Bijlage 1. Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Klimaatadaptatie: klimaatbestendig Ooststellingwerf • We nemen maatregelen op geprioriteerde wateroverlastlocaties. • We leggen klimaatbestendig ontwerp vast in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte. • We voeren de subsidieregeling groene schoolpleinen uit. • We voeren de subsidieregeling groen en blauwe maatregelen uit, waarmee we inwoners stimuleren om zelf maatregelen te nemen op het gebied van bijvoorbeeld waterbesparing, wateropslag en groene daken. Biodiversiteit • Duurzaam groenbeheer als standaard: Met een nulmeting stellen we de huidige biodiversiteit in ons openbaar groen vast. • Verstening alleen daar waar het noodzakelijk is: We meten het percentage versteend oppervlak in de openbare ruimte. • We werken aan een groene leefomgeving die naast biodiversiteit ook gezondheid bevordert: In 2026 stellen we een uitvoeringsplan biodiversiteit op in samenwerking met o.a. ELAN, inwoners, boeren, natuur- en milieuorganisaties.
Riolering & Water • We geven doelmatig, efficiënt en rechtmatig invulling aan de afvalwater-, hemelwater- en grondwaterzorgplicht. De wijze waarop we dat doen is omschreven in het Water- en rioleringsprogramma 2025-2029 (Wrp). Duurzaam landelijk gebied: het landelijk gebied van Ooststellingwerf heeft een positieve impact op het klimaat
44
•
Samen met het programma Landelijk gebied werken we in 2026 aan de opwek van duurzame energie op boerenerven en het vastleggen van CO2.
Sociale duurzaamheid: Een duurzame en gezonde samenleving is voor iedereen toegankelijk: • In 2026 maken we samen met partners zoals Kunst&Coo, Scala, woningcorporaties, inwoners en ELAN een uitvoeringsplan. Daarin werken we uit hoe we dit samen mogelijk kunnen maken. Biodiversiteit: de biodiversiteit in Ooststellingwerf is vergroot: • Duurzaam groenbeheer wordt de standaard. We starten met een nulmeting om te bepalen hoe het nu staat met de biodiversiteit in ons openbaar groen. • We kiezen alleen voor verstening als het echt nodig is. We meten daarom hoeveel procent van de openbare ruimte is verhard. • We werken aan een groene leefomgeving die goed is voor dieren, planten én de gezondheid van mensen. In 2026 maken we samen met onder andere ELAN, inwoners, boeren en natuur- en milieuorganisaties een uitvoeringsplan voor biodiversiteit. Wat merkt de inwoner ervan Inwoners krijgen laagdrempelig (financiele) hulp bij energiebesparing. Steeds meer inwoners isoleren hun woning en installeren warmtepompen, ze inspireren elkaar. Inwoners weten wat ze kunnen doen en dat ze de energieverkenners en -coaches om hulp kunnen vragen. Minder mensen hebben last van energie-armoede. Geleidelijk maken we de omslag naar aardgasvrij. Het warmteprogramma geeft duidelijkheid over welke mogelijkheden er per wijk zijn.
Netcongestie zal de komende tijd nog problemen geven; wel zien we steeds meer nieuwe oplossingen, zoals de koppeling met warmte en opslag. Op termijn is er lokaal voldoende duurzame energie beschikbaar, waarvan een belangrijk deel in lokaal eigendom is. De kosten voor energie beperken we daarmee zoveel mogelijk. De inwoners kunnen overlast door hevige neerslag of hitte ervaren. Grote schade voorkomen we zoveel mogelijk. In de openbare ruimte (parken, bermen, groenstroken) ziet de inwoner steeds meer gevarieerde planten, die bijen en vlinders trekken. De inwoners worden betrokken bij biodiversiteit in hun eigen leefomgeving. Het wordt steeds normaler om spullen tweedehands te kopen en spullen te repareren. Inwoners kunnen hiervoor steeds meer in het eigen dorp terecht. Kinderen krijgen structureel les in duurzaamheid met het leuke lesprogramma "Wortels en Vleugels". Familie en buren worden betrokken bij huiswerk of presentaties. Steeds meer kinderen kunnen spelen op groene schoolpleinen. Riolering • De gebruikers merken dat de kwaliteit en veiligheid behouden blijft of vergroot wordt door het uitvoeren van klein- en grootschalig onderhoud aan de riolering. Afval en grondstoffen • Van Afval Naar Grondstof: de provinciale communicatiecampagne Samen Halen We Alles Eruit en gemeentelijk communicatie moeten samen leiden tot minder afval en verbeterde afvalscheiding.
• Schone straten. • Afval scheiden: de milieustraat aan de Nanningaweg richten we optimaal in voor het scheiden van nog meer afvalstromen. • Zwerfafval: inwoners roepen we regelmatig op mee te doen aan opruimacties. Inmiddels zijn er in alle dorpen vrijwilligers die regelmatig zwerfafval opruimen. Met basisscholen houden we jaarlijks de Himmelwike en met het voorgezet onderwijs doen we op maat gemaakte zwerfafvalprojecten. Wat mag het kosten • Jaarlijks is een bedrag van € 170.000 opgenomen voor de uitvoering van het programma duurzaamheid. • In oktober 2023 heeft u ingestemd met de circulaire uitvoeringsstrategie 2023-2030. De lasten van deze strategie worden gedekt uit het resterende budget vanuit het Programma BBE 2016–2020. 45
• •
• • •
Voor de periode 2023 t/m 2026 is € 250.000 per jaar extra uitvoeringsbudget beschikbaar voor het verder verbreden en versnellen van onze aanpak duurzaamheid. Voor de periode 2023 t/m 2025 hebben wij klimaatmiddelen van het Rijk ontvangen (CDOKE), ca. € 525.000 per jaar. De CDOKE is een regeling ter vergroting van de capaciteit van decentrale overheden (o.a. loonkosten eigen personeel en inhuur) voor klimaat- en energiebeleid. Met deze klimaatmiddelen hebben wij een aantal projectleiders duurzaamheid aangenomen. De verwachting is dat deze middelen ook voor de periode 2026-2030 beschikbaar komen. Voor de periode 2023 t/m 2028 hebben wij een drietal specifieke uitkeringen van in totaal circa € 5,6 miljoen van het Rijk ontvangen voor de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen. Momenteel is hiervan nog circa € 5,1 miljoen beschikbaar. Voor het uitvoeren van de transitievisie Warmte is een budget beschikbaar van momenteel circa € 265.000. Het restende budget wordt jaarlijks via de algemene reserve overgeheveld naar het volgende jaar. Waarschijnlijk komen er de komende jaren meer rijksmiddelen vrij voor de aanpak en projecten ten aanzien van duurzaamheid, isolatie van woningen, etc. Deze mogelijkheden gaan wij zo veel mogelijk benutten en wij houden de raad van deze ontwikkelingen op de hoogte via de reguliere P&C cyclus.
Riolering • De bekostiging van de gemeentelijke watertaken is vastgelegd in het kostendekkingsplan in het Wrp 2025-2029. Afval en grondstoffen • De kosten van afvalinzameling verrekenen we met onze inwoners via de afvalstoffenheffing. • Vanaf 2023 ontvangen gemeenten geen vergoeding meer voor de aanpak van zwerfafval. De kosten van aanpak zwerfafval, zoals de zwerfafvalprojecten met het onderwijs en het faciliteren van vrijwilligers komen daardoor geheel ten laste van de begroting afvalinzameling. Beleidskaders • Milieubeleidsplan Ooststellingwerf 2010-2016 (mei 2010) • Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 • Infographic Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 • Beleid zonnepaneelvelden gemeente Ooststellingwerf (vastgesteld in 2021) • Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf (vastgesteld maart 2022) • Nota van uitgangspunten Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 • Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 • Biodiversiteitsplan • Water en rioleringsprogramma (Wrp) 2025-2029 • Programma Duurzaamheid 2021-2025 • Beleids- en uitvoeringsplan zwerfafval 2014-2022 • Wet milieubeheer • Landelijk Afval Plan (LAP) • Afvalstoffenverordening Ooststellingwerf • Circulaire uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf 2023-2030 (vastgesteld maart 2023) • Uitvoeringsplan klimaatadaptatie (in ontwikkeling) • Uitvoeringsplan energietransitie (in
ontwikkeling)
Begroting Programma 7 Begroting Programma 7 • Thema Gezondheid bestaat uit de volgende taakvelden: 7.1 • Thema Duurzaamheid, riolering en afval bestaat uit de volgende taakvelden: 7.2, 7.3, 7.4
46
x € 1.000 7- Volksgezondheid en milieu
Rekening
Begroting
Begroting
MJB
MJB
MJB
2024
2025
2026
2027
2028
2029
7-1.26 Volksgezondheid
-1.773
-2.547
-2.502
-1.795
-1.795
-1.795
7-2.26 Riolering
-2.154
-2.074
-2.142
-2.142
-2.148
-2.147
7-3.26 Afval
-2.975
-3.035
-3.284
-3.284
-3.283
-3.283
7-4.26 Milieubeheer
-1.914
-3.512
-1.862
-1.674
-1.674
-1.672
Totaal Lasten
-8.815
-11.168
-9.790
-8.895
-8.900
-8.897
273
214
142
-
-
-
7-2.26 Riolering
3.001
3.067
3.191
3.191
3.197
3.197
7-3.26 Afval
3.659
3.676
3.943
3.942
3.942
3.942
367
1.492
527
527
527
527
Totaal Baten
7.300
8.449
7.803
7.661
7.666
7.666
Resultaat voor bestemming
-1.515
-2.720
-1.987
-1.234
-1.234
-1.232
Toevoegingen
-1.367
-
-
-
-
-
Onttrekkingen
1.122
642
622
119
119
116
Mutatie reserves
-245
642
622
119
119
116
-1.760
-2.078
-1.365
-1.115
-1.115
-1.116
Resultaat voor bestemming Lasten
Baten 7-1.26 Volksgezondheid
7-4.26 Milieubeheer
Mutatie reserves
Resultaat na bestemming
47
Programma 8 | Bouwen, wonen en gronden Thema 8.1 Bouwen, wonen en grondexploitatie Wat willen we bereiken De ambitie op het gebied van wonen is om te zorgen voor voldoende goede, toegankelijke, duurzame en betaalbare woningen. We willen daarbij goed aansluiten op de wensen van verschillende doelgroepen en dorpen, met aandacht voor een leefbare omgeving. Deze ambitie pakken we in samenhang op in het programma Wonen. Toevoegen woningen We hebben de afspraak met de provincie (woondeal) om voor 2030 minimaal 820 nieuwe woningen toe te voegen. Dit doen we door nieuwbouw en door panden die nu een andere functie hebben om te bouwen tot wooneenheden. Hierbij moeten vraag en aanbod goed aansluiten. Er is vooral behoefte aan (kleinere) woningen voor starters en voor ouderen, zodat zij door kunnen stromen van een groter huis naar een kleiner huis dat levensloopbestendig is. Ook betaalbaarheid is belangrijk. Slim benutten bestaande woningvoorraad We maken beter gebruik van de bestaande woningvoorraad (ongeveer 11.000 woningen) en zorgen dat deze beter aansluit bij de veranderende vraag. Zorg en aandachtsgroepen Inwoners kunnen langer zelfstandig (thuis) leven en we willen de verschillende aandachtsgroepen (met een zorgvraag of die moeilijk een woning kunnen vinden) een passende woning kunnen bieden, met de zorg en begeleiding die hierbij nodig is. Opvang asiel en vluchtelingen.
We voldoen aan onze taakstellingen als het gaat om de opvang van asielzoekers en vluchtelingen uit Oekraïne. Volkshuisvestingsprogramma We stellen een volkshuisvestingsprogramma op onder de Omgevingsvisie, omdat dit per 1 januari 2026 verplicht is. In dit programma vertalen we de doelen uit de woonzorgvisie (2022) en de visie op wonen, welzijn en zorg (2025) naar een uitvoeringsprogramma met concrete acties. We organiseren alle informatie en communicatie rondom wonen klantgericht. Toename omgevingskwaliteit We willen plannen ontwikkelen die de omgevingskwaliteit versterken en initiatiefnemers verleiden om ook kwalitatieve plannen te ontwikkelen. Behoud van monumenten We willen onze monumenten in goede staat bewaren en een belangrijk onderdeel laten zijn van de omgeving. Kerken Kerkgebouwen zijn bijzondere elementen met een bijzondere emotionele betekenis voor veel inwoners. We willen onze kerkgebouwen zo goed mogelijk behouden, indien nodig door ze een nieuwe functie te geven. Wat gaan we ervoor doen Toevoegen woningen 1. We werken aan de voorbereiding en realisatie van in totaal 820 woningen tot 2030. De grootste aantallen worden gerealiseerd in Haulerwijk, Oosterwolde en Appelscha en in (bijna) alle andere dorpen komen er ook woningen bij. Momenteel wordt er gewerkt aan ongeveer 35 locaties.
o Uitgangspunt is minimaal 2/3e betaalbaar (waarvan 30% sociale huur, bij voorkeur door woningcorporaties, en de rest betaalbare koop en middeldure huur). o We gaan voor een mix van segmenten (prijsklassen, inkomensgroepen) en typologieën (soort woningen qua vorm, grootte en indeling). o We realiseren zo nodig ook tijdelijke woningen, als het woonbehoefte-onderzoek (2025) uitwijst dat hier behoefte aan is. 48
o
2.
3.
4.
5.
6. 7.
Daar waar mogelijk en gewenst maken we innovatieve woonconcepten mogelijk (denk aan Knarrenhof en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap). We kijken vooruit naar de periode na 2030 en doen voorstellen voor aankoop van grond en woningbouwprojecten van particuliere initiatiefnemers op locaties die geschikt zijn om woningen te bouwen die passen bij de toekomstige behoefte. We reageren proactief op particuliere initiatieven en wegen onderbouwd af welke hiervan prioriteit krijgen en welke (nog) niet. Hiervoor gebruiken we een transparant afwegingskader. Nieuwe woningbouwplannen moeten passen bij de kwantitatieve (aantallen) en kwalitatieve (type woningen, doelgroep, prijs, huur/koop) woningbouwbehoefte per dorp. Zo stellen we bijvoorbeeld eisen aan het aantal woningen dat geschikt is voor ouderen (nultredenwoningen) en het aantal geclusterde woningen (ontmoetingsruimte en voorzieningen dichtbij). We bewaken de omgevingskwaliteit bij woningbouw door bij het plannen en beoordelen van nieuwe woningbouwplannen uit te gaan van goede ruimtelijke ordening, klimaatbestendig ontwerpen, groene openbare ruimte en een gezond leefklimaat. We maken jaarlijks prestatieafspraken met de woningcorporaties en de huurdersorganisaties over toename van sociale woningbouw, waarbij we de rijksnormering hanteren (30% van alle nieuwbouw moet sociale woningbouw zijn).
Daarnaast maken we afspraken over betaalbaarheid, wonen en zorg, duurzaamheid en leefbaarheid. We stemmen in de regio ambtelijk en bestuurlijk af over onze plannen. We sluiten aan en participeren bij de door de provincie en BZK gefaciliteerde versnellingstafels en kennistafels op het gebied van wonen.
Slim benutten bestaande woningvoorraad 1. Bij herstructurering van bestaande woonbuurten (denk aan Rikkingahof) realiseren we extra woonruimte en woningen die beter aansluiten bij de huidige en toekomstige behoefte (meer nultredenwoningen, meer kleinere en betaalbare woningen voor ouderen en starters). 2. We behandelen verzoeken tot woningsplitsing en bereiden hiervoor beleid voor. 3. We werken samen met woningcorporaties aan experiment(en) met woningdelen voor jongeren en/of statushouders. 4. We onderzoeken of en hoe we het mogelijk kunnen maken dat inwoners op hun eigen terrein tijdelijk een extra woonruimte kunnen creëren voor anderen. Dit kan door nieuwbouw of door bestaande bijgebouwen te gebruiken. 5. In het programma duurzaamheid stimuleren we de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het klimaatadaptief maken van de woonomgeving. Zorg en aandachtsgroepen 1. We werken samen met zorgpartijen om ervoor te zorgen dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen. 2. We maken prestatieafspraken met de woningcorporaties over het realiseren van geclusterde woningen voor senioren (bijvoorbeeld Knarrenhoven) en woonvormen voor overige doelgroepen zonder zorg maar met zorg en voorzieningen nabij; via bestaande woningen of nieuwbouw.
Een geclusterde woning is een zelfstandig huis dat deel uitmaakt van een groep woningen die dicht bij elkaar staan, dicht bij een ontmoetingsruimte en voorzieningen als supermarkt en huisarts. Bewoners kunnen onderlinge steun bieden, de kans op eenzaamheid vermindert en de zorg aan huis kan er goed en efficiënt geboden worden. 3. Ook bij nieuwbouw van koopwoningen en middeldure huurwoningen stellen we de eis dat een bepaald percentage nultredengeschikt is en geclusterd (zie toevoegen woningen). 4. We maken prestatieafspraken met zorgaanbieders voor het realiseren van de extra vraag naar minimaal 50 extra plekken voor psychogeriatrische 24 uurs zorg (dementie) en minimaal 20 extra plekken voor somatische 24-uurs zorg (lichamelijke beperkingen) voor 2030. 5. We stimuleren 55-plussers om hun woning tijdig aan te passen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven als zij ouder worden. Dit doen we via verzilverleningen, blijversleningen, seniorenmakelaar, Mijn Huis op Maat et cetera. 6. We richten de openbare ruimte zoveel mogelijk zo in, dat zelfredzaamheid, participatie en ontmoeting worden gestimuleerd (=omgevingsplan).
49
7.
8.
We leveren een bijdrage aan de huisvesting van bijzondere aandachtsgroepen en statushouders in de sociale woningvoorraad. In de wet is gedefinieerd wat deze aandachtsgroepen zijn. Denk aan mensen met een zorgvraag of die moeilijk een woning kunnen vinden (spoedzoekers). Hoe we hiermee omgaan wordt geregeld in een urgentieverordening. Die maken we samen met de andere gemeenten in Friesland en de provincie. In 2025 is deze urgentieverordening voor inspraak in procedure gebracht. We geven invulling aan de taakstelling om per jaar een bepaald aantal statushouders te huisvesten. Het is nog niet duidelijk of statushouders in de wet ook worden aangewezen als urgente categorie. Dit is afhankelijk van rijksbeleid.
Opvang asiel en vluchtelingen 1. Door de doorstroomlocatie Rikkingahof, waarin 190 statushouders wonen, voldoen we aan onze taakstelling voor de opvang van asielzoekers. 2. We onderzoeken hoe we aan deze taakstelling kunnen blijven voldoen, als Rikkingahof op den duur wegvalt. 3. We bieden opvangplekken aan ontheemden die zijn gevlucht voor de oorlog in Oekraïne. 4. We onderzoeken hoe we ook in de toekomst opvangplekken kunnen blijven bieden, mocht de oorlog voortduren. 5. We stemmen de opvang af op de vraag en het aanbod in de regio en met samenwerkingspartners. Volkshuistingsprogramma We stellen een volkshuisvestingsprogramma op. Informatie en communicatie rondom wonen. 1. Informatie over wonen is makkelijk te vinden en sluit aan op informatiebehoefte van inwoners/anderen. 2. We reageren efficiënt en goed op informatieverzoeken en klachten van inwoners over wonen. Toename omgevingskwaliteit Onder regie van De Friese Aanpak wordt in Fryslân op dit moment verkend welke instrumenten ingezet kunnen worden om beter en concreter aan omgevingskwaliteit te kunnen werken. De provincie, gemeenten en Hûs en Hiem doen mee aan deze verkenning. De verkenning moet leiden tot instrumenten die helpen om de kwaliteit tastbaar te krijgen, in plaats van dat het alleen abstract blijft in een omgevingsvisie. Op sommige onderwerpen zijn al goede instrumenten (b.v.
werkwijze Nije Pleats, handreiking elektriciteitsstations). De bevindingen van de verkenners zijn besproken in de Algemene Bestuursvergadering van Hûs en Hiem en binnenkort ook met de stuurgroep De Friese Aanpak, waarin provincie en alle gemeenten vertegenwoordigd zijn. De volgende stap is om duidelijk te maken wat Fryslân nodig heeft, mede geïnspireerd door andere provincies. We verwachten dat dit proces in 2026 steviger gestalte zal krijgen. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is er behoefte aan nieuw beleid over omgevingskwaliteit (welstand) voor bouwinitiatieven. De wet vraagt om een meer integrale benadering met ruimte voor maatwerk. Ook de verouderde huidige welstandsnota geeft aanleiding om nieuw beleid te maken. In OWO-verband is via een pilot ervaring opgedaan met een nieuwe methode voor omgevingskwaliteit/welstand. Er is daarbij verschil gemaakt tussen de sneltoets-methode en de gespreksmethode. De sneltoets-methode houdt in dat de vergunningverleners aan de hand van de sneltoetscriteria de meest voorkomende initiatieven zelf kunnen beoordelen. Inmiddels zijn de sneltoetscriteria in onze gemeente al vastgesteld en wordt daar mee gewerkt.
De gespreks-methode houdt in dat een bouwplan wordt beoordeeld vanuit zijn specifieke context (gebiedsdoelen en ontwerpvragen) in een gesprek met de initiatiefnemer en de adviescommissie omgevingskwaliteit. De gespreks-methode wordt door de verkenners vanuit De Friese Aanpak bekeken als mogelijk interessant instrument voor Fryslân-brede inzet op versterken van de omgevingskwaliteit.
50
In OWO-verband gaan we de komende periode samenwerken om tot nieuw beleid omgevingskwaliteit te komen. Er ligt begin 2026 een gezamenlijk projectplan. Aan de hand daarvan wordt in 2026 gewerkt aan de drie nieuwe nota’s omgevingskwaliteit. We kiezen daarbij voor eenzelfde systematiek, waarbij de kaders per gebied kunnen verschillen. Eindresultaat is een eigen Nota Omgevingskwaliteit voor Ooststellingwerf (eind 2026/1e helft 2027). We maken voor het opstellen van de nota gebruik van een deskundig bureau. Behoud van monumenten We wijzen in 2026 geen grote aantallen nieuwe monumenten aan (incidenteel aanwijzen is altijd mogelijk). In 2023 hebben we aantal nieuwe gemeentelijke monumenten aangewezen, in aanvulling op de eerste aanwijzingsronde in 2008. Hiermee zijn er 96 gemeentelijke monumenten aangewezen. Naast deze gemeentelijke monumenten zijn er ook rijksmonumenten in onze gemeente. Alle monumenten zijn gebouwd voor de Tweede Wereldoorlog. Hoewel er landelijk aandacht is voor aanwijzing van monumenten uit de periodes na de Tweede Wereldoorlog (o.a. Post65), is er in onze gemeente uit die periode niet veel potentieel. Voorlopig willen we daarom onze aandacht nog niet vestigen op die periode en (nog) geen energie steken in een inventarisatie die tot mogelijke aanwijzingen kan leiden.
We steken onze energie nu liever in evaluatie van onze subsidieregeling voor monumenten, die € 25.000 per jaar aan subsidiemogelijkheden biedt voor eigenaren van gemeentelijke monumenten. Evaluatie zou kunnen leiden tot een voorstel tot aanpassing van deze subsidieregeling. Deze willen we aantrekkelijk genoeg houden voor monumenteneigenaren. Gebruik van de regeling betekent immers investeringen in de monumentale gebouwen. Jaarlijks blijft er aandacht voor activiteiten op de Open Monumentendag (tweede weekend september). We krijgen daarbij hulp van een groep enthousiaste vrijwilligers, de monumentenambassadeurs. Voor monumenteigenaren organiseren we samen met deze ambassadeurs jaarlijks een informatieve bijeenkomst. Kerken De kerkenvisie kan helpen om kerkgebouwen waar nodig een nieuwe functie te geven. Het biedt voor kerkeigenaren inzicht in welk ander gebruik er voor hun pand denkbaar is. Het verlaagt de drempel om hierover het gesprek met de gemeente aan te gaan. Deze richtinggevende visie moet op termijn vertaald worden in de omgevingsvisie. Wat merkt de inwoner ervan • Inwoners merken dat er meer huur- of koopwoningen beschikbaar komen die passen bij hun financiële situatie, gezinssamenstelling of zorgbehoefte.
• Zij zien bijvoorbeeld dat woningen - in diverse typen en prijsklassen - en kavels te koop staan en zien dat er nieuwe buurten komen waar ook sociale huurwoningen gebouwd worden. • 55-plussers zijn zich bewust van de eigen mogelijkheden om te anticiperen op hun toekomstige woonbehoefte, pakken daarop regie en benutten daarbij digitale hulpmiddelen. • Inwoners zien dat er gewerkt wordt aan nultredenwoningen en geclusterde woonvormen geschikt voor jong en oud nabij basisvoorzieningen (huisarts, supermarkt, ontmoetingsplek). Bijvoorbeeld Rikkingahof. • We voldoen aan de vraag naar 24-uurs zorg. • Er is voldoende en passende huisvesting voor aandachtsgroepen, met daarbij de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. • Inwoners horen dat de gemeente voldoet aan de taakstellingen die de gemeente heeft als het gaat om opvang van asielzoekers en ontheemden uit Oekraïne. En zij merken dat we dit zo goed mogelijk doen, met oog voor de belangen van omwonenden. • Inwoners kunnen makkelijk informatie vinden over wonen in Ooststellingwerf en ervaren dat we goed reageren als zij hier vragen over hebben. • Inwoners hoeven hun bouwplan in veel gevallen niet te bespreken met de adviescommissie omgevingskwaltiet (Hûs en Hiem), omdat veelvoorkomende bouwplannen ambtelijk getoetst worden aan de sneltoetscriteria (vanaf 2025).
• Eigenaren van een monument en mensen die een project over monumenten willen bekostigen, kunnen eenvoudig een subsidie aanvragen. • Er blijft aandacht voor de monumenten op de jaarlijkse Open Monumentendag in september. • Kerkeigenaren kunnen rekenen op actief meedenken van de gemeente als ze de wens hebben om een andere functie toe te kennen aan het kerkgebouw.
51
Wat mag het kosten De lasten worden deels gedekt uit bestaande budgetten. Bij het heroverwegingsproces 2022-2025 heeft u ingestemd met het beschikbaar stellen van € 1,5 miljoen uit de Algemene reserve voor de Taskforce Wonen. Hiervan is per eind 2024 nog een bedrag van ruim € 900.000 beschikbaar. U heeft in december 2020 bij het voorstel over monumentenzorg ingestemd met een jaarlijkse bijdrage van € 2.500 aan Stichting Fryske Mole uit de reserve monumenten. Daarnaast heeft u ingestemd met het dekken van een eventuele overschrijding van het beschikbare budget voor subsidie monumenten uit de reserve monumenten tot een maximaal bedrag van € 25.000 per jaar. In de kadernota is voor 2026 € 200.000 beschikbaar gesteld voor het uitwerken van het volkshuisvestingsprogramma. Na van kracht worden van de Wet regie op de volkshuisvesting wordt dit een verplicht programma in 2026. Het volkshuisvestingsprogramma is gebaseerd op het volkshuisvestingsbeleid /onderdeel wonen dat deel uitmaakt van de meer omvattende gemeentelijke Omgevingsvisie.
Beleidskaders • Woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022-2026 • Visie op wonen, welzijn en zorg 2025 • Structuurvisie 2010-2020-2030 Ooststellingwerf • Regiodeal Wonen Z-O Fryslan 2025 • Addendum Regiodeal Wonen 2025 (beoogde vaststelling juli 2025) • Wet versterking regie op Volkshuisvesting 2024 (beoogde vaststelling 2025) • Huisvestingswet 2014 (herzien in 2024) • Nota Grondbeleid 2022 • Nota Grondprijzen 2022-2026 • Kerkenvisie (januari 2021)
52
Begroting Programma 8 x € 1.000 8- Bouwen wonen en gronden
Rekening
Begroting
Begroting
MJB
MJB
MJB
2024
2025
2026
2027
2028
2029
-1.645
-2.529
-1.804
-1.785
-1.784
-1.749
-105
-1.810
59
59
59
59
8-3.26 Wonen en bouwen
-1.906
-6.122
-2.340
-2.129
-2.109
-2.025
Totaal Lasten
-3.657
-10.462
-4.086
-3.855
-3.834
-3.716
Resultaat voor bestemming Lasten 8-1.26 Ruimtelijke ordening 8-2.26 Grondexploitatie niet bedrijventerreinen
Baten 8-1.26 Ruimtelijke ordening
398
205
205
205
205
205
8-2.26 Grondexploitatie niet bedrijventerreinen
183
2.145
-
-
-
-
8-3.26 Wonen en bouwen
779
4.571
723
609
591
509
Totaal Baten
1.360
6.921
929
815
796
714
Resultaat voor bestemming
-2.297
-3.540
-3.158
-3.041
-3.038
-3.002
Toevoegingen
-3
-496
-
-
-
-
Onttrekkingen
295
1.231
442
231
231
196
Mutatie reserves
292
735
442
231
231
196
-2.005
-2.805
-2.716
-2.810
-2.807
-2.806
Mutatie reserves
Resultaat na bestemming
53
Paragrafen Paragraaf 1 | Lokale Heffingen De gemeente stuurt belastingaanslagen voor een aantal belastingen en heffingen. Dit zijn de onroerendezaakbelasting, rioolheffing, en afvalstoffenheffing voor alle belastingplichtigen binnen onze gemeente. Daarnaast zijn er nog specifieke belastingsoorten voor bepaalde doelgroepen zoals de toeristenbelasting, forensenbelasting, en de BIZ (bedrijveninvesteringszone). We heffen ook leges. De lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft uitleg over de diverse heffingen. Algemene beleidslijn Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen. Bijzonderheden en ontwikkelingen De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) Zoals elk jaar worden de nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor o.a. de heffing van de onroerendezaakbelasting en forensenbelasting. De waardepeildatum voor de WOZ-waarde ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel.
Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt. Vanaf 2022 worden de woningen getaxeerd op de gebruiksoppervlakte zoals al langer gebruikt door makelaars en notarissen. Met ingang van 2025 zijn nu ook alle bedrijven (niet-woningen) over op de gebruiksoppervlakte en voldoen we aan de Landelijke normen. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, het CBS, de inwoners etc. Door de overgang op de gebruiksoppervlakte bij woningen en niet-woningen zijn er ook geen problemen bij de verplichte levering aan de afnemers. Basisregistraties Als gemeente maken wij verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Na de realisatie van de gebruiksoppervlakten van woningen en nietwoningen volgt nu de afstemming met de oppervlakten in de BAG. De BAG/WOZ koppeling speelt hierbij een belangrijke rol als het gaat om de onderlinge afstemming. Deze afstemming tussen basisregistraties is het begin van de keten waarin de basisregistraties onderling worden verbonden. Doelstelling daarvan is om meer samenhang te creëren in de geo informatie infrastructuur.
Dit betreft een objectenregistratie met daarin basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid zoals o.a. gebouwen, wegen, water, spoorlijnen, bomen, terreindelen en gemeentegrenzen. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De legesverordening is per 2024 vernieuwd in verband met de invoering van de omgevingswet en Wkb. Naast aanpassing aan de nieuwe wetgeving is de legesverordening in OWO-verband ook zoveel mogelijk geharmoniseerd voor de hoofdstukken 2 (omgevingsvergunningen) en 3 (APV gerelateerde diensten). De diensten binnen deze hoofdstukken worden uitgevoerd door de OWO-afdeling VTH. Hoofdstuk 1 is uitsluitend tekstueel geharmoniseerd op basis van het VNG-model. Hiervoor is gekozen, omdat de dienstverlening voor hoofdstuk 1 niet plaatsvindt via OWO-VTH, maar via de separate gemeenten. Na een jaar met de nieuwe legesverordening gewerkt te hebben zijn de inzichten meegenomen voor de verordening voor 2026. U ontvangt eind 2025 een voorstel voor een beperkte herziening van de legesverordening voor 2026.
Belastingsoorten
54
Onroerendezaakbelasting (OZB) De hoogte van de OZB-aanslag wordt berekend met een percentage over de WOZ-waarde van een pand. Het percentage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijfspanden voornamelijk) betalen OZB. De opbrengst OZB is voor een gemeente vrij te besteden. Benchmark: vergelijking gemeentelijke woonlasten per provincie. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. Dit kunnen gemeenten gebruiken bij hun keuzes over de ontwikkeling van de lokale lasten. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting (= eenmalige korting die sommige gemeenten geven). De benchmark moet het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. Rioolheffing Eigenaren en gebruikers van woningen en niet-woningen (voornamelijk bedrijfspanden) die aangesloten zijn op het riool betalen rioolheffing.
Met de opbrengsten hiervan betalen we het beheer en onderhoud van de riolering, drainage, een aantal sloten binnen de bebouwde kom en andere zaken die nodig zijn voor de inzameling en het transport van afval-, grond- en regenwater. In het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) 2025-2029 is het kostendekkingsplan opgenomen. Daarin staat hoe de heffing zich in deze periode ontwikkelt. Leges Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Vaak gaat het om de aanvraag van vergunningen of documenten. Denk aan bouwvergunningen, paspoorten of een uittreksel uit het bevolkingsregister. Ook activiteiten van het gemeentearchief kunnen in de legesverordening worden geregeld. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Een gemeente kan geen winst maken op de diensten die zij levert. De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) hebben impact op de legesbaten. De impact van de Omgevingswet is nu nog relatief beperkt, doordat de OWO-gemeenten in 2024 beleidsneutraal zijn overgegaan. Tot 2032 hebben gemeenten de tijd om het omgevingsplan vast te stellen. Hierin zullen gemeentelijk keuzes worden gemaakt of omgevingsplanactiviteiten vergunningsplichtig blijven, meldingsplichtig worden of geen van beide. Deze keuze kan gevolgen hebben voor de legesbaten.
Door de WkB worden de leges voor bouwactiviteiten opgeknipt in een ruimtelijk en een bouwtechnisch deel. De technische bouwkundige toets wordt voor gevolgklasse 1 door kwaliteitsborgers uitgevoerd en niet meer door de gemeente. Hierdoor komen de leges voor het bouwtechnische deel te vervallen. Gevolgklasse 1 zijn bijvoorbeeld eensgezinswoningen en simpele bedrijfspanden. Circa 90% van alle bouwvergunningen in de OWO-gemeenten zit in gevolgklasse 1. Historisch heeft ruim 60% tot 75% van de legesopbrengsten betrekking op bouwvergunningen. De consequenties voor de legesopbrengsten zijn daardoor aanzienlijk. De raming van de legesopbrengsten bevat een groot aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn door de nieuwe wetgeving nu groter. Door de knip tussen de ruimtelijke en technische vergunning (Wkb) hebben we de kosten voor deze vergunningssoorten opnieuw geraamd. Bij de begroting 2024 hebben we al aangeven dat het eerste jaar waarin we met de nieuwe wetgeving werken een overgangsjaar is en dat een echt goed beeld van de werkelijke kostendekkendheid naar verwachting in 2025 ontstaat. In de praktijk zien we dat 2024 inderdaad een overgangsjaar is waarbij met name vergunningen worden verleend, die voor 2024 zijn ingediend en op basis van de oude legesverordening en wetgeving worden afgehandeld.
We blijven de werkelijke kosten en opbrengsten de komende jaren monitoren en komen waar nodig met voorstellen om de tarieven aan te passen.
55
Toeristenbelasting De tarieven voor de periode 2024-2026 zijn € 1,65 en € 1,20 per persoon per nacht. Het tarief van € 1,20 per persoon per nacht is voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen. Het tarief van € 1,65 per persoon per nacht is voor verblijf in andere verblijfsaccommodaties. In de raadsvergadering van 27 juni 2023 heeft de raad bij amendement besloten om leeftijd van vrijstelling toeristenbelasting kinderen te verhogen van vier jaar naar twaalf jaar. In 2026 moeten er nieuwe keuzes gemaakt worden ten aanzien van de tarieven voor 2027 en verder. Forensenbelasting Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). De belasting van caravans of chalets met een standplaats voor meerdere jaren wordt naar een vast bedrag geheven. Bedrijven Investeringszone (BIZ) BIZ (Bedrijven Investeringszone): Op 20 oktober 2021 heeft u ingestemd met de verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde Centrum 2021 (BIZ). De opbrengsten van de BIZ worden als subsidie uitgekeerd aan de stichting BIZO.
Met de stichting is een uitvoeringsovereenkomst gesloten waarin de activiteiten zijn opgenomen die zij met de subsidie gaan verwezenlijken. Op 22 april 2025 heeft u ingestemd met de verlenging van de verordening voor de periode 2026-2031. Een tweede BIZ-gebied is in onderzoek namelijk voor de beveiliging van twee bedrijventerreinen ten oosten van Oosterwolde en deel van de Nanningaweg. Het onderzoek loopt en hoopt afgerond te worden in 2025 zodat het per 1 januari 2026 kan ingaan. Afvalstoffenheffing Voor het ophalen en verwerken van afval leggen we een afvalstoffenheffing op. Deze heffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval (Diftar+). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Kwijtschelding We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen cum annexis, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten, alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel).
We gebruiken een versnelde en vereenvoudigde, geautomatiseerde toets vooraf (via het Inlichtingenbureau) om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. De kosten voor kwijtschelding worden uiteindelijk vertaald in het tarief voor rioolheffing en vastrecht van de afvalstoffenheffing.
56
Inkomsten Lokale heffingen en leges x € 1.000 Lokale heffingen en leges
Rekening
Begroting
Begroting
MJB
MJB
MJB
2024
2025
2026
2027
2028
2029
lokale heffingen
9.791
10.170
10.538
10.743
10.948
10.947
leges
1.182
1.102
1.221
1.098
1.029
896
Totaal
10.973
11.273
11.759
11.841
11.977
11.843
Lokale heffingen € 1.000 Lokale heffingen
Rekening
Begroting
Begroting
MJB
MJB
MJB
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Onroerende zaakbelasting eigenaren
3.007
3.087
3.179
3.383
3.587
3.587
Onroerende zaakbelasting gebruikers
255
287
297
299
300
300
Bedrijven investeringszone
58
60
-
-
-
-
Totaal 0-3 Thema Financien
3.320
3.434
3.476
3.681
3.887
3.887
Forensenbelasting
145
145
149
149
149
149
Toeristenbelasting
384
349
349
349
349
349
Totaal 3-1 Thema Economie
529
494
498
498
498
498
Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing
2.956
3.176
3.417
3.417
3.416
3.416
Rioolheffing (gecombineerd)
2.987
3.067
3.147
3.147
3.147
3.147
Totaal 7-2 Duurzaamheid, Riolering en Afval
5.942
6.243
6.564
6.563
6.563
6.563
Totaal Lokale heffingen
9.791
10.170
10.538
10.330
10.948
10.947
0-3 Thema Financien
3-1 Thema Economie
7-2 Duurzaamheid, Riolering en Afval
57
Leges x € 1.000 Leges
Rekening
Begroting
Begroting
MJB
MJB
MJB
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Burgelijke stand / huwelijk
26
13
13
13
13
13
Burgerzakenleges
506
468
552
541
472
339
8
15
15
15
15
15
36
27
62
62
62
62
Bestemmingsplannen
20
29
29
29
29
29
Omgevingsvergunningen, baten
582
550
550
438
438
438
1.182
1.102
1.221
1.098
1.029
896
0.2 Thema Dienstverlening
Overige leges
0.4 Overhead Gemeentehuis en buitendienst
4
2.1 Verkeer en vervoer Verharding
8.1 Thema Bouwen wonen Grondexploitatie
Totaal Leges
Kostendekking Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten die worden verantwoord op bijbehorende taakvelden mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (72%) en van de binnendienst (86%). In verband met sterk gestegen prijzen bij met name onze verwerker, is er naar verwachting in 2026 geen kostendekkendheid voor de reiniging. De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld. Berekening van kostendekkendheid leges In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen leges. De totale kostendekkendheid van de legesverordening komt uit op 76%. Tussen de titels van de legesverordening vindt geen kruissubsidiëring plaats. Kostendekkendheid bij leges burgerzaken (hoofdstuk 1) is niet haalbaar, vanwege wettelijke maximumtarieven voor de belangrijkste diensten in dit hoofdstuk.
De kostendekkendheid bij leges omgevingsvergunningen (hoofdstuk 2) fluctueert jaarlijks door fluctuaties in de omvang van bouwactiviteiten. De lage kostendekkendheid bij APV gerelateerde onderwerpen (hoofdstuk 3) is een politieke keuze om te stimuleren dat vergunningen voor deze diensten worden aangevraagd. De berekening van de tarieven gebeurt extracomptabel. Bij de kosten taakvelden zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de diensten waarvoor leges geheven worden. Bij directe personeelskosten gaat het bijvoorbeeld om de uren van baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO).
58
De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. Materiële kosten zijn bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met de afdracht aan het Rijk voor reisdocumenten en de afdracht aan het RDW voor rijbewijzen. De overhead wordt via een opslag op de directe personeelskosten toegerekend. Voor hoofdstuk 1 rekenen we met het integraal uurtarief van Ooststellingwerf. Daarin hanteren we een opslag van 86% voor overhead over de directe loonkosten. Voor hoofdstuk 2 en 3 rekenen we met het integraal uurtarief van VTH. Daarin hanteren we een opslag van 78% voor overhead over de directe loonkosten. Er is voor gekozen om de btw niet als kostenelement mee te wegen, omdat het overgrote deel van de kosten de eigen personele kosten betreft waarvoor geen btw verschuldigd is. De wel toerekenbare btw maakt slechts een klein onderdeel uit van de kosten. Toelichting overhead Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc.
Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead op salarislasten bij taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval, riolering en leges. x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid
Begroting Rioolheffing
Begroting Reinigingsheffing
(taakveld 7.2)
(taakveld 7.3)
Lasten Lasten
2.097
3.283
Baten
-
-526
2.097
2.757
Overhead
527
153
Kwijtschelding
51
105
7
10
Netto lasten taakveld
Toe te rekenen lasten
Rente Dubieuze debiteuren
-1
Slootonderhoud en straatreiniging
164
BTW
300
393
Totaal toe te rekenen lasten
1.049
660
Totale lasten
3.146
3.417
Opbrengst heffingen
-3.146
-3.417
Dekkingspercentage
100%
100%
.
59
x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid
Begroting titel 1
Begroting titel 2 Fysieke
Algemene
leefomgeving/omgevingsvergunningen
dienstverlening
Begroting titel 3 Dienstverlening Totaal vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Lasten Lasten
634
356
21
0
0
634
356
21
1.011
Overhead
311
279
17
607
Totaal toe te rekenen
311
279
17
607
Totale lasten
945
635
38
1.618
Opbrengst heffingen
-627
-580
-15
-1.222
Dekkingspercentage
66%
91%
39%
76%
Baten Netto lasten
1.011
Toe te rekenen lasten
lasten
60
Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de uitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s op te vangen. Conclusie weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2026 € 25,647 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit is € 3,823 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 25,647 miljoen is er nog de algemene buffer van € 5 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve en wordt vanaf de jaarrekening 2024 berekend op 5% van het begrotingstotaal). Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s. Risico’s, die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen.
Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitaties, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties: Grondexploitaties Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. Openeinderegelingen De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico's door openeinderegelingen nemen we waar mogelijk mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit. Verbonden Partijen Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor. We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw. Projecten De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan.
Algemene beleidslijn Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserves. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. 61
x € 1.000 Weerstandscapaciteit per 1 januari 2026
Bedrag
Algemene reserve
28.704
Bodembedrag (-/-)
5.000
A
23.704
Bestemmingsreserves:
8.849
Reserve kapitaallasten (-/-)
3.830
Reserve grondexploitatie (-/-)
3.076
B
1.943
Beschikbare weerstandscapaciteit (A+B)
25.647
Risicobeheersing Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen: • Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg) • Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening) • Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits) • Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan). Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen.
Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel: Categorie
Kans op voorkomen
Kwantitatief
Financieel gevolg
1.
< of 1 keer per 10 jaar
10%
Geen geld gevolgen
2.
1 keer per 5-10 jaar
30%
< € 25.000
3.
1 keer per 2-5 jaar
50%
> € 25.000 - € 100.000
4.
1 keer per 1-2 jaar
70%
> € 100.000 - € 500.000
5.
1 keer per jaar of meerdere keren per jaar
90%
> € 500.000
Kwantificeerbare risico's De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de jaarstukken 2024 met € 1 miljoen afgenomen. Dat voornamelijk doordat het risico dat we rijksmiddelen voor de jeugdhulp structureel ramen eruit is gehaald. Dit is via de circulaires verwerkt en is daarom geen risico meer.
62
Nr. Risico en beheersmaatregel
Kans op voorkomen
Financieel gevolg
Benodigde weerstands-
risico 1 Risico: Afschrijvingen bedrijfsgebouwen met restwaarde (60% van
1
capaciteit 5
€ 734.875
de WOZ waarde) Toelichting risico: Bedrijfsgebouwen worden afgeschreven tot 60% van de WOZ-waarde. Risico: Als het bedrijfsgebouw niet meer de maatschappelijke functie vervult is er het risico dat de resterende boekwaarde hoger is dan de eventuele verkoop c.q. vervanging. Beheersmaatregel: Het percentage ligt in lijn met het percentage van de WOZ bij verkopen de laatste jaren (59%). De kans dat dit de komende jaren fors verslechterd is beperkt. 2 Risico: Financiele kwetsbare positief Jeugdhulp Friesland (JHF)
3
3
€ 97.500
Toelichting risico: De financieel kwetsbare positie kan leiden tot een aanvullende steunvraag aan onze gemeente. Dit kan te maken hebben met een lagere toekenning van een SPUK-regeling, frictiekosten bij een mogelijke overname en bijspringen in het geval van een verslechterende financiele situatie. Beheersmaatregel: Verzoek van uitstel van terugbetaling van het SPUK voorschot en lening is gehonoreerd door de gemeente Leeuwarden en het Rijk in het belang van zorgcontinuïteit. Door JHF rust te geven in de liquiditeit, kan de zorgaanbieder zich de komende tijd richten op de toekomstscenario’s. 3 Risico: Bijstelling Algemene uitkering gemeentefonds (au)
5
5
€ 665.800
Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen. Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door. 4 Risico: Afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op
2
4
€ 185.378
algemene middelen onvermijdelijk is Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. Het risico gaat over dit mogelijke tekort. Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk. 5 Risico: Ontoereikende exploitatie MFS Oosterwolde Zuid
5
3
€ 90.000
Toelichting risico: De verwachting is dat de exploitatie van MFS Oosterwolde Zuid uiterlijk 2026 voor rekening van de gemeente komt. In 2025 wordt een nieuwe MOP opgesteld omdat de bestaande MOP gedateerd is. We verwachten dat de accommodatie op basis van de nieuwe MOP niet meer kostendekkend te exploiteren valt voor de Stichting, Beheersmaatregel: Overname exploitatie door de gemeente. Hiervoor is waarschijnlijk aanvullend budget nodig. 6 Risico: Overige garanties
1
3
€ 50.000
Toelichting risico: Er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs. Beheersmaatregel: We beoordelen het overzicht garanties.
63
Nr. Risico en beheersmaatregel
Kans op voorkomen
Financieel gevolg
risico 7 Risico: Garanties woningbouwcorporaties
1
Benodigde weerstandscapaciteit
3
€ 50.000
Toelichting risico: Het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ worden aangesproken. Beheersmaatregel: Het door het Waarborgfonds verstrekte overzicht wordt beoordeeld en daarnaast wordt bij een individuele aanvraag de situatie beoordeeld. Per 1 augustus 2022 is het 'meetekenen' met nieuwe leningen vervallen en wijzigt de wijze van berekening van de achtervangpositie op nieuwe leningen. De impact hiervan op het risico voor de gemeente is zeer beperkt. 8 Risico: Diverse gerechtelijke procedures
4
3
€ 25.000
Toelichting risico: Op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt. Beheersmaatregel: Juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims. 9 Risico: Nationale Hypotheek Garantie
1
2
€ 19.000
Toelichting risico: Vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties. Beheersmaatregel: We beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties. 10 Risico: Terugbetaling verstrekte geldleningen
1
2
€ 15.000
Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restandschuld te voldoen. Beheersmaatregel: Bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie. 11 Risico: een tekort op het btw-compensatiefonds, waardoor
3
4
€ 240.000
teruggave lager wordt of ontbreekt Toelichting risico: Voor de raming in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 wordt mede op advies van de provincie de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond gebruikt van het jaar 2024. Voor 2026 wordt de helft van het risico meegenomen. Beheersmaatregel: Voor de begroting 2026 is het bedrag van het jaar 2024 gebruikt. Voor de volgende begroting zal dit worden herzien en geactualiseerd. TOTAAL
€ 2.172.553
5
€ 500.000
Risico's ingedeeld in klein, gemiddeld en groot 12 Risico: Onderhoud maatschappelijk vastgoed
5
Toelichting risico: Bij een aantal accommodaties zijn geen actuele onderhoudsplannen. De dotaties in de onderhoudsvoorzieningen bij deze accommodaties zijn te laag om de toekomstige onderhoudsbehoefte te dekken. Beheersmaatregel: Het accommodatiebeleid is vastgesteld. De komende periode worden nieuwe onderhoudsplannen opgesteld die inclusief de financiële consequenties ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. 13 Risico: Verbonden partijen
2
3
€ 250.000
Toelichting risico: Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. Beheersmaatregel: De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. Daarbij is de gemeente altijd vertegenwoordigd in de gezamenlijke overleggen. Verder is onze gemeente betrokken bij het controllers overleg voor friese gemeentes inzake verbonden partijen. Gezamenlijk optrekken t.a.v. verbonden partijen heeft als voordeel om gezamenlijk vanuit hetzelfde afwegingskader de acteren richting de verbonden partij. Mogelijke beheersing van risico’s van verbonden partijen is kansrijker als dit namens alle/meer deelnemers worden gedaan. Daarnaast is het ook efficiënter. Zowel voor de gemeente als voor de verbonden partij. 14 Risico: OWO bedrijfsvoering
2
3
€ 250.000
64
Nr. Risico en beheersmaatregel
Kans op voorkomen
Financieel gevolg
risico
Benodigde weerstandscapaciteit
Toelichting risico: het risico bestaat dat er vanuit de samenwerking extra lasten naar voren komen die of onvermijdelijk zijn, danwel grote voorkeur genieten van 2 van de 3 gemeentes. Beheersmaatregel: Er is structureel overleg en tot op heden is er nog geen sprake van 2 tegen 1 besluiten. 15 Risico: Invoering omgevingswet
5
3
€ 250.000
Toelichting risico: Invoering van de Omgevingswet brengt (veel) onzekerheden met zich mee aangaande de implementatie hiervan. Dit kan leiden tot aanvullende investeringen om kosten te dekken. Risico: het vast te stellen krediet blijkt onvoldoende, er is aanvullend krediet nodig. Beheersmaatregel: Implementatie wordt jaarlijks gemonitord. Indien de verwachting is dat een aanvulling nodig is zal de raad hierover worden geïnformeerd en of een aanvullend krediet worden aangevraagd. 16 Risico: Extra lasten door invoering WMO abonnementstarief
3
3
€ 250.000
Toelichting risico: De invoering van het abonnementstarief leidt aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke hulp. Toch weigert het kabinet gemeenten volledig te compenseren voor de extra kosten. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal er aan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd. Vanaf 1 januari 2027 komt (naar verwachting) een aanpassing in de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp via de Wmo, waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens. Beheersmaatregel: Er wordt al scherp gekeken naar de uitvoeringskosten op dit vlak. Daarbij is de gemeente afhankelijk van de VNG, die onderhandelt over aanpassing van de zogenaamde 'openeinderegeling'. 17 Risico: Fraude
5
1
€ 50.000
Toelichting risico: Het risico dat de gemeente financiele schade loopt door onrechtmatige handelingen door medewerkers op het gebied van fraude, corruptie, bedreiging en beïnvloeding Beheersmaatregel: Er wordt periodiek een fraude risico-analyse uitgevoerd door onze Interne Controle. Daarbij komen de risico's jaarlijks aan bod in een separate bespreking met het DT. Daarbij worden zowel interne risico's (functiescheiding e.d.) als externe risico's (cybercrime, ransomware e.d.) besproken. 18 Risico: Informatiebeveiliging risico datalekken
5
1
€ 50.000
Toelichting risico: Het risico dat de gemeente financiele schade loopt door datalekken, cybercrime e.d. Beheersmaatregel: Er is een informatieveiligheids- en privacy beleid opgesteld. Alle (nieuwe) medewerkers volgen een e-learning privacy en informatieveiligheid. Daarbij zijn beheersmaatregelen verwerkt in processen en systemen. 19 Risico: Veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers
2
1
€ 50.000
Toelichting risico: In rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt. TOTAAL
€ 3.822.553
65
Financiële kengetallen en geprognosticeerde balans Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. Er is ook een geprognosticeerde balans opgenomen in de begroting. De kengetallen komen voort uit deze balans. Kengetallen