RVS bijlage 2a BP Toelichting Hespelaar 14 Den Hout
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind) Herziening 34 (Hespelaar 14 Den Hout) Gemeente Oosterhout OPGESTELD DOOR: STANTEC BV
DATUM: 30-8-2022 REFERENTIE: 20210590-00
(Concept) Bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), Herziening 34 (Hespelaar 14)
In opdracht van: Dhr. en Mevr. De Grauw Opgesteld door: S. Venema Projectnummer: 2021059-00 Documentnaam: Bestemmingsplan Hespelaar 14 Den Hout Datum: 30 augustus 2022
Versie
Vrijgegeven door
ON01
MK
Bezoekadres Hoevestein 20b 4903 SC OOSTERHOUT www.stantec.com/nl
Paraaf
Datum 30 augustus 2022
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 022 77 40 432 IBAN NL11BNPA0227740432 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen
Inhoudsopgave 1.0 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied: ligging en begrenzing 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
1 1 1 2 2
2.0 Hoofdstuk 2 Beschrijving ontwikkeling 2.1 Plangebied 2.2 Ontwikkeling
3 3 5
3.0 Hoofdstuk3 Beleid Ruimtelijke ordening 3.1 Provinciaal beleid 3.2 Gemeentelijk beleid
9 9 13
4.0 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Leefomgeving 4.2 Groen 4.3 Natuur 4.4 Water 4.5 Cultuur 4.6 Milieu
16 16 19 20 22 25 29
5.0 Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Juridische uitvoerbaarheid 5.2 Handhaafbaarheid 5.3 Economische uitvoerbaarheid
40 40 43 44
6.0 Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45
Bijlagen: Bijlage 1: Certificaat Bouwtitel Ruimte voor Ruimte Bijlage 2: Waterparagraaf Bijlage 3: Berekeningsjournal AERIUS-calculator Bijlage 4: Akoestisch onderzoek Bijlage 5: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 6: Bodemonderzoek Bijlage 7: Archeologisch onderzoek Bijlage 8: Omgevingsdialoog Bijlage 9: Selectiebesluit archeologie Bijlage10: Wateradvies
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
1.0
HOOFDSTUK 1 INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld voor het toevoegen van een woning aan de Hespelaar 14 te Den Hout. De initiatiefnemers van dit plan zijn de huidige eigenaren van de bestaande woning. Door de jaren heen is bij initiatiefnemers de behoefte ontstaan naar een kleinere woonruimte binnen de dorpsgrenzen. Het vinden van een geschikte kleinere woning in Den Hout blijkt echter een uitdaging. Voornemen is om een nieuwe woning aan de oostzijde van de tuin behorende bij de bestaande woning te realiseren. Om op deze plek een woning te kunnen realiseren hebben initiatiefnemers het huidige perceel opgesplitst in twee percelen. Op die manier kunnen initiatiefnemers kleiner gaan wonen en zodoende dragen zij ook bij aan de woningbouwopgave in Den Hout. De realisatie van het voorgenoemde initiatief past echter niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om het initiatief mogelijk te maken, dient voor de nieuwe locatie een nieuw ruimtelijk en functioneel kader te worden bepaald in de vorm van een nieuw bestemmingsplan. In deze plantoelichting wordt de onderbouwing gegeven voor de bestemmingsplanherziening. Voor wonen in het buitengebied dient gebruik te worden gemaakt van de Ruimte voor Ruimteregeling van de provincie Noord-Brabant. Bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte CV is de benodigde titel aangekocht.
1.2
PLANGEBIED: LIGGING EN BEGRENZING
Het plangebied maakt onderdeel uit van het buitengebied van de gemeente Oosterhout en betreft het perceel aan de Hespelaar 14 in Den Hout. Het perceel, gelegen ten noorden van het kerkdorp Den Hout, is opgesplitst in twee kavels. De kavels zijn kadastraal bekend als gemeente Oosterhout sectie U, nummers 2293 en 2294 en hebben een oppervlakte van 1.791 m2 en respectievelijk 884 m2. De woning wordt gerealiseerd op perceelnummer 2294. Het plangebied ligt aan de Hespelaar, een van de toegangswegen van Den Hout. Aan de noordzijde ligt het plangebied tegen de agrarische gronden van het buitengebied. Ten noorden van deze gronden ligt de Weststadweg en de A59. Aan de oostzijde wordt het gebied begrenst door de perceelsgrens van het woonperceel aan de Stelvenseweg.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Het plangebied is op onderstaande afbeelding in blauw omkaderd.
Figuur 1: Situering van het plangebied Hespelaar 14 Den Hout
1.3
VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN
Voor het plangebied gelden het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013, incl. Lint Oosteind’, (vastgesteld 28 augustus 2014), het bestemmingsplan ‘Reparatie herziening buitengebied 2016’, (vastgesteld 27 mei 2016) en ‘Paraplu herziening parkeren Oosterhout’ (vastgesteld 3 juli 2018). Het plangebied is in het vigerend bestemmingplan bestemd tot ‘Wonen’ met de dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie’. Op de voor ‘Wonen’ aangewezen gronden is één woning met bijbehorende gebouwen toegestaan. Er gelden geen gebiedsaanduidingen ter plaatse van het plangebied. De voorgestane ontwikkeling betreft het toevoegen van een woning op het perceel. Het toevoegen van een woning is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan, waardoor deze planherziening noodzakelijk is.
1.4
LEESWIJZER
In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt het plangebied en de ontwikkeling nader omschreven. De relevante beleidskaders worden beschreven in hoofdstuk 3 en in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de diverse omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt een verantwoording gegeven op de juridische planvorm. In hoofdstuk 6 wordt tot slot aandacht besteed aan de economische en juridische uitvoerbaarheid van de plannen.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
2.0
HOOFDSTUK 2 BESCHRIJVING ONTWIKKELING
2.1
PLANGEBIED
2.1.1
Historische beschrijving
De kern Oosterhout is ontstaan op de grens van zand- en kleigronden, op een kruising van landwegen. De kern Oosterhout heeft zich in eerste instantie ontwikkeld langs een aantal linten, die in een uitwaaierend patroon richting de kernen in de omgeving liepen. Op de kruising van de bebouwingslinten ontstond een groot dorp met van oorsprong een open ruimtelijke structuur. In de 19e eeuw vond rond de pleinen Markt en Heuvel verdichting van deze structuur plaats. Hier ontstond een centrumgebied waar handel en nijverheid zich vestigden.
Figuur 2: Oosterhout rond 1900
Naast deze belangrijkste dorpskern ontwikkelden zich in het buitengebied verschillende buurtschappen en kleinere dorpen, die voornamelijk een agrarische functie hadden. Kenmerkend voor Oosterhout waren de wegen die in een sterpatroon samenkwamen op de Markt en de kern Oosterhout verbonden met de omliggende plaatsen zoals Breda, Geertruidenberg en Dongen. In de 20e eeuw zijn rondom het centrumgebied de eerste woonwijken aangelegd. Na de tweede wereldoorlog groeide Oosterhout explosief. Vanaf de jaren 50’ zijn in verschillende periodes diverse uitbreidingswijken gerealiseerd.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Het dorp Den Hout ligt ten westen van de kern Oosterhout in de provincie Noord-Brabant en kenmerkt zich als voormalige akkernederzetting. Den Hout is één van de drie kerkdorpen van de gemeente Oosterhout en ligt ten zuiden van de snelweg A59. Aan de Oostzijde wordt Den Hout begrensd door de bedrijventerreinen van Oosterhout en in het zuiden ligt het Markkanaal. Het dorp is omringd door landbouwgebieden met verschillende buurtschappen, zoals Vrachelen en Hespelaar, in de omgeving. Ondanks de groei van de nabijgelegen kern Oosterhout is het dorp nog steeds herkenbaar als een solitair dorp in het buitengebied. Het dorp Den-Hout kent een overwegend groen karakter door de diverse laanbeplanting langs de wegen rondom het dorp en de beplanting op de perceelsgrenzen van de bebouwing. Aan het eind van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw werd de lintbebouwing steeds dichter bebouwd. Ook langs de randen van de diverse invalswegen, zoals de Achterstraat, Vrachelsestraat, Ruiterspoor en Eindsepad, werd de lintbebouwing meer verdicht. Langs deze linten werd de bebouwing echter aan beide zijden van de wegenstructuur gepositioneerd. Naast woningen zijn diverse voorzieningen aanwezig. Er bevinden zich in het dorp diverse sportvoorzieningen, waaronder een voetbalverenging en tennisclub. Daarnaast is een basisschool en een kerk aanwezig.
In paragraaf 4.4 wordt verder ingegaan op de cultuurhistorische en archeologische waarden binnen het plangebied.
2.1.2
Structuur plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van het kerkdorp Den Hout, tussen de Houtste Akker en het Broek. Den Hout is gelegen aan de westzijde van de gemeente Oosterhout en is een van weinige brinkdorpen binnen de Provincie Noord-Brabant. Het gebied ligt aan een langgerekt (open) lint van boerderijen. Dit lint is typerend voor ontginningen van laaggelegen natte gebieden, waarin rond 1300 op korte afstand van elkaar sloten gegraven werden, die zich uitstrekten in het natte gebied. Kenmerkend voor de Hespelaar zijn de geclusterde woningen, waarbij de verschillende clusters door weilanden zijn gescheiden. De woning aan de Hespelaar 14 ligt in het eerste cluster gezien vanaf het dorpshart van Den Hout. In Den Hout is de authentieke vorm en uitstraling van de brink (de Houtse Heuvel) behouden, daarom is het dorp aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De woning aan de Hespelaar 14 valt buiten het beschermd gebied. In de bestaande situatie is het oorspronkelijke perceel opgesplitst in een kavel met een oppervlakte van 1.791 m2 en een tweede kavel met een oppervlakte van 884 m2. Op deze tweede kavel wordt de nieuwe woning gebouwd. De bestaande woning met bijbehorende schuur is gesitueerd op de westzijde van het perceel. Op het midden van het perceel is een kleine stal gebouwd.
De tuin aan de oostzijde van deze stal bestaat in de bestaande situatie uit een kleine weide voor kippen en enkele fruitbomen.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
De oprit bevindt zich aan de oostzijde van het perceel en loopt achter de tuin langs naar een parkeerplaats bij de woning. De bestaande woning heeft een oppervlakte van ongeveer 125 m2 en circa 100 m2 aan bijgebouwen.
Figuur 3: Bestaande situatie
2.2
ONTWIKKELING
2.2.1
Het plan
In de toekomstige situatie wordt een vrijstaande woning gerealiseerd op het nieuwe perceel. Zo ontstaan ruime kavels geschikt voor twee vrijstaande woningen. De woning wordt ter plaatse van de huidige oprijlaan gerealiseerd. Op deze manier gaat er zo min mogelijk ruimte van de huidige tuin verloren. Doordat de woning op het meest oostelijk deel van het perceel wordt gerealiseerd, blijft er voldoende ruimte vrij tussen de nieuwe woning en de bestaande en omliggende woningen aan de Stelvenseweg. De inhoud van de nieuwe woning bedraagt maximaal 750 m³. De woning is geheel gelijkvloers, waarbij verschillende ruimtes op elkaar overlopen. Door de opzet van geschakelde ruimtes ontstaat een langwerpig volume dat doet denken aan een moderne kleine langgevelboerderij. Aan de oostzijde van de woning wordt een kleine parkeerplaats gerealiseerd voor maximaal 2 auto’s. De oprit voor de bestaande woning wordt verlegd, waarbij de (nieuwe) oprit van de bestaande woning dichter bij de woning komt te liggen, zie volgende afbeelding. De oprit van de nieuwe woning ligt ongeveer op dezelfde positie als de huidige oprit.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Figuur 4: Bestaande en toekomstige situatie
2.2.2
Landschappelijke inpassing
De provincie Noord-Brabant hecht veel belang aan een goede landschappelijke inpassing bij nieuwe ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied dient ingevolge de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de projectlocatie en de naaste omgeving. Kwaliteitsverbetering landschap In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) is vastgelegd dat iedere ontwikkeling in het buitengebied gepaard moet gaan met een fysieke kwaliteitsverbetering van het landschap (artikel 3.9). Hoe deze kwaliteitsverbetering er uit moet zien en welke waarde deze moet vertegenwoordigen, hangt af van de impact van het plan op het landschap en de te verwachten grondwaardevermeerdering. Doordat de ruimte-voor-ruimte regeling zelf al bijdraagt aan een investering in het landschap, is artikel 3.9 niet van toepassing op onderhavige planontwikkeling. Landschappelijke inpassing In geval de kwaliteitsverbetering elders wordt uitgevoerd (ruimte voor ruimte), geldt ter plaatse van de ontwikkeling uiteraard wel een goede landschappelijke inpassing. In de volgende figuur is een globale aanduiding van de landschappelijke inpassing van de ruimte voor ruimtewoning weergeven.
Als onderdeel van de landelijke uitstraling is op het perceel aan de oostzijde een haagbeplanting aangelegd. De haag dient daarnaast als een groene erfafscheiding. De bestaande haag op de perceelsgrens aan de voorzijde wordt behouden. Aan de westzijde wordt op het perceel een bossingel aangeplant. Een bossingel is een aaneengesloten landsschapselement, met een opgaande begroeiing van inheemse bomenen struiken en een bedekking van minimaal 90%. De combinatie van gevarierde boom- en struikvormers zorgt voor ecologische waarde voo flora en fauna.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Figuur 5: Landschappelijke inpassing plangebied en referentiebeelden
De betreffende gronden zijn op de verbeelding vastgelegd door middel van de aanduiding ‘overige zone – landschappelijke inpassing’. Ter plaatse van deze aanduiding mogen de gronden alleen worden gebruikt als landschappelijke inpassing ten behoeve van de op het bestemmingsvlak toegestane bouwwerken en voorzieningen. Bouwwerken zijn uitgesloten. De realisatie van de landschappelijke inpassing is in de regels als voorwaarde voor de ontwikkeling opgenomen. Op basis van voorliggend schetsplan kan worden gesteld dat in een goede landschappelijke inpassing kan worden voorzien. Dit dient in de nadere uitwerking van het ontwerp en bijbehorende onderbouwing worden aangetoond. Stedenbouwkundige inpassing en randvoorwaarden Bij de positionering van de toekomstige woning is rekening gehouden met de bestaande stedenbouwkundige opzet. De woning wordt op een afstand van minimaal 10,5 en maximaal 13,5 meter afstand van de as van de weg gesitueerd. Hiermee sluit de positionering van de woning op het perceel aan op de bestaande bebouwing.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Om de gewenste ruimtelijk kwaliteit te bereiken, zoals deze in voorgaande paragrafen omschreven is, gelden onderstaande stedenbouwkundige randvoorwaarden. a. Woningtype: vrijstaande woning, aansluitend bij de woningen in de omgeving; dit is vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan, waarin is bepaald dat er per bouwvlak maar één (vrijstaande) woning aanwezig mag zijn; b. Afstand voorgevel tot de as van de weg minimaal 8 en maximaal 15 meter; dit is vastgelegd op de verbeelding en in de regels; c. Afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter; dit is vastgelegd in de regels; d. Maximale inhoud hoofdgebouw 750m³: dit is vastgelegd in de regels; e. Maximaal toegestane goot- en nokhoogte hoofdgebouw, 4,5 resp. 9,0 meter: dit is vastgelegd in de regels; f. Om qua woonvorm aan te sluiten bij de woningen in de omgeving is een kap gewenst: dit is vastgelegd in de regels; g. Situering van de bijgebouwen minimaal 3 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw; dit is vastgelegd in de regels; h. Parkeren op eigen erf conform parkeernormen gemeente; dit is vastgelegd in de regels; i. Erfafscheidingen aan de voorzijde maximaal één meter hoog; dit is vastgelegd in de regels
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
3.0
HOOFDSTUK3 BELEID RUIMTELIJKE ORDENING
In dit hoofdstuk zijn de relevante beleidskaders beschreven. Het rijksbeleid is buiten beschouwing gelaten, aangezien dit beleid geen uitspraken doet over kleinschalige ontwikkelingen.
3.1
PROVINCIAAL BELEID
3.1.1
Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ Visie op de Brabantse leefomgeving
Toetsingskader Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving' vastgesteld. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: • Werken aan de Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproof Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; • Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a.
door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Toetsing bestemmingsplan Voorliggende herziening van het bestemmingsplan betreft het mogelijk maken van de bouw van een extra woning. De woning wordt gasloos gebouwd. Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
3.1.2
Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010- partiele herziening 2014
Toetsingskader Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) vastgesteld. De SVRO is opgebouwd uit twee onderdelen. In onderdeel A wordt de kern van de visie verwoord op ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Brabant. Het landschap en de wijze waarop dit moet worden versterkt, staan in dit onderdeel voorop. Deel B van de structuurvisie beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uitwerkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Toetsing bestemmingsplan In de structurenkaart (zie Figuur 6) van de SVRO is het plangebied aangeduid als ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Binnen de aanduiding ‘Groenblauwe mantel’ heeft de provincie Noord-Brabant gebieden opgenomen waar behoud en ontwikkeling van natuurwaarden belangrijk zijn. Hieronder valt de ecologische hoofdstructuur, waar natuur- en waterfuncties behouden en ontwikkeld worden. De structuur bestaat voornamelijk uit beken en andere waterlopen en uit bos- en natuurgebieden. Daarnaast liggen ook gebieden met een andere functie (zoals agrarisch of recreatie) binnen de groenblauwe structuur, als die gebieden van belang zijn voor de natuur- en waterfuncties. De structuur is van belang voor een goede, aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving in Noord-Brabant. De (historische) landgoederen binnen de groenblauwe structuur vormen een bijzondere categorie vanwege de verweven doelstellingen voor natuur, cultuurhistorie, landbouw en recreatie. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan voorziet, het toevoegen van een ruimte voor ruimte woning, past binnen deze structuren.
Figuur 6: Uitsnede Structurenkaart, Structuurvisie 2010-partiele herziening 2014
Bron: provincie Noord-Brabant
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
3.1.3
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Op 16 november 2021 is de Interim omgevingsverordening door de provincie Noord-Brabant geconsolideerd. De actualisatie van de interim omgevingsverordening is 11 maart 2022 vastgesteld. De provincie Noord-Brabant is bezig met het opstellen van een definitieve ‘Omgevingsverordening’. De regels hebben betrekking op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet (treed naar verwachting per 1 januari 2023 in werking) wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Vanaf het moment dat deze inwerking treedt, dient de nieuwe Omgevingsverordening als uitgangspunt te worden genomen bij wijzigingsplannen/bestemmingsplannen in de provincie en komt de Interim Omgevingsverordening te vervallen. Tot die tijd worden de plannen nog getoetst aan de Interim Omgevingsverordening. Toetsing Bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen het in de interim omgevingsverordening aangewezen ‘Landelijk gebied’. Verder kent het gebied geen specifieke aanduidingen, die van belang zijn voor de ontwikkeling van een woning.
Figuur 7: Uitsnede verbeelding Iov
Bron: provincie Noord-Brabant
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap (IOV d.d. november 2021) In artikel 3.9 is vastgelegd dat iedere ontwikkeling in het buitengebied gepaard moet gaan met een fysieke. Hoe deze kwaliteitsverbetering er uit moet zien en welke waarde deze moet vertegenwoordigen, hangt af van de impact van het plan op het landschap en de te verwachten grondwaardevermeerdering. Doordat de ruimte-voor-ruimte regeling zelf al bijdraagt aan een investering in het landschap (door sloop van overtollige agrarische bebouwing elders in Brabant), wordt voldaan aan de regels uit artikel 3.9. In artikel 3.77 van de interim omgevingsverordening (november 2021) staat eveneens dat aan 3.9 wordt voldaan bij ruimte-voor-ruimte. De provincie Noord-Brabant en gemeente Oosterhout hecht veel belang aan een goede landschappelijke inpassing bij nieuwe ontwikkelingen. Een wijzigingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied dient, ingevolge de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de omgeving (zie ook paragraaf 2.2 Landschappelijke inpassing). Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte (IOV d.d. november 2021) Door middel van toepassing van art.
3.80 (de ruimte-voor-ruimte regeling) kan een bestemmingsplan voorzien in de toevoeging van ruimte-voor-ruimte woningen in het landelijke gebied. Conform art. 3.80 van de Interim omgevingsverordening dient in een bestemmingsplan dat ruimte voor ruimte woningen mogelijk maakt te worden gemotiveerd dat wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt in ‘Verstedelijking afweegbaar’. Ad a: Voor de ontwikkeling van de ruimte-voor-ruimtewoning is een titel aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde van de kwaliteitswinst. Ad b: Onder bebouwingsconcentratie valt een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Het bestaande perceel is gelegen binnen het bebouwingslint ten noorden van Den Hout. Daarnaast ligt de beoogde ruimte voor ruimtewoning in het vigerende bestemmingsplan binnen de bestemming ‘Wonen’, dit is een planologisch aanvaardbare locatie. In paragraaf 2.2 is de ruimtelijke inpasbaarheid nader beschreven.
Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde van een bebouwingsconcentratie. Ad c: In paragraaf 2.2.3 is de landschappelijk inpassing nader beschreven. Een goede landschappelijk inpassing is verzekerd en vastgelegd in de planregels.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Ad d: De locatie is niet gelegen in Verstedelijking afweegbaar. Verder betreft de ontwikkeling de realisatie van een ruimte voor ruimte woning in een bestaand bebouwingslint. Het is geen aanzet tot stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte kavel (IOV d.d. april 2022) Middels artikel 3.79 is het mogelijk om met de ruimte-voor-ruimte regels te voorzien van een of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels in het stedelijk gebied of landelijk gebied. Hiervoor gelden een aantal voorwaarden namelijk: Door of vanwege de ontwikkelingsmaatschappij ruimte-voor-ruimte plaatsvindt. Op een aanvaardbare locatie plaatsvindt Past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Voor de beoogde ontwikkeling geldt dat een ruimte-voor-ruimte titel is aangekocht bij de ontwikkelingsmaatschappij ruimte-voor-ruimte (zie bijlage 2). Daarnaast is de locatie zorgvuldig landschappelijk en stedenbouwkundig ingepast en draagt bij aan de kwaliteit van de omgeving. Verder past de realisatie van een ruimte-voor-ruimte woning binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, waarbij voor het perceel al de bestemming Wonen was opgenomen. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.2
GEMEENTELIJK BELEID
3.2.1
Omgevingsvisie Oosterhout
De gemeente heeft 23 november 2021 de Omgevingsvisie Oosterhout vastgesteld. In deze visie zijn in samenspraak met inwoners de belangrijkste opgaven voor Oosterhout benoemd. Opgaven waar de gemeente Oosterhout samen met de dorpen, wijken en buurten verder invulling aan gaat geven. In deze visie worden de opgaven geconcretiseerd en uitgewerkt, zowel naar thema’s als naar de verschillende wijken en gebieden binnen de gemeente. Hierdoor ontstaat een overzicht en een samenhangend beeld over welke opgaven er liggen om te komen tot het in de Oosterhoutse ‘’Toekomstvisie 2030’’ geschetste toekomstperspectief. Naast de Toekomstvisie liggen ook het gemeentelijk beleid, opgaven voortvloeiend uit (nieuwe) weten regelgeving en nieuwe maatschappelijke opgaven (zoals de energietransitie) aan de basis van deze Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie nodigt uit, inspireert en geeft de kaders om ontwikkelingen op een Oosterhoutse wijze plaats te laten vinden. De Omgevingsvisie wordt gebruikt om te ‘toetsen’ of ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, bijdragen aan de Oosterhoutse ambities. Voor de gemeente Oosterhout zijn de volgende koepelthema’s van belang: • Leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen • Economische vitaliteit • Identiteit en ruimtelijke kwaliteit • Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig • Bereikbaarheid, mobiliteit en toegankelijkheid
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Toetsing bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het deelgebied ‘Den Hout’, weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 8: Plankaart Omgevingsvisie, deelgebied Den Hout en omringend Buitengebied, met de planlocatie omcirkeld
De visie beschrijft geen specifieke opgaven voor het plangebied. Wel worden enkele belangrijke opgaven beschreven voor het plangebied, waarmee bij de ontwikkeling rekening mee dient te worden gehouden. De visie beschrijft voor het gehele gebied de volgende opgaven: Den Hout en omringend buitengebied: • Energieneutraal en klimaatbestendig • Fietsgebruik bevorderen • Aandacht voor spanning tussen lokaal, recreatief, logistiek en agrarisch verkeer Voor het Kerkdorp geldt aanvullend: • Aandacht schoon, heel en veilig • Locatieonderzoek wonen • Balans tussen landbouw en woon- en leefklimaat
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
• Behoud dorps karakter en basisvoorzieningen • Bereikbaarheid OV verbeteren • Autogebruik ondergeschikt aan aangenaam leefklimaat in woongebieden Voor het Buitengebied geldt aanvullend: • Behoud agrarisch karakter, mogelijkheden nieuwe economische dragers • Balans tussen ecologie, landschap, vrijetijdsbesteding en agrarisch gebruik • Behoud en zo mogelijk versterken kwaliteit van het landschap Conclusie De bouw van een woning heeft geen specifieke invloed op de opgaven van de Omgevingsvisie Oosterhout. Met de bouw blijft het agrarisch karakter, de ecologie en het landschap van het kerkdorp in balans. Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Oosterhout.
3.2.2
Welstand
Per 1 oktober 2015 geldt er in Oosterhout bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geen welstandstoets meer. Wel zal er achteraf, via een zogenaamde excessenregeling, kunnen worden opgetreden tegen bouwwerken die in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Wel blijven er onder andere welstandseisen gelden indien sprake is van een beschermd stads- en dorpsgezicht of indien sprake is van de aanwezigheid van rijks- of gemeentelijke monumenten. Voorliggend plan valt net buiten het beschermd dorpsgezicht van Den Hout. Wel is er bij het ontwerp en het materiaalgebruik van de woning rekening gehouden met de bestaande structuren. Zodoende wordt de aanwezige karakteristiek van het Kerkdorp niet aangetast en is het plan niet in strijd met welstandsregels van de gemeente.
3.2.3
Ruimte voor ruimte
Aanvullend op het provinciaal beleid heeft de gemeente Oosterhout vastgelegd dat de sanering (en daarmee ook de saldering) grotendeels (minimaal voor 80%) plaats moet vinden in de gemeente Oosterhout. In de bijlage is het certificaat ‘Bouwtitel’ van ruimte-voor-ruimte opgenomen. De titel komt voort uit de sanering van 1.102 m2 aan bebouwing van het varkensbedrijf aan de Hoevestraat 17 in Oosterhout. Hierdoor wordt middels deze ontwikkeling eveneens elders in het buitengebied van gemeente Oosterhout een ruimtelijke kwaliteitswinst behaald. De inhoud van Ruimte voor Ruimte woningen wordt gelijkgesteld met die van burgerwoningen (zijnde 750m³). In de planregels van dit bestemmingsplan is deze maximale inhoudsmaat als voorwaarde opgenomen. Onderhavige ontwikkeling voldoet aan de eisen van de gemeente Oosterhout ten aanzien van het realiseren van een ruimte voor ruimtewoning. Verder wordt verwezen naar de toetsing aan de provinciale regels op het vlak van Ruimte voor Ruimte in paragraaf 3.1.3.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
4.0
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN
4.1
LEEFOMGEVING
4.1.1
Wonen
Woonvisie 2016 - 2021 De Woonvisie 2016 - 2021 is op 24 mei 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. De richting van de Woonvisie is onderbouwd op basis van demografische ontwikkelingen en (lokale) onderzoeken. De regionale ontwikkelingen en de rol die Oosterhout daarin heeft en neemt, zijn daarbij tevens van invloed op het Oosterhoutse woonbeleid. De volgende hoofdthema's zijn door de gemeenteraad en de externe partners van belang geacht voor het woonbeleid in Oosterhout: •
•
•
•
•
•
Betaalbaarheid: Het is de wens om mensen met een laag of middeninkomen een goed perspectief op de woningmarkt bieden. Belangrijk hierbij is dat de woningvoorraad aansluit op wensen en mogelijkheden van de bewoners, zowel nu als in de toekomst. Het sociaal domein: Vanaf 2015 is de langdurige zorg ingrijpend hervormd door de scheiding van wonen en zorg in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Doel is om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. De personen die door de nieuwe wetgeving niet meer in aanmerking komen voor een woning in een zorginstelling zullen zelfstandig binnen de reguliere woningvoorraad huisvesting moeten vinden en zich daar in hun zorgbehoefte moeten voorzien. Daarom moeten bestaande en nieuwe woningen door aanpassingen kwalitatief geschikt te maken zijn voor het (langer) zelfstandig bewonen. Duurzaamheid: Oosterhout wil een duurzame woongemeente zijn door onder andere te investeren in duurzame nieuwbouw en het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Meer concreet betekent dit goed geïsoleerde woningen met een gezond binnenklimaat, toekomstbestendige woningen, een laag energieverbruik. Huishoudens zijn een belangrijk deel van hun besteedbaar inkomen kwijt aan energielasten. Verduurzaming is noodzakelijk om de woonlasten beheersbaar te houden en de duurzaamheidsambities van Oosterhout te halen.
Bijzondere doelgroepen: In de afgelopen jaren is de woningvraag vanuit bijzondere doelgroepen toegenomen. Doelgroepen als statushouders, arbeidsmigranten en herstarters verdienen gezien hun specifieke situatie en mogelijkheden extra aandacht bij het huisvestingsvraagstuk. Leefbaarheid/ Leefomgeving: De kwaliteit van het wonen in Oosterhout is voor een deel afhankelijk van de woonomgeving. De leefbaarheid van de leefomgeving is van groot belang voor de kwaliteit van het wonen voor nu en in de toekomst. De voorzieningen op het gebied van detailhandel, horeca, sport en recreatie dragen bij aan de leefbaarheid en hiermee de aantrekkelijkheid van de gemeente. Flexibiliteit woningbouw: Mede op basis van de hoofdthema's is in beeld te brengen welke kwantitatieve en kwalitatieve woningvraag er in Oosterhout bestaat. Uitgangspunt is dat er gebouwd wordt naar de vraag en er wordt ingespeeld op de behoeften vanuit de woningmarkt. Bouwen naar behoefte vraagt om flexibiliteit, daarom is het van belang de kwantitatieve en kwalitatieve vraag in beeld te hebben.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Beoordeling en conclusie Het realiseren van een ruimte voor ruimte woning in het buitengebied is in overeenstemming met de Woonvisie.
4.1.2
Parkeren
Nota Parkeernormen Het gemeentelijke parkeerbeleid voor zowel auto’s als fietsen, is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2019’. Deze nota is door de gemeenteraad op 22 mei 2019 vastgesteld. In het beginsel is het uitgangspunt voor de gemeente dat de parkeerbehoefte op eigen terrein of binnen de grenzen van het plangebied gerealiseerd wordt. In het voorliggende bestemmingsplan is in artikel 10 een relatie gelegd met het gemeentelijke parkeerbeleid. Hierdoor moet het bevoegde gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het oprichten en/of uitbreiden van een gebouw en in het geval van een functiewijziging van een gebouw en/of gronden toetsen aan de ‘Nota Parkeernormen 2019’. Toetsing bestemmingsplan Het voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een vrijstaande woning in het dure segment. In de gemeentelijke parkeernota is opgenomen dat voor woningen in het dure segment een norm van 2,1 parkeerplaatsen per woning wordt gehanteerd (incl. 0,3 voor bezoekers). Op basis van het parkeerbeleid van de gemeente Oosterhout dient per woning voorzien te worden in 2 parkeerplaatsen op het eigen terrein. Het dient hier te gaan om twee naast elkaar gelegen parkeerplaatsen.
Figuur 9: Impressie parkeergelegenheid op eigen terrein
De ontwikkeling gaat uit van het realiseren van maximaal twee parkeerplaatsen op het eigen terrein en is daarmee in overeenstemming met de ‘Nota Parkeernormen 2019’ (of een eventuele nieuwe versie hiervan).
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
4.1.3
Duurzaamheid
Duurzaamheid is een breed begrip. In een duurzamere wereld wordt gekeken of mens (people), milieu (planet) en economie (profit) met elkaar in evenwicht kunnen zijn, zodat we de aarde niet uitputten. Om te zorgen voor een balans tussen deze drie thema’s heeft Nederland zich geconformeerd aan het klimaatakkoord, wat heeft geresulteerd in de klimaatwet. Dit zorgt voor nieuwe uitdagingen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling voor een duurzame en gezondere leefomgeving, ook in Oosterhout. Naast het feit dat de gemeente hierin een belangrijke voorbeeldrol en eigen verantwoordelijkheid heeft, willen we het nemen van duurzamere keuzes vooral stimuleren en faciliteren. Daarbij moet er meer ruimte zijn voor eigen initiatieven en eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en belangengroeperingen. Het belangrijkste afwegingskader voor duurzaamheid is, naast wet- en regelgeving, de in 2019 door de gemeenteraad vastgestelde documenten ‘’Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030” en de “Routekaart energietransitie 2019-2022”. Duurzaamheid bestaat voor de gemeente Oosterhout uit drie speerpunten: energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Energietransitie De huidige samenleving zorgt voor uitputting van de huidige energiebronnen (fossiel). Met de energietransitie werken we aan een samenleving waar sprake is van duurzaam opgewekte hernieuwbare energie.
Deze transitie is essentieel om de nationale doelstellingen op het gebied van CO2-reductie te behalen. De Klimaatwet zegt ons dat we 49% CO2 moeten reduceren in 2030 ten opzichte van onze uitstoot in 1990. Ook Oosterhout moet voldoen aan de landelijke doelstellingen. Naast het gebruik van duurzame energie, draagt het verminderen van energieverbruik (isoleren) ook bij aan het reduceren van CO2 uitstoot. De gemeente beoordeelt (ver-)bouwplannen op hun bijdrage aan de lokale, regionale of nationale duurzaamheidsdoelstellingen. Deze doelstellingen zijn verwoord in het ambitie document Energietransitie Oosterhout 2030 en de RES West-Brabant. Het absolute minimum staat beschreven in het Bouwbesluit, waarin eisen ten aanzien van de EPC en geluidisolatie zijn opgenomen. Sinds januari 2021 is de BENG-eis ingevoerd (Bijna Energie Neutraal Gebouw). De gemeente Oosterhout heeft de ambitie om op het gebied van duurzaamheid een extra inspanning boven op het bouwbesluit te stimuleren. De energietransitie van de gemeente Oosterhout wordt uitgewerkt in de Transitievisie Warmte, welke uiterlijk eind 2021 beschikbaar is. Toetsing bestemmingsplan Met de huidige BENG-norm wordt het bouwen van een duurzame woning gewaarborgd.
Wanneer de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (voorheen bouwvergunning) wordt aangevraagd voor de bouw van het voorliggend initiatief, moet deze voldoen aan het Bouwbesluit, waarmee het aspect duurzaam bouwen en energietransitie in de realisatie van het plan is verzekerd. Toch is de ambitie van de eigenaren ook naast een duurzame manier van voorzien in de energiebehoefte ook duurzame keuzes te maken in materialisatie. Het idee is om de woning te bouwen met houtskeletbouw. Hout is als hernieuwbaar materiaal een duurzame keuze. Dit zal ook in de gevel worden gebruikt in combinatie met de voor Den Hout kenmerkende ijsselsteenboerderijen. Hierbij kan gedacht worden aan zwart gebrande gevelbekleding waarbij onderhoud (overschilderen) niet meer nodig is.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Ook de daken zullen worden ingezet voor de duurzame ambities. Naast het toepassen van volledig geïntegreerde zonnepanelen zoals het solesia zonnedak, willen eigenaren ook graag een deel van het dak uitvoeren als groen hellend dak. Door ook slim om te gaan met positionering van (dak)ramen kan worden ingespeeld op dagritme van bewoners en optimaal gebruik worden gemaakt van zonnewarmte.
4.2
GROEN
4.2.1
Gemeentelijk groen beleid
In Oosterhout is in de woonbuurten per woning gemiddeld 115m2 openbaar groen aanwezig. Op basis van dit gemiddelde kan worden gesteld dat Oosterhout een groene gemeente is. Omdat Oosterhout een groene gemeente wil blijven, streeft de gemeente Oosterhout naar een gemiddelde norm van 115m² openbaar groen per woning in de woonbuurten en kernen en 1,04 boom per woning. In het politiek akkoord is het groene karakter van Oosterhout ook benoemd als kernwaarde van de stad. Het is een kenmerk waarmee Oosterhout zich onderscheidt van andere gemeenten. Doel van groenbeleid in algemene zin is daarom de instandhouding en verbetering van deze groene kwaliteit. De bijbehorende uitvoeringssporen zijn bescherming en ontwikkeling. Het groene karakter van de stad wordt zowel door het groen in de openbare ruimte als in de particuliere tuinen gevormd. De tuinen zijn groene ruimten in de stad, waarbij vooral voortuinen van grote invloed zijn op de sfeer van de stedelijke buitenruimte. Bescherming van het aanwezige groen in de stad gaat vooraf aan compensatie. Compensatie is immers het herstellen van of goedmaken voor iets dat verloren is gegaan. Met betrekking tot het particuliere groen heeft de gemeente beperkte beschermings- en sturingsmogelijkheden. In bestemmingsplannen is bepaald welke activiteiten in tuinen zijn toegestaan (ontwikkeling).
De wat grotere bomen (dikker dan Ø 0,20 m) worden beschermd op basis van de velvergunningsprocedure in de (Algemene Plaatselijke Verordening) APV. De monumentale bomen vormen een bijzondere categorie; deze genieten een zwaardere bescherming in zowel de bestemmingsplannen als in de APV. In het openbaar gebied heeft de gemeente maximale mogelijkheden tot instandhouding en ontwikkeling. Ook in de openbare ruimte gelden de ontwikkelings- en beschermingsinstrumenten als bestemmingsplannen, de APV en de monumentalebomen-lijst. Daarnaast worden door de gemeente bewuste keuzes gemaakt op basis van beleidsuitgangspunten ten aanzien instandhouding en ontwikkeling van de overige voorzieningen. In de openbare ruimte heeft de gemeente, gegeven de bescherming die het privé-groen geniet, voldoende mogelijkheden tot instandhouding en uitbouw van het groene karakter van Oosterhout. Toetsing bestemmingsplan De realisatie van de woning heeft geen invloed op de hoeveelheid groen in de openbare ruimte. Compensatie is niet benodigd. Het initiatief is in lijn met het groenbeleid van de gemeente.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
4.2.2
APV
Bescherming vindt plaats door aanwijzing van monumentale bomen die via de Algemene Plaatselijke Verordering (APV) en het bestemmingsplan zijn beschermd. Het kappen van niet monumentale bomen op gemeentegrond is op basis van de APV eveneens vergunning-plichtig. De ontwikkeling van groen gebeurt door koppelkansen. Onder andere bij herinrichting van het openbaar gebied (bijvoorbeeld bij aanpassingen aan de riolering) en bij (her)ontwikkeling van locaties. Toetsing Bestemmingsplan De ontwikkeling heeft geen invloed op monumentale bomen.
4.3
NATUUR
De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor en een gebiedsgericht spoor. De bescherming van deze twee sporen is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de natuurwetgeving. Door Stantec b.v. is een quickscan Flora- en Faunawetgeving uitgevoerd. Doel van deze quickscan is het inzichtelijk maken of beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig zijn en welke betekenis deze hebben voor de verdere uitvoering van het initiatief. Verder wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. De onderzoeksrapportage is als separate bijlage aan voorliggend bestemmingsplan toegevoegd. De resultaten van het onderzoek zijn hier kort samengevat. Beoordeling gebiedsbescherming Het plangebied kan vallen binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied of de voorgenomen ingreep heeft mogelijk van buitenaf invloed op het natuurgebied door middel van trilling, geluid, licht of stikstofdepositie.
Voor het Natuurnetwerk Nederland is het alleen hinderlijk wanneer de werkzaamheden daarbinnen vallen. Als ze daarbuiten vallen zijn er geen maatregelen van toepassing tenzij duidelijke hinder voor het gebied niet uit te sluiten valt. Het dichtstbijzijnde relevante Natura 2000-gebied (Ministerie van Landbouw, 2021) is de Biesbosch. Dit ligt op circa 5 km van het plangebied. Het plangebied ligt dus buiten de contouren van de Natura 2000-gebieden. Bij de geplande werkzaamheden komt meer stikstof vrij dan bij de huidige voorzieningen. Gezien de afstand tot de beschermde natuurgebieden is met behulp van de rekentool Aerius – calculator een berekening uitgevoerd van de stikstof emissie. Het gaat hierbij om de relevante stikstof emissie van het gebruik van de woning. Uit de stikstof berekening blijkt dat de gebruiksfase geen depositieresultaten oplevert boven de 0,00 mol/ha/jaar. Het plan heeft geen negatief effect het Natura 2000 gebied de Biesbosch (zie ook paragraaf 4.6.1).
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Beoordeling soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat voorafgaand aan de ingreep alle maatregelen dienen te worden getroffen om nadelige gevolgen op flora en fauna voor zover mogelijk te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht geldt altijd en voor alle soorten, ook als ontheffing of vrijstelling is verleend. De volgende tabel geeft een overzicht van de beschermde soortgroepen. In de tabel wordt aangegeven voor welke soorten maatregelen en/of nader onderzoek van toepassing is. Verdere toelichting daarop wordt beschreven onder de tabel.
Tabel 1: Overzicht van de te nemen maatregelen
Voor de algemene broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het regulier broedseizoen van start moeten gaan. In de tuin zijn hagen en bomen aanwezig waar vogels in kunnen nestelen. Het is bekend dat twee eksters in de aanwezige berken jaarlijks broeden (in ieder geval één paar per jaar). Deze nesten zijn nabij de werkzaamheden van de ruimtelijk ingreep en dat kan voor hinder zorgen tijdens het broeden. Daarnaast worden enkele bomen en hagen verplaatst. Dat mag enkel buiten het broedseizoen gebeuren. Geadviseerd wordt dit in het najaar te doen. Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot significant negatieve effecten ten aanzien van natuur. Op grond van de Wet natuurbescherming geldt een vrijstelling van vergunningplicht, waardoor dit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Op het onderwerp stikstof wordt in paragraaf 4.6 nader ingegaan.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
4.4
WATER
4.4.1
Beleid Waterschap Brabantse Delta
Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en –kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het Waterbeheerplan 2016-2021. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn veiligheid, droge voeten, voldoende water, gezonde natuur, schoon water, genieten van water en het waterschap als calamiteitenorganisatie. Het waterschap heeft een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta.
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij de uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. In de Keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak, via een afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen.
Dit verbod is van toepassing tenzij: - het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; - de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; - de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; - de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en - compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: 'benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06'.
Het gebruik van uitlogende (bouw)materialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC wordt ten zeerste afgeraden in verband met de negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Door middel van de verplichte watertoets ziet het waterschap toe op de uitvoering van hun beleid. Hiermee wordt gewaarborgd dat bij nieuwe ontwikkelingen het waterbeheer wordt meegenomen. Toetsing bestemmingsplan Bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen is vaak sprake van een toename van het verhard oppervlak en daarmee een afname van het infiltratieoppervlak. Er wordt meer hemelwater versneld afgevoerd naar de riolering of het oppervlaktewater. Dit is ongewenst en dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Uitgangspunt is dat het hemelwater zoveel mogelijk in het plangebied blijft. De wijze waarop kan per situatie verschillen en is gebiedsafhankelijk. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toenemend verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Voor plannen met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 500 m2 geldt vanuit het waterschap een vrijstelling tot realisatie van compensatie. Met een toename van het verhard oppervlak van 125 m² valt de voorgenomen ontwikkeling binnen de grenswaarde van minder dan 500 m2. Vanuit de Algemene Regel van het waterschap is er geen verplichting tot aanleg van een bergingsvoorziening. Bovengenoemde aspecten vormen geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging.
4.4.2
Beleid gemeente Oosterhout
De gemeente Oosterhout heeft haar beleid van stedelijk water opgenomen in het “water- en rioleringsplan 2017- 2021”. Het is een beleidsdocument voor zowel het afvalwater, het hemelwater als het grondwater. Ook het oppervlaktewater heeft hier plaats in gekregen. Om bovenstaande onderwerpen vorm te geven hanteert de gemeente Oosterhout voor (her)ontwikkelingen, werkzaamheden of nieuwbouwlocaties de volgende voorwaarden en ontwerpeisen voor hemelwaterafvoer (HWA-stelsel): • • • • • • • • • •
Bij nieuwbouw geldt: gescheiden afvoer van regenwater van alle verhard oppervlakken waar dit mogelijk is; De voorkeursvolgorde; infiltratie – berging – afvoer; Infiltratie mogelijk als K-waarde (doorlatendheid bodem) 0,5 m per dag of groter is; De afvoer van hemelwater is bij voorkeur bovengronds (ook daken), hierdoor blijft water zichtbaar, is er minder vervuilingsrisico en meer waterbeleving door de burger; Bij bui 10 (ca. 40 mm in één uur) geen water op straat berekend vanuit een leidingstelsel of ondergrondse berging; Bij bui 100 (ca. 70 mm in één uur) geen inundatie van de openbare ruimte vanuit de open waterberging (o.a. wadi) of watergang; PVC uitvoeren in de kleur grijs als er aangesloten wordt op een regenwaterriolering en uitvoeren in de kleur groen als aangesloten op een infiltrerende voorziening; In verband met het terugdringen van onderhoudskosten alleen kolken toepassen als geen andere afvoer mogelijk is. Bij nieuwbouw geldt dat het regenwater in principe niet mag worden afgevoerd op de gemeentelijke riolering mits de aanwezige regenwaterriolering hiervoor is aangelegd; Als uit onderzoek of vergunningen blijkt dat bij nieuwbouw infiltreren in de bodem of lozen op oppervlaktewater niet mogelijk is, dan mag worden aangesloten op de riolering;
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
•
4.4.3
De gemeente accepteert een maximale afvoercapaciteit van 75 l/s/ha voor het lozen van regenwater op haar rioleringssystemen;
Water- en rioleringsplan
In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Hierin zijn de verantwoordelijkheden vastgelegd ten behoeve van afval-, hemel- en grondwater. In grote lijnen betekent dit dat de gemeente een ontvangstplicht heeft van afvalwater (vervuild water) en een zorgplicht voor grond- en hemelwater. Daarnaast hebben de individuele perceeleigenaren een eigen verantwoordelijkheid voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater en het verwerken van regen- en grondwater op het eigen perceel. De gemeenteraad heeft een water- en rioleringsplan vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente omgaat met alle waterstromen binnen de gemeente en de zorgplichten vanuit de Waterwet. De belangrijke uitgangspunten in het water- en rioleringsplan voor het water in Oosterhout zijn: schoon water schoonhouden, handhaving van de waterkwaliteit en waar noodzakelijk verbeteren, voldoen aan de normen voor volksgezondheid en veiligheid en ontwikkeling van natuur in en om het water waar mogelijk. Bovenstaande betekent dat de verschillende vormen van grondgebruik afgestemd moeten worden op de aanwezige watersystemen. Dit met een toekomstgerichte aanpak/doorkijk met name op het gebied van het klimaat. Intensievere regenbuien kunnen enorme wateroverlast veroorzaken en de in het gemeentelijk grondgebied aanwezige grondwaterwinning voor de drinkwaterproductie kunnen vervuild raken door lozingen van schadelijke stoffen.
Ook hiervoor is aandacht binnen het water- en rioleringsplan. De landelijke voorkeursvolgorde infiltreren-bergen-afvoeren wordt daarom in de Gemeente Oosterhout ook aangehouden om schade bij regenwateroverlast en periodes van droogte te voorkomen of toch in ieder geval te beperken. Waarbij rekening gehouden moet worden met de onderstaande regenbuien als norm: • Bij 40 mm regen per uur geen water op straat vanuit ondergrondse voorzieningen (infiltratiekratten, waterbergende funderingen, enzovoort). • Bij 70 mm regen per uur geen inundatie vanuit open voorziening (wadi, sloot, enzovoort). Bij nieuwbouw geldt dat alle afvoerend verhard oppervlak (inclusief oppervlak van een open voorziening) meetelt in de te verwerken hoeveelheid regenwater. Dit ongeacht de hoeveelheid bestaand verhard oppervlak.
4.4.4
Afvalwaterverordening
Om aan de beleidsdoelstellingen te voldoen zijn er uitgangspunten, normen en regels nodig. In de afvalwaterverordening staat welke regels en normen er gelden voor het lozen van afvalwater en het aansluiten op een vuilwaterriool. Alle percelen waarop afvalwater vrijkomt worden aangesloten op het openbaar riool. Per woning of bedrijfspand wordt er in principe één perceelaansluiting voor afvalwater aangelegd. In de Wet Milieubeheer staat dat de gemeente een inzamelplicht heeft van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsmatig afvalwater valt hier niet onder. De gemeente wil bedrijven echter wel faciliteren mits het voldoet aan enkele voorwaarden.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
Bedrijfsmatig afvalwater mag worden afgevoerd naar het openbaar riool mits de samenstelling van het te lozen water overeenkomt met huishoudelijk afvalwater en de afvoercapaciteit van het gemeentelijk riool voldoende is. In het geval van nieuwbouw of bij toename van de afvoercapaciteit kan een bergingsvoorziening voorgeschreven worden. Ook is in de afvalwaterverordening de procedure voor het aanvragen van een aansluiting op het gemeentelijk riool vastgelegd. Hierbij zal ook een toets plaatsvinden op de vastgelegde normen en regels, alvorens door de gemeente (maar op kosten van aanvrager) wordt aangesloten op het gemeentelijk riool. Toetsing bestemmingsplan en conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de realisatie van een woning. Om te voldoen aan de watertoets wordt de waterparagraaf (zie bijlage) gezamenlijk met de onderbouwing ter beoordeling voorgelegd aan het waterschap voor een wateradvies.
4.5
CULTUUR
4.5.1
Erfgoedwet
De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Het voornaamste doel is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Ieder nieuw bestemmingplan moet een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Archeologie Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd in de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.
20210590-00 |Gemeente Oosterhout Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind, Herziening 34 (Hespelaar 14)
4.5.2
Provinciale cultuurhistorische waardenkaart
In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven, zie de volgende figuur.
ebied en Provinciale omgeving). Figuur 10: Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW 2010, herziening 2016) met rode cirkel ter plaatse van het plangebied
Toetsing Bestemmingsplan De bouw van de woning ligt niet in een cultuurhistorisch waardevol gebied en heeft geen invloed op eventuele zichtrelaties of aanwezige historische geografische lijnen. Vanuit het aspect 'Cultuurhistorische Waardenkaart' worden dan ook geen belemmeringen voorzien.
4.5.3
Archeologie en cultuurhistorie
Beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie In de beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie 2008-2018, welke op 20 januari 2009 is vastgesteld, is het gemeentelijk beleid op het gebied van cultuurhistorie vastgelegd. Hoewel de termijn verlopen is, werkt de gemeente Oosterhout nog steeds in lijn met deze nota en de nota blijft het toetsingskader. Het Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oosterhout is het plangebied aangemerkt als gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Er is deels sprake van een bodem die verstoord is door ontgrondingen in het verleden.