Agendabundel
Tekst van het document
Voor 2024 verwachten we een tekort (zie voorjaarsrapportage 2024) dat we dan moeten dekken uit de algemene reserve. In deze kaderbrief doen wij ook voorstellen die we dekken uit de algemene reserve. In totaal komt de vrije ruimte daarmee op ruim € 15 miljoen. Wij stellen voor om het resterende begrotingstekort de komende jaren hieruit te dekken. Voor 2026 is de ruimte in de algemene reserve niet voldoende om het tekort op te vangen. In het collegeakkoord hebben we vastgelegd dat we een structureel sluitende begroting willen presenteren. Het onttrekken van een bedrag om dit te realiseren wijkt af van onze werkwijze. Toch zien wij dat het nu nodig is, gezien ons financieel perspectief en de onzekerheden rondom de algemene uitkering. Zoals u ziet is in 2028 nog maar een beperkte onttrekking uit de algemene reserve nodig. Wij vinden het van groot belang dat er na een paar jaar geen onttrekking meer uit de algemene reserve nodig is. Wij hebben een gezonde financiële positie met een goede reservepositie. Dat is bij veel gemeenten niet het geval. En wij willen graag deze positie behouden, dat geeft lucht en mogelijkheden voor de toekomst. Investeringsfonds Bij de behandeling van de Kaderbrief 2024 heeft u uitgesproken dat de begrotingsoverschotten 2024 en 2025 ingezet worden voor kapitaallasten die voortkomen uit toekomstige investeringen.
En dat bij de betreffende jaarstukken definitief bepaald wordt wat de bestemming van de begrotingsoverschotten zal zijn. Wij stellen voor om deze lijn door te zetten. Als er een jaarrekening overschot blijkt in de komende jaren, deze in het zogenaamde investeringsfonds (reserve) te plaatsen. Om zo te sparen voor de toekomstige investeringen in het accommodatiebeleid. Bij de diverse besluitvormingen die de komende jaren daarover gaan plaatsvinden kan dit betrokken worden.
4. Risico’s en ontwikkelingen Er komen diverse risico’s en onzekerheden op ons af. Ze zijn niet in het begrotingsperspectief verwerkt, maar hebben als ze werkelijkheid worden onvermijdelijk financiële gevolgen. a. Prijsstijgingen Zoals eerder aangegeven hebben de prijsstijgingen ook invloed op onze gemeente. Het uitgangspunt is dat we niet automatisch alle ramingen indexeren, maar dat we waar nodig bijramen bij de begroting. Op die manier creëren we geen lucht in de begroting. We houden vast aan dit uitgangspunt. Waar nodig en waar het mogelijk was om in te schatten hebben we bij de onvermijdelijke budgettaire gevolgen een inschatting gemaakt van de benodigde hogere budgetten. b. Structureel extra rijksmiddelen jeugdhulp Halverwege 2021 heeft de arbitragecommissie (commissie van wijzen) uitspraak gedaan in het geschil tussen de gemeenten en het Rijk over de jeugdzorg. De uitspraak is duidelijk: het Rijk moet gemeenten compenseren voor het feitelijke tekort voor de jeugdzorg. Vanaf 2022 heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor de jeugdzorg (€ 2 miljoen in 2024, dit bedrag loopt af naar
11
€ 300.000 in 2027). Echter dit is telkens voor één jaar. Er zijn tot op dit moment nog geen structurele middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. Op het aangeven van de toezichthouder (provincie Fryslân) hebben we deze middelen wel voor de volle 100% als een structurele bate opgenomen. c. Nieuwe inkoopsystematiek jeugdhulp Per 1 januari 2024 geldt een nieuwe inkoopsystematiek voor de jeugdhulp. Het is nog onduidelijk wat deze inkoop financieel gezien betekent voor onze gemeente. De prognose voor 2024 en verder is gebaseerd op de oude situatie. We monitoren de komende tijd wat de gevolgen zijn van de inkoopsystematiek. En bouwen weer nieuwe ervaringscijfers op de komende jaren. d. Btw bruisplek Voor de bruisplek staat nog een btw-vraagstuk open. Dit kan invloed hebben op het totale krediet dat beschikbaar moet worden gesteld, en daarmee op de structurele lasten. e. Onderhoudsplannen accommodaties Als naar aanleiding van het accommodatiebeleid blijkt dat een aantal accommodaties eerst nog niet verbouwd/nieuwgebouwd worden, dan moet daar wel de komende jaren onderhoud aan plaatsvinden. De onderhoudsplannen zijn op dit moment niet meer actueel en vraagt daarom een structurele dotatie aan de voorzieningen. De hoogte hiervan hangt samen met de keuzes in het accommodatiebeleid en is daarmee nu nog niet bekend.
5. Begrotingsuitgangspunten Voor de begroting 2025 gaan wij uit van de volgende uitgangspunten: • Lonen + 3,9% (incl. pensioenpremie) • Prijzen + 2,8% • OZB + 2,8% • Forensenbelasting + 2,8% • Leges + 2,8% • Afvalstoffenheffing 100% kostendekking • Rioolrechten 100% kostendekking • Toeristenbelasting € 1,20 en € 1,65 per persoon per nacht Bovenstaande begrotingsuitgangspunten zijn gebaseerd op bestaand beleid. Waar nodig is hieronder een toelichting gegeven op deze uitgangspunten. Lonen en prijzen De loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op gepubliceerde cijfers uit het Centraal Economisch Plan (CEP). De loonindex is gebaseerd op de gewogen cao-loon bedrijven en overheidindex. De prijsindex is gebaseerd op de nationale prijsindex. De budgetten ramen wij reëel in relatie tot de doelstelling en/of het beoogd effect. Automatische prijscompensatie voor uitbestede werkzaamheden en leveranties passen wij niet toe. De subsidies en bijdragen worden wel verhoogd. Voor het eerstvolgende begrotingsjaar (2025) gaan wij uit van lopende prijzen en daarna (2026 tot en met 2028) van constante prijzen. Onroerendezaakbelasting (OZB) Jaarlijks wordt de opbrengst OZB geïndexeerd. Bij een algehele waardedaling of waardestijging van de onroerende zaken, verhogen of verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren. Forensenbelasting De opbrengst wordt geïndexeerd.
Rioolrechten Elke vijf jaar stelt de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast. In het bijbehorende kostendekkingsplan staat hoe de heffing zich ontwikkelt in deze periode. Aan het einde van elk jaar stelt de gemeenteraad de tarieven van de heffing voor het volgende jaar definitief vast. Dit gebeurt op basis van kostendekking. Het tarief dekt daarmee alle kosten die met watertaken gepaard gaan. Vanaf 2025 wordt het GRP vervangen door het Water- en rioleringsprogramma (Wrp). Het voormalige GRP komt in de Omgevingswet terug als facultatief programma. Daarmee verdwijnt weliswaar de
12
planverplichting uit de Wet Milieubeheer, maar het blijft van groot belang de belangrijkste aspecten van de gemeentelijke watertaken en de bekostiging ervan planmatig vast te leggen. De WRP zal nog dit jaar aan u worden voorgelegd voor vaststelling. Afvalstoffenheffing Het uitgangpunt is hier ook 100% kostendekkendheid. In de praktijk is deze kostendekkendheid er vanuit de vastgestelde tarieven (nog) niet. Jaarlijkse tekorten worden nu gedekt vanuit de reserve lastenverlichting. De gemeenteraad heeft in het verleden besloten dat we toe moeten groeien naar een kostendekkendheid van 100%. Dit betekent dat tarieven, die op afvalinzameling betrekking hebben, stapsgewijs worden verhoogd tot een volledige kostendekkendheid vanaf 2025. Toeristenbelasting In de raadsvergadering van 30 maart 2021 is besloten om een tariefdifferentiatie toe te passen op de toeristenbelasting. Dit betekent dat er een tarief is voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen en een tarief voor andere verblijfsaccommodaties. De tarieven zijn bij de kaderbrief 2024 voor de periode 2024-2026 vastgesteld op € 1,65 en € 1,20 persoon per nacht. Hiermee sluiten we aan bij het advies van het Recreatieschap Drenthe.
13
Bijlage 2 - bij kaderbrief ‘Investeringen rijdend materieel’ Onderdeel ‘onvermijdelijke budgettaire consequenties’ f. Investering rijden materieel Onderstaande vervangingen betreft het totaal aan investeringen in de periode 2024-2028. Door de toegenomen prijzen is het huidige krediet niet toereikend. Voor de 2024-2028 is aanvullend krediet nodig van in totaal € 820.000, hetgeen het totaal brengt op € 3.417.469. Som van nieuwprijs ex btw incl BPM Kolomlabels Rijlabels 2024 2025 2026 2027 2028 Eindtotaal Aanhang Strooier LLX-37-L € 52.348 € 52.348 Aanhang Strooier LLX-39-L € 52.348 € 52.348 Fiat Doblo Cargo VHS-93-L € 28.000 € 28.000 Goupil Electrisch VPH-48-D € 36.000 € 36.000 Gras Maaier T-92-FGN € 88.000 € 88.000 Gras Maaier TPL-34-D € 88.000 € 88.000 Gras Maaier TPL-36-D € 88.000 € 88.000 Gras Maaier TPL-50-D € 88.000 € 88.000 Gras Maaier TPL-90-N € 88.000 € 88.000 Holder Wave TSR-44-N € 115.000 € 115.000 Meidema kipper LKF-40-P € 55.000 € 55.000 Shovel TGX-45-Z € 180.000 € 180.000 Sliesing hout Versnipperaar 09-WS-TN € 40.000 € 40.000 Trekker TSK-97-Z € 160.500 € 160.500 Trekker TSR-05-V € 274.000 € 274.000 Ufkes Snipperaar LKG-28-l € 142.500 € 142.500 Vrachtauto 31 33-BBR-1 € 362.250 € 362.250 Vrachtauto 39 89-BBK-1 € 362.250 € 362.250 VW Transpotter afvalteam V-221-VV € 66.138 € 66.138 VW Transpotter grijs VX-859-L € 105.375 € 105.375 VW Transpotter grijs VX-860-L €
105.375 € 105.375 Piaggio Z-VTT-86 € 36.000 € 36.000 Piaggio V-267-FG € 36.000 € 36.000 Piaggio VG-987-2 € 36.000 € 36.000 VW Transpotter Groen V-177-GF € 66.138 € 66.138 VW Transpotter Groen V-176-GF € 66.138 € 66.138 VW Caddy VD-887-T € 72.200 € 72.200 VW Crafter Riolering 20-BLK-9 € 85.183 € 85.183 Opzetstrooier Vrachtauto € 80.500 € 80.500 Klepelbak € 60.000 € 60.000 Zuig installatie Gras/Blad € 100.000 € 100.000 Heatweed Sensor series 2.0 nvt € 125.000 € 125.000 VW Up Marten ZH-179-G € 30.000 € 30.000 VW Transporter garage V-363-JT € 47.226 € 47.226 Eindtotaal € 1.491.798 € 846.753 € 170.348 € 665.571 € 243.000 € 3.417.469
Bijlage 3 - bij kaderbrief ‘Oevervoorzieningen vaarwegen’ Onderdeel ‘onvermijdelijke budgettaire consequenties’ i.
Oevervoorzieningen vaarwegen (kapitaallasten en onderhoudslast)
De oevervoorzieningen die onder het beheer en onderhoud van de gemeente vallen zijn in 2023 geïnspecteerd en de resultaten hiervan zijn verwerkt in een vervangingsprogramma. In onderstaande tabel zijn de geplande vervangingen voor de periode 2025-2028 opgenomen. Het totale benodigde krediet voor deze periode bedraagt € 1.224.564,08. De investeringen worden in 80 jaar afgeschreven. kosten vervanging Huidige voorziening Vervangingsjaar Lengte door beton beschoeiing hardhout 2025 30,04 € 43.176,34 damwand naaldhout 2025 41,49 € 59.633,37 damwand naaldhout 2025 6,63 € 9.529,27 palenrij naaldhout 2026 3,13 € 4.498,73 damwand naaldhout 2026 16,64 € 23.916,59 damwand naaldhout 2026 557,62 € 801.464,44 damwand hardhout 2026 7,15 € 10.276,66 damwand naaldhout 2026 53,38 € 76.722,81 palenrij naaldhout 2026 4,64 € 6.669,05 beschoeiing naaldhout 2027 102,00 € 86.111,46 damwand hardhout 2027 55,00 € 79.051,23 beschoeiing hardhout 2028 16,36 € 23.514,15 Totale kosten vervanging € 1.224.564,08
Memo Voor
:
Raads- en commissieleden
CC
:
College
Van
:
Froukje de Wit
Datum
:
1 mei 2024
Onderwerp
:
Financiële instrumenten
In de auditcommissievergadering van 31 januari 2024 is gevraagd naar een memo waarin de mogelijke financiële instrumenten in beeld zijn gebracht. Onderstaand memo is op 13 mei 2024 besproken in de auditcommissie. Toen is ook door de auditcommissie geadviseerd dit memo als bijlage bij de kaderbrief te voegen zodat de mogelijkheden meegenomen kunnen worden in de afwegingen. Uitgangspunt Het uitgangspunt is een begroting die reëel en structureel in evenwicht is. Als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet door de gemeente aannemelijk zijn gemaakt dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. Voor een financieel gezond beleid zou het uitgangspunt moeten zijn om bij de volgende begrotingen weer toe te groeien naar structureel en reëel evenwicht in alle jaarschijven, ofwel een duurzaam financieel evenwicht. Nieuw beleid Mogelijkheden bij nieuw beleid met incidentele lasten: • Vervang oud voor nieuw beleid: iets anders niet meer uitvoeren, het nieuwe beleid wel uitvoeren. Geen invloed op begrotingsresultaat. Vraagt keuzes • Dekking door een (incidentele) bate die hier tegenover staat. Bijvoorbeeld een specifieke uitkering of subsidie van de provincie. Geen invloed op begrotingsresultaat • Dekking uit het begrotingsresultaat.
Begrotingsresultaat wordt lager • Dekking uit de algemene reserve of bestemmingsreserve. Geen invloed op begrotingsresultaat. Wel afname van reserves. Mogelijkheden bij nieuw beleid met structurele lasten: • Vervang oud voor nieuw beleid: iets anders niet meer doen, het nieuwe beleid wel uitvoeren Geen invloed op begrotingsresultaat. Vraagt keuzes • Dekking door een structurele bate die hier tegenover staat. Bijvoorbeeld verhogen van de belastingen (of heffingen als dat van toepassing is). Geen invloed op begrotingsresultaat. Vraagt keuzes. • Dekking uit het begrotingsresultaat Begrotingsresultaat wordt (structureel) lager
Mogelijkheden bij investeringen waar een structurele kapitaallast uit voortkomt (bijvoorbeeld bij nieuwbouw) (aanvullend op het onderdeel hierboven): • Het vormen van een kapitaalreserve (vanuit bijvoorbeeld de algemene reserve) Geen invloed op begrotingsresultaat. Na afschrijvingstermijn geen ruimte in begroting om vervanging te doen, behalve als er weer ‘gespaard’ is via de algemene reserve. Begrotingstekort Mogelijkheden bij een begrotingstekort: • Taken heroverwegen (bepaald beleid niet meer uitvoeren) Vraagt keuzes • Inkomsten verhogen (zoals OZB) Vraagt keuzes • Inzetten algemene reserve als dekking van het tekort. Dit is nieuw. Per jaar mag maximaal 10% van het vrij besteedbare deel van de algemene reserve ingezet worden voor het begrotingstekort. De solvabiliteit mag niet lager worden dan 20%. afname algemene reserve. Let op! Dit is geen structurele oplossing.
Mededeling aan de raad Van Datum B&W Onderwerp Portefeuillehouder Domein
: : : : :
Burgemeester en wethouders 18 juni 2024 Meicirculaire 2024 Jan van Weperen Planning & Control
Kennis te nemen van De gevolgen van de Meicirculaire 2024 (bijlage A) voor de Kaderbrief 2025-2028. Dit kunt u betrekken bij de behandeling van de stukken in de raadsvergadering van 9 juli 2024.
Kernboodschap In Kaderbrief 2025-2025 gaan we uit van de structurele budgettaire ruimte. Dit doen we ook voor de gevolgen van de meicirculaire 2024. Structureel zijn de gevolgen van de meicirculaire 2024 voor 2024 en 2025 positief. Daarna is het voor 2026 en 2027 licht negatief. Om voor 2028 licht positief te eindigen. In bijlage B, bijgevoegd bij deze mededeling, wordt uitleg gegeven over de verschillen. Het bijgestelde structurele begrotingsperspectief 2024-2028 na verwerken van de meicirculaire 2024: bedra gen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
a
Structureel begrotingsperspectief
-3.562
0
-635
0
0
b c d
Structureel gevolg meicirculaire 2024 Compensatie structureel Voorjaarnota 2024 Rijk
1.552 -108
2.761 -2.411 455
3.963 -2.405 -1.744
3.973 -2.407 -1.687
4.100 -2.409 -1.662
Nieuw structureel begrotingsperspectief
-2.118
805
-821
-121
29
a. Structureel begrotingsperspectief Dit begrotingsperspectief is gepresenteerd in de Voorjaarsrapportage 2024 en in de Kaderbrief 2025-2028 na verwerking van het voorgestelde nieuw beleid en dekkingsvoorstel. b. Structureel gevolg meicirculaire 2024 Dit is het resultaat van de berekening van de meicirculaire 2024 afgezet tegen de berekening van de decembercirculaire 2023. In de bijlage worden de verschillen toegelicht. c. Compensatie structureel Voorgestelde compensatie (=lastenverhoging), zie punt 3 van bijlage B. Dit betekent dat de hogere algemene uitkering ook een hogere last meebrengt. Dit wordt dan ook aan de lastenzijde van de begroting verwerkt. d. Voorjaarsnota 2024 Rijk Bij het verschijnen van de Voorjaarsnota van het Rijk in april 2024 is een ruwe schatting gemaakt van de financiële gevolgen. Dit is meegenomen in het perspectief van de kaderbrief 2025-2028. In de meicirculaire 2024 is de definitieve verwerking van de Voorjaarsnota van het Rijk opgenomen. Om het juiste financiële gevolg te presenteren moeten nu de opgenomen bedragen van de Kaderbrief worden gecorrigeerd.
De meicirculaire 2024 is een financiële vertaling van de Voorjaarsnota van het Rijk voor gemeenten. Het geeft een beeld van de financiële ontwikkeling van de algemene uitkering. De meicirculaire 2024 is op 27 mei gepubliceerd. In de meicirculaire 2024 zijn diverse maatregelen verwerkt die waren opgenomen in de Voorjaarsnota van het Rijk. De belangrijkste zijn het schrappen van de oploop van de opschalingskorting en het invoeren van de nieuwe financieringssystematiek al vanaf 2024 in plaats van 2027. Tot slot De meicirculaire 2024 zorgt ervoor de het begrotingsperspectief voor het jaar 2025 verbetert. Voor 2026 en 2027 wordt het perspectief licht negatiever. Voor 2028 is het gevolg licht positief. In het dekkingsvoorstel bij de Kaderbrief staan verschillende maatregelen om het perspectief 2025-2028 te dekken en om weer te groeien naar een structureel begrotingsevenwicht. Wij stellen u voor om de gevolgen van de meicirculaire 2024 te muteren in de bijdrage van de algemene reserve. De gevolgen voor 2024 worden u via een aparte begrotingswijziging voorgelegd. De gevolgen van de meicirculaire 2024 worden verwerkt in de primitieve begroting 2025-2028.
Bijlagen A. Meicirculaire 2024 B. Bijlage bij mededeling analyse verschillen
Bijlage B bij de mededeling aan de raad “meicirculaire 2024” 1. Toelichting structurele effecten meicirculaire 2024 2024
2025
2026
2027
2028
60.211 61.982 1.771
60.436 63.197 2.761
55.705 59.668 3.963
56.199 60.172 3.973
56.729 60.829 4.100
Correctie incidentele baten AU
-219
0
0
0
0
Structureel gevolg baten AU
1.552
2.761
3.963
3.973
4.100
340 0 313 0 60 324 48 467
1.255 0 0 791 62 233 49 371
2.366 978 0 0 59 220 46 294
2.356 975 0 0 61 207 46 328
2.312 976 0 0 63 231 46 472
1.552
2.761
3.963
3.973
4.100
bedra gen x € 1.000
Decembercirculaire 2023 Meicirculaire 2024
a b c d e f g h
Analyse structurele baten Loon- en prijsontwikkeling Opschalingskorting BCF Besparingsverlies jeugd Aanpak schulden Participatie Werkdrukverlaging jeugdbescherming Overige- en hoeveelheidsverschillen
De toelichting van de incidentele baten bij de meicirculaire 2024 staat verderop (punt 2). 1a. Loon- en prijsontwikkeling (inclusief volume-accres) In 2023 zijn het kabinet en de gemeenten overeengekomen dat het gemeentefonds vanaf 2027 wordt geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (historisch) gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. De verwachting is dat de accressystematiek hierdoor minder schommelt. Dit voorjaar is afgesproken dat deze systematiek al vanaf 2024 ingaat. Omdat dit nadeliger uitpakt voor gemeenten, worden ze hiervoor gecompenseerd, afgezien van een eenmalige korting van € 675 miljoen in 2025. In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd. Het volume-accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. Dit heeft tot gevolg dat de tranches voor de jaren 2024 en 2025 lager zijn dan in de Miljoenennota 2024. Ook zijn de tranches voor de jaren 2024 en 2025 structureel opgenomen in plaats van incidenteel. Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2024 en 2025 lager dan in de septembercirculaire 2023 en vanaf 2026 en verder hoger.
In de Kaderbrief 2025-2028 hebben we aangegeven dat we het volledige bedrag wat wordt ontvangen voor loon- en prijsontwikkeling willen reserveren voor de indexaties (conform de uitgangspunten) die in de begroting 2025 moeten worden verwerkt. De loon- en prijsontwikkeling voor 2024 e.v. vanuit de meicirculaire is € 2,3 miljoen. Dit is ook verwerkt bij onderdeel 3. Compensaties. Bij het opstellen van de begroting 2025 komt er duidelijkheid op de daadwerkelijke indexaties die moeten worden doorgevoerd. Bij de analyse van de begroting wordt hier dan uitleg over gegeven. Onze huidige inschatting is dat het bedrag voldoende is voor de indexaties. 1
1b. Opschalingskorting Sinds 2015 is er een korting toegepast op het gemeentefonds als gevolg van de opschalingskorting. De korting loopt op tot € 975 miljoen in 2026. Deze korting is indertijd opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden kunnen besparen. Tot 2019 is de stand van de opschalingskorting € 300 miljoen. Voor de periode 2020-2025 is dit bevroren. In de meicirculaire 2024 is de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026, een structurele uitname van € 675 miljoen, geschrapt. Dit betekent een structureel voordeel van € 978.000 voor ons. 1c. BTW compensatiefonds (BCF) Gemeenten kunnen de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk via het Btwcompensatiefonds. Dit fonds kent echter een plafond. Declareren de gezamenlijke gemeenten méér dan er in het Btw-compensatiefonds beschikbaar is, dan moet het gemeentefonds bijpassen. Blijft er geld over, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. Bij de septembercirculaire 2023 is er al een voorschot van € 359 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening over 2023 is € 573 miljoen onder het plafond. Dus nu wordt het resterende deel toegevoegd aan het gemeentefonds. Dit betekent voor Ooststellingwerf € 313.000. 1d.
Besparingsverlies jeugd In de meicirculaire 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Dit levert voor 2025 een voordeel op van € 791.000. In de kaderbrief 2025 hebben wij reeds de besparing (lagere lasten) als gevolg van de hervormingsagenda laten vervallen. 1e. Aanpak schulden en armoede Vanuit de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet via het gemeentefonds € 40 miljoen aan structurele middelen beschikbaar gesteld voor betere dienstverlening. Deze middelen zijn in 2023 incidenteel aan gemeenten toegekend. Vanaf 2024 gebeurt dit structureel, zodat gemeenten beter in staat zijn om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden. Denk aan verdubbeling van het gebruik van schuldhulpverlening en bevordering van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden. Wij stellen u voor dit ook weer beschikbaar te stellen, zie ook onderdeel 3. Compensaties. 1f. Participatie Zoals gebruikelijk is bij de meicirculaire de integratie-uitkering Participatie aangepast. Naast de loon- en prijsbijstelling zijn er mutaties als gevolg van tegemoetkoming sociaal ontwikkelbedrijven, beschut werk en de bijdrage voor de WSW is geëxtrapoleerd. 1g.
Werkdrukverlaging jeugdbescherming In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Hiervoor is € 60 miljoen benodigd. In het bestuurlijk akkoord is afgesproken dat het ministerie van JenV vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. Het bestuurlijk akkoord is van kracht, tot het moment dat een wettelijke regeling voor het Toekomstscenario of een wettelijke regeling voor een landelijk tarief voor maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering in werking treedt, al dan niet als onderdeel van een wettelijke regeling ter implementatie van de Hervormingsagenda. Met het bestuurlijk akkoord 2
zijn afspraken gemaakt hoe gemeenten en GI’s aan de hand van het inlooppad stapsgewijs toewerken naar het landelijk tarief. Met dit inlooppad wordt het landelijk tarief en de daarbij passende werkdruk zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 januari 2026 gerealiseerd. Wij stellen u voor dit ook weer beschikbaar te stellen, zie ook onderdeel 3. Compensaties. 1g. Overige- en hoeveelheidsverschillen De maatstaven zijn geactualiseerd naar de laatst bekende gegevens. Dit leidt dan tot hoeveelheidsverschillen. En daarnaast zijn er kleine overige verschillen. 2. Incidentele baten meicirculaire 2024
a b
bedra gen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Incidentele baten Omgevingswet Uitvoeringskosten Lbv
212 7
0 0
0 0
0 0
0 0
219
0
0
0
0
2a. Omgevingswet In 2024 ontvangen de gemeenten € 71,5 miljoen voor de uitvoeringskosten van de Omgevingswet. Met deze middelen kunnen de gemeenten ervoor zorgen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht, volgt nog. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15% van het totaal), het aantal inwoners (60%) en landoppervlak (25%). Wij stellen u voor dit bedrag toe te voegen aan de reeds beschikbare middelen voor de Omgevingswet, zie ook onderdeel 3. Compensatie. 2b. Uitvoeringskosten Landelijke beëindigingsregeling veehouderij locaties (Lbv) Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee ondernemers subsidie kunnen ontvangen om hun veehouderijlocatie(s) te beëindigen. De doelstelling van deze subsidieregelingen is om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te verminderen.
De subsidieregelingen brengen werkzaamheden voor gemeenten, als het bevoegd gezag, met zich mee. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wil deze gemeenten daarin ondersteunen. In totaal is een bedrag van € 7 miljoen beschikbaar voor deze decentralisatie uitkering. De gemeenten kunnen de middelen beleids- en bestedingsvrij inzetten. Deze bijdrage wordt beschikbaar gesteld op basis van door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) tot en met 2 februari 2024 verleende (positieve) beschikkingen (€ 7.000 per locatie). Wij stellen u voor dit bedrag weer voor dit doel beschikbaar te stellen, zie ook onderdeel 3. Compensatie.
3
3. Voorgestelde compensatie
a b c d e
bedra gen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
Compensatie Loon- en prijsontwikkeling Aanpak schulden Werkdrukverlaging jeugdbescherming Omgevingswet Uitvoeringskosten Lbv
0 -60 -48 -212 -7
-2.300 -62 -49 0 0
-2.300 -59 -46 0 0
-2.300 -61 -46 0 0
-2.300 -63 -46 0 0
-327
-2.411
-2.405
-2.407
-2.409
-108 -219 -327
-2.411 0 -2.411
-2.405 0 -2.405
-2.407 0 -2.407
-2.409 0 -2.409
Uitgesplitst naar structureel en incidenteel Compensatie structureel Compensatie incidenteel
3a. Loon- en prijsontwikkeling Zie het gestelde onder 1a. 3b. Aanpak schulden en armoede Zie het gestelde onder 1e. 3c. Werkdrukverlaging jeugdbescherming Zie het gestelde onder 1g. 3d. Omgevingswet Zie het gestelde onder 2a. 3e. Uitvoeringskosten Lbv Zie het gestelde onder 2b.
4
Gemeentefonds
Meicirculaire 2024
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 27 mei 2024 Kenmerk 2024-0000287430
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire gemeentefonds 2024 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2023 (2023-0000718122); septembercirculaire 2023 (2023-0000570821); meicirculaire 2023 (2023-0000285703) 27 mei 2024 1 juli 2025
Meicirculaire gemeentefonds 2024
Voorwoord
Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2024. Deze circulaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2024 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Hugo de Jonge
Meicirculaire gemeentefonds 2024
Meicirculaire gemeentefonds 2024
Inhoudsopgave 1
2
3
Hoofdpunten ............................................................................................................. 1 1.1
Inleiding............................................................................................................ 1
1.2
Algemene uitkering............................................................................................. 1
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen .............................................................. 2
Algemene uitkering .................................................................................................... 3 2.1
Inleiding............................................................................................................ 3
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ............................................. 3
1.
Afspraken tussen Rijk en medeoverheden over stabielere en beheersbare financiering 4
1a.
Schrappen oploop opschalingskorting ............................................................. 5
1b.
Bijstelling accres-tranches ............................................................................. 5
1c.
Incidentele compensatie ................................................................................. 10
2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023 .......................................................... 13
3.
Diversen .......................................................................................................... 14
4.
Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden ...................................... 14
5.
Correctie extrapolatie participatie........................................................................ 15
6.
Werkdrukverlaging jeugdbescherming ................................................................. 15
7.
Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ ......................................... 15
8.
Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+ ................................................................... 16
9.
Ketensystemen jeugd ........................................................................................ 16
10.
Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg ............................................. 16
11.
Besparingsverlies Jeugd ..................................................................................... 16
12.
Wmo hulpmiddelen ........................................................................................... 17
13.
Overgangsrecht levenslang ................................................................................ 17
14.
Landelijke Vreemdelingen Voorziening ................................................................. 17
15.
Kiescollege niet ingezetenen............................................................................... 17
16.
Handelsregister ................................................................................................ 18
17.
Basisregistratie Personen (BRP) experiment ......................................................... 18
18.
Handhaving energielabel C kantoren ................................................................... 18
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering................................................................ 19
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering .......................................................... 19
2.4.1
Bommenregeling .............................................................................................. 19
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel .................................................................... 21
2.5.1
Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ................................ 21
2.5.2
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ................ 21
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.................................................................... 27 3.1
Inleiding.......................................................................................................... 27
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 27
1.
Uitvoeringskosten Omgevingswet........................................................................ 28
2.
Voorkomen van dakloosheid ............................................................................... 29
2a.
Nationaal actieplan dakloosheid ................................................................... 29
Meicirculaire gemeentefonds 2024
2b.
Pilot dakloze EU-burgers ............................................................................. 29
3.
Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus ...................................................................... 29
4.
Bodembescherming ........................................................................................... 30
5.
Regionale doelgroepspecifieke aanpak ................................................................. 31
6.
Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen ...................................................... 31
7.
Faciliteitenbesluit opvangcentra .......................................................................... 31
8.
Maatschappelijke begeleiding ............................................................................. 32
9.
Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) ................................................................. 32
10.
Social Labs....................................................................................................... 33
11.
Behoud sociale voorzieningen Groningen ............................................................. 33
12.
LHBTI-beleid Regenboogsteden........................................................................... 33
13.
Outreachend werken ......................................................................................... 34
14.
Veilige steden ................................................................................................... 34
15.
Ex ante Impact analyse NPLV ............................................................................. 34
16.
Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ............................... 34
17.
Versterking arbeidsmarktregio’s .......................................................................... 35
18.
Knelpunten verdeelsystematiek .......................................................................... 35
19.
DU Jeugd ......................................................................................................... 35
20.
Compensatieregeling niet-beoogde kosten jeugdzorg ............................................ 35
21.
Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ ......................................... 36
22.
Tegemoetkoming sociaal ontwikkelbedrijven ......................................................... 36
23.
Verhoging rijksbijdrage beschut werk .................................................................. 36
24.
WSW extrapolatie ............................................................................................. 36
25.
Beschut werk extrapolatie .................................................................................. 36
26.
Loon- en prijsbijtelling 2024 Participatie .............................................................. 37
27.
Loon- en prijsbijtelling 2024 Beschermd wonen .................................................... 37
3.3.
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .......................................................................................................... 38
3.3.1. Armoedebestrijding kinderen ............................................................................. 38 3.3.2. Kinderen in een AZC ......................................................................................... 38 3.3.3. Voorschoolse voorzieningen peuters ................................................................... 38 3.3.4. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders........ 38 3.3.5. Vangnet constructie energietoelage .................................................................... 39 4
Overige mededelingen .............................................................................................. 41 4.1
Inleiding.......................................................................................................... 41
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen...................... 41
4.3
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ................................................ 42
4.4
Nieuw proces belastingcapaciteit 2024 WOZ ........................................................ 42
4.5
Advies raming ruimte onder het plafond BCF ....................................................... 43
4.6
Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang ........................... 43
4.7
Stand van zaken versterken dienstverlening gemeenten........................................ 44
Meicirculaire gemeentefonds 2024
4.8
Redelijk peil 2025 ............................................................................................. 44
4.9
Integraal overzicht financiën gemeenten ............................................................. 44
4.10
Analyse gemeentebegrotingen ........................................................................... 45
4.11
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ........................................................... 45
Bijlagen........................................................................................................................ 47 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2024 ............................................ 48 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2024 per cluster ....................................................... 49 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ............................................ 51 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2025 per cluster ....................................................... 52 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2024-2029 ................................................... 54 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2023 BTW-compensatiefonds .......................................... 55 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ........................................................... 56 Bijlage 2.5.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ....................................................... 57 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2024-2029 ............................................................... 59 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten omgevingswet ............................ 62 Bijlage 3.2-2a Decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid.............................
66 Bijlage 3.2-2b Decentralisatie-uitkering Pilot dakloze EU-burgers ...................................... 67 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus .......................... 68 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Bodembescherming ............................................... 70 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen .......... 71 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................. 75 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ................................. 76 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplicht (ELIP) ...................... 80 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering LHBTI-beleid Regenboogsteden ............................. 84 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Veilige steden ..................................................... 85 Bijlage 3.2-15 Decentralisatie-uitkering Ex ante Impact analyse NPLV ................................ 86 Bijlage 3.2-16 Decentralisatie-uitkering Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit .......................................................................................... 87 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen ..................................
88 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Kinderen in een AZC .............................................. 92 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorzieningen peuters ........................ 94 Bijlage 4.8 Redelijk peil 2025 ........................................................................................ 98
Meicirculaire gemeentefonds 2024
Meicirculaire gemeentefonds 2024
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. 1.2
Algemene uitkering
Afspraken tussen Rijk en medeoverheden over stabielere en beheersbare financiering Het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW) hebben tijdens het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv) de afgelopen weken in constructieve sfeer om de tafel gezeten om afspraken te maken over een stabiele en betere beheersbare financiering voor de komende jaren. Afgesproken is dat vanaf 2026 de oploop van de opschalingskorting definitief wordt geschrapt. Daardoor krijgen gemeenten € 675 miljoen extra en provincies ruim € 40 miljoen meer. Verder is besloten om de nieuwe financieringssystematiek (bbpsystematiek) al vanaf dit jaar in te voeren, zodat de financiering stabieler wordt. Deze overgang heeft, met uitzondering van het jaar 2025, geen financiële gevolgen voor gemeenten en provincies. Om in de toekomst verantwoordingslasten te beperken en bestedingsvrijheid te bevorderen wordt, naast de lopende inspanningen om de financiële verhoudingswet aan te passen, een plan uitgewerkt om te komen tot een vermindering van het aantal (nieuwe) specifieke uitkeringen. Ook is gesproken over een gedeelde verantwoordelijkheid om aan de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht te werken.
Zo gaan Rijk en gemeenten gezamenlijk werken om de beheersbaarheid van de uitgaven in relatie tot de wettelijke zorgtaken van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 te borgen. Rijk en gemeenten werken er gezamenlijk aan om het openeinde-deel van de regeling te beëindigen.
1 Meicirculaire gemeentefonds 2024
Afgesproken is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo 2015 niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende, geobjectiveerde indexering ontwikkeld die rekening houdt met de kostenontwikkeling en demografie en vergrijzing. Op het BOFv van juni zal er een voorstel worden besproken op welke wijze die uitgangspunten verder worden uitgewerkt, ook in samenhang met het al lopende houdbaarheidsonderzoek. Besparingsverlies Jeugdzorg De geraamde besparing van uit het coalitieakkoord Rutte IV op de jeugdzorg (zowel jeugdhulp, jeugdbescherming als jeugdreclassering) oplopend naar structureel € 511 miljoen in 2027, kan in 2025 nog niet gerealiseerd worden, omdat de maatregelen die tot besparing moeten leiden nog niet zijn gerealiseerd. Om die reden wordt in 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Plafond BTW-compensatiefonds Deze circulaire biedt informatie over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2023. Bij Miljoenennota 2024 werd de ruimte onder het plafond voor 2023 geraamd op € 443,2 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 246,5 miljoen.
Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en provinciefonds. Het aandeel van gemeenten daarin bedraagt € 213,8 miljoen. 1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2024 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -
De integratie-uitkering Participatie wordt opgehoogd om gemeenten tegemoet te komen bij de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van
sociaal ontwikkelbedrijven (€ 63,9 miljoen in 2024). Daarnaast wordt de begeleidingsmiddelen van beschut werk structureel verhoogd. Het gaat om € 23,1 miljoen in 2024 oplopend naar € 65,3 miljoen in de structurele situatie (2048). -
De decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet. Bij deze circulaire wordt € 71,5 miljoen uitgekeerd zodat de ontvangende partijen in hun transitie ervoor kunnen zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen.
-
De integratie-uitkeringen Beschermd wonen en Participatie zijn geïndexeerd. De loon- en prijsbijstelling 2024 bedraagt € 89 miljoen voor Beschermd wonen en € 113,3 miljoen voor Participatie.
2 Meicirculaire gemeentefonds 2024
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2024 tot en met 2029 ten opzichte van de decembercirculaire 2023. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2024 en verder en worden
3 Meicirculaire gemeentefonds 2024
onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2023 (in duizenden euro's)
stand decembercirculaire 2023
1a) 1b) 1c) 2) 3)
algemene mutaties Schrappen oploop opschalingskorting Bijstelling accres-tranches Incidentele compensatie Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023 Diversen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
38.393.830
40.348.642
38.363.467
40.130.076
41.672.812
41.672.812
-813.089 719.400 213.835
-1.610.194 649.150
675.000 -593.902 135.640
675.000 -666.974 109.430
675.000 -608.373 87.520
675.000 1.147.906 63.150
40.000
40.000
40.000
40.000
40.000 8.425
40.000 17.856
30.000
30.000 32.124 -712 1.749
30.000 32.124
30.000 32.124
30.000 32.124
30.000 32.124
1.749
1.749
1.749
1.749
-110
taakmutaties 4) 5)
cluster Participatie Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Correctie extrapolatie participatie
6) 7) 8) 9) 10) 11)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Werkdruk verlaging jeugdbescherming Compensatieregeling Voogdij 18+ Ketensystemen jeugd Loon- en prijsbijstelling voogdij 18+ Compensateregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Besparingsverlies Jeugd
12) 13)
cluster Wmo Wmo hulpmiddelen Overgangsrecht levenslang
14)
cluster Sociale basisvoorzieningen Landelijke Vreemdelingen Voorziening
-14.700
15) 16) 17)
cluster bestuur en ondersteuning Kiescollege niet ingezetenen Handelsregister BRP experiment
237 -1.075 821
18)
cluster Infrastructuur Handhaving energielabel C kantoren
-712 1.749 -27.876
4.500
stand deze circulaire
38.546.920
500.000 6.700
-538
39.996.921
1.157
-538
-538
-538
-538
126
126
126
126
38.683.666
40.350.993
41.938.845
43.681.232
Toelichting 1.
Afspraken tussen Rijk en medeoverheden over stabielere en beheersbare financiering
De ontwikkeling van het gemeente- en provinciefonds wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2024 en verder. Dit voorjaar is gesproken over een stabiele en beter beheersbare financiering van gemeenten en provincies. In constructief overleg met de VNG en het IPO – in gewaardeerde aanwezigheid van de UvW – is besloten over te gaan tot het schrappen van de oploop van de opschalingskorting in combinatie met het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek in 2024. Dit houdt in dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 vervroegd is ingevoerd. De gekozen vorm van indexatie levert door de vormgeving op twee componenten de gewenste stabiliteit op. Uitgangspunt is dat de fondsen (gemeentefonds en provinciefonds) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van
4 Meicirculaire gemeentefonds 2024
het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven (prijsdeel). Belangrijk is dat het accres een generieke indexatie betreft die bestaat uit een prijsdeel en een volumedeel. In het volumedeel van de bbp zit ook de stijging van lonen door volumegroei van de economie. In het prijsdeel zit het deel van de loonontwikkeling voortkomend uit prijsstijgingen. Het prijsdeel van de bbp-systematiek is daarin dus niet een-op-een vergelijkbaar met de Loon Prijs Ontwikkeling (LPO) zoals die ook wordt gebruikt bij de LPO-indexatie van de Rijksbegroting. Het accres is beleids- en bestedingsvrij. De wijze waarop (het volume- en prijsdeel) wordt ingezet is aan de gemeente. De basis voor de grondslag waarover de indexatie wordt berekend is (1) het jaarlijks budget in het gemeente- of provinciefonds voor zover dit verantwoord wordt op het uitgavenplafond Rijksbegroting, exclusief middelen in het sociaal deelfonds en corona- en Oekraïne-noodmaatregelen, en (2) het nog niet in het gemeente- of provinciefonds verwerkte volume-accres. Het jaarlijks budget bevat zowel de algemene uitkering als de decentralisatie-uitkeringen. Het accres is naar eigen inzicht van een individuele gemeente of provincie in te zetten. Het accres wordt dan ook door de fondsbeheerders niet toegerekend aan specifieke clusters binnen de algemene uitkering en/of decentralisatie-uitkeringen.
In de Voorjaarsnota van het lopend jaar wordt de tranche van het lopend jaar definitief, de gemeenten en provincies worden hierover geïnformeerd in de meicirculaire. De bbp groei (zowel volume als prijs) is daarbij gebaseerd op de CEP raming van het CPB. 1a.
Schrappen oploop opschalingskorting
De oploop van de opschalingskorting wordt vanaf 2026 structureel geschrapt. Dit resulteert in een plus van € 675 miljoen op het gemeentefonds. 1b.
Bijstelling accres-tranches
Actualisatie voor CEP24 Voor een juiste overgang naar de bbp-systematiek is eerst het accres uit de Miljoenennota 2024 geactualiseerd op basis van de oude afspraken (Bevroren trap-op-trap-af voor het volumedeel en LPO voor het prijsdeel). Deze actualisatie is, zoals gewoonlijk, op basis van de meest recente economische raming van het CPB (CEP24) gedaan. Door een lagere verwachting van LPO in met name de loonvoet van 2025 en 2026 daalt het accres op basis van oude afspraken ten opzichte van de Miljoenennota 2024. Dit leidt dus ook tot een lagere kostenontwikkeling van gemeenten en provincies dan bij de Miljoenennota 2024 was verwacht.
5 Meicirculaire gemeentefonds 2024
In onderstaande tabel zijn de mutaties in de LPO-index opgenomen: Tabel 2.2.2: Indices CPB LPO CEP24
2024
2025
2026
Loonvoet sector overheid
6,5%
4,4%
3,8%
Netto materiele consumptie
2,9%
2,2%
2,2%
Overheidsinvesteringen
3,0%
2,0%
2,2%
Gemiddelde index (60% loon, 20% consumptie, 20% investeringen)
5,06%
3,45%
3,18%
Indices CPB LPO MEV24
2024
2025
2026
Loonvoet sector overheid
6,7%
5,3%
4,7%
Netto materiele consumptie
3,5%
2,0%
2,0%
Overheidsinvesteringen
3,1%
1,9%
1,9%
Gemiddelde index (60% loon, 20% consumptie, 20% investeringen)
5,31%
3,93%
3,57%
Verschil (nieuw-oud)
-0,25%
-0,48%
-0,39%
In onderstaande tabel is het accres opgenomen uit de Miljoenennota 2024 en de septembercirculaire 2023. Vervolgens is een tabel opgenomen van het accres op basis van de oude afspraken (Bevroren trap-op-trap-af voor het volumedeel en LPO voor het prijsdeel) en geactualiseerd voor de indices uit het CEP24. Tabel 2.2.3 Accres Miljoenennota 2024 Gemeentefonds Bedragen in miljoenen euro
2024
2025
2026
2027
2028
tranche 2024 volume
1.135
1.135
tranche 2024 prijs
2.026
2.026
1.842
1.838
1.832
1.444
1.441
1.436
tranche 2026 volume
1.464
1.464
1.464
tranche 2026 prijs
1.365
1.362
1.358
tranche 2027 volume
706
703
tranche 2027 prijs
1.117
1.114
tranche 2025 volume
920
tranche 2025 prijs
1.557
tranche 2028 volume
670
tranche 2028 prijs
997
Totaal accres
3.161
5.639
6.114
7.928
9.575
6 Meicirculaire gemeentefonds 2024
Tabel 2.2.4 Accres Miljoenennota 2024 Gemeentefonds na actualisatie o.b.v. CEP24 Bedragen in miljoenen euro
2024
2025
2026
2027
2028
2029
tranche 2024 volume
1.135
1.135
tranche 2024 prijs
1.932
1.932
1.738
1.735
1.729
1.729
1.265
1.263
1.259
1.259
tranche 2026 volume
1.464
1.464
1.464
1.464
tranche 2026 prijs
1.189
1.187
1.183
1.183
tranche 2027 volume
697
695
695
tranche 2027 prijs
1.025
1.022
1.022
tranche 2028 volume
678
678
tranche 2028 prijs
1.025
1.025
tranche 2025 volume
920
tranche 2025 prijs
1.365
tranche 2029 volume
664
tranche 2029 prijs
1.067
Totaal accres
3.067
5.352
5.656
7.371
9.054
10.786
Deze tabel geeft de mutaties in de Miljoenennota stand n.a.v. de CEP24 indexatie weer: Tabel 2.2.5 Mutaties accres sinds Miljoenennota 2024 Gemeentefonds Bedragen in miljoenen euro
2024
2025
2026
2027
2028
‒ 94
‒ 94
‒ 104
‒ 104
‒ 103
‒ 192
‒ 179
‒ 178
‒ 178
‒ 176
‒ 175
‒ 175
tranche 2027 volume
‒8
‒8
tranche 2027 prijs
‒ 92
‒ 92
tranche 2024 volume tranche 2024 prijs tranche 2025 volume tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs
tranche 2028 volume
7
tranche 2028 prijs
28
Totaal accres
‒ 94
‒ 286
‒ 458
‒ 557
‒ 521
Overgang naar bbp-systematiek vanaf 2024 Nadat het accres uit de Miljoenennota 2024 is geactualiseerd voor de meest recente economische raming van het CPB is de bbp-systematiek per 2024 vervroegd ingevoerd op basis van CEP24.
7 Meicirculaire gemeentefonds 2024
De berekening van het gecombineerde bbp-index is weergegeven in tabel 2.2.6. Tabel 2.2.6 Berekening gecombineerde bbp-index 2024
2025
2026
2027
2028
2029
8-jaars historisch gemiddelde bbp (t-2 t/m t-9)
2,3%
2,1%
2,0%
1,8%
1,7%
1,6%
Prijs bbp
4,0%
2,3%
2,6%
2,6%
2,5%
2,5%
Gecombineerde bbp-index
6,35%
4,45%
4,61%
4,45%
4,22%
4,12%
Door het vervroegen van de bbp-indexatie zijn er meerdere mutaties met betrekking tot het accres. De (voor het volumedeel incidentele) tranches 2022 en 2023 zijn bij de betreffende Voorjaarsnota onderdeel geworden van de grondslag van het accres. De volume tranches 2024 en 2025 worden met het vervroegen van de bbp-systematiek structureel in plaats van incidenteel, de prijs tranches waren al structureel. Het vastgezette volume accres 2026 uit het coalitieakkoord wordt eveneens vervangen door een bbp volume tranche. Het accres op basis van de oude ‘trap-op-trap-af’-systematiek is voor de periode 20222025, bezien vanuit historisch perspectief, relatief hoog. Door de accres-tranches vanaf 2024 te baseren op het bbp valt het accres voor de jaren 2024 en 2025 lager uit dan op basis van de ‘trap-op trap-af’ systematiek. Dit heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten en provincies. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen door middel van incidentele compensatie in de grondslag. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt incidentele compensatie plaats. De incidentele compensatie in 2024 en 2026 tot en met 2029 is zodanig dat per saldo het vervroegen van de bbp-systematiek geen budgettaire gevolgen heeft. De incidentele compensatie in de grondslag is naar eigen inzicht van een individuele gemeenten of provincie in te zetten.
In combinatie met het definitief schrappen van de oploop van de opschalingskorting resulteert het in een structurele plus van € 675 miljoen vanaf 2026 voor gemeenten en € 44 miljoen voor provincies. In onderstaande tabel 2.2.7 is het accres opgenomen uit de Miljoenennota 2024 geactualiseerd voor het CEP24, deze is identiek aan tabel 2.2.4. Vervolgens is een tabel opgenomen met het nieuwe accres op basis van de bbp-systematiek. Door met name de lagere raming van de loonvoet in 2025 en 2026 leidt dit tot een lager accres. In tabel 2.2.9 is het verschil tussen het accres uit de Miljoenennota 2024 op basis van de CEP24 cijfers en de bbp-systematiek weergeven. Daarbij is aangeven hoeveel de incidentele compensatie is in de grondslag.
8 Meicirculaire gemeentefonds 2024
Tabel 2.2.7: Accres Miljoenennota 2024 na CEP24 Bedragen in miljoenen euro
2024
2025
2026
2027
2028
2029
tranche 2024 volume
1.135
1.135
tranche 2024 prijs
1.932
1.932
1.738
1.735
1.729
1.729
1.265
1.263
1.259
1.259
tranche 2026 volume
1.464
1.464
1.464
1.464
tranche 2026 prijs
1.189
1.187
1.183
1.183
tranche 2027 volume
697
695
695
tranche 2027 prijs
1.025
1.022
1.022
tranche 2028 volume
678
678
tranche 2028 prijs
1.025
1.025
tranche 2025 volume
920
tranche 2025 prijs
1.365
tranche 2029 volume
664
tranche 2029 prijs
1.067
Totaal accres
3.067
5.352
5.656
7.371
9.054
10.786
Wordt: Tabel 2.2.8 Accres Voorjaarsnota 2024 (bbp-systematiek vanaf 2024) Bedragen in miljoenen euro
2024
2025
2026
2027
2028
2029
tranche 2024 volume
836
822
770
768
765
764
tranche 2024 prijs