CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 31 januari 2024, gemeente Ooststellingwerf33.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

BESLUIT 10 / AFBOUWEN WE BEMOEIEN ONS NIET MET DE INHOUD EN UITVOERING VAN INITIATIEVEN MAAR LATEN DIT BIJ INWONERS(GROEPEN), DORPEN EN BUURTEN EN MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES. We bemoeien ons niet met de inhoud van maatschappelijke initiatieven. Dit ondermijnt het eigenaarschap van initiatiefnemers en demotiveert hen. Desgewenst ondersteunen we initiatiefnemers wel, bijvoorbeeld met (het zoeken van) financiering of door opbouwwerk. Als het project anders wordt dan wij dachten of het duurt langer tot partijen tot samenwerking komen, dan grijpen we niet in. We nemen geen uitvoeringstaken op ons bij de realisatie van ons beleid op het gebied van samenleven. Denk aan het leiden van projecten die van onderop zijn ontstaan, het beheren van websites die niet van de gemeente zijn of het geven van trainingen aan mantelzorgers. We bepalen niet alleen hoe vrijwilligersondersteuning of ander welzijnswerk er uit moet zien. We willen de dorpen, buurten en vrijwilligersorganisaties meer ruimte geven om te bepalen hoe het aanbod er uit ziet. We bespreken met de dorpen of en hoe zij dit willen.

PAGINA 17

MONITOR SD & BURGERPEILING

GEZONDHEID

Relatief veel inwoners geven in de burgerpeiling 2022 aan dat zij lichamelijke of mentale beperkingen en/of geldzorgen ervaren in hun dagelijks leven. In de cijfers zien we ook dat er relatief veel volwassenen zijn met langdurige ziekten of aandoeningen. Toch is het merendeel van onze inwoners tevreden over hun gezondheid, hun leven en ervaren zij zingeving. 33% van de inwoners geeft aan dat ze vanwege geld belemmerd worden in het maken van gezonde keuzes.

De aandacht voor positieve gezondheid (bredere kijk op gezondheid dan lichamelijke gezondheid) neemt toe. Mooie voorbeelden van maatschappelijke initiatieven bv bloeizones. Beweging om langer thuis te blijven wonen. Vergrijzing en daardoor meer mensen met dementie. De verwachting is dat het aantal mensen met een chronische aandoening vanwege de vergrijzing zal toenemen.

Het aantal initiatieven van onderop dat bijdraagt aan positieve gezondheid neemt toe (bv Bloeizones).

Een deel van de dementiegevallen en chronische aandoeningen is te voorkomen door een gezonde leefstijl. Bewegen is daarbij van positieve invloed.

Overgewicht komt relatief veel voor in geheel Friesland, maar in Ooststellingwerf nog meer. Ook onder jongeren. Vooral ernstig overgewicht gaat samen met een slechtere algemene gezondheid en meer huisartscontacten.

Landelijk gezien valt op dat 65-plussers hun mentale gezondheid gunstiger beoordelen dan 18-65-jarigen. Onder mensen met een laag inkomen komt een laag psychisch welbevinden het meeste voor.

We bewegen in Ooststellingwerf minder dan eigenlijk nodig is om gezond te zijn en te blijven. Volwassen inwoners van Ooststellingwerf roken minder ten opzichte van Friesland als geheel. Het percentage jongeren dat rookt is lager dan een aantal jaren geleden, maar is in absolute zin wel hoger dan het Fries gemiddelde.

ITEN E PRIORITE K IE IT L O P E BESTAAND

93% van onze inwoners voelt zich redelijk veilig. Ook ervaren de meeste inwoners een veilige, gezonde en schone leefomgeving. We zien steeds meer voorbeelden van ondernemers en organisaties die hun medewerkers en vrijwilligers bewust maken van leeftijdsvriendelijke dienstverlening (en specifiek omgaan met mensen met dementie).

RELEVANTE TRENDS & ONTWIKKELINGEN

WAT HOREN WE VAN INWONERS, ORGANISATIES EN EXPERTS

gelijk vroeg mo id, het zo e n, h e d d n n o ta z e -achters sitieve g f o /o p n en e p o n a rl le in ee ve g etten erschil ndheidsv der worden. Daarm nde, ord: We z o o z k e k g a n e e g l ou gezo Colle rische g en vitaa ns op een ze s. van moto efomgevin zorg. We richten o zo nd e k eu verkleinen le e g e k n a ie v s n fy s e e k id d a e n h m o d z k een ge makkelij d e gezon e druk op mgeving en op het w e ook d o e k riendelij bew eegv

Inwoners zijn sceptisch over de invloed van de gemeente waar het gaat om gezondheid. Het gaat om de gehele samenleving. Een aanpak als OKO, waarbij iedereen deelneemt, vinden zij kansrijker dan eenzijdige acties vanuit de gemeente. Ook zien ze een rol voor de gemeente wat betreft het zichtbaar maken van goede voorbeelden en het faciliteren van initiatieven van onderop (bv bloeizones, maar ook beweegevenementen etc.). Gezondheidsstimulerende projecten moeten volgens inwoners zoveel mogelijk van onderop komen. Er moet een intrinsieke wens zijn bij bv een vereniging om werk te maken van gezonde snacks in de kantine. Ze moeten niet meedoen omdat de gemeente (tijdelijk) facililteiten biedt want dan zal het effect ook slechts tijdelijk zijn. Experts benadrukken het belang van een integrale aanpak van preventie. Het gaat om het voorkomen van lichamelijke beperkingen, bijvoorbeeld door het voorkomen van overgewicht en middelengebruik. Maar het gaat ook om onderliggende factoren die invloed hebben op (lichamelijke en mentale) gezondheid. Denk hierbij aan het creëren van beweegvriendelijke omgevingen op scholen of op het werk, toegankelijkheid van gebouwen en voorzieningen, acceptatie van diversiteit, het waarborgen van bestaanszekerheid voor inwoners die moeite hebben het hoofd boven water te houden, het voorkomen van eenzaamheid en de mentale gezondheid van jongeren.

Experts geven aan dat gezondheidsachterstanden van de meest kwetsbare inwoners niet aan te pakken zijn door aan de gezondheidskant te beginnen. Advies is te beginnen met het maken van contact en het bieden van concrete verbeteringen in hun dagelijks leven.

PAGINA 18

GEZONDHEID

Conclusie op basis van de vorige pagina Door de vergrijzing en een ongezonde leefstijl komen chronische ziekten en overgewicht steeds meer voor. Hierdoor zal de zorgbehoefte toenemen. Daarom zetten we in op preventie en willen het inwoners zo makkelijk mogelijk maken om gezonde keuzes te maken. Dit leidt tot de volgende accenten en dingen die we afbouwen.

BESLUIT 11 / ACCENT INTEGRALE AANPAK OM TE KOMEN TOT EEN GEZONDE FYSIEKE LEEFOMGEVING DIE UITNODIGT TOT GEZOND GEDRAG

In de groene vlakken staan voorbeelden van inspanningen. Deze zijn nog niet door het college vastgesteld. Bij de keuze van inspanningen laat het college zich leiden door het toetsingskader (paragraaf 6). NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd

De fysieke leefomgeving moet uitnodigen tot gezond gedrag bijvoorbeeld door veilige fiets/voetpaden en -routes, toegankelijke ontmoetingsplekken, ruimte voor sport en spel, een gezonde schoolomgeving, aantrekkelijk groen en een bescherming tegen schadelijke effecten van geluid, geur of niet-schone lucht. Dit vraagt vroegtijdige samenwerking tussen ruimtelijke ordening, economische zaken, duurzaamheid, vergunningen en samenleven als we werken aan bijvoorbeeld woningbouw en mantelzorgwonen, het maken van omgevingsplannen, verkeer en mobiliteit en het accommodatieplan.

BESLUIT 12 / ACCENT PREVENTIEF INZETTEN OP EEN GEZONDE EN ACTIEVE LEEFSTIJL WAARIN REABLEMENT*, BEWEGEN, VOEDING EN WEERBAARHEID CENTRAAL STAAN

*Reablement is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zelfredzaamheid. Het heeft als doel om inwoners zo onafhankelijk mogelijk te maken van zorg en zoveel mogelijk en zo lang mogelijk dingen (weer) dingen zelf doen. NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd

JOGG (Samen maken we jeugd gezond) helpt scholen, sportverenigingen etc. om het predicaat ‘gezond’ en/of ‘rookvrij’ te gaan dragen. Hierdoor wordt de dagelijkse leefomgeving van veel kinderen en volwassen inwoners gezonder en neemt bewustwording toe. Buurtsportcoaches gaan zich meer richten op ouderen en kwetsbare inwoners met gezondheidsachterstanden en/of een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Sportakkoord: hierin richten sportaanbieders en gemeente zich samen op drie thema's namelijk jong vaardig in bewegen, inclusief sporten en bewegen en vitale sport- en beweegaanbieders. Valpreventie richt zich op vroegtijdig signaleren van valrisico en vervolgens zetten we in op blijven bewegen (waaronder ook het huishouden doen, tuinieren, met de kleinkinderen spelen etc). We kijken of en hoe we een 'samen gezond spreekuur' tot stand kunnen brengen waar inwoners terecht kunnen voor hulp bij een gezondere leefstijl op een manier die aansluit bij hun persoonlijke situatie en voorkeuren. Mogelijk zijn er combinaties mogelijk met welzijnscoaching/dorpsverbinders (zie opgave Samenleven) en/of een loketfunctie waar mensen laagdrempelig en dichtbij terecht kunnen voor andere vragen op sociaal gebied (integrale aanpak). We blijven de Bloeizones ondersteunen.

Daarnaast helpen diverse inspanningen binnen andere opgaves uit de Visie op Samenleven een bijdrage aan een gezonde en actieve leefstijl, bijvoorbeeld: Het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) - gezonde leefstijl en mentale gezondheid van jongeren (zie goed opgroeien). Het project Domein Overstijgende Samenwerking waarin gezond ouder wordt een belangrijk thema is (zie meedoen A & D). Het preventief aanbieden van Powerful Ageing (zie meedoen A&D) Welzijnscoaches/dorpsondersteuners (zie samenleven). Het laten zien van goede voorbeelden van initiatieven door inwoners, ondernemers en verenigingen op het gebied van oa gezondheid (zie samenleven). Investeren in gemeenschapskracht en inclusiebeleid (zie samenleven). Gebiedsgericht en integraal aan de slag met bestaanszekerheid (zie meedoen B&C).

BESLUIT 13 / AFBOUWEN NIET BETUTTELEN, MAAR UITNODIGENDE PROJECTEN EN PROGRAMMA'S AANSLUITEND BIJ DE INTRINSIEKE MOTIVATIE VAN INWONERS We kiezen vooral voor projecten waar inwoners als 'dragers' bij betrokken zijn en zijn terughoudend met 'top down' projecten. We sluiten bij voorkeur aan bij of faciliteren initiatieven van inwoners zelf. We organiseren we geen eigen gemeentelijke bewustwordingscampagnes (reclame-achtig) over gezondheid. We stimuleren wél dat inwoners goede voorbeelden delen en haken aan bij landelijke campagnes waar dat kan (bv Stoptober, Ik Pas etc).

PAGINA 19

MONITOR SD EN BURGERPEILING

GOED OPGROEIEN

Landelijk gezien zijn er in het schooljaar 2021-2022 ruim 30.000 jongeren met hun MBO opleiding gestopt zonder een startkwalificatie te behalen doordat de arbeidsmarkt gunstig is. Dit is zorgelijk, omdat deze jongeren op langere termijn kwetsbaarder zijn om zonder werk te zitten of zich niet optimaal te ontwikkelen.

Het percentage jongeren dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat (1,8%) is iets toegenomen en ligt iets hoger dan het Fries gemiddelde. Het aantal jonge kinderen dat op de peuterspeelzaal of de kinderopvang een indicatie krijgt voor een programma gericht op taalvaardigheid (VVE, Tutoring) stijgt. In onze gemeente zijn relatief veel jonge kinderen minder taalvaardig. Positief is dat een hoog percentage hiervan ook deelneemt aan deze programma's.

Landelijke trend is dat de mentale gezondheid van kinderen en jongeren onder druk staat. Jongeren ervaren toenemende prestatiedruk. Ze spiegelen elkaar via sociale media hun perfecte levens voor. Dit vergroot de kans op verslaving, faalangst en/of mentaal in de knoop raken.

Kinderen tussen 4-12 jaar zijn meer gaan bewegen ten opzichte van 2021. De beweging van jongeren in de leeftijd van 13-18 jaar blijft juist achter. Overgewicht onder kinderen en jongeren neemt toe.

In de meeste regio's in Nederland zijn er wachtlijsten voor jeugdhulp. Lichtere gevallen 'verstoppen' regelmatig de toegang voor complexere gevallen.

De meeste ouders geven aan dat zij opvoeding zonder hulp aan kunnen, bij lagere inkomens is dit minder (Burgerpeiling 2022). Er is een groep ouders die onvoldoende opvoedingsvaardigheden heeft, onmachtig is door persoonlijke problemen of geen grip meer heeft op hun kinderen. Dit is een probleem dat onder alle ouders voorkomt. · De meeste ouders geven aan dat zij de weg weten naar hulp (huisarts is hun belangrijkste aanspreekpunt, daarna online of leerkracht). Inwoners met lagere inkomens geven minder vaak aan dat zij de weg weten (Burgerpeiling, 2022).

Onderzoeken tonen aan dat er een verband is tussen relatieproblematiek / vechtscheidingen / eenoudergezinnen en het gebruik van jeugdhulp (oa NJi, 2020). Veel problemen van jongeren hangen aantoonbaar samen met zowel de toenemende armoede en schulden als de groeiende sociale ongelijkheid die het vertrouwen in de samenleving ondermijnen. Steeds meer etikettering en medicalisering van gedragspatronen en leerproblemen, terwijl er ook een roep is om te 'normaliseren'.

Het percentage kinderen en jongeren dat volgens ouders kampt met fysieke of mentale problemen neemt de afgelopen jaren toe. Dit lijkt te stabiliseren (GGD). Het lukt nog niet om het gebruik van alcohol, middelen en tabak terug te dringen naar het gewenste niveau. Er zijn zorgen over jongeren die (hard)drugs gebruiken.

De uitgaven voor jeugdhulp stijgen nog steeds, net als in andere gemeenten. Positief is dat er minder verwijzingen zijn naar specialistische hulp, maar het aantal jeugdigen in zorg blijft stijgen. Er zijn meer maatwerktrajecten nodig, onder andere door wachtlijsten bij gecontracteerde aanbieders, waardoor we ergens anders (duurder) in moeten kopen.

RELEVANTE TRENDS & ONTWIKKELINGEN

WAT HOREN WE VAN INWONERS, ORGANISATIES EN EXPERTS

Er komt een nieuwe aanbesteding aan voor het inkopen van jeugdhulp. Hierdoor krijgen we vrijheid om zelf lichtere hulp ('complementaire hulp') te organiseren, in te kopen of zelf uit te voeren in plaats van via SDF. ITEN E PRIORITE K IE IT . L O P E preventie BESTAAND esteren in gaven op v In . n e m en. Uit oorko re dig hebb tanden v ij hulp no e meest kwetsba n die sachters z ij ls rw a e n d e n d d e O it : in m e v rd o it o v te is o ti ten dig akk en ac College- inwoners ons we ven doen wat no n. ieningen rz re e o s o li v a lij n t b a a Zorgen d mo beperken en n. Meer gebruik v rzieningen). Norm W oo ne jeugd en oed te ondersteu n (voorliggende v matiek. ij g z r rs a e a n b o gdproble ik w u h c je in s e e ti b n e e prev dicati laving en zonder in ntie vers e v re P : a g end erkingsa Sam enw

Preventie vanaf jonge leeftijd draagt bij aan de ontwikkeling van gezondsheidsvaardigheden en taalvaardigheden en weerbaarheid in de toekomst. Richt dit (vooral) op kinderen van (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie, bijvoorbeeld door hoge schulden of een beperkt sociaal netwerk, want zij open meer kans op problemen in hun latere leven. Zowel ons eigen gebiedsteam als andere verwijzers (denk aan huisartsen) maken nog summier gebruik van het 'voorliggend veld'. Als we trends als etikettering en medicalisering van gedragspatronen en leerproblemen willen keren, moeten we de oplossingen niet in meer of andere jeugdzorg zoeken, maar preventief werken door te investeren in een positieve leefomgeving voor kinderen en jongeren waarin ouders, vrijwilligers, professionals en jongeren intensief samenwerken. Vasthoudendheid en een lange adem is nodig om veranderingen met impact te bewerkstelligen. Er is behoefte aan activiteiten voor jongeren in de dorpen. PAGINA 20 Het voorkomen van relatieproblemen is de beste vorm van preventie van jeugdhulp.

GOED OPGROEIEN

BESLUIT 14 / ACCENT KANSRIJKE START VOOR KINDEREN

In de groene vlakken staan voorbeelden van inspanningen. Deze zijn nog niet door het college vastgesteld. Bij de keuze van inspanningen laat het college zich leiden door het toetsingskader (paragraaf 6). NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd

De cognitieve ontwikkeling van leerplichtige kinderen is een verantwoordelijkheid van het onderwijs. Wij richten ons op de voorschoolse periode. Dit blijven we doen door het programma Kansrijke start (eerste 1000 dagen van een kind) en door oa onze VVE-programma's.

Conclusie op basis van de vorige pagina Er zijn relatief veel kinderen in onze gemeente minder taalvaardig. Ook staat de weerbaarheid van opgroeiende jongeren onder druk. De uitgaven voor jeugdhulp blijven stijgen. Daarom richten we ons vooral op preventie.

BESLUIT 15 / ACCENT BEPERKEN JEUGDHULPVRAGEN DOOR GERICHTE PREVENTIE

NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd

We onderzoeken hoe we het goede bereik van de meest kwetsbare kinderen en hun ouders via de Voor- en Vroegschoolse educatie kunnen benutten om niet alleen te werken aan de ontwikkeling van het kind, maar desgewenst ook een vraagbaak en steun te zijn voor deze ouders in de breedste zin van het woord (opvoeden, geldzorgen, relatieproblemen) totdat het kind 18 is.

We zoeken oplossingen niet in meer of andere jeugdzorg, maar werken preventief door te investeren in een positieve leefomgeving voor jongeren (vanaf 10 jaar) waarin ouders, vrijwilligers, professionals en jongeren intensief samenwerken. Dit doen we met het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO, voorheen IJslandse preventiemodel). OKO is in eerste instantie gericht op het terugdringen van middelengebruik maar richt zich ook op het verbeteren van de mentale en fysieke gezondheid door een positieve leefomgeving. Dit gebeurt door vrijetijdsactiviteiten, een positief schoolklimaat en sociale steun door ouders en belangrijke anderen uit de omgeving. OKO richt zich op geheel Ooststellingwerf. Het gebiedsteam biedt zelf kortdurende ondersteuning om 'erger te voorkomen' en om wachtlijsten voor geïndiceerde zorg te verminderen. We vragen de jongerenwerkers van Scala om een extra rol op te pakken, namelijk die van welzijnscoach voor jongeren. Jongeren die aankloppen bij het gebiedsteam, maar waar geen kortdurende hulp of geïndiceerde hulp nodig is, kunnen terecht bij een jongerenwerker die hen bemiddelt naar activiteiten of indicatievrije voorzieningen (bijvoorbeeld een buddy voor kinderen die te maken krijgen met een scheiding). We onderzoeken hoe we problemen bij kinderen door relatieproblemen en/of een (v)echtscheiding van hun ouders vóór kunnen zijn.

Dit leidt tot de volgende accenten en dingen die we afbouwen.

BESLUIT 16 / AFBOUWEN WE HOUDEN ONS NIET (MEER) BEZIG MET VERANTWOORDELIJKHEDEN DIE BIJ ANDERE PARTIJEN LIGGEN (BV ONDERWIJS) We zetten buurtsport niet meer in voor het gymonderwijs en bekostigen geen projecten gericht op de cognitieve ontwikkeling van kinderen die al naar school gaan (bijvoorbeeld tutoring). Dit zijn verantwoordelijkheden van het onderwijs. We blijven wel bijdragen aan het voorkomen van schooluitval door een goede samenwerking tussen onderwijs, zorg en leerplicht.

BESLUIT 17 / AFBOUWEN GEEN LOSSE PROJECTEN GERICHT OP DE WEERBAARHEID EN POSITIEVE GEZONDHEID VAN KINDEREN VANAF 10 JAAR MAAR SAMENHANGENDE AANPAK (OKO).

We investeren de komende jaren in de samenhangende OKO-aanpak (zie hierboven) en niet meer in losse projecten gericht op weerbaarheid en positieve gezondheid van kinderen en jongeren ouder dan 10 jaar (waar OKO zich op richt). Denk aan Happy Lessen of preventielessen over middelengebruik.

PAGINA 21

Accenten en Afbouwpunten toegelicht Accent 1: Inwoners stimuleren om tijdig te anticiperen op ouder worden. Argument: Dit maakt het makkelijker om het vangnet voor mensen die niet zonder onze steun kunnen, overeind te houden. We kunnen niet alles meer met Wmo zorg (bv huishoudelijke hulp, begeleiding, woningaanpassingen) oplossen. De situatie op de arbeidsmarkt, de vergrijzing maar ook de beperkte financiële middelen maken het noodzakelijk dat we meer dan nu uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van inwoners voor het ouder worden (tijdig anticiperen). Als inwoners dit doen, voorkomen we zorgvragen of stellen we zorg uit tot het écht nodig is. Hierdoor hopen we het vangnet haalbaar en betaalbaar te houden. Kanttekening: Er blijven inwoners die onze hulp hard nodig hebben. Natuurlijk blijven we een vangnet bieden voor inwoners die het zonder ondersteuning niet redden. Kanttekening: Door afschaffing van het abonnementstarief zal de vraag naar Wmo-voorzieningen over een aantal jaren weer afnemen. Doordat vanaf 2026 of de eigen bijdrage voor de Wmo weer inkomensafhankelijk wordt, zal dit een drempel opwerpen voor ouderen met hogere inkomens. Hun beroep op de Wmo zal daardoor naar alle waarschijnlijkheid (pas vanaf 2026) enigszins afnemen (sommigen zullen het zelf gaan bekostigen of anders regelen).

Toch verwachten we dat de Wmo-uitgaven ook na 2026 blijven stijgen door de vergrijzing en door prijsstijgingen. Daarnaast zal het probleem van het tekort aan handjes ook de komende jaren blijven spelen. Dus maatregelen om de groei in te dammen blijven nodig. Accent 2: (Wmo)zorg anders organiseren en inkopen zodat deze haalbaar en betaalbaar blijft. Argument: Als we alles bij het oude laten, kunnen we mensen die het echt nodig hebben niet meer goed helpen. Afgelopen zomer zagen we al dat inwoners tijdelijk geen of minder huishoudelijke hulp kregen door personeelstekorten. Er zijn niet genoeg ‘handjes’. Verwachting is dat dit steeds vaker voor zal komen (het hele jaar door). Dat is een ongewenste situatie. Daarom moeten we creatieve manieren vinden om het vangnet toch haalbaar te houden. Eén van de manieren is anders inkopen (maximaal 2 aanbieders per buurt) waardoor de zorg efficiënter geregeld kan worden (minder vervoersbewegingen en reistijd). Kanttekening: Dit leidt tot minder keuzevrijheid van inwoners. Als we de zorg anders inkopen (maximaal 2 aanbieders per buurt) gaat dit ten koste van de keuzevrijheid van inwoners en mogelijk ook leiden tot minder maatwerk.

Voordeel is dat de betreffende aanbieders de buurt, haar inwoners en het lokale netwerk (huisartsen, verenigingen) goed leren kennen, waardoor de samenwerking tussen formele en informele zorg makkelijker tot stand kan komen, wat voor de inwoner prettiger is dan de huidige situatie, waarin dit gescheiden werelden zijn.

Afbouwpunt 3: Formele zorg minder ‘promoten’ en uitdragen als oplossing. Argument: Als je inwoners stimuleert om tijdig te anticiperen op ouder worden (besluit 1) is het een logisch gevolg dat je formele zorg (bv een woningaanpassing, huishoudelijke hulp, een scootmobiel) minder gaat promoten. We gaan onze energie juist steken in het pro actief voorlichten van inwoners over de mogelijkheden om tijdig met eigen middelen of een verzilver/blijverslening hun eigen woning aan te passen of door te stromen naar een levensloopbestendige woning (bv door inzet van de seniorenmakelaar die inwoners hierbij helpt). Uiteraard blijven woningaanpassingen mogelijk als het niet anders kan. Ook gaan we inwoners helpen om langer vitaal te blijven (bijvoorbeeld inzetten van een fysiotherapeut om veilig trap te blijven lopen (powerful ageing). Kanttekening: Inzetten op zelfredzaamheid in plaats van een indicatie voor hulp uit de Wmo kan leiden tot weerstand bij inwoners. Als we inwoners vaker gaan helpen om langer vitaal te blijven (bijvoorbeeld inzetten van een fysiotherapeut om veilig trap te blijven lopen (powerful ageing)), zal dit in sommige gevallen tot weerstand leiden bij inwoners die bij ons aanklopten voor een scootmobiel of een traplift. Daarom is het belangrijk om uit te dragen en uit te leggen waarom we dit doen.

En te benadrukken dat we Wmo-zorg blijven verstrekken als hulp bij het vergroten van zelfredzaamheid niet (voldoende) oplossing biedt. Accent 4: Alles op alles zetten om bijstandsgerechtigden naar vermogen mee te laten doen in onze samenleving. Argument: De mensen die nu in de bijstand zitten hebben weinig kans op betaald werk, maar begeleiding naar maatschappelijk meedoen is wel nodig om te voorkomen dat hun situatie verder verslechtert. Iedereen die kan werken, werkt (door de situatie op de arbeidsmarkt). We willen investeren in de mensen die nu in de bijstand zitten, omdat juist deze groep moeite heeft om maatschappelijk mee te doen. Meedoen is een effectief bewezen ‘medicijn’. Door iedere bijstandsgerechtigde op basis van zijn/haar competenties en interesses te begeleiden dragen we bij aan het oplossen van problemen op andere leefgebieden zoals gezondheid, geld en opvoeden. Dit vraagt een investering in tijd en menskracht, maar als we het niet doen, stapelen problemen zich verder op. Kanttekening: We kunnen er ook voor kiezen om de betreffende groep ‘met rust te laten’. Er gaan wel eens stemmen op om niet meer te ‘trekken’ aan mensen die al langere tijd in de bijstand zitten en voor wie er geen of weinig kans is op betaald werk.

Het nadeel hiervan is dat we daarmee een groep kwetsbare inwoners uit het oog verliezen, terwijl dit nu juist inwoners zijn die vaak te kampen hebben met problemen op het gebied van gezondheid, geld en opvoeden.

Accent 5: Voorzieningen voor inwoners met weinig geld en/of schulden zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk maken. Argument: Er blijken nog drempels om gebruik te maken van regelingen Er zijn meer inwoners met geldzorgen dan 2 jaar geleden. Het aanbod van regelingen voor inwoners die van weinig geld moeten rondkomen en/of in de schulden zitten is divers en versnipperd (over meerdere partijen). Dit werpt drempels op om er gebruik van te maken. Daarom willen we het eenvoudiger maken (minder regelingen, makkelijker weten waarvoor je in aanmerking komt) en toegankelijker (aanvraagprocedures en gezamenlijke ingang voor alle partijen die iets bieden). Kanttekening: Eenvoudiger maken is nog een hele uitdaging We hebben de afgelopen jaren al veel gedaan om de voorzieningen voor minima eenvoudiger en makkelijker toegankelijk te maken. Dit blijkt in de praktijk niet altijd makkelijk. De privacywetgeving speelt hier een rol (bv bestanden koppelen is niet altijd mogelijk) en soms zijn er landelijke regels die belemmeren (bv je mag niet aan inkomenspolitiek doen als gemeente). Ook zijn er vele partijen waar mensen aan kunnen kloppen (noodfondsen etc). Uiteraard blijven we ons ondanks dat inzetten voor vereenvoudiging en samenwerking waardoor het voor inwoners makkelijker wordt. Accent 6: Structurele verbeteringen bereiken voor mensen die lange tijd in armoede leven.

Argument: Deze inwoners zijn extra kwetsbaar voor problemen op meerdere levensgebieden Er is een groep inwoners die in bestaansonzekerheid leeft. Zij ervaren vaak problemen rondom geld, wonen, zorg, geletterdheid en soms ook opvoeding. Experts en ervaringsdeskundigen geven aan dat losse interventies (gezondheid, laaggeletterdheid, armoederegelingen) voor deze groep niet werken als deze op zichzelf staan. Je kunt pas structurele verbeteringen bereiken als je vertrouwen wint, écht contact maakt en stress wegneemt. Dat vraagt om een meerjarige en gebiedsgerichte aanpak en daar willen we in investeren. Kanttekening: We kunnen niet alle inwoners die in bestaansonzekerheid leven bereiken omdat we het gebiedsgericht aanpakken Ervaringen elders laten zien dat een gebiedsgerichte aanpak gericht op bestaanszekerheid de meeste kans van slagen heeft. Dit betekent dat we beginnen met één of twee buurten waar de problematiek het meest speelt. Dit betekent automatisch dat we inwoners in vergelijkbare situaties in andere buurten (nog) niet bereiken. Uiteraard blijven voor deze inwoners onze huidige mogelijkheden van kracht (vroegsignalering, voor- en vroegschoolse educatie, armoederegelingen).

Afbouwpunt 7: Geen projecten die niet substantieel bijdragen aan meedoen van bijstandsgerechtigden en/of slechts een kleine groep bereiken. Argument: We willen alle energie steken in maatwerk omdat dit effectiever is voor de groep die nu in de bijstand zit Er zijn bestaande en voorgenomen projecten die we in het licht van de huidige doelgroep in de bijstand willen stoppen of niet willen opstarten omdat ze niet (genoeg) leiden tot maatschappelijk meedoen en/of een te kleine groep bereiken. In het college akkoord stond bijvoorbeeld een pilot aangekondigd om ouders met een bijstandsuitkering een intensief traject aan te bieden van hulp in combinatie met een baan in kansrijke sectoren. Het opzetten van een dergelijke pilot zou veel tijd en geld kosten. Deze middelen zetten we liever in om een grotere groep te bereiken en per uitkeringsgerechtigde maatwerk te bieden (begeleiding naar meedoen, zie besluit 4). Gezien de huidige samenstelling van de groep mensen die in de bijstand zit, betwijfelen we ook of werk (in kansrijke sectoren) passend en haalbaar is bij de situatie, capaciteiten en interesse van de doelgroep. Kanttekening: We laten hiermee ook kansen lopen, maar kiezen er nu bewust voor om al onze tijd en energie te richten op maatwerk voor de mensen die nu in de uitkering zitten.

Afbouwpunt 8: Geen extra communicatie om het bereik van afzonderlijke regelingen en voorzieningen te vergroten omdat het effect hiervan zeer beperkt is. Argument: Extra communicatie helpt niet, er is iets anders nodig Uit de burgerpeiling 2022 blijkt dat inwoners nog onvoldoende weet hebben van de minimaregelingen. We communiceren hier veel en vaak over. En de communicatie is met hulp van ervaringsdeskundigen ook zo goed mogelijk op de doelgroep afgestemd (bv de flyer of energie-armoede). Ook gebruiken we zo goed mogelijk de kanalen waarmee we de doelgroep bereiken (bv flyer verspreiden via voedselbank, via verwijzers als kerken en huisartsen). Toch blijft er een groep die niet op de hoogte is en die doorgaans ook niet snel en tijdig om hulp vraagt. Experts, inwoners en ervaringsdeskundigen vertellen ons dat méér of andere communicatie niet zal helpen. Zij adviseren om de oplossing vooral te zoeken in laagdrempelige aanspreekpunten dichtbij de mensen die vertrouwen winnen, contact maken en mensen helpen om de stap naar hulp te zetten. Vandaar dat we daar op inzetten (opgave samenleven) en niet investeren in extra communicatie. We blijven wel doen wat we nu doen. Daarnaast gaan de regelingen voor inwoners met weinig geld en/of schulden zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk maken zodat mensen er gebruik van maken, zodra ze wél op de hoogte zijn (accent 5).

Kanttekening: Communicatie kan altijd beter We gaan geen extra communicatie doen (zie bovenstaand argument), maar blijven natuurlijk kritisch op de vorm van communicatie. Deze kan altijd beter. Hier blijven we doorlopend mee aan de slag. Hierbij schakelen we steeds vaker ervaringsdeskundigen in.

Accent 9: Voorwaarden scheppen voor de bloei van gemeenschapskracht, inwonersinitiatief en omzien naar elkaar. Argument: Investeren in gemeenschapskracht, inwonersinitiatief en omzien naar elkaar is essentieel voor bijna alle uitdagingen die we het hoofd moeten bieden. De zorg staat onder druk. We hebben te maken met vergrijzing. Er zijn niet genoeg mensen om de huidige professionele zorg waar te maken. De positieve gezondheid van mensen staat of valt met sociale netwerken om op terug te vallen, zingeving en verbinding met anderen. We kunnen gemeenschapskracht niet ‘maken’ of afdwingen, maar wel zo goed mogelijk faciliteren. Kanttekening: Vrijwilligers en mantelzorgers zijn al overbelast. Ondanks dat iedereen beseft dat gemeenschapskracht en omzien naar elkaar steeds belangrijker worden, weten we ook dat het vrijwilligerswerk en mantelzorgers al onder druk staan. Daarom moeten we aansluiten bij initiatieven van onderop, goede voorbeelden delen en het gesprek voeren over wat wél kan, waar mensen warm voor lopen en welke hulp daarbij eventueel nodig is van de gemeente of van andere partijen. Accent 10: We bemoeien ons niet met de inhoud en uitvoering van initiatieven maar laten dit bij inwoners(groepen), dorpen en buurten en maatschappelijke organisaties.

Argument: Inwoners kunnen en willen zelf hun samenleven vormgeven Wanneer de gemeente zich bemoeit met de inhoud van maatschappelijke initiatieven, de agenda van dorpen of inwonersgroepen, of zelf de leiding of uitvoering van initiatieven ter hand neemt, ondermijnt zij het eigenaarschap van de betrokken inwoners en demotiveert hen. Het is belangrijk dat inwoners het op hun eigen manier kunnen doen, hiervoor ruimte krijgen en hen te faciliteren met bv financiering of opbouwwerk om hun ideeën voor dorp of buurt waar te maken. Daar waar het dorp of de buurt het zelf niet kan, kunnen we desgewenst natuurlijk helpen (samen met andere partijen). Accent 11: Integrale aanpak om te komen tot een gezonde fysiek leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag Argument: Een gezonde fysieke leefomgeving kan gezond gedrag makkelijker maken en de fysieke omgeving is iets waar we invloed op hebben. Door de vergrijzing en een ongezonde leefstijl komen chronische ziekten en overgewicht steeds meer voor, met alle nare gevolgen van dien. We kunnen de vergrijzing niet tegengaan en een gezonde leefstijl niet ‘afdwingen’. Wat we wél kunnen doen, is het inwoners zo makkelijk mogelijk maken om gezonde keuzes te maken. Een fysieke leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag helpt daarbij (fietsen, wandelen, spelen).

En het is iets waar de gemeente invloed op kan uitoefenen via keuzes op bv ruimtelijk niveau (denk aan de omgevingsplannen), duurzaamheid, economische ontwikkeling, verkeer/mobiliteit, accommodatiebeleid en woningbouw/mantelzorgwonen).

Accent 12: Preventief inzetten op een gezonde en actieve leefstijl waarin reablement, bewegen, voeding en weerbaarheid centraal staan. Argument: Voorkomen is beter dan genezen en voorkomt druk op de gezondheidszorg We willen voor zover mogelijk persoonlijk leed en ongemak als gevolg van chronische ziekten voorkomen. Daarnaast hebben we er belang bij om de druk op de gezondheidszorg beperken zodat deze beschikbaar blijft voor ieder die niet zonder kan. Omdat een gezonde leefstijl alleen tot stand komt als iemand intrinsiek gemotiveerd is en we niet willen betuttelen, richten we ons vooral op het preventief bieden van mogelijkheden om gezond en actief te leven en vitaal ouder te worden. Volgens wetenschappers zijn voeding, bewegen en weerbaarheid hierbij belangrijke elementen. Daarnaast zet ons gebiedsteam steeds vaker en meer in op reablement. Dit is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zelfredzaamheid (zo onafhankelijk mogelijk leven, zo lang mogelijk dingen (weer) zelf doen). Afbouwpunt 13: Niet betuttelen, maar uitnodigende projecten en programma’s die inspelen op de intrinsieke motivatie van inwoners. Argument: Betuttelen werkt niet en willen we niet. Beginnen met de dingen waar inwoners zelf energie van krijgen wel. Inwoners geven aan dat betuttelen niet werkt. Iedereen weet wel dat roken niet gezond is en genoeg bewegen wel.

Wat wel werkt, is als inwoners zelf warm lopen voor projecten en programma’s en hier anderen in meenemen. Denk aan de bloeizones of het project Healthy kids. Daarom kiezen we vooral voor projecten waar inwoners als 'dragers' bij betrokken zijn en zijn we terughoudend met 'top down' projecten. Accent 14: Kansrijke start voor kinderen. Argument: Preventie vanaf jonge leeftijd draagt bij aan de ontwikkeling van gezondheidvaardigheden, taalvaardigheid en weerbaarheid in de toekomst. Daarom investeren we hier al langere tijd in en blijven we dit doen. Dat doen we door middel van Kansrijke start. Dit is een landelijk actieprogramma waarin allerlei partijen (Jeugdgezondheidszorg, verloskundigen, kraamzorg, gebiedsteam) samenwerken om meer kinderen een goede start te bieden. Accent 15: Beperken jeugdhulpvragen door gerichte preventie. Argument: De uitgaven voor jeugdhulp blijven stijgen. Oplossingen liggen niet in meer jeugdhulp, maar in (nog meer) preventie. We willen –aansluitende op ons Goede Start-programma (zie accent 14) ook ná de eerste 1000 dagen van een kind blijven investeren in preventie. Het vroegtijdig signaleren (bv via consulent jeugd bij de huisarts) is daar bijvoorbeeld onderdeel van.

Een ander voorbeeld van preventie is het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) waarmee we investeren in het welbevinden en de weerbaarheid van kinderen en jongeren én een stevig netwerk om hen heen waardoor er (hopelijk) minder jeugdhulp nodig is.

Afbouwpunt 16: We houden ons niet (meer) bezig met verantwoordelijkheden die bij andere partijen liggen (bv onderwijs). Argument: We moeten keuzes maken dus dan is het logisch dat wij ons bezig houden met het hoogst nodige. We kunnen elke euro maar één keer uitgeven. Bijvoorbeeld Het onderwijs krijgt middelen voor het reguliere onderwijs, voor beweegonderwijs en voor het voorkomen van onderwijsachterstanden (denk aan tutoring). Daarom concentreren wij ons op dingen die belangrijk zijn én nog niet zijn belegd bij andere partijen. Denk aan de ontwikkeling van kinderen in de voorschoolse periode (bv voor- en vroegschoolse educatie). Afbouwpunt 17: Geen losse projecten gericht op de weerbaarheid en positieve gezondheid van kinderen vanaf 10 jaar maar samenhangende aanpak (OKO). Argument: Losse projecten leveren te weinig op voor inwoners en versnipperen ons geld en onze aandacht. Losse projecten die geen onderdeel zijn van een samenhangende aanpak zijn niet of minder effectief, zeker op langere termijn. Denk aan preventielessen op scholen. Daarom ‘doen’ we geen losse projecten meer rondom weerbaarheid, mentale gezondheid etc van kinderen vanaf 10 jaar, maar zetten we in op de samenhangende aanpak via OKO.

ADVIES AAN HET COLLEGE VAN B&W GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF Onderwerp Voorbereid door Advies gevraagd per Uiterste adviesdatum Advies uitgebracht aan college van B&W per

Tussenbalans Visie op Samenleven 2023 Afvaardiging 4 themagroepen ASDO 6 november 2023 18 december 2023 11 december 2023

Soort advies: gevraagd of ongevraagd Doel van het advies

Gevraagd.

Samenvatting van het advies

De ASDO heeft voor de doe-agenda’s en bijbehorende 17 besluiten per besluit een reactie geformuleerd. Voor de uitwerking daarvan zie hieronder.

Context

De Visie op Samenleven is half oktober 2019 door de Raad vastgesteld. Hierin staan maatschappelijke effecten centraal, uitgewerkt in doe-agenda’s Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. Via monitoring van beleid, trends en eigen signalen over ontwikkelingen is nu, eind 2023, een Tussenbalans opgemaakt. Naast de conclusie dat veel goed gaat is er behoefte om meer impact te willen maken. Dat betekent accenten leggen, maar ook keuzes maken over waar minder of geen aandacht meer aan hoeft te worden besteed. Dit heeft geleid tot 17 besluiten. Over deze besluiten heeft de ASDO per besluit een advies uitgebracht.

Impact van de aanvraag op de inwoners c.q. specifieke doelgroep van de gemeente Ooststellingwerf Overwegingen die tot het advies leiden

Deze is zeker aanwezig, maar verschilt per inwoner, specifieke doelgroep of voorziening/instelling en per besluit.

De ASDO geeft een inhoudelijke reactie op de accenten en afbouwpunten bij de doe-agenda’s zoals verwoord in de Tussenbalans Visie op Samenleven 2023 sinds de vaststelling van de Visie op Samenleven van medio oktober 2019.

Bij elk voorgestelde besluit is gekeken naar de gevolgen voor de inwoner, doelgroep en/of instelling en het gebruik van een voorziening. Aanvullende suggesties of aandachtspunten zijn in veel gevallen toegevoegd.

Adviezen aan het college van B&W

Meedoen. Besluit 1 Accent: Inwoners stimuleren om tijdig te anticiperen op ouder worden. Advies: Akkoord. Besluit 2 Accent: (Wmo) zorg anders organiseren en inkopen zodat deze haalbaar en betaalbaar blijft. Advies: Afbouw naar maximaal 2 aanbieders per buurt is rigoureus en daarom graag aandacht voor een afbouwregeling bij bestaande contracten voor zowel cliënt als aanbieder. Denk aan gewenning van de cliënt aan het mogelijk vertrek van de vertrouwd contactpersoon van de huidige aanbieder. Besluit 3 Afbouwen: Formele zorg minder “promoten” en uitdragen als oplossing. Advies: Negatief. Wat als in het aangedragen voorbeeld de verzekering de fysiotherapie niet vergoed (wellicht hier niet het goede voorbeeld gekozen)? Naar onze mening heeft de cliënt daarnaast recht op alle beschikbare informatie m.b.t. voorzieningen waar het mogelijk voor in aanmerking kan komen. Geen top-down benadering van een betuttelende overheid op dit terrein. Onafhankelijke Cliënt Ondersteuning zelfs actiever promoten om cliënt te ondersteunen. Dit gebeurt nu volstrekt onvoldoende. Zelfs de uit het Koplopersproject voortgekomen OCO-flyer is nog niet bekend gemaakt bij alle inwoners van Ooststellingwerf. Wij vragen daarnaast expliciet aandacht voor laaggeletterdheid in de communicatie.

Tenslotte, bied de formele zorg die nodig is, vang wat kan op met mantelzorg en vrijwilligers maar waak daarbij voor overbelasting. Besluit 4 Accent: Alles op alles zetten om bijstandsgerechtigden naar vermogen mee te laten doen in onze samenleving. Advies: Akkoord. Besluit 5 Accent: Voorzieningen voor inwoners met weinig geld en/of schulden zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk maken. Advies: akkoord. Start Arm in Arm weer op en betrek ervaringsdeskundigen bij voorzieningen. Besluit 6 Accent: Structurele verbetering bereiken voor mensen die lange tijd in armoede leven. Advies: Akkoord. Besluit 7 Afbouwen: Geen projecten die niet substantieel bijdragen aan meedoen van bijstandsgerechtigden en/of slechts een kleine groep bereiken. Advies: Akkoord, waarbij wij wel willen aangeven dat projecten die nu niet substantieel bijdragen misschien over een half jaar wel een bijdrage kunnen bieden. Bewaar deze ergens inzichtelijk.

Besluit 8 Afbouwen: Geen extra communicatie om het bereik van afzonderlijke regelingen en voorzieningen te vergroten omdat het effect hiervan zeer beperkt is. Advies: zie kanttekening inzake OCO bij Besluit 3. Zorg voor een heldere vindplaats voor alle regelingen digitaal en in een brochure. Samenleven. Besluit 9 Accent: Voorwaarden scheppen voor de bloei van gemeenschapskracht, inwonersinitiatief en omzien naar elkaar. Advies: Bied de dorpen voorbeelden van “good practices” uit andere dorpen en gemeenten aan om als dorp/buurt de juiste keuze te kunnen maken. Zorg voor uitbreiding van bloeizones Besluit 10 Afbouwen: We bemoeien ons niet met de inhoud en uitvoering van initiatieven, maar laten dit bij de inwoners(groepen), dorpen en buurten en maatschappelijke organisaties. Advies: Akkoord met kanttekening van hierboven bij Besluit 9. Opmerking: graag aandacht voor de regiefunctie, waardoor niet op meerdere plekken hetzelfde wordt gedaan voor dezelfde doelgroep. Gezondheid. Besluit 11 Accent. Integrale aanpak om te komen tot een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag. Advies: Akkoord. Dit vraagt om heldere communicatie met meerdere gelederen, o.a. huisarts, fysio, scholen. Beschikbaarheid van ‘sportlocaties, verenigingen en trainingsmogelijkheden/coaches. Bij tijdige preventie wordt veel (duurdere) zorg voorkomen.

Besluit 12 Accent: Preventief inzetten op een gezonde en actieve leefstijl waarin reablement (herstel), bewegen, voeding en weerbaarheid centraal staan. Advies: Akkoord. Besluit 13 Afbouwen: Niet betuttelen, maar uitnodigende projecten en programma’s die inspelen op intrinsieke motivatie van inwoners. Advies: Akkoord. Opmerking: Noodzaak is om dit eerst goed inzichtelijk te maken door aandacht te besteden in de regionale bladen, helder en begrijpelijke taal, concrete voorbeelden. Goed voorbeeld doet goed volgen, dit kan niet los gezien worden van tijdige preventie. Goed Opgroeien. Besluit 14 Accent: Kansrijke start voor kinderen. Advies: Akkoord. Goed opgroeien is verbonden met de leef- en woonsituatie waarin kinderen zich bevinden. Draag zorg voor directe betrokkenheid vanaf de geboorte, o.a. consultatiebureau (signalerende functie,

ondersteunende bij individuele vragen), huisarts, zorgaanbieders en tijdige preventie. Besluit 15 Accent: Beperken jeugdhulpvragen door gerichte preventie. Advies: Akkoord. Opmerking: Belangrijk blijft dat er vanuit de hulpvraag gekeken wordt wat nodig is. Het financiële aspect dient ondergeschikt te zijn aan de hulpvraag. Financiën dienen niet het meest zwaarwegende argument te zijn door bijv. beschikbare hulp in te zetten, welke mogelijk niet passend is bij de hulpvraag. Draag zorg voor een doorgaande lijn in de hulpverlening, zonder stagnatie door financiële consequenties. Besluit 16 Afbouwen: We houden ons niet(meer) bezig met verantwoordelijkheden die bij andere partijen liggen (bv. onderwijs). Advies: tijdige monitoring, samenwerking met de verschillende ketenpartners behouden (1 casus, 1 regie). Opmerkingen: Ten eerste: Er bestaat ook zoiets als een gezamenlijke verantwoordelijkheid, zoals onderwijsachterstandenbeleid, waarbij partijen elkaar versterken. De bewegingsconsulenten van Scala geven voorbeeldlessen op scholen en zorgen voor het stimuleren van uitdagend, uitleenbaar materiaalgebruik. Wat zijn de effecten van het stopzetten van deze interventies die jaarlijks goed gedocumenteerd worden verantwoord? De leesbevordering in samenwerking met de bibliotheek (Bos-project) lijkt ons ook heel relevant.

Wij waarschuwen ervoor niet het kind met het badwater weg te gooien in deze gemeente. Ten tweede: De gemeente heeft een controlerende functie en dient te vertrouwen op de ‘deskundigen’ die onderwijs, zorg en hulp aanbieden. En deze medewerkers dienen daar waar nodig samen te werken. Er dienen toetsing/meetmomenten ingebouwd te worden, zodat inzichtelijk wordt wat is er gedaan, wat is er bereikt en hoe gaan we verder. Dat houdt weliswaar in dat verantwoordelijkheden daar worden neer gelegd waar zij horen, echter door het proces te monitoren kan voorkomen worden dat zwaardere hulp – cq kosten, noodzakelijk zijn of zullen worden. Besluit 17 Afbouwen: Geen losse projecten gericht op de weerbaarheid en positieve gezondheid van kinderen vanaf 10 jaar, maar een samenhangende aanpak. Advies: akkoord, versnipper de hulpverlening niet en draag zorg voor een doorgaande lijn. Wij vragen daarnaast expliciet aandacht voor het integreren van sociale weerbaarheid in de OKO-aanpak. Belangrijk is samenwerking met de verschillende instanties. Suggesties aan het college van B&W

Gemeentelijk is het van belang de verantwoordelijkheid daar te laten waar deze hoort en dat de gemeente niet betuttelend op gaat

treden. Dit vraagt dat de gemeente wel mogelijkheden moet scheppen, waardoor geborgd is dat mensen weten waar ze terecht kunnen en waar ze hun vragen kunnen stellen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld laaggeletterdheid en informatieverspreiding binnen huisartspraktijken, scholen of bibliotheken, waar een aanspreekpunt kan zijn. Ondanks dat het gebiedsteam gekwalificeerde professionals aan het werk heeft, is het van belang dat zij ook voldoende kennis hebben van bijvoorbeeld de jeugdwet en hierin een rol kunnen spelen. Voortijdig signaleren dat er iets niet goed gaat in een gezin en deskundige hulp in schakelen maakt dat de meer duurdere hulpverlening voorkomen kan worden. Beheersbaarheid van financiën maakt ook dat er kritisch gekeken dient te worden naar de eigen mogelijkheden en inzet van de gemeente. Het beperken van minder keuzemogelijkheden door in zee te gaan met 2 aanbieders zal enerzijds financiële ruimte kunnen bieden, anderzijds beperkt het de inwoner in zijn ‘mogelijkheden’ die instantie, hulpverlening te kiezen waar hij/zij zich goed bij voelt en mogelijk ook beter aansluit bij zijn/haar situatie. Voorkomen moet worden dat er een monopolie positie ontstaat. Blijf zorgen voor ontschotting binnen de gemeente. Opmerkingen ter zijde

Anita Zwaaneveldt – Pouw, voorzitter ValidSigned door Anita Zwaaneveldt op 12-12-2023

De ASDO waardeert het zeer hoe zij is betrokken bij de voorlichting (gezamenlijk met de gemeenteraad) en ambtelijke ondersteuning bij de totstandkoming van dit advies.

Bijlage 2 De reactie van ons college op het advies van de Adviesraad Sociaal Domein op het raadsvoorstel ‘Accenten en afbouwpunten Visie Samenleven’.

ADVIES AAN HET COLLEGE VAN B&W GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF Reactie college steeds in groen toegevoegd Onderwerp Voorbereid door Advies gevraagd per Uiterste adviesdatum Advies uitgebracht aan college van B&W per

Tussenbalans Visie op Samenleven 2023 Afvaardiging 4 themagroepen ASDO 6 november 2023 18 december 2023 11 december 2023

Soort advies: gevraagd of ongevraagd Doel van het advies

Gevraagd.

Samenvatting van het advies

De ASDO heeft voor de doe-agenda’s en bijbehorende 17 besluiten per besluit een reactie geformuleerd. Voor de uitwerking daarvan zie hieronder.

Context

De Visie op Samenleven is half oktober 2019 door de Raad vastgesteld. Hierin staan maatschappelijke effecten centraal, uitgewerkt in doe-agenda’s Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. Via monitoring van beleid, trends en eigen signalen over ontwikkelingen is nu, eind 2023, een Tussenbalans opgemaakt. Naast de conclusie dat veel goed gaat is er behoefte om meer impact te willen maken. Dat betekent accenten leggen, maar ook keuzes maken over waar minder of geen aandacht meer aan hoeft te worden besteed. Dit heeft geleid tot 17 besluiten. Over deze besluiten heeft de ASDO per besluit een advies uitgebracht.

Impact van de aanvraag op de inwoners c.q. specifieke doelgroep van de gemeente Ooststellingwerf

Deze is zeker aanwezig, maar verschilt per inwoner, specifieke doelgroep of voorziening/instelling en per besluit.

De ASDO geeft een inhoudelijke reactie op de accenten en afbouwpunten bij de doe-agenda’s zoals verwoord in de Tussenbalans Visie op Samenleven 2023 sinds de vaststelling van de Visie op Samenleven van medio oktober 2019.

Overwegingen die tot het advies leiden Adviezen aan het college van B&W

Bij elk voorgestelde besluit is gekeken naar de gevolgen voor de inwoner, doelgroep en/of instelling en het gebruik van een voorziening. Aanvullende suggesties of aandachtspunten zijn in veel gevallen toegevoegd. Meedoen. Besluit 1 Accent: Inwoners stimuleren om tijdig te anticiperen op ouder worden. Advies: Akkoord. Besluit 2 Accent: (Wmo) zorg anders organiseren en inkopen zodat deze haalbaar en betaalbaar blijft. Advies: Afbouw naar maximaal 2 aanbieders per buurt is rigoureus en daarom graag aandacht voor een afbouwregeling bij bestaande contracten voor zowel cliënt als aanbieder. Denk aan gewenning van de cliënt aan het mogelijk vertrek van de vertrouwd contactpersoon van de huidige aanbieder. Reactie college: Bij de uitwerking van de nieuwe inkoop Wmo nemen we de mogelijkheid van een afbouwregeling mee. Besluit 3 Afbouwen: Formele zorg minder “promoten” en uitdragen als oplossing. Advies: Negatief. Wat als in het aangedragen voorbeeld de verzekering de fysiotherapie niet vergoed (wellicht hier niet het goede voorbeeld gekozen)? Reactie college: Het voorbeeld ging over het aanbieden van een fysiotherapeut om veilig trap te blijven lopen in plaats van een traplift in het kader van het programma Powerful Ageing. Dit is een programma dat volledig op maat wordt gemaakt voor de betreffende inwoner, afgestemd op de activiteiten die hij of zij wil (blijven) ondernemen.

De gemeente betaalt de kosten voor deze interventie vanuit de Wmo. Bij dit afbouwpunt gaat het er om dat we ouderen in staat stellen om zo lang mogelijk fysiek zelfredzaam blijven. Als je ouder wordt, kan je tegen een fysieke beperking van je lichaam aanlopen. Zoals verlies van functionaliteit, valangst of explosief krachtsverlies. In dat geval bieden we als gemeente een vangnet via Wmo voorzieningen. Het is belangrijk dat deze ondersteuning er is en die blijft er ook. Toch heeft dit in de praktijk een keerzijde. Het toekennen van huishoudelijke hulp, een traplift of een scootmobiel maakt namelijk dat ouderen minder zelf actief blijven. Hun fysieke zelfredzaamheid neemt daardoor nog verder af. En daarmee het vermogen om zelfstandig te blijven wonen en (weer) actief mee te doen in de samenleving. Met powerful ageing maken we het mogelijk dat ouderen –daar waar nog mogelijkheden liggen!langer fysiek zelfredzaam blijven. Ze krijgen een doelgericht en persoonlijk trainingsprogramma dat vanuit de Wmo wordt bekostigd. Voor ouderen die écht zijn aangewezen op de genoemde Wmo-voorzieningen (en waarvoor powerful ageing dus

geen oplossing is) blijven we deze voorzieningen uiteraard aanbieden. Naar onze mening heeft de cliënt daarnaast recht op alle beschikbare informatie m.b.t. voorzieningen waar het mogelijk voor in aanmerking kan komen. Geen top-down benadering van een betuttelende overheid op dit terrein. Reactie college: Dit is ook ons uitgangspunt, zie hierboven. Onafhankelijke Cliënt Ondersteuning zelfs actiever promoten om cliënt te ondersteunen. Dit gebeurt nu volstrekt onvoldoende. Zelfs de uit het Koplopersproject voortgekomen OCO-flyer is nog niet bekend gemaakt bij alle inwoners van Ooststellingwerf. Reactie college: We hebben de communicatie hierover tot nu toe inderdaad beperkt tot alle inwoners die contact opnemen met het gebiedsteam. Wij informeren hen actief over de mogelijkheid van Onafhankelijke Cliëntondersteuning. Dit gebeurt mondeling, via de flyer en via de website www.ocohttps://www.ooststellingwerf.nl/clientondersteuning. Het afgelopen jaar hebben we veel gecommuniceerd om het gebiedsteam bekend te maken, na de verhuizing naar het gemeentehuis. We kozen ervoor om niet teveel boodschappen te combineren. Maar aankomend jaar is het de bedoeling om de bredere communicatie rondom OCO op te pakken. Wij vragen daarnaast expliciet aandacht voor laaggeletterdheid in de communicatie. Reactie college: Dit is een terecht punt.

We hebben spreekuren waar mensen zonder afspraak terecht kunnen. Bovengenoemde website is zoveel mogelijk afgestemd op mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. We vragen regelmatig aan inwoners om met ons mee te kijken met flyers en brieven. De kersverse ervaringsdeskundige kan hier ook een rol in spelen (zie besluit 5). Tenslotte, bied de formele zorg die nodig is, vang wat kan op met mantelzorg en vrijwilligers maar waak daarbij voor overbelasting. Reactie college: Dit onderschrijven wij. Besluit 4 Accent: Alles op alles zetten om bijstandsgerechtigden naar vermogen mee te laten doen in onze samenleving. Advies: Akkoord. Besluit 5 Accent: Voorzieningen voor inwoners met weinig geld en/of schulden zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk maken. Advies: akkoord. Start Arm in Arm weer op en betrek ervaringsdeskundigen bij voorzieningen. Reactie college: Dit advies nemen we over. We waarderen de groep Arm in Arm zeer en behouden graag het contact met hen. Naast hun ervaringsdeskundigheid maken we sinds kort ook

gebruik van een opgeleide ervaringsdeskundige in ons gebiedsteam. Hij helpt ons onder andere bij het in contact komen van mensen met beginnende schulden (vroegsignalering), maar kijkt ook mee met ons beleid en met onze communicatiemiddelen. Besluit 6 Accent: Structurele verbetering bereiken voor mensen die lange tijd in armoede leven. Advies: Akkoord. Besluit 7 Afbouwen: Geen projecten die niet substantieel bijdragen aan meedoen van bijstandsgerechtigden en/of slechts een kleine groep bereiken. Advies: Akkoord, waarbij wij wel willen aangeven dat projecten die nu niet substantieel bijdragen misschien over een half jaar wel een bijdrage kunnen bieden. Bewaar deze ergens inzichtelijk. Reactie college: De informatie over projecten die we afbouwen archiveren we uiteraard. Dit besluit gaat overigens (vooral) over het feit dat we in de toekomst (nog) kritischer afwegen of we een nieuw project starten of niet. Besluit 8 Afbouwen: Geen extra communicatie om het bereik van afzonderlijke regelingen en voorzieningen te vergroten omdat het effect hiervan zeer beperkt is. Advies: zie kanttekening inzake OCO bij Besluit 3. Reactie college: Zie onze reactie bij besluit 3. Zorg voor een heldere vindplaats voor alle regelingen digitaal en in een brochure.

Reactie college: We hebben de regelingenwijzer op papier (inwoners die eerder gebruik maakten van minimaregelingen van de gemeente ontvangen deze elk jaar automatisch thuis). De regelingenwijzer is ook online te vinden. We werken aan verbetering van deze regelingenwijzer. Hij is erg veelomvattend. Met dit afbouwpunt willen we vooral benadrukken dat we blijven communiceren over onze regelingen (via allerlei kanalen), maar dat nóg meer communicatie over minimaregelingen weinig extra gebruik zal opleveren. We willen onze regelingen vooral eenvoudiger en toegankelijker maken en daar onze energie in steken. We kennen nu zeer veel verschillende regelingen, waardoor het ook lastig communiceren is. Daarnaast willen we toewerken naar een persoonlijke benadering dichtbij in de buurt. Ten slotte willen we het makkelijker maken om gebruik te maken van voorzieningen en eventuele drempels (ingewikkeldheid, manier van aanvragen) weg te nemen. We doen nu bv onderzoek naar de invoering van een meedoenpas (een pas waarmee we een aantal losse regelingen (bv kleding- en schoenenbonnen) overbodig maken en meer keuzevrijheid bieden hoe de inwoner het tegoed op de pas besteedt). Ook gaan bieden we inwoners proactief de voorzieningenwijzer aan.

Inwoners krijgen een persoonlijk gesprek aan huis waarbij alle lokale en landelijke voorzieningen voor mensen met weinig geld bekeken worden en desgewenst ter plekke wordt geregeld om daar gebruik van te

maken. Een gemiddeld huishouden bespaart zo jaarlijks €500,(https://www.devoorzieningenwijzer.nl/)). Samenleven. Besluit 9 Accent: Voorwaarden scheppen voor de bloei van gemeenschapskracht, inwonersinitiatief en omzien naar elkaar. Advies: Bied de dorpen voorbeelden van “good practices” uit andere dorpen en gemeenten aan om als dorp/buurt de juiste keuze te kunnen maken. Reactie college: Dit advies nemen we over. Dit is een uitstekende manier om inwoners te inspireren en op weg te helpen. We hebben er goede ervaringen mee. Zorg voor uitbreiding van bloeizones Reactie college: Bloeizones ontstaan van onderop en kunnen we als gemeente niet ‘uitbreiden’. Dan is het een project van de gemeente, voelen inwoners zich geen eigenaar en beklijft het niet. Natuurlijk ondersteunen we dorpen die een bloeizone willen worden wél van harte (als ze daar behoefte aan hebben). Ook hiervoor geldt dat het uitdragen van de bestaande voorbeelden kan bijdragen aan uitbreiding van dergelijke initiatieven. Besluit 10 Afbouwen: We bemoeien ons niet met de inhoud en uitvoering van initiatieven, maar laten dit bij de inwoners(groepen), dorpen en buurten en maatschappelijke organisaties. Advies: Akkoord met kanttekening van hierboven bij Besluit 9. Opmerking: graag aandacht voor de regiefunctie, waardoor niet op meerdere plekken hetzelfde wordt gedaan voor dezelfde doelgroep.

Reactie college: Onze dorpencoördinatoren en opbouwwerkers hebben veel contact met inwoners die initiatieven nemen, leggen verbindingen en denken mee. Maar van regie voeren op initiatieven is geen sprake. Het staat inwoners vrij om activiteiten of projecten op te zetten, ook al is dat voor dezelfde doelgroep. Denk aan meerdere initiatieven tegen eenzaamheid in één dorp. Daar waar de dorpencoördinatoren en/of opbouwwerkers betrokken worden en/of horen van dergelijke initiatieven kunnen ze wel verbindingen leggen, tips en adviezen geven of wijzen op soortgelijke projecten. Als er een subsidie wordt gevraagd, kunnen we als gemeente wat meer ‘eisen’ stellen (dubbelingen voorkomen, geen subsidie voor hetzelfde soort initiatief). Gezondheid. Besluit 11 Accent. Integrale aanpak om te komen tot een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag. Advies: Akkoord. Dit vraagt om heldere communicatie met meerdere gelederen, o.a. huisarts, fysio, scholen. Beschikbaarheid van ‘sportlocaties, verenigingen en trainingsmogelijkheden/coaches. Bij tijdige preventie wordt veel (duurdere) zorg voorkomen. Reactie college: Dit onderschrijven wij.

Besluit 12 Accent: Preventief inzetten op een gezonde en actieve leefstijl waarin reablement (herstel), bewegen, voeding en weerbaarheid centraal staan. Advies: Akkoord. Besluit 13 Afbouwen: Niet betuttelen, maar uitnodigende projecten en programma’s die inspelen op intrinsieke motivatie van inwoners. Advies: Akkoord. Opmerking: Noodzaak is om dit eerst goed inzichtelijk te maken door aandacht te besteden in de regionale bladen, helder en begrijpelijke taal, concrete voorbeelden. Goed voorbeeld doet goed volgen, dit kan niet los gezien worden van tijdige preventie. Reactie college: Dit onderschrijven we. We besteden veel aandacht aan communicatie rondom positieve gezondheid. Hier geldt net als bij de bloeizones (zie besluit 9) dat initiatieven van onderop het beste werken en ‘beklijven’. Goed Opgroeien. Besluit 14 Accent: Kansrijke start voor kinderen. Advies: Akkoord. Goed opgroeien is verbonden met de leef- en woonsituatie waarin kinderen zich bevinden. Draag zorg voor directe betrokkenheid vanaf de geboorte, o.a. consultatiebureau (signalerende functie, ondersteunende bij individuele vragen), huisarts, zorgaanbieders en tijdige preventie. Reactie college: Dit onderschrijven wij. Besluit 15 Accent: Beperken jeugdhulpvragen door gerichte preventie. Advies: Akkoord. Opmerking: Belangrijk blijft dat er vanuit de hulpvraag gekeken wordt wat nodig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=78a4981f-65cb-4e55-9259-ce104e85054c