Bijlage 1a - Regioanalyse Ooststellingwerf en Weststellingwerf
Tekst van het document
Regioanalyse Ooststellingwerf en Weststellingwerf Eindrapport
23-08-2024
Openbaar
Inhoudsopgave 0.
Leeswijzer en begrippenlijst
03
8.
Bijlagen
39
1.
Inleiding
08
A
Ontwikkelingen in energievraag en -aanbod
41
Aanleiding en vraag
09
B
Impact op de energie-infrastructuur
57
Samenhang
10
C
Handelingsperspectief
74
Het elektriciteits- en gasnet
11
D
79
2.
Conclusies en aanbevelingen
13
Quickscan van systeeminvullingen voor netto energieneutraal
3.
Huidige knelpunten en werkzaamheden
20
E
Het traject
96
Het elektriciteitsnet
21
Het gasnet
24
Ontwikkelingen en impact
25
Het elektriciteitsnet
26
Het gasnet
30
Handelingsperspectief
31
Creëren van capaciteit
32
Effectiever omgaan met capaciteit
33
Quickscan
34
4.
5.
Openbaar
2
0. LEESWIJZER EN BEGRIPPENLIJST
Leeswijzer Wat is een regioanalyse? Een regioanalyse onderzoekt het energiesysteem en de energie-infrastructuur in een bepaalde regio en kijkt vooruit naar (energie)ontwikkelingen in die regio. De gemeenten Oost- en Weststellingwerf zijn als één gecombineerd gebied onderzocht omdat ze voor een deel van dezelfde energieinfrastructuur gebruikmaken en daarnaast vergelijkbaar zijn wat betreft energetisch relevante karakteristieken (zoals stedelijkheid, type industrie, beschikbaarheid van bronnen, etc.). De kwantitatieve focus van het onderzoek ligt op het elektriciteitsnet, maar ook het gasnet en de (mogelijkheden voor de) energiedragers warmte en groen gas worden verkend.
Een regioanalyse heeft drie algemene doelen • Beantwoording van de hoofdvraag ‘Welke ontwikkelingen ten aanzien van energievraag en -aanbod zijn er tot aan 2035, en wat betekenen deze voor de benodigde infrastructuur?’ Dit gaat zowel om ontwikkelingen op het gas- als het elektriciteitsnet. • Een gezamenlijk, actueel beeld creëren van regionale ontwikkelingen tussen netbeheerders en gemeenten. Hierdoor wordt de impact op de
infrastructuur duidelijk en worden ontwikkelingen meegenomen in investeringsbeslissingen van de netbeheerders. • Het verbeteren van informatiedeling en samenwerking tussen netbeheerders en gemeenten, zodat toekomstige ontwikkelingen in de regio effectiever geagendeerd kunnen worden.
Hoe lees ik dit rapport? Dit rapport is bondig opgesteld, waarbij de kernboodschap in het hoofdgedeelte beschreven staat. In de bijlagen zijn de uitgevoerde analyses terug
te vinden, evenals uitgebreide toelichting op de ontwikkelingen en de infrastructuur. Het rapport bevat informatie over zowel het elektriciteits- als het gasnet. Dit document is opgesteld in nauwe samenwerking met netbeheerder Liander en de gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf.
Openbaar
3
0. LEESWIJZER EN BEGRIPPENLIJST
Begrippenlijst Begrip
Betekenis
Afname
Ook wel: levering, of: verbruik. De elektriciteit die wordt geleverd vanuit het net (bijv. voor het opladen van elektrische auto’s).
Aftoppen (wind of zon)
Het beperken van het maximale vermogen van een windmolen of zonnepaneel. Ook: curtailment.
All-electric warmtepomp
Een installatie waarmee warmte wordt geproduceerd met elektriciteit (vergelijkbaar met een omgekeerde airco).
Aquathermie
Verzamelnaam voor het verwarmen en koelen van gebouwen door gebruik van warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater.
Bijmengverplichting
Verplichting voor energieleveranciers om vanaf 2025 (oplopend) groen gas bij te mengen bij de gaslevering aan de gebouwde omgeving.
Biogas
Gas (vergelijkbaar met lage kwaliteit aardgas) opgewekt uit biologische bronnen zoals mest en biologisch afval.
Boosterstation
Een station waarin gas van lage naar hoge druk kan worden gebracht.
Capaciteitsbeperking
Als de vraag naar gas kleiner is dan de groengas-invoedcapaciteit, en de groengas-invoeders dus minder dan 8.000 uur per jaar kunnen draaien, is er sprake van capaciteitsbeperking.
Congestie
Als de vraag naar of het aanbod van elektriciteit groter is dan de transportcapaciteit van het elektriciteitsnet, ontstaat er congestie.
Druk (bar)
Drukkracht per oppervlakte-eenheid. Eén bar is ongeveer gelijk aan de luchtdruk in de atmosfeer.
Drukvlakken
Delen van het gasnet waarop het drukniveau hetzelfde is (bijv. 67 bar, 40 bar, 8 bar, etc.).
EHS
Extra hoge spanning (220 kV), beheerd door TenneT.
Energie (GWh)
Gigawattuur is de vermenigvuldiging van het vermogen met de tijdsspanne waarin het vermogen wordt gevraagd.
Openbaar
4
0. LEESWIJZER EN BEGRIPPENLIJST
Begrippenlijst Begrip
Betekenis
Energiehub
Lokale samenwerking tussen meerdere partijen, waarbinnen energieopwek, -opslag en -gebruik onderling op elkaar worden afgestemd.
Energieplanologie
Planvorming rondom de ruimtelijke ordening van energieopgaven.
EV
Elektrische personenauto’s (Electric Vehicle).
Gasontvangstation (GOS)
Een station waar gas vanaf de Gasunie naar de regionale netbeheerders gaat.
Geothermie
Een techniek waarmee energie (in de vorm van warmte) wordt gewonnen uit de aardkorst.
G-gas
Laagcalorisch gas met de kwaliteit van Gronings gas, een mengsel van brandbaar methaangas en circa 14% niet-brandbaar stikstofgas. Standaard voor levering aan huishoudens en ‘gewone’ bedrijven. In dit document ‘aardgas’ genoemd.
Groen gas
Biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit (G-gaskwaliteit).
Groengas-invoedcapaciteit
De (gas)afname die 8.000 uur per jaar aanwezig is in een netgebied.
GV
Grootverbruik.
GvO
Garantie van Oorsprong, certificaten die worden verkregen door producenten van duurzame energie, waaronder ook groen gas. Deze certificaten zijn verhandelbaar en worden gekocht door energieleveranciers en bedrijven.
H-gas
Hoogcalorisch gas, bevat nagenoeg alleen maar brandbaar methaangas. Word soms direct geleverd aan gas-intensieve industrie.
HS
Hoogspanning (110 kV), beheerd door TenneT.
HTL
Hoofdtransportleidingnet, beheerd door de Gasunie.
Openbaar
5
0. LEESWIJZER EN BEGRIPPENLIJST
Begrippenlijst Begrip
Betekenis
Invoeding
Het injecteren van (groen) gas in het gasnet.
KV
Kleinverbruik.
LNG
Liquified natural gas, aardgas dat sterk is gekoeld en daardoor vloeibaar wordt.
LS
Laagspanning (0,4 kV), beheerd door Liander.
Meet- en Regelstation (M&R)
Een station waarin een omslag van het hoofdtransportleidingnet naar het regionaaltransportleidingnet plaatsvindt. Ook zorgt het voor drukbeveiliging en odorisatie. Deze stations zijn in beheer bij de landelijke netbeheerder.
Middenspanningsruimte (MSR)
Een ruimte waarin elektriciteit van middenspanning naar laagspanning wordt getransformeerd (en andersom), zodat die naar individuele woningen kan worden getransporteerd.
MS
Middenspanning (3-23 kV), beheerd door Liander.
Netvlakken
Deel van het elektriciteitsnet waarop het spanningsniveau hetzelfde is (bijv. 220 kV, 110 kV, 0,4 kV, etc.).
Onderstations (OS)
Een station waarin elektriciteit van hoogspanning naar middenspanning wordt getransformeerd en andersom.
Regelstation (RS)
Een station met een regeltransformator die de spanning over grote afstanden op niveau houdt.
RTL
Regionaaltransportleidingnet, beheerd door Gasunie Transport Services (GTS).
Schakelstation (SS)
Een station waarin de elektriciteit dezelfde spanning behoudt, waar geschakeld wordt naar meerdere aankomende/vertrekkende kabels met dezelfde spanning.
SDE++-subsidie
Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie-subsidie.
SI
Systeeminvulling.
Openbaar
6
0. LEESWIJZER EN BEGRIPPENLIJST
Begrippenlijst Begrip
Betekenis
Spanning (volt)
De druk die de bron van elektriciteit uitoefent om stroom door kabels te duwen.
Stroom (ampère)
De hoeveelheid elektronen die door een kabel of apparaat stromen.
Teruglevering
De elektriciteit die wordt (terug)geleverd aan het net (bijv. via zonnepanelen).
Vergassing
Omzetting van voornamelijk vaste houtige biomassa in biogas door middel van verhitting tot hoge temperaturen of onder hoge druk.
Vergisting
Omzetting van biomassa in biogas door middel van bacteriën en schimmels.
Vermogen (MW)
Megawatt is de hoeveelheid energie per seconde, die bepaalde apparatuur vraagt of levert.
Vluchtstrook
Het reservenetwerk van het elektriciteitsnet. Het elektriciteitsnet is dubbel aangelegd. Bij storingen worden deze vluchtstroken open gezet om stroomlevering te garanderen. Meer informatie over de vluchtstrook op https://www.liander.nl/overliander/transportschaarste/innovaties/reservecapaciteitinzetten.
Vollasturen
Het equivalent van het aantal uren dat een apparaat op zijn maximale vermogen draait.
Warmtekrachtkoppeling (WKK)
Mini-energiecentrale, veelal bij glastuinders, waarvan zowel elektriciteit, warmte, als CO 2 worden gebruikt.
Windopwek
Elektriciteitsproductie door middel van (standaard) windmolens.
Zonne-opwek (pv)
Elektriciteitsproductie door middel van (standaard) photo-voltaic zonnepanelen.
Openbaar
7
Inleiding
Openbaar
1. INLEIDING – AANLEIDING EN VRAAG
De energietransitie is hard op weg; overzicht van ontwikkelingen en voorbereiding op toekomst gewenst De energietransitie is hard op weg, maar loopt tegen infrastructurele beperkingen aan De energietransitie is met toenemende snelheid onderweg. Zo wordt er steeds meer energie opgewekt via duurzame bronnen en verduurzamen huishoudens en de industrie door af te stappen van fossiel(e) gas en olie. Een groot deel van deze verduurzaming zorgt voor een verschuiving naar elektriciteitsgebruik, omdat elektriciteit kan worden geleverd via zonne- en windenergie. Deze verschuiving zorgt ervoor dat er steeds meer gevraagd wordt van de elektriciteitsinfrastructuur en haar transportcapaciteit. Hierdoor ontstaan er knelpunten die niet tijdig opgelost kunnen worden, waardoor er momenteel op steeds meer plekken netcongestie wordt afgekondigd. In de gemeenten Oost- en Weststellingwerf (en heel Friesland) heeft dit tot gevolg dat er momenteel voor teruglevering geen ruimte meer beschikbaar is op het elektriciteitsnet. Voor afname geldt dit voor bepaalde gedeelten van deze gemeenten. Hierdoor zijn aansluitingen op de korte termijn vaak niet meer mogelijk en wordt economische en maatschappelijke vooruitgang geremd. Naast dat er steeds meer duurzame elektriciteit opgewekt en gebruikt wordt, zijn er ook steeds meer initiatieven om groen gas te produceren.
Daar is de gasinfrastructuur niet op aangelegd – er zijn dus aanpassingen nodig om (grootschalige) invoeding mogelijk te maken.
De omvang en gelaagdheid van de transitie maakt overzicht van het geheel lastig en de toekomst onzeker De transitie vindt plaats op alle niveaus: van spaarlamp tot windpark en van Europese Green Deal tot lokale energiecoöperatie. Door deze omvang en gelaagdheid is het steeds lastiger om het overzicht te bewaren, samenhang te behouden, en de toekomst en haar uitdagingen te voorspellen.
Gemeenten willen overzicht en voorbereid zijn op de toekomst Gemeenten vragen zich het volgende af: • Welke ontwikkelingen vinden er plaats in de maatschappij ten aanzien van energievraag en -aanbod? • Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de benodigde infrastructuur? • Welke mogelijkheden zijn er om deze infrastructurele beperkingen te overwinnen? Openbaar
9
1. INLEIDING – SAMENHANG
Regioanalyse geeft input voor provinciaal programmeren én de investeringen van netbeheerder Het energiesysteem wordt op verschillende niveaus vormgegeven, waarbij de samenhang tussen trajecten en documenten cruciaal blijft. In de regio en de provincie zijn er trajecten die onderlinge afhankelijkheden hebben, deze afhankelijkheden en interacties zijn hieronder schematisch weergegeven.
Legenda Input voor Systeemstudie Fryslân
Integraal programmeren
Provinciaal Verkennend
2030/50 Incidenteel
Kennisdocument Provinciaal Informerend
Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) nationaal richtinggevend
Energievisie Fryslân 2030/40/50 Cyclisch
Provinciaal Richtinggevend
2050 Cyclisch
Schaal
Functie 2050 Incidenteel
Primair zichtjaar
Cyclisch vs. incidenteel
pMIEK Provinciaal Concretiseren en prioriteren
2050 Cyclisch
Nationaal Vaststellend
2030/2035 Cyclisch
Regioanalyse Regionaal Verdiepend
2030/2035 Cyclisch
Investeringsbeslissingen netbeheerder
Openbaar
10
1. INLEIDING – HET ELEKTRICITEITSNET
Het elektriciteitsnet bestaat uit verschillende netvlakken Het elektriciteitsnet bestaat uit verschillende spanningsniveaus (ook wel netvlakken), waarbij… •
… de verantwoordelijkheid verdeeld is tussen netbeheerders Liander (MS en LS) en TenneT (HS).
• • •
… de elektriciteit steeds meer twee kanten op gaat (van hoog naar laag en andersom) door decentrale (zonne- en wind)opwek. … een capaciteitsprobleem op een hoger netvlak onderliggende netvlakken beïnvloedt. … de capaciteit voornamelijk wordt bepaald door de stations die beperkt zijn in de hoeveelheid vermogen die zij kunnen transporteren.
Hoogspanning Doorgaans bovengronds
Voorbeelden: • Aansluiting van windpark op zee • Industriële grootverbruikers
Connectie met andere provincies
220 kV
Middenspanning Doorgaans ondergronds
Voorbeelden: • Aansluiting van zonnepark/ enkele windmolens • Lokale industriële partijen
110 kV
EHS-HS-station (hoogspanningstation)
3-23 kV
HS-MS-station (onderstations) TenneT
Openbaar
Voorbeelden: • Grootschalig zon-op-dak • Grote bedrijvenpanden
Liander
Laagspanning Ondergronds
Voorbeelden: • Woningen en/of kleine bedrijven met zonnepanelen
0,4 kV
Kleinverbruikaansluitingen
MS-MS-station MS-LS-station (schakelstations) (middenspanningsruimtes, MSR) 11
1. INLEIDING – HET GASNET
Het gasnet bestaat uit meerdere drukvlakken Het gasnet bestaat uit verschillende drukniveaus (ook wel drukvlakken) en gaskwaliteiten, waarbij… • • • • •
… er een verschil zit in kwaliteit (calorische waarde) tussen Gronings gas (G-gas) en hoogcalorisch gas (H-gas) dat veelal wordt geïmporteerd. Door H-gas te mengen met stikstof wordt het omgezet in G-gas, en vervolgens naar lagere druknetten vervoerd. … de verantwoordelijkheid verdeeld is tussen netbeheerders Gasunie (HTL en RTL) en Liander (distributienetten). … het gas zich standaard van hoge naar lage druk verplaatst (dus niet bi-directioneel zoals bij elektriciteit). Om het gas andersom te laten bewegen zijn boosterstations nodig die het gas comprimeren. … invoeding van groen gas via vergisting meestal op lage druk (distributienet) plaatsvindt (dubbele pijlen). … er op ieder drukvlak altijd balans is: er stroomt net zoveel gas in als uit.
Hoofdtransportleidingnet (HTL) Landelijke netwerken met zeer beperkt aantal directe aansluitingen
Regionaaltransportleidingnet (RTL) Regionaal netwerk met beperkt aantal directe aansluitingen
Voorbeelden: • Industriële grootverbruikers • Gasopslagen,1 gaswinning en LNG-import • Grootschalige vergassers (bijv. SCW Systems)
Voorbeelden: • Grootverbruikers van gas zoals de voedingsindustrie
67 bar H-gas
Stikstof
Distributienetten Lokaal netwerk, bestaande uit meerdere drukniveaus tot 8 bar. Veruit grootste deel van afnemers op deze drukvlakken. Voorbeelden: • Grote bedrijven (1-8 bar) • Individuele woningen en kleine bedrijven (<1 bar) • Groengas-invoeders via vergisting
67 bar G-gas
1-8 bar 40 bar
8 bar
0,1 bar 1-8 bar
<1 bar
Overslagstation Openbaar
Mengstation
Meet- en regelstation (M&R)
Gasontvangstation (GOS) Gasunie Liander
Districtstation
1 Gasopslagen hebben additionele eisen aan de kwaliteit (bijvoorbeeld als het gaat om vocht), waardoor groen gas nog niet direct opgeslagen kan worden.
De gasvraag tot aan 2035 is landelijk nog zo hoog dat dit ook nog niet van belang is.
12
2. Conclusies en aanbevelingen
Openbaar
2. CONCLUSIE - ELEKTRICITEITSNET
Beperkingen op onderstationniveau, hoog- en middenspanning nemen toe door vertraging NuLelie Beperkingen op hoog- en middenspanning • Op hoogspanning (110kV) is voor heel Friesland congestie afgekondigd voor teruglevering, veroorzaakt door duurzame opwek en beperkte hoogspanningsstationscapaciteit. Hierdoor kunnen nieuwe grote opwekinstallaties (zoals zonneweides) momenteel geen aansluiting krijgen. • Op middenspanning was vóór aanvang van deze studie op diverse kabels, schakel- en regelstations ook congestie afgekondigd, zowel voor afname als voor teruglevering. Door deze congestie worden in specifieke gebieden in beide gemeenten grootverbruikersaanvragen op een wachtlijst geplaatst. • Op laagspanning wordt tot op heden geen congestie afgekondigd, maar beginnen spanningsproblemen zich wel meer voor te doen. Congestie op middenspanning en spanningsproblemen op laagspanning worden voornamelijk veroorzaakt door decentrale ontwikkelingen zoals de verduurzaming van de gebouwde omgeving en de mobiliteit.
Vertraging NuLelie zorgt voor additionele congestie Gedurende deze studie is het duidelijk geworden dat Programma NuLelie1 vertraging oploopt, voor sommige projecten tot tien jaar. Hierdoor moet de huidige infrastructuur langer de autonome groei faciliteren (zoals elektrificatie van personenvervoer en de ingroei van warmtepompen en zon-opdak). Om overbelasting te voorkomen, is er daarom op verschillende plekken additioneel congestie afgekondigd. Daardoor komen aanvragen van grootverbruikers daar op een wachtlijst. • Ondanks recente uitbreidingen aan onderstation Wolvega (2021), is hier nu congestie afgekondigd voor teruglevering. Al konden hier door TenneTcongestie al geen nieuwe grootschalige aansluitingen gerealiseerd worden.
• Op onderstation Gorredijk, schakelstation Haulerwijk en schakelstation Appelscha is congestie voor zowel afname en teruglevering afgekondigd en op regelstation Waskemeer congestie voor afname. Hier kunnen dus ook geen nieuwe aanvragen voor afname meer worden gerealiseerd.
Openbaar
1) Programma Netuitbreiding Lelie (NuLelie): Om aan de toenemende elektriciteitsvraag te kunnen voldoen, is er een complete opwaardering van het bestaande middenspanningsnet in Friesland en de Noordoostpolder nodig. Er worden ruim 2.100 km aan kabels gelegd en circa 300 elektriciteitsruimtes gebouwd of vervangen (Programma Netuitbreiding Lelie (NuLelie) | Liander).
14
2. CONCLUSIE - ELEKTRICITEITSNET
Investeringen op alle niveaus noodzakelijk om knelpunten tegen te gaan Grenzen voor afname op onderstationniveau zijn gedeeltelijk bereikt De recente uitbreidingen van de onderstationscapaciteiten in Wolvega en Oosterwolde (2021) en de verschuiving van SS Noordwolde naar voeding vanuit OS Gorredijk (in 2028), zorgen ervoor dat er voor afname nog geen congestie is afgekondigd op onderstationniveau. Echter, voor enkele lijnen vanaf deze onderstations alsook specifieke installaties, zijn er wel beperkingen. Ook voor de langere termijn (tot aan 2050) lijkt de capaciteit van deze stations niet voldoende.
Netbeheerders investeren de komende jaren flink om congestie weg te werken, maar de situatie wordt eerst slechter Het huidige terugleveringsknelpunt op hoogspanning heeft TenneT waarschijnlijk in 2027 opgelost. Programma NuLelie moet voornamelijk knelpunten op het middenspanningsnet wegnemen, maar door de aangekondigde vertraging ontstaan er meer knelpunten en duurt het langer voor bestaande knelpunten worden opgelost. Hierdoor zijn er minder locaties binnen de gemeenten waar bedrijven transportcapaciteit kunnen aanvragen en worden de wachtlijsten langer. Woningbouwontwikkelingen die zijn aangemeld bij de realisatieketen van Liander kunnen doorgang vinden. Voor
nieuwe projecten moet een aanvullende nettoets gedaan worden en geldt dus dat het niet zeker is of deze door kunnen gaan totdat NuLelie is gerealiseerd. Dit geldt voor woningbouw, maar ook voor nieuwe bedrijventerreinen en bestaande bedrijven die willen verzwaren. Ook op laagspanning moet er veel gebeuren om spanningsproblemen weg te nemen.
Openbaar
15
2. CONCLUSIE - GASNET
Productiepotentie groen gas is groot, maar om deze te benutten moeten hordes genomen worden (1/2) Productiepotentie van groen gas is groot maar nog veel onzekerheden De potentie voor groengasproductie in Oost- en Weststellingwerf is hoog, maximaal circa 14 miljoen m3/jaar per gemeente. Deze komt voornamelijk uit mestvergisting (ter vergelijking: in beide gemeenten opgeteld wordt er circa 24 miljoen m3 gas/jaar verbruikt1). Momenteel wordt hiervan maar een zeer beperkt gedeelte daadwerkelijk geproduceerd. Er zijn relatief veel (gezamenlijke) lokale initiatieven die deze potentie kunnen realiseren, maar deze initiatieven bevinden zich vaak nog in een oriënterende fase. Daardoor blijven ze zeer onzeker, voornamelijk in Weststellingwerf. De initiatieven blijven vaak hangen in deze fase doordat een samenwerking moeilijk te organiseren is, activiteiten nieuw zijn voor initiatiefnemers, en de investeringen voor bijvoorbeeld (gezamenlijke) leidingen en opwaardeerinstallaties groot zijn. Daartegenover staat dat de waarde van groen gas door onder andere de bijmengverplichting toeneemt en behoort het tot de mogelijkheden dat een significant deel van de potentie snel beschikbaar komt.
Knelpunten op het gasnet zullen ontstaan als potentie wordt benut Het gasnet kan (jaarrond) maar beperkte hoeveelheden groengas-invoeding faciliteren, waardoor er waarschijnlijk knelpunten ontstaan op plekken
met veel invoeding.2 Daarbij komt dat de lokale vraag naar gas steeds verder afneemt door verduurzaming, waardoor de noodzaak ontstaat om het gas over een groter gebied te kunnen te distribueren en uiteindelijk naar hogere drukvlakken te transporteren. Momenteel is Liander al bezig om de reikwijdte van het gas te vergroten door gasnetten met elkaar te koppelen (onder andere tussen Drachten en Wijnjewoude en tussen Wolvega en Peperga). Hierdoor kan het productie-overschot in de zomer ook elders worden ingezet. In de verdere toekomst (na 2030), naarmate de vraag naar gas verder afneemt door verduurzaming, lijken ook boosters naar RTL en HTL noodzakelijk zodat ook regionaal en landelijk gebruik kan plaatsvinden.3
1 DASHBOARD - Energieverbruik - Ooststellingwerf (databank.nl) & DASHBOARD - Energieverbruik - Weststellingwerf (databank.nl). 2 Bijlage B1 geeft nadere toelichting op hoe de capaciteit van het gasnet wordt bepaald. 3 Op basis van interview en de Integrale Infrastructuurverkenning 2030 – 2050 (II3050).
Openbaar
16
2. CONCLUSIE - GASNET
Productiepotentie groen gas is groot, maar om deze te benutten moeten hordes genomen worden (2/2) Investeringen in het gasnet zijn relatief snel gerealiseerd maar vereisen zekerheid Ondanks dat Liander al verschillende investeringen doet in het gasnet (onder andere koppelleidingen), zijn netbeheerders terughoudend met het aanleggen van boosters en leidingen voor specifieke aanvragen voor
groengas-invoeding. Dit komt door het zeer lokale karakter van groengas-invoeding, waarbij de investeringsoverweging van de netbeheerder afhankelijk kan zijn van één invoeder – met alle onzekerheden van dien. Hierdoor kunnen de netten dus niet op voorhand worden geprepareerd en is de kans op knelpunten groot. In tegenstelling tot investeringen in het elektriciteitsnet zijn investeringen in het gasnet relatief snel gerealiseerd, met doorlooptijden van enkele jaren. Daardoor kunnen knelpunten ook in de toekomst relatief snel worden opgelost.
Openbaar
17
2. AANBEVELINGEN
Gemeenten en Liander moeten samen aan de slag om energieplanologie vorm te geven en het net slim te benutten (1/2) Gemeente en netbeheerder moeten samenwerken in planvorming en energie-infrastructuur integraal meenemen Op steeds meer plekken is de energie-infrastructuur (gas en met name elektriciteit) een beperkende factor in de realisatie van plannen. Door de vertraging van NuLelie, zal dit nog meer het geval zijn dan het al is. Dit geldt voor de toekomstige woningbouwplannen, maar ook voor de uitbreiding van bedrijventerreinen en de verduurzaming van industrie en mobiliteit. Samenwerking tussen gemeente en netbeheerder kunnen eraan bijdrage dat het net effectiever wordt gebruikt en dat plannen passen binnen de mogelijkheden van de infrastructuur. De netbeheerder is geholpen bij betrokkenheid bij en concretisering van woningbouwplannen zodat eventueel transportcapaciteit voor deze plannen gereserveerd kan worden en (on)mogelijkheden worden toegelicht.
Creëren van meer capaciteit en infrastructuur Ook in het ruimtelijk domein moet rekening worden gehouden met de noodzaak voor (de aanleg van) steeds meer energie-infrastructuur. Door op voorhand fysieke ruimte te reserveren voor energie-infrastructuur, helpt het mee om de verduurzaming op tempo te houden. Dit geldt zowel in de
ondergrond voor bekabeling, als bovengronds in de vorm van uitbreidingen aan de onder-, schakel- en regelstations, en voor de plaatsing van extra middenspanningsruimtes in elke wijk. De gemeente kan hieraan bijdragen door ruimte te reserveren, vergunningsprocessen te versnellen en plannen te concretiseren.2
Zekerheid noodzakelijk om groengas-productie van de grond te krijgen, gemeente en netbeheerder kunnen hierin een rol spelen Ondanks de vele initiatieven en grote productiepotentie van groen gas, blijven offerteaanvragen voor invoeding bij de netbeheerder uit. Gemeenten
kunnen een actievere rol pakken om deze stap te maken en de groengaspotentie te benutten, door bijvoorbeeld plannen te stimuleren of te faciliteren. Afhankelijk van de specifieke situatie en in afstemming met de netbeheerder kan de gemeente overwegen om een rol te pakken.1 Wat de exacte knelpunten zijn en welke acties en rollen daarbij passen, dient verder uitgezocht te worden. Hierbij kan de netbeheerder de gemeente ondersteunen door het verschaffen van inzichten. 1 Bijlage C geeft een overzicht van mogelijke rollen die in te vullen zijn door de gemeente en de mate van invloed die de gemeente kan uitoefenen op specifieke
Openbaar
sectorale handelingsperspectieven. 2 Zie pagina 32 voor verdere toelichting op handelingsperspectief voor de gemeente en de netbeheerder.
18
2. AANBEVELINGEN
Gemeenten en Liander moeten samen aan de slag om energieplanologie vorm te geven en het net slim te benutten (2/2) Gemeente en netbeheerder kunnen effectiever omgaan met het elektriciteitsnet stimuleren De gemeente en netbeheerders kunnen sturen op effectiever omgaan met het elektriciteitsnet door het creëren van bewustzijn en het stimuleren van
maatregelen. Deze maatregelen zouden moeten zijn gericht op: • Het verminderen van pieken in elektriciteitsverbruik en –aanbod. • Vraag en aanbod in tijd en locatie bij elkaar brengen. Twee belangrijke voorbeelden van maatregelen zijn: • De gemeenten en netbeheerders kunnen individuele bedrijven (en burgers) bewust maken van mogelijkheden ‘achter de meter’. De gemeenten kunnen aanvullende stimuleringsmaatregelen nemen om hierin te ondersteunen. De netbeheerder kunnen via congestiemanagement afspraken maken met individuele partijen om het net effectiever te gebruiken. • Inzetten op windopwek naast zonne-opwek. Windopwek combineren met zonne-opwek, is een zeer effectieve methode gebleken om meer energie op te wekken, met een zeer beperkte extra belasting van de infrastructuur. Bijlage C geeft een overzicht van maatregelen die per sector genomen kunnen worden om effectiever om te gaan met het elektriciteitsnet en welke
mate van invloed de gemeente hierop heeft.
Openbaar
1 Bijlage C geeft een overzicht van mogelijke rollen die in te vullen zijn door de gemeente en de mate van invloed die de gemeente kan hebben op specifieke sectorale
handelingsperspectieven.
19
3. Huidige knelpunten en werkzaamheden
Openbaar
3. HUIDIGE KNELPUNTEN EN WERKZAAMHEDEN – ELEKTRICITEITSNET
Het elektriciteitsnet knelt op verschillende niveaus TenneT 220 kV
110 kV
EHS-HS-station (hoogspanningstations)
HS-MS-station (Onderstations)
3-23 kV MS-MS-station (Schakelstations) 3-23 kV
0,4 kV
Relevante infrastructuur1
Knelpunten zijn er op alle netvlakken
Hoogspanningsstations in Friesland: • Bergum • Louwsmeer • Oudehaske
• Congestie voor teruglevering op het volledige 110 kV-net. • Geen congestie voor afname op hoogspanning.
Onderstations2 relevant voor Oost- en Weststellingwerf: • OS Wolvega • OS Oosterwolde • OS Gorredijk (beperkt relevant)
• Congestie voor teruglevering op OS Wolvega. • Congestie voor teruglevering op twee installaties van OS Oosterwolde. • Congestie op aantal kabels voor afname op OS Oosterwolde. • Congestie voor afname en teruglevering op OS Gorredijk.
Schakel- en regelstations onder OS Wolvega: • SS Noordwolde Schakel en regelstations onder OS Oosterwolde: • SS Appelscha • RS Waskemeer • SS Haulerwijk (achter Waskemeer) Schakel- en regelstations onder OS Gorredijk: • SS Oldeberkoop
• Congestie voor afname op RS Waskemeer installatie 1. • Congestie voor afname en teruglevering op SS Noordwolde, SS Appelscha, RS Waskemeer installatie 2, SS Haulerwijk en SS Oldeberkoop.
MS-LS-station (middenspanningsCa. 600 MSR’s in de wijken ruimtes, MSR)
Spanningsproblemen in de wijken.
Liander 1 Bijlage B1 geeft een compleet overzicht van de infrastructuur inclusief configuraties, voedingsgebieden en netkaarten.
Openbaar
2 In deze studie ligt de kwantitatieve focus op dit niveau.
21
3. HUIDIGE KNELPUNTEN EN WERKZAAMHEDEN – ELEKTRICITEITSNET
Locaties voor grootverbruikaansluitingen voor zowel afname als teruglevering steeds schaarser… Deze figuren tonen een congestiekaart voor afname (links) en teruglevering (rechts) voor grootverbruikers. Als er een aanvraag wordt gedaan
voor een nieuwe aansluiting of een uitbreiding daarvan, en deze bevindt zich in oranje of rood gebied, dan komt de aanvraag op de wachtlijst. In gele gebieden is wel nog beperkt ruimte vrij (zonder wachtlijst). Deze figuren gelden niet voor kleinverbruikaansluitingen. Voor afname zijn mogelijkheden beperkt: niet alles kan
Voor teruglevering zit heel Friesland op slot door
meer overal1
congestie op 110 kV (TenneT)2
Legenda Transportcapaciteit beperkt beschikbaar zonder wachtrij Gebied is in onderzoek met wachtrij Tekort aan transportcapaciteit met wachtrij
Openbaar
1) De kaart komt van Capaciteit per regio | Liander (16 juli 2024) en is onderhevig aan verandering over de tijd. 2) Hoe deze kaart eruit ziet zonder TenneT congestie, wat naar verwachting in 2027 is verholpen, is onbekend.
22
3. HUIDIGE KNELPUNTEN EN WERKZAAMHEDEN – ELEKTRICITEITSNET
…maar knelpunten worden ook weggewerkt TenneT 220 kV
110 kV
Knelpunten zijn op den duur ook verholpen door… EHS-HS-station (hoogspanningsstations)
HS-MS-station (Onderstations) 3-23 kV
MS-MS-station (Schakelstations) 3-23 kV
0,4 kV
MS-LS-station (middenspanningsruimtes, MSR)
… vergroting van de EHS-HS-stationscapaciteit bij Louwsmeer (terugleveringscongestie). … vergroting van 110 kV-transportcapaciteit ter voorkoming van congestie, door: • netverzwaring Oostelijk Friesland op 110 kV. Gerealiseerd in 2027. • het opknippen van het 110 kV-net in Friesland in 3 deelgebieden, zogenoemde pockets. Gerealiseerd in 2030. … koppeling van huidige 10 kV-net aan een nieuw 20 kV-net (als oplossing voor terugleveringscongestie op installaties OS Oosterwolde). Onderdeel van programma NuLelie. Realisatiedatum is nog niet bekend. … het programma NuLelie, waarin: • SS Oldeberkoop (4,5 MW, gevoed vanuit OS Gorredijk) vervangen wordt door het nieuw te bouwen RS Oldeberkoop (40 MW, gevoed vanuit OS Gorredijk). Gerealiseerd in 2028. • het voedingsgebied van SS Noordwolde overgenomen wordt door RS Oldeberkoop en SS Noordwolde komt te vervallen. Gerealiseerd in 2028. • RS Waskemeer (8,5 MW) vervangen wordt door een nieuw RS Waskemeer (40 MW). Gerealiseerd in 2030. • het voedingsgebied van SS Haulerwijk overgenomen wordt door RS Waskemeer. Gerealiseerd in 2030. • het net tussen Oosterwolde en Appelscha verzwaard wordt. Gerealiseerd in 2033. • Het net tussen Oosterwolde en Elsloo verzwaard. Gerealiseerd in 2033. … plaatsing van een kleine 600 MSR’s, verspreid over diverse buurten in Oost- en Weststellingwerf.
Liander Openbaar
23
3. HUIDIGE KNELPUNTEN EN WERKZAAMHEDEN - GASNET
Op het moment dat knelpunten ontstaan, kan de netbeheerder relatief snel reageren Gasunie
67 bar H-gas
Knelpunten ontstaan vooralsnog op lage druk1
Mengstation 67 bar G-gas Meet-en regelstation (M&R) 40 bar Gasontvangstation (GOS) 8 bar
Overslagstation 1-8 bar Districtstation
• Op HTL zijn geen capaciteitsknelpunten, kwaliteitseisen zijn bepalend voor groengas-invoeding. • Bekende initiatieven van groengas-invoeders2 worden in principe niet op RTL/HTL aangesloten. • Als invoeders wel op RTL/HTL worden aangesloten, of als groen gas vanaf het distributienet wordt opgewerkt naar het RTL/HTL via een booster, dan ontstaat er nog geen capaciteitsknelpunt. • In oost-Ooststellingwerf is op basis van één offerteaanvraag (10 mln. m3/jaar) capaciteitsuitbreiding nodig in Oosterwolde3. • Nog geen andere knelpunten omdat initiatieven niet concreet zijn. Als alle initiatieven doorgang vinden, dan ontstaan er wel capaciteitsbeperkingen. Realisatiegraad van initiatieven is doorgaans slechts 10%.
<1 bar Liander
Werkzaamheden • Vanuit de Gasunie zijn er geen concrete werkzaamheden gepland in Ooststellingwerf en Weststellingwerf. • Verkenningen naar de plaatsing van boosters van het distributienet naar RTL/HTL zijn gaande.
• De koppelleiding naar Drachten geeft meer capaciteit voor groengas-invoeding in Oosterwolde. Gerealiseerd in 2026. • Op basis van scenario’s heeft Liander in haar gebied 10-15 koppelleidingen geïdentificeerd, waaronder Peperga-Wolvega, OosterwoldeWijnjewoude en Wijnjewoude-Drachten. De koppeling Peperga-Wolvega wordt in 2026 gerealiseerd. • Ten opzichte van het elektriciteitsnet is de realisatieperiode van investeringen in het gasnet een stuk korter, namelijk 2-3 jaar.
1 Bijlage B1 geeft een overzicht van het gasnet en bijbehorende gasontvangststations.
Openbaar
2 Bijlage A2 geeft een overzicht van bekende plannen rondom groengas-invoeding in Oost- en Weststellingwerf. 3 Plannen op Ecomunitypark in Oosterwolde voor groengas, 'genoeg om circa 4000 huishoudens in Ooststellingwerf te voorzien' - Nieuwe Ooststellingwerver
24
4. Ontwikkelingen en impact
Openbaar
4. ONTWIKKELINGEN EN IMPACT – ELEKTRICITEITSNET WESTSTELLINGWERF
Verduurzaming en economische groei zorgen voor extra belasting van het elektriciteitsnet in Weststellingwerf De vraag naar elektriciteit groeit met name door verduurzaming en groei van
Aan de aanbodkant zorgen vooral zonneweides voor veel
bedrijvigheid
extra belasting
• In de gebouwde omgeving worden ca. 4.300 (hybride en all-electric) warmtepompen • In Weststellingwerf is de impact van zonneweides naar verwacht. De impact van de ca. 830 nieuwbouwwoningen is relatief beperkt. • Elektrificatie van de mobiliteit zorgt voor significante belasting. Hier worden er
verwachting het grootst. Zonnepark Peperga, van 20 ha, heeft hier een groot aandeel in, alsmede een zonnepark op de
ca. 5.400 elektrische auto’s, ca. 1.200 elektrische bestelbussen en ca. 50 elektrische
zandwinput in Oldeholtwolde van 30 ha. Hiervan is de
vrachtwagens verwacht.
ontwikkeling echter nog onzeker.
• Daarnaast heeft de ontwikkeling van 18 ha aan nieuwe bedrijventerreinen ook
• Ook de verwachte impact van zon-op-dak is substantieel.
substantiële impact, terwijl de impact van het verduurzamen van de huidige
• Opwek van grootschalige windenergie speelt, mede door
industrie beperkt is.
provinciaal beleid, geen rol in de gemeente.
Vermogensvraaggroei in Weststellingwerf per ontwikkeling tot aan 2035 [MW] 1,3
Vermogensgroei door decentrale opwek in Weststellingwerf tot aan 2035 [MW] 1,3
Legenda bandbreedte2
5
7
1
Openbaar
93
9
9
25
2
Nieuwbouw
Verduurzamen
EV
woningen
bestaande bouw persoonsvervoer
EV-logistiek
Verduurzaming
Nieuwe
industrie
bedrijventerreinen
Zon op dak (kv)
6 Zon op dak (gv)
0 Zonneweides
Wind
1 Bijlage A geeft een verdere toelichting op de ontwikkelingen en hun vermogensvraag. 2 Ontwikkelingen zijn onzeker in omvang en moment van realisatie, deze onzekerheid is gevat in de weergegeven bandbreedtes. 3 Vermogensgroei zijn niet direct te koppelen aan impact op infrastructuur doordat gelijktijdigheid tussen de ontwikkelingen niet is meegenomen en afname en opwek tegen
elkaar kan worden ‘weggestreept’.
26
4. ONTWIKKELINGEN EN IMPACT – ELEKTRICITEITSNET OOSTSTELLINGWERF
Ook in Ooststellingwerf spelen dezelfde ontwikkelingen de hoofdrol Elektrisch vervoer zorgt voor grootste groei in vermogensvraag
Aan de aanbodkant zorgen zonneweides voor veel extra
• De elektrificatie van de mobiliteitssector, en met name de logistiek, zorgt
belasting in Ooststellingwerf
voor de grootste belastinggroei naar 2035. Dit betreft ca. 5.350 elektrische auto’s, 1.150 elektrische bestelbussen en 100 elektrische vrachtwagens.
• In Ooststellingwerf is de impact van zonneweides naar verwachting het grootst. Zonnepark Donkerbroek, van 15 ha, heeft hier
• Daarnaast worden er ca. 4.800 (all-electric en hybride) warmtepompen
mogelijk een groot aandeel in, al is deze ontwikkeling nog onzeker.
verwacht in de bestaande bouw, worden er 700 woningen bijgebouwd en
• Voor zon-op-dak wordt er een groei van zo’n 30 MW verwacht.
staan er ca. 400-500 woningen op de nominatie voor sloop-nieuwbouw en/of
Hiermee groeit het totale vermogen van zon-op-dak naar 68 MW in
herstructurering tot 2035.
2035.
• Verder wordt er zo’n 30 ha aan nieuwe bedrijventerreinen verwacht en is de impact van verduurzaming van industrie minimaal.
• Opwek van grootschalige windenergie speelt, mede door provinciaal beleid, geen rol in de gemeente. Vermogensgroei door decentrale opwek1 tot aan 2035 [MW]
Vermogensvraaggroei per ontwikkeling1 tot aan 2035 [MW] Legenda bandbreedte2
85
15 10
12 5
Openbaar
2
25
2
Nieuwbouw
Verduurzamen
EV
woningen
bestaande bouw persoonsvervoer
EV-logistiek
Verduurzaming
Nieuwe
industrie
bedrijventerreinen
Zon op dak (kv)
5 Zon op dak (gv)
0 Zonneweides
Wind
1 Bijlage A geeft een verdere toelichting op de ontwikkelingen en hun vermogensvraag. 2 Ontwikkelingen zijn onzeker in omvang en moment van realisatie, deze onzekerheid is gevat in de weergegeven bandbreedtes. 3 Vermogensgroei is niet direct te koppelen aan impact op infrastructuur doordat gelijktijdigheid van de ontwikkelingen niet is meegenomen en afname en opwek tegen elkaar kan
worden ‘weggestreept’. Op onderstationniveau is deze impact wel onderzocht en op de volgende pagina zijn hiervan de resultaten te vinden.
27
4. ONTWIKKELINGEN EN IMPACT – ELEKTRICITEITSNET – OS WOLVEGA
Investeringen noodzakelijk, op OS Wolvega lijkt voor afname voorlopig net voldoende ruimte Maatregelen op OS Wolvega zorgen voor (net) voldoende ruimte voor
Decentrale ontwikkelingen zetten druk op met name
afname tot 2035, voor teruglevering is er congestie afgekondigd
laagspanningsnetten
Het voedingsgebied van SS Noordwolde wordt per 2028 overgezet naar OS
Met name elektrificatie van personenvervoer, warmtepompen in de
Gorredijk. Hierdoor hebben niet alle ontwikkelingen in Weststellingwerf meer
gebouwde omgeving en zon-op-dak hebben effect op laagspanning.
impact op OS Wolvega. Mede hierdoor lijkt het dat de afnamecapaciteit tot aan
Hierdoor moet het aantal MSR’s naar verwachting verdubbeld worden.
2035 toereikend is. Voor teruglevering is er momenteel al congestie. Mogelijk
De combinatie van bovenstaande met zonneweides, verduurzaming en
kan het inzetten van de vluchtstrookcapaciteit hier ruimte bieden.2
uitbreiding van bedrijven(terreinen), die doorgaans op middenspanning
Extra investeringen noodzakelijk om verdere knelpunten te voorkomen
worden aangesloten, zorgt dat ook hier uitbreidingen nodig zijn, zoals
Om de groei in afname en teruglevering naar de verdere toekomst te faciliteren,
beoogd in NuLelie. Door de vertraging is slim omgaan met de huidige
dienen er op korte termijn investeringsbeslissingen te worden genomen door de
infrastructuur nog belangrijker geworden.1
handelingsperspectieven.
225 200 175 150
Onderstation Wolvega
Teruglevering [MW]
Jaarpiek na vervallen SS Noordwolde
Jaarpiek na vervallen SS Noordwolde
Jaarpiek als SS Noordwolde niet zou vervallen
Jaarpiek als SS Noordwolde niet zou vervallen
125 100 75 50
Jaarpiek
Scenario - Hoog
Scenario - Laag
2050
2040
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2050
2040
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
0
2026
25
2025
1 Bijlage C geeft een overzicht van specifieke sectorale
Afname [MW]
250
2024
Toelichting op figuur De impact van de vermogensvraaggroei op onderstations op pagina’s 26 en 27, is op basis van verbruiksprofielen door Liander gesimuleerd voor ieder kwartier tot aan 2050. Per jaar is hierin een kwartier waarin de impact op de infrastructuur het grootst is. Deze momenten, met bijbehorende transportvermogensvraag, zijn hiernaast weergegeven in een zogenaamde belastingprognose. Deze belastingprognoses zijn niet één-op-één te relateren aan het wel of niet afkondigen van congestie, maar zijn wel een middel om het formaat van een uitbreiding te schatten.
2023
Openbaar
netbeheerder, gegeven dat doorlooptijden tot realisatie 10 jaar zijn.
Capaciteit
2 De vluchtstrookcapaciteit (N) kan worden ingezet voor grote zonneparken bij teruglevering. Inzet van de vluchtstrook kan pas nadat terugleveringscongestie op hoogspanning is opgelost.
Voor meer informatie: https://www.liander.nl/over-liander/transportschaarste/innovaties/reservecapaciteitinzetten.
28
4. ONTWIKKELINGEN EN IMPACT – ELEKTRICITEITSNET – OS OOSTERWOLDE
Op OS Oosterwolde ook deels terugleveringscongestie, voor afname nog beperkt ruimte na 2035 Op OS Oosterwolde lijkt voldoende ruimte voor afname tot aan
Decentrale ontwikkelingen zetten druk op met name
2035, voor teruglevering is er congestie
laagspanningsnetten
Recente uitbreidingen zorgen ervoor dat er op korte termijn voldoende
Met name elektrificatie van personenvervoer, warmtepompen in de
capaciteit is op onderstationniveau. Echter, er zijn componenten (kabels
gebouwde omgeving en zon op dak hebben effect op laagspanning.
en installaties) van het onderstation waar momenteel al knelpunten zijn.
Hierdoor moet het aantal MSRs naar verwachting verdubbelt worden.
Na 2035 worden er knelpunten voor het station als geheel verwacht voor
De combinatie van bovenstaande met zonneweides, verduurzaming en
zowel afname als teruglevering. Mogelijk kan het inzetten van de
uitbreiding van bedrijven(terreinen), die doorgaans op middenspanning
vluchtstrookcapaciteit hier ruimte bieden voor teruglevering.2 Gezien de
worden aangesloten, zorgt dat ook hier uitbreidingen nodig zijn, zoals
nabijheid van OS Wolvega, is een koppelinvestering logisch, waarbij zowel beoogd in NuLelie. Door de vertraging is slim omgaan met de huidige
handelingsperspectieven.
Onderstation Oosterwolde
Teruglevering [MW]
240
160
Jaarpiek
Scenario - hoog
Scenario - laag
2050
2040
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
2026
2025
2024
2023
2050
2040
2035
2034
2033
2032
2031
2030
2029
2028
2027
0
2026
80
2025
1 Bijlage C geeft een overzicht van specifieke sectorale
infrastructuur nog belangrijker geworden. 1
Afname [MW]
320
2024
Toelichting op figuur De impact van de vermogensvraaggroei op onderstations op pagina 26 en 27, is op basis van verbruiksprofielen door Liander gesimuleerd voor ieder kwartier tot aan 2050. Per jaar is hierin een kwartier waarin de impact op de infrastructuur het grootst is. Deze momenten, met bijbehorende transportvermogensvraag, zijn hiernaast weergegeven in een zogenaamde belastingprognose. Deze belastingprognoses zijn niet één-op-één te relateren aan het wel of niet afkondigen van congestie, maar zijn wel een middel om het formaat van een uitbreiding te schatten.
2023
Openbaar
OS Wolvega als OS Oosterwolde worden ontzien van verdere belasting.
Capaciteit
2 De vluchtstrookcapaciteit (N) kan worden ingezet voor grote zonneparken bij teruglevering. Inzet van de vluchtstrook kan pas nadat terugleveringscongestie op hoogspanning is opgelost.
Voor meer informatie: https://www.liander.nl/over-liander/transportschaarste/innovaties/reservecapaciteitinzetten.
29
4. ONTWIKKELINGEN EN IMPACT - GASNET
Knelpunten op het gasnet zullen ontstaan als groengasinitiatieven wél in groten getale doorgang vinden Aanbod groen gas stijgt, vraag gas neemt af Voor de verduurzaming van onder andere moeilijk te isoleren woningen is groen gas een belangrijke verduurzamingsmethode. Dit wordt ook onderschreven door het nationale doel van 2 bcm (miljard m3) productie in 2030, vastgelegd in het Klimaatakkoord. Mede hierom is de bijmengverplichting aangekondigd,1 die energieleveranciers verplicht om hun gas (administratief) te verduurzamen door Garantie van Oorsprongcertificaten (GvO’s) te kopen. Mede hierdoor neemt het aantal groengas-invoeders toe in de regio,1 terwijl tegelijkertijd de gasvraag als gevolg van verduurzaming achteruit gaat.
Vraag en aanbod gebeuren niet gelijktijdig
Groengasinitiatieven in Oost- en Weststellingwerf
Deze invoeders zijn veelal veehouders, die volcontinu groen gas produceren, terwijl de vraag juist seizoensafhankelijk is. Om ook in de 1,5 mln m3 invoeding (= 188 m3/h)
zomer groen gas in te kunnen voeden, is de
capaciteit beperkt tot enkele honderden m3/uur, ondanks dat de jaarlijkse vraag groter is.2
Onzekerheden zorgen voor beperkte investeringen Netbeheerders investeren in het gasnet als duidelijk wordt waar en hoeveel groengas-invoeding er gaat plaatsvinden. Deze zekerheid ontbreekt nog bij veel initiatieven. Daarom zullen er bij een offerte-
aanvraag (dit biedt de nodige zekerheid) tijdelijke knelpunten ontstaan waar de netbeheerder op zal investeren. Doorlooptijden van Openbaar
investeringen zijn minder lang dan investeringen in het elektriciteitsnet en zijn in enkele jaren (2 á 3) te realiseren.
Voorlopig aanvragen in Weststellingwerf goed voor ~ 4,2 mln m3 groen gas (= 525 m3/h)
10 mln m3 invoeding (= 1.250 m3/h)
4 mln m3 invoeding (= 500 m3/h)
In procedure Vergund Offerte aangevraagd Mogelijke clusters met n.t.b. invoedpunt
Investeringen beogen ofwel de afname te vergroten ofwel het net te verzwaren als invoeders op ongunstige locaties gesitueerd zijn (lage druk).
1 Bijlage A.2 geeft een nadere toelichting ode bijmengverplichting en het groen gas aanbod. 2 Bijlage B.1 geeft een nadere toelichting op de (bepaling van de) groengas-invoedcapaciteit.
30
5. Handelingsperspectief
Openbaar
5. HANDELINGSPERSPECTIEF – CREËREN VAN CAPACITEIT
De netbeheerders, gemeenten en sectoren kunnen handelen om capaciteitsproblemen te beperken (1/2) Handelen op twee sporen om transitie en groei te waarborgen De energietransitie en de economische groei vragen steeds meer van de infrastructuur, en met name de elektriciteitsinfrastructuur. Hierdoor ontstaan er op alle netvlakken en stations steeds vaker capaciteitsproblemen, zoals netcongestie. Mitigatie van deze problemen vraagt handelen op twee sporen:
1
Snel creëren van meer capaciteit en infrastructuur
2
Effectiever omgaan met de beschikbare capaciteit
Openbaar
Gemeente kan…
• in nauwe samenwerking met netbeheerders, ruimte aanwijzen en reserveren voor energie-infrastructuur. Er is ruimte nodig in de wijk, waar minimaal een verdubbeling van het aantal MSR’s nodig is. Daarnaast kan ze dat ook voor verzwaring van het middenspanningsnet, en op de langere termijn voor grootschalige projecten zoals uitbreidingen aan onderstations of boosters van het gasnet. • vergunningstrajecten en andere procedures versnellen en optimaliseren voor de realisatie van additionele energie-infrastructuur. • plannen concretiseren en zekerheid bieden aan de netbeheerder, zodat plannen in volledigheid mee kunnen worden genomen in investeringsbeslissingen. Denk hierbij aan plannen voor warmtenetten, woningbouw en bedrijventerreinen.
Netbeheerder kan…
Handelingen liggen bij de netbeheerder, de gemeente en de sectoren. Snel creëren van meer capaciteit en infrastructuur 1
• interne processen blijven optimaliseren waardoor uitvoering versneld kan plaatsvinden. Een voorbeeld hiervan is de laagspanningproductiestraat, waarbij Liander niet meer acteert op incidenten, maar kijkt welke wijken er als eerst grootschalig moeten worden aangepast. • nauw in contact blijven met lokale stakeholders en ook daar aansturen op concretiseren. Dit geldt voor grootverbruikers, voor producenten van groen gas of duurzame elektriciteit, maar ook voor gemeenten die woningbouwplannen en bedrijventerreinprogrammeringen herzien. • voorbereiden en samenwerking voorzetten zodat toekomstige knelpunten (bijvoorbeeld op het gasnet) adequaat en snel kunnen worden verholpen. • alert blijven op het mogelijk vrijkomen van private gasleidingen (NAM/Vermilion) om die in te zetten als groengas-verzamelleiding.
32
5. HANDELINGSPERSPECTIEF – EFFECTIEVER OMGAAN MET CAPACITEIT
De netbeheerders, gemeenten en sectoren kunnen handelen om capaciteitsproblemen te beperken (2/2) Maatregelen om effectiever met capaciteit om te gaan zijn er in twee smaken Om de beschikbare capaciteit effectief in te zetten kan de gemeente beleidsinstrumentarium inzetten om te sturen op effectiever omgaan met het elektriciteitsnet. Hierin kan ze (bijvoorbeeld op groengas-invoeding) een specifieke rol pakken.1 Hierbij is het doel om elektriciteitstransport te minimaliseren. Ruwweg zijn hier twee routes voor. Voor beide routes zijn in bijna alle sectoren maatregelen te nemen, in Bijlage C staat een uitgebreide lijst per sector, inclusief ‘knoppen om aan te draaien’. Onderstaande maatregelen zijn meegenomen in een quickscan om verschillende invullingen van een mogelijk energieneutraal energiesysteem te identificeren (zie volgende pagina’s). Effectiever omgaan met de beschikbare capaciteit
Verminderen van piek elektriciteitsverbruik
Vraag en aanbod bij elkaar brengen, in tijd en locatie
• Inzetten op hybride warmtepompen bijvoorbeeld op groen gas • Inzetten op energie-efficiënte oplossingen, zoals collectieve warmtepompen
• Aftoppen van zonne-opwek • Naast inzetten op zonne-energie ook inzetten op windenergie • Netbewust laden van elektrische voertuigen • Inzetten van batterijen
1 In Bijlage C wordt een overzicht van mogelijke rollen vanuit de gemeente opgesomd.
Voorbeelden
Voorbeelden
Openbaar
2
33
5. HANDELINGSPERSPECTIEF – QUICKSCAN
Een quickscan van vier invullingen van een netto energieneutraal energiesysteem Een quickscan voor inzicht in effecten van keuzes en maatregelen op het elektriciteitsnet De mate waarin er wordt gekozen voor verduurzaming via elektriciteit of
Maximaal elektrificeren van de vraag
Maximale netimpact • Alleen zon-opwek
ook via duurzame warmte of groen gas, hebben grote invloed op het elektriciteitsnet. Daarnaast verschillen technieken (zon/wind) en maatregelen (slim laden/aftoppen zon) in impact op de infrastructuur.
Netbewuste invulling • Zon en wind in vermogensverhouding (1:1) • Zon wordt afgetopt op 50% • Slim-laden van mobiliteit
Deze quickscan geeft inzicht in welke mate (een combinatie van) deze keuzes en maatregelen impact hebben. Vier invullingen voor verschillen in mate van net-impact in energievraag en -aanbod Op basis van de huidige situatie (aantal woningen, auto’s, bedrijven, etc.) zijn er twee systeeminvullingen van de
energievraag gemaakt:
Huidige energievraag1
• Volledig op basis van elektriciteit. • Maximale inzet op groen gas en warmte en de rest op basis van elektriciteit. Per vraaginvulling zijn er twee invullingen van het aanbod gemaakt. Hierbij
was energieneutraliteit per energiedrager het uitgangspunt, en differentiëren ze van elkaar in de mate waarin er netverlichtende maatregelen (slim laden, combinatie wind-zon, aftoppen zon) zijn toegepast. De verdeling van de energiedragers over de verschillende sectoren is te vinden in Bijlage D. De vier
Maximaal gebruik van warmte en groen gas
invullingen zijn hiernaast schematisch weergegeven. Openbaar
1 Betreft data uit 2019. Dit is het meest recente jaar waarvan data compleet en representatief (zonder corona effecten) is.
Verminderd elektriciteitsverbruik • Maximale inzet van groen gas en warmte • Alleen zon-opwek
Minimale netimpact • Maximale inzet van groen gas en warmte • Zon en wind in vermogensverhouding (1:1) • Zon wordt afgetopt op 50% • Slim-laden van mobiliteit
34
5. HANDELINGSPERSPECTIEF – QUICKSCAN
Een quickscan van vier invullingen van een netto energieneutraal energiesysteem Batterij om vraag- en aanbodpiek te reduceren Op basis van de jaarprofielen passend bij de vier systemen, is er een batterijmodel ingezet om de omvang (MWh) en het vermogen (MW) van een batterij in te schatten die nodig is om de belasting op het elektriciteitsnet te beperken. Hierbij wordt er gekeken naar de grootste overschrijding (boven de limiet van het net). Dit is hiernaast schematisch weergegeven.1 Vervolgens zijn hierbij de kosten van de batterij berekend. Kosten voor netaansluiting, grondaankoop, software, operatie, etc. zijn niet meegenomen. Netbeheerders rekenen vooralsnog niet op batterijen om
capaciteitsproblemen aan te pakken. Het risico voor het net bij incorrecte inzet of falen van de batterij is zeer groot. Dit betreft dus een zeer grove schatting en een theoretische exercitie, maar kan wel inzicht geven in ordegroottes en mogelijke oplossingen in de verdere toekomst. Resultaten van deze quickscan zijn op de volgende pagina’s weergegeven.
Openbaar
1 Bijlage D.3 geeft verdere toelichting op aannames, uitgangspunten en de werking van het batterijmodel.
35
5. HANDELINGSPERSPECTIEF – QUICKSCAN - OOSTSTELLINGWERF
Maatregelen kunnen de netimpact van teruglevering op onderstationniveau in Ooststellingwerf zeer sterk terugbrengen (1/2) Invullingen van een (netto) energieneutraal1 energiesysteem2 hebben sterk uiteenlopende impact op de energie-infrastructuur2 • Elektrificatie van de vraag zorgt voor een energetische efficiëntieslag door efficiëntere apparatuur, met name warmtepompen en elektrisch vervoer. • Het toepassen van maatregelen om effectiever om te gaan met de infrastructuur vermindert de impact significant, met name voor teruglevering. Bij een all-electric, maar netbewuste systeeminvulling, kan de impact van teruglevering gereduceerd worden tot 129 MW (bijna een halvering ten opzichte van de systeeminvulling die uitgaat van maximale netimpact). Slim-laden zorgt ervoor dat de jaarpiek voor afname gereduceerd kan worden tot 73 MW bij een netbewuste systeeminvulling. • Als er gekozen wordt om een batterij4 in te zetten om binnen de (stations)capaciteit te blijven, brengt dit kosten met zich mee. Ooststellingwerf Maximaal elektrificeren Netbewuste invulling Maximale netimpact van de vraag Vraag per energiedrager [PJ]
Openbaar
0,2
0
249
250
200 Batterij noodzakelijk voor:3
150 100
Afname en teruglevering Indicatief formaat batterij: 75 MW, 600 MWh Indicatieve kosten batterij: € 200 miljoen
99
50 0
Industrie
Afname Teruglevering Logistiek vervoer
Elektrisch personenvervoer
Warmte
Belasting (MW)
0,4
Elektriciteit
Belasting (MW)
1 0,6
300
250
1,2
0,8
300
200 150 100
Batterij noodzakelijk voor:1 Geen van beide Indicatief formaat batterij: 0 MWh, 0 MW Indicatieve kosten batterij: €0
129 73
50 0
Warmte Utiliteit
Afname Teruglevering Wind
Zon
Baseload
Limiet levering/ teruglevering
1 Alle systeeminvullingen zijn netto energieneutraal per energiedrager: er wordt op jaarbasis evenveel geproduceerd als gebruikt. 2 In Bijlage D.1 zijn uitgangspunten, aannames, de invullingen en de methodiek tot het komen van deze energiesystemen opgenomen. 3 In Bijlage D.2 is een verdere toelichting op het batterijmodel gegeven. 4 Netbeheerders rekenen vooralsnog niet op batterijen om capaciteitsproblemen aan te pakken. Het risico voor het net bij incorrecte inzet of falen van de batterij is zeer groot.
36
5. HANDELINGSPERSPECTIEF – QUICKSCAN - OOSTSTELLINGWERF
Maatregelen kunnen de netimpact van teruglevering op onderstationniveau in Ooststellingwerf zeer sterk terugbrengen (2/2) Invullingen van een (netto) energieneutraal1 energiesysteem2 hebben sterk uiteenlopende impact op de energie infrastructuur • Elektrificatie van de vraag zorgt voor een energetische efficiëntieslag door efficiëntere apparatuur, met name warmtepompen en elektrisch vervoer. • Het toepassen van maatregelen om effectiever om te gaan met de infrastructuur vermindert de impact significant, met name voor teruglevering. Bij een systeeminvulling met minimale netimpact kan de impact van teruglevering gereduceerd worden tot 108 MW. Slim-laden zorgt ervoor dat de jaarpiek voor afname gereduceerd kan worden tot 60 MW. • Als er gekozen wordt om een batterij4 in te zetten om binnen de (stations)capaciteit te blijven, brengt dit kosten met zich mee. Ooststellingwerf
Maximaal gebruik van warmte en groen gas
Verminderd elektriciteitsverbruik
Warmte
1,5
1
Elektriciteit
Openbaar
0,5
0
Groen gas
300
300
250
250 198
200
Batterij noodzakelijk voor:1 Teruglevering Indicatief formaat batterij: 30 MW, 150 MWh Indicatieve kosten batterij: € 55 miljoen
150 100
86
50 0
Industrie
Afname Teruglevering Logistiek vervoer
Elektrisch personenvervoer
Warmte
Belasting (MW)
2
Belasting (MW)
Vraag per energiedrager [PJ]
Minimale netimpact
200 150 100
Batterij noodzakelijk voor:1 Geen van beide Indicatief formaat batterij: 0 MWh, 0 MW Indicatieve kosten batterij: €0
108 60
50 0
Warmte Utiliteit
Afname Teruglevering Wind
Zon
Baseload
Limiet levering/ teruglevering
1 Alle systeeminvullingen zijn netto energieneutraal per energiedrager: er wordt op jaarbasis evenveel geproduceerd als gebruikt. 2 In Bijlage D.1 zijn uitgangspunten, aannames, de invullingen en de methodiek tot het komen van deze energiesystemen opgenomen.
3 In Bijlage D.2 is een verdere toelichting op het batterijmodel gegeven. 4 Netbeheerders rekenen vooralsnog niet op batterijen om capaciteitsproblemen aan te pakken. Het risico voor het net bij incorrecte inzet of falen van de batterij is zeer groot.
37
5. HANDELINGSPERSPECTIEF – QUICKSCAN - WESTSTELLINGWERF
Maatregelen kunnen de netimpact van teruglevering op onderstationniveau in Weststellingwerf zeer sterk terugbrengen (1/2) Invullingen van een (netto) energieneutraal1 energiesysteem2 hebben sterk uiteenlopende impact op de energie-infrastructuur • Elektrificatie van de vraag zorgt voor een energetische efficiëntieslag door efficiëntere apparatuur, met name warmtepompen en elektrisch vervoer. • Het toepassen van maatregelen om effectiever om te gaan met de infrastructuur vermindert de impact zeer significant, met name voor teruglevering. Bij een all-electric, maar netbewuste systeeminvulling, kan de impact van teruglevering gereduceerd worden tot 89 MW (een ruime halvering ten opzichte van de systeeminvulling die uitgaat van maximale netimpact). Slim-laden zorgt ervoor dat de jaarpiek voor afname gereduceerd kan worden tot 60 MW bij een netbewuste systeeminvulling. • Als er gekozen wordt om een batterij4 in te zetten om binnen de (stations)capaciteit te blijven, brengt dit kosten met zich mee. Weststellingwerf Maximaal elektrificeren Maximale netimpact Netbewuste invulling van de vraag
Openbaar
250
200 150 100
Batterij noodzakelijk voor:3 Afname en teruglevering Indicatief formaat batterij: 130 MW, 1.400 MWh Indicatieve kosten batterij: € 450 miljoen
76
50 0
Industrie
Afname Teruglevering Logistiek vervoer
Elektrisch personenvervoer
Warmte
Belasting (MW)
Elektriciteit
212
Belasting (MW)
1,4 1,2 1 0,8 0,6 0,4 0,2 0
300
250
Vraag per energiedrager [PJ]
200 Batterij noodzakelijk voor:3 Afname en teruglevering Indicatief formaat batterij: 10 MW, 40 MWh Indicatieve kosten batterij: € 15 miljoen
150 100
89 60
50 0
Warmte Utiliteit
Afname Teruglevering Wind
Zon
Baseload
Limiet levering/ teruglevering
1 Alle systeeminvullingen zijn netto energieneutraal per energiedrager: er wordt op jaarbasis evenveel geproduceerd als gebruikt.
2 In Bijlage D.1 zijn uitgangspunten, aannames, de invullingen en de methodiek tot het komen van deze energiesystemen opgenomen. 3 In Bijlage D.2 is een verdere toelichting op het batterijmodel gegeven. 4 Netbeheerders rekenen vooralsnog niet op batterijen om capaciteitsproblemen aan te pakken. Het risico voor het net bij incorrecte inzet of falen van de batterij is zeer groot.
38
5. HANDELINGSPERSPECTIEF – QUICKSCAN - WESTSTELLINGWERF
Maatregelen kunnen de netimpact van teruglevering op onderstationniveau in Weststellingwerf zeer sterk terugbrengen (2/2) Invullingen van een (netto) energieneutraal1 energiesysteem2 hebben sterk uiteenlopende impact op de energie infrastructuur • Elektrificatie van de vraag zorgt voor een energetische efficiëntieslag door efficiëntere apparatuur, met name warmtepompen en elektrisch vervoer. • Het toepassen van maatregelen om effectiever om te gaan met de infrastructuur vermindert de impact zeer significant, met name voor teruglevering. Bij een systeeminvulling met minimale netimpact kan de impact van teruglevering gereduceerd worden tot 71 MW. Slim-laden zorgt ervoor dat de jaarpiek voor afname gereduceerd kan worden tot 40 MW. • Als er gekozen wordt om een batterij4 in te zetten om binnen de (stations)capaciteit te blijven, brengt dit kosten met zich mee. Weststellingwerf
Maximaal gebruik van warmte en groen gas
Warmte
1,5 1
Elektriciteit
Openbaar
0,5 0
Groen gas
300
200
250
173
150
Batterij noodzakelijk voor:3 Afname en teruglevering Indicatief formaat batterij: 100 MW, 900 MWh Indicatieve kosten batterij: € 300 miljoen
100 61 50
0
Industrie
Afname Teruglevering Logistiek vervoer
Elektrisch personenvervoer
Warmte
Belasting (MW)
2
Minimale netimpact
250
Belasting (MW)
Vraag per energiedrager [PJ]
Verminderd elektriciteitsverbruik