CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

RVS bijlage 2a BP Toelichting Hespelaar 14 Den Hout

Raadsvergadering 31 januari 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN1002594 bestemmingsplan “Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind) herziening 34 (Hespelaar 14)”15.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

In het geldende bestemmingsplan is archeologische aanduiding vertaald in een dubbelbestemming archeologie, waarmee archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlak groter dan 100 m². De nota geeft daarnaast een eerste aanzet om te komen tot een gemeentelijk archeologiebeleid. In de nota is vastgelegd hoe de monumenten, archeologie en cultuurhistorische waarden kunnen worden beschermd, ontwikkeld en zichtbaar gemaakt. Cultuurhistorie dient als volwaardig belang te worden meegenomen bij ruimtelijke inrichtingsplannen. Cultuurhistorische waarden hoeven hierbij niet altijd doorslaggevend te zijn, maar de kansen die cultuurhistorie biedt, moeten reeds in een vroeg stadium worden meegewogen in de planvorming.

Figuur 11 Uitsnede Erfgoedkaart Oosterhout, Archeologische verwachting, met rode cirkel ter plaatse van plangebied Bron: Gemeente Oosterhout

Beoordeling Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oosterhout is het grondgebied van de gemeente Oosterhout ingedeeld in archeologische waardevolle gebieden, gebieden die naar verwachting van archeologische waarde kunnen zijn en gebieden verstoord door ontgrondingen. Op de erfgoedkaart is het plangebied aangeduid als gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Het plangebied wordt hierin aangeduid als gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Daarnaast is deels sprake van een bodem die verstoord is door ontgrondingen in het verleden. In het vigerende bestemmingsplan is de archeologische aanduiding weergeven in een dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie’, waarmee archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlak groter dan 100 m².

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Erfgoedkaart Om de aanwezige cultuurhistorische waarden (monumentale gebouwen, archeologische terreinen, cultuurhistorische landschapselementen en historische stedenbouwkundige structuren en infrastructuur) in beeld te brengen, is een gemeentelijke erfgoedkaart vervaardigd, die met name een signalerende functie heeft. Hierdoor wordt een integrale afweging mogelijk. Op basis van de erfgoedkaart, kunnen cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle gebieden in bestemmingsplannen een passende regeling krijgen. Er dient ook omschreven te worden dat op basis van de Erfgoedkaart een vigerend gemeentelijk archeologiebeleid is vastgesteld (Erfgoedverordening met archeologische beleidskaart). Beoordeling en conclusie Het plangebied is op de gemeentelijke erfgoedkaart aangewezen als een gebied met een hoge cultuurhistorische waarde en redelijk hoge infrastructurele waarde. Rond 1300 werd het zandgebied dat tegen het Broek aanligt ontgonnen. Hier ontstond een langgerekt lint van boerderijen, dat in de gemeente Oosterhout de gehuchten Oosteind (Horst), Vijfhuizen en Hespelaar omvat. Dit langgerekte lint is kenmerkend voor ontginningen van laaggelegen natte gebieden, waarin op korte afstand van elkaar sloten gegraven werden, die zich uitstrekten in het natte gebied. Dit lint is gelegen op de overgang van het hoge, droge gedeelte naar het lage, natte gedeelte van het gebied.

De structuur van de Hespelaar en de cultuurhistorische waarde van de lintbebouwing langs het plangebied worden door de voorgenomen ontwikkeling niet aangetast. Het aspect cultuurhistorie vormt daarom geen belemmering voor de planvorming.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Conclusies uit het archeologisch onderzoek In maart 2022 is in opdracht van Stantec B.v. een archeologisch vooronderzoek gedaan op de planlocatie. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase. Het probeert daarmee de archeologische verwachting voor het plangebied te specificeren en aanvullend te toetsen. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er een middelhoge verwachting is op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum B tot en met de Vroege Nieuwe tijd. Uit het veldonderzoek blijkt dat sprake is van zowel verspoelde terrasafzettingen als verspoeld dekzand. Deze pleistocene afzettingen zijn aangetroffen vanaf een diepte van 45-100 cm -Mv (0,7-1,2 m +NAP), waarbij de C-horizont in vier van de boringen is aangetroffen vanaf een diepte van 45-85 cm -Mv (0,8-1,2 m +NAP). Ter plaatse van boring 4 is nog sprake van een BC-horizont vanaf een diepte van 100 cm -Mv (0,7 m +NAP). Deze sterk uiteenlopende diepte van de natuurlijke afzettingen in een plangebied van zeer beperkte grootte maakt het onwaarschijnlijk dat sprake is van een intact archeologisch relevant niveau. Daarom is ook vast te stellen dat het onwaarschijnlijk is dat nog sprake is van intacte archeologische resten in het plangebied.

De verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten is daarom voor alle periodes bij te stellen naar een lage verwachting. Het archeologisch rapport is door de Regio West-Brabant beoordeeld en deze heeft geadviseerd om in te stemmen met het advies van Transect om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren in het kader van de omgevingsvergunning. Uit het rapport van het bureau- en booronderzoek komt in voldoende mate naar voren dat binnen het plangebied naar alle waarschijnlijkheid geen intact archeologisch niveau aanwezig is. De kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische waarden is daarom klein. De gemeente heeft het advies van de Regio West-Brabant overgenomen en het plangebied vrijgegeven voor de bouwactiviteiten. Het betreffende selectiebesluit is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Als gevolg van dit besluit is de dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie’ vanuit het vigerende bestemmingsplan niet overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

4.6

MILIEU

4.6.1

Luchtkwaliteit

Stikstof Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb, per 1 januari 2017) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Voor de Wet natuurbescherming heeft de Europese regelgeving als uitgangspunt gediend. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Vanwege de inwerkingtreding van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering per 1 juli 2021 zijn geen stikstofberekeningen meer nodig voor de aanlegfase (bouw en sloop) van projecten. De gebruiksfase is relevant en hieronder uiteengezet. Beoordeling Gas In de toekomstige situatie wordt de nieuwe woning ‘gasloos’ gerealiseerd, waardoor er geen stikstof uitstotende installaties aanwezig zijn in de nieuwe woning. Voertuigbewegingen De stikstofemissie als gevolg van de nieuwe woning vindt plaats middels een geprognosticeerd aantal van 8,6 lichte motorvoertuigen per etmaal (bron: CROW 381 “Toekomstbestendig parkeren Van parkeerkencijfers naar parkeernormen”). De voertuigbewegingen op de openbare wegen worden beschouwd totdat deze zijn geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Het extra verkeer op de openbare wegen wordt beschouwd totdat deze niet meer onderscheidend is ten opzichte van het overige verkeer op de openbare weg en daarmee is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Volgens de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidend is van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. In de berekening is aangehouden dat het extra verkeer via de Hespelaar richting de Stelvenseweg gaat. Aangenomen is dat bij de aansluiting van de Hespelaar op de Stelvenseweg het extra verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De snelheid van de voertuigen is gemodelleerd als “buitenwegen”, aangezien de Hespelaar buiten de bebouwde kom is gelegen. De snelheid van de voertuigen is gemodelleerd als “buitenwegen” vanwege de relatief lage snelheid. De emissies van de voertuigen zijn standaard opgenomen in de AERIUS-calculator. Het aangenomen zichtjaar voor deze situatie is 2022. Simulatieberekening De berekening van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattype binnen de nabijgelegen Natura 2000-gebieden is uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator 2021 (releasedatum 13 januari 2022). De calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) versie 5.0.1.3 van het RIVM. Uit de berekeningen blijkt voor de toekomstige gebruiksfase tot een rekenresultaat die niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar.

Bijgevoegd is het berekeningsjournaal van de AERIUS Calculator inzake de beoogde gesimuleerde gebruiksfase voor alle Natura 2000gebieden in Nederland.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Conclusie Met betrekking tot stikstofdepositie zijn negatieve effecten op stikstofgevoelige habitat- en leefgebieden uit te sluiten inzake de gebruiksfase. Er is geen sprake van significant negatieve effecten vanwege stikstof van het plan op Natura 2000-gebieden. Nader onderzoek of een Wnb vergunning zijn niet aan de orde.

4.6.2

Veiligheid

Externe veiligheid Al tientallen jaren is externe veiligheid een aspect dat bekend is in de industriële wereld. Externe veiligheid wordt gedefinieerd als de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting (of locatie) waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De kennis daarvan is echter pas vanaf 2004 duidelijk vertaald in milieuregels die veel beter moeten borgen dat burgers veilig kunnen wonen en werken. Dat betekent echter niet dat er zich geen calamiteiten kunnen voordoen. Het Rijk en andere overheden hebben milieuregels en beleid vastgesteld die (voorzienbare) calamiteiten moeten voorkomen, of de kans daarop zo klein mogelijk maken, of de effecten daarvan beperken en beheersen. Het gaat kortweg om effecten vanwege gevaarlijke stoffen op percelen bij derden. De activiteit met gevaarlijke stoffen is de risicobron. Mensen buiten de bronlocatie moeten worden beschermd. Het gaat dan om mensen die verblijven in een gebouw of op een terrein van derden. Wettelijk kader In de milieuregels zijn echter niet voor alle risicobronnen regels of dezelfde regels gesteld. Ook worden niet alle locaties waar mensen verblijven beschermd.

De volgende regelgeving voor externe veiligheid is van belang: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (+ Regeling) • Besluit externe veiligheid transportroutes (+ Regeling basisnet) • Besluit externe veiligheid buisleidingen (+Regeling) • Activiteitenbesluit Daarnaast zijn tal van handleidingen, handreikingen en richtlijnen bruikbaar en algemeen aanvaard voor de beoordeling van externe veiligheid. Voor planologische besluiten en milieubesluiten moet ook tenminste worden voldaan aan de Beleidsvisie externe veiligheid van Oosterhout (2017). Voor de beoordeling zijn de volgende begrippen van belang: - plaatsgebonden risico: het risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting (of locatie) waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is; - plasbrandaandachtsgebied: gebied waar bij het realiseren van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten rekening dient te worden gehouden met de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen;

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

- groepsrisico: de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100, 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is; - invloedsgebied: gebied waarin volgens bij regeling van Onze Minister gestelde regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Een woning is een kwetsbaar object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen die moet worden beschermd tegen de effecten van risicovolle activiteiten. Toetsing bestemming Het plangebied ligt ruimschoots buiten het invloedsgebied vanwege buisleidingen (ten noorden en ten westen) zodat nadere beoordeling daarvan niet aan de orde is. Het plangebied ligt met ca. 660 m ruimschoots buiten de plaatsgebonden risicoafstand (9 m) plasbrandaandachtsgebied (30 m) en het invloedsgebied vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijksweg A59 van stofgroep GF3 (355 m; o.a. lpg). Wel is het gelegen binnen het invloedsgebied vanwege stoffen van stofgroep LT1 en LT2 (max. 880 m). Dat betekent dat in een geval van een calamiteit gedurende ten minste 4 uur binnen een voldoende gesloten gebouw veilig verbleven moet kunnen worden.

Bij nieuwbouw kan daaraan worden voldaan bij verbouw of uitbreiding zal dat niet altijd het geval zijn. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van één of meer milieu-inrichtingen met risicovolle activiteiten (Bevi-inrichting). Gelet op de afstand tot die milieu-inrichtingen (> 1,6 km) zijn er mede gelet op het voorgaande geen extra maatregelen noodzakelijk. Voor alle risicobronnen geldt dat het plan geen invloed heeft op het groepsrisico. Het Bestuur Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant moet adviseren op het plan. Daarvoor is het Standaardadvies 2022 opgesteld (bijlage Toelichting). De daarin genoemde adviezen worden voor zover van toepassing op deze situatie opgevolgd. Met het plan is er sprake van een aanvaardbare veiligheidssituatie.

4.6.3

Brandveiligheid

Iedereen heeft een belangrijke rol bij het creëren van een (brand)veilige leefomgeving. Wat daarbij voorop staat is dat de primaire verantwoordelijkheid voor het realiseren en behouden van een (brand)veilige situatie bij de gebruikers/eigenaren van gebouwen en inrichtingen ligt. Op 29 januari 2015 heeft het Algemeen Bestuur (de 26 burgemeesters) van de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant ingestemd met het Basistakenpakket Brandweerzorg Risicobeheersing 2.0. Dit vormt een belangrijke uitwerking van de strategische visie op de taakuitvoering door de Sector Risicobeheersing van Brandweer Midden- en West-Brabant, zoals verwoord in het uitvoeringsprogramma Risicobeheersing 2.0. Het Basistakenpakket heeft tot doel overal dezelfde, gelijkwaardige brandweerzorg binnen de regio te kunnen bieden. Toezicht op brandveiligheid is één van de taken. Beoordeling Brandweervoertuigen kunnen het gebouw binnen 10 meter naderen, waarbij voldoende ruimte voor een opstelplaats voor een blusvoertuig aanwezig is.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Ten opzichte van de perceelsgrens en het hart van de openbare weg geldt ook een wbdbo-eis van 60 minuten. Deze wordt in elk geval door afstand gerealiseerd, omdat de afstand van de gevels tot de perceelsgrens of het hart van de openbare weg groter is dan 6,0 meter. Volgens NPR 6091 mag daarom zonder verdere berekening worden aangenomen dat zonder brandwerende ramen en deuren een branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) van 60 minuten wordt gerealiseerd. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt het plan voorgelegd aan de Brandweer. Eventuele aanvullende eisen op het gebied van bereikbaarheid, bluswatervoorziening en brandweerzorgnorm worden in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt.

Bedrijven en milieuzonering Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. De richtafstand tussen een milieugevoelige functie en de milieubelastende activiteit wordt bepaald vanaf de gevel van de gevoelige functie, die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is, tot de grens van de inrichting. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming ligt. De VNG-publicatie gaat uit van het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied of van een gemengd gebied. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied kan aangemerkt worden als een gebied zonder functiemenging en een minimale invloed van invloeden van wegverkeer.

Bij een gemengd gebied is sprake van een functiemenging tussen wonen en milieubelastende activiteiten, van wonen langs drukke gebiedsontsluitingswegen of bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Voor het omgevingstype gemengd gebied kunnen deze richtafstanden met één stap worden verlaagd, behalve voor het aspect gevaar. De richtafstandenlijst biedt voor een scala aan typen bedrijvigheid de richtafstanden tot gevoelige bestemmingen vanwege geur, stof, geluid en gevaar. Voor het aspect gevaar wordt hierbij wel de kanttekening geplaatst dat mogelijke specifieke regelgeving van toepassing kan zijn zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) of het Vuurwerkbesluit. De afstand tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de milieubelastende activiteit wordt bepaald vanaf de gevel van milieugevoelige objecten (die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk zijn) tot de grens van de inrichting. Beoordeling De omgeving van het plangebied moet worden gekenmerkt als een rustig gebied. De richtafstanden uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ kunnen hierdoor niet met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

In onderstaande tabel zijn de bedrijven in de omgeving van het plangebied opgenomen. Per bedrijf zijn de bedrijfsactiviteiten met de bijbehorende indicatieve afstand weergegeven. Adres:

Omschrijving bedrijfsactiviteiten Dierenartspraktijk

Indicatieve afstand 10

Afstand tot plangebied 100 m

Stelvenseweg 1 Houtse Heuvel 69A

Atelier

10

280 m

Houtse Heuvel 38A

Ingenieursbureau

10

370 m

Houtse Heuvel 52

Garagebedrijf

30

500 m

Houtse Heuvel 54

speelgoedwinkel

10

395 m

Tabel 2: Bedrijfsactiviteiten met indicatieve afstanden ten opzichte van het plangebied

Uit de voorgaande tabel blijkt dat aan de richtafstand van de omliggende bedrijven voor een rustig gebied wordt voldaan. Conclusie Op basis van deze beoordeling is een aanvaardbaar verblijfsklimaat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling gegarandeerd. De realisatie van een woning levert geen beperkingen voor de bedrijven in de omgeving en de bedrijven in de omgeving bellemeren de realisatie van een woning niet. Vanuit bedrijven en milieuzonering gelden geen belemmeringen voor de planvorming.

4.6.4

Geluid

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met geluidsgevoelige gebouwen (waaronder woningen), nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is alleen noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een (spoor)weg en/of industrieterrein en waarbij sprake is van geluidgevoelige bestemmingen. Beoordeling Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een woning of een geluidgevoelig object ligt in een door deze wet aangewezen geluidzone van een weg, spoorweg of gezoneerd industrieterrein. Door Stantec B.V is een akoestisch onderzoek wegverkeer verricht voor de planlocatie. De onderzoeksrapportage is als bijlage aan voorliggend bestemmingsplan toegevoegd. Hierna zijn de belangrijkste conclusies aangehaald. Het plangebied ligt in de geluidzone van de Hespelaar en de Stelvenseweg, en ligt buiten het stedelijk gebied. De exacte locatie van de gevels van de toekomstige woning is nog niet bekend. Daarom is de geluidsbelasting op het perceel berekend en weergegeven als geluidscontouren en getoetst aan de Wet geluidhinder.

In de Wet geluidhinder is bepaald dat de grenswaarde van de geluidsbelasting op de gevel van een woning maximaal 48 dB mag bedragen. Bij overschrijding mag een hogere waarde worden vastgesteld indien geen doelmatige maatregelen mogelijk zijn, dan wel waartegen wettelijk bezwaren zijn in te brengen (art. 110a Wet geluidhinder). Een hogere waarde mag voor een woning, gelegen buiten stedelijk gebied, niet hoger zijn dan 53 dB. Bij overschrijding van de 53 dB moet een gevel als dove gevel worden uitgevoerd, zoals is bedoeld in de Wet geluidhinder (geen te openen delen).

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Uit het akoestisch rapport blijkt dat voor een gedeelte van het perceel de standaard grenswaarde van 48 dB wordt overschreden. De geluidcontour van de maximale hogere waarde van 53 dB, ligt op ongeveer 12,5 meter vanuit de as van de Hespelaar. Indien de woning op een afstand van 12,5 meter of minder uit de as van de weg wordt gerealiseerd, dan bedraagt de geluidbelasting op de zuidgevel meer dan 53 dB. In dat geval wordt de maximale hogere waarde overschreden en dient dit deel van de woning te worden voorzien van een ‘dove’ gevel. Door de nieuwe woning op een afstand van ongeveer 29 meter uit de as van de Hespelaar te realiseren is het mogelijk om de geluidbelasting op alle bouwlagen te laten voldoen aan de hoogst toelaatbare waarde van 48 dB. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dit echter niet gewenst. Aangezien het gaat om de realisatie van één woning is het aanleggen van een geluidreducerend asfaltype of het realiseren van een geluidscherm vanuit financieel oogpunt niet reëel. De woning zal naar verwachting op ongeveer 10,5 meter uit de as van de weg worden gerealiseerd, waardoor in ieder geval de zuidgevel als een ‘dove gevel’ moet worden uitgevoerd. Voor het gedeelte van de woning dat op een afstand van meer dan 12,5 meter uit de as wordt opgericht, dient een ‘procedure hogere grenswaarde’ te worden gevoerd.

Voorzover voor een gevel een hogere waarde van toepassing is, wordt een bouwplan getoetst aan het Bouwbesluit om er zorg voor te dragen dat aan de vereiste geluidisolatie van gevels wordt voldaan. Die verplichting geldt niet in het geval een dove gevel wordt toegepast. Daarom is in de planregels een regel opgenomen die borgt dat in dat geval aan de binnenwaarde van 33 dB zal worden voldaan. In dat geval is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor geluid. Conclusie Voor het plan is een Besluit hogere waarden Wet geluidhinder (Hespelaar 14) vastgesteld, omdat er geen financieel doelmatige bron- of overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn. Voor het gedeelte van het plangebied waar de hogere grenswaarde van 53 dB wordt overschreden geldt de verplichting tot het realiseren (en in stand houden) van een dove gevel. Het plan voldoet aan de Wet geluidhinder en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.6.5

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en/of het Activiteitenbesluit vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit de omliggende veehouderijen op geurgevoelige objecten zoals een woning. Het plangebied is gelegen in niet-concentratiegebied. Er zijn geurnormen (2 of 8 odourunits per m3) en geurafstanden (100 of 50 meter) opgenomen waaraan een veehouderij moet voldoen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij een nieuw geurgevoelig object wordt toegelaten moet worden beoordeeld of een veehouderij wordt belemmerd en of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is sprake van belemmering door de nieuwe woning indien de stal van een veehouderij meer wordt belemmerd dan door de bestaande geurgevoelige objecten in de omgeving. Daarbij wordt rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderij (omgekeerde werking). Tevens is de woning niet gelegen op een kavel van een veehouderij die is beëindigd zodat zowel een geurnorm als een geurafstand van toepassing kan zijn.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

In de omgeving zijn veehouderijen waarvoor een geurnorm geldt op grote afstand gelegen van het plangebied. Tussen het plangebied en die veehouderijen zijn al geurgevoelige objecten gelegen. Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom. In dat geval geldt tot een veehouderij waarvoor geurafstanden van toepassing zijn een afstand van 50 m. Binnen die afstand is een dergelijke veehouderij niet gelegen. Dat betekent dat van belemmering geen sprake kan zijn. Er is volgens het geurbeleid sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat indien een nieuw geurgevoelig object voldoet aan de: a. voor een veehouderij geldende geurafstand van 50 m (buiten bebouwde kom), dan wel b. de geurbelasting op het geurgevoelig object van 3 ouE/m3 als voorgrondbelasting en 6,5 ouE/m3 als achtergrondbelasting van een veehouderij. Uit het voorgaande bleek al dat aan de afstand onder a. wordt voldaan. Er wordt ook voldaan aan b. omdat veehouderijen met een geurnorm (intensieve veehouderijen) op zeer grote afstand van het plangebied zijn gelegen en de geurbelasting ver onder de 3 ouE/m3 ligt. Conclusie Er worden geen veehouderijen extra belemmerd en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Beoordeling en conclusie Een woning is aan te merken als een geurgevoelig object als bedoeld in de Wgv dan wel het Activiteitenbesluit. Een toetsing is daarom aan de orde.

Aangezien sprake is van een ruimte-voorruimte woning zijn in het kader van de Wgv uitsluitend de vaste afstanden aan de orde. Het geurgevoelig object bevindt zich buiten de bebouwde kom, zodat een vaste afstand van 50 meter aan de orde is. Er zijn geen veehouderijen in de omgeving gelegen die van invloed zijn (buiten geurcontour) gelet op het wettelijk kader. Tevens zijn er ook geen intensieve veehouderijen in de omgeving gelegen zodat ook aan de eisen voor het woon- en leefklimaat ruimschoots wordt voldaan.

Figuur 12: Achtergrondbelastingskaart met het plangebied in het rood omcirkeld Uitsnede geurkaart ODZOB

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Bron: odzob

4.6.6

Bodem

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient bij ruimtelijke ontwikkelingen de bodemkwaliteit te worden beschouwd. Bij ruimtelijke plannen met een functiewijziging dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie die ter plaatse wordt beoogd. Middels een verkennend bodemonderzoek wordt inzicht verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Beoordeling Door Stantec B.V. is op 8 maart 2022 een verkennend bodemonderzoek gerealiseerd ter plaatse van de projectlocatie. Het onderzoek is als bijlage bij de toelichting toegevoegd. Uit het verkennend onderzoek zijn geen gehalten of overschrijdingen gemeten boven de grenswaarden. De actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met het bodemonderzoek in voldoende mate vastgesteld. De aangetoonde verhoogde concentraties aan barium, koper, nikkel en zink leveren bij het huidige gebruik van de bodem geen beperkingen op. De resultaten uit het bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van nader bodemonderzoek.

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor het voorgenomen gebruik van de locatie en de voorgenomen bouwactiviteiten. Conclusie Het aspect bodem vormt derhalve geen belemmering voor de haalbaarheid van de ontwikkeling.

4.6.7

Kabels en Leidingen

Kabels, leidingen en straalpaden dienen te worden beschermd tegen ingrepen die de werking ervan kunnen bedreigen. Aan de andere kant dient de omgeving te worden beschermd tegen het gevaar dat van bestaande en toekomstige leidingen, kabels en hoogspanningslijnen kan uitgaan. Beoordeling en conclusie Ten westen van het perceel is een hoogspanningslijn 150 kV gelegen. Een hoogspanningslijn is bedoeld voor het transport van elektriciteit onder hoge spanning met een hoge stroomsterkte. Behalve een elektrisch veld ontstaat er een magneetveld. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen boven een waarde van 0,4 μTesla daarvan schade kunnen ondervinden. Het Rijk adviseert daarom rekening te houden met die richtwaarde. De breedte van die magneetveldzone is afhankelijk van het type hoogspanningslijn. Zowel een bovengrondse als een ondergrondse lijn kennen een magneetveldzone. De kortste afstand tot de hoogspanningslijn bedraagt ca. 36 m en tot het hart ca. 48 m. Er komt elektromagnetische straling vrij. De 0,4 micro Tesla zone van de hoogspanningslijn ligt tussen de 55 en 80 m van het hart. Een deel van het perceel ligt hierbinnen. Wettelijk is er geen norm, maar er geldt een voorzorgsbeginsel binnen deze zone. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot beperken van veiligheidsrisico’s ten gevolge van de aanwezigheid van de magneetveldzone.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

De (indicatieve) magneetveldzone ter plaatse van het plangebied is recent vergroot van 80 naar 120 meter. Dit beleid is echter nog niet vastgesteld. Het volledige plangebied komt binnen deze nieuwe magneetveldzone te liggen. Ten tijde van het principeverzoek was er echter nog sprake van 80 meter en op basis van deze afstand heeft de gemeente aangegeven medewerking te verlenen aan het initiatief. In het voorliggende plan is derhalve nog geen rekening gehouden met deze nieuwe magneetveldzone. Bij de actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied zal de meest recente magneetveldzone worden opgenomen, waardoor in de toekomst in ieder geval geen verdere nieuwe ontwikkelingen (naast de huidige ontwikkeling) mogelijk kunnen worden gemaakt. Verder wordt voor aanvang van de (graaf-)werkzaamheden de ligging van kabels en leidingen door middel van een KLIC-melding opgevraagd bij de betrokken leidingbeheerders.

4.6.8

M.e.r- regelgeving

Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten het betreft. In het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelings-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage Dactiviteiten); er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden is een m.e.r. niet noodzakelijk. In kolom 2 van bijlage D: 'gevallen' staan drempelwaarden waar de in kolom 1 benoemde activiteit aan moet voldoen. Deze drempelwaarde is vaak uitgedrukt in een bepaalde lengte (minimaal x kilometer) of een bepaalde grootte (minimaal x stuks/woningen/hectare), etc. Als de betreffende activiteit genoemd staat in kolom 1: 'activiteiten' en er wordt voldaan aan de drempelwaarden in kolom 2: 'gevallen' geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Per 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r.

gewijzigd: ook voor activiteiten beneden de drempelwaarden dient voortaan nagegaan te worden of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Ook de Wet natuurbescherming of een provinciale verordening kan hierbij van belang zijn (alleen niet in dit geval). De toets wordt door (of in opdracht van) het bevoegd gezag uitgevoerd. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De m.e.r.-beoordeling dient altijd te worden uitgevoerd als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en die onder de drempelwaarden liggen. Voor de m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: - het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r; - de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). Beoordeling Woningbouw is geen activiteit die voorkomt in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er geldt daarom geen rechtstreekse plicht tot het maken van een milieueffectrapport. In het geval van woningbouw kan sprake zijn van een activiteit als bedoeld in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., namelijk een stedelijk ontwikkelingsproject.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Voor een stedelijk ontwikkelingsproject zijn in het Besluit m.e.r. drie indicatieve drempelwaarden opgenomen: - een oppervlakte van 100 hectare of meer, - een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of - een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde herontwikkeling, die met dit plan wordt mogelijk gemaakt, overschrijdt deze drempelwaarden niet. Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Eerder oordeelde de Raad van State bijvoorbeeld dat de ontwikkeling van twee woningen in het buitengebied, gelet op beperkte omvang, niet kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (Uitspraak ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1). Voorliggende herziening voorziet in de realisatie van één woning in het buitengebied. De drempelwaarden zijn vele malen hoger. Daarnaast is geen sprake van ligging in een gevoelig gebied.

Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten treden geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Dit blijkt ook uit de beoordeling van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Conclusie Gezien de beperkte omvang van het plan, kan het plan kan niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject en/of landinrichtingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. en voorziet niet in activiteiten met belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het maken van een milieueffectrapport of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet nodig.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

5.0

HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID

5.1

JURIDISCHE UITVOERBAARHEID

5.1.1

Het juridische plan

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is aangesloten bij het gemeentelijke ‘Handboek (digitale) bestemmingsplannen’. Het handboek bevat een set regels die voor alle nieuwe bestemmingsplannen binnen de gemeente Oosterhout wordt gehanteerd, waardoor sprake is van uniforme regelingen in de diverse plannen. In het Handboek is gestreefd naar standaardisering van bestemmingen en regels zoals aangegeven in de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer globaal tot gedetailleerd. Het onderhavige bestemmingsplan beschrijft meer dan alleen de hoofdlijnen van het beleid, doch treedt niet al te zeer in details. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is het bieden van een flexibele, juridische regeling, zonder dat hierdoor de rechtszekerheid van de burger wordt geschaad. In de volgende paragraaf wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan.

5.1.2

Bestemmingen

Opzet regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: • Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); • De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); • Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); • Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: • Bestemmingsomschrijving • Bouwregels; • Nadere eisen; • Afwijken van de bouwregels; • Specifieke gebruiksregels; • Afwijken van de gebruiksregels; • Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • Wijzigingsbevoegdheid.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

De specifieke nadere eisenregelingen, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk een omgevingsvergunningstelsel voor werken en werkzaamheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan.

5.1.3

Flexibiliteitsregels

5.1.4

Bepalen goothoogte

Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door regels op te nemen over de bevoegdheid tot het verlenen van een (binnenplanse) omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan, het stellen van nadere eisen of een wijzigingsbevoegdheid. Voor het opnemen van flexibiliteitsregels geldt als uitgangspunt dat flexibiliteitregels alleen worden gebruikt als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn. Ontwikkelingen die niet in de regels mogelijk zijn gemaakt, zijn uitsluitend mogelijk via een buitenplanse procedure.

Er is wel eens sprake van misverstanden over de wijze waarop de goothoogte of bouw- c.q. nokhoogte van een gebouw moet worden geïnterpreteerd. De goothoogte wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, lichtkoepels, dakkapellen, lucht- en liftkokers, zonnepanelen, andere technische ruimten en/of technische constructies, hekwerken en antennes. Voor de meest voorkomende gevallen is in figuur 13 aangegeven hoe de goothoogte wordt bepaald:

Figuur 13: Dakvormen met bijbehorende maatgevende goothoogte

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

Figuur 15: toelaatbare uitbreidingen in het dakvlak

5.1.5

Toelichting bestemmingen

Hieronder worden de meest voorkomende bestemmingen kort toegelicht. Wonen De tot ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor wonen en verwante bestemmingen, zoals opgenomen in de planregels. Ter plaatse van de betreffende aanduiding zijn de gronden ook bestemd voor bescherming en instandhouding van een rijks- of gemeentelijk monument. Per bouwperceel mogen niet meer woningen worden gebouwd dan ter plaatse van de aanduiding 'aantal wooneenheden' is aangegeven. Indien geen aanduiding is opgenomen, is ter plaatse slechts één woning toegestaan. Op de verbeelding is een gevellijn opgenomen voor de positionering van de woning.Er zijn nadere regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van een aantal bouw- en gebruiksregels. Er zijn gebruiksregels opgenomen voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf. Overige zone - landschappelijke inpassing Voor een correcte landschappelijke inpassing langs enkele randen van het plangebied een strook op de verbeelding aangeduid. In dit gebied dient de landschappelijke inpassing een plek te krijgen. Het gebruik van de toekomstige woning is pas toegestaan, nadat uitvoering is gegeven de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in het inpassingsplan.

Veiligheidszone - hoogspanningslijn De voor ‘Veiligheidszone - hoogspanningslijn‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een beschermingszone behorende bij een (in de omgeving aanwezige) hoogspanningsverbinding. In afwijking van het bepaalde bij andere bestemmingen mogen geen bouwwerken worden opgericht binnen deze aanduiding, met uitzondering van bouwwerken die ten dienste staan van de hoogspanningsverbinding. Voor het afwijken van de bouwregels voor een gebouw of bouwwerk ten dienste van de bestemming, is een omgevingsvergunning vereist.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

5.2

HANDHAAFBAARHEID

Handhaving vormt een belangrijk onderdeel van een beleidscyclus. Regels worden gesteld met als doel het beschermen van een bepaald belang. Zonder toezicht op naleving van deze regels bestaat het risico dat dit doel onvoldoende bereikt wordt. Tevens komt de gemeente ongeloofwaardig over als gestelde regels niet worden gehandhaafd.

5.2.1

Handhaafbaarheid, draagvlak en naleefgedrag

Een eerste voorwaarde voor handhaving is een duidelijk en handhaafbaar beleid en regelgeving. Om die reden worden nieuwe versies van digitale handboeken en die onderdelen van bestemmingsplannen die afwijken van het digitale handboek, door de afdeling die belast is met vergunningverlening en handhaving, gecontroleerd op uitvoerbaarheid. Ook voor dit bestemmingsplan heeft deze toets plaats gevonden. Naast handhaafbare regels dient er ook het nodige draagvlak voor het nieuwe beleid en de daaruit voortvloeiende regels te zijn. Immers zal een plan met weinig draagvlak op weinig naleefgedrag kunnen rekenen. Het creëren van draagvlak is onder andere bewerkstelligd door in de verschillende fasen van het planproces burgers, belangenorganisaties en andere belanghebbenden te betrekken, al dan niet via wettelijk bepaalde inspraakmomenten.

5.2.2

Preventieve en repressieve handhaving

Naast repressie (handhavend optreden op het moment dat er sprake is van een overtreding) heeft preventie een belangrijke functie in de gemeentelijke handhavingsstrategie (de gemeente hanteert de landelijke handhavingsstrategie). Bij preventief handhaven spelen vooral dialoog, voorlichting en advisering een belangrijke rol. Zo voorziet het handhavingsbeleid van de gemeente Oosterhout in meer aandacht voor voorlichting en communicatie, onder andere door het uitgeven van voorlichtingsbrochures. Qua repressie voorziet het gemeentelijk handhavingsbeleid en het daarop gebaseerde integrale uitvoeringsprogramma in het continu opsporen van overtredingen van het bestemmingsplan. Ook worden er gezamenlijk met andere overheden (brandweer, politie, belastingdienst) multidisciplinaire handhavingsacties georganiseerd. Binnen dergelijke acties is er ook aandacht voor overtredingen van het bestemmingsplan. Indien een overtreding wordt geconstateerd, zal als eerste stap in het handhavingstraject telkens worden bezien of het illegale gebruik of bouwwerk op grond van het bestemmingsplan of afwijking daarvan, alsnog gelegaliseerd kan worden. Is dat niet het geval dan wordt het handhavingstraject doorgezet.

Al deze aspecten zijn vastgelegd in het beleidsplan Fysieke Leefomgeving en de daarin opgenomen handhavingsstrategie en dienen als leidraad voor de alledaagse handhavingspraktijk binnen de gemeente Oosterhout.

5.2.3

Ijkmoment, overgangsrecht en monitoring beleid

De totstandkoming van dit bestemmingsplan is een ijkmoment voor de handhaving. Indien bebouwing of gebruik afwijkt van het bestemmingsplan, zal hiertegen handhavend worden opgetreden. Voor zowel bouwen als gebruik is het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan de peildatum. Tegen bebouwing en gebruik dat onder het overgangsrecht valt, kan niet handhavend worden opgetreden.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

5.3

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een ruimte-voor-ruimtewoning. Het plan betreft een herziening van het vigerende bestemmingsplan, waarbij het juridisch-planologisch regime voor het plangebied is geactualiseerd. De toekomstige ontwikkeling is positief bestemd. De gronden zijn eigendom van de opdrachtgever. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van initiatiefnemer. Tussen de gemeente Oosterhout en initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Het plan is voor de gemeente Oosterhout derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het opstellen van een exploitatieplan achterwege kan blijven. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

6.0 HOOFDSTUK 6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Het is belangrijk dat bewoners worden betrokken bij bestemmingsplanprocedures. Bestemmingsplannen zien toe op een goede ruimtelijke ordening en bevorderen zo een goede woonen leefomgeving voor de inwoners van Oosterhout. Er zijn verschillende manieren waarop de gemeente inwoners en andere belanghebbende de gelegenheid geeft mee te denken met een bestemmingsplan.

6.1.1

Omgevingsdialoog

Voor initiatieven die passen binnen het bestemmingsplan wordt door de gemeente een omgevingsdialoog geadviseerd maar niet verplicht. Voor initiatieven die niet passen binnen het bestemmingsplan stelt de gemeente het verplicht om een omgevingsdialoog te voeren. Voor het voeren van een dialoog heeft Oosterhout richtlijnen vastgesteld, welke zijn vermeld op de website van de gemeente Oosterhout: Een omgevingsdialoog is een overleg tussen een initiatiefnemer met omwonenden en andere belanghebbenden. Door een omgevingsdialoog te houden, krijgt de initiatiefnemer inzicht in de wensen, belangen en bezwaren van de omgeving. De initiatiefnemer kan deze betrekken in het verdere ontwerp van het initiatief. Dit leidt tot een beter gedragen initiatief door de omgeving. Om directe omwonenden in een vroegtijdig stadium te informeren over het initiatief heeft initiatiefnemer hen persoonlijk geinformeerd over het voornemen een ruimte voor ruimte woning te realiseren. De samenvatting van dit dialoog is opgenomen als bijlage 8 bij dit document.

6.1.2

Wettelijk vooroverleg

In het kader van het vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is het voorontwerp van het bestemmingsplan toegezonden aan de volgende overleginstanties: de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta. Het Waterschap en de Provincie hebben beiden positief ingestemd met het bestemmingsplan. De binnengekomen reacties hebben dan ook niet geleid tot aanpassing van het plan.

20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=1a339db9-e94d-43bc-8065-48e9b6b91798