CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 25 november 2025, gemeente Ooststellingwerf34.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

47

Concept

(van 24-6-2025 11:42)

Conclusie

Concept

Voor de locatie geldt dat uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein zijn. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft bodem.

4.11 Water Toetsingskader Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Bij de uitvoering van het wateradvies komt het naleven van instructieregels aan de orde. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: a. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; b. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; c. het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied.

Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming en de weging van het waterbelang worden betrokken. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van artikel 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodig aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie.

Onderzoek Voor de locatie Dorpsstraat is op 31 mei 2024 het wateradvies doorlopen. De uitkomst van het wateradvies is als bijlage Watertoets aan het plan toegevoegd. Hieruit komt naar voren dat de normale procedure moet worden doorlopen. Door de ruimtelijke ontwikkeling neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in het gebied in stand te houden. De aanwezige sloot aan de Dorpsstraat voor de woningen blijft in tact, mede in verband met de waterafvoer. De woningen hebben royale tuinen, zowel aan de voor- als achterzijde. Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. In het plan zal hier rekening mee worden gehouden. Naar aanleiding van de uitkomst van het wateradvies heeft er afstemming plaatsgevonden tussen het Wetterskip Fryslan en gemeente Ooststellingwerf. Uit deze afstemming is aanvullend advies gegeven op het standaard advies. Bij het doorlopen van het wateradvies is de aanwezigheid van een ondiepe keileemlaag in de ondergrond niet meegenomen.

Het is daarom de vraag in hoeverre er sprake is van infiltratie. Het waterschap geeft daarom het advies om het regenwater zoveel mogelijk ter plaatse vast te houden, maar wel te zorgen dat bij grote neerslaghoeveelheden afvoer mogelijk is. Daarnaast geldt voor de Dorpsstraat het volgende advies voor drooglegging. Bij de realisering van bebouwing en het aanleggen van verharding is het nodig om rekening te houden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding te voorkomen. Het waterschap adviseert voor bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 m en voor bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van

48

Concept

(van 24-6-2025 11:42)

0,70 m gerekend vanaf de te realiseren bovenkant vloer. Ook voor verharding adviseert ze een drooglegging van 0,70 m. De locatie aan de Dorpsstraat ligt in een peilgebied met een streefpeil van 3,10/2,90 m NAP (zp/wp).

Concept

Vanwege de oplopende maaivelden bij Haule zullen de sloten droogvallen en wanneer er wel water in de sloten staat dan zal dit hoger zijn als de streefpeilen. Vooral de locatie aan de Dorpsstraat ligt hoog boven het streefpeil. De gemeente zal met het waterschap overleggen omtrent het vastleggen van de droogleggingsnormen.

Ontgronding Voor het plan is watercompensatie nodig door de toenemende verharding. De bestaande watergang aan de noordkant van het plangebied wordt verbreed en aan de zuidkant van het plangebied wordt een sloot gegraven als erfafscheiding. Dit gaat om een beperkte ontgronding die ruim binnen de vrijstellingsgrenzen ligt. Omdat er geen BOPA-procedure wordt doorlopen en het gestelde in de Omgevingsverordening 4.1 onder C daarmee niet van toepassing is, is artikel 16.7 van het BAL leidend. Hieruit blijkt een vrijstelling voor ontgrondingen rond bouw en het aanleggen van leidingen. De aanvullende meldplicht vanuit de omgevingsverordening is niet van toepassing, omdat de grens van 3000 m3 te ontgraven materiaal niet zal worden overschreden. Conclusie Het plan is kenbaar gemaakt aan Wetterskip Fryslan. Ten aanzien van het aspect water kan worden geconcludeerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft water.

4.12 Milieuzonering Toetsingskader Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over geluid van activiteiten (paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl). Het omgevingsplan moet ervoor zorgen dat het geluid van activiteiten op geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar is. Daartoe moet het omgevingsplan in beginsel hierover regels bevatten. Het gaat om 'gewoon' geluid in een stedelijke omgeving, dat wil zeggen de combinatie wonen met (lichte) bedrijvigheid. De benodigde regels over geluid zijn opgenomen in de bruidsschat (zie paragraaf 22.3.4). Onderzoek Voor de beoordeling van geluid en geur door activiteiten wordt gebruik gemaakt van de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering uit 2024. Dit is de opvolger van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. Net als de oude handreiking maakt de nieuwe handreiking onderscheid tussen twee gebiedstypen: rustig woongebied en gemengd gebied met wonen. Voor een gemengd gebied met wonen geldt geen functiescheiding met inwaartse zonering. In deze gebieden is functiemenging mogelijk tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke activiteiten. Het gaat daarbij over het algemeen om kleinschalige bedrijven die met name (productie-)werkzaamheden inpandig in de dagperiode uitvoeren.

Gebiedstypering Het plangebied bevindt zich in een gebied dat kan worden getypeerd als rustig woongebied. In dit gebied is geen functiemenging mogelijk tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke activiteiten. Beoordeling aanvaardbaar woon- en leefklimaat In de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering zijn de volgende mogelijkheden opgenomen om te beoordelen of een plan inpasbaar is in de omgeving: • Een beoordeling op basis van de aangepaste tabel met richtafstanden uit de VNG Handreiking Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 die is opgenomen in bijlage A5 van het document.

49

Concept

(van 24-6-2025 11:42)

• •

Een onderbouwing op basis van een aantal criteria die in de VNG Handreiking staan beschreven. Deze motivatie kan ook in combinatie met de richtafstanden worden gebruikt. Een berekening van het geluidniveau maken en deze beoordelen op basis van de normen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Concept

Hinderveroorzakende bedrijven en functies in de omgeving In de omgeving bevinden zich diverse functies die potentieel geluidhinder kunnen veroorzaken. Om na te gaan of het geluid door activiteiten op het projectgebied aanvaardbaar is, is de VNG Handreiking Activiteiten en milieuzonering geraadpleegd. Hierbij is specifiek gekeken naar het hulpmiddel in bijlage A5. Daarin staan veel bedrijfsactiviteiten in met een bepaalde 'positie' per hinderkolom (geur en geluid). De posities kunnen vervolgens vertaald worden naar de richtafstanden uit de 2009 VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. De omgeving van het plangebied bestaat uit woonbestemmingen en het buitengebied, met diverse agrarische bouwvlakken nabij. Ook bevinden zich enkele bedrijfsbestemmingen in de omgeving. Alle milieuhinderende bedrijvigheid ligt op (ruim) voldoende afstand van de geplande woningbouwlocatie. Het voornemen veroorzaakt geen beperking van omliggende bedrijfsvoering, terwijl omliggende bedrijven geen onaanvaardbare geluidhinder veroorzaken voor de te realiseren woningbouw. Hinder als gevolg van het onderhavige plan Het project voorziet in de realisatie van woningen. Een woning leidt van zichzelf niet tot hinder voor omliggende functies. Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect geluid door (bedrijfsmatige) activiteiten.

4.13 Gezondheid Toetsingskader Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (Ow) is een gezonde fysieke leefomgeving (artikel 1:3 Ow, zie ook 4.3.1). In artikel 2.1 lid 4 Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. De GGD kan hierbij adviseren. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden door.

Onderzoek Bij dit initiatief wordt met name gekeken naar een gezond leefmilieu (aanwezigheid van geluid, goede riolering, geur en waterkwantiteit en -kwaliteit). Ook aspecten zoals biodiversiteit, natuurinclusief bouwen en een schone bodem zijn relevante onderdelen van een gezond leefmilieu. Zaken zoals geluid, geur, bodem en water worden in de andere paragrafen van dit hoofdstuk behandeld.

Conclusie Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft gezondheid.

50

Concept

(van 24-6-2025 11:42)

4.14 Ladder voor duurzame verstedelijking

Concept

Toetsingskader Op grond van artikel 5.129g van het BKL wordt, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, rekening gehouden met de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ontwikkelingen in en buiten stedelijk gebied, dan wel buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: a. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? b. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? c. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? d. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? e. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

Onderzoek De Ladder is van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beschouwt de bouw van minder dan elf woningen niet als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Een nadere toets aan de Ladder is derhalve niet noodzakelijk, nu 2 woningen worden gerealiseerd. Ondanks dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling wel worden aangetoond. In de paragrafen van het gemeentelijke beleid is hier nader op ingegaan.

Conclusie Een nadere toets aan de Ladder is derhalve niet noodzakelijk. De behoefte wordt besproken in de paragrafen van het gemeentelijke beleid. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.15 Spuitzones Toetsing Op grond van paragraaf 4.64 van het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) gelden voor het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen op braakliggende landbouwgronden of bij het telen van gewassen in de openlucht, lozingsvoorschriften. Emissies van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen moet zo veel mogelijk worden voorkomen. Onderzoek Spuitvrije zone Op 1 april heeft het college (onder andere) het volgende besloten: Met betrekking tot nieuwe woningbouwplannen die nog niet in procedure zijn gebracht: Bij nieuwe woonfuncties die grenzen aan een agrarische functie, een spuitvrije zone op te nemen waarbij de volgende uitgangspunten gelden: • Te werken met een spuitvrije zone binnen het plangebied, • Als dat niet mogelijk is, te werken met een spuitvrije zone (deels) buiten het plangebied;

51

Concept

(van 24-6-2025 11:42)

Het voorliggende plan is een van de plannen waar (nog) geen spuitvrije zone in meegenomen wordt, omdat het plan al in een vergevorderd stadium van ontwikkeling was ten tijde van het collegebesluit van 1 april jl. Het is niet mogelijk om in dit stadium nog een spuitvrije zone mee te nemen in het plan.

Concept

Perceel zuidzijde De woonpercelen grenzen aan de zuidzijde aan een agrarische functie. Deze grond is in eigendom bij de initiatiefnemer van het plan. Het perceel wordt al geruime tijd alleen als grasland gebruikt. Aan de zuidzijde van het perceel wordt als erfafscheiding en als watercompensatie een sloot gegraven. Door de aanwezigheid van teeltvrije zones langs deze watergang wordt het gebruik van eventuele gewasbeschermingsmiddelen verder beperkt. Teeltvrije zones zijn gebieden waar gewasbeschermingsmiddelen en mest niet mogen worden gebruikt. De breedte van deze zones is afhankelijk van het type gewas. Perceel oostzijde De agrarische functie ten oosten van de woonpercelen ligt op 47 meter van de grens van het dichtstbijzijnde perceel. Dit agrarische perceel is al jaren alleen maar in gebruik als grasland. Ook hier wordt verwacht dat het gebruik als grasland blijvend is. Conclusie Gelet op het huidige gebruik, de aanwezigheid van teeltvrije zones, de geldende wet- en regelgeving voor gewasbeschermingsmiddelen en de afstand tussen de woning(en) en de agrarische percelen, achten wij het in dit geval acceptabel dat er geen spuitvrije zone is opgenomen.

5 Economische uitvoerbaarheid 5.1 Financieel economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het kostenverhaal en de nadeelcompensatie.

5.2 Kostenverhaal De gemeente is wettelijk verplicht om bepaalde kosten voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut (zoals straten, riolering, groen, parkeergelegenheid en waterpartijen) te verhalen op de initiatiefnemer. Leges vallen hier niet binnen. Kostenverhaal wordt via een zogenaamde anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente geregeld.

5.3 Nadeelcompensatie Als de gemeente besluit tot medewerking aan de wijziging van het omgevingsplan, dan kunnen anderen daardoor schade lijden. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Met de grondeigenaar wordt een overeenkomst gesloten waarin de afspraken over het kostenverhaal en de kosten in verband met eventuele nadeelcompensatie (oftewel planschade) worden vastgelegd.

6 Procedure en zienswijzen 6.1 Participatie In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de initiatiefnemer om bij planontwikkeling het volgende aan te geven: • of de aanvrager aan participatie heeft gedaan; • zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn.

Dit omvat geen verplichting voor de initiatiefnemer om aan participatie te doen. Er is één uitzondering. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie een verplichting is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college bevoegd gezag is (artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet). Als de aanvrager bij zo'n aangewezen geval niet of

52

Concept

(van 24-6-2025 11:42)

onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Dit is in onderhavige situatie niet het geval.

Concept

De gemeente heeft een aantal keren overleg gehad met omwonenden, belanghebbenden en inwoners. Dit heeft geleid tot aanpassing van het plan. Voor de verslaglegging wordt verwezen naar de bijlage Participatieverslag Dorpsstraat.

6.2 Advies en vooroverleg

53

Concept

Advies De gemeente heeft een intaketafel waaraan integrale (ambtelijke) toetsing van plannen en projecten door betrokken stakeholders plaatsvindt. Deze toetsing heeft plaatsgevonden en geleid tot het planvoornemen met bijbehorende onderzoeken zoals in onderhavige motivering beschreven.

Bestuurlijk vooroverleg Op basis van artikel 2.2 Omgevingswet houdt een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af.

6.3 Vaststellingsprocedure Op 25 maart 2025 heeft de gemeenteraad de ‘Regeling delegatie en machtiging gemeenteraad 2025’ vastgesteld. In dit besluit zijn een aantal gevallen opgenomen waarin het vaststellen van het omgevingsplan is gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Het voorliggende omgevingsplan valt hier niet onder. Deze omgevingsplanwijziging wordt door de gemeenteraad vastgesteld. De ontwerp wijziging van het omgevingsplan heeft zes weken ter inzage gelegd. Iedereen heeft daarbij de mogelijkheid gehad binnen die termijn te reageren op het ontwerpplan door middel van het indienen van een zienswijze. Er is één zienswijze ingediend. Deze heeft niet geleid tot wijziging van het omgevingsplan. De nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen is alsNota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen toegevoegd. Het vastgestelde plan wordt gepubliceerd. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in beginsel in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. Na vaststelling van het omgevingsplan staat gedurende zes weken beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

(van 24-6-2025 11:42)

Raadsvoorstel Titel Portefeuillehouder/Teamleider

: Eerste wijziging Verordening klankbordgesprekken gemeenteraad 2023 : Presidium

Voorgesteld besluit Eerste wijziging Verordening klankbordgesprekken gemeenteraad 2023 vaststellen. Voorgestelde wijziging: Artikel 3 lid 1. De commissie bestaat uit alle fractievoorzitters van de gemeenteraad. Te wijzigen in: Artikel 3 lid 1. De commissie bestaat uit vijf raadsleden van de gemeenteraad en haalt input op bij alle fracties.

Openbaar Ja, passief via openbaar verslag.

Inleiding Op 3 juni 2025 heeft het Presidium de klankbordgesprekken met de burgemeester geëvalueerd. Het Presidium heeft uitgesproken een voorkeur te hebben voor een kleiner samenstelling van de klankbordcommissie.

Argumenten 1. Een kleinere samenstelling kan ervoor zorgen dat er diepgaandere gesprekken plaatsvinden. Doordat er minder gesprekspartners aanwezig zijn, ontstaat er meer ruimte voor een diepgaand gesprek. Dit vergroot de kans op meer de diepgang, waardoor over en weer nog beter feedback kan worden gegeven en de verwachtingen kunnen worden uitgesproken.

Kanttekeningen -

Financiële toelichting Bijlagen 1. 2.

Verordening klankbordgesprekken gemeenteraad 2023 Eerste wijziging Verordening klankbordgesprekken gemeenteraad 2023

Extern zaak ID (zaakcode) : De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr.

gelet op: gelet op artikelen 84, 86, 147 en 149 van de Gemeentewet; gelet op de ‘Handreiking burgemeesters: benoeming, herbenoeming, klankbordgesprekken en afscheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, uitgave december 2020’; gelet op de ‘Circulaire benoeming, klankbordgesprekken en herbenoeming burgemeester van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, uitgave 29 september 2017’;

Besluit: vast te stellen de Eerste wijziging van de verordening klankbordgesprekken gemeenteraad 2023 Artikel I De Verordening klankbordgesprekken gemeenteraad 2023 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 3 lid 1. De commissie bestaat uit alle fractievoorzitters van de gemeenteraad. Te wijzigen in: Artikel 3 lid 1. De commissie bestaat uit vijf raadsleden van de gemeenteraad en haalt input op bij alle fracties.

Artikel II Dit besluit treedt in werking op 25 november 2025

Besloten in de openbare vergadering van , griffier.

, voorzitter.

Raadsvoorstel Commissievergadering Titel

: :

Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)

: :

Ruimte Verhogen investeringsbedrag Accommodatiebeleid voor Haule Verhagen/Nijboer/Limonard 0085175663

Datum collegevergadering 13 oktober 2025

Voorgesteld besluit 1. Het investeringsbedrag voor Haule (= school en dorpshuis), in relatie tot het accommodatiebeleid, verhogen met € 136.000.

Openbaar Ja, passief via openbaar verslag

Inleiding Na het opstellen van de notitie Accommodatiebeleid & Integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs 2025-2050 (vastgesteld in de raadsvergadering van 25 juni 2025) kwam naar voren dat de investering voor het dorpshuis te Haule (i.c.m. de school) gebaseerd is op het bruto vloeroppervlak van 470 m2 terwijl het 508 m2 moet zijn. Het verschil zit in de kelder van 38 m2 voor opslag die per abuis niet in de meting voor het bepalen van het bruto vloeroppervlak is meegenomen. In de vervangende nieuwbouw wordt de opslag gesitueerd op de begane grond. E.e.a. wordt via dit voorstel gecorrigeerd.

Argumenten 1.1. Door het verhogen van het investeringsbedrag wordt de vervangende nieuwbouw gerealiseerd op basis van het juiste bruto vloeroppervlak Voor de vervangende nieuwbouw voor de school en het dorpshuis in Haule, met gepland startjaar 2030, is een investering geraamd van € 3.447.000 (= voor de school € 1.764.000 en voor het dorpshuis € 1.683.000). De investering voor het dorpshuis is € 136.000 te laag omdat het benodigde bruto vloeroppervlak voor het dorpshuis 508 m2 is; er is met 470 m2 gerekend. In de raadsvergadering van 24 juni is deze omissie door de wethouder gemeld en wordt nu rechtgetrokken. Door het verhogen van het investeringsbedrag met € 136.000 naar € 3.583.000 wordt de vervangende nieuwbouw gerealiseerd op het juiste bruto vloeroppervlak met ruimte voor opslag op de begane grond.

Kanttekeningen Geen.

Financiële toelichting Door de verhoging van het investeringsbedrag met € 136.000 gaat de kapitaallast ook omhoog met € 7.000. Dit met ingang van het jaar 2033. In paragraaf 7.2 Dekking van de notitie Accommodatiebeleid & Integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs 2025-2050 staat aangegeven dat ook na de structurele toevoeging van € 600.000 voor het accommodatiebeleid dat er voor een aantal jaren een min staat. 2033 is één van die jaren. Dit betekent dat de min € 7.000 hoger wordt. Ook hebben we aangegeven om hiervoor op dit moment geen extra budget voor te stellen, maar dit dan op te lossen in het betreffende meerjarenperspectief.

Sustainable Development Goals (SDG’s)

Het accommodatiebeleid & huisvestingsplan onderwijs en daarmee ook dit voorstel draagt bij aan bovenstaande zes SDG’s waarin leefbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid tegen elkaar zijn afgewogen.

Inwonersparticipatie Voor zover nodig zijn alle belanghebbende partijen betrokken dit onderwerp.

Publicatie voor bekendmaking De raad besluit het investeringsbedrag voor Haule (= school en dorpshuis), in relatie tot het accommodatiebeleid, met € 136.000 verhoogd.

Vervolg De investering voor het accommodatiebeleid wordt met € 136.000 verhoogd ten gunste van Haule. Planning & communicatie Het besluit van de raad wordt gecommuniceerd met de betrokken partijen. Evaluatie Via de PenC-cyclus

Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris

Bijlagen Geen.

, burgemeester.

Extern zaak ID (zaakcode) : 0085175663 De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 oktober 2025

Besluit Het investeringsbedrag voor Haule (= school en dorpshuis), in relatie tot het accommodatiebeleid, verhogen met € 136.000.

Besloten in de openbare vergadering van 25 november 2025

, griffier.

, voorzitter.

Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Portefeuillehouder/Directeur Extern zaak ID (zaakcode)

: : : :

Commissie Ruimte Huisvesting Gemeentewerf Nanningaweg Herijking 2025 L. Edema/P. Liemburg 0085125824

Datum collegevergadering 13 oktober 2025

Voorgesteld besluit 1. Het college opdracht te geven om een nieuw uitgewerkt plan op te stellen voor de huisvesting van de gemeentewerf aan de Nanningaweg 47c, en daarbij de volgende uitgangspunten te hanteren: 2. Nieuwbouw te realiseren voor de gemeentewerf. 3. De compostering van groenmateriaal uit te besteden. 4. De milieustraat uit te breiden door gebruik te maken van het huidige gemeentewerfgebouw. 5. Samenwerking aan te gaan met agrariërs in Ooststellingwerf om groenmateriaal circulair in te zetten.

Openbaar Ja, passief via openbaar verslag

Inleiding De afgelopen jaren heeft de gemeentelijke organisatie getracht uitvoering te geven aan het raadsbesluit van 30 november 2021 inzake de ver-/nieuwbouw van de gemeentewerf aan de Nanningaweg 47c. Uit de voorbereidingen voor de vergunningsprocedure is gebleken dat het niet mogelijk is hiervoor een vergunning te verkrijgen op grond van de Wet Natuurbescherming (Wnb). Dit komt door de stikstofuitstoot die ontstaat bij het composteren van groenmateriaal op het terrein aan de Nanningaweg 47c.

Een herijking van het voorstel is daarom noodzakelijk. In deze herijking zijn tevens andere relevante ontwikkelingen en inzichten meegenomen die nieuwe kansen bieden voor de gemeentewerf en de naastgelegen milieustraat. Deze kansen sluiten aan bij ambities op het gebied van duurzaamheid, zoals de elektrificatie van het wagenpark/materiaal en het realiseren van de VANG-doelstellingen in samenwerking met Omrin. Invulling geven aan goed werkgeverschap vormt daarbij eveneens een belangrijke kans, door het creëren van een veilige en gezonde werkomgeving voor medewerkers. Daarmee ontstaat een toekomstbestendige werf die niet alleen voldoet aan wettelijke kaders, maar ook bijdraagt aan een efficiënte, duurzame en mensgerichte bedrijfsvoering.

Argumenten 1.1 De huidige huisvesting voldoet niet aan de Arbo-eisen en richtlijnen. Het huidige gebouw aan de Nanningaweg 47c is te klein voor het aantal medewerkers. De huidige voorzieningen – toiletten, kantine, was- en kleedruimten – zijn onvoldoende en er is sprake van geluidsoverlast vanuit de garage naar de kantoren en in de kantoorruimtes zelf. Hoewel noodmaatregelen zijn getroffen, zoals het plaatsen van een tijdelijke WC-unit, zijn deze niet toekomstbestendig. Er is geen wettelijke maximale duur voor het plaatsen van een tijdelijke toiletunit, maar er gelden wel eisen voor permanente voorzieningen. Wanneer een tijdelijke unit langdurig blijft staan zonder aan deze eisen te voldoen, kan dit leiden tot handhaving of zelfs een boete. Redelijkerwijs wordt een periode van 6 tot 12 maanden als acceptabel beschouwd voor tijdelijke voorzieningen. Indien er geen verbouwing plaatsvindt en de situatie ongewijzigd blijft, is het risico op handhaving aanwezig. Daarnaast is het aannemelijk dat medewerkers zelf aan de bel trekken, gezien de zorgplicht van de werkgever. Dit kan leiden tot interne escalatie en negatieve gevolgen voor het werkklimaat en de reputatie van de organisatie. 1.2 Investeringen van het gebouw zijn al jaren uitgesteld. Het gebouw aan de Nanningaweg 47c is 23 jaar oud.

In de regel vinden vanaf 20 jaar noodzakelijke investeringen plaats in de inventaris en inrichting van gemeentelijke gebouwen. Denk hierbij aan de vervanging van installaties, vloerbedekking en sanitaire voorzieningen in het kantoorgedeelte, evenals roldeuren en technische installaties in de garage. Van deze vervangingen is tot op heden slechts een klein deel gerealiseerd. Dit komt doordat de organisatie de afgelopen jaren heeft ingezet op het uitwerken van het nieuwe plan voor ver-/nieuwbouw, conform het raadsbesluit van 2021. 1.3 De inrichting van het terrein blijkt in de praktijk onveilig en inefficiënt. Een groot deel van het kostbare materieel staat buiten door gebrek aan stallingsruimte, wat leidt tot schade en logistieke problemen. In piekperiodes zijn er te weinig parkeerplaatsen voor personenauto’s en het fietsenhok bevindt zich achter op het terrein. Bovendien is er onvoldoende ruimte voor gescheiden verkeersstromen: zwaar materieel zoals tractoren, vrachtwagens, mobiele kranen en bedrijfsbussen deelt het terrein met fietsen en personenauto’s van medewerkers en bezoekers. Dit leidt tot onveilige situaties en

is niet wenselijk vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap en risicobeheersing. 1.4 Nieuwe inzichten vragen om een nieuw plan. In de afgelopen jaren zijn nieuwe inzichten ontstaan die het noodzakelijk maken om het plan inhoudelijk aan te passen. Door de coronapandemie is hybride werken de norm geworden, waardoor er minder behoefte is aan fysieke werkplekken en grote kantines. Dit heeft directe gevolgen voor de ruimtelijke en functionele eisen aan het gebouw. In het nieuwe plan gaan we scherpere keuzes rondom de voertuigenberging. In plaats van verwarming wordt alleen vorstvrij houden toegepast. Daarnaast is de grondbank vervallen en wordt er geen compostering meer op het terrein uitgevoerd. Hierdoor hoeft er aanzienlijk minder terrein verhard te worden, wat leidt tot een kleinere ecologische voetafdruk. 2.1 De technische levensduur van het huidige gebouw is beperkt en uitbreiding en verduurzaming is onevenredig duur. Om het huidige gebouw toekomstbestendig te maken, zou het volledig gasloos moeten worden en moeten dak- en wandisolatie worden aangepakt. Dit is nodig om het gebouw “2050-proof” te maken. Uit nader onderzoek (Argument 2.4) blijkt dat de benodigde bouwkundige investeringen de restlevensduur van het pand overstijgen. Bovendien zijn tijdelijke huisvesting en bijbehorende frictiekosten noodzakelijk tijdens de verbouwing, wat zorgt voor hogere lasten.

Daar komt bij dat het resultaat van een dergelijke ingreep kwalitatief matig blijft: geluidsoverdracht vanuit de werkplaats is nauwelijks op te lossen, vloeren blijven ongeïsoleerd en lage temperatuurverwarming (zoals vloerverwarming) is niet mogelijk. Ook de gebouwindeling en toegankelijkheid voor mindervaliden blijven suboptimaal. 2.2 Nieuwbouw nu haalbaar binnen hetzelfde budget (rekening houdend met indexering) dankzij nieuwe inzichten. In 2021 was nieuwbouw nog circa 1,5 keer zo duur als renovatie. Uit recent intern onderzoek blijkt dat nieuwbouw nu binnen hetzelfde budget, rekening houdend met indexatie, mogelijk is. Dit komt door de nieuwe inzichten die ook in argument 1.4 zijn beschreven. Deze inzichten houden in:  Het nieuwe ontwerp is compacter ten opzichte van het ontwerp van 2021 door het hybride werken (minder werkplekken en kleinere kantine); 

Er zijn scherpere keuzes gemaakt, zoals het vorstvrij houden in plaats van verwarmen van de voertuigenberging;

In 2021 werd bij nieuwbouw uitgegaan van volledige verharding van het terrein. Nu, door het vervallen van de grondbank en compostering, is dat niet meer nodig en wordt alleen verhard waar functioneel noodzakelijk.

Vier jaar geleden waren deze inzichten nog niet beschikbaar. De effecten van hybride werken waren nog niet structureel zichtbaar, en de stikstofproblematiek rondom compostering was nog niet in beeld. 2.3 Nieuwbouw op de huidige locatie is de enige realistische optie. Nieuwbouw elders zou leiden tot meer verkeersbewegingen tussen locaties, wat inefficiënt en milieubelastend is. Bovendien zou het behouden van compostering op de huidige locatie het terrein ruimtelijk blokkeren: de benodigde milieuruimte en bufferzones voor compostering leggen het terrein vergunning technisch zodanig vast dat toekomstige uitbreidingen niet meer mogelijk zijn. Dit geldt ook voor partners zoals Omrin, die dan geen ruimte hebben voor uitbreiding van hun activiteiten, zoals de inzameling van klein huishoudelijk afval. Het hele terrein zou hierdoor ‘op slot’ zitten. Nieuwbouw biedt daarentegen de mogelijkheid om het terrein optimaal en flexibel in te richten, met voldoende ruimte voor toekomstige ontwikkelingen en duurzame infrastructuur, zoals elektrificatie van het wagenpark.

2.4 Renovatie van het huidige gebouw is technisch, financieel en juridisch bijna niet haalbaar Uit revisietekeningen (bijlage 3) blijkt dat het dak bestaat uit een lichte staalconstructie met sandwichpanelen, waarop geen extra verdieping kan worden gerealiseerd. De vloer is ongeïsoleerd (kanaalplaat), en het deel van de loods waar kantoren en kantine zouden moeten komen is eveneens ongeïsoleerd. Kantoren en garage zijn slechts gescheiden door een enkele wand, en de constructieve vloeren en fundering zijn niet van elkaar gescheiden, wat leidt tot trillingen en geluidsoverdracht. Een renovatie zou neerkomen op volledige sloop tot de buitenmuren, wat leidt tot hogere kosten dan nieuwbouw door sloop- en frictiekosten. Bovendien zou Omrin geen ruimte hebben voor het ontmantelcentrum voor grof huishoudelijk afval, waardoor de gemeente niet kan voldoen aan de VANGdoelstellingen. Door de grootscheepse aanpak moet bovendien worden voldaan aan de huidige eisen van het Bouwbesluit, en kan niet worden vastgehouden aan het rechtens verkregen niveau van de oorspronkelijke bouw. Daar komt bij dat er een kans bestaat dat het juridisch lastig wordt zoals omschreven in argument 3.1. Bij ingrijpende wijzigingen aan constructie, volume, uiterlijk of functie moet namelijk alsnog een omgevingsvergunning worden aangevraagd.

3.1 Er wordt geen revisievergunning verstrekt als we groenmateriaal op de Nanningaweg 47c blijven composteren. Bij de voorbereiding van de (ver)bouw van de gemeentewerf zijn er verschillende AERIUS- berekeningen (stikstof) uitgevoerd. Uit de berekening blijkt dat in de gebruiksfase sprake is van stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden, met name veroorzaakt door de opslag van groenmateriaal/half compostering. Op basis hiervan geeft de Provincie Fryslân aan dat zij niet zullen meewerken aan de noodzakelijke vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming. Hierover is veelvuldig contact geweest met de provincie (Bijlage 1). 4.1 De milieustraat (Omrin) heeft verbetering nodig. De ruimte op het huidige, aangrenzende terrein van de milieustraat is beperkt. Er zijn geen mogelijkheden om het afval beter te scheiden. Ook is het terrein te klein om verkeersstromen goed te kunnen afhandelen. Regelmatig staan er files op de Nanningaweg doordat inwoners in de rij staan voor de poort totdat ze het terrein op mogen rijden. De gebouwen zijn verouderd. Voorbeelden zijn het klein chemisch afval (KCA) depot en het ontvangstgebouw. Door het opheffen van de compostering ontstaat ruimte op de huidige gemeentewerf. Een eerste analyse geeft aan dat het huidige gebouw van de gemeentewerf kan worden benut voor uitbreiding van de milieustraat.

Hierdoor ontstaat op het terrein ruimte voor verbetering van de verkeerssituatie door auto’s om het huidige gebouw van de gemeentewerf heen te laten rijden. Dit leidt tot een hogere veiligheid op het terrein, het naastliggende fietspad en de Nanningaweg. 4.2 Ontmantelen van grof huishoudelijk afval kan in het huidige gemeentewerfgebouw In de circulaire uitvoeringsstrategie 2023-2030 heeft u de volgende opdracht gegeven: “De gemeente onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om de hoeveelheid grof huishoudelijk afval en bouw- en sloopafval te verminderen en hoe deze afvalsoort beter gescheiden kan worden.” Grof huishoudelijk afval kan worden gerecycled door het ter plaatse te ontmantelen. Bijvoorbeeld door het uit elkaar halen van oud meubilair. Dit levert reststromen als hout, metalen en plastics op die kunnen worden gerecycled. Om het te kunnen ontmantelen is een overdekte ruimte nodig, waar de auto’s die het materiaal brengen doorheen kunnen rijden. Het huidige gemeentewerfgebouw is daarvoor eenvoudig geschikt te maken door het verwijderen van later geplaatste buitenwanden van de loods. 4.3 Beperken van vuilverbranding Op dit moment bestaat circa 30% van het afval uit grof huishoudelijk afval dat niet nagescheiden wordt en volledig wordt verbrand. Dit leidt tot hoge verbrandingskosten en aanzienlijke CO₂-uitstoot.

Door meer in te zetten op recycling kunnen we deze kosten en milieubelasting beperken. Volgens de VANG-doelstellingen moet in 2035 minimaal 65% van het huishoudelijk afval worden gerecycled, met als einddoel een 100% in 2050. Hoewel het huidige recyclepercentage in Ooststellingwerf al op 64% ligt, is verdere verbetering noodzakelijk om aan de toekomstige normen te voldoen en de stijgende verbrandingskosten te beheersen. Een herinrichting van de gemeentewerf en milieustraat biedt kansen om afvalstromen beter te scheiden en de logistiek rondom afvalverwerking te optimaliseren, waarmee we bijdragen aan de landelijke duurzaamheidsdoelen. 4.4 Het ontmantelen biedt ruimte voor werkervaringsplaatsen Het grof huishoudelijk afval bestaat uit bijvoorbeeld meubilair, kasten, tafels, lampen. Mogelijk is er materiaal bij dat in de kringloopwinkel kan worden aangeboden. Ander materiaal kan uit elkaar worden gehaald en gesorteerd worden naar bijvoorbeeld hout, metaal, textiel. Dit ontmantelen biedt werk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, onder andere als werkervaringsplaats. Goede begeleiding is hierbij belangrijk. Omrin heeft hier ervaring mee op andere locaties.

5.1 Het groenmateriaal gebruiken we waar mogelijk binnen de gemeente. Momenteel wordt het (half)gecomposteerd groenmateriaal afgevoerd naar een verwerker buiten de gemeente. Wij willen het groenmateriaal nuttig inzetten binnen de gemeente. We doen dit door waar mogelijk materiaal toe te passen in onze plantvakken en bijvoorbeeld als takkenrillen. Meerdere Friese gemeenten leveren berm- en slootmaaisel aan lokale agrariërs. Hiermee wordt het organisch stofgehalte in de landbouwbodems verhoogd, wat goed is voor de bodemkwaliteit. Bodems met een hoger organisch stofgehalte zijn gezonder, vruchtbaarder en houden water beter vast. Met de boeren willen we een samenwerking aan gaan om ons groenmateriaal circulair te gebruiken. Op basis van ervaringen van andere gemeenten, verwachten wij dat ongeveer 30% van het materiaal hiervoor geschikt is. Deze 30% gebruiken we circulair en besteden we niet uit.

Kanttekeningen 1.1 Onzekerheid door rechtszaken en landelijke politiek De afgelopen jaren heeft de overheid geen oplossing gevonden voor het stikstofdossier. Het is onzeker wanneer de overheid met een afdoende oplossing komt. De afgelopen jaren hebben we geprobeerd in te spelen op de veranderingen in het stikstofdossier en daardoor de plannen conform opdracht van de raad uit te voeren. Dat is niet gelukt. We kunnen het ons nu niet veroorloven nog langer te wachten (Bijlage 1). 5.1 Heroverweging van het besluit om materiaal aan boeren te leveren na uitspraak Raad van State. Over het toepassen van berm- en slootmaaisel op landbouwbodems loopt momenteel een zaak bij de Raad van State. Hierbij is de vraag of dit hergebruik van een grondstof is of het toepassen van afval. De zittingsdatum is nog niet bekend. Als de uitspraak het nodig maakt het mogelijke besluit tot leveren aan agrariërs te heroverwegen, dan komen we daar bij u op terug. 5.2 Niet alle groenmateriaal is geschikt voor toepassing op landbouwbodems. Uit ervaringen bij andere gemeenten blijkt dat slechts ongeveer 30% van het materiaal hiervoor in aanmerking komt. Groenafval afkomstig van bijvoorbeeld bermen die vervuild zijn met zwerfafval, kan niet worden hergebruikt op landbouwgrond. Een aanzienlijk deel van het materiaal moet daarom worden afgevoerd naar een erkende verwerker.

Dit brengt hogere kosten met zich mee dan in de huidige situatie. Daarnaast heeft dit gevolgen voor de bedrijfsvoering, afhankelijk van de mogelijkheden en duur van opslag van restmateriaal op de Werf.

Financiële toelichting Het in 2021 door de raad beschikbaar gestelde krediet van € 4.333.422,- is nog beschikbaar. Dit bedrag is niet geïndexeerd. Voor de nieuwbouw is het streven de investering binnen dit krediet te realiseren, waarbij wel rekening gehouden moet worden met indexatie. Indien de gemeenteraad instemt met dit raadsvoorstel, zal de financiële kant van dit plan worden uitgewerkt. De milieustraat is eigendom van de gemeente en de exploitatie wordt uitgevoerd door Omrin. Verbeteren van de milieustraat, het terrein en de gebouwen brengen extra kosten met zich mee, deze kosten worden ook later uitgewerkt. Een voorlopige indicatie van de kosten is begroot op € 1.000.000 tot € 1.500.000. Hierin is geen indexatie meegenomen en het bedrag is exclusief btw. Wat dit voor de afschrijvingskosten betekent is nu nog niet goed aan te geven, omdat de kosten per component nog niet inzichtelijk zijn. Daarbij is het ook nog afhankelijk van een aantal te maken keuzes. De afschrijvingskosten van uitbreiding en verbetering van de milieustraat kunnen worden verrekend in de afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt is dat de lasten voor de inwoners zo laag mogelijk blijven. Door gebruik te maken van de ruimte die vrijkomt door de nieuwbouw van de gemeentewerf is het mogelijk dat Omrin ook in de toekomst op de huidige locatie kan blijven en niet hoeft te verhuizen vanwege gebrek aan ruimte.

Doordat we niet meer kunnen composteren op onze gemeentewerf maken we meer kosten. In de kaderbrief 2026 hebben wij aangegeven dat dit naar verwachting 150.000 gaat kosten. Nadat we afspraken met de boeren hebben gemaakt over toepassing van (een deel van) het groenmateriaal en na aanbesteding van het verwerken, laten we zien wat de daadwerkelijke kosten zijn.

Sustainable Development Goals (SDG’s)

Betaalbare en duurzame energie: nieuwbouw energieneutraal maken/geen gebruik fossiele brandstoffen

Ongelijkheid verminderen: inclusieve locatie, voor iedereen toegankelijk, gelijke voorzieningen mannen/vrouwen

Klimaatactie: Dit voorstel draagt bij aan het komen tot een milieuvriendelijk beheer van chemicaliën en van alle afval gedurende hun hele levenscyclus, in overeenstemming met afgesproken internationale kaderovereenkomsten, en de uitstoot aanzienlijk beperken in lucht, water en bodem om hun negatieve invloeden op de menselijke gezondheid en het milieu zoveel mogelijk te beperken. Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik. Leven op het land: bescherming en herstel van ecosystemen en biodiversiteit: wet natuurbescherming, stikstof, bodem

Inwonersparticipatie Bij het ontwerp van het gebouw en terrein wordt rekening gehouden met toegankelijkheid voor minder validen. De inrichting van de milieustraat wordt geoptimaliseerd met aandacht voor gebruiksgemak, verkeersveiligheid en circulaire toepassingen van afval en groenmateriaal.

Publicatie voor bekendmaking De afgelopen jaren is gewerkt aan de uitvoering van het raadsbesluit van 30 november 2021 over de vernieuwing van de gemeentewerf aan de Nanningaweg 47c. Door nieuwe inzichten en ontwikkelingen, waaronder de stikstofproblematiek bij compostering, is een herijking van het plan noodzakelijk gebleken. Deze herijking biedt kansen om de gemeentewerf en de milieustraat toekomstbestendig in te richten, met aandacht voor duurzaamheid, veiligheid en efficiëntie. Het aangepaste plan sluit aan bij actuele ambities zoals elektrificatie van het wagenpark, circulair gebruik van groenmateriaal en het verbeteren van de werkomgeving voor medewerkers.

Vervolg Na positieve besluitvorming gaan we aan de slag met het uitwerken van de plannen voor nieuwbouw. Het plan zal worden uitgewerkt naar een voorlopig ontwerp, op basis waarvan een goede kostenraming gemaakt wordt. Ook gaan we de voorbereidingen treffen voor het brengen van groenmateriaal naar boeren en verwerkers. We verwachten in het voorjaar van 2026 daadwerkelijk groenmateriaal te kunnen leveren aan boeren. We treffen de voorbereidingen voor de vergunningen. Ook werken we samen met OMRIN de plannen voor de gemeentewerf verder uit tot voorlopig ontwerp-niveau, inclusief uitwerking van de werkervaringsplaatsen. Wij verwachten u in het tweede kwartaal van 2026 een uitgewerkt voorstel op niveau voorlopig ontwerp te doen, inclusief voorstel tot vrijgeven van het krediet. Voor de realisatie gaan we uit van de volgende fases: Fase 1: – – –

Groenmateriaal naar boeren en verwerker(s) Realisatie nieuwbouw gemeentewerf Herinrichting terrein

–

Verbetering van de milieustraat

Fase 2:

Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris

, burgemeester.

Bijlagen 1. Stikstofuitstoot door half compostering 2. Vergelijking tussen besluit 2021 en huidig voorstel 3. Revisietekeningen huidige gebouw Nanningaweg 47c

Extern zaak ID (zaakcode) : 0085125824 De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 oktober 2025 gelet op de omgevingswet Besluit 1. Het college opdracht te geven om een nieuw uitgewerkt plan op te stellen voor de huisvesting van de gemeentewerf aan de Nanningaweg 47c, en daarbij de volgende uitgangspunten te hanteren: 2. Nieuwbouw te realiseren voor de gemeentewerf. 3. De compostering van groenmateriaal uit te besteden. 4. De milieustraat uit te breiden door gebruik te maken van het huidige gemeentewerfgebouw. 5. Samenwerken aan te gaan met agrariërs in Ooststellingwerf om groenmateriaal circulair in te zetten.

Besloten in de openbare vergadering van 25 november 2025

, griffier.

, voorzitter.

Bijlage 1: stikstofuitstoot door compostering en consequenties Inleiding Bij de voorbereiding van de (ver)bouw van de gemeentewerf zijn er verschillende AERIUSberekeningen (stikstof) uitgevoerd. Deze berekeningen zijn gedaan om te onderzoeken of de werkzaamheden vergunningsplichtig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit moet onderzocht worden voor de bouwfase en voor de gebruiksfase. Bouwfase: Dit is de fase dat de gemeentewerf gebouwd en verbouwd wordt. In deze fase is er geen sprake van een overschrijding van de depositiewaarde stikstof. Gebruiksfase: Dit is de fase dat de gemeentewerf jaarlijks in gebruik is. In deze fase er sprake van stikstofdepositie, met name veroorzaakt door de opslag van groene reststroom/compost. Resultaten onderzoek Uit het onderzoek is gebleken dat er in de gebruiksfase sprake is van een stikstofdepositie van 0,01-0,02 mol/ha/per jaar. Dit overschrijdt de grens van 0,005 mol/ha/per jaar. Op basis hiervan geeft de Provincie aan dat zij niet zullen meewerken aan de noodzakelijke vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming. Intern salderen mag niet Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee belangrijke uitspraken gedaan (ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ECLI:NL:RVS:2024:4909) die de rechtspraak over intern salderen hebben gewijzigd.

Voorheen konden projecten zonder natuurvergunning doorgaan als de stikstofuitstoot binnen de bestaande vergunde ruimte bleef (intern salderen). Na deze uitspraken is voor dergelijke projecten alsnog een natuurvergunning vereist. Gevolg is dat het verkrijgen van een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming voor de (ver)bouw van de gemeentewerf niet mogelijk is. Politieke oplossingen Minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wil graag het stikstofdossier oplossen. Er zijn voorstellen gedaan waarbij wordt ingezet op een verbeterde methodiek voor extern salderen en versnelling van besluitvormingstrajecten. Er is veel onduidelijkheid over de (juridische) haalbaarheid. Een oplossing op de korte termijn ligt niet in de rede. Conclusie De huidige opdracht tot verbouw van de gemeentewerf kan niet uitgevoerd worden door stikstofdepositie. Op korte termijn wordt geen doorbraak verwacht inzake de beoordeling van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Bijlage: - Stikstofberekening(en) - Notitie Roelofs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=ce5aee6b-19ca-433a-872f-b71643a8489c