CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Sjabloonvragen Gemeentebelangen-VVD-CDA-GBV-D66 - Ontwerp verklaring van geen bedenkingen zonnepark A59.docx

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk Raadsnota ZN261134 Ontwerp verklaring van geen bedenkingen zonnepark A5911.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sjabloon Raadsvergadering d.d. 26 januari 2021 Raadsnota nummer ZN261134 Onderwerp: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen zonnepark A59

Vragen van fractie Naam raadslid: Marie Dujardin 1. Communicatie is een pilaar. Draagvlak creëren is van groot belang om ons gezamenlijk doel te behalen. Hoe verloopt de communicatie met omwonenden? Wat is de stand van zaken en wat is er nog te verwachten? Antwoord: Voor de communicatie over het project en de ruimtelijke procedure die nu wordt doorlopen maken we gebruik van de volgende kanalen: 1. De website www.energieparkA59.nl en bijbehorende nieuwsbrieven, laatste update 17-12-2020 2. De reguliere communicatiekanalen van de gemeente (o.a. Facebook en pers) 3. Een bewonersbrief voor aankondiging ter inzage leggen Ontwerpbeschikking vergunningaanvraag en concept VVGB 4. Een Webinar (gepland op 8 februari 2021) 5. Gesprek met enkele omwonenden (Actiegroep, wordt nog gepland) 6. Werkgroep Biodiversiteit (eind januari/begin februari) 7. Werkgroep Duurzaamheidsfonds (start februari 2021) Zodra de raad akkoord gaat met de ontwerp Verklaring van geen bedenkingen, kan het college een besluit nemen op de Ontwerpbeschikking omgevingsvergunning. Beide documenten gaan dan ter inzage. Daarover wordt gecommuniceerd met bovenstaande kanalen. Ook is, in afwijking van de reguliere werkwijze van de gemeente in een dergelijke procedure, nog een extra Webinar gepland.

Belangstellenden kunnen daarin nog inhoudelijke vragen stellen over het plan, voordat zij eventueel hun zienswijze kenbaar willen maken. 2. Communicatie met de initiatiefnemer Shell wat betreft eigenaarschap. Er wordt in de onderliggende stukken een bijdrage van 0,50 euro per MWh genoemd. Hoe is dit bedrag tot stand gekomen? In hoeverre ligt dit bedrag vast?(Er zijn ook stukken bekend van andere energieprojecten in het land waarbij sprake is van een bijdrage van 1 euro per geproduceerde MWh) Antwoord: In de Gedragscode Zon op Land is de bijdrage aan een omgevingsfonds (duurzaamheidsfonds) een van de opties die wordt genoemd bij het vormgeven van de participatie. Daarbij wordt geen bedrag genoemd dat als uitgangspunt moet gelden. Shell heeft deze €0,50 per opgewekt MWh aangeboden. Dit is gelijk aan de bijdrage dat Eneco (conform de gedragscode Wind op Land, waarin de €0,50 wel wordt genoemd) heeft aangeboden. Naast deze bijdrage aan het nog op te richten duurzaamheidsfonds vult Shell de participatie in met o.a. de werkgroep biodiversiteit (procesparticipatie), het inschakelen van lokale bedrijven bij realisatie en beheer en onderhoud van het park, en de mogelijkheid aan (grootschalige) energieverbruikers om stroom af te nemen van het zonnepark. Ook wordt onderzocht of een postcoderoosproject op basis van de nieuwe postcoderoosregeling tot de mogelijkheden behoort.

Overigens is het opnemen van lokaal eigendom of een omgevingsfonds als eis voor een vergunning voor een zonnepark juridisch onmogelijk. Dit is ook geconcludeerd in de factsheet ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie’ die het Ministerie van EZK, Nationaal Programma-RES, Energie Samen en diverse andere overheden en organisaties hebben opgesteld, op basis van een onafhankelijk juridisch onderzoek uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen (https://hollandsolar.nl/nieuws/i855/lokaal-eigendom-zonneparken-kan-en-moet-maarverplichten-niet-haalbaar). 3. Communicatie met de buurgemeenten Drimmelen en Geertruidenberg. Zij zijn akkoord met het Energiepark A59. Geldt dit voor zowel het zonnepark als de windturbines? Waaruit blijkt dit? Antwoord: De wethouder van Geertruidenberg zit, net als de wethouder van Oosterhout, in de kopgroep RES. Beide wethouders (Geertruidenberg en Drimmelen) zitten ook in de Stuurgroep RES. De wethouders hebben zich altijd achter deze plannen geschaard en ook de beide gemeenteraden zijn akkoord met de RES, waar deze plannen deel van uitmaken. Tevens is er met Geertruidenberg intensief contact over met name het Windmolenproject. Informatie die wij hebben delen we met hen.

In de media wordt wel eens een andere indruk gewekt, maar de wethouder Geertruidenberg heeft bestuurlijk te kennen gegeven dat zij alle informatie ontvangen. Ook op ambtelijk niveau is met enige regelmaat contact over het Energiepark A59. 4. Communicatie met ONE. In de stukken staan wat de concrete afspraken zijn m.b.t. eigenaarschap. Stichting ONE wordt hierin genoemd. Wat is hun reactie en zijn er concrete doelen? Wat doet ONE nu al om voor het zonnepark een bijdrage te leveren? Gaan ze ook rechten verkopen aan particulieren? (voor de 50% participatie? Antwoord: Onze lokale energie coöperatie ONE is groot voorstander van de realisatie van het Energiepark A59. Vanaf het begin af aan heeft ONE aangegeven niet als eigenaar of ontwikkelaar van een dergelijke grootschalige duurzame energie opweklocatie te willen fungeren. ONE zal deelnemen aan de werkgroep die het voorstel voor het duurzaamheidsfonds gaat formuleren. Ook zal ONE helpen bij het realiseren van het postcoderoosproject (als deze er komt) door communicatie hierover richting de inwoners te verzorgen. 5. Bij een postcoderegeling wordt in overleg met Shell, stichting ONE en gemeente bepaald of deze voor de omgeving (inclusief Raamsdonksveer) haalbaar is. De gemeentelijke gronden worden hiervoor 50% gebruikt.

Kunt u toelichten hoe dit werkt met Raamsdonksveer erbij? Antwoord: De mogelijkheden tot realisatie van het postcoderoosproject wordt nog nader bekeken door Shell en is ook afhankelijk van de nieuwe postcoderoosregeling die door het ministerie van EZK wordt voorbereid. De huidige postcoderoosregeling voor energiecoöperaties, wordt vervangen door een subsidieregeling. In de huidige postcoderoosregeling (tm 31 maart 2021) ontvangen de leden van de energiecoöperatie het belastingvoordeel via hun energieleverancier. Dit gaat veranderen. De subsidie wordt in de nieuwe regeling uitbetaald

aan de energiecoöperatie. Het is vervolgens aan de energiecoöperatie om de opbrengsten te verdelen onder de leden. Hieraan worden geen nadere eisen gesteld. Dit vergemakkelijkt de deelname voor inwoners, zo is de aanname. Wel moeten deelnemers nog lid worden van de energiecoöperatie. Directe koppeling tussen de productie van de energiecoöperatie en het verbruik van de leden komt te vervallen. De energiecoöperatie ontvangt gedurende een periode van 15 jaar subsidie per geproduceerde kWh, waarbij het uitbetaalde subsidiebedrag meebeweegt met de marktwaarde van de geproduceerde energie in dat jaar (dit wordt door het PBL jaarlijks bepaald). Of Raamsdonksveer hiervan gebruik kan maken is nog de vraag, omdat de betreffende postcodes niet direct grenzen aan het postcodegebied waar de productie-installatie gevestigd is. Dat is wel een voorwaarde voor de (huidige) postcoderoosregeling. Meer informatie over de bestaande postcoderoosregeling kunt u ook vinden op www.postcoderoosregeling.nl. Hieronder alvast een korte samenvatting van deze site: De postcoderoosregeling biedt 15 jaar lang vrijstelling van energiebelasting over de zonneof windenergie die de deelnemers in een project gezamenlijk opwekken. Dit betekent dat zonnepanelen niet langer op het eigen huis of bedrijfspand hoeven te liggen, maar ook elders geïnstalleerd kunnen worden.

Deelnemers richten samen een coöperatie op of maken gebruik van een bestaande VVE (Vereniging Van Eigenaren) en investeren gezamenlijk in een zonnedak door het kopen van zonparticipaties. Deze zonparticipaties geven jaarlijks recht op de opbrengst van één zonnepaneel. De panelen in het project zijn namelijk eigendom van de gezamenlijke coöperatie. In ruil voor hun deelname (investering) ontvangen deelnemers, naar rato van het aantal zonparticipaties, jaarlijks een teruggave van energiebelasting die zij betaald hebben over de energie die zij thuis gebruiken. Dit recht op teruggave van de energiebelasting voor deelnemers wordt door de overheid voor (minimaal) 15 jaar gegarandeerd en geldt vanaf het moment dat de Belastingdienst het project goedkeurt. De hoogte van de investering per zonnepaneel / zonneparticipatie is afhankelijk van de keuzes van de lokale energie coöperatie. Een postcoderoos is een afgebakend gebied waarbinnen een lokale energie coöperatie haar deelnemers kan werven omdat zij -bij deelname- recht hebben op teruggave van de energiebelasting. Dit postcoderoosgebied wordt bepaald door de plaats (postcode) waar de productie installatie voor de opwek gesitueerd is. Dit 4-cijferige gebied vormt het hart van de roos. Het gebied wordt gevormd door dit hart samen met alle aan dit hart aangrenzende 4cijferige postcode gebieden (die de blaadjes van de roos vormen).

Meer informatie over de nieuwe postcoderoosregeling vindt u bijvoorbeeld hier: https://www.hieropgewekt.nl/nieuws/kamerbrief-vernieuwde-postcoderoosregeling-2021 6. Belang van "zon op dak" is bekend en er is nog veel te behalen. Hoe kan de gemeente hierin een stimulerende rol spelen, naast de duurzaamheidslening? In hoeverre is er ook nagedacht over de mogelijkheid van subsidies. Maar ook: hoe kan de gemeente bijvoorbeeld met de opbrengsten van het park subsidies verschaffen juist voor de omwonenden, zodat deze ook direct meeprofiteren? Antwoord: Voor het realiseren van zon op dak zijn diverse (Rijks)subsidieregelingen beschikbaar, waaronder SDE-regeling. Sinds 2 jaar worden ondernemers in opdracht van de gemeente benaderd door een daartoe aangesteld adviesbureau om hen te wijzen op en te helpen met het aanvragen van een SDE-subsidie. Sinds vele jaren beschikt de gemeente Oosterhout over het instrument duurzaamheidslening, waarvan gemiddeld 100 adressen per jaar gebruik maken. De inkomsten vanuit het Energiepark A59 uit onder meer huuropbrengsten van gronden en OZB komen in principe ongelabeld terecht in de algemene middelen van de gemeente.

Het is een mogelijkheid om de inkomsten uit dit Energiepark A59 in de toekomst specifiek beschikbaar te maken voor de verdere verduurzaming van Oosterhout als uw raad dit wenst. Het duurzaamheidsfonds dat wordt opgericht en waar een bijdrage aan wordt gedaan door Shell, zie antwoord op vraag 2, is daarnaast ook bestemd voor sociale, maatschappelijke en/of duurzaamheidsprojecten. 7. Communicatie richting grondeigenaren? Is er gesproken over gesocialiseerde gebiedsbijdrage? Zo niet, waarom niet? Antwoord: Daarover is niet specifiek gesproken. De gebiedsbijdrage vanuit het zonnepark is de al eerdergenoemde bijdrage aan het duurzaamheidsfonds. Hiervan kan de omgeving van het zonnepark uiteindelijk profiteren. Alle grondeigenaren hebben daarnaast een individuele overeenkomst met Shell over de huur van de grond voor de 25 jaar. 8. Communicatie ruimplicht: zijn hierover afspraken gemaakt en welke zijn deze? Antwoord: In de anterieure overeenkomst die wordt gesloten tussen Shell en de gemeente worden afspraken gemaakt over het ontmantelen van de zonnepark binnen één jaar na afloop van de vergunningsperiode.

Raadsvergadering d.d. 27 januari 2021 Raadsnota nummer ZN261134 Onderwerp: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen zonnepark A59 Vragen van fractie: Naam raadslid: Paul Wesel 1. Eerder is aangegeven dat een extern adviseur betrokken zou worden bij de randvoorwaarden voor procedures voor opwekking van duurzame energie (denk aan randvoorwaarden voor participatie, financiële deelname en een verdeling van de lusten en lasten). a. Is deze extern adviseur ingeschakeld door de gemeente? Antwoord: Wij hebben hierover enkele malen contact gehad met een adviseur van de provincie. b. Wat waren de adviezen en wat heeft u daar mee gedaan? Antwoord: We zijn met dit advies in de hand het gesprek aangegaan met Shell. Dit heeft geleid tot de afspraken over participatie zoals verwoord in het raadsvoorstel. Daarbij is het goed om op te merken dat het opnemen van lokaal eigendom of een omgevings/duurzaamheidsfonds als eis voor een vergunning voor een zonnepark juridisch onmogelijk is.

Dit is ook geconcludeerd in de factsheet ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie’ die het Ministerie van EZK, Nationaal Programma-RES, Energie Samen en diverse andere overheden en organisaties hebben opgesteld, op basis van een onafhankelijk juridisch onderzoek uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen (https://hollandsolar.nl/nieuws/i855/lokaal-eigendomzonneparken-kan-en-moet-maar-verplichten-niet-haalbaar). c. Zouden wij de adviezen mogen ontvangen? Antwoord: Ja, zie de bijlage bij deze antwoorden. d. Mocht u nog geen extern adviseur hebben ingeschakeld, wanneer gaat u dit doen? Antwoord: Zie voorgaande antwoorden. 2. Wat wordt in de toekomst de verhouding zon – wind in het Energiepark A59 (aangezien er verschillende getallen genoemd zijn zoals 80 – 20% op pagina 10 van de ruimtelijke onderbouwing)? Antwoord: Er wordt onderscheid gemaakt in opgesteld vermogen en jaarlijks productie. Beide kennen een andere verhouding tot elkaar. Het opgesteld vermogen is 45 MWp voor de zonneweide en 10 MWp voor de windmolens. Op pagina 10 van de ruimtelijke onderbouwing is deze vergelijking gemaakt tussen het vermogen van het wind en zonnepark. Deze is inderdaad 80/20. Een belangrijk verschil in vermogen en opbrengst van de beide onderdelen zit in het aantal vollasturen (productie uren).

Bij zonneweides wordt uitgegaan van jaarlijks 950 vollasturen productie, bij windmolens wordt uitgegaan van 2.500 vollasturen productie. Het totaal van de

beoogde productiecapaciteit van het Energiepark A59 is 73 GWh. De productieverdeling is 43 GWh zon en 30 GWh wind (2 molens). De productieverdeling is daarmee ca 60/40. 3. a. Waarom wordt er de helft van de gemeentelijke gronden (2 hectare) ingebracht voor de postcoderoosregeling en niet 100% van de gronden (4 hectare)? Antwoord: De huidige postcoderoosregeling voor energiecoöperaties, wordt vervangen door een subsidieregeling. In de huidige postcoderoosregeling (loopt tm 31 maart 2021) ontvangen de leden van de energiecoöperatie het belastingvoordeel via hun energieleverancier. Dit gaat veranderen. De subsidie wordt in de nieuwe regeling uitbetaald aan de energiecoöperatie. Het is vervolgens aan de energiecoöperatie/ om de opbrengsten te verdelen onder de leden. Hieraan worden geen nadere eisen gesteld. Dit vergemakkelijkt de deelname voor inwoners, zo is de aanname. Wel moeten deelnemers nog lid worden van de energie-coöperatie. Directe koppeling tussen de productie van de energiecoöperatie en het verbruik van de leden komt te vervallen. De energiecoöperatie ontvangt gedurende een periode van 15 jaar subsidie per geproduceerde kWh, waarbij het uitbetaalde subsidiebedrag meebeweegt met de marktwaarde van de geproduceerde energie in dat jaar (dit wordt door het PBL jaarlijks bepaald). De nieuwe postcoderoosregeling legt een maximum aan de omvang van een postcoderoosproject.

In de nieuwe regeling wordt gerekend met een maximum omvang van een postcoderoosproject van 300kWp per aansluiting (circa 900 panelen). Uitgezocht wordt nog wat technisch mogelijk is, maar het aantal te maken koppelingen lijkt hierbij ook beperkt. Daardoor zal in praktijk als gevolg van de regeling veel minder dan de benodigde 2 hectare gemeentegrond kunnen worden gebruikt. Meer informatie over de nieuwe postcoderegeling is bijvoorbeeld hier te vinden: https://energiesamen.nu/pagina/39/postcoderoos-regeling-in-het-kort De praktijk leert daarnaast dat het moeilijk is om de omgeving daadwerkelijk te laten investeren in het postcoderoosproject. Lang niet iedereen heeft geld hiervoor beschikbaar of over. Binnen de gemeente Oosterhout hebben we zowel op het dak van de Gemeentewerf als op het dak van de Brandweerkazerne een postcoderoosproject gestart (i.s.m. onze lokale coöperatie Oosterhout Nieuwe Energie). Uiteindelijk zijn beide postcoderoosprojecten niet doorgegaan als gevolg van te weinig deelnemers. Op de Gemeentewerf is uiteindelijk met Zonnepanelendelen wel participatie gerealiseerd. Dit is echter een landelijk opererende organisatie, zodat participatie niet per definitie lokaal is. b.

Waarom biedt alleen de gemeente met zijn grond de mogelijkheid voor participatie aan? Is hier met Shell ook over gesproken? Wat waren de uitkomsten hiervan? Is het nog mogelijk dat dit aangepast wordt (ook gelet op de 50% uit het Klimaatakkoord). Antwoord: Zie ook het antwoord op vraag a. Het gaat in de uitwerking van een postcoderoosproject om de technische mogelijkheden en juridische beperkingen van de subsidieregeling. Daarnaast is het lokaal eigenaarschap van 50% uit het Klimaatakkoord een streven. Dit wordt door heel Nederland met maatwerk per project ingevuld. Belangrijk is om hierbij onderscheid te maken tussen daadwerkelijk eigenaar zijn van (een deel van) het zonnepark en de invulling van lokaal eigenaarschap op andere manieren, zoals bijdragen aan een duurzaamheidsfonds of een postcoderoosproject. Lokaal eigenaarschap als daadwerkelijk eigenaar zijn van (een deel van) het zonnepark betekent dat een groep of corporatie zelf het park ontwikkelt en daarbij de (financiële)

risico’s op zich neemt. Onze energiecoöperatie ONE heeft altijd aangegeven zelf niet in de ontwikkeling van zonneparken te willen stappen. Dat zou de ultieme vorm van lokaal eigenaarschap zijn. Dan ontwikkelt de coöperatie mee en draagt dan ook een financieel risico. In dit grote project ontwikkelt Shell het zonnepark, doet de investeringen en draagt de (financiële) risico’s. In dit opzicht is het vergelijkbaar met een woningbouwproject. Het is dan niet realistisch te veronderstellen dat Shell 50% van het park om niet afstaat aan de omgeving om daarvan te profiteren. Dit gebeurt bij woningbouwprojecten ook niet. Dit kan businesscase technisch ook niet. Immers, de investering die moet worden terugverdiend bedraagt vele miljoenen. Er is gesproken over de mogelijkheid voor de omgeving om obligaties te kopen. Uit de omgevingsdialoog die is gevoerd door Shell bleek daar weinig tot geen interesse voor. Belangrijk argument was dat lang niet alle inwoners dan kunnen profiteren (niet iedereen heeft geld beschikbaar om te investeren of wil het hieraan besteden). Een bijdrage aan het duurzaamheidsfonds werd als een betere en eerlijkere optie gezien door de omgeving, omdat iedereen hier in gelijke mate en kansen van kan profiteren.

De invulling van het streven naar 50% lokaal eigenaarschap wordt daarom gevonden in andere manieren om de omgeving te betrekken (procesparticipatie) en te laten profiteren (financiële participatie). Onder meer de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds en het inschakelen van lokale ondernemers voor realisatie, beheer en onderhoud van het zonnepark.

Raadsvergadering d.d. 27 januari 2021 Raadsnota nummer ZN261134 Onderwerp: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen zonnepark A59 Vragen van fractie:

Naam raadslid: Ruben Jacobs

1. In de nota en tijdens de informatieavond is gepoogd uiteen te zetten wat de randvoorwaarden voor een verklaring van geen bedenkingen kunnen zijn. Anderzijds geeft dat ook kaders waardoor een verklaring van geen bedenkingen niet mogelijk zou zijn. Kunt u, voor de helderheid, uw definitie hiervan op papier zetten of de tekst van de genoemde wetgeving aanbieden? Antwoord: Een verklaring van geen bedenkingen kan alleen worden geweigerd als het belang dat het bevoegd gezag moet beschermen wordt geschaad. Als er wordt afgeweken van het bestemmingsplan (op basis van art. 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo) dan is het belang dat de gemeenteraad (in dat geval bevoegd gezag) beschermt een goede ruimtelijke ordening. Het college is bevoegd gezag voor het verstrekken van de omgevingsvergunning. Het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ bepaalt dus of een nieuw plan aanvaardbaar is en een verklaring van geen bedenkingen kan worden afgegeven door de gemeenteraad. In de wet is hiervoor geen definitie gegeven. In de praktijk is dit begrip uitgewerkt in een heleboel regels en nuances. In de kern komt het neer op de vraag of een (nieuwe) invulling van een gebied op basis van alle ruimtelijk relevante aspecten die op een locatie een rol spelen, ruimtelijk aanvaardbaar is. Alle belangen die hierbij een rol kunnen spelen moeten goed zijn meegewogen.

Voor dit project is in de ruimtelijke onderbouwing gemotiveerd waarom in dit geval, rekening houdende met alle ruimtelijk relevante aspecten sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 3.16 In het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6 Bro) is vastgelegd waaraan een toelichting van een bestemmingsplan in ieder geval moet voldoen. Voor een ruimtelijke onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan gelden dezelfde eisen. Bro, lid 1 Een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd: a. een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; b. een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; c. de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; d. de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; e. een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; f.

de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan.

2. a. Wat is de juridische status van het zonnepark? Wordt dit een eigen rechtspersoon? Antwoord: Het zonnepark wordt ontwikkeld door Shell New Energies BV, waar meerdere zonneparken en duurzaamheidsprojecten in Nederland onderdeel vanuit maken. Het zonnepark wordt geen zelfstandige rechtspersoon. b. Mocht de entiteit die het zonnepark beheert failliet gaan, de bedrijvigheid staken of overgenomen worden, wat gebeurt er dan met het zonnepark? Antwoord: Een faillissement achten we bij een beursgenoteerd bedrijf als Shell nagenoeg onmogelijk. In de anterieure overeenkomst die gesloten wordt tussen Shell en gemeente worden afspraken gemaakt over de directe aansprakelijkheid van de moedermaatschappij van Shell New Energies indien deze laatste om een of andere reden financieel in problemen geraakt. Bovendien kan de gemeente bij faillissement de overeenkomst met Shell New Energies BV ontbinden zonder rechterlijke tussenkomst. In BN/De Stem van 16 januari 2021 stond een artikel over het doorverkopen van zonneparken door projectontwikkelaars. In de anterieure overeenkomst wordt afgesproken dat het voor Shell New Energies niet mogelijk is het eigenaarschap van dit zonnepark zonder overleg met de gemeente over te dragen (verkopen). c.

Wie is in het geval van een faillissement (en geen interesse in overname) aan zet om het park te saneren en terug te brengen in de oorspronkelijke staat? Antwoord: De kans dat er geen interesse zal zijn in een dergelijk zonnepark achten wij nagenoeg nihil. De volgordelijkheid van deze verantwoordelijkheid ligt als eerste bij de eigenaar van het park, daarna de moedermaatschappij Shell, daarna bij de grondeigenaar en als laatste bij de gemeente. Ook is afgesproken dat Shell New Energies 5 jaar voor het aflopen van de vergunningperiode een reservering maakt om het park te saneren/ontmantelen. Hierbij moet worden opgemerkt dat bij zonneparkinvesteerders de aanname geldt dat de recyclewaarde van de elementen in het park (voornamelijk staal) de volledige kosten zullen dekken van de totale verwijdering van het park. 3. Zijn er tussentijdse opties waardoor de vergunning ingetrokken zou kunnen worden? Antwoord: Indien niet aan de vergunningvoorwaarden wordt voldaan of er niet tijdig wordt gestart met de bouw kan dit de uiterste consequentie zijn. 4.

In hoeverre ziet het college het risico dat het zonnepark eenmalig wordt aangelegd en daarna 25 jaar wordt geëxploiteerd met slechts het minimale onderhoud aan de technische installatie? Zijn er juridisch harde afspraken gemaakt voor beheer en onderhoud van het park als geheel tijdens de looptijd? Antwoord: In de anterieure overeenkomst die wordt gesloten tussen gemeente en Shell wordt geregeld dat een een beheer- en onderhoudsplan wordt opgesteld door Shell en voorgelegd aan de gemeente. Ook worden daarin afspraken gemaakt over het beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing van het park.

5. a. Eén van de, zoniet het meest voor de hand liggende gebied in de gemeente Oosterhout voor energieopwekking wordt in één keer volledig vergund met de huidige stand van de techniek. Welke risico’s ziet het college daarin? Antwoord: Het beleid van alle overheden (en ook in de RES) is erop gericht om nu aan de slag te gaan met de energietransitie om onze doelen in 2030 en 2050 te halen. Dat er door de tijd heen innovaties zijn is onderdeel van iedere transitie. Daarom wordt de vergunning ook slechts voor 25 jaar vergeven. Blijven wachten op innovaties voordat we aan de slag gaan is geen optie (zie ook Urgenda-uitspraak). b. is bijvoorbeeld een gefaseerde gunning besproken met initiatiefnemer en stakeholders (waaronder de provincie Noord-Brabant)? Wat zijn de uitkomsten hiervan? Antwoord: Shell heeft een vergunning aangevraagd voor het gehele gebied, voor 25 jaar. Dit project is onderdeel van het door de raad vastgestelde beleid om onze doelstellingen op het gebied van duurzame energie in 2030 te realiseren. Daarvoor is de capaciteit van het gehele zonnepark ook noodzakelijk. 6. a.

Is de totale energiepotentie (bijvoorbeeld ook in het opwekken van warmte) van het gebied verkend alvorens de keuze voor deze vorm van een PV-zonnepark? Antwoord: De gemeente Oosterhout heeft vastgesteld beleid op het gebied van de energietransitie in de Ambitienota Energietransitie 2030 en de Routekaart Energietransitie 2019-2023. Dit beleid is ook opgenomen in de regionale afspraken uit de RES. De capaciteit die we met dit voorgestelde zonnepark opwekken hebben we nodig om onze duurzame doelstellingen voor elektriciteitsproductie te bereiken. Voor wat betreft de warmtetransitie staan we als gemeente nog aan de vooravond. We hebben nog geen warmtetransitievisie. We weten dus ook nog niet hoe deze warmtetransitie vormgegeven moet gaan worden en wat daar exact voor nodig is. De eerste belangrijke stap die we daarom moeten nemen is het opstellen van onze warmtetransitievisie. b. is de huidige keuze PV-panelen de meest efficiënte manier om dit gebied te gebruiken? Antwoord: Welke PV-panelen zullen worden gebruikt door Shell zal worden beslist bij de technische engeneering van het park. Deze vindt pas plaats na vergunningverlening en kort voor realisatie van het park. De op dat moment meest efficiente panelen zullen worden ingezet passend binnen de afgegeven omgevingsvergunning. Met de gekozen oost-west-opstelling wordt de meeste energie per hectare opgewekt.

Daarnaast worden maatregelen ter versterking van de biodiversiteit en de kwaliteitsverbetering van het landschap voorzien. Zodoende ontstaat een plan met een meervoudige maatschappelijke meerwaarde. c. Zijn de toegepaste panelen de efficiëntste panelen van dit moment? Antwoord: Welke PV-panelen zullen worden gebruikt door Shell zal worden beslist bij de technische engeneering van het park. Deze vindt pas plaats na vergunningverlening en kort voor realisatie van het park.

Uitgegaan wordt nu van panelen die gebruikmaken van mono-kristallijne silicium multibusbar technologie met een hoge efficiëntie. Naast de efficiëntie van een paneel, is ook een kosten-baten afweging aan de orde. Daarbij horen ook de andere componenten van een zonnepark, zoals omvormers en transformatoren. Tezamen wordt een installatie ontworpen, waarbij de kosten van de bouw en het vermogen om elektriciteit op te wekken worden afgewogen. e. Wat is het Watt-piek van de toegepaste panelen per m2? Antwoord: Dit is afhankelijk van de definitieve keuze voor het zonnepaneel door Shell. Uitgaande van het vermogen van 46,1 MWp en 37 hectare planoppervlak is het 125 watt-piek per m2. Echter niet de volledige 36 hectare wordt volgelegd met zonnepanelen. Ongeveer 37% van de oppervlakte heeft een andere bestemming in de vorm van natuur/groen. Dan is sprake van ca 200 Wattpiek per m2 productiegebied. In het huidige ontwerp zijn 470 Wp panelen opgenomen. Deze zijn 1,029 bij 2,182m. Dus dat is ~209Wp per m2 paneeloppervlakte. f.

Welke degradatie ondergaan de panelen in percentage per jaar en/of gedurende de looptijd?

Antwoord: De fabrikant garandeert, volgens Shell, dat de jaarlijkse degradatie maximaal 0.6% is gedurende 25 jaar. Shell verwacht dat deze overigens lager uitvalt. 7. Wat is de opbrengst van het zonnepark in TJ en hoe staat dit in verhouding tot de 4.128 TJ die in 2050 duurzaam opgewekt moet worden volgens het ambitiedocument? Antwoord: In het ambitiedocument 2030 staat 4.128 TJ als taakstelling voor duurzaam opgewekte energie. Daarbij wordt energie voor elektriciteit (stroom), verwarming (gas) en vervoer (benzine, diesel, lpg) samen opgeteld met dezelfde eenheid TJ. Het aandeel duurzame elektriciteit daarvan is ongeveer 20%, ruim 800 TJ. De omrekenfactor is 1 GWh = 3,6 TJ. Het zonnepark produceert op jaarbasis 46 GWh, dus 166 TJ. Het zonnepark draagt dus ca. 20% bij aan de duurzame electriciteitsvoorziening en ca. 4% aan de duurzame energievoorziening. 8. Op hoeveel jaar is de minimale terugverdientijd geschat en in hoeverre laat dit ruimte voor tussentijdse aanpassingen/updates/verbeteringen? Antwoord: Dit is commercieel vertrouwelijke informatie, maar de terugverdientijd van de investering in het zonnepark is langer dan de lengte van de termijn waarover SDE-subsidie wordt verleend. De SDE+-subsidie wordt voor 15 jaar verleend. Shell zal de investering in het zonnepark dus pas na meer dan 15 jaar hebben terugverdiend. De vergunning heeft een looptijd van 25 jaar.

Voor de vergunningperiode 16-25 jaar ontvangt Shell dus geen subsidie meer en zijn inkomsten uit het zonnepark afhankelijk van dan geldende marktpijzen voor elektriciteit. De verwachting is dat de elektriciteitsprijzen verder gaan dalen komende jaren. Of het realistisch is om tussentijdse updates of verbeteringen aan te brengen is aan de eigenaar van het zonnepark. Deze zal een afweging moeten maken of een investering die

daarmee gepaard gaat opweegt tegen de opbrengsten die daarmee (extra) gegenereerd worden. De tijdelijkheid van de vergunning voor 25 jaar biedt de initiatiefnemer de kans om het zonnepark terug te verdienen met een redelijke winstmarge daarbij. In BN/De Stem van 16 januari 2021 stond een artikel over zonneparken waarin werd gesproken over rendementen van 15 tot 20% bij zonneparken. Dit is in tegenspraak met de wetenschappelijke onderzoeken die het PBL hiernaar heeft uitgevoerd. Uit onderzoek van het PBL blijkt dat 15% rendement geldt voor hoog risico projecten, zoals CO2-opslag. Daar is geen sprake van bij zonneparken. Voor zon-PV wordt uitgegaan van 9%, waaruit blijkt dat deze vorm de minste risico’s met zich meebrengt. Voor ondernemers is dit relatief gezien een laag rendement. In bijgaand rapport staan de basis uitgangspunten en berekeningen om de SDE-bedragen vast te stellen. https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2020-eindadviesbasisbedragen-sde-plus-plus-2020_3526_27-02-2020.pdf 9. Is in de overeenkomst met de initiatiefnemer opgenomen dat updates aan de systemen moeten worden uitgevoerd als deze op enig moment, in relatie tot de dan actuele technische ontwikkelingen, inferieur zijn geworden? Antwoord: Het is in het belang van Shell om de productielocatie zo goed mogelijk te laten functioneren.

Gedurende de 25 jaar vindt daarom onderhoud plaats aan het park. Als de eigenaar van mening is dat systemen minder functioneren en dus vervangen moeten worden, is dat een bedrijfseconomische afweging van de eigenaar. 10. a. Is het college bekend dat tenminste één maar mogelijk ook andere producten van PV-panelen cradle-to-cradle zijn gecertificeerd? Antwoord: Het is bekend dat minimaal 1 Chinese en 1 Amerikaanse producent een craddle to cradlle certificaat bezitten. Daarbij zijn een aantal typen PV-panelen gecertificeerd. b. Zijn over de recycling van de zonnepanelen afspraken gemaakt/voorwaarden opgenomen? Bijvoorbeeld op het gebied van cradle-to-cradle certificering? Antwoord: Alle elektronische componenten vallen onder de WEEE-wetgeving. Daarnaast worden producten gebruikt die lid zijn van PV-cycle. PV-Cycle is een Europese non-profit organisatie die gespecialiseerd is in de recycling van zonnepanelen, batterijen en omvormers. Producenten betalen, afhankelijk van hun productie, lidmaatschapsgeld aan PV cycle. Hierdoor kan PV-Cycle deze panelen volgens de Europese richtlijnen weer recyclen. 11. a. Hoeveel ruimte is er op dit moment in onze regio voor zon-op-dak reserveringen? Antwoord: De RES-regio West-Brabant, bestaande uit 16 gemeenten, heeft 3 soorten zon-op-dak projecten: reeds aangelegd, harde pijplijn en in voorbereiding.

Het productievermogen van alle gemeente samen is 95 MWp gerealiseerd, 176 MWp harde pijplijn en 467 MWp in voorbereiding. Er wordt onderscheid gemaakt in 2 soorten reserveringen: is er een SDEbeschikking van RVO en is er een DOL-aansluiting (Duurzaam op Land) van Enexis. Voor beide soorten geldt dat er wel een beschikking kan zijn, maar dat realisatie nog moet komen of helemaal niet komt. Daarom wordt er standaard uitgegaan van een slagingspercentage van 50% van de beschikkingen. De praktijk leert dat bedrijven, ook na toekenning van

subsidie, alsnog afhaken. Bijvoorbeeld als gevolg van problemen met dakconstructie of andere investeringsbeslissingen. b. zijn er in onze regio projecten voor zon op dak verdrongen door de reservering van dit zonnepark? Antwoord: Tot op heden is er nog geen sprake van verdringing en is er nog voldoende ruimte op het net. De aansluiting van Shell (en overigens ook Eneco voor wind) is gereserveerd en als zodanig in de DOL-lijst van netbeheerder Enexis opgenomen. Maar ook dan kunnen alle zon op bedrijfsdaken voornemens uit de RES worden uitgevoerd. c. Hoeveel ruimte wordt er gemiddeld per jaar gereserveerd voor zon op dak? Is deze ontwikkeling stijgende of dalende? Antwoord: In de gemeente Oosterhout wordt jaarlijks door diverse bedrijven een succesvolle SDEaanvraag gedaan. Tussen 2008 en 2016 is 1,9 GWh productie toegekend en geplaatst. In 2017 is 13,9 GWh toegekend, in 2018 10,8 GWh, in 2019 19,8 GWh en in 2020, de voorjaarsronde, 17,8 GWh. Totaal is tot nu toe 64,2 GWh toegekend. Uitgangspunt is dat daarvan 50% wordt gerealiseerd, 32,1 GWh. Bedrijven hebben maximaal 4 jaar de tijd om daadwerkelijk te realiseren. De doelstelling van 54 GWh zon op dak geplaatst in 2030 lijkt haalbaar. d. Is er voldoende ruimte op het net voor zon-op-dak op bijvoorbeeld Everdenberg Oost? In welke mate is er het risico dat het zonnepark A59 toekomstige zon-op-dak projecten in onze regio verdringt.

Antwoord: Op dit moment is er nog voldoende ruimte op het net om bedrijven op het nieuwe Everdenberg-Oost aan te sluiten (en ook in de rest van Oosterhout). In de RES-regio werken we samen om de energietransitie zo goed mogelijk te laten verlopen. Enexis wordt hier als netbeheerder uiteraard goed bij betrokken. Zodat tijdig zichtbaar wordt wanneer knelpunten op het net ontstaan en maatregelen of aanpassing van het net noodzakelijk is. 12. Paragraaf 4.3.1. kent een opsomming met 3 punten. Hoe past per punt deze ontwikkeling concreet in de 3 genoemde punten? Antwoord: Hier wordt gedoeld op de strategische lijnen uit de Energieagenda 2019 – 2030: 1) mobiliseren van de samenleving, 2) selectief en slim stimuleren van koplopers, en 3) slim integraal combineren. Aan de hand van deze drie strategische lijnen kan richting/invulling worden gegeven aan de vijf transitiepaden waarmee de provincie de energietransitie realiseert. Eén van deze vijf transitiepaden is ‘Elektriciteit’. Onder het transitiepad Elektriciteit wordt de transitie naar een CO2-vrij elektriciteitssysteem met duurzame opwekkingsmethoden van elektriciteit gerekend. De doelstelling is de CO2-reductie mogelijk te maken door onder andere het aanbod van duurzame energie te vergroten, tot 88 PetaJoule uit zonne- en windenergie in 2030.

Gelet op een aanbod van 6 PetaJoule in 2016, dienen grote stappen te worden gezet om dit te realiseren. Grootschalige opwek van duurzame energie is daarbij onmisbaar. Voor de strategische lijnen geldt dat ze richting geven aan de verschillende transititepaden voor de realisatie van energietransitie als geheel. Daarbij dient te worden opgemerkt dat

deze lijnen niet altijd direct toepasbaar kunnen zijn op solitaire ontwikkelingen, maar dienen te worden beschouwd aan de hand van het transitiepad Elektriciteit als geheel. Alle ontwikkelingen en initiatieven tezamen, klein en groot, vanuit de maatschappij, bedrijvigheid én de overheid, geven met elkaar invulling aan de drie strategische lijnen. 13. In hoeverre past deze al jaren lopende ontwikkeling in de relatief recentere wens van Provinciale Staten en de gemeenteraad om zo min mogelijk (agrarische) grond te gebruiken voor zonneweides? Antwoord: De wens voor het zo min mogelijk gebruik van (agrarische) grond voor zonneweiden is door de gemeente Oosterhout al toegepast bij de ontwikkeling van de Ambitienota Energietransitie 2030 en de Routekaart Energietransitie 2019-2023. De gemeenteraad heeft bij de behandeling daarvan expliciet gevraagd om agrarische grond te ontzien en om versnippering van zonneparken te voorkomen. Juist daarom zijn in het vastgestelde duurzaamheidsbeleid van de gemeente slechts 2 locaties opgenomen voor een zonnepark op agrarische gronden, te weten deze en aan de Bavelse Berg (Akkerweg) in Dorst. Zoals uw raad bekend is, halen we onze doelstellingen niet met alleen zon op (bedrijfs)daken. Het blijft noodzakelijk om enkele grootschalige opweklocaties te ontwikkelen met wind en/of zonnenergie.

Het Energiepark A59 waarvan dit zonnepark een onderdeel is draagt in grote mate bij aan de realisatie van onze doelstellingen voor 2030. Wanneer we, naast zon op bedrijfsdaken, het Energiepark A59 en het zonnepark aan de Bavelse Berg (Akkerweg) te Dorst realiseren, hebben we onze doelstellingen voor duurzame energie binnen handbereik. 14. a. Is het college bekend met het bestaan van PVT-panelen? Te weten PV-panelen met tevens een thermische component? Antwoord: Het is het college bekend dat deze panelen bestaan. Deze panelen worden veelal toegepast voor de directe verwarming (en electriciteitsvoorziening) van één of enkele gebouwen en wordt nog niet toegepast op heel grote schaal zoals bij het Energiepark A59 (waarbij er ook geen directe levering aan gebouw(en) is). b. Is het college bekend met het feit dat deze panelen op dezelfde oppervlakte elektriciteit en warmte kunnen opwekken? Antwoord: Het is bekend dat de panelen energie en warmte kunnen opwekken. Echter de toepassing van dergelijke panelen bestaat op dit moment voornamelijk zo niet uitsluitend direct verbonden aan een of enkele gebouwen. Toepassing van pvt-panelen in een zonneweide en op een schaal vergelijkbaar aan dit projectgebied is ons niet bekend. In dit geval zou de warmte niet direct aan gebouwen geleverd worden, maar aan het warmtenet.

Deze toepassing (op deze schaal) en aansluiting daarvan op het warmtenet bestaat nog niet. c. Is het college ermee bekend dat deze panelen in combinatie met een warmtepomp op efficiënte wijze factor 3 tot 5 aan duurzame thermische energie kunnen opwekken t.o.v. enkel elektrische energie uit de PV-panelen? Antwoord: Het is juist dat een warmtepomp een CoP kan halen van 3-5, hetgeen betekent dat uit 1 KWh elektriciteit het equivalent van 3-5 kWh warmte kan worden opgewekt. Onder winterse omstandigheden kan de efficientie terugzakken naar 1 op 1. Juist dan is de meeste warmte

nodig. Als alle duurzame warmte opgewekt gaat worden met warmtepompen, zal het elektrisciteitsnet minimaal verdubbeld moeten worden in capaciteit, hetgeen onhaalbaar en onbetaalbaar is. 15. a. De gemeente Oosterhout heeft een opgave van 4.128 TJ aan duurzame energieopwekking in 2050, waaronder een groot gedeelte warmte. Wat is met betrekking tot de opwekking van warmte de huidige stand van zaken van de beleidskaders en praktijkgerichte uitwerking hiervan? Antwoord: Op dit moment is er nog geen vastgesteld beleid over de warmtetransitie in Oosterhout. Eind 2021 moet, conform de landelijke afspraken, de warmtetransitievisie per gemeente gereed zijn. De gemeente Oosterhout werkt hier op dit moment aan. In het najaar van 2020 is de raad hierover reeds geinformeerd. Ook komende maanden zal de raad hierbij worden betrokken. b. Is er al zicht op welke bronnen hiervoor binnen de gemeente concreet aanwezig zijn en in welke mate zij aanwezig zijn? Antwoord: Tijdens de raadsinformatiesessie in het najaar van 2020 is de raad geinformeerd over de beschikbare bronnen. Dit zijn onder meer het Amernet, aquathermie uit het (Wilhelmina)kanaal en een geothermiebron. Daarnaast is er uiteraard de keuze om huizen all-electric te verwarmen. c.

Als het college hiervoor aanvullende energieparken/locaties op het oog heeft, wat is dan globaal het ruimtebeslag van deze locaties? Antwoord: Het college heeft hier op dit moment nog geen locaties op het oog. Zij gaat eerst de warmtevisie opstellen, zodat een afgewogen beleidskeuze uit de verschillende mogelijkheden kan worden gemaakt zoals dat ook gedaan is bij de energietransitie visie. Duurzame productiebronnen zoals geothermie en aquathermie vergen nauwelijks openbaar ruimtebeslag, gedacht moet worden aan de oppervlakte van 1 of 2 garageboxen per wijk of buurt. d. in hoeverre en in welke mate blokkeert het nu vergunnen van dit energiepark toekomstige mogelijkheden tot opwekking van additionele duurzame (thermische) energie? Antwoord: Er is geen sprake van een blokkade. Allereerst omdat de warmtetransitie en energietransitie weliswaar complementair zijn aan elkaar, maar ook eigen doelen en oplossingen kennen. Daarnaast is dit zonnepark tijdelijk. Het zonnepark is een belangrijk onderdeel van het realiseren van onze doelen voor 2030. Maar daarmee zijn we pas op de helft voor wat betreft de duurzame elektriciteitsvoorziening. Het is belangrijk om in het oog te houden dat over 25 jaar ook de duurzaam opgewekte energie van dit zonnepark dus op een andere wijze/locatie duurzaam geproduceerd moet gaan worden.

Dit staat nog los van de doelstelling om in 2050 100% duurzam geproduceerde elektriciteitsproductie te hebben en in een duurzame vorm van warmte te voorzien (en daarmee van het gas af te zijn).

e. In de Factsheet energie Oosterhout wordt de toekomstige warmtebehoefte deels ingevuld door zonnecollectoren. Is het college van mening dat dit zou passen binnen een zonnepark?

Antwoord: Zonnecollectoren worden doorgaans ingezet om tapwater van 70 graden te produceren voor douchen en wassen. Dit is 10% van de warmtebehoefte van een woning. Dit zonnepark wordt aangelegd om onze doelstellingen voor 2030 op het gebied van duurzame elektriciteitopwekking te realiseren. Deze energie kan uiteraard gebruikt worden bij de warmtevoorziening van Oosterhout (bijvoorbeeld bij all electric oplossingen). Dan zijn wel extra zonneweides nodig voor deze extra elektriciteitsvraag. De warmtetransitievisie voor Oosterhout wordt dit jaar opgesteld. Daarin zal ook helder worden op welke wijze Oosterhout invulling aan de doelstelling geeft om van het aardgas af te komen. Andere bronnen, zoals aquathermie en geothermie in combinatie met (uitbreiding van) het warmtenet lijken op dit moment kansrijker, betaalbaarder en beter toepasbaar om in de warmtebehoefte van Oosterhout te gaan voorzien. f. ‘Voor de opwekking van de benodigde energie, gaan we primair uit van het gebruik van onuitputtelijke energiebronnen zoals wind, zon voor elektriciteit en geothermie voor verwarming. Dat zijn de technieken die we nu kennen en die nu toegepast kunnen worden. In de toekomst wordt veel verwacht van mogelijke innovatieve alternatieven voor wind en zon. Het is nu dan ook nog niet te zeggen welke technieken we in 2050 gebruiken.

Wind en zon wordt dan ook toegepast voor een periode van maximaal 25 jaar. Na deze periode kan de windturbine of zonneweide worden afgebroken. Voor nu zijn wind en zon nog de enige alternatieven als het gaat om de opwek van duurzame hernieuwbare elektriciteit.’ Bovenstaande quote uit ‘Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 - Vol energie samenwerken aan de toekomst van Oosterhout’ mixt de opwekking van warmte en elektrische energie en noemt ook de mogelijke gevolgen van innovaties. In hoeverre zijn college en initiatiefnemer bereid om nu of op een later moment opwekking van additionele elektrische of thermische energie aan het plangebied toe te voegen? Zijn hiervoor voorwaarden opgenomen/onder welke voorwaarden is dit mogelijk? Antwoord: In de zoektocht naar duurzame warmtebronnen wordt in 1e instantie uitgegaan van aardwarmte (geothermie) en warmte uit water (aquathermie). Deze bronnen kunnen efficient de volumes leveren die nodig zijn voor verwarming van woningen en overige gebouwen. Het bovengrondse ruimtegebruik van deze technologien is minimaal, zeker in vergelijking met zonthermie. Met Shell wordt ongeveer 2 jaar gewerkt aan dit zonnepark. Het beleid van de gemeente (o.a. neergelegd in de routekaart Energietransitie, de ambitienota Energietransitie 2030, de RES en het coalitieakkoord).

Met de raad is diverse malen over dit project en over het gemeentelijk beleid aangaande de energietransitie gesproken. Onderdeel van dit vastgestelde duurzaamheidsbeleid is het realiseren van een Energiepark in de combinatie van zon en wind (dat op zichzelf komt al niet veel voor). De samenleving mag erop vertrouwen dat de overheid zijn voorgenomen beleid uitvoert. De inititiatiefnemer en ontwikkelaar heeft op basis van dit beleid zijn project vormgegeven en

hierin geinvesteerd. Vorig jaar heeft de inspraakprocedure plaatsgevongen over het Energiepark A59 (wind en zon). Tegen het zonnepark zijn relatief weinig bezwaren geuit. Om die reden heeft het college van B&W per brief aan Shell laten weten dat er geen redenen waren om aanpassing van het voorgestelde project te verlangen. Shell kon dus door kon met het indienen van de omgevingsvergunningaanvraag. De vergunningaanvraag is dan ook beperkt tot de aanleg van dit zonnepark, met als dubbelfunctie natuur. Het beleid van alle overheden (en ook de RES) is erop gericht om nu aan de slag te gaan met de energietransitie om onze doelen in 2030 en 2050 te halen. Dat er door de tijd heen innovaties zijn is onderdeel van ieder beleid. Daarom wordt de vergunning ook slechts voor 25 jaar vergeven. Blijven wachten op innovaties voordat we aan de slag gaan is geen optie (zie ook Urgenda-uitspraak). Overigens maakt Wethouders Willemsen binnen de RES deel uit van de ‘Werkgroep Innovaties’ en volgt dus de innovaties en kansen voor Oosterhout op de voet. In tegenstelling tot bijvoorbeeld woningbouw is het grote voordeel juist dat de vergunning slechts tijdelijk (25 jaar) is. Dus tegen die tijd van afloop van de vergunning zullen we de duurzaam opgewekte energie met dit zonnepark weer op een andere wijze moeten gaan opwekken.

Niet vergeten moet worden dat dit park een belangrijke bijdrage levert aan het realiseren van de doelstellingen tm 2030, maar daarmee zijn we pas op de helft van de energietransitie. Innovaties zullen dus op grote schaal nog toegepast moeten en kunnen worden. Maar zoals eerder gesteld, blijven wachten daarop is geen optie willen we de doelen voor 2030 te bereiken. De gemeente Oosterhout heeft vastgesteld beleid op het gebied van de energietransitie. Dit beleid is tevens opgenomen in de regionale afspraken uit de RES. De capaciteit die we met dit voorgestelde zonnepark opwekken hebben we nodig om onze duurzame doelstellingen te bereiken. Voor wat betreft de warmtetransitie staan we als gemeente nog aan de vooravond. We hebben nog geen warmtetransitievisie. We weten dus ook nog niet hoe deze warmtetransitie vormgegeven moet gaan worden. PVT-panelen toepassen op dit project zou vanuit dat oogpunt mogelijk een desinvestering kunnen betekenen. De eerste belangrijke stap die we daarom moeten nemen is het opstellen van onze warmtetransitievisie. Daarin zal PVT zeker een plek krijgen. Vanuit bedrijfseconomisch opzicht is het niet realistisch om van een projectontwikkelaar te eisen een grote investering (vele miljoenen euro’s) te doen met als voorwaarde dat hij tijdens de looptijd (en dus terugverdientijd) van deze investering nogmaals zal moeten gaan investeren.

Ook zonder dat enig zicht is op de hoogte van deze vervolginvestering(en). Zoals bekend zijn de businesscases voor zonneparken in hoge mate afhankelijk van de rijkssubsidies. Extra investeringen vragen zorgt ervoor dat het project financieel onhaalbaar wordt (zie ook de beantwoording van de vraag over de terugverdientijd). Shell heeft een omgevingsvergunning gevraagd voor een park met pv-panelen. De omgevingsvergunning wordt verstrekt op basis van het ruimtelijk plan dat is ingediend. Het additioneel realiseren van andersoortige elektrische of thermische energie binnen dit plangebied, vormt een ander soort ontwikkeling, met wederom eigen systemen, kenmerken en bijbehorende randvoorwaarden en belemmeringen. Andere innovaties (niet zijnde PVTpanelen) vergen wellicht weer andere ruimtelijke eisen. Dit kunnen we nu niet voorzien en dus onmogelijk regelen in de vergunning. Met onduidelijke vergunningsvoorwaarden lopen we daarnaast het risico dat deze worden aangevochten door de omgeving en de vergunning zelfs vernietigd wordt. Door het stellen van voorwaarden, bijvoorbeeld voor toepassing thermische energie, vragen we Shell eigenlijk om een totaal ander/nieuw project met een onbekende uitkomst. De

techniek van PVT-panelen staat nog in de kinderschoenen en wordt nu alleen maar toegepast wanneer warmte rechtstreeks kan worden geleverd aan een gebouw(en) in nabijheid (bron is gekoppeld aan gebruik). De PVT-projecten die nu bestaan zijn kleinschalig en onvergelijkbaar met dit project. Het cijfermatig door vertalen van dergelijke kleinschalige projecten naar deze specifieke locatie/dit project is zowel technisch als financieel te kort door de bocht. Zo valt de ontwikkeling van PVT in een ander subsidieregime en moeten er hoge kosten gemaakt worden voor aansluiting op het warmtenet (mits Ennatuurlijk mee wil werken). Ontwikkelen van een PVT-veld met aansluiting op het bestaande Amernet is complex. Daarbij zijn uitvoering-technische, juridische, financiële en exploitatie technische aspecten van belang. Dit kunnen we niet van een projectontwikkelaar verlangen. We zijn graag bereid om innovaties binnen de gemeente Oosterhout toe te passen en door te ontwikkelen. Zo zouden we kunnen onderzoeken of we het zwembad de Warande met PVT-panelen (bijvoorbeeld als overkapping van de parkeerplaats) van warmte kunnen voorzien. Ook onderzoeken we de mogelijkheid voor het toepassen van aquathermie als warmtebron binnen de gemeente. Wij staan ook zeker open voor nieuwe innovaties en innovatieve projecten.

Het onvoorwaardelijk van toepassing verklaren van innovaties als voorwaarde aan vergunningverlening van Shell is wat ons betreft echter geen optie en niet reëel om te vragen van een projectontwikkelaar. 16. Is met Ennatuurlijk als exploitant van het pal langs het plangebied gelegen Amernet gesproken over de thermische potentie van het plangebied? Wat zijn de uitkomsten hiervan? Antwoord: In het kader van de studie naar de toekomst van het Amernet is gesproken over duurzame warmtebronnen. Duidelijk is dat de stook met biomassa een tussenoplossing is. Gebruik van de restwarmte van de industrie (bijv. Moerdijk) en geothermie, al dan niet gecombineerd met aquathermie, worden als kansrijke opvolgers gezien om de basislast voor verwarming te verzorgen. De thermisch potentie van het gebied kan zowel aquathermie (de Amertak) als geothermie (de diepe ondergrond tussen 1-2 kilometer) zijn. Als deze technieken over 10-15 jaar inzetbaar zijn, vormt het plangebied Energiepark A59 geen belemmering. 17. a. Welke opties voor dubbelgebruik zijn onderzocht? Antwoord: Zoals in de toelichting op het voorliggende raadsbesluit is vermeld zijn naast natuur/biodiversiteit en de combinatie met windenergie)) diverse vormen van dubbelgebruik overwogen (waterbergingsgebied, telen van gewassen). Ook is al eerder aan Shell gevraagd naar de mogelijkheid van het toepassen van PVT-panelen.

Om diverse redenen (technisch, juridisch, financieel of een combinatie daarvan) zijn deze functies als dubbelgebruik niet toepasbaar gebleken. b. Hoe zijn deze opties gewogen? Antwoord: Hierbij hebben financiele, technische en juridische argumenten een rol gespeeld. c. Is bij deze opties meegewogen dat deze opties ook een meerwaarde/rendement kunnen hebben/dezelfde grond zorgvuldiger gebruiken? Antwoord:

Dit is zeker meegewogen. Echter, de meerwaarde/het rendement dat van dergelijke functies verwacht mag worden weegt niet op tegen de nadelen en/of kosten die deze functies met zich meebrengen. De ontwikkeling van natuur en versterking van de biodiversiteit laat wel positieve baten zien. 18. Circa ⅓ van het gebied blijft onbebouwd. Het lijkt erop dat juist dit gebied voor een verbetering van de biodiversiteit zorgt. a. Is er dan wel sprake van dubbelgebruik? Antwoord: Het dubbelgebruik van het plangebied is niet beperkt tot de 37% van het gebied dan onbebouwd is. De ontwikkeling van de biodiversiteit vindt ook plaats onder de zonnepanelen, onder meer door gebruik van specifiek kruidenrijk grasmengels en het plaatsen van het hout afkomstig uit te kappen bomen onder een deel van de zonnepanelen van het park. Dit zorgt ook weer voor nieuw en ander bodemleven. Uit onderzoek (Naturalis) blijkt dat een dergelijke invulling een positief effect heeft op de biodiversiteit, zowel naast als onder de zonnepanelen. b. als eenzelfde deel van de huidige agrarische functie voor dit deel wordt ingezet, is dan niet sprake van eenzelfde winst wat biodiversiteit betreft? Antwoord: Zoals aangegeven wordt het hele gebied ingezet voor de ontwikkeling en versterking van de biodiversiteit.

Dus om eenzelfde winst in biodiversiteit te krijgen zou een geheel andere vorm van landbouw toegepast moeten worden ten opzichte van het huidige gebruik. Op basis van onderzoek door Naturalis blijkt dit niet het geval te zijn. c. Had het college dubbelgebruik in de vorm van het verbeteren van de biodiversiteit ook als dubbelgebruik geaccepteerd als het geen agrarische percelen zou bedragen? Antwoord: De invulling van dubbelgebruik is onder meer afhankelijk van de locatie, stand van zaken in innovaties, juridische en financiele (on)mogelijkheden. In principe is de verbetering van de biodiversiteit een goede en algemeen gebruikte vorm van dubbelgebruik, welke aansluit bij de landelijke en gemeentelijke (natuur)doelen. En daarmee pasend binnen ons beleid. 19. De participatie in het plan van de Oosterhoutse samenleving is (zeer) beperkt. Het beperkt zich in feite zelfs tot de gronden die de gemeente zelf in bezit heeft. De rest wordt in zekere zin financieel afgekocht.

Over welke andere vormen van participatie is nagedacht (bijvoorbeeld een coöperatie tussen de initiatiefnemer, de gemeente Oosterhout en burgers en/of bedrijven)? Antwoord: Belangrijk is om hierbij onderscheid te maken tussen daadwerkelijk eigenaar zijn van (een deel van) het zonnepark en de invulling van lokaal eigenaarschap (participatie) op andere manieren, zoals bijdragen aan een duurzaamheidsfonds of een postcoderoosproject. Lokaal eigenaarschap als daadwerkelijk eigenaar zijn van (een deel van) het zonnepark betekent dat men zelf het park ontwikkelt en daarbij de (financiële) risico’s op zich neemt. Onze energiecoöperatie ONE heeft altijd aangegeven zelf niet in de ontwikkeling van zonneparken te willen stappen. In dit project ontwikkelt Shell het zonnepark, doet de investeringen en draagt de (financiële) risico’s. In dit opzicht is het vergelijkbaar met een woningbouwproject. Het is dan niet

realistisch te veronderstellen dat Shell 50% van het park om niet afstaat aan de omgeving om daarvan te profiteren. Er is gesproken over de mogelijkheid voor de omgeving om obligaties te kopen. Echter, uit de omgevingsdialoog die is gevoerd door Shell bleek daarin weinig tot geen interesse. Belangrijk argument was dat lang niet alle inwoners dan kunnen profiteren (niet iedereen heeft geld beschikbaar om hierin te investeren of wil zijn geld hieraan besteden). Het duurzaamheidsfonds werd als een betere optie gezien door de omgeving. De invulling van het streven naar 50% lokaal eigenaarschap wordt daarom gevonden in andere manieren om de omgeving te betrekken (procesparticipatie) en te laten profiteren (financiële participatie). Onder meer de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds en het inschakelen van lokale ondernemers voor realisatie, beheer en onderhoud van het zonnepark. 20. Welke oorzaken ziet het college voor de matige interesse in participatie vanuit de samenleving wat duurzame projecten betreft? Antwoord: Participatie in duurzaamheidsprojecten is er in vele vormen. Als het gaat om de invulling van het lokaal eigenaarschap is het (mee) realiseren van een zonnepark door een lokale energiecoorperatie de meeste pure vorm. Dit is niet eenvoudig en kost veel tijd. Lokale cooperaties zijn veelal bemensd met vrijwilligers.

De stap om dan een dergelijke risicovolle en complex prject te ontwikelen is daarvoor vaak te groot. Een andere (veel)voorkomende vorm van participatie is de financiele participatie, Dit is bijvoorbeeld de mogelijkheid om obligaties te kopen (investeren), een postcoderoosproject of een paneel op naam. Interesse hiervoor is vaak beperkt, omdat lang niet iedereen geld hiervoor beschikbaar heeft. De optie om dan zelf zonnepanelen te kopen op het eigen dak wordt dan ook eerder gekozen. Een duurzaamheidsfonds met middelen die ingezet worden voor de brede omgeving van een project wordt veelal door omwonenden ook geprefeeerd, omdat in principe iedereen in gelijke mate hiervan kan profiteren. 21. a. Is er contact geweest met de veiligheidsregio over zaken als brandgevaar en of er specifieke eisen zijn aan de indeling? Antwoord: Hierover heeft inderdaad afstemming plaatsgevonden met de Veiligheidsregio. b. zijn er positieve of negatieve effecten voor wat betreft de leveringszekerheid van elektriciteit in de regio door het toevoegen van dit energiepark? Antwoord: Doordat sprake is van zowel zon- als windenergie in het Energiepark A59 wordt een constante productie van duurzame elektriciteit nagenoeg gegarandeerd. Enexis heeft aangegeven ruimte te hebben op hun netwerk dus dit heeft verder geen invloed op het functioneren van het netwerk.

Positief voor Enexis is het zogenaamde cablepooling. Doordat zon en wind op één locate worden gerealiseerd hoeft er slechts eenmaal een kabel op het netwerkstation te worden aangesloten. Dit scheelt significant in kosten voor de netwerkbeheerder. Deze kosten worden normaal gesproken ook doorberekend aan de klanten (inwoners van oosterhout). Dus ook voor hen valt deze cable pooling financieel significant positief uit.

Raadsvergadering d.d. 27 januari 2021 Raadsnota nummer ZN261134 Onderwerp: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen zonnepark A59 Vragen van fractie:

Naam raadslid: Hannie Broekhoven

1. Wat gaat er met bos de Hillen gebeuren? Antwoord: Het bos de Hillen ligt buiten het plangebied en wordt dus niet door dit project geraakt. 2.

U verwijst naar een locatieonderzoek in 2018; graag ontvangen wij dit locatieonderzoek (pag 30) met belangenafweging?

Antwoord: Deze informatie is te vinden op de website van het energieparkA59: https://www.energieparka59.nl/toelichting-locatiekeuze/ 3. Is er met het realiseren van dit grote energiepark voldoende ruimte over op het net voor kleine ondernemers die middels zo’n op dak willen leveren? Antwoord: Daar is met netbeheerder Enexis afstemming over op gemeentelijk en regionaal niveau. Er is op dit moment voldoende ruimte voor het realiseren van zon op bedrijfsdaken. 4. Waarom is er met de bedenkingen van veel inwoners niets gedaan? Antwoord: De meeste zorgen of bezwaren uit inspraakreacties van de inwoners betroffen de windmolens. Voor het zonnepark waren de bedenkingen vooral gericht op de natuurontwikkeling. Er is in de ruimtelijke onderbouwing een uitgebreide toelichting gegeven over de wijze waarop de natuurwaarden in het gebied door dit project worden verhoogd. Deze maatregelen worden ook bij het zonnepark van Shell op Moerdijk toegepast. Hierbij is onder meer Naturalis en de Universiteit van Wageningen betrokken. Geinteresseerde bewoners en natuurorgansiaties zijn daarnaast betrokken in van de werkgroep biodiversiteit. Deze werkgroep werkt mee aan de detailinvulling van de landschappelijke inpassing. 5. Waarom wordt er gekozen voor de procedure Crisis- en Herstelwet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=be162ac6-2b74-4814-8a8a-57908e03ab51