Bijlage 1 Oplegger en Adviesnota toeristenbelasting 2021 - 2023
Tekst van het document
LEGITIEM B.V. Marketing 37a 6921 RE Duiven Tel 088 - 6007400 E-mail: info@legitiem.nl
Adviesnota toeristenbelasting t.b.v. beleidsadvies 2021 - 2023 Recreatieschap Drenthe Opgesteld door: T.a.v.: Projectnummer: Datum;
www.legitiem.nl KvK Arnhem 09145958
A.F.N. (Toine) van Ierland Ria Stam, Coördinator Recreatieschap Drenthe TI/002/19.1310 11 oktober 2019
_________________________________________________ Aanleiding
Het Recreatieschap Drenthe is een Gemeenschappelijke Regeling van de Drentse gemeenten en Ooststellingwerf. Eén van de taken van het Recreatieschap is het opstellen van een richtinggevende beleidsrapportage/advies voor de jaren 2021 t/m 2023 met betrekking tot de heffing van toeristenbelasting binnen de gemeenten. Het doel van de rapportage/advies is een advies naar de deelnemende gemeenten te geven om te komen tot een harmonisatie van de heffingsmethodiek binnen de gemeenten. Uitgangspunten daarbij zijn dat er geen sprake is van verschillende tariefsystemen en dat er geen sprake is van inkomstenderving door de toepassing van een uniforme heffingsmethodiek binnen één van de deelnemende gemeenten. In dit document is allereerst een beknopte managementsamenvatting opgenomen. Vervolgens beschrijven we in onderdeel 1 alle heffingsspecifieke onderdelen van de verordening toeristenbelasting. In onderdeel 2 zoomen we in op de huidige heffing binnen de deelnemende gemeenten, een beknopte analyse van de verordening toeristenbelasting per gemeente. Onderdeel 3 heeft betrekking op de consequenties per gemeente bij een overgang naar de heffingsmethodiek waarbij differentiatie naar verblijfsvorm wordt toegepast. In de bijlagen zijn een uniforme verordening toeristenbelasting, het bijbehorende aangiftebiljet en de uitvoeringsregels bij de uniforme verordening opgenomen.
Daarnaast is een toelichting op de uniforme verordening en aangiftebiljet in de bijlage opgenomen. De teksten, conclusies en adviezen in dit document zijn opgesteld vanuit de ervaring en expertise van een marktpartij die gemeenten ondersteunt bij de actualisatie van de heffing, onderzoek verricht in het kader van de forfaitaire heffingsmaatstaven en controles uitvoert in het kader van de toeristenbelasting. De zienswijze daarbij is meer ingegeven vanuit de dagelijkse praktijk dan vanuit het fiscaal-juridisch perspectief.
Managementsamenvatting In deze adviesnota wordt uitleg gegeven over de toeristenbelasting in het algemeen, de verschillende heffingsmethodieken en de heffing specifieke elementen die van belang zijn bij de inrichting van de verordening toeristenbelasting. Toeristenbelasting is geen doelbelasting. De opbrengst van de toeristenbelasting wordt toegevoegd aan de algemene dekkingsmiddelen van gemeenten. Het staat gemeenten vrij de opbrengst van de heffing naar eigen inzicht te besteden. Uitgangspunt bij toeristenbelasting is dat niet-ingezetenen van de gemeente die verblijf houden binnen de gemeente bijdragen in de kosten van beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Heffingsmethodieken Het staat gemeenten vrij de heffingsmethodiek en heffingsmaatstaven zelf te bepalen. Bij forfaitaire heffingsmaatstaven dient rekening te worden gehouden met de jurisprudentie. Men name het Aalsmeer Arrest speelt daarbij een belangrijke rol. Gemeenten kunnen een keuze maken uit vijf methodieken:
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
1
▪ VERGUNNINGEN
a. b. c. d. e.
Op basis van het werkelijk aantal overnachtingen Op basis van forfaitaire heffingsmaatstaven Op basis van een combinatie van werkelijk aantal overnachtingen en forfaitaire heffingsmaatstaven Op basis van de logiesomzet Op basis van combinatie logiesomzet en werkelijk aantal overnachtingen
De heffingsmethodiek waarbij een combinatie van het werkelijk aantal overnachtingen en forfaitaire heffingsmaatstaven voor verblijf op vaste – en seizoenplaatsen op campings wordt gehanteerd sluit het best aan bij de verblijfregistraties van exploitanten van verblijfsaccommodaties en leidt niet tot onevenredige administratieve lastendruk bij de exploitanten. Daarbij wordt de optimale belastingopbrengst voor gemeenten behaald ten opzichte van de overige heffingsmethodieken. Differentiaties Het staat gemeenten vrij differentiaties in tarief toe te passen. De volgende differentiaties zijn mogelijk: a. Tariefdifferentiatie op basis van gebied b. Tariefdifferentiatie op basis van verblijfsvorm c. Tariefdifferentiatie op basis van tijdvak De belangrijkste voorwaarden bij het toepassen van één of meerdere differentiaties is dat deze objectief zijn en dat het aannemelijk is dat gemeenten, bij gebied – en tijdvakdifferentiaties, in de beoogde gebieden of tijdvakken daadwerkelijk meer inspanningen verrichten op toeristischrecreatief vlak dan in overige gebieden en perioden. Het differentiëren naar verblijfsvorm is de meest voorkomende vorm van differentiatie in Nederland. Het objectief houden van de vrijstelling is redelijk eenvoudig. Deze vorm van differentiëren wordt over het algemeen door de diverse groepen verblijfbieders geaccepteerd.
Vrijstellingen De wetgever schrijft geen verplichte vrijstellingen bij de heffing van toeristenbelasting voor. Gemeenten kunnen naar eigen inzicht zelf vrijstellingen bepalen. Een groot aantal vrijstellingen wordt door gemeenten toegepast. De meest voorkomende zijn: a. b. c. d. e.
Personen die verpleegd of verzorgd worden in ziekenhuizen, verzorgingstehuizen of bejaardenhuizen. Personen die verblijven in een onder toezicht van het COA staand asielzoekerscentrum. Personen die jonger zijn dan …. jaar. Personen die verblijven als deelnemer aan een schoolwerkweek. Personen die verblijven in een gemeubileerde woning waarvoor forensenbelasting wordt afgedragen.
Net als bij differentiaties is het bij het toepassen van vrijstellingen van belang dat de vrijstelling objectief is en niet voor meerdere uitleg vatbaar is. Een aantal vrijstellingen zoals bij voorbeeld een vrijstelling voor personen tot een bepaalde leeftijd zorgt ervoor dat een gedegen gastregistratie moet worden gevoerd. Registratieplicht Het belastbaar feit bij toeristenbelasting is het houden van (nacht-)verblijf, tegen vergoeding, door niet-ingezetenen van de gemeente. De registratieplicht stelt verblijfbieders verplicht een gedegen registratie te voeren waaruit blijkt wie, wanneer en met hoeveel personen verblijf wordt gehouden. Het voeren van het gemeentelijk (nacht-)verblijfregister kan worden verplicht daar waar geen deugdelijke gastregistratie wordt gevoerd door de verblijfbieder.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
2
▪ VERGUNNINGEN
Forensenbelasting & vermakelijkhedenretributie Naast de toeristenbelasting kunnen gemeenten forensenbelasting en/of vermakelijkhedenretributie heffen. Beiden kunnen als een verblijfsbelasting worden aangemerkt. Bij forensenbelasting wordt het ter beschikking hebben van een ‘gemeubileerde woning’ aangemerkt als belastbaar feit. Bij vermakelijkhedenretributie wordt in feite over het houden van dagverblijf in ‘vermakelijkheden’ (musea, bazaars, evenementen et cetera) een belasting in de vorm van een recht opgelegd. Bij vermakelijkhedenretributie dient een gemeente aan te tonen dat daadwerkelijk kosten worden gemaakt die ten dienste staan van de vermakelijkheid. Algemene opmerkingen & advies Op basis van onze jarenlange praktijkervaring met de heffing van toeristenbelasting zijn wij de mening toegedaan dat het heffen op basis van het werkelijk aantal overnachtingen in combinatie met forfaitaire heffingsmaatstaven, gelet op de bedoeling van de wetgever bij de toeristenbelasting; bijdragen in gemeentelijke kosten, de meest faire manier van heffen is. Het tarief per persoon per overnachting is voor iedereen duidelijk. De administratieve lastendruk is relatief laag en de aangiften toeristenbelasting zijn goed te controleren. Het toepassen van differentiaties en vrijstellingen is mogelijk voor zover deze objectief zijn.
Differentiaties en vrijstellingen kunnen leiden tot discussie met verblijfbieders en hun belangenbehartigers. Vrijstellingen kunnen invloed hebben op de belastingopbrengst. Het opnemen van de registratieplicht in de verordening toeristenbelasting zorgt ervoor dat verblijfsbieders verantwoordelijk zijn voor het voeren van een gedegen gastregistratie en draagt bij aan het eenvoudig toetsen van de aangiften toeristenbelasting op juistheid. Ons advies is een maatwerkverordening toeristenbelasting te voeren waarbij zo veel als mogelijk wordt aangesloten bij de werkwijzen en registraties zoals die in de verblijfsrecreatiebranche worden gevoerd (zie Bijlage 1). Waarbij alleen vrijstellingen worden opgenomen die volkomen objectief en toetsbaar zijn. In geval differentiaties worden toegepast geldt hiervoor eveneens dat deze objectief dienen te zijn en niet tot onredelijke verhoudingen lijdt tussen diverse groepen verblijfsbieders.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
3
▪ VERGUNNINGEN
1. Toeristenbelasting Toeristenbelasting is een heffing die al vele jaren door gemeenten wordt geheven over het verblijf van personen die niet staan ingeschreven in de betreffende gemeente waar verblijf gehouden wordt. Hoewel de titel doet vermoeden dat de belasting wordt opgelegd over het verblijf van uitsluitend toeristen is dat niet het geval. Zakenlieden in hotels, arbeidsmigranten in woningen en groepsgebouwen, maar ook van verpleegden in medische centra, studenten en deelnemers aan seminars of congressen worden op grond van de verordening toeristenbelasting beschouwd als ‘toerist’. Toeristenbelasting is een verblijfsbelasting. In toenemende mate zien we gemeenten de toeristenbelasting (Artikel 224 Gemeentewet), als ‘Verblijfsbelasting’ of ‘Niet ingezetenenbelasting’ heffen om de duidelijk aan te geven dat het om alle vormen van (nacht)verblijf gaat. In artikel 224 van de Gemeentewet wordt als belastbaar feit omschreven; het houden van verblijf en niet expliciet het houden van nachtverblijf. Echter in de praktijk wordt om praktische reden aangesloten bij het houden van nachtverblijf. Het staat gemeenten vrij om naast de reguliere toeristenbelasting een dagtoeristenbelasting te heffen (strandstoelenbelasting Zandvoort) of het belastbaar feit als ‘het houden van verblijf’ op te nemen (Haarlemmermeer i.v.m. Schiphol hotels).
Toeristenbelasting is geen doelbelasting! De opbrengst van toeristenbelasting wordt toegevoegd aan de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente. Het staat gemeenten vrij de inkomsten uit de toeristenbelasting naar eigen inzicht te besteden. Toeristenbelasting is een heffing die feitelijk wordt opgelegd aan de verblijfbieder De verblijfbieder verrekend de belasting met de overnachtingsprijs. Het staat de verblijfbieder vrij om de belasting aan de gast, de verblijfhouder, door te berekenen. Ook staat het de verblijfbieder vrij om de gast een hoger bedrag in rekening te brengen dan het tarief toeristenbelasting. Wanneer een hoger bedrag wordt doorberekend mag dat niet als ‘toeristenbelasting’ op een factuur worden vermeld. Termen als ‘gemeentelijke heffingen’, ‘City tax & service charge’ of bijvoorbeeld ‘gemeentelijk lasten & administratiekosten’ is wel toegestaan. De inrichting van de verordening toeristenbelasting is bepalend voor op het optimaal kunnen heffen van de belasting. De samenstelling van het areaal aan belastingplichtigen, verblijfsbieders, bepaald voor een deel de inrichting van de verordening toeristenbelasting. In de navolgende onderdelen behandelen we een aantal onderwerpen die bij de heffing van toeristenbelasting een rol (kunnen) spelen: A. B. C. D. E. F. G.
De forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf. Mogelijke heffingsmethodieken en heffingsmaatstaven. Differentiaties. Vrijstellingen. Registratieplicht. Samenloop forensenbelasting. Vermakelijkhedenretributie en dagtoeristenbelasting
Voor wat betreft de begripsomschrijvingen verwijzen we naar de in de bijlagen opgenomen uniforme verordening toeristenbelasting. ▪ TOERISTENBELASTING
B. FORFAITAIRE HEFFINGMAATSTAF Alvorens een opsomming van de verschillende heffingsmethodieken te maken behandelen we de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf. Het zogenaamde forfait.
▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
4
▪ VERGUNNINGEN
Forfaits en wet- en regelgeving Een forfait is een vast bedrag per bed, per woning of per standplaats. Het forfait wordt berekend aan de hand van drie factoren; aantal personen, aantal overnachtingen en het tarief per overnachting. Forfaitaire heffing stamt uit de tijd dat veel verblijfsbieders geen gebruik konden maken van geautomatiseerde registratiesystemen omdat die eenvoudig weg nog niet of nauwelijks beschikbaar waren. Het forfait was in feite een handreiking die was bedoeld om de toeristenbelasting op een eenvoudige wijze te verrekenen zonder dat er arbeidsintensieve handelingen benodigd waren. De wetgever stelt echter eisen aan het toepassen van forfaitaire heffingsmaatstaven in de verordening toeristenbelasting. Dit wordt met name in het zogenaamde ‘Aalsmeer Arrest’ duidelijk gesteld. Aalsmeer Arrest Op 6 november 1996 heeft de Hoge Raad met betrekking tot de heffing watertoeristenbelasting van de gemeente Aalsmeer een arrest gewezen met aanzienlijke gevolgen. In deze procedure heeft de Hoge Raad een oordeel geveld over de forfaitaire heffingsgrondslag voor vaste ligplaatsen van vaartuigen. In het bijzonder over het onderdeel van de regeling waarmee de duur van het verblijf van personen op vaartuigen wordt bepaald.
In de verordening watertoeristenbelasting van de gemeente Aalsmeer is voor de forfaitaire berekeningswijze het aantal etmalen verblijf op vaste ligplaatsen op 24 gesteld. De verordening is afgeleid van de modelverordening van de VNG. In de toelichting op deze verordening werd bij de onderbouwing van de forfaitaire heffingsgrondslag verwezen naar het onderzoeksrapport van 6 juni 1983 van de ANWBVakgroep Waterrecreatie. De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat het ANWB-rapport onvoldoende met feiten is onderbouwd en derhalve niet kan dienen als bewijs voor de door de gemeente Aalsmeer aannemelijk te maken stelling dat het forfaitaire in aanmerking te nemen gemiddelde leidt tot een alleszins redelijke inschatting van de werkelijke gemiddelde verblijfsduur binnen de gemeente Aalsmeer. De gemeente Aalsmeer was ook niet in staat om op een andere manier aan te tonen dat de forfaitair bepaalde gemiddelde verblijfsduur de werkelijk gemiddelde verblijfsduur bij benadering weergeeft. Dit heeft geleid tot de onverbindende verklaring van de verordening watertoeristenbelasting van de gemeente Aalsmeer. De Hoge Raad heeft verder geoordeeld dat: De forfaitair vastgestelde heffingsgrondslag niet meer mag afwijken dan 25% van de lokale werkelijkheid. Vóór het arrest van de Hoge Raad werd nog uitgegaan van een toegestane afwijking van 40%.
Voor de onderbouwing van de forfaitaire heffingsgrondslag een onderzoek binnen de gemeentelijke situatie noodzakelijk is waarbij wordt aangetoond dat de forfaitair bepaalde gemiddelden; verblijfsduur per persoon en het aantal personen dat verblijf houdt in kampeermiddelen of vaartuigen op vaste stand- of ligplaatsen, niet meer dan 25% afwijkt van de werkelijke gemiddelde verblijfsduur en verblijfhouders op vaste ligplaatsen, ligt. Dit betekent dat vanaf 1997 alle forfaitaire heffingsmaatstaven die worden toegepast bij de uitvoering van de land – en watertoeristenbelasting, zowel juridisch als statistisch onderbouwd dienen te worden. Om te kunnen voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld (aantonen dat afwijking forfait ten opzichte van het werkelijke verblijfsritme minder dan 25% is) kan niet worden volstaan met de uitvoering van een zestal tellingen gedurende het jaar maar is het uitvoeren van een statistisch onderzoek op basis van enquêtes onder recreanten noodzakelijk.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
5
▪ VERGUNNINGEN
De uitspraak legt sinds 1997 druk op gemeenten die gebruik maken van forfaitaire heffingsmaatstaven. Het fiscaaljuridische en financiële risico dat gemeenten lopen bij een niet – of niet volledig onderbouwd forfait is groot. Veel gemeenten zijn zich echter niet bewust van het risico dat zij lopen. C. HEFFINGSMETHODIEKEN & MAATSTAVEN De toeristenbelasting kan op een aantal wijzen worden geheven. a. b. c. d. e.
Op basis van het werkelijk aantal overnachtingen Op basis van forfaitaire heffingsmaatstaven Op basis van een combinatie van werkelijk aantal overnachtingen en forfaitaire heffingsmaatstaven Op basis van de logiesomzet Op basis van combinatie logiesomzet en werkelijk aantal overnachtingen
a. Werkelijk aantal overnachtingen Veruit de eenvoudigste heffingsmethodiek is het heffen op basis van het werkelijk aantal gerealiseerde overnachtingen. Als je tegen vergoeding ergens overnacht dan dient toeristenbelasting te worden afgedragen. Daarmee kan maximering van de opbrengst toeristenbelasting worden behaald. Immers elke overnachting tegen vergoeding in welk bed dan ook, bij welke verblijfsbieder dan ook, draagt bij aan de optimale belastingopbrengst. Voordelen: • Eenvoudig qua methodiek. • Duidelijk als heffingsmaatstaf. Nadelen • Verblijfbieders dienen dagelijkse gastregistratie te voeren. • Sluit niet aan bij de uitvoeringspraktijk van met name campings. Gastregistratie per persoon per nacht ontbreekt vaak bij verblijf op vaste– en seizoenplaatsen en langdurige arrangementen. Administratieve lastendruk Bij de heffingsmethodiek op basis van het werkelijk aantal overnachtingen is met de administratieve lastendruk voor de exploitanten van campings en kampeerterreinen hoog. De overige verblijfsbieders berekenen de verblijfskosten op basis van het werkelijk aantal nachten verblijf en in veel gevallen wordt een registratiesysteem gehanteerd waardoor het doen van aangifte op basis van het eigen registratiesysteem niet arbeidsintensief is. Daar waar geen eigen registratie wordt gevoerd kan met behulp van een gemeentelijk nachtverblijfregister worden gewerkt.
Bij campings en kampeerterreinen met vaste – en seizoenplaatsen is dagelijkse gastregistratie niet gebruikelijk. Vaak hebben exploitanten wel duidelijk wie er op het terrein is (bijvoorbeeld door slagboomregistratie, of herkennen van auto’s en personen), maar niet met hoeveel personen en hoeveel nachten de huurders van een vaste – of seizoenplaats er zijn. b. Alle verblijfsvormen op basis forfaitaire heffingsmaatstaf Een heffingsmethodiek op basis van forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaven voor alle vormen van verblijf werd in het verleden door diverse gemeenten gehanteerd. Het aantal overnachtingen werd dan afhankelijk van de verblijfsvorm vastgesteld per woning, per kampeermiddel of bed bij hotels, pensions en B&B. De gedachte daarbij was dat heffen eenvoudig moest zijn en niet te veel administratieve handelingen voor de belastingplichtige met zich meebracht. Tegenwoordig maken de meeste belastingplichtigen echter gebruik van geautomatiseerde registratiesystemen waardoor in veel gevallen met één druk op de knop het aantal gerealiseerde overnachtingen kan worden vastgesteld.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
6
▪ VERGUNNINGEN
Uit de praktijk blijkt dat gemeenten die forfaits hanteren voor verblijf in hotels, vakantiecentra en pensions inkomsten mislopen vanwege het feit dat met name de grotere verblijfsbieders (hogere bezettingsgraad) profiteren van een dergelijke heffingsmethodiek. Bij sommige verblijfsvormen is een afwijking van meer dan 50% geconstateerd ten opzichte van het werkelijk aantal overnachtingen. Dat blijkt uit diverse onderzoeken naar de hoogte van de gehanteerde forfaits bij diverse gemeenten. Voordelen: • Eenvoudig qua methodiek. • Geen gastregistratie noodzakelijk. Nadelen • Met een schijnwerkelijkheid de werkelijk benaderen terwijl de werkelijkheid (aantal gerealiseerde overnachtingen) in de meeste gevallen bijzonder eenvoudig is te bepalen. De meeste bedrijfsmatige verblijfbieders maken tegenwoordig gebruik van goede volledig geautomatiseerde registratiesystemen. • Blijft forfaitaire heffing en dient dus te voldoen aan de richtlijnen voor een forfait: statistisch en juridisch onderbouwen binnen lokale omstandigheden. • Bepalen forfaits is arbeidsintensief. Wanneer forfaits moeten worden onderbouwd dient onderzoek plaats te vinden naar het gemiddelde verblijfsritme per bed, per woning, et cetera. Daarnaast dient van elke verblijfsaccommodatie de werkelijke capaciteit te worden vastgesteld (aantal bedden, aantal kampeermiddelen).
• Grote kans op inkomstenderving indien forfaits in samenspraak met belastingplichtigen worden vastgesteld. • Wanneer geen goed zicht op het werkelijk aantal bedden dat wordt aangeboden in hotels, pensions, B&B, of bij particuliere aanbieders wordt het prognosticeren van de belastingopbrengst bijzonder lastig. Administratieve lastendruk Bij de heffingsmethodiek op basis van een forfaitaire heffingsmaatstaf bij alle vormen van verblijf is de administratieve lastendruk bij de verblijfsbieder laag. Aan het eind van jaar geeft de verblijfsbieder door hoeveel eenheden (bedden, kamers, woningen, standplaatsen) in de belasting kunnen worden betrokken. c. Heffen op basis van combinatie werkelijk aantal overnachtingen en forfait De meest voorkomende heffingsmethodiek in Nederland is het heffen van de toeristenbelasting op basis van een combinatie van werkelijk gerealiseerd verblijf met forfaitaire heffingsmaatstaven daar waar het niet anders kan. De basis voor de heffing is een bedrag per persoon per nacht. Dat geldt voor alle vormen van verblijf met uitzondering van verblijf op vaste- en seizoenplaatsen en bij langdurende arrangementen op kampeerbedrijven (maand – voorjaar – verlengd voorjaar – en najaar).
Bij deze methodiek wordt het meest aangesloten bij de gastregistratie die verblijfbieders voeren en wordt de mogelijkheid geboden daar waar geen dagelijkse gastregistratie plaatsvindt, gebruik te maken van een forfaitaire heffingsmaatstaf. In combinatie met de registratieplicht opgenomen in de verordening is de controle op de naleving van de verordening goed mogelijk en vrij eenvoudig uit te voeren (rechtmatigheidstoets). Voordelen • Opbrengst toeristenbelasting sluit grotendeels aan toeristenbelasting bij de verblijfhouders. • Forfaits worden alleen toegepast waar strikt noodzakelijk.
bij
de
ingehouden ▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING
Nadelen • Ook hier geldt dat forfaits dienen te worden onderbouwd. Het onderzoek naar het verblijfsritme van gasten die verblijven in een kampeermiddel op een vaste– of
▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
7
▪ VERGUNNINGEN
seizoenplaats is arbeidsintensief en vergt inspanning van zowel de gemeente als de afzonderlijke exploitanten. Administratieve lastendruk Bij de heffingsmethodiek op basis van het werkelijk aantal overnachtingen in combinatie met forfaitaire heffingsmaatstaven voor verblijf op vaste – of seizoenplaats is met de administratieve lastendruk voor de verblijfsbieder relatief laag. Bij campings en kampeerterreinen wordt het toeristisch verblijf (kort kamperen) en verblijf in verhuureenheden op basis van de eigen registratie (boekingen/facturen) belast en geeft de exploitant aan het eind van het belastingjaar het aantal verhuurde vaste en seizoenplaatsen door. De overige verblijfsbieders berekenen de verblijfskosten op basis van het werkelijk aantal nachten verblijf en in veel gevallen wordt een registratiesysteem gehanteerd waardoor het doen van aangifte op basis van het eigen registratiesysteem niet arbeidsintensief is. Daar waar geen eigen registratie wordt gevoerd kan met behulp van een gemeentelijk nachtverblijfregister worden gewerkt. d. Heffen op basis van de logiesomzet Een methodiek van heffen die in een beperkt aantal gemeenten wordt toegepast, is het heffen van toeristenbelasting op basis van de gerealiseerde omzet uit logies. De heffingsmaatstaf is dan een percentage van de gerealiseerde omzet.
Deze methodiek past goed bij een gemeente waarbij de aard van verblijfsaccommodaties vrij homogeen is en niet te kleinschalig is. In een gemeente met voornamelijk hotels kan heffen op omzet logies goed werken. Op het moment dat er veel kleinschalige aanbieders (particulieren, B&B, minicampings, e.d.) voorkomen wordt deze methodiek lastig. Veel van de met name kleinere aanbieders voeren de verblijfsactiviteiten uit vanuit privé. Inkomsten worden, al dan niet, verantwoord binnen de aangifte Inkomstenbelasting op basis van all-in prijzen. Het vaststellen van de omzet logies is dan behoorlijk arbeidsintensief. Verder is bij de grote belastingplichtigen, zeker als zij onderdeel uit maken van een concern of keten, het vaststellen van de feitelijke omzet logies complex vanwege verleende kortingen, betaalde commissie aan tussenpersonen en doorbelaste kosten aan de verblijfsbieder. Bij campings met vaste – en seizoenplaatsen is de relatie tussen het houden van verblijf en de hoogte van de huur van de standplaats voor de duur van een seizoen of jaar discutabel. Er is geen directe relatie tussen het aantal overnachtingen dat verbleven wordt en de huur van de grond. Een voorwaarde om met deze heffingsmethodiek te werken, is dat het aangiftebiljet volkomen duidelijk is voor de belastingplichtigen. Wat wordt bedoeld met omzet logies.
Bruto-omzet? Netto-Omzet? Omzet na aftrek bemiddelingskosten? Et cetera. Het model, heffen op basis van logiesomzet wordt gepromoot door RECRON, de belangenbehartiger voor campings en vakantieparken. De reden schuilt in het feit dat bij dit model campings aanzienlijk minder toeristenbelasting afdragen dan bij de overige methodieken., tenminste als er geen tariefdifferentiatie wordt opgenomen in de verordening. (Slechts in een enkel geval wordt door gemeenten die deze methodiek hanteren met gedifferentieerde percentages van de omzet gewerkt!). Voordelen • De heffingsmaatstaf is duidelijk. • Geen forfaitaire heffing en dus ook geen risico. Nadelen • Het vaststellen van de feitelijke logiesomzet is complex. • Lastige methodiek bij grotere diversiteit van verblijfsvormen. • Er ligt een directe relatie tussen de verblijfsvorm en de hoogte van de ingehouden toeristenbelasting. Daardoor betaald de ene recreant aanzienlijk meer dan de andere
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
8
▪ VERGUNNINGEN
•
recreant terwijl beiden gebruik maken van de gemeentelijke faciliteiten (waarvoor de toeristenbelasting in feite bedoeld is; algemeen dekkingsmiddel). Controle op naleving van de verordening is arbeidsintensief.
Administratieve lastendruk Bij de heffingsmethodiek op basis van de logiesomzet is de administratieve lastendruk laag in geval duidelijk is wat met logiesomzet wordt bedoeld (zie opmerking hiervoor; inrichting aangiftebiljet). Dat geldt dan overigens voor de bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsaccommodaties. In de praktijk blijkt dat veel doorgaans kleinere verblijfsbieders moeite hebben met het bepalen van de logiesomzet. Hoewel niet direct een administratieve lastendruk wordt in een verordening op basis van logiesomzet regelmatig opgenomen dat een accountantsverklaring moet worden overlegd waaruit blijkt wat de logiesomzet in een bepaald jaar is. Met name kleine verblijfsbieders hebben vanwege de kosten van een accountantsverklaring, bezwaar tegen het afgeven van de verklaring. In een standaard accountantsrapport over een bepaald boekjaar wordt de logiesomzet, behoudens een boekhoudkundige check, niet getoetst op samenstelling. Daarvoor dient een controle-opdracht aan de accountant te worden verstrekt. Met name deze specifieke controle-opdracht brengt extra kosten met zich mee. e. Heffen op basis van de logiesomzet in combinatie met werkelijk aantal overnachtingen Een methodiek die voor zover ons bekend nog niet in Nederland wordt toegepast maar wel zou kunnen is een combinatie van twee heffingsmethodieken in één verordening.
Heffen op basis van omzet bij bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfbieders en op basis van het werkelijk aantal overnachtingen bij verblijfsbieders die de logiesomzet binnen de aangifte IB verantwoorden. Voorwaarde is dat duidelijk gedefinieerd wordt wat een bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsbieder is en wat niet. Voordelen • De heffingsmaatstaf is duidelijk. • Geen forfaitaire heffing en dus ook geen risico. Nadelen • Het vaststellen van de feitelijke logiesomzet is complex. • Er ligt een directe relatie tussen de verblijfsvorm en de hoogte van de ingehouden toeristenbelasting. Daardoor betaald de ene recreant aanzienlijk meer dan de andere recreant terwijl beiden gebruik maken van de gemeentelijke faciliteiten (waarvoor de toeristenbelasting in feite bedoeld is; als algemeen dekkingsmiddel). • Controle op naleving van de verordening is arbeidsintensief.
Administratieve lastendruk Bij de heffingsmethodiek op basis van de logiesomzet is de administratieve lastendruk laag in geval duidelijk is wat met logiesomzet wordt bedoeld (zie opmerking hiervoor; inrichting aangiftebiljet). Dat geldt dan voor de bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsaccommodaties. Voor verblijfsbieders die hun omzet verantwoorden binnen de aangifte IB is de administratieve lastendruk eveneens relatief laag vanwege het feit dat in de meeste gevallen een dagelijkse gastregistratie plaatsvindt. Algemene opmerking heffingsmethodieken Op basis van onze jarenlange praktijkervaring met de heffing van toeristenbelasting zijn wij de mening toegedaan dat het heffen op basis van het werkelijk aantal overnachtingen in combinatie met forfaitaire heffingsmaatstaven, gelet op de bedoeling van de wetgever bij de
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
9
▪ VERGUNNINGEN
toeristenbelasting; bijdragen in gemeentelijke kosten, de meest faire manier van heffen is. Het tarief per persoon per overnachting is voor iedereen duidelijk. De administratieve lastendruk is relatief laag en de aangiften toeristenbelasting zijn goed te controleren. D. DIFFERENTIATIES Het staat gemeenten vrij om in de verordening toeristenbelasting te werken met differentiaties. De volgende differentiaties zijn mogelijk: f. g. h.
Tariefdifferentiatie op basis van gebied Tariefdifferentiatie op basis van verblijfsvorm Tariefdifferentiatie op basis van tijdvak
a. Gebiedsdifferentiatie Het staat gemeenten vrij een differentiatie te hanteren die van toepassing is binnen bepaalde gebieden binnen die gemeenten. Daarbij worden verblijfsbieders in de benoemde gebieden door gemeenten die deze differentiatie hanteren met een hoger tarief belast. Het betreft dan doorgaans gebieden waar de gemeente meer inspanningen verricht (onderhoud, schoonmaak, toezicht e.d.) dan in de overige delen van de gemeente. Men zou een gebiedsafbakening kunnen overwegen rond toeristencentra waarbinnen het hoger tarief toeristenbelasting van toepassing is ten opzichte van de rest van een gemeente. Voorwaarden • Objectiviteit. De gebieden waarbinnen een hoger tarief wordt gehanteerd, dienen duidelijk te worden afgebakend. Natuurlijke grenzen van gebieden en belangrijke wegen kunnen daarbij een rol spelen. • Aannemelijk is dat de gemeente binnen de beoogde gebieden meer inspanningen verricht op toeristisch–recreatief vlak ten opzichte van de overige gebieden. Daardoor wordt draagvlak verkregen voor de toepassing van de differentiatie naar gebied. b.
Differentiatie naar verblijfvorm Het staat gemeenten vrij een differentiatie toe te passen waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende verblijfsvormen (hotel, camping, B&B, groepsaccommodatie) of naar grootte van een verblijfsvorm (minicamping, camping, accommodatie met vijftig bedden of meer, etc.) Daarbij dient te worden opgemerkt dat de toeristenbelasting geheven wordt van niet-inwoners van de gemeente ter compensatie van het gebruik van de openbare ruimten en voorzieningen van de gemeente. Daarbij maakt het dus niet uit of iemand in een vijfsterrenhotel verblijft of in een groepsaccommodatie. De reden om deze vorm van differentiatie toe te passen schuilt in het feit dat de toeristenbelasting procentueel hoger drukt op de overnachtingsprijzen bij goedkopere vormen van verblijf als kamperen en verblijf in groepsaccommodaties. Het differentiëren naar verblijfsvorm is de meest voorkomende vorm van differentiatie in Nederland. Het objectief houden van de vrijstelling is redelijk eenvoudig. Deze vorm van differentiëren wordt over het algemeen door de diverse groepen verblijfbieders geaccepteerd. Voorwaarden • Objectiviteit. Bij de toepassing van een tariefdifferentiatie is het belangrijk de afzonderlijke vormen van verblijf goed te definiëren bij voorkeur in een artikel Begripsomschrijvingen in de verordening toeristenbelasting.
• De verhoudingen tussen de tarieven naar de verschillende verblijfsvormen zijn redelijk. Een afgeleide vorm van differentiatie is het differentiëren naar de omvang van een verblijfsaccommodatie. Een aantal gemeenten maakt gebruik van deze mogelijk en hanteert een meerdere tarieven voor het verblijf op campings en kampeerterreinen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt op basis van het aantal standplaatsen van een camping. In de praktijk worden dan minicampings; campings met een gemaximeerd aantal standplaatsen op basis van
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
10
▪ VERGUNNINGEN
het bestemmingsplan (meestal 15 of 25 standplaatsen) met een lager tarief belast dan de reguliere camping. Het hanteren van de deze differentiatie stuit vaak op weerstand vanuit de hoek van reguliere campinghouders en hun belangbehartiger (RECRON). Campinghouders zien minicampings doorgaans als concurrentie met minder strikte regelgeving. Dat laatste was een aantal jaren zeker het geval. Tegenwoordig is de regelgeving voor beide groepen nagenoeg gelijk. Differentiatie op basis van verblijfsvorm ligt bij de invoering ervan vaak gevoelig bij de diverse verblijfsbieders. Men vindt het onrechtvaardig dat voor het houden van verblijf binnen de gemeente verschillende tarieven worden gebruikt. Verblijfsbieders zien een relatie tussen de hoogte van overnachtingsprijs en het tarief toeristenbelasting (een hotelovernachting wordt hoger belast dan een overnachting op een camping) en voelen zich daardoor benadeeld. Uit de jurisprudentie waarbij de differentiatie naar verblijfvorm onderwerp is, blijkt dat echter niet. c. Tijdvakdifferentiatie Het staat gemeenten eveneens vrij een differentiatie toe te passen waarbij in een bepaalde perioden een afwijkend tarief toeristenbelasting wordt opgelegd. Hoewel deze differentiatie nauwelijks door Nederlandse gemeenten wordt toegepast is ons inziens deze handelswijze goed mogelijk.
Het uitgangspunt daarbij is dat de toeristenbelasting geheven wordt van nietinwoners van de gemeente ter compensatie van het gebruik van de openbare ruimten en voorzieningen van de gemeente. In perioden waarin een grote concentratie van personen de gemeente bezoekt maakt een gemeente meer kosten om bijvoorbeeld het verblijf van de personen in goede banen te leiden en/of de schoonmaak en onderhoud van de openbare ruimte uit te voeren. Voorwaarden • Objectiviteit. Bij de toepassing van een tariefdifferentiatie binnen bepaalde perioden is het belangrijk de perioden duidelijk te definiëren bij voorkeur in een artikel Begripsomschrijvingen in de verordening toeristenbelasting. • Aannemelijk is dat de gemeente binnen de beoogde perioden meer inspanningen verricht op toeristisch–recreatief vlak ten opzichte van de rest van het jaar. Algemeen differentiaties Het toepassen van differentiaties leidt in alle gevallen tot discussie over het doel van de heffing van toeristenbelasting; bijdragen in de algemene kosten van een gemeente. Door de toepassing van differentiaties zijn er altijd partijen die zwaarder belast worden dan de overige. Overigens is het mogelijk een combinatie van een gebied -, tarief – of tijdvakdifferentiatie toe te passen. Voorwaarden is altijd dat de differentiatie objectief moet zijn. E.
VRIJSTELLINGEN Het staat gemeenten vrij om in de verordening toeristenbelasting vrijstellingen op te nemen. Het betreft dan in alle gevallen een facultatieve vrijstelling. Een vrijstelling die de gemeente naar eigen inzicht kan toepassen. Er worden door gemeenten tal van vrijstellingen gehanteerd. De meest voorkomende zijn: a. b. c. d. e. f. g. h.
Personen die verpleegd of verzorgd worden in ziekenhuizen, verzorgingstehuizen of bejaardenhuizen. Personen die verblijven in een onder toezicht van het COA staand asielzoekerscentrum. Personen die verblijven in een vormings – of opleidingscentrum. Personen die jonger zijn dan …. jaar. Personen die verblijven uit hoofde van studie of beroep. Personen die verblijven als deelnemer aan een scouting-evenement. Personen die verblijven als deelnemer aan een schoolwerkweek. Personen die verblijven in een gemeubileerde woning waarvoor forensenbelasting wordt afgedragen.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
11
▪ VERGUNNINGEN
i.
Personen die verblijven en tevens watertoeristenbelasting afdragen.
De hiervoor opgesomde vrijstellingen zijn de meest voorkomende vrijstellingen die in Nederland worden gehanteerd. Bij de vrijstellingen geldt dat er doorgaans ook sprake moet zijn van verblijf tegen vergoeding. Bij alle vrijstellingen geldt dat, net als bij differentiaties, er een duidelijke, objectieve, afbakening moet zijn van de vrijstelling. a. Personen die verpleegd of verzorgd worden De vrijstelling is nagenoeg in elke verordening toeristenbelasting opgenomen. Door expliciet te stellen dat het verblijf plaats vindt in ziekenhuizen, verzorgingshuizen en bejaardenhuizen wordt voorkomende dat verblijf in particuliere of commerciële instellingen eveneens vrijgesteld is. Doorgaans wordt, voor wat betreft de beoogde instellingen waar de vrijstelling van toepassing is, aangesloten bij artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen. b. Personen die verblijven in asielzoekerscentrum Ook deze vrijstelling is nagenoeg in elke verordening toeristenbelasting opgenomen. Daarbij wordt de verblijfhouder geduid als ‘vreemdeling’ als vermeld in artikel 29 van de Vreemdelingenwet. Vaak wordt expliciet vermeld dat het centrum onder verantwoordelijk van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) moet staan. Hoewel deze vrijstelling associaties oproept met non-profit verblijf is dat niet geheel terecht.
In Nederland zijn op diverse plaatsen asielzoekerscentra ingericht door commerciële partijen die leegstaande verblijfsaccommodaties op deze manier rendabel maken. Er zijn gemeenten die om die reden de vrijstelling niet hanteren. c. Personen die verblijven in vormings- of opleidingscentra Een vrijstelling die minder vaak toegepast wordt. De vrijstelling vloeit vaak voort uit een reactie van een verblijfbieder tegen de (voorlopige) aanslag toeristenbelasting. De vrijstelling is bedoeld is voor het verblijf van studenten die een opleiding volgen in het kader van een studie of beroep (bijvoorbeeld aan de Politieacademie). Deze personen verblijven doorgaans op weekdagen op het opleidingscentrum en staan niet ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie personen. Het verblijven is altijd gekoppeld aan de opleiding. De verblijfbieder, het opleidingsinstituut, wordt ingeval zij in de weekenden de accommodatie verhuurt aan anderen dan de studenten, voor dat deel in de toeristenbelasting betrokken, d. Personen die jonger zijn dan …jaar De vrijstelling op grond van leeftijd is een veel voorkomende vrijstelling. Een vrijstelling echter met behoorlijke risico’s. De vrijstelling is bedoeld om over het verblijf van kinderen tot een bepaalde leeftijd geen toeristenbelasting te heffen. Doorgaans wordt het opnemen van deze vrijstelling vanuit de gemeenteraad geïnitieerd.
Daarbij spelen dan sociaal-, maatschappelijke aspecten en de wens om als gemeente ‘kindvriendelijk’ over te komen. Echter het grote nadeel van deze vrijstelling is dat het registreren van leeftijden van kinderen door de verblijfbieder noodzakelijk is om objectief te kunnen beoordelen of de vrijstelling juist is toegepast. Met name grotere verblijfsbieders hanteren registratiesystemen om boekingen van de kamers/vakantiewoningen te beheren. In de praktijk wordt echter regelmatig op het moment dat twee kamers geboekt worden de toeristenbelasting in rekening gebracht ongeacht de leeftijd van een meereizend(e) kind(eren) die verblijven in een andere kamer. Wanneer een kind verblijft op de kamer van de ouders wordt doorgaans geen toeristenbelasting in rekening gebracht. Uit de praktijk blijkt dat het registreren van het aantal overnachtingen van personen jonger dan .. jaar nog al eens te wensen over laat. Wat blijkt is dat sommige verblijfbieders een percentage van het totaal aantal gerealiseerde overnachtingen in mindering brengt bij het doen van aangifte als zijnde ‘vrijgestelde overnachtingen’. Het percentage ‘vrijgestelde overnachtingen’ is vrijwel nooit onderbouwd.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING
e. Personen die verblijven uit hoofde van studie en beroep
▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
12
▪ VERGUNNINGEN
Deze vrijstelling lijkt veel op de vrijstelling genoemd in c. verblijf in vormingscentra. Het grote verschil is echter dat deze vrijstelling veel ruimer is. In het verleden was deze vrijstelling in een groot aantal gemeenten opgenomen in de verordening toeristenbelasting. Waar echter totaal aan voorbij was gegaan is dat elke zakelijke overnachting in een hotel of andere verblijfsaccommodatie daardoor vrijgesteld was. Net als bij het registreren van de leeftijden is bij deze vrijstelling noodzakelijk een gedegen registratie te voeren naar de aard van het verblijf van de verblijfhouder; zakelijk of toeristisch. f. Personen die verblijven als deelnemer scouting-evenement In een aantal gemeenten wordt de vrijstelling geboden aan deelnemers en hun verzorgers die verblijven om een door Scouting Nederland verzorgd evenement bij te wonen. Doorgaans vinden de evenementen plaats op een sportterrein of kampeerterrein. Ook bij deze vrijstelling geldt dat het object maken (aansluiting zoeken bij Scouting Nederland) een voorwaarde is om de vrijstelling te objectiveren. g. Personen die verblijven als deelnemer aan schoolwerkweek Vooral wanneer gemeenten binnen de verblijfsector groepsaccommodaties heeft wordt deze vrijstelling opgenomen. Gedachte daarbij is dat scholen low budget introductie – en/of schoolverlatersweken organiseren in voornamelijk groepsaccommodaties.
Deelnemers en hun verzorgers worden dan vrijgesteld van toeristenbelasting. Wanneer deze vrijstelling wordt opgenomen is het ons inziens wenselijk een maximale leeftijd van de deelnemers die aan deze weken deelnemen, op te nemen in de vrijstelling. Of om aansluiting te zoeken bij de WPO, de wet op primair onderwijs. Voorbeeld vrijstelling: van minderjarigen, en hun begeleiders of leerkrachten welk verblijf in educatief verband door een openbare (basis-)onderwijsinstelling (WPO artikel 1) is georganiseerd en onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders of leerkrachten plaatsvindt. h. Personen die verblijven in een gemeubileerde woning waarvoor forensenbelasting wordt afgedragen Wanneer gemeenten naast de toeristenbelasting de forensenbelasting heffen wordt doorgaans een vrijstelling opgenomen voor het verblijf van diegene die ook ‘voor het beschikbaar houden van een ‘gemeubileerde woning’ (belastbaar feit forensenbelasting) de forensenbelasting afdraagt. Bedoeld wordt dan in feite het gebruik van de eigenaar zelf. Derdengebruik van de ‘gemeubileerde woning’ is in dat geval nog steeds belast met toeristenbelasting. Voor zover er sprake is van het houden van verblijf tegen vergoeding.
Het juist omschrijven van deze vrijstelling is bepalend of alle verblijf in de ‘gemeubileerde woning’ is vrijgesteld of alleen het verblijf van diegene die de forensenbelasting krijgt opgelegd. In het eerste geval derft de gemeente inkomsten uit de toeristenbelasting door, vaak onbedoeld, alle verblijf vrij te stellen. i.
Personen die verblijven en tevens watertoeristenbelasting afdragen Deze vrijstelling wordt vaak opgenomen wanneer een gemeente zowel land – als watertoeristenbelasting heft. Het handelt dan om het verblijf van personen in een verblijfsaccommodatie (belast met landtoeristenbelasting) die daarnaast ook een vaartuig op een ligplaats binnen de gemeente hebben en daarvoor worden belast met watertoeristenbelasting. In de praktijk zien we vaak dat een soortgelijke vrijstelling is opgenomen in de verordening watertoeristenbelasting. Dan wordt het verblijf aan boord van een vaartuig vrijgesteld als daarnaast ook wordt verbleven in een verblijfsaccommodatie (hotel, camping e.d.). Een andere variant van deze vrijstelling is dat in de landtoeristenbelasting het verblijf aan boord van een vaartuig wordt vrijgesteld. Nadeel daarvan is dat verblijf aan boord van cruiseschepen die voor de nacht afmeren in een gemeente niet belast kunnen worden.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
13
▪ VERGUNNINGEN
Het achterwege laten van een vrijstelling die de samenloop met watertoeristenbelasting regelt in de verordening toeristenbelasting is ons inziens de beste optie. Er kan in dat geval een vrijstelling worden opgenomen in de verordening watertoeristenbelasting om samenloop met de landtoeristenbelasting uit te sluiten. Algemeen vrijstellingen Het opnemen van vrijstellingen heeft altijd gevolgen voor de opbrengst toeristenbelasting en kan leiden tot discussies met verblijfbieders en hun belangenbehartigers. Wij adviseren om het aantal vrijstellingen te beperken tot vrijstelling voor verpleegden en verzorgden, verblijf in vormingscentra, asielzoekers en in geval van samenloop met forensenbelasting. F. REGISTRATIEPLICHT Het belastbaar feit, het houden van (nacht-)verblijf door niet-ingezetenen van de gemeente, en het tarief zorgt ervoor dat de verblijfsbieder een registratie moet voeren van waaruit hij/zij de aangifte van het aantal gerealiseerde overnachtingen in enig belastingjaar moet doen. Het opnemen van de registratieplicht in de verordening toeristenbelasting schrijft de verblijfsbieder voor dat hij een door de gemeente afgegeven nachtverblijfregister moet voeren.
Van deze plicht kan worden afgeweken wanneer de verblijfsbieder een eigen registratiesysteem voert waaruit blijkt hoeveel overnachtingen zijn gerealiseerd of wanneer een verblijfsbieder gebruik maakt van de forfaitaire heffingsmaatstaf. Wanneer gemeenten gebruiken maken van de een forfaitaire heffingsmaatstaf (al dan niet in combinatie met het werkelijk aantal overnachtingen) dan dient in de verordening de mogelijkheid te worden geboden om af te wijken van forfaitaire heffing als de verblijfsbieders kan aantonen dat het werkelijk aantal gerealiseerde overnachtingen lager is dan het aantal overnachtingen dat in het forfait is opgenomen. Daarvoor wordt dan in de verordening een artikel opgenomen ‘Opteren voor niet-forfaitaire heffing’. Juist wanneer men opteert voor niet-forfaitaire heffing (bijvoorbeeld voor verblijf op vaste – en seizoenplaatsen) is het voeren van een deugdelijke verblijfsregistratie een absolute voorwaarden. Het opnemen van de registratieplicht in de verordening toeristenbelasting vereenvoudigt de controle op de juistheid van de aangiften. De verblijfsbieder mag aantonen dat zijn aangifte juist is. G. SAMENLOOP FORENSENBELASTING Forensenbelasting is net als de toeristenbelasting een verblijfsbelasting. Met dat verschil dat de heffing van toeristenbelasting wordt opgelegd bij de eigenaar van ‘een gemeubileerde woning.
De belastingplichtige bij forensenbelasting is diegene die voor zichzelf of zijn gezin een vakantieonderkomen (gemeubileerde woning) meer dan 90 dagen tot zijn beschikking heeft (doorgaans de eigenaar). Tot zijn beschikking hebben wil niet zeggen dat de belastingplichtige de gemeubileerde woning ook daadwerkelijk gebruikt. Een groot aantal eigenaren van vakantiewoningen en/of chalets op vakantieparken verhuurt ‘de gemeubileerde woning’ via de verhuurcentrale van het vakantiepark (Landal, Center Parcs, Roompot e.d.), via een onafhankelijk verhuurkantoor of zelf. Wanneer de eigenaar een overeenkomst sluit met de verhuurorganisatie waarbij hij afziet van eigen gebruik van de woning/chalet is er geen sprake meer van ‘beschikbaar houden voor eigen gebruik’ en kan er geen forensenbelasting worden opgelegd. Op het moment dat een ‘gemeubileerde woning’ wordt verhuurd aan derden is er sprake van een belastbaar feit in de zin van de toeristenbelasting. Diegene die de woning verhuurt, wordt op dat moment belastingplichtige en mag de toeristenbelasting doorberekenen aan de huurder. Zo kan het voorkomen dat een eigenaar zowel over het eigen gebruik (meer dan 90 dagen beschikbaar voor eigen gebruik) als over de verhuur aan derden wordt aangeslagen in zowel de forensen – als de toeristenbelasting.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING
In de verordening toeristenbelasting is bij samenloop met forensenbelasting vrijwel altijd een vrijstelling opgenomen voor diegene die verblijf houdt in een vakantieonderkomen voor wiens
▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
14
▪ VERGUNNINGEN
verblijf forensenbelasting is verschuldigd. Deze vrijstelling wordt bij de uitvoering van de heffing toeristenbelasting echter vaak verkeerd geïnterpreteerd. De vrijstelling is bedoeld voor diegene die voor zichzelf of zijn gezin een vakantieonderkomen (gemeubileerde woning) meer dan 90 dagen tot zijn beschikking heeft (doorgaans de eigenaar). Echter, op het moment dat de eigenaar het vakantieonderkomen verhuurd aan derden tegen vergoeding, dan is de eigenaar een verblijfsbieder geworden in de zin van de verordening toeristenbelasting en dient over de gerealiseerde overnachtingen de toeristenbelasting te worden afgedragen. In een aantal gemeenten blijven deze overnachtingen echter buiten de heffing. Zoals eerder gemeld in onderdeel D, vrijstellingen, is het definiëren van de vrijstelling om samenloop te voorkomen van cruciaal belang (zie bijlage 1 Conceptverordening toeristenbelasting). H. VERMAKELIJKHEDENRETRIBUTIE & DAGTOERISTENBELASTING Verblijf gedurende de dag of een deel van de dag kunnen eveneens in een belastingmaatregel of recht worden betrokken. Aan de heffing van dagtoeristenbelasting zijn door de jurisprudentie overigens beperkingen gesteld. Uit het arrest van de Hoge Raad inzake de watertoeristenbelasting van Amsterdam) blijkt dat de gemeente met de toeristenbelasting niet in de voetsporen mag treden van de oude vermakelijkhedenbelasting.
Voorbeelden van een dagtoeristenbelasting zijn de belastingen die betaald wordt als met de veerboot Ameland of het eiland Tiengemeten in het Haringvliet worden aangedaan. Net als bij de toeristenbelasting is de verblijfsbieder de belastingplichtige en mag de toeristenbelasting worden doorberekend aan de verblijfhouder. Vermakelijkhedenretributie is een (belasting-) recht. Gemeenten hebben de mogelijkheid om dit recht te gebruiken om kosten te dekken voor voorzieningen die ten dienste staan van een vermakelijkheid binnen de gemeente. De hoogte van de kosten is niet relevant, wel moet de gemeente aantonen dat kosten ook daadwerkelijk ten behoeve van de vermakelijkheid zijn gemaakt en de vermakelijkheid profijt heeft van de gecreëerde voorzieningen. Vermakelijkheden kunnen zijn; Sprookjesparken, pretparken, kermissen, tentoonstellingen, musea, beurzen, bazaars en bezienswaardigheden. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld Pampus, Slot Loevesteijn, Muiderslot, De Efteling, De Darling Market in Rijswijk, Steenkolenmijn Valkenburg etc. Ook sportevenementen als voetbalwedstrijden in grote steden, racecircuits, en dichter bij huis de TT – Races kunnen als een vermakelijkheid worden aangemerkt. De retributie wordt opgelegd bij de exploitant van de vermakelijkheid en doorgaans geheven met een tarief per persoon op basis van verkochte toegangskaarten.
Het tarief per persoon varieert per heffende gemeente van € 0,10 tot € 1,00.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
15
▪ VERGUNNINGEN
Bijlage 1 Uniforme verordening toeristenbelasting Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020 (Verordening toeristenbelasting < gemeente > 2020) De raad van de gemeente < gemeente >; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van < datum >; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening toeristenbelasting <gemeente > 2020. Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; c. vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte waarop gedurende een jaar een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen is geplaatst dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; d.
vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte waarop gedurende een seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen is geplaatst dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; e. seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte waarop gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; f. groepsaccommodatie: een gebouw of een deel van een gebouw welke blijvend bestemd is voor tijdelijk nachtverblijf door groepen van meer dan [25] personen waarbij verbleven wordt op slaapzalen met meer dan 8 bedden per slaapzaal; g. toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte, dat gebruikt wordt voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; h. arrangement: het gebruik van een toeristische plaats gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; i. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni; j. verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli; k.
naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen; l. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september; m. belastingambtenaar: de op grond van de artikelen 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet aangewezen gemeenteambtenaren; Bij een gemeenschappelijke regelingl de op grond van de artikelen art. 232 lid 4, a en c aangewezen ambtenaren.
▪ TOERISTENBELASTING ▪ FORENSENBELASTING ▪ PRECARIOBELASTING ▪ RECLAMEBELASTING ▪ HONDENBELASTING ▪ BRP CONTROLES ▪ WONINGTOEZICHT ▪ OPENLUCHTRECREATIE
Ondersteuning TB 2019 TI/002/19.1310
16
▪ VERGUNNINGEN
n.
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van mobiele kampeeronderkomens of stacaravans.
Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor: [a.] het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven; [b. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.] (optioneel m.b.t. huisvesting arbeidsmigranten om niet) Artikel 3. Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4. Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: a. door degene, die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; b.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; c. door degene, die verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd. Artikel 5. Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel 6. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Ter zake van verblijf voor vakantie of recreatief gebruik in mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoensplaatsen of voor mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen wordt het aantal overnachtingen forfaitair vastgesteld. 2. De forfaitaire berekeningswijze is uitsluitend van toepassing voor jaarplaatsen, vaste seizoenplaatsen, seizoenplaatsen en arrangementen die gebruikt worden door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen. 3.
Bij de forfaitaire berekening wordt het aantal overnachtingen per verblijfsruimte vastgesteld op het product van het voor die verblijfsruimte in het vierde lid vastgestelde aantal personen dat heeft overnacht en het voor die verblijfsruimte in het vijfde lid vastgestelde aantal malen dat is overnacht. 4. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen, bepaald op @@; b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen bepaald op @@;