Ruimtelijke_onderb_WPEnergiepark_A59_15_dec_2020_16_04_16.pdf
Tekst van het document
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
49
Figuur 4.12 Visualisatie vanaf fotopunt 5, Domeinweg, rand bebouwde kom
Bron: Pondera
Het plangebied zelf Aansluiting op landschappelijke structuur De twee turbines staan in één lijn met de verkavelingsrichting van het plangebied, parallel aan de A59. Deze samenhang met kleinere structuren is op het laagste schaalniveau soms waarneembaar. Herkenbaarheid van de opstelling (als geheel) De opstelling als geheel is nog enigszins herkenbaar, maar de onderlinge afstand tussen de twee turbines leidt ertoe dat de herkenbaarheid als cluster op het laagste schaalniveau toch minder herkenbaar is dan op het middelste schaalniveau. Interferentie (van de opstelling) met andere windinitiatieven of andere hoge elementen Op dit schaalniveau neemt de interferentie met de andere windturbines en met de hoogspanningsleidingen weer iets af. Dat komt omdat op dit schaalniveau de afstand daartoe voor de waarnemer groter lijkt geworden. Invloed op de (visuele) rust Door de kortere afstand tussen de waarnemer en de opstelling op dit schaalniveau neemt de invloed op de visuele rust opnieuw toe (negatief effect). Invloed op de openheid Met betrekking tot het criterium openheid blijft op het laagste schaalniveau het effect op de openheid min of meer gelijk. De rotoren worden voor het oog van de waarnemer weliswaar groter, maar dat geldt ook voor de onderlinge afstanden tussen de turbines
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
50
Zichtbaarheid De zichtbaarheid van het initiatief neemt opnieuw toe. Binnen het gehele plangebied zijn steeds beide turbines zichtbaar, vaak in één oogopslag. Conclusie Windturbines voegen door hun grote maat en schaal in vergelijking met andere objecten een nieuwe laag toe aan het landschap. Door hun grote afmetingen ontstijgen moderne windturbines de schaal van andere landschapselementen, dat is iets wat niet te ontkennen valt. De invloed van de windturbines, en dus de beperking van de vrije horizon, is beperkt en wordt derhalve ook aanvaardbaar geacht zeker omdat er in aansluiting op provinciaal beleid ook sprake is van een cluster met de bestaande windturbines Weststad III. De windturbines tasten ter plaatse aanwezige landschappelijke structuren in het plangebied niet direct aan. De realisatie van twee grote windturbines in windpark Energiepark A59 zijn landschappelijk aanvaardbaar en inpasbaar, zeker gezien de clustering met bestaande windturbines, bundeling met grootschalig bedrijventerrein en nabij grootschalige infrastructuur.
Kwaliteitsverbetering landschap Inleiding Voor het bereiken van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering, zoals beschreven in paragraaf 2.3, op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening is een inrichtingsplan voor Energiepark A59 opgesteld (zie bijlage 1). Tegenover elke ruimtelijke ontwikkeling in het landschap dient op basis van de provinciale Interimverordening een kwaliteitsverbetering van het landschap te staan (zie ook paragraaf 2.3.4). Dit geldt ook voor het plaatsen van windturbines, in deze ook in relatie tot het zonnepark in Energiepark A59. Geen kwaliteitsverbetering door herpositionering van de windturbines Op basis van de beschrijving van het effect van de windturbines op het landschappelijk beeld in de vorige paragraaf wordt hier overwogen of een geringe herpositionering van de turbines te overwegen is om een kwaliteitsverbetering van het landschap te bereiken, zoals bedoeld in de Interim omgevingsverordening. In paragraaf 4.1 komt dit onder ‘Keuze opstelling windpark’ in het kader van de onderbouwing van de turbineposities ook al aan de orde, in deze paragraaf wordt het vanuit ruimtelijke kwaliteitsverbetering in gestoken. Het effect van herpositionering lijkt vanuit landschappelijke perspectief, zoals beschreven in de vorige paragraaf, twee kanten te hebben, een licht positief en een licht negatief effect.
De opstelling van het windpark staat parallel aan de A59 en de in het plangebied voorkomende verkavelingsrichting. De lijn van de opstelling wijkt in zeer lichte mate af van de richting die de lijnopstellingen binnen het bestaande windpark Weststad III hebben, in die zin dat de richting van beide lijnen enkele procenten afwijken qua richting. Het (exact) in lijn brengen qua richting van de beide turbines van Energiepark A59 met de bestaande turbines zal op de hoogste schaal van de landschappelijke beoordeling in paragraaf 4.4 een licht positief effect sorteren, doordat er een nog iets samenhangender cluster van acht turbines (bestaand en nieuw) zal ontstaan. Op de lagere schaalniveaus is het effect van deze verschuiving naar verwachting eerder licht negatief. Dit komt omdat er dan licht wordt afgeweken van de verkavelingsrichting ter plekke in het plangebied en van de richting van de zonne-opstellingen die ook op deze
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
51
verkavelingsrichting zijn geënt. Hierdoor neemt de samenhang van de windopstelling met het zonnepark iets af. Het zodanig verschuiven van de windturbines in zuidelijke richting dat ze in één lijn komen te staan met de meest noordelijke lijn van het bestaande windpark is hoe dan ook geen optie vanwege belemmeringen in en rond het plangebied, de begrenzing van het plangebied en benodigde onderlinge afstand tussen de windturbines en de afstand tot aan de woonwijk Dommelbergen (zie ook paragraaf 4,1 onder ‘Keuze opstelling windpark’). Herpositionering van de windturbines in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft geen overwegend positief effect waardoor dat ook niet verder is overwogen of te overwegen is, zeker omdat er vanuit andere aspecten (belemmeringen) ook eigenlijk geen schuifruimte beschikbaar is. De verplichte ruimtelijke kwaliteitsverbetering voor het windpark op basis van de Interim omgevingsverordening dient op een ander manier gerealiseerd te worden. Inrichtingsplan verbetering ruimtelijke kwaliteit Voor het bereiken van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening, zoals beschreven in paragraaf 2.3.4, is een inrichtingsplan voor Energiepark A59 opgesteld (zie bijlage 1 en hieronder onder ‘landschappelijke inpassing van Energiepark A59’).
Tegenover elke ruimtelijke ontwikkeling in het landschap dient op basis van de provinciale Interimverordening een kwaliteitsverbetering van het landschap te staan. Dit geldt ook voor het plaatsen van windturbines in Energiepark A59. De financiële middelen die beschikbaar komen voor de kwaliteitsverbetering, worden betaald door de ontwikkelende partijen. De windontwikkelaar levert een bijdrage van 10.000 euro per opgestelde megawatt bij oplevering van de windturbines. De bijdrage aan ruimtelijke kwaliteitsverbetering vanuit het windpark is een financiële bijdrage die wordt vastgelegd en geborgd in de anterieure overeenkomst die tussen gemeente en initiatiefnemer wordt gesloten voor definitieve besluitvorming over het plan. Deze financiële bijdrage wordt in eerste instantie zo mogelijk ingezet voor extra ruimtelijke kwaliteitsverbetering aan de landschappelijke inpassing van het zonnepark en daarmee de uitvoering van het landschappelijke inrichtingsplan van het Energiepark A59. De bijdrage vanuit het windpark dient dus een ‘plus’ te kunnen leveren aan het inpassingsplan Energiepark A59. De concrete maatregelen ter bevordering van ruimtelijke kwaliteit maken deel uit van de aparte planologische procedure voor realisatie van het zonnepark.
Mocht de bijdrage ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het windpark niet (volledig) besteedt kunnen worden aan een extra kwaliteitsverbetering in het inpassingsplan Energiepark A59 of mocht onverhoopt het zonnepark in Energiepark A59 niet tot realisatie komen dan komt de financiële bijdrage voor de ruimtelijke kwaliteit vanuit het windpark in een apart gemeentelijk fonds (groenfonds) voor verbetering ruimtelijke kwaliteit vanuit windpark Energiepark A59. Vervolgens wordt door de gemeente in afstemming met de omgeving beschouwd hoe met besteding van de gelden in het fonds er op een andere wijze invulling gegeven kan worden aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld door de randen van de wijken te voorzien van versterking van de afschermende beplanting, een verbetering van landschapsstructuren in en om het plangebied of versterking van landschappelijk recreatieve structuren. Inpassing van windturbines is gezien hun omvang niet mogelijk waardoor de verbetering van ruimtelijke kwaliteit in dat geval in de omgeving moet worden gezocht.
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
52
Landschappelijke inpassing van Energiepark A59 Het ontwerp en inpassingsplan van het zonnepark in Energiepark A59 wordt beschreven in bijlage 1. Het ontwerp voor het Energiepark A59 is primair opgesteld als inrichtingsplan voor het zonnepark (vanwege twee zelfstandige aanvragen voor zon en wind), waar vervolgens het windpark in ingepast en onderbouwd is. Dat laatste zorgt niet voor een veranderde planonderbouwing voor het inpassingsplan. De landschappelijk inpassing is nog in verdere uitwerking en afstemming met de gemeente. In principe heeft dat geen consequenties voor het plan voor het windpark omdat de bijdrage voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering als gevolg van het windpark financieel geborgd is in de anterieure overeenkomst en de voorzieningen voor het windpark verder qua positie vastliggen. Voor de landschappelijke inpassing van Energiepark A59 liggen er kansen een maatschappelijk meerwaarde te creëren op het vlak van biodiversiteit, waterhuishouding en ruimtelijke kwaliteit. Op alle drie de aspecten wordt ingegaan waarbij het aspect ruimtelijke kwaliteit het meest relevant is in relatie tot de Interim omgevingsverordening. Ruimtelijke kwaliteit De panelen in het zonnepark krijgen een iets geroteerde oost-west opstelling, waarmee de bestaande percelen en watergangen in het plangebied gerespecteerd worden, en de richting van het landschap wordt gehandhaafd en benadrukt.
Met de opzet van het totale gebied wordt de waaierstructuur die oorspronkelijk in het krekenlandschap aanwezig was versterkt. De centraal gelegen oude Hillenweg krijgt een nieuwe betekenis als centrale ontsluiting. De windturbines zijn ook in het zonnepark geplaatst rekening houdend met deze landschappelijke structuren. Ruimtelijke kwaliteit beschreven schreven aan de hand van drie aspecten 1) economisch: een heldere vitale functie in het landschap; 2) ecologisch: een bijdrage aan biodiversiteit en koppeling aan ecologische netwerken; en 3)esthetisch: een inrichting die is ontworpen vanuit eigen kwaliteit, beleefbaarheid, en balans met de grotere landschappelijke structuur. Economisch vitaal betekent een sterk en zelfverzekerd landschap, met een heldere koppeling van windpark en zonnepark aan stedelijke functies of hoogspanningsinfrastructuur. De positionering van de windturbines is in hoofdzaak functioneel bepaald, op basis van de in kaart gebrachte belemmeringen, met daarnaast een minimale onderlinge afstand die de windturbines dienen te hebben om windafvang en daarmee productieverlies te voorkomen. De opstelling van de windturbines zal dus niet veranderen bij combinatie met het zonnepark. Het zonnepark is zo ontworpen dat rekening kan worden gehouden met de geplande windturbines, kraanopstelplaatsen en aanvoerwegen binnen de plangrenzen.
Ecologisch waardevol betekent inzet op biodiversiteit en aansluiting bij het Natuurnetwerk. Indien beide projecten in het Energiepark A59 tot realisatie komen, valt het windpark binnen het zonnepark, en als een geheel worden omheind. De verschillende groenzones worden ontwikkeld, zoals ook gepland voor alleen het zonnepark. Er wordt geen cumulatieve impact op de bestaande natuurwaarden verwacht.
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
53
Figuur 4.13 Themakaart ruimtelijke kwaliteit (boven) en inpassingsplan met windturbines (onder)
Bron: Landschappelijk ontwerp en inpassingsplan Zonnepark Energiepark A59 Oosterhout, Smartland Landschapsarchitecten (zie bijlage 1 Ontwerp zonnepark)
Esthetisch verantwoord betekent zorgvuldig omgaan met het bestaande landschap, in de zin dat essentiële structuren en karakteristieken geaccentueerd worden, ieder op hun geëigende
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
54
schaalniveau. De plaatsing van de panelen en windturbines zelf is technisch efficiënt, maar reageert met name ook op het zicht vanuit recreatieve routes met een lage ligging en lage snelheid. De vormgeving van het Energiepark met windturbines, grote panelenvelden met beheerpaden, open zones, en toegevoegde beplantingsstructuren reageert met name op het zicht vanuit de hooggelegen infrastructuur, en speelt in op het schaalniveau van de bestaande landschapsstructuur. In Energiepark A59 wordt de landschappelijke structuur vooral bepaald door de waaier van kreken. Deze worden vanaf de hooggelegen A59 door middel van een aantal zichtlijnen en groenelementen geaccentueerd. Op een lager schaalniveau accentueren de beheerpaden/onderhoudswegen en poldersloten de langgerekte kavelstructuur in de polders, met name vanaf de westelijke Statendamweg. Hier verzacht een struweelhaag het zicht op panelen, veiligheidshek en voet van de windturbines, maar de weg ligt zo hoog dat het Energiepark duidelijk zichtbaar zal zijn, wat past bij een belangrijk en vitaal element in het landelijk gebied. De oostrand van het Energiepark behoeft een meer gedetailleerde aanpak. Hier loopt een belangrijk recreatief fietspad tussen Geertruidenberg en Oosterhout, langs het Kromgat, onderdeel van een uitgebreid padennetwerk.
Het fietspad ligt soms op de waterkering, soms er buiten en soms er binnen (feitelijk in de polder). Vanaf de hogere posities op de waterkering is een transparante groenzone voldoende, maar waar het pad laag in de polder ligt is enige afstand en een natuurrijke groene inrichting essentieel. Waar het pad buitendijks langs het water loopt is het Energiepark gevoelsmatig ver weg en is afscherming niet noodzakelijk. Sterker nog, het park mag vanaf hier gezien worden, schone energie als essentieel deel van onze duurzame samenleving (zie ook Figuur 4.14). De schaalniveaus van de twee duurzame initiatieven zijn verschillend van karakter. Dit uit zich voornamelijk in zichtbaarheid en beleving. Essentiële structuren en karakteristieken van het landschap worden geaccentueerd, ieder op hun geëigende schaalniveau. Waterhuishouding Het inrichtingsplan respecteert de huidige waterhuishoudkundige situatie. De afwatering loopt naar het zuidoosten toe, via de bestaande A-watergangen langs de Hillenweg. Beheerstroken voor deze watergangen zijn in het plan opgenomen als vrijgehouden beheerzones. Er liggen kansen voor aanpassing (verhoging) van het polderpeil maar dat is nog niet uitgewerkt. Biodiversiteit Voor wat betreft het aspect biodiversiteit liggen er in het Energiepark A59 de volgende mogelijkheden: •
schaduwvegetatie van rijke loofbossen in combinatie met inpassen van houtwallen levert biodiversiteit van bosranden;
•
inpassen en hooilandbeheer van stroken open vochtig grasland levert biodiversiteit van hooilanden
•
toepassen van dood hout onder de panelen levert biodiversiteit van oude bossen
In de vorm van een Werkgroep Biodiversiteit wordt de concrete invulling van het groen met de lokale belangstellenden bediscussiëren en bepalen.
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
55
Figuur 4.14 Aanzicht Energiepark A59 vanaf het fietspad langs het Kromgat
Bron: Landschappelijk ontwerp en inpassingsplan Zonnepark Energiepark A59 Oosterhout, Smartland Landschapsarchitecten (zie bijlage 1 Ontwerp zonnepark)
Conclusie ruimtelijke kwaliteitsverbetering Herpositionering van de windturbines draagt niet bij aan verbetering van ruimtelijke kwaliteit voor het windpark. Het inrichtingsplan voor het zonnepark geeft invulling aan ruimtelijke kwaliteit voor het gehele Energiepark A59 door de wijze waarop de plannen op elkaar zijn afgestemd en de windturbines zijn ingepast in het zonnepark, met respect voor bestaande landschappelijke structuren. De maatregelen ter bevordering van ruimtelijke kwaliteit maken daarmee deel uit van de aparte planologische procedure voor realisatie van het zonnepark. De bijdrage voor ruimtelijke kwaliteit als gevolg van het windpark is een financiële bijdrage zoals vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Met (een deel van) deze bijdrage wordt gestreefd naar een ‘plus’ in het inpassingsplan. Mocht financiële bijdrage uit het windpark overblijven of onverhoopt het zonnepark in Energiepark A59 niet tot realisatie komen en het windpark wel dan komt de financiële bijdrage voor de ruimtelijke kwaliteit vanuit het windpark Energiepark A59 in een apart gemeentelijk fonds (groenfonds) voor verbetering ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
56
ONDERZOEK Uitgangspunten Voorbeeldwindturbine Voor het bepalen van milieueffecten wordt gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaats vindt. Voor alle omgevingsaspecten worden berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst-case windturbinetype. Voor het aspect geluid wordt uitgegaan van een worst-case windturbine, waarbij het maximale bronvermogen en de maximale tiphoogte bepalend zijn voor de maximale geluidbelasting binnen de bandbreedte van afmetingen (zie paragraaf 4.2). Voor de overige omgevingsaspecten geldt dat een windturbine met maximale afmetingen de worst-case situatie is, de onderzoekconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de voorbeeldwindturbine, ongeacht hun afmetingen binnen de bandbreedte van afmetingen. Als voorbeeldturbine is in deze analyse uitgegaan van een windturbine met een tiphoogte van maximaal 235 meter een maximale rotordiameter van 170 meter.
Geluid Toetsingskader Net als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de wind ‘zoeven’. Het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit) is het kader voor de toetsing van geluid door windturbines. Specifiek voor windturbines geldt dus een afzonderlijke normstelling, die onafhankelijk van ander optredend geluid (industrielawaai, verkeer, etc.) wordt beoordeeld. In het Activiteitenbesluit wordt voor de normstelling van geluid van windturbines getoetst aan de waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden27 en gevoelige locaties zoals scholen en ziekenhuizen. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. In Nederland wordt tevens getoetst aan Lnight om de verstoring van nachtrust te voorkomen.
Cumulatie met andere bronsoorten Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer28 Bijlage 4). In het geval van dit project zijn dat wegverkeer, industrielawaai en een ander windpark. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid. Woningen van derden zijn niet bij het initiatief van het windpark betrokken. Op deze woningen dient voor geluid, slagschaduw en veiligheid voldaan te worden aan het Activiteitenbesluit. 28 Activiteitenregeling milieubeheer, 19 oktober 2007, nr.07.00113, Staatsblad 2007/415.
27
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
57
Laagfrequent geluid Daarnaast wordt ingegaan op laagfrequent geluid. Onder hoorbaar laagfrequent geluid worden geluiden met een frequentie tussen circa 20 en 100 Hertz (Hz) verstaan. In het besluit 'wijziging milieuregels windturbines' (2010)29 is voor windturbines de norm voor de geluidbelasting buiten aan de gevel gesteld op Lden= 47 dB. Bij deze normen is uitgegaan van windturbinegeluid en de mate van hinderlijkheid die wordt ervaren op basis van empirisch onderzoek. Daarbij is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidspectrum van windturbinegeluid is. Stiltegebieden Volgens de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019) geldt voor geluidbronnen gelegen buiten, en op meer dan 50 meter vanaf de grens van, het stiltegebied een streefwaarde van de geluidbelasting op de grens van het stiltegebied van 50 dB(A) LAeq, 24u30. De geluidbelasting dient op een hoogte van 1,5 meter boven het maaiveld te worden bepaald.
Onderzoek Ter bepaling van de maximale akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek voor de omgevingsvergunning (zie bijlage 2) uitgegaan van een representatieve luide (realistische worst-case) windturbine Nordex N163 5.x MW windturbine met een rotordiameter van 163 meter op een (fictieve) ashoogte van 154 meter, uitgaande van een maximale tiphoogte van 235 meter. De resultaten zijn in Tabel 5.1 weergegeven In het akoestische model zijn 13 referentietoetspunten met geluidgevoelige objecten (woningen) opgenomen, waaronder woningen op het geluidgezoneerde bedrijventerrein Weststad/Statendam. Voor woningen op een geluidgezoneerd bedrijventerrein geldt dat ze niet beschermd zijn tegen windturbinegeluid, maar de effecten worden wel inzichtelijk gemaakt. Per toetspunt zijn de jaargemiddelde geluidniveaus Lden en Lnight berekend. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: •
Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.
Tabel 5.1 geeft de geluidbelasting Lden 47 dB en Lnight 41 dB weer van windpark Energiepark A59 op de toetspunten, in Figuur 5.1 is de contour Lden 47 dB opgenomen. Tabel 5.1 Rekenresultaten Windpark Energiepark A59 [dB(A)] Toetspunt
Adres
1 2
WP Oranjepolder Lnight
Lden
Beelaertsweg 1, Raamsdonksveer
34
41
Keizersdam 95, Oosterhout
33
39
Reken- en meetvoorschrift windturbines, Staatscourant nr 19592, 23 december 2010 (dit betreft tevens bijlage 4 bij de Activiteitenregeling milieubeheer). 30 Equivalente geluidmaat die wordt gebruikt bij de beoordeling van stiltegebieden. In deze geluidmaat worden alle geluidniveaus over de periode van een etmaal gemiddeld. De niveaus tijdens de avond- en nachtperiode tellen even zwaar als tijdens de dag.. 29
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
58
WP Oranjepolder
Toetspunt
Adres
Lnight
Lden
3
Keizersdam 61, Oosterhout
33
40
4*
Statendamweg 105a, Oosterhout
37
44
5*
Statendamweg 123, Oosterhout
40
46
6*
Innovatiepark 15c, Oosterhout
35
41
7
Schanseind 17, Made
38
44
8*
Centraleweg 13, Geertruidenberg
32
38
9
Gasthuiswaard 1, Geertruidenberg
31
37
10
Kloosterweg 1a-235, Raamsdonksveer
35
41
11
Landonk 24, Raamsdonksveer
32
38
12 *
Koopvaardijweg 46, Oosterhout
32
38
13
Heemraadsdam 25, Oosterhout
32
38
14
Parklaan 66, Raamsdonksveer
32
39
*: De woning is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, de effecten worden wel inzichtelijk gemaakt
Figuur 5.1 Geluidcontour Lden 47 dB (worst-case) windpark Energiepark A59 (rekening houdend met komst zonnepark)
Bij alle geluidgevoelige objecten (dus ook bij woningen op het gezoneerde industrieterrein die eigenlijk niet getoetst hoeven te worden) wordt (ruimschoots) voldaan aan de wettelijke geluidnorm Lden=47 dB en Lnight=41 dB.
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
59
Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines produceren, net als de meeste andere geluidbronnen, ook laagfrequent geluid. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht (2013)31. Hierin wordt gesteld dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is voor de hinderbeleving. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de zogenoemde A-gewogen normstelling op basis van dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering worden eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL (2013)32. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (2014)33.
Op grond van de brief van de staatssecretaris en het rapport van het RIVM kan worden gesteld dat toetsing aan de standaard Nederlandse geluidnormen tevens voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. In 2017 heeft de GGD Amsterdam in samenwerking met het RIVM nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de relatie tussen blootstelling aan windturbinegeluid, waaronder laagfrequent geluid, en gezondheid34. Tweeëndertig (peer reviewed35) wetenschappelijke onderzoeken tussen 2009 en 2017 zijn daarbij onderzocht in de literatuurstudie. Deze literatuurstudie bevestigt nogmaals dat een windturbine geen directe effecten heeft op de gezondheid van omwonenden heeft. Dit onderzoek heeft in oktober 2020 een update gekregen36 met een literatuuronderzoek waarbij onderzoeken tussen 2017 en medio 2020 op een rij zijn gezet over het effect van geluid van windturbines op de gezondheid van omwonenden. Uit de update literatuurstudie blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker het geluid (in dB) van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten 'laagfrequent geluid' (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt tot die gerelateerd aan "gewoon" geluid.
Voor andere gezondheidseffecten zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. Deze resultaten onderbouwen de eerdere conclusies van literatuurstudie van drie jaar eerder. "Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden", GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM rapport 200000001/2013. Geraadpleegd van: http://www.rivm.nl/ 32 "Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines", LBP Sight in opdracht van Agentschap NL (tegenwoordig Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; RVO), projectnummer DENB 138006 september 2013. Geraadpleegd van: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-311813.pdf 33 Kamerbrief over "Laagfrequent geluid van windturbines", Ministerie van Infrastructuur en Milieu, kenmerk IENM/BSK-2014/44564, 31 maart 2014. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2014/04/01/laagfrequent-geluid-van-windturbines 34 “Health effects related to wind turbine sound, including low-frequency sound and infrasound”, RIVM and GGD Amsterdam, 2018. 35 Peer reviewed betekent een evaluatie van wetenschappelijk of professioneel onderzoek door medewerkers binnen het desbetreffende werkveld. 36 “Health effects related to wind turbine sound: an update”, oktober 2020, RIVM rapport 2020-0150.
Geraadpleegd van: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0150.pdf 31
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
60
Vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt ook dat windinitiatieven zich basis van bovenstaande studies in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder door laagfrequent geluid (zie o.a. ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228 (Windpark Wieringermeer), 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 (Windpark De Drentse Monden Oostermoer), 7 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2720 (Windpark De Rietvelden) en recentelijk 16 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2226 (Windplan Groen). Het is dan ook niet noodzakelijk verder onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor het Windpark Energiepark A59. Met naleving van de geluidsnormering is ook ten aanzien van laagfrequent geluid sprake van een aanvaardbare situatie. Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht. Met de cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines is de gecumuleerde geluidbelasting berekend. Daarbij wordt rekening gehouden met de verschillende mate van hinderlijkheid van de diverse geluidbronnen: •
Windturbine L*WT = 1,65 * L WT - 20,05 dB
•
Wegverkeer L*VL = 1,00 * L VL + 0,00 dB = LVL
•
Industrie L*IL = 1,00 * L IL + 1,00 dB
•
Scheepvaart37 L*SV = 0,975 * LSV – 0,7 dB
De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt. Windturbines Ondanks dat er voor toetsing aan de norm uit het Activiteitenbesluit cumulatie met windturbines van voor 2011 niet wordt beschouwd, dragen deze wel bij in de cumulatieve geluidbelasting. In de referentiesituatie zijn er enkel windturbines op het bedrijventerrein Weststad (Windpark Weststad-III). Wegverkeer De geluidbelasting als gevolg van de rijksweg A59 is gebaseerd op het Geluidregister Wegverkeer. Deze is geraadpleegd op 19 maart 2019 en hiermee is een indicatie van de te verwachten geluidbelasting gegeven voor de referentietoetspunten. Op basis van verkeersgegevens van gemeente Oosterhout is ook de geluidbelasting als gevolg van de Statendamweg berekend. De verkeersgegevens van de Statendamweg zijn gebaseerd tellingen in 2018 en zijn gegeven voor een weekdag. Een geplande aanpassing aan de A27 zorgt volgens het deelrapport verkeer bij het Tracébesluit voor een toename van 16% extra verkeer over de Statendamweg in Oosterhout. De etmaalintensiteiten van de tellingen van 2018 zijn daarom verhoogd met 16%. 37
Schatting: Gemiddelde van spoorweglawaai en verkeerslawaai, zie Geluideffecten scheepvaartlawaai – metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool, PV.W3629.R01, december 2004
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
61
Industrie Het nabijgelegen industrieterrein ‘Weststad-Statendam’ en ‘Gasthuiswaard’ zijn zogeheten gezoneerde industrieterreinen. Woningen die hierop zijn gelegen worden volgens het Activiteitenbesluit niet beschermd tegen windturbinegeluid (evenals het geluid van het industrieterrein waarop zij zijn gelegen). Verder zijn er rondom de industrieterreinen geluidzones bestemd, daarbuiten mag de geluidbelasting als gevolg van alle bedrijven op het industrieterrein niet hoger zijn dan 50 dB(A) Letmaal. Op basis van de geluidzones zoals aangegeven in de bestemmingsplannen en een generieke spectrale verdeling voor industrielawaai zijn de geluidbelastingen als gevolg van industrielawaai geschat op de referentiewoningen. Scheepvaart Voor het scheepvaartlawaai is een berekening gedaan, conform methode II.8 uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999, zoals opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Varende schepen zijn beschouwd als ‘mobiele bron’ met een afstand van 100 meter tussen de bronpunten. De bronhoogte is 4 meter en voor de gemiddelde vaarsnelheid is uitgegaan van 9 km/u38. Voor het bronvermogen van de varende schepen is uitgegaan van een gemiddeld bronvermogen van 110,4 dB(A)39. Volgens de website Binnenvaartcijfers passeren er circa 5000 vrachtschepen per jaar het Wilhelminakanaal40.
Voor de etmaalverdeling is uitgegaan van een 80%/10%/10%-verdeling van de vaarbewegingen voor de dag, avond en nacht. Spoorwegverkeer Gezien de geringe hoeveel treinen op het tracé op industrieterrein Weststad (circa 250 treinen per jaar41) is cumulatie met spoorweglawaai niet beschouwd. Cumulatie Voor de referentietoetspunten is inzichtelijk gemaakt wat de realisatie van windpark Energiepark A59 betekent voor de cumulatieve geluidbelasting. Een gangbare en geaccepteerd methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is met gebruik van de 'Methode Miedema'. In deze methode wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving bepaald voor en ná toevoeging van een nieuwe geluidbron. Hiermee kan de leefomgeving objectief worden beoordeeld (zie ook Tabel 5.2). De cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen is berekend voor de referentietoetspunten (zie Tabel 5.3).
MER Dordtse Kil IV, Deelrapport Akoestisch onderzoek, T&PBC5561-108-100R001F01, HaskoningDHV, 4 oktober 2016 39 Geluideffecten scheepvaartlawaai – metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool, PV.W3629.R01, december 2004 40 https://binnenvaartcijfers.nl/aantal-passages-van-binnenvaartschepen-per-sluis/, cijfers voor 2018, geraadpleegd op 10 juni 2020 41 Prorail, Ontwikkeling spoorgoederenverkeer in Nederland, https://www.prorail.nl/sites/default/files/pr_jaarrapport_ontwikkeling_spoorgoederenverkeer_in_nederland_2 018_lr_0.pdf, geraadpleegd op 12 juni 2020 38
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
62
Tabel 5.2 Waardering kwaliteit akoestische omgeving volgens Methode Miedema Kwaliteit van de akoestische
Geluidklasse
omgeving
(cumulatieve geluidbelasting)
Goed
≤ 50 dB Lden
Donker groen
Redelijk
≤ 55 dB Lden
Licht groen
Matig
≤ 60 dB Lden
Geel
Tamelijk slecht
≤ 65 dB Lden
Oranje
Slecht
≤ 70 dB Lden
Roze
Zeer slecht
> 70 dB Lden
Paars
Toegepaste kleurcode
Tabel 5.3 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie en toekomstige situatie [dB(A)] Toekomstige
Ref. situatie Toets punt
Adres
L* VL
situatie
L
L*
(= L VL)
SV
SV
L IL
L*
L
L*
L
L
L*
L
IL
WT
WT
cum
WT
WT
cum
1
Beelaertsweg 1
58
22
21
43
44
32
33
58
41
48
58
2
Keizersdam 95
52
31
29
50
51
37
41
54
41
48
55
3
Keizersdam 61
52
32
30
50
51
38
43
55
42
49
56
Statendamweg 4*
105a
57
41
39
61
62
44
53
64
47
57
64
5*
Statendamweg 123
63
44
42
58
59
47
57
65
49
61
66
6*
Innovatiepark 15C
57
29
28
68
69
52
66
71
53
67
71
7
Schanseind 17
61
36
35
55
56
44
52
62
47
57
63
8*
Centraleweg 13
50
33
32
72
73
34
36
73
40
45
73
9
Gasthuiswaard 1
49
26
24
66
67
31
31
67
38
42
67
10
Kloosterweg 1a235
55
23
22
48
49
32
33
56
42
49
57
11
Landonk 24
54
22
20
46
47
31
30
55
39
44
55
12 *
Koopvaardijweg 46
51
30
29
66
67
44
53
67
45
55
67
Heemraadsdam 13
25
51
29
28
48
49
36
39
54
40
46
54
14
Parklaan 66
56
21
20
45
46
31
31
56
39
45
57
*: De woning is gelegen op een gezoneerd industrieterrein en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, de effecten worden wel inzichtelijk gemaakt
In de bestaande situatie, zonder windpark Energiepark A59, wordt de akoestische omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten bepaald door het wegverkeer (VL) en industriegeluid (IL) en op het bedrijventerrein ook mede door de bestaande windturbines (WT) een rol in de cumulatieve geluidbelasting. De akoestische kwaliteit van de omgeving varieert van redelijk (≤ 55 dB) tot zeer slecht (> 70 dB).
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
63
In de toekomstige situatie met het windpark wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten nog veelal bepaald door wegverkeer en industriegeluid en varieert de akoestische kwaliteit van de omgeving nog steeds van redelijk (≤ 55 dB) tot zeer slecht (> 70 dB). Er vindt ‘worst-case’ op twee punten een cumulatieve verslechtering op de schaal van Miedema plaats. Ter plaatse van Keizersdam 61 is dit van redelijk naar matig en op het adres Statendamweg 123 van tamelijk slecht naar slecht. In beide gevallen is dit slechts een cumulatieve verslechtering van 1 dB. De cumulatieve toename ligt op alle toetspunten op maximaal 1 dB, uitgaande van een worst-case windturbine voor geluid en waarbij in ogenschouw genomen moet worden dat windturbinegeluid in de cumulatieve geluidsbelasting zwaarder mee telt vanwege grotere hinderlijkheid dan bijvoorbeeld wegverkeersgeluid en industriegeluid. Het werkelijke aandeel van geluid van de nieuwe windturbines in de cumulatieve geluidsbelasting (L WT in Tabel 5.3) ligt dus lager. Bekend is dat een toename van geluidbelasting van 1-2 dB door het menselijk oor niet tot nauwelijks waarneembaar is. Uit het geluidonderzoek blijkt dat bij zes referentiewoningen de geluidbelasting met maximaal 1 dB toeneemt als gevolg van het toevoegen van twee windturbines.
Bij die woningen varieert de gecumuleerde geluidbelasting maximaal van 55-66 dB. In alle gevallen zijn de andere geluidbronnen, dan de windturbines, daarvoor bepalend. Gelet op het beperkte aantal woningen, het belang om de energiedoelstelling te bereiken en het geluidniveau wordt dat aanvaardbaar geacht. Stiltegebied De geluidbelasting ten gevolge van windpark Energiepark A59 is in beeld gebracht door middel van de geluidscontour Lden 47 dB (zie Figuur 5.1) en de geluidbelasting op toetspunten (zie Tabel 5.1). De woning Beelaertsweg 1 is het meest representatieve toetspunt in geluidsonderzoek voor het stiltegebied omdat deze in de richting van het stiltegebied is gelegen, maar weliswaar nog maar halverwege het windpark en het stiltegebied. De geluidbelasting op de woning Beelaertsweg 1 is 34 dB Lnight. Bekend is dan dat het maximale geluidniveau maximaal circa 15 dB hoger ligt dan de Lnight, dus op circa 49 dB(A). De woning Beelaertsweg 1 is nog zeker een kilometer verwijderd van het stiltegebied dus de maximale geluidbelasting op het stiltegebied ligt daarmee nog aanzienlijk lager dan 49 dB(A). Zoals beschreven in paragraaf 5.2.1 geldt er een streefwaarde van maximaal 50 dB(A) LAeq,24u op de grens van het stiltegebied.
De maximale geluidbelasting op de rand van het stiltegebied zal gezien de afstand tot de woning Beelaertsweg 1 (met circa een maximale geluidbelasting van 49 dB(A)), en daarmee het windpark, aanzienlijk lager zijn. Geconcludeerd kan dus worden dat gezien de aanzienlijke afstand van ruim 2 kilometer er voor wat betreft de geluidbelasting op het stiltegebied ruimschoots wordt voldaan aan de streefwaarde uit de Interimverordening. Er is geen sprake van verstoring door het windpark op het stiltegebied.
Conclusie Aan de normen van de Activiteitenregeling milieubeheer kan met een worst case windturbine (ruimschoots) worden voldaan. Cumulatief met andere geluidbronnen is er ook geen sprake van een verslechtering van de akoestische kwaliteit van de omgeving. Woningen in de omgeving
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
64
van het plangebied zijn al op ruime afstand gelegen. De geluidhinder door de windturbines in Energiepark A59, waaronder ook laagfrequent geluid, is aanvaardbaar. Het windpark heeft geen negatief effect op het op ruim 2 kilometer verder gelegen stiltegebied. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Slagschaduw Toetsingskader De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Slagschaduw met flikkerfrequenties vanaf 2,5 Hz wordt als extra hinderlijk ervaren en kan schadelijk zijn (dit komt bij gangbare turbines echter vrijwel nooit voor). De frequenties van de lichtflikkeringen van de voorbeeldwindturbines liggen, gezien hun afmetingen, tussen de 0,24 en 0,95 Hz en worden daarmee niet als extra hinderlijk ervaren en zijn niet schadelijk. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn bepalende aspecten voor het optreden en de duur van de periode waarin slagschaduw plaatsvindt (slagschaduwduur). De Activiteitenregeling milieubeheer stelt dat windturbines voorzien moeten worden van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, waaronder woningen van derden en kwetsbare locaties zoals scholen en ziekenhuizen worden verstaan, voor zover: •
de afstand tot woningen of andere gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt;
•
en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden.
In het slagschaduwonderzoek is de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer vertaald naar een (beproefde) benadering van de norm door het beoordelen van een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. Dit is een strengere beoordeling dan volgens het Activiteitenregeling milieubeheer omdat volgens de norm op 17 dagen per jaar de hinderduur van zonsopgang tot zonsondergang meer dan 20 minuten mag bedragen en op alle overige dagen in het jaar de hinderduur door slagschaduw minder dan 20 minuten mag bedragen. Opgeteld kan de norm uit het Activiteitenregeling milieubeheer dus een langere slagschaduwduur opleveren dan 6 uur per jaar.
Onderzoek Ten behoeve van de windturbines is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de normen uit het Activiteitenbesluit en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie bijlage 2). Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van turbines met een maximale rotordiameter (170 meter) en maximale tiphoogte (235 meter), en daarom met een ashoogte van 150 meter.
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
65
Voor de slagschaduwberekeningen zijn enkel de eerste twee geometrische eigenschappen van belang. Figuur 5.2 Slagschaduwcontour windpark Energiepark A59, zonder mitigatie
De grens waarbinnen slagschaduwduur van 6 uur wordt overschreden kan met een contour op een kaart aangegeven worden. In Figuur 5.2 is met een groene, rode en grijze isolijn aangegeven waar de totale jaarlijkse verwachte hinderduur respectievelijk 0, 5 of 15 uur bedraagt. Overschrijding van de norm voor de jaarlijkse hinderduur kan optreden bij de woningen binnen de rode 5-uurscontour. Bij woningen buiten de rode 5-uurscontour wordt met zekerheid aan de norm voor de maximale hinderduur voldaan. Voor een uitleg over het hanteren van een 5-uurscontour voor de 6-uurs streefwaarde als benadering van de norm uit de Activiteitenregeling milieubeheer wordt verwezen naar Kader 5.1. Kader 5.1 Toelichting weergave slagschaduwcontouren op kaart Voor de weergave van contouren op kaart wordt door het rekenprogramma uitgegaan van een te definiëren rekenraster (fijnmazig tot grof) waarop per rasterpunt de schaduwduur wordt berekend op een beperkt oppervlak. Daardoor kan het voorkomen dat het lijkt dat een woning welke net binnen de 6 uurscontour is gelegen, toch zal voldoen aan de voorgestelde streefwaarde van 6 uur slagschaduwduur per jaar. Immers, voor de berekeningen op de toetspunten wordt uitgegaan van een groter belast verticaal oppervlak van 8,0 x 4,5 meter.
Daarom wordt op kaart de 5 uurscontour gebruikt om met zekerheid te kunnen zeggen dat woningen binnen deze contour niet meer dan de voorgestelde streefwaarde van 6 uur slagschaduwduur ontvangen. Er wordt tevens een 15 uurscontour gepresenteerd om een indruk te verkrijgen van het belaste gebied of toetspunten dichterbij de turbine(s). De kaart is dus nadrukkelijk niet geschikt voor het toetsen aan normen maar kan worden gebruikt voor een visuele beoordeling van de schaduwduur op de omgeving.
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
66
De resultaten van de berekeningen op basis van de voorbeeldwindturbines zijn weergegeven in Tabel 5.4. Hierin is de verwachte hinderduur voor slagschaduw per jaar gegeven. Voor woningen die niet in onderstaande tabel staan is de duur van slagschaduw gelijk of lager dan de resultaten gegeven in de tabel op representatieve toetspunten. In het kader van onderhavig plan kan volstaan worden met (beperkte) mitigerende maatregelen om te voldoen aan de Activiteitenregeling milieubeheer. Tabel 5.4 Slagschaduwduur windpark Energiepark A59 [uu:mm per jaar] Verwachte slagschaduw
Toetspunt
Adres
1
Beelaertsweg 1, Raamsdonksveer
7:07
2
Keizersdam 95, Oosterhout
--
3
Keizersdam 61, Oosterhout
--
4*
Statendamweg 105a, Oosterhout
--
5*
Statendamweg 123, Oosterhout
--
6*
Innovatiepark 15c, Oosterhout
4:09
7
Schanseind 17, Made
8:54
8
Centraleweg 13, Geertruidenberg
2:04
9
Gasthuiswaard 1, Geertruidenberg
--
10
Kloosterweg 1a-235, Raamsdonksveer
3:49
11
Landonk 24, Raamsdonksveer
2:07
12 *
Koopvaardijweg 46, Oosterhout
--
13
Heemraadsdam 25, Oosterhout
--
14
Parklaan 66,
5:23
per jaar [uu:mm]
*: Deze woning is gelegen op het gezoneerde industrieterrein Weststad / Statendam en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, echter wel tegen slagschaduw --: geen slagschaduw
Bij de woningen waarvan de verwachte hinderduur vetgedrukt is, treedt jaarlijks meer dan de voorgestelde grens van 6 uur slagschaduwhinder op. Deze overschrijding is zeer beperkt omdat de woonwijken in Oosterhout en Raamsdonksveer buiten de contour van 6 uur slagschaduw per jaar vallen waardoor er slechts een zeer beperkte slagschaduw optreedt op individuele woningen. De voor de normoverschrijding relevante windturbines van het windpark zullen worden uitgerust met een stilstandvoorziening om te voldoen aan de wettelijke norm. In de turbinebesturing worden hiervoor dagen en tijden geprogrammeerd waarbinnen de rotor wordt gestopt omdat er dan slagschaduw valt op woningen die bijdragen aan een overschrijding van de norm. Een dergelijke voorziening leidt tot zeer beperkte stilstand (circa 10 uur op jaarbasis volgens Tabel 5.4) en productieverlies. Het treffen van voornoemde voorziening is verplicht op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer. Beleid Eneco maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar Eneco hanteert het beleid om maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar op woningen toe te voegen met het windpark. Dit eigen beleid is nog een stuk strenger dan de wettelijke norm waar
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
67
aan moet worden voldaan op basis van het Activiteitenbesluit. De windturbines worden dus voorzien van een extra stilstandvoorziening waardoor er maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar op treedt op woningen, ook daar waar aan de norm wordt voldaan zonder maatregelen. Omdat op vrijwel op alle toetspunten al voldaan wordt aan de norm zorgt deze extra maatregelen voor relatief weinig extra benodigde stilstand (circa 30 uur per jaar op basis van Tabel 5.4) en productieverlies waardoor ook de uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding is. Cumulatie slagschaduw De cumulatieve hinderduur voor slagschaduw van windpark Energiepark A59 met het bestaande windturbines Weststad III wordt gegeven in Tabel 5.9 en Figuur 5.2. Omdat de gegevens van de bestaande windturbines niet beschikbaar zijn gesteld zijn deze opnieuw berekend in het rekenmodel voor windpark Energiepark A59 (kolom referentiesituatie in Tabel 5.9). De werkelijke ingeregelde stilstand van de bestaande windturbines is ook niet beschikbaar waardoor deze niet in Tabel 5.9 is gegeven. Tabel 5.5 Slagschaduwduur windpark Energiepark A59 cumulatief [uu:mm per jaar] Toetspunt
Adres
Referentie situatie
WP Energiepark
Cumulatief
A59
1
Beelaertsweg 1, Raamsdonksveer
--
7:07
7:07
2
Keizersdam 95, Oosterhout
--
--
--
3
Keizersdam 61, Oosterhout
--
--
--
4*
Statendamweg 105a, Oosterhout
3:32
--
3:32
5*
Statendamweg 123, Oosterhout
29:23
--
29:23
6*
Innovatiepark 15c, Oosterhout
48:54
4:09
50:05
7
Schanseind 17, Made
2:53
8:54
11:52
8
Centraleweg 13, Geertruidenberg
--
2:04
2:04
9
Gasthuiswaard 1, Geertruidenberg
--
--
--
10
Kloosterweg 1a-235, Raamsdonksveer
--
3:49
3:49
11
Landonk 24, Raamsdonksveer
--
2:07
2:07
12 *
Koopvaardijweg 46, Oosterhout
--
--
--
13
Heemraadsdam 25
--
--
--
14
Parklaan 66
--
5:23
5:23
*: Deze woning is gelegen op het gezoneerde industrieterrein Weststad / Statendam en is derhalve niet beschermd tegen windturbinegeluid, echter wel tegen slagschaduw --: geen slagschaduw
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
68
Figuur 5.3 Cumulatieve slagschaduwcontour windpark Energiepark A59 met windpark Weststad III, zonder mitigatie
In de huidige situatie met de bestaande windturbines is er (zonder rekening te houden met de stilstandvoorziening) sprake van slagschaduwhinder op een tweetal toetspunten (Statendamweg 123 en Innovatiepark 15c: zie onder referentiesituatie Tabel 5.5). Omdat ook deze windturbines moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit zijn deze windturbines in praktijk voorzien van een stilstandregeling om te voldoen aan de norm. De windturbines van windpark Energiepark A59 dragen op toetspunt Statendamweg 123 geen extra slagschaduw bij en op het toetspunt Innovatiepark 15c maximaal circa 4:09 (u:mm) aan extra slagschaduw bij. Voor cumulatie geldt geen norm waaraan getoetst wordt. Aangezien er cumulatief maximaal maar zeer beperkt een overschrijding wordt verwacht van de (niet cumulatieve) norm, plus daarbij het beleid dat Eneco maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar wil toevoegen op woningen wordt deze overschrijding (van maximaal 30 minuten op jaarbasis) aanvaardbaar geacht vanuit een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Conclusie Aan de normen voor slagschaduw kan worden voldaan voor windpark Energiepark A59 door middel van een zeer beperkte stilstandvoorziening. De windturbines dragen cumulatief vrijwel niet bij aan een de overschrijding van de (niet-cumulatieve) norm. Extra eisen worden niet noodzakelijk geacht vanuit een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Eneco hanteert ook nog eens aanvullend een beleid om slechts maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar door de windturbines van Energiepark A59 toe te voegen aan woningen waardoor de al zeer beperkte slagschaduwduur vrijwel volledig wordt weggenomen. De te
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
69
treffen voorziening voor maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar wordt via de stilstandkalender voor de definitief te kiezen windturbines in geprogrammeerd. Vanuit schaduwhinder op woningen is het plan ruimtelijke inpasbaar en haalbaar. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Veiligheid Toetsingskader Voor de ruimtelijke inpassing van een windturbine speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van de windturbines op de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. Deze toetsingscriteria hebben zowel betrekking op externe veiligheid als op leveringszekerheid. Daarnaast bestaat ook nog de interne veiligheid van windturbines. De interne veiligheid van windturbines is geregeld via de certificering van het ontwerp en de productie van windturbines. In Nederland mogen alleen windturbines worden geplaatst die gecertificeerd zijn volgens de veiligheidsnormen ten behoeve van het voorkomen van risico's voor de omgeving. Interne veiligheid is verder niet ruimtelijk relevant en derhalve niet meegenomen in deze ruimtelijke onderbouwing. In het Activiteitenbesluit milieubeheer is onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn. Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving.
Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine automatisch stilgezet worden. Daarnaast is gezien de aard en functie van het terrein (agrarische percelen) waar de turbines geplaatst worden de kans dat een persoon aanwezig is precies onder de locatie van het rotorblad tijdens de specifieke weersomstandigheden waarbij gevaarlijke hoeveelheden ijsafglijding op kan treden, zodanig klein dat het risico voor personen (passanten) verwaarloosbaar is. Voor externe veiligheid is per 1 januari 2011 het Besluit wijziging milieuregels windturbines 42 in werking getreden. Daarin wordt onder meer geregeld dat met betrekking tot veiligheidsafstanden in grote lijnen wordt aangesloten op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)43 en dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10 -6contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10 -5-contour. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico. Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Een PR-norm van 10-5 betekent een maximale kans van maximaal 1 op 100.000 en PR 10-6 een kans van 1 op 1.000.000.
Voor de bepaling van Besluit van 14 oktober 2010 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht (wijziging milieuregels windturbines). 43 Besluit externe veiligheid Inrichtingen, Geldend op 21-05-2018. 42
Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
70
deze contouren wordt verwezen naar het De 'Handreiking Risicozonering Windturbines' (v1.1, 20 mei 2020) en 'Handleiding Risicoberekeningen Windturbines' (versie oktober 2019) (hierna: Handboek risicozonering), als vervanger van het 'Handboek Risicozonering Windturbines' (2014). Ook wordt voor de bepaling van de effecten op infrastructuren en objecten aansluiting gezocht bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)44. Daarnaast hebben beheerders van infrastructurele werken randvoorwaarden voor situaties van uitval van belangrijke infrastructurele werken zoals grote gasleidingen en elektriciteitsvoorzieningen. Om hier rekening mee te houden is gekeken naar de invloed van plaatsing van windturbines op de leveringszekerheid en betrouwbaarheid van de nabije infrastructurele werken. In het Handboek wordt ook verwezen naar de beleidsregel van Rijkswaterstaat (2002) 45 voor de beoordeling van effecten op (vaar)wegen. Deze beleidsregel geldt enkel voor rijks(vaar)wegen, voor provinciale en lokale wegen gelden geen (beleids)regels. In de beleidsregel “Windturbines langs auto-, spoor-, en vaarwegen: beoordeling van veiligheidsrisico’s”46 staan de richtlijnen gegeven ten aanzien van de beoordeling van het individueel passentenrisico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR) om het effect op overige wegen te beoordelen.
In Tabel 5.6 staat het beoordelingskader voor veiligheid samengevat. Tabel 5.6 Beoordelingskader veiligheid47 Beoordelingscriterium
Effectbeoordeling
Toetswaarde
Vergunnings-
van risico
afstand
Afkomstig uit
Kwetsbare en Bebouwing – Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten
beperkt kwetsbare objecten binnen de maximale ligging van de plaatsgebonden
max. PR 10-6 en max. PR 10-5
Activiteitenbesluit
risicocontour
Rijkswegen binnen toetsafstanden
max IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen
Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat
Beleidsregels van Rijkswaterstaat
Verkeer – Spoorwegen
Rijkswegen binnen toetsafstanden
max. IPR = 10-6 & max MR = 2x10-3 en invloed op gevaarlijke stoffen
11 meter vanaf het hart van het spoor
Beleidsregels beheerder (ProRail)
Industrie en risicovolle inrichtingen
Risico-inrichtingen en installaties binnen
10%verwaarloosbaar toets en
Verkeer – (Water)wegen
n.v.t
Besluit van 24 juli 2010, houdende milieukwaliteitseisen externe veiligheid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen (Besluit externe veiligheid buisleidingen) en aanvulling tot d.d. 01-05-2016. 45 “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken”, 15 mei 2002/Nr. HKW/R 2002/3641 46 P.H. de Joode, S. Onnink, B.A. van den Horn, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Bouwdienst (RWS, BD), NS Railinfrabeheer, 1999 47 Voor een toelichting over specifieke veiligheidsafstanden wordt verwezen naar de tekst in hoofdstuk 12 van bijlage 1. 44
719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0
Pondera Consult
71
Beoordelingscriterium
Effectbeoordeling toetsafstanden en 10% toets voor
Toetswaarde
Vergunnings-
van risico
afstand
Afkomstig uit
kwalitatieve effectbeoordeling
significantie van effect
Onder- en bovengrondse transportleidingen
Hoogspanningslijnen
Toetsing aan effect op buisleiding en bijbehorend risico
Risicotoevoeging voor omgeving en trefkans van
voor omgeving
buisleiding
Toetsing aan effect op hoogspanning
Adviesafstand uit de handleiding en handreiking risicozonering windturbines 2020) Adviesafstand uit de handleiding en handreiking
Trefkans van hoogspanningsnetwerk
Dijklichamen en
Toetsing aan effect
Trefkans van
waterkeringen
op waterkering
waterkeringen
risicozonering windturbines 2020) Bij plaatsing op of boven gronden van Rijkswaterstaat of Waterschap
Waterschap / Rijkswaterstaat
* RD = Rotordiameter
Onderzoek Het Handboek risicozonering adviseert een identificatieafstand waarbinnen het veiligheidsrisico voor objecten en infrastructuren onderzocht dient te worden. Deze afstand is gebaseerd op de maximale generieke werpafstand die plaatsvindt als windturbines tweemaal het nominale toerental draaien (ook wel 'overtoeren'). Objecten buiten deze afstand ondervinden geen risico en worden verder buiten beschouwing gelaten. De identificatieafstand van het windpark is specifiek berekend voor de maatgevende windturbines binnen de bandbreedte van afmetingen voor windturbines van windpark Energiepark A59 en betreft 463 meter. Ook voor de overig gehanteerde afstanden is een specifieke berekening uitgevoerd voor een worst-case windturbine op basis van de methoden uit het Handboek risicozonering. Voor de achterliggende berekeningen bij de hier genoemde afstanden wordt verwezen naar de externe veiligheidsanalyse in bijlage 3. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Windturbines vallen qua toetsing van externe veiligheid onder het Activiteitenbesluit milieubeheer.