Bijlage 1 - Bestemmingsplan Muldersweg 3 Appelscha
Tekst van het document
Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân.
Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.
Gebied
Stedelijk (>200 m2)
Landelijk (>1.500 m2)
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.
Demping van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping heeft u een watervergunning nodig. Voor meer informatie verwijzen we u graag door naar het onderdeel Waterwet in deze uitgangsnotitie. Relatie tussen Water en Ruimte Het veiligheidsbeleid van het waterschap en de ruimtelijke ordening ontmoeten elkaar op verschillende momenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het bestemmen van reserveringszones achter primaire waterkeringen en bij het bestemmen van regionale voormalige zeedijken tot waterkering in de bestemmingsplannen. Als in bestemmingsplannen nieuwbouw plaatsvindt op locaties boven 'maatgevend boezempeil, gemiddelde waterstand tijdens maatgevende omstandigheden' die eenmaal per 100 of 300 jaar kunnen optreden, wordt een toename van de gevolgschade bij een overstroming vanuit de Friese boezem voorkomen. Voor het bepalen van de hoogteligging van het plangebied verwijzen wij u graag door naar http://www.ahn.nl/index.html Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten.
Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Opslag agrarische bedrijfsstoffen Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door mest en perssappen uit de voeropslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Per 1 januari 2018 is de Maatlat Schoon Erf van kracht, www.maatlatschoonerf.nlDe maatlat is opgenomen in de MIA/Vamil regeling. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden. De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor informatie en advies over erfinrichting kunt u contact opnemen met cluster Handhaving van Wetterskip Fryslân.
Informatie waterobjecten Voor meer informatie over bijvoorbeeld de ligging en de beheer- en onderhoudsstatus van waterobjecten in het plangebied verwijzen wij u door naar leggerkaart op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/kaarten/leggerkaart Beleid Wetterskip Fryslân En wat doen we morgen met water? In het Waterbeheerplan 2016 2021 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, voor meer informatie zie onze website www.wetterskipfryslan.nl/waterbeheerplan-2016-2021 Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken heeft u een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. U kunt eerst checken wat u nodig heeft. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Vragen Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterbelangen in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek.
Wetterskip Fryslân denkt graag met u mee! U kunt contact met ons opnemen via de onderstaande contactgegevens.
Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl www.dewatertoets.nl
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
Bijlage 4 Wateradvies
51
RE: Vooroverleg Bestemmingsplan 'Muldersweg 3, Appelscha' Inge Waterlander <iwaterlander@wetterskipfryslan.nl> Ma 11-1-2021 16:50
Aan: Pijlman, Berend <B.Pijlman@ooststellingwerf.nl>
Geachte heer Pijlman, Wij hebben geen opmerkingen op het bestemmingsplan ‘Muldersweg , Appelscha'. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mei freo like groet is,
et vriendelijke groet,
Inge Waterlander Adviseur Waterbeheer Werkdagen: ma | wo | vr Wetterskip Fryslân T
| Postbus
,
AA Leeuwarden E iwaterlander@wetterskipfryslan.nl |
Va : Pijl a , Bere d [ ailto:B.Pijl a @ooststelli g erf. l] Verzo de : do derdag ja uari : Aa : 'pro i ie@frysla .frl' <pro i ie@frysla .frl>; 'i fo@ ra d eerfrysla . l' <i fo@ ra d eerfrysla . l>; I fo <i fo@ e erskipfrysla . l>; 'Tea ‘o te Pro i ie Frysla ' <ro te@frysla .frl> O derwerp: Vooro erleg Beste i gspla 'Mulders eg , Appels ha' Gea hte heer/ e rou , Graag o t a ge ij u rea e op het ijge oegde o ept este ooro erleg zoals edoeld i ar kel . . Bro.
i gspla i het kader a het
Op de lo a e aa de Mulders eg i Appels ha is ee estaa d agraris h edrijf akker ou /aardappels et loo - e gro d erzet edrijf aa ezig. De agraris he a iteite die er plaats i de zij ooit gestaakt ge eest adat de este i g a Agraris h et ou lak is ge ijzigd aar Bedrijf - Loo - e gro d erzet edrijf . Beide edrijfstakke orde op deze lo a e uitge oerd. Het edrijf il uit reide et ee loods oor de opslag e koeli g a aardappele . Ee estsilo die u og oor het erle gde a de oorge elrooilij staat ordt erplaatst. Daar aast ordt het edrijf la ds happelijk i gepast. Het ijge oegde este i gspla is erop geri ht o de estaa de a iteite te regele e de uit reidi g ogelijk te ake . Met rie delijke groet, Bere d Pijl a ede erker rui telijke orde i g Aa
ezig op:
a, di, o, do, r
Bezoekadres 't Oost LE Ooster olde Postadres Post us
Alge ee T
ereik aar
Dire t u T
er
I ter et Dire te ail @o erf B.Pijl a @ooststelli g erf. l .ooststelli g erf. l .ooststelli g erf. l
Wij zijn Fair Trade - De k aa het esluit deze ail te pri te
De k aa het
ilieu oordat u dit eri ht pri t.
Dit eri ht is allee
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
AA Ooster olde ilieu oor u
este d oor de geadresseerde . Aa dit eri ht ku
e gee re hte
orde o tlee d.
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
Bijlage 5 Ecologisch onderzoek
55
Ecologische quickscan Muldersweg 3 te Appelscha
Ecologisch onderzoek en advies
2
Colofon
Titel: Ecologische quickscan Muldersweg 3 te Appelscha
Opdrachtgever: Pieter Gorissen (Gorissen Ruimtelijk Advies)
Uitvoering veldwerk: Erik Visser
Rapportage: Jorna Arisz
Versie 2 - definitief
Datum: 29-08-2020
Contactgegevens: contact@doorneco.nl
3
4
Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................. 7 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................ 7 1.2 Plangebied ........................................................................................................................ 7 1.2.1 Ligging plangebied .................................................................................................... 7 1.2.2 Beschrijving plangebied ............................................................................................. 8 1.3 Methodiek ....................................................................................................................... 10 2. Wet natuurbescherming........................................................................................................ 11 2.1 Soortenbescherming ....................................................................................................... 11 2.2 Gebiedsbescherming ....................................................................................................... 13 2.2.1 Directe aantasting van N2000 gebieden of aangewezen soorten of habitattypen ....
14 2.2.2 Stikstof effect ........................................................................................................... 14 2.3 Houtopstanden ................................................................................................................ 14 3. Resultaten ecologische quickscan ........................................................................................ 15 3.1 Flora ................................................................................................................................ 15 3.2 Vogels ............................................................................................................................. 15 3.2.1 Vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen .............................................. 15 3.2.2 Overige broedvogels ................................................................................................ 15 3.3 Zoogdieren ...................................................................................................................... 15 3.3.1 Vleermuizen ............................................................................................................. 15 3.3.2 Overige zoogdiersoorten ..........................................................................................
15 3.4 Amfibieën, reptielen en vissen ....................................................................................... 15 3.5 Ongewervelden ............................................................................................................... 16 4. Conclusies en vervolgstappen .............................................................................................. 17 4.1 Resultaten quickscan ...................................................................................................... 17 4.2 Voorwaarden en vervolgstappen .................................................................................... 17 Bijlage 1. Beschermde soorten Wnb ........................................................................................ 18 Bijlage 2. Overzicht vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen .............................. 20 Bijlage 3. Beschermde soorten die zijn vrijgesteld door de provincie Fryslân ........................ 21
5
6
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De firma Graafstra is voornemens achterop het terrein aan de Muldersweg 3 te Appelscha een nieuwe aardappelloods te bouwen. Gorissen Ruimtelijk Advies verzorgt de ruimtelijke procedures voor deze ontwikkeling. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Voorliggende ecologische quickscan biedt inzicht in de (mogelijke) aanwezigheid van onder de Wnb beschermde soorten op de locatie. Met deze stappen tezamen wordt bepaald of en zo ja welke vervolgstappen nodig zijn om de geplande werkzaamheden binnen de kaders van de Wnb uit te voeren.
1.2 Plangebied 1.2.1 Ligging plangebied
Het plangebied bevindt zich aan de Muldersweg te Appelscha (provincie Fryslân). De nieuwbouw van de loods is voorzien aan de achterzijde van de bestaande gebouwen op deze locatie. De bouwlocatie valt binnen het bestaande erf, maar buiten het bestaande bebouwde deel van de locatie. Figuur 1 geeft de begrenzing van het plangebied weer, de figuur 2 de ligging binnen het geldende bestemmingsplan.
Figuur 1. Begrenzing van het plangebied, binnen rood kader (ondergrond: © OpenStreetMap-auteurs)
7
Figuur 2. Begrenzing van het plangebied, binnen rood kader (ondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.2.2 Beschrijving plangebied
De nieuwe aardappelloods zal worden gerealiseerd aan de achterzijde van de bestaande bebouwing aan de Muldersweg 3 te Appelscha. De figuren 3 tot en met 6 geven een impressie van het plangebied en de directe omgeving. In de huidige situatie bestaat het beoogde bouwblok uit onbebouwd terrein. Het terrein heeft een agrarische functie, de nevenfunctie is grondverzet. Een groot deel van het terrein wordt gebruikt voor de opslag van materialen, voertuigen, grond, stenen, etc. Een ander deel van het terrein bestaat uit een uitgegraven vijver annex bezinkbassin. Daarnaast wordt er kuilvoer opgeslagen. Lokaal is er sprake van begroeiing met kruiden en ruigere grassoorten. In de zuidoosthoek van het terrein worden enkele schapen gehouden. Langs de noordwestzijde is struweel aanwezig en loopt een watergang westelijk het veld in. Op het bestaande bouwblok staan al diverse schuren en loodsen. Aan de wegzijde is het woonhuis gesitueerd. Rondom de locatie bevinden zich agrarische percelen, met onder andere teelt van snijmais en aardappelen.
8
Figuur 3. Impressie van het beoogde bouwblok
Figuur 4. Impressie van het beoogde bouwblok
9
Figuur 5. Braakliggend gedeelte van het bouwblok
Figuur 6. Uitgegraven vijver annex bezinkbassin binnen het plangebied
1.3 Methodiek Voor de locatie is een ecologische quickscan uitgevoerd. Hiervoor heeft op maandag 15 juni 2020 een veldbezoek op de locatie plaatsgevonden. Deze is uitgevoerd in de ochtend. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt, droog, weinig tot geen wind uit westelijke richting, bij een temperatuur van ca. 16°C. Tijdens het veldbezoek is het plangebied visueel onderzocht op aanwezigheid van beschermde soorten, dan wel potentie hiervoor. Met deze gegevens en beschikbare gegevens uit externe bronnen is vervolgens een beoordeling gemaakt van de locatie voor beschermde soorten. 10
2. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet natuurbescherming regelt hiermee de soorten- en gebiedsbescherming en tevens de Boswet.
2.1 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent dus drie categorieën beschermde soorten (zij bijlage 1 en 2): 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese Unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn (niet zijnde exoten), in totaal ca. 290 soorten.
Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De regelgeving aangaande vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen is onder de Wet natuurbescherming gecontinueerd. De Europees beschermde soorten, niet vogels zijnde, bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Daarnaast kent de soortenbescherming ook de term zorgplicht. Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorgplicht kan door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. De andere, ‘nationale’ soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10. In deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten.
Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten is het beschermingsregime van paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. 11
Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals via een provinciale verordening. De vrijgestelde soorten zijn provincie afhankelijk en terug te vinden in bijlage 3. Voor handelingen is een ontheffing van de verbodsbepalingen nodig als: • Er geen maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepalingen te voorkomen; • Er geen vrijstelling geldt op grond van een provinciale verordening, gedragscode, beheerplan Natura 2000, programmatische aanpak of een ministeriële regeling. Een ontheffing wordt aangevraagd door de initiatiefnemer waarna een besluit over de aanvraag wordt genomen door het bevoegd gezag (de betreffende provincie). Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.
• Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. De wet natuurbescherming kent een aanhaakverplichting. Indien de Wnb relevant is voor een project dient deze aan te haken bij de betreffende aan te vragen omgevingsvergunning indien vooraf geen losse aanvraag bij de provincie is ingediend. De betreffende provincie hoeft hierop nog niet te hebben besloten, enkel dient de aanvraag te zijn ingediend.
12
2.2 Gebiedsbescherming De Europese Unie (EU) wil de biodiversiteit in Europa beschermen met Natura 2000. Om de natuur in Europa als geheel te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten samen aan Natura 2000. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Nederland kent ruim 160 Natura 2000-gebieden. Dit Natura 2000 netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Een deel van de Natura 2000-gebieden is inmiddels definitief aangewezen. Dat gebeurt in de vorm van een aanwijzingsbesluit. In het aanwijzingsbesluit staat welke doelen Nederland nastreeft voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld welke planten en dieren bescherming verdienen. Vervolgens komt er in nauw overleg met betrokken partijen een beheerplan, waarin onder andere staat beschreven welke maatregelen nodig zijn om de doelen te behalen.
13
Het is verboden om zonder vergunning in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied activiteiten uit te voeren die de kwaliteit van een aangewezen gebied verminderen. Dit geldt ook voor de aantasting, verslechtering of verstoring van de leefgebieden van plant- en diersoorten in het gebied. Er is een vergunning nodig als: • De initiatiefnemer een project wil realiseren of een handeling wil verrichten in een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied; • niet kan worden uitgesloten dat de activiteiten de kwaliteit aantasten van natuurlijke habitats of de habitats verslechteren; • niet kan worden uitgesloten dat de activiteiten een verstorend effect hebben op de plant- en diersoorten waarvoor het gebied is aangewezen; • deze activiteiten niet genoemd zijn in een natuurbeheerplan 2.2.1 Directe aantasting van N2000 gebieden of aangewezen soorten of habitattypen
De planlocatie bevindt zich op een afstand van ca. 100 meter van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Drents Friese Wold. Op het terrein vinden in de huidige situatie op regelmatige basis voertuigbewegingen plaats. Ondanks de beperkte afstand zijn daarom directe effecten op Natura 2000-gebieden of Habitattypen en Vogelrichtlijnsoorten op voorhand uit te sluiten. Dit geldt ook voor een eventueel verstorend effect op aangewezen soorten voor dit gebied. 2.2.2 Stikstof effect
Verhoogde uitstoot van stikstof kan leiden tot verhoogde depositie op Natura 2000-gebieden. Veel Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor habitattypen die gevoelig zijn voor stikstof, zeker aangezien in vrijwel alle gebieden en vele habitattypen de Kritische Depositie Waarde (KDW) voor stikstof op dit moment wordt overschreden. Een voertuig aantrekkende werking van de ontwikkeling is niet aan de orde. Tijdens de aanlegfase kan er in potentie sprake zijn van uitstoot van stikstof. Een aanvullende toetsing op een eventueel stikstofeffect tijdens de aanlegfase maakt geen onderdeel uit van de scope van voorliggende quickscan.
2.3 Houtopstanden De Wet natuurbescherming kent ook het onderdeel houtopstanden. Voor locaties binnen de bebouwde kom Boswet is de gemeente verantwoordelijk en gelden de gemeentelijke bepalingen in relatie tot het doen van een kapmelding. Voor locaties buiten de bebouwde kom boswet is de provincie Bevoegd Gezag. Een kapmelding bij de provincie dient minimaal 6 weken en maximaal 1 jaar voor de daadwerkelijke kap te zijn gedaan. Over het algemeen geldt een herplantplicht. De Wet natuurbescherming, onderdeel Houtopstanden is als volgt gedefinieerd: 1. Wanneer de te kappen bomen of omgevallen/beschadigde bomen door bijvoorbeeld storm buiten de 'bebouwde kom Boswet' liggen is de provincie Bevoegd Gezag. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Bij twijfel kunt u het beste navraag doen bij de gemeente; 2. Wanneer de omvang van de te kappen bomen of omgevallen/beschadigde bomen door bijvoorbeeld storm, groter is dan 10 are (1.000 vierkante meter) of wanneer het gaat om bomen in een rijbeplanting van 20 bomen of meer; Indien voor de ontwikkeling bomen worden gekapt, dan wordt geadviseerd contact op te nemen met de gemeente. 14
3. Resultaten ecologische quickscan 3.1 Flora Binnen het directe plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig. Het plangebied heeft een agrarische functie. Slechts op een klein deel van het terrein komen kruiden tot ontwikkeling. Dit zijn echter algemene soorten van voedselrijke omstandigheden zoals zuring, brandnetel, melde, wikke, etc. Dit vormt geen geschikte habitat voor beschermde plantensoorten.
3.2 Vogels 3.2.1 Vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen
In het directe plangebied staan geen gebouwen of bomen. Aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen kan hierdoor worden uitgesloten. In de bestaande loodsen komen wel jaarrond beschermde nestplaatsen voor, van kerkuil, huiszwaluw en boerenzwaluw. 3.2.2 Overige broedvogels
In de singel aan de noordwestzijde van het terrein broeden meerdere soorten algemene broedvogels, zoals vink, merel en geelgors. In de bestaande loodsen broeden witte kwikstaart en diverse paartjes ringmus. In een aanliggend agrarisch perceel is tijdens het veldbezoek een zingende veldleeuwerik vastgesteld.
3.3 Zoogdieren 3.3.1 Vleermuizen
In het directe plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig. De aanliggende loodsen zijn opgetrokken uit plaatmateriaal en zijn hierdoor niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De boomsingel langs de noordwestzijde bevat geen bomen geschikt voor vleermuizen. Deze singel maakt geen deel uit van een lijnvormig element en is om die reden niet geschikt als vliegroute. De locatie is te klein voor een functie als essentieel foerageergebied en wordt omringd door voor vleermuizen geschikte foerageerlocaties (o.a. Drents Friese Wold op 100 meter afstand). 3.3.2 Overige zoogdiersoorten
In het directe plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van o.a. marters kan hierdoor worden uitgesloten. Op het terrein zijn loopsporen van ree aangetroffen. Dit betreft een vrijgestelde soort. Verspreid over het terrein kunnen diverse algemene muizensoorten worden aangetroffen. Overige beschermde zoogdiersoorten zijn in het plangebied uit te sluiten door de agrarische functie.
3.4 Amfibieën, reptielen en vissen In de vijver annex bezinkbassin is tijdens het veldbezoek groene kikker waargenomen (kooractiviteit). Het betreft hier een zeer voedselrijke locatie, waardoor de locatie ongeschikt is voor poelkikker. De waarneming heeft dan ook betrekking op de vrijgestelde soorten bastaard- of meerkikker. 15
De vijver annex bezinkbassin betreft een geïsoleerde locatie, waardoor voorkomen van beschermde vissoorten kan worden uitgesloten. Hoewel in het aanliggende Drents Friese Wold beschermde reptielsoorten voorkomen, zijn deze niet te verwachten in het plangebied. Er is geen verbinding met dit natuurgebied vanuit het plangebied. Bovendien is de planlocatie marginaal geschikt omdat het in gebruik is als agrarisch gebied met een nevenfunctie als grondverzetbedrijf.
3.5 Ongewervelden In het plangebied kan voorkomen van beschermde ongewervelden worden uitgesloten. Binnen het plangebied en de directe omgeving is sprake van regulier agrarisch gebruik zonder poelen of watergangen met hoge waterkwaliteit. Er is hierdoor geen sprake van geschikt leefgebied voor deze groep soorten.
16
4. Conclusies en vervolgstappen 4.1 Resultaten quickscan Op de locatie kunnen onder de Wnb beschermde soorten worden verwacht. • Jaarrond beschermde nestplaatsen in de bestaande loodsen. In de bestaande loodsen komen meerdere jaarrond beschermde vogelsoorten voor. Deze loodsen blijven in het bestaande plan behouden. Een effect van de werkzaamheden zijn in dat geval uit te sluiten. • Nestplaatsen van diverse broedvogelsoorten. In de bestaande loodsen komen enkele broedvogels voor. Deze loodsen blijven in het bestaande plan behouden. Een effect van de werkzaamheden zijn in dat geval uit te sluiten. • In de groensingel aan de noordwestzijde van de locatie komen enkele broedvogelsoorten voor. Indien voor de ontwikkeling deze groenstrook moet worden gerooid, dan dient dit buiten het broedseizoen te worden gedaan (dus in de periode 16 juli – 14 maart). • Op de locatie kunnen enkele vrijgestelde soorten voorkomen, zoals muizensoorten en in het bezinkbassin meer- of bastaardkikker. Voor deze soorten geldt de zorgplicht.
4.2 Voorwaarden en vervolgstappen Om te voldoen aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om rekening te houden met de volgende voorwaarden: • Geen werkzaamheden uitvoeren aan de bestaande loodsen (ook geen dakvervanging); • Werkzaamheden aan de groenstroken uitvoeren buiten het broedseizoen; • Naleven zorgplicht. Wordt deze stappen gevolgd dan kan de ontwikkeling binnen de kaders van de wet natuurbescherming worden uitgevoerd en vindt geen overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming plaats.
17
Bijlage 1. Beschermde soorten Wnb Soorten beschermd onder paragraaf 3.2 Wnb (artikel 3.5 en 3.8; zgn. Europees beschermde soorten) Drijvende waterweegbree Groenknolorchis Kruipend moerasscherm Zomerschroeforchis
Gladde slang Zandhagedis Muurhagedis Donker pimpernelblauwtje Grote vuurvlinder Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje Teunisbloempijlstaart Tijmblauwtje Zilverstreephooibeestje
Bever Hamster Hazelmuis Lynx Noordse woelmuis Otter Wilde kat Wolf
Bronslibel Gaffellibel Gevlekte witsnuitlibel Oostelijke witsnuitlibel Sierlijke witsnuitlibel Noordse winterjuffer Groene glazenmaker Rivierrombout
Alle in Nederland voorkomende soorten vleermuizen Bruinvis Gewone dolfijn Tuimelaar Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn
Brede geelgerande waterkever Gestreepte waterroofkever Heldenbok Juchtleerkever Vermiljoenkever
Houting Steur Heikikker Poelkikker Boomkikker Geelbuikvuurpad Kamsalamander Knoflookpad Rugstreeppad Vroedmeersterpad
Platte schijfhoren Bataafse stroommossel
18
Soorten beschermd onder paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming (artikel 3.10 en 3.11; zgn. overige beschermde soorten) 76 Soorten planten
Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Meerkikker Bastaardkikker / middelste groene kikker Kleine watersalamander Vinpootsalamander Vuursalamander
Aardmuis Boommarter Bosmuis Bunzing Damhert Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Egel Eikelmuis Gewone bosspitsmuis Grote bosmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bisspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Vos Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn Woelrat
Adder Hazelworm Ringslang Levendbarende hagedis Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal 20 Soorten vlinders Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempsense heidelibel Speerwaterjuffer Vliegend hert
Gewone zeehond Grijze zeehond
Europese rivierkreeft
19
Bijlage 2. Overzicht vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen Steenuil
categorie 1
Huismus Gierzwaluw Roek
categorie 2 categorie 2 categorie 2
Grote gele kwikstaart Kerkuil Oehoe Ooievaar Slechtvalk
categorie 3 categorie 3 categorie 3 categorie 3 categorie 3
Boomvalk Buizerd Havik Ransuil Sperwer Wespendief Zwarte wouw
categorie 4 categorie 4 categorie 4 categorie 4 categorie 4 categorie 4 categorie 4
Categorie 5: Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Hop IJsvogel
Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
20
Bijlage 3. Beschermde soorten die zijn vrijgesteld door de provincie Fryslân Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Microtus agrestis Apodemus sylvaticus Mustela putorius Micromys minutus Sorex minutus Erinaceus europaeus Sorex araneus Lepus europeus Mustela erminea Crocidura russula Oryctolagus cuniculus Pitymys subterraneus Capreolus capreolus Clethrionomys glareolus Martes foina Sorex coronatus Microtus arvalis Vulpes vulpes Mustela nivalis Arvicola terrestris
Bruine kikker Rana temporaria Gewone pad Bufo bufo Kleine watersalamander Triturus vulgaris Meerkikker Rana ridibunda Middelste groene kikker / Bastaardkikker Rana esculenta
21
22
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
Bijlage 6 Overlegreactie provincie
79
c
' !nt. ....
f itv.
ö
-el ngwerf atum
provinsje fryslan provincie fryslan
d 4 FE J 2021
postbus 20120 8900 hm leeuwarden rweebaksmarkt 52 (058) 292 59 25
Nunmier
www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl www. twitter. com/ provfryslan
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf Postbus 38 8430 AA OOSTERWOLDE
.s o Q-
Leeuwarden, 2 februari 2021 Verzonden,
- 2 FEB. 2021
Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n) Onderwerp
01843248 Omgevingszaken Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte@fryslan.frl
: Voorontwerpbestemmingsplan Appelscha - Muldersweg 3
Geacht college, Op 7 januari 2021 is bovengenoemd plan ter advisering ontvangen.
De provinciale belangen in het plan geven aanleiding tot het maken van de volgende opmer kingen.
Bedrijfslocatie i.p.v. agro-locatie (cat.2, interpretatie verordening/motivering) In het beoogde bestemmingsplan bestemt u het perceel als ‘Agrarisch - Agrolocatie’. Daar naast onderbouwt u in de toelichting dat het hier gaat om een ‘agro-locatie’. Ik ben van mening dat deze term verwarring kan opleveren met de term ‘agro-locatie’ van de Verordening Romte. Met de term ‘agro-locatie’ wordt bedoeld (artikel 1.4 Verordening): “een cluster van agrarische bedrijven, of agrarische hulpbedrijven, met bijbehorende voorzieningen.” Ik ben van mening dat de beoogde uitbreiding geen agro-locatie betreft, maar een bedrijfslocatie voor een loonen grondzetbedrijf waar ook agrarische activiteiten plaatsvinden. Daarom verzoek ik u om de term ‘agro-locatie’ te schrappen en de locatie te bestemmen als ‘Bedrijf’. In de regels kan worden opgenomen dat ter plaatse ook agrarische activiteiten zijn toegestaan. Feitelijk is hier sprake van een uitbreiding van een bestaand, niet aan het beheer, onderhoud of productievermogen van het landelijk gebied gebonden bedrijf. Een dergelijk bedrijf kan op grond van artikel 4.3.1.1 van de Verordening Romte tot maximaal 50% van het bestaande bebouwde oppervlak en maximaal 50% van het bestaande bestemmingsvlak uitbreiden. De beoogde ontwikkeling voldoet hieraan.
-1/2-
Ons kenmerk:
O
01843248
provinsje fryslan provincie fryslan
r—H
<Z! Voor het overige geeft het plan geen aanleiding tot opmerkingen.
Voor de betekenis van de categorie-aanduiding verwijs ik naar de brief van Gedeputeerde Staten van 8 februari 2019, betreffende ‘Aanpassing Notitie Inwerkingtreding Verordening Romte Fryslan’.
Hoogachtend
s o
Namens het college van Gedeputeerde Staten
dhr. J. Bosma afdelingshoofd Omgevingszaken
-2/2-
rï-l M—I
Ons kenmerk:
01843248
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
Bijlage 7 Advies brandweer
83
Aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Ooststellingwerf De heer B. Pijlman Postbus 38 8430 AA OOSTERWOLDE FR
Datum 21 januari 2021 Onze referentie UIT/21012936/BRW/BR/RB Uw referentie Uw brief van 7 januari 2021
Postbus 612 8901 BK LEEUWARDEN T 088 22 99 666 F 088 22 99 661 I www.brandweerfryslan.nl E info@brandweerfryslan.nl
Behandeld door L.A. van Tongeren Doorkiesnummer 088 22 98 971 E-mail l.vantongeren@brandweerfryslan.nl Bijlagen 0
Onderwerp vooroverleg conceptbestemmingsplan Appelscha - Muldersweg 3 (overleg ex artikel 3.1.1. Bro)
Geacht college, Op 7 januari 2021 heeft u ten behoeve van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening aan ons het vooroverleg conceptbestemmingsplan Appelscha – Mulderweg 3 toegezonden, met de vraag eventuele opmerkingen aan u te richten. De initiatiefnemer is voornemens om een aardappelloods te bouwen. Aangezien er op deze locatie in het huidige bestemmingsplan geen bouwmogelijkheden zijn, is ervoor gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Advies In overeenstemming met de uitwerking hieronder adviseert Brandweer Fryslân om: - In overleg met de brandweer een bluswatervoorziening als een geboorde put of een blusvijver te realiseren op het terrein; - Een overleg te organiseren met de initiatiefnemer, gemeente en brandweer om tot een passende invulling ten aanzien van de bluswatervoorziening te komen; - Ons op de hoogte te houden van de mate waarin ons advies is overgenomen. Externe veiligheid Brandweer Fryslân ziet geen noodzaak om bij dit conceptbestemmingsplan opmerkingen te plaatsen. Dit omdat er geen risicovolle activiteiten zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) op het plangebied van invloed zijn.
Advies risico’s en brandweerzorg Brandweer Fryslân heeft de mogelijkheid een advies risico’s en brandweerzorg te geven in het kader van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In een dergelijk advies komen aspecten aan bod die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg. Hierbij valt te denken aan onder meer bereikbaarheid, de beschikbaarheid van bluswater en de opkomsttijden.
Pagina 2 van 2
Opkomsttijden De opkomsttijd van dit plangebied ligt op circa 13 minuten. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde normtijd van 15 minuten voor een risicogebied 3 op basis van dekkingsplan 2.0 van Brandweer Fryslân. Op basis van de opkomsttijden zien wij geen knelpunten. Bluswatervoorziening Bij een brand is de brandweer allereerst aangewezen op de aanwezige tankinhoud (circa 1.500 liter). Wanneer een brand van grotere omvang wordt is de brandweer aangewezen op bluswatervoorzieningen als brandkranen of open water. Aan de Muldersweg vlakbij het plangebied is een brandkraan gelegen met een capaciteit van circa 500 liter per minuut. Op basis van de landelijke handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland is dit te weinig voor een agrarische inrichting. De brandweer zou gebruik moeten maken van open water om een brand te bestrijden of overslag naar belendingen te voorkomen. In de nabije omgeving zijn geen mogelijkheden als sloten of vaarten aanwezig waar gebruik van gemaakt kan worden. Om het brandweeroptreden enigszins mogelijk te kunnen maken zal er op een andere manier aan bluswater gekomen moeten worden. Wij adviseren om in overleg met de brandweer een bluswatervoorziening als een geboorde bluswaterput of een blusvijver te realiseren op het terrein.
Graag komen wij in gesprek met de initiatiefnemer en de gemeente om tot een passende invulling te komen. Bereikbaarheid Ten aanzien van de bereikbaarheid voor de brandweer zien wij geen directe knelpunten. Afsluiting Mocht u naar aanleiding van bovenstaande nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Lars van Tongeren, medewerker risicobeheersing van Brandweer Fryslân, te bereiken via 088 – 229 89 71. Wij gaan ervan uit hiermee te hebben voldaan aan uw adviesaanvraag. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Fryslân, voor deze Deze brief is in een automatisch proces opgemaakt en geaccordeerd en daarom niet ondertekend.
ing. S. Veerbeek clusterhoofd risicobeheersing afdeling Noordwest
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
Regels
87
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
88
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
Hoofdstuk 1 Artikel 1
1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan 'Muldersweg 3, Appelscha' NL.IMRO.0085.BPMuldersweg3-VG01 van de gemeente Ooststellingwerf; 1.2
met
identificatienummer
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aanduidingsvlak:
een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.6
aan huis verbonden bedrijf:
het beroepsmatig verlenen van diensten, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk - niet zijnde een aan huis verbonden beroep - waarvan de omvang in een woning met bijbehorende bouwwerken past en waarbij de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin behouden blijft. Onder een aan huis verbonden bedrijf valt wel internetverkoop, maar geen webwinkel; 1.7
aan huis verbonden beroep:
het uitoefenen van een beroep of het verlenen van diensten op juridisch, medisch, therapeutisch, administratief, kunstzinnig of daaraan verwant gebied, als ondergeschikt onderdeel in een woning, waarbij de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin behouden blijft. Commerciële dienstverlening als bankfilialen, uitzendbureaus en reisbureaus, alsmede detailhandel en horeca worden niet begrepen onder aan huis verbonden beroep; 1.8
agrarisch bedrijf:
een veehouderij, een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf, niet zijde champignonkwekerij of een gebruiksgerichte paardenhouderij (manege); 1.9
een
glastuinbouwbedrijf,
een
agrarische cultuurgrond:
grasland, daaronder begrepen weiland, akkerbouw en vollegrondstuinbouw c.q. de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sierteelt, fruitteelt en houtteelt; weiland wordt gebruikt om vee te laten grazen, inclusief de vrije (niet overdekte) uitloop bij een (intensieve) veehouderij, voor zover deze geen deel uitmaakt van de inrichting; 1.10
agrarische hulpactiviteit:
een activiteit dat ziet op het leveren van goederen of diensten overwegend aan agrarische bedrijven, of het overwegend bewerken, vervoeren of verhandelen van agrarische producten, zoals loonwerkbedrijven (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen), grondverzetbedrijven, het houden of (medisch) verzorgen van dieren, grootveeklinieken, KI-stations, mestopslag- en mesthandelsbedrijven, veetransportbedrijven en veehandelsbedrijven, met uitzondering van landbouwmechanisatiebedrijven;
89
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
1.11
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12
bed & brochje:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt binnen bestaande gebouwen. Een bed & brochje is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis; 1.13
bedrijfsgebouw:
een gebouw, geen bedrijfswoning zijnde, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.14
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.15 a.
b.
c.
d.
1.16
bestaand: bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan of zoals dat kan worden gebruikt krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezig zijn of nog kunnen worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; bestaande afmetingen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bestaande bouwhoogte: bouwhoogtematen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.17
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming, indien en voor zover twee bestemmingsvlakken door aanpijling met elkaar zijn verbonden, worden deze aangemerkt als zijnde één bestemmingsvlak; 1.18
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak; 1.19
boerderijautomaat:
een onbemande stal of automaat bij een agrarisch bedrijf ten behoeve van de verkoop van agrarische producten die ter plekke worden vervaardigd; 1.20
boerderijwinkel:
verkoop van agrarische producten die ter plekke of in de regio worden vervaardigd of bewerkt, zoals land- en tuinbouwproducten, zelf vervaardigde kunstzinnige producten en/of toeristische informatie; 1.21
boomteelt:
de teelt van boomkwekerijgewassen;
90
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
1.22
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.23
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.24
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.26
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.27
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.28
brutovloeroppervlak:
het vloeroppervlak van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie; 1.29
cultuurhistorische waarden:
waarden die van belang zijn voor de archeologie en voor de kennis van de cultuurhistorie; 1.30
dagrecreatief medegebruik:
dagrecreatief gebruik van gronden dat is ondergeschikt aan de hoofdfunctie van de gronden waarbinnen dit dagrecreatief gebruik is toegestaan; 1.31
dagrecreatieve voorzieningen:
voorzieningen in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 1.32
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.33
erf:
een al dan niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens; 1.34
fruitteelt:
de teelt of het kweken van fruit aan houtige gewassen;
91
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
1.35
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36
gebruiksgerichte paardenhouderij:
een paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden en het geven van instructie aan derden; 1.37
gebruiksmogelijkheden:
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende functie te gebruiken; 1.38
geluidsbelasting:
de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg; 1.39
geluidsgevoelige objecten:
gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.40
geluidzoneringplichtige inrichting:
een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld; 1.41
gestapelde stal:
een stal waarin vee in twee of meer bouwlagen boven elkaar wordt gehuisvest; 1.42
grondgebonden agrarisch bedrijf:
een agrarische bedrijfsvoering waarbij het gebruik van agrarische gronden in de omgeving van het bedrijf noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf, zoals een melkveehouderij, een productiegerichte paardenhouderij, een opfokbedrijf, een akkerbouwbedrijf of een biologisch veehouderijbedrijf; 1.43
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op de functie het belangrijkst is; 1.44
horeca:
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; 1.45
houtopstand:
één of meer bomen of boomvormers al dan niet deel uitmakend van een boomzone of boomstructuur; 1.46
houtteelt:
de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend het kweken van bomen ten behoeve van de houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt; 1.47
kampeermiddel:
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht, dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
92
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
1.48
kampeerplaats:
een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek door middel van nummering, stroomvoorziening, erfafscheiding of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van maximaal een hoofdkampeermiddel en maximaal twee bijzettentjes; 1.49
kampeerterrein:
een terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen, dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen; 1.50
kantoor:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi-)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen, al dan niet in combinatie met ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.51
kas:
gebouw, niet zijnde tunnelkassen, waarvan de constructie bestaat uit hout, metaal of anderszins welke met glas of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt; 1.52
kleinschalige verblijfsrecreatie:
een terrein met maximaal 15 kampeerplaatsen (25 ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – recreatieve zone’) gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober, uitsluitend ten behoeve van mobiele kampeermiddelen in de vorm van toercaravans, vouwwagens, campers, tenten, huifkarren of andere kampeermiddelen niet bedoeld als plaatsgebonden object; 1.53
landschappelijke waarden:
de visuele waarden van het landschap zoals beschreven in Bijlage 3 Landschappelijke waarden per deelgebied; 1.54
landschapsbeleidsplan:
het meest actuele regionale landschapsbeleidsplan zoals dat geldt op het moment van toetsing; 1.55
loon- en grondverzetbedrijf:
een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven en/of groene en/of recreatieve functies, zo nodig met behulp van werktuigen en apparatuur; kenmerkende werkzaamheden zijn cultuurtechnische werken en grondverzet, meststoffendistributie en agrarisch loonwerk; 1.56
mestbewerking:
de behandeling van dierlijke mest zonder veranderingen aan de samenstelling van het product teweeg te brengen, zoals mengen, roeren, homogeniseren, verhitting of het verwijderen van vreemde objecten; 1.57
mestvergisting:
toepassing van (proces)technieken gericht op het opwekken van energie uit mest of andere organische stoffen; 1.58
mestverwerking:
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting of indamping van mest; 1.59
milieusituatie:
de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkomen, dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling;
93
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
1.60
natuurlijke waarden:
de in het gebied aanwezige waarden van zowel levende als niet-levende natuur zoals geconstateerd door een algemeen erkend en ter zake deskundige; 1.61
normaal agrarisch gebruik:
het gebruik dat, gelet op de functie, regelmatig noodzakelijk is voor een goede grondgebonden agrarische bedrijfsvoering en grondgebonden agrarisch gebruik van de gronden; 1.62
normaal onderhoud:
het onderhoud, dat gelet op de functie regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende functie behoren; 1.63
nutsvoorziening:
een voorziening ten behoeve van telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut; 1.64
opgaande teeltvormen:
de teelt van opgaande sierbeplanting als heesters en struiken, het kweken van fruit aan houtige gewassen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen vormen van opgaande teelt van meerjarige gewassen; 1.65
overkapping:
elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder, dan wel met ten hoogste één wand; 1.66
paardenbak:
buitenrijbaan ten behoeve van paardrijdactiviteiten, voorzien van een andere ondergrond dan gras en al dan niet voorzien van een omheining; 1.67 a. b.
1.68
peil: voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst, de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; permanente bewoning:
bewoning als hoofdverblijf; 1.69
productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.70
recreatief nachtverblijf:
een recreatiewoning, stacaravan, chalet, trekkershut of ander gebouw dat gedurende langere tijd op een kampeerterrein op dezelfde plaats blijft staan en die door zijn plaatsing direct of indirect met de grond is verbonden, dan wel direct of indirect steun vindt in of op de grond en daardoor als bouwwerk is aan te merken; 1.71
recreatiewoning:
een gebouw, geen woonkeet en geen (sta)caravan zijnde, bestemd om uitsluitend door een persoon, een gezin of een daarme gelijk te stellen groep van personen, dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, geduren de een gedeelte van het jaar te worden bewoond. Onder recreatiewoning wordt teven een chalet begrepen;
94
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha
1.72
risicovolle inrichting:
een inrichting, waarbij volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.73
schuilstal:
een niet voor bewoning, al dan niet in het kader van een agrarisch bedrijf bestemd gebouw dat dient voor het onderbrengen van vee tegen weersinvloeden; 1.74
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.75
stacaravan:
een caravan die gedurende langere tijd op een kampeerterrein op dezelfde plaats blijft staan en die door zijn plaatsing direct of indirect met de grond is verbonden, dan wel direct of indirect steun vindt in of op de grond en daardoor als bouwwerk is aan te merken; 1.76
straat- en bebouwingsbeeld:
de stedenbouwkundige waarde van een gebied die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing. De mate van samenhang wordt bepaald door de verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, de onderlinge verhouding tussen bebouwing op het gebied van bouwhoogte en -breedte en de wijze waarop bebouwing die ruimtelijk op elkaar is georiënteerd zich tot elkaar verhoudt op het vlak van bouwvorm en ligging; 1.77
theetuin:
een horecagelegenheid waar uitsluitend niet-alcoholische dranken en kleine koude gerechten worden geserveerd. De openingstijden van een theetuin zullen tussen 9.00 uur en zonsondergang liggen; 1.78
trekkershut:
een verblijf, bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen met een oppervlakte van maximaal 450 m 2, niet zijnde een kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; 1.79
tunnelkas:
elke constructie van hout, metaal of anderszins welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teelten; 1.80
verblijfsrecreatie:
recreatief verblijf, waarbij wordt overnacht in kampeermiddelen, recreatiewoningen, appartementen en/of recreatieverblijven, waarbij hoofdverblijf elders wordt gehouden; 1.81
verkeersveiligheid:
de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.82
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een gebouw met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;
95
bestemmingsplan Muldersweg 3, Appelscha