Raadsvoorstel Bijlage 1 Zienswijzennotitie_004 (1000976)
Tekst van het document
Overige beschermde soorten 1) Effecten op amfibieën en vissen worden op basis van de Natuurtoets uitgesloten. 2) In de directe omgeving het plangebied komt de bever voor. Deze komt alleen voor in de wateren rondom het plangebied en niet tot in het plangebied. Het plangebied kent ook geen geschikt habitat van de bever. Effecten van Windpark Energiepark A59 op de beschermde soort bever is met zekerheid uitgesloten. 3) Het plangebied en de directe omgeving is geschikt voor kleine marterachtigen zoals de bunzing, hermelijn en wezel. Voor de aanleg van Windpark Energiepark A59 en de (tijdelijke) toegangswegen worden enkele bomen gekapt, een bosschage verplaatst maar geen sloten vergraven. De habitat van de kleine marterachtigen blijft onaangetast. Effecten van Windpark Energiepark A59 op de beschermde soort hermelijn zijn met zekerheid uitgesloten. Voor de overige vastgestelde grondgebonden zoogdieren (egel, haas, konijn, ree en vos) geldt een vrijstelling in de provincie Noord-Brabant bij een ruimtelijke ingreep. 4) Insecten In zienswijzen wordt gewezen op het effect van windmolens op de insectenpopulatie, aanleiding is hier Duits onderzoek. Op basis van de Duitse berekening wordt beweerd dat er 115.000 kilo aan insecten doodgaan door windmolens. Het klopt dat er insecten doodgaan door windmolens, maar om hoeveel insecten het gaat, is niet duidelijk. De Duitse schatting is 37
niet gebaseerd op metingen van het aantal insecten dat doodgaat door windmolens, maar op basis van het aantal vliegende insecten dat in één deelstaat in Duitsland in de lucht vliegt. De vraag is in hoeverre deze insecten ook op rotorhoogte vliegen. Daarnaast is de Duitse schatting waarschijnlijk niet goed omgerekend naar de Nederlandse situatie. Er zijn dus geen concrete conclusies te trekken uit het Duitse onderzoek waar in het kader van dit concrete project iets mee kan of moet worden gedaan. Er is nadrukkelijk wel rekening gehouden met alle beschermde (insecten)soorten. Deze zijn onderzocht in de Natuurtoets. 5) Zee- en visarend In zienswijzen wordt specifiek gewezen op potentiële aanvaringsslachtoffers onder arenden op basis van berichtgeving uit Duitsland en het feit dat daar recent een arend is gedood door een windmolen. In de Natuurtoets is specifiek gekeken naar de zee- en visarend uit de Biesbosch. De Natuurtoets constateert het volgende: "Natura 2000-gebied Biesbosch is aangewezen voor de zee- en visarend. Het plangebied beschikt niet over geschikt foerageergebied door het ontbreken van brede sloten of open wateren met vis en het ontbreken van watervogelconcentraties, een andere belangrijke voedselbron voor zeearend.
Zowel de zee- als de visarend worden relatief weinig buiten het Natura 2000-gebied gezien en in de ruime omgeving van het plangebied zijn dan ook geen waarnemingen bekend (NDFF 2020). Dit beeld wordt ook bevestigd door het radarveldwerk. Vliegbewegingen van deze twee soorten over het plangebied zullen slechts zeer incidenteel plaatsvinden.” Voor Windpark Energiepark A59 wordt gedurende de looptijd van het windpark (2 turbines) geen sterfte onder de zeearend voorzien, omdat het plangebied geen aantrekkelijk foerageergebied vormt en dit ook geldt voor het ‘achterland’, er zijn derhalve geen regelmatige vliegbewegingen door het windpark te verwachten. 3.2.8.3 Conclusie Op basis van de uitgevoerde Natuurtoets wordt geconcludeerd dat geen sprake is van significante aantasting van de natuur(waarden) van het gebied door de komst van de windmolens. Er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening. De benodigde ontheffing Wnb is op 10 augustus 2021 door de provincie Noord-Brabant verleend en inmiddels onherroepelijk. 3.2.10 Overig Naast bovenstaande brede onderwerpen, zijn in de inspraakreacties ook door meerdere reclamanten op specifieke onderwerpen vragen gesteld of zorgen of bezwaren geuit. Daarop wordt hieronder per onderwerp ingegaan. 3.2.10.1.
Financiële bijdrage gemeente en participatie Vragen zijn gesteld over de financiële bijdrage die de gemeente levert aan dit project en de financiële risico’s die worden gelopen. Daarnaast is gevraagd welke mogelijkheden van participatie er zijn en op welke wijze bewoners van Oosterhout profiteren van dit Energiepark. De gemeente Oosterhout loopt als vergunningverlener geen financieel risico met het windpark A59. Dekking van de kosten die de gemeente maakt om de wettelijke procedures te doorlopen en de ambtelijke inzet daarbij vindt plaats via de leges die initiatiefnemer moet betalen over vergunningaanvraag. De verschuldigde leges zijn afhankelijk van de gemeentelijke legesverordening en de grondslag daarvan. Overige afspraken zijn vastgelegd in een zogenoemde anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Hierin worden ook afspraken gemaakt over onder andere de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds en andere vormen van participatie, de kosten voor aanleg, beheer en onderhoud van wegen of openbare voorzieningen, planschade en over het verwijderen van de opstallen door de initiatiefnemers na afloop van de vergunningstermijn van 25 jaar.
38
Initiatiefnemer Eneco is, conform de Gedragscode ‘Wind op land’13, gehouden invulling te geven aan lokaal eigenaarschap en participatie. Als gevolg van het vervallen van de derde windmolen uit het oorspronkelijke project is de ruimte hiervoor in de businesscase beperkt. Eneco heeft daarnaast uit de omgevingsdialoog opgehaald dat financiële participatie in de vorm van obligatieleningen niet gewenst is door de omgeving. Liever heeft de omgeving een bijdrage aan een fonds waarvan iedereen profiteert. Sinds de ‘pauzeknop’ is ingedrukt in juli 2021 is er veel gebeurd in de wereld. Dit heeft op de korte termijn geleid tot stijgende energieprijzen en hoge inflatie. De hoge elektriciteitsprijzen hebben in het geval van realisatie van het project op de korte termijn een positieve impact op de businesscase van het project. Op dit moment naar schatting meer dan de gestegen bouwkosten als gevolg van de inflatie. Maar tegelijkertijd is ook de onzekerheid over de elektriciteitsprijzen op de middellange en lange termijn erg toegenomen. Naar aanleiding van het amendement van de raad om nogmaals naar een verhoging van de bijdrage aan financiële participatie te kijken, heeft Eneco aangeboden de financiële bijdrage aan de omgeving te verdubbelen. Afgesproken is dat Eneco een bijdrage aan een door de gemeente op te richten ‘Duurzaamheidsfonds’ van €1 euro per opgewekt MWh zal voldoen.
De middelen daaruit kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor bekostiging van (maatschappelijke initiatieven voor) de verduurzaming van de omgeving. Eneco heeft daarnaast de optie tot het investeren in het park door de omgeving met obligaties aangeboden. Dit gaat dan wel ten koste van de bijdrage aan het Duurzaamheidsfonds. Die gaat dan terug naar €0,50 euro per MWh. Mocht de gemeenteraad dit wensen, dan is Eneco bereid ook op een later moment deze optie alsnog uit te werken. De duurzaam opgewekte energie wordt geleverd aan het openbare elektriciteitsnet. Grootverbruikers van stroom in Oosterhout (bijvoorbeeld bedrijven of woningcorporatie Thuisvester) kunnen een contract afsluiten met Eneco tot afname van (in het gebied opgewekte) groene stroom. Ook schakelt Eneco waar mogelijk het lokale bedrijfsleven in voor aanleg, beheer en onderhoudswerkzaamheden. Zodat de economie van Oosterhout ook mee kan profiteren van het windpark. 3.2.10.2 Waardedaling huizen en planschade Reclamanten willen weten hoe omwonenden tegemoetgekomen worden wanneer sprake is van waardevermindering voor hun woning als gevolg van de windmolens in de Oranjepolder. Zij wijzen hierbij op een onderzoek waaruit blijkt dat de aanwezigheid van windturbines tot meer dan 10% waardevermindering van de woning kan leiden voor (direct) omwonenden.
Er is voorts een opmerking geplaatst over het zonnepark dat als afzonderlijk project wordt vergund en daarmee de planschade per project wordt beoordeeld in plaats van het Energiepark A59 als geheel. Daarnaast worden zorgen geuit of men vergoedingen wel uitgekeerd krijgt, als de gemeente deze verantwoordelijkheid bij initiatiefnemer neerlegt. In zijn algemeenheid wordt in onderzoek door de Vrije Universiteit en Universiteit van Amsterdam uit 2019 geconcludeerd dat er sprake kan zijn van daling van de woningwaarde bij windmolens hoger dan 150 meter met gemiddeld 5% (Windturbines, zonneparken en woningprijzen, Droes en Koster, 2019). De onderzoekers stellen verder dat er geen eenduidigheid is over het effect van windturbines op woningwaarden. Indien omwonenden menen dat er sprake is van waardevermindering van hun woning als gevolg van ruimtelijke wijzigingen in de omgeving, zoals het plaatsen van de windmolens en/of het zonnepark, dan kunnen zij een beroep doen op planschadevergoeding. Hierbij zij opgemerkt dat planschade ziet op schade in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak ten gevolge van een planologische wijziging. De juridische grondslag voor planschade is artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening.
Omwonenden kunnen bij de gemeente, binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de gestelde schadeveroorzakende omgevingsvergunning(en)/bestemmingsplannen, een verzoek 13 De gedragscode Wind op land is een initiatief van Greenpeace, Milieudefensie, NWEA, Natuur & Milieu, de
Natuur- en Milieufederaties, de NLVOW en EnergieSamen
39
tot planschade indienen. Deze verzoeken worden door een onafhankelijke deskundige beoordeeld conform de Procedureverordening advisering bij planschadeverzoeken van de gemeente. Hierbij worden uiteenlopende hinderfactoren beschouwd. Eventuele planschade, die moet worden uitgekeerd aan omwonenden, verhaalt de gemeente op de initiatiefnemers. Ook dit wordt geregeld in de anterieure overeenkomst. Dit biedt voldoende zekerheid om uitkering van eventuele tegemoetkoming in planschade te kunnen waarborgen en te verhalen bij de initiatiefnemer. In de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer wordt vastgelegd dat Eneco de eigenaren van objecten, waarvan op basis van een planschaderisicoanalyse wordt vastgesteld dat deze in aanmerking komen voor een planschadevergoeding, binnen 3 maanden na onherroepelijk worden van de vergunning een aanbod voor planschadevergoeding doen toekomen. 3.2.10.3 Realisatie en verwijdering Tenslotte zijn diverse vragen gesteld over het rendement en de bouw van de windturbines en eventueel bijbehorende objecten van het beoogde Windpark A59. Ook vragen reclamanten zich af wat er met het Windpark A59 gebeurt na afloop van de vergunningstermijn van 25 jaar. Als de omgevingsvergunning is verleend, dienen de initiatiefnemers van het zonne- en windpark afzonderlijk aanvragen in voor de zogeheten SDE++-subsidie in.
De Stimulering Duurzame Energieproductie subsidieregeling is door de overheid opgesteld om duurzame energieprojecten van de grond te krijgen. Om in aanmerking te komen voor deze subsidie, en daarmee beide projecten rendabel te maken, moet inzicht worden gegeven in de haalbaarheid van beide projecten. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit dat de vergunning voor 25 jaar is verleend. Binnen het huidige bestemmingsplan van de gemeente Oosterhout zijn geen locaties aangewezen voor grootschalige energieopwekking. Voor dergelijke initiatieven zal daarom (tijdelijk) afgeweken moeten worden van het bestemmingsplan. Binnen het landelijk gebied is volgens de interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant nieuwvestiging van zelfstandige opstellingen van windturbines mogelijk. Hieraan zijn in de genoemde verordening wel verschillende voorwaarden verbonden. Één van deze voorwaarden is dat na de verstrijking van de termijn van 25 jaar de bestaande toestand hersteld dient te worden en de opstelling van het windpark verwijderd wordt en de locatie weer in oorspronkelijke staat (geschikt voor agrarisch gebruik) worden teruggebracht. Deze voorwaarden en financiële borging (kosten zijn voor initiatiefnemer) worden in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemers vastgelegd. Daarnaast zal dit als voorwaarde aan de omgevingsvergunning worden verbonden.
Deze verplichtingen gelden ook voor mogelijke rechtsopvolgers. Omdat niet bekend is wat er over 25 jaar nodig is, wordt het huidige bestemmingsplan (voornamelijk agrarisch) niet herzien, maar wordt er een ontheffing van het geldende bestemmingsplan voor 25 jaar verleend. Als gevolg van nieuwe technologieën is het tegen die tijd wellicht niet langer nodig de Oranjepolder in te zetten voor de grootschalige opwekking van duurzame energie. Elke windmolen heeft een fundering met een doorsnede van grofweg 26 meter wat gelijk is aan een oppervlakte van 530 m2. De fundatie wordt na 25 jaar tot 2 meter onder maaiveld verwijderd. De ondergrond wordt daarmee zo min mogelijk verstoord.
40
3.3. Samenvatting zienswijzen en gemeentelijk standpunt In de vorige paragraaf zijn de zienswijzen op thema beantwoord. In bijlage 3 is een tabel opgenomen waarin alle ingekomen zienswijzen individueel zijn beantwoord en is het gemeentelijk standpunt per ingekomen zienswijze weergegeven.
41
4. Aanpassingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen en ambtshalve aanpassingen De ingediende zienswijzen behandelen een breed scala aan onderwerpen, van het doorlopen proces tot gezondheid en natuur. De ingebrachte zienswijzen zijn allen beoordeeld en van een reactie voorzien. De inhoudelijke beoordeling van de zienswijzen is hierbij een bevoegdheid van het college. De argumenten en zienswijzen die zijn ingebracht vormen geen reden om de vergunningaanvraag af te wijzen of het project aan te (laten) passen. Wel leiden enkele zienswijzen ertoe dat op onderdelen aanvullende informatie is toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing en dat de vergunning op een aantal punten wordt aangescherpt. Dit betreft: - De norm voor slagschaduw wordt aangescherpt tot maximaal 30 minuten per jaar (i.p.v. 6 uur conform landelijke richtlijn); - Het opnemen van de afspraken in de vergunning (naast in de anterieure overeenkomst) over hoe de windturbines en het gebied daaromheen na 25 jaar weer wordt teruggebracht in de huidige staat. - Het opnemen in de vergunning dat de verlichting op de windturbines moet worden aangebracht met de best beschikbare techniek (minste kans op hinder) op het moment van realisatie. - De ruimtelijke onderbouwing wordt als volgt gewijzigd/aangevuld (v2.0, d.d. 18 februari 2021 naar v3.0, d.d.
december 2022): o aanpassingen overname zonnepark door Eneco Solar van Shell; o actualisatie verleende vergunningen (omgevingsvergunning zonnepark, Wet beheer rijkswaterstaatwerken, Wetnatuurbescherming en watervergunning); o actualisatie hoofdstuk 2 beleid (Mondiaal/Europees beleid, RES 1.0, bestuursakkoord); o actualisatie paragraaf 4.2 onderdeel ‘Obstakelverlichting’ met o.a. goedgekeurd verlichtingsplan; o toevoeging paragraaf 5.1.2. over uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding en nog mogen toepassen Activiteitenbesluit en -regeling voor windpark Energiepark A59; o verduidelijking paragraaf 5.2.1.
en paragraaf 5.3.1 over toetsing Activiteitenbesluit en -regeling; o toevoeging alinea laagvliegroute VO bij cumulatief geluid in paragraaf 5.2.2; o aanpassing status woning Centraleweg 13 in tabellen paragraaf 5.2.2 van woning gelegen op geluidgezoneerd bedrijventerrein naar binnen de geluidzone van geluidgezoneerd terrein gelegen; o toevoeging aan paragraaf 5.3.2 van alinea over opname projectspecifieke norm voor slagschaduw van maximaal 30 minuten per jaar als voorschrift in omgevingsvergunning; o aanpassing paragraaf 5.3.2 onder ‘cumulatieve slagschaduw’ naar projectspecifieke slagschaduwnorm 30 minuten per jaar, plus aanpassing paragraaf 5.3.3 in samenhang daarmee; o aanpassing paragraaf 5.5.2 onder ‘stikstofdepositie’ naar aanleiding van aangepaste berekening juni 2021, update over vervallen bouwvrijstelling en aangepaste motivatie goede ruimtelijke ordening; o toevoeging bijlage 9 ‘AERIUS-berekening’; o aanpassing paragraaf 6.2 onder ‘Tervisielegging’ naar aanleiding van terinzagelegging ontwerp.
42
Bijlage 1 Second Opinion (laagfrequent) geluid TNO
43
Bijlage 2 Lijst indieners zienswijzen (vertrouwelijk)
44
Bijlage 3 Tabel individuele beantwoording van de ingekomen zienswijzen
45