Bijlage 1 - Ontwerpbestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Tekst van het document
De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplan te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.
5.1
Bestemmingsregels
In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs. 5.1.1
Inleidende regels
Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. De gemeente heeft bindende afspraken over planregels opgesteld. Deze zijn aangepast in overeenstemming de eisen van de SVBP2012. Alle begrippen worden in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'. Voor de begrippen is aansluiting gezocht bij andere bestemmingsplannen in de gemeente Ooststellingwerf. Voor de wijze van meten geldt hetzelfde.
29
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
5.1.2
Bestemmingsregels
Dit hoofdstuk bestaat uit één set aan regels: 'Wonen'. Gronden die deze bestemming hebben, zijn bestemd voor wonen met de daarbij behorende gebouwen, tuinen en erven. Tevens zijn ook bedrijven en beroepen aan huis toegestaan. Deze zijn echter wel aan voorwaarden verbonden. Daarnaast zijn ook bijbehorende bouwwerken toegestaan. Wel leggen de bouwregels een aantal ruimtelijke voorwaarden op. Tot slot bepaalt de bestemming welk gebruik van de gronden is toegestaan. 5.1.3
Algemene regels
De algemene regels bestaan uit een aantal regels: 1. 2. 3. 4.
Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene afwijkingsregels.
De Anti-dubbeltelregel is op basis van artikel 3.2.4 van het Bro. Het betreffende besluit schrijft voor dat de tekst van artikel 3.2.4 van het Bro één op één in een wordt overgenomen. De Algemene bouwregels, Algemene gebruiksregels en de Algemene afwijkingsregels bevatten verscheidene regels van algemene strekking. Zo mag van de in de bestemmingsregels gegeven maten in een aantal gevallen worden afgeweken. Ook is het niet toegestaan om in het plangebied schroot op te slaan. 5.1.4
Overgangs- en slotregels
In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Bro. Dit besluit schrijft dwingend voor hoe het overgangsrecht moet luiden. Bebouwing die niet voldoet aan de regels van is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met tien procent wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Tot slot bevat hoofdstuk 3 de slotregel waarin is aangegeven hoe het bestemmingsplan kan worden aangehaald.
30
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerpplan toegezonden aan een aantal vaste overleg- en adviesinstanties. Vervolgens zijn de binnegekomen reacties verwerkt en opgenomen als Bijlage 5 (Reactie vooroverleg provincie Fryslân) en Bijlage 6 (Reactie vooroverleg Brandweer Fryslân) bij deze toelichting. De resultaten van de tervisielegging worden hier te zijner tijd uiteengezet wanneer deze beschikbaar zijn.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
De kosten die gepaard gaan met het voornemen worden door de gemeente gedragen. De kosten die uit dit plan kunnen voortvloeien, zijn aanvragen voor een tegemoetkoming in schade. Schade, toegebracht door deze planologische wijziging, zal worden verhaald op de aanvrager van het (bouw)plan door middel van een gesloten planschadeovereenkomst tussen gemeente en aanvrager.
31
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
32
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Bijlagen bij de toelichting
33
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
34
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Bijlage 1 Beknopte natuurtoets
35
Actualisatie Ecologie Donkerb roek West projectnummer: P000084 Onderwerp:
Actualisatie ecologie Donkerbroek West
Datum:
18-02-2021
Inleiding KADER Het bestemmingsplan Donkerbroek West uit 2014 wordt aangepast. De activiteit betreft het wijzigen van het gebruik: daar waar vijf woningen zijn toegestaan, worden dat er zeven. Het wordt dus mogelijk gemaakt om twee extra woningen te bouwen in het plangebied. In het gewijzigde bestemmingsplan kunnen in het plangebied vier woningen als twee-onder-een-kap en drie vrijstaande woningen worden gebouwd. Uitgegaan wordt van parkeren op eigen terrein. Voor de wijziging is ook een actualisatie van de paragraaf ecologie noodzakelijk. Het doel van de actualisatie is om na te gaan of aanvul1
lend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Gezien de aard van de ontwikkeling en de huidige terreinomstandigheden is voor deze actualisatie een bureauonderzoek uitgevoerd op basis van recente foto’s, de luchtfoto (2019), Google Streetview (2016) en verspreidingsgegevens uit de NDFF. PLANGEBIED Het plangebied omvat een al grotendeels bouwrijp gemaakt grasveld, een aantal nieuwbouwwoningen en een in aanbouw zijnde woning tussen de Oude Tramweg, Geert Wolter Smitweg en Posthuisweg (figuur 1). Aan de west- en zuidzijde grenst de Oude Tramweg aan het plangebied. Het te bebouwen gedeelte van plangebied bestaat in de huidige situatie uit grasland. Er is geen opgaande beplanting of permanent oppervlaktewater aanwezig. Met de aanpassing van het bestemmingplan worden in het plangebied twee extra woningen toegestaan. Voor de bouw van deze woningen wordt grond vergraven en vegetatie verwijderd.
1
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van
(Europese) natuurgebieden.
Figuur 1. Plangebied (rood omlijnd). Ondergrond: luchtfoto uit 2019 en bestemmingsplan Donkerbroek West (2014) www.ruimtelijkeplannen.nl
datum 18-02-2021
projectnummer P000084
2
Foto 1 en 2. Impressie van het plangebied (17 februari 2021)
Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb);
-
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 tot en met 3.9 van de Wnb);
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (artikel 3.10 en 3.11 van de Wnb).
Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (artikel 3.11 van de Wnb). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in artikel 3.10, eerste lid, van de Wnb. INVENTARISATIE 2
Uit het raadplegen van de gegevens van de laatste vijf jaar in Nationale Database Flora en Fauna
(©NDFF - 17 februari 2021 11:27:33) blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het plangebied voornamelijk beschermde diersoorten, zoals vogels met jaarrond beschermde nesten en zoogdieren aanwezig zijn. Het terrein bestaat volledig uit een bouwrijp grasveld. Beschermde plantensoorten zijn niet bekend uit de omgeving en zijn ook niet te verwachten gezien de terreinomstandigheden en de voedselrijkdom.
2
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft
informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.
datum 18-02-2021
projectnummer P000084
3
Opgaande beplanting en bebouwing is niet aanwezig binnen het te bebouwen gedeelte, waardoor nesten van broedvogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuisverblijfplaatsen uitgesloten kunnen worden. Ook is het zeer onwaarschijnlijk dat er andere algemene broedvogels zullen broeden in het te bebouwen gebied door het ontbreken van opgaande beplanting of watergangen. In de aangrenzende tuinen kunnen wel soorten als merel broeden. De nesten van algemene vogelsoorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd. Het plangebied kan onderdeel vormen van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals buizerd die het plangebied dan incidenteel zal bezoeken om te foerageren. Het plangebied kan ook een onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuissoorten die uit de omgeving bekend zijn en die in deels open gebied kunnen foerageren, zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger (NDFF). Het plangebied kan geschikt leefgebied bieden voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals veldmuis. Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving is het voorkomen van de niet-vrijgestelde eekhoorn en otter bekend (NDFF). Geschikt leefgebied voor deze en andere niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten ontbreekt in het plangebied.
Het grasland vormt marginaal geschikt landbiotoop voor enkele algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Nietvrijgestelde amfibieënsoorten zijn niet bekend uit de directe omgeving van het plangebied (en bovendien ontbreekt geschikt landbiotoop en/of voortplantingsbiotoop voor niet-vrijgestelde soorten. Beschermde soorten uit de soortgroepen vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet in het plangebied te verwachten vanwege het ontbreken van waarnemingen uit de omgeving van het plangebied (NDFF) en/of het ontbreken van geschikt biotoop. TOETSING Door het ontbreken van bomen en bebouwing in het te bebouwen gebied kunnen negatieve effecten op vleermuisverblijfplaatsen en vogels met jaarrond beschermde nesten uitgesloten worden. Het plangebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die regelmatig in deels open en bebouwd gebied foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen treden niet op.
datum 18-02-2021
projectnummer P000084
4
Bij uitvoering van het plan wordt het plangebied naar verwachting minder geschikt als foerageergebied voor buizerd. Het plangebied vormt echter hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van buizerd en bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief en deels ook hoogwaardiger foerageergebied aanwezig voor deze soort waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Een negatief effect op buizerd door verlies van foerageergebied is niet aan de orde. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Om vernietiging van in gebruik zijnde nestplaatsen te voorkomen, dient bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden daarom voldoende rekening te worden gehouden met het broedseizoen of dient voorafgaand aan de werkzaamheden te worden vastgesteld dat geen broedgevallen aanwezig zijn. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen ten slotte enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieënen zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood.
De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. De provincies zijn verantwoordelijk voor de
datum 18-02-2021
projectnummer P000084
5
begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid). NATUUR BUITEN HET NNN Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNNgebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied. INVENTARISATIE In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op geruime afstand van het plangebied. Natura 2000-gebied ‘Drents-Friese Wold & Leggelderveld’ ligt op een afstand van circa zes kilometer ten zuiden. Het meest nabijgelegen NNN-gebied ligt op circa twee kilometer ten zuiden het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als ‘Natuur buiten het NNN’ is op circa vijftig meter ten noorden van het plangebied gelegen. Gronden die zijn aangewezen als weidevogelparel liggen op een afstand van circa 5,5 kilometer ten zuiden van het plangebied. TOETSING Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden, de inrichting van het tussenliggende gebied met bebouwing, wegen en de aard van de ontwikkeling, zijn veel potentiele effecten op het Natura 2000gebied ‘Drents-Friese Wold & Leggelderveld’ op voorhand uit te sluiten.
Over deze afstand kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Gezien de afstand tot het NNN, natuur buiten het NNN, weidevogelleefgebied en de aard van het plan, zijn geen negatieve effecten te verwachten op dergelijke gebieden. Het project is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie Voor een toetsing aan de soortenbescherming van de Wnb is op basis van het de geraadpleegde bronnen en gelet op de aard van het plan, een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Op basis van de stikstofberekening kan worden bepaald of een vergunning van de Wnb nodig is voor uitvoering van het plan. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de provinciale ruimtelijke verordening.
datum 18-02-2021
projectnummer P000084
6
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Bijlage 2 Stikstofberekening
43
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e D on k erb r o e k W e st 2 0 2 1
D EF IN I TI EF
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e D on k erb r o e k W e st 2 0 2 1
D EF IN I TI EF
Inhoud
Toelichting en bijlagen
22 februari 2021
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging projectgebied
5
4
Invoergegevens AERIUS
6
4.1
Aanlegfase
7
4.1.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
7
4.1.2
Werkverkeer (bron 2)
7
4.2 4.3
Gebruiksfase
8
4.2.1
8
Verkeersgeneratie woningen (bron 3 t/m 5)
Totale emissie
8
5
Model
9
6
Rekenresultaten en conclusie
10
22 februari 2021
1
Inleiding In het kader van het bestemmingsplan ‘Donkerbroek West 2021’ is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van de woningen aan de Oude Tramweg te Donkerbroek in de gemeente Ooststellingwerf berekend. Het project maakt de bouw van twee woningen op een locatie in het niet stedelijk woonmilieu. De omvang van het project is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOX en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (22 februari 2021). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Omvang projectgebied (bron: pdokviewerpdok.nl, d.d 22-02-2021).
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
22 februari 2021
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 van de Wnb in samenhang met artikel 2.8 van de Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.
Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.
Stikstofregistratiesysteem Naast saldering bestaat er de mogelijkheid om voor woningbouwprojecten waarbij er sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken via het stikstofregistratiesysteem. In dit stikstofregistratiesysteem wordt alle stikstofruimte van stikstof reducerende maatregelen, waaronder de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur, opgeslagen. De door deze maatregelen beschikbaar gekomen ruimte kan voor maximaal 70% worden besteed aan economische ontwikkelingen.
22 februari 2021
4
3
Ligging projectgebied Zoals in de inleiding is aangegeven is het projectgebied gelegen aan de Oude Tramweg te Donkerbroek. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden weergegeven. De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: - Wijnjeterper Schar, gelegen op een afstand van circa zes kilometer; - Drents-Friese Wold & Leggelderveld, gelegen op een afstand van circa zes kilometer; - Bakkeveense Duinen, gelegen op een afstand van circa zeven kilometer; - Fochteloërveen, gelegen op een afstand van circa acht kilometer.
22 februari 2021
5
4
Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOX en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden totdat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de woningen gasloos worden uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOX ten behoeve van de verwarming. Dit zal geborgd moeten worden in de ruimtelijke procedure. Ten behoeve van de werkzaamheden verkeersgeneratie van de woningen zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt.
22 februari 2021
6
4.1
Aanlegfase
4.1.1 Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van 1
BügelHajema Adviseurs . Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie Aantal Werktuig kW Bouw woningen
2 graafmachine 2 betonstorter 2 kraan 2 heistelling totale emissie NOx mobiele werktuigen
200 200 200 200
Belasting2 69% 69% 50% 50%
Emissie Eenheid factor 2,3 25 u/ 3,0 12 u/ 3,0 25 u/ 3,0 12 u/
won. won. won. won.
Draaiuren 50 uur 24 uur 50 uur 24 uur
Stage Emissie klasse NOx IIIb 15,87 kg IIIb 9,94 kg IIIb 20,70 kg IIIb 9,94 kg 56,45 kg
4.1.2 Werkverkeer (bron 2) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. - licht verkeer tweehonderd ritten per jaar; - middelzwaar vrachtverkeer tachtigritten per jaar; - zwaar vrachtverkeer twaalfritten per jaar. Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van figuur 7.1 van de ‘Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2020’ (tabel 2). Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
-vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
De totale emissie van het werkverkeer bedraagt ongeveer 0,14 kilogram NOX per jaar.
1
Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door
BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen. 2
De belasting is het vermogen van het mobiele werktuig wat gemiddeld gebruikt wordt.
22 februari 2021
7
4.2
Gebruiksfase
4.2.1 Verkeersgeneratie woningen (bron 3 t/m 5) In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Daarbij is gebruikgemaakt van de kencijfers voor vrijstaande koopwoningen (8,6 ritten per woning, niet stedelijk, rest bebouwde kom). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden 6.278 ritten per jaar. De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woningen in de gebruiksfase bedraagt in dat geval ongeveer 1,28 kilogram NOX. per jaar.
4.3
Totale emissie -
De totale emissie van het project in de gebruiks- en aanlegfase bedraagt ongeveer 56,58 kg NOX per jaar. De totale emissie van het project in de gebruiks- en aanlegfase bedraagt ongeveer 1,28 kg NOX per jaar. De totale emissie van het project in de aanleg- en gebruiksfase bedraagt ongeveer 57,86 kg NOX per jaar.
22 februari 2021
8
5
Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (22 februari 2021). In de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2021. Indien het project later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 3 - AERIUS model.
22 februari 2021
9
6
Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.
Afbeelding 4 - Rekenresultaat .
Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.
22 februari 2021
10
Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RsJppr8nZVrK (21 februari 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Gemeente Ooststellingwerf
Oude Tramweg, 8435 MA Donkerbroek
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Donkerbroek West 2021
RsJppr8nZVrK
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
21 februari 2021, 16:16
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Situatie 1
NOx
57,86 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Bouw van twee woningen Aanleg- en gebruiksfase 2021
Resultaten
Situatie 1
RsJppr8nZVrK (21 februari 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
56,44 kg/j
Werkverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Verkeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Vekeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Verkeersgeneratie Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RsJppr8nZVrK (21 februari 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Mobiele werktuigen 211686, 559078 56,44 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Graafmachine 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
15,87 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonstorter 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
9,94 kg/j < 1 kg/j
AFW
Kraan 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
20,70 kg/j < 1 kg/j
AFW
Heistelling 200 kW
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
9,94 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Werkverkeer 211639, 559225 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
200,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
80,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
12,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RsJppr8nZVrK (21 februari 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
3.139,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Vekeersgeneratie 211661, 559147 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
3.139,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Verkeersgeneratie 211661, 559131 < 1 kg/j < 1 kg/j
Verkeersgeneratie 211664, 559233 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
6.278,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RsJppr8nZVrK (21 februari 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RsJppr8nZVrK (21 februari 2021) pagina 6/6
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Bijlage 3 Advies externe veiligheid FUMO
63
Advies externe veiligheid voor het toestaan van 2 extra woningen in Donkerboek west (gemeente Ooststellingwerf). Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); - het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); - het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Groepsrisico (GR) Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. De volgende besluiten zijn relevant: 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Met het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. 2.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op basis van het Bevb dienen plannen, vergelijkbaar met het Bevi, te worden getoetst aan de grens- en richtwaarde voor het PR en de oriëntatiewaarde voor het GR. 3. Basisnet Het basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over de weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Het basisnet is vastgelegd in onder andere de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 4. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Voor ruimtelijke ordening in relatie tot de transportroutes is het Bevt opgesteld. Hierin zijn de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet wettelijk vastgelegd. EV-advies Donkerbroek west
5. Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) Het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende regeling is de opvolger van een groot aantal AMvB’s. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor verschillende milieuaspecten, zoals veiligheidsafstanden waaraan voldaan moet worden. Verantwoordingsplicht In het Bevi, Bevb en het Bevt is onder andere een verantwoordingsplicht GR opgenomen. Deze verantwoording houdt in dat in bepaalde gevallen planologische keuzes moeten worden onderbouwd en verantwoord door het bevoegd gezag.
Opsteller: FUMO team Leefomgeving Datum: 25-06-2021 Zaaknummer: 2021-FUMO-0049322 Organisatie: FUMO Status: Definitief
EV-advies Donkerbroek west
Inleiding Gemeente Ooststellingwerf is voornemens voor een deel van het bestemmingsplan Donkerbroek West een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Het vigerende bestemmingsplan staat namelijk 2 woningen minder toe dan de bedoeling is. Gevraagd is om een advies externe veiligheid. Ligging plangebied Het plangebied is in onderstaande luchtfoto met het rode vlak aangeduid. Dit plangebied is in 2014 reeds bestemd voor woningbouw. In het bestemmingsplan moeten twee woningen extra worden toegevoegd, waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan nodig is.
Locatie voor 2 woningen
Figuur 1: EV-signaleringskaart met plangebied
In figuur 1 is te zien dat er binnen en nabij het plangebied, met uitzondering van de provinciale weg N-381, geen risicobronnen aanwezig zijn. Aan de Vaart westzijde is een tankstation gevestigd, waarvan voor de verlading, opslag en aflevering van LPG de omgevingsvergunning is ingetrokken. Dit tankstation wordt dus niet meer als een risicobron aangemerkt. Geadviseerd wordt om de veiligheidszone-LPG en de aanduiding LPG-vulpunt van dit tankstation van de verbeelding van het voorliggende plan en van het Bestemmingsplan Buitengebied (2020) te verwijderen. De provinciale weg N-381 is voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vrijgegeven en moet worden aangemerkt als een risicobron vanwege het transport van propaan en LPG. Deze weg maakt overigens geen onderdeel uit van het Basisnet weg. Het plangebied ligt binnen 200 meter van de provinciale weg en moet daarom de externe veiligheidssituatie op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes worden beoordeeld. EV-advies Donkerbroek west
Risicoanalyse De provinciale weg heeft geen PR10-6, doordat er te weinig transporten met gevaarlijke stoffen over deze weg worden vervoerd. Ook een plasbrandaandachtsgebied is niet aanwezig. Het groepsrisico moet worden verantwoord als een ruimtelijke ontwikkeling binnen 200 meter van een tracé voor het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De uitbreiding met 2 woningen houdt een toename van de populatie van 4.2 personen in. Deze minimale toename levert in een groepsrisicoberekening geen toename op. De toename is dus kleiner dan 10%. Het totale groepsrisico langs deze provinciale weg is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit houdt in dat op grond van het Bevt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Dit houdt in dat alleen op het aspect zelfredzaamheid en hulpverlening hoeft te worden ingegaan. Hiertoe dient de gemeente Ooststellingwerf Brandweer Fryslân in de gelegenheid te stellen om op deze ontwikkeling te kunnen adviseren. Conclusie Het ruimtelijk plan om twee woningen aan het bestemmingsplan toe te voegen is vanwege de provinciale weg N-381 voor externe veiligheid in geringe mate relevant. De planlocatie ligt binnen 200 meter vanaf de weg, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Andere relevante risicobronnen zijn niet aanwezig.
Geadviseerd wordt om de verbeeldingen van twee bestemmingsplannen de veiligheidszoneLPG en de aanduiding LPG-vulpunt van de verbeelding te verwijderen. Het groepsrisico moet ten aanzien van het aspect zelfredzaamheid en hulpverlening worden verantwoord. De oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt niet overschreden. Het groepsrisico is niet hoger dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Door de toename met 2 woningen neemt het groepsrisico rekenkundig niet toe. Desgevraagd heeft Brandweer Fryslân geen aanleiding gezien om voor de wijziging van dit bestemmingsplan te adviseren over zelfredzaamheid en hulpverlening.
EV-advies Donkerbroek west
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Bijlage 4 Watertoets
69
datum 8-2-2021 dossiercode 20210208-2-25496 Te volgen watertoetsprocedure Normale procedure Samenvatting van de gegevens voor de watertoets van project: Donkerbroek West 2021 Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Ooststellingwerf gemeente: Ooststellingwerf Gegevens plan Plan betreft correctie van bestemmingsplan 'Donkerbroek West'. Ter plaatse zijn elf woningen gewenst maar slechts negen toegestaan volgens bestemmingsplan. Het bestemmingsplan laat dus straks elf in plaats van negen woningen toe. oppervlak: 8079 m2 adres: Oude Trambaan (ongenummerd nog), 8435MA kadastraal adres: tekening meegestuurd: {upload_plan_tekening} opmerkingen: Gegevens aanvrager BügelHajema Adviseurs Vaart NZ50 9401 GNAssen T: E: @bugelhajema.nl Gegevens gemeente gemeente: Ooststellingwerf contactpersoon: T: 0516566249 E: @ooststellingwerf.nl Resultaat kaartenanalyse voor het plangebied Heeft u een beperkingsgebied geraakt? nee
Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Ooststellingwerf Uw antwoorden op onderstaande vragen Gaat het plan uitsluitend over de functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte? Antwoord: nee Is sprake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? Antwoord: nee Wordt het bestaande verharde oppervlak vergroot met meer dan 200 m2in stedelijk gebied of meer dan 1500 m2in landelijk gebied? Antwoord: ja Neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe? Antwoord: ja Zo ja, met hoeveel m2neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe? Antwoord: 300 Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? Antwoord: nee
Zo ja, met hoeveel m2neemt het verhard oppervlak in het landelijk gebied toe? Antwoord: Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? Antwoord: nee Dempen? nee Graven? nee Wat voor compenserende maatregelen worden er in het plan genomen bij een toename verharding en/of demping van het oppervlaktewater? Antwoord: Er is reeds sprake geweest van compenserende maatregelen in de vorm van een grootschalige waterberging aan de noordzijde van Het West Wil men voor het plan de waterpeilen wijzigen? Antwoord: nee Het doel v.d. peilwijzing, het nieuwe peil en hoe de wijziging wordt doorgevoerd? Antwoord: Wordt er een kelder of souterrain gerealiseerd? Antwoord: nee Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? Antwoord: nee
Overzicht ingetekend gebied www.dewatertoets.nl
datum 8-2-2021 dossiercode 20210208-2-25496 Wateradvies normale procedure Project: Donkerbroek West 2021 Gemeente: Ooststellingwerf Aanvrager: Organisatie: BügelHajema Adviseurs Geachte heer/mevrouw Voor het plan Donkerbroek West 2021 heeft u een watertoets aangevraagd waaruit blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd.
Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding.
Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Wetterskip Fryslân.
Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.
Gebied
Stedelijk (>200 m2)
Landelijk (>1.500 m2)
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.
Demping van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping heeft u een watervergunning nodig. Voor meer informatie verwijzen we u graag door naar het onderdeel Waterwet in deze uitgangsnotitie. Relatie tussen Water en Ruimte Het veiligheidsbeleid van het waterschap en de ruimtelijke ordening ontmoeten elkaar op verschillende momenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het bestemmen van reserveringszones achter primaire waterkeringen en bij het bestemmen van regionale voormalige zeedijken tot waterkering in de bestemmingsplannen. Als in bestemmingsplannen nieuwbouw plaatsvindt op locaties boven 'maatgevend boezempeil, gemiddelde waterstand tijdens maatgevende omstandigheden' die eenmaal per 100 of 300 jaar kunnen optreden, wordt een toename van de gevolgschade bij een overstroming vanuit de Friese boezem voorkomen. Voor het bepalen van de hoogteligging van het plangebied verwijzen wij u graag door naar http://www.ahn.nl/index.html Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten.
Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Opslag agrarische bedrijfsstoffen Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door mest en perssappen uit de voeropslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Per 1 januari 2018 is de Maatlat Schoon Erf van kracht, www.maatlatschoonerf.nlDe maatlat is opgenomen in de MIA/Vamil regeling. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden. De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor informatie en advies over erfinrichting kunt u contact opnemen met Wetterskip Fryslân.
Informatie waterobjecten Voor meer informatie over bijvoorbeeld de ligging en de beheer- en onderhoudsstatus van waterobjecten in het plangebied verwijzen wij u door naar leggerkaart op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/kaarten/leggerkaart Beleid Wetterskip Fryslân En wat doen we morgen met water? In het Waterbeheerplan 2016 2021 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, voor meer informatie zie onze website www.wetterskipfryslan.nl/waterbeheerplan-2016-2021 Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken heeft u een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. U kunt eerst checken wat u nodig heeft. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Vragen Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterbelangen in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek.
Wetterskip Fryslân denkt graag met u mee! U kunt contact met ons opnemen via de onderstaande contactgegevens.
Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl www.dewatertoets.nl
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Bijlage 5 Reactie vooroverleg provincie Fryslân
77
Gemeente Ooststellingwerf Ontvan-gstdatum
O 4 JUN 2021
provinsje fryslan provincie fryslan
ö <rü
Nummer postbus 20120
8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 (058) 292 59 25 www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf Postbus 38 8430 AA OOSTERWOLDE
www.twitter.com/provfryslan
O <Z) Ö • r-i
O
Leeuwarden, 1 juni 2021 Verzonden, g 2 JUNI 2021
Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)
Onderwerp
01884060 Omgevingszaken Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte@fryslan.frl
: voorontwerp bestemmingsplan correctie Donkerbroek West
Geacht college, Op 10 mei 2021 is bovengenoemd plan ter advisering ontvangen.
De provinciale belangen in het plan zijn op een juiste wijze verwerkt Het plan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
Hoogachtend, Namens het college van Gedeputeerde Staten,
dhr. J. Bosma oofd Omgevingszaken afdeli
- 1 /I * 00 ST ST3 L L I N G W 3 R F *
Ons kenmerk:
01884060
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
80
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Bijlage 6 Reactie vooroverleg Brandweer Fryslân
81
Aan het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Ooststellingwerf t.a.v. R. Roemeling Postbus Postbus 38 8430 AA Oosterwolde
Datum Onze referentie
26 mei 2021 UIT/21013279/BRW/BR/RB
Onderwerp
Behandeld door R. de Groot Doorkiesnummer 088 229 89 14 E-mail r.degroot@brandweerfryslan.nl
Uw referentie Uw brief van
Postbus 612 8901 BK LEEUWARDEN T 088 22 99 666 F 088 22 99 661 I www.brandweerfryslan.nl E info@brandweerfryslan.nl
10 mei 2021 Advies conceptbestemmingsplan correctie Donkerbroek West
Geacht college, Op 10 mei 2021 heef t u ten behoeve van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit o p de ruimtelijke ordening aan ons het concept bestemmingsplan correct ie Donkerbro ek West toegezonden, met de vraag eventuele opmerkingen aan u te richten. Het plan omvat een herziening/ correctie van het aantal geplande woningen uit het oorspronkelijke plan. Er worden in de juiste omschrijving uitgegaan van een ontwikkeling van 7 woningen, twee meer dan het oorspronkelijke plan. Externe veiligheid Brandweer Fryslân ziet geen noodzaak om bij dit bestemmingsplan opmerkingen te p laat sen. Dit omdat er geen risicovolle activiteiten zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit ext erne veiligheid buisleidingen (Bevb) op het plangebied van invloed zijn. In de vorige versie van het bestemmingsplan is aandacht besteed aan het onderdeel ext erne veiligheid omdat er in de nabijheid van het plangebied een LPG tankstation aanwezig was . Na de verlegging van de N381 is de LPG verkoop bij dit tankstation uiteindelijk gestaakt waardoor externe veiligheid niet meer relevant is. Advies risico’s en brandweerzorg Brandweer Fryslân heeft de mogelijkheid een advies risico’s en brandweerzorg te geven in het kader van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen.
In een dergelijk adv ies komen aspecten aan bod die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg. Hierbij valt te denken aan onder meer bereikbaarheid, de beschikbaarheid van bluswater en de opkomsttijden. Aangezien de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft op de basisbrandweerzorg en er in de huidige situatie geen knelpunten zijn op basis van de bovengenoemde aspecten, ziet Brandweer Fryslân af van de mogelijkheid tot het geven van een repressief advies. De aanpassing van het bestemmingsplan betreft slechts 2 woningen. De ontwikkeling als geheel is in ons vorige advies al voldoende behandeld, en ook verwerkt i n het bes temmings plan en uitvoering van de fysieke ruimte.
Mocht u naar aanleiding van bovenstaande nog vragen hebben, dan kunt u contact o pnemen met R. de Groot specialist risicobeheersing van Brandweer Fryslân, te bereiken via 088 – 229 8914. Wij gaan ervan uit hiermee te hebben voldaan aan uw adviesaanvraag. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Fryslân, voor deze
ing. S. Veerbeek clusterhoofd risicobeheersing afdeling Noordwest
Deze brief is in een automatisch proces opgemaakt en geaccordeerd en daarom niet ondertekend.
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Regels
85
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
86
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Donkerbroek West 2021 met NL.IMRO.0085.DonkerbroekWest21-OW01 van de gemeente Ooststellingwerf; 1.2
identificatienummer
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3
aan-huis-verbonden bedrijf:
het beroepsmatig verlenen van diensten, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk -niet zijnde een aan-huis-verbonden beroep- waarvan de omvang in een woning met bijbehorende bouwwerken past en waarbij de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin behouden blijft als opgenomen in Bijlage 1 (Voorbeeldlijst aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven) bij deze regels. Onder een aan-huis-verbonden bedrijf valt wel internetverkoop, maar geen webwinkel; 1.4
aan-huis-verbonden beroep:
het uitoefenen van een beroep of het verlenen van diensten op juridisch, medisch, therapeutisch, administratief, kunstzinnig of daaraan verwant gebied, als ondergeschikt onderdeel in een woning, waarbij de woonfunctie centraal is. Commerciële dienstverlening als bankfilialen, uitzendbureaus en reisbureaus, alsmede detailhandel en horeca worden niet begrepen onder aan-huis-verbonden beroep, als opgenomen in Bijlage 1 (Voorbeeldlijst aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven) bij deze regels; 1.5
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8 a.
b.
1.9
bestaand: het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; het onder sub a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, de voorheen geldende beheersverordening, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening, of een andere planologische toestemming; bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
87
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
1.10
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op het hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd en met de aarde verbonden bouwwerken met een dak; 1.12
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.13
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.14
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.15
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16
brutovloeroppervlakte:
de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie; 1.17
bêd & brochje:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt binnen bestaande gebouwen. Een bêd & brochje is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis; 1.18
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.19
erf:
een al dan niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens; 1.20
gebouw:
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
88
bestemmingsplan Donkerbroek West 2021
1.21
gebruiksmogelijkheden:
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende functie te gebruiken; 1.22
gevellijn:
de bouwgrens die nagenoeg gelijk loopt aan de as van de weg waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is (zijn) geplaatst en die is gelegen aan de weg(en) grenzende perceelgrens; 1.23
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.24
huishouden: