CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie Planning & Control 18 juni 2024, gemeente Ooststellingwerf29.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1.512

1.487

1.394

1.390

1.384

1.383

tranche 2025 volume

812

761

759

756

755

tranche 2025 prijs

908

851

849

845

845

tranche 2026 volume

742

740

737

736

tranche 2026 prijs

1.003

1.001

997

996

tranche 2027 volume

711

708

707

tranche 2027 prijs

1.045

1.041

1.040

tranche 2028 volume

690

690

tranche 2028 prijs

1.044

1.043

tranche 2029 volume

676

tranche 2029 prijs

1.086

Totaal accres

2.348

4.028

5.520

7.261

8.966

10.723

9 Meicirculaire gemeentefonds 2024

Tabel 2.2.9 Mutaties bbp-systematiek 2024

2025

2026

2027

2028

2029

tranche 2024 volume

-299

-313

770

768

765

764

tranche 2024 prijs

-420

-445

-344

-345

-345

-346

tranche 2025 volume

-108

761

759

756

755

tranche 2025 prijs

-457

-414

-414

-414

-414

tranche 2026 volume

-722

-724

-727

-728

tranche 2026 prijs

-186

-186

-186

-187

tranche 2027 volume

13

13

12

tranche 2027 prijs

20

19

18

tranche 2028 volume

13

12

tranche 2028 prijs

19

18

Bedragen in miljoenen euro

tranche 2029 volume

12

tranche 2029 prijs

19

Totaal accres

-719

-1.324

-136

-109

-88

-63

Compensatie in grondslag

719

649

136

109

88

63

Totaal na compensatie

0

-675

0

0

0

0

De bijstelling van de accrestranches in de opbouwtabel van de algemene uitkering (tabel 2.2.1) is de optelsom van:

-

de mutaties in het accres (‘trap-op trap-af’ systematiek) als gevolg van de actualisatie van het accres van stand Miljoenennota 2024 naar stand Voorjaarsnota 2024 (CEP24) (tabel 2.2.5);

-

de mutaties als gevolg van de overstap van de ‘trap-op trap-af’ systematiek naar de bbp-systematiek met ingang van 2024 (tabel 2.2.9).

Verder wordt in deze circulaire de tranche 2029 toegevoegd. Dit betreft de mutatie in het accres van 2028 op 2029 uit tabel 2.2.8 (€ 10.723 - € 8.966 miljoen), gecorrigeerd voor het structureel doorwerken van de mutatie ad € -609 miljoen in 2028 (€ -521 miljoen uit tabel 2.2.5 en € -88 miljoen uit tabel 2.2.9). 1c.

Incidentele compensatie

De overgang van de huidige ‘trap-op trap-af’ systematiek naar de bbp-systematiek wordt in de jaren 2024-2029 (gedeeltelijk) gecompenseerd zoals hiervoor aangegeven (tabel 2.2.9). Aanvullende afspraken Als onderdeel van het hierboven beschreven en met de VNG en het IPO overeengekomen besluit is ook gesproken over enkele inhoudelijke (budgettaire) thema’s: Wmo, fysiek domein en de provinciale opcenten. Dit heeft geleid tot enkele concrete afspraken Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo) Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van Rijk en gemeenten om samen aan de balans

10 Meicirculaire gemeentefonds 2024

tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht te werken. Vanwege de houdbaarheid en beheersbaarheid van de Wmo gaat het er nadrukkelijk om, om de financiële aspecten (inclusief de financieringsvorm), de uitvoeringspraktijk, de inhoudelijke sturing (incl. beleidsopties) en de rolneming door zowel Rijk als gemeenten in samenhang te bespreken (art 108 Gemeentewet). Indien deze samenhangende aanpak in combinatie met monitoring goed wordt uitgevoerd werken Rijk en gemeenten gezamenlijk aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten en hun wettelijke zorgtaken Wmo. Rijk en gemeenten werken er gezamenlijk aan om het openeinde-deel van de regeling te beëindigen. Afgesproken is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Qua financieringsvormen zal in ieder geval worden gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering en een constructie als de BUIG (bijstand) met daarbij oog voor de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk en gemeenten.

Bij de uitwerking van de financieringsvarianten zullen de inzichten worden benut die zijn en worden opgedaan bij de ontwikkeling van financieringsvarianten voor jeugd die momenteel plaatsvindt door een werkgroep van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Financiën en de VNG. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht (die aansluit bij de raming die het CPB doet in het kader van het houdbaarheidsonderzoek) en daardoor ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk treft vooruitlopende op de uitwerking een reservering voor een aanvullende indexering voor demografie bovenop de bbp-systematiek. Uitgaande van de demografie raming van het CPB voor de Wet langdurige zorg (Wlz) van 1,7 procent en de actuele CBS-realisatie reserveert het Rijk op de Aanvullende Post vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van circa € 75 miljoen additioneel oplopend tot € 300 miljoen in 2029 voor gemeenten. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. Op het BOFv van juni zal er een voorstel worden besproken op welke wijze bovengenoemde uitgangspunten verder worden uitgewerkt, ook in samenhang met het houdbaarheidsonderzoek.

Met bovenstaande afspraken werken gemeenten en Rijk aan een goede balans van taken en middelen en daarmee een voor gemeenten rechtvaardige risicoverdeling. Fysiek domein (infrastructuur, natuur en openbaar vervoer) Op het fysiek terrein spelen een aantal fundamentele ontwikkelingen die veel van overheden vragen en financieel grote gevolgen kunnen hebben. Het openbaar vervoer staat voor meerdere uitdagingen: verduurzamen van de exploitatie, onzekerheid op de aanbestedingsmarkt, behoud van sociale veiligheid, innoveren voor een betere aansluiting op de mobiliteitsbehoeften. Recent is vanuit de motie Bikker (2023)

11 Meicirculaire gemeentefonds 2024

structureel € 300 miljoen beschikbaar gesteld voor het (regionaal 1) OV. Dit mede in het licht van voorgenoemde ontwikkeling. Er is geen volledig kwantitatief inzicht in de kostenontwikkeling beschikbaar gebleken. Het is van belang een volledig beeld te hebben op de impact van deze vraagstukken op de exploitatie van het openbaar vervoer door provincies. Vervangingsinvesteringen en onderhoud van bestaande infrastructuur vormen naast de grote opgaven voor nieuwe aanleg van infrastructuur een aanzienlijke uitdaging voor gemeenten, provincies en het Rijk. Het is van belang om een compleet beeld te hebben van de financiële impact van de benodigde vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten. De natuuropgave van de provincies is groot en uitdagend. Daarbij spelen onder andere vragen rondom structurele beheertaken. Op dit moment is er geen volledig kwantitatief inzicht in de kostenontwikkelingen Kabinet en het IPO erkennen dat er onderzoek nodig is naar de vraag of de bbpsystematiek evenredig meebeweegt met de ontwikkeling van de kosten op deze drie beleidsterreinen openbaar vervoer, infrastructuur en natuur. Daarbij dient goed gekeken te worden naar uitvoeringscapaciteit, trends, ontwikkelingen en prognoses, juridische en financiële obstakels. Waarbij dit ook in het licht van de gehele overheidsfinanciën wordt bekeken.

Op deze dossiers is daarom in het kader van de Voorjaarsnota 2024 afgesproken dat in voorbereiding op het BOFv van juni 2024 de concrete vraagstukken nader worden uitgewerkt. Het gaat het om de balans tussen ambitie, taken, middelen en uitvoeringskracht. Voor deze drie beleidsterreinen zal in samenspraak met de betrokken beleidsverantwoordelijke departementen tot een verdere concretisering van de handelingsperspectieven en oplossingsrichtingen worden gekomen. Streven is om door de verdere uitwerking, indien mogelijk, zo snel mogelijk een meer compleet beeld te hebben van aard en omvang en mogelijke maatregelen. Daarbij zal zowel gekeken worden naar de financiële aspecten, de inhoudelijke sturing als de rolneming door zowel Rijk als medeoverheden. Inzet specifieke uitkeringen De afgelopen jaren is het aantal specifieke uitkeringen (Spuks) en de daaraan verbonden uitgaven sterk gestegen (realisatie 2023: 153 Spuks, totaalbedrag € 18,3 miljard 2). Dit is onwenselijk vanwege het uitgangspunt dat financiële middelen vanuit het Rijk aan medeoverheden bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking gesteld

1 2

Het regionaal openbaar vervoer wordt aangestuurd door provincies en vervoerregio’s Kamerstukken II 2023/24, 36 410-B, nr. 12

12 Meicirculaire gemeentefonds 2024

worden. Bovendien zijn aan specifieke uitkeringen hoge verantwoordings- en controlelasten verbonden. De gezamenlijke inzet van Rijk, VNG en IPO is daarom gericht op een beperking van het aantal specifieke uitkeringen en het verminderen van de verantwoordingslasten. Naast de lopende inspanningen om de Financiële verhoudingswet (Fvw) aan te passen en daarmee het uitkeringsstelsel te vernieuwen, zal een plan worden uitgewerkt om te komen tot doorlichting en waar mogelijk het verminderen van het aantal (nieuwe) specifieke uitkeringen. Bestaande specifieke uitkeringen zullen daarbij tegen het licht worden gehouden met de vraag of ze op korte termijn al kunnen worden opgenomen in het gemeentefonds en provinciefonds. Nog voor de zomer maken we afspraken over de verdere uitwerking hiervan met de medeoverheden. 2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023

De bijdrage van het Rijk aan het BCF is geplafonneerd. Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op de ruimte onder het plafond van het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeente- en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeente- en provinciefonds. Bij Miljoenennota 2024 werd de ruimte onder het plafond voor 2023 voor de gemeenten geraamd op € 359 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 214 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Doordat het gemeente- en provinciefonds in 2022 en 2023 op een verschillende wijze zijn geïndexeerd (bevroren volume accres gemeentefonds) verschilt voor 2023 de indexering van het gemeentefonds-deel van het BCF-plafond van de indexering van het provinciefonds-deel van het BCF-plafond. Daarom wordt de afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond voor 2023 apart verrekend met respectievelijk het gemeente- en provinciefonds.

13 Meicirculaire gemeentefonds 2024

Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie van 2023: Tabel 1 plafond BCF 2023 (bedragen x € 1.000) Stand Meicirculaire 2024

Stand Septembercirculaire 2023

Verschil

2023

2023

BCF Plafond totaal

4.727.432

4.458.229

269.203

Plafondaandeel gemeenten

4.191.470

3.956.900

243.570

w.v. stand septembercirculaire 2023

3.956.900

w.v. taakmutaties

234.570

w.v. toevoeging accres

-

Uitgaven gemeenten

3.618.268

3.597.533

20.735

573.202

359.367

213.835

Ruimte onder het plafond gemeenten

2023

Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2023. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op de periode tussen de septembercirculaire en de meicirculaire. Er is een ondergrens gehanteerd van € 0,1 miljoen. 3.

Diversen

Dit betreft een aantal kleine mutaties die vanwege hun omvang niet via de reguliere verdeelsystematiek kunnen worden uitgekeerd. Daarom worden deze als algemene mutatie verwerkt en via de uitkeringsfactor verdeeld. Het betreft middelen ten behoeve van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, project Beter Kenbaar, en negatieve bijstellingen vanwege de Wet visueel gehandicapten en Knelpunten verdeelsystematiek. Per saldo gaat het om een mutatie van € -110.000 in 2029. 4.

Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden

Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden om gemeenten verder in staat te stellen om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit

14 Meicirculaire gemeentefonds 2024

te breiden zoals het verdubbelen van het gebruik van schuldhulpverlening en het bevorderen van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden. Zie ook paragraaf 2.2-6 van de meicirculaire 2023. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 5.

Correctie extrapolatie participatie

In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van BZK en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen Wajong en Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 (zie ook paragraaf 2.2-13 en 3.2-2 van de meicirculaire 2022) uitgevoerd. Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Daarom wordt de correctie op de extrapolatie voor 2028 van € 8,4 miljoen en voor 2029 van € 17,9 miljoen in deze circulaire in de algemene uitkering verwerkt. Vanaf extrapolatiejaar 2030 maakt deze jaarlijkse correctie standaard onderdeel uit van de extrapolatie. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 6.

Werkdrukverlaging jeugdbescherming

In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Hiervoor is € 60 miljoen benodigd. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Het bestuurlijk akkoord is van kracht, tot het moment dat een wettelijke regeling voor het Toekomstscenario of een wettelijke regeling voor een landelijk tarief voor maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering in werking treedt, al dan niet als onderdeel van een wettelijke regeling ter implementatie van de Hervormingsagenda. Met het bestuurlijk akkoord zijn afspraken gemaakt hoe gemeenten en GI’s aan de hand van het inlooppad stapsgewijs toewerken naar het landelijk tarief. Met dit inlooppad wordt het landelijk tarief en de daarbij passende werkdruk zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 januari 2026 gerealiseerd. Zie het bestuurlijk akkoord voor nadere informatie over het landelijke tarief. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 7.

Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+

In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Zie paragraaf 2.2-17 en 3.2-1 van die circulaire. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 miljoen) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering zie ook paragraaf 3.2-21. De bijbehorende

15 Meicirculaire gemeentefonds 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=41565210-e207-41e8-856a-b39fa50287c9