Bijlage 1.2 - Bestemmingsplan ''t Hooge fase 2, Oldeberkoop' Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Omgeving <25 m
Milieukundig bodemonderzoek op een terrein aan de Oosterwoldseweg te Oldeberkoop Fugro-Ecolyse B.V., C-3667.110/140PRu/Ako, d.d. 5 april 1995 (boring 1, 2, 9 en 10 hebben betrekking op onderhavig onderzoek) Bovengrond M1: PAK >S Milieukundig bodemonderzoek op een terrein aan de Oosterwoldseweg te Oldeberkoop Fugro-Ecolyse B.V., C-3667.110/140PRu/Ako, d.d. 5 april 1995 Bovengrond M2: minerale olie >S Grondwater pb 7: tolueen > I, chroom, zink >S Grondwater pb 8: zink >T, cadmium, chroom, koper >S Na herbemonstering van peilbuis 7 is opnieuw een sterk verhoogd gehalte tolueen gemeten. In de omringende peilbuizen 18, 19 en 20 werden geen tot lichte verhogingen tolueen gemeten.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
Saneringsevaluatie Oosterwoldseweg 60A Consulmij, ZB.96.038, 01-03-1996 Status: voldoende onderzocht ► Niet bekend.
-
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 4 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.
april ’23
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
tabel 6: geohydrologische opbouw
AAOM= antropogeen, omgewerkte grond, BX= formatie van Boxtel, DRGI= formatie van Drente, laagpakket van Gieten, DN= formatie van Drachten, URTY= formatie van Urk, laagpakket van Tijnje, PE= formatie Peelo, URVE= formatie van URK, laagpakket van Veenhuizen
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
april ’23
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Ooststellingwerf, perceel sectie E, nr. 938, sectie A, nr. 4868 (ged.) Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie in het verleden voor zover na te gaan alleen een agrarische functie heeft gehad. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 18.300 m2)
april ’23
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
april ’23
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten
onderdeel:
uitgevoerd door:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
datum:
bijzonderheden:
27-03-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
03-04-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering Achter de Oosterwoldseweg 70 ligt een bult snoeiafval en een brandton (niet verder onderzocht).
(erkend en geregistreerd) (in opleiding)
(erkend en geregistreerd) 27-03-2023 (erkend en geregistreerd)
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
17
ca.0.5
8 t/m 24
4
ca.2.0
4 t/m 7
3
ca.2.9
1 t/m 3
Onderzoekslocatie (ca. 18.300 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
april ’23
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-1.0 1.0-1.5 1.5-2.0 2.0-3.5
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
Zand Zand Zand Leem Leem
zwak siltig, zwak humeus zwak siltig matig siltig sterk zandig sterk zandig
neutraal bruin neutraal beige neutraal beige crème/grijs crème-grijs
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1 2 3
1.5-2.5 2.5-3.5 2.0-3.0
1.1 0.99 1.18
5 5 5
6.5 6.6 6.1
april ’23
EGV geleidingsvermogen µS/cm 345 430 390
troebelheid (NTU) 8 9.4 8.6
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
april ’23
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke analysepakket waarnemingen
MM1
1+4+5+8 t/m 12+14+15
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
2+3+6+7+16+17+18+21+22+23
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
1+2+4+5+6+7
1.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM4
1+2+3+4+5+6+7
0.5-1.6
-
NEN-grond(*)+AS3000
1 (peilbuis)
1
1.5-2.5
-
NEN-grondwater(**) +AS3000
2 (peilbuis)
2
2.5-3.5
-
NEN-grondwater(**) +AS3000
3 (peilbuis)
3
2.0-3.0
-
NEN-grondwater(**) +AS3000
grondwater
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
april ’23
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
april ’23
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Grond en grondwater
In de tabellen 14 en 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10714-het Hooge percelen sectie E nr. 938 en sectie A 4868 (ged.), Oldeberkoop
Certificaat
13842310
Toetsing
1-Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader BBK, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 25-04-2023 - 12:44
Parameters
Toetsing
13842310-001 MM1 MM1, 01: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50
13842310-002 MM2 MM2, 02: 0-50, 03: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-40, 16: 0-50
10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 14: 0-40, 15: 0-40
17: 0-50, 18: 0-50, 21: 0-50, 22: 0-40, 23: 0-50
05: 170-200, 06: 150-200, 07: 150-200
04: 50-100, 05: 60-160, 06: 100-140, 07: 50-150
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Altijd toepasbaar Analyse
Eenheid
AW
T
I
SR
Altijd toepasbaar
BT
monster voorbehandeling
BC
BI
SR
BC
BI
SR
Ja 83.8
13842310-004 MM4 MM4, 01: 100-150, 02: 100-150, 03: 50-100, 03: 100-150
Altijd toepasbaar
BT
Ja
13842310-003 MM3 MM3, 01: 150-200, 02: 150-200, 04: 150-200
Altijd toepasbaar
BT
BC
BI
SR
Ja
BC
droge stof
%
80.4
gewicht artefacten
g
<1
aard van de artefacten
-
Geen
organische stof (gloeiverlies)%
3.7
3.7
3.2
3.2
<0.2
0.2
0.5
0.5
3.6
3.6
13
13
9.4
9.4
2.2
2.2
80.4
85.7
BT
83.8
<1
83.3
85.7
<1
Geen
BI
Ja 83.3
<1
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)
% vd DS
METALEN barium
+
mg/kg
cadmium
mg/kg
kobalt
mg/kg
0.6
6.8
920
<20
45.2
--
<20
22.8
--
<20
28.2
--
<20
52.9
--
13
<0.2
0.219
<=AW
0
<0.2
0.197
<=AW
0
<0.2
0.216
<=AW
0
<0.2
0.24
<=AW
0
<1.5
3.14
<=AW
0
<1.5
1.68
<=AW
0
<1.5
2.04
<=AW
0
<1.5
3.61
<=AW
0
15
102
190
koper
mg/kg
40
115
190
15
27.9
<=AW
0
5.6
8.16
<=AW
0
<5
5.77
<=AW
0
<5
7.19
<=AW
0
kwik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0484
<=AW
0
<0.05
0.0423
<=AW
0
<0.05
0.0449
<=AW
0
<0.05
0.0501
<=AW
0
50
290
530
14
20.8
<=AW
0
10
12.8
<=AW
0
<10
9.69
<=AW
0
<10
11
<=AW
0
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
lood
mg/kg
molybdeen
mg/kg
1.5
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
5.4
<=AW
0
<3
3.2
<=AW
0
5.0
9.02
<=AW
0
<3
6.02
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
32
67.5
<=AW
0
<20
20.9
<=AW
0
<20
24.1
<=AW
0
<20
32.9
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 mg/kg factor)
1.5
<0.01
0.007
<0.01
0.007
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
0.264
0.264
<=AW
0
0.184
0.184
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)
ug/kg
20
510
1000
4.9
13.2
<=AW
-
4.9
15.3
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
mg/kg
190
2595
5000
<20
37.8
<=AW
0
<20
43.8
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
V e r k lar in g k olom m e n SR BT
Res ul taat op het analys erapport Berek end toets res ultaat (omgerekend naar s tandaard b odem). Bi j organi sc he s tof en lutum s taan de voor de toets ing geb rui kte waarden.
BC
Toets oordeel
AW
Ac htergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tuss enwaarde (door SGS b erek end en b eheerd maar niet meer b es chreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erek ende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW ) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie z ie analys ecertifi caat
<=AW
Kleiner dan of geli jk aan de ac htergrondwaarde
WO
W onen
IN
Indus trie
>I
Groter dan i nterventiewaarde
>IND
Groter dan i ndus trie
Kle ur infor m atie Rood
> Interventiewaarde
Or anje
>= Tus senwaarde (BI l igt tus sen 0.5 en 1)
Blauw
>= Ac htergrond waarde
april ’23
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
tabel 15: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10714-het Hooge percelen sectie E nr. 938 en sectie A 4868 (ged.), Oldeberkoop
Certificaat
13845897
Toetsing
13-Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 25-04-2023 - 12:54
Parameters
Analyse
Toetsing
Eenheid
S
T
I
13845897-001
13845897-002
13845897-003
Pb1Pb1, 01-1: 150-250
Pb2Pb2, 02-1: 250-350
Pb3Pb3, 03-1: 200-300
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Voldoet aan Streefwaarde
Overschrijding Streefwaarde
Overschrijding Streefwaarde
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
METALEN barium
ug/l
50
338
625
<20
14
<=S
-
<20
14
<=S
-
22
22
<=S
-
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
9.7
9.7
<=S
-
9.8
9.8
<=S
-
8.8
8.8
<=S
-
kwik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
<3
2.1
<=S
-
<3
2.1
<=S
-
<3
2.1
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
21
21
<=S
-
52
52
<=S
-
36
36
<=S
-
benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
0.77
0.77
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
ethylbenzeen
ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
o-xyleen
ug/l
<0.1
0.07
0.18
0.18
0.11
0.11
p- en m-xyleen
ug/l
<0.2
0.14
0.48
0.48
0.25
0.25
xylenen (0.7 factor)
ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
0.66
0.66
>S
0.01
0.36
0.36
>S
0.00
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
naftaleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
<0.02
0.014
<=S
-
<0.02
0.014
<=S
-
VLUCHTIGE AROMATEN
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan
ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan
ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen
ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
cis-1,2-dichlooretheen
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen
ug/l
<0.1
0.07
<0.1
0.07
<0.1
0.07
som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 ug/l factor)
0.01
10
20
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan
ug/l
0.01
500
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
<0.2
0.14
<0.2
0.14
som dichloorpropanen (0.7 factor)
ug/l
0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen
ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan
ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan
ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan
ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheen
ug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
chloroform
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<=S
-
tribroommethaan
ug/l
630
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
<0.2
0.14
---
MINERALE OLIE fractie C10-C12
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C12-C22
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C22-C30
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
fractie C30-C40
ug/l
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
totaal olie C10 - C40
ug/l
<50
35
<=S
-
<50
35
<=S
-
<50
35
<=S
-
Verk laring kolom m en SR
50
325
600
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar s tandaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS beheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS beheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Indus trie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
april ’23
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond
Boringen
Diepte Zintuiglijk >AW
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
1+4+5+8 t/m 12+14+ 15 2+3+6+7+16+ 17+18+21+22+ 23 1+2+4+5+6+7 1+2+3+4+5+6+ 7
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
1.5-2.0 1.0-1.6 -
-
-
-
Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*
grondwater Pb1 1
1.5-2.5 -
-
-
-
n.v.t.
PB2 Pb3
2.5-3.5 2.0-3.0 -
xylenen xylenen
-
-
n.v.t. n.v.t.
MM1 MM2
MM3 MM4
2 3
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonster MM3 en MM4 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 2 (2.5-3.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte xylenen t.o.v. de streefwaarde peilbuis 3 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 3 bevat een verhoogd gehalte xylenen t.o.v. de streefwaarde Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
april ’23
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen / bijmengingen of asbestverdachte materialen waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 17. tabel 17: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster Boringen grond MM1 1+4+5+8 t/m 12+14+ 15 MM2 2+3+6+7+16+ 17+18+21+22+ 23 MM3 1+2+4+5+6+7 MM4 1+2+3+4+5+6+7 grondwater Pb1 1 PB2 2 Pb3 3
Diepte Zintuiglijk >AW
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
1.5-2.0 1.0-1.6 -
-
-
-
Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*
1.5-2.5 2.5-3.5 2.0-3.0 -
xylenen xylenen
-
-
n.v.t. n.v.t. n.v.t.
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonster MM3 en MM4 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 2 (2.5-3.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 2 bevat een verhoogd gehalte xylenen t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek
april ’23
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
peilbuis 3 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 3 bevat een verhoogd gehalte xylenen t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 18 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 18: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Oldeberkoop, sectie E, nr. 938 en sectie A, nr. 4868 (ged.)
onverdacht
nee, er zijn verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat een verontreiniging t.o.v. de streefwaarde. De verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde en/of de bodemindex >0.5 niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin.
Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.
april ’23
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.
partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
april ’23
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van de locatie gelegen aan de percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van bekende verdachte terreindelen buiten het plangebied, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.
In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.
een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen.
Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
april ’23
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
6
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
april ’23
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
Auteur
april ’23
: : : : :
BugelHajema percelen sectie E nr. 938 en sectie A nr. 4868 (ged.), Oldeberkoop 27 blz. 25 april 2023
Gecontroleerd door
Paraaf
Datum
Status
25 april 2023
definitief
27
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT jF IJi axB
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) jF IJi axB
2000
1980
1962
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1931
1910
1889
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1850
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 3
Foto 1. Het Hooge, Oldeberkoop
Foto 2. Het Hooge, Oldeberkoop
Foto 3. Het Hooge, Oldeberkoop
Foto 4. Het Hooge, Oldeberkoop
01
1
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an
3
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, edelm an
4
leem , st erk zandig, neut raal grijs, crem e, edelm an
50
-50
100
150
0
-100
150
-150
200
-200
leem , st erk zandig, neut raal crem e, grijs, edelm an 250
250 t ype dat um boorm eest er
-250
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
02
1
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an
50
0
-50
100
-100 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
4
zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, edelm an
150
-150
200
-200
zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, crem e, edelm an 250
250
300
350
350 t ype dat um boorm eest er
-350
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform st at us
h e t H oog e p e r ce le n se ct ie E n r . 9 3 8 e n se ct ie A 4 8 6 8 ( g e d . ) , Old e b e r k oop 2 3 -M 1 0 7 1 4 N EN 5 1 0 4 Lop e n d
03
1
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal crem e, edelm an
4
zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal crem e, edelm an
50
70
100
20
150
200
120
-30
200
-80
zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal crem e, edelm an 250
300
300 t ype dat um boorm eest er
-180
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
04
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an
50 2 100 3 -145
150 4
leem , st erk zandig, neut raal grijs, edelm an
200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform st at us
h e t H oog e p e r ce le n se ct ie E n r . 9 3 8 e n se ct ie A 4 8 6 8 ( g e d . ) , Old e b e r k oop 2 3 -M 1 0 7 1 4 N EN 5 1 0 4 Lop e n d
05
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an
0
50 -60
100
3 150 -170 4 200 t ype dat um boorm eest er
leem , st erk zandig, neut raal grijs, edelm an -200
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
06
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an
50
0
-50
100 3 -140
zand, zeer fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, edelm an
150 4 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
07
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an
50 2 -90
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, edelm an
100 3 150
-150 4
leem , st erk zandig, neut raal grijs, edelm an
200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform st at us
h e t H oog e p e r ce le n se ct ie E n r . 9 3 8 e n se ct ie A 4 8 6 8 ( g e d . ) , Old e b e r k oop 2 3 -M 1 0 7 1 4 N EN 5 1 0 4 Lop e n d
08
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 -70 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
09
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
10
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
11
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
12
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
13
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform st at us
h e t H oog e p e r ce le n se ct ie E n r . 9 3 8 e n se ct ie A 4 8 6 8 ( g e d . ) , Old e b e r k oop 2 3 -M 1 0 7 1 4 N EN 5 1 0 4 Lop e n d
14
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
-50
15
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
-50
16
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
17
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
18
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
19
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform st at us
h e t H oog e p e r ce le n se ct ie E n r . 9 3 8 e n se ct ie A 4 8 6 8 ( g e d . ) , Old e b e r k oop 2 3 -M 1 0 7 1 4 N EN 5 1 0 4 Lop e n d
20
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
21
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an
-50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
22
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
-50
23
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 2 7 -0 3 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform st at us
h e t H oog e p e r ce le n se ct ie E n r . 9 3 8 e n se ct ie A 4 8 6 8 ( g e d . ) , Old e b e r k oop 2 3 -M 1 0 7 1 4 N EN 5 1 0 4 Lop e n d
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Bodem-Sigma Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 6
: het Hooge percelen sectie E nr. 938 en sectie A 4868 (ged.), Oldeberkoop : 23-M10714 : 13842310, versienummer: 1.
Rotterdam, 04-04-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 23M10714. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Operations Manager Rotterdam
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 6
Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Bodem-Sigma Projectnaam het Hooge percelen sectie E nr. 938 en sectie A 4868 (ged.), Oldeberkoop Projectnummer 23-M10714 Rapportnummer 13842310 - 1
Orderdatum 28-03-2023 Startdatum 28-03-2023 Rapportagedatum 04-04-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 MM1, 01: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 14: 0-40, 15: 0-40 MM2 MM2, 02: 0-50, 03: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-40, 16: 0-50, 17: 0-50, 18: 0-50, 21: 0-50, 22: 0-40, 23: 0-50 MM3 MM3, 01: 150-200, 02: 150-200, 04: 150-200, 05: 170-200, 06: 150-200, 07: 150-200 MM4 MM4, 01: 100-150, 02: 100-150, 03: 50-100, 03: 100-150, 04: 50-100, 05: 60-110, 05: 110-160, 06: 100-140, 07: 50-90, 07: 100-150
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 80.4 <1 geen
Ja 83.8 <1 geen
Ja 85.7 <1 geen
Ja 83.3 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
3.7
3.2
<0.2
0.5
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
3.6
13
9.4
2.2
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
<20 <0.2 <1.5 15 <0.05 14 <0.5 <3 32
<20 <0.2 <1.5 5.6 <0.05 10 <0.5 <3 <20
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 5.0 <20
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
<0.01 0.01 <0.01 0.04 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 0.02 1) 0.184
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.02 antraceen mg/kgds S <0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.05 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.03 chryseen mg/kgds S 0.03 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.03 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.03 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.03 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.03 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.264 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds
S S S S S S
002
<1 <1 <1 <1 <1 <1
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 6
Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Bodem-Sigma Projectnaam het Hooge percelen sectie E nr. 938 en sectie A 4868 (ged.), Oldeberkoop Projectnummer 23-M10714 Rapportnummer 13842310 - 1
Orderdatum 28-03-2023 Startdatum 28-03-2023 Rapportagedatum 04-04-2023
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 MM1, 01: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 14: 0-40, 15: 0-40 MM2 MM2, 02: 0-50, 03: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-40, 16: 0-50, 17: 0-50, 18: 0-50, 21: 0-50, 22: 0-40, 23: 0-50 MM3 MM3, 01: 150-200, 02: 150-200, 04: 150-200, 05: 170-200, 06: 150-200, 07: 150-200 MM4 MM4, 01: 100-150, 02: 100-150, 03: 50-100, 03: 100-150, 04: 50-100, 05: 60-110, 05: 110-160, 06: 100-140, 07: 50-90, 07: 100-150
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds
S S
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
<1 1) 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 6
Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Bodem-Sigma Projectnaam het Hooge percelen sectie E nr. 938 en sectie A 4868 (ged.), Oldeberkoop Projectnummer 23-M10714 Rapportnummer 13842310 - 1
Orderdatum 28-03-2023 Startdatum 28-03-2023 Rapportagedatum 04-04-2023
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
003
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
004
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.