CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS bijlage 2i BP Toelichting bijlage 6 Verkenned bodemonderzoek

Raadsvergadering 31 januari 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN1002594 bestemmingsplan “Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind) herziening 34 (Hespelaar 14)”20.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

100

zink (Zn)

mg/kg ds

22

51

-

140

200

720

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

190

500

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

chryseen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

mg/kg ds

0.35

< 0.35

-

1.5

6.8

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

mg/kg ds

0.005

< 0.024

-

0.02

0.04

0.5

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Toetsoordeel monster 7093760:

Pagina 2 van 3

Altijd toepasbaar

Pagina 3 van 3 Monsterreferentie

7093761

Monsteromschrijving

MM03-PFAS (0-60)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

10.0

10

Lutum

% (m/m ds)

25.0

25

89

89.0

@

Droogrest droge stof

%

Perfluorcarbonzuren perfluorbutaanzuur (PFBA)

µg/kg ds

0.3

0.3

@

perfluorpentaanzuur (PFPeA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorhexaanzuur (PFHxA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorheptaanzuur (PFHpA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluoroctaanzuur (PFOA) line

µg/kg ds

0.5

0.5

@

perfluoroctaanzuur (PFOA) ver

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluornonaanzuur (PFNA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluordecaanzuur (PFDeA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorundecaanzuur (PFUnD

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluordodecaanzuur (PFDoD

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluortridecaanzuur (PFTrDA

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluortetradecaanzuur (PFTe

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorhexadecaanzuur (PFHx

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluoroctadecaanzuur (PFOD

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorbutaansulfonzuur (PFB

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorpentaansulfonzuur (PF

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorhexaansulfonzuur (PF

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorheptaansulfonzuur(PF

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluoroctaansulfonzuur (PFO

µg/kg ds

0.3

0.3

@

perfluoroctaansulfonzuur (PFO

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluordecaansulfonzuur (PFD

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

Perfluorsulfonzuren

Perfluorverbindingen - precursors 4:2 fluortelomeer sulfonzuur (

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

6:2 fluortelomeer sulfonzuur (

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

8:2 fluortelomeer sulfonzuur (

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

10:2 fluortelomeer sulfonzuur

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

N-methylperfluoroctaansulfon

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

N-methylperfluoroctaansulfon

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

N-ethylperfluoroctaansulfona

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluoroctaansulfonamide (PF

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

8:2 polyfluoralkyl fosfaat diest

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

Perfluorverbindingen - overig

Perfluorverbindingen - sommaties som PFOA

µg/kg ds

0.6

0.57

@

som PFOS

µg/kg ds

0.4

0.37

@

Toetsoordeel monster 7093761: Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

Pagina 3 van 3

AW

WO

IND

Project

20210590-Hespelaar 14 te Den Hout

Certificaten

1322470

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.1.0

Toetsdatum: 14 maart 2022 15:54

Monsterreferentie

7093759

Monsteromschrijving

MM01 (0-60)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

2.6

10

Lutum

% (m/m ds)

2.4

25

%

88.5

88.5

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

27

100

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.23

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.1

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

9.3

19

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.07

0.10

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

26

40

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

4

11

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

40

92

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 94

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

0.08

0.08

anthraceen

mg/kg ds

0.11

0.11

fluoranteen

mg/kg ds

0.33

0.33

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0.09

0.09

chryseen

mg/kg ds

0.17

0.17

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0.12

0.12

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.08

0.08

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.08

0.08

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

0.07

0.07

mg/kg ds

1.2

1.2

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0027

mg/kg ds

0.005

< 0.019

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Pagina 1 van 3

Pagina 2 van 3 Monsterreferentie

7093760

Monsteromschrijving

MM02 (100-200)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

0.6

10

Lutum

% (m/m ds)

2.3

25

%

85.1

85.1

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

< 20

< 52

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.24

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.1

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

<5

< 7.2

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

< 10

< 11

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

6

17

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

22

51

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

chryseen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

mg/kg ds

0.35

< 0.35

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

mg/kg ds

0.005

< 0.024

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Pagina 2 van 3

Pagina 3 van 3 Monsterreferentie

7093761

Monsteromschrijving

MM03-PFAS (0-60)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

10.0

10

Lutum

% (m/m ds)

25.0

25

89

89.0

@

Droogrest droge stof

%

Perfluorcarbonzuren perfluorbutaanzuur (PFBA)

µg/kg ds

0.3

0.3

@

perfluorpentaanzuur (PFPeA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorhexaanzuur (PFHxA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorheptaanzuur (PFHpA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluoroctaanzuur (PFOA) line

µg/kg ds

0.5

0.5

@

perfluoroctaanzuur (PFOA) ver

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluornonaanzuur (PFNA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluordecaanzuur (PFDeA)

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorundecaanzuur (PFUnD

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluordodecaanzuur (PFDoD

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluortridecaanzuur (PFTrDA

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluortetradecaanzuur (PFTe

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorhexadecaanzuur (PFHx

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluoroctadecaanzuur (PFOD

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorbutaansulfonzuur (PFB

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorpentaansulfonzuur (PF

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorhexaansulfonzuur (PF

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluorheptaansulfonzuur(PF

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluoroctaansulfonzuur (PFO

µg/kg ds

0.3

0.3

@

perfluoroctaansulfonzuur (PFO

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluordecaansulfonzuur (PFD

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

Perfluorsulfonzuren

Perfluorverbindingen - precursors 4:2 fluortelomeer sulfonzuur (

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

6:2 fluortelomeer sulfonzuur (

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

8:2 fluortelomeer sulfonzuur (

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

10:2 fluortelomeer sulfonzuur

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

N-methylperfluoroctaansulfon

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

N-methylperfluoroctaansulfon

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

N-ethylperfluoroctaansulfona

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

perfluoroctaansulfonamide (PF

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

8:2 polyfluoralkyl fosfaat diest

µg/kg ds

< 0.1

0.07

@

Perfluorverbindingen - overig

Perfluorverbindingen - sommaties som PFOA

µg/kg ds

0.6

0.57

@

som PFOS

µg/kg ds

0.4

0.37

@

Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

N.B.

De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

Pagina 3 van 3

AW

T

I

Beoordeling Handelingskader PFAS 13 december 2021 toetsing door : Mevr. M.A. Beljaars‐Martens lokatie of partij : Hespelaar 14 te Den Hout laboratorium : Omegam kenmerk analysecertificaat : 1322470 datum analysecertificaat : 14‐3‐2022

Toepassing grond en baggerspecie op de bodem

PFOS

PFOA

PFAS

GenX

datum toetsing : 22‐3‐2022

Landbouw / natuur

1,4

1,9

1,4

1,4

projectnummer : 20210590

Wonen / Industrie

3,0

7,0

3,0

3,0

Toetsing aan beleid (landelijk of lokaal) : Landelijk

GBT en baggerspecie

3,0

7,0

3,0

3,0

Soort onderzoek (Indicatief of AP04) : Indicatief

Vrij toepasbaar in oppervlaktewater

1,1

0,8

0,8

0,8

Resultaat NEN of AP04 onderzoek (Aw, W, I) : AW Toetsing PFAS (28 of 38) : 28 In Rijkswater en in Niet vrijliggende diepe plas in open verbinding met een Rijkswater : Toepasbaar In oppervlaktewaterlichaam en in andere diepe plas : Toepasbaar Toets norm SOM PFOS (Linear+Vertakt) : Altijd toepasbaar

Toets norm PFOS individueel Linear : Aw

Toets norm SOM PFOA (Linear+Vertakt) : Altijd toepasbaar

Toets norm PFOS individueel Vertakt Aw :

Overige PFAS : Altijd toepasbaar

Toets norm PFOA individueel Linear : Aw

GenX : Niet onderzocht

Toets norm PFOA individueel Vertakt Aw :

Toepassing in grondwaterbeschermingsgebied : Niet Toepasbaar, tenzij gebiedskwaliteit verhoogde waarden toestaat Grootste verhouding meetwaarden:

1,0

Opmerkingen : Indien blijkt dat bij de individuele PFOS/PFOA toetsing aan de bepalingsgrens (0,1) wordt voldaan aan toepassing Landbouw/Natuur cq Aw dan geldt de toepassingsmogelijkheid van Landbouw/Natuur cq Aw en hoeft de som niet getoetst te worden. LET OP: Lokaal beleid kan afwijken van het landelijk beleid! Als één of meerdere PFAS gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen (7 µg/kg ds voor PFOA, 3 µg/kg ds voor PFOS, overige PFAS en GenX) , kan de partij niet meer ingedeeld worden in de kwaliteitsklasse en is deze Niet Toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden indien in het betreffende toepassingsgebied verhoogde Lokale Maximale Waarden (LMW) door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Indien toetsing op alleen monster 1 (indicatief) dan worden dezelfde waarden ook bij monster 2 ingevoerd. Parameters:

Analyse met detectie ‐en bodemcorrectie

Analyses invoeren: PFAS in µg/kg ds

verh. Meting

Bodemfunctieklasse L/N : Landbouw/Natuur W of I : Wonen of industrie

Monsters: 1

organische stof(% m/m ds) Perfluor‐n‐butaanzuur (PFBA) Perfluorpentaanzuur(PFPeA) Perfluor‐n‐hexaanzuur (PFHxA) Perfluor‐n‐heptaanzuur (PFHpa) Perfluor‐n‐octaanzuur (PFOA linear) PFOA vertakt Perfluor‐n‐nonaanzuur (PFNA) Perfluor‐n‐decaanzuur (PFDeA) Perfluorundecaanzuur (PFUnDA) Perfluordodecaanzuur (PFDoDA) Perfluortridecaanzuur (PFTrDA) Perfluortetradecaanzuur (PFTeDA) Perfluorohexadecaanzuur (PFHxDA) Perfluorooctadecaanzuur (PFODA) Perfluorbutaansulfonaat (PFBS) Perfluorpentaansulfonaat (PFPeS) Perfluorhexaansulfonaat (PFHxS) Perfluorheptaansulfonaat (PFHpS) Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS linear) PFOS vertakt Perfluordecaansulfonaat (PFDS) 4:2 Fluortelomeer sulfonzuur 6:2 Fluortelomeer sulfonzuur 8:2 Fluortelomeer sulfonzuur (8:2) 10:2 Fluortelomeer sulfonzuur N‐methyl perfluoroctaansulfonamide acetaat Perfluoroctaansulfonamide(N‐ethyl)acetaat (EtFOSAA) Perfluoroctaansulfonamide (PFOSA) N‐methyl perfluoroctaansulfonamide (MeFOSA) 8:2 Fluortelomeer fosfaat diester (8:2 diPAP) PFOA (som) analysewaarde lab PFOS (som) analysewaarde lab

< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <

automatisch waarde

waarde

2,6 0,3 0,1 0,1 0,1 0,5 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,3 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,6 0,4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

2,6 0,3 0,1 0,1 0,1 0,5 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,3 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,6 0,4 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

GenX Gemiddeld SOM PFOS (Linear+Vertakt) analysewaarde lab SOM PFOA (Linear+vertakt) analysewaarde lab

< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <

0

1

2

Toetswaarde

2,60 0,30 0,07 0,07 0,07 0,50 0,07 0,07 0,07

2,60 0,30 0,07 0,07 0,07 0,50 0,07 0,07 0,07

2,600 0,300 0,070 0,070 0,070 0,500 0,070 0,070 0,070

1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0

0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,30 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,60 0,40 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,30 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,07 0,60 0,40 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,300 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,070 0,600 0,400 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000 0,000

1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Toepassing in oppervlakte‐ water

Toepassing in Rijkswater

Toepassing in Grondwater‐ beschermings‐ gebied

Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar

Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar

Niet Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Niet Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar

Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar ‐

Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar ‐

Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Niet Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Niet Toepasbaar Niet Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar Toepasbaar ‐

NT : Niet toepasbaar PFOS

PFOA

PFAS overig Aw Aw Aw Aw

L/N L/N Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw L/N L/N Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw L/N L/N Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw Aw ‐

Klasse 0,400 0,600

L/N Aw

PFAS toepassingswaarden Grond en baggerspecie 13 december 2021 (µg/kg ds) (m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden) Toepassing grond en baggerspecie op de bodem PFOS PFOA GenX Overige PFAS (per individuele stof) Landbouw / natuur Landbouw/natuur bij Aw groter dan 1,4/1,9 en < lokale PFAS Wonen / Industrie

1,4 3,0 3,0

1,9 7,0 7,0

1,4 3,0 3,0

1,4 3,0 3,0

GBT en baggerspecie Toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden (of cf. gebiedskwaliteit) Toepassing grond en baggerspecie in oppervlaktewaterlichaam

3,0 0,1 PFOS

7,0 0,1 PFOA

3,0 3,0 0,1 0,1 GenX Overige PFAS (per individuele stof)

Vrij toepasbaar in oppervlaktewater Vrij toepasbaar in Rijkswater Niet vrijliggende diepe plas in open verbinding met een Rijkswater Andere diepe plassen

1,1 3,7 3,7 1,1

0,8 0,8 0,8 0,8

0,8 0,8 0,8 0,8

0,8 0,8 0,8 0,8

Opmerkingen : Op 15 juni 2020 is door Eurofins Analytico aangegeven dat de sommatie van PFOS en PFOA zoals door het lab gerapporteerd correct is en niet verifieerbaar voor derden. Zodoende dienen de labwaarden aangehouden te worden evt. met correctie organische stof. Per 13 december 2021 is Handelingskader PFAS van kracht geworden. Bosmilieuadvies BV is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in voorliggende toetsing. Op‐ en aanmerkingen graag doorgeven via onderstaande contactgegevens.

Datum Sheetversie Ontwerper

29 december 2021 3.6 info@bosmilieuadvies.nl www.bosmilieuadvies.nl © Bosmilieuadvies BV, 2021

Project

20210590-Hespelaar 14 te Den Hout

Certificaten

1326794

Toetsing

T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 2.1.0

Toetsdatum: 22 maart 2022 11:20

Monsterreferentie

7105510

Monsteromschrijving

03-1-1 (180-280)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Toetsoordeel

S

T

I

625

Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba)

µg/l

170

3.4 S

50

337.5

cadmium (Cd)

µg/l

0.34

-

0.4

3.2

6

kobalt (Co)

µg/l

9.3

-

20

60

100

koper (Cu)

µg/l

19

1.3 S

15

45

75

Kwik (Hg) (niet vluchtig)

µg/l

< 0.05

-

0.05

0.175

0.3

lood (Pb)

µg/l

<2

-

15

45

75

molybdeen (Mo)

µg/l

<2

-

5

152.5

300

nikkel (Ni)

µg/l

18

1.2 S

15

45

75

zink (Zn)

µg/l

230

3.5 S

65

432.5

800

µg/l

< 50

-

50

325

600

benzeen

µg/l

< 0.2

-

0.2

15.1

30

ethylbenzeen

µg/l

< 0.2

-

4

77

150

naftaleen

µg/l

< 0.02

-

0.01

35.005

70

o-xyleen

µg/l

< 0.1

styreen

µg/l

< 0.2

-

6

153

300

tolueen

µg/l

< 0.2

-

7

503.5

1000

xyleen (som m+p)

µg/l

< 0.2

µg/l

0.2

-

0.2

35.1

70

1,1,1-trichloorethaan

µg/l

< 0.1

-

0.01

150.005

300

1,1,2-trichloorethaan

µg/l

< 0.1

-

0.01

65.005

130

1,1-dichloorethaan

µg/l

< 0.2

-

7

453.5

900

1,1-dichlooretheen

µg/l

< 0.1

-

0.01

5.005

10

1,1-dichloorpropaan

µg/l

< 0.2

1,2-dichloorethaan

µg/l

< 0.2

-

7

203.5

400

1,2-dichloorpropaan

µg/l

< 0.2

1,3-dichloorpropaan

µg/l

< 0.2

cis-1,2-dichlooretheen

µg/l

< 0.1

dichloormethaan

µg/l

< 0.2

-

0.01

500.005

1000

monochlooretheen (vinylchlori

µg/l

< 0.2

-

0.01

2.505

5

tetrachlooretheen

µg/l

< 0.1

-

0.01

20.005

40

tetrachloormethaan

µg/l

< 0.1

-

0.01

5.005

10

trans-1,2-dichlooretheen

µg/l

< 0.1

trichlooretheen

µg/l

< 0.2

-

24

262

500

trichloormethaan

µg/l

< 0.2

-

6

203

400

som C+T dichlooretheen

µg/l

0.1

-

0.01

10.005

20

som dichloorpropanen

µg/l

0.4

-

0.8

40.4

80

< 0.2

@

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Vluchtige aromaten

Sommaties aromaten som xylenen

Vluchtige chlooralifaten

Sommaties

Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform

µg/l

Toetsoordeel monster 7105510:

Overschrijding Streefwaarde

Legenda @

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Streefwaarde

xS

x maal Streefwaarde

N.B.

De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

Pagina 1 van 1

630

Bijlage 6: Toelichting en achtergrond toetsingskader

In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op het toetsingskader dat gehanteerd wordt bij de beoordeling van de resultaten van uitgevoerd bodemonderzoek. Toetsingskader grond en grondwater In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 zijn interventiewaarden vastgelegd voor grond en streefwaarden en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling. De monsters zijn getoetst middels BoToVa, waarbij gebruik is gemaakt van de toetsingskaders T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). BoToVa corrigeert het ‘gemeten’ gehalte op basis van het lutum- en organische stof gehalte naar standaard bodem met 10% organische stof en 25% lutum. De gehalten worden vervolgens getoetst aan de normwaarden zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling. Bij de toetsing van de analyseresultaten worden drie toetsingsniveaus gebruikt: 1. Achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater): Voor de achtergrondwaarden gelden de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen ondiep (< 10 m) en diep (> 10 m) grondwater. 2. Tussenwaarden: De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. 3. Interventiewaarden: De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. Bij de bespreking van de resultaten wordt de volgende gradatie aangehouden:  Niet verontreinigd c.q. geen verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen in de grond liggen beneden de landelijke achtergrondwaarden danwel de concentraties aan verontreinigde stoffen in het grondwater liggen beneden de streefwaarden.

 Licht verontreinigd c.q. licht verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de landelijke achtergrondwaarden (of voor grondwater streefwaarden), maar beneden de tussenwaarden.  Matig verontreinigd c.q. matig verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de tussenwaarden, maar zijn kleiner dan de interventiewaarden.  Sterk verontreinigd c.q. sterk verhoogde gehalten: De gehalten aan verontreinigde stoffen liggen boven de interventiewaarden.

Toetsing rapportagegrenzen De normen waaraan getoetst wordt kunnen lager zijn dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze waarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Bij een resultaat ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een waarde ‘< een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (dit is hoger dan de vereiste rapportagegrens AS3000 dan dient de desbetreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normen. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de van toepassing zijnde norm worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ vermenigvuldigd met 0,7.

Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond, baggerspecie, bodem of bodem onder oppervlaktewater voldoet aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Indien een of meer individuele componenten het resultaat hebben ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’, of er een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normen uit de Regeling bodemkwaliteit. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens AS3000. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor een aantal, niet bij regulier bodemonderzoek gangbare stoffen, zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Een interventiewaarde ontbreekt. De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de status van de interventiewaarde en derhalve hier buiten beschouwing gelaten.

Geval van ernstige verontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Er kunnen gevallen zijn waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden en er toch sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Ook in het geval van verontreinigingen met stoffen waarvoor geen interventiewaarde is afgeleid kan sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Als de bodem op een locatie is verontreinigd, maar het betreft geen geval van ernstige verontreiniging, hoeft niet te worden bepaald of er met spoed dient te worden gesaneerd. Verbeteren van de bodemkwaliteit kan niet worden voorgeschreven op grond van de regels voor bodemsanering. Als een gemeente een gebiedskwaliteit heeft vastgesteld op grond van het Besluit bodemkwaliteit, dan kan de gemeente wel bevorderen dat bij bijvoorbeeld bouwactiviteiten de gebiedskwaliteit als uitgangspunt geldt. Als er grond moet worden toegepast kan dat ook verplicht worden gesteld. Het is echter niet zo dat bij niet ernstig verontreinigde grond een verplichting kan worden opgelegd op grond van de bodemregelgeving om de bodem schoner te maken.

Saneringscriterium Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Het saneringscriterium dient om vast te stellen of sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed dient te worden uitgevoerd. Wanneer sprake is van spoed, is het nemen van maatregelen verplicht. De werkwijze van het saneringscriterium geldt voor:  Een geval van ernstige verontreiniging.  Een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb (zorgplicht) van toepassing.  Huidige en voorgenomen gebruik.  Grond en grondwater.  Alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest heel specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld. Wanneer sanering niet met spoed hoeft plaats te vinden kan voor de aanpak van de verontreiniging worden aangesloten bij maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Deze saneringen vinden plaats op initiatief van de eigenaar of andere belanghebbende met het oog op gewenst gebruik van de bodem. Uiteindelijk moet het resultaat van de sanering zijn dat de locatie geschikt is voor het (toekomstig) gebruik.

Het saneringscriterium is een instrument voor het bevoegd gezag waarmee zij een (schuldig) eigenaar kan verplichten tot saneren binnen een gestelde termijn. Risico’s hebben een directe relatie met het gebruik van de bodem en daarmee met de functie. Als er aan het gebruik binnen de aanwezige of toekomstige functie onaanvaardbare risico’s zijn verbonden staat voorop dat maatregelen zo snel mogelijk moeten worden genomen. De risico’s die aanleiding kunnen zijn om met spoed te saneren worden verdeeld in: a) risico’s voor de mens, b) risico’s voor het ecosysteem en c) risico’s van verspreiding van verontreiniging. ad a) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie een situatie bestaat waarbij:  Chronische negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden.  Acute negatieve gezondheidseffecten kunnen optreden. Indien de aanwezigheid van bodemverontreiniging bij het huidig gebruik leidt tot aantoonbare hinder voor de mens (door o.a. huidirritatie en stank) dient eveneens met spoed te worden gesaneerd. ad b) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie:  De biodiversiteit kan worden aangetast (bescherming van soorten).  Kringloopfuncties kunnen worden verstoord (bescherming van processen).

 Bio-accumulatie en doorvergiftiging kan plaatsvinden. ad c) Er is sprake van onaanvaardbare risico’s van verspreiding van verontreiniging indien:  Het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd door de verspreiding van verontreiniging in het grondwater waardoor kwetsbare objecten hinder ondervinden.  Er sprake is van een onbeheersbare situatie, dat wil zeggen indien: 1. Er een drijflaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden. 2. Er een zaklaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden. 3. De verspreiding heeft geleid tot een grote grondwaterverontreiniging en de verspreiding nog steeds plaatsvindt.

Zorgplicht artikel 13 Wet bodembescherming Voor bodemverontreiniging veroorzaakt vanaf 1 januari 1987 geldt de zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming). Voor deze gevallen geldt dat degene die de in artikel 13 beschreven handelingen heeft verricht alle maatregelen moet nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd. Dat wil zeggen: zo spoedig mogelijk en zo volledig mogelijk de gevolgen beperken of ongedaan maken, ongeacht de aangetroffen gehalten en de risico’s van de verontreinigde stoffen. De bepaling ernst van de verontreiniging en spoed van de sanering spelen hier geen rol. Toetsingskader asbest In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de Regeling bodemkwaliteit is de interventiewaarde voor asbest in grond en waterbodem opgenomen. Hierin staat beschreven dat de interventiewaarde voor asbest in (water)bodem 100 mg/kg ds betreft (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). De restconcentratienorm voor toepassing en het hergebruik van alle asbest bevattende materialen (inclusief grond, baggerspecie en puingranulaat) is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen). Het resultaat van het verkennend onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707 is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond.

Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Hierbij worden twee toetsingsniveaus gebruikt: 1. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. Dit zijn de gehalten zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen ondiep (< 10 m) en diep (> 10 m) grondwater. 2. De tussenwaarde is in beginsel het concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek behoort te worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat. Voor grondwater is dit het gemiddelde van streef -en interventiewaarde en voor grond het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. 3. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.

Geval van ernstige verontreiniging en saneringscriterium In het ‘Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest’, dat is opgenomen als bijlage 3 bij de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, is geregeld wanneer er voor een bodemverontreiniging met asbest sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor een bodemverontreiniging met asbest is het volumecriterium voor het vaststellen van de ernst van het geval niet van toepassing. Op basis van het protocol asbest dient bij ernstige verontreiniging te worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest. Voor het toepassen van het ‘protocol asbest’ gelden de volgende uitgangspunten:  Het protocol heeft alleen betrekking op (water)bodem, grond en baggerspecie.  Het protocol is alleen van toepassing indien er sprake is van een bodemverontreiniging met asbest, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (concentratie serpentijn + 10 x concentratie amfibool). Opgemerkt wordt dat bij asbest in (water)bodem, grond en baggerspecie alleen over ‘verontreiniging’ wordt gesproken als de interventiewaarde wordt overschreden.

 Het protocol is alleen van toepassing op historische asbest verontreinigingen (die zijn voor 1993 ontstaan) in (water)bodem, grond en baggerspecie die niet op basis van de zorgplicht dienen te worden gesaneerd1;  Het protocol heeft betrekking op de huidige en toekomstige situatie. Op materialen met een lagere asbestconcentratie (100 mg/kg gewogen) worden de voorschriften van het Arbeidsomstandigheden Besluit en Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn.

1

Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging met asbest, die zijn ontstaan vanaf 1993, dienen (ongeacht het asbest gehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is, volledig te worden verwijderd. Volledig verwijderen betekent in het geval van asbest dat de verontreiniging tot de nul-waarde (detectiegrens) dient te worden verwijderd.

Schema Wettelijk kader en bevoegd gezag Voor asbest in/op bodem, grond of puin(granulaat), inclusief verhardingen

Asbest in/op bodem, grond of puin(granulaat): Welk wettelijk kader?

1. Stort asbesthoudende afvalstoffen buiten een inrichting (incl. wegen) ?

ja

Wet milieubeheer 10.2/gemeente of provincie

nee

2. Asbesthoudende weg, erfverharding

ja

Besluit Asbestwegen/Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)

nee

3. Asbesthoudende ondergrondse (bouw)werken?

ja

Asbestverwijderingsbesluit/gemeente

nee

4. Toepassen van asbesthoudende grond/puin(granulaat) in een werk (zijnde een bouwstof)?

ja

Productenbesluit asbest/Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)

ja

Productenbesluit asbest/Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)

nee

5. Handeling met een asbesthoudende product?

nee

6. Handeling met een asbesthoudende

ja

Wet milieubeheer (afval)/Provincie

afvalstroom? nee

7. Asbest verontreinigde bodem

ja

Wet bodembescherming/provincie, gemeente of waterkwaliteitsbeheerder

Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit met bijbehorende Regeling bevat het wettelijk kader voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem of in oppervlaktewater. Definitie grond en bagger Het Besluit hanteert voor grond en baggerspecie de volgende definities:  Grond is vast materiaal en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, met uitzondering van baggerspecie.  Baggerspecie is materiaal, dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Bodemvreemd materiaal Het Besluit stelt aanvullend dat een partij grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal mag bevatten. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om bijmengingen van bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie nadat het materiaal is afgegraven.

Toetsingskaders Het generieke kader is van toepassing op elk gebied waarvoor geen gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld. Uitgangspunt van het generieke kader voor landbodems is dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet aansluiten bij de functie die de bodem heeft. Ook mag de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem niet verslechteren. Naast de toetsingskaders voor gebiedsspecifiek en generiek beleid, kent het Besluit nog een andere categorie van toepassingen: grootschalige toepassingen. Bij deze categorieën hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Wél moet worden voldaan aan de kwaliteitseisen en randvoorwaarden die het Besluit stelt aan deze toepassingen. Tabel: Toetsingskaders grond en bagger Toepassingsmogelijkheden grond en baggerspecie Toepassen grond en baggerspecie Verspreiden baggerspecie Generiek of gebied specifiek beleid Alleen generiek beleid

Op de landbodem In oppervlaktewater In grootschalige toepassing

In oppervlaktewater Over aangrenzend perceel

Partijen grond en baggerspecie mogen alleen volgens de regels van het Besluit worden toegepast als sprake is van een nuttige toepassing. Is dit niet het geval, dan wordt de toepassing gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden op grond van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. Uitgangspunt bij het toepassen van grond en baggerspecie is dat de toegepaste grond en baggerspecie onderdeel gaat uitmaken van de ontvangende bodem, zonder dat extra maatregelen zoals afscheidingslagen of maatregelen in het kader van isoleren, beheersen en controleren (IBC) worden toegepast.

Bodemfuncties en bodemfunctieklassen In die gebieden waarvoor de bevoegde bestuursorganen geen lokale maximale waarden in een besluit hebben vastgelegd, wordt de toepassing van grond en baggerspecie generiek getoetst. Voor deze generieke toetsing zijn zowel maximale waarden voor bodemfunctieklassen (landbodem) als maximale waarden voor bodemkwaliteitsklassen vastgelegd. Klassenindeling voor bodemfuncties en bodemkwaliteit Om te toetsen of de kwaliteit van een partij grond of baggerspecie aansluit bij de functie en kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt in het generieke kader gewerkt met een klassenindeling voor de kwaliteit en functie. Uitgangspunt van het Besluit is dat de kwaliteit moet aansluiten bij de functie. Om hier invulling aan te geven zijn voor 7 bodemfuncties referentiewaarden ontwikkeld. Deze functies worden gebruikt in het gebiedsspecifieke beleid. Voor toepassing in het generieke kader zijn de functies samengevoegd tot 2 bodemfunctieklassen: wonen en industrie. De functies landbouw en natuur zijn niet ingedeeld in een klasse. Hiervoor is gekozen omdat in gebieden met een van deze functies alleen schone grond of baggerspecie mag worden toegepast. Dat wil zeggen: grond en baggerspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Achtergrondwaarden.

Tabel: Bodemfuncties Gebiedspecifiek Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Groen met natuurwaarden Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Moestuinen/volkstuinen Landbouw Natuur

Generiek beleid Wonen Industrie Kwaliteit toe te passen grond en baggerspecie moet voldoen aan de Achtergrondwaarden

Naast de bodemfuncties, wordt de bodemkwaliteit ook ingedeeld in de klassen wonen en industrie. De bodemkwaliteit geeft hiermee een maat voor de kwaliteit van zowel de ontvangende als de toe te passen bodem en toe te passen baggerspecie. Aan de bodemkwaliteitsklassen zijn nieuwe normen gekoppeld: de Maximale waarden voor de klasse wonen en de Maximale waarden voor de klasse industrie. Wanneer de maximale waarde voor industrie wordt overschreden, mag deze grond of baggerspecie binnen het generieke kader niet worden toegepast. Om een partij grond of baggerspecie toe te mogen passen, moet de partij worden getoetst aan de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem. Bij deze dubbele toetsing geldt dat de toe te passen partij grond of baggerspecie moet voldoen aan de strengste norm. In onderstaand schema is de toepassingseis voor de toe te passen grond of baggerspecie gegeven. Tabel: Bepaling toepassingseis voor een partij grond of baggerspecie Functie op kaart Wonen

Industrie Niet ingedeeld (bijv. landbouw/natuur

Actuele bodemkwaliteit Achtergrondwaarde Wonen industrie Achtergrondwaarde Wonen Industrie Achtergrondwaarde Wonen industrie

Toepassingseis Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde wonen Achtergrondwaarde Maximale waarde wonen Maximale waarde Industrie Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde Achtergrondwaarde

Aan de bodemkwaliteitsklassen en de bodemfunctieklassen zijn dezelfde normen gekoppeld: de Maximale Waarden voor de klasse wonen en de Maximale Waarden voor de klasse industrie. Deze Generieke Maximale Waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem ook op de lange termijn geschikt te houden voor de betreffende functie. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen lokale bodembeheerders zelf bodemkwaliteitsnormen vaststellen. Als randvoorwaarde voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid geldt dat sprake moet zijn van standstill op gebiedsniveau. De ruimte voor de Lokale Maximale Waarden ligt tussen de achtergrondwaarden en het saneringscriterium. Wanneer de Lokale Maximale Waarden een verruiming van de normen ten opzichte van het generieke kader zijn, moet getoetst worden of dit niet leidt tot onaanvaardbare risico’s. Voor het bepalen van de gevolgen van de gekozen Lokale Maximale Waarden is een Risicotoolbox ontwikkeld. In de onderstaande figuren is de normstelling schematisch weergegeven. Figuur: Normstelling en toepassingskader landbodem Achtergrond waarden Generiek Gebieds specifiek

Maximale waarden klasse wonen Klasse wonen

Maximale waarden klasse industrie Klasse industrie

Niet toepasbaar

Altijd toepasbaar Ruimte voor lokale maximale waarden Interventiewaarden droge bodem

Achtergrond waarden

Nooit toepasbaar Sanerings criterium

Figuur: Normstelling en toepassingskader waterbodem Achtergrond waarden Generiek Vrij toepasbaar Gebieds specifiek Achtergrond waarden

Maximale waarden klasse A Toepasbaar klasse A

Maximale waarden klasse B Toepasbaar klasse B

Nooit toepasbaar

Ruimte voor lokale maximale waarden Interventiewaarden waterbodem

Nooit toepasbaar

Sanerings criterium

Voor het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel is een criterium ontwikkeld dat gebaseerd is op ecologische risico’s. De risico’s worden uitgedrukt met de parameter msPAF (meersoorten Potentieel Aangetaste Fractie). De msPAF geeft een indicatie van het deel van de potentieel aanwezige organismen dat nadelige gevolgen kan ondervinden van het aanwezige mengsel van verontreinigingen. Op basis van het beleidscriterium dat de verspreidbare hoeveelheid bagger minimaal gelijk moet blijven is de norm gesteld op msPAFmetalen < 50%, en msPAForganisch < 20%. Daarnaast zijn 5 stoffen individueel genormeerd. Voor overige stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF geldt de achtergrondwaarde. Figuur: Verspreiden baggerspecie Ontvangstplicht

Vrij verspreidbaar Achtergrondwaarde

Verspreidbaar op aangrenzend perceel msPAF metalen < 50% ms PAF organisch < 20% 5 stoffen individueel genormeerd Alle stoffen < interventiewaarde bodem

Niet verspreidbaar op aangrenzend perceel

Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen van de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur), PFOS (Perfluoroctaansulfonaat) en GenX (HFPO-DA). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Nadien zijn er diverse aanvullingen op de handelingskader geweest waarna de onderstaande toepassingsnormentabel voor het landelijke beleid is vastgesteld (versie van december 2021). Tabel: Toepassingsnormen PFAS Categorie Toepassingssituatie

4.1

4.2

4.3

4.4 4.5, vervallen 4.6, vervallen 4.7

4.8.1

4.8.2

Toepassingswaarde (μg/kg d.s.) (2) (3) (4) (5) (7)

Op de landbodem Grond en baggerspecie toepassen Bodemkwaliteitsklasse Bodemfunctieklasse wonen of industrie wonen of industrie

landbouw/natuur

wonen of industrie

Landbouw/natuur, wonen of industrie

landbouw/natuur

Baggerspecie verspreiden, als bedoeld in artikel 35, onder f, Bbk (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen

Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau, met inbegrip van grootschalige toepassing. In een oppervlaktewaterlichaam(9) Grond toepassen Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende)(10) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen (als bedoeld in artikel 35, onder g, Bbk Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, Bbk Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe plas(1):  verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g, Bbk en  het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, Bbk.

PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3 PFOS = 1,4 PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4 PFOS = 1,4 PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4 PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3 PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3 Gebiedskwaliteit, indien niet bekend 0,1 Vervalt, zie categorie 4.1, 4.2 en 4.3 Vervalt, zie categorie 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2 Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters(8).

Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters(8). Rijkswater: PFOS = 3,7 PFOA = 0,8 Overige PFAS = 0,8 Anders: PFOS = 1,1 PFOA = 0,8 Overige PFAS= 0,8

PFOS = 3,7 PFOA = 0,8 Overige PFAS = 0,8 4.9.2 PFOS = 1,1 Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan PFOA = 0,8 bedoeld onder 4.9.1(5)(6) Overige PFAS = 0,8 (1) Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: Een met water gevulde verdieping / put in de (water)bodem die ontstaan is als gevolg van zand-, grind-, of kleiwinning of dijkdoorbraak (zoals wielen en kolken). Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet. Deze definities zijn afkomstig uit de 'Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen'. (2) Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. Als het gehalte organisch stof ligt tussen 10-30% dient wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd te worden.

Als het gehalte organisch stof boven de 30% is aangetoond dient het gehalte organisch stof van 30% gebruikt te worden bij de bodemtypecorrectie. (3) Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld (zie paragraaf 5). (4) PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Overige PFAS worden getoetst per stof (dus niet gesommeerd). (5) Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal de waterbeheerder als bevoegd gezag in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. (6) Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen. (7) Indien meetgehalten onder de bepalingsgrens liggen, mag de beoordelaar naar analogie van bijlage G, onderdeel IV van de Rbk (Regeling bodemkwaliteit), ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de toepassingswaarden.

(8) Metingen om uitschieters te identificeren zijn bedoeld om te bepalen of er in partijen mogelijk sprake kan zijn van puntbronvervuilingen. Als vuistregel kan hiervoor de P95-waarde van een bepaalde PFAS worden gehanteerd. Bagger uit rijkswateren: In 2007 is voor een aantal metalen het onderscheid tussen matig verontreinigde locaties en hot spots gemaakt op basis van bagger uit het rivierengebied (Maas en Rijn). Per stof zijn uit deze gegevens P95-waarden afgeleid. Destijds zijn geen PFAS gemeten, maar aangevuld met recente projecten van RWS is hieruit een P95-percentiel af te leiden: PFOS = 8,2 μg/kg d.s., PFOA = 0,8 μg/kg d.s., EtFOSAA = 5,5 μg/kg d.s., MeFOSAA = 1,0 μg/kg d.s.. Op basis hiervan kan voor overige PFAS de laagste van de genoemde waarden, 0,8 μg/kg d.s., worden aangehouden. Bagger uit regionale wateren: In 2019 is in het kader van het herverontreinigingsniveau (HVN) een inventarisatie uitgevoerd van de gehalten PFAS in bagger uit regionale watergangen. Hiervoor zijn PFASgehalten verzameld en verwerkt in een database. Uitsluitend voor de stoffen die voldoende vaak zijn gemeten, zijn uit deze gegevens P95-waarden afgeleid: PFOS = 2,2 μg/kg d.s., PFOA = 0,9 μg/kg d.s., EtFOSAA = 1,8 μg/kg d.s. Voor overige PFAS kan de waarde 0,8 μg/kg d.s., worden aangehouden.

Hogere dan voornoemde waarden in respectievelijk bagger uit rijkswateren en regionale wateren kunnen een aanwijzing zijn voor de aanwezigheid van een puntbronvervuiling in de partij. Wat vervolgens de mogelijkheden zijn voor de betreffende partij, hangt onder meer af van de aantallen gemeten uitschieters, de hoogte van de gemeten waarden en de lokale situatie. Dit is aan het bevoegd gezag om te beoordelen. (9) Hier wordt met ‘oppervlaktewaterlichaam’ bedoeld: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem en oevers (met uitzondering van uitdrukkelijk krachtens de Waterwet aangewezen drogere oevergebieden), alsmede flora en fauna. (10) Oppervlaktewaterlichamen zijn ‘sedimentdelend’ als sediment vrij uitgewisseld kan worden tussen de oppervlaktewaterlichamen door stroming, wind of getij.

4.9.1

Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater (1) (6)

Bijlage 7: Relevante informatie vooronderzoek

20210590 Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 11

-

17-12-2021

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Kaarten Disclaimer Toelich ng

Pagina 2 van 11

-

17-12-2021

Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de loca e op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminforma esysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een ui reksel hiervan.

Welke informa e bevat het bodeminforma esysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransac es en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis.

Geen informa e aanwezig Indien er in het bis geen informa e over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecer ficeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecer ficeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.

Loca es met historisch bodembedreigende ac viteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de loca es met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn a oms g uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informa e zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze loca es zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van loca es met de meest verdachte bodembedreigende ac viteiten en waar nog niet eerder Pagina 3 van 11

-

17-12-2021

bodemonderzoek hee plaatsgevonden, hee inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.

Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van so ware gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informa e aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informa e over de milieukwaliteit op de loca e: Overzicht loca egegevens Overzicht bodemonderzoeken Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informa e aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informa e over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de loca e”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de loca egegevens, de historische bodembedreigende ac viteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.

Toelich ng bij informa e over de bodemkwaliteit op de loca e Overzicht loca egegevens Onder deze paragraaf worden de loca egegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de loca egegevens worden ook de status van de bodemloca e, eventuele verontreinigingen en de vervolgac e aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de loca e zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende ac viteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn.

Pagina 4 van 11

-

17-12-2021

Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informa e over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de loca e Idem als informa e over de bodemkwaliteit op de loca e maar dan binnen een straal van 25 meter rond de loca e.

Pagina 5 van 11

-

17-12-2021

Binnen het aangegeven zoekgebied is geen informa e aangetroffen.

Pagina 6 van 11

-

17-12-2021

De informa e die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inscha ng van de situa e. Aangezien de informa e is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven met betrekking tot de actuele kwaliteit van grond en grondwater. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord – Brabant zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de prak jk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij a enderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekoms g eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht hee als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandsto anks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank.

De informa e uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten of diensten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situa e opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Ook al hee er op een loca e eerder bodemonderzoek plaatsgevonden is het niet uitgesloten dat de gemeente opnieuw bodemonderzoek eist. De aanwezige informa e kan verouderd zijn, ook kan er een onjuiste onderzoeksstrategie zijn toegepast.

Pagina 7 van 11

-

17-12-2021

Toelich ng Toelich ng op gebruikte terminologie

Uitleg begrippen bij deze rapportage De analyseresultaten in rela e tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsitua e. Op basis van hiervan wordt een loca e beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: Niet verontreinigd geen vervolg: Volgens de beschikbare informa e is de loca e niet verontreinigd, een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Erns g: Poten eel erns g. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een erns ge verontreiniging. Een loca e wordt ook als Pot. Erns g gekwalificeerd als er alleen bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden (historisch bodemonderzoek). De loca e is dan als het ware verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Urgent c.q. Spoedeisend: Poten eel urgent. Het vermoeden bestaat dat de erns ge verontreiniging risico"e;s vormt voor de gezondheid, ecologie en verspreiding. verontreinigd: Geen vervolg. Het vermoeden bestaat dat de loca e wel verontreinigd is maar er is geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek. Niet Erns g: Er is geen sprake van een erns ge bodemverontreiniging. Erns g, niet urgent c.q. Spoedeisend: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Er zijn geen gezondheids- , Ecologische en/ of verspreidingsrisico"e;s. Erns g, urgen e c.q.

spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgen e (risico"e;s) niet zijn vastgesteld. Erns g en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding.

Indien er op een loca e een geval van erns ge bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal a ankelijk van de situa e een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de loca e) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (ac viteiten):

Pagina 8 van 11

-

17-12-2021

Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evalua erapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respec evelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek en het opstellen van een Saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. Uitvoeren jdelijke beveiliging: Het plaatsen van jdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico"e;s van de verontreiniging terug te dringen. Uitvoeren (aanvullende) saneringsevalua e: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport. Uitvoeren ac eve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplich ngen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze ac viteiten zijn in een beschikking vastgelegd. Registra e restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente.

Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.

Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende ac viteiten. De loca e is bijvoorbeeld a oms g uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de loca e te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende ac viteit. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT of indica ef onderzoek: Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de loca e is een analy sch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indica ef bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=eecac6d2-feaf-42cc-8be5-5ae898881f87