Bijlage 1 Oplegger en Adviesnota toeristenbelasting 2021 - 2023
Tekst van het document
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
17
▪ VERGUNNINGEN
c. d.
mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen bepaald op @@; mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen bepaald op: 1o @@, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2o @@, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3o @@, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4o @@, indien sprake is van een maandarrangement. 5. Het aantal malen dat door de in het tweede lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het vierde lid, sub a, bepaald op: @@; b. in geval van het vierde lid, sub b, bepaald op: @@ c. in geval van het vierde lid, sub c, bepaald op: @@; d. in geval van het vierde lid, sub d, bepaald op: 1o @@, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2o @@, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3o @@, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4o @@, indien sprake is van een maandarrangement. Artikel 7. (Opteren voor) niet-forfaitaire maatstaf van heffing 1. Belastingplichtige kan in de aangifte verzoeken de maatstaf van heffing in afwijking van het bepaalde in artikel 6 vast te laten stellen op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal. 2. Dit verzoek wordt gehonoreerd tenzij de nachtregistratie zoals bedoeld in artikel 15 niet of niet juist is bijgehouden. Artikel 8. Belastingtarief 1.
Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting € @@. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief bij verblijf op toeristische plaatsen en arrangementen op deze plaatsen op kampeerterreinen per persoon, per overnachting € @@. 3. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief bij verblijf in groepsaccommodaties met meer dan 25 personen op slaapzalen met meer dan 8 bedden per slaapzaal, per persoon, per overnachting € @@. Artikel 9. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 10. Wijze van heffing 1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vasgesteld. Artikel 11 Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen tijdens het belastingjaar minder dan [tien] zal of heeft belopen. Artikel 12. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag betaald worden in [twee] gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de [tweede] [twee] maanden later. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING
Artikel 13. Kwijtschelding Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
18
▪ VERGUNNINGEN
Artikel 14. Aanmeldingsplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de belastingambtenaar. 2. Het eerste lid geldt niet voor de belastingplichtige die in het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening een aanslag toeristenbelasting heeft ontvangen of daarvoor aangifte heeft gedaan. Artikel 15. Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd gemeentelijk nachtverblijfregister. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6. 3. De verplichting als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld. Artikel 16. Overgangsrecht De ‘Verordening toeristenbelasting < jaar >’ vastgesteld op < datum > wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 17, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 17.
Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020. Artikel 18. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting < gemeente >2020”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente < gemeente > op < datum > griffier, voorzitter,
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
19
▪ VERGUNNINGEN
Bijlage 2 Uitvoeringsregels toeristenbelasting Het college van burgemeester en wethouders van < gemeente >;
gelet op de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met de artikelen 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en 237 van de Gemeentewet, op artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet en op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de volgende regeling: Uitvoeringsregeling met betrekking tot de heffing en de invordering van toeristenbelasting in de gemeente < gemeente > (Uitvoeringsregeling toeristenbelasting < jaar >) Artikel 1 Algemene bepaling 1. Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 31 van de Invorderingswet 1990, artikel 160, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Voor de toepassing van deze regeling wordt onder belastingambtenaar verstaan: de op grond van de artikelen 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet aangewezen gemeenteambtenaren. Bij gemeenschappelijk regeling; de op grond van de artikelen art 232 lid 4, a en c aangewezen ambtenaren. Artikel 2 Aangifte 1.
De belastingplichtige voor de toeristenbelasting aan wie niet binnen [zes maanden] na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen [een maand] na het verstrijken van die [zes maanden] bij de belastingambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet. 2. Een door de belastingambtenaar aan de belastingplichtige toegestuurd aangiftebiljet wordt door de belastingplichtige binnen twee weken na de verzenddatum hiervan volledig ingevuld en met de gevraagde stukken teruggestuurd naar de belastingambtenaar, tenzij de belastingambtenaar hiervoor een andere termijn stelt. 3. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dienen de in het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld. Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd of toegezonden. 4. Als formulier van het aangiftebiljet toeristenbelasting wordt vastgesteld Bijlage A. Artikel 3 Nachtverblijfregister 1. Voor de toepassing van de verordening toeristenbelasting en onderhavige uitvoeringsregeling wordt onder ‘nachtverblijfregister’ verstaan een gegevensverzameling, waarin met betrekking tot een ieder aan wie gelegenheid tot verblijf wordt geboden, wordt bijgehouden: a. naam en woonplaats; b.
aantal personen en geboortedata; c. datum van aankomst en datum van vertrek; d. het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is. 2. Het nachtverblijfregister dient te worden bijgehouden conform Bijlage B bij deze uitvoeringsregeling. 3. Van de verplichting bedoeld in het vorige lid kan door het college van burgemeester en wethouders ontheffing worden verleend. 4. Aan het verlenen van de ontheffing bedoeld in het vorige lid kunnen voorwaarden worden gesteld door het college van burgemeester en wethouders.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
20
▪ VERGUNNINGEN
5.
Voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in het derde lid geldt in ieder geval als voorwaarde, dat een eigen nachtverblijfregister wordt bijgehouden, aan de hand waarvan over dezelfde gegevens kan worden beschikt als bedoeld in het eerste lid. 6. Een bonnensysteem wordt niet aanvaard als eigen nachtverblijfregister als bedoeld in het vijfde lid. 7. Het nachtverblijfregister dient op verzoek van de heffingsambtenaar onmiddellijk te worden overgelegd. 8. Het nachtverblijfregister wordt niet met de aangifte meegezonden. 9. Het nachtverblijfregister wordt door belastingplichtige zelf bewaard. 10. Voor zover op grond van andere wet- of regelgeving geen langere bewaartermijn geldt, geldt voor het nachtverblijfregister een bewaartermijn van 5 jaar. Artikel 4 Voorlopige aanslag 1. De belastingambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. 2.
De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, kan geschieden op grond van het gemiddelde dat voortvloeit uit de gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag over elk van de twee voorafgaande jaren, met dien verstande dat daarbij op benaderende wijze rekening kan worden gehouden met wijzigingen in de wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de gemeentelijke belasting alsmede met andere wijzigingen die voor de heffing van de gemeentelijke belasting van belang kunnen zijn. 3. Indien geen gegevens als bedoeld in de vorige lid aanwezig zijn, wordt het bedrag bepaald op basis van een redelijke schatting. 4. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de voorlopige vordering vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van dit artikel berekende bedrag, wordt het voorlopige gevorderde bedrag gesteld op dit lagere bedrag. Artikel 5 Rente 1. Bij de invordering van de toeristenbelasting vindt de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing. 2.
In afwijking van de in het eerste lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag van [€ 20,-] niet te boven gaat. Artikel 6 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. Artikel 7 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling toeristenbelasting < gemeente >. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van [datum]; de secretaris,
de burgemeester,
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
21
▪ VERGUNNINGEN
Bijlage 3 Toelichting verordening en aangifte Toelichting op de verordening toeristenbelasting en het aangiftebiljet Verordening toeristenbelasting In deze verordening toeristenbelasting is geregeld dat een ieder die gelegenheid tot het houden van nachtverblijf biedt, tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, aan niet-inwoners van de gemeente, een belasting verschuldigd is. De belasting wordt berekend over het aantal overnachtingen door niet-inwoners van de gemeente. Als belastingplichtige is aangewezen de verblijfbieder (hoteleigenaar, campingexploitant, kamerverhuurder etc.). Deze mag de belasting bij de verblijfhouder (gast) afzonderlijk in rekening brengen.
Aangiftebiljet toeristenbelasting Het aangiftebiljet maakt onderdeel uit van de regels rond de toeristenbelasting. Met het aangiftebiljet wordt de belastingplichtige in staat gesteld het aantal overnachtingen, gerealiseerd in het belastingjaar, aan de gemeente kenbaar te maken. De gemeente zal vervolgens een aanslag toeristenbelasting opleggen die normaliter is gebaseerd op het ingevulde aangiftebiljet. Gebruik: Het aangiftebiljet kent drie onderdelen; • Onderdeel 1; belastingplichtigen die een kampeerterrein voeren en vaste jaar-, vaste seizoen-, en/of seizoenplaatsen verhuren aan personen die hun eigen kampeermiddel gebruiken voor een jaar of seizoen recreatief verblijf. Ook de arrangementen met een verblijfsduur van meer dan één maand zijn in dit onderdeel opgenomen. • Onderdeel 2; bestemd voor toeristen/passantenplaatsen en groepsaccommodaties, voor het werkelijk aantal gerealiseerde overnachtingen. • Onderdeel 3; bestemd voor overige accommodaties, vakantiewoningen, hotels, pensions/B&B’s, appartementen, kamerverhuur etc. voor het werkelijk aantal gerealiseerde overnachtingen. Campings met vaste en toeristische plaatsen vullen voor zover van belang alle onderdelen in, de overige verblijfbieders vullen alleen onderdelen 2 en 3 in. Onderdeel 1 1.
Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf In beginsel wordt het aantal overnachtingen bepaald aan de hand van het forfait genoemd in artikel 6 van de verordening. In het forfait wordt per verblijfsplaats het aantal personen dat overnacht en het aantal maal dat wordt overnacht bepaald. Het aantal personen maal het aantal overnachtingen vormt vervolgens de forfaitaire heffingsmaatstaf. Deze heffingsmaatstaf wordt met het tarief vermenigvuldigd om het bedrag aan verschuldigde belasting te berekenen. Hiertoe dient in de daartoe bestemde velden het aantal standplaatsen dat gedurende het belastingjaar verhuurd is geweest aan niet-ingezetenen vermeld te worden. Het gaat om standplaatsen die worden verhuurd aan personen die zelf het kampeermiddel gedurende het jaar of het seizoen gebruiken. Het gaat dus niet om zogenoemde verhuureenheden (onderkomens die steeds kortdurend worden verhuurd aan verschillende verblijfhoudenden). Deze zijn uitgesloten van de forfaitaire heffing. Per categorie standplaatsen en/of arrangementen kan gekozen worden voor de forfaitaire berekening of berekening op basis van het werkelijke aantal overnachtingen. Het forfait is alleen van toepassing bij recreatief gebruik.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
22
▪ VERGUNNINGEN
2. Opteren voor het werkelijk aantal overnachtingen Het genoemde forfait is bedoeld als een vereenvoudiging van de administratieve handelingen die door belastingplichtige moeten worden verricht om tot de vaststelling van het aantal gerealiseerde overnachtingen op vaste jaar-, vaste seizoen-, en seizoenplaatsen en bij arrangementen te komen. In afwijking van het toepassen van het forfait bij de opstelling van de aangifte kan gekozen worden voor het opgeven van het werkelijk aantal gerealiseerde overnachtingen op alle vaste jaar-, vaste seizoen-, en seizoenplaatsen en bij arrangementen. Als de gemeente dit belangrijk vindt kan tevens worden gevraagd aan te geven wat het aantal arbeidsmigranten is dat heeft overnacht. Indien geopteerd wordt voor heffing op basis van het werkelijk aantal overnachtingen dient een controleerbare registratie gevoerd te worden waar uit blijkt welke gast, wanneer en met hoeveel personen op één van de vaste jaar-, vaste seizoen-, of seizoenplaatsen, of gebruik heeft gemaakt van een arrangement gedurende het belastingjaar, daadwerkelijk verblijf heeft gehouden. Deze registratie geschiedt aan de hand van het nachtverblijfregister of – met toestemming van de gemeente – door middel van een eigen registratiesysteem. Per categorie standplaatsen dient gekozen te worden voor het forfait of het werkelijk aantal overnachtingen.
Er kan binnen een categorie standplaatsen niet worden gekozen. Onderdeel 2 Werkelijk aantal gerealiseerde overnachtingen. Dit deel van de aangifte is bestemd voor groepsaccommodaties, zijnde een gebouw of deel van een gebouw welke blijvend bestemd is voor tijdelijk nachtverblijf door groepen van meer dan [15] personen. Daarnaast is dit deel bestemd voor belastingplichtigen met een kampeerterrein, die toeristische/passantenplaatsen, niet zijnde vaste jaar-, vaste seizoen-, of seizoenplaatsen, verhuren, dan wel kampeermiddelen op vaste jaar- of seizoenplaatsen of andere vakantieonderkomens verhuren voor kortdurend gebruik aan verschillende personen (zogenoemde verhuureenheden). In de daartoe bestemde ruimte dient het aantal gerealiseerde overnachtingen door nietinwoners van de gemeente vermeld te worden. Als de gemeente dit belangrijk vindt kan tevens worden gevraagd aan te geven wat het aantal arbeidsmigranten is dat heeft overnacht. Dit onderdeel is apart opgenomen voor de situatie dat een tariefdifferentiatie voor dergelijke overnachtingen is opgenomen in de verordening Onderdeel 3 Werkelijk aantal gerealiseerde overnachtingen. Dit deel van de aangifte is bestemd voor belastingplichtigen die vakantiewoningen, hotelkamers, pensions/B&B’s, appartementen, kamers verhuren en alle andere vormen van verblijf bieden.
In de daartoe bestemde ruimte dient het aantal gerealiseerde overnachtingen door nietinwoners van de gemeente vermeld te worden. Ondertekening Door ondertekening wordt verklaard de gevraagde gegevens waarheidsgetrouw te hebben vermeld. ▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING
Aanslag toeristenbelasting Binnen [10] weken na ontvangst van de aangiftebiljetten zal de gemeente de definitieve aanslag toeristenbelasting over het betreffende belastingjaar opleggen.
▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
23
▪ VERGUNNINGEN
Controle aangifte toeristenbelasting De gemeente kan op elk moment gedurende het belastingjaar en na ontvangst van de aangiften besluiten een controle uit te voeren op naleving van de registratieverplichting en/of op de juistheid van de aangiften. Vragen of opmerkingen Bij vragen of opmerkingen met betrekking tot het aangiftebiljet toeristenbelasting kan contact worden opgenomen met de afdeling < naam > bereikbaar op telefoonnummer < telefoonnummer >.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
24
▪ VERGUNNINGEN