Verslag Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
Tekst van het document
Verslag mini-symposium Kansengelijkheid Vrijdagmiddag 14 april 2023 Locatie: Cultuurmakerij: Wilhelminakanaal Zuid 102 te Oosterhout Genodigden: werkers van allerlei bij dit onderwerp betrokken organisaties, inwoners, burgemeester, wethouders en raadsleden.
Inleiding Bij de coalitieonderhandelingen is afgesproken dat er drie thema’s een raadsbrede werkwijze behoeven (kansengelijkheid, klimaatadaptatie en participatie). KOP-groepen bestaande uit raadsleden die hieraan mee willen doen, proberen via Kiezen na Oriëntatie en Participatie (KOP) een opdracht aan het college mee te geven voor de komende jaren. In de KOP-groep Kansengelijkheid doen 9 van de 10 fracties mee en wordt deelgenomen door twee wethouders (brede welvaart en participatiewet). De KOP-groep is een aantal keren bij elkaar geweest en heeft geconstateerd dat er inmiddels 3 wijken ‘rood’ kleuren op de leefbaarheidsmonitor. Tevens is geconstateerd dat er nooit is onderzocht wat hiervan de oorzaak is. Het betreft de wijken Slotjes-Midden, Oosterheide en Dommelbergen. De KOP-groep Kansengelijkheid heeft besloten om drie vragen te onderzoeken en daarvoor kennis van buiten naar binnen te halen, alvorens een startnotitie aan het college aan te bieden. In dit mini-symposium is de KOP-groep Kansengelijkheid op zoek gegaan naar antwoorden op de volgende vragen: 1. Wat heeft de meeste impact op kansengelijkheid? Waar kiezen we voor? Welke doelen streven we na? 2. Hoe kunnen we de maximale ruimte in de wettelijke kaders opzoeken? Wat kunnen we hierin van anderen leren? 3.
Hoe kunnen we de beleidskaders en de praktijk dichter bij elkaar brengen? Welk mensbeeld hanteren we bij de uitvoering van beleid? Onder de bevlogen leiding van dagvoorzitter Richard Engelfriet hebben we geluisterd naar sprekers en zijn we in de workshops met elkaar in gesprek gegaan om onze kennis te verdiepen en de richting te zoeken waarmee we in Oosterhout aan de slag gaan met kansengelijkheid. Namens de KOP-groep Kansengelijkheid heeft Marie-Louise van Mook (fractievoorzitster van de PvdA in Oosterhout) de deelnemers welkom geheten en heeft ze een toelichting gegeven op de opgave waar Oosterhout voor staat. De kennis en kunde van partijen in de stad is hard nodig om veranderingen en kansengelijkheid te bewerkstelligen. Concrete plannen zijn nodig en er samen de schouders onder zetten. In de zaal heeft de dagvoorzitter enkele ‘stemverklaringen’ opgehaald bij deelnemers op de stelling dat we in Oosterhout de goede kant op gaan. Het merendeel van de aanwezigen het niet eens met de stelling. Waarom? “Er valt nog veel te verbeteren, meer maatwerk is nodig”. “Dat dit symposium nog nodig is, is een teken aan de want.” “Nog veel meer aandacht is nodig voor nieuwkomers in Oosterhout, gelet op wat er de komende jaren op ons afkomt”. Maar er zijn ook deelnemers die denken dat het wél de goede kant op gaat.
Waarom? “Omdat we veel energie steken in dit onderwerp en we doen als team de goede dingen”; “De bejegening is al veel verbeterd”; “We luisteren beter naar de mensen om wie het gaat”. “Ja, maar als schoolleider van Sterrendonk wil ik graag nu echt aan de slag! Met partijen wil ik het naschoolse aanbod realiseren waarin we kinderen verrijking kunnen aanbieden. Laten we samenwerken!” “We
Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
1
doen goede dingen, maar het is nog lang niet klaar; zolang afkomst en achtergrond bepalend is voor je toekomst, hebben we nog wel wat te doen”. Paul Thijssen, initiator Inspiratielab, vertelt dat het Inspiratielab een burgerinitiatief was en 3 O’s representeert: Ontmoeten (jongeren 11 tot ca. 25 jaar), Ontdekken talenten, Ondernemen. De barrière om armoede bespreekbaar te maken, is groot, is de ervaring van Paul. Mensen weten vaak niet waar ze terecht kunnen voor hulp of ondersteuning. Ook is de vraag of je iemand ontmoet met wie je echt connectie kunt maken. Belangrijk vindt Paul dat je over dit onderwerp praat met de mensen om wie het gaat. In zijn inspiratielab zijn jongeren welkom, eventueel ook als naschools aanbod voor de scholen. Hij deelt flyers uit met informatie. Cultuurmakerij Gastheer en kunstenaar Geert Kollau vertelt kort iets over het kunstpodium MOYA: Museum Of Young Art, nodigt bezoekers uit een kijkje te nemen. Het ontstaan van dit kunstpodium is te danken aan een daadkrachtige aanpak van “gewoon doen!” MOYA bestaat nu 1,5 jaar en heeft al ruim 23.000 bezoekers mogen ontvangen. Jonge kunstenaars met nationale en internationale bekendheid poseren er hun werken. Ook diverse musea zijn al geïnteresseerd in kunst die MOYA exposeert. Als Oosterhouter is hij enorm trots op wat Oosterhout op veel fronten te bieden heeft.
Hij roept de politiek op tot samenwerking en verbroedering in het belang van de gemeente Oosterhout. Tim ’S Jongers, spreker sociaal Domein Politicoloog en publicist Tim ’S Jongers heeft zijn persoonlijke ervaringen verteld en de zaal geconfronteerd met herkenbare anekdotische voorbeelden. Dat zorgde zo nu en dan voor een beklemmend gevoel bij aanwezigen in de zaal. Zijn presentatie is te lezen via onderstaande link: beledigende broccoli full.pptx
beledigende broccoli full.pptx
In boekvorm is zijn verhaal opgetekend; het boekje was verkrijgbaar tijdens dit mini-symposium. Tim ’S Jongers maakt hierin duidelijk dat tussen goede bedoelingen en de uitwerking van sociaal beleid een grote kloof gaapt. Met het navolgende voorbeeld (en titel van het boek) licht hij dat toe: op school horen kinderen dat het gezonder is om broccoli en pastinaak te eten, terwijl veel kinderen zonder ontbijt naar school komen. Hij laat zien hoe beleid juist vernederend kan uitpakken voor mensen met bestaansonzekerheid. En dat de maatschappelijke ongelijkheid groeit, de kloof tussen ‘hoopvollen’ en ‘hooplozen’ zich allengs verdiept. Ondanks ‘onze’ groeiende economie neemt het aantal armlastige mensen toe, blijkt uit cijfers. Dat gold ook al voordat de Oekraïneoorlog uitbrak. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft berekend anno 2023 dat 33% van de Nederlandse bevolking in armoede leeft en spreekt van een klassenmaatschappij. “Kunnen wij dit nog wel?”, een vraag die Tim zichzelf en aan ‘de knoppendraaiers’ (= hoogopgeleiden, doorgaans gezonde burgers en bovengemiddeld tevreden over het leven) stelt. Het ‘systeem’ hoeft volgens Tim niet op de schop, want voor 80% werkt het doorgaans prima. Hij pleit voor een meer integrale kijk op en aanpak van ‘de’ armoede i.p.v. de energie steken in allemaal van elkaar losstaande aspecten.
Wiens logica is bepalend voor oplossingen? De logica van het ‘rijk-der-welgestelden’? Moeten we de beelden die we hebben van arme mensen (doen domme dingen, maken verkeerde keuzes) niet bijstellen? Tim ’S Jongers doet suggesties voor een andere kijk en aanpak: 1. Ontmoeting in gelijkwaardigheid: beleidsmakers, ga een keer naar de Voedselbank! Niet 1 keer maar 9 keer, om het gevoel van schaamte persoonlijk te ervaren en te begrijpen hoe de mensen die afhankelijk zijn van de Voedselbank zich voelen. Dat gevoel is nodig om echt iets te gaan veranderen. 2. Vragen stellen / samen onderzoeken: ga samen met de mensen in die wijken vragen stellen, zoals “waarom denkt men dat ik met 50 euro een gezin met 3 kinderen gezond kan opvoeden?” “hoe komt het dat de woningcorporatie wel telkens de gevel opknapt, maar niets doet aan de schimmel in mijn huis? Dit soort vragen gaan over ‘ons’, de knoppendraaiers. 3. Ervaringskennis als organisatiekapitaal: i.p.v. enkel o.b.v. beleids-, wetenschappelijke en professionele kennis beslissingen nemen. Tim spreekt van een ‘verdozing van het armoedelandschap’. Zie ervaringskennis als kennisbron. 4. Opdrachten verbinden aan wijkkapitaal: Als je in een wijk wil veranderen, investeer dan in die wijk en zorg dat het kapitaal in die wijk blijft. Middels aanbestedingen te regelen. Armoedig zijn wil Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
2
niet zeggen dat iemand geen kennis heeft. I.p.v. ‘dure sociale werkers’ investeer dat geld in de mensen zelf. 5. Bijzondere overheid / bijzondere wijk: Nodig zijn een overheid en ambtenaren die ‘met aanzien des persoons’ werken. Die de persoon daadwerkelijk ziet. 6. Permanent kritisch zijn: wiens logica is dominant? Wien normen en waarden? Kan je – met alle goede bedoelingen én privileges – begrijpen wat het leven is als je ‘hooparm’ bent. 7. Wees principieel bescheiden: want je weet niet wat zo’n leven betekent als je niet de moeite neemt om je erin te verdiepen, dichtbij die mensen te komen. Kansenongelijkheid aanpakken als zijnde een ‘crisis’, gaat het niet oplossen. Vragen/reacties vanuit de zaal: Hoe de drempel voor deze mensen te verlagen zodat ze vertrouwen krijgen in de overheid? Tim: Permanent wantrouwen in de overheid is goed. De ander op basis van gelijkwaardigheid ontmoeten, kan daarbij helpen. Het zit vaak in kleine dingen, in de manier van bejegening en vragen stellen. Voorbeelden: Ambtenaar met dure schoenen aan gaat een bijstandsmoeder bezoeken (!) Ambtenaar vraagt aan chronisch zieke moeder of ze nog steeds chronisch ziek is (!) Hoe zorg je dat je aanspreekbaar bent, mensen je kennen, er wel een verbintenis is? Tim: i.i.g. niet met een checklist mensen benaderen. Is vernederend.
Waarom niet mensen uit de wijk zelf opleiden om het gesprek te voeren, want die hebben vaak wel al het vertrouwen, zijn bekend. Het begrip ‘wijk’ : moeten we niet toe naar een veel gemêleerdere bewonerssamenstelling door middel van gemixte woningtypes, zodat we ‘zwarte scholen’ e.d. voorkomen? Tim: ja, mee eens. Maar een gemixte woonwijk is geen garantie voor het bij elkaar brengen van de verschillende bevolkingslagen. Confronterend en heel ingewikkeld! Het verhaal van Tim ’S Jongers en de voorbeelden laten ons zien hoe ongelijk en verdeeld het is in onze maatschappij. In de uitvoering valt nog veel te verbeteren: menselijke bejegening, ook buiten de kaders, daadwerkelijk en permanent (politici en overheid!) in gesprek gaan met de burgers. Tim: Zet ervaringskennis in, geef het articulatiemacht. Het is aan de ambtenaar om het systeem rond de persoon te bouwen, en niet de persoon ín het systeem te proppen. Elkaar erkennen als mens, is de kern. Niet moraliseren naar de onderkant. Vb. campagne ‘bedwing de bling’ zou moeten zijn ‘bedwing de hebzucht’. Wat gaat er wél goed in Nederland? Vb. Onderzoek naar ‘krachtwijken’ waarin Schilderswijk vergeleken werd met o.a. wijk Molenbeek in Brussel, liet zien dat de zgn. fysieke voorzieningen in de Schilderswijk veel beter waren dan in Molenbeek.
Tim: Een verschil dat hij opmerkt tussen Nederland en België is dat in Nederland veel geld wordt gestoken in de stenen i.p.v. in mensen. Sprekend van een klassensamenleving, is helder dat het er voor 67% van de bevolking goed leven is in Nederland. Hoopvolle tekenen zijn er. Voorbeelden: de overheid neemt ervaringskennis veel meer serieus; het systeem met de toeslagen gaat op de schop waar de VNG zich hard voor maakt. We hadden in het verleden in Nederland al de antwoorden; Nederland liep voorop w.b. sociale voorzieningen en -samenleving; bijv. woningbouwverenigingen die zich inzetten voor gemengde wijken. Door het marktdenken zijn veel zaken onderuit gehaald en gaan we in Nederland, maar ook internationaal de verkeerde kant op. Leven we in Oosterhout in een gesegregeerde maatschappij? Persoonlijk ben ik dakloos geweest. Sommige daklozen kiezen ervoor om dakloos te zijn omdat ze de stress van de maatschappij niet aankunnen. Tim: Ja, dat kan ik mij goed inbeelden. We vergeten hoe ingewikkeld de maatschappij voor sommige mensen is en dat ze echt niet meekunnen. Dat moeten we accepteren. Persoonlijk betaal ik graag belasting om deze mensen ook een gelukkig leven te geven. En ja, de maatschappij is gesegregeerd. M.b.t.
ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid, binnen de GGZ en op alle niveaus wordt veel gebruik gemaakt van de ervaringsdeskundigheid van mensen die de ziekte en het herstelproces zelf hebben meegemaakt; zij ondersteunen de professionals. Is die ruimte er ook binnen de gemeente om ervaringsdeskundigen ‘uit de wijken’ op alle niveaus op te leiden en in te zetten binnen de organisatie van een gemeente en in de wijken? Tim: Beleid maken is een professie op zich. Ervaringsdeskundigen zouden volwaardige beleidsmakers moeten kunnen worden, niet enkel vanwege hun ervaring maar ook hun kennis. En omgekeerd zou ook moeten, persoonlijke ervaringen van beleidsmakers als bron meenemen voor beleid. Te overwegen is een maatschappelijke diensttijd instellen voor ambtenaren. Daarbij een eerlijkere verdeling maken van het opleidingsgeld (het meeste geld gaat naar reeds hoog opgeleiden voor het volgen van dure cursussen). In antwoord op de vragen gesteld door de gemeenteraad:
Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
3
1) Waarmee kan Oosterhout de meeste impact maken op het verbeteren van kansengelijkheid en waarmee te beginnen? Tim: - pak de schuldenindustrie keihard aan (zie Rotterdam) - zelf aan de mensen vragen wat nodig is - maak financiële afweging bij inzet van adviseurs; stop het geld liever in personen in de wijk. 2) Hoe maximale ruimte vinden in wettelijke kaders? Tim:- vraag aan ambtenaar waar precies in de wet staat dat ‘het niet mag’ - willekeur in behandeling aan de kaak stellen - ‘geen tijd voor’ mag geen reden zijn, maak er dan tijd voor! 3) Hoe beleidskaders en praktijk dichterbij elkaar brengen? Tim: - door met de mensen beleid te maken. - geef prioriteit aan de burger, niet aan het systeem - doe het desnoods op zaterdagochtend… Tot slot 2 leestips van een deelnemer in de zaal: “Verdraaide organisaties”, van Wouter Hart. Over de discrepantie tussen systeem- en leefwereld. “Armoede krijg je gratis’, van Stella de Swart. Interview Floris Alkemade Floris Alkemade is architect, voormalig Rijksbouwmeester en stedenbouwkundig ontwerper. Hij richt zich in zijn werk op thema’s als herbestemming en stedelijke ontwikkeling. Gespreksleider Richard Engelfriet heeft Floris Alkemade bevraagd over diens werk in relatie tot het thema ‘kansengelijkheid’.
Wat kan vanuit het fysieke domein (‘harde wereld’) gedaan worden aan kansengelijkheid? Zonder de sociaal maatschappelijke blik als basis te nemen, kan je niet naar de fysieke wereld kijken. We kunnen alles in Nederland bouwen, hebben de beste architecten ter wereld, maar als we niet de juiste vragen stellen, zijn alle antwoorden onzinnig. Is gemengde wijken de toverformule? In sommige gevallen en er zijn experimenten mee gedaan. Wat je ziet is dat mensen zich beter in een wijk thuis voelen als de menging niet op straatniveau is. Ze hebben een eigen sociale omgeving nodig. Belangrijker is een omgeving te scheppen waar ontmoetingen tussen mensen mogelijk is, waar mensen elkaar (leren) kennen. Mensen zijn niet individualistischer geworden. Zodra mensen elkaar beter leren kennen willen ze alles voor elkaar doen. Dat moet de stad bieden. Het versterken van sociale structuren. Uit het verhaal van Tim ’S Jongers blijkt hoe veel dingen we niet zien. Dat is waar sociale structuren over gaan. Waarin je dingen wél ziet. Daaraan moeten we werken. We zijn terechtgekomen in een soort systeemwereld waarin we alles proberen te regelen, om dingen te borgen. Het meest essentiële echter hebben we niet geborgd, namelijk het vertrouwen in het oordeel van andere mensen. In vroegere tijden was die logica er wel, gewoon kijken naar wat er aan de hand is en wat eraan kan worden gedaan.
Bijvoorbeeld (jaren 50-60) moeder die als huisarts samen met een non uit het klooster besprak wie welke zorg in het dorp nodig had en die dat vervolgens regelden. Dus niet denkend vanuit het systeem, maar wat heeft iemand nodig. Die dingen zichtbaar maken, lijkt moeilijker in deze tijd. Het gaat ook over verantwoording, het is publiek geld; daar zit de spanning… Er wordt veel geld verspild aan systemen die moeten voorkomen dat er geld verspild wordt. Door meer vertrouwen in de systemen terug te brengen, kunnen we besparen. Het besef van blindheid is wezenlijk in dit verhaal. Floris licht dit toe met het voorbeeld van een situatie waarbij de hele wijk ageert tegen het realiseren van het kunstwerk ontworpen door een 10-jarige allochtone scholier n.a.v. een prijsvraag in het belang van die wijk, dit met als reden dat het werk € 10.000 kost terwijl veel gezinnen in die wijk geen geld hebben voor eten. Met het kunstwerk wilde het projectteam hun betrokkenheid tonen, maar schijnbaar sloegen ze toch de plank mis. Het besef moet er zijn dat mensen vanuit een totaal andere werkelijkheid naar zaken kunnen kijken dan beleidsmakers. Woonopgaven gaan vaak over aantallen en snelheid, niet over kwaliteit, en dat stoort je? De politieke daadkracht bij de woningopgave is gevaarlijk. Momenteel is er de dadendrang om de woningnood op te lossen.
Het probleem is niet de woningen die we missen, maar in de bestaande woningen zijn nog veel problematieken op te lossen. Met verdichten in bestaande wijken kunnen we meteen de leefkwaliteit verbeteren. Dat is een ontwerpopgave. Andere woontypologieën toevoegen én meer groen; door bijv. 10% minder parkeerplekken en inzetten op gebruik van deelauto’s, ontstaat er ruimte voor een andere inrichting van de openbare ruimte. Door het mengen van generaties van verschillende bevolkingsgroepen. Het stedelijk leven moet gaan over de mensen die er wonen, niet over de woningen. Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
4
Maar moeten we ons niet houden aan parkeernormen, voorschriften? Neen. Armoede gaat ook over de infrastructuur, over hoe we ons bijvoorbeeld vervoeren. Een elektrische deelauto kost 10c p/km terwijl een benzineauto 35c p/km kost. In wijken zou je alternatief vervoer kunnen aanbieden, zeker voor de vergrijzende bevolking, want vaak staat de auto stil, neemt ruimte in. Bedenk systemen waarin het aantrekkelijk wordt een deelauto te gebruiken. Je wint daarmee veel ruimte en het is goedkoper voor mensen. Deze tijd vraagt om een integrale aanpak, niet meer sectoraal en verspreid over allerlei instanties. De wijk als ‘eenheid’ en als schaalniveau is prima om betrokkenheid van burgers te organiseren. Hoe groot de wijk is, hangt vaak van de fysieke ligging af. Of sluit aan bij het ‘wijkgevoel’ van de mensen zelf. Laat ze meedenken over andere vormen van inrichting van de infrastructuur, over zaken als van het gas af, maatregelen tegen hittestress, over het toevoegen van biobased woningen, hoe afkomen van de schuldenproblematiek etc. Definieer het als één samenhangend project en zet mensen uit de buurt aan het stuur. Maak gebruik van hun kennis van de mensen en omgeving; zij zijn de ambassadeurs. Daarin een logica brengen, dan wordt veel mogelijk en wellicht voor de helft van het geld. Jij pleit voor een Stadsvernieuwingsagenda waarin de sociale en fysieke agenda’s samenvallen.
Ja, daarop moeten we sturen als we spreken over sociaalmaatschappelijke kwaliteiten. Er is veel eenzaamheidsproblematiek, dat vraagt veel van de zorgexploitatie. Met een omgeving waar mensen elkaar kennen en tegenkomen, kan je dit voorkomen. Voor oudere, minder mobiele mensen kan al een te hoge stoeprand een probleem zijn om naar het winkelcentrum te gaan. Heb daar oog voor, richt de stad in voor de meest kwetsbare mensen, dan is de stad voor iedereen goed. Hoe je omgaat met de meest kwetsbaren toont het gezicht van de maatschappij. Mooi voorbeeld is de vitalisering van het vakantiepark de Eekhoorn in Oosterhout waarbij rekening is gehouden met de mensen die erin wonen. Kijk naar de mensen zelf, dat is de sleutel. Ga uit van de burger, wat heeft die nodig, en pas het systeem daarop aan, niet omgekeerd. Reacties/vragen uit de zaal: Hoe door al die systemen en structuren heen te laveren? Dat vraagt om erg veel kennis en creativiteit is mijn ervaring… (deelnemer in de zaal) Floris Alkemade vertelt over een initiatief in zijn gemeente (St.Oedenrode) waar in het kader van de Raad van Verbeelding (wie/wat willen we als gemeente zijn) ambtenaren gevraagd zijn naar hun drijfveren. Uit de antwoorden sprak veel idealisme. Advies aan deze gemeenteraad: Laat ambtenaren één dagdeel per week besteden aan “een goede ambtenaar zijn”, zonder verantwoording van hun uren.
Dat een jaar volhouden en kijk waar het toe leidt. Niet de regel maar de interpretatie van regels staat vaak in de weg. Waarom niet in een gewone wijk een complex met kamerwoningen bouwen waar mensen (daklozen) met weinig geld of schuldproblemen kunnen wonen, i.p.v. in ‘achterstandswijken’? Schuldenproblematiek werkt enorm verlammend. Zorg voor een basisinkomen voor deze mensen zodat ze niet buiten de boot vallen. Woningcorporaties hebben hierin een taak. In Nederland zijn er 2,3 miljoen gezinswoningen waar geen gezin in woont, maar tweepersoonshuishoudens. Als 1/3 van die woningen gesplitst worden, levert dat 7000 woningen op, die geschikt te maken zijn voor ouderen (gelijkvloers wonen), studenten, starters (op verdieping). Organiseer daarbij burgerbetrokkenheid. De burgemeester geeft aan dat die plannen er al liggen, maar het vergt nog een verandering in mindset om het ook voor elkaar te krijgen. Ook is binnen de organisatie van de gemeente een grote cultuuromslag nodig om een andere manier van werken tot stand te brengen, integraler en meer mensgericht. Gemeente Oosterhout is daarmee bezig. Een deelnemer werkzaam bij een corporatie adviseert bij woonsplitsing goed oog te hebben voor wie er komt wonen en of mensen bij elkaar passen gelet op de leefbaarheid in zo’n buurt.
Wat kunnen we nu doen aan interventies in de fysieke kant om de kansengelijkheid te bevorderen? Het mag niet zo zijn dat mensen met minder inkomen moeten wonen in een omgeving met meer geluidsbelasting. Gelijke kansen! Bedenk hoe je wijken én kunt vergroenen én andere woontypologieën toevoegen. En koppel het aan verduurzamen, zonnepanelen. 40% van alle huishoudens is tegenwoordig eenpersoons. Hoe de gemeenschapszin weer op peil krijgen in een buurt of wijk? Het beter organiseren van de openbare ruimte, het toevoegen van woningen, het delen van auto’s, buurthulp organiseren zijn manieren om mensen met elkaar in contact te brengen. Op de website ‘who cares’ staan voorbeelden van projecten. Spreek mensen aan op hun idealisme. Hoe kan het dat bedrijfsgebouwen leeg mogen staan om reden van belastingvoordeel (afschrijving) rn niet omgebouwd mogen worden tot woningen?
Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
5
De maatschappij zou enorm gebaat zijn om zulke onzin de wereld uit te helpen. Oproep: Raad ga een dergelijk gebouw samen kraken! Floris Alkemade wordt om advies gevraagd inzake de programmering van de nieuwbouw voor een basisschool die graag in de opgave en het ontwerp ook ruimte wil hebben voor activiteiten en ontmoeting waarmee de school wil werken aan kansengelijkheid? Zijn advies: geef geen millimeter toe, wees vastberaden en zorg voor een goed verhaal. Richting ministerie hebben Floris Alkemade en Tim S’Jongers voorstellen gedaan in het kader van adviesruimte voor ontmoeting, welke ingrepen nodig zijn om spontane ontmoetingen tussen mensen te bevorderen. Een plek voor ontmoeting in Oosterhout is o.a. de bibliotheek, de huiskamer van de samenleving, waar veel activiteiten gebeuren. In een ander symposium hebben we de suggestie gehoord voor het houden van een ‘plekkenberaad’, het zgn.’Ministerie van de toekomst’, een club met kunstenaars die ter plekke in beraad gaat met mensen en vervolgens de wensbeelden verbeeldt waardoor die zichtbaar worden. Een goed pleidooi, aldus Floris Alkemade, zet verbeeldingskracht in middels kunst en cultuur, maak verandering aantrekkelijk.
Concreet: organiseer in wijken een toekomstatelier waar je bewoners voor uitnodigt, want er gaat de komende 20 jaar veel veranderen, laat hen meedenken over thema’s als klimaatadaptatie, energietransitie, vergrijzende bevolking, eenzaamheidsproblematiek etc. En start met de sterke, kansrijke ideeën. In antwoord op de vragen gesteld door de gemeenteraad: 1) Waarmee kan Oosterhout de meeste impact maken op het verbeteren van kansengelijkheid en waarmee te beginnen? Floris: - De actie van de gemeenteraad vanuit overtuiging om dat leegstaande gebouw te kraken! 2) Hoe maximale ruimte vinden in wettelijke kaders? Floris :- Bedenk wat logisch nodig is. Kijk waar het schort in de interpretatie van de regelgeving. 3) Hoe beleidskaders en praktijk dichterbij elkaar brengen? Floris: - Door het goede te doen. Veiling voor de voedselbank De veiling van de gesigneerde cd’s van Sophie Straat en van de 2 boekenpakketten alsook voor ‘het kopje koffie drinken met de burgemeester’ heeft een mooi bedrag opgeleverd. Het geld gaat naar de Voedseltuin en de Voedselbank!
Na het plenaire deel is het gezelschap uiteen gegaan en zijn verdeeld over 7 workshops met deskundigen op aan armoede gerelateerde terreinen verdiepende gesprekken gaan voeren (hulpverlening, jongerenwerk, gezondheid, opvoeding, netwerken).
Verslagen van de 7 workshops WORKSHOP 1 - Bruno Hillewaere en Pieter van Loon Systemische aanpak kansarme gezinnen van Euthopia en Kanz(+) Bruno Hillewaere (Euthopia) & Pieter van Loon (Kanz+) hebben uitleg gegeven over hoe hulp aan een gezin in samenhang te bieden. Euthopia is een centrum voor systeemtherapie, opleiding en supervisie www.euthopia.nl Eutophia komt van het Griekse ‘eu’ = goed; en ‘ t(h)opia’ = plaats, omgeving. Euthopia wil een goede plek zijn, een goede omgeving, een plaats waar mensen elkaar ontmoeten en om elkaar geven, een plek waar ook ruimte is voor hoop. We zoeken naar ‘passende’ hoop; hoop die aansluit bij het leven, de krachten en mooie dingen, maar ook de problemen en moeilijkheden. Er is ruimte voor dromen en wensen, en er is ook ruimte voor zorgen en pijn. Hun missie is: het systeem doorbreken dat waar je wiegje staat, je verdere leven bepaalt. Daarvoor is het nodig om wel eens buiten de lijntjes te denken en te werken. Kanz is een werkwijze om problemen van kwetsbare en overbelaste gezinnen samen met het gezin en de omgeving aan te pakken en op te lossen.
Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
6
De workshop begint met kennis met elkaar maken. Velen bevestigen tijdens dit kennismakingsrondje reeds dat ook zij in hun werk tegen de systemen aanlopen waarin de huidige maatschappij beweegt. Bruno laat vervolgens een filmpje zien van een gezin waarin de volgende zaken opvallen: - Woorden en taal doen veel (gebruik dus een andere term voor probleemgezinnen zoals multigestresseerde gezinnen) - Een hulpverlener weet ook vaak niet waar hij moet beginnen, want hoe ontstaan de probleemgezinnen? Vaak ligt dit aan de problematiek van hunzelf, of andere gebeurtenissen. - Scheidingslijn van niet-probleemgezin en probleemgezin is flinterdun. - Vaak verergert de situatie door een kettingreactie van gebeurtenissen. - Probleemgezinnen ervaren problemen die niet opgelost zijn (denk bijvoorbeeld aan een trauma; als de moeder een trauma heeft, heeft het kind hier ook last van). De reacties op dit filmpje van de deelnemers: heftig; herkenbaar; eerst leek het een heel gewoon huishouden, daarna werden de problemen pas zichtbaar; je ziet dat ze er niet uitkomen; wij kunnen het filmpje op pauze zetten, maar zij blijven erin; problemen worden doorgegeven op de kinderen; besef dat dit iedereen kan overkomen. Wat nodig is, is een structurele oplossing, aldus Bruno. Vervolgens wordt een filmpje getoond over hoe een gezin wordt begeleid.
Daarbij valt op: - Vertrouwen is er vaak niet, daar moet je eerst aan werken als hulpverlener (om dat vertrouwen te krijgen). - Begrijpelijke communicatie naar de gezinnen, dat is erg belangrijk. Dat is vooral een aandachtspunt voor de gemeente. De inhoud van gemeentelijke brieven begrijpen mensen niet. - Eerst de connectie, dan de correctie!! (Dat is van cruciaal belang.) - Prioriteit moet het gezin zelf aangeven (als zij eerst de was gedaan willen hebben en dan pas een gevulde koelkast, dient die planning eigenlijk aangehouden te worden). De deelnemers aan deze workshop merken op dat ze veel herkenbare zaken in de getoonde filmpjes hebben teruggezien. De verhalen erbij van Bruno en Pieter bevestigen de noodzaak dat dit aangepakt moet worden. Het is schokkend te zien hoe erg de problemen kunnen zijn. Sommige zaken lijken aan de buitenkant heel normaal, maar kijkt men wat dieper dan worden vaak hele grote problemen zichtbaar. Belangrijke tips/adviezen die men gehoord heeft: - De benaming ‘probleemgezinnen’ is negatief, vervang die term door bijvoorbeeld multi gestresseerde gezinnen; Hanteer toegankelijk taalgebruik in brieven van de gemeente gericht aan deze mensen; Maak eerst echt connectie alvorens een correctie te maken. Bij deze mensen is over het algemeen het vertrouwen in de overheid en in andere instanties erg laag. Hou daar rekening mee.
Voor meer informatie: Www.Euthopia.nl Www.kanz.nl
WORKSHOP 2 – Kaveh Bouteh Gezondln - Stimuleringsprogramma van Pharos en Platform 31 Kaveh Bouteh is trainer-adviseur bij Pharos. Pharos is een landelijk kennis- en expertisecentrum rondom gezondheidsverschillen, waarbij het begrip gezondheid breed wordt benaderd (zorg-welzijnonderwijs). Link Pharos: www.pharos.nl - Werken aan gezondheidsverschillen Platform 31 is een kennisnetwerk. Link Platform 31: https://www.platform31.nl/artikelen/impact-van-deleefomgeving-op-gezondheidsverschillen-en-stress/ De inleider pleit voor het zoeken van aansluiting op een intermenselijke manier; de focus ligt op het overbruggen van de kloof, de verschillen op microniveau (niet op systeem-beleidsniveau). Naar aanleiding van de plenaire presentatie licht de inleider het onderscheid toe tussen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. Mensen met ervaringskennis kunnen worden opgeleid tot Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
7
ervaringsdeskundige en daarna worden ingezet als adviseur/coach/ sleutelpersoon om de kloof te overbruggen: zij spreken de ‘taal’ en helpen om dichter bij de burger te komen. De workshop start met twaalf stellingen, waarop je 10 scoort als het voor jezelf waar is en 0 als het niet waar is. 1. Minimaal één van mijn ouders heeft een havo/hbo/wo-diploma 2. Ik hoef me op dit moment geen zorgen te maken om geld 3. Mijn kinderen gaan niet zonder ontbijt naar school 4. Ik hoefde nooit gedwongen te emigreren 5. Ik ga er van uit dat ik aangenomen wordt bij een sollicitatie op basis van mijn vermogen en kwaliteit 6. Binnen mijn (verdere) familie heb ik geen financiële zorgplicht 7. Ik voel me niet aangesproken op kleur, etniciteit of sociale klasse. Ik voel me geaccepteerd om wie ik ben 8. Ik ben op mijn officiële feestdagen vrij 9. Het gaat me gemakkelijk af om deel te nemen aan de samenleving 10. Ik werd nooit door anderen gevraagd waar ik echt vandaan kom 11. Ik heb me nooit in Nederland in een minderheidspositie gevoeld 12. Ik ben zelf nog nooit zomaar aangehouden door de politie. De uitkomst is een indicatie voor je maatschappelijke kansen (hoe hoger, hoe meer kans). Iedereen ervaart vooroordelen en vooringenomenheid. Het vertrouwen in de overheid wordt beïnvloed door de mensen die die overheid vertegenwoordigen. Groepen die zich niet in hen herkennen, hebben minder vertrouwen.
Een vooroordeel (‘bias’) wordt snel ontwikkeld. Belangrijk is om niet over een ander te oordelen vanuit je eigen referentiekader. Dat bewustzijn is belangrijk voor contact tussen mensen met verschillende referentiekaders, maar ook voor constructief beleid. Daarbij wordt aangetekend dat die open houding twee kanten op werkt. Waarnemen zonder mening en kijken zonder waardenoordeel = gaan zitten en luisteren. Als het niet goed gaat met iemand, heeft bijvoorbeeld het advies om meer te gaan bewegen geen nut zolang de mind-set van die persoon nog niet zo ver is. Met ‘welzijn op recept’ bieden huisartsen begeleiding aan patiënten die vaak bij de huisarts komen met een onduidelijke aanleiding; aan die patiënt wordt iemand gekoppeld die het gesprek aangaat over wat de patiënt nodig heeft (de hulpvraag achter de veelvuldige bezoeken). Een deelnemer geeft aan dat zij bij heel veel instanties heeft ervaren dat zij alleen gezien werd als iemand die hulpbehoevend is en niet hoe ze verder is en waar ze goed in is. Pas toen ze een ambtenaar trof die haar verhaal begreep en breder keek, kon ze loslaten en kreeg ze energie voor andere zaken. Daaruit volgt het inzicht dat de organisatie de professional zou moeten inzetten die bij de hulpvraag/-vrager past; dus een zorgvuldige koppeling in plaats van een toevallige toedeling vanuit de bedrijfsvoering van de organisatie.
De vraag stelt zich wel wat dat betekent voor mensen die niet in staat zijn om hun verhaal en hulpvraag goed te verwoorden. Hoe worden zij bereikt? Hoe is de cultuur binnen de (grote) organisaties waarbij zij moeten aankloppen? Bewonersbrieven en brieven over huishoudelijke hulp (gemeente) en folders met uitleg over ziektes (huisartsen) hebben vaak een te hoog taalniveau. En als mensen de teksten wel begrijpen, kan nog het probleem spelen dat deze niet passen in hun cultuur. De inleider laat een voorbeeld zien van een afbeelding waarmee een bekende leverancier babyvoeding wilde aanprijzen in een Arabisch land. De afbeelding was van links naar rechts opgebouwd terwijl het Arabisch van rechts naar links wordt gelezen. Daardoor werd de omgekeerde boodschap overgebracht (baby wordt ontevreden van het product). De les is: als je je eigen referentiekaders centraal stelt, kun je de plank mis slaan. Je hebt mensen nodig om de vertaling te maken. De sociale structuur in de wijken is verschillend en wijzigt. Familienetwerken vallen steeds vaker weg. Ouderen raken vereenzaamd als ze naar mooie appartementen verhuizen maar niet meer terug kunnen vallen op hun oude netwerk. Daardoor staan ze vaak bozig in het leven en ontstaan ruzies. Dat zie je ook in wijken: door verschil in leeftijd en grotere variatie in cultuur ontstaat wrijving.
De fysieke structuur van wijken helpt daarbij ook niet altijd (bijvoorbeeld huizen die met de rug naar openbare speel-/ontmoetingsplekken staan).
Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
8
De inleider merkt op dat de beleidsmatige focus op ‘zelfredzaam’ niet past bij culturen die vanuit ‘samen’ zijn georganiseerd: daarbij past ‘samen-redzaam’. Het thema van maatschappelijke begeleiding van statushouders wordt aangesneden. De professionals komen veel vooroordelen tegen. Bij klachten over statushouders gaat de woningcorporatie niet altijd na of die klachten wel terecht zijn. Méér praten is het devies. Ook wordt de verantwoordelijkheid nu te gemakkelijk bij één organisatie weggelegd die de maatschappelijke begeleiding uitvoert. Die organisatie kan dat niet zonder de medewerking van andere organisaties; ook zij zouden moeite moeten doen om bijv. in de eigen taal te communiceren. Daarbij komt dat de statushouders niet alleen uit verschillende landen komen, maar ook in hun landen van herkomst geen homogene groep vormen. Het klinkt zo makkelijk als gezegd wordt om meer in gesprek te gaan, maar in de praktijk is het lastig om allochtone Nederlanders te bereiken. Voorliggende voorzieningen kennen wel succesverhalen, maar daarbij speelt de factor geluk een rol; mensen die bij elkaar worden gebracht moeten de klik met elkaar hebben. Ook wordt opgeroepen aan beleidsmakers om langere tijd in een wijk te zijn om een goed beeld te krijgen van wat er speelt. De inleider haalt aan dat sommige termen niet in alle culturen passen.
Zo is de term ‘keukentafelgesprek’ niet passend voor culturen waarbij je gasten niet in de keuken ontvangt. Elkaar betrekken en bereiken gaat over wederkerigheid en sociale programmering: wat wij zien en wat wij niet zien. Cultuursensitief werken vraag bewustzijn, niet alleen etnisch. In Nederland worden de termen normen en waarden in één adem genoemd, terwijl in andere landen en culturen daar een duidelijk onderscheid in wordt gemaakt: de waarden zijn universeel en worden door mensen geoperationaliseerd in normen. Normen kunnen dus voor iedereen anders zijn (persoonsgebonden). De inleider illustreert dit aan de hand van een wereldwijd onderzoek over wat je zou doen als een vriend, die zonder rijbewijs reed en een ongeluk veroorzaakte, vraagt bij de rechtbank te zeggen dat jij reed. In Noord-Europese landen vinden de meeste mensen het niet eerlijk om te liegen en in ZuidEuropese landen vinden de meeste mensen het niet eerlijk om je vriend in de steek te laten (solidariteit). In Nederland start de communicatie vaak met de normen. Om mensen uit andere culturen te betrekken zou je moeten beginnen met de waarden; daarbij voelen mensen zich intrinsiek betrokken. [hieronder de link naar de presentatie]
workshop 2 stimuleringsprogramma Pharos.pdf
WORKSHOP 3 – Jamie Kankam en Esmee Janssen JONGERENWERK SURPLUS-WELZIJN OOSTERHOUT Jamie en Esmee zijn jongerenwerkers bij Surplus. Ze geven een presentatie en tonen een filmpje over wat het jongerenwerk precies inhoudt. Het filmpje maakt deel uit van een campagne om personeel te werven. [link naar het promotiefilmpje ]
Er werken 4 medewerkers bij Jongerenwerk Oosterhout. 1 medewerker werkt PRESENTATIE MINI-SYMPOSIUM.pptx voornamelijk vanuit Jongerencentrum. De overige werknemers zijn opgedeeld in
de delen van Oosterhout. Noord Midden en Zuid. De visie van Surplus Jongerenwerk is dat jongeren de kans moeten krijgen om zich te ontplooien en te ontwikkelen tot evenwichtige autonome en sociale personen. De doelgroep waarmee zij werken zijn jongeren van 10 jaar tot en met 23 jaar die vallen onder de noemer ‘kwetsbare jeugd’. In sommige gevallen kan de leeftijd wel uitlopen tot 27 jaar.
Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
9
‘Kwetsbare jeugd’ is een lastige term want wat verstaan we onder ‘kwetsbaar’? Sommige vinden dat het met het leerniveau te maken heeft. VMBO leerlingen worden vaak gezien als kwetsbaar. Binnen Jongerenwerk is daar een andere mening over. Ook jongeren die op een Havo- of Vwo-niveau presteren kunnen onder kwetsbare jeugd vallen. Je ziet vaak dat jongeren met een hogere opleiding te maken hebben met bijvoorbeeld mantelzorg; of hun inzet wordt verwacht als oppas voor een jonger broertje of zusje, wat ook deze kinderen kwetsbaar maakt. Jongerenwerken zet zich in voor jeugd mét maar ook zónder hulpvraag. Zij maken contact met de jeugdigen waardoor een vertrouwensband ontstaat. Doordat daar een band wordt geschept komt er vaak een mogelijkheid voor de jongeren om zelf een hulpvraag te stellen. Hoe komen de jongeren bij jongerenwerk terecht? Het jongerenwerk is laagdrempelig; jongeren kunnen binnenkomen op inloopuren. Jongerenwerkers lopen ook door de wijk waardoor ze makkelijk in contact komen met jongeren op straat. Daarnaast komen ze ook op scholen zoals het Hanzecollege en het Effent. In het eerste leerjaar komen ze ook in de klas. Daar stellen ze zich voor en leggen ze uit hoe jongerenwerk te bereiken is en wat zij voor jongeren kunnen betekenen. Daarnaast zijn ze heel actief op sociaal media.
Sinds dit jaar worden ook weleens basisscholen bezocht wanneer er geluiden binnenkomen dat er iets speelt in de klas die aandacht nodig hebben, bijvoorbeeld bij pesten. Ook via het sociaal wijkteam komen er weleens vragen binnen die door jongerenwerkers worden opgepakt. Maar jongeren hoeven niet doorverwezen te worden. We zijn geen psychologen maar we zijn wel in staat om mee te denken of mee te kijken als bijvoorbeeld wachttijden voor specifieke hulp te lang zijn. Waarom komen jullie alleen bij het Hanzecollege en het Effent (lagere opleidingen)? Er zijn wel gesprekken geweest bij bijvoorbeeld het Frenckencollege, maar we hebben gewoon te weinig capaciteit. De wens is er wel om dit verder uit te breiden naar alle middelbare scholen. Dus we hopen op meer budget om meer jongeren te kunnen bereiken. En scholen moeten er ook voor open staan. Dat is niet altijd het geval. Wanneer zij merken dat er dingen gebeuren op straat, bijvoorbeeld dealen of blowen, schakelt jongerenwerk naar scholen en de gemeente om de signalen te delen. Heel heftig dat jullie dit met 4 personen moeten uitvoeren in heel Oosterhout! Dat is inderdaad zo. De taken die door het jongerenwerk worden opgepakt, breiden zich uit. Dit heeft met name te maken met lange wachtlijsten bij andere instanties. Wij proberen dit zo goed mogelijk op te vangen.
Maar dat is lastig met de relatief weinig uren jongerenwerk in verhouding met het grote aantal jongeren in Oosterhout. Jongerenwerk werkt vanuit 5 pijlers: 1. Aanspreekpunt in de wijk. Op school en op straat aanwezig zijn, in het jongerencentrum aanwezig zijn enz. 2. Signaleren en consulteren. Kijken bij de groepen die ze treffen, Wat speelt er, wat is hip binnen een school, wat zien we op sociaal media, wat zien we binnen een bepaalde doelgroep, maar ook 1 op 1, wat gebeurd daar. Indien nodig kan jongerenwerk waar nodig doorverwijzen. 3. Echt 1 op 1 het gesprek aangaan. 4. Talentontwikkeling. Kijken naar de kracht van de jongeren zelf, waar kun je ze mee verder helpen i.p.v. ‘wat doe jij niet goed’. 5. Vrijwilligersondersteuning. Sommige vinden het lastig om zich ergens aan te binden waardoor we jongeren proberen te koppelen aan elkaar of aan activiteiten in de wijk. Wat zou er volgens jullie moeten gebeuren om de situatie te krijgen dat de druk bij jullie lager komt te liggen? Met meer subsidie zouden we meer personeel kunnen inzetten en dat zou de werkdruk verlagen. Het gaat ook over de houding van professionals. Er zijn organisaties die op eilandjes werken, hun hulpverlening afkaderen. We komen bijvoorbeeld bij dakloze jongeren met schulden en problemen thuis.
Instanties geven vaak als antwoord dat er een wachtlijst is, of de jongere is niet verslaafd genoeg of te verslaafd enz. Om de jongeren toch te helpen, pakt jongerenwerk het op. Maar dat gaat ten kosten van het preventieve werk vanuit jongerenwerk. Er zou dus in het algemene systeem gekeken moeten worden hoe dit beter kan. Dan kunnen jongerenwerkers weer terug naar hun basiswerk. Hun benadering is: “ik ben jouw professionele vriend. Wij staan niet boven jou maar naast jou en we kijken met je mee”
Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
10
Professionals werken veelal vanuit de kaders van hun organisatie, maar als iemand dakloos is dan is het niet menselijk als men pas na 2 weken terugbelt. De politie is wegbezuinigd. Vroeger zag je de agent regelmatig in de wijk, nu alleen als er een probleem is. Daarmee creëer je geen vertrouwen. Wij draaien dit om, investeren in kennismaken met jongeren buiten op staat, tijdens activiteiten, en op school; we bouwen aan een vertrouwensband en kunnen daardoor makkelijker met de jongeren in gesprek gaan. Onder professionals zijn er veel wisselingen, dat bemoeilijkt het doorverwijzen, en een vertrouwensband kan zo niet ontstaan. Dat gaat vaak mis binnen het systeem. We bieden lange- en korte termijn hulp. Bijvoorbeeld een meisje die geen bijbaantje kan vinden omdat ze door een vervelend verleden erg verlegen is en geen zelfvertrouwen heeft wordt ondersteund in haar zoektocht naar een baantje. Dat is een duidelijke hulpvraag en een korte termijn hulpverlening. Maar bijvoorbeeld een meisje die een moeder met autisme heeft, nooit geleerd heeft hoe ze om moet gaan met haar eigen ontwikkeling, haar begeleiden heeft meer tijd nodig en is daarmee langere termijn hulpverlening. We hebben haar bijvoorbeeld geleerd hoe je met geld om gaat, hoe je jezelf verzorgt enzovoort. Het is bij ons niet zo dat als je iets afsluit we het niet volledig afsluiten.
Zolang de jongere er oké mee is, blijven we polsen hoe het gaat. Daarnaast blijft andersom de deur altijd open staan. Dit is natuurlijk het tegenovergestelde van een professionele zorgverlener die de jongeren bijvoorbeeld 1 jaar behandelt en dan de behandeling stopt, op die zorgverlener kan men niet meer terugvallen. Voorbeeld van een jongen waarvan moeder 7 jaar lang ziek lag door ALS. Vader is niet in beeld. 3 maanden geleden stierf zijn moeder en de jongen heeft niemand op terug te vallen. Die komt bij Jongerenwerk terecht voor hulpvragen. De situatie is dusdanig opgepakt dat Jongerenwerk mee naar de rechtszaak is geweest. Wanneer er een eigen woning komt zal hij ook hulp nodig hebben met inrichting, hoe met geld om te gaan. Hoe moet je goed omgaan met je partner. Deze opvoeding heeft hij niet meegekregen in zijn opvoeding omdat moeder te ziek was om haar zoon op te voeden. Online-begeleiding is ook een erg belangrijk punt. Je merkt steeds meer dat jongeren zichzelf een stempel opleggen voor bijvoorbeeld angststoornis, ADHD enzovoorts. Het zijn vooral de ouderen die tegenwoordig overal een stempel aan hangen. Het is vooral belangrijk te kijken wat de jongeren zelf nodig hebben in plaats van wat de mensen om hen heen nodig hebben. We zien vaak dat de ouderbetrokkenheid steeds minder wordt.
Steeds meer ouderen zijn meer carrièregericht in plaats van gericht op de opvoeding van de kinderen. Of dat het financieel noodzakelijk is voor beide ouders full time te werken om financieel rond te komen waardoor er weinig zicht is op wat de jongeren doen. AVG maakt het soms wel heel erg lastig om de jongeren te helpen omdat ouders toestemming moeten geven om te helpen. Op ouderavonden bijvoorbeeld geeft het Jongerenwerk een presentatie aan ouderen over de invloed van sociaal media. Daarmee kunnen zij ouders beter inzicht geven in het telefoongebruik van hun kind. Hoe zit het met ouders en kinderen die in een makkelijkere thuissituatie leven; zijn die op de hoogte van wat er bij klasgenoten uit een minder kansrijk gezin kan spelen? Wij proberen jongeren daar bewust van te maken. Maar jongeren zien vaak wel alles enkel vanuit hun eigen perspectief en leefwereld. Jullie ondersteunen bijvoorbeeld bij activiteiten van Citytrainers, is er ook weleens gedacht dit andersom te doen. Gezien jullie hoge werkdruk zouden Citytrainers wellicht een ondersteuning voor jullie kunnen zijn. We hebben tot nu toe andere prioriteiten gehad waardoor we minder betrokken zijn geweest bij de opleiding tot Citytrainer. De deelnemers danken Jamie en Esmee voor hun uitleg in deze workshop.
WORKSHOP 4 – Mijntje Notermans Stichting Quiet Community Breda Mijntje Notermans is initiatiefnemer en bestuurslid bij Stichting Quiet Community Breda. Ze geeft uitleg over de betekenis van de Quiet Community voor mensen. Armoede gaat niet alleen over financiële armoede, maar ook over sociale armoede. Mensen voelen zich soms eenzaam en hebben geen sociale contacten met andere mensen. Door Quiet kunnen mensen die daarbij zijn ingeschreven een keer een bloemetje ophalen bij de lokale bloemist en deze cadeau doen op bijvoorbeeld een verjaardag. Het tijdschrift (Quiet 500) is de tegenhanger van de Quote 500. Vanuit een positieve instelling wordt het verhaal van armoede verteld. In het tijdschrift worden mensen in alle eerlijkheid aan het woord Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
11
gelaten om zo hun verhaal te doen over hun leven en armoede. Het tijdschrift is een knipoog naar de wereld van de “hoopvollen”, in het tijdschrift staan namelijk reclames als grapje gedoeld. Het eerste tijdschrift is opgestuurd naar de 500 mensen van de quote 500 met een oproep om de mensen met armoede te helpen. Dit hebben uiteindelijk 2 mensen gedaan die willen meedenken. Zij wilden alleen meedenken als er iets gedaan zou worden waar ook echt behoefte aan is. De eerste Quiet-community is gestart in Tilburg. Het biedt een plek waar je welkom bent, waar je koffie kan drinken enz. en je moet en hoeft er niks. Je mag er gewoon zijn. Wanneer jij een vorm van armoede ervaart (welke vorm dan ook) dan ben je welkom bij Quiet. Je kan je aanmelden, maar je hoeft geen bewijs te tonen dat je echt armoede hebt. Quiet is niet alleen een plek, maar ook een digitaal platform waarop verteld wordt over armoede, maar waar ook producten en diensten worden aangeboden. Armoede wordt pas een crisis genoemd wanneer ook de zgn. hoopvollen voelen wat armoede is, dan wordt het meer besproken en komt er meer aandacht voor. Quiet probeert de situatie van mensen in armoede te verzachten en proberen hen sterker te maken. Dit doen zij vanuit vertrouwen. Quiet staat in verbinding met ondernemers in de stad (Breda).
Ondernemers kunnen bij Quiet producten en diensten aanbieden bestemd voor de mensen die armoede ervaren. Via de website bieden deze sponsoren hun producten of diensten aan. Bijv. een bosje bloemen, borrelplankje, kleding voor kinderen, fietsreparatie. Participant vertelt over diens ervaring: De inkomensondersteuning in Oosterhout is wel redelijk goed; je wordt ondersteund als je het nodig hebt. De financiële kant is goed geregeld, maar er is minder aandacht voor de sociale kant, de eenzaamheid. Er moet meer aandacht gaan naar de eenzaamheidskant. Sociale contacten opdoen of onderhouden is moeilijk, want ik heb er geen geld voor. Ik kan geen lid zijn van een sportvereniging of naar de kroeg gaan. Soms moet ik uit eenzaamheid gaan praten met de verpleging. Bij Quiet is op de ontmoetingsplek ruimte voor praatjes met elkaar en kunnen mensen elkaar ontmoeten. Maar ook verhalen en ervaringen uitwisselen. Hier horen de mensen van Quiet ook waar er behoefte aan is en daar wordt dan ook wat mee gedaan als dat mogelijk is. En waar behoefte aan is, wordt dan ook met de ondernemers besproken. De locatie is bewust gekozen door Quiet. Want de locatie zit niet in een bepaalde wijk en daar wilden we uit. Het zit tussen Noord en Zuid en naast een kringloopwinkel waar sommige van onze members of potentiële nieuwe members al komen.
Op deze locatie worden soms ook tips gegevens (presentaties/workshops) door andere members en ervaren experts. Je moet member zijn bij Quiet, je aanmelden (je interesses en behoeftes worden gevraagd); je hoeft niet te bewijzen dat je ook echt arm bent. De groep die niet in aanmerking komt voor de ‘Bredapas’ kunnen ook terecht bij Quiet. Maar iedereen met een Bredapas mag ook gewoon member worden. Hoe worden de mensen bereikt die moeilijk in beeld te krijgen zijn (bijv. door beperkingen of leeftijd)? → de drempel is dat je je digitaal moet inschrijven en de producten die je kan krijgen moet je op de locatie ophalen. Via de fysieke locatie wordt geprobeerd om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Producten worden niet aan huis bezorgd. De organisatie van Quiet bestaat deels uit vrijwilligers. En veel wordt gefacilieerd door Quiet Nederland. Als je bijvoorbeeld een Quiet Oosterhout zou willen oprichten, dan moet je dat aanvragen bij Quiet Nederland. Zij vragen jou dan een plan van aanpak te maken en een dekkende begroting voor 3 jaar. Hierin ondersteunen ze. Als dat allemaal goed is, dan kan je beginnen moet een Quiet Oosterhout. Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat je zelf niet in financiële armoede geraakt. In Roosendaal heeft de gemeente het initiatief genomen en de projectleider daarvan staat op de payroll van de gemeente. Dat is ook een manier om een Quiet op te zetten.
Maar dit is afhankelijk van de gemeente. Quiet Breda heeft een eenmalige subsidie gekregen van de gemeente Breda. Daarnaast hebben ze een particuliere geldschieter die voor 3 jaar een x-bedrag geeft, ook landelijke fondsen geven geld, Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
12
met Avans Hogeschool is er het commitment van een docent Socialwork die studenten 3 schooljaren hieraan laat werken. Quiet richt zich vooral op de volwassen mens. Maar volwassenen hebben vaak ook kinderen en daar wordt wel rekening mee gehouden. In een gezin met armoede hoeft niet elk gezinslid member te zijn, eentje is genoeg. Zo is er ook aandacht voor de kinderen. De onderliggende reden waarom iemand armoede heeft, wordt door Quiet nog niet perse aangepakt. Daar ligt nog een aandachtspunt. Het duurt meestal 3 tot 5 jaar voordat mensen om hulp aankloppen bij een instantie omdat ze schulden hebben. Die stap zetten ervaren mensen als een grote drempel. Die drempel moet verlaagd worden, zodat mensen eerder aankloppen om meer schulden te voorkomen. In Oosterhout zijn er activiteitencentra waar koffie €1 kost en waar mensen daarna kunnen deelnemen aan activiteiten; dat is meteen ook een contactmoment voor mensen. Dit wordt door mensen als prettig ervaren. Ook dit helpt mee om de sociale armoede en eenzaamheid te verminderen. Bij sommige Quiet-locaties staan medewerkers van Quiet buiten te ‘roken’ om te kijken of er mensen voorbij lopen die eigenlijk niet naar binnen durven. WORKSHOP 5 – Yassir Houtch en Amin Kansengelijkheid op lokaal niveau (indicatoren bij aandachtswijken) Yassir Houtch is adviseur in interculturele vraagstukken (De Verbinders). Hij heeft Amin meegevraagd.
Amin is nu bijna een jaar in Nederland en wil graag zijn ervaringen hier delen. Yassir heeft vijf wijkmethodieken onderzocht waaronder de dialoog-, de piramide- en de ABCmethodiek. Die werden in Brabant toegepast, de kern was om elkaar tijdens het ontwikkelen van een visie voor de wijk procesmatig beter te leren kennen. Hierdoor ontstaat een community gevoel. In zijn presentatie komen de volgende 6 thema’s aan de orde: 1. Kansengelijkheid: wat verstaan we eronder? 2. Kansengelijkheid en inclusie 3. Kansengelijkheid: meer dan alleen onderwijs 4. Rollen van de gemeente 5. Kansengelijkheid in de beleidscyclus 6. Rol van de gemeenteraad in kansengelijkheid Wat vinden de aanwezigen belangrijk als het gaat om kansengelijkheid? Waar denken ze aan? 1. Dat iedereen de kans krijgt te realiseren wat hij kan en dat hij niet belemmerd wordt. 2. Contacten met vrouwen uit o.a. Syrië, er zijn groepen ontstaan om samen te zwemmen, koken, naaien. Er is een website http://www.vrouwenvoorelkaar.nl/ 3. Dat iedereen evenveel kansen heeft ongeacht waar je geboren bent. Waar je wieg heeft gestaan, moet niet uitmaken b.v. in de keuze voor onderwijs. 4. In welke netwerk je bent opgegroeid, is van belang om met elkaar in contact te komen. Als je in een bepaald netwerk zit, kom je misschien nooit zomaar in contact met kansarme mensen. 5.
De gemeente heeft een soort ontmoedigingsbeleid, als je iets wil aanvragen moet je lastige formulieren invullen. 6. Na emigratie naar Nederland merkte een aanwezige hoe moeilijk het was om te begrijpen hoe het hier werkt, om de goede weg te vinden. Via maatjes, internet etc. lukt het in de huidige tijd mogelijk beter dan 40 jaar geleden. In de literatuur wordt gesproken over white privilege. Voorbeeld: een mevrouw vertelde over haar wijk. Zij had in de 40 jaar dat ze er woonde, nooit contact gehad met gekleurde wijkbewoners. Want dat was ook niet nodig. Van haar huis ging ze de auto in, naar de "witte" kapper, de "witte" winkel etc. Ze vond dat eigenlijk wel erg. Op het moment dat ze iets wilde doen voor de wijk als vrijwilliger merkte ze dat ze als vrijwilliger de enige niet van kleur was. Daar schrok ze van. De aanwezigen hebben wisselende ervaringen in Oosterhout. Voorbeeld: als je bent opgegroeid in een wijk waar veel verschillende mensen van verschillende nationaliteiten wonen, dan is het de normaalste zaak van de wereld dat er verschillen zijn. Maar een persoon die nieuw in de wijk komt, ervaart dat misschien anders. Een ander voorbeeld: bij de voetbalvereniging zijn veel verschillende nationaliteiten maar regels gelden voor iedereen. Ook een voorbeeld: in winkels komen allerlei mensen en iedereen wordt geholpen; een klant is een klant.
Er is wel een groot verschil tussen deze voorbeelden en de realiteit, dus welke mensen daadwerkelijk in je nabije netwerk of je vriendenkring zitten. En dat werkt beide kanten op. De culturele codes zijn anders, elkaar begrijpen gaat niet altijd vanzelf. Daar ontstaan misverstanden. Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
13
Yassir geeft een voorbeeld van een vrouw die naar Australië geëmigreerd was en nu teruggekeerd is naar Nederland. Zij vond vooral het sociale vangnet in Nederland de moeite waard om voor terug te komen. Maar ze herkende Nederland na al die jaren ook niet meer vanwege de overmatige bureaucratie. Een andere vrouw had in Brazilië gewoond maar was daar nooit echt geïntegreerd. Terug in Nederland werd ze gezien als een expat, een niet-Nederlandse Nederlandse. Onbekend maakt onbemind, dat heeft ze echt gemerkt en het heeft haar moeite gekost om daar overheen te komen. Een van de aanwezigen is derde generatie migrant. Hij ziet dat de netwerken steeds groter worden en elkaar gaan overlappen. Toen de eerste migranten uit Marokko naar Nederland kwamen, hadden ze een klein netwerk, en met name bestaande uit mede-migranten. Nu verandert dat wel. (sheet) Kansengelijkheid en inclusie: Deze begrippen gaan hand in hand in de gemeentelijke context: Kansenongelijkheid: “het door het systeem, omgeving of instituties gevormd verschil in mogelijkheden om volwaardig –dat wil zeggen: volgens de capaciteiten die men heeft –te participeren in de samenleving, en tot het gebruiken van voorzieningen die een volwaardige participatie kunnen bevorderen.” (G4-definitie) Inclusie: Iedereen kan op een veilige en vrije manier zichzelf zijn en op een gelijkwaardige en rechtvaardige manier meedoen.
G4 maken de overstap van gesegmenteerd beleid (antidiscriminatie, LHBTIQ+, slavernijverleden etc) naar aandacht voor alle deze onderwerpen binnen de reguliere opgaven (jeugdbeleid, wonen, armoede etc) Kortom: kansengelijkheid focust op harde randvoorwaarden, inclusie op de zachte randvoorwaarden. Beiden zijn van belang en worden bij voorkeur in samenhang opgepakt. Vóór sociale cohesie komt inclusie. Kansengelijkheid kan niet zonder inclusie: als je niet alle mensen beschouwt als onderdeel van de samenleving, kom je niet verder. Een van de voorwaarden voor inclusie is bestaanszekerheid. Kansengelijkheid gaat overigens niet alleen over afkomst of onderwijs. Wel is onderwijs een belangrijke indicator. Kansengelijkheid focust op harde randvoorwaarden, inclusie op de zachte randvoorwaarden. Beiden zijn van belang en worden bij voorkeur in samenhang opgepakt. (sheet) Vanuit het Rijk is er vooral een focus op kansengelijkheid in het onderwijs. In de gemeentelijke context wordt dit thema veel breder opgepakt (zie ook definitie G4): - Armoede en bestaanszekerheid, - Jeugd, - Zorg en ondersteuning / Wmo, - Wonen, - Sport, - Inclusie Voorbeeld: In Nederland waren een aantal vroegnaoorlogse wijken waarin de manier van bouwen niet meer functioneel en rendabel was voor de huisvestingsvraag van de stad. Het onderwijs moest opgekrikt worden, er kwam flexibilisering van de arbeidsmarkt.
Er is heel veel gesloopt om ruimte te maken voor kleine flats en gestapelde woningen. In Oosterhout is met name groei geweest toen er veel industrie kwam. Toen is er heel veel (goedkoop) gebouwd en er is veel erfgoed gesloopt in het centrum. Veel van deze wijken zijn nu aandachtwijk. Yassir geeft aan wat een wijk een geliefde wijk maakt: wonen (letterlijk ook de ruimte in en rond je eigen woning), werken in de nabijheid, wandelen/bewegen in de wijk. Dat kan alleen door ruimte voor ontmoetingen te creëren. Zie het Spoorpark in Tilburg dat onzichtbare subculturen bij elkaar brengt. Dat is een park voor iedereen geworden. De aanwezigen denken dat hier in Oosterhout ook zeker behoefte aan is, vooral ook voor jongeren. Het helpt wie er zijn schouders onder zet, en of je er voor kunt zorgen dat omwonenden (waaronder jongeren), gehoord worden door degenen die aan de knoppen draaien. Oosterhout heeft een jongerenpanel, maar er moet ook lef komen op een ander niveau. En vanuit de buurt moet er acceptatie zijn voor de activiteiten.
Mini-symposium Kansengelijkheid 14 april 2023
14
(sheet) De gemeente kan op al die terreinen verschillende rollen inzetten om kansengelijkheid en inclusie te bevorderen: 1. De gemeente als financierder, bv eisen in inkoop/subsidie etc 2. De gemeente als dienstverlener (bijv. publieksdienstverlening: projecten rondom vergroten vertrouwen van inwoners in de overheid, inclusieve communicatie etc.) 3. De gemeente als toezichthouder (toezien navolging wetgeving bv antidiscrminatie) 4. De gemeente als normsteller, bv deze onderwerpen actief agenderen in gesprek met samenwerkingspartners/ondernemers. Actief communiceren over misstanden. 5. De gemeente als samenwerkingspartner (verbinden, inspireren, motiveren, kennis delen) 6. De gemeente als bemiddelaar (optreden rondom specifieke belangen en conflicten... De rol van financier is belangrijk want kansenongelijkheid heeft vaak met geld te maken. Het is een taak van de gemeente om te zorgen dat iedereen kan meedoen. In Oosterhout is dat goed geregeld, er is voldoende budget om dat mogelijk te maken. Ook de stichting Leergeld draagt een steentje bij. Maar soms is er het gevoel dat de gemeente meer aan het verzachten is dan dat er een oplossing gezocht en gevonden wordt. Er moet gekomen worden tot de kern om de oplossing te vinden. Als bemiddelaar kan de gemeente helpen in de communicatie. Dat is een belangrijke rol waarin samenwerken met de partners heel belangrijk is.