Visie SD maart 2021
Tekst van het document
VISIE SOCIAAL DOMEIN
Inhoudsopgave 1
INLEIDING............................................................................................................................... 7
2
SOCIAAL DOMEIN: WAAR KOMEN WE VANDAAN?................................................................ 9
3
ONTWIKKELINGEN. .............................................................................................................. 11
4
WAAR WILLEN WE NAAR TOE? NAAR DE VOORKANT. ....................................................... 14
5
ONDERSTEUNING EN HULP BINNEN HET SOCIAAL DOMEIN. .......................................... 17
6
INTEGRAAL SAMENWERKEN............................................................................................... 23
7
TOELEIDING EN TOEGANG................................................................................................... 27
8
DE SOCIALE BASIS EN DE ROL VAN DE GEMEENTE........................................................... 34
9
MONITOREN EN FINANCIËLE BEHEERSBAARHEID. .......................................................... 35
LITERATUURLIJST. ..................................................................................................................... 39 BIJLAGEN: BIJLAGE I: KERN VAN DE VISIE . ................................................................................................ 41 BIJLAGE II: TOELICHTING OP DE WETTEN BINNEN HET SOCIAAL DOMEIN. .......................... 42 BIJLAGE III: HET SOCIAAL WIJKTEAM OOSTERHOUT EN DE PILOT REGELVRIJ – VERWORVEN INZICHTEN............................................................................................................ 44
2
5
1
2
3
4
5
6
7
8
9
1
Inleiding Met het sociaal domein bedoelen we alles wat we vanuit de gemeente doen op het gebied van werk, inkomen, welzijn, meedoen, opvoeden en opgroeien. In deze visie op het sociaal domein leggen we vast wat onze gemeenschappelijke opdracht is, wat we belangrijk vinden, wat we willen zijn en wat we willen doen. Als het in deze visie gaat over “we”, dan wordt de gemeentelijke organisatie bedoeld: de professionals in de uitvoering, beleidsmedewerkers, management en bestuur. De richting in deze visie is niet nieuw. Het is eerder een bevestiging van een pad dat we samen al zijn ingeslagen en een logische volgende stap naar een integraal sociaal domein. Het vastleggen van de gezamenlijke stip aan de horizon, waarbij we eenduidige begrippen en termen gebruiken en tot gedeelde uitgangspunten komen, zal het integraal samenwerken verder bevorderen. Hierbij gaat het niet alleen over de samenwerking binnen de eigen gemeentelijke organisatie, maar zeker ook over de samenwerking met onze maatschappelijke partners. In het volgende hoofdstuk wordt er eerst een korte terugblik gegeven en wordt ingegaan op de aanleiding om te komen tot een visie op het sociaal domein. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens de achtergrond geschetst waartegen we deze visie hebben ontwikkeld. Daarna staat in hoofdstuk 4, 5 en 6 de visie zelf centraal.
Vervolgens worden in hoofdstuk 7 de fases van toeleiding en toegang naar ondersteuning en zorg toegelicht en de positie van het gemeentelijke sociaal team binnen deze fases. In hoofdstuk 8 wordt de verbinding gelegd tussen de visie op het sociaal domein en andere gemeentelijke beleidsterreinen. Als laatste gaat
HET SOCIAAL DOMEIN Waarom we bestaan. Onze opdracht.
Binnen het sociaal domein werken we aan preventie en bieden we ondersteuning en hulp aan inwoners in een kwetsbare situatie. We richten we ons niet alleen op het ondersteunen en versterken van het individu, maar ook op het ondersteunen en versterken van de gemeenschap.
hoofdstuk 9 in op monitoring en de financiële beheersbaarheid.
Afbakening van het sociaal domein Onder het sociaal domein verstaan we alle verantwoordelijkheden en werkzaamheden die vallen onder de: •
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);
•
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);
•
Jeugdwet;
•
Participatiewet;
•
Wet Inburgering (per 1 januari 2022).
Het brede welzijnswerk behoort ook tot het sociaal domein. De gemeente is namelijk vanuit de Jeugdwet, Wmo, Participatiewet, de Wgs en de wetgeving omtrent statushouders en inburgering opdrachtgever voor het welzijnswerk. In bijlage II worden de wetten kort toegelicht. De maatschappelijke opgaves die in deze wetten verankerd liggen en waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn, zijn zo breed en veelomvattend dat het sociaal domein hierdoor veel andere beleidsterreinen raakt. Aanpalende domeinen zijn publieke gezondheidszorg, geneeskundige zorg, langdurige zorg, onderwijs, volwasseneducatie, wonen, openbare orde en veiligheid.
7
1
2
3
4
5
6
7
8
9
2
Sociaal domein: waar komen we vandaan? In 2015 hebben gemeenten, door de overheveling van
In de afgelopen twee jaar hebben we een aantal
taken vanuit de rijksoverheid, meer verantwoordelijkheden
belangrijke stappen gezet om het integraal
gekregen op het gebied van ondersteuning en hulp voor
domeinoverstijgend samenwerken te bevorderen. Zo zijn
inwoners in een kwetsbare situatie. Het ging om een
we in 2019 in opdracht van de gemeenteraad gestart met
grote stelselwijziging: de decentralisaties binnen het
de pilot ‘regelvrij integraal sociaal domein’. Begin 2020 zijn
sociaal domein. Tijdens de overheveling en overgang,
vanuit twee afdelingen1 en vier verschillende teams twee
was alle inspanning erop gericht om in de dynamiek van
teams gevormd: Sociaal Domein Beleid (SDB) en Sociaal
onzekerheid en verandering “de winkel open te houden”.
Domein Uitvoering (SDU). Het Sociaal Wijkteam (SWT)
Inwoners mochten geen last ervaren van de overheveling
vormde tot eind 2020 nog een onafhankelijke stichting,
van taken.
maar is per 1 januari 2021 onderdeel geworden van de gemeentelijke organisatie. Per deze datum gaan SDB en
Vanuit de bestaande organisatiestructuur zijn we de
SDU verder onder de naam sociaal team.
transitie ingegaan. De organisatie was grotendeels ingericht langs de lijnen van de afzonderlijke wetten in
Het vastleggen van een gezamenlijke visie helpt om het
het sociaal domein. Op basis van die wet- en regelgeving
integraal samenwerken nog verder te versterken. We
zijn ook afzonderlijke beleidskaders, -nota’s en/of
bevestigen gezamenlijk de koers en zorgen er met de visie
uitvoeringsbesluiten geschreven. In 2015 was er geen
voor dat we allemaal dezelfde inhoud en invulling geven
gemeentelijke overkoepelende visie op het sociaal domein.
aan uitgangspunten als eigen kracht, ondersteuning uit de
In deze periode van alle zeilen bijzetten in combinatie
directe omgeving en meedoen.
met de redelijke onbekendheid met de nieuwe taken, was de tijd nog niet rijp voor de ontwikkeling van een
Met de visie brengen we ook een accentverschuiving
overkoepelende visie.
in beeld, namelijk dat we ons niet alleen inzetten voor het ondersteunen en versterken van het individu
Het vastleggen van een gezamenlijke visie helpt om het integraal samenwerken nog verder te versterken.
Naarmate het vertrouwen en de zekerheid groeide dat
maar ook voor het ondersteunen en versterken van
de overheveling was geslaagd, is er groeiende aandacht
de gemeenschap. In dat laatste speelt onder andere
gekomen om meer werk te maken van de bedoeling van
het welzijnswerk een grote rol. Daarmee heeft het
de decentralisaties. Door meer taken op het gebied van
welzijnswerk een belangrijke positie binnen het sociaal
werken, meedoen, welzijn, opgroeien en opvoeden bij
domein.
de gemeente neer te leggen, zouden inwoners in een vroeger stadium, beter en dichter bij huis geholpen
In hoofdstuk vier, vijf en zes wordt verder ingegaan op
kunnen worden. Vanuit deze bedoeling zijn we ieder vanuit
de visie. Allereerst wordt in het volgende hoofdstuk de
de eigen discipline aan de slag gegaan met de kwaliteit en
achtergrond geschetst waartegen we deze visie hebben
effectiviteit van beleid en uitvoering.
ontwikkeld.
In deze visie houden we vast aan de bedoeling van de decentralisaties. We veranderen dus niet van koers. Veel van het werk dat op het gebied van beleid en uitvoering is gedaan, is dus in lijn met de richting die we nu in deze visie vastleggen. Waarom is dan een integrale visie nodig? 1 Het voormalige Informatie en Service Centrum (ISC) en Stadsbeheer en Samenleving (SenS)
9
1
2
3
4
5
6
7
8
9
3
Ontwikkelingen De corona-crisis
zorg was dat de uitgestelde zorgvraag zou leiden tot een
De corona-pandemie heeft geleid tot, om met de woorden
hausse aan meldingen verderop in het jaar. Deze hausse
van minister-president Mark Rutte te spreken, “de
is uitgebleven. Gaandeweg 2020 zijn de meldingen en
grootste crisis in ons land sinds de Tweede Wereldoorlog”.
aanvragen weer gestaag op gang gekomen en is de
Het Covid19-virus laat overal zijn sporen na. In de eerste
focus er continu op gericht geweest om de reguliere
plaats natuurlijk binnen gezinnen en families waar
zorg in de lucht te houden. De voortdurende crisis en
slachtoffers van de pandemie zijn te betreuren. Het
de strenge maatregelen die in de tweede lock-down
virus leidde tot twee keer toe tot een lock-down van de
gelden, drukken wel zwaar op de mentale gesteldheid van
samenleving, met alle sociale en economische gevolgen
mensen. Gevoelens van eenzaamheid en depressie komen
van dien. Ook in het sociaal domein voelen we de gevolgen
vaker voor. De GGZ houdt rekening met een toename
van de crisis. In de corona impact analyse Oosterhout
van mensen met allerlei soorten van verlieservaringen:
2020-2021 wordt een eerste beeld van deze gevolgen
verlies van contacten, dierbaren, baan, huis en meer in het
geschetst. Corona brengt een aantal onzekerheden met
algemeen het verlies van zekerheid in het leven.2
zich mee binnen het sociaal domein. De corona crisis heeft ook iets positiefs laten zien. In de
In de crisis hebben we gezien dat veel inwoners bereid zijn om iets voor een ander te doen en om iets voor een ander te betekenen.
De crisis heeft om te beginnen grote gevolgen voor de
crisis hebben we gezien dat veel inwoners bereid zijn om
economie en daarmee de werkgelegenheid. Veel mensen
iets voor een ander te doen en om iets voor een ander
verliezen hun baan. Jongeren ervaren beperkingen
te betekenen. De uitdaging is om deze bereidwilligheid
bij het oriënteren op de toekomst en zien hun kansen
en het versterkte gevoel van solidariteit vast te houden.
op de arbeidsmarkt veranderen. Hoe en wanneer de
Dit gaat niet vanzelf. Eerdere crisissituaties hebben
economie zich herstelt, blijft een grote vraag. We kunnen
laten zien dat deze gevoelens doorgaans na verloop van
daarom ook niet voorspellen wat dit gaat betekenen voor
tijd wegebben (Veranderingen in denken over politiek en
het aantal inwoners dat in Oosterhout een beroep zal
samenleving waarschijnlijk niet blijvend, nieuwsbericht
doen op een uitkering, op schuldhulpverlening of een
Sociaal en Cultureel Planbureau, 17 juli 2020). Ook in de
minimaregeling. Uitgaande van de basisraming voor
huidige crisis hebben we het gevoel van saamhorigheid in
matig herstel van het Centraal Planbureau wordt eind
de maanden van de tweede lock-down zien wegzakken. De
2021 een toename verwacht van 15 tot 20% van het aantal
bereidwilligheid om wat voor de ander te doen, blijft echter
bijstandsuitkeringen ten opzichte van eind 2019. Voor
sterk aanwezig in Oosterhout.
schuldhulpverlening verwacht de NVVK een toename van 1
30%.
Demografische ontwikkelingen De bevolking in Oosterhout vergrijst. In de periode 2020 tot
Ook voor Wmo en Jeugd hangt onzekerheid in de lucht.
2025 stijgt het aantal inwoners tussen de 75 en 84 jaar oud
Gedurende de eerste piek van de crisis zagen we op
met 26%. Het aantal inwoners van 85 jaar of ouder stijgt in
onderdelen een terugloop in meldingen en aanvragen.
diezelfde periode met 31%.
We zagen dit het sterkst bij de voorzieningen die zijn gericht op inwoners met een psychische kwetsbaarheid (jong en oud). Ook de praktijkondersteuners GGZ en Jeugd bij huisartsen signaleerden deze terugloop. De
1 branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering 2 In de publicatiereeks van het Sociaal Cultureel Planbureau gaat het SCP in op de verwachte gevolgen van corona voor de psychische gezondheid. “Op basis van eerdere crises zien we dat pandemieën, rampen en economische crises leiden tot een verslechtering van de psychische gezondheid van de bevolking, tot een stijging van het aantal ggz-opnamen en een toename van suïcide. We verwachten dat deze risico’s in de huidige crisis ook aanwezig zijn, maar er is nog geen wetenschappelijk verantwoord onderzoek beschikbaar om deze verwachtingen mee te staven.” (2020, pag. 8)
11
1
2
3
4
5
De vergrijzing leidt in de nabije toekomst tot een grotere
sociaal netwerk. Daarnaast kan de mantelzorger zelf
uit de mouwen wil steken voor mede-inwoners, wil dit
vraag naar ondersteuning en hulp binnen het sociaal
lichamelijke of psychische klachten krijgen. Kwaliteit en
kortstondig en meer ad-hoc doen. Ook dit potentieel is
domein. Vooral binnen de Wmo zal dit goed voelbaar
continuïteit van de zorg voor de hulpbehoevende naaste
waardevol, moeten we zien vast te houden en weten te
zijn. Van alle Wmo cliënten is 20% 65 tot 74 jaar oud,
kunnen zo in gevaar komen.
benutten.
de VNG verwacht een sterke stijging van de kosten. “De
Inwoners van hogere leeftijd vormen ook een aanzienlijk
Stijgende kosten in het sociaal domein
voornaamste oorzaak [van de kostenstijging] heeft…
aandeel onder vrijwilligers. Van de 350 Oosterhoutse
De overheveling van taken op het gebied van zorg, werk
weinig met beleid te maken, maar ligt in demografische
vrijwilligers bij Surplus, zijn er 225 70 jaar of ouder.
en jeugdhulp in 2015 zijn gepaard gegaan met krimpende
ontwikkelingen: we worden ouder en hebben meer zorg
Naarmate de leeftijd stijgt, neemt de kans toe dat in deze
budgetten. De rijksoverheid ging ervan uit dat gemeenten
nodig.” (De staat van het sociaal domein, VNG, 2019, pag. 13)
groep vrijwilligers mantelzorgtaken op zich nemen en zich
de taken goedkoper zouden kunnen uitvoeren en stelde
minder (intensief) kunnen inzetten als vrijwilliger. Er kan
daarom de budgetten naar beneden bij. Tegenover deze
Wmo
Daarnaast zal de vergrijzing gevolgen hebben voor de
dus een terugloop ontstaan in het aantal inwoners dat zich
zogenoemde efficiencykorting hebben we in de afgelopen
Jeugd
inzet van vrijwilligers en mantelzorgers. Inwoners van
structureel als vrijwilliger wil en kan inzetten. De corona
jaren de vraag naar ondersteuning en hulp in de Wmo en
P-wet & SHV
hogere leeftijd vormen een aanzienlijk aandeel onder de
crisis heeft wel laten zien dat veel inwoners bereid zijn
Jeugd juist zien stijgen. De vergrijzing is in het voorgaande
laatstgenoemde groep. Naarmate de leeftijd stijgt van
iets voor een ander te doen. Het heeft ook laten zien dat
al genoemd. De extramuralisering / ambulantisering heeft
mantelzorgers, groeit de kans op kwetsbare situaties en
dit een andere groep is dan de ‘traditionele’ vrijwilligers
ook een aandeel in deze toename: verzorgingstehuizen zijn
overbelasting. Mogelijkheden voor achtervang en steun
die zich structureel verbinden aan een maatschappelijke
gesloten en het aantal bedden in verpleeghuizen en GGz-
kunnen wegvallen door een steeds kleiner wordend
organisatie of doel. De inwoner die in de crisis zijn handen
instellingen is teruggebracht. De stijging in de vraag naar
30% 75 tot 84 jaar oud en 18% 85 jaar oud of ouder. Ook
ondersteuning en hulp zet nog altijd door, mede door de
6
47,5
2015
2020
2025
2030
0 - 4 JAAR
2.529
2.735
3.200
3.470
8%
17%
8%
5 - 19 JAAR
9.213
9.017
9.190
9.430
-2%
2%
3%
20 - 44 JAAR
14.784
15.225
17.040
16.520
3%
12%
-3%
45- 64 JAAR
16.269
16.442
16.200
15.270
1%
-1%
-6%
65 - 74 JAAR
6.591
7.335
7.110
7.610
11%
-3%
7%
75 - 85 JAAR
3.371
3.992
5.040
5.460
18%
26%
8%
85+ JAAR
1.036
1.244
1.630
2.020
20%
31%
24%
TOTAAL
53.793
55.990
59.410
59.780
8%
6%
1%
2015-2020 2020-2025 2025-2030
59,0
58,3
25,1
23,9
17,2
16,8
14,3
16,7
17,6
2017
2018
2019
56,5
26,5 25,0
25,8
15,7 11,5
11,6
11,0
10,8
2015
2016
bijdrage geldt bij een of meerdere voorzieningen en is niet meer afhankelijk van inkomen en vermogen. Door al deze ontwikkelingen hebben we de kosten binnen het sociaal domein zien stijgen.
9
48,2
2019. Cliënten betalen voor voorzieningen uit de Wmo een maximale eigen bijdrage van 19 euro per maand. De eigen
8
UITGAVEN (in miljoenen)
invoering van het landelijke abonnementstarief Wmo begin
LEEFTIJDSOPBOUW GEMEENTE OOSTERHOUT (2015-2025)
7
Bron: team Informatie, Innovatie en Beheer (IIB)
LEEFTIJDSVERDELING WMO GEBRUIKERS OOSTERHOUT
12
13
Bron: team Informatie, Innovatie en Beheer (IIB)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
4
Waar willen we naar toe? Naar de voorkant Wat we belangrijk vinden
Met het centraal stellen van samen in deze visie vestigen we de aandacht op de positieve maatschappelijke
We willen dat het goed gaat met de inwoners
effecten van ‘meer voor elkaar’. Verbondenheid en
van Oosterhout. We vinden we het belangrijk
samenredzaamheid zorgen namelijk voor meer inwoners
dat inwoners een waardevol bestaan kunnen
die:
opbouwen, hierin eigen keuzes kunnen maken
•
en veerkrachtig zijn wanneer het leven (even) tegenzit. Met veerkracht worden inwoners
(positieve gezondheid) •
minder snel uit het veld geslagen door de hobbels in het leven. Zij putten kracht uit zichzelf en vinden oplossingen in de eigen directe omgeving. We stimuleren verbondenheid en
zich fysiek, mentaal en emotioneel gezond voelen die met het heft in eigen handen vorm kunnen geven aan hun leven (eigen regie)
•
sociaal en betrokken zijn en een bijdrage willen leveren in de gemeenschap
samenredzaamheid. Daarin zien we de sleutel
De beweging naar de voorkant
om welzijn en veerkracht van inwoners te
De transformatie van het sociaal domein beoogt een
vergroten.
‘beweging naar de voorkant’. De ‘voorkant’ verwijst naar
Achtergrond en literatuur: het maatschappelijke effect van verbondenheid
de vroegtijdige inzet van ondersteuning voordat problemen
Verbondenheid en samenredzaamheid zijn geen nieuwe
Ook Nederlands onderzoek wijst deze kant op. In het weten-
serieus beginnen te worden en naar het ‘voorliggend
waarden binnen het sociaal domein. Met de verschuiving van
schappelijke artikel Het belang van sociale cohesie en sociaal
In onze toekomstvisie staat omschreven dat in 2030
veld’: een veelgebruikte term voor het aanbod van vrij
verzorgingsstaat naar participatiesamenleving verwachten
kapitaal in de buurt voor het welzijn van ouderen (Cramm e.a.,
“Oosterhout bestaat uit groepen mensen die op sociaal,
toegankelijke voorzieningen. Zo veel mogelijk en zo vroeg
we al jaren van mensen dat zij in toenemende mate zorgen
2013) is de conclusie dat “sociaal kapitaal (het verkrijgen
cultureel of economisch gebied van elkaar verschillen. Die
mogelijk problemen opvangen en oplossen in de eigen
voor elkaar. Deze wens en verwachting is in grote mate
van ondersteuning via informele relaties, zoals van buren) en
verschillen worden geaccepteerd…Jong en oud kennen
directe omgeving en/of met inzet van (vrij toegankelijke)
ingegeven en versterkt door de noodzaak om zorgkosten te
sociale cohesie (onderlinge relaties tussen buurtgenoten)”
elkaar in de wijk en bieden een helpende hand als dat
voorzieningen in de stad. Op deze wijze vermindert de druk
verminderen.
een positieve bijdrage leveren aan het welzijn van ouderen.
nodig is. Inwoners zetten samen met de gemeente de
op de niet vrij toegankelijke voorzieningen. Dat is de kern
schouders onder een samenleving waarin iedereen zich
van wat we willen bereiken.
“De resultaten van dit onderzoek ondersteunen het belang De idealen van de participatiesamenleving staan op gespan-
van het sociaal kapitaal van individuen, maar ook van het so-
gerespecteerd voelt en uitgenodigd voelt om betrokken te
nen voet met de individualisering van de samenleving. Men-
ciaal kapitaal van de hele buurt en de sociale cohesie tussen
zijn.” (Oosterhout 2030, 2018, pag. 61)
sen zijn steeds meer als individu in plaats van als groep in de
buurtgenoten.”
samenleving komen te staan. Men is steeds meer op zichzelf Met bovenstaande hebben we de wens geformuleerd
gericht waarbij eigen behoeften en wensen leidend zijn ge-
In De invloed en effecten van sociale samenhang (2008) geeft
voor meer verbondenheid en samenredzaamheid.
worden. Tegelijkertijd zien we ook een opkomende behoefte
het Verwey-Jonker instituut een overzicht van enkele rele-
Verbondenheid verwijst naar een situatie waarin mensen
naar meer verbinding, betekenis en zingeving bij individuen.
vante wetenschappelijke publicaties op het onderwerp.
elkaar kennen, begaan zijn met elkaar en naar elkaar
14
De aangehaalde onderzoeken in dit overzicht wijzen uit dat
omkijken. Samenredzaamheid verwijst naar een situatie
Uit onderzoek naar de gezondste plekken op aarde, de
het vergroten van de sociale samenhang een positieve in-
waarin mensen elkaar de helpende hand bieden als dat
zogenoemde ‘blue zones’, blijkt dat verbinding, betekenis
vloed heeft op de fysieke en mentale gezondheid van men-
nodig is. Dit zijn de twee waarden die we centraal stellen
en zingeving van belang zijn voor een lang en gezond leven.
sen. Daarnaast heeft sociale cohesie positieve effecten op
binnen het sociaal domein. We richten ons op het samen in
De mensen in blue zones zijn erg sociaal en sterk betrok-
leefbaarheid en (ervaren) veiligheid.
het samenleven in Oosterhout. Deze waarden vertalen we
ken bij de maatschappij. Ze hebben dagelijks contact met
naar het motto “Meer voor Elkaar”.
familie, vrienden of mensen in hun geloofsgemeenschap. Die verbinding draagt er aan bij dat mensen fysiek en mentaal gezond zijn en blijven. (https://iph.nl/nederland-straks-eenblue-zone/)
15
1
2
3
4
5
6
7
8
9
5
Ondersteuning en hulp binnen het sociaal domein In verbondenheid en samenredzaamheid zien we de
Als het gaat om ondersteuning en hulp binnen het sociaal
sleutel om welzijn en veerkracht bij inwoners te vergroten.
domein maken we onderscheid tussen vrij toegankelijke
Een samenleving met een sterk gevoel van onderlinge
en niet vrij toegankelijke voorzieningen. Van de eerste
verbondenheid en samenredzaamheid heeft een rijke
categorie voorzieningen kunnen inwoners gebruik maken
sociale basis. De sociale basis bestaat uit de sociale
zonder dat een indicatie, verwijzing of diagnose nodig
verbanden en informele netwerken tussen inwoners.
is. Voorbeelden van vrij toegankelijke voorzieningen zijn het algemeen maatschappelijk werk, inloop De
Voor de sociale basis zijn brede maatschappelijke
Pastorie, begeleiding op Floralia Park en BeweegSaam.
voorzieningen belangrijk. Dit zijn (particuliere en
Bij niet vrij toegankelijke voorzieningen wordt er altijd
(semi-)publieke) voorzieningen die voor alle inwoners
allereerst samen met de inwoner onderzoek gedaan naar
beschikbaar en toegankelijk zijn en die voor alle inwoners
de hulpvraag waarna een officieel besluit (beschikking),
van toegevoegde waarde kunnen zijn. Voorbeelden van
verwijzing of diagnose volgt. Voorbeelden van niet vrij
brede maatschappelijke voorzieningen zijn de bibliotheek,
toegankelijke voorzieningen zijn ambulante (jeugd)
verenigingen, culturele centra en stichtingen. Binnen
begeleiding of hulp bij het huishouden (HbH).
het rijke verenigingsleven in Oosterhout bijvoorbeeld komen veel inwoners met elkaar in contact, ontstaan
Vanuit het oogpunt van preventie genieten vrij
kennissenkringen en vriendschappen.
toegankelijke voorzieningen, vanwege het laagdrempelige karakter, de voorkeur boven niet vrij toegankelijke voorzieningen. Door de inzet van vrij toegankelijke voorzieningen kunnen we inwoners in een vroeger stadium ondersteuning bieden. Zo kunnen we voorkomen dat problemen ontstaan, steeds groter worden en escaleren
Wat we willen doen We zetten in op ‘de beweging naar de voorkant’ door: • het versterken van de sociale basis; • preventie in de vorm van vrij toegankelijke vormen van ondersteuning en hulp; • preventie in de vorm van een brede toeleiding naar ondersteuning.
(zie voorbeeld op pagina 20). Door voorzieningen laagdrempelig te organiseren, willen we verlegenheid en schaamte om een hulpvraag te stellen zo veel mogelijk wegnemen bij inwoners, zodat deze gevoelens hen niet in de weg staan om vroegtijdig aan de inwoners met inwoners inwoners voor inwoners
ruimte aan inwoners met lichtere hulpvragen waarbij de problematiek (net) niet groot genoeg is voor een indicatie.
Een deel van de groep inwoners die we zien binnen het
Dit kan bijvoorbeeld spelen bij vragen rondom gevoelens
sociaal domein missen door omstandigheden aansluiting
van eenzaamheid. Als laatste biedt een vrij toegankelijk
met de sociale basis en vinden hun weg niet naar de brede
aanbod ruimte aan inwoners met een kwetsbaarheid en/of
maatschappelijke voorzieningen. Ze hebben een klein
problematiek die (nog) geen concrete hulpvraag willen of
netwerk en kennen weinig tot geen mensen bij wie ze
kunnen formuleren, maar waar verergering van de situatie
terecht kunnen voor een luisterend oor, advies en hulp.
wel degelijk een risico is (zorgmijders).
Het lukt veel van hen niet om zelf meer aansluiting te foto G.Lanting
bel te trekken. Vrij toegankelijke ondersteuning biedt ook
vinden en een eigen netwerk op te bouwen. Hier helpen we bij (zie voorbeeld op pagina 19).
17
1
Uitgangspunten voor ondersteuning en hulp 1. Eigen kracht Bij het bieden van ondersteuning en hulp aan inwoners met een hulpvraag gaan we uit van eigen kracht. We kijken wat de mogelijkheden zijn van inwoners om binnen het eigen vermogen problemen aan te pakken en op te lossen. We zien wat een persoon wel kan. Met eigen kracht als uitgangspunt hebben we echter ook oog voor de grenzen die hieraan zitten. Cognitieve vaardigheden en mentale
van eigen kracht herkennen en erkennen betekent niet
3
4
5
6
7
8
9
Voorbeeld: “Soms kun je je leven niet meer goed overzien. Het voelt aan als een enorme berg. Als je ook nog het gevoel hebt die berg totaal alleen te moeten beklimmen…lijkt het beklimmen van die berg onbegonnen werk en durf je misschien niet eens meer een stap te zetten.”
Het vergroten van welzijn en het versterken van de sociale basis Man is gepensioneerd. Veel vrienden en kennissen zijn in de loop van de tijd uit beeld geraakt of overleden. Zijn vrouw is onlangs overleden en zijn fysieke gezondheid gaat achteruit. Hij komt bij de gemeente omdat het hem niet goed lukt om zelf het huishouden helemaal bij te houden. We kunnen hem enkel de indicatie geven voor de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden (HbH) en zorgen dat de medewerker HbH netjes de huishoudelijke taken doet die meneer niet meer kan….Of we kunnen in lijn met de visie een stapje verder gaan en in samenwerking met de medewerker HbH het welzijn van deze meneer
belasting hebben invloed op in hoeverre een persoon in staat is problemen zelfstandig aan te pakken. De grenzen
2
Judith, 46 jaar, inwoonster Oosterhout
in de gaten houden.
dat we binnen het sociaal domein problemen overnemen
De medewerker HbH komt erachter dat meneer heel vaak de avondmaaltijd overslaat. In gesprek blijkt dat
van inwoners en deze voor hen gaan oplossen. Inwoners
meneer helemaal nooit heeft hoeven koken in zijn leven en eigenlijk niet weet hoe dat moet. De medewerker
blijven verantwoordelijkheid dragen voor het oplossen van
HbH bespreekt de zorg met meneer en vraagt advies bij de frontoffice van het gemeentelijk sociaal team.
de eigen problemen. Echter soms kan een steuntje in de
De medewerker van de frontoffice vertelt over de cursus ‘Koken voor Mannen’. Na wat aansporing vanuit de
rug op 1 onderdeel in het leven nodig zijn om op andere
medewerker HbH meldt meneer zich aan voor de cursus. Hij leert de basisvaardigheden voor het bereiden van
onderdelen wel op eigen kracht verder te kunnen.
een gezonde avondmaaltijd. Hij ontmoet bovendien stadsgenoten. Tijdens de cursus raakt hij aan de praat over zijn oude hobby jeu de boule. Samen met een mede-cursist besluit hij eens een kijkje te nemen le Cochonnet.
2. De kracht van de directe omgeving Met de directe omgeving bedoelen we het eigen
•
Op 1 april 2020 is het nieuwe contract HbH ingegaan. Hierin is, vooruitlopend op maar geheel in lijn met de visie,
netwerk van de inwoner in een kwetsbare situatie of
nadrukkelijk de opdracht tot signalering opgenomen. De zorgaanbieder en de uitvoerende medewerkers HbH
met een hulpvraag. Maar met de directe omgeving
houden het algemene welzijn van de cliënt in de gaten. Bij signalen zorgt de zorgaanbieder voor afstemming met de relevante personen en partijen rondom de cliënt.
bedoelen we ook de (bredere) sociale basis waar de inwoner nog geen aansluiting bij heeft gevonden, de vrij
•
Surplus organiseert vanuit het welzijnswerk sinds het voorjaar 2018 de cursus Koken voor Mannen in het
toegankelijke voorzieningen en de brede maatschappelijke
Activiteitencentrum Dommelbergen. Het is een voorbeeld hoe vanuit het welzijnswerk gewerkt wordt aan
voorzieningen. Juist voor inwoners met een klein netwerk
preventie en gezondheid, waarbij het sociale component van de cursus in de praktijk soms net zo belangrijk kan
en weinig tot geen sociale contacten kunnen deze
zijn.
voorzieningen in de buurt veel betekenen. 3. De kracht van betekenisvol meedoen in de samenleving Betekenisvol meedoen in de samenleving draagt bij aan het gevoel dat je ‘ertoe doet’, dat je gezien wordt en ook gemist als je er niet bent. Daarom stimuleren we meedoen vanuit het sociaal domein (zie voorbeeld op pagina 21). Niet meedoen en een afgezonderd leven leiden, kan uiteraard een bewuste keuze zijn. Wanneer er geen sprake is van een ondersteuningsvraag of overlast, is dit prima. Zodra hier wel sprake van is, wordt binnen het sociaal domein actief samen met de inwoner de kansen, mogelijkheden en toegevoegde waarde van meer participatie verkend.
18
19
1
2
3
4
5
6
7
8
Voorbeeld:
Voorbeeld:
Preventie door vrij toegankelijke vormen van ondersteuning
Betekenisvol meedoen, vrijwilligers tour Oosterhout
Moeder van twee kinderen heeft een lange geschiedenis van GGZ behandelingen. Verschillende therapieën
Inwoonster was administratief medewerker. Op uitzendbasis werkte ze bij verschillende kantoren. Tijdens
heeft ze ondergaan en ze is de tel kwijt hoeveel behandelaars ze in haar leven voorbij heeft zien komen. In
de economische crisis van 2008 droogde het werk op. Uitzendbureaus hadden geen klussen meer voor haar
de laatste paar jaar heeft ze moeten leren dat de psychische kwetsbaarheid iets is dat zij haar hele leven
en solliciteren was hopeloos. Zelden werd ze uitgenodigd voor een gesprek. Op de meeste sollicitatiebrieven
meedraagt. Dat het niet weg gaat. Tot haar grote verdriet is ze volledig afgekeurd door het UWV. Maar ze ziet
volgde een afwijzing. Soms ontving ze zelfs helemaal geen reactie op een sollicitatiebrief. De maximale ww-
ook wel in dat de druk van een betaalde baan te veel van haar zou vragen.
periode liep af en sinds die tijd zit ze in de bijstand. Ze gelooft niet meer dat ze ooit nog aan de bak komt. Wie
9
zit er nu nog op haar te wachten? Ze vindt het soms wel pijnlijk. Ze had zo graag een beter voorbeeld willen In het behandeltraject dat ze binnenkort afsluit, geeft de behandelaar aan dat het goed zou zijn om met de
zijn voor haar twee dochters.
gemeente in gesprek te gaan over begeleiding en dagbesteding. Haar geestelijke gezondheidstoestand is gestabiliseerd, maar om dit vast te houden, moet ze blijvend werken aan structuur. Ze wil zelf ook graag ‘iets
Door de grote afstand tot de arbeidsmarkt in combinatie met beperkte werkervaring en lage scholing, is de kans
om handen hebben’. Maar het idee om bij de gemeente weer heel haar verhaal te moeten doen en de spanning
op uitstroom uit de uitkering klein. Op basis hiervan kunnen we de keuze maken om minimaal te investeren
dat de gemeente vervolgens moet beslissen. Dat ziet ze niet zitten. Ze denkt: “het gaat nu redelijk, ik red het zelf
in activering en re-integratie…of we bieden in lijn met de visie wel ondersteuning zodat mevrouw weer de
wel”.
mogelijkheden ziet van betekenisvol meedoen.
In deze situatie komt mevrouw met haar twee kinderen niet bij ons in beeld. Wellicht redt mevrouw het
Mevrouw wordt door haar nieuwe klantmanager uitgenodigd voor een gesprek. Ze vindt het wel spannend. Ze
inderdaad zelf, maar wat gebeurt er bij een terugval? GGZ behandeling is niet snel opgestart….Of we bieden in
heeft al een tijd niemand van de gemeente gesproken. In het gesprek praten zij en de klantmanager over het
lijn met de visie een laagdrempelig alternatief in de vorm van bijvoorbeeld Floralia.
kantoorwerk dat ze heeft gedaan, over haar interesses, eventuele hobby’s en wat ze zoal doet op een dag. Ze vertelt dat ze graag het huis netjes en schoon heeft. Elke ochtend is ze wel aan het poetsen. De rest van de dag
De behandelaar schakelt met de praktijkondersteuner GGZ die de vrij toegankelijke voorzieningen in Oosterhout
kijkt ze een beetje tv en wacht ze tot haar kinderen thuis komen van school. De klantmanager geeft aan dat
goed kent. Zo komt mevrouw bij Floralia, een plek waar professionele begeleiders haar zien en horen. Omdat
ze een vrijwilligers tour door Oosterhout organiseert om te kijken bij verschillende organisaties die wel wat
mevrouw een spannende fase ingaat nu het behandeltraject wordt afgesloten, is er vanuit de huisartsenpraktijk
extra vrijwilligers kunnen gebruiken. Mevrouw gaat mee op tour. Bij ieder bezoekje in de weken die volgen, ziet
ook extra aandacht voor de kinderen. De praktijkondersteuner Jeugd gaat met de kinderen in gesprek. Na het
mevrouw het steeds meer zitten om inderdaad iets van vrijwilligerswerk op te pakken. De volgende keer zullen
horen over de KOPP (kinderen van ouders met psychische problemen) doe-praat groep, willen de kinderen zich
ze langsgaan bij het MEK. ‘Misschien is dit wel iets voor mij!’
daar wel voor opgeven. Door haar activiteiten bij Floralia groeit het zelfvertrouwen van moeder. Ze besluit de stap te zetten en Floralia ‘in te ruilen’ voor regulier vrijwilligerswerk bij Crataegus. Ze durft de stap te zetten omdat ze weet dat de deur bij Floralia open blijft.
•
In 2019 heeft de gemeenteraad het beleidsplan Participatiewet 2019 Re-integratie en activering vastgesteld. In het beleidsplan vormt,
•
•
Sinds een aantal jaar hebben we enkele vrij toegankelijke dagbestedingslocaties. Met onder andere de pilot op
vooruitlopend op maar geheel in lijn met de visie,
Floralia Park wilden we zien hoe dit soort laagdrempelige voorzieningen in de praktijk zouden kunnen werken.
activering via vrijwilligerswerk een belangrijk
Op basis van de goede ervaringen en de richting van deze visie gaan we door met het verder ontwikkelen en
instrument voor uitkeringsgerechtigden met
realiseren van meer van dit soort vrij toegankelijke voorzieningen.
een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Op
Maatschappelijke partners zoals Indigo, MEE en Surplus verzorgen vanuit het welzijnswerk trainingen/
basis van het plan wordt hier extra op ingezet.
workshops voor inwoners waarvan familieleden te maken hebben met een stoornis, beperking of ziekte.
In een activeringstraject draait het om het
Bijvoorbeeld voor ouders met volwassen kinderen met autisme, voor familieleden van iemand met dementie,
terugwinnen van het gevoel van eigen kunnen.
voor broertjes en/of zusjes van een kind met een beperking, voor kinderen van ouders met psychische
Om het weer gezien, gehoord en gewaardeerd
problemen. De trainingen zijn bedoeld om te leren omgaan met de situatie. Het is een voorbeeld hoe vanuit het
worden. Het is hiermee een voorbeeld hoe we in
welzijnswerk gewerkt wordt aan veerkracht. Inwoners kunnen gratis deelnemen. Wij betalen we deze kosten.
de praktijk invulling geven aan het uitgangspunt betekenisvol meedoen.
20
21
1
3
4
5
6
Achtergrond en literatuur: bestaanszekerheid, eigen kracht en betekenisvolle participatie
6
Bestaanszekerheid
wordt het vermogen tot rationeel en gecontroleerd handelen
Aansluiting op de sociale basis en het opbouwen van een
aangetast. Als gevolg hiervan denken mensen minder lang
waardevol bestaan is het meest kansrijk als aan een bepaalde
na over beslissingen, laten zij zich sterker leiden door acute
mate van bestaanszekerheid is voldaan: zekerheid ten aanzien
problemen en neemt de zelfcontrole af. Juist in deze situaties
Integraal samenwerken
van wonen en inkomen. “Dwars door het domein van zorg en
kunnen mensen een steuntje in de rug gebruiken, terwijl ze
ondersteuning… dendert het vraagstuk van armoede, stress
worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid.
[en] (woon)onzekerheid” (De staat van het sociaal domein, VNG, 2019, p. 22). Dit wringt, vooral omdat bestaanszekerheid voor
Lilian Linders (Lector Empowerment en Professionalisering
een groot deel buiten de gemeentelijke invloedssfeer ligt.
Sociaal Domein) spreekt ook over het risico van de eigen
“Eigenlijk speelt [de gemeente] slechts een geringe rol als het
kracht retoriek: “ ‘Eigen kracht spierballentaal’ bergt het
om zekerheden in het leven gaat, namelijk alleen aan het eind
risico in zich dat mensen die te maken hebben met structure-
van de lijn als het bij mensen ‘fout is gegaan’: bij minimabe-
le uitsluitingsmechanismen op verschillende domeinen niet
leid, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, uitkeringen
gehoord of gezien worden. Waardoor zowel hun kwetsbaarheid
en re-integratie. De basis om bestaanszekerheid mogelijk
als hun (potentiële) kracht veronachtzaamd worden. (Op zoek
te maken gaat buiten hen om: die ligt op het terrein van de
naar houvast, 2019)
Belastingdienst en zijn toeslagen, op dat van de SVB en het UWV, van het pensioenstelsel en de economische conjunctuur, van betaalbare en beschikbare woningen (sociaal, maar ook koopwoningen voor het middensegment), etc. De sturingsmogelijkheden van gemeenten zijn hier beperkt.” (De staat van het sociaal domein, VNG, 2019, pag. 23). Stress door het ontbreken van bestaanszekerheid heeft gevolgen voor de zelfredzaamheid van inwoners.
Eigen kracht en zelfredzaamheid
Wat we willen zijn
Onderzoek toont aan dat er een verband bestaat tussen bete-
7
8
maatschappelijke partners. Zij zijn vaak de partijen die vanuit een gemeentelijke opdracht in de praktijk vorm en
•
Integraal, waarbij we in de samenwerking
De visie en de daaruit voortvloeiende uitgangspunten
effectief te werk gaan om de inwoner snel de
dragen ertoe bij dat ondersteuning en hulp vanuit
beste combinatie van ondersteuning en hulp
verschillende hoeken op elkaar aansluit, vloeiend in elkaar
te bieden;
overloopt, elkaar aanvult en versterkt.
Proactief, waarbij we erop afgaan als we zien of signalen ontvangen dat er onder het
Een integrale blik en het integraal werken, vraagt om
oppervlak wat (meer) aan de hand is.
een proactieve houding. We bieden een uitgestoken hand aan inwoners waarbij we zien of signalen ontvangen dat er onder het oppervlak wat (meer) aan de hand is.
Integraliteit gaat over een brede blik op de hulpvraag
Als de inwoner hier nog niet toe in staat is, bieden we
me aan het maatschappelijk leven draagt bij aan het welbevin-
van de inwoner. Als professional kijk je niet alleen naar
een steuntje in de rug bij het inzichtelijk maken van de
den van mensen. Participatie op terreinen die bijdragen aan
het probleem dat vanuit eigen kennis en ervaring kan
problematiek en het formuleren van de hulpvraag. Waar
de persoonlijke ontwikkeling, het welzijn van anderen of maat-
worden opgepakt. Je hebt ook oog voor eventuele andere
nodig betrekken we collega’s of externe professionals
schappelijke doelen gaat samen met een hoger individueel
problematiek en voor hoe problemen met elkaar verweven
daarbij.
welzijn en andersom (Vitaliteit van buurten en maatschappelijke
kunnen zijn. Integraliteit gaat ook over samenwerken. Een
veerkracht, VNG-KING, 2016). Voorbeelden van betekenisvolle
houding en manier van werken, waarbij je gezamenlijk
kenisvolle participatie en individueel welzijn. Actieve deelna-
In de afgelopen jaren ligt in beleid en uitvoering binnen het
participatie zijn het verrichten van betaald werk, het volgen
sociaal domein grote nadruk op eigen kracht en zelfredzaam-
van een opleiding, het doen van vrijwilligerswerk, deelnemen
heid. Bij deze termen draait het vaak om het nemen van de
aan verenigingsleven en het bieden van burenhulp. In het licht van eigen regie en eigen verantwoordelijkheid
Het is echter belangrijk om stil te staan bij het volgende. Het
zit het hebben van een betaalde baan op het hoogste niveau
komt er vaak op neer dat er juist bij inwoners in situaties van
van betekenisvolle participatie. Studies tonen aan dat het
kwetsbaarheid een grotere nadruk wordt gelegd op eigen
hebben van een betaalde baan een positieve invloed heeft.
verantwoordelijkheid. Er wordt dan van een inwoner gevraagd te varen op eigen kracht en het eigen netwerk aan te spreken
9
inhoud geven aan de voorzieningen in het sociaal domein. •
Betekenisvolle participatie (meedoen)
eigen verantwoordelijkheid.
22
2
streeft naar een aanpak waarin de inzet van verschillende
Procesregie bij complexe multiproblematiek
professionals en trajecten elkaar aanvullen en versterken.
Vooral bij multiprobleem casussen is het belang van een
Integraliteit vraagt extra inspanning. Het vraagt van
integrale aanpak met 1 coördinerende regievoerder groot.
professionals om uit de eigen comfortabele zone van
Bij multiproblematiek zijn meerdere professionals vanuit
kennis en ervaring te stappen.
verschillende dormeinen betrokken bij een huishouden of gezin. Ieder van hen heeft meestal een eigen taak, gericht
Sinds 2015 hebben we stappen gezet om te komen tot
op een deelprobleem of een gezinslid. Vaak ontbreekt
“Werk heeft…naast het genereren van inkomen ook een aantal
meer integraliteit. Het heeft een plek gekregen in zo
het bij deze professionals niet aan de wil om samen te
latente voordelen die belangrijk zijn voor het welbevinden van
goed als al onze beleidsdocumenten en contracten met
werken, maar lijken de verschillende regels en wetten een
(dan wel te creëren). De Wetenschappelijke Raad voor het
individuen, zoals tijdstructurering, sociale integratie, zelf-
maatschappelijke partners. We hebben onze organisatie
goede samenwerking in de weg te staan. In multiprobleem
Regeringsbeleid schrijft hierover het volgende: “Lang niet
ontplooiing en de ontwikkeling van competenties en vaardig-
erop aangepast door het vormen van het gemeentelijk
casuïstiek kan samenwerking ook lastig worden als
alle burgers zijn onder alle omstandigheden hiertoe in staat.
heden. Valt het werk weg…dan heeft dit negatieve gevolgen
sociaal team. Binnen de pilot “regelvrij integraal sociaal
professionele oordelen uiteenlopen en persoonlijke
Er bestaat een behoorlijk verschil tussen wat van burgers
voor het welbevinden van mensen.” (Werk, zaligmakend of ziekmakend?, WRR, 2020, pag. 11) Werkloosheid schaadt het
meningen botsen. In sommige gevallen is de problematiek
wordt verwacht en wat zij daadwerkelijk aankunnen. De groep
domein” hebben we ervaringen opgedaan met het
voor wie de eisen soms te hoog gegrepen zijn, is niet beperkt
individuele welzijn. Het heeft met name een negatief effect op
toepassen van de ‘omgekeerde toets’. Met deze methode
dusdanig complex, dat niet alleen inwoners maar ook
tot een kleine groep ‘kwetsbaren’ zoals mensen met een
de psychische en mentale gezondheid. “Zo hebben mensen
gaan we steeds terug naar de bedoeling van de wetten
de professionals vastlopen. Zonder perspectief op een
laag IQ. Ook mensen met een goede opleiding en een goede
die werkloos zijn geworden, vaker last van depressies dan
binnen het sociaal domein. Past ons handelen en de
oplossing of verbetering, is de kans groot dat de situatie in
maatschappelijke positie kunnen in situaties verzeild raken
werkenden, en hebben werklozen die weer aan het werk zijn
besluiten die we willen nemen binnen die bedoeling? Zo ja,
het huishouden / gezin alleen maar verslechtert.
waarin hun redzaamheid ontoereikend is” (Weten is nog geen
gegaan, minder last van depressies dan degenen die werkloos
doen, 2017, pag. 9). Dit zijn vaak situaties waarin het leven
zijn gebleven.” (Werk, zaligmakend of ziekmakend?, WRR, 2020,
tegenzit, een stukje veiligheid in het geding is of een stukje
pag. 12). Recent onderzoek van het Centraal Planbureau wijst
bestaanszekerheid verdwijnt. De problemen en de stress die
eenzelfde kant op: “Mensen met een arbeidsbeperking doen
dit veroorzaakt, zetten het mentale vermogen onder druk. De
minder vaak een beroep op geestelijke gezondheidszorg en
Als het gaat om meer integraliteit richten we ons niet
bestuurlijk mandaat, een doorbraak te forceren. De
complexiteit van de huidige samenleving, zoals ingewikkelde
Wmo-ondersteuning als ze werk hebben. Ook neemt het risico
alleen op de samenwerking binnen de eigen gemeentelijke
procesregisseur zorgt ervoor dat de verschillende
overheidsbureaucratie en de rappe digitalisering, kunnen die
op crimineel gedrag af.” (De brede baten van werk, CPB, 2020,
organisatie, maar ook op de samenwerking met onze
professionals komen tot een op elkaar afgestemde aanpak
druk nog verder doen stijgen. Onder deze omstandigheden
pag. 4)
dan benutten we de maximale ruimte binnen de regels om integraal maatwerk te leveren en indien nodig doorbraken
Binnen het gemeentelijk sociaal team zijn sinds 2020
te forceren.
twee procesregisseurs actief die in dit soort vastgelopen situaties de regierol pakken om, waar nodig met
23
1
rondom het huishouden / gezin. De procesregisseur
om integraal samenwerken. Ze hebben hiermee een
coördineert, bewaakt de uitvoering van de aanpak en
belangrijke signalerende functie. Ze brengen terugkerende
forceert vooruitgang als het proces stagneert.
knelpunten, die het integraal samenwerken in de weg staan, in kaart. Op basis van hun inzichten kunnen
Door hun rol zien de procesregisseurs vanuit de praktijk
processen en beleid worden aangepast om het integraal
waar professionals op kunnen vastlopen als het gaat
werken verder te bevorderen.
2
3
4
5
6
7
8
9
Voorbeeld Vanuit verschillende wetten een andere blik op dezelfde casus Vanuit de Wmo en de Jeugdwet hechten we veel waarde aan de ondersteuning en hulp die vanuit het sociale netwerk wordt geboden. Door wetsartikelen over bijvoorbeeld de kostendelersnorm en het voeren van een gezamenlijke huishouding kan vanuit de Participatiewet met een hele andere bril naar dezelfde situatie gekeken worden. Een gezin met gescheiden ouders. Vader komt veelvuldig over de vloer omdat moeder psychische problemen heeft. Zij heeft grote moeite het huishouden draaiende te houden en goed voor de kinderen te zorgen. Meerdere keren per week komt vader langs met boodschappen. Hij kookt, eet mee en helpt de kinderen mee naar bed brengen. Soms blijft hij ook wel eens slapen als hij merkt dat zijn ex-partner wat onrustiger is dan normaal. Kijkend vanuit de Jeugdwet: vader zorgt voor stabiliteit in het gezin. Hij waakt over de veiligheid en gezondheid van zijn kinderen. Hij probeert zijn ex-partner in het zadel te houden, zodat zij er ook op haar manier voor haar kinderen kan zijn. Kijkend vanuit de Participatiewet: meneer en mevrouw ontvangen ieder een eigen bijstandsuitkering. Maar de woonsituatie van meneer is onduidelijk. Hij zegt particulier een kamer te huren. Hij heeft een huurovereenkomst als bewijs, maar er zijn wel vraagtekens bij de werkelijke woon- en verblijfplaats van meneer.
Hij is vader van de kinderen. Is hier niet eigenlijk sprake van een gezamenlijke huishouding? En ontvangen ze daardoor niet te veel uitkering?
Hoe kom je als professional nader tot elkaar als je vanuit verschillend perspectief naar dezelfde casus kijkt en daardoor je oordeel en handelen ver uit elkaar dreigt te lopen? In de pilot ‘regelvrij integraal sociaal domein’ hanteren we de methode van de omgekeerde toets. Met deze methode gaan we steeds terug naar de bedoeling van de wetten binnen het sociaal domein. Past ons handelen en de besluiten die we willen nemen binnen die bedoeling? Zo ja, dan benutten we de maximale ruimte binnen de regels om integraal maatwerk te leveren en indien nodig doorbraken te forceren. In een casus zoals deze is er overleg tussen de betrokken professionals. Professionals bespreken samen met het gezin welke doelen het gezin wil bereiken. Hier kan bijvoorbeeld uitkomen dat het gezin het beste gebaat is met een stabiele geestelijk gezondheidstoestand van moeder. Vanuit de verschillende wetten kan dit doel worden gelegitimeerd (Wmo: meer zelfredzaamheid moeder, Jeugd: versterking opvoedkundig klimaat in het gezin,
Achtergrond: het risico van ‘verkokerd’ werken
moeder draagt weer meer zelf de verantwoordelijkheid voor de opvoeding, Participatiewet: vanuit stabiliteit kan mevrouw stappen zetten richting activering en (op termijn) re-integratie). Met het gezamenlijk gedragen doel voor ogen komen professionals makkelijker tot een gezamenlijk plan van aanpak:
Het werken vanuit eigen kader, kennis en ervaring werkt
behorende uitgangspunten redeneert. Het gemis van een
goed en efficiënt bij enkelvoudige ondersteuningsvragen van
gezamenlijke stip aan de horizon en het ontbreken van een ge-
inwoners. Het begint echter te schuren in casuïstiek waarin
meenschappelijke taal met eenduidige begrippen en termen,
vader dit op, maar moeder heeft behoefte aan meer ondersteuning zodat er constructievere oplossingen komen
verschillende domeinen samenkomen. Het risico bestaat dat
kunnen het komen tot een integrale oplossing bemoeilijken.
voor haar psychiatrische problematiek. Mevrouw moet trouw blijven aan haar behandeling en medicatie. Ter
in dit soort casuïstiek niet wordt gesignaleerd dat verschillen-
Hierbij kan ook onbegrip ontstaan over elkaars standpunten.
ondersteuning hiervan wordt begeleiding ingezet. Doel is om in vier maanden meer stabiliteit te bereiken, in de
•
de domeinen samenkomen. De primaire focus van de professi-
24
Na uitvraag blijkt dat meer ondersteuning gewenst is voor de psychische problemen van moeder. Nu vangt
geestelijke gezondheidstoestand van mevrouw en in haar huishouden.
onals gaat dan uit naar de eigen expertise. Door gebrek aan
Bovenstaande geschetste situaties kunnen leiden tot ineffi-
kennis en onbekendheid in het netwerk kan er handelingsver-
ciënte inzet van gestapelde dure interventies. Ze kunnen ook
legenheid optreden.
leiden tot het omgekeerde. Vanuit het eigen instrumentarium wordt door professionals te lichte ondersteuning geboden,
Als de verwevenheid van problematiek wel wordt herkend, be-
waardoor er lang wordt ‘aangemodderd’ en kosten onnodig
staat het risico dat elke professional in de zoektocht naar een
hoog oplopen. In alle gevallen is de inwoner met een hulp-
integrale oplossing vanuit het eigen beleidskader en de daarbij
vraag niet goed geholpen.
•
Aandacht voor kinderen vanuit POH Jeugd en deelname KOPP doe-praat groep. Kinderen worden meegenomen in de aard van de problematiek van moeder. Meer kennis voorkomt of vermindert onbegrip.
•
Vader blijft nauw betrokken en helpen waar kan. Gedurende de looptijd van het plan van aanpak wordt het vermoeden van een gezamenlijke huishouding niet actief opgepakt.
25
1
2
3
4
5
6
7
8
9
7
Toeleiding en Toegang In de vorige hoofdstukken is ingegaan op onze visie op het
sociale basis, brede maatschappelijke voorzieningen,
sociaal domein. In hoofdstuk 5 staan de uitgangspunten
vrij toegankelijke voorzieningen);
van ondersteuning en hulp. Hoofdstuk 6 omschrijft welke
• in niet vrij toegankelijke voorzieningen (geïndiceerd).
professionele grondhouding hierbij past. Dit hoofdstuk geeft weer hoe inwoners hun weg kunnen vinden naar
Inwoners met een vraag die zoeken naar hulp en oplossin-
passende ondersteuning binnen het sociaal domein.
gen volgen een pad. Dat noemen we het pad van toeleiding en toegang. In onderstaand schema staan de fases en
Wat passend is, is voor ieder persoon en in elke situatie
stappen van toeleiding en toegang weergegeven. Vanuit
verschillend. Vanuit de visie volgt dat oplossingen worden
de visie dat vragen zo veel mogelijk zelf, vroeg en dichtbij
gevonden:
worden opgepakt, zien we een relatief kleine rol voor het
• binnen de eigen kwaliteiten, vaardigheden en compe-
gemeentelijke sociaal team in de eerste fase van toel-
tenties (eigen kracht);
eiding. In de fase van toegang is dit anders. In deze fase
• in de eigen directe omgeving (het eigen netwerk, de
Schema toeleiding en toegang
treedt het gemeentelijke sociaal team naar de voorgrond.
Professionals en vrijwilligers voorliggend veld
GEMEENTELIJKE TOEGANG
TOELEIDING
VRAAG VERHELDEREN
SAMEN NAAR OPLOSSINGEN
VRAAG NIET VRIJ TOEGANKELIJK
WAT DOEN ZE?
WIE LOOPT ER MEE?
TIJDIG SIGNALEREN
Frontoffice en professionals sociaal team gemeente
Vrijwilligers en professionals in het voorliggend veld staan proactief voor inwoners klaar door aanwezig, zichtbaar, benaderbaar, aanspreekbaar en toegankelijk te zijn.
Met een brede integrale blik op alle leefdomeinen en op het hele huishouden of gezin gaan ze samen met inwoner na wat de vraag is.
Met een gedegen kennis van de sociale kaart gaan ze met inwoner na welke oplossingen mogelijk zijn met inzet van eigen kracht, de kracht van de directe omgeving en eventueel het sluitstuk van niet vrij toegankelijke voorzieningen.
Met een integrale blik en gedegen kennis van wet- en regelgeving gaan ze met inwoner na of de niet vrij toegankelijke voorziening past in het grotere geheel van ondersteuning binnen een huishouden of gezin.
27
1
3
4
5
6
7
8
9
7.1 Verworven inzichten
7.2 Toeleiding
Om de functies binnen de toeleiding goed uit te kunnen
beroepsprocedure en bij het zoeken en vinden van
De uitgangspunten en de gewenste ontwikkelrichtingen in
Een indicatie en/of een besluit vormt het sluitstuk van pas-
voeren, gelden twee randvoorwaarden:
de hulp en steun die bij hem of haar past. De cliëntonder-
dit hoofdstuk vloeien voor een belangrijk deel voort uit de
sende ondersteuning. Een geïndiceerde voorziening komt
• alle professionals en vrijwilligers die een rol hebben
steuner helpt dus de weg te vinden naar de oplossingen.
ervaringen die we hebben opgedaan met het Sociaal Wijk-
namelijk pas in beeld als het geheel van eigen kracht, het
in de toeleiding werken vanuit de gedeelde visie dat
Als dat nodig is, helpt de ondersteuner een gerichte aan-
team en de (voorlopige) uitkomsten van de pilot “regelvrij
sociaal netwerk en de brede maatschappelijke en de vrij
oplossingen allereerst gevonden worden binnen de
spraak te doen op de gemeente, de zorgverzekeringswet
integraal sociaal domein”. Bijlage III gaat hier uitgebreid
toegankelijke voorzieningen ontoereikend is. Hoe kun-
eigen kwaliteiten, vaardigheden en competenties van de
of de Wet langdurige zorg.2
op in. Naast de ervaringen met het SWT en de pilot hebben
nen we dit uitgangspunt verenigen met de noodzaak om
inwoner (eigen kracht) en in de eigen directe omgeving
de uitkomsten van de 0-meting die gedaan is in het ver-
inwoners snel de beste combinatie van ondersteuning en
(het eigen netwerk, brede maatschappelijke voorzienin-
Gemeenten zijn wettelijk verplicht onafhankelijke cliën-
betertraject Toegang een belangrijke rol gespeeld bij het
hulp te bieden, zonder dat de inwoner tussen de wal en het
gen, vrij toegankelijke voorzieningen) waarbij niet vrij
tondersteuning beschikbaar te stellen voor inwoners. De
komen tot een gewenste ontwikkelrichting.
schip dreigt te raken? Hierin ligt een belangrijke opgave
toegankelijke voorzieningen het sluitstuk vormen van
onafhankelijke cliëntondersteuning is breed beschikbaar
voor de professionals en vrijwilligers die inwoners helpen
passende ondersteuning;
voor inwoners die vragen hebben die gerelateerd zijn aan
Ondersteund door Movisie is in het laatste kwartaal van 1
in de toeleiding naar ondersteuning, hulp en zorg.
2020 gestart met het verbetertraject ‘Samenwerken aan
• er moet een gedegen en actuele kennis zijn van de
het sociaal domein.
sociale kaart van Oosterhout (kennis van voorzieningen,
een betere toegang sociaal domein’ (kortweg het verbeter-
Welke professionals en vrijwilligers zijn actief in de
de sociale infrastructuur en de professionals in het
7.2.2 Welzijnswerk
traject Toegang). In dit traject leren en verbeteren ge-
toeleiding? Dat zijn er veel en dat houden we ook graag
netwerk).
In Oosterhout omvat het welzijnswerk de maatschappelijk
meenten samen met lokale partners, cliëntvertegenwoor-
zo. Dit zijn alle professionals en vrijwilligers van maat-
digers en inwoners hoe de toegang merkbaar beter kan.
schappelijke partners in het voorliggend veld, inclusief de
Om de signaleringsfunctie binnen de toeleiding goed te
tencentra, de jongerenwerkers, de werkers binnen het be-
Het traject geeft de aanzet voor een doorlopende cyclus
medewerkers van het sociaal team van de gemeente. Het
kunnen oppakken, staan de toeleidingspartners proactief
moeizorgteam, de coördinatoren van het vrijwilligerswerk
van leren en verbeteren en is in december 2020 gestart
is van belang om de toeleiding te zien als een gezamen-
klaar voor inwoners door aanwezig, zichtbaar, benader-
en de vrijwilligers zelf (zoals de burgeradviseurs, budget-
met een enquête onder gemeentelijke toegangsmedewer-
lijke verantwoordelijkheid en deze taak zo breed mogelijk
baar, aanspreekbaar en toegankelijk te zijn. Zij weten hier-
coaches, maatschappelijk begeleiders van statushouders
kers (inclusief SWT), professionals van maatschappelijke
in de samenleving neer te leggen. Op deze manier kunnen
in verschillende groepen inwoners te bereiken (jongeren,
en mantelzorgondersteuners).
partners en inwoners (de 0-meting).
inwoners zelf kiezen waar zij een vraag stellen, op de plek
ouderen, laaggeletterden, anderstaligen, et cetera).
werkers, de coördinatoren en beheerders in de activitei-
In het beleidskader Welzijn staat omschreven dat de
die het beste past en het meest veilig voelt. Uit de 0-meting komt het volgende naar voren:
In het samen zoeken naar oplossingen kijken toeleidings-
professionals en vrijwilligers in het welzijnswerk aanwezig
• het moet duidelijk zijn waar de inwoner zijn vraag kan
Het moet namelijk niet uitmaken waar een inwoner zijn
partners naar wat binnen het vermogen ligt van inwoners
zijn in het dagelijks leven van de wijkbewoners, bijvoor-
stellen en wat de stappen zijn die ondernomen moeten
vraag stelt. De professional of vrijwilliger haalt het juiste
om zelf of samen aan te pakken. Normaliseren en deme-
beeld in de buurt, op school of in het gezondheidscentrum.
worden om ondersteuning te krijgen;
team of de juiste persoon erbij om de vraag te beantwoor-
dicaliseren zijn hierbij van belang. Bij het samen zoeken
Zij vormen de vertrouwde gezichten waar inwoners op een
den. Daarbij is het van belang de inwoner niet van het
naar oplossingen kan het namelijk ook gaan over het
laagdrempelige manier vragen kunnen stellen over situa-
kastje naar de muur te sturen. We hanteren het principe
accepteren dat het leven veel imperfecties kent. Toelei-
ties die zich voordoen en problemen die spelen in het leven
van ‘geen verkeerde deur / elke deur is goed’. Dit vragen
dingspartners helpen dit aanvaardbaar en hanteerbaar te
van alledag. Hun rol in de toeleiding is daarom groot.
we ook van onze partners in het voorliggend veld. Inwo-
maken.
• vragen van inwoners mogen niet tussen wal en het schip vallen; • inwoners worden niet van het kastje naar de muur gestuurd; • problematiek moet zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd; • de overgang van ondersteuning van zorg en ondersteu• collectieve oplossingen moeten zo veel mogelijk worden benut; • zorg en ondersteuning moet passend en samenhangend zijn. Deze opgaves uit de 0-meting sluiten aan bij de verwor-
We vragen van welzijnswerkers een proactieve houding.
ners die aankloppen, laten we niet los totdat we ervan verzekerd zijn dat we ze vast hebben geklikt aan de juiste
Zonder de intentie te hebben om alle partners, professio-
Door hun dagelijkse aanwezigheid in de buurt en wijk
professional, vrijwilliger en/of voorziening.
nals en vrijwilligers te benoemen die in de toeleiding een
kunnen zij sneller signalen oppikken van (beginnende)
actieve rol kunnen hebben, wordt hieronder een aantal
problemen en (onuitgesproken) vragen bij inwoners. Zij
groepen uitgelicht.
beschikken daarnaast over de professionele vaardigheden
ning vanuit verschillende wetten moet soepel verlopen; Functies binnen de toeleiding:
om open het gesprek met inwoners aan te gaan over wat
• signaleren; • wegwijs maken, voorlichten en informeren;
7.2.1 Onafhankelijke cliëntondersteuning
zij zien aan signalen, te helpen bij het verhelderen van de
• vraag verhelderen (achterhalen van de eventuele vraag
Bij de toeleiding naar ondersteuning, hulp en zorg speelt
vraag en samen op zoek te gaan naar oplossingen. In deze
achter de vraag, door brede uitvraag op alle leefdomei-
de onafhankelijke cliëntondersteuning een grote rol. Een
zoektocht worden zij niet ‘beperkt’ door het denken in
nen);
cliëntondersteuner denkt met iemand mee, helpt iemand
indicaties. Ze laten de inwoner juist zien en ervaren welke
zijn situatie op een rijtje te zetten en geeft daarbij zo nodig
oplossingen direct beschikbaar zijn in het dagelijkse leven.
pilot “regelvrij integraal sociaal domein”. Samen zijn ze
vraag indien nodig de juiste professional of vrijwilliger