Agendabundel
Tekst van het document
10
5. UITGANGSPUNTEN EN INHOUD 5.1 OPBRENGST WERKBIJEENKOMST RAAD Op 4 juli 2023 gaf de raad tijdens een werkbijeenkomst enkele uitgangspunten mee. Zij vormen het kader waarbinnen we het accommodatiebeleid gaan ontwikkelen. Tijdens deze bijeenkomst ging het over drie onderwerpen, namelijk: •
Wat is de reikwijdte van het accommodatiebeleid, hoe prioriteren we als het gaat om kosten? Zie paragraaf 5.1.1.
•
Wat zijn uitgangspunten voor onderwijsgebouwen? Zie paragraaf 5.1.2.
•
Hoe willen we inwonersparticipatie over het accommodatiebeleid en het IHP vormgeven? Zie hoofdstuk 6.
Reikwijdte, hoe prioriteren 1)
Reikwijdte: In het accommodatiebeleid moet naast maatschappelijk vastgoed ook het overige vastgoed van de gemeente zoals het gemeentehuis worden meegenomen. Overige voorzieningen zoals terrassen, restaurants, zaaltjes, sportscholen, etc. maken geen onderdeel uit van het accommodatiebeleid. Deze richting is alvast vertaald in hoofdstuk 2 van deze startnotitie.
2)
Reikwijdte: Alleen investeren in vastgoed waar de gemeente een wettelijke taak vervuld is te beperkt, immers de overige accommodaties worden beleidsmatig ondersteund. Daarom moet niet alleen de eigendomssituatie leidend zijn maar juist de behoeftes van inwoners en bezetting van vastgoed bij het maken van investeringskeuzes. Leefbaarheid staat centraal, MFA’s kunnen hieraan bijdragen, het streven is daarbij minimaal 1 accommodatie per dorp.
3)
Prioritering: Een klimaat neutrale gebouwen portefeuille in 2030 is een grote opgave. Het is daarom van belang om de ambitie hoog te houden (gemeente heeft een voorbeeldfunctie). Wat betreft prioritering heeft het de voorkeur om te starten met verduurzamen van gebouwen waar de grootste CO2-reductie (klimaatwinst) te behalen valt. Bij deze afweging houden we rekening met natuurlijke momenten, terugverdientijd en de gebruikshorizon van gebouwen.
11
4)
Prioritering: De gemeente draagt deels bij in de kosten van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed waar zij geen eigenaar van is. De bijdrage kan via een subsidieregeling, denk aan de al bestaande Subsidieregeling sportaccommodaties en sportvoorzieningen Ooststellingwerf 2023 (met toepassing van de 1/3e regeling)6. Dit geldt niet voor onderwijsgebouwen. Hiervoor geldt een apart regime (zie IHP). Voor de dorpshuizen is jaarlijks het dorpshuizenbudget beschikbaar7. Dit budget is ontoereikend om de dorpshuizen te verduurzamen; daarvoor is een extra subsidieregeling nodig.
Uitgangspunten voor Onderwijsgebouwen 1) Bij nieuwbouw is de wens een doorgaande ontwikkellijn te creëren en alle voorzieningen voor 0-4 jarigen integraal onderdeel uit te laten maken van het schoolgebouw. Wanneer er geen aanleiding is om bij bestaande bouw alles samen te voegen, is dit niet nodig, een externe locatie kan geschikter zijn dan een locatie in het schoolgebouw. De wens is om in elk dorp (ook als er geen school is) opvangvoorzieningen te behouden. 2) Ventilatie op scholen is zeer belangrijk. Zeker na COVID zijn de inzichten verandert en ventilatie is ook belangrijk om concentratie te bevorderen. Vooral bij nieuwbouw moet er maximale aandacht zijn voor ventilatie. Hierbij is het ook van belang rekening te houden met een veranderende norm, gelieve bij nieuwbouw voor te lopen op de norm. Voor de bestaande scholen moet er in kaart gebracht worden wat er moet gebeuren om aan frisse scholen klasse B te voldoen. Na het in kaart brengen is betaalbaarheid de doorslaggevende factor in het uitvoeren van maatregelen m.b.t. binnenklimaat in bestaande scholen. 3) De ambitie wat betreft de kwaliteit van gebouwen is hoog. De wens is om bij nieuwbouw aan meer te voldoen dan alleen aan de huidige eisen. Echter is de raad zich bewust van de financiële gevolgen. Betaalbaarheid is een terugkomend punt. Naast gebouwkwaliteit moet er ook aandacht zijn voor groene schoolpleinen.
Het welbevinden van kinderen moet centraal staan. Het is de vraag in hoeverre dit afhankelijk is van (Bijna) Energie Neutrale Gebouwen (BENG/ENG). De Verordening
6 De ‘1/3e regeling’ bestaat uit drie delen; een deel gift, een deel leent de aanvrager renteloos bij de gemeente en een deel
draagt de aanvrager zelf bij. 7 € 35.000 per jaar voor alle dorpshuizen als startsubsidie om andere fondsen te kunnen werven voor het bekostigen van
verbouw, renovatie, groot onderhoud et cetera.
12
op de onderwijshuisvesting gaat uit van het meest recente Bouwbesluit en dat is BENG. Bij de upgrading naar ENG is maatwerk nodig (per gebouw afweging maken). In dat geval vragen we schoolbesturen wat ze financieel kunnen bijdragen.
5.2 UITGANGSPUNTEN VOOR ACCOMMODATIEBELEID Op basis van de wettelijke taken (hoofdstuk 2), de opgehaalde input van de raad tijdens de werkbijeenkomst van 4 juli 2023 en trends en ontwikkelingen komen we tot de volgende hoofduitgangspunten voor het opstellen van het accommodatiebeleid. 1) Maatschappelijke doelen staan voorop. Accommodaties zijn geen doel op zich en kunnen niet los gezien worden van onze maatschappelijke doelen op het gebied van ontmoeten, sociale cohesie, gemeenschapszin, bewegen, zingeving, persoonlijke ontwikkeling van inwoners, ontspanning, onderlinge hulp, gezondheid en leefbaarheid. 2) We maken keuzes over investeringen in accommodaties op basis van de (toekomstige) bezetting van accommodaties en de (toekomstige) behoeftes van inwoners. Zo komen we per situatie tot context specifieke oplossingen die niet voor elk dorp hetzelfde zullen zijn. Immer vraag en aanbod is tussen dorpen nooit gelijk. 3) We stellen prioriteiten op basis van de grootste CO2-reductie (klimaatwinst) per euro investering. 4) De ambities over duurzaamheid en binnenklimaat zijn hoog, maar betaalbaarheid staat centraal. 5) Het streven is om in elk dorp passende basisvoorzieningen te behouden. In het accommodatiebeleid omschrijven we wat we hieronder verstaan. Daarnaast moet het accommodatiebeleid uiteraard passen bij onze wettelijke verplichtingen (zie paragraaf 3.1).
5.3 INHOUD ACCOMMODATIENOTA Het te ontwikkelen accommodatiebeleid bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen.
13
1. Wat kwam er uit het traject inwonersparticipatie over maatschappelijke accommodaties? 2. Wat vinden we een basisniveau per dorp en wat bovenlokaal? Er zijn momenteel geen criteria die vaststellen wat een passende voorziening is en op welk niveau (kern, gemeentelijk, regionaal, wijk, loopafstand). Huidige kader is in elk dorp minimaal 1 overdekte plek. 3. Welke criteria hanteren we om te investeren in renovatie, verduurzaming, nieuw bouwen als we eigenaar zijn of economisch claimrecht hebben. 4. Welke criteria hanteren we om mee te betalen als we geen eigenaar zijn of economisch claimrecht hebben? Hoeveel dragen we dan bij en op basis waarvan besluiten we welk verzoek prioriteit heeft? Het accommodatiebeleid moet een afwegingskader bieden voor verzoeken vanuit de samenleving voor investeringen in maatschappelijke accommodaties waarvan de gemeente geen eigenaar is en geen economisch claimrecht heeft. 5. Voor welke periode geldt het accommodatiebeleid? 6. Op basis waarvan gaan we het beleid evalueren (wanneer is het geslaagd)? 7. Een concrete planning voor investeringen van de accommodaties onder punt (3) voor de korte termijn (< 5 jaar), de middellange termijn (= 5 tot < 15 jaar) en een doorkijk naar de lange termijn (> 15 jaar). 8.
Wat is het financiële kader (meerjarige investeringsagenda) met daarin aangegeven de in te zetten investeringsmiddelen (financiering + kostenverdeling)? 9. Welke stappen gaan we zetten waardoor we voldoen aan het Klimaatakkoord? De raad ziet het liefst verschillende varianten (scenario’s), waar een keuze uit gemaakt kan worden.
14
6. PROCES OM TE KOMEN TOT BELEID 6.1 STAPPEN Het volledige proces om te komen tot het accommodatiebeleid en het IHP geven we weer in onderstaand schema.
Inventarisatie vastgoed (2020)
Actualiseren informatie
Werksessie raad
Participatietraject
Scenario's op hoofdlijnen
Voorkeursscenario kiezen
Uitwerken voorkeursscenario
Accommodatie beleid en IHP
Om te komen tot een gedragen accommodatienota worden de volgende stappen gehanteerd: -
Stap 1: Inventarisatie vastgoed (2020) (gedaan)
-
Stap 2: Actualiseren informatie (gedaan)
-
Stap 3: Werksessie raad (gedaan)
-
Stap 4: Inwonersparticipatie accommodatiebeleid (per dorp) en daarna terugkoppeling naar deelnemers (per regio)
-
Stap 5: Uitwerking scenario’s op hoofdlijnen
-
Stap 6: Voorkeurscenario kiezen door de raad
-
Stap 7: Uitwerken voorkeursscenario (accommodatiebeleid en IHP)
-
Stap 8: Besluitvorming
-
Stap 9: Terugkoppeling besluitvorming naar de dorpen en implementatie
Stap 1, 2 en 3 zijn achter de rug. De uitkomsten van de werksessie met de raad (stap 3) zijn als uitgangspunt genomen voor deze startnotitie en na goedkeuring van de startnotitie gaan we aan de slag met de stappen 4 tot en met 9.
15
6.2 STAP 4: PARTICIPATIE Voorzieningen en accommodaties in een gemeente en in de verschillende dorpen zijn er voor inwoners. De kijk van inwoners op accommodaties is dan ook zeer relevant. Inwoners hebben veel kennis van de lokale situatie, willen doorgaans mee denken en zijn betrokken. Het betrekken van deze inwoners zorgt ervoor dat het accommodatiebeleid optimaal past bij de wensen en mogelijkheden van inwoners. In deze paragraaf lichten we toe het we participatie gaan toepassen. Opbrengst werkbijeenkomst met de raad Op 4 juli 2023 gaf de raad de volgende uitgangspunten mee over inwonersparticipatie rondom het accommodatiebeleid. •
Participatie schept betrokkenheid. Daarom moeten organisatoren van activiteiten en degenen die verantwoordelijk zijn voor beheer/exploitatie betrokken worden bij het accommodatiebeleid, en niet alle inwoners. Zij staan immers ‘aan de lat’ om te zorgen dat accommodaties worden gebruikt en de exploitatie loont. Zij kunnen ook zorgen dat er in een dorp wordt samengewerkt om een goede programmering rond te krijgen. Het betrekken van inwoners moet ingekaderd worden, er kan bijvoorbeeld een scenario voorgelegd worden waarbij inwoners aandachtspunten mee mogen geven. Participatie moet bij voorkeur per dorp opgezet worden, behalve bij accommodaties die een regionale functie hebben (zoals een zwembad). Raadsleden vinden een burgerberaad geen goed idee.
•
Als de gemeenschap mandaat krijgt is het voordeel dat dit eigenaarschap stimuleert en dat is belangrijk. Nadeel is dat bepaalde mensen/partijen de overhand kunnen krijgen en het besluit de mening van de meerderheid niet weerspiegelt. Het verschilt per dorp of het zal lukken om een gedragen besluit te nemen. De raad bepaalt de kaders (niet alleen financieel (budget), maar ook qua duurzaamheid en wat willen we minimaal in een dorp hebben qua ontmoetingsmogelijkhedenbewegen).
Inwonersparticipatie rondom accommodaties Bovenstaande leidt tot inwonersparticipatie over de huidige accommodaties per dorp in de gemeente en hoe zij de toekomst zien.
16
Wie? We spreken per dorp met organisatoren van activiteiten en beheerders of beheerorganisaties van accommodaties en daarmee bewust geen inwonersparticipatie. Wat? We bevragen organisatoren over bezettingen en programmering van activiteiten in de accommodaties en de behoeften van dorpsgenoten. De beheerders van gebouwen bevragen we over de staat van de gebouwen, hoe de gebouwen worden gebruikt, de financiële situatie en de effectiviteit van beheer. We bevragen beide groepen over waar er mogelijk kansen zijn voor samenwerking en geldbesparing8. Ook zijn we nieuwsgierig of zij iets zien in gezamenlijke programmering (of dat dit al gebeurt)9. Ook bevragen we de organisatoren en beheerders over gemeenteoverstrekkende accommodaties, zoals zwembaden, ook al zijn deze niet in het dorp van een organisator of beheerder gelegen. Ten slotte bevragen we hen ook over de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de accommodaties. Invloed? We halen de informatie op (raadplegen) en houden zo goed mogelijk rekening met de aangedragen meningen en ideeën. Er is geen sprake van meebeslissen. We geven dit bij de start aan. Ook kondigen we van tevoren aan dat we de bevraagde inwoners in een bijeenkomst per regio (dus voor een aantal dorpen tegelijk) terugkoppelen wat we wel, niet of deels met hun meningen en ideeën hebben gedaan en waarom.
Naast de gesprekken met de organisatoren en beheerders stellen we een document op waarin per dorp en per locatie een beoordeling plaats vindt op basis van bezetting, duurzaam beheer, exploitatie, gebouwkwaliteit, fysieke toegankelijkheid en functionele geschiktheid. Participatie rondom IHP Voor het op te stellen IHP moeten gemeente en schoolbesturen samen optrekken. Samen staan ze voor de opgave schoolgebouwen te verduurzamen, in te spelen op de
8 Er zijn relatief veel organisaties actief die los van elkaar activiteiten organiseren en gebouwen beheren. Besturen staan onder
druk, op den duur is het financieel niet meer haalbaar. Ook staan vrijwilligers onder druk. Dit maakt dat samenwerken noodzakelijk is. 9 Een gezamenlijke programmering in een dorp ontbreekt meestal. Een goede en actieve programmering voor een diverse
doelgroep kan een succesfactor zijn voor ontmoetingsplekken. We zijn nieuwsgierig hoe inwoners hier tegenaan kijken en/of wat de ervaringen hiermee zijn.
17
gewenste flexibiliteit in voorzieningen en verbinding te maken met maatschappelijke vraagstukken binnen het sociaal domein.
6.3 STAP 5 & 6: SCENARIO’S De uitkomsten van de werkbijeenkomst met de raad en de gesprekken met beheerders en organisatoren gebruiken we om een aantal scenario’s op te stellen. De scenario’s kunnen zich richten op de korte of de lange termijn en gaan onder andere over: -
Basisvoorzieningen per dorp (kan per dorp tot een ander lijstje leiden) en wat vinden we gemeente-overstrekkende accommodaties?
-
Wat is de mate van zelfregie van inwoners in het betreffende scenario en wat doet de gemeente?
-
Wat gaan we afstoten, samenvoegen of van eigendomssituatie veranderen.
-
De financiële consequenties voor de gemeente.
-
Eventuele veranderingen in de beheersituatie.
-
Eventuele samenwerking tussen organisatoren en accommodaties.
-
Duurzaamheidsmaatregelen en de planning daarvan.
-
Eventueel voorstel hoe inkomsten verhoogd kunnen worden.
-
Eventueel voorstel hoe programmering tot stand komt.
-
De impact op de leefbaarheid in het betreffende scenario.
Vervolgens leggen we de scenario’s inclusief een advies van RYSE voor aan de raad. De raad maakt een keuze uit de scenario’s.
6.4 STAP 7 T/M 9: UITWERKEN ACCOMMODATIEBELEID (VOORKEURSSCENARIO) Het voorkeursscenario vertalen we in een accommodatienota. Deze leggen we ter besluitvorming voor aan de raad. Vanwege de samenhang tussen het accommodatiebeleid en het IHP bieden we de stukken tegelijk aan de raad aan. Daarna koppelen we terug naar de bevraagde inwoners en gaan we in gesprek met de dorpen over de implementatie.
18
6.5 PLANNING Voor het op te stellen accommodatiebeleid houden we (globaal) het volgende tijdspad aan. ✓ Opstellen startnotitie (juli - augustus 2023) ✓ Vaststellen startnotitie in college (12 september 2023) ✓ Behandelen startnotitie in de raad (oktober 2023) ✓ Start participatie traject (oktober – november 2023) ✓ Opstellen knelpunten per dorp IHP (oktober – november 2023) ✓ Opstellen scenario’s (december 2023 – januari 2024) ✓ Keuze voorkeursscenario door raad (maart 2024) ✓ Opstellen accommodatiebeleid (april 2024) ✓ Opstellen IHP (april 2024) ✓ Bespreken en vaststellen accommodatiebeleid en IHP in gemeenteraad (mei – juni 2024)
19
BIJLAGE A: ACCOMMODATIES JURIDISCH EIGENDOM EN ECONOMISCH CLAIMRECHT Accommodaties juridisch eigendom (JE) Beleidsterrein Gebouw
Dorp
Algemeen Algemeen Algemeen Algemeen
Gemeentehuis Overslagstation Omrin Buitendienstaccommodatie Voormalig opslagruimte Sportpark Ontwijk Voormalig aula Clubgebouw voormalig vv Griffioen Voormalig schoolgebouw bbs de Peggebult
Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Donkerbroek
Algemeen Algemeen Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Recreatie Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Sport Sport
Biosintrum Bedrijfspand Woning Woning Woning Kerktoren Kerktoren Museum Oold Ark + molen Klokkenstoel Blughut (paardenstal) Cachot Appelscha Baarhuisje Bosbergtoren Gymlokaal Weemeweg Oosterwolde Gymlokaal Appelscha Gymlokaal Donkerbroek Gymlokaal Elsloo MFS Oosterwolde Zuid MFS de Boekebeam Sporthal de Steegdenhal Sporthal de Bongerd
Oosterwolde Oosterwolde Appelscha Appelscha Oosterwolde Appelscha Makkinga Makkinga Langedijke Oldeberkoop Appelscha Langedijke Appelscha Oosterwolde Appelscha Donkerbroek Elsloo Oosterwolde Waskemeer Appelscha Haulerwijk
Sport Sport Sport Sport
Sporthal de Boekhorst Overdekt zwembad de Boekhorst Accommodatie tennis Tennispark
Oosterwolde Oosterwolde Appelscha Oosterwolde
Sport Welzijn Welzijn
Accommodatie tennis MFA de Samensprong MFA de Kompaan
Haulerwijk Haulerwijk Oosterwolde
Algemeen Algemeen Algemeen
IHP
Oosterwolde Oosterwolde Donkerbroek
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Ja
20
Accommodaties economisch claimrecht (EC) Beleidsterrein Gebouw
Dorp
Recreatie Recreatie Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Sport Sport Sport Sport Sport Sport Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn Welzijn
Appelscha Haulerwijk Oosterwolde Oosterwolde Appelscha Donkerbroek Elsloo Haule Makkinga Oldeberkoop Oosterwolde Oosterwolde Appelscha Oosterwolde Appelscha Donkerbroek Elsloo Haulerwijk Langedijke Oosterwolde Oldeberkoop Waskemeer Donkerbroek Elsloo Fochteloo Haule Haulerwijk Langedijke Makkinga Nijerberkoop Oosterwolde Ravenswoud
Bosbad Appelscha Buitenbad Haulewelle MFA de Kampus MFA/I.K.C. Wolderwijs Obs de Riemsloot Bs de Twirrewyn Obs Mst K.J. Dijkstra Obs de Trede Obs de Stelling Obs de Tjongeling Obs Buttinga Sbo Kampingerhof Cbs de Mandebrink Cbs de Akker Kantine, was- en kleedruimten Kantine, was- en kleedruimten Kleed- en bergruimte Kantine, was- en kleedruimten Was- en kleedruimte (doeveld) Kantine, was- en kleedruimten MFA de MeJander MFA Waskemeer/Dorpshuis Dorpshuis Oan é Feart Dorpshuis 't Anker Dorpshuis Et Legien Dorpshuis de Mande Dorpshuis de Enter Dorpshuis Oons Dorpshuus Dorpshuis GrieteNijHûs Dorpskantine Nijeberkoop Activiteitencentrum de Miente Dorpshuis De Wijken
IHP
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Ja Ja
21
BIJLAGE B: ACCOMMODATIES PER DORP Beleidsterrein Gebouw Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Onderwijs Sport Sport Recreatie Onderwijs Onderwijs Sport Recreatie
Woning Woning Kerktoren Cachot Appelscha Gymlokaal Appelscha Sporthal de Steegdenhal Accommodatie tennis Bosbad Appelscha Obs de Riemsloot Cbs de Mandebrink Kantine, was- en kleedruimten Bosbergtoren
Algemeen
Onderwijs Onderwijs Sport Welzijn
Voormalig opslagruimte sportpark Ontwijk Voormalig schoolgebouw bbs de Peggebult Gymlokaal Donkerbroek Bs de Twirrewyn Kantine, was- en kleedruimten Dorpshuis Oan é Feart
Onderwijs Onderwijs Sport Welzijn
Algemeen
Dorp Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Appelscha Donkerbroek Donkerbroek
IHP
Ja Ja
Ja Ja
Donkerbroek Ja Ja
Gymlokaal Elsloo
Donkerbroek Donkerbroek Donkerbroek Donkerbroek Elsloo Elsloo
Obs Mst K.J. Dijkstra Kleed- en bergruimte Dorpshuis 't Anker
Elsloo Elsloo Elsloo
Ja
Ja
Fochteloo Welzijn
Dorpshuis Et Legien
Onderwijs Welzijn
Obs de Trede Dorpshuis de Mande
Sport Sport Welzijn Recreatie Sport Welzijn
Sporthal de Bongerd Accommodatie tennis MFA de Samensprong Buitenbad Haulewelle Kantine, was- en kleedruimten Dorpshuis de Enter
Cultuur Cultuur Sport Welzijn
Klokkenstoel Baarhuisje Was- en kleedruimte (doeveld) Dorpshuis Oons Dorpshuus
Fochteloo Haule Haule Haule Haulerwijk Haulerwijk Haulerwijk Haulerwijk Haulerwijk Haulerwijk Haulerwijk Langedijke Langedijke Langedijke Langedijke Langedijke
Ja
Ja Ja
22
Cultuur Cultuur Onderwijs Welzijn
Kerktoren Museum Oold Ark + molen Obs de Stelling Dorpshuis GrieteNijHûs
Welzijn
Dorpskantine Nijeberkoop
Cultuur Onderwijs Welzijn
Blughut (paardenstal) Obs de Tjongeling MFA de MeJander
Algemeen Algemeen Algemeen Algemeen Algemeen Algemeen Algemeen Cultuur Onderwijs Onderwijs Sport Sport Sport Welzijn Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Onderwijs Sport Welzijn
Gemeentehuis Overslagstation Omrin Buitendienstaccommodatie Voormalig aula Clubgebouw voormalig vv Griffioen Biosintrum Bedrijfspand Woning Gymlokaal Weemeweg Oosterwolde MFS Oosterwolde Zuid Sporthal de Boekhorst Overdekt zwembad de Boekhorst Tennispark MFA de Kompaan MFA de Kampus MFA/I.K.C. Wolderwijs Obs Buttinga Sbo Kampingerhof Cbs de Akker Kantine, was- en kleedruimten Activiteitencentrum de Miente
Welzijn
Dorpshuis de Wijken
Onderwijs Welzijn
MFS de Boekebeam MFA Waskemeer/Dorpshuis
Makkinga Makkinga Makkinga Makkinga Makkinga Nijeberkoop Nijeberkoop Oldeberkoop Oldeberkoop Oldeberkoop Oldeberkoop Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Oosterwolde Ravenswoud Ravenswoud Waskemeer Waskemeer Waskemeer
Ja
Ja Ja
Ja Ja Ja
Ja Ja Ja Ja Ja
Ja Ja
23
BIJLAGE C: GEBRUIKTE DOCUMENTEN • • • • • •
• • • • • • • • • • • • •
College akkoord 2022-2026 Ooststellingwerf sportakkoord 2022 Samenwerkingsagenda 2022-2026 Visie op samenleven 2020-2024 Omgevingsvisie Subsidieregeling sportaccommodaties en sportvoorzieningen Ooststellingwerf 2023 (met toepassing van de 1/3- regeling) en de Subsidieregeling sportvernieuwing Ooststellingwerf 2023. Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (raadsbesluit 18 april 2023) Woonzorgvisie Visie op sportaccommodaties 2015-2030 Toekomstvisie primair onderwijs Ooststellingwerf 2013 LLPG + RB Ooststellingwerf PO-SO-2020 Vlekkenplan primair onderwijs Drijver en partners bezetting binnensport accommodaties Bezetting gymnastieklokalen 2018 Bezetting gymnastieklokalen 2019 Bezetting gymnastieklokalen 2020 SMV Laco 2018 -2019 Bosbad Appelscha SMV Laco 2018-2019 sporthal en zwembad Oosterwolde SMV Laco 2019-2020
24
Locatie Utrecht
Locatie Assen
Hondiuslaan 46 3528 AB Utrecht 088 – 0 215 330
Vaart N.Z. 50 9401 GN Assen 088 – 0 215 340
25
Stichting Overkoepeling Dorpshuizen Ooststellingwerf Secretariaat: *.*. *******, *************** ***, **** ** ***********, ***. *** ********, ****** *******.************.***
Oldeberkoop, 25 september 2023 Onderwerp: Verduurzaming dorpshuizen Ooststellingwerf Geachte gemeenteraad en college van B&W, Inleiding Onze dorpshuizen hebben een ontzettend belangrijke plaats in de dorpsgemeenschap, dit is immers de plek voor iedere dorpsbewoner, toegankelijk voor iedereen, laagdrempelig, waar gewerkt wordt met vrijwilligers, onmisbaar voor de leefbaarheid in de dorpen, de huiskamer van het dorp enz. Deze brief gaat niet over geld voor onderhoud, maar enkel over geld voor verduurzaming. Op 31 oktober 2022 brachten we met de brief “SODO verduurzaming dorpshuizen 2023” de verduurzaming van de dorpshuizen in onze gemeente aan de orde; bijlage 1. Op basis van deze brief zijn gesprekken gestart met de verantwoordelijke wethouder om de verduurzaming van dorpshuizen een stap verder te brengen en indien mogelijk te versnellen. Vooral omdat energie één van de grootste kostenpost van een dorpshuis is. In die gesprekken is door de gemeente gesteld, dat het een voorwaarde is dat er een KlimOp rapport (Klimaat Ontzorgingsprogramma van de provincie Fryslân) beschikbaar is, waarop de raad geld beschikbaar kan stellen. KlimOp levert de expertise die noodzakelijk is om tot plannen te komen, de gemiddelde dorpshuisbestuurder heeft die specifieke kennis niet. Dit zorgde voor tijdsdruk, het KlimOp programma wordt alleen in 2023 gratis aangeboden.
Alle 11 dorpshuizen hebben ondertussen de rapportage ontvangen en ook een 2e rapport met een plan van aanpak (uiteraard met uitzondering van Donkerbroek, i.v.m. nieuwbouw). Doordat de werkdruk bij KlimOp enorm hoog is, was het lang wachten voordat voortgang werd verkregen in de plannen van aanpak van de diverse dorpshuizen. Daarnaast duurt het lang voordat leveranciers met offertes komen. Vervolg De KlimOp rapporten geven inzicht welke maatregelen dienen te worden genomen om de dorpshuizen (bijna) energieneutraal te maken, de daaraan verbonden kosten en besparingen en welke CO2-reductie ermee wordt bereikt. Op basis van deze KlimOp rapporten hebben de dorpshuisbesturen inzichtelijk gemaakt welke maatregelen ze willen nemen om hun dorpshuizen te verduurzamen waarbij ook de betaalbaarheid is meegewogen; zie bijlage 2. Het mag duidelijk zijn dat de dorpshuisbestuurders de kosten van deze maatregelen voor het verduurzamen van hun dorpshuizen niet alleen kunnen dragen; andere partijen zullen ook een bijdrage moeten leveren.
Hoe verder? De provincie heeft met het KlimOp programma geld beschikbaar gesteld om versnelling te krijgen in het maatschappelijk vastgoed. De provincie neemt door het beschikbaar stellen van IMF geld voor subsidie een 2e maatregel om dit te bespoedigen (IMF Ferduorsumjen Mienskipsgebouwen | Fryslan ). In mei liep de 1e tender. De 2e tender loopt van 18 september t/m 5 oktober. Tijdens deze periode kan subsidie aangevraagd worden (max 70 % van de investeringskosten, met een maximum van € 35.000, -). De voor subsidie aangevraagde maatregelen moeten uiterlijk in 2026 worden uitgevoerd. Tien dorpshuizen gaan deze subsidie aanvragen. We begrijpen dat er een relatie is met het in april volgend jaar vast te stellen accommodatiebeleid. Maar als er geen zicht is op beschikbare gelden vanuit de gemeente zullen de meeste dorpshuizen hun dekkingsplan niet rond krijgen. Ook dat is een voorwaarde voor verkrijgen van IMF geld. Verzoek Met deze brief willen vraagt SODO het college van B&W bij de raad geld in de begroting 2024, met een uitloop naar 2025, beschikbaar te stellen. Zonder financiële middelen zal het anders de dorpshuizen niet lukken de klimaatdoelstelling te halen. We vragen de gemeente ook duidelijkheid te geven onder welke voorwaarden geld beschikbaar wordt gesteld. De regie en toetsing van het verdelen van de financiële middelen moet ook bij de gemeente blijven.
Geen dorpshuis is gelijk, dit vraagt om maatwerk per dorpshuis. Er zijn dorpshuizen die andere bronnen of uit eigen middelen financiën kunnen vrijmaken. In bijlage 3 staan de huidige inschattingen van de te investeren bedragen. Voor de plannen zullen, afhankelijk van toewijzing van de IMF subsidie, nog ca. €900.000,- nodig zijn. Tot slot Het DB van SODO zou het op prijs stellen om op korte termijn met de raad/raadscommissie te spreken om dit onderwerp te verduidelijken. Het is een complex onderwerp, in het afgelopen jaar hebben we veel informatie verkregen, deze willen we graag beschikbaar stellen aan de raad/raadscommissie.
Met vriendelijke groet, ******* ******* Secretaris SODO ***. *** ********
Overzicht investeringen duurzaamheid dorpshuizen Ooststellingwerf Dorpshuis
Elsloo
Maatregelen dubbel glas infrarood panelen energiezuinige apparaten dal isoleren heat pipes
Langedijke
(extra ) zonnepanelen en infra roodverwarming per losse ruimte, meerdere losse airco-units en CO2 ventilatieregeling. De gasboilers worden vervangen door een zonneboiler, aanbrengen isolatie plafonds, voetbalveld op ledverlichting. De oude CV gaat er uit! infrarood kleedkamers grote zaal => hoogtemperatuur warmtepomp kleine zaal => lucht/lucht elektrische boiler isoleren vloeren en wanden zonnepanelen + warmteterugwinsysteem lucht/lucht verwarmen IR panelen toiletten vloer isolatie glas ++
Makkinga Nijeberkoop
Zaal => warmteventilatoren met detectie Kantine/kleine zaal => lucht warmtepompen Douches => warmtepompboiler bijplaatsten zonnepanelen Geen info ontvangen
Fochteloo
Haule Haulerwijk
Oldeberkoop Oosterwolde
Ravenswoud
Waskemeer
Totaal
Verwarmen nieuwe gedeelte met warmtepomp verwarmen oude gedeelte met lucht/lucht Apparatuur vervangen (koeling) LED verlichting Adviseur installatiewerk bijplaatsen zonnepanelen plaatsen airco's plaatsten zonnepanelen Warmtepomp Isolatie Apparatuur LED verlichting Onvoorzien lucht/lucht verwarmen zonnepanelen Onvoorzien
Aanvragen IMF subsidie? totaal (incl. btw)
ja
€
181.750
ja
€
100.000
ja ja
€ €
161.000 66.250
ja
€
50.000
ja
€
86.500 * 1
ja
€
363.500 *2
Ja
€
55.000
ja
€
98.683 *3
ja
€
71.000
€
1.233.683
*2 inclusief plafondvernieuwing kantine *3 Voor het sportgedeelte wordt € 130.000 geinvesteerd (infrarood panelen, LED verl sporthal, warmwater via warmtepomp) *4 Daarnaast een renovatie van € 38.537
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: : : : :
Ruimte Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf Gerben But en Jan van Weperen 0085183290
Datum collegevergadering 19-09-2023
Voorgesteld besluit 1. De Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf vast te stellen
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag
Inleiding In de Samenwerkingsagenda 2022 – 2026 is het thema circulaire economie benoemd. In hoofdstuk 4, paragraaf 4.3 is het thema ‘Duurzaamheid: circulaire economie’ benoemt als B-onderwerp. In de Samenwerkingsagenda verzoekt de raad het college om met een strategie te komen voor een circulaire en biobased economie in Ooststellingwerf waarin nadrukkelijk aandacht is voor versnelling van deze ontwikkeling. Ook heeft de gemeenteraad eind juni 2021 heeft het Programma Duurzaam Ooststellingwerf vastgesteld. Eén van de drie centrale thema’s in dit programma is het bevorderen van een circulaire economie. In het Programma Duurzaam Ooststellingwerf is het opstellen van een uitvoeringsstrategie benoemd als actie om focus aan te brengen in de uitvoering op het thema circulaire economie. Op 9 mei 2023 is de concept Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf ter consultatie besproken in de raadscommissie Ruimte. De gemaakte opmerkingen zijn verwerkt in de voorliggende versie van de Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf.
Argumenten 1.1 Opstellen Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie is B-dossier in Samenwerkingsagenda 2022 – 2026 Het opstellen van een strategie voor circulaire economie is benoemd als B-dossier in de Samenwerkingsagenda 2022 – 2026. Hierdoor is dit onderwerp van politiek belang en geeft de gemeenteraad aan dat het opstellen van de uitvoeringsstrategie door het college kan worden voorbereid op basis van enkele door de raad meegegeven aandachtspunten. De conceptversie van de uitvoeringsstrategie is op 9 mei 2023 besproken in de raadscommissie Ruimte. Opmerkingen en aandachtpunten uit deze consultatie zijn verwerkt in de laatste versie. 1.2 Opstellen Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie is benoemd als actie in het Programma Duurzaam Ooststellingwerf. Eén van de drie centrale thema’s in dit programma is het bevorderen van een circulaire economie. Het opstellen van een strategie voor uitvoering op het thema circulaire economie is benoemd als actie in het Programma Duurzaam Ooststellingwerf.
1.3 Aanbevelingen uit evaluatie Programma Biobased Economy (BBE) zijn meegenomen in uitvoeringsstrategie. Het programma Programma Biobased Economy (BBE) is eind 2020 afgerond en vervolgens geëvalueerd. Deze evaluatie is begin maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze evaluatie is geconcludeerd dat: • het uitvoeringsprogramma Biobased Economy veel heeft opgeleverd, zoals concrete projectresultaten en nieuwe samenwerkingen; • de gemeente Ooststellingwerf hiermee een beweging in gang heeft gezet voor het verankeren van Biobased Economy binnen de gemeente; • de evaluatie van het uitvoeringsprogramma Biobased Economy voldoende handvatten biedt voor verbetering van onze aanpak in de uitvoering; • voor optimaal rendement van onze investeringen in de afgelopen vier jaren het nodig is om continuïteit te borgen en door te gaan op ingeslagen inhoudelijke koers; • de uitdaging is Biobased Economy meer gemeengoed te maken binnen onze gemeente en hier onze inwoners goed bij te betrekken; De conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie van het Programma Biobased Economy (BBE) zijn meegenomen als uitgangspunt voor het opstellen van het concept Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie.
1.4 Input van ondernemers en onderwijs & kennisinstellingen Voor het opstellen van de uitvoeringsstrategie zijn we begonnen met het ophalen van input bij (circulaire) ondernemers uit Ooststellingwerf en onderwijs- en kennisinstellingen die nadrukkelijk bezig zijn met onderwijs, onderzoek en innovatie op het gebied van circulaire economie. Voor deze gesprekken hebben we de door de raad meegegeven aandachtspunten en de conclusies en aanbevelingen uit de evaluatie van het Programma Biobased Economy (BBE) als vertrekpunt genomen. De inzichten ondernemers, onderwijs en kennisinstellingen zijn verwerkt in het concept Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie. In de raadscommissie Ruimte op 9 mei 2023 is gevraagd ook nog in gesprek te gaan met het Stellingwerf College en het CSG Liudger. Deze gesprekken hebben in juni plaatsgevonden en de opbrengst hiervan is meegenomen in de laatste versie van de Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf.
Kanttekeningen 1. Behoud ruimte voor flexibiliteit in uitvoering Een Uitvoeringsstrategie Circulaire Economie geeft focus en houvast om verder te gaan op de koers die jaren geleden is ingezet met het Programma BBE. Focus en houvast zijn nodig om doelen op langere termijn te halen en zicht te houden op de stip aan de horizon. Tegelijkertijd is het verstandig om enige mate van flexibiliteit in de uitvoering te behouden. Omdat we nooit precies kunnen voorspellen welke ontwikkelingen in de toekomst relevant zijn om versnelling te maken op het behalen van onze doelstellingen.
Financiële toelichting De gemeenteraad heeft op 2 maart 2021 besloten om het resterende budget van € 253.150 vanuit het uitvoeringsprogramma Biobased Economy Ooststellingwerf 2016-2020 te gebruiken voor het verder vormgeven van Biobased Economy binnen het nieuwe programma Duurzaamheid 2021 – 2025. Voor de uitvoering van acties uit de Uitvoeringstrategie Circulaire Economie gebruiken we het beschikbare budget.
Publicatie voor bekendmaking Geen
Vervolg Planning & communicatie
Nvt. Evaluatie Nvt.
Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
Bijlagen 1.
Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf
Geheime stukken 1.
, burgemeester.
Extern zaak ID (zaakcode) : 0085183290 De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 september 2023;
Besluit: 1.
De Circulaire Uitvoeringsstrategie Ooststellingwerf vast te stellen
Besloten in de openbare vergadering van 31 oktober 2023. , griffier.
, voorzitter.
2023 - 2030
Incl. subdoel: 1.1 -1.2
Ondernemers: Circulair ondernemen bevorderen Incl. subdoel: 2.1 -2.3
Uitvoeringsstrategie Circulair Ooststellingwerf
Kennis& onderwijs instellingen: Kennis ontwikkelen en toepassen
n
Duu rza me
Het goede voorbeeld geven
lo p e
On (S tw D
len doe s Cir g cu lin e la k ire ik ’s) G Overheidsinstanties:
ie om on ec
CIRCULAIRE UITVOERINGSSTRATEGIE OOSTSTELLINGWERF
er
Kr he
Incl. subdoel: 3.1 -3.3
B
GEMEENTE OOSTSTELLINGWERF MAART 2023
sc
La
Inwoners: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten
ni
R-
dd
in g
Incl. subdoel: 4.1 -4.3
is iolo g
ch
e&
c Te
h
Inhoud Model Circulair Ooststellingwerf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Het Model . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Duurzame Ontwikkelingsdoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Circulaire Economie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Biologische en technische kringlopen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 R-ladder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Internationale Beleidskaders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 Nationale Beleidskaders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Provinciale Beleidskaders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Programma Duurzaam Ooststellingwerf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Overheidsinstanties (gemeente) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Ondernemers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Inwoners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
18 Kennis- en onderwijsinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 Uitvoeringsthema 1: Het goede voorbeeld geven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 Uitvoeringsthema 2: Circulair ondernemen bevorderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 Uitvoeringsthema 3: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24 Uitvoeringsthema 4: Kennis ontwikkelen en toepassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Monitoring en evaluatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29 Bijlage A – Gesprekken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
31 Bijlage B - Begrippenlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Circulair Ooststellingwerf In de huidige economie halen we materialen van de aarde, maken we er producten van en gooien we ze uiteindelijk weg als afval. Dit proces is lineair. In een circulaire economie daarentegen worden grondstoffen, materialen en producten zo lang mogelijk gebruikt en bestaat afval dus niet. De circulaire economie helpt daardoor onder andere om klimaatverandering en biodiversiteitsverlies tegen te gaan en om in belangrijke maatschappelijke behoeften te voorzien1. Daarnaast draagt de circulaire economie bij aan een verbeterde leveringszekerheid van grondstoffen, een betere concurrentiepositie en kan het bijdragen aan innovatie, groei en banen2. De gemeente Ooststellingwerf erkent het belang van circulaire economie en daarom is het een van de drie thema’s uit het Programma Duurzaam Ooststellingwerf. Deze uitvoeringsstrategie is een uitwerking van dit specifieke thema, waarin is omschreven hoe een circulaire economie in de gemeente Ooststellingwerf wordt bevorderd. Voor het schrijven van deze uitvoeringsstrategie heeft de gemeente gesproken met verschillende ondernemers, organisaties en kennisinstellingen over dit onderwerp (zie bijlage A – Gesprekken). De opbrengst van deze gesprekken zijn net als de evaluatie van het Programma Biobased Economy 2016 – 2020 meegenomen in het maken van deze uitvoeringsstrategie en het formuleren van de doelstellingen.
Het centrale thema in de uitvoeringsstrategie is de ‘circulaire economie’. Om de transitie van een lineaire naar een circulaire economie te maken, moeten kringlopen worden gesloten. Daar draagt de gemeente Ooststellingwerf graag aan bij. Het hoofddoel van deze uitvoeringsstrategie is daarom: De gemeente Ooststellingwerf sluit voor 2030 zoveel mogelijk biologische en technische kringlopen. Dit doet de gemeente in samenwerking met lokale ondernemers, inwoners, overheidsinstanties en kennis- en onderwijsinstellingen. De gemeente werkt aan dit doel door: 1. Het goede voorbeeld te geven 2. Circulair ondernemen te bevorderen 3. Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners te vergroten 4. Kennis te ontwikkelen en toe te passen
1 https://ellenmacarthurfoundation.org/topics/circular-economy-introduction/overview 2 https://www.europa-nu.nl/id/vknegugz7hwu/nieuws/circulaire_economie_definitie_belang_en?ctx=vg9pjk198axu&s0e=vhdubxdwqrzw#:~:text=De%20weg%20naar%20een%20meer,580.000%20 banen%20in%20de%20EU)
Model Circulair Ooststellingwerf In deze uitvoeringsstrategie worden de concrete stappen en acties omschreven die bijdragen aan een circulair Ooststellingwerf. Deze stappen en acties zijn vertaald naar een visueel model (zie figuur 1). Dit model wordt als leidraad gebruikt in deze uitvoeringsstrategie. Het model bestaat uit verschillende onderdelen. Op elk onderdeel kan worden geklikt, waarna een nadere toelichting van dat onderdeel verschijnt. In dit model zijn de volgende zaken te vinden: Circulair Ooststellingwerf Het onderdeel circulair Ooststellingwerf verwijst naar de aanleiding en urgentie van deze uitvoeringsstrategie. Naast de overkoepelende titel Circulair Ooststellingwerf wordt ook de beleidsachtergrond weergegeven door middel van de kopjes: • Internationaal, Nationaal, Regionaal en Lokaal Beleid: vanwege de urgentie om efficiënter met materialen om te gaan, is er door diverse overheden beleid ontwikkeld. Dit onderdeel verwijst naar de totstandkoming van circulair beleid en de actuele ontwikkelingen op het gebied van internationaal, nationaal en provinciaal beleid. • Programma Duurzaam Ooststellingwerf: om de achtergrond van de interne beleidsontwikkeling toe te lichten, verwijst dit onderdeeldeel naar de directe aanleiding tot dit rapport: het Programma Duurzaam Ooststellingwerf.
Circulaire economie begrippen In de groene cirkel van het model staan de belangrijkste begrippen op het gebied van circulaire economie. Het geeft een uitleg over wat een circulaire economie precies is en hoe dit samenhangt met andere onderwerpen, zoals economische groei, sociale impact en duurzaamheid. De verschillende termen die uitgelegd worden, zijn: Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), Circulaire Economie, Biologische en Technische kringlopen, en de R-ladder. De Quadruple helix Bij de ontwikkeling van een lokale, circulaire economie zijn de volgende vier stakeholders voornamelijk van belang: ondernemers, inwoners, overheidsinstanties, en kennis- en onderwijsinstellingen. Deze partijen samen worden ook wel de ‘quadruple helix’ genoemd. Deze stakeholders hebben allemaal een rol in het creëren van een circulaire economie. Een intensieve samenwerking tussen deze partijen is nodig om innovaties en nieuwe ontwikkelingen te laten slagen. In het model worden deze stakeholders daarom ook specifiek benoemd door middel van een dikgedrukt kopje boven de doelstellingen. In deze uitvoeringsstrategie worden bij de onderdelen ondernemers, inwoners, overheidsinstanties en kennis- en onderwijsinstellingen uitgelegd welke belangen, rollen en verantwoordelijkheden deze stakeholders hebben in de transitie naar een circulaire economie.
Circulaire Doelstellingen Onder de stakeholders staat per stakeholder een hoofdthema geformuleerd. Per hoofdthema zijn verschillende doelen ontwikkeld, waarbij is aangegeven welke plannen wanneer worden uitgevoerd.
Circulair Ooststellingwerf Internationaal, Nationaal & Provinciaal Beleid Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021 - 2025
Incl. subdoel: 1.1 -1.2
Ondernemers: Circulair ondernemen bevorderen Incl. subdoel: 2.1 -2.3
Kennis& onderwijs instellingen:
Uitvoeringsstrategie Circulair Ooststellingwerf
Kennis ontwikkelen en toepassen
n
Duu rza me
Het goede voorbeeld geven
lo p e
On (S tw D
ie om on ec
len doe s Cir g cu lin e la k ire ik ’s) G Overheidsinstanties:
er
Kr he
Incl. subdoel: 3.1 -3.3
Biolo
Figuur 1 - Model Circulair Ooststellingwerf
sc
La
Inwoners: Bekendheid en actie omtrent circulaire economie bij inwoners vergroten
ni
R-
dd
in g
Incl. subdoel: 4.1 -4.3
ch gis
e&
c Te
h
Duurzame Ontwikkelingsdoelen Om samen te kunnen genieten van een hoge kwaliteit van leven waarin sociale, economische en ecologische ontwikkelingen in balans zijn, is de transitie naar een duurzame samenleving en de overgang naar een nieuwe economie essentieel. Om deze reden zijn de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (in het Engels Sustainable Development Goals, ofwel SDG’s) opgesteld. Deze SDG’s bestaan uit zeventien internationale doelen die zijn ontwikkeld om de wereld een betere plek te maken voor 2030. Figuur 2 visualiseert de doelen. Deze doelen zijn afgesproken door de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties (VN), waaronder Nederland. Samen vormen de doelen een (inter)nationale aanpak voor uitdagingen zoals armoede, de klimaatcrisis en onderwijs. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn gestart in 2015 en lopen tot 20303. De gemeente Ooststellingwerf heeft zich in 2022 aangesloten bij deze Duurzame Ontwikkelingsdoelen en is daarom een SDG-gemeente. De acties uit de uitvoeringsstrategie dragen voornamelijk bij aan het twaalfde Duurzame Ontwikkelingsdoel: verantwoorde consumptie en productie. Dit doel richt zich op het transformeren van de huidige “nemen-maken-weggooien” (lineaire) economie naar een circulaire economie, waarin verantwoord wordt omgegaan met grondstoffen en materialen.
Om dit doel te behalen, is het van belang dat de gemeente Ooststellingwerf efficiënt omgaat met grondstoffen en afval zo veel mogelijk beperkt. Het behalen van dit doel kan ook voordelen opleveren voor de andere zestien Duurzame Ontwikkelingsdoelen, zoals doel 9 (industriële ontwikkeling) en 13 (klimaatactie).
Figuur 2 - De zeventien ’Sustainable Development Goals (SDG’s)
Figuur 2 - De zeventien ’Sustainable Development Goals (SDG’s) 3 https://www.sdgnederland.nl/
Circulaire Economie Onze huidige economie is lineair. In een lineaire economie worden grondstoffen van en uit de aarde gehaald en daarvan worden producten gemaakt. De producten worden vervolgens voor een bepaalde tijd gebruikt en daarna worden ze weggegooid als afval. Dit systeem leidt tot schaarste en een hoge CO2-uitstoot, met de opwarming van de aarde als gevolg. Een alternatief op de lineaire economie is de circulaire economie, waarin grondstoffen zoveel mogelijk worden teruggebracht in de economie. In een circulaire economie worden bestaande materialen en producten namelijk continu teruggebracht in de kringloop. Dit kan bijvoorbeeld door te hergebruiken, repareren en op te knappen (R-ladder). Daarnaast worden producten op zo’n manier ontworpen dat ze aan het einde van hun levensduur opnieuw als grondstoffen kunnen worden ingezet. Op die manier wordt de levenscyclus van een product uitgebreid en grondstofverspilling teruggebracht. In een circulaire economie worden grondstoffen, materialen en producten dus zo lang mogelijk en hoogwaardig benut. Dat betekent dat in een volledig circulaire economie, afval niet meer bestaat en de biologische en technische kringlopen gesloten zijn. Dit heeft als voordeel dat grondstoffen voorradig blijven en CO2-uitstoot wordt teruggedrongen.
Biologische en technische kringlopen De Ellen MacArthur Foundation houdt zich constant bezig met het ontwikkelen en promoten van ideeën gerelateerd aan de circulaire economie. De stichting heeft de circulaire economie gevisualiseerd in een zogeheten vlinderdiagram, zoals weergeven in figuur 3. Dit diagram illustreert de circulaire economie en daarmee de continue stroom van materialen. Er zijn twee kringlopen: de biologische kringloop (links, in groen) en de technische kringloop (rechts, in blauw)4.
Figuur 3 – Vlinderdiagram (gebaseerd op het Vlinderdiagram van de Ellen MacArthur Foundation en OverCirculair5)
Biologische kringloop De biologische kringloop is voor natuurlijke materialen die biologisch worden afgebroken en daarmee veilig kunnen terugkeren naar de aarde. Het gaat hier vooral om producten die geconsumeerd worden, zoals voedsel. De biologische kringloop beschrijft de processen die voedingsstoffen terugbrengen naar de bodem en helpen de natuur te regenereren. Regeneratie is de kern van de biologische kringloop. Dit houdt in dat mensen niet alleen focussen op minder schade toebrengen aan het milieu, maar ook op hoe we de aarde kunnen verbeteren6. Technische kringloop De technische kringloop is voor producten die worden gebruikt in plaats van geconsumeerd. De technische kringloop richt zich voornamelijk op het zo lang mogelijk in gebruik houden van deze producten, zodat deze niet verspild worden. Het vlinderdiagram laat meerdere manieren zien voor het hoogwaardig in gebruik houden van producten: onderhouden, hergebruiken, herdistribueren, herstellen, componenten hergebruiken of recyclen. Hoe kleiner de lus, hoe meer waarde het product behoudt en hoe efficiënter het proces. De binnenste lussen krijgen daarom prioriteit boven de buitenste lussen7. De R-ladder gaat hier uitgebreider op in.
4 https://ellenmacarthurfoundation.org/circular-economy-diagram 5 https://aboutcircular.nl/2019/11/21/het-vlindermodel/ 6 https://ellenmacarthurfoundation.org/articles/the-biological-cycle-of-the-butterfly-diagram 7 https://ellenmacarthurfoundation.org/articles/the-technical-cycle-of-the-butterfly-diagram
R-ladder De R-ladder (zie figuur 4) is een ladder die bestaat uit tien treden die in het Engels allemaal met een ‘R’ beginnen. De tien treden bieden samen een hiërarchische volgorde van circulaire strategieën: R0 is het meest circulair en R9 het minst. De verschillende quadruple helix partijen (ondernemers, inwoners, overheidsinstanties, en kennis- en onderwijsinstellingen) moeten door middel van de doelstellingen in deze uitvoeringstraditie worden gestimuleerd om circulaire strategieën toe te passen die zo hoog mogelijk op de R-ladder staan. Hieronder worden de tien strategieën toegelicht. R0: Refuse → Afwijzen Bij refuse wordt voorkomen of geweigerd dat grondstoffen en producten worden gebruikt. In deze strategie wordt daarom gefocust op het overbodig maken van producten. Met andere woorden: er worden geen producten meer aangeschaft die eigenlijk onnodig of overbodig zijn. Dit kan ‘consuminderen’ worden genoemd. Bijvoorbeeld: in plaats van het bezitten van een auto en daarmee reizen, kan gekozen worden om te reizen met het openbaar vervoer. R1: Rethink → Heroverwegen Bij rethink wordt gefocust op omdenken: zijn er (meer) circulaire alternatieven? Omdenken is van belang in zowel het gebruik als het ontwerp van het product.
Productgebruik kan worden geïntensiveerd door bijvoorbeeld producten te delen, maar het product kan ook ontworpen worden voor een langere levensduur of voor multifunctioneel gebruik. Bijvoorbeeld: het gebruik van deelmobiliteit (het delen van auto’s en fietsen). R2: Reduce → Verminderen Bij reduce wordt gefocust op het verminderen van het grondstofgebruik. Het ‘niet’ gebruiken van grondstoffen en producten is namelijk het meest efficiënt. Daarnaast wordt gefocust op effectiever gebruik van grondstoffen door minder grondstoffen te verbruiken tijdens de productie en het gebruik van een product. Om deze reden is het tevens van belang om te richten op een productontwerp dat efficiënt gebruik maakt van grondstoffen. Bijvoorbeeld: een auto produceren met minder materiaal of een auto die zuiniger rijdt. R3: Reuse → Hergebruiken Bij reuse worden producten opnieuw gebruikt en ingezet voor dezelfde functie. Producten die niet meer gebruikt worden, kunnen zonder bewerking doorgegeven of verkocht worden aan een nieuwe eigenaar. Een manier om meer hergebruik te stimuleren is door producten aan te bieden op een weggeefhoek of marktplaats om ze een tweede leven te geven bij een nieuwe eigenaar. Bijvoorbeeld: een tweedehands auto aanschaffen.
R4: Repair → Repareren Bij repair worden defecte producten of kapotte onderdelen gerepareerd, zodat men de producten kan blijven gebruiken voor het oorspronkelijke doel. Net als bij reuse gaat een product hierdoor langer mee. Een manier om dit te stimuleren is door middel van een zogenoemd ‘’repair cafe’’ waar mensen hun kapotte spullen naar toe kunnen brengen om gemaakt te laten worden. Bijvoorbeeld: een onderdeel van de auto repareren in plaats van vervangen. R5: Refurbish → Opknappen Bij refurbish worden bestaande product opgeknapt of gemoderniseerd. In deze strategie wordt een oud product weer tot een nieuw en daarmee hoogwaardiger product gemaakt. Bijvoorbeeld: een auto moderniseren door er een nieuwe motor in te plaatsen zodat de auto elektrisch rijdt. R6: Remanufacture → Reviseren Bij remanufacture worden onderdelen van een afgedankt product gebruikt in een nieuw product met dezelfde functie. In deze strategie worden onderdelen gecheckt en vervangen of gereinigd waar nodig, zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld: een afgeschreven auto uit elkaar halen en maximaal inzetten op onderdelen vervangen zodat de auto weer werkt zoals nieuw. R7: Repurpose → Herbestemmen Bij repurpose wordt de levensduur van producten verlengt.
Dit kan door middel van reparatie en onderhoud, door nieuwe producten te maken van (onderdelen van) oude producten en door gebruikte producten opnieuw in te zetten in een andere functie. Herbestemmen staat lager in de R-ladder, omdat er vaak onderdelen verloren gaan of nieuwe grondstoffen moeten worden toegevoegd. Bijvoorbeeld: de interieurbekleding van de auto gebruiken om tassen van te maken. R8: Recycle → Recyclen Bij recycling worden materialen verwerken tot grondstoffen, zodat daar weer nieuwe producten van gemaakt kunnen worden. Recyclen staat laag op de R-ladder omdat het veel energie kost en omdat materialen vaak worden verwerkt tot producten met een mindere kwaliteit dan het origineel8. Afvalplastic kan bijvoorbeeld niet gerecycled worden tot dezelfde producten, zoals voedselverpakkingen, omdat het gemengd ingezameld wordt9. Bijvoorbeeld: de materialen van een afgedankte auto scheiden en versnipperen zodat het omgesmolten kan worden tot grondstoffen voor een nieuwe auto.
8 Meer milieuwinst met recycling #hoe dan? (cpb.nl) 9 Plastic Recycling Is Niet De Oplossing - Plastic Soup Foundation
R9: Recover energy → Terugwinnen Bij recovering worden materialen verbrand met energieterugwinning. Terugwinnen is het minst circulair, aangezien de materialen veel waarde verliezen. In een circulaire economie worden materialen zo min mogelijk verbrand. Bijvoorbeeld: de afgedankte auto volledig verbranden en de energie gebruiken om de fabriek van nieuwe auto’s te voorzien van fossielvrije energie. Storten (landfill) In het ergste geval worden producten en materialen weggegooid en niet meer opnieuw gebruikt. Deze methode is niet circulair, omdat de producten en materialen veelal in de aarde verdwijnen en daar vervolgens sporen van verontreiniging achterlaten. Dit kan voorkomen worden door te kiezen voor een methode die in de R-ladder staat, het liefst zo hoog (circulair) mogelijk.
Figuur 4 - R-ladder (gebaseerd op de R-ladder van PBL10)
10 https://www.pbl.nl/publicaties/achtergrondrapport-circulaire-economie-in-kaart
Internationale Beleidskaders De Europese Unie (EU) wil klimaatneutraal zijn in 2050. Om dit te bereiken, is de Europese Green Deal in het leven geroepen. Uitbreiding van de circulaire economie heeft hierin een belangrijke rol, omdat de verandering van een lineaire naar een circulaire economie veel CO2 bespaart. Het “actieplan voor een circulaire economie” vanuit de Europese Commissie is daarom een van de bouwstenen van de Europese Green Deal. Het actieplan dient als toekomstgerichte agenda voor Europa. Met dit actieplan wil de Europese Commissie de standaard veranderen naar duurzame producten, diensten en bedrijfsmodellen en consumptiepatronen op zo’n manier beïnvloeden zodat er minder afval wordt geproduceerd. In het actieplan voor een circulaire economie wordt het beleid voor duurzame producten omschreven. Producten moeten duurzaam gemaakt worden, gebruikers en overheidsinkopers moeten een grotere rol krijgen, en er moet meer nagedacht worden over circulariteit tijdens het maken van producten. Daarnaast richt het actieplan zich op minder afval en meer waarde. Er moet minder afval gemaakt worden en de hoeveelheid niet-gerecycled stedelijk (rest)afval moet tegen 2030 de helft zijn.
Hiervoor is het volgende nodig: • een versterkt afvalbeleid; • meer vertrouwen in het gebruik van tweedehands grondstoffen; • een goed werkende markt voor tweedehands grondstoffen; • minder uitvoer van afval uit de EU. Ook beschrijft het actieplan drie sector overschrijdende acties: • Circulariteit moet als voorwaarde worden gezien voor klimaatneutraliteit. • Er moeten maatregelen worden genomen om de financiering te sturen naar duurzamere productie- en consumptiepatronen. • Onderzoek, innovatie en digitalisering moeten de overgang naar een circulaire economie aanmoedigen11. Al met al richt het actieplan zich vooral op duurzame producten, diensten en bedrijfsmodellen en op het verminderen van afval. Voor gemeenten ligt hier een kans om dit lokaal te bevorderen.
11 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52020DC0098&from=EN
Nationale Beleidskaders Nederland wil in 2050 een circulaire economie hebben. Als tussendoel wil Nederland 50% minder primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) gebruiken in 203012. In het Rijksbrede programma Circulaire Economie wordt omschreven hoe Nederland de doelstelling ‘Nederland circulair in 2050’ gaat behalen. Het programma omschrijft drie strategische doelen: 1. Grondstoffen in bestaande ketens worden zo goed mogelijk gebruikt, zodat er minder grondstoffen nodig zijn. 2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, worden niet-duurzame grondstoffen vervangen door duurzame grondstoffen. 3. Er worden nieuwe manieren ontwikkeld om producten te maken, nieuwe producten worden circulair ontworpen en gebieden worden anders ingericht. Ook worden nieuwe manieren van consumeren aangemoedigd. Van overheden, waaronder provincies en gemeenten, wordt verwacht dat zij niet alleen toezicht houden, maar ook richting geven en samenwerken met verschillende partijen. Overheden kunnen meehelpen door eisen te stellen aan de circulariteit van producten en diensten bij overheidsinkopen en door de totale levenscyclus en kosten mee te nemen in aanbestedingen.
Gemeenten kunnen extra meehelpen door te zorgen voor een groter aanbod van nieuwe reparatie- en kringloopideeën, circulair en biobased bouwen een plek te geven in projecten en in samenwerking met producenten, en afval- en recyclingbedrijven te werken aan minder afval13.
12 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-circulair-in-2050 13 Rijksbreed Programma Circulaire Economie ‘Nederland Circulair in 2050’