CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Sjabloonvragen Gemeentebelangen-VVD-CDA-GBV-D66 - Ontwerp verklaring van geen bedenkingen zonnepark A59.docx

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk Raadsnota ZN261134 Ontwerp verklaring van geen bedenkingen zonnepark A5911.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Welke voor en nadelen heeft dat voor de gemeente en voor belanghebbenden? Antwoord: In de Crisis- en Herstelwet zijn bepaalde projecten aangewezen, waarvan de procedure wordt gestroomlijnd. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om projecten voor de aanleg van infrastructuur en projecten voor duurzame energie. Het betreft dus geen keuze van de gemeente of de ontwikkelaar, maar een verplichting vanuit de wet. De versnelling en aanpassing van deze procedure heeft met name betrekking op de beroepsfase. Op basis van de wet gelden hierdoor onder andere de volgende zaken: Mag een decentrale overheid (als belanghebbende), zoals de gemeente geen beroep instellen tegen een besluit van een hogere overheid; Er is gelijk beroep bij de Raad van State en niet eerst bij een lagere rechter; Is er een versnelde behandeling van het beroep bij de bestuursrechter, waardoor de procedure dus met voorrang op niet CHW projecten wordt behandeld. De bestuursrechter doet binnen 6 maanden uitspraak; Kan het beroepschrift na het indienen van het beroep niet later alsnog aanvullen met nieuwe beroepsgronden;

6. In 2018 zijn 16 locaties, door marktpartijen aangedragen, voor de grootschalige productie van duurzame energie met zonnepanelen in de gemeente Oosterhout. Hieruit blijkt dat er geen alternatievenonderzoek heeft plaatsgevonden op basis van de kwaliteiten en kenmerken van locaties. Waarom heeft het college zelf geen locatie-onderzoek gedaan en initiatiefnemers daaruit laten kiezen? Antwoord: Bij het opstellen van de ambitienota Energietransitie 2030 en de Routekaart Energietransitie 2019-2023 heeft een selectie plaatsgevonden op basis van voorgedragen locaties. Deze informatie is te vinden op de website van het energieparkA59: https://www.energieparka59.nl/toelichting-locatiekeuze/ 7. Waarom wordt er niet voldaan aan de Motie ‘Voorrang zon op daken’ provincie Noord-Brabant. Uit bladzijde 42 van de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat er voldoende ruimte is op bedrijfs- en woningdaken. Heeft het college onderzoek uitgevoerd om de conclusie te kunnen onderbouwen dat het niet haalbaar is dat 90% van de woningen in 2030 PV panelen hebben? Antwoord: Het totale elektriciteitsverbruik in Oosterhout is veel meer dan de alleen het elektriciteitsverbruik van de huidige 24.000 huishoudens. Denk aan onder meer de energiebehoefte van industrie, winkels, openbare gebouwen, landbouw en verkeer & vervoer. In 2030 moet al 49% hernieuwbaar worden opgewekt, wat overeenkomt met 192 GWh.

Als deze 192 GWh aan duurzame energie alleen uit zonnepanelen moet komen, zijn er ongeveer 580.000 zonnepanelen nodig in Oosterhout. In Oosterhout zetten we al jaren in op Zon op bedrijfsdaken. We hebben ook een ambitieuze doelstelling neergelegd voor 2030. Een inventarisatie van de rijksoverheid geeft aan dat per gemeente ca. 25% van de industriedaken geschikt zijn voor zon op bedrijfsdaken. In Oosterhout is ca. 200 hectare aan dakoppervlak op bedrijfsgebouwen aanwezig. Ons doel voor 2030 is het volleggen van 40 hectare aan bedrijfsdaken. Daarmee kan 54 GWh aan duurzame energie worden opgewekt. Daarmee worden zo’n 160.000 zonnepanelen geplaatst. Het is dan ook niet mogelijk en reëel om de komende jaren te verwachten dat er meer van onze benodigde duurzame energie opgewekt kan worden met zon op daken. We geven in ons beleid al maximaal voorrang voor zon op daken en bieden daarvoor ondersteuning aan bedrijven. Daarnaast hebben we op dit moment 6 windmolens in Oosterhout. Beoogd wordt dit park uit te breiden met 2 windmolens. Echter, het overige deel van onze ambitie tot en met 2030 zal moeten worden gerealiseerd met de twee beoogde (grootschalige) zonenergieprojecten, het voorliggende zonnepark en het zonnepark in de Dorst. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt overigens ook dat er niet voldoende ruimte is op bedrijfs- en woningdaken.

Slechts een beperkt deel van deze daken is geschikt. En daarnaast kan niet worden afgedwongen dat eigenaren hun daken volleggen met zonnepanelen. Daarnaast mogen de zonnepanelen op woningen (door Rijksregelgeving) niet worden meegenomen in de tellingen om te voldoen aan onze duurzaamheidsdoelstellingen. Op de huidige woningvoorraad (ca. 15.000 grondgebonden woningen, dus exclusief appartementencomplexen etc.)) kunnen theoretisch maximaal 150.000 zonnepanelen geplaatst worden. Vanuit de Rijksoverheid mogen we de potentiële opbrengst van zonnepanelen op woningen dus niet meetellen in de resultaten voor hernieuwbaar opgewekte energie. Als redenen daarvoor worden onder meer geven de onzekerheid van realisatie (niet juridisch afdwingbaar en financieel niet voor iedereen haalbaar) en het feit dat lang niet alle daken van woningen technisch of bouwkundig geschikt zijn. Om deze zelfde

reden is het dan ook niet haalbaar om 90% van de woningen in 2030 van zonnepanelen te hebben voorzien. 8. Uit het ecologische onderzoek blijkt dat er verschillend beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied waarvoor vervolgonderzoek moet plaatsvinden en waarvoor ook ontheffing aangevraagd moeten worden. Grote modderkruiper, Alpenwatersalamander, vleermuizen en ook marterachtigen (marterachtigen willen ze niet doen, maar er wordt wel toegegeven dat ze er voorkomen) zouden onderzocht moeten worden. Wanneer en hoe wil het college dit gaan doen. Dit onderzoek moet beschikbaar zijn voor de vaststelling van de vergunning. Antwoord: Uit de QuickScan ecologie blijkt dat het plangebied potentieel geschikt is voor diverse soorten. Nader onderzoek is alleen noodzakelijk als werkzaamheden plaatsvinden die verstorend kunnen zijn voor de genoemde soorten. Op dat moment wordt dan onderzocht of de soort zich ook daadwerkelijk bevindt in het plangebied én of de werkzaamheden inderdaad een negatief effect hebben. Alleen aan de hand van dergelijk nader onderzoek kan worden geconcludeerd of een ontheffing nodig is. Doordat in dit project bijvoorbeeld niet aan de wateren of oevers daarvan wordt gewerkt, kan ook geen negatief effect optreden voor soorten zoals de Grote modderkruiper of Alpenwatersalamander.

Paragraaf 5.11 van de ruimtelijke onderbouwing gaat in op het natuuraspect en toont dat geen sprake is van verstorende werkzaamheden. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Daarmee is ook geen ontheffing nodig. 9. Het lijkt erop dat het terrein verlicht moet gaan worden met gevolgen voor de vliegroutes van vleermuizen. Waarom is er verlichting nodig? Antwoord: Er is geen externe verlichting nodig voor het zonnepark en deze is niet in het ontwerp opgenomen. De bouw zal zoveel mogelijk in de zomermaanden worden gepland, waarbij tijdens de bouw in beperkte mate of helemaal niet gebruik zal worden gemaakt van verlichting. Als toch nodig, zal er vleermuisvriendelijke verlichting worden toegepast. 10. Waarom is peilopzet geen integraal onderdeel van de planontwikkeling. Als dat onderzoek later pas gedaan wordt, kan het niet bij de afweging wel of niet een energiepark op deze locatie betrokken worden. Antwoord: Het verhogen van het grondwaterpeil is wel degelijk besproken met het Waterschap. Het Waterschap heeft in dit gehele gebied een waterbergingsopgave. Voor het zonnepark is de verhoging van het grondwaterpeil geen complicerende factor. Dit kan zonder problemen, ook wanneer het park is gerealiseerd. Voor natuurontwikkeling en biodiversiteitsversterking kan het zelfs een meerwaarde betekenen. Shell heeft hierbij echter geen rol.

Het besluit om het waterpeil te verhogen is de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van het Waterschap. Echter, het omhoog brengen van het grondwaterpeil heeft ook gevolgen voor o.a. de agrarische percelen rondom de projectlocatie en dus ook voor de boeren die daar gebruik van maken. Dit is dus niet zonder meer te realiseren. Indien het Waterschap dit in de toekomst toch nodig acht zal Shell, als een van de gebruikers van dit gebied, worden betrokken. 11. Waarom is er gekozen om het energiepark op gronden te ontwikkelen waarvan de eigenaar wil dat na ontmanteling van het park de gronden weer in oorspronkelijk staat terug gebracht worden. Kan het college in dit stadium nog invloed uitoefenen om dat te

veranderen of alsnog voor een andere locatie te kiezen waar deze beperking niet aanwezig is. Antwoord: Provinciale Interim verordening Ruimte stelt dat bij de ontwikkeling van een zonnepark een tijdelijke vergunning moet worden vergeven in afwijking van het bestemmingsplan. Daarna zal van rechtswege (dus niet omdat de grondeigenaar dit wil) de oorspronkelijke functie hersteld moeten worden. Uiteraard bestaat de mogelijkheid indien gewenst om gedurende de looptijd van de vergunning om met grondeigenaren en de ontwikkelaar afspraken te maken over bijvoorbeeld de instandhouding van de landschappelijke inpassing na afloop van deze termijn. Bijvoorbeeld doordat de gemeente de betreffende grond aankoopt of dat een grondruil toegepast wordt tussen de gemeente en een of meer andere eigenaren om dit mogelijk te maken. De locatie maakt onderdeel uit van de ‘Groenblauwe mantel’. Hoe is het na 25 jaar terugbrengen in de huidige situatie te rijmen met de doelen voor de ‘Groenblauwe mantel’ nl.  Een positieve ontwikkeling van de biodiversiteit; 

Een robuuste en veerkrachtige structuur;

De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken;

De gebruikswaarde van natuur en water verbeteren.

Antwoord: De gronden zijn ook in de huidige situatie aangemerkt als ‘Groenblauwe mantel’. Het terugbrengen in oorspronkelijke staat betekent dat de kwaliteit in het gebied na 25 jaar ten minste gelijk blijft aan de huidige situatie. Het moment van vergunningverlening vormt daarbij de referentiesituatie. Binnen de Groenblauwe mantel dient behoud, herstel óf duurzame ontwikkeling van onder andere het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken voorop te staan. Met het terugbrengen naar de referentiesituatie na de exploitatietermijn van 25 jaar, worden bestaande waarden, structuren en kenmerken behouden. Daarbij dient te worden opgemerkt dat vele (provinciale) voorwaarden gericht zijn op ontwikkelingen in het buitengebied die permanent worden gerealiseerd. Het zonnepark is conform provinciaal beleid daarentegen tijdelijk van aard. Daar dient ook bij het toepassen van voorwaarden uit overig beleid rekening mee te worden gehouden. In de anterieure overeenkomst die wordt gesloten tussen gemeente en Shell worden afspraken gemaakt om, samen met de andere grondeigenaren, te verkennen of de landschappelijke inpassing en daarmee de verbetering van de biodiversiteit in het gebied (voornamelijk rond het Kromgat) ook na de looptijd van de vergunning in stand gehouden kan worden.

Raadsvergadering d.d. 27 januari 2021 Raadsnota nummer ZN261134 Onderwerp: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen zonnepark A59 Vragen van fractie:

Naam raadslid: Guus Beenhakker

Deze verklaring loopt vooruit op de ontwikkeling van een zonnepark van 37ha. Het voornemen is om dit voor 25 jaar zo vast te leggen. Maar de ontwikkelingen op het gebeid van duurzame energie gaan in rap tempo door. Ook in de concept-RES is innovatie een belangrijke pijler. Stel dat zonne-energie of zonnepanelen over 15 jaar een achterhaalde manier is van energieproductie, kunnen we er dan al mee stoppen of in hoeverre kunnen we het park dan anders vormgeven. Antwoord: In de RES 1.0 zijn de plannen vastgelegd om de doelen tot 2030 te halen, waardoor 49% van de opgave van 2050 is geborgd. Binnen 5 jaar zal gestart worden met het uitwerken van plannen voor de periode na 2030, waarbij de duurzame energieproductie nog eens verdubbeld moet worden. De verwachting is dat innovaties ervoor zullen zorgen dat deze extra opgave ingevuld zal worden met technologieën die veel minder impact op de omgeving zullen hebben. Maar ook de bestaande technologieën worden doorontwikkeld. Het beleid van alle overheden (en ook de RES) is erop gericht om nu aan de slag te gaan met de energietransitie om onze doelen in 2030 en 2050 te halen. Dat er door de tijd heen innovaties zijn is onderdeel van ieder beleid. Daarom wordt de vergunning ook slechts voor 25 jaar vergeven. Blijven wachten op innovaties voordat we aan de slag gaan is geen optie (zie ook Urgenda-uitspraak).

Zoals uw raad bekend is, halen we onze doelstellingen niet met alleen zon op (bedrijfs)daken. Het blijft noodzakelijk om enkele grootschalige opweklocaties te ontwikkelen met wind en/of znnenergie. Het Energiepark A59 waarvan dit zonnepark een onderdeel is draagt in grote mate bij aan de realisatie van onze doelstellingen voor 2030. Wanneer we, naast zon op bedrijfsdaken, het Energiepark A59 en het zonnepark aan de Bavelse Berg (Akkerweg) te Dorst realiseren, hebben we onze doelstellingen voor duurzame energie binnen handbereik. Shell investeert vele miljoenen bij de aanleg van dit park en vraagt een vergunning voor 25 jaar. Tussentijds stopzetten van de productie van dit park is, na toekenning van de vergunning voor 25 jaar, niet mogelijk. De terugverdientijd van de investering in het zonnepark is langer dan de lengte van de termijn waarover SDE-subsidie wordt verleend. De SDE+-subsidie wordt voor 15 jaar verleend. Shell zal de investering in het zonnepark dus pas na meer dan 15 jaar hebben terugverdiend. De vergunning heeft een looptijd van 25 jaar. Voor de vergunningperiode 16-25 jaar ontvangt Shell dus geen subsidie meer en zijn inkomsten uit het zonnepark afhankelijk van dan geldende marktpijzen voor elektriciteit. De verwachting is dat de elektriciteitsprijzen verder gaan dalen komende jaren.

Of het realistisch is om tussentijdse updates of verbeteringen aan te brengen is aan de eigenaar van het zonnepark. Deze zal een afweging moeten maken of een investering die daarmee gepaard gaat opweegt tegen de opbrengsten die daarmee (extra) gegenereerd worden.

Het vragen van extra investeringen gedurende de looptijd van het project, naast de investeringen voor regulier onderhoud en beheer, is niet reëel. Immers een ontwikkelaar bouwt een businesscase om een project. Daarin is geen rekening gehouden met grote extra Investeringen. In dit geval is daarbij ook nog hoogst onzeker welke investeringen (en dus de hoogte daarvan) dit zullen zijn. De tijdelijkheid van de vergunning voor 25 jaar biedt de initiatiefnemer de kans om het zonnepark terug te verdienen met een redelijke winstmarge daarbij. In BN/De Stem van 16 januari 2021 stond een artikel over zonneparken waarin werd gesproken over rendementen van 15 tot 20% bij zonneparken. Dit is in tegenspraak met de wetenschappelijke onderzoeken die het PBL hiernaar heeft uitgevoerd. Uit onderzoek van het PBL blijkt dat 15% rendement geldt voor hoog risico projecten. Daar is geen sprake van bij zonneparken. Voor zon PV wordt uitgegaan van 9%, waaruit blijkt dat deze vorm de minste risico’s met zich meebrengt. In bijgaand rapport staan de basis uitgangspunten en berekeningen om de SDE-bedragen vast te stellen. https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2020-eindadviesbasisbedragen-sde-plus-plus-2020_3526_27-02-2020.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=be162ac6-2b74-4814-8a8a-57908e03ab51