Agendabundel
Tekst van het document
Met de voorstelde verhogingen betekent dit het volgende: • OZB 2024: € 397 • OZB 2025 met alleen indexatie: € 408 • OZB 2025 met indexatie en verhoging: € 551 • OZB 2026 met verhoging: € 695 • OZB 2027 met verhoging: € 838 • OZB 2028 met verhoging: € 981 2. Toelichting energielasten Hieronder staat een toelichting over de huidige raming van de energielasten Na de historisch hoge energietarieven in 2023, is door de dalende prijzen het budget voor energie in 2024 met € 200.000 verlaagd. Dit is niet zo expliciet terug te vinden in de programmabegroting 2024 omdat het op diverse plaatsen wordt verantwoord. Op basis van de huidige verwachting is het budget voor 2024 toereikend. De eerste berichten over de energietarieven 2025 zijn dat de tarieven voor 2025 verder zullen dalen. Als dit inderdaad de werkelijke tarieven worden kan het budget met € 100.000 naar beneden worden bijgesteld. 3. Onderbouwing mogelijkheden en onmogelijkheden eigenaarschap gemeente van de Miente Hieronder staat informatie over het eigenaarschap (en de mogelijkheden en onmogelijkheden daarvan) van de Miente Het is al heel wat jaren bij ons het uitgangspunt dat beheer en exploitatie zoveel mogelijk bij een andere partij wordt belegd. Omdat ook de kennis en expertise bij de andere partij ligt. Het economisch claimrecht ligt dan bij de gemeente, maar het juridisch eigendom bijvoorbeeld bij een stichting.
Over de situatie bij de Miente: btw technisch maakt dit geen verschil. Hier is eigendom niet van belang, maar het gebruik is van belang. En dat is in beide eigendomssituaties in principe het zelfde. Als wij eigenaar zouden zijn van de Miente kunnen we tot 60% van de WOZ waarde afschrijven. Een deel van de investering heeft betrekking op het gebouw zelf, namelijk € 2,5 miljoen (dit is exclusief inrichting van het gebouw etc.). De afschrijvingslast die hieruit voortkomt is € 63.000 per jaar. Als we eigenaar worden en afschrijven tot 60% van de WOZ waarde gaan we er vanuit dat de WOZ waarde op ongeveer 60% van de
nieuwbouwwaarde ligt. De restwaarde komt daarmee op ruim € 900.000. De afschrijving wordt daarmee bijna € 23.000 lager (doordat we afschrijven met een restwaarde) ten opzichte van volledig afschrijven tot nul. Daar staan weer andere beheer- en eigenaarslasten en verplichtingen tegenover. Zoals dat we verantwoordelijk worden voor het personeel, vrijwilligers, flexibele verhuur, de horeca en het onderhoud van het gebouw. Deze taken worden nu door vrijwilligers van de Miente uitgevoerd. Daarnaast hebben we het gebouw (verschillende percelen) nu ook niet in eigendom. Het bestuur van stichting De Miente heeft beheer en exploitatie van de Miente goed op orde, is enthousiast over de plannen rondom de culturele Bruisplek, in combinatie met dorpshuisactiviteiten. Er is in die zin ook geen aanleiding om het eigendom te wijzigen. 4. Toekomstvisie inclusief marktonderzoek bedrijventerreinen Hieronder staat het antwoord op de vraag of het mogelijk is diverse onderzoeken te combineren In de toekomstvisie schetsen we hoe we willen dat Ooststellingwerf er in 2040 uit ziet. Een realistisch en tot de verbeelding sprekend toekomstbeeld. Hierbij maken we ook gebruik van de bestaande beleidsdocumenten Natuurlijk maken we ook de vertaling naar de keuzes die we moeten maken om daar te komen.
Naast ambtelijke inzet (reguliere formatie) vraagt dit de inzet van een extern bureau die ons hierin begeleidt. Daarnaast is budget nodig om (markt)onderzoek te laten doen in het licht van de toekomstvisie, bijvoorbeeld naar de (uitbreidings)behoefte aan bedrijventerreinen. Het is mogelijk om in totaal € 165.000 beschikbaar te stellen waarbij voorstel 3.4c. uit de oorspronkelijke kaderbrief (€ 50.000 voor marktonderzoek bedrijventerreinen) komt te vervallen. 5. Rente Hieronder geven wij een toelichting op de geraamde rente voor de (her)financieringen. In de begroting 2024 hebben we rekening gehouden met een financieringsbehoefte (voornamelijk herfinanciering) van € 20 miljoen. Er is rekening gehouden met een rentepercentage van 3%. Het huidige rentepercentage (als we nu zouden financieren) ligt nog steeds rond 3%. 6. Meicirculaire. Hieronder staan de structurele gevolgen van de meicirculaire: 2025: € 805.000 positief 2026: € 187.000 negatief 2027: € 121.000 negatief 2028: € 29.000 positief
Mededeling aan de raad Van Datum B&W Onderwerp Portefeuillehouder Domein
: : : : :
Burgemeester en wethouders 9 juli 2024 Beantwoording vragen over Valys Esther Verhagen Raadsvergadering/Kaderbrief
Kennis te nemen van De beantwoording van de toezegging over terugkoppeling klachten over Valys
Inleiding In de commissievergadering P&C op 18 en 19 juni 2024 zijn vragen gesteld over mogelijke klachten over Valys, met name de terugreis. De toezegging is gedaan om hier navraag naar te doen. In deze mededeling leest u het antwoord daarop.
Kernboodschap Er is navraag gedaan via twee sporen; via Valys en via onze lokale vervoerder. Valys geeft na verschillende contactmomenten - zwart op wit - aan gegevens over klachten van inwoners uit Ooststellingwerf niet te kunnen delen. Ook niet als het gaat om niet tot de persoon te herleiden klachten en/of een samenvatting over de aard van de klachten. Op die manier weten we ook niet of er überhaupt klachten door onze inwoners bij Valys zijn ingediend. De navraag bij Personenvervoer Kort is enigszins vertraagd wegens vakantie bij Kort. Het contact levert op dat er bij Kort geen (officiële) klachten van inwoners over Valys bekend zijn. Wel laten inwoners soms informatie los tegenover een chauffeur of een telefonist. Dat is informatie die zich als volgt laat samenvatten. Wmo en Valys zijn beide vormen van collectief vervoer, bij beide vormen zit men meestal niet alleen in de auto. Wmo ritten over langere afstanden worden ook binnen ons eigen collectief vervoer gecombineerd. Maar Valys kent een landelijke aansturing. Dat maakt de kans op combinatieritten groter. Er wordt op landelijk niveau gecombineerd. Wat maakt dat men soms ook langer/verder om moet rijden. De praktische afstanden in het vervoer zelf zijn niet alleen groter, maar ook de persoonlijke afstand bij de reservering en de contacten. Mensen kennen elkaar niet. Niet aan de telefoon en niet in de auto.
Dat maakt het moeilijker om met persoonlijke omstandigheden rekening te houden en waar nodig maatwerk te bieden. De heenreis wordt over het algemeen geregeld door de lokale vervoerder, die de klant kent. De terugreis is vaak via een andere vervoerder omdat de terugreis geboekt wordt van de plek waar de Wmo cliënt op dat moment is. Is dat in Amsterdam dan wordt de terug reis gereden door een bedrijf uit Amsterdam. En niet alle taxibedrijven hanteren dezelfde service norm. Met de Schipholtaxi, een landelijk vervoerssysteem voor transfers naar Schiphol, werd eenzelfde situatie als bij Valys gezien. De lokale vervoerder werd dan gebeld. Dit in plaats van inschakeling van de Schipholtaxi. Dat was dan wel wat duurder, maar anders moest men wellicht omrijden. Tot zover, samengevat, de opbrengst vanuit de navraag bij Personenvervoer Kort. Hierbij benadrukken we dat dit geen officiële weergave is. Kort voert geen registratie van klachten, aard, aantal etc. over Valys. Wat ook logisch is want het zijn geen klachten over vervoersbedrijf Kort. Daarom betreft het een weergave van herinneringen aan enkele contacten met inwoners door de jaren heen.
Vervolg Deze beantwoording te betrekken bij de Kaderbrief over het onderwerp Valys.
Bijlagen Geen.
VRAGENKWARTIER
# V-063 De gezamenlijke raadscommissie Ruimte, Samenleving en P&C van de gemeente Ooststellingwerf in vergadering bijeen d.d. 3 december 2024 Aan het college van B&W Steller vragen: Ignas Minnema, D66 Ooststellingwerf Onderwerp: Volbouwen van open gebied in Appelscha Aanleiding: Via ingekomen stuk ID 1698 en ID 1706 hebben omwonenden van percelen in Appelscha hun zorgen geuit over bouwplannen aldaar. Specifiek betreft het mogelijke bouwplannen voor percelen die kadastraal bekend staan onder Makkinga K1202 en K589(0) en betreft het een gebied in Appelscha dat bij de gemeente bekend staat als Appelscha-Noord fase II. De ingekomen stukken en hoe het vervolgproces eruit ziet roept bij de D66-fractie vragen op. Vraag: 1. Naar onze beleving is de bestemming voor de genoemde percelen door de gemeenteraad in haar vergadering van 25 mei 2004 vastgesteld als: ‘grasland, voor zover op de plankaart als zodanig aangeduid, waarvan de inrichting en het gebruik dient te worden afgestemd op de tuinen bij de aangrenzende woningen en/of een hobbymatig gebruik zoals huisweide, volkstuin en dergelijke.’ Kunt u deze bestemming bevestigen? Is dit nog steeds de actuele bestemming van de percelen? Zo nee, wat is dan de actuele bestemming en wanneer is deze door de gemeenteraad vastgesteld? Waarom is die bestemming dan gewijzigd? 2.
In de beheersverordening Appelscha 2014 is een kaart van Appelscha opgenomen. Deze kaart wekt de suggestie dat de bestemming van genoemde percelen zou zijn gewijzigd naar ‘wonen’. In hoofdstuk 4 Juridische Toelichting en uitvoerbaarheid wordt echter onder 4.1 gesteld dat de beheersverordening de (dan) bestaande situatie vastlegt door middel van een besluitgebied. Zo zou worden aangesloten bij de geldende bestemmingsplannen. Echter: Onder 1.3 van de beheersverordening wordt aangegeven dat een aantal bestemmingsplannen geheel of gedeeltelijk worden vervangen. Niet duidelijk is of dit dan ook geldt voor Appelscha-Noord fase II, Hoe verhoudt de kaart in de beheersverordening Appelscha 2014 zich tot het eerder
vastgestelde bestemmingsplan, en de daarin vastgelegde bestemming voor genoemde percelen? 3. De eigenaar van de percelen zou een verzoek hebben ingediend bij de gemeente om op de genoemde percelen te mogen bouwen. Kunt u uitleggen hoe u in algemene zin met dergelijke verzoeken om gaat (proces), en wat de mogelijke uitkomsten van een dergelijk verzoek kunnen zijn? 4. In hoeverre is er, om aan het mogelijke verzoek van de eigenaar te kunnen voldoen, een wijziging van bestemmingsplan nodig? Heeft de gemeenteraad hier nog een rol in? 5. Omwonenden wijzen er op dat destijds (periode 1998-2004), bij de bouw van Appelscha-Noord fase II, de gemeente een hogere prijs voor bouwterrein heeft gevraagd in het geval van een betere ligging, tot zelfs de hoofdprijs bij een gunstige ligging. Het is destijds gepresenteerd als wonen met uitzicht over landerijen aan zowel de noord- als de oostzijde. Kan het college bevestigen dat de uitgangspunten van betere en gunstige ligging, en het wonen met het genoemde uitzicht, nog steeds gelden voor Appelscha Noord fase II? Zo nee, waarom niet? 6. In hoeverre wordt er bij een bouwverzoek gekeken naar kwaliteit van de woon- en leefomgeving, en bijvoorbeeld de verhouding openbaar groen en speelplekken ten opzichte van de hoeveelheid/oppervlakte bebouwing in de directe omgeving? 7.
Bent u van mening dat er in dit deel van Appelscha-Noord voldoende speelplekken en/of openbare groenvoorzieningen zijn? Zo ja, waar baseert u dat op? Ondertekening, Ignas Minnema, D66 Ooststellingwerf
VRAGENKWARTIER
#V-064 De gezamenlijke raadscommissie Ruimte, Samenleving en P&C van de gemeente Ooststellingwerf in vergadering bijeen d.d. 3 december 2024 Steller vragen: Marie van Tellingen, CDA Onderwerp: Aansprakelijkheid vrijwilliger Aanleiding: In het nieuws van afgelopen week zag ik het volgende onderwerp langskomen: Het ging hier over een vrijwilliger van een sportvereniging. Er moest een nieuwe accommodatie gebouwd worden. Het gebouw werd slechts voor de helft gebouwd omdat er problemen kwamen rond de bouwkosten. De persoon in kwestie werd door het bouwbedrijf aansprakelijk gesteld voor een schuld van 330.000 euro. Na een reeks rechtszaken werd hij in het gelijk gesteld en hoefde hij de 330.000 euro niet te betalen. Maar bleef toch zitten met een bedrag van 10.000 euro aan juridische kosten. Dit is maar een voorbeeld, maar er zijn meer onderwerpen waarvoor vrijwilligers aansprakelijk gesteld kunnen worden. Vragen: - Wij weten dat de gemeente een vrijwilligers verzekering heeft. Maar worden deze risico’s ook gedekt? - Zijn de vrijwilligers zich hier voldoende van bewust? - Zo ja, zou dit ten koste gaan van de creatieve vrijwilligers? - Is het een idee om hierop de op de gemeentepagina aandacht aan te schenken? Ondertekening, CDA, Marie van Tellingen
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: : : : :
commissie Ruimte Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 Energietransitie Gerben But 0085221616
Datum collegevergadering 5 november 2024.
Voorgesteld besluit 1. Het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 vast te stellen.
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag.
Inleiding Vanuit het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021-2025 werken we aan het thema Energietransitie met als doel: een energieneutraal Ooststellingwerf in 2030. Met het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 (bijlage 1) werken we dit thema verder uit en stellen we acties en maatregelen op voor de komende vijf jaar.
Argumenten 1.1. Het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 beschrijft hoe we onze doelstellingen voor de energietransitie willen bereiken. Het Uitvoeringsplan beschrijft hoe gemeente Ooststellingwerf in 2030 CO2eqv- neutraal1 kan zijn voor wat betreft het energieverbruik. Het Uitvoeringsplan geeft inzicht in de verschillende onderdelen in het toekomstige energiesysteem van gemeente Ooststellingwerf de ontwikkelingen en mogelijkheden om de energietransitie te versnellen. Per onderdeel zijn ambities, acties en maatregelen geformuleerd en beschrijven we de rol van de gemeente. Met het Uitvoeringsplan zetten we in op innovaties en nieuwe mogelijkheden die de energietransitie biedt. We gaan actief aan de slag om voorop te blijven lopen, bijvoorbeeld op het gebied van waterstof. 1.2. De uitkomsten van de werkvergaderingen met uw gemeenteraad zijn in het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 uitgewerkt. In de raadsvergadering van januari 2024 heeft u de startnotitie Energietransitie vastgesteld. De startnotitie Energietransitie gaf een beeld van de stand van zaken in de energietransitie in gemeente Ooststellingwerf. Daarna zijn voor de zomer 2024 in twee werkvergaderingen met u een aantal scenario’s en denkrichtingen verkend en gesprekken gevoerd over de rol van de gemeente in het versnellen van de energietransitie.
De uitkomsten van de werkvergaderingen en de conclusies voor het vervolg zijn uitgewerkt in het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030.
Binnen een CO2eqv- neutraal systeem is de CO2-uitstoot zo ver mogelijk gereduceerd en de restuitstoot wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen. De CO2-uitstoot is dus netto nul (uit: fet-kennisdocument-tbv--friese-energievisie.pdf) 1
Kanttekeningen 1.1. De landelijke politiek is onzeker en er is nog geen duidelijkheid over het beschikbare geld vanaf 2026. Het realiseren van het Uitvoeringsplan en het behalen van onze doelstelling is afhankelijk van politieke beslissingen van het Rijk. De CDOKE-middelen van het Rijk die we gebruiken voor de uitvoering van dit Uitvoeringsplan, zijn beschikbaar gesteld tot en met 2025. Voor de jaren 2026 tot 2030 is er door het Rijk budget gereserveerd voor deze regeling. Hierbij is een korting van 10% verwerkt. Ook wordt er in het kader van bezuinigingen gesproken over een aanvullende korting. Pas na publicatie van een nieuwe regeling, hebben we zicht op de beschikbare middelen na 2025 en de voorwaarden die daarbij horen. Tegelijkertijd is de energietransitie een verandering die op gang is gebracht en nauwelijks meer te stoppen valt. Het is niet meer een kwestie van aanjagen vanuit de overheid, maar meer een kwestie van begeleiden van initiatieven vanuit de samenleving. 1.2. Het geld voor stimuleringsleningen raakt op. De duurzaamheidsleningen zijn een belangrijk instrument om de energietransitie ook voor inwoners met een kleine beurs mogelijk te maken.
Het budget voor de duurzaamheidsleningen is onderdeel van de regeling Stimuleringsregeling Duurzaam en Leefbaar Ooststellingwerf, waaruit ook de verzilverleningen (aanpassingen woningen 70-plussers) en startersleningen worden verstrekt. Door de grote vraag naar leningen, raakt dit geld op. We voorzien dat hier in de toekomst extra budget voor nodig is en komen samen met de afdeling Samenleven in 2025 met een raadsvoorstel. 1.3. Ook landbouw en landgebruik stoten broeikasgassen uit. Het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf gaat niet over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen door landbouw en landgebruik. Hiervoor is een andere inspanning nodig. Nu de Rijksoverheid niet meer met het Nationaal Programma Landelijk Gebied verder gaat, ontstaat er een leemte. Toch verwachten wij veel ontwikkelingen in het landelijk gebied en is samenhangend beleid voor het landelijk gebied nodig. Daarom komen wij hiervoor met een aanvullend voorstel als uitwerking op de startnotitie stikstof. In het Uitvoeringsplan Energietransitie is wel aandacht voor landbouw en boerderijen. De landbouw gebruikt energie en er zijn belangrijke mogelijkheden om duurzame energie op te wekken bij boerderijen. Het onderdeel energie en landbouw is dus wel in het Uitvoeringsplan opgenomen. 1.4. Het onderwerp energietransitie staat niet op zichzelf.
De energietransitie is één van de drie thema’s in het Programma Duurzaam Ooststellingwerf. Vanuit dit programma werken we daarnaast aan de thema’s klimaatadaptatie en circulaire economie. Met de afbeelding in bijlage 2 geven we de samenhang tussen de onderwerpen en plannen binnen het programma weer. Daarnaast zijn er raakvlakken met onder andere het landelijk gebied, stikstof, wonen en het sociaal domein. Een integrale en gezamenlijke aanpak is daarom belangrijk. Vanuit het programma Duurzaamheid sturen we hierop.
Financiële toelichting Het Uitvoeringsplan Energietransitie financieren we gedeeltelijk via specifieke uitkeringen van het Rijk, zoals: • CDOKE-middelen: een specifieke uitkering van de Rijksoverheid voor personele inzet en overige kosten gerelateerd aan de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 hebben wij CDOKE-middelen van het Rijk ontvangen, ongeveer € 525.000 per jaar. De ambtelijke inzet voor het Uitvoeringsplan Energietransitie wordt gedekt via dit budget. Voor de jaren 2026 tot 2030 is er door het Rijk budget gereserveerd voor deze regeling. Hierbij is een korting van 10% verwerkt. Ook wordt er in het kader van bezuinigingen gesproken over een aanvullende korting. Pas na publicatie van een nieuwe regeling, hebben we zicht op de beschikbare middelen na 2025 en de voorwaarden die daarbij horen. Zie ook kanttekening 1.1. • Lokale aanpak isolatie: een specifieke uitkering voor de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen met een lage WOZ-waarde. Voor de jaren 2023 tot en met 2026 (eerste tranche) hebben wij een specifieke uitkering van ongeveer € 1.560.000 van het Rijk ontvangen voor de verduurzaming van
•
slecht geïsoleerde woningen met een WOZ-waarde lager dan € 309.000 (peildatum 1 januari 2022). In het vierde kwartaal van 2024 dienen we een aanvraag in voor de tweede tranche. Energiearmoede: een specifieke uitkering voor de ondersteuning van huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten. Voor de periode tot en met 2025 hebben wij een specifieke uitkering van circa € 920.000 van het Rijk ontvangen voor de ondersteuning van huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten. Uit dit budget is het energiecoachgesprek met witgoedwissel betaald. Ook worden uit dit budget de maatwerk- en financiële adviezen betaald voor inwoners met energiearmoede, die gebruik maken van de isolatie actie van de gemeente (zie lokale aanpak isolatie).
Naast deze specifieke uitkeringen financieren we het Uitvoeringsplan Energietransitie met: • Budget voor transitievisie Warmte: voor de uitvoering van de transitievisie Warmte is een budget beschikbaar van ongeveer € 290.000. Het resterende budget wordt jaarlijks via de algemene reserve overgeheveld naar het volgende jaar. • Budget voor duurzaamheidsleningen: het budget voor de duurzaamheidsleningen is onderdeel van de regeling Stimuleringsregeling Duurzaam en Leefbaar Ooststellingwerf, waaruit ook de verzilverleningen (aanpassingen woningen 70-plussers) en startersleningen worden verstrekt. Door de grote vraag naar leningen, raakt dit geld op. We voorzien dat hier in de toekomst extra budget voor nodig is en komen samen met de afdeling Samenleven in 2025 met een voorstel. Zie ook kanttekening 1.2. • Budgetten van andere beleidsonderdelen met raakvlakken met de energietransitie: onderwerpen zoals het landelijk gebied, stikstof, wonen, sociaal domein en mobiliteit hebben raakvlakken met de energietransitie. Bij financiering van acties en maatregelen die raakvlakken hebben met andere onderwerpen, kijken we naar een passende inzet van het beschikbare budget. • Structureel en incidenteel budget Programma Duurzaamheid: binnen het Programma Duurzaamheid is een structureel budget beschikbaar van € 170.000 per jaar en in 2025 en 2026 een incidenteel budget van € 250.000 per jaar.
Deze middelen zetten we in voor de uitvoeringskosten van alle uitvoeringsplannen binnen het Programma Duurzaamheid die niet gedekt kunnen worden via een specifieke uitkering van het Rijk of een ander daarvoor beschikbaar gesteld budget. In 2024 wordt het incidentele budget door de inzet van specifieke uitkeringen niet volledig benut. Voor de periode vanaf 2027 verwachten we mogelijk dekkingsproblemen, omdat er minder incidenteel budget beschikbaar is (het vervallen van het extra incidentele budget van € 250.000 per jaar, de verwachte korting op de CDOKE-regeling vanaf het jaar 2026 en het vervallen van verschillende specifieke uitkeringen). Bij de jaarrekening 2024 gaan we u voorstellen om het resterende incidentele budget toe te voegen aan een reserve voor het Programma Duurzaamheid, zodat hier tijdens de looptijd van het Uitvoeringsplan Energietransitie lasten uit gedekt kunnen worden. • Eventueel aanvullend budget vragen we op tijd via de kaderbrief aan: voor plannen die de komende jaren niet gedekt kunnen worden uit bovenstaande budgetten, komen wij op tijd met een voorstel bij u.
Sustainable Development Goals (SDG’s) Met het Uitvoeringsplan Energietransitie werken we aan betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen (SDG 7: Betaalbare en duurzame energie), stimuleren we duurzame industrie en innovatie (SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur) en werken we aan het veilig, veerkrachtig en duurzaam maken van onze leefomgeving (SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen).
Inwonersparticipatie Het halen van onze doelstellingen voor de energietransitie wordt voor een belangrijk deel bepaald door de maatregelen die onze inwoners en bedrijven willen nemen. Daarom betrekken we hen bij de uitvoering.
Publicatie voor bekendmaking De gemeenteraad van de gemeente Ooststellingwerf heeft het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 vastgesteld.
Vervolg Planning & communicatie Na vaststelling door de gemeenteraad starten we met de uitvoering van het Uitvoeringsplan.
Evaluatie In het Uitvoeringsplan schetsen we de richting voor de komende jaren. De energietransitie is een verandering waarvan we het pad nog niet precies kennen. Technologische innovaties en veranderingen in wetten en regels hebben invloed op de uitvoering. Daarom bewaken we de voortgang van de uitvoering in de jaarlijkse planning en control cyclus. We evalueren het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf aan het einde van de beleidsperiode van vijf jaar.
Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
, burgemeester.
Bijlagen 1.
2.
Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030, met daarbij: Bijlage 1a. Regioanalyse Ooststellingwerf-Weststellingwerf. Bijlage 1b. CO2-Routekaart 2030. Afbeelding samenhang Uitvoeringsplan Energietransitie met het Programma Duurzaamheid.
Geheime stukken 1.
Niet van toepassing.
De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ; 5 november 2024 Besluit 1. Het Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030 vast te stellen.
Besloten in de openbare vergadering van 17 december 2024. , griffier.
, voorzitter.
Uitvoeringsplan Energietransitie Ooststellingwerf 2025-2030
Voorwoord Vanuit het Programma Duurzaam Ooststellingwerf
Via energiegemeenschappen kunnen inwoners,
waarmee we de CO2 opname in onze gemeente
2021-2025 werken we binnen het thema
lokale overheden en kleine ondernemingen samen
vergroten en zo onze voetafdruk verkleinen.
Energietransitie aan het doel: Ooststellingwerf
energie opwekken, delen en verkopen. Hiermee
Bomen zijn geplant op een manier dat ze meer
energieneutraal in 2030. Het doel om energieneutraal
maken we verder de omslag naar lokaal en sociaal
bieden dan alleen CO2 opname: biodiversiteit,
te zijn in 2030 bereiken we door de energie die we
eigenaarschap van energie.
vruchtbare bodem, schaduw, vasthouden van regen,
nodig hebben duurzaam op te wekken.
Het gasverbruik in woningen, bedrijven en
bouwmaterialen en grondstoffen, toerisme en
instellingen is in 2030 afgenomen. Het gas dat nog
recreatie, zuivering van lucht, water en bodem.
gebruikt wordt, is lokaal opgewekt groengas. Onze
Door de gezamenlijke inspanning van inwoners,
industrie maakt daarnaast gebruik van waterstof
bedrijven en de gemeente wordt Ooststellingwerf
In 2030 is de CO2 uitstoot door energieverbruik
uit lokale zonnestroom. Bedrijventerreinen zijn
één van de voorlopers in Nederland en laat het in
van onze woningen, bedrijven en instellingen nul.
ingericht als energiehubs waar energievraag,
de praktijk zien dat de transitie naar een duurzamere
We gebruiken steeds minder energie. De stroom
productie en opslag onderdeel van zijn.
samenleving veel voordelen heeft, zoals een
Onze visie op een energieneutraal Ooststellingwerf 2030
die we gebruiken wordt lokaal en duurzaam
gezondere leefomgeving en een voorspelbaardere
opgewekt. Woningen zijn geïsoleerd en verwarmd
Ook de CO2 uitstoot door verkeer en vervoer in
door warmtepompen. Inwoners, bedrijven en
onze gemeente is afgenomen. We zijn overgestapt
instellingen hebben maatregelen genomen voor
op duurzamere vormen van brandstof, zoals
Dit uitvoeringsplan beschrijft de mogelijkheden
energiebesparing. Onze inwoners, bedrijven en
stroom en waterstof en pakken vaker de fiets of
voor versnelling van de energietransitie en wat de
instellingen gaan efficiënt en bewust met stroom
bus in plaats van de auto. De gemeente faciliteert
gemeente hieraan kan doen.
om: zij gebruiken minder stroom en vraag en aanbod
en stimuleert inwoners en bedrijven bij het doen
Het halen van de doelstelling wordt voor een
van stroom is slim op elkaar afgestemd. Hierdoor
van investeringen en maakt aanpassingen in de
belangrijk deel bepaald door de maatregelen die
gebruiken we stroom wanneer het beschikbaar is en
openbare ruimte.
onze inwoners en bedrijven willen nemen. Daarbij
wordt netcongestie beperkt. Pieken in stroom slaan
Naast maatregelen om onze CO2 uitstoot te
willen wij zoveel mogelijk obstakels wegnemen die
we op met batterijen.
verlagen, planten we bomen en telen we gewassen
hen ervan weerhouden om tot uitvoering te komen.
energierekening.
2
Inhoudsopgave Inleiding
4
Ons toekomstig energiesysteem
6
Wonen
7
Bedrijven en instellingen
10
Vervoer
13
Stroom
17
Van aardgas naar groengas en waterstofgas
19
Energienetwerk en energiehubs
22
Energie opslaan
25
CO2 opslaan
28
Financieel kader
30
Begrippenlijst
31
Bijlagen
34
Inleiding Dit uitvoeringsplan beschrijft hoe gemeente Ooststellingwerf in 2030 CO2eqv- neutraal kan zijn voor wat betreft het energieverbruik. We
geactualiseerd. Deze notitie vormt het uitvoeringsplan voor het thema energietransitie en maakt dus onderdeel uit van het Programma Duurzaam Ooststellingwerf.
beschrijven de mogelijkheden voor versnelling van de energietransitie.
Meetjaar voor deze notitie: 2021
Het halen van de doelstelling wordt voor een belangrijk deel bepaald
Op het moment van schrijven van deze notitie zijn alleen voor de periode
door de maatregelen die onze inwoners en bedrijven willen nemen.
1990-2021 volledige gegevens beschikbaar voor het vaststellen van de
We beschrijven hoe de gemeente hen kan helpen en kan bijdragen aan
CO2-uitstoot (zie bijlage 3). Daarom is deze notitie gebaseerd op de
het bereiken van de ambitie.
gegevens van 2021. Over de jaren 2022 - 2023 zijn nog niet alle gegevens beschikbaar. Dit betekent dat de inspanningen van het programma
Binnen een CO2eqv-neutraal systeem is de CO2-uitstoot zo ver mogelijk gereduceerd en de restuitstoot wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen. De CO2-uitstoot is dus netto nul. Uit: fet-kennisdocument-tbv--friese-energievisie.pdf
Samenhang met Programma Duurzaam Ooststellingwerf
daardoor nog niet of slechts beperkt zichtbaar zijn in de cijfers. Waar mogelijk zijn de algemene cijfers aangevuld met andere gegevens.
Aanpak We blijven de trias energetica volgen. Dat betekent dat we bij voorkeur eerst maatregelen nemen waardoor we minder energie hoeven te verbruiken. Het resterende energieverbruik wekken we duurzaam op. Op momenten dat meer energie opgewekt wordt dan verbruikt, slaan we
De gemeenteraad heeft in 2021 (Nota van uitgangspunten: Programma
de energie op voor gebruik op een ander moment. De CO2 uitstoot van
Duurzaam Ooststellingwerf 2021 – 2025, Samen op weg naar een CO2
fossiele energie die we nog niet kunnen vermijden, slaan we
neutraal Ooststellingwerf in 2030) de ambitie uitgesproken in 2030
duurzaam op. Samen met Liander hebben we een onderzoek laten doen
CO2-neutraal te zijn.
naar de mogelijkheden van het energienetwerk. Het energienetwerk
In 2021 is het Programma Duurzaam Ooststellingwerf vastgesteld door
dreigt op piekmomenten overbelast te raken. Daarom zijn maatregelen
de gemeenteraad. Het programma heeft drie thema’s: energietransitie,
nodig. Helaas kan Liander pas na 2032 het netwerk in Friesland volledig
klimaatadaptatie en circulaire economie. In 2025 wordt het programma
versterkt hebben. Daarom gaan we in dit uitvoeringsplan uit van een mix
4
van duurzame energiebronnen, samen met slimme oplossingen. Deze aanpak
CO2eqv-reductie ten opzichte van 1990 én in de prognose tot 2030
past binnen het bestaande netwerk. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 2.
op basis van openbaar beschikbare bronnen en additioneel voorgenomen regionaal beleid.
Doelgericht Het uitvoeringsplan is doelgericht. Dat betekent dat we acties en 250
Rollen gemeente
maatregelen nemen die bijdragen aan het halen van de doelen en
De gemeente heeft verschillende rollen in de uitvoering van de
ambities. In dit plan staan veel acties en maatregelen. We blijven de
energietransitie:
150 komende jaren monitoren of dit de juiste maatregelen zijn en stellen
· Realiserend: de gemeente voert zelf de maatregelen uit in haar
200
indien nodig bij. Het regionale klimaatdashboard van Berenschot
eigendom (openbare ruimte en maatschappelijk vastgoed).
helpt ons hierbij. Het dashboard geeft inzicht in de voortgang van
· Regulerend: de gemeente stelt regels vast vanuit haar rol als
100
bevoegd gezag.
50
Figuur 1: Totale CO2eqv-uitstoot per type (na 2021 prognose) (bron: regionaal 1990 1995klimaatdashboard 2000 2005Ooststellingwerf, 2010 2015 Berenschot) 2020 2025
0
Energiesysteem
Veehouderij en landgebruik
· Samenwerkend: de gemeente werkt samen met inwoners, 2030
2035
Verkeer en vervoer
250
organisaties en andere overheden aan maatregelen. De gemeente maakt daarbij gebruik van netwerken om regionale thema’s aan te kaarten op provinciaal, landelijk en Europees niveau. · Stimulerend: de gemeente stimuleert inwoners en bedrijven om
200
maatregelen te nemen, communiceert over mogelijkheden, faciliteert met kennis en data, neemt obstakels weg als dat mogelijk is,
150
waarde in kton
en stelt subsidie beschikbaar om maatregelen te realiseren. 100
In de tabellen met acties en maatregelen geven we aan vanuit welke
50 0
rol we dit oppakken. Een totaaloverzicht van alle acties en maatregelen 1990
1995
2000
Energiesysteem
2005
2010
2015
2020
Veehouderij en landgebruik
2025
2030
2035
is terug te vinden in bijlage 1.
Verkeer en vervoer
Inhoudsopgave
5
Ons toekomstig energiesysteem
Co2
CO2 opslaan
In dit uitvoeringsplan beschrijven we hoe het energiesysteem van een energieneutraal Ooststellingwerf in 2030 er uit ziet. De infographic is een visuele weergave van ons toekomstige
Vervoer
energiesysteem. Elke afbeelding linkt naar een hoofdstuk met een inhoudelijke toelichting op
Stroom
dit onderdeel van ons energiesysteem.
Energienetwerk & energiehubs
Energie opslaan H2
Waterstofgas
Bedrijven & instellingen
Stroom: windenergie Groengas
Stroom: zonne-energie
Wonen
6
Wonen
besparen. Dat inwoners graag aan de slag gaan met energiebesparing, merken we aan de vraag naar duurzaamheidsleningen. Dit fonds is op korte termijn te klein om aan de vraag te voldoen.
Energieverbruik en CO2 uitstoot
De woningen in onze gemeente stoten 33 kton CO2 uit. Dit komt voor 98% door gebruik van aardgas voor verwarming en warm water. Het totale aardgasverbruik was in 2021 17,8 miljoen m /jr, in 2022 15,5 miljoen 3
m3/jr en in 2023 12,2 miljoen m3/jr (alles temperatuur gecorrigeerd1).
Vanaf de zomer van 2024 zijn we gestart met de lokale aanpak isolatie. We ondersteunen inwoners van slecht geïsoleerde en goedkopere woningen financieel bij de verduurzaming van hun woning. Met deze subsidieregeling kunnen in totaal 1.678 woningen één of meerdere isolatie-maatregelen nemen.
Het jaarlijkse totale stroomgebruik in de gemeente wordt sinds
Dit is een groot deel van de slecht geïsoleerde woningen met
2021 netto nagenoeg volledig opgewekt door zonnepanelen. Stroomverbruik van woningen draagt netto niet bij aan CO2-uitstoot2.
Energiebesparing
Het gasverbruik van woningen neemt al jaren af, met name door
WOZ-waarde onder € 429.000.
Gebruik van restwarmte
De rioolwaterzuivering van Oosterwolde kan mogelijk gebruikt
isolatie. Toch zijn nog veel woningen matig of slecht geïsoleerd .
worden als bron van warmte5. Hiermee kunnen meerdere wijken in
Mensen wachten vaak een logisch moment af om hun woning te
Oosterwolde verwarmd worden. Het waterschap heeft dit onderzoek
isoleren, bijvoorbeeld bij verhuizen of bij verbouwen. Ook is het niet
laten doen en wil het gebruik van de restwarmte stimuleren. Ook bij het
voor iedereen eenvoudig om de juiste isolatiemaatregelen te kiezen.
omzetten van stroom in waterstof komt warmte vrij (zie waterstofgas).
Of om de maatregelen te financieren en/of het is aan de verhuurder
In het warmteprogramma werken we de mogelijkheden voor een
om dit te doen. Met laagdrempelig advies door het OWO-energieloket,
warmtenet verder uit. Een voordeel van een warmtenet is dat aan de
(landelijke) subsidies voor isolatie en lokale duurzaamheidsleningen
woningen geen buitenunit van een warmtepomp hoeft te komen. En
proberen we het voor alle inwoners mogelijk te maken om energie te
dus daardoor geen geluidsoverlast veroorzaakt in dichtbevolkt gebied.
1. Elk jaar heeft een gemiddelde temperatuur. Om gasverbruik ‘eerlijk’ te kunnen vergelijken, wordt er een correctie van de temperatuur meegenomen. 2. We produceren in het zomerseizoen meer stroom dan we op dat moment verbruiken en zijn zo leverancier van duurzame energie voor andere gemeenten. De CO2 reductie die dat oplevert is hoger dan de CO2-uitstoot veroorzaakt door stroomgebruik in het winterseizoen die we op dat moment niet duurzaam opwekken.
3. Van de 7214 woningen met een voorlopig label, hebben op dit moment 5206 label D of lager. 4. We hebben een specifieke uitkering aangevraagd voor extra subsidie voor isolatie. De eerste tranche loopt nu, we zijn bezig de tweede tranche aan te vragen, zie Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak Isolatie (rvo.nl) 5. Zie: https://syntraal.omgevingswarmte.nl/EFGF/maptour
3
4
7
Duurzame energie opwekken & gebruiken
Figuur 2: Schematische weergave verbruik gas en opwek hernieuwbare energie
Het aantal zonnepanelen en warmtepompen neemt de laatste jaren
Opwek wind
hard toe. Het is de standaard voor nieuwbouwwoningen en ook In 2023 had in Nederland al 23% van de woningen een warmtepomp. We verwachten dat in 2030 minstens de helft van de woningen in Ooststellingwerf een hybride warmtepomp heeft6. Door toepassing van een (hybride) warmtepomp neemt het gasverbruik per woning gemiddeld met de helft af (bron: CBS). Het nadeel is dat zonnepanelen in de zomer veel stroom opwekken, terwijl door warmtevraag de warmtepomp ook in de winter stroom verbruikt.
Opwek zon
16%
% van totaaal jaarlijkse opwek of verbruik
investeren veel huiseigenaren in deze vorm van verduurzaming.
Verbruik aardgas
14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0%
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Het energienetwerk raakt overbelast door deze pieken in vraag en aanbod. Ook worden de prijzen van stroom telkens meer afhankelijk van vraag en aanbod. Daarom is het beter om stroom meteen te gebruiken als het wordt opgewekt. De terugleverkosten van energieleveranciers
Pilot wijk verwarmen op waterstof
In Nederland lopen een klein aantal pilotprojecten, waarin waterstofgas
en het voornemen om de salderingsregeling vanaf 2027 af te schaffen
gebruikt wordt om woningen te verwarmen. De bestaande
geven hiervoor een financiële prikkel. Ook zijn er telkens meer slimme
aardgasleidingen lijken (zonder grote investeringen) gebruikt te kunnen
oplossingen om dit mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een app die de
worden om waterstof door te transporteren. In de woning kan de
wasmachine aanzet of de auto laat laden op het moment dat de zon
cv-ketel worden vervangen door een ketel die waterstof verbrandt.
schijnt. Dit is vaak financieel gunstig en vermindert de congestie op het
De huidige pilotwijken laten zien dat dit al kan, bijvoorbeeld in
net, waardoor nieuwe aansluitingen mogelijk zijn.
Hoogeveen en in Groningen.
6. Als het aantal (hybride) warmtepompen toeneemt zoals het de laatste jaren doet.
8
Ambitie 2030
Door meer isolatie en gebruik van warmtepompen is het gasverbruik afgenomen tot 8 miljoen m /jr. 3
Wat gaan we daarvoor doen?
We willen als gemeente belemmeringen wegnemen en het mogelijk maken voor inwoners om energie te besparen en te verduurzamen. Dit doen we door te informeren, leningen te verstrekken en subsidies
Acties en maatregelen
Rol gemeente
Wanneer
Het OWO-energiebureau adviseert en informeert inwoners over energiebesparing.
Stimulerend
→ 2030
We vragen (Rijks)subsidie aan en verstrekken deze aan eigenaren van slechter geïsoleerde woningen.
Stimulerend
→ 2030
We verstrekken (Rijks)subsidie voor het verminderen en beperken van energiearmoede.
Stimulerend
→ 2030
We verstrekken duurzaamheidsleningen.
Stimulerend
→ 2030
We stimuleren de slimme sturing van energiegebruik.
Stimulerend
→ 2030
We ondersteunen de lokale energiecoöperatie.
Stimulerend
→ 2030
We stellen een warmteprogramma op en voeren dit uit, inclusief een onderzoek naar een gemeentelijk energiebedrijf.
Realiserend
2025
Onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheid voor het verwarmen van een wijk op waterstof.
Realiserend
2026
We werken samen met woningbouwcorporaties, onder andere aan de verduurzaming van gespikkeld bezit.
Samenwerkend
→ 2030
Door middel van duurzaamheidseducatie zetten we in op kennisoverdracht en bewustwording bij kinderen over onder andere energiegebruik, energiebesparing en de impact hiervan op het klimaat.
Samenwerkend
→ 2030
voor bepaalde doelgroepen. We zetten in op duurzaamheidseducatie. De landelijke wetten handhaven we, zodat er een gelijk speelveld is voor de ondernemers. Dit resulteert in de volgende acties en maatregelen:
Inhoudsopgave
Terug naar overzicht
9
Bedrijven & instellingen
Energieverbruik en CO2-uitstoot
De CO2-uitstoot van bedrijven en instellingen , gerelateerd aan 7
Voor industrie en bedrijven geldt een energiebesparingsplicht en voor kantoorgebouwen de energielabel C-verplichting. De regionale uitvoeringsdiensten (FUMO) handhaven deze verplichting. Uit de praktijk blijkt dat bedrijven zelf actief met energiebesparing bezig zijn. De energiebesparing van de gemeentelijke gebouwen is uitgewerkt in het accommodatiebeleid. Het accommodatiebeleid is er op gericht in 2050 energieneutraal te zijn. De energie die tot 2050 wordt ingekocht, is lokaal duurzaam opgewekt.
energieverbruik in het gebouw, was in 2021 21 kton. De helft van de energie wordt gebruikt in de industrie, de rest (in afnemende volgorde)
Voor verduurzaming van overige gebouwen met een maatschappelijke
in de landbouw, commerciële dienstverlening en publieke
functie stimuleren we verduurzaming via bijvoorbeeld de KlimOp
dienstverlening. Het gaat hier over het verbruik van aardgas en stroom
regeling.
in het gebouw. Gebruik van benzine en diesel door vrachtvervoer en mobiele werktuigen (zoals trekkers) staat onder het hoofdstuk vervoer.
Energiebesparing
Het aardgasverbruik van bedrijven en instellingen neemt sinds 2013 (12,6 miljoen m3/jr) structureel af. Als we dezelfde afname doortrekken, verwachten we in 2030 een aardgasverbruik door bedrijven en instellingen van 6 miljoen m3/jr. Daarmee leveren de bedrijven een goede bijdrage aan energiebesparing.
7. Overheid, zorg, cultuur, sport.
De gemeentelijke organisatie heeft het certificaat niveau 3 van de CO2-prestatieladder. Dit betekent dat de organisatie met een werkend energiemanagementsysteem zich richt op maatregelen die de CO2-uitstoot verlagen. Niveau 3 van de prestatieladder focust op de interne bedrijfsvoering. Zo geven we als gemeentelijke organisatie het goede voorbeeld en zetten we stappen in het verminderen van onze CO2-uitstoot.
10
Ondernemen ondanks netcongestie
bij de rioolwaterzuivering of in bedrijven. Naast technische innovaties
Bedrijven die zich willen vestigen, willen uitbreiden of verduurzamen,
zijn de laatste tijd ook nieuwe contractvormen ontwikkeld, zoals het
kunnen op dit moment vaak geen (grotere) aansluiting krijgen voor
groepscontract.
afname van stroom. Dit geldt ook voor het terugleveren van stroom
Zie voor meer informatie ook het hoofdstuk energienetwerk en
van zonnepanelen. Ook bedrijven die over willen stappen naar
energiehubs.
elektrische auto’s lopen tegen deze problemen aan. Dit is een probleem dat in het grootste deel van Nederland speelt. Vaak zijn de mogelijkheden groter met slimme oplossingen.
Individuele oplossingen ‘achter de meter’ Het zijn de pieken in stroomverbruik die problemen veroorzaken. De aansluiting is berekend op de grootste piek. Die pieken ontstaan bijvoorbeeld bij het opstarten van machines. Nauwkeurig inzicht in het stroomverbruik in de tijd levert vaak oplossingen op, zoals energie sturing. Of door stroom van zonnepanelen direct zelf te gebruiken of op te slaan. Per bedrijf zijn de oplossingen anders.
Energiehub
Stroomvoorziening is niet meer vanzelfsprekend. Delen van het elektriciteitsnet zitten vol. Dit kan gevolgen kan hebben voor bedrijven die zich willen vestigen of willen verduurzamen. Eén van de oplossingen is ruimte te zoeken op het huidige elektriciteitsnet in de vorm van een energiehub. We gaan de mogelijkheden onderzoeken om ondernemers hierbij te helpen.
Hulp bij slimme oplossingen De kennis en innovatie van energiemanagement ontwikkelt zich snel. Wij willen bedrijven helpen om gebruik van deze kennis en innovaties
Ook door samen te werken met bedrijven in de buurt kunnen oplos-
te maken. Het doel is dat bedrijven kunnen blijven ondernemen én
singen gevonden worden. De innovaties gaan snel op dit gebied. Een
verduurzamen.
voorbeeld: in Oosterwolde wordt vanuit het zonnepark waterstof opgewekt. Hierbij ontstaat, naast waterstof, pure zuurstof en warmte. Deze drie producten van waterstof kunnen mogelijk ingezet worden
11
Ambitie 2030
Acties en maatregelen
Rol gemeente
Wanneer
Handhaven label C kantoorgebouwen (uitvoering door FUMO).
Regulerend
2025-2030
Handhaven energiebesparingsplicht industrie (uitvoering door FUMO).
Regulerend
2025-2030
Gemeentelijke organisatie op niveau 4 van de CO2-prestatieladder.
Realiserend
2028-2029
We stimuleren energiebesparing bij maatschappelijke gebouwen via het KlimOp programma.
Stimulerend
→ 2030
Stimulerend
→ 2027
maken voor bedrijven om energie te besparen en te verduurzamen.
We stimuleren het slim gebruik van energie, slim laden en het beperken van pieken om netcongestie terug te dringen.
Voor verduurzaming, bijvoorbeeld van het wagenpark, is
We stimuleren verduurzaming bij bedrijven.
Stimulerend
→ 2030
We stimuleren energiehubs op bedrijventerreinen.
Stimulerend
→ 2030
• Door energiebesparing is het aardgasverbruik afgenomen tot 6 miljoen m /jr. 3
• De gemeentelijke organisatie is op niveau 4 van de CO2-prestatieladder. • Waterstof uit lokale zonnestroom wordt ingezet in de lokale industrie. • Bedrijven werken met elkaar samen om binnen de beperkingen van het elektriciteitsnetwerk te verduurzamen en uit te breiden.
Wat gaan we daarvoor doen?
We willen als gemeente belemmeringen wegnemen en het mogelijk
netcongestie vaak belemmerend. Samenwerking tussen bedrijven en het dorp kan daarbij helpen. We willen daarin ondersteunen. De landelijke wetten handhaven we, zodat er een gelijk speelveld is voor de ondernemers. Ook willen we met onze eigen organisatie het goede voorbeeld geven. Dit resulteert in de volgende acties en maatregelen:
Inhoudsopgave
Terug naar overzicht
12
Vervoer
Energieverbruik en CO2-uitstoot
Openbare ruimte inrichten vanuit perspectief voetganger en de fietser De tweede strategie is om de mobiliteitskeuze van mensen te veranderen. De inrichting van het straatbeeld bepaalt voor een deel
Onze auto’s, vrachtauto’s, trekkers en andere voertuigen rijden
de mobiliteitskeuze van de weggebruiker. Daarom hanteren we het
vooral op benzine en diesel. De CO2-uitstoot hiervan is in 2021
STOMP-principe. Bij herinrichting en nieuwe ontwikkelingen kijken
60 kton CO2 per jaar.
we of we de openbare ruimte zo kunnen inrichten, dat wandelen of
Voorkomen gebruik auto
De eerste stap in onze aanpak is het voorkomen van onnodige
fietsen aantrekkelijker wordt dan de auto (autoluw).
mobiliteit en het stimuleren van lopen en fietsen. De volgende stap
Wat is het STOMP-principe?
is openbaar vervoer en deelmobiliteit versterken en als laatste zetten
STOMP is een afkorting die staat voor Stappen, Trappen,
we in op duurzame brandstoffen.
Openbaar Vervoer, Mobility as a Service, Personenvervoer.
Zowel vanuit verkeersveiligheid, gezondheid als CO2 uitstoot zijn dit
Mobility as a Service is een term die verwijst naar
verstandige stappen. We werken het verder uit in de mobiliteitsvisie.
deelmobiliteit. Het STOMP-principe geeft bij de indeling
Inzetten op het versterken van bestaande kernen helpt vervoersbewegingen voorkomen
van de openbare ruimte eerst prioriteit aan wat de voetganger nodig heeft voor een aantrekkelijke en veilige inrichting (stappen), vervolgens aan de fietser (trappen) pas als laatste
Aantrekkelijke en veilige verbindingen met voorzieningen voor
aan de personenauto. Dit betekent dat de ruimtelijke
voetgangers en fietsers helpen automobiliteit te voorkomen. Waar
ordening vooral wordt ingericht vanuit perspectief van de
we voorzieningen vestigen is dus belangrijk. Hoe korter de verbinding,
voetganger en de fietser.
hoe minder vervoersbewegingen er nodig zijn.
13
Versterken van de kwaliteit van het fiets- en wandelnetwerk
Bedrijfsgerichte / medewerkersgerichte aanpak
Het versterken van de kwaliteit van het fiets- en wandelnetwerk
samenwerking met bedrijven een medewerkersgerichte aanpak
is een positieve manier om de mobiliteitskeuze van mensen te
te starten. Voorbeelden die een bedrijf samen met de gemeente
veranderen. Door extra groen wordt de kwaliteit van het fiets- en
kan aanbieden zijn een Leaseplan voor een fiets of een E-bike of
wandelnetwerk nog aantrekkelijker. Ook snelle fietsverbindingen
het opzetten van een carpoolregeling. Dit kan zeker bij grotere
met bijvoorbeeld Drachten horen hierbij.
werkgevers een aanzienlijke impact hebben op gebruik van fossiele
Versterken van het OV-netwerk Sommige afstanden zijn te ver om lopend of op de fiets af te leggen. Vooral verbindingen met bovenlokale voorzieningen in Leeuwarden, Drachten, Assen en Groningen zijn cruciaal. Dit moet beschikbaar
We kunnen het belang van nul-emissie verder uitdragen door in
brandstoffen binnen de gemeente door toedoen van mobiliteit.
Omschakelen naar elektriciteit en duurzame brandstoffen
Toch zullen inwoners en bedrijfsleven nog auto’s blijven gebruiken.
zijn voor alle inwoners, daarom gelden de voorwaarden: beschikbaar,
Daarom zetten we ook in op de omschakeling naar elektrische
betrouwbaar en betaalbaar.
auto’s en duurzame brandstoffen. Hierdoor verbetert niet de
Bevorderen van autodelen en deelmobiliteit
verkeersveiligheid of het ruimtegebruik, maar elektrische auto’s zorgen wel voor een betere luchtkwaliteit en volksgezondheid.
Deelmobiliteit is de afgelopen tijd in de grotere steden erg gegroeid en biedt daar een volwaardig alternatief voor de (tweede) auto. In
Het aantal elektrische auto’s is sinds 2018 snel gestegen. In juni 2024
onze landelijke gemeente is de vraag naar deelmobiliteit nog beperkt,
was 5,5% van de auto’s volledig elektrisch: ruim 700 elektrische
maar we merken dat het met gerichte actie ook hier een rol gaat
auto’s in Ooststellingwerf8. Elaad verwacht dat in 2030 15% van
spelen. Ook voor deelmobiliteit gelden de voorwaarden: beschikbaar,
de auto’s in Ooststellingwerf elektrisch zijn, dus 2500 auto’s. Met
betrouwbaar en betaalbaar.
ongeveer evenveel laadpalen.
8. ElaadNL (zie Outlook dashboard (elaad.io)).
14
De komende jaren wordt ook een sterke opmars van het aantal
HVO100. Wij hebben hierbij een faciliterende rol, met name door
elektrische vrachtauto’s en mobiele werktuigen verwacht, maar
locaties te vergunnen.
vooral rond en na 2030. Elaad verwacht dat in 2035 42% van de vrachtauto’s elektrisch zal zijn. Hoe sterk die groei is tot 2030 is
Goede voorbeeld geven
onduidelijk. Het laden van elektrische (vracht)auto’s belast het
Als gemeentelijke organisatie willen we het goede voorbeeld
stroomnetwerk flink. Maar door slim laden en de accu’s te gebruiken
geven. Dit betekent dat we voor ons eigen wagenpark elektrisch of
als opslag voor ander gebruik, kan het ook een oplossing bieden
op schone brandstoffen gebruiken (zoals HVO100). Bij aanbestedingen
om de pieken van opwek en gebruik te verminderen.
geven we voorrang aan partijen met een lage CO2 voetafdruk.
Regie voeren op elektrisch laden
We merken dat het ook voordelen biedt voor de medewerkers, zoals minder lawaai bij het elektrisch maaien. Met onze eigen
Wij hebben in Friesland een concessie verleend voor het plaatsen
medewerkers gaan we ook aan de slag met een medewerkersgerichte
van openbare laadpalen. Wij bepalen waar deze geplaatst worden.
aanpak.
Door laadpalen strategisch te plaatsen, bepalen we waar in de toekomst een cluster van parkeren ontstaat. Door locaties te kiezen aan de randen van wijken en autogeoriënteerde plekken kan de
Gemeente Ooststellingwerf laat extra parkeerplaatsen
gemeente sturen op waar geen autoverkeer ontstaat en hiermee
aanleggen in het Fochtelooerveen. Dit gebeurt helemaal
het autoluwe karakter van bepaalde zones verder kracht bijzetten.
emissieloos. Dus zonder CO2-uitstoot. Antea Group voert dit
Zie ook paragraaf Accu’s van auto’s: slim laden en ontladen
voor de gemeente uit. Het is voor hen het eerste ‘all-electric’ project. Op 15 juli 2024 deed de wethouder van duurzaamheid
Faciliteren ontwikkelingen alternatieve brandstoffen Naast elektrisch rijden spelen binnen onze gemeente verschillende
de starthandeling van het werk op de elektrische shovel van Antea Group.
ontwikkelingen op het gebied van alternatieve brandstoffen. Alternatieve duurzame brandstoffen zijn waterstof, biogas en
15
Ambitie 2030
Door inwoners, werknemers en bedrijven te stimuleren om gezonde en duurzame keuzes te maken, kan de CO2-uitstoot door verkeer en vervoer in 2030 afgenomen zijn tot minder dan 30 kton per jaar (zie bijlage 3). In 2040 verwachten we op nul uitstoot te kunnen realiseren. Dit is in lijn met andere ambitieuze gemeenten en naar verwachting technisch en juridisch haalbaar, ook voor goederenvervoer.
Wat gaan we daarvoor doen?
De bovengenoemde uitgangspunten vormen de basis voor de mobiliteitsvisie die in 2025 wordt opgesteld. Daarin worden de acties en maatregelen verder uitgewerkt. Een aantal acties voor het jaar 2025 zijn hieronder al opgenomen. Acties en maatregelen
Rol gemeente
Wanneer
We stellen een mobiliteitsvisie en uitvoeringsplan op.
Realiserend
2025
We zetten in op zero-emissie van het vervoer van de gemeentelijk organisatie en werken in opdracht van de gemeente.
Realiserend
2028-2029
We stimuleren slim laden.
Stimulerend
→ 2026
We werken samen met bedrijven aan het terugdringen van de CO2 uitstoot van woon- en werkverkeer van medewerkers.
Stimulerend
2026-2027
Inhoudsopgave
Terug naar overzicht
16
Stroom
voor de leefomgeving) niet verwacht. Na 2020 is de opwek door zonne-energie landelijk en ook in Ooststellingwerf verder toegenomen10.
Stroomverbruik en CO2-uitstoot
Het stroomverbruik in Ooststellingwerf is CO2-neutraal. In 2021 was
Het nadeel van zonne-energie is dat er weinig opwek is in de winter- en
het stroomverbruik 426 TJ (zie DASHBOARD - Energieverbruik -
veel in de zomerperiode. In de winter halen we nu stroom van elders,
Ooststellingwerf ). Deze hoeveelheid stroom werd in 2021 ook duurzaam
met name van aardgascentrales. Steeds vaker moeten eigenaren
opgewekt binnen Ooststellingwerf. De CO2 uitstoot is netto nul.
van zonnepanelen, zowel particulieren als eigenaren van grote zonnedaken en -parken, betalen voor levering van stroom aan het net. Dit speelt in heel Nederland en in heel Noord-West Europa.
Het stroomverbruik is de laatste 10 jaar stabiel. De verwachting is dat het stroomverbruik de komende jaren toeneemt door gebruik van warmtepompen en elektrische auto’s, met ongeveer 100 TJ9.
Figuur 3: CO2eqv uitstoot door elektriciteit (bron: regionaal klimaatdashboard Ooststellingwerf, Berenschot)
De opwek van stroom is sinds 2021 ook toegenomen door plaatsing van zonnepanelen en een paar windmolens bij boerderijen. We
Historisch
verwachten dat een beperkte groei van zonnepanelen op daken en (kleine) windmolens de toename van stroomverbruik kan opvangen.
Prognose
Fair share
60
De toegenomen vraag naar stroom zet druk op de capaciteit van het elektriciteitsnet, zie energienetwerk en energiehubs.
Tussen 2015 en 2020 is ons jaarlijkse stroomgebruik CO2-neutraal geworden door de grote groei van zonne-energie, zie figuur 3. Zo’n grote groei hadden de deskundigen (bijvoorbeeld het Planbureau
Waarde in ton
Zonne-energie
40
20
0
1990
2000
2010
2020
9. 2500 elektrische auto’s met gemiddeld 18 kWh/100km en 1500 km per jaar. Plus 7500 hybride warmtepompen met gemiddeld 2500 kWh verbruik per jaar. 10. Zie Energieopwek.nl - Inzicht in de actuele (near-realtime) opwekking van duurzame energie in Nederland.
2030
17
Ook kan het netwerk een verdere groei van zonne-energie op dit moment niet aan. Op piekmomenten kan het netwerk niet alle zonneenergie transporteren. Het is noodzakelijk dat er snel decentraal opslag gerealiseerd wordt, zie daarvoor het hoofdstuk over energie opslaan.
Windenergie
Ambitie 2030
We wekken evenveel stroom duurzaam op als we gebruiken.
Wat gaan we daarvoor doen?
We verwachten een beperkte groei aan stroomverbruik naar 2030 van 100TJ. We stimuleren dat dit extra stroomverbruik wordt opgewekt met (kleine) windmolens. Belemmeringen rondom de
Windenergie wordt vooral in de winter en de nacht opgewekt. Het
plaatsing van windmolens willen we daarom wegnemen, maar wel
combineren van zonne-energie en windenergie is een ideale mix.
met aandacht voor landschap, omgeving en natuur. Dit resulteert in
Zonder vergroting van de aansluiting en zonder het netwerk verder
de volgende acties en maatregelen:
te belasten, kunnen daarom bij een zonnepark ook windmolens geplaatst worden. Zie hiervoor ook de schematische weergave van
Acties en maatregelen
Rol gemeente
Wanneer
het verbruik van gas en de opwek van hernieuwbare energie (figuur 2).
We zetten een lobby op naar de provincie om belemmeringen voor kleine windmolens te beperken.
Samenwerkend
→ 2025
We onderzoeken de wenselijkheid en haalbaarheid van windmolens bij zonneparken en op bedrijventerreinen.
Realiserend
2026
Op dit moment staat de provincie dat vanuit haar ruimtelijk beleid echter niet toe. We onderzoeken de mogelijkheid voor herziening van dit ruimtelijk beleid om onze energiedoelstellingen te halen. De plaatsing van 2 kleine windmolens (15 meter hoog) bij boerderijen is wel toegestaan. Met daarbij wel de beperking dat het voor eigen gebruik moet zijn. Dit levert een belemmering op voor de haalbaarheid. We pleiten daarom voor herziening van deze beperking. Als de helft van de boerderijen in de gemeente 2 windmolens op hun erf plaatsen, kan dit 100 TJ aan stroom opleveren11.
11. Elke windmolen levert ongeveer 85.000 kWh/jr of 0,3 TJ op, er zijn ongeveer 390 boerderijen.
Inhoudsopgave
Terug naar overzicht
18
Van aardgas naar groengas en waterstofgas Aardgasverbruik en CO2-uitstoot
2030 het aardgasgebruik is gehalveerd ten opzichte van 2021 (zie ook de hoofdstukken wonen en bedrijven).
Groengas
De afgelopen jaren zijn veel initiatieven ontstaan voor de opwekking van biogas uit mestvergisters en opwerking naar groengaskwaliteit. Groengas zien we als een transitiebrandstof. Bij verbranding komt netto geen CO2 vrij. De methaan uit mest wordt gebruikt om groengas mee te maken. De productie van groengas zorgt ook voor minder uitstoot van lachgas en methaan bij landbouw12. Voor mest-en biovergisters zijn bij
In 2022 werd in Ooststellingwerf 24 miljoen m3 aardgas verbruikt.
de gemeente vergunningen aangevraagd en verleend (18 vergunningen)
Het aardgasverbruik geeft een CO2-uitstoot van zo’n 42 kton. Dit
en bij Liander liggen aanvragen voor het aansluiten op het gasnetwerk.
is 13% van de totale CO2 uitstoot. We gebruiken het aardgas vooral
Het groengas kan het aardgas vervangen. In totaal is nu voor meer dan
voor verwarming van huizen en bedrijfsgebouwen en voor tapwater.
14 miljoen m3/jr groengas in ontwikkeling, zie ook bijlage 2.
Een deel wordt gebruikt voor productieprocessen waarbij hoge temperaturen nodig zijn. Daarnaast verbruiken inwoners aardgas
Van initiatief naar productie is niet eenvoudig. Vaak is samenwerking
indirect, bijvoorbeeld doordat hun afval in een afvalverbrandings
nodig om de dure opwerking van biogas naar groengas haalbaar te
installatie terecht komt die aardgas verbruikt.
maken. Dit is moeilijk te organiseren. Activiteiten zijn nieuw voor
Energiebesparing
initiatiefnemers en de investeringen voor bijvoorbeeld (gezamenlijke) leidingen en zijn opwaardeerinstallaties groot. Daartegenover staat
Het aardgasverbruik neemt al jaren af door energiebesparing,
dat de waarde van groengas door onder andere de bijmengverplichting
betere isolatie van woningen en door nieuwe technologieën als
toeneemt. Daarom behoort het tot de mogelijkheden dat een significant
warmtepompen. Als het zo blijft afnemen, is de verwachting dat in
deel van de potentie snel beschikbaar komt.
12. Een recente studie van de Universiteit Twente stelt dat deze reductie aanzienlijk is. Exacte kentallen zijn nog niet beschikbaar op dit moment. Deze komen later dit jaar waarschijnlijk beschikbaar.
19
De gasinfrastructuur is niet aangelegd op deze grootschalige invoeding.
niet te verbinden, maar door onze pilot-locatie hebben we wel een
Er zijn dus aanpassingen nodig om dit mogelijk te maken. Momenteel is
voorsprong die we verder willen benutten.
Liander al bezig om de reikwijdte van het gas te vergroten door gasnetten met elkaar te koppelen (onder andere tussen Drachten en Wijnjewoude
Het zonnepark Oosterwolde zet op piekmomenten de stroom om in
en tussen Wolvega en Peperga). Hierdoor kan het productieoverschot in
waterstof. Met deze pilot wordt ervaring opgedaan met deze vorm
de zomer ook ergens anders worden ingezet. In de verdere toekomst
van omzetting en opslag. De pilot loopt goed. De verwachting is dat
(na 2030), wanneer de vraag naar gas verder afneemt door verduurzaming,
de resultaten in 2025 en 2026 beschikbaar komen.
lijken ook boosters noodzakelijk zodat ook regionaal en landelijk gebruik kan plaatsvinden.
Het voordeel van waterstofgas is dat het, beter dan stroom, kan worden opgeslagen. Het waterstofgas wordt op dit moment
We werken samen met de New Energy Coalition (Noord Nederland),
opgeslagen in ‘tube trailers’, deze worden per vrachtwagen