CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan 'Landgoed Boschhoeve’

Raadsvergadering 3 maart 2026, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Landgoed Boschhoeve'24.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Indien er verblijfplaatsen van vleermuizen worden vastgesteld binnen het plangebied, dient er voor de desbetreffende soort(en) een ontheffing te worden aangevraagd, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. 6. Vrijgestelde- en niet beschermde soorten: de zorgplicht Er komen in het plangebied naar alle waarschijnlijkheid niet beschermde of vrijgestelde soorten voor, zoals verschillende soorten zoogdieren en amfibieën. Voor schade aan deze soorten geldt in principe een vrijstelling. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Met inachtneming van bovenstaande aanbevelingen en maatregelen kan het project doorgang vinden binnen het kader van de Wet natuurbescherming. De quickscan Wnb is als bijlage 1 opgenomen bij de toelichting. Werkwijze kleine initiatieven

33/390

Gelet op de aard en omvang van het project, heeft de provincie Fryslân de 'werkwijze kleine initiatieven' van toepassing verklaard. In het kader van deze werkwijze is het activiteitenplan 'Renovatie gelede boerderij landgoed Boschhoeve' opgesteld. 4.4.3 Nader onderzoek Wnb Het nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van huismus, gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen, is uitgevoerd in 2022. De rapportage van dit nader onderzoek is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. op basis van dit nader onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Tijdens het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van huismus zijn zes huismus nestlocaties aangetroffen die door de werkzaamheden verstoord worden/verloren gaan. Voor de voortgang van het project omtrent huismus zal er een ontheffing Wnb soorten moeten worden aangevraagd bij de provincie Fryslân. Tijdens het nader onderzoek naar gierzwaluwen zijn geen gierzwaluw nestlocaties aangetroffen die door de werkzaamheden verstoord worden/verloren gaan. Er is geen ontheffing nodig voor de gierzwaluw. Tijdens het nader onderzoek zijn nesten van spreeuw, boerenzwaluw, huiszwaluw, (pimpel)mees en winterkoning aangetroffen die door de werkzaamheden verstoord worden/verloren gaan. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Tijdens de quickscan en het nader onderzoek is één nestplaats van kerkuil vastgesteld.

Voor de voortgang van het project omtrent kerkuil zal er een ontheffing Wnb soorten moeten worden aangevraagd bij de provincie Fryslân. Tijdens het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Om te voldoen aan de werkwijze kleine initiatieven zijn er nog wel mitigerende en compenserende maatregelen benodigd. Hiervoor dient contact op te worden genomen met de provincie Fryslân. Gelet op de aard en omvang van het project, heeft de provincie Fryslân de 'werkwijze kleine initiatieven' van toepassing verklaard. In het kader van deze werkwijze is het activiteitenplan 'Renovatie gelede boerderij landgoed Boschhoeve' opgesteld.

4.4.4

Stikstofdepositie

AERIUS-berekening Met betrekking tot de uitvoering van een ruimtelijk plan is het van belang om na te gaan of stikstofdepositie een knelpunt kan vormen voor de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Om te kunnen bepalen of stikstofdepositie een knelpunt vormt dient met AERIUS Calculator een berekening te worden gemaakt van de stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling in de aanleg of realisatiefase en de gebruiksfase. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor het uitvoeren van de sloop- en aanlegwerkzaamheden, en de wijziging in gebruik van het plangebied. De AERIUS-calculator geeft als uitkomst van de berekening dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Voor beschreven project ligt de emissie dan ook niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van de berekende emissie vindt er dan ook géén meetbare verhoging van de depositie NOx plaats in Natura 2000-gebieden als gevolg van de bouw en gebruik van de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000- gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. De AERIUS Calculator biedt voldoende inzicht in het effect van de

34/390

voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. Het aspect stikstof vormt geen belemmering bij de realisatie van het voorgenomen initiatief en het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk. De memo 'AERIUS Calculator Stikstofberekening, vervolgwerkzaamheden bestemmingsplan Landgoed Boschhoeve' (d.d. 13 juni 2024) is als bijlage 3 opgenomen bij de toelichting. Onderdeel van deze bijlage vormen de (geactualiseerde) berekeningen met de AERIUS- calculator d.d. 17 december 2025. De geactualiseerde berekeningen hebben niet tot een andere conclusie geleid. Nb-vergunning In het kader van de bedrijfsactiviteiten van het huidige agrarisch bedrijf is een vergunning verleend op basis van artikel 19d van de Nb-wet 1998, op 27 oktober 2015. Op basis van deze vergunning geldt voor de bedrijfslocatie aan de Bovenweg 23 een maximale ammoniakemissie va 2.180,0 kg NH3 per jaar. Deze depositie geldt uitsluitend voor de destijds in de aanvraag genoemde veehouderij,of dienst rechtsopvolger(s), op dezelfde locatie. Het te ontwikkelen agrarisch landgoed op deze locatie is daarmee gebonden aan deze maximale depositie.

Dit is juridisch geborgd in de regels van dit bestemmingsplan, door in artikel 3 onder het strijdig gebruik een bepaling op te nemen die erop toe ziet dat een hogere ammoniakemissie dan benoemd in een onherroepelijke natuurtoestemming niet is toegestaan.

4.5

Archeologie

4.5.1 Algemeen In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Op de archeologische kaart van Fryslân (FAMKE) wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende onderzoeksperioden. Voor de onderzoeksperiode steentijd-bronstijd gelden voor het plangebied het adviezen om bij ingrepen van meer dan 500m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren (bruine vlakken op onderstaand figuur), dan wel om bij ingrepen van meer dan 5000m² een quickscan te verrichten (lichtpaarse vlakken op onderstaand figuur). Voor de onderzoeksperiode ijzertijd-middeleeuwen geldt voor het plangebied het advies aan om bij ingrepen van meer 5000m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten. Ten behoeve van de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2016 heeft de gemeente Ooststellingwerf de ‘Nota Archeologie’ en de ‘Archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart’ (beleidsadvieskaart) laten opstellen. De ‘Archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart’ wordt beschouwd als een verdieping van de FAMKE.

De beleidsadvieskaart geeft net als de FAMKE per locatie of gebied aan waar de bekende als ook de te verwachten waarden aanwezig zijn. In de Nota Archeologie wordt een overzicht gegeven van de bekende archeologische waarden, de cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden met een archeologische component en de archeologische verwachtingswaarden. Aan deze bekende waarden en verwachtingswaarden zijn onderzoeksadviezen gekoppeld die voor een groot deel overeenkomen

35/390

met de adviezen in de FAMKE. In het bestemmingsplan is vervolgens de noodzakelijke verbinding met de - in het archeologisch basisonderzoek opgenomen- onderzoeksadviezen opgenomen door het toekennen van verschillende dubbelbestemmingen 'Waarde- Archeologie'. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn van toepassing de dubbelbestemmingen 'Waarde- Archeologie 3, 4 en 5'. Ten behoeve van de bescherming van deze waarden zijn in dit bestemmingsplan de dubbelbestemmingen 'Waarde - archeologie 3, 4 en 5' opgenomen.

Figuur: fragment Archeologische kaart (FAMKE) steentijd-bronstijd

4.5.2 Onderzoek en conclusies Voor archeologisch onderzoek moet uitgegaan worden van de bestemmingswijzigingen (en) en niet (enkel) van de feitelijke ingrepen. Een deel van het plangebied wijzigt van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. Daarnaast worden binnen de agrarische bestemming nieuwe functies toegestaan, zoals een boomgaard en een voedselbos. Er wordt bebouwing gesloopt. Volgens de gemeentelijke beleidsnota archeologie zijn gebieden met een lage archeologische waarde of gebieden waarvan bekend is dat de bodem verstoord is, vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Dit zou betekenen dat de bestaande erven (nummer 23 en nummer 25) inclusief de locatie van de twee nieuw te bouwen woningen (achter nr. 25) mogelijk vrijgesteld zijn van onderzoek. De nieuwe woningen achter nummer 25 komen immers op bestaand

36/390

erf. Er is hier weliswaar sprake van een wijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming, maar de bodem is hier al verstoord. Woning 1 komt ter hoogte van de ligboxenstal en woning 2 ter hoogte van de voormalige sleufsilo's. Vanwege de al verstoorde bodem zou op grond van de gemeentelijke beleidsnota geen onderzoek nodig zijn. Ten aanzien van het onderdeel archeologie is er overleg geweest tussen de gemeente en de provincie. De provincie heeft aangegeven dat het onderzoeksgebied voor archeologie verkleind kan worden. Ter hoogte van de nieuwe woningen is de bodem dusdanig beroerd dat de trefkans op informatierijke vindplaatsen zeer laag is. Er hoeft geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd voor de locaties voor de nieuwe woningen achter nr 25. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is vervolgens een bureauonderzoek en verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft alleen betrekking op de locaties voor een boomgaard. Werkzaamheden dieper dan 30 cm zijn aldaar namelijk strijdig. De fruitbomen hebben een plantgat dieper dan 30 centimeter. De dubbelbestemming archeologie 3 (diepte 30 cm/oppervlakte 100 m2) valt over een betrekkelijk klein deel van het voedselbos. Overige delen vallen onder archeologe 4 of 5 en hebben lichter regiem.

Bij het voedselbos gaat het echter om voornamelijk om kleine (fruit)bomen en struiken waarbij geen sprake is van een plantgat dieper dan 30 cm. Archeologisch onderzoek voor het voedselbos is niet nodig. Het archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) heeft betrekking op de voorgenomen realisatie van een boomgaard op twee plekken in het plangebied. Het onderzoek (d.d. 25 oktober 2024) is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt de kans op archeologische waarden in het plangebied laag geacht. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren gevonden die wijzen op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische grondsporen. Hierdoor is er een lage kans op archeologische resten. De bodem in het plangebied is in het verleden al vergraven geraakt. Deze bodemingrepen hebben de bodemopbouw geroerd en hiermee ook de kans op archeologische waarden in het plangebied. Een archeologisch vooronderzoek voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden is derhalve niet noodzakelijk. Mochten tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, dan dient dit op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet te worden gemeld aan de Minister (in de praktijk de gemeente Ooststellingwerf als bevoegd gezag).

4.6

Landschap en cultuurhistorie

4.6.1 Algemeen In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. In het midden van het landgoed ligt de Boschhoeve, een gelede boerderij (woondeel 1913 en werkdeel 1930) met grote cultuurhistorische en monumentale waarde volgens recent bouwhistorisch onderzoek. Herstel, restauratie, vervanging en terugbrengen van bijzondere cultuurhistorische waarden van het gebouw is één van

37/390

de onderdelen van de planontwikkeling op landgoed Boschhoeve. Een Bouwhistorische verkenning 2021 (uitgevoerd door F.J. Van der Waard van BDM) toont zich onder de indruk van de Boschhoeve als gelede boerderij en daardoor historisch fenomeen. In de contextuele waardestelling en waardering krijgt De Boschhoeve een hoge algemene cultuurhistorische waarde. In navolging van de Boerderijstichting beveelt BDM aan dit onderdeel van het landgoed en de overgebleven unieke elementen zo goed mogelijk in stand te houden. Door tijdig uitvoeren van herstelwerkzaamheden wordt verder verval van de gelede boerderij tegengegaan. De boerderij wordt zoveel mogelijk in oude luister hersteld. De voorgenomen planontwikkeling gaat verder gepaard met een opwaardering van natuur, landschap en cultuurhistorie. Met gerichte ingrepen wordt de cultuurhistorische-, landschappelijke- en gebruikshistorische waarde verhoogd en de beleving daarvan verbeterd. De Bouwhistorische verkenning stelt dat de hoge cultuurhistorische waarde van de Boschhoeve ook is te danken aan ‘de landschappelijke waarde als gelede boerderij gelegen aan de Bovenweg in een structuur van een streekdorp met opstrekkende heerden’. Door een aantal gebouwen zonder cultuurhistorische waarde te verwijderen, wordt het boerenerf meer open gemaakt en lopen boerderij en erf veel beter over in het omliggende landschap.

Dat vergroot de cultuurhistorische waarden van zowel gebouw als landschap. De erfinrichting keert zo veel mogelijk terug naar de oorspronkelijke vormen. Dit verbetert de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit.

4.6.2

Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit

Erfinrichting Landgoed Boschhoeve In het voorjaar van 2022 is door Het Oversticht in opdracht van het Boerderijenfonds een advies opgesteld voor de erfinrichting van landgoed Boschhoeve. Het advies heeft betrekking op nr. 23 en nr. 25. Het advies is als bijlage 1 opgenomen bij de regels. In het advies wordt het volgende geconstateerd: "De cultuurhistorische betekenis van het erf in zijn omgeving is groot. De boerderij, bestaande uit de woning en de grote kappen daarachter, heeft een bijzondere ruimtelijke betekenis, vooral in samenhang met de lange (klinker)laan die er vanuit het noorden op afkomt en de villa aan de zuidzijde die wat architectuur betreft aansluit op het dwarshuis. Die ruimtelijke samenhang moet bij de toekomstige ontwikkelingen niet over het hoofd worden gezien. De wensen van de initiatiefnemers hebben duidelijke ruimtelijke consequenties, die aansluiten op hoe erven in het algemeen en dit erf in het bijzonder altijd hebben gefunctioneerd. Er is duidelijk sprake van een voor- en achterkant en de scheiding tussen wonen en werken is zichtbaar. Nieuwe wensen zijn een betere afbakening van privé ten opzichte van openbaar en van klanten ten opzichte van cursisten/ workshopdeelnemers. Belangrijk voor de indeling op het erf is dus de combinatie van functies; in hoeverre zijn ze te scheiden en waar worden ze gemengd.

Bovendien moet er liefst sprake zijn van een zo compact mogelijk erfensemble." Het advies resulteert op grond van bovenstaande vervolgens in een aantal aanbevelingen voor de erfinrichting. Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit Ten behoeve van de nieuwe woningen ten zuidwesten van Bovenweg nr. 25 is een landschappelijk inpassingsplan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit plan is opgenomen als bijlage 2 bij de regels. Deze

38/390

notitie gaat in op de situering van de woningen, de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit ervan. Het oorspronkelijke ensemble van boerderij en villa wordt versterkt. De vroeg twintigste eeuwse bebouwing van het landgoed dient als eenheid herkenbaar te blijven. Door de nieuwe woningen schuin achter de villa te situeren blijft het oorspronkelijke ensemble van boerderij en villa herkenbaar en ontstaat een klein bebouwingscluster dat visueel gekoppeld is aan de andere bebouwing van landgoed Boschhoeve. De twee nieuwe woningen worden ontwikkeld als een zogenaamde 'schuurwoning'. Voor dit type woning zijn de beeldkwaliteitkaders verder uitgewerkt. 4.6.3 Conclusie De aspecten 'Landschap en cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Met het oog op de bescherming van de cultuurhistorische waarden is de dubbelbestemming 'Waarde- Cultuurhistorie' opgenomen. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de slopen oppervlakte aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op nr. 23 en 25. De sloop is hiermee als nadrukkelijke voorwaarde voor de bouw van de twee nieuwe woningen geborgd in dit bestemmingsplan. Ten behoeve van de erfinrichting van nr. 23 en nr. 25 is eveneens een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Hiermee wordt de uitvoering van de erfinrichting geborgd.

4.7

Bodem

4.7.1 Algemeen Op grond van het Bro moet in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming. Er gelden daarbij andere eisen voor de bestemming wonen dan voor bijvoorbeeld de bestemming bedrijven (zie gevoelige functies). Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. 4.7.2 Onderzoek In het kader van het bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de beoogde locatie voor de twee nieuwe woningen. Het verkennend bodemonderzoek (d.d. 9 januari 2025) is opgenomen als bijlage 5. Aanleiding van het verkennend onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Het ligt in de bedoeling om een landbouwschuur te slopen en vervolgens twee schuurwoningen op het terrein te realiseren.

Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van de onderzoeksresultaten kan bepaald worden of de milieuhygiënische bodemkwaliteit voldoende geschikt is voor de sloop- en nieuwbouwplannen. Op basis van de gemeten gehalten in de grond en het grondwater kan de gestelde onderzoekshypothese, een verdachte locatie, aangenomen worden. De gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen sloop- en nieuwbouwplannen.

39/390

4.8

Water

4.8.1 Algemeen Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. De watertoets is een procesvereiste in het kader van de ruimtelijke procedure. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets op 14-06 2022 kenbaar gemaakt bij het waterschap. De korte watertoetsprocedure is van toepassing. De aanvraag Watertoets is als bijlage 6 opgenomen bij de toelichting van het bestemmingsplan. In de Leidraad Watertoets staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Veilig Naast de verdedigingswerken moet worden ingezet op aanpassingen in de ruimtelijke ordening en calamiteitenbeheersing. Er is in dit verband sprake van meerlaagse veiligheid, dit staat voor Veiligheid in drie lagen. In het kader van ruimtelijke ordening is vooral laag 2 van belang. Het gaat er dan om dat de ruimte op een duurzame manier wordt ingericht.

Bijvoorbeeld door geen gevoelige functies te realiseren op plekken die kunnen overstromen. In dit plan worden geen gevoelige functies zoals bedoeld door het waterschap voorgesteld. Voldoende Klimaatadaptatie In het kader van klimaatadaptatie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Binnen het plangebied wordt zuinig omgegaan met verhardingen. Het gebied kent in hoofdzaak een groene en natuurlijke inrichting. De nieuwe pachter maakt geen gebruik meer van het oude mestbassin en heeft deze landschappelijk ingericht als vijver (waterberging). Compensatie in geval van toename verharding Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Compensatie is nodig bij een toename aan verharding van meer dan 1.500 m2 in het landelijk gebied. Met het voornemen is geen sprake van een toename van verharding.

Nieuwe verharding vindt plaats door de nieuwbouw van twee woning ten zuidwesten van Bovenweg nr.25 en de nieuwe open stal op het erf van nr. 23. Daartegenover wordt er in het kader van 'ruimte-voor -ruimte' meer dan 3.000 m2 aan beeldverstorende

40/390

bebouwing gesloopt. Het verwijderen van een groot deel van het beton op het erf en vervangen door begroeiing en semi-verharding zorgt, naast meer natuurwaarde en biodiversiteit, er ook voor dat het water goed in de bodem weg kan lopen. Compenserende maatregelen zijn niet aan de orde. De nieuwe open stal krijgt een oppervlakte van circa 530 m2. Voor de nieuwe woning met bijbehorende bijgebouwen kan uit worden gegaan van een oppervlakte van maximaal 300 m2 per woning. Peilbeheer Er dient rekening gehouden te worden met voldoende drooglegging. Dit is de afstand tussen het waterpeil en de aanleghoogte van de bebouwing. Wetterskip Fryslân heeft het plan beoordeeld en geeft de volgende aandachtspunten mee: Bij de realisering van bebouwing en het aanleggen van verharding is het nodig om rekening te houden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding te voorkomen. Geadviseerd wordt voor bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 m en voor bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 m gerekend vanaf de te realiseren bovenkant vloer. Ook voor verharding wordt een drooglegging van 0,70 m geadviseerd. Grondwateronttrekking Voor het (tijdelijk) onttrekken van grondwater is een vergunning of melding nodig. Ook op het lozen van onttrokken grondwater is de meldingsplicht van toepassing.

De voorgestane ontwikkelingen voorzien niet in grondwateronttrekkingen. Schoon Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater gescheiden af te voeren. In dit geval wordt de nieuwe bebouwing aangesloten op de bestaande voorziening. Er wordt vanuit gegaan dat het systeem voldoende capaciteit heeft. Afstromend hemelwater vanaf de verhardingen kunnen infiltreren. Waterkwaliteit De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen. 4.8.2 Waterplan 'Boeren in het Bos' Middels een samenwerking tussen 'Boeren in het Bos', Wetterskip Fryslân en provincie Fryslân is in 2020/2021 een waterplan realiseert. 'Boeren in het Bos' hebben het initiatief genomen om maatregelen in de waterhuishouding te nemen om meer gebiedseigen water vast te houden (conserveren) en de mogelijkheden voor (tijdelijke) waterberging te vergroten. De maatregelen zijn in overleg met de Provinsje Fryslân en Wetterskip Fryslân uitgewerkt in een waterhuishoudkundig maatregelenpakket.

De maatregelen dragen bij aan de bestrijding van de verdroging, bevorderen de klimaatbestendigheid van het watersysteem, leiden tot een afname van piekafvoeren en vergroting van de waterberging en passen binnen de beleidskaders van het Watergebiedsplan, het Provinciaal Waterhuishoudingsplan, Waterbeheerplan en Toekomstbestendig Waterbeheer. Onderdeel van het waterplan was het aanleggen van een bergingsvijver aansluitend aan het erf. In 2020 is een samenwerkingsovereenkomst tussen partijen aangegaan en in 2021 zijn de maatregelen (waaronder de bergingsvijver) afgerond.

41/390

4.9

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die ''in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken'', een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones of bij bepaalde veranderingen aan de weg zelf (zoals het verhogen van de maximumsnelheid of het uitbreiden van het aantal rijstroken) moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. De 48 dB contour betreft de voorkeursgrenswaarde en de 53 dB contour betreft de maximaal vast te stellen hogere waarde voor nieuw te bouwen woningen in buitenstedelijk gebied of gelegen binnen de bebouwde kom en binnen de zone van een weg. Onderzoek De nieuw te bestemmen woonkavels liggen binnen de wettelijke (Wet geluidhinder) geluidzone van de Bovenweg of N351. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidcontouren van deze weg te bepalen. Het bepalen van de geluidscontouren is uitgevoerd op basis van de Standaard Rekenmethode II (SRM II) conform het Reken- en Meetvoorschrift 2012.Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB voor de Bovenweg/N351 wordt overschreden.

Voor de parallelweg wordt aan wel aan de voorkeursgrenswaade voldaan (is akoestisch minder relevant). Voor de Bovenweg/N351 geldt wel dat de maximale ontheffingswaarde van Lden = 53 dB (buitenstedelijk) niet wordt overschreden. De realisatie van het plan is daarmee mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, de geluidbelasting bedraagt niet meer dan Lden = 50 dB. Wel dient een hogere waarde te worden vastgesteld voor slechts één woning. Van de twee nieuwe woningen betreft dit de meest noordelijk gelegen woning. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Omdat het slechts één woning betreft, zijn bronmaatregelen financieel niet haalbaar (geluidreducerend asfalt). Geluidschermen zijn stedenbouwkundig niet gewenst. Aanvullende eisen vanuit het Bouwbesluit ten aanzien van de gevelgeluidwering zijn niet aan de orde. De cumulatieve geluidbelasting zonder aftrek bedraagt Lden = 52 dB. Wanneer de geluidwering daarop wordt gedimensioneerd, dient de karakteristieke geluidwering te voldoen aan GA;k = 52-33 = 19 dB(A).

Dit is minder dan de minimum-eis conform Bouwbesluit van GA;k = 20 dB(A).

42/390

Figuur: geluidscontouren Bovenweg

4.10 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging, zijn daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Dit geldt onder ander voor een woningbouwproject met minder dan 1.500 woningen. Dergelijke projecten mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden en dragen 'niet in betekende mate' bij aan de luchtverontreiniging. Bovendien is de lucht in Ooststellingwerf schoon en worden geen grenswaarden overschreden. De ontwikkeling in het plangebied draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' staat de uitvoering van dit bestemmingsplan niet in de weg.

43/390

4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. In het kader van het aspect externe veiligheid is de Risicokaart geraadpleegd.

Uit de Risicokaart blijkt dat het plangebied niet binnen de invloedszone van risicovolle inrichtingen vallen. Er vindt in de nabijheid van het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Er zijn geen buisleidingen in de omgeving van het plangebied aanwezig die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Advies Brandweer Fryslân In het kader van het vooroverleg is het bestemmingsplan voorgelegd aan Brandweer Fryslân. Het advies van de Brandweer ten aanzien van de aspecten 'bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid ' is als onderdeel van bijlage 8 opgenomen in dit het bestemmingsplan. Brandweer Fryslân heeft geen bezwaar tegen het concept bestemmingsplan. Wel voorziet zij in het plangebied een knel/- aandachtspunt met betrekking tot de bereikbaarheid. In overeenstemming met de punten die genoemd zijn in de bijlage adviseert Brandweer Fryslân daarom om de eigen weg naar het plangebied te laten voldoen aan de eisen genoemd in paragraaf 3.3 van het advies zodat de objecten tot op de genoemde afstand voor de brandweer te bereiken zijn. Conclusie Het aspect ' externe veiligheid' vormt voor dit bestemmingsplan geen beperkingen en er is geen aanvullend onderzoek nodig.

44/390

4.12 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering zo nodig door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling.

45/390

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk volgt een toelichting op de juridische regeling. Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De verbeelding en de regels moeten in samenhang met elkaar worden gezien. De verbeelding en de regels zijn opgesteld volgens de landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Dit zijn de standaardregels zoals voorgeschreven op grond van de Wet ruimtelijke ordening en overeenkomstig de wettelijke regels ten aanzien van het digitaal raadpleegbaar zijn van ruimtelijke plannen.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

5.2.1 Agrarisch - Landgoed De gronden in gebruik bij 'Boeren in het Bos' zijn onder een specifieke bestemming gebracht, namelijk ' Agrarisch - Landgoed'. Met deze bestemming wordt recht gedaan aan de duurzame en natuurinclusieve bedrijfsvoering en de gewenste verbreding. De bestemmingsomschrijving ziet in eerste instantie toe op het uitoefenen van een grondgebonden agrarisch bedrijf, waaronder een voedselbos en een boomgaard. Het uitoefenen van een grondgebonden agrarisch bedrijf vindt plaats in combinatie met een boerderijwinkel, informatieve en educatieve activiteiten en voedselverwerking van agrarische producten. De woonfunctie (het wonen ten behoeve van de bedrijfsvoering op de Boschhoeve) is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. De woonfunctie mag gecombineerd worden met en aan huis verbonden beroep, aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten en een bed & brochje. Het aantal kamers dat mag worden gebruikt voor bed & brochje is maximaal 4. Omdat een boomgaard en een voedselbos ' opgaande beplanting' betreft, zijn de locaties hiervan op de verbeelding aangeduid. Gebouwen en overkappingen moeten binnen het op de verbeelding weergegeven bouwvlak worden gebouwd. Het bouwen van kassen is niet toegestaan. De bouw van tunnelkassen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. 5.2.2 Wonen De voormalige agrarische bedrijfswoning op Bovenweg nr.

25 heeft de bestemming ' Wonen' gekregen. Ook zijn twee nieuwe bestemmingsvlakken 'Wonen' met bijbehorende bouwmogelijkheden gerealiseerd ten zuidwesten van Bovenweg nr. 25. Dit is het kader van de twee nieuw te bouwen woningen in de geest van de 'ruimte-voor-ruimte regeling'. De gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedrijf, een bed & brochje en een theetuin. Verkeers- en verblijfsvoorzieningen, parkeren, tuinen, erven zijn eveneens in de bestemmingsomschrijving opgenomen. Per bestemmingsvlak mag ten hoogste één woning worden gerealiseerd. De woning dient vrijstaand binnen het bouwvlak gebouwd te worden. De oppervlakte van het woongebouw bedraagt maximaal 175 m2. De maximale

46/390

oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken is afhankelijk van de grootte van het perceel en bedraagt maximaal: 125 m2 bij een erf met een oppervlakte kleiner dan 800 m2 150 m2 bij een erf met een oppervlakte kleiner dan 1.500 m2; 200 m2 bij een erf met een oppervlakte van ten minste 1.500 m2. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de slopen oppervlakte aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op Bovenweg nr. 23 en 25. De sloop is hiermee als nadrukkelijke voorwaarde voor de bouw van de nieuwe woningen geborgd in dit bestemmingsplan. Zie hiervoor artikel 4.4.4. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met het oog op de landschappelijke inpassing van de nieuwe woningen. Zie hiervoor artikel 4.4.3. Zichtbaarheid woningen: handhaven openheid en creëren zichtlijnen Om de zichtbaarheid van de nieuwe en bestaande woningen op nr. 25 te waarborgen zijn de volgende regeling in het plan opgenomen: Op een deel van de percelen met de woonbestemming is de aanduiding 'Overige zone-handhaven openheid' gelegd. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - handhaven openheid' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de openheid van het landschap. Het doel hiervan is om de openheid van de percelen te waarborgen. (Vergunningsvrije) bebouwing is op dit deel van het perceel niet toegestaan.

Dit geldt ook voor opgaande beplanting in de vorm van boom- en fruitteelt, houtteelt en bosbouw. De hoofdstamboomgaard op het perceel van de bestaande woning op nr. 25 is op de verbeelding aangeduid. De gronden tussen het perceel nr. 25 en de Bovenweg zijn onder de bestemming ' Agrarisch-Landgoed' gebracht. Op deze wijze wordt beoogd dat de oude villa zichtbaar blijf vanaf weg, maar ook vanaf de boerderij op nr. 23) en dat de nieuwe schuurwoningen in één beeld zichtbaar zijn (komende vanaf het klinkerpad vanaf de Bovenweg naar de nieuwe woningen). 5.2.3 Waarde- Archeologie Binnen het plangebied is sprake van een archeologische (verwachtings)waarde, zie ook paragraaf 4.5. Ten behoeve van de bescherming van deze waarden zijn in dit bestemmingsplan de dubbelbestemmingen archeologie 3, 4 en 5 opgenomen. De voor 'Waarde- Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Voor ' Waarde - Archeologie 3' geldt dat op deze gronden geen bouwwerken mogen worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 30 cm beneden het maaiveld wordt geroerd, met uitzondering van bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 100 m2 wordt uitgebreid.

Ook bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 100 m2 ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn toegestaan. Voor 'Waarde - Archeologie 4' geldt dat op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 40 cm beneden het maaiveld wordt geroerd, met uitzondering van bouwwerken ter

47/390

vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m2 wordt uitgebreid. Bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 500 m2 ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn eveneens toegestaan. Voor ' Waarde - Archeologie 5' geldt dat op deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 40 cm beneden het maaiveld wordt geroerd, met uitzondering van bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m2 wordt uitgebreid. Bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2 ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn eveneens toegestaan. 5.2.4 Waarde - Cultuurhistorie De voor Waarde - Cultuurhistorie 1 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud, herstel en de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Hieronder worden begrepen de volgende landschappen waar de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken in onderlinge samenhang nog duidelijk aanwezig zijn: het essenlandschap; de heideontginningen; woudontginningen.

48/390

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorgelegd aan de betrokken overleginstanties. Er zijn reacties binnengekomen van provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de Brandweer. De vooroverlegreacties zijn opgenomen als bijlage bij de toelichting. Voor zo ver de reacties aanleiding gaven het bestemmingsplan aan te passen, zijn deze aanpassingen verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het voorontwerp is dat de eerder voorgestelde locatie voor een nieuwe woning in de geest van de 'ruimte-voor-ruimte regeling' (te weten een locatie ten noorden van de Bovenweg, schuin tegenover Bovenweg nr. 25) is komen te vervallen. In plaats daarvan wordt het in planologische zin mogelijk gemaakt om twee woningen te realiseren op het betreffende perceel Bovenweg nr. 25, op de plek van een te slopen stal/schuur. Zienswijze Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening). Er is één zienswijze ingedien, namelijk door de provincie Fryslân. Deze is als bijlage 9 opgenomen. Vaststelling Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld. Na de vaststelling wordt het bestemmingsplan nogmaals zes weken ter inzage gelegd.

Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Het aantonen van de economische uitvoerbaarheid ten behoeve van de inzet van gemeentelijke middelen door middel van een cijfermatige opzet, is voor onderhavig voornemen niet relevant. Voor de ontwikkeling zijn door de eigenaren van het landgoed voldoende middelen gereserveerd. Bovendien wordt door de bouw en verkoop van de nieuwe woning gelden verkregen om de voorgenomen ontwikkelingen te kunnen financieren. Gesteld kan worden dat het plan hiermee economisch uitvoerbaar is. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten op derden. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. In de Wro is opgenomen dat voor bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, in verband met het kostenverhaal van de gemeente, in beginsel een exploitatieplan vastgesteld moet

49/390

worden. De voorgestane ontwikkelingen brengen geen kosten voor de gemeente met zich mee. Vaststelling van een exploitatie-plan is derhalve niet aan de orde. Wel wordt er een planschadeovereenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente overeengekomen, dit om in geval van eventuele planschade het planschadebedrag door te kunnen belasten aan de initiatiefnemer.

50/390

Bijlagen toelichting

51/390

52/390

Bijlage 1

53/390

Quickscan Wnb

2022 Quickscan Wet natuurbescherming Ontwikkeling Landgoed Boschhoeve en graslandperceel (804) te Nijeberkoop

COLOFON BUREAU FAUNAX Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden +316 83 77 25 48 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Wet natuurbescherming Ontwikkeling Landgoed Boschhoeve en graslandperceel (804) te Nijeberkoop Leeuwarden, maart 2022

In opdracht van: Rho Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Mevr. A. Wieringa Autorisatie: Dhr. J. Groen Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied

© Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2022). Ecologische quickscan Wet natuurbescherming. Rho Adviseurs/ Ontwikkeling Landgoed Boschhoeve en graslandperceel (804) te Nijeberkoop. Rapport 22031 .Bureau FaunaX, Leeuwarden.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ........................................................................................... 5 2.1

Flora ...............................................................................................................................5

2.2

Vogels ............................................................................................................................5

2.3

2.2.1

Jaarrond beschermde vogelnesten ................................................................5

2.2.2

Overige (broed)vogelsoorten ........................................................................ 6

Zoogdieren ....................................................................................................................7 2.3.1

Vleermuizen ...................................................................................................7

2.3.2

Overige zoogdiersoorten .............................................................................. 8

2.4

Reptielen en amfibieën ................................................................................................ 9

2.5

Vissen .......................................................................................................................... 10

2.6

Ongewervelden ........................................................................................................... 10

2.7

Gebiedsbescherming .................................................................................................... 11 2.7.1

2.8 3.

Houtopstanden ........................................................................................................... 12

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ..............................................................................13 3.1

Overzicht beschermde soorten .................................................................................. 13

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen............................................................................ 13

3.3 4.

Stikstofgevoeligheid ...................................................................................... 11

3.2.1

Algemeen voorkomende broedvogels ......................................................... 13

3.2.2

Jaarrond beschermde nesten (huismus) ..................................................... 13

3.2.3

Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) ................................................. 14

3.2.4

Jaarrond beschermde nesten (kerkuil) ........................................................ 14

3.2.5

Vleermuizen (verblijfplaatsen) .................................................................... 14

3.2.6

Vrijgestelde- en niet beschermde soorten: de zorgplicht ........................... 14

Overzicht vervolgstappen ........................................................................................... 15

BRONNEN EN LITERATUUR ....................................................................................... 16

BIJLAGE I FOTO’S BEBOUWING...................................................................................... - 1 BIJLAGE II WET- EN REGELGEVING ................................................................................- 5 Wnb Soortbescherming ..................................................................................................... - 5 Vogels en verstoring ................................................................................................ - 5 Vrijgestelde soorten provincie Fryslân .................................................................... - 5 -

Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 6 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 7 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 7 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 7 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 7 NatuurNetwerk Nederland/ Ecologische HoofdStructuur .............................................. - 8 -

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Men is voornemens op landgoed Boschhoeve te Nijeberkoop enkele gebouwen te slopen dan wel intern te verbouwen. Daarnaast zal een agrarisch perceel ten noordwesten van het landgoed worden ontwikkeld ten behoeve van woningen. Met het planvoornemen zullen bomen en waterlichamen ongemoeid blijven.

Figuur 1.1. Plangebied te Nijeberkoop.

Omdat de bovenstaande maatregelen een ruimtelijke ingreep betreffen, dient een toetsing te worden uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet zal naar verwachting medio 2022 worden opgenomen in de Omgevingswet. Deze toetsing vindt eerst plaats in de vorm van een quickscan gebaseerd op het onderdeel soortbescherming. In het kader daarvan is door Bureau FaunaX een analyse gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer aanwezige beschermde natuurwaarden. Hierbij ligt de focus op flora en alle diergroepen waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat beschermde soorten voor kunnen komen in het plangebied. Tevens is een inschatting gemaakt van de eventuele effecten van de voorgenomen plannen op in de omgeving liggende beschermde natuurgebieden (Natura 2000 en NNN/EHS) (onderdeel gebiedsbescherming).

1

1.2

Doel

Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de realisatie van de initiatieven en het in gebruik hebben ervan op deze beschermde natuurwaarden? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkómen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

1.3

Onderzoeksopzet

Soorten In opdracht van Rho Adviseurs heeft Bureau FaunaX het planvoornemen door middel van een ecologische quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze quickscan heeft bestaan uit een veldbezoek en een bureaustudie gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze quickscan is uitgevoerd op dinsdag 15 februari 2022 en vond plaats onder koude weersomstandigheden (6°C, windkracht 4, half bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent de Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), ganzengedooggebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief. 2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen

Het plangebied betreft twee deelgebieden centraal binnen Nijeberkoop, maar gezien de geringe mate aan kleinschalige bebouwing heeft het dorp geen bebouwde kom (figuur 1.1). Het deelgebied van Landgoed Boschhoeve betreft een villa en een woonboerderij (Bovenweg 23 en 25) met een achttal gebouwen: schuren, stallen en opslagloodsen (figuur 1.2/bijlage I). Het landgoed betreft aan de zuidkant een bosperceel en een stuk grond met een agrarische functie. Ten zuidoosten van de bebouwing is het oude mestbassin omgevormd tot vijver. De rest van het landgoed wordt gekenmerkt door grasland, waterlichamen en hoge bomen.

Figuur 1.2. Impressie deelgebied Landgoed Boschhoeve te Nijeberkoop, nummers corresponderen met de nummers van figuur 1.5.

Het tweede deelgebied betreft een intensief beheerd agrarisch grasland perceel ten westen van Bovenweg 56 (ODB03-E-804), zie figuur 1.3. Het perceel wordt ten zuiden, westen en noorden begrenst door watergangen, met aan de westzijde een houtwal en aan de noordzijde een bosperceel. In de zuidoosthoek van het perceel is een ecotunnel aangelegd. De omgeving van het graslandperceel wordt gekenmerkt door agrarisch gebied en kleinschalige bebouwing. Het planvoornemen voor het deelgebied van Landgoed Boschhoeve betreft het slopen van een vijftal schuren en stallen (figuur 1.2/1.4 nr. 1-3,6-8), en het intern verbouwen van een tweetal schuren (figuur 1.2/1.4, nr. 4,5 en 9). Voor zover ons bekend is zal beplanting binnen het landgoed en het bosperceel behouden blijven en zullen waterlichamen ongemoeid blijven. Voor het perceel ten westen van Bovenweg 56 (ODB03-E-804) betreft het planvoornemen de realisatie van woningen. Met het planvoornemen zullen aanwezige bomen en watergangen ongemoeid blijven.

3

Figuur 1.3. Impressie deelgebied graslandperceel 804 te Nijeberkoop.

Figuur 1.4. Planvoornemen landgoed Boschhoeve te Nijeberkoop.

4

2. RESULTATEN QUICKSCAN 2.1

Flora

Het plangebied wordt gekenmerkt door grasland met soorten zoals onder andere Engels raaigras, rus, speerdistel, veldkers en ridderzuring (figuur 2.1) en een bosperceel met bomen en struiken. Het plangebied is vanwege voedselrijke habitateigenschappen ongeschikt voor beschermde flora en deze zijn ook niet aangetroffen.

Figuur 2.1. Impressie van de flora in het plangebied.

•

Op basis van de waargenomen soorten en de (habitat)eigenschappen van het plangebied is het voorkomen van beschermde plantensoorten uit te sluiten.

2.2 2.2.1

Vogels Jaarrond beschermde vogelnesten

Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten of horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. De bomen binnen en grenzend aan het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten en deze zijn niet aangetroffen. Negatieve effecten van de werkzaamheden op jaarrond beschermde boomnesten kunnen dan ook op voorhand worden uitgesloten. Naast boomnesten met jaarronde bescherming zijn er ook gebouw broedende vogelsoorten waarvan de nesten jaarronde bescherming genieten, zoals huismus, gierzwaluw en kerkuil. Op voorhand zijn enkele van de gebouwen (nr. 1-3, 6 en 7) van het landgoed ongeschikt bevonden voor gierzwaluw om te verblijven, door de afwezigheid van geschikte nokpannen of andere vormen van nestgelegenheid. De overige gebouwen hebben wel geschikte nokpannen voor gierzwaluw om onder te kunnen nesten. Uitgaande van het planvoornemen kunnen alleen sloopwerkzaamheden negatieve effecten op gierzwaluwnesten tot gevolg hebben, dus alleen bij de te slopen schuur (nr. 8).

5

De gierzwaluw is van nature een klifbroeder die in Nederland vooral in hogere bebouwing broedt, vooral op locaties waar bebouwing dicht op elkaar staat, waardoor de soort een voorkeur heeft voor stedelijke gebieden waar binnen het plangebied geen sprake van is. De soort broedt in mindere mate echter ook op het platteland. Het kan daarom niet op voorhand worden uitgesloten dat zich binnen het plangebied nestplaatsen van gierzwaluw bevinden die met het planvoornemen verloren gaan. De bebouwing binnen het deelgebied van het landgoed is geschikt bevonden als broedgelegenheid voor huismus. Huismussen kunnen bij ruimtes bij balken en/of onder dakpannen tot broeden komen. Tijdens het veldbezoek zijn ook huismussen waargenomen in de werktuigenberging (nr. 3/ bijlage figuur I.3). In de overige gebouwen zijn geen indicaties van huismusnestplaatsen aangetroffen, zoals aanwezige huismussen, nestplaatsen of sporen. Echter biedt alle bebouwing aan de gelede boerderij (figuur 1.2/1.4, nr. 4-5, 8 en 9) broedmogelijkheden voor de soort, die op het eerste opzicht niet direct zichtbaar zijn. Naast de aanwezigheid van nestgelegenheid, zijn er in de omgeving voldoende opgaand groen en stofbaden aanwezig om het plangebied als functioneel leefgebied van de soort te kunnen beoordelen. Aangezien het beoogde planvoornemen onder andere de sloop van de werktuigenberging (nr.

3) betreft, kunnen negatieve effecten op nestplaatsen van huismus binnen het plangebied dan ook niet op voorhand uitgesloten worden. De kerkuil is een soort die vaak bij boerderijen broedt dan wel een vaste rust- en verblijfplaats heeft. De stallen binnen het plangebied (nr. 8 en 9) beschikken over uilenborden (gaten die de schuren toegankelijk maken voor de soort). Tijdens het veldbezoek is op de zolder van de aangebouwde stal (nr. 8) een kerkuilenkast aangetroffen en de zolder wordt actief gebruikt als vaste rust-, verblijf- en nestplaats door een paartje kerkuilen. De lokale kerkuilenwerkgroep komt jaarlijks langs om de jongen te ringen (Mariska Slot, persoonlijke communicatie). Naast de aangebouwde stal (nr. 8) zijn er alleen bij de werktuigenberging (nr. 3/ bijlage figuur I.3) een paar oude braakballen aangetroffen, waardoor dit ook als onderdeel van het netwerk aan vaste rust- en verblijfplaatsen van het paartje kan worden gezien. Aangezien het beoogde planvoornemen onder andere de sloop van de werktuigenberging en schuur (nr. 3 en 8) betreft, zal het vastgestelde paartje kerkuilen negatieve effecten van de werkzaamheden ondervinden. • • •

Negatieve effecten van de werkzaamheden op jaarrond beschermde (boom)nesten van roofvogels binnen het plangebied en/of invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van de werkzaamheden op jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw binnen het plangebied kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. Aanwezigheid van een jaarrond beschermde nestplaats van kerkuil binnen het plangebied is vastgesteld.

2.2.2 Overige (broed)vogelsoorten Naast de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. De nesten van deze soorten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedseizoen. De bomen, bosschages, oeverzones en bebouwing maken het gehele plangebied geschikt broedhabitat voor diverse soorten broedvogels, zoals meerkoet, spreeuw en roodborst. Daarnaast zijn er (oude) nesten van boerenzwaluw en huiszwaluw bij de te slopen en te verbouwen gebouwen aangetroffen. Nesten van deze soorten zijn jaarrond beschermd als daar zwaarwegende ecologische redenen voor gelden. Aangezien er in de omgeving voldoende alternatieven voor nestgelegenheid aanwezig zijn, gaan de zwaarwegende redenen in deze situatie niet op. 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=6dda746f-a28e-48de-8cf1-6e178ab3d976