationniveau te bepalen Om de impact van bepaalde ontwikkelingen in te schatten, is er gebruikgemaakt van kengetallen. Deze kengetallen geven de vermogensvraag weer op onderstationniveau, dit is niet hetzelfde als de vermogensvraag ‘aan de stekker’. De getallen geven slechts richting en kunnen in werkelijkheid uiteraard afwijken. Kengetallen worden doorlopend herijkt en kunnen dus door de tijd heen worden aangepast. Kengetallen zijn aangeleverd door Liander.
Openbaar
Segment
Beschrijving
Kengetal
Bestaande bouw
Impact van all-electric luchtwarmtepomp op onderstation
3,5 kW/woning
Bestaande bouw
Impact van all-electric bodemwarmtepomp op onderstation
2,5 kW/woning
Bestaande bouw
Impact van hybride warmtepomp op onderstation
1 kW/woning
Bestaande bouw
Gasvraagreductie bij all-electric warmtepomp
100%
Nieuwbouw
Impact van nieuwe laagbouwwoningen op onderstation
2,4 kW/woning
Nieuwbouw
Impact van nieuwe hoogbouwwoningen op onderstation
1,75 kW/woning
Nieuwe industrie
Impact van nieuw te ontwikkelen lichte industrie op onderstation
400 kW/ha
Nieuwe industrie
Impact van nieuw te ontwikkelen zware industrie op onderstation
1.000 kW/ha
Mobiliteit
Impact van elektrische personenauto’s op onderstation
1 kW/auto
Mobiliteit
Impact van elektrische bestelbussen op onderstation
4 kW/bus
Mobiliteit
Impact van elektrische vrachtwagens op onderstation
50 kW/vrachtwagen1
Opwek
Impact van zonne-opwek op onderstation
1.000 kW/ha
1 Impact van vrachtwagens is zeer afhankelijk van situatie en laadmethodiek. Dit varieert van 5 kW tot zelfs 1 MW.
44
Bijlage A.1: Energievraagontwikkelingen
Openbaar
BIJLAGE A1: ENERGIEVRAAG ONTWIKKELINGEN – NIEUWBOUW OOSTSTELLINGWERF
In Ooststellingwerf in ieder geval 700 nieuwe woningen t/m 2035, meer dan de helft in Oosterwolde 700 nieuwbouwwoningen en ca. 400-500 woningen op de nominatie
Als alle woningen worden gerealiseerd, zorgt dit voor 2,5 MW
voor sloop-nieuwbouw en/of herstructurering in Ooststellingwerf
extra vermogensvraag op onderstationniveau
Voor 84% van deze woningen is dit reeds vastgesteld of in voorbereiding.
Als we alleen de plannen die reeds vastgesteld of in voorbereiding zijn
Voor 10% betreft het potentiële plannen en van het overige deel is de status
meenemen, dan zou de impact 2,1 MW zijn.
nog onbekend. Ruim de helft van de woningbouw zal in Oosterwolde komen,
Deze nieuwbouwwoningen zorgen niet alleen op onderstationniveau voor
de rest is zeer verspreid gesitueerd. De nieuwbouw betreft voornamelijk
extra belasting, ook het laagspanningsnet voelt de impact. Dit komt
laagbouwwoningen. Alle woningen zullen all-electric verwarmd worden.
doordat er traditioneel gezien 135 woningen (met een cv-ketel) per kabel konden worden aangesloten, bij toekomstige woningen (met een warmtepomp) zijn dit slechts 25 woningen per kabel.
Aantal nieuwbouwwoningen 3
250
Advies: Houd Liander aangehaakt bij verdere concretisering of updates.
Openbaar
Uitbreiding Inbreiding Transformatie
554 46
BIJLAGE A1: ENERGIEVRAAG ONTWIKKELINGEN – NIEUWBOUW WESTSTELLINGWERF
In Weststellingwerf 581 nieuwbouwwoningen tot aan 2030, daarna 50 nieuwbouwwoningen per jaar Circa 831 nieuwbouwwoningen in Weststellingwerf tot 2035
Als alle woningen worden gerealiseerd, zorgt dit voor 2,0 MW
Van de 581 woningen tot aan 2030 zijn alleen de 200 woningen in de
extra vermogensvraag op onderstationniveau
Lindewijk vastgesteld. De overige woningbouwplannen zijn in
Als we alleen de plannen meenemen tot aan 2030, komt de impact uit
voorbereiding. 80% van de woningbouw zal in Wolvega komen, de rest
op 1,4 MW. De reeds vastgestelde plannen zorgen voor een impact van
is verspreid gesitueerd. De nieuwbouw betreft voornamelijk laagbouw-
0,5 MW.
woningen en alle woningen zullen all-electric verwarmd worden. Verder gaan we na 2030 uit van 50 nieuwbouwwoningen per jaar, waarvan het grootste deel in Wolvega gebouwd zal worden, met kleine ‘plukjes’ in de dorpen.
Aantal nieuwbouwwoningen (t/m 2030)
1
140
Herstructurering
274
Advies: Houd Liander aangehaakt bij verdere concretisering of updates.
Nieuwbouw Openbaar
47
BIJLAGE A1: ENERGIEVRAAG ONTWIKKELINGEN – VERDUURZAMING BESTAANDE BOUW
De bestaande bouw zal verduurzamen via warmtepompen, warmtenetten zeer onzeker Circa 9.000 woningen verduurzaamd in Oost- en
De impact van verduurzaming van bestaande woningen is 10 tot 35
Weststellingwerf in 2035
MW in 2035
Zowel in Oost- als Weststellingwerf wordt de duurzame warmte in de
In Ooststellingwerf is de verwachte vermogensvraag voor verduurzaming van
bestaande bouw naar verwachting ingevuld door (hybride)
de gebouwde omgeving 5,4-18,0 MW in 2035. In Weststellingwerf is dit 5,0-
warmtepompen. We houden het middenscenario van Liander aan,
17,4 MW.
waarin in Ooststellingwerf in 2035 en 2050 respectievelijk zo’n 4.800 en
Impact
9.450 woningen worden verduurzaamd. In Weststellingwerf gaat het om 4.250 en 8.550 woningen. 2050
Weststellingwerf
Ooststellingwerf
2035 Hoog
Hoog
Midden
Midden
Laag
Laag 0
2.000
4.000
6.000
2035
2050
Hoog Ooststellingwerf
18,0 MW
31,5 MW
Midden Ooststellingwerf
9,8 MW
21,3 MW
Laag Ooststellingwerf
5,4 MW
16,5 MW
Hoog Weststellingwerf
17,4 MW
27,7 MW
Midden Weststellingwerf
8,6 MW
18,8 MW
Laag Weststellingwerf
5,0 MW
15,7 MW
Warmtenetten niet meegenomen in de analyse 0
5.000
10.000
15.000
Door de gebouwde omgeving via een warmtenet te verwarmen, wordt de impact op de elektriciteitsinfrastructuur beperkt. De kans dat
Hoog
Hoog
warmtenetten doorgang vinden is (nog) te laag om die mee te nemen in deze
Midden
Midden
regioanalyse. Dit komt met name door het gebrek aan (restwarmte)bronnen.
Laag
Laag
Warmtenetten kunnen ook interessant zijn bij gebieden met compacte, 0
Openbaar
1.000 2.000 3.000 4.000 5.000
Hybride warmtepompen
gestapelde bouw. Daar is in een aantal gebieden in Weststellingwerf wel 0
2.000
4.000 6.000
8.000 10.000
All-electric warmtepompen
sprake van en wordt nu uitgezocht. Mocht er toch gekozen worden voor warmtenetten, dan komt er ruimte vrij voor andere activiteiten. Openbaar
48
BIJLAGE A1: ENERGIEVRAAG ONTWIKKELINGEN – MOBILITEIT
De impact van mobiliteit is naar verwachting 30 MW in 2035 Elektrificatie van auto’s en de logistiek zet in rap tempo door
Impact van mobiliteit 17,6 MW in Oost- en 12,5 MW in
Voor de ontwikkelingen rondom mobiliteit gaan we uit van data van
Weststellingwerf
ELaadNL. In 2035 worden er in Ooststellingwerf en Weststellingwerf
Oost EV
Bestel bus
Truck
West EV
Bestel bus
Truck
respectievelijk 5.358 en 5.407 elektrische auto’s verwacht. Dit is ruim
Impact [MW]
vijf keer zoveel als in 2023. De impact op onderstationniveau is op zowel
Hoog
6,5
5,7
11,4
6,6
6,0
3,4
Oosterwolde als Wolvega 5,4 MW in 2035, als we uitgaan van het
Midden
5,4
4,5
7,8
5,4
4,7
2,3
Laag
2,9
3,2
4,7
2,9
3,3
1,4
middenscenario. De impact van elektrificatie van de logistiek ligt hoger, namelijk 12,2 MW in Ooststellingwerf en 7,0 MW in Weststellingwerf. In Ooststellingwerf komt dit voornamelijk door de verwachte groei in Openbaar
elektrische trucks, terwijl in Weststellingwerf de impact van elektrische bestelbussen naar verwachting groter is. De elektrificatie van de
logistiek zal naar verwachting vooral op de bedrijventerreinen
• Schipsloot • Bedrijventerrein Noordwolde
• De Turfsteker • Venekoten • Kern Appelscha
plaatsvinden, zie de figuur hier rechts.1 Ooststellingwerf 2035
Weststellingwerf 2035
6.530
Hoog
6.590
1.429
1.502
227
67 5.358
Midden
5.407
1.130
1.187
155
46 2.874
Laag
2.901
792
832
94
0
Openbaar
28
2.000
MeMo (Mens en Mobiliteitshub): • 10-20 MW • Slagingskans van 50% • Ingangsdatum begin 2025.
4.000
6.000
8.000 0
EV’s
2.000
Bestelbussen
4.000
6.000
Trucks
8.000
Advies: Houd Liander aangehaakt bij ontwikkelingen rondom mobiliteit. Dit geldt zowel voor ontwikkelingen rondom de ov-concessie in Friesland (modaliteit (waterstof/elektriciteit), laadlocaties en routes), als mogelijke uitbreiding van treinverbindingen en het organiseren van duurzame laadpleinen (hubs). Van die laatste heeft Liander er één in beeld in Oosterwolde. 1 E-laad Dashboard Bedrijventerreinen (v2) (arcgis.com)
49
BIJLAGE A1: ENERGIEVRAAG ONTWIKKELINGEN – VERDUURZAMING BESTAANDE BEDRIJVEN
Liander is in gesprek met de industrie over verduurzamingsplannen Impact verduurzaming industrie op de infrastructuur in zowel Oost- als Weststellingwerf naar verwachting 2 MW • Zowel Oost- als Weststellingwerf hebben weinig tot geen zware-industrie. • Alle belangrijke industriële partijen zijn in beeld bij en in gesprek met Liander. • Een mogelijke energiehub zit in de verkennende fase, waarbij vooral de elektrificatie van vrachtwagens hoge impact zou kunnen hebben. De impact is zeer onzeker, maar is naar verwachting minimaal 2 MW (AC6-aansluiting).1 • De afgebrande locatie in Oosterwolde zal naar verwachting geen ruimte op het net creëren. Ondanks dat het nog onbekend is wat er met de aansluiting zal gebeuren, zal de aansluiting in de aanloop naar verkoop waarschijnlijk niet van de hand gedaan worden. • We zien problemen met het aanvragen/krijgen van nieuw/extra vermogen, er is een wachtlijst. Zo is er bijvoorbeeld een partij geïnteresseerd om zich in Oosterwolde te vestigen. Deze partij zou een AC6-aansluiting nodig hebben, waarbij rekening wordt gehouden met elektrisch vervoer. Deze aanvraag is echter afgewezen, omdat er geen vermogen beschikbaar was. • Industrie heeft jaarrond vaak een relatief constante gasvraag, terwijl de gasvraag van huishoudens in de zomer vele malen lager ligt dan in de
winter. De hoeveelheid groen gas die in de zomer kan worden ingevoed, wordt grotendeels bepaald door de gasvraag in de industrie. Als deze afneemt door elektrificatie, daalt de groengas-invoedcapaciteit. Als verduurzamingsplannen concreter worden, kan het effect hiervan worden gekwantificeerd.
Advies: Blijf aangehaakt bij alle bedrijven en plannen die een grote impact hebben op de infrastructuur. Daarnaast adviseren we de gemeenten en Liander om nauw betrokken te blijven bij de ontwikkeling van plannen rondom verduurzaming van de industrie. Houd daarnaast contact met de partijen die op korte termijn nog geen verduurzamingsplannen hebben (voor elektrificatie), maar wel grote impact zouden hebben. Deze plannen kunnen snel vorderen ondanks dat dit nu niet voor de hand liggend lijkt.
Openbaar
1 Soorten grootverbruik elektriciteitsaansluitingen | Liander
50
BIJLAGE A1: ENERGIEVRAAG ONTWIKKELINGEN – UITBREIDING BEDRIJVENTERREINEN
Tot aan 2035 wordt er zo’n 48 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen verwacht Veel nieuwe bedrijventerreinen verwacht, maar impact is
De impact van uitbreiding van bedrijventerreinen zal tussen de
onzeker
19 en 48 MW liggen, afhankelijk van het type industrie
In Ooststellingwerf wordt in totaal 29,5 ha aan nieuwe
Deze getallen geven de impact weer bij volledige realisatie. Echter, de
bedrijventerreinen verwacht. In Oosterwolde wordt verwacht dat zich
ontwikkeling van deze bedrijventerreinen is mede door de vertraging
daar over 5 jaar bedrijven gaan vestigen, in Haulerwijk is dat naar
van NuLelie de komende jaren erg onzeker.
verwachting binnen 2 jaar. In Weststellingwerf zit de grootste uitbreiding bij Schipsloot en zijn er nog 2 terreinen dier- en recreatiegerelateerd. De vestiging van daadwerkelijke bedrijvigheid bepaalt in
Aantal ha
Impact bij lichte industrie
Impact bij zware industrie
welke mate er een vermogensvraag ontstaat. Het is waarschijnlijk dat
Ooststellingwerf
29,5 ha
11,8 MW
29,5 MW
het om lichte industrie zal gaan.
Weststellingwerf
18 ha
7,2 MW
18 MW
30
Ooststellingwerf
Weststellingwerf 3,5
Aantal hectaren
25 20
26
15 10 5
9 4
Oosterwolde Openbaar
5
Haulerwijk Turfsteker
Wolvega Schipsloot
Wolvega Helomastate
Wolvega Hoofdweg
In hectaren
51
Bijlage A.2: Energieaanbodontwikkelingen
Openbaar
BIJLAGE A2: ENERGIEAANBOD ONTWIKKELINGEN – ZON OP DAK
Zon-op-dak neemt gestaag toe tot 142 MW in 2035 Op dit moment zijn er in Ooststellingwerf 6.250 kleinverbruikers die elektriciteit terugleveren aan het net. In Weststellingwerf betreft dit ongeveer 6.300 kleinverbruikers. Het gaat in beide gemeenten om zo’n 30 MW aan opgesteld vermogen. Door een hogere dakvullingsgraad en toenemende efficiëntie is de verwachting dat het totale vermogen bij kleinverbruikers nog oploopt tot ca. 55 MW (middenscenario) in 2035. Als het gaat over grootverbruik, dan zijn er op dit moment in Ooststellingwerf 35 bedrijven (= 8 MW) die elektriciteit terugleveren aan het net. In Weststellingwerf zijn dit 45 bedrijven (= 13 MW). In beide gemeenten wordt een sterke groei verwacht, namelijk 13 MW in Ooststellingwerf en 19 MW in Weststellingwerf. Dit betreft een toename van respectievelijk ruim 60% en bijna 50%.
Openbaar
80 60 40 20
0
35 30 25 20 15 10 5 0
Opgesteld vermogen in MW
100
Weststellingwerf
Opgesteld vermogen in MW
Opgesteld vermogen in MW Opgesteld vermogen in MW
Grootschalig
Kleinschalig
Ooststellingwerf 100 80 60 40 20 0
35 30 25 20 15 10 5 0
53
BIJLAGE A2: ENERGIEAANBOD ONTWIKKELINGEN – ZONNEWEIDES
Concrete plannen voor 65 MW aan zonneweides, verdere groei verwacht Plannen bij Peperga zeker, bij Donkerbroek en Oldeholtwolde
Liander verwacht nog ca. 110 MW aan zonneweides tot aan 2035
nog wel onzekerheid
Liander verwacht naast de genoemde en concrete zonneparken nog zo’n
Het is nog onzeker of alle plannen doorgang zullen vinden. Liander
110 MW verspreid over beide gemeenten. Dit zijn (nog) geen concrete
reserveert capaciteit voor concrete aanvragen. Zonneparken
plannen, maar prognoses op basis van landelijke trends.
waarvan de realisatie nog onzeker is worden als ontwikkelingen met een bepaald slagingspercentage meegenomen in de prognoses. Zonnepark Peperga ligt net over de grens in Steenwijkerland, maar wordt wel aangesloten op OS Wolvega en daarom wel meegenomen in deze regioanalyse. Volgens Liander heeft dit project een slagingskans
Windopwek in Steenwijkerland/Peperga: is nog niet bekend als plan bij Liander, maar gesprekken worden gevoerd. Dit heeft dezelfde locatie als het zonnepark. Als deze installatie op dezelfde kabel wordt aangesloten, is de impact van windopwek, bij die van zonne-opwek, gering.
van 100%. Beide grotere projecten in Donkerbroek en Oldeholtwolde
Vermogen zonneweides (MW)
hebben een lage slagingskans.
Openbaar
35
Ooststellingwerf
Weststellingwerf
15
30 25 20
1
15
30
10 5 0 Donkerbroek
Elsloo
Incl. slagingskans
Peperga
Oldeholtwolde
Gepland vermogen
20
In Megawatt 54
BIJLAGE A2: ENERGIEAANBOD ONTWIKKELINGEN – GROENGAS-AANBOD
De bijmengverplichting stimuleert het aanbod van groen gas Bijmengverplichting zorgt voor meer groengas-aanbod Vanaf 2025 zijn energieleveranciers verplicht om groen gas (oplopend) administratief bij te mengen bij levering aan de gebouwde omgeving. Door de bijmengverplichting neemt de vraag naar en de waarde van GvO’s drastisch toe (waarde groen gas = waarde GvO + waarde gas). Bij de overstap van WKK’s op biogas naar groengas-invoeding verergert de groengas-invoedbeperking en vermindert de lokale duurzame elektriciteitsopwek, waardoor afnamecongestie verergert, maar er wel ruimte vrijkomt voor andere duurzame opwek De intentie van dit beleid is om de productie van groen gas te laten toenemen, en dus de businesscase van groengas-productie en -opwaardering interessanter maken. In de praktijk blijkt dat deze maatregel de problematiek op het gas- en elektriciteitsnet kan verergeren. Dit gebeurt als partijen hun WKK-installatie vervangen door een opwaardeerinstallatie. Of als WKK’s op biogas worden vervangen door WKK’s op aardgas, waarna deze warmte en elektriciteit worden gebruikt voor de vergister en de opwaardeerinstallatie. Een toename van groengas-invoeding (bij dezelfde vraag) zorgt ervoor dat meer partijen een invoedbeperking krijgen.
Implicatie Warmtenet* Warmte Mest Veehouderij
Biogas
Minder (flexibel) vermogen, grotere afnamecongestie
Stroom WKK Elektriciteitsnet
Vergister
Extra aanbod op lagere drukvlakken, beperkingen voor invoeding
Groen gas Opwaarderen Openbaar
* Afhankelijk van de locatie van de vergister en de hoeveelheid geproduceerde warmte.
Gasnet
55
BIJLAGE A2: ENERGIEAANBOD ONTWIKKELINGEN – GROENGAS-AANBOD
2 relatief grote invoedpunten verwacht in Ooststellingwerf, in Weststellingwerf hoge onzekerheid Ooststellingwerf
Weststellingwerf
Ambitie:
Ambitie:
•
Project Groen Gas Ooststellingwerf -
• Locatie: Centralisering van groengas-invoeding in 7 á 8 clusters.
Volume: De geschatte groengas-invoeding van deze hub komt
- Ca 7 tot 9 bedrijven/vergisters per cluster (totaal van (7x7=) 49
uit op ca 1,5 mln m3/jaar.
tot (8x9=) 72 vergisters).
-
Locatie invoeding: Buterheideveld 22 te Makkinga.
- Verbinding van bedrijven via biogas-verzamelleidingen.
-
Inbedrijfstelling is op z’n vroegst in de zomer van 2025.
- Gezamenlijke opwerkstations en invoeding met enkele
• Project Groen Gas Noord West Drenthe - Voorziene invoedlocatie ligt buiten de gemeente (Koelenweg 2,
elektriciteitsaansluiting. •
Schatting volume: 8,2 mln. m3 groengas-invoeding per jaar.
Huis ter Heide) en ook buiten Liander-gebied.
Huidige status:
Huidige status:
• Er zijn 18 aanvragen voor monovergisters gedaan, 16 hiervan zijn al
• 24 vergisters vergund, nog 2 in procedure.
vergund, 2 zijn nog in procedure.
• Locaties: invoedingslocaties nog onbekend. Vergistingsinstallaties,
- De 4 vergunningen aan de Weper(polder) vallen onder project Groen Gas Noord West Drenthe.
•
• Status: SDE-aanvragen lopen nog. Kosten lijken te hoog te worden
- De overige 14 vallen onder project Groen Gas Ooststellingwerf.
(inclusief verzamelleiding en gezamenlijk opwerkstations). De
1 MER-aanmeldingsnotitie voor een co-vergister met enkel
slagingskans van de plannen ligt rond de 10%. De plannen zijn dus
invoedpunt.
nog zeer onzeker (dit komt niet door invoedbeperkingen).
-
Locatie: Nieuwe Vaart 3 in Appelscha.
-
Volume: 4 miljoen m3/jaar groengas-invoeding.
• Offerteaanvraag bij Liander voor 10 mln. m3/jaar in Oosterwolde. Openbaar
zie volgende pagina.
•
Volume: Het gaat om 10.000-15.000 ton drijfmest per vergistingsinstallatie. Schatting groengas-volume: Bij 26 vergisters komt dit op zo’n 4,2 mln. m3 groengas-invoeding per jaar.
56
BIJLAGE A2: ENERGIEAANBOD ONTWIKKELINGEN – GROENGAS-AANBOD
In Ooststellingwerf 3 invoedpunten, in Weststellingwerf veel aanvragen maar exacte invoedpunten onbekend 10 mln. m3 invoeding 1,5 mln. m3 invoeding
4 mln. m3 invoeding Voorlopig aanvragen in Weststellingwerf goed voor ~ 4,2 mln. m3 groen gas
8 boeren in de hoge Veenpolder: ~ 0,5 mln. m3 invoeding/jaar)
In procedure Vergund Offerte aangevraagd Mogelijke clusters
Openbaar
Noot: de clusters hebben wij zelf ingeschat o.b.v. logica.
57
Bijlage B: Impact op de energieinfrastructuur (gas en elektriciteit)
Openbaar
BIJLAGE B: IMPACT OP DE ENERGIE-INFRASTRUCTUUR
Ontwikkelingen van de elektriciteits- en gasinfrastructuur binnen Oost- en Weststellingwerf
Openbaar
Hoe ziet de huidige infrastructuur eruit?
Wat zijn de geplande investeringen?
Belastingprognose per onderstation
Werking van het gasnet
Toelichting op het knelpunt
Ontwikkeling van het knelpunt
59
Bijlage B.1: De huidige infrastructuur
Openbaar
Openbaar
61
BIJLAGE B1: DE HUIDIGE INFRASTRUCTUUR - ELEKTRICITEITSNET
Onderstation Wolvega (55 MW) Onderstation Wolvega • Bestaat uit één installatie. • Installatie 1 – 10kV (55 MW): congestie voor teruglevering. Ook congestie voor afname op een aantal routes. Op termijn nieuw onderstation of uitbreiding huidig station nodig. Schakelstation Noordwolde (4,5 MW) • Congestie voor zowel afname als teruglevering. • Station komt te vervallen na netverzwaring NuLelie. Dit voedingsgebied wordt in 2028 overgenomen door RS Oldeberkoop (40 MW; gevoed door OS Gorredijk).
Openbaar
Legenda Schakelstation Regelstation Onderstation Voedingsgebied onderstation
62
BIJLAGE B1: DE HUIDIGE INFRASTRUCTUUR - ELEKTRICITEITSNET
Onderstation Oosterwolde (88 MW) Schakelstation Haulerwijk (4 MW) • Congestie voor afname en teruglevering. • Komt te vervallen na NuLelie en bouw nieuw regelstation Waskemeer (2030).
Regelstation Waskemeer (4,5 MW) • Congestie voor afname op installatie 1. • Congestie voor afname en teruglevering op installatie 2. • Komt te vervallen na NuLelie en bouw nieuw regelstation van 40 MW (2030).
Onderstation Oosterwolde (88 MW) • Bestaat uit drie installaties • Installatie 1 en 2 – 10kV (36 MW): congestie voor teruglevering. • Installatie 3 – 20 kV (88 MW): geen problemen. • Wel congestie voor afname op een aantal kabels. • NuLelie koppelt huidig 10 kV-net aan nieuw 20 kV-net om congestie op installatie 1 en 2 op te lossen. Op lange termijn uitbreiding 20 kV-installatie.
Schakelstation Oldeberkoop (4,5 MW) • Zie volgende slide.
Schakelstation Appelscha (5 MW) • Congestie voor afname en teruglevering. Komt te vervallen na NuLelie (2033). Openbaar
Legenda Schakelstation Regelstation Onderstation Voedingsgebied onderstation
63
Schakelstation Oldeberkoop (4,5 MW)
Schakelstation Oldeberkoop (4,5 MW)* • Gevoed vanuit OS Gorredijk. • Congestie voor teruglevering en afname. • Komt te vervallen na nieuwbouw regelstation Oldeberkoop (40 MW, 2028). • Na netverzwaring NuLelie valt schakelstation Noordwolde ook onder het voedingsgebied van regelstation Oldeberkoop.
*Voedingsgebieden van andere schakel- en regelstations zijn niet beschikbaar voor deze regioanalyse.
Openbaar
Legenda Schakelstation Regelstation Onderstation Voedingsgebied onderstation 64
BIJLAGE B1: DE HUIDIGE INFRASTRUCTUUR - GASNET
Twee gasontvangstations in beide gemeenten, momenteel geen knelpunten op regionaal gasnet Gasontvangstation brengt gas van 40 naar 8 bar Bij de gasontvangstations (GOS) wordt het gas aangeleverd op 40 bar vanuit de Gasunie. Daar wordt de druk verlaagd naar 8 bar. Vervolgens wordt het overgeleverd aan de regionale netbeheerders. In overslagstations verlaagt de regionale netbeheerder de druk meestal van 8 naar 4 bar. Naast de 4 bar- en 8 bar-leidingen liggen er nog veel haarvaten van het gasnet die niet op de kaart te zien zijn. Dit zijn de lagedrukdistributienetten. In zowel Oost- als Weststellingwerf twee gasontvangstations De gasontvangstations zijn in Ooststellingwerf gevestigd in Oosterwolde en Haulerwijk (deze zijn niet aan elkaar verbonden op 8 bar-niveau). Aan het
4 bar-net in Oosterwolde is een lage druk net gekoppeld die doorloopt naar Weststellingwerf via Oldeberkoop en Boijl. Het 1 bar-, 4 bar- en 8 bar-net in Haulerwijk zijn op het lagere drukvlak gekoppeld richting Opsterland en Heerenveen. In Weststellingwerf zijn de twee gasontvangstations gevestigd in Wolvega en Peperga. Het gebied bij Wolvega is niet gekoppeld met andere gebieden.
Peperga is op het lagere drukvlak verbonden aan Oosterwolde. Op dit moment geen knelpunten op het regionale net
Legenda 8 bar-gasnet 4 bar-gasnet GOS Gasontvangstation
Op dit moment is er nog voldoende ruimte voor groengasinvoeding op het gasnet van Liander. Openbaar
65
BIJLAGE B1: DE HUIDIGE INFRASTRUCTUUR - GASNET
De capaciteit voor groengas-invoeding hangt af van de vraag op dat drukvlak, niet van de infrastructuur De capaciteit voor groengas-invoeding op een specifiek drukvlak wordt bepaald door de vraag naar gas op dit drukvlak, niet door de infrastructuur. Vraag en aanbod moeten per drukvlak te allen tijde gelijk zijn. Hoe lager de vraag naar gas, hoe minder groen gas er dus kan worden ingevoed in het gasnet. Invoeding van groen gas is vrij constant door het jaar heen. In de zomer is de vraag naar gas echter veel lager dan in de winter (zie
figuur), waardoor groengas-invoeders moeten afschalen (om de druk op het 8 bar-net gelijk te houden). De beperkte gasvraag in de zomer zorgt er dus voor dat er minder capaciteit is voor invoeding.
Gasvraag gedurende het jaar1 winter
winter
zomer
Openbaar
1 Stedin-presentatie groen gas (8-11-23)
66
BIJLAGE B1: DE HUIDIGE INFRASTRUCTUUR - GASNET
De groengas-invoedcapaciteit = de hoeveelheid gas die minimaal 8.000 uur per jaar gevraagd wordt De SDE++-subsidie is gemaximeerd aan de hand van het maximum aantal vollasturen per jaar. Voor groen gas is dat 8.000 uur. Dit noemen we de invoedcapaciteit. Het hanteren van minder injectie-uren kan de totaal in te voeden hoeveelheid groen gas doen toenemen, maar zorgt ervoor dat invoeders niet de gehele SDE++-subsidie ontvangen. De opname van (hybride) warmtepompen in de gebouwde omgeving zorgt voor minder draaiuren van groengas-invoeders. Een groengas-invoeder (GGI) die 1.000 m3/uur groen gas produceert, kan in dit voorbeeld gedurende het jaar 8.250 uur invoeden op het net. Als er een GGI bijkomt met een capaciteit van 1.500 m3 /uur, dan kan deze maximaal 6.000 uur invoeden. Bij de opname van (hybride) warmtepompen is het aantal draaiuren voor de tweede GGI slechts 4.800 in plaats van 6.000 uur.
Gasvraag gedurende het jaar1 (gesorteerd van groot naar klein)
Gasvraag bij opname van (hybride) warmtepompen
Openbaar
Uren in een jaar 1 Stedin-presentatie groen gas (8-11-23).
67
BIJLAGE B1: DE HUIDIGE INFRASTRUCTUUR - GASNET
Private gasleidingen mogelijk inzetbaar in verdere toekomst Naast publieke infrastructuur ook private gasleidingen in de regio Vermilion en de NAM hebben gasleidingen in met name Weststellingwerf. Deze gasleidingen worden gebruikt om te transporteren van de gaswinning naar het HTL gasbehandelingsstation. Dit gebeurt op zeer hoge druk, tot 100 bar. Leidingen komen regelmatig vrij en kunnen kansen bieden voor invoeding Nadat de winning bij een gasveld is afgerond, worden private leidingen aangeboden aan de Gasunie en RNB’s. De Gasunie kan deze overnemen en inzetten als verzamelleiding voor groen gas. Maar ook RNB’s kunnen
deze leidingen utiliseren, bijvoorbeeld om invoeders op aan te sluiten of netten te koppelen. Het formaat van de leidingen zorgt voor een significante buffer- en daarmee invoedcapaciteit. Indien nodig zou op den duur ook vanaf deze leiding geboosterd kunnen worden naar RTL of HTL. Momenteel worden er twee van zulke leidingen voor deze doeleinden
klaargemaakt, waarvan één tussen Harlingen en Kootstertille, en de andere tussen Emmen en Ommen. Deze leidingen blijven eigendom van en in beheer bij GTS als groengas-verzamelleiding, maar zullen (in tegenstelling tot het normale RTL en HTL) op lage druk opereren.
Openbaar
Gasleidingen Vermilion op basis van https://www.vermilionenergy.com/nl/locatie/.
68
Bijlage B.2: Geplande investeringen netbeheerders
Openbaar
BIJLAGE B2: GEPLANDE INVESTERINGEN - ELEKTRICITEITSNET
Investeringen van TenneT op hoogspanning en van Liander op middenspanning lossen problematiek op TenneT 220 kV
110 kV
EHS-HS-station (hoogspanningstations)
HS-MS-station (Onderstations)
3-23 kV
3-23 kV
0,4 kV
• Netversterking Friesland 110 kV. Naar verwachting in 2027 gerealiseerd.1 Knelpunten zijn gesignaleerd op Drachten-Oosterwolde 110 kV. • Netverzwaring Oostelijk Friesland 110 kV. Naar verwachting in 2027 gerealiseerd. Knelpunten zijn gesignaleerd op Drachten-Oosterwolde 110 kV en Oudehaske-Oosterwolde 110 kV.1 • Pocketvorming: het 110 kV-net in Friesland zal worden opgeknipt in 3 deelgebieden, zogenoemde pockets. Elk deelgebied krijgt een eigen koppeling met het 220 kV-net van TenneT (via huidige 110-220 kV stations Bergum, Louwsmeer en Oudehaske). Omdat de pockets op geen enkel onderliggend niveau aan elkaar verbonden zijn, is het vermogen beter te verdelen en is er veel beter te voorspellen wat er binnen de pocket gebeurt. Dit is naar verwachting in 2030 gerealiseerd.2
Programma NetUitbreiding Lelie (NuLelie)3 • Om aan de toenemende elektriciteitsvraag te kunnen voldoen, is er een complete opwaardering van het bestaande middenspanningsnet in Friesland en de Noordoostpolder nodig. Er worden ruim 2.100 km aan kabels gelegd en circa 300 elektriciteitsruimtes gebouwd of vervangen. MS-MS-station • In Ooststellingwerf gaat het om 4 projecten: netuitbreiding 20 kV-net Oosterwolde/Appelscha, netaanpassing (Schakelstations) Oosterwolde/Elsloo 20 kV, netaanpassing 20 kV landelijk gebied Oosterwolde-Noord, en netaanpassing Oldeberkoop. • In Weststellingwerf gaat het om 2 projecten: uitbreiding 20 kV Lemmer-Oost en netuitbreiding 10 kV Wolvega en omgeving. MS-LS-station (middenspannings- • Volgens de originele planning zou dit eind 2025 gerealiseerd moeten zijn, maar door vertraging verplaatst de verwachte realisatie naar na 2030, op netaanpassing Oldeberkoop na (verwachte realisatie in 2028). ruimtes, MSR)
Liander 1 Investeringsplan Net op land 2024-2033 (tennet-drupal.s3.eu-central-1.amazonaws.com)
Openbaar
2 Pocketvorming (tennet.eu) 3 Programma Netuitbreiding Lelie (NuLelie) | Liander
70
BIJLAGE B2: GEPLANDE INVESTERINGEN - GASNET
Werkzaamheden met name op het RTL, maar investeringsbeslissingen wachten op offerteaanvragen Gasunie
67 bar H-gas Mengstation 67 bar G-gas Meet-en regelstation (M&R)
Werkzaamheden vooral op het 1 bar-, 4 bar- en 8 bar-net van Liander • Vanuit de Gasunie zijn er geen concrete werkzaamheden gepland in Ooststellingwerf en Weststellingwerf. • Er worden gesprekken gevoerd rondom boosteren in Friesland. Naar verwachting zal dit binnen nu en 10 jaar gerealiseerd zijn. Locaties zijn nog onbekend. • Er wordt pas geïnvesteerd als er voldoende zekerheid is dat er langlopende contracten zullen komen en dat die investeringen terugverdiend kunnen worden.
40 bar Gasontvangstation (GOS) 8 bar
Overslagstation 1-8 bar Districtstation
• Een 5 km lange koppelleiding naar Drachten: op basis van een offerteaanvraag voor 10 mln. m3/jaar die er ligt in Oosterwolde. Het zal zeker nog 2 jaar duren voordat de leiding gerealiseerd is. • Op basis van scenario’s heeft Liander in haar gebied 10-15 koppelleidingen geïdentificeerd, waaronder Peperga-Wolvega, Oosterwolde-Wijnjewoude en Wijnjewoude-Drachten. • Ten opzichte van het elektriciteitsnet is de realisatieperiode van investeringen in het gasnet een stuk korter, namelijk 2-3 jaar. • Er komen regelmatig initiatieven voor collectieven binnen bij Liander. De realisatiegraad van initiatieven is doorgaans slechts 10%. De initiatieven lopen stuk op beheer en financiering. Ook kunnen de kosten hoog oplopen. Daarom maakt Liander pas investeringsplannen als er offerteaanvragen binnenkomen.
<1 bar Liander Openbaar
71
Bijlage B.3: Verwachte belasting van de infrastructuur
Openbaar
BIJLAGE B2: VERWACHTE BELASTING OP DE INFRASTRUCTUUR – ELEKTRICITEITSNET OOSTSTELLINGWERF
Investeringen zijn nodig voor OS Oosterwolde om ook na 2035 aan de jaarpieken te kunnen voldoen Huidige capaciteit op onderstation Oosterwolde naar verwachting niet toekomstbestendig De huidige stationscapaciteit voor afname is toereikend voor de komende jaren, maar rond 2035 loopt deze vol. Door het gebruik van de vluchtstrookcapaciteit1 ontstaan knelpunten voor teruglevering naar verwachting pas richting 2040. Aangezien de vermogensvraag blijft groeien, zal het capaciteitstekort echter naar verwachting in 2050 alleen maar groter worden, zowel voor afname als voor teruglevering. Stationsuitbreiding moet onderzocht worden Aangezien de verwachte vermogensvraag de capaciteit overtreft vanaf 2035, moet er meer capaciteit worden gerealiseerd. Bij OS Oosterwolde is er (beperkt) ruimte om uit te breiden, maar in hoeverre dit toereikend is voor de benodigde groei, moet verder onderzocht worden. 250
Belastingprognose – Terugleveringspiekbelasting2,3
Belastingprognose – Afnamepiekbelasting2,3
Belasting (MW)
200 150
100
2050
2040
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2050
2040
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
0
2023
50
1 De vluchtstrookcapaciteit (N) kan worden ingezet voor grote zonneparken bij teruglevering. De effectieve capaciteit is daarom groter bij teruglevering dan bij
Openbaar
afname. Voor meer informatie: https://www.liander.nl/over-liander/transportschaarste/innovaties/reservecapaciteitinzetten. 2 De belastingprognose geeft de verwachte jaarpiek (maximale vermogensvraag van de infrastructuur). Dit kan één enkel moment per jaar zijn. De belastingprognose wordt gebruikt om investeringen aan de infrastructuur te bepalen. Getallen geven een indicatie van de impact en bevatten onzekerheid. Hier is uitgegaan van het middenscenario van de diverse bandbreedtes.
73
BIJLAGE B2: VERWACHTE BELASTING OP DE INFRASTRUCTUUR – ELEKTRICITEITSNET WESTSTELLINGWERF
Investeringen zijn nodig voor OS Wolvega om ook na 2035 aan de jaarpieken te kunnen voldoen De huidige stationsconfiguratie zorgt op zeer korte termijn voor knelpunten Zoals het station nu in ingericht, zouden vanaf 2030 voor afname en vanaf 2024 voor teruglevering problemen optreden op OS Wolvega. Echter, door het overplaatsen van schakelstation Noordwolde naar regelstation Oldeberkoop (die wordt gevoed vanuit OS Gorredijk), komt er ruimte vrij op OS Wolvega (de groene lijn is de nieuwe totale piekbelasting). Deze maatregel, in combinatie met het gebruiken van de vluchtstrook1 voor teruglevering, zorgt voor voldoende ruimte tot aan 2035. Na 2035 worden wel knelpunten verwacht. De bouw van een nieuw station moet onderzocht worden Aangezien de verwachte vermogensvraag de capaciteit overtreft na 2035, moet er meer capaciteit worden gerealiseerd. Bij OS Wolvega is echter geen (fysieke) ruimte meer beschikbaar, vanwege bebouwing en een zonnepark. Het is daarom van belang dat er onderzoek wordt gedaan naar het creëren van een nieuw onderstation. 180
Belastingprognose – Afnamepiekbelasting2,3
160
Belastingprognose – Terugleveringspiekbelasting2,3
Belasting (MW)
140 120 100 80 60 40
2050
2040
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2050
2040
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
0
2023
20
1 De vluchtstrookcapaciteit (N) kan worden ingezet voor grote zonneparken bij teruglevering. De effectieve capaciteit is daarom groter bij teruglevering dan bij
Openbaar
afname. Voor meer informatie: https://www.liander.nl/over-liander/transportschaarste/innovaties/reservecapaciteitinzetten 2 De belastingprognose geeft de verwachte jaarpiek (maximale vermogensvraag van de infrastructuur). Dit kan één enkel moment per jaar zijn. De belastprognose wordt gebruikt om investeringen aan de infrastructuur te bepalen. 3 Getallen geven een indicatie van de impact en bevatten onzekerheid. Hier is uitgegaan van het middenscenario van de diverse bandbreedtes.
74
Bijlage C: Handelingsperspectief
Openbaar
BIJLAGE C. HANDELINGSPERSPECTIEF – ROLLEN
Om bij te dragen aan de energietransitie kan de gemeente diverse rollen pakken Rollen voor de gemeente Wat kan de gemeente doen om bij te dragen aan de energietransitie? Wij onderscheiden de volgende categorieën:
1
Bevoegd gezag: sturen via rol als bevoegd gezag of wettelijke taken Het sturen op of organiseren van verduurzaming op thema’s waar de gemeente het bevoegd gezag of de verantwoordelijke is.
2
Eigendom: verduurzamen van eigen assets Het realiseren van verduurzaming op onderwerpen waar de gemeente eigenaar van is (zoals het eigen vastgoed).
3
Participeren & aandeelhouderschap
Participeren & aandeelhouderschap in organisaties, duurzame installaties of infrastructuur, al dan niet met actieve bijdrage aan de ontwikkeling of de organisatie. 4
Subsidiëren & financieren
Financieren of subsidiëren van inwoners, organisaties of projecten die een bijdrage leveren aan de energietransitie. 5
Stimuleren: initiëren, faciliteren & aanjagen
Het stimuleren van partijen om te verduurzamen die dat anders niet/minder snel hadden gedaan; stakeholders en opgaven verbinden om zo afstemming en samenwerking te organiseren. 6
Communicatie & bewustwording
Communicatie richting inwoners en bedrijven over verduurzaming en werken aan bewustwording om partijen en inwoners te stimuleren. 7
Kennis, data & monitoring
Het delen van kennis op terreinen waar gemeente kennis van heeft (zoals RO) of het (laten) onderzoeken van specifieke zaken; ook het vergaren, structureren en delen van hoogwaardige data. 8
Lobby
Het benutten van netwerken om regionale thema’s aan te kaarten op provinciaal, landelijk en Europees niveau.
Openbaar
76
BIJLAGE C. HANDELINGSPERSPECTIEF - ELEKTRICITEITSNET
Veel handelingsperspectief om netimpact op korte termijn te verlichten, energiebesparing heeft prioriteit (1/2) Hernieuwbare opwek en opslag
Verlichtende impact op e-net
Invloed van de gemeente1
Zet in op meer windenergie in elektriciteitsmix. Invoering van wind in de elektriciteitsmix zorgt ervoor dat er meer duurzame elektriciteit geproduceerd kan worden per kabel en mogelijk ook dat de netten minder groot gedimensioneerd hoeven te worden. Doordat de opwekprofielen van zon-pv en windenergie complementair zijn, kunnen beide technologieën achter dezelfde aansluiting gerealiseerd worden. Combineer de opwek van duurzame energie met opslag. Door in tijden van overschotten duurzame energie op te slaan, kan de opgeslagen energie in tijden van tekorten gebruikt worden. De opgewekte stroom kan hierbij teruggeleverd worden op momenten dat er vraag is, wat de belasting van het net verlicht. Batterijen kunnen hier een rol in spelen. Sluit de opwek van duurzame energie aan ‘achter de meter’. Dit betekent dat de opgewekte stroom rechtstreeks wordt gebruikt door de opwekker. De opgewekte stroom hoeft niet teruggeleverd te worden op het net, wat de belasting van het net verlicht.
Verwarming gebouwde omgeving Neem de regie om initiatieven voor warmtenetten vroegtijdig te ondersteunen ende realisatie ervan te faciliteren, en stimuleer pilots van warmtebronnen zoals aquathermie, geothermie en (rest)warmte. De gemeente krijgt per 1 januari 2025 nieuw instrumentarium om hier actief op te sturen.2 Let wel: LT-warmtenetten kunnen alsnog een grote impact hebben op het elektriciteitsnet, afhankelijk van o.a. het type bijverwarming en de mogelijkheid tot seizoensopslag. Stimuleer energiebesparing bij de gebouwde omgeving. Dit mitigeert de impact van elektrificatie van woningen op het net. Elke bespaarde kWh hoeft niet over het net getransporteerd worden.
Stimuleer ‘netneutrale’ of netbewuste gebiedsontwikkeling. Deze woningen, of het plangebied als geheel, hebben een minimale impact op het elektriciteitsnet door een combinatie van opslag, lokale opwek en een laag verbruik.
Kleine verlichtende impact Grote verlichtende impact
Kleine of indirecte invloed Grote of directe invloed
1 De invloed van een gemeente is groot of direct wanneer het de (juridische) bevoegdheid heeft of beleidsinstrumenten voorhanden heeft om de aanbevelingen uit te voeren. De invloed
Openbaar
van de gemeente is klein of indirect wanneer het niet de (juridische) bevoegdheid heeft of geen/ weinig beleidsinstrumenten voorhanden heeft om de aanbevelingen uit te voeren. 2 Voor meer informatie over de wet zie link.
77
BIJLAGE C. HANDELINGSPERSPECTIEF - ELEKTRICITEITSNET
Veel handelingsperspectief om netimpact op korte termijn te verlichten, energiebesparing heeft prioriteit (2/2) Personenvervoer en logistieke sector
Verlichtende impact op e-net
Invloed van de gemeente1
Zet in op ‘slim laden’ en ‘netneutraal laden’ van de logistieke sector door bijvoorbeeld laadpleinen te ontwikkelen waar slim laden op grote schaal kan worden ingezet. Dit kan de impact van de mobiliteitssector op de belastingpiek minimaliseren.
Neem slim laden mee als criterium in de nieuwe aanbesteding voor de mobiliteitsconcessie in de regio. Organiseer de dialoog tussen Liander en bedrijven. Dit kan door het organiseren van bedrijvensessies. Hier kunnen bedrijven hun ‘best practices’ delen en bedrijven kunnen gestimuleerd worden om hun duurzaamheidsplannen te communiceren naar Liander. Hier kan dan rekening mee worden gehouden bij toekomstige investeringen in het elektriciteitsnet.
Creëer collectieve laadpleinen. Het realiseren van collectieve laadplein leiden tot besparingen in kosten en ruimte. Tegelijkertijd biedt het ook kans voor innovatie zoals het implementeren van ‘slim laden’, hetgeen de impact op het elektriciteitsnet weer kan verlichten.
Industrie en bedrijventerreinen Maak een hybride energiehuishouding (duurzame gassen en elektriciteit) mogelijk. Door tijdens de stationspieken (tussen 6:00 – 9:00 u. en 17:00 – 20:00 u.) gas te gebruiken in plaats van elektriciteit kunnen de stationspieken verlaagd worden. Stimuleer samenwerking binnen de industrie door de organisatie van coöperatieve bedrijvensessies. Bij de tijdens dit onderzoek uitgevoerde sessies werd duidelijk dat bedrijven veel van elkaar kunnen leren als het gaat om energiebesparing, verduurzaming en het creëren van flexibiliteit op het net. Deelname van Liander aan de sessies is aanbevolen. Stimuleer verduurzaming via biogas en/of groen gas in plaats van verduurzaming via elektrificatie. Met name via een directe pijplijn van producent naar afnemer wordt de impact op de infrastructuur beperkt.
Kleine verlichtende impact Grote verlichtende impact
Kleine of indirecte invloed Grote of directe invloed
1 De invloed van een gemeente is groot of direct wanneer het de (juridische) bevoegdheid heeft of beleidsinstrumenten voorhanden heeft om de aanbevelingen uit te voeren.
Openbaar
De invloed van de gemeente is klein of indirect wanneer het niet de (juridische) bevoegdheid heeft of geen/ weinig beleidsinstrumenten voorhanden heeft om de aanbevelingen uit te voeren.
78
BIJLAGE C. HANDELINGSPERSPECTIEF - GASNET
Ook op het gasnet kunnen er acties ondernomen worden om knelpunten voor invoeding te beperken Netbeheerder kan meer reikwijdte geven aan groen gas • Netten koppelen. Omdat er veel werkzaamheden gaan plaatsvinden aan het elektriciteitsnet en de grond dus regelmatig open moet, is het raadzaam om scherp te zijn op mogelijke koppelkansen met het oog op het gasnet. • Inzet van private leidingen van Vermilion of de NAM om netten te koppelen of invoeders te ontsluiten. Het formaat van de leidingen zorgt voor een significante buffer, waardoor de invoedcapaciteit toeneemt. • Omdat de potentie van groen gas in de regio en de provincie groot is, lijken de volumes (in de zomer) te groot om binnen de provincie te consumeren. Op termijn is dus een booster nodig om groen gas naar het landelijk net te transporteren.
Gemeente kunnen invoeders stimuleren om… • zich gezamenlijk te organiseren, om genoeg massa te creëren en een aansluiting op het RTL of zelfs HTL te realiseren. • lokaal groen gas op te slaan. Door het gas op te slaan bij minder vraag, kan er met minder invoeduren net zoveel geproduceerd worden. Deze
extra investering komt echter de businesscase niet ten goede. • directe afnemers te vinden, en zo dus aanbod bij vraag te plaatsen. Bij voorkeur gebeurt dit via een rechtstreekste verbinding, voor biogas of groen gas. De industrie (met een relatief vlak verbruikersprofiel) is hiervoor een logische partner, omdat invoeding ook vrijwel constant gebeurt. Ook is er samenwerking met energiecoöperaties en burgerinitiatieven mogelijk, die het gas dan in de winter lokaal kunnen opslaan of daar een andere toepassing (WKK) voor hebben.
Gemeente kunnen afnemers stimuleren om… • het verbruik te verplaatsen van het HTL/RTL naar het lagedruknet. Afhankelijk van het (productie)proces, kan er onderzocht worden of er ook met een (duale) aansluiting op het gasnet van de regionale netbeheerder geopereerd kan worden. De netbeheerders kunnen dit onderzoeken en hier sturend in zijn, maar hier moeten dan geen tegenwerkende prikkels voor zijn. Openbaar
79
Bijlage D: Quickscan van systeeminvullingen voor netto energieneutraal
Openbaar
BIJLAGE C: QUICKSCAN VAN SYSTEEMINVULLINGEN VOOR NETTO ENERGIENEUTRAAL
Deze quickscan verkent toekomstige systeeminvullingen, maar geeft geen werkelijke effecten Een quickscan geeft inzicht in hoekpunten van systeeminvullingen van energieneutraliteit • Deze quickscan van systeeminvulling is bedoeld om inzichten te vergaren over wat het kan betekenen om netto energieneutraal te worden per energiedrager. Hierbij kijken we primair naar elektriciteit, warmte en groen gas. • Onder netto energieneutraal verstaan we dat er op jaarbasis evenveel wordt geproduceerd als verbruikt. • Het verbruik en aanbod van deze energiedragers, is niet in de tijd gelijk. Hierdoor is import, export (en dus transportcapaciteit en infrastructuur) en opslag naar buiten de regio nodig is. • Voor alle systeeminvullingen is een doorrekening gedaan van de elektriciteitsinfrastructuur. • Systeeminvullingen zijn bedoeld om onderling te vergelijken, om zo onderbouwend te zijn voor onderliggende verschillen in beleid/uitvoering. • Systeeminvullingen zijn ruwe schattingen en kunnen richting geven, maar geven geen garanties over werkelijke effecten. Uitgangspunten bij de systeeminvullingen
• Elk systeeminvulling is per energiedrager netto energieneutraal. • We gaan uit van geen maatschappelijke, demografische en fysische veranderingen van de gemeenten. • Er is geen verschil in aantal woningen, isolatiegraad, aantal inwoners, aantal auto’s, etc. etc. • Cijfers zoals deze in het ETM voor 2019 staan, zijn als uitgangspunt genomen. • We hebben gebruik gemaakt van bestaande bronnen (BAG/TVW’s/NEC) om de potentie van warmte en groen gas, in te schatten. • Waterstof is buiten beschouwing gelaten, omdat het óf neer komt op netto-import (waardoor de gemeenten niet meer energieneutraal kunnen
zijn) óf een verdere groei naar de vraag van elektriciteit om waterstof te produceren. • Er is gebruik gemaakt van het ETM om energetische hoeveelheden te bepalen. • We hebben de impact van de verschillende systeeminvullingen indicatief doorgerekend op het elektriciteitsnet (op onderstationniveau).
Openbaar
81
Bijlage D.1: Quickscan aannames, uitgangspunten en input
Openbaar
BIJLAGE D1: QUICKSCAN AANNAMES, UITGANGSPUNTEN EN INPUT
De vier systeeminvullingen omvatten de hoekpunten van het energiesysteem Twee vraaginvulling met maximale en minimale impact op het elektriciteitsnet In de definitie van deze systeeminvullingen, hebben we
Maximaal elektrificeren van de vraag
SI1: Maximale netimpact • Alleen zon-opwek
allereerst gekozen voor twee invullingen van de vraag, die zorgen voor een minimale en maximale impact op het elektriciteitsnet: • Maximaal elektrificeren van de vraag (maximale impact)
SI2: Netbewuste invulling • Zon en wind in vermogensverhouding (1:1) • Zon wordt afgetopt op 50% • Slim-laden van mobiliteit
• Maximaal gebruik van warmte en groen gas (minimale impact) Per vraaginvulling twee invullingen voor het aanbod
met maximale en minimale impact Vervolgens hebben we per vraaginvulling twee invullingen voor het aanbod gedefinieerd, wat resulteert in vier
Huidige energievraag
SI3: Verminderd elektriciteitsverbruik • Maximale inzet van groen gas en warmte • Alleen zon-opwek
systeeminvullingen. In het figuur rechts is per systeeminvulling (SI) weergegeven hoe het aanbod van energie wordt ingevuld. SI 1 en 3 geven maximale impact
op het elektriciteitsnet door met name in te zetten op zon, terwijl SI 2 en 4 ook netverlichtende maatregelen meenemen, zoals windenergie combineren met zonneenergie, het aftoppen van zon en slim-laden van mobiliteit.
Openbaar
Maximaal gebruik van warmte en groen gas
SI4: Minimale netimpact • Maximale inzet van groen gas en warmte • Zon en wind in vermogensverhouding (1:1) • Zon wordt afgetopt op 50% • Slim-laden van mobiliteit 83
BIJLAGE D1: QUICKSCAN AANNAMES, UITGANGSPUNTEN EN INPUT
Warmtenetten en groen gas kunnen de gebouwde omgeving en de industrie voorzien van energie In totaal zouden warmtenetten 5.651 woningen en 1.134
Groengas-potentieel voldoende om gebouwde omgeving en
utiliteiten kunnen voorzien van warmte
industrie van duurzaam gas te voorzien
Om de warmtepotentie te bepalen, kijken we naar de TVW’s van de
Volgens een rapport van New Energy Coalition3 is de groengas-potentie
gemeenten.1 In de TVW staat beschreven dat in Oosterwolde en
in Ooststellingwerf 8,6-13,6 miljoen m3 per jaar en in Weststellingwerf
Haulerwijk mogelijk een warmtenet komt. Dit komt neer op 2.423
10,1-14,2 miljoen m3 per jaar. Het grootste deel hiervan komt uit mest:
woningen en 578 utiliteiten die worden aangesloten op een warmtenet in
in Ooststellingwerf is dit ca. 60-90% en in Weststellingwerf 70-95%. De
Ooststellingwerf2. In Weststellingwerf staat in de TVW beschreven dat er
bandbreedtes komen uit vier scenario’s die worden beschreven in het
mogelijk een warmtenet komt in Wolvega en Noordwolde. Dit komt neer
NEC rapport. Omdat we in deze analyse kijken naar de hoekpunten,
op 3.228 woningen en 556 utiliteitsgebouwen die worden aangesloten op
kijken we naar de maximale potentie van groen gas.
een warmtenet.2 Dit aantal woningen en gebouwen vertalen we naar een percentage van het totaal om het in te kunnen vullen in het ETM.
We rekenen deze kubieke meters om naar Terra joules met de factor
Hiervoor kijken we naar het totaal aantal woningen en gebouwen dat
28.433 m3 groen gas/TJ.3 Hiermee komt de potentie van groen gas in
bestond per gemeente in 2019.
Ooststellingwerf uit op 477 TJ en in Weststellingwerf op 499 TJ.
In zowel Oost- als Weststellingwerf ca. 19 TJ aan biodiesel
Dit groene gas kan worden gebruikt in zowel de gebouwde omgeving
beschikbaar voor vrachtvervoer
(woningen en utiliteiten) als in de industrie. Als we in de gebouwde
Voor het gebruik van biodiesel kijken we naar de VGI (Voedings- en
omgeving naast warmtenetten alle warmtevraag invullen met hybride
genotmiddelenindustrie) reststromen.3 55% hiervan wordt gebruikt in de
warmtepompen en in de industrie alle processen op gas laten verlopen,
vorm van veevoer, als grondstof of voor de productie van
dan past dit binnen de berekende potentie (469 TJ in Ooststellingwerf en
biobrandstoffen.3 We nemen aan dat een derde hiervan wordt gebruikt
382 TJ in Weststellingwerf).
voor biodiesel. Tot slot rekenen we met omzetverliezen van 43,6% (aanname uit het ETM). Openbaar
1 TVW’s Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Bereikbaar via: Homepage | Transitievisie Warmte OWO-gemeenten (ireporting.nl) 2 Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) datastet 2023 3 New Energy Coalition (2021). Groen gas en haar bijdrage aan de Friese energietransitie.
84
BIJLAGE D1: QUICKSCAN AANNAMES, UITGANGSPUNTEN EN INPUT
We definiëren variabelen in het ETM in vier sectoren voor de twee vraaginvullingen Voor deze analyse kiezen we een aantal variabelen (schuifjes) in het ETM die we aanpassen. Dit zijn de variabelen die bepalen welke energiedrager er wordt gebruikt voor de energievraag. De variabelen worden zo ingesteld dat de energievraag voor gas en warmte overeenkomt met de potentie van groen gas en warmtenetten zoals beschreven in de vorige slide. De uitgangspunten zijn niet getoetst op realisme. Noot: de variabelen Motorfietsen en Binnenscheepvaart laten we zoals ze nu staan. Dit betekent dat er nog zo’n 16 TJ aan olie wordt gebruikt in Ooststellingwerf en 32 TJ in Weststellingwerf.
Openbaar
Sector
Maximaal elektrificeren van de vraag
Maximaal gebruik van warmte en groen gas, Ooststellingwerf
Gebouwde omgeving (woningen + utiliteiten)
100% all-electric warmtepompen 100% elektrisch koken
• • • • • •
Mobiliteit (logistiek + personenvervoer)
100% all-electric
• Bestelbussen en personenvervoer 100% allelectric • Trucks: 93,6% all-electric en 6,4% biodiesel
• Bestelbussen en personenvervoer 100% allelectric • Trucks: 95,5% all-electric en 4,5% biodiesel
Landbouw
100% all-electric warmtepompen (warmte)
• 100% all-electric warmtepompen (warmte)
• 100% all-electric warmtepompen (warmte)
Industrie
100% all-electric (elektrische boiler)
• Voedsel en chemie 100% gasketel • Overige industrie 100% gas
• Voedsel en chemie 100% gasketel • Overige industrie 100% gas
0% all-electric warmtepomp 78,4% woningen hybride 21,6% woningen warmtenet 29,3% utiliteit hybride 70,7% utiliteit warmtenet 100% koken op gas
Maximaal gebruik van warmte en groen gas, Weststellingwerf • • • • • •
0% all-electric warmtepomp 72,2% woningen hybride 27,8% woningen warmtenet 57,9% utiliteit hybride 42,1% utiliteit warmtenet 100% koken op gas
85
Bijlage D.2: Quickscanresultaten
Openbaar
BIJLAGE D2: QUICKSCAN RESULTATEN - OOSTSTELLINGWERF
Het vermogen van zon in Ooststellingwerf varieert tussen de 51 en 323 MW Energievraag per energievrager uit het ETM wordt ingevuld met warmtenetten, groen gas en zon/wind Als we de schuifjes hebben ingesteld, kunnen we uit het
1.105 TJ Elektriciteit
SI1: Maximale netimpact • 323 MW opgesteld vermogen zon1
ETM de energie per energiedrager aflezen. Vervolgens vullen we deze energievraag in. Warmte en gas worden ingevuld door warmtenetten en groen gas, zoals eerder
SI2: Netbewuste invulling • 65 MW curtailed vermogen zon2 • 118 MW opgesteld vermogen zon • 65 MW opgesteld vermogen wind3
beschreven. De elektriciteitsvraag wordt per SI op een andere manier ingevuld met zon en/of wind. De benodigde vermogens staan weergegeven in het figuur rechts. Een aantal dingen vallen op:
• De energievraag neemt sterk af t.o.v. 2019. Dit komt met name doordat elektrificatie een forse
Energievraag: 2.100 TJ
efficiëntieverbetering met zich meebrengt.
SI3: Verminderd elektriciteitsverbruik • 250 MW opgesteld vermogen zon • 469 TJ groen gas4 • 188 TJ warmte5
• In SI 3 en 4 is de totale energievraag hoger dan in SI 1 en 2. Dit komt doordat er minder wordt geëlektrificeerd en er dus minder efficiëntieverbeteringen plaatsvinden.
• Het opgesteld vermogen van wind in combinatie met zon reduceert substantieel t.o.v. alleen zon.
Openbaar
1) 2) 3) 4) 5)
854 TJ Elektriciteit 469 TJ Gas 188 TJ Warmte
SI4: Minimale netimpact • 51 MW curtailed vermogen zon • 91 MW opgesteld vermogen zon • 51 MW opgesteld vermogen wind • 469 TJ groen gas • 188 TJ warmte
Op basis van 950 vollasturen. 1 MW opgesteld vermogen is gelijk aan ca. 1 ha zonneweides. Op basis van 90% van opbrengsten bij 50% aftoppen Op basis van 2.980 vollasturen. 5 MW opgesteld vermogen wind is gelijk aan ca. 1 windturbine. Op basis van potentie biomassa van NEC (New Energy Coalition, Groen gas en haar bijdrage aan de Friese energietransitie, 2021) Op basis van BAG data uit 2023 en TVW aangewezen mogelijkheden. Betreft aquathermie die via warmtepomp (elektriciteit) wordt opgewerkt naar MT-warmte
87
BIJLAGE D2: QUICKSCAN RESULTATEN - OOSTSTELLINGWERF
Een combinatie van zon en wind en het aftoppen van zon kan de impact op OS Oosterwolde halveren De impact van de vier systeeminvullingen is doorgerekend op onderstationniveau. De volgende dingen vallen op: •
Inzet op het gebruik van warmte en groen gas kan zorgen voor een kleinere afname-piek: een reductie ca. 15%.
•
Voornamelijk de impact van warmte kan gereduceerd worden (reductie van ca. 70%) door in te zetten op alternatieven voor elektrische warmtepompen, zoals hybride warmtepompen en warmtenetten.
•
Door in te zetten op slim laden van personenvervoer en logistiek kan de afnamepiek met 26-30% worden gereduceerd.
•
Een combinatie van zon en wind en het aftoppen van zon kan de impact van duurzame opwek op de elektriciteitsnetten ongeveer halveren, terwijl dezelfde hoeveelheid energie wordt opgewekt. Jaarpiek afname
300
Jaarpiek teruglevering
300 249
250
Belasting (MW)
250
Openbaar
200
200
150
150
100
99 73
50
0
0
Netbewuste invulling
Logistiek vervoer Elektrisch personenvervoer
129 108
Verminderd elektriciteitsverbruik
Minimale netimpact
Warmte Warmte Utiliteit
60
50
Maximale netimpact
Industrie
198
100
86
De totalen geven de terugleveringspiek (207 MW) minus de afnamepiek op dat moment (9 MW).
Wind Zon Maximale netimpact
Netbewuste invulling
Verminderd elektriciteitsverbruik
Minimale netimpact
Baseload 88
BIJLAGE D2: QUICKSCAN RESULTATEN - WESTSTELLINGWERF
Het vermogen van zon in Weststellingwerf varieert tussen de 57 en 335 MW Energievraag per energievrager uit het ETM wordt ingevuld met warmtenetten, groen gas en zon/wind Als we de schuifjes hebben ingesteld, kunnen we uit het
1.145 TJ Elektriciteit
SI1: Maximale net-impact • 335 MW opgesteld vermogen zon1
ETM de energie per energiedrager aflezen. Vervolgens vullen we deze energievraag in. Warmte en gas worden ingevuld door warmtenetten en groen gas, zoals eerder
SI2: Netbewuste invulling • 68 MW curtailed vermogen zon2 • 122 MW opgesteld vermogen zon • 68 MW opgesteld vermogen wind3
beschreven. De elektriciteitsvraag wordt per SI op een andere manier ingevuld met zon en/of wind. De benodigde vermogens staan weergegeven in de figuur rechts. Een aantal dingen vallen op:
• De energievraag neemt sterk af t.o.v. huidige energievraag. Dit komt met name doordat elektrificatie
Energievraag: 2.100 TJ
een forse efficiëntieverbetering met zich meebrengt.
SI3: Verminderd elektriciteitsverbruik • 280 MW opgesteld vermogen zon • 382 TJ groen gas4 • 243 TJ Warmte5
• In SI 3 en 4 is de totale energievraag hoger dan in SI 1 en 2. Dit komt doordat er minder wordt geëlektrificeerd en er dus minder efficiëntieverbeteringen plaatsvinden.
• Het opgesteld vermogen van wind in combinatie met zon reduceert substantieel t.o.v. alleen zon.
Openbaar
1) 2) 3) 4) 5)
957 TJ Elektriciteit 243 TJ Warmte 382 TJ Gas
SI4: Minimale net-impact • 57 MW curtailed vermogen zon • 102 MW opgesteld vermogen zon • 57 MW opgesteld vermogen wind • 382 TJ groen gas • 243 TJ Warmte
Op basis van 950 vollasturen. 1 MW opgesteld vermogen is gelijk aan ca. 1 ha zonneweides. Op basis van 90% van opbrengsten bij 50% aftoppen Op basis van 2.980 vollasturen. 5 MW opgesteld vermogen wind is gelijk aan ca. 1 windturbine. Op basis van potentie biomassa van NEC (New Energy Coalition, Groen gas en haar bijdrage aan de Friese energietransitie, 2021) Op basis van BAG data uit 2023 en TVW aangewezen mogelijkheden. Betreft aquathermie die via warmtepomp (elektriciteit) wordt opgewerkt naar MT-warmte
89
BIJLAGE D2: QUICKSCAN RESULTATEN - WESTSTELLINGWERF
Een combinatie van zon en wind en het aftoppen van zon kan de impact op OS Wolvega halveren De impact van de vier systeeminvullingen is doorgerekend op onderstationniveau. De volgende dingen vallen op: •
Inzet op het gebruik van warmte en groen gas kan zorgen voor een kleinere afname-piek: een reductie ca. 20%.
•
Voornamelijk de impact van warmte kan gereduceerd worden (reductie van ca. 70%) door in te zetten op alternatieven voor elektrische warmtepompen, zoals hybride warmtepompen en warmtenetten.
•
Door in te zetten op slim laden van personenvervoer en logistiek kan de afnamepiek met 21-34% worden gereduceerd.
•
Een combinatie van zon en wind en het aftoppen van zon kan de impact van duurzame opwek op de elektriciteitsnetten meer dan halveren, terwijl dezelfde hoeveelheid energie wordt opgewekt.
Jaarpiek afname
Belasting (MW)
250
250
200
200
150
150
100
76
Jaarpiek teruglevering
212 173
Industrie Logistiek vervoer Elektrisch personenvervoer