Agendabundel
Tekst van het document
Wij hebben begrepen dat de Provincie niet bereid is om deze vrijstelling te verlenen en dat is voor ons als gezamenlijke fractievoorzitters van de gemeenteraad van Ooststellingwerf onbegrijpelijk. 2. In de Stellingwerven wordt het Stellingswerfs in al zijn uitingen naar volle tevredenheid behartigd door de Stichting Stellingwarvers Schrieversronte. Dit is een professionele organisatie onder leiding van een enthousiaste directeur, een enkele betaalde kracht en heel veel vrijwilligers. Tientallen jaren was er voor de Stichting sprake van een gelijk bedrag aan subsidie verstrekt door de beide gemeenten en de Provincie, waarbij werd overeengekomen dat de lijn van de beide gemeenten leidend was. Ineens is er nu, zonder overleg vooraf met de gemeenten Oost- en Weststellingwerf, door de Provincie besloten om een deel van de Provinciale subsidie substantieel te korten, waardoor de goed functionerende organisatie Stichting Stellingwarver Schrieversronte in ongewenste en onvoorziene problemen komt. En dat terwijl er tegelijkertijd wel 1,7 miljoen euro extra voor het Fries wordt uitgetrokken. Schrijnend is ook dat het Stellingwerfs, in de taalnota van de Provincie, niet eenmaal wordt genoemd. In moderne termen uit te spreken: “Dit voelt helemaal niet goed”.
Postbus 38, 8430 AA Oosterwolde Bezoekadres ‘t Oost 11 Telefoon 14 0516 E-mail gemeente@ooststellingwerf.nl Internet www.ooststellingwerf.nl - Wij zijn Fair Trade
Wij vragen dan ook om de korting op de subsidie van de Schrieversronte te heroverwegen en in ieder geval stappen te zetten om het onderbuikgevoel van politiek Ooststellingwerf weg te nemen. Wij spreken, als fractievoorzitters van alle partijen in Ooststellingwerf, de hoop uit dat deze noodkreet wordt opgepakt en dat wij in goed overleg de huidige impasse weten te doorbreken.
Met vriendelijke groet, Simon ter Heide, Lokaal Sociaal Ooststellingwerf, Henk Dongstra, OoststellingwerfsBelang, Lisa Edema, GroenLinks Bart Polpe, PvdA Bram van ’t Klooster, VVD Thomas Wiebe Swart, CDA Ben Oostra, VPO Berend Leistra, ChristenUnie Ignas Minnema, D66 Niels van den Berg, LO
Bijlage(n): Mandaatregeling:
2/2
provinsje fryslân provincie fryslân 6
P....RA
postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 telefoon: (058) 292 59 25 telefax: (058) 292 51 25
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf Postbus 38 8430 AA OOSTERWOLDE
www.fryslan.nl provincie@fryslan.nl www.twitter.com/provfryslan
Gemeerfte Ooststellir;gwerf Ontvançscdaturn
1 7 JUL 2025
•
•
0
Leeuwarden, 15 juli 2025 Verzonden,
15 JULI 2025
Ons kenmerk : 02343336 Domein/ Team : Beleid en Strategie Behandeld door : Sannah Debreczeni / (058) 292 87 37 of s.debreczeni@fryslan.frl Uw kenmerk Bijlage(n) • •
Onderwerp
<rd
: Reactie op brief subsidie/taalbeleid provincie Fryslän
Geacht college, Op 28 november 2024 stuurde u het College van Gedeputeerde Staten en de leden van de Provinciale Staten van Fryslân een brief van uw gemeenteraad in reactie op het taalbeleid van provincie Fryslân. ln die brief wordt kritiek geuit op de wettelijke verplichting voor scholen in het Friese taalgebied om het Fries als vak aan te bieden en de korting van de structurele subsidie van de Stichting Stellingwarver Schrieversronte. ln de tijd tussen het ontvangen van uw brief en nu hebben er tussen uw gemeente en de provincie meerdere gesprekken plaatsgevonden op ambtelijk en bestuurlijk niveau. Volledigheidshalve geven wij graag met deze brief een formele reactie op uw brief van 28 november 2024. ln 2014 is het beleid in gang gezet om scholen in het Friese taalgebied (waar ook Ooststellingwerf onder valt) geen ontheffing meer te verlenen voor het aanbieden van een of meer kerndoelen Fries. De wettelijke verplichting voor het aanbieden van het Fries geldt sinds 1980. Vanaf 2014 is het beleid erop gericht om deze wettelijke verplichting van Fries in het onderwijs te implementeren. Ons beleid is dus geenszins nieuw en daar hebben wij sinds 2015 met meerdere bestuurders van uw gemeente over gesproken.
Meertaligheid is een rijkdom en het aanbieden van de Friese taal en cultuur zien wij als een waardevolle aanvulling op de kennis en vaardigheden van alle leerlingen in de provincie waar ze in hun latere werk en leven nog veel profijt van zullen hebben.
- 1 /2 -
Ons kenmerk:
02343336
provinsje fryslân provincie fryslân 6 Er liggen veel mogelijkheden om het onderwijs in en over het Stellingwerfs te verbinden met onderwijs in en over het Fries. Onderwijs in en over de ene taal hoeft niet te betekenen dat de andere taal uitgesloten wordt. We blijven daarom graag met de schoolbesturen in de gemeente in gesprek om te kijken hoe Friese taal en cultuur een onderdeel kan worden van het onderwijsaanbod dat past bij de verschillende scholen. Deze lijn past bij de uitkomsten van verschillende gesprekken die onlangs gevoerd zijn door gedeputeerde Folkerts en wethouder Nijboer. Wij erkennen de bijdrage van de Stichting Stellingwarver Schrieversronte aan het behoud en promotie van het Stellingwerfs en stellen daarom nog steeds middelen voor activiteiten beschikbaar in onze subsidieregelingen. De provincie Fryslân heeft in principe een ondersteunende rol ten aanzien van het Stellingwerfs taalbeleid en volgt het taalbeleid van de gemeente zelf, zoals bestuurlijk ook meerdere keren bevestigd is. Het Stellingwerfs ontvangt de meeste provinciale subsidie van alle streektalen in Fryslân. Ook zullen er vanaf 2026 incidentele middelen beschikbaar blijven ter bevordering van het Stellingwerfs.
U verwijst in uw brief naar de extra middelen die uitgetrokken worden voor het Fries en geeft aan dat u vindt dat die in schrijnend contrast staan met de korting op de structurele subsidie van de Schrieversronte per 2026. Graag willen wij u er op attenderen dat die extra middelen ook voor een deel ten goede kunnen komen aan het Stellingwerfs. Organisaties die het Stellingwerfs willen bevorderen kunnen namelijk subsidie aanvragen bij subsidieregelingen waar deze extra middelen mee beschikbaar gesteld worden. Op die manier geven wij invulling aan onze rol en verantwoordelijkheid als ondertekenaar van het convenant Nedersaksisch en dragen bij aan het behoud van de taaldiversiteit in onze provincie. Om de inzet van uw gemeente voor het Stellingwerfs te verankeren, geven wij u de suggestie om het onderwerp van meertaligheid in komende raads- en bestuursakkoorden op te nemen. Wij hopen ons de komende tijd, samen met uw gemeente, in te blijven zetten voor het behoud en bevorderen van de mooie talen van onze inwoners: het Stellingwerfs en het Fries. Gedep -erde Staten van Fryslân,
drs. A.A. . Brok
rs. i
•
•
d
. lgra, secretaris
- 2/ 2-
Ons kenmerk:
02343336
<rd r•■•{
•
•
4
Klankbordgroep raad Integraal Taalbeleid Voorstel over rol klankbordgroep 1. Feedback geven De groep geeft feedback op het beleidsplan in wording en geeft suggesties in een open gesprek. 2. Signaleren van knelpunten De leden van de klankbordgroep benoemen problemen of zorgen die anders misschien over het hoofd worden gezien. 3. Vertegenwoordiging uit de raad De leden bestaan uit vertegenwoordigers uit de raad. Terugkoppeling vindt plaats aan de hand van het verslag van de bijeenkomsten van de klankbordgroep. Het verslag gaat via de griffie naar alle raadsfracties. 4. Meedenken over communicatie De leden denken mee over het participatieproces verbonden aan de taalnota
Samenstelling Henk Dongstra Rik Berends Thomas Wiebe Swart Ignas Minnema Simon ter Heide
Ooststellingwerfsbelang GroenLinks CDA D66 Lijst Ter Heide
Werkafspraken • In de eerste bijeenkomst de rol van de klankborgroep bespreken en waar nodig aanpassen. • Eenmaal per maand bijeen of vaker wanneer de ontwikkelingen rond het beleidsplan Taal dit vragen, bij voorkeur voorafgaande aan een bestaande vergadering. Via griffie regelen. • Start: zsm over rol en proces klankbordgroep • Stop: Wanneer de taalnota klaar is en naar het college gestuurd wordt en/ of einde deze raadsperiode. • Wethouder Taalbeleid zit de vergaderingen voor • Agenda wordt in overleg met de leden ter vergadering opgesteld • Ambtenaar Taalbeleid maakt een verslag van de bijeenkomsten en stuurt deze na vaststelling door de klankbordgroep naar de leden en de griffie.
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: : : : :
Samenleving Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026 Subsidieverordening J. van Weperen /F. de Wit 0085250819
Datum collegevergadering 13 oktober 2025
Voorgesteld besluit 1.
De Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026 vast te stellen.
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag
Inleiding In 2018 heeft uw raad de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2018 (hierna: ASVO 2018) vastgesteld. In de praktijk blijkt dat deze verordening niet meer voldoet, zowel inhoudelijk als juridisch.
Argumenten 1.1 Met de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026 hebben we weer een actuele verordening De ASVO 2018 is inmiddels zeven jaar oud. Ontwikkelingen in wetgeving, jurisprudentie en de uitvoeringspraktijk van alledag maken een herziening nodig. In de bij dit voorstel gevoegde memo gaan we in op de inhoudelijke verschillen tussen de ASVO 2018 en de Asv 2026. Om de gang van zaken rond subsidievaststelling te verduidelijken hebben wij het verantwoordings- en controleprotocol subsidies vastgesteld. Dit protocol treft u als bijlage aan.
Kanttekeningen 1.1 Aanvullende acties nodig Voor een goede implementatie van de Asv 2026 worden de medewerkers opgeleid en nieuwe standaardformats gemaakt.
Financiële toelichting Niet van toepassing.
Sustainable Development Goals (SDG’s) Ongelijkheid verminderen Duidelijke en actuele regels voor de verstrekking van subsidies dragen bij aan de kansen en mogelijkheden om subsidies te ontvangen. Dit draagt bij aan vermindering van ongelijkheid.
Vrede, justitie en sterke publieke diensten Een actuele en duidelijke algemene subsidieverordening draagt bij aan doeltreffendheid en transparantie van de gemeente als subsidieverstrekkende instantie. Dit draagt bij aan het ontwikkelen en behouden van welvaart.
Inwonersparticipatie De Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026 is tot stand gekomen door samenwerking van de teams Ruimte en Economie, Samenleving en Control. Daarbij is nadrukkelijk gekeken naar de praktijk van de subsidieverlening.
Publicatie voor bekendmaking Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026 vastgesteld De raad heeft in zijn vergadering van 25 november 2025 de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026 vastgesteld. De verordening treedt in werking op 1 januari 2026. Deze ligt vanaf 1 januari 2026 twee weken voor een ieder ter inzage in het gemeentehuis in Oosterwolde bij de informatiebalie. Als u de verordening wilt inzien op het gemeentehuis, moet u een afspraak maken. Dit kan via www.ooststellingwerf.nl of via 14 0516. Een kopie van de verordening is tegen betaling verkrijgbaar.
Vervolg Na vaststelling door de gemeenteraad bekendmaking in het elektronisch Gemeenteblad. Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
, burgemeester.
Bijlagen 1. 2. 3.
Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026 Memo Algemene subsidieverordening Verantwoordings- en controleprotocol subsidies
Geheime stukken Niet van toepassing
De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 oktober 2025; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen de ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING OOSTSTELLINGWERF 2026
Hoofdstuk 1.
Inleidende bepalingen
Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: de Algemene wet bestuursrecht; b. subsidieaanvrager: de indiener van een aanvraag om subsidie te krijgen; c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf; d. raad: de raad van de gemeente Ooststellingwerf; e. begrotingssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder c, van de wet; f. incidentele subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder d, van de wet; g. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op alle door het college te verstrekken subsidies. 2. Subsidie op basis van deze verordening wordt verstrekt aan een rechtspersoon of een rechtspersoon in oprichting. Artikel 3. Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd nadere regels te stellen over subsidieverstrekking, berekening van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen. 2. Het college is bevoegd te besluiten op subsidieaanvragen en daarmee samenhangende besluiten te nemen. 3. Het college kan subsidieplafonds vaststellen. 4. Het college kan afwijken van de bepalingen in de volgende artikelen van deze verordening: a. artikel 5, tweede en derde lid; b. artikel 6; c. artikel 12, eerste lid; d. artikel 15, eerste lid; e artikel 17. 5.
Het college kan bij regeling afwijken van artikel 2, tweede lid.
-2-
Artikel 4. Staatssteunregels Het college kan van de bepalingen van deze verordening, een afzonderlijke subsidieverordening en nadere regels afwijken of bepalingen buiten toepassing laten voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan een Europees steunkader.
Hoofdstuk 2.
Subsidieaanvraag
Artikel 5. Subsidieaanvraag 1. Een subsidieaanvraag wordt elektronisch of schriftelijk ingediend bij het college, met gebruikmaking van het door het college vastgestelde aanvraagformulier. 2. Indien geen aanvraagformulier is vastgesteld bevat de subsidieaanvraag minimaal: a. een plan waarin de activiteit, de doelgroep, de doelstellingen, de beoogde resultaten en het tijdvak worden beschreven; b. een begroting en dekkingsplan van kosten, het aangevraagde subsidiebedrag, en bij een financiële reserve, de hoogte hiervan; c. opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. indien van toepassing de stand van de egalisatiereserve bij een aanvraag voor subsidie die per boekjaar wordt verstrekt. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt bij de subsidieaanvraag: a. de oprichtingsakte of de statuten; b. het meest recente jaarverslag, jaarrekening of balans. 4. Het college kan subsidieaanvragen die zijn ingediend door dezelfde subsidieaanvrager en die betrekking hebben op hetzelfde subsidiejaar behandelen als één subsidieaanvraag. Artikel 6. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag voor begrotingssubsidie wordt ingediend uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.
Een aanvraag voor incidentele subsidie wordt uiterlijk acht weken voor de aanvang van de te subsidiëren activiteiten ingediend. Artikel 7. Niet-subsidiabele kosten Het college verstrekt in elk geval geen subsidie voor: a. kosten die niet rechtstreeks aan de activiteit zijn toe te rekenen; b. niet noodzakelijke of bovenmatige kosten; c. ongespecificeerde kosten; d. kosten van vrijwilligersuren; e. boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten. Artikel 8. Omzetbelasting 1. Subsidiebedragen worden geacht inclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting te zijn. 2. Het college verstrekt geen aanvullende subsidie indien alsnog omzetbelasting verschuldigd blijkt te zijn.
Hoofdstuk 3.
Beslissing op de subsidieaanvraag
Artikel 9. Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag voor begrotingssubsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Het college beslist op een aanvraag voor incidentele subsidie binnen 8 weken nadat de aanvraag is ingediend. 3. Bij een subsidieaanvraag die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag wordt aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn waarbinnen op de aanvraag moet worden besloten verdaagd tot acht weken nadat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
-3-
Artikel 10. Absolute weigeringsgronden Het college weigert de subsidie, trekt deze in en vordert deze terug als: a. subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk voorschrift; b. de subsidieaanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met (internationale) wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde; c. de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; d. tegen de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard; e. subsidieverstrekking in strijd is met een Europees steunkader; f. de activiteiten van de subsidieaanvrager in strijd zijn met de op grond van de in internationale verdragen algemeen erkende rechten van de mens. Artikel 11. Relatieve weigeringsgronden Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, intrekken en terugvorderen als: a. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op, of onvoldoende ten goede komen aan, de gemeente of haar inwoners; b. niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de te subsidiëren activiteiten; c.
naar het oordeel van het college reeds voldoende activiteiten en/of voorzieningen in de gemeente aanwezig zijn als die waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d. de te subsidiëren activiteiten gericht zijn op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; e. de subsidieaanvrager haar activiteiten niet open heeft gesteld voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, land van herkomst, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid, tenzij de subsidie is aangevraagd voor activiteiten die gericht zijn op een specifieke door de gemeente erkende doelgroep; f. de subsidieaanvraag betrekking heeft op kosten die verbonden zijn aan festiviteiten ter gelegenheid van een jubileum; g. de te subsidiëren activiteiten niet passen binnen het gemeentelijk beleid; h. het college voor dezelfde activiteiten reeds eerder subsidie heeft verstrekt; i de subsidieaanvrager verplichtingen is aangegaan voordat op de subsidieaanvraag is beslist. Artikel 12. Betaling en bevoorschotting 1. Als het college een subsidie bij verlening direct vaststelt, vindt de betaling van de subsidie in één termijn plaats. 2. In de overige gevallen besluit het college bij de subsidieverlening over de hoogte en de termijnen van de voorschotten. Het college kan de voorschotten afhankelijk stellen van de voortgang en uitvoering van de activiteiten. 3.
Bij subsidieverlening aan een rechtspersoon in oprichting wordt pas overgegaan tot bevoorschotting nadat de oprichtingsakte aan het college is overgelegd.
Hoofdstuk 4.
Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 13. Algemene verplichtingen 1. De subsidieontvanger meldt het college direct schriftelijk als aannemelijk is dat: a. een of meer van de gesubsidieerde activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht; b. niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 2. De subsidieontvanger meldt het college direct schriftelijk: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, of op ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.
-4-
3.
De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan door of namens het college dan wel de raad ingestelde onderzoeken.
Artikel 14. Bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan het college: a. de verplichting opnemen dat de subsidieontvanger tussentijds moet rapporteren; b. aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet opleggen, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie; c. verplichtingen aan de subsidie verbinden die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteiten wordt verricht. 2. Het college kan bij het besluit tot subsidievaststelling van een begrotingssubsidie bepalen dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72 van de wet. De subsidieontvanger neemt de egalisatiereserve zichtbaar op in de financiële verantwoording. Artikel 15. Vergoeding vermogensvorming 1. Het college kan voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming bepalen dat subsidieontvanger een vergoeding is verschuldigd die bij afzonderlijke beschikking wordt vastgesteld indien: a. de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; b.
de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; c. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; d. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken; e. de subsidie geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd; f. de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden. 2. De vergoeding bedraagt de waarde van de goederen in het economisch verkeer op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met een maximum van de toegekende subsidie.
Hoofdstuk 5.
Verantwoording en vaststelling van de subsidie
Artikel 16. Verantwoording en vaststelling subsidies tot en met € 10.000 1. Het college kan een subsidie tot en met € 10.000 direct vaststellen. 2. Als het college een subsidie tot en met € 10.000 niet direct vaststelt, vermeldt de verleningsbeschikking op welke wijze de verantwoording en de vaststelling van de subsidie plaatsvindt. Artikel 17. Verantwoording subsidies van meer dan € 10.000 1. Bij een subsidie van meer dan € 10.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag in tot subsidievaststelling: a. in geval van een subsidie die per jaar wordt verstrekt, uiterlijk 24 weken na afloop van het betrokken kalenderjaar; b. in andere gevallen uiterlijk 24 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten in de vorm van een financieel verslag of een jaarrekening; c. bij een subsidie van meer dan € 75.000 een controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant. Artikel 18. Beslistermijn op aanvraag tot subsidievaststelling Het college stelt de subsidie vast binnen 20 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. Artikel 19.
Niet terug te vorderen bedragen Het college vordert bedragen tot € 57,- niet terug.
-5-
Hoofdstuk 6.
Overige bepalingen
Artikel 20. Evaluatieverslag Artikel 4:24 van de wet is niet van toepassing op de subsidies die op grond van deze verordening worden verstrekt. Artikel 21. Hardheidsclausule 1. Het college kan, in bijzondere gevallen, een bepaling of bepalingen van deze verordening of van de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 2. Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de raad over de toepassing van lid 1 van dit artikel. Artikel 22. Overgangsrecht 1. Op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2018 van toepassing. 2. Op subsidieaanvragen op basis van subsidieregelingen die zijn vastgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2018 van toepassing. Artikel 23. Slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2018, vastgesteld op 20 februari 2018, wordt ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026. Besloten in de openbare vergadering van 25 november 2025.
, griffier
, voorzitter
Memo Algemene subsidieverordening 1. Inleiding De basisregels voor subsidies zijn vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij subsidies moet iedere gemeente zich aan deze basisregels houden. Met het vaststellen van een Algemene subsidieverordening werken we daar waar mogelijk op onze eigen manier de basisregels van de Awb uit. De huidige Algemene subsidieverordening gemeente Ooststellingwerf 2018 (ASVO 2018) heeft de gemeenteraad in 2018 vastgesteld. Diverse ontwikkelingen maakten herziening noodzakelijk. In deze memo bespreken we de inhoudelijke verschillen tussen de ASVO 2018 en de Asv 2026. Omdat de structuur van de Asv 2026 sterk afwijkt van de ASVO 2018 zien we af van een was/wordtoverzicht op artikelniveau. In plaats daarvan bespreken we de inhoudelijke wijzigingen en lichten we juridische begrippen toe. 2. Algemene toelichting De Awb kent de volgende drie typen subsidie: a. de begrotingssubsidie b. de regelingssubsidie c. de incidentele subsidie De begrotingssubsidie is een subsidie die in de begroting met naam en bedrag staat genoemd. Het gaat om het subsidiëren van activiteiten die jaren achter elkaar plaatsvinden en waarbij maar één aanbieder is. Een voorbeeld is de subsidie aan Stichting Bibliotheken Zuidoost Fryslân. In de begroting 2025 staat voor Stichting Bibliotheken Zuidoost Fryslân Bibliotheekwerk € 563.612 subsidie opgenomen.
De regelingssubsidie is een subsidie die wordt verstrekt op grond van een door het college vastgestelde subsidieregeling. Voorbeelden hiervan zijn de subsidies uit Het Fonds. De incidentele subsidie is bedoeld voor éénmalige of kortdurende ondersteuning van activiteiten. Een voorbeeld is de opstartsubsidie voor een voedselbos. De ASVO 2018 kent deze typering en daarbij behorende definities niet of vult ze anders in. Met de Asv 2026 willen we dit herstellen en aansluiten bij de Awb. Zo voorkomen we misverstanden over de uitleg van typen subsidies en sluiten we aan bij wat juridisch gezien gangbaar is bij gemeenten. In de Asv 2026 hebben we de artikelen uit de ASVO 2018 waarin artikelen uit de Awb zijn overgetypt niet meer opgenomen. Deze artikelen uit de Awb gelden sowieso al en het heeft geen nut om deze nogmaals in de Asv op te nemen.
3.
Inhoudelijke verschillen
Reikwijdte De ASVO 2018 geeft alleen regels voor bepaalde categorieën subsidies (regelingssubsidies, subsidies op bepaalde beleidsterreinen) De Asv 2026 is van toepassing op alle gemeentelijke subsidies. Hierdoor gelden voor alle subsidies dezelfde regels. Hiermee maken we het voor de aanvrager en voor onszelf eenvoudiger.
Tot de inwerkingtreding van de ASVO 2018 was subsidieverstrekking (op grond van de Algemene subsidieverordening gemeente Ooststellingwerf 2015) alleen mogelijk aan rechtspersonen. In de ASVO 2018 is geen bepaling opgenomen over de rechtsvorm van de subsidieontvanger. Dit lijkt eerder een omissie dan een bewuste keus te zijn geweest. Daarom stellen we voor om het uitgangspunt van voor de ASVO 2018 weer als basis te nemen. De Asv 2026 bepaalt dat subsidie alleen kan worden verstrekt aan rechtspersonen (in oprichting). Het college kan hier van afwijken door in een subsidieregeling te bepalen dat aan natuurlijke personen subsidie kan worden verleend. Zonder deze uitzondering is het niet mogelijk om bijvoorbeeld inwoners te subsidiëren voor duurzaamheidsprojecten. Subsidieaanvraag Volgens de ASVO 2018 moet een subsidieaanvraag schriftelijk worden ingediend. De Asv 2026 biedt expliciet de mogelijkheid tot het elektronisch indienen van een subsidieaanvraag. Hiermee sluiten we aan bij de praktijk en bij de wensen van de subsidieaanvragers. In lid 4 van dit artikel staat dat subsidieaanvragen van dezelfde aanvrager die zien op hetzelfde subsidiejaar kunnen worden behandeld als één aanvraag. Een dergelijk artikel was niet opgenomen in de ASVO 2018. Door het artikel op te nemen komen we tegemoet aan de wens van de uitvoeringspraktijk.
We voorkomen hiermee namelijk dat subsidieaanvragers subsidies opknippen in meerdere kleinere aanvragen en daarmee onder een lichter verantwoordingsregime vallen (zie ook artikel 16 en 17 van de Asv 2026). Aanvraagtermijn Een incidentele subsidie moet tenminste 8 weken voor aanvang van de te subsidiëren activiteiten worden aangevraagd. Dit was 13 weken. Met het verkorten van deze termijn vergroten we de dienstverlening aan aanvragers. Niet subsidiabele kosten Deze bepaling noemt een aantal algemene kosten waarvoor geen subsidie wordt verstrekt. Hiermee is het voor de aanvrager op voorhand duidelijk waar wij geen subsidie voor verlenen. In de ASVO 2018 ontbrak een dergelijke bepaling terwijl de wens er wel was genoemde kosten niet te subsidiëren Dit is in de praktijk lastig als hiervoor geen bepaling in de Asv is opgenomen. Omzetbelasting Deze bepaling voorkomt dat onbedoeld meer subsidie moet worden verstrekt dan was voorzien. Daarnaast geeft deze bepaling duidelijkheid aan subsidieontvangers. In de ASVO 2018 was niet voorzien in een regeling over omzetbelasting. Beslistermijn In de ASVO 2018 was de beslistermijn voor een aanvraag om een incidentele subsidie 13 weken. Door deze termijn te verkorten naar 8 weken weet een aanvrager veel eerder waar hij aan toe is.
Weigeringsgronden Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag moet gekeken worden of zich een weigeringsgrond voordoet. Als er een absolute weigeringsgrond aan de orde is, moet de subsidie altijd geweigerd worden. Doet zich een relatieve weigeringsgrond voor, dan kan de subsidie worden geweigerd. Er moet dan een inhoudelijke afweging worden gemaakt Ten opzichte van de ASVO 2018 worden zowel de absolute als de relatieve weigeringsgronden uitgebreid. Aan de absolute weigeringsgronden wordt toegevoegd het weigeren van de subsidie als: subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk voorschrift,
-
de subsidieaanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met (internationale) wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde, de activiteiten van de subsidieaanvrager in strijd zijn met de op grond van de in internationale verdragen algemeen erkende rechten van de mens. Dit zijn zulke zwaarwegende argumenten dat het zonneklaar is dat de aanvraag geweigerd moet worden. Aan de relatieve weigeringsgronden wordt toegevoegd het kunnen weigeren van de subsidie als: het college voor dezelfde activiteiten reeds eerder subsidie heeft verstrekt; en de subsidieaanvrager verplichtingen is aangegaan voordat de subsidieaanvraag is ontvangen. In de praktijk liepen we er tegenaan dat beide bepalingen niet in de ASVO 2018 waren opgenomen en een subsidie daarom veel lastiger (of niet) geweigerd kon worden. Algemene en bijzondere verplichtingen Omdat subsidies met publieke middelen worden verstrekt, is het van belang dat de besteding ervan doelmatig en rechtmatig is. De ASVO 2018 gaf te weinig ruimte om daarop toe te zien. In de Asv 2026 is daarom de bepaling opgenomen dat de subsidieontvanger verplicht is mee te werken aan door de raad of het college ingestelde onderzoeken. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld subsidieontvangers worden gevraagd om mee te werken aan een onderzoek van de Rekenkamer.
Ook nieuw is de bepaling dat van de subsidieontvanger gevraagd kan worden om tussentijds te rapporteren. Egalisatiereserve In de praktijk liepen we er tegen aan begrotingssubsidies niet altijd volledig werden uitgegeven in het jaar waarin ze werden verstrekt. In de ASVO 2018 was geen bepaling opgenomen om in dergelijke gevallen de niet bestede subsidie te reserveren. In de Asv 2026 is opgenomen dat het college bij vaststelling van een begrotingssubsidie kan besluiten dat er een egalisatiereserve gevormd moet worden. Hierdoor wordt het mogelijk om een overschot uit een jaar te gebruiken in een volgend jaar, zonder dat de subsidie jaarlijks aangepast hoeft te worden. In de Asv 2026 is ook opgenomen dat de egalisatiereserve zichtbaar in de financiële verantwoording opgenomen dient te worden. Hierdoor houdt zowel de subsidieontvanger als het college zicht op de omvang en besteding van de egalisatiereserve. Vermogensvorming Sommige organisaties bouwen uit een ontvangen subsidie voorzieningen en reserves op. Het is gewenst dat dit vermogen terugvloeit naar de gemeente (de gemeenschap) als dit vermogen niet meer gebruikt wordt voor het subsidiedoel. Bijvoorbeeld als de organisatie haar activiteiten beëindigt. Het opleggen van de plicht tot vermogensvergoeding kan alleen als een verordening deze mogelijkheid geeft.
Daarbij moet vastgelegd zijn hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. De uiteindelijke vergoeding moet in verhouding staan tot de waarde van het gevormde vermogen. Het doel van dit artikel is het voorkomen van onbedoelde vermogensoverdracht, zodat publiek geld niet verloren gaat bij bijvoorbeeld verkoop of beëindiging van activiteiten. In de ASVO 2018 is een dergelijke bepaling niet opgenomen. In de Asv 2026 is hiervoor wel een bepaling opgenomen. Verantwoording en vaststelling subsidies Een controleverklaring is voortaan pas nodig bij hogere subsidiebedragen. Een controleverklaring geeft een redelijke mate van zekerheid dat publieke middelen op een rechtmatige, doelmatige en transparante manier zijn besteed. In de praktijk waren er regelmatig vragen over de kosten van een controleverklaring. De kosten zijn afhankelijk van de aard en omvang van de subsidies en de gestelde eisen. Voor een eenvoudige subsidie liggen de kosten vaak tussen de € 1.500 en € 3.000. Voor complexere subsidie liggen de kosten vaak tussen de € 3.000 en € 7.500. In overleg met onze accountant stellen we voor om het subsidiebedrag waarvoor een controleverklaring nodig is aan te passen van meer dan € 50.000 in de ASVO 2018 naar meer dan € 75.000 in de Asv 2026.
Beslistermijn op aanvraag tot subsidievaststelling De in de ASVO 2018 genoemde termijnen bleken in de praktijk niet passend. De beslistermijn is daarom in de Asv 2026 gewijzigd naar 20 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling. Ondergrens voor terugvordering bedragen In de ASVO 2018 is geen ondergrens voor terugvordering van bedragen opgenomen. Hierdoor is er geen mogelijkheid om bij beperkte onderbenutting van een subsidie de subsidie ongewijzigd vast te stellen. In de Asv 2026 hebben we een ondergrens voor het terugvorderen van bedragen opgenomen van € 57. Dit bedrag is gelijk aan de aanslaggrens voor inkomstenbelasting in 2026. Door deze grens hoeven kleine bedragen niet teruggevorderd te worden. Dit beperkt de administratieve lasten. Evaluatieverslag Artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht verplicht om elke vijf jaar een evaluatieverslag op te stellen over de doeltreffendheid en de effecten van subsidie in de praktijk, tenzij in een verordening is vastgelegd dat dit verslag niet hoeft te worden opgesteld. In de praktijk gebeurt de evaluatie op subsidieniveau. Een vijfjaarlijkse algemene rapportage voegt hieraan niets toe. Tot dusver is een dergelijk evaluatieverslag nooit uitgebracht. Deze praktijk leggen we nu in de verordening vast. Hardheidsclausule De rapportageverplichting naar de raad is in dit artikel concreter ingevuld.
In de ASVO 2018 is opgenomen dat er ‘periodiek’ naar de raad wordt gerapporteerd. Dit is gewijzigd in een verplichting tot jaarlijkse rapportage.
Verantwoordings- en controleprotocol subsidies (protocol) Doel van het protocol Het college moet aan de gemeenteraad verantwoorden hoe gemeentelijke middelen, inclusief subsidies, zijn besteed. Dit protocol helpt de gemeente Ooststellingwerf om aannemelijk te maken dat subsidies worden gebruikt voor het doel waarvoor deze beschikbaar zijn gesteld. Het protocol geldt voor subsidies waarvoor een controleverklaring van een onafhankelijk accountant en/of verantwoording nodig is. De accountant geeft in zijn controleverklaring een oordeel over de subsidie. Balans tussen controle en subsidiebedrag Het doel is een goede balans te vinden tussen hoeveel controle nodig is en de hoogte van het subsidiebedrag. Hierbij worden zowel de administratieve lasten als de gewenste zekerheid meegenomen. Inkadering Protocol Dit protocol geldt voor subsidies die vanaf 1 januari 2026 worden verleend. In verlengingsbeschikkingen vanaf deze datum is opgenomen dat de ontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling dit protocol in acht moet nemen.
Definities en begrippen In dit protocol worden de volgende definities gehanteerd: Begroting De begroting bij de subsidieaanvraag. Rechtmatigheid Een subsidie is rechtmatig besteed als deze conform regelgeving en subsidiebeschikking is gebruikt.
Verantwoordingsprotocol In de Algemene subsidieverordening gemeente Ooststellingwerf en in dit protocol is aangegeven waaraan de aanvraag tot subsidievaststelling moet voldoen. De financiële verantwoording moet plaatsvinden via een jaarrekening of een separaat financieel verslag. De inhoudelijke verantwoording vindt plaats via een inhoudelijk verslag. Financiële verantwoording via een jaarrekening De jaarrekening moet bevatten: 1. De baten en lasten in kolommen voor (1) het huidige boekjaar, (2) de goedgekeurde begroting en (3) het vorige boekjaar. 2. De subsidie van de gemeente Ooststellingwerf apart vermeld. 3. Handtekeningen van de bevoegde vertegenwoordigers van de subsidieontvanger. Uit de jaarrekening moet blijken: 4. Of de activiteiten meer of minder hebben gekost dan de subsidie. Financiële verantwoording via een separaat financieel verslag Het financiële verslag moet bevatten: 1. Een vergelijking van de gerealiseerde baten en lasten met de goedgekeurde begroting, per subsidie. 2. Handtekeningen van de bevoegde vertegenwoordigers van de subsidieontvanger. Uit het financieel verslag moet blijken: 3. Of de activiteiten meer of minder hebben gekost dan de subsidie. 4. Wat de totale baten en lasten per activiteit zijn, als er meerdere activiteiten zijn genoemd in de subsidiebeschikking.
Inhoudelijk verslag Dit verslag bevat een vergelijking tussen de in de aanvraag geplande en in werkelijkheid behaalde doelen en een uitleg over eventuele verschillen. Als in de subsidieaanvraag aantallen zijn vermeld, moet de realisatie van deze aantallen worden verantwoord in het verslag. De accountant controleert of het verslag niet in strijd is met de jaarrekening of het financieel verslag. Voor het overige valt dit verslag buiten de accountantscontrole.
Controleprotocol Dit protocol beschrijft wat de accountant moet doen om een controleverklaring bij de financiële verantwoording te geven. Normenkader Het normenkader bestaat uit de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening van de gemeente Ooststellingwerf. In nadere regels, subsidieregelingen en subsidiebeschikkingen kunnen aanvullende verplichtingen voor de subsidieontvanger staan. De accountant controleert • Of de subsidieontvanger zich aan de subsidievoorwaarden heeft gehouden. • Of de financiële verantwoording klopt met de administratie van de subsidieontvanger. • Of de inkomsten en uitgaven per subsidie juist en volledig zijn verantwoord. • Of de aard van de inkomsten en uitgaven in de financiële verantwoording overeenkomst met de aard van de inkomsten en uitgaven in de begroting bij de subsidieaanvraag. • Of afwijkingen van de oorspronkelijke activiteiten duidelijk zijn toegelicht. • Of er geen misbruik of oneigenlijk gebruik is gemaakt van de subsidiegelden. • Of de financiële verantwoording geen verrekenbare of compensabele BTW bevat, tenzij anders bepaald. • Of het inhoudelijke verslag niet in strijd is met de jaarrekening of het financieel verslag. Vereiste zekerheid Bij subsidies van meer dan € 75.000 is een controleverklaring nodig. Een controleverklaring geeft een redelijke mate van zekerheid.
Dat wil zeggen een hoge, maar geen absolute zekerheid (meestal 95 %).
Betrouwbaarheid en materialiteit De accountant controleert de financiële verantwoording bij de aanvraag tot subsidievaststelling om een redelijke mate van zekerheid te geven over de getrouwheid van de cijfers. Fouten en onzekerheden kunnen gaan over de juistheid van de verantwoording en de rechtmatigheid van de uitgaven. Tabel voor nauwkeurigheid Bij de controle van de financiële subsidieverantwoording gebruikt de accountant onderstaande richtlijnen voor nauwkeurigheid en de gevolgen van fouten en onzekerheden. De totale subsidiabele kosten in de financiële verantwoording vormen de basis. Afhankelijk van de mate van fouten en onzekerheden, geeft de accountant een van de volgende verklaringen: • Goedkeurend: Als de fouten en onzekerheden samen maximaal 2 % van de subsidiebedragen zijn, geeft de accountant een goedkeurend oordeel. • Met beperking: Als de fouten en onzekerheden samen tussen 2% en 10 % van de subsidie liggen, geeft de accountant een verklaring met beperking. • Oordeelonthouding: Als de fouten en onzekerheden samen 10% of meer van de subsidie bedragen, onthoudt de accountant zich van een oordeel. Bij een oordeelsonthouding zijn de fouten niet aantoonbaar, maar is er een vermoeden van fouten of risico’s. • Afkeurend: Als de fouten en onzekerheden samen 10 % of meer van de subsidie bedragen, geeft de accountant een afkeurend oordeel.
Bij een afkeurende accountantscontrole zijn de fouten concreet en aantoonbaar
Model accountantsproduct De gemeente stelt geen specifieke eisen aan de tekst van de beoordelings- en controleverklaring, behalve dat de algemene subsidieverordening van de gemeente Ooststellingwerf en het controleprotocol moeten worden gevolgd. Verder gelden de algemene richtlijnen voor accountants. De accountant gebruikt de standaardmodellen van de Nederlandse beroepsvereniging van accountants (NBA), die jaarlijks op de NBA-website worden gepubliceerd.
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: : : :
Ruimte Verlengen looptijd woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022-2026
J. Nijboer/ W. Buijs 0085251670
Datum collegevergadering 13 oktober 2025
Voorgesteld besluit 1. De looptijd van huidige woon(zorg)visie 2022-2026 te verlengen tot 1 januari 2027 en hiervoor het addendum vast te stellen
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag
Inleiding Vanuit het collegeakkoord (2022) is het uitgangspunt genoteerd dat Ooststellingwerf een duurzame en een fijne plek is om te leven en te wonen. Deze doelstellingen zijn verankerd in het lokale woonbeleid: de woon(zorg)visie 2022-2026. Deze visie loopt per 1 januari 2026 af. Het is wettelijk verplicht om geldig woonbeleid te hebben. Momenteel wordt aan het nieuwe woonbeleid, in de vorm van een volkshuisvestingsprogramma op basis van voorgenomen nieuwe wetgeving de wet versterking regie op de volkshuisvesting, gewerkt. Dit betekent dat er in 2026 aan het nieuwe beleid wordt gewerkt (zie planning bijlage 2). Voorliggend addendum zorgt voor de actualisatie van het huidige beleid en voor een overbruggingsjaar naar het opstellen van het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma
Argumenten 1.1. Het hebben van woonbeleid is een wettelijke verplichting Op grond van de Woningwet 2014 (art. 42) is de gemeente verplicht om woonbeleid te hebben. Via het verlengen van de looptijd van de huidige woon(zorg)visie 2022-2026 zorgen we ervoor dat we tijdens het proces om te komen tot het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma geldig woonbeleid hebben. Op deze wijze voldoen we dus aan onze wettelijke verplichting. 1.2. Duidelijkheid in de samenwerking met stakeholders is gewenst Als gemeente werken we op het gebied van wonen intensief samen met stakeholders, o.a. woningcorporaties, huurdersverenigingen en marktpartijen. Voor deze samenwerking is beleidsmatige uniformiteit, bestuurlijke consistentie en heldere communicatie nodig. Dit addendum verwerkt recente (rijks)afspraken en -kaders in het lokale beleid en zorgt zodoende voor de gewenste duidelijkheid in de samenwerking. 1.3. Via het addendum wordt de actualisatie van de woningbouwaantallen en betaalbaarheidsdoelen op basis van de eerste herijking regionale woondeal opgenomen De rechtsgeldigheid van het addendum omvat het overgangsjaar 2026. In het addendum zelf worden onderdelen van de bestaande visie geactualiseerd op basis van recente (rijks)afspraken en -kaders. Het addendum heeft de meest recente woningbouwafspraken (woondeal, 3 juli 2025) met provincie en rijk opgenomen: 820.
De huidige woon(zorg)visie gaat uit van de 520, dit verschil van 300 woningbouwaantallen wordt door dit addendum gecorrigeerd. Ook is de afspraak om 30% sociale huur en het realiseren van twee derde betaalbare woningen in het addendum opgenomen. 1.4. Woonbeleid is de juridische verankering van de prestatieafspraken Woningcorporaties doen op basis van de woonvisie een passend bod voor de prestatieafspraken. Huurdersorganisaties zijn hier nauw bij betrokken. Omdat de huidige visie met ingang van 1 januari 2026 geen juridische rechtsgeldigheid meer heeft, is het noodzakelijk om een tussentijdse actualisatie en verlenging in de vorm van dit addendum door te voeren. Op deze wijze hebben we in 2026 geldig woonbeleid.
Kanttekeningen 1.1 Wet versterking regie op de Volkshuisvesting is nog niet in werking getreden Vanaf 1 januari 2026 zal naar verwachting de Wet versterking regie op de Volkshuisvesting in werking treden. Hierdoor zijn gemeenten verplicht om binnen twee jaar na inwerkingtreding de bestaande woon(zorg)visie om te zetten naar een volkshuisvestingsprogramma. Momenteel wordt dit wetsvoorstel nog door de kamer behandeld en is het niet zeker wanneer deze in werking zal treden. 1.2 Het provinciale volkshuisvestingsprogramma is nog in ontwikkeling Het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma dient aan te sluiten bij het provinciale volkshuisvestingsprogramma doordat het de lokale uitvoering van de gestelde provinciale richting is. De planning van de provincie is om in 2026 het provinciale volkshuisvestingsprogramma op te stellen. Hier sluiten we via deze parallelle planning bij aan. Mocht het proces van de provincie vertraging oplopen, kan dit mogelijk tot gevolg hebben dat ons lokale volkshuisvestingsprogramma ook vertraging oploopt.
Financiële toelichting n.v.t.
Sustainable Development Goals (SDG’s)
SDG 11 – Duurzame steden en gemeenschappen: Door het actualiseren van woningbouwaantallen en betaalbaarheidsdoelen wordt ingezet op voldoende, betaalbare en kwalitatieve huisvesting voor alle inwoners van Ooststellingwerf. SDG 3 – Goede gezondheid en welzijn: De integratie van zorgaspecten in het woonbeleid bevordert een gezonde leefomgeving, met aandacht voor kwetsbare groepen zoals ouderen en mensen met een zorgvraag. SDG 10 – Ongelijkheid verminderen: Door het opnemen van afspraken over sociale huur en betaalbare woningen wordt gestreefd naar een inclusieve woonomgeving waarin iedereen mee kan doen.
Inwonersparticipatie N.v.t.
Publicatie voor bekendmaking De gemeenteraad verlengt de looptijd van de woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022–2026 met één jaar, tot 1 januari 2027. Dit gebeurt via een addendum dat recente afspraken over woningbouw en betaalbaarheid verwerkt. Hiermee blijft het woonbeleid geldig in 2026 en wordt aangesloten op de toekomstige invoering van het volkshuisvestingsprogramma.
Vervolg In 2026 wordt het volkshuisvestingsprogramma opgesteld
Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
, burgemeester.
Bijlagen 1. Woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022-2026 2. Planning startnotitie van woon(zorg)visie naar volkshuisvestingsprogramma 3. Addendum op de woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022-2026
Extern zaak ID (zaakcode) : 0085251670 De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ; 13 oktober 2025
Besluit 1.
De looptijd van huidige woon(zorg)visie 2022-2026 te verlengen tot 1 januari 2027 en hiervoor het addendum vast te stellen
Besloten in de openbare vergadering van 25 november 2025 , griffier.
, voorzitter.
Woon(zorg)visie 2022-2026 Gemeente Ooststellingwerf
14 december 2021 Rapportage
DATUM
14 december 2021
TITEL
Woon(zorg)visie 2022-2026
OPDRACHTGEVER
Gemeente Ooststellingwerf
AUTEUR(S)
Bram Klouwen Jan van Deursen
PROJECTNUMMER
085.106/G
STATUS
Rapportage