CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 3 maart 2026, gemeente Ooststellingwerf27.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

3.2.3 Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) De bebouwing grenzend aan de gelede boerderij (figuur 1.2/1.4, nr. 4-5, 8 en 9) binnen het plangebied biedt broedmogelijkheden voor gierzwaluw. Eventuele nestplaatsen genieten jaarronde beschermingen en kunnen als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden verloren gaan. Dit heeft met name betrekking op de te slopen stal (nr. 8). We adviseren daarom nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden door middel van drie avondbezoeken in de periode 1 juni – 15 juli. Wanneer er jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen binnen het plangebied worden vastgesteld, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.

3.2.4 Jaarrond beschermde nesten (kerkuil) In één van de stallen (figuur 1.2/1.4, nr. 8) is een vaste rust-, verblijf- en nestplaats aangetroffen van een paartje kerkuilen die jaarronde bescherming geniet. Met de beoogde werkzaamheden zal deze nestplaats verloren gaan. Er dient in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor wat betreft de voortgang van het project omtrent kerkuil een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Fryslân. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.

3.2.5 Vleermuizen (verblijfplaatsen) De bebouwing grenzend aan de gelede boerderij (figuur 1.2/1.4, nr. 4-5, 8 en 9) binnen het plangebied is geschikt voor vleermuizen om in te verblijven, vanwege ruimtes bij de dakpannen en toegankelijkheid van de hooischuur. Gezien de werkzaamheden onder andere sloop en interne verbouwing betreffen, kunnen mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan. Wij adviseren daarom nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen van gebouw bewonende soorten: baardvleermuis, gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. De onderzoeksmethodiek is vastgelegd in het Vleermuisprotocol, opgesteld door het ministerie van EZ, Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging. Op basis van dit protocol dient te worden bepaald hoeveel bezoeken er in het kader van het nader onderzoek dienen te worden uitgevoerd en in welke periodes van het jaar. Indien er verblijfplaatsen van vleermuizen worden vastgesteld binnen de het plangebied, dient er voor de desbetreffende soort(en) een ontheffing te worden aangevraagd, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgevoerd.

3.2.6 Vrijgestelde- en niet beschermde soorten: de zorgplicht Er komen in het plangebied naar alle waarschijnlijkheid niet beschermde of vrijgestelde soorten voor, zoals verschillende soorten zoogdieren en amfibieën. Voor schade aan deze soorten geldt in principe een vrijstelling. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen.

14

3.3

Overzicht vervolgstappen

De werkzaamheden kunnen binnen de kaders van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd, mits aan de hieronder genoemde vervolgstappen wordt voldaan. Voor meer detaillering en uitleg, zie de paragraaf hiervoor. • • • • • •

Algemeen voorkomende broedvogels: Werken buiten de broedtijd (grofweg 15 maart15 juli). Jaarrond beschermde nesten (huismus): Nader onderzoek. Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw): Nader onderzoek. Jaarrond beschermde nesten (kerkuil): Ontheffingsaanvraag Wnb. Vleermuizen (verblijfplaatsen): Nader onderzoek. Vrijgestelde soorten: Het naleven van de zorgplicht.

Meer doen voor de biodiversiteit?

15

4. BRONNEN EN LITERATUUR AERIUS Calculator https://calculator.aerius.nl/calculator/ Alterra (2015). Synbiosis kaartenmachine Natura 2000 | Beschermde gebieden. Via: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland.Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey- Nederland, Leiden FLORON (2015) Verspreidingsatlas planten. Via http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Korsten, E. en Regelink, J.R. (2010). Cursus herkennen van potentiële vleermuiswaarden: in het kader van quickscans en ander ecologisch vooronderzoek. Zoogdiervereniging rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen Melis, J. & M.Koopmans, 2015. Fiskatlas Fryslân, verspreiding en ecologie van zoetwatervissen in Fryslân. Bornmeer, Gorredijk.

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) www.ndff-ecogrid.nl Natura 2000-gebieden Nederland https://www.natura2000.nl/gebieden/ Natuur overzichtskaart provincie Fryslân https://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap=eb4e12aa6eea4591af7c0f 48ef6def54&extent=120990,533762,221778,617075,28992 Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur. Vleermuisprotocol 2021, 1 januari 2021. www.gegevensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.nl RAVON http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie SOVON https://www.sovon.nl/nl Verspreidingsatlas Zoogdieren http://www.verspreidingsatlas.nl/zoogdieren Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl

16

BIJLAGE I FOTO’S BEBOUWING

Figuur I.1. Te slopen varkensstal (nr. 1).

Figuur I.2. Te slopen open koeienstal (nr. 2).

Figuur I.3. Te slopen berging/kippenhok (nr. 7).

-1-

Figuur I.4. Te slopen werktuigenberging (nr. 3).

Figuur I.5. Intern te verbouwen hooischuur (nr. 4/5).

-2-

Figuur I.6. Te slopen loods (nr. 6).

Figuur I.7. Intern te verbouwen stal origineel gelede boerderij (nr. 9).

-3-

Figuur I.8. Te slopen staluitbreiding (nr. 8).

-4-

BIJLAGE II WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.

Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.

Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).

Vrijgestelde soorten provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.

-5-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=bc480bc1-f901-437f-9981-f8b3c9dd868c