Agendabundel
Tekst van het document
31
De Raad van de Rechtspraak heeft, in het kader van de Bestjoersôfspraak Fryske Taal en Kultuer (BFTK), aangegeven dat er invulling zal worden gegeven aan de wettelijke bepalingen uit de WGFT. Zo faciliteert de rechtbank Noord-Nederland een cursusaanbod en informatie over de rechten en het gebruik van de Friese taal en wordt er bij de toedeling van zaken aan rechters gekeken naar de beheersing van het Fries. Verder wordt gekeken naar de mogelijkheden om het Fries meer zichtbaar te maken op de beeldschermen in de rechtbank Leeuwarden. De provincie ziet toe op de uitvoering van deze afspraken. Zorg Voor het welzijn van patiënten is het van belang dat zij aangesproken worden in hun moedertaal en zich kunnen uiten in die taal. De komende jaren wordt ingezet op het verbeteren van de positie van het Fries in de zorgsector. Via het project Frysk yn ‘e Soarch worden organisaties in de zorg of het sociale domein gestimuleerd om het Fries te borgen in het contact met patiënten. Zij krijgen ondersteuning van de provincie en/ of een steunorganisatie om taalbeleid te ontwikkelen en de zichtbaarheid van het Fries in de organisaties te vergroten. Taalvaardigheid van personeel is van belang om de doelstelling te kunnen halen. Daarom wordt de (door)ontwikkeling van taalcursussen voor professionals in de zorg ondersteund door de provincie.
In het kort: wat zijn de resultaten in 2028? • De provincie geeft als Taalschipper het goede voorbeeld en draagt het Fries in al haar facetten uit. Alle communicatie van de provincie Fryslân is Friestalig en tweetalig waar nodig. De provincie draagt het Fries zelf in alle activiteiten actief uit. • Een kwart van alle communicatie door officiële instanties is tweetalig. • Gemeenten en rijksuitvoeringsinstanties hebben taalbeleid en bevorderen en borgen zo het Fries. • Meertaligheidscoördinatoren steunen de gemeenten bij het realiseren van hun taalbeleid. • Er is zichtbare verbetering bij de rechtbank bij het naleven van de afspraken uit de BFTK en toezegging van de Raad voor de Rechtspraak. • Zorginstellingen hebben taalbeleid, borgen het gebruik van de taal met patiënten en maken het Fries zichtbaar in de gebouwen en in communicatie-uitingen.
32
HOOFDSTUK
7
Onderzoek naar en voor het Fries
Fryslân in 2051 De kennisinfrastructuur rondom het Fries is in 2051 weer op orde. Er zijn voldoende experts, opleidingsmogelijkheden en instellingen die zich bezighouden met onderwijs en onderzoek op het gebied van de Friese taal en cultuur om uitwerking te geven aan (Europese en wettelijke) afspraken voor het Fries. Beleidsdoelen op het gebied van de Friese taal en cultuur zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en worden integraal uitgevoerd. Inleiding Wetenschappelijk onderzoek is de basis van het provinciaal taalbeleid. Via verschillende metingen wordt bijvoorbeeld in kaart gebracht hoe Taalplan Frysk 2030 loopt, hoe het aantal sprekers en de Friese taalvaardigheid zich ontwikkelt, wat belangrijke motieven zijn voor nieuwkomers om het Fries te leren en ook echt te gebruiken, en hoe mensen gestimuleerd kunnen worden om de Friese taal door te geven aan hun (klein)kinderen. Provincie Fryslân laat zich adviseren en inspireren door onafhankelijk onderzoek. Daarom steunt de provincie verschillende organisaties die fundamenteel of toegepast onderzoek uitvoeren, archieven beheren en helpen bij het vormgeven en uitvoeren van onderwijs- en taalbeleid. De provincie stuurt ook aan op afstemming en coördinatie van de activiteiten van de kennispartners.
Vanuit haar rol als Taalschipper heeft de provincie ambities geformuleerd om met de instellingen toe te werken naar de langetermijndoelstelling voor 2051. Voor een groot
33
deel komen deze overeen met de ambities die met het Rijk zijn afgesproken in de BFTK 2024-2028, voor een ander deel met de ambities uit ons Bestuursakkoord 2023 -2027. Hieronder worden de ambities één voor één uitgewerkt. Kennisinfrastructuur Tussen 2019 en 2023 zijn er enkele rapporten over de kennisinfrastructuur verschenen die in grote lijnen dezelfde conclusies bevatten.7 Er moeten meer mensen opgeleid worden die zich bezig kunnen houden met onderwijs en onderzoek op het gebied van de Friese taal, cultuur en geschiedenis. Ook zou er meer en beter moeten worden samengewerkt tussen de kennisinstellingen, is er behoefte aan meer focus en regie, en moet er volgens de rapporten meer aandacht zijn voor het vasthouden van onderwijsen onderzoekstalent. Gebeurt dat niet, dan wordt het moeilijk om Europese en wettelijke afspraken over het Fries na te komen, en om nieuw taalbeleid te formuleren en uit te voeren. Dat er een tekort aan experts is, is voelbaar. Voor belangrijke posities in de kennisinfrastructuur is het lastig om mensen te vinden. Zo is er bijvoorbeeld een tekort aan (senior) onderzoekers, docentopleiders, journalisten die het Fries goed beheersen, schrijvers en vertalers. Ook moeten er veel meer leerkrachten Fries komen voor het basisonderwijs en docenten Fries voor het voortgezet onderwijs en het hbo.
Als er niets verandert, komt niet alleen de toekomst van de frisistiek (het wetenschappelijke onderzoek naar het Fries), maar ook de toekomst van het Fries in gevaar. Daarom vindt de provincie het belangrijk dat de basis weer in orde wordt gebracht. De komende periode zet de provincie samen met de instellingen in op gemeenschappelijk werven, opleiden en vasthouden van talenten voor de toekomst. Fries op universitair niveau In Nij Poadium is in het kader van Taalplan Frysk 2030 een start gemaakt met het versterken van de doorgaande leerlijn tussen de diverse onderwijsniveaus. De meeste aandacht is toen (ook met het oog op de wettelijke verplichtingen in het primair en voortgezet onderwijs) uitgegaan naar het eerste deel van de leerlijn. In het licht van bovengenoemde adviezen aan provincie en Rijk wordt er de komende periode aan gewerkt dat er meer experts worden opgeleid zowel in het hbo (zie hoofdstuk 2. Fries in het onderwijs) als aan de universiteit.
Een onafhankelijke positie van universiteit is op zichzelf wenselijk, zo concludeert ook DINGtiid, maar voor het Fries pakt dit niet goed uit.8 Met het verdwijnen van de enige zelfstandige bachelor- en masteropleiding Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Groningen is het onderwijsaanbod op het gebied van het Fries op universitair niveau de laatste tien jaar sterk teruggelopen, evenals het aantal studenten dat het aanbod volgt. Gelukkig ligt er met het Europees Handvest een juridische basis voor academisch onderwijs op het gebied van de Friese taal en cultuur. In de BFTK is daarom met het Rijk afgesproken dat er in de komende periode gezamenlijk gewerkt wordt aan de versterking van het Fries op universitair niveau. Zo moet er volgens alle partijen weer een fulltime hoogleraar Friese taal en cultuur komen en minimaal 2 fte academische staf, die in ieder geval een volledige en duurzame bacheloropleiding Fries verzorgen. Omdat veel studenten pas op latere leeftijd belangstelling krijgen voor het Fries, onderzoeken provincie en Rijk ook hoe de mogelijkheden voor zij-instroom en nieuwe onderzoekers weer vergroot kunnen worden. Daarmee verbetert het laatste deel van de doorgaande leerlijn van Taalplan Frysk 2030. 7 Zie ‘Rapport van de Taskforce Fryske Akademy’ (2019), DINGtiid, ‘Op ‘e syk nei nije dynamyk.
Advysnotysje oangeande de kennisynfrastruktuer fan it Frysk’ (2020), DINGtiid, ‘Advysbrief universitêre frisistyk’(2022), ComEX, ‘Seventh Evaluation Report on the Netherlands’ (2022), KNAW, ‘De toekomst van de frisistiek’ (2023). 8 DINGtiid, ‘Advysbrief universitêre frisistyk’(2022).
34
Samenwerking In het Bestuursakkoord Oparbeidzje foar Fryslân 2023-2027 staat aangegeven dat de provincie zal aansturen op meer samenwerking tussen organisaties, zodat het geld voor het Fries zo effectief mogelijk wordt ingezet. De lijn die is ingezet met Nij Poadium wordt daarmee voortgezet. Toen is een samenwerkingstraject tussen de verschillende instellingen in Fryslân gestart: het Gearwurkingstrajekt Fryske Taal en Kultuer (GFTK). Dit heeft geleid tot een kennisagenda die de komende jaren zal worden uitgewerkt tot een meerjarig uitvoeringsprogramma. Zowel DINGtiid als het Steatekomitee Frysk komen in de loop van 2024 met een voorstel voor een langetermijnvisie voor het Fries. In Wales werken ze al met zo’n langetermijnvisie9. Deze ontwikkelingen, net als de mogelijke start van een Raad voor de Frisistiek als plaats waar een aantal kernspelers op landelijk niveau afstemming zoekt over hoger onderwijs en onderzoek, worden meegenomen in het vervolg op de GFTK. Om de basis weer op orde te krijgen, adviseert de provincie om in beide trajecten veel aandacht te hebben voor regeneratie: het werven en vasthouden van specialisten op het gebied van het Fries. Zo wordt de frisistiek versterkt en sluiten de activiteiten van de kennispartners waarmee de provincie een subsidierelatie heeft beter op elkaar aan.
Dat leidt tot meer synergie tussen de partijen en een sterkere positie van de Friese taal en cultuur. Kennis- en wetenschapsbeleid Niet al het kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek dat wordt uitgevoerd is meteen toepasbaar. Het grootste deel van het provinciale onderzoeksbudget is bedoeld voor fundamenteel onderzoek naar de Friese taal en cultuur, zoals onderzoek naar de Oudfriese rechtsteksten of taalvariatie. Fundamenteel onderzoek is gericht op het vergroten van kennis. Dat is waardevol omdat het inzicht geeft in waar we vandaan komen en hoe onze samenleving en wereld voortdurend veranderen. Voor het provinciale beleid is behoefte aan zowel fundamenteel als toepasbaar onderzoek. Daarom zal de provincie een eigen kennis- en wetenschapsbeleid formuleren en vaststellen. Dit moet beter inzichtelijk maken welke beleidsvragen en beleidsontwikkelingen (voor taalbeleid bijvoorbeeld op het gebied van taaloverdracht of het ontwikkelen van spraaktechnologie) om wetenschappelijk onderzoek vragen, en hoe de provincie op basis van de zorgplicht voor het Fries beter kan sturen op onderzoek dat helpt de positie van het Fries te versterken. In het kort: wat zijn de resultaten in 2028? • Er is een volledige, duurzame en toegankelijke bacheloropleiding Friese taal en cultuur met een fulltime hoogleraar en minstens 2 fte academische staf.
• De samenwerking tussen instellingen is door overleg binnen het GFTK en de Raad voor de Frisistiek verder verbeterd. Er wordt gewerkt vanuit een gemeenschappelijke visie op het op Fryslân georiënteerde onderzoek. • Instellingen werken effectief samen bij het werven en vasthouden van studenten en onderzoekers op het gebied van de Friese taal en cultuur en bij het bedenken en uitvoeren van onderwijs- en onderzoeksactiviteiten. • De kennisagenda is uitgewerkt tot een meerjarige uitvoeringsagenda. • De provincie heeft haar eigen kennis- en wetenschapsbeleid voor het Fries ontwikkeld en vastgesteld.
9
Llywodraeth Cymru/Welsh Government (2017). Cymraeg 2050. A million Welsh speakers.
35
HOOFDSTUK
8
Internationale samenwerking
Fryslân in 2051 Fryslân werkt goed samen met andere meertalige regio’s op het gebied van taalplanning, onderzoek, onderwijs, culturele producties en uitingen, en in de lobby naar Europa. Daardoor is het mogelijk om goede samenwerkingsprogramma’s, mede gefinancierd door Europa, op te zetten. Dat zorgt voor een grote verscheidenheid aan excellent vergelijkend onderzoek en culturele producties en uitwisselingen. Door de samenwerking leren de regio’s van elkaar en inspireren ze elkaar volop en is het Fries een vitale taal. Inleiding Er zijn in de wereld heel veel regio’s die meertalig zijn. In deze regio’s is/zijn naast de nationale taal (een) andere taal/talen in gebruik. Sommige talen zijn officieel erkend en worden door een groot aantal inwoners gebruikt, andere talen staan onder druk en daar dreigt assimilatie. Iedere regio heeft op zijn eigen wijze oog en aandacht voor deze talen. Op sommige gebieden kan Fryslân veel leren van andere regio’s, op andere gebieden loopt Fryslân voorop. Mede door internationale samenwerking kunnen talen zoals het Fries worden versterkt. In de lobby naar Europa toe, met vergelijkend onderzoek, uitwisseling van culturele producties en onderwijsbeleid, en het ontwikkelen van langetermijnbeleid en taalplaningsactiviteiten. De komende jaren zal de provincie werken aan het uitbouwen van de internationale samenwerking op het gebied van taal en cultuur.
36
Door samen te werken op het gebied van taalplanning, onderwijs en onderzoek, maar ook op het gebied van culturele producties en uitingen kunnen regio’s van elkaar leren, elkaar inspireren, meer (Europees) geld binnenhalen voor nieuw onderzoek en nieuwe producties, en samen voor de belangen van meertalige regio’s opkomen. NPLD Het Europese Network to Promote Linguistic Diversity (NPLD) is een belangrijke platformorganisatie voor lokale overheden, wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties uit gebieden waar een minderheids- of regionale taal wordt gebruikt. De provincie zal samen met de andere Friese NPLD-leden actief bijdragen aan het organiseren van bijeenkomsten en projecten ten aanzien van thema’s als taalvitaliteit. Het NPLD wordt actief gebruikt om de kennis over het behouden en bevorderen van onze talen te delen. De inzet van de provincie hierbij is om de verbinding tussen het Friese onderwijsveld, de wetenschappelijke wereld, de Friese culturele wereld, de Friese economie en die van de (praktische) taalbevordering van het Fries (nog) beter tot stand te brengen. Het streven is om tussen 2025-2028 minimaal één keer een NPLD-bijeenkomst naar Fryslân te halen. Daarnaast is met andere Friese NPLD-partners afgesproken Fryslân de komende jaren beter voor het voetlicht te krijgen in de activiteiten van het NPLD en meer invloed uit te oefenen op de te bespreken thema’s.
Onderzoeksprojecten De wetenschappelijke studie van het Fries, de frisistiek, is van belang voor de toekomst van het Fries en voor de status van het Fries als Europese taal. De komende periode wordt voortgezet met het uitwisselen van kennis over het Fries met andere meertalige regio’s in Europa, bijvoorbeeld met het Network to Promote Linguistic Diversity (NPLD). Naast de provincie doen ook Friese instellingen zoals de Fryske Akademy, Mercator, de Afûk en NHL Stenden Hogeschool mee aan internationale samenwerkingsprojecten. Internationale culturele projecten De provincie Fryslân wil als (lead)partner in samenwerking met partners uit vergelijkbare Europese taalregio’s deelnemen aan internationale projecten, die voor het in stand houden van de Friese taal relevant zijn. Daarbij wordt in het bijzonder gebruik gemaakt van het NPLD-netwerk, maar als dat mogelijk is ook van andere cultuur- en taalgerelateerde Europese netwerken zoals UNESCO Cities of Literature en Film. De bescherming en bevordering van onze Europese (minderheids- en regionale) talen en culturen zal hierbij altijd het hoofddoel zijn.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het bevorderen van culturele activiteiten voor nationale minderheden (bijvoorbeeld theater in eigen taal, beschikbaarheid kennis over eigen erfgoed en geschiedenis in musea), twee- of meertalig onderwijs, rechten inzake culturele expressie en mogelijkheden voor nieuwe domeinen en media (uitwisseling journalisten lokale omroepen). Uitwisselingsprojecten voor jongeren De provincie zal ook in de toekomst voorzien in de behoefte van het Friese veld om met andere Europese minderheidstaalgebieden in contact te komen. Zij stelt daar ieder jaar financiering voor beschikbaar. De belangrijkste doelgroepen zijn jonge Friese schrijvers, dichters, filmmakers, muzikanten, journalisten en schoolgaande of studerende jongeren. Internationalisering is daarbij beslist geen doel op zichzelf, maar een middel om van elkaar te kunnen leren en zich door andere minderheidstaalregio’s te laten inspireren. Contacten met Friese buurlanden Inhoudelijke contacten en uitwisseling op het gebied van taal(vitaliteit), cultuur en onderwijs tussen de provincie Fryslân en de van oudsher verwante taalgebieden
37
rondom de waddenregio worden in overleg met de betreffende gebieden gecontinueerd. Bestaand Fries lesmateriaal en/of kinderboeken kan op verzoek beschikbaar worden gesteld aan taalregio’s waar nog Friese varianten worden gesproken (Duitsland en de Länder Niedersaksen en Sleeswijk-Holstein). Daarnaast zal worden onderzocht of er een onderzoeksagenda ontwikkeld kan worden over taalsociologische vraagstukken. Doel is de gemeenschappelijke aanpak van het versterken van de taalvitaliteit in de verschillende regio’s. Steun van Nederlandse ambassades In de BFTK is afgesproken dat het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse ambassades in focuslanden, de provincie actief zullen ondersteunen bij het leggen van contacten. Integratie met andere beleidsterreinen De komende jaren zal er meer aandacht komen om de Friese taal en talige diversiteit te verbinden aan andere belangrijke thema’s waar de provincie mee bezig is, zoals regionale en plattelandsontwikkeling, biodiversiteit, digitalisering, en participatie en empowerment van de samenleving. In de internationale samenwerking zal het Fries en de eerder genoemde expertise op het gebied van meertaligheid steeds vaker een plek krijgen, vooral in samenwerkingsprojecten met andere meertalige regio’s.
In het kort: wat zijn de resultaten in 2028? • De provincie organiseert met de andere Friese NPLD-partners minimaal één keer een NPLD-bijeenkomst in Fryslân. • Er zijn in ieder geval twee internationale samenwerkingsprojecten op het gebied van onderzoek, taalplanning of cultuur met andere meertalige regio’s, meegefinancierd door Europa. • De uitwisseling met andere UNESCO Cities of Literature, maar ook met andere UNESCO cities zoals op het gebied van film leidt tot minimaal twee nieuwe internationale samenwerkingen en producties. • Om de ambities op het gebied van film waar te kunnen maken, steunt de provincie minimaal één uitwisseling met een andere minderheidstalenregio waar een sterke filmindustrie actief is.
38
HOOFDSTUK
9
Monitoring en financiën
Monitoringskader Aan het eind van elk hoofdstuk of paragraaf staat een kort overzicht met de verwachte resultaten in 2028. Een aantal resultaten zijn meetbaar geformuleerd en kunnen worden gemeten met onderzoeken die de provincie zelf uitvoert of opdracht voor geeft, zoals de Taalatlas en de Taalplan Frysk 2-meting. Ook kan de provincie aan de hand van overzichten met aantal aanvragen en subsidieverleningen zien in hoeverre de resultaten zijn behaald. Andere beschreven resultaten in 2028 zijn (nog) niet uitgewerkt in meetbare cijfers of met een nadere beschrijving wie het zal uitvoeren en hoe dit zal worden gedaan. Ambtelijk zal dit worden bijgehouden in een apart monitoringskader. Financiën Onderstaande tabel geeft aan hoe de komende beleidsperiode de financiële middelen zullen worden ingezet. De beschikbare middelen bestaan uit de structurele budgetten volgens de begroting van de provincie aangevuld met tijdelijke middelen uit het coalitieakkoord 2023 - 2027 (Oparbeidzje foar Fryslân) en tijdelijke aanvullende middelen uit de Bestjoersôfspraak Fryske Taal en Kultuer (BFTK) 2024-2028 met het Rijk. Provinciale Staten hebben in juni 2022 besloten om een aantal structurele budgetten als heroverweging aan te merken.
In eerste instantie zou dit gelden vanaf 2025, maar Provinciale Staten hebben besloten met een amendement dat de kosten voor dat jaar nog uit de Vrije Aanwendbare Reserve (VAR) gedekt konden worden. De heroverwegingen worden om die reden pas per 2026 van kracht en verwerkt in de begroting.
39
Per hoofdstuk is een verdeling gemaakt op basis van de beschikbare middelen en de verschillende onderwerpen. Een deel van de middelen is beschikbaar voor onderwerpen die integraal worden opgepakt tussen de verschillende hoofdstukken van deze beleidsnota en met andere beleidsterreinen. Naast uitgaven aan goederen en diensten zal het grootste deel van de middelen worden ingezet voor subsidies, via subsidieregelingen, aan taal- en onderwijsinstellingen en via projecten.
Tabel begroting 2025-2028 Financiën
2025
2026
2027
2028
Boekjaarinstellingen taal
€ 32.600
€ 32.600
€ 32.600
€ 32.600
Taaloverdracht
€ 181.200
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
Totaal
€ 213.800
€ 132.600
€ 132.600
€ 132.600
Boekjaarinstellingen onderwijs/Taalplan Frysk 2030/regelingen
€ 5.656.700
€ 5.237.500
€ 5.237.500
€ 5.312.500
Kerndoelen Fries (inclusief bijdrage Rijk*)
€ 400.000
€ 100.000
€ 50.000
Leraren primair & voortgezet onderwijs (bijdrage Rijk*)
€ 1.400.000
€ 2.100.000
€ 2.100.000
€ 1.400.000
Totaal
€ 7.456.700
€ 7.437.500
€ 7.387.500
€ 6.712.500
Taalbeleid Taalvitaliteit
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
Totaal
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
€ 50.000
Boekjaarinstellingen Bibliotheek***
€ 3.616.200
€ 3.616.200
€ 3.616.200
€ 3.616.200
Boekjaarinstellingen Taal
€ 2.100.000
€ 1.926.700
€ 1.926.700
€ 1.926.700
Fries thuis
Fries in het onderwiis
Fries op het werk
Fries in de vrije tijd
Prijzen
€ 87.300
€ 40.200
€ 40.200
€ 40.200
Taalbevordering Afûk (bijdrage Rijk*)
€ 100.000
€ 350.000
€ 350.000
€ 200.000
Taalbeleid Taalvitaliteit
€ 200.000
€ 175.000
€ 150.000
€ 150.000
Taalvitaliteit NHL Stenden Hogeschool Minor Friestalige journalistiek**
€ 50.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 50.000
Taalbeleid City of Literature
€ 300.000
€ 300.000
€ 300.000
€ 300.000
Taalbeleid Taalproductiehuis
€ 150.000
€ 150.000
€ 150.000
€ 150.000
Taalprojecten
€ 212.800
€ 154.100
€ 154.100
€ 154.100
Taalprojecten & regelingen
€ 651.400
€ 610.300
€ 610.300
€ 610.300
Taalregelingen literatuur/cultuur (bijdrage Rijk*)
€ 350.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 400.000
€ 7.817.700
€ 7.897.500
€ 7.872.500
€ 7.597.500
Zichtbaarheid Impuls (bijdrage Rijk*)
€ 100.000
€ 100.000
€-
€-
Zichtbaarheid de tweetalige provincie
€ 200.000
€ 530.000
€ 530.000
€ 420.000
Zichtbaarheid projecten & regeling
€ 226.800
€ 226.800
€ 226.800
€ 226.800
Totaal
€ 526.800
€ 856.800
€ 756.800
€ 646.800
€ 92.000
€ 92.000
€ 92.000
€ 92.000
Totaal Fries in de openbare ruimte
Fries bij overheid, rechtbank en in de zorg Adviesorgaan Friese taal
40
Financiën
2025
2026
2027
2028
Meertaligheidscoördinator gemeenten (bijdrage Rijk*)
€ 140.000
€ 640.000
€ 580.000
€ 340.000
Totaal
€ 232.000
€ 732.000
€ 672.000
€ 432.000
Archief & Kennis***
€ 3.949.100
€ 3.949.100
€ 3.949.100
€ 3.949.100
Wetenschap & Kennis
€ 3.085.800
€ 3.085.800
€ 3.085.800
€ 3.085.800
Onderzoek naar en voor het Fries
Academisch Fries
€ 120.400
€ 120.400
€ 120.400
€ 120.400
€ 7.155.300
€ 7.155.300
€ 7.155.300
€ 7.155.300
Internationaal
€ 264.300
€ 264.300
€ 264.300
€ 264.300
Totaal
€ 264.300
€ 264.300
€ 264.300
€ 264.300
Proceskosten****
€ 75.000
€ 150.000
€ 150.000
€ 75.000
Totaal
€ 75.000
€ 150.000
€ 150.000
€ 75.000
Totaal
€ 23.791.600
€ 24.676.000
€ 24.441.000
€ 23.066.000
Instellingen hybride activiteiten***
€ 8.414.400-
€ 8.365.300-
€ 8.365.300-
€ 8.365.300-
Totaal
€ 15.377.200
€ 16.310.700
€ 16.075.700
€ 14.700.700
Totaal Internationale samenwerking
* De onderdelen die zijn aangegeven als een bijdrage van het Rijk zijn nieuwe aanvullende onderwerpen vanuit de BFTK 2024 -2028. In de BFTK staan de bestuursafspraken over de Friese taal en cultuur met het Rijk. De inkomsten van deze middelen lopen via het provinciefonds. Via het provinciefonds zijn de onderdelen Kerndoelen en Zichtbaarheid als impulsbijdrage al opgenomen in de provinciale begroting. ** De bijdrage voor de minor Friestalige journalistiek van het Rijk aan de NHL Stenden Hogeschool is in totaal 125k. De provincie doet ook een bijdrage van 125k aan NHL Stenden Hogeschool verdeeld volgens de begroting. *** Instellingen Omrop Fryslân, Tresoar en Fers hebben hybride activiteiten. Alle provincies hebben een Regionale Publieke Omroep (Mediawet ), Regionaal Historisch Centrum (Archiefwet) en een Steunfunctie-instelling bibliotheekwerk (Wet stelsel openbare bibliotheken ). In Fryslân hebben deze instellingen een extra taak ten aanzien van de Friese taal, waardoor zij onderdeel uitmaken van deze nota en begroting. **** De proceskosten zijn voor algemene uitgaven van goederen en diensten en uitgaven ten aanzien van het monitoringskader.
41
Bronvermelding Bosma, E. (2017). Bilingualism and cognition: The acquisition of Frisian and Dutch, Universiteit van Amsterdam. Committee of Expert of the European Charter for Regional or Minority Languages (2022). Seventh Evaluation Report on the Netherlands. DINGtiid (2022). Adviesbrief Universitaire Frisistiek. DINGtiid (2020). Op ‘e syk nei nije dynamyk. Advysnotysje oangeande de kennisynfrastruktuer fan it Frysk. Europeesk Hânfêst foar regionale talen of talen fan minderheden. Straatsburg, 05-11-1992. E&E advies (2020). ‘Krenten uit de pap’ – Op zoek naar de meerwaarde van de Friese taal in het economisch verkeer. Provinsje Fryslân. Gorter, D., & Cenoz, J. (2024). The Visibility of Minority Languages. In A Panorama of Linguistic Landscape Studies (pp. 174–223). Multilingual Matters / Channel View Publications. KNAW (2023). De toekomst van de frisistiek. Llywodraeth Cymru/Welsh Government (2017). Cymraeg 2050. A million Welsh speakers. Varkevisser, N. A., & Walsweer, A.P. (2023). It is mei sizzen net te dwaan. 1-mjitting primêr ûnderwiis. Provinsje Fryslân. Provinsje Fryslân (2023). Bestjoersakkoart Oparbeidzje foar Fryslân 2023-2027. Provinsje Fryslân (2022). Gearwurkingstrajekt Fryske Taal en Kultuer (GFTK): Contouren van een kennisaginda. Provinsje Fryslân (2021). Taalplan Frysk 2030. Provinsje Fryslân (2019). Nij Poadium.
Kunst & cultuur, taal &onderwijs en erfgoed in Fryslân 2021-2024. Ramtferdrach foar de beskerming fan nasjonale minderheden. Straatsburg, 01-02-1995. Rapport van de Taskforce Fryske Akademy (2019).
42
Colofon Opdrachtgever Provincie Fryslân Tweebaksmarkt 52 8911 KZ Leeuwarden 058 – 292 59 25 provincie@fryslan.frl Fotografie Bart Lindenhovius Natalia Balanina Fotobureau Hoge Noorden Ypie Boersma Opmaak en druk Provincie Fryslân Leeuwarden, mei 2024
43
PROVINCIALE STATEN VAN FRYSLAN
Bijlage 3
Na het lezen van het voorstel van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 7 mei 2024 nr. 02209487, aangaande natuurlijk Fries — beleidsnota Friese taal 2025 – 2028 Overwegende dat: Voor de periode 2025-2028 nieuw provinciaal taalbeleid moet worden vastgesteld. Dat het beschermen en bevorderen van de Friese taal een wettelijke taak is van de provincie. Besluit: Uiteraard Fries 2025 - 2028, Beleidsnota Friese taal vast te stellen. Waarbij de lange termijndoelen tot kennisgeving aangenomen worden en het Statencomité Fries wordt gevraagd deze te betrekken bij hun initiatiefvoorstel. Dit met de toevoeging van een door het college op te stellen tekst over Friese streektalen en het Nedersaksisch in Fryslân met als uitgangspunten: 1. De provincie Fryslân spant zich ervoor in dat streektalen een betere positie krijgen. De provincie draagt daarom samen met de bestuurlijk verantwoordelijke gemeenten bij aan de bescherming en bevordering van de streektalen in Fryslân. 2. Scholen die dat wensen, in regio's waar een streektaal gebruikt wordt, mogen de streektaal toevoegen aan het onderwijsaanbod Friese taal en cultuur. Vooral in de plaatsen waar een sterke streektaalgemeenschap is, zoekt de provincie samen met schoolondersteuners ruimte om een volwaardige positie van de streektaal in de lessen Friese taal en cultuur verder te versterken. 3.
In overleg met de Stellingwerven probeert de provincie te komen tot een effectief taalbeleid voor het Stellingwerfs, met als uitgangspunt dat de provincie een verantwoordelijkheid voelt voor het Stellingwerfs en daarom de primaire bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeenten steunt, binnen haar wettelijke taken en bevoegdheden. Daarin gaan we uit van proactieve samenwerking van de Stellingwerven. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van de ervaring die in andere gemeenten al is opgedaan met de meertaligheidscoördinatoren. 4. In samenwerking met de gemeenten, de Rijksoverheid en andere provincies maken we werk van de uitvoering van het Convenant Nedersaksisch uit 2018. In te stemmen met de begrotingswijziging voor aanpassing van het bestedingsritme. Zo vastgesteld door Provinciale Staten van Fryslân in hun openbare vergadering van 19 juni 2O 24
Bijlage 4 Juridische aantekeningen wettelijke rechten en plichten Friese taalwetten In deze bijlage wordt ingegaan op de juridische rechten en plichten van Ooststellingwerf in relatie tot de Wet Gebruik Friese Taal en het wettelijk verplichte Friestalig onderwijs. De bijlage is in gezamenlijkheid geschreven met team Juridische Zaken 1. Wet gebruik Friese taal Kunnen wij een beroep doen op de uitzondering van artikel 3 lid 2 van de Wet gebruik Friese taal? Ja, artikel 3 lid 2 Wet gebruik Friese taal is inderdaad in de dagelijkse praktijk bruikbaar. In de Memorie van Toelichting (pagina 7)1 staat hierover het volgende: ‘Het voorgestelde artikel 3 is echter inmiddels zodanig vormgegeven dat alle bestuursorganen, dus ook die van de gemeente Ooststellingwerf, de mogelijkheid hebben te verzoeken de Nederlandse taal te gebruiken op de grond dat het gebruik van de Friese taal tot een onevenredige belasting van het bestuurlijk verkeer zou leiden.’ In de taalnota staat dat de provincie de overheden via het interprovinciaal toezicht gaat aanspreken op de uitvoering van de wet. De provincie heeft ook een formele rol als toezichthouder op de uitvoering van de Wet Gebruik Friese taal. Op grond van het Interbestuurlijk Toezicht worden om die reden ook gesprekken gevoerd met gemeenten over hun wettelijke taken op dit gebied.
De komende jaren wordt gezamenlijk toegewerkt naar een volledig gelijkwaardige positie van het Fries in alle communicatie-uitingen. Hier wordt met de gemeenten concrete en meetbare ambities voor geformuleerd.
Artikel 3 lid 2 is dan een mogelijkheid om in te zetten. Uiteindelijk staat dan bezwaar en beroep open. Kan de provincie het beleid zoals verwoord in de Taalnota (bij ons) afdwingen? Nee. De Taalnota van de provincie verwoordt het beleid van de provincie. De provincie kan niet het eigen beleid afdwingen (dat is immers het beleid van de provincie, niet het beleid van de gemeente). Dat beleid hoeven wij niet uit te voeren, want het is provinciaal beleid en daarmee nog geen gemeentelijk beleid. Je kunt dat ook zien door de veelvuldig gebruikte woorden ‘stimuleren’, ‘faciliteren’ en ‘steunen’. Het staat de provincie vrij om te stimuleren, faciliteren en steunen, maar daarmee zijn wij als gemeente niet verplicht om hieraan mee te doen. Er bestaat geen verplichting om ons te conformeren aan het provinciale taalbeleid, zoals verwoord in de taalnota. De taalnota is namelijk geen algemeen verbindend voorschrift, maar een set voornemens van de provincie. In de theoretische situatie dat de provincie daar een ander oordeel over heeft, is er in juridisch opzicht maar één ding dat de provincie zou kunnen doen, namelijk indeplaatsstelling op grond van Artikel 124 Gemeentewet.
Dit is echter een zeer zwaar middel waar de provincie niet zomaar gebruik van maakt (zie ook het beleidskader indeplaatsstelling, https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/provincies/documenten/beleidsnota-s/2011/03/08/algemeenbeleidskader-indeplaatsstelling-bij-taakverwaarlozing ). Volgens de Grondwet is dit alleen mogelijk als ‘het bestuur van een provincie of een gemeente zijn taken grovelijk verwaarloost.’(Artikel 132 Grondwet). Indeplaatstselling komt niet vaak voor. In de gevonden twee gevallen ging het om maatschappelijke nogal ingrijpende zaken (taakstelling huisvesting vergunninghouders en basisschool op islamitische grondslag). Voordat een indeplaatsstelling een feit is, moet de provincie de gemeente eerst in de gelegenheid stellen om de verwaarloosde taak alsnog op te pakken. Dat is alleen anders in spoedeisende gevallen. Het is een zwaar en ingrijpend middel.
1 Memorie van toelichting behandeling Wet gebruik Friese taal, kamerstuk 33335 vergaderjaar 2011 /
2012
Er is ook geen reden om over te gaan tot indeplaatsstelling omdat de gemeente voldoet aan de wettelijke vereisten, en omdat de gemeente niet is gehouden tot het uitvoeren van provinciaal beleid dat niet in een algemeen verbindend voorschrift is opgenomen. Wel moeten wij ons (uiteraard) aan de wet houden. Dan hebben we het over de volgende zaken Verplichtingen op grond van de Wet gebruik Friese taal; a. Het toestaan dat met ons in het Fries gecommuniceerd wordt (artikel 3 lid 1 Wet gebruik Friese taal), tenzij dat bij ons tot onevenredige belasting leidt (artikel 3 lid 2 Wet gebruik Friese taal) b. Het opstellen van regels over het gebruik van het Fries (artikel 5 lid 1 Wet gebruik Friese taal) c. Het opstellen van een beleidsplan inzake het gebruik van het Fries (artikel 5 lid 2 Wet gebruik Friese taal) d. Als we zélf stukken in het Fries opstellen, moeten we op verzoek een vertaling in het Nederlands leveren (artikel 8 Wet gebruik Friese taal) e. In raadsvergadering kan het Fries gebruikt worden. Als dat gebeurt, moet in het Fries genotuleerd worden (artikel 9 Wet gebruik Friese taal) In hoeverre voldoen we aan deze vereisten? a. In de mogelijkheid om in het Fries te communiceren wordt (in elk geval in onze Taalnota) voorzien. In de praktijk komt het in onze gemeente niet of nauwelijks voor. Er zijn ook geen problemen mee gerapporteerd, voor zover bekend.
Bovendien is de uitzondering van artikel 3 lid 2 Wet gebruik Friese taal van toepassing: het moet wel haalbaar zijn. b. We hebben regels over het gebruik van het Fries vastgelegd in de Verordening Fries in het schriftelijk verkeer. c. Met de Taalnota hebben we een beleidsplan in zake het gebruik van het Fries d. Voor zover bekend heeft geen enkel bestuursorgaan van onze gemeente ooit een Friestalig document geproduceerd. Daarmee is deze verplichting voor ons niet relevant. e. Er wordt zelden Fries of Stellingwerfs gesproken in een raadsvergadering, eigenlijk alleen wanneer het over taal gaat. Dan wordt er in het Nederlands genotuleerd en dat heeft niet geleid tot problemen. Aandachtspunt: is er bij de griffie iemand aanwezig die Friestalig (of Stellingwerfs) kan notuleren? Kunnen we (alsnog) een vrijstelling voor de Wet gebruik Friese taal krijgen, zoals Weststellingwerf die heeft? Nee. We krijgen de feiten rond de ‘vrijstellingsaanvraag van Weststellingwerf’ niet goed boven water. Het is mogelijk dat er in de aanloop tot de Wet gebruik Friese taal een mogelijkheid is geweest om een uitzonderingspositie te vragen, en dat Weststellingwerf hiervan gebruik heeft gemaakt en Ooststellingwerf niet. We kunnen het niet achterhalen.
Los daarvan: de vergelijking tussen Weststellingwerf en Ooststellingwerf is bij de behandeling in de Tweede Kamer nadrukkelijk aan de orde geweest (ook naar aanleiding van de reactie van de SSR). In de Memorie van Toelichting wordt hierover het volgende opgemerkt: ‘De Stichting Stellingwarver Schrieversronte tot slot dringt erop aan om de uitzonderingsbepaling in artikel 3, tweede lid, en artikel 5, derde lid, niet alleen te laten gelden Weststellingwerf, maar ook voor de gemeente Ooststellingwerf. De taalsituatie in Ooststellingwerf verschilt evenwel van Weststellingwerf, en wel in die zin dat in Ooststellingwerf, met name in Haule, Haulerwijk, Waskemeer en Donkerbroek het Fries wel de dagelijkse omgangstaal is. Uiteraard dient de gemeente Ooststellingwerf hiermee rekening te houden in het contact met haar inwoners.’ Voor alle duidelijkheid: de uitzondering van artikel 3 lid 2 geldt voor alle bestuursorganen, dus ook voor Ooststellingwerf. De uitzondering van artikel 5 lid 3 geldt niet voor Ooststellingwerf en wel voor Weststellingwerf. Het argument is niet ‘Weststellingwerf heeft wel aangevraagd, Ooststellingwerf niet’, maar ‘de situatie in Weststellingwerf wijkt af van die in Ooststellingwerf.’ Het is daarom zinloos om ontheffing te vragen. Hiervoor zal de wet moeten worden gewijzigd. Inschatting van JZ is dat dit niet gehaald gaat worden.
Hier moeten we dan ook maar geen energie meer in steken.
2. Andere wettelijke verplichtingen a. Artikel 9 lid 4 Wet op het primair onderwijs: op basisscholen in Friesland moet onderwijs in het Fries gegeven worden. De kerndoelen hiervoor stellen Provinciale Staten vast. Daarnaast kan (niet moet) onderwijs in het Fries (maar bijvoorbeeld ook in het Stellingwarfs) gegeven worden (Artikel 9 lid 13 Wet op het primair onderwijs). b. Artikel 2.15 Wet voortgezet onderwijs 2020: op scholen voor voortgezet onderwijs in Friesland wordt in de eerste twee leerjaren onderwijs gegeven in Friese taal en cultuur. Ook hiervoor stellen Provinciale Staten de kerndoelen vast In de Taalnota staan hier vergaande voorstellen over. Dat kunnen we niet zo gemakkelijk naast ons neerleggen. Scholen mogen ontheffing aanvragen. In de nota wordt hierover het volgende gezegd: Gedeputeerde Staten zullen voortaan alleen in uitzonderlijke gevallen een officiële ontheffing verlenen voor het aanbieden van een of meer kerndoelen Fries. De beleidsregel voor het verkrijgen van ontheffing voor het Fries wordt daarvoor aangepast. Van alle scholen in het Friese taalgebied wordt verwacht dat ze toewerken naar een volledig aanbod Friese taal en cultuur in 2030. In regio’s binnen het Friese taalgebied waar een streektaal in gebruik is, kunnen scholen die dat wensen de streektaal toevoegen aan het onderwijsaanbod Friese taal en cultuur.
Verplichting en vrijstelling voor scholen De verplichting van Artikel 9 lid 4 Wet op het primair onderwijs en Artikel 2.15 Wet voortgezet onderwijs 2020 richt zich op de scholen c.q. de scholenkoepels. Het bevoegd gezag kan vrijstelling aanvragen. Dat is in Ooststellingwerf stichting Comprix, CPO De Tjongerwerven, Stichting Simant (Stellingwerf College), Stichting Fierder Onderwijs (CSG Liudger) en Stg Spec Onderwijs Fryslân (Duisterhoutschool). Hierin heeft de gemeente dus geen (directe) rol. Wel zou de gemeente de stichtingen kunnen ondersteunen bij het aanvragen van vrijstelling. Daarbij is het volgende van belang. Artikel 9 lid 4 Wet op het primair onderwijs en Artikel 2.15 Wet voortgezet onderwijs 2020 verplichten de provincie om beleidsregels op te stellen waarin de criteria voor de ontheffing staan. Deze beleidsregels hebben we niet kunnen vinden op lokaleregelgeving.overheid.nl. Dat kan betekenen dat de beleidsregels er niet zijn, of dat de beleidsregels niet rechtsgeldig bekendgemaakt zijn, waardoor ze (nog) niet gelden. Ook op de provinciale website hebben we geen beleidsregels voor ontheffing kunnen vinden. We zouden de provincie naar deze beleidsregels kunnen vragen, zodat een verzoek om ontheffing past binnen de provinciale beleidsregels.
We hebben nergens kunnen terugvinden dat er in het verleden ontheffingen zijn aangevraagd of verleend voor Artikel 9 lid 4 Wet op het primair onderwijs en Artikel 2.15 Wet voortgezet onderwijs 2020. Deze vraag staat nog uit. Het is dan ook lastig inschatten wat de kans op een ontheffing is. Ook omdat het onduidelijk is welke criteria de provincie hierbij hanteert, want de vereiste beleidsregels terzake hebben we kunnen vinden. We kunnen ons voorstellen dat de kwaliteit van de argumentatie in de aanvraag (mede) bepalend zal zijn. In de Taalnota staat (p. 13) ‘De doelstelling van Taalplan Frysk 2030 is dat in 2030 alle scholen in het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs het Fries aanbieden conform de wettelijk vastgelegde kerndoelen Friese taal en cultuur.’ Het is nog de vraag of dat betekent dat er in het geheel geen ontheffingen worden verleend. Verwarring in de taalnota van wetten We vermoeden dat de kans op ontheffing groter is als we kunnen onderbouwen dat een school aantoonbaar alleen leerlingen betrekt uit aantoonbaar niet-Friestalige gebieden. In de taalnota staat ‘Het Fries is een verplicht onderdeel van het primair en voortgezet onderwijs op scholen in het Friese taalgebied (alle Friese gemeenten, uitgezonderd de gemeente Weststellingwerf en de Waddeneilanden).
Dit is vastgelegd in de Wet op Primair Onderwijs (WPO) en Wet op Voortgezet Onderwijs (WVO).’ Hier verwart de Taalnota twee zaken. Voor Weststellingwerf en de Waddeneilanden is namelijk wettelijk bepaald dat ze geen verordening en beleidsplan voor het gebruik van het Fries behoeven op te stellen (Artikel 5 lid 3 Wet gebruik Friese taal). Maar in zowel de Wpo als de Wvo worden Weststellingwerf en de Waddeneilanden niet vrijgesteld. Als de provincie de kerndoelen Friese taal en cultuur niet stelt in Weststellingwerf, kan met beroep op het gelijkheidsbeginsel gesteld worden dat dit ook voor de niet Friestalige delen van Ooststellingwerf moet gelden. De taalnota noemt
namelijk expliciet als samenvatting (pagina 18): ‘Alle scholen in het Friese taalgebied bieden nieuwe kerndoelen Friese taal en cultuur aan en werken toe naar een volledig aanbod in 2030’. Omdat het grootste deel van Ooststellingwerf aantoonbaar niet tot het Friese taalgebied behoort, zou dit alleen voor het Friestalige deel van Ooststellingwerf moeten gelden, niet voor de niet Friestalige delen. De provincie hanteert een andere definitie van Friestalig gebied en gaat uit van het gebied zoals dit in de WGFT wordt gehanteerd, inclusief de gemeente Ooststellingwerf. Dit is dus arbitrair. 3. Verdragen Kunnen we met een beroep deel II van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden of het convenant Nedersaksisch juridisch bescherming voor het Stellingwarfs afdwingen? Nee, juridische bescherming van het Stellingwarfs/Nedersaksisch afdwingen aan de hand van deel II van het Handvest ziet JZ niet goed voor zich.
Bepaalde delen van deel II zijn redelijk dwingend geformuleerd, zie bijvoorbeeld artikel 7 lid 2: ‘De Partijen verplichten zich tot het wegnemen, indien zij dit nog niet hebben gedaan, van alle ongerechtvaardigde vormen van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur betreffende het gebruik van een regionale taal of taal van een minderheid en waarmede wordt beoogd de instandhouding of ontwikkeling van een zodanige taal te ontmoedigen of in gevaar te brengen.’ En artikel 7 lid 4: ‘Bij het bepalen van hun beleid ten aanzien van regionale talen of talen van een minderheid houden de Partijen rekening met de behoeften en wensen naar voren gebracht door de groepen die deze talen gebruiken.’ Er staat in de verdragstekst echter geen enkele sanctie opgenomen. Als er sprake is van bijv. weigering van subsidie of een verbod zou een beroep op deze verdragsbepalingen zeker een mogelijkheid zijn. Ik zie echter geen juridische mogelijkheden om met dit verdrag in de hand in de provinciale taalnota ruimte voor het Stellingwarfs af te dwingen. Wel kan een moreel appel op de provincie worden onderbouwd met een beroep op het Handvest. Hier ligt mogelijk wel een opening, met name in verband met het afdwingen van Fries in het onderwijs in Nedersaksisch taalgebied.
Hierover zou je kunnen overwegen om een juridisch proces te starten en dan de rechter te laten bepalen hoever de bescherming van een taal in deel II tegenover de status van een taal in deel III gaat. Voor het convenant Nedersaksisch geldt nog veel sterker dat dat dit niet juridisch afdwingbaar is. Het convenant heeft alleen een symbolische waarde. Deze waarde is zeker niet nihil, maar in juridisch opzicht valt er niets mee af te dwingen. Is het mogelijk om erkenning onder deel II van het Handvest te krijgen voor het Nedersaksisch/Stellingwarfs? Het is (in theorie) mogelijk om erkenning onder deel III van het Handvest te krijgen voor het Nedersaksisch. Daarvoor zou het Rijk het Nedersaksisch moeten ‘aanmelden’. Hiertoe zijn in het verleden de nodige pogingen gedaan. Deze hebben geen resultaat gehad. Als we ons hierop willen richten, zullen we de samenwerking met de provincies waar Nedersaksisch gesproken wordt (Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland) moeten zoeken. Uit het bestuurlijk overleg van 10 juni 2024 is duidelijk geworden dat hiervoor bijzonder weinig draagvlak bestaat. Dit lijkt dus op het spreekwoordelijke trekken aan een dood paard. Ook hier geen energie in steken. 4. Samenvatting De Taalnota is provinciaal beleid en geen gemeentelijk beleid. Daarnaast is het geen algemeen verbindend voorschrift.
De gemeente is daarmee niet verplicht om de Taalnota uit te voeren. De Wet gebruik Friese taal is wel een algemeen verbindend voorschrift. Omdat de gemeente voldoet aan de vereisten van deze wet is er geen reden voor de provincie om over te gaan tot indeplaatsstelling. Bovendien is dit een zwaar instrument dat zelden wordt ingezet. Aanvragen van ontheffing voor Friese kerndoelen is allereerst een zaak van de schoolstichtingen. Zolang er geen provinciale beleidsregels (bekend) zijn is het koffiedikkijken op welke criteria een eventuele aanvraag wordt beoordeeld. Naar onze inschatting is een aanvraag het meest kansrijk in de niet Friestalige gebieden.
Wet- en regelgeving bescherming Fries en Nedersaksisch Bijlage 5 Hieronder wordt uitleg gegeven over de wet- en regelgeving die er is ten aanzien van Fries en het Nedersaksisch. De uitleg heeft een denkbeeldige trechtervorm: van algemeen / internationaal, naar concreet, provinciaal en gemeentelijk Kaderverdrag bescherming nationale minderheden Het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden gaat vooral over mensenrechten, antidiscriminatie en de bescherming van cultuur. Met de erkenning van het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden is de overheid verplicht om onder andere de volgende zaken goed te regelen: • bescherming tegen discriminatie en bevordering van gelijkheid; • om de cultuur te beschermen; • toegang tot en gebruik van media; • het gebruiken en leren van de eigen taal; • recht op onderwijs; • verbod op gedwongen assimilatie. Het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden heeft tot doel: • om regionale talen of talen die door minderheden worden gebruikt te beschermen en te promoten, als onderdeel van het Europees Cultureel Erfgoed • Om sprekers van regionale of minderheidstalen de mogelijkheid te bieden om deze talen zowel in het openbare als in het persoonlijke leven te gebruiken. Het Fries valt onder deel III van het Handvest.
Het Nedersaksich onder deel II Deel II bestaat uit algemene doelstellingen en beginselen die van toepassing zijn op alle regionale talen en talen van minderheden die onder het Handvest beschermd worden. De staten moeten op deze voor het behoud van de talen noodzakelijke beginselen hun beleid en wetgeving baseren. In Deel III van het Handvest zijn 68 uitgewerkte maatregelen opgesteld ter bescherming en bevordering van regionale talen of talen van minderheden. Voor elk van de talen waarop dit deel van toepassing wordt verklaard, moeten minstens 35 maatregelen worden uitgekozen die ter bescherming en bevordering van de desbetreffende taal in beleid en wetgeving moeten worden omgezet. Alle aldus in het Handvest erkende talen hebben dan nog niet dezelfde status. Talen die onder Deel III van het Handvest vallen (zoals het Fries) genieten de grootste erkenning. Dit houdt onder meer in dat er onderwijs in wordt gegeven en dat juridische transacties die de taal als voertaal hebben, worden erkend. Talen die onder Deel II vallen (in Nederland zijn dit het Nedersaksisch en het Limburgs) genieten weliswaar erkenning en het gebruik ervan wordt door de overheid gestimuleerd, maar dit alles gaat minder ver dan Deel III: rechten kunnen er in de praktijk niet aan worden ontleend.
Wet Gebruik Friese Taal (WgFt) De Wet gebruik Friese taal (WgFt) regelt het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk en juridisch verkeer binnen de provincie Friesland. Nederlands en Fries zijn officiële talen in de provincie Friesland. Gemeenten moeten actief bijdragen aan het behoud en de promotie van de Friese taal, zowel in hun externe communicatie met burgers als in hun interne processen. In de WgFt behoort Ooststellingwerf tot het Fries taalgebied. Er is door het rijk geen uitzonderingspositie gegeven. Wet Primair Onderwijs en Wet Voortgezet Onderwijs Wet Primair Onderwijs (art. 9 lid 4): op basisscholen in Friesland moet onderwijs in het Fries gegeven worden. De kerndoelen hiervoor stellen Provinciale Staten vast. Er zijn onlangs nieuwe kerndoelen vastgesteld, deze gaan naar verwachting in gelijktijdig met de nieuwe kerndoelen als geheel voor het onderwijs (2027 / 2028). Wet Voortgezet Onderwijs (artikel 2.15, wet 2020): op scholen voor voortgezet onderwijs in Friesland wordt in de eerste twee leerjaren onderwijs gegeven in Friese taal en cultuur. Ook hiervoor stellen Provinciale Staten de kerndoelen vast. Scholen mogen ontheffing vragen, de provincie wil hierin in principe niet tegemoet komen. De Inspectie Onderwijs controleert op de uitvoering van de kerndoelen.
Bestuursafspraak Friese Taal en Cultuur (BFTK) Hierin zijn afspraken gemaakt tussen de rijksoverheid en de provincie ter bescherming en bevordering van de Friese taal en cultuur. In de BFTK 2024-2028 zijn afspraken gemaakt met 7 verschillende ministeries (BZK, OCW, VWS, SZW, J&V, I&W en BZ) Voor Friesland is de BFTK de vertaling van het Europees Handvest, en dan met name de artikelen die door de Nederlandse overheid in het Handvest zijn geratificeerd (maar altijd ambitieuzer dan de vorige BFTK). De afspraken die betrekking hebben op de gemeenten staan voornamelijk in hoofdstuk 3 en hebben betrekking op: • Zichtbaarheid in het Fries • Communicatie in het Fries • Friestalige cursussen voor medewerkers • Aandacht voor het Fries bij bestuurlijke herindelingen • Lange termijn doelen bereiken met het Fries • Coördinatoren meertaligheid • Rol van gemeenten in tweetalige kinderopvang. De provincie heeft ook een formele rol als toezichthouder op de uitvoering van de Wet Gebruik Friese taal. Op grond van het Interbestuurlijk Toezicht worden om die reden ook gesprekken gevoerd met gemeenten over hun wettelijke taken op dit gebied.
De Taalnota Fansels Frysk is een beleidsmatige uitwerking van de BFTK 2024-2028 In Fansels Frysk zijn de afspraken uit de BFTK de basis voor beleid en wordt uitgelegd hoe deze afspraken door de provincie uitgewerkt worden en welke structurele en incidentele middelen zij daarvoor zullen inzetten. De Friese streektalen vallen niet onder de BFTK. De provincie vindt dat zij hiervoor niet direct bestuurlijk verantwoordelijk is. De Friese streektalen hebben wel provinciale aandacht. Zo is het merendeel van onze subsidieregelingen voor het Fries ook toegankelijk voor instellingen, onderzoekers en makers die zich bezighouden met de Friese streektalen. In de nota Fansels Frysk worden de volgende beleidsdomeinen genoemd: • Fries thuis • Fries in het Onderwijs (voorschools tot en met HBO) • Fries op het werk en het bedrijfsleven • Fries in de vrije tijd • Fries in de openbare ruimte • Fries bij de overheid, in rechtbank en in de zorg • Onderzoek naar en voor het Fries • Internationale samenwerking De provincie wil de ambities tezamen met overheden en instellingen realiseren. Er worden per beleidsdomein resultaten in 2028 benoemd. In de nota Fansels Frysk is over het Fries bij de overheid, het volgende opgenomen: Resultaten 2028 • De provincie geeft als Taalschipper het goede voorbeeld en draagt het Fries in al haar facetten uit.
Alle communicatie van de provincie Fryslân is Friestalig en tweetalig waar nodig. De provincie draagt het Fries zelf in alle activiteiten actief uit. • Een kwart van alle communicatie door officiële instanties is tweetalig. • Gemeenten en rijksuitvoeringsinstanties hebben taalbeleid en bevorderen en borgen zo het Fries. • Meertaligheidscoördinatoren steunen de gemeenten bij het realiseren van hun taalbeleid”. Mei-inoar foar it Frysk Met de Friese overheidsinstellingen is een traject Mei-inoar foar it Frysk gestart. In de overlegstructuur Mei-inoar foar it Frysk worden gemeenschappelijk ambities geformuleerd. Als voorzitter van Mei-inoar foar it Frysk stimuleert de provincie organisaties om het Fries uit te dragen in hun interne en externe communicatie en het zichtbaar maken in de openbare ruimte. Convenant Nedersaksisch Het Convenant Nedersaksisch (volledige titel: Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de regionale Nedersaksische taal) is een politiek instrument uit 2018 voor erkenning en stimulering van de Nedersaksische taal, de verzameling onderling gerelateerde dialecten die in het noordoostelijke deel van Nederland worden gesproken.
Het convenant "erkent de regionale taal Nedersaksisch als een wezenlijk, volwaardig en zelfstandig onderdeel van de taalsystematiek binnen Nederland". Door het convenant geven de betrokken partijen aan zich in te spannen en samen te werken om het Nedersaksisch te behouden en het gebruik ervan te bevorderen. Het convenant is echter niet 'in rechte afdwingbaar.' In de tekst wordt benadrukt dat het convenant niet bedoeld is voor de totstandkoming van nieuwe verplichtingen, maar voor bevordering van de taal door 'de Nedersaksische overheden'. De minister van Binnenlandse Zaken kan daarbij een aanvullende rol spelen. Zowel Ooststellingwerf als de provincie Friesland hebben het convenant ondertekend. Provinciale Staten heeft in juni 2024 bij de besluitvorming over Fansels Frysk aandacht gevraagd voor het Nedersaksisch en wil ruimte voor een betere positie van het ‘streektalen’ en ook het Nedersaksisch. Het is aan de gemeente om die ruimte te vertalen in beleid. Overigens wordt dit ook door het rijk onderstreept. Taalnota en verordening Fries Ooststellingwerf Onze gemeente valt sinds 2013 onder de Wet gebruik Friese taal (WgFt). We voldoen aan de wettelijke verplichtingen die dat meebrengt. We hebben een Taalnota en een Verordening Fries in het schriftelijk verkeer.
Er is op 8 januari 2019 door het college van burgemeester en wethouders hierover een besluit genomen en dit is bevestigd door uw raad op 26 maart 2019. Er is toen besloten om een minimale uitvoering te geven aan de WGFT. Dit is in overleg met de provincie Friesland tot stand gekomen. De provincie voert sinds 2024 een andere bestuurlijke koers hierin.
Rol Meertaligheidscoördinator
Bijlage 6
Op basis fan de gesprekken die op bestuurlijk en ambtelijk niveau gevoerd zijn over de taken waar behoefte aan is voor meertaligheidscoördinatoren, zijn de volgende rollen en doelen voor de meertaligheidscoördinatoaren beschreven: 1. Ondersteuner van beleid Als spin in de gemeentelijke organisatie ondersteunt een meertaligheidscoördinator de beleidsambtenaar bij het zorgen voor een actueel gemeentelijk taalbeleid en de uitvoering daarvan. De coördinator is op de hoogte van het huidige taalbeleid (nationaal, provinciaal en gemeentelijk) en van het Europees Handvest voor Regionale talen en talen van minderheden. De coördinator is daarnaast ook op de hoogte van de verplichtingen vanuit de WGFT en kijkt met de beleidsambtenaar mee of en hoe die verplichtingen voldaan worden. 2. Interne ambassadeur en verbinder De meertaligheidscoördinator creëert draagvlak voor de uitvoering van het taalbeleid en zorgt voor meer bewustwording voor de taal intern. De coördinator is een vraagbaak en denkt met de collega’s mee over hoe die het Fries kunnen integreren in hun werk en beleid. Als interne ambassadeur en verbinder zorgt de meertaligheidscoördinator ervoor dat alle beleidsvelden zich bewust zijn van de meerwaarde van het Fries en zodoende de taal meenemen in hun beleid 3.
Externe verbinder Het werk van de meertaligheidscoördinator beperkt zich niet tot de muren van het gemeentehuis, maar de focus ligt ook op het vergroten en versterken van de verbinding met externe partijen. De meertaligheidscoördinator zorgt ervoor dat relevante externe partners zich bewust zijn van de meerwaarde van het Fries en de streektalen. Ook bouwt de meertaligheidscoördinator aan een extern taalnetwerk en fungeert als een brug tussen het netwerk en de overheid. Ook helpt een meertaligheidscoördinator externe partijen met het opzetten van activiteiten en het vinden van subsidie(-kansen). Het is belangrijk dat de meertaligheidscoördinator niet een extra beleidsambtenaar wordt of het werk van de beleidsambtenaar overneemt, maar op afstand staat en onafhankelijk is van de organisatie. De meertaligheidscoördinator moet een aanvulling zijn op het werk van de beleidsambtenaar. Doelen Onderstaande domeinen zijn de domeinen waar de inzet van een meertaligheidscoördinator de komende jaren van belang is: • • • • • • •
Zichtbaarheid in het gemeentehuis en de openbare ruimte In- en externe communicatie van de gemeente Onderwijs Sociaal domein, zoals WMO, participatie- en jeugdwet Bibliotheken (ook met de nieuwe gemeentelijke verantwoordelijkheid in het vooruitzicht) Nieuwe Sprekers Verenigingsleven
Op basis van de bovenstaande speerpunten en de BFTK in het algemeen worden de volgende doelen voorgesteld: In 2026 heeft een meertaligheidcoördinator er in ieder geval voor gezorgd dat: • • • •
•
er een actueel taalbeleid is dat uitgevoerd wordt; er uitvoering wordt gegeven aan de Wet Gebruik Friese Taal en de burger in het Fries met de gemeente kan communiceren; de zichtbaarheid van het Fries en de streektalen in het gemeentehuis en de openbare ruimte blijvend is toegenomen; de gemeente in haar verordening of subsidievoorwaarden voor kinderopvang een bepaling heeft opgenomen waar in staat dat van aanbieders van kinderopvang wordt verwacht dat zij meewerken aan een bij de betreffende gemeente passend aantal tweetalige locaties, met een goede spreiding (op fietsafstand), toegankelijkheid en structureel aandacht voor het Fries in de dagprogramma’s; er aandacht is voor het Fries bij nieuwkomers en daarmee potentieel nieuwe sprekers in de gemeente.
In 2028 heeft een meertaligheidscoördinator ervoor gezorgd dat: •
• • •
• • • •
het Fries opgenomen is als waardevol onderdeel in verschillende beleidsvelden, maar in ieder geval in het sociaal domein, bij beleid dat bibliotheken raakt en het verenigingsleven. Het Fries is op zo’n manier meegenomen dat het de taal (en de betreffende activiteiten) versterkt en bevordert; in het communicatiebeleid opgenomen is dat minstens een kwart van de communicatie tweetalig is en er ook uitvoeringsruimte voor beschikbaar is; het Fries en de streektalen opgenomen zijn als kwaliteitsaspect in subsidievoorwaarden; het Fries en de streektalen ook als bestuurstaal ingezet worden. Zo wordt de taal gebruikt in communicatie met andere bestuursorganen, een vastgesteld aantal stukken in het Fries opgesteld en hebben de talen een plek in formele en informele bijeenkomsten; het Fries onderdeel is van het personeelsbeleid; er een levend taalveld is dat in goed contact staat met en gesteund wordt door de gemeente; de Lange Termijn Agenda (LTA) opgenomen is als integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid; de zichtbaarheid van het Fries en de streektalen in het gemeentehuis en de openbare ruimte verder blijvend is toegenomen (denk daarbij ook aan verkeersborden).
Bijenkorf Het is erg belangrijk dat de meertaligheidscoördinatoren niet op eilandjes aan het werk gaan in hun gemeente, maar dat ze van elkaar leren en best practices met elkaar uitwisselen. Het is de bedoeling dat de coördinatoren regelmatig bij elkaar komen onder leiding van een netwerkleider en ook goed samenwerken met de Afûk en de provincie.
Het college van Gedeputeerde Staten en leden van de Provinciale Staten van de Provincie Fryslân Postbus 20120 8900 HM Leeuwarden
CC:
College van B&W en gemeenteraad Weststellingwerf
Onderwerp:
subsidie/taalbeleid Provincie Fryslân
Oosterwolde, 28 november 2024
Geachte medebestuursleden, Het is uitzonderlijk dat alle fracties van een gemeenteraad een gezamenlijke brief schrijven naar de collegabestuurders in onze provincie. Toch hebben de tien fracties van de gemeenteraad Ooststellingwerf hiertoe besloten om het verstoorde overleg tussen de portefeuillehouders van de gemeente Oost- en Weststellingwerf en de gedeputeerde, mevrouw Folkerts, over bovengenoemd onderwerp weer vlot te trekken. Wij, als fractievoorzitters, staan pal achter de zienswijze van onze wethouder, de heer Nijboer, en willen dit graag via deze brief onder de aandacht brengen in de hoop dat er beweging komt in het, zo lijkt het, onwrikbare standpunt van de gedeputeerde. Het gaat hierbij om de volgende twee belangrijke onderwerpen: 1. De verplichting voor alle scholen in onze provincie om les te geven in het Fries. In onze gemeente komt naast het Nederlands, Fries als tweede voertaal voor in de dorpen Waskemeer en Haulerwijk. In de overige elf dorpen is de tweede voertaal het Stellingwerfs. In onze ogen is het dan ook volkomen logisch om voor die scholen in de dorpen een ontheffing van de verplichting tot Friese taallessen te geven, zoals ook voor alle scholen in de gemeente Weststellingwerf al het geval is.