CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Bijlage 1 Zienswijzennotitie_004 (1000976)

Raadsvergadering 4 april 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN1000976 Verklaring van geen bedenkingen Windpark A5920.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Reactienota zienswijzen OBP Zaaknummer : 1000976 Zaaknaam: Windpark A59

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN ONTWERPOMGEVINGSVERGUNNING EN VVGB “WINDPARK ENERGIEPARK A59”

Gemeente Oosterhout Afdeling Stadsontwikkeling 8 december 2022

Inhoud 1. Aanleiding ..........................................................................................................3 2. Procedure en vooroverleg ..................................................................................4 2.1 Omgevingsdialoog ........................................................................................................... 4 2.2 Inspraak ........................................................................................................................... 4 2.3 Vooroverleg ..................................................................................................................... 5 2.4 Vaststellingsprocedure.................................................................................................... 6 2.5 Vervolgprocedure ........................................................................................................... 7

3. Reacties op ingekomen zienswijzen ....................................................................8 3.1. Inleiding .......................................................................................................................... 8 3.2. Lijst indieners zienswijzen .............................................................................................. 8 3.2. Behandeling per thema .................................................................................................. 9

3.2.1 Procedure en participatie ..............................................................................9 3.2.2 Algemeen beleid duurzame energie ............................................................. 13 3.2.3 Locatiekeuze Windpark A59......................................................................... 16 3.2.4 Uitspraak Raad van State m.b.t. Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (Nevele arrest) ................................................................................................................. 19 3.2.6 Geluid en gezondheid .................................................................................. 28 3.2.7 Visuele hinder ............................................................................................. 30 3.2.8 Ruimtelijke kwaliteit ................................................................................... 33 3.2.9 Natuur (flora en fauna) ................................................................................ 35 3.2.10 Overig ....................................................................................................... 38 3.3. Samenvatting zienswijzen en gemeentelijk standpunt................................................ 41

4. Aanpassingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen en ambtshalve aanpassingen ....................................................................................................... 42

Bijlagen 1. Second opinion (laagfrequent) geluid TNO 2. Lijst indieners zienswijzen (vertrouwelijk) 3. Tabel individuele beantwoording van de ingekomen zienswijzen

2

1. Aanleiding Op 15 december 2020 heeft Eneco een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor een bouwplan bestaande uit de realisatie van twee windmolens in de Oranjepolder. De locatie is gelegen tussen de A59 in het noorden, het Kromgat in het oosten, de Domeinweg en de rioolwaterzuivering Dongemond in het zuiden en de Statendamweg in het westen. Het initiatief is ook bekend als Windpark A59. Samen met een beoogd zonnepark A59 in hetzelfde gebied vormt dit het Energiepark A59. Deze reactienotitie zienswijzen ziet enkel op de vergunningaanvraag voor het Windpark A59 en de zienswijzen die daarover zijn ingediend. Het beoogde zonnepark is een separaat initiatief met een eigen vergunningprocedure (herroepelijke vergunning verleend september 2022). Beide ontwikkelingen moeten los van elkaar worden beoordeeld. Daar waar samenhang bestaat wordt dit toegelicht. Het realiseren van dit bouwplan past niet binnen het huidige bestemmingsplan “Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind)”. Om het bouwplan mogelijk te maken is het nodig dat van het bestemmingsplan wordt afgeweken. Voor het project is daarom naast een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ ook gevraagd om voor maximaal 25 jaar af te wijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerst lid, onder a, sub 3 van de Wabo).

Na de termijn van 25 jaar wordt het park weer afgebroken en krijgen de gronden die voor het bouwplan gebruikt worden hun oorspronkelijke gebruik terug. Deze termijn is ingegeven vanuit het beleid van de provincie voor windparken in landelijk gebied.

3

2. Procedure en vooroverleg Voor het bouwplan is al een uitgebreide procedure doorlopen, waarbij op verschillende momenten de omgeving is geraadpleegd. In dit hoofdstuk wordt hierop ingegaan.

2.1 Omgevingsdialoog Op 16 december 2019 heeft het college aan de initiatiefnemer Eneco laten weten dat zij konden starten met de omgevingsdialoog. De omgevingsdialoog bestond uit gesprekken met een veelheid aan betrokken partijen en stakeholders. Ook heeft op 2 april 2020 als onderdeel van de omgevingsdialoog het virtuele energiecafé plaatsgevonden. In september 2020 heeft een informatiedag plaatsgevonden op locatie in de Oranjepolder waarbij omwonenden en belangstellenden in gesprek konden met Eneco over de plannen. Bij de onderbouwing van de vergunningaanvraag is een volledig verslag van de omgevingsdialoog gevoegd. De uitkomsten van de omgevingsdialoog zijn waar mogelijk en nodig door Eneco verwerkt in de vergunningaanvraag en de ruimtelijke onderbouwing.

2.2 Inspraak Het initiatief voor het Windpark A59 heeft, conform de Algemene Inspraakverordening Oosterhout 2006, van 27 februari 2020 tot en met 22 april 2020 ter inzage gelegen. De inspraak heeft als doel om ter voorbereiding op de besluitvorming over het initiële principeverzoek de mening van de inwoners over het voorgenomen project op te halen. Het college neemt de opbrengst van deze inspraakprocedure mee in de uiteindelijke besluitvorming over het al dan niet medewerking verlenen aan de vergunningaanvraag van de initiatiefnemer. Voor het principeverzoek “Windpark Energiepark A59” zijn gedurende de inspraaktermijn 495 schriftelijke inspraakreacties ingediend. Tevens vond op 2 april 2020, gelijktijdig met de start van de omgevingsdialoog, een informatieavond (virtueel energiecafé) plaats, waarbij ruim 80 belangstellenden (digitaal) aanwezig waren. Het verslag hiervan en de antwoorden op de gestelde vragen, is met eenieder gedeeld op de website www.energieparka59.nl. Ook heeft een fysieke veldexcursie plaatsgevonden op 27 juni 2020. Tijdens deze dag op locatie in de Oranjepolder konden belangstellenden in gesprek met de wethouder en ambtenaren van de gemeente over het energiepark A59.

Zo heeft het college zich voorafgaand aan besluitvorming over het Windpark A59 laten informeren over zorgen of bezwaren waarmee rekening gehouden kan worden in de afweging van het al dan niet in (vergunning)procedure laten brengen van de beide initiatieven. Naar aanleiding van de inspraakprocedure is een verslag opgesteld. Het verslag is toegestuurd aan de gemeenteraad en gepubliceerd op de website www.energieparka59.nl. Uit de inspraakreacties bleek dat er in de omgeving veel zorgen waren over o.a. geluid, gezondheid en de veiligheid van de geplande windmolens. Vooral de 3e windmolen die het dichtst bij de wijk Dommelbergen was ingetekend (op circa 850 meter afstand) werd daarbij als onacceptabel aangemerkt. Het college heeft zich deze zorgen en bezwaren aangetrokken. Daarom is aan initiatiefnemer Eneco het verzoek gedaan het projectvoorstel aan te passen van 3 naar 2 windmolens. De windmolen die het dichtst bij de wijk Dommelbergen kwam hiermee te vervallen. Eneco heeft hiermee ingestemd. De uiteindelijk aangevraagde omgevingsvergunning ziet daarom op 2 windmolens parallel aan de A59. Daarbij heeft Eneco wel direct aangegeven dat de businesscase van het project flink verslechterde door de aanpassing. De financiële ruimte in het project voor de vormgeving van (financiële) participatie door de omgeving werd daarmee sterk beperkt.

Het college heeft op 8 september 2020 Eneco laten weten op basis van welke uitgangspunten het project kon plaatsvinden, inclusief de verwachte sociale en financiële participatie, zijnde:

4

•

Ter invulling van ‘sociale wind’ wordt door Eneco conform de richtlijn uit de NWEA gedragscode acceptatie & participatie windenergie op land een bedrag van €0,50 per opgewekt MWh aan het door de gemeente op te zetten duurzaamheidsfonds afgedragen.

•

De bijdrage die Eneco levert aan het duurzaamheidsfonds staat los van de kosten die Eneco maakt om te voldoen aan de (provinciale) eisen van de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap.

•

De bijdrage staat eveneens los van kosten voor technische maatregelen die Eneco neemt om overlast door slagschaduw op gevoelige objecten (woonhuizen, etc.) bovenwettelijk zo ver als technisch mogelijk te reduceren.

•

Eneco zal de legesvergoeding, niet zijnde de plankosten, aan de gemeente voldoen wanneer de omgevingsvergunning onherroepelijk is.

•

Eneco laat een ‘Planschade-analyse’ uitvoeren conform de wettelijke systematiek. Eneco zal uiterlijk binnen 3 maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning contact opnemen met betrokkenen en een aanbod doen een tegemoetkoming in de planschade te voldoen wanneer de turbines op de bouwplaats arriveren.

2.3 Vooroverleg In het kader van het voorgeschreven vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening zijn de vergunningaanvraag en onderbouwende stukken tijdens de inspraaktermijn toegezonden aan de vooroverlegpartners, waaronder de provincie NoordBrabant, het waterschap Brabantse Delta en Rijkswaterstaat. Deze reacties zijn verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningaanvraag. De provincie heeft op 20 mei 2021 aangegeven geen aanleiding te zien voor het maken van opmerkingen. Het Waterschap Brabantse Delta heeft op 20 mei 2021 een positief wateradvies afgegeven. Ook Rijkswaterstaat heeft een reactie gegeven op 2 februari 2021, met enkele aandachtspunten die zijn verwerkt in de stukken. Deze stukken zijn toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing Vergunningen overig Rijkswaterstaat heeft op 25 juni 2021 een Wbr-vergunning (Wet beheer rijkswaterstaatswerken) afgegeven. Deze was noodzakelijk voor (mogelijk) beperkte overdraai van de wieken over beheersgebied van RWS. Daarvoor is een vergunning afgegeven tot het gebruik maken van gronden langs de rijksweg voor het plaatsen, behouden en onderhouden van een windturbine, ter hoogte van km 100.1b (Re), in de gemeente Oosterhout.

Het Waterschap Brabantse Delta heeft op 7 juni 2021 een vergunning ingevolge de Keur verleend voor overdraai over de overige waterkering en a-watergang De Provincie Noord-Brabant heeft op 10 augustus 2021 een ontheffing Wet Natuurbeheer (Wnb) afgegeven (zie hoofdstuk 3.2.9)

5

2.4 Vaststellingsprocedure De ontwerp-omgevingsvergunning “Windpark Energiepark A59” is met ingang van 14 april 2021 tot en met 26 mei 2021 voor eenieder ter inzage gelegd bij het gemeentelijk informatiecentrum in het stadhuis. De stukken konden ook geraadpleegd worden op de gemeentelijke website www.oosterhout.nl. Gedurende deze termijn van 6 weken bestond de gelegenheid schriftelijke of mondelinge zienswijzen over het ontwerp kenbaar te maken. Van deze gelegenheid tot het indienen van zienswijzen hebben 37 instanties c.q. personen gebruik gemaakt. De ingediende zienswijzen worden in de onderhavige nota van een beantwoording voorzien. Één zienswijze is niet tijdig ingediend en daarom niet ontvankelijk. Het gaat om de zienswijze van de gemeente Drimmelen die op 27 mei 2021 is binnengekomen. De niet-ontvankelijke zienswijze hebben wij volledigheidshalve toch beoordeeld en meegenomen in de overwegingen. Er is actief gecommuniceerd door de gemeente Oosterhout over de mogelijkheid om pro forma een zienswijze in te dienen. 11 keer is een beroep gedaan op deze mogelijkheid. Uiteindelijk is 7 maal van de gelegenheid gebruik gemaakt om binnen 2 weken de zienswijze inhoudelijk aan te vullen. Deze zienswijzen zijn dan ook ontvankelijk. De overige 4 pro forma zienswijzen zijn niet inhoudelijk aangevuld.

Op 29 april 2021 heeft de gemeente samen met initiatiefnemer Eneco een vragenuur gehouden, waarin vragen die er leefden zijn beantwoord. Tijdens het uur zijn zoveel mogelijk vragen direct beantwoord. Tevens zijn alle vragen die vooraf en tijdens het vragenuur zijn gesteld schriftelijk beantwoord en op de website www.energieparkA59.nl geplaatst. Ook is de provincie Noord-Brabant in kennis gesteld van de ter inzagelegging van de ontwerpvergunning. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de provincie ook de mogelijkheid om zienswijzen bij de gemeenteraad in te dienen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 3.8, lid 1, onder e, van de Wro beslist de gemeenteraad, indien er zienswijzen worden ontvangen, binnen 12 weken na afloop van de termijn van ter visie legging over de vaststelling van (de afwijking van) het bestemmingsplan. Dit geldt dus ook voor de afgifte van de verklaring van geen bedenkingen voor de afwijking van het bestemmingsplan die noodzakelijk is om dit windpark mogelijk te maken. Vaststelling van de verklaring van geen bedenkingen voor het Windpark Energiepark A59 diende dus formeel plaats te vinden voor 18 augustus 2021. Dit is dit een termijn van orde, aan de overschrijding waarvan geen sancties zijn verbonden. De gemeenteraad blijft ook na deze termijn bevoegd om een besluit te nemen.

Indieners van de zienswijzen mogen een zorgvuldige weging van feiten, belangen en visies verwachten. Het is daarom aan het college te besluiten of en wanneer het voorstel voor de verklaring van geen bedenkingen aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Naar aanleiding van het Nevele-arrest (zie voor een nadere uitleg paragraaf 3.2.4 van deze notitie) heeft het college op 13 juli 2021 besloten 3 maanden extra de tijd te nemen voor de ruimtelijke procedure van deze windmolens. Het college vond dat zorgvuldigheid voor snelheid van de procedure ging. Hiermee had het college zichzelf de tijd gegeven om de juiste keuzes te maken in het belang van de inwoners. Er werd afgewacht hoe het Rijk om zou gaan met deze uitspraak. Vanuit het Rijk werd in 2021 na het Nevele-arrest de inhoudelijke lijn omarmd. Echter, in het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet Rutte IV is aangegeven dat werk gemaakt zou worden van afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land. Dat maakte dat het college de pauzeknop langer ingedrukt hield. Op 16 mei 2022 heeft de staatssecretaris van I&W een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met als titel ‘structuurvisie wind op land’. Hiermee informeert zij, mede namens de Minister

6

voor Klimaat en Energie en de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de wijzigings-AMvB die inmiddels is vastgesteld en op 13 mei 2022 is gepubliceerd. Nadat er duidelijkheid was gekomen hoe om te gaan met de inhoudelijke lijn van het Nevelearrest, is het besluitvormingsproces over de desbetreffende aanvraag omgevingsvergunning weer opgepakt.

2.5 Vervolgprocedure Na het besluit over het al dan niet verlenen van de verklaring van geen bedenkingen door de raad, kan het college een besluit nemen over de ontwerp-omgevingsvergunning. Na dit besluit worden alle stukken, gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegd. Een belanghebbende kan gedurende die termijn van ter visie legging van de definitieve verklaring van geen bedenkingen en de daarbij horende omgevingsvergunning of een weigering daarvan schriftelijk beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naast het instellen van beroep tegen de definitieve omgevingsvergunning (voor het bouwen en afwijken van het bestemmingsplan) kan tevens bij de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht worden om een voorlopige voorziening. Met een voorlopige voorziening kan de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning worden opgeschort. Het besluit tot het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt.

7

3. Reacties op ingekomen zienswijzen 3.1. Inleiding Van de gelegenheid tot het indienen van zienswijzen op de ter inzage gelegde vergunningaanvraag (met bijbehorende stukken) voor het “Windpark Energiepark A59” (verder in dit document genoemd: Windpark A59) is door 37 personen en instanties gebruik gemaakt. De termijn liep van donderdag 15 april 2021 tot en met woensdag 26 mei 2021. Aangezien veel zienswijzen betrekking hebben op dezelfde onderwerpen, worden deze per onderwerp beantwoord in deze zienswijzen notitie. Tevens is per zienswijze een samenvatting per ingebracht punt gemaakt en een reactie gegeven. Deze individuele punten en antwoorden daarop zijn opgenomen in het overzicht in hoofdstuk 3. In de meeste gevallen is het antwoord een verwijzing naar een van de algemeen beantwoorde onderwerpen. In specifieke gevallen wordt ook inhoudelijk een aanvullend antwoord gegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat hoewel de zienswijzen samengevat worden weergegeven, een integrale beoordeling van de gehele zienswijze heeft plaatsgevonden. Dus alle aangevoerde aspecten zijn meegewogen bij de opgestelde reactie. Op basis van het vorenstaande worden in hoofdstuk 4 conclusies getrokken naar aanleiding van de ingediende zienswijzen en wordt er een overzicht gegeven van de gedane. aanpassingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen en van de ambtshalve aanpassingen.

Voor de project-technische vragen en zienswijzen hebben wij een beroep gedaan op de initiatiefnemer en haar gespecialiseerde adviseurs om ons van de benodigde informatie te voorzien. Ook zijn TNO, Topwind B.V. en advocatenkantoor AKD om aanvullend advies gevraagd op verschillende onderdelen.

3.2. Lijst indieners zienswijzen In verband met de Algemene Verordening Gegevensbescherming worden de persoonsgegevens van de indieners van zienswijzen uitsluitend weergegeven in de vertrouwelijke bijlage 2 “Lijst indieners zienswijzen”. Deze persoonsgegevens worden niet openbaar gemaakt en zullen uiterlijk na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning “Windpark Energiepark A59” worden vernietigd. Voor de inhoud van dit verslag wordt volstaan met de nummers welke aan de brieven zijn toegekend. Briefnummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18

zaaknummer 290149 290886 289222 290554 290994 288316 289874 290335 290896 291208 290904 290346 287112 290196 290300 290860 290855 288322

Datum ontvangst brief 19-5-2021 25-5-2021 12-5-2021 21-5-2021 25-5-2021 07-5-2021 18-5-2021 20-5-2021 25-5-2021 26-5-2021 25-5-2021 20-5-2021 30-4-2021 19-5-2021 20-5-2021 25-5-2021 25-5-2021 07-5-2021 8

19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37

290918 290892 290964 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218 289218

25-5-2021 25-5-2021 27-5-2021 25-5-2021 25-5-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 26-6-2021 27-6-2021 27-6-2021

3.2. Behandeling per thema In de hiernavolgende paragrafen worden de reacties per thema verzameld en beantwoord. De reacties worden daarbij per thema eerst kort samengevat. In de beantwoording zijn alle zienswijzen meegenomen. De thema’s uit de zienswijzen zijn: 1. Procedure en participatie 2. Algemeen beleid duurzame energie 3. Locatiekeuze 4. Uitspraak Raad van State m.b.t. normstelling windparken in Activiteitenbesluit 5. Geluid Algemeen 6. Geluid en Gezondheid 7. Visuele hinder 8. Ruimtelijke kwaliteit 9. Natuur, flora en fauna 10. Overige vragen 3.2.1 Procedure en participatie In de zienswijzen zijn diverse bezwaren geuit over het doorlopen proces en de wijze waarop de omgeving is betrokken. Zo vinden reclamanten dat ze pas laat en onvoldoende geïnformeerd zijn over de inhoud van de plannen en de bijbehorende procedures. Ook is er gesteld dat de besluitvorming onvoldoende zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Een deel van de reclamanten heeft aangegeven zich hierdoor niet serieus genomen te voelen. Het college hecht belang aan een goede en zorgvuldige betrokkenheid van de omgeving voorafgaand en gedurende de ontwikkeling van ruimtelijke projecten. Zeker wanneer die een grote impact kunnen hebben op de leefomgeving van onze inwoners. Daarom heeft het college, mede vanwege de beperkingen van COVID-19, extra aandacht besteed aan de zorgvuldigheid van het doorlopen proces.

In figuur 1 is schematisch weergegeven hoe het proces van betrokkenheid tot en met de omgevingsvergunningaanvraag is gelopen.

9

Figuur 1. participatieproces tot vergunningaanvraag

3.2.1.1 Omgevingsdialoog (voorjaar 2020) De richtlijn omgevingsdialoog van de gemeente Oosterhout verplicht initiatiefnemers vroegtijdig contact te hebben met de brede omgeving over hun initiatief. Dit kunnen zowel omwonenden, bedrijven als andere maatschappelijke partijen zijn. De omgevingsdialoog heeft in 2020 plaatsgevonden. Hoewel door corona de mogelijkheid van fysieke bijeenkomsten beperkt was, hebben omwonenden en overige stakeholders diverse mogelijkheden gehad om met Eneco te spreken, informatie op te halen en van gedachten te wisselen. Het verslag van de omgevingsdialoog is door de initiatiefnemer bij de vergunningaanvraag gevoegd. 3.2.1.2 Inspraakprocedure principeverzoek (voorjaar 2020) In 2020 heeft vanuit de gemeente tevens een uitgebreide inspraakprocedure plaatsgevonden over het zogenaamde principeverzoek (eerste projectontwerp) voor het windpark. In paragraaf 2.2 is hier uitgebreid op ingegaan. 3.2.1.3 Zienswijzeprocedure ontwerp omgevingsvergunning (voorjaar 2021) De volgende stap in de formele procedure betrof de onderhavige zienswijzeprocedure. In paragraaf 2.4 is uitgebreid toegelicht hoe deze procedurestap is doorlopen en welke extra handreikingen door het college zijn geboden.

3.2.1.4 Overige communicatie en participatie Website Energiepark A59 Sinds de start van het project is de website www.energieparkA59.nl opgezet als communicatiekanaal richting omgeving vanuit gemeente en initiatiefnemer(s). Ruim 200 geïnteresseerden zijn via regelmatige nieuwsberichten op de hoogte gehouden van ontwikkelingen. Ook stukken en achtergrondinformatie werden hier geplaatst, evenals het inspraakverslag, FAQ's en verslaglegging van webinars, etc. Op de website is ook de planning weergegeven en een toelichting op de verschillende fasen in het besluitvormings- en ruimtelijke ordeningsproces. Ook kunnen geïnteresseerden via deze site in contact komen met het projectteam van gemeente of de initiatiefnemer indien zij specifieke vragen hebben. Van dit laatste is enkele malen gebruik gemaakt. Communicatie met Belangengroep Oranjepolder In de wijk Dommelbergen is daarnaast in 2020 de belangengroep Oranjepolder actief geworden. Deze groep inwoners heeft zich in eerste instantie opgesteld als bezorgde inwoners, zonder spreekbuis te willen zijn van de gehele wijk/omgeving. Diverse malen is in 2020 tot en met 2022 (digitaal en fysiek) met deze belangengroep over het project gesproken. Ook is hen tijdens deze gesprekken altijd aangegeven dat, indien zij meer informatie wensten, altijd contact met de gemeente en/of Eneco konden opnemen.

De gevraagde informatie is zo mogelijk verstrekt.

10

Nadat de vergunningaanvraag door Eneco is ingediend in december 2020 heeft wederom een gesprek plaatsgevonden met de belangengroep. Toen werd duidelijk dat deze inmiddels als groep verenigd waren en als spreekorgaan namens meerdere bewoners van Dommelbergen kon fungeren. Met deze belangengroep is ook na de vergunningaanvraag diverse malen gesproken (ambtelijk en in bijzijn van de wethouder). Daarnaast wordt op hun verzoek alle informatie die ook openbaar wordt, bijvoorbeeld via de gemeenteraad of www.energieparka59.nl, direct en zo mogelijk eerder, toegestuurd. De belangengroep Oranjepolder heeft een petitie uitgeschreven tegen het Energiepark A59 (windpark en zonnepark) als geheel. Deze petitie is door ruim 900 mensen ondertekend. De petitie is aangeboden aan college en gemeenteraad voor de behandeling van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen op 31 maart 2021. De petitie is betrokken bij deze behandeling door college en raad. Als laatste is de belangengroep (juridisch) ondersteund door de gemeente Oosterhout bij het indienen van een zienswijze over het windpark A59. Communicatie overige stakeholders In Raamsdonksveer is vanuit de wijkraad een petitie opgesteld. Deze is overhandigd aan de wethouder en gemeenteraad van Geertruidenberg. Deze is ondertekend door bijna 300 personen. Van de gemeente Geertruidenberg is ook een zienswijze ontvangen.

Diverse malen is op ambtelijk en bestuurlijk niveau gesproken met de gemeente Geertruidenberg, omdat de locatie van de windmolens nabij de grens van beide gemeenten ligt. Ook is enkele malen gesproken met de directie van Mijzo. Een van hun zorglocaties, de Kloosterhoeve, is gevestigd op circa 1.060 meter van een van de beoogde windturbines. Hier verblijven patiënten met de ziekte van Huntington. Met extra zorg is zowel door de gemeente alsook door Eneco gekeken naar de mogelijke invloed van de windmolens op het welzijn van deze patiënten. 3.2.1.5 Zorgvuldigheidbeginsel Er is gesteld dat de besluitvorming onvoldoende zorgvuldig zou hebben plaatsgevonden en dat het bevoegd gezag daarmee in strijd handelt met het zorgvuldigheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, verbod op willekeur en het motiveringsbeginsel. Gedurende de hele procedure nemen de bevoegd gezagen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB) in acht. Zowel in de belangenafweging voor het provinciaal en gemeentelijk beleid, de locatiekeuze, de toepassing van de Crisis- en herstelwet, milieueisen, en alle andere relevante bij de ontwikkeling betrokken belangen. Op grond van artikel 3:2 Awb dient de gemeente bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen te vergaren.

Dit is gedaan door allereerst het zorgvuldig toetsen van de vergunningaanvraag inclusief (ruimtelijke) onderbouwing uitvoerig te toetsen aan alle relevante wet- en regelgeving. Daarnaast is kennis vergaard door bijvoorbeeld de gesprekken met stakeholders, contact met GGD over gevolgen van (laagfrequent) geluid voor gezondheid, en TNO te vragen een aanvullend onderzoek te doen naar laagfrequent geluid en gezondheidseffecten. Aangetoond en onderbouwd is vervolgens dat er geen sprake is van bijvoorbeeld gezondheidsrisico's als gevolg van laagfrequent geluid (zie paragraaf 3.2.6.1). In het kader van dit project zijn zoals gebruikelijk de formele ruimtelijke procedures aan de orde en gevolgd. De omwonenden zijn hiervan altijd tijdig op de hoogte gesteld via verschillende (wettelijk verplichte en niet-verplichte) kanalen en hadden zich dus van de benodigde informatie kunnen vergewissen. Waar reclamanten de zorgvuldigheid van de voorbereiding van het besluit betwijfelen op specifieke onderwerpen zoals gezondheid, geluid

11

of anderszins wordt voor de volledigheid verwezen naar de toelichting in deze nota van zienswijzen onder de betreffende specifieke onderwerpen. In het kader van de belangenafweging is het belang van het Windpark A59 en daarmee het realiseren van een volgende stap naar een duurzame toekomst van Oosterhout gemotiveerd afgewogen tegen de (individuele) belangen en bezwaren van reclamanten. Daarbij is rekening gehouden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het verbod op willekeur (artikel 3:3 Awb) en het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb). Op grond van artikel 3:4 Awb weegt de gemeente de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af. Uit het evenredigheidsbeginsel volgt verder dat de voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Geconcludeerd is dat geen sprake is van onevenredig nadelige gevolgen voor belanghebbenden. Onder de noemer van het zorgvuldigheidsbeginsel is door reclamanten ook verwezen naar het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden en de richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling.

Zoals door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State al vaker geoordeeld, is er geen reden te twijfelen aan de juistheid van de implementatie van de verplichtingen uit het Verdrag van Aarhus in het Nederlandse rechtsstelsel. Er is specifiek voor Windpark Energiepark A59 gedegen onderzoek gedaan naar de effecten, onder andere op het gebied van geluid en slagschaduw van het windpark op het leefmilieu. De effecten op de omgeving worden, mede gezien het maatschappelijk belang om duurzame energieprojecten te realiseren, aanvaardbaar geacht, zoals ook uiteengezet in de ruimtelijke onderbouwing en de daarbij behorende onderzoeken. Op een aantal specifieke punten wordt ook nader ingegaan in voorliggende nota van zienswijze. Voor wat betreft de inspraakmogelijkheden is in dit hoofdstuk uitgebreid beschreven hoe is voldaan aan de inspanning om het publiek gedurende de voorbereiding van plannen en programma's betrekking hebbende op het milieu (artikel 7 Verdrag van Aarhus) inspraakgelegenheid te geven. Bovendien is de toepassing van het zorgvuldigheidsbeginsel en de inspraakmogelijkheid ook gebleken uit het handelen van de gemeente. Het college heeft immers na de inspraakprocedure in 2020, op basis van de zorgen en bezwaren uit de omgeving, zorgvuldig het project heroverwogen en besloten gehoor te geven aan de zorgen uit de omgeving.

Eneco is daarop gevraagd het project aan te passen. Daarmee is altijd uitvoering gegeven aan de genoemde beleidsstukken, conform artikel 4:84 Awb. 3.2.1.6 Concluderend De aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van een windpark is gebonden aan het formele ruimtelijke ordeningsproces en de daarbij horende wijze van informeren en inspraak. Geconcludeerd kan worden dat de ruimtelijke procedure die tot op heden is gevolgd, inclusief bekendmaking van de plannen en ter inzage leggen daarvan, conform bestaande richtlijnen vormgegeven en via gangbare en andere kanalen gecommuniceerd is. Ook hebben belanghebbenden toegang gehad tot alle benodigde informatie. De procedure is dus zeer zorgvuldig geweest. Daarnaast is in het kader van de complexiteit en gevoeligheid van dit project en vanwege de beperkingen voor fysieke bijeenkomsten door COVID-19, in ruime mate voorzien van extra communicatie(kanalen). Het gemeentebestuur is zich er terdege van bewust dat een windpark voor- en tegenstanders kent. Het gemeentebestuur heeft ook een verantwoordelijkheid te nemen inzake de energietransitie. Zij handelt daarbij vanuit het algemeen belang, en weegt daarin alle belangen af.

Geconcludeerd wordt dat ondanks beperkingen als gevolg van COVID-19 eenieder in staat is gesteld tijdig op de hoogte te zijn van de plannen, hierover in gesprek te gaan met initiatiefnemer en gemeente, en bezwaren kenbaar te maken. De zorgvuldigheid die noodzakelijk is bij een ruimtelijke procedure, en specifiek gezien de gevoeligheid van het Windpark A59 in de samenleving, is dan ook gewaarborgd. 12

3.2.2 Algemeen beleid duurzame energie In de zienswijzen zijn vragen gesteld over het landelijke en door de gemeente Oosterhout gehanteerde beleid voor duurzame energie en welke keuzes daarin zijn gemaakt. Ook worden diverse bezwaren tegen het energiebeleid van de gemeente Oosterhout geuit, onder meer over de keuze van windenergie, de benodigde hoeveelheid duurzame energie voor de gemeente en de regionale inpassing en afstemming van duurzame energie. 3.2.2.1 Landelijke en regionale afspraken Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord van het Rijk is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen vergeleken met 1990. Uiteindelijk moet de uitstoot in Nederland in 2050 omlaag met 90% of meer. In het Klimaatakkoord zijn landelijk afspraken gemaakt over de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Een van de belangrijkste pijlers uit dit Klimaatakkoord betreft de transitie van fossiele naar duurzame energie. De totale energiebehoefte in Nederland is veel groter dan alleen het elektriciteitsverbruik van huishoudens. Denk aan onder meer de energiebehoefte van industrie, winkels, openbare gebouwen, landbouw en verkeer & vervoer. Voor de sectoren gebouwde omgeving, elektriciteit, mobiliteit, industrie en landbouw zijn afspraken gemaakt hoe deze gaan bijdragen aan de CO2-reductie. Voor de sector Elektriciteit is Nederland vervolgens verdeeld in 30 energieregio’s.

De Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft regionale keuzes voor de grootschalige opwekking van duurzame energie en de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. In de RES beschrijft elke regio zijn eigen keuzes. Meer informatie over afspraken en proces van de Nederlandse energie- en warmtetransitie is te vinden op www.regionale-energiestrategie.nl. Voor de RES-regio West-Brabant, waar Oosterhout deel van uitmaakt, zijn deze keuzes en de bijdrage per gemeente vastgelegd in de RES 1.0 welke op 31 maart 2021 door de gemeenteraad is aangenomen. Iedere RES-regio draagt bij aan de landelijke doelstelling voor het opwekken van 35 TeraWattuur (TWh) duurzame energie in 2030. De bijdrage van onze regio is bepaald op 2,0 TWh aan gangbare technieken (zon/wind) en 0,2 TWh aan innovatieve technieken. Deze regionale opgave is onderverdeeld naar een opgave per gemeente. Voor de gemeente Oosterhout komt deze opgave neer op 0,192 TWh ofwel 192 Gigawattuur (GWh) tot 2030. Deze opgave sluit daarmee aan op de opgave die de gemeenteraad van Oosterhout heeft vastgesteld in 2019. 3.2.2.2 Duurzaamheidsambities Oosterhout Als gemeente nemen wij onze verantwoordelijkheid en komen samen met inwoners en ondernemers in actie door te starten met de energietransitie. Wij voelen onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een leefbare wereld voor toekomstige generaties.

En voor de leefbaarheid en de toekomst van Oosterhout. Onze ambities vallen grofweg uiteen in: 1) het besparen van energie, en; 2) het opwekken van duurzame energie. Het totale elektriciteitsverbruik in Oosterhout is 368 GWh/jaar (peildatum 2017). Daarvan moet in 2030 al 49% hernieuwbaar worden opgewekt. Dat komt overeen met 192 GWh. Voor energiebesparing hebben we ons ten doel gesteld in 2050 ruim 30% besparing te realiseren ten opzichte van het gebruik in Oosterhout in 2018. In het document ‘Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030’ en de bijbehorende Routekaart energietransitie 2019-2022 zijn deze ambities verder uitgewerkt. In de Routekaart energietransitie 2019-2022 zijn de concrete projecten opgenomen waarmee we de ambities op het gebied van duurzame opgewekte energie gaan realiseren tot en met 2022. Het Windpark A59 maakt deel uit van deze Routekaart. Beide documenten zijn besproken en in oktober 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze vormen daarmee het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Oosterhout.

13

Over het Energiepark A59 (windpark en zonnepark) is in de ‘Routekaart Energietransitie 2019-2022’ het volgende opgenomen: ‘In samenwerking met de grondeigenaren, Shell en Eneco gaan we langs de A59 3 tot 4 windturbines plaatsen (Oranjepolder).’ En: ‘Hoewel het uitgangspunt is dat eerst zonnepanelen op daken van bedrijven en woningen worden geplaatst, biedt het plaatsen van ca 29 hectare aan zonnepanelen op deze locatie een unieke mogelijkheid om de ambitie tot 2030 in één keer te realiseren1. Door dit op dezelfde locatie te combineren (met een zonneweide) ontstaat er een Energiepark.’ Eerder werd de energieopbrengst van het gehele Energiepark A59 ingeschat op circa 88 GWh, Het windpark zou 45 GWh en het zonnepark 43 GWh opbrengen. Door het vervallen van de 3e windmolen wordt de opbrengst van het beoogde Windpark A59 circa 30 GWh. 3.2.2.3 Mix aan energiebronnen noodzakelijk om doelen te behalen Om het totaal aan benodigde duurzame energie in 2030 en 2050 te realiseren, is een mix aan nieuwe duurzame energiebronnen van wind en zon nodig. Een goede mix van winden zonenergie draagt bij aan een voldoende en constante duurzame energielevering. Vaak waait het als de zon niet schijnt en andersom. Zonenergie wordt dan ook vooral in de lente en zomer opgewekt, windenergie heeft juist een piek in de herfst en winter.

Die twee samen leveren over het jaar heen een redelijk constante productie. Ook vanuit de netbeheerder Enexis en benutting van netcapaciteit is deze mix van bronnen gewenst. Om uiterlijk in 2030 voldoende duurzame opwekcapaciteit binnen onze gemeente beschikbaar te hebben zijn locaties met grootschalige opwekking van duurzame energie, zoals Energiepark A59, noodzakelijk. Op dit moment zijn zon en wind de technisch meest haalbare, rendabele en bewezen duurzame energiebronnen om de duurzaamheidsambities van de gemeente te behalen. Om de tussendoelen te realiseren (in 2030 een CO2-reductie van 49% en het opwekken van 192 GWh elektriciteit) hebben we dus nu geen andere mogelijkheid dan gebruik te maken van deze twee hernieuwbare bronnen. Het voorgestelde windpark A59, maar ook de beoogde nieuwe zonneparken (zonnepark A59 en zonnepark Dorst) worden geëxploiteerd voor een periode van 25 jaar. In die periode verwachten we dat er door innovaties verbeterde en/of nieuwe duurzame technieken voor het opwekken en het besparen van energie zijn ontwikkeld, welke dan kunnen worden ingezet. Daardoor kunnen we in 2050 als gemeente energieneutraal zijn. Onderverdeling bronnen De voorkeur van de gemeente gaat allereerst uit naar het optimaal benutten van de mogelijkheden voor zon op dak. Maar met alleen zonnepanelen op daken halen we onze doelstellingen echter niet.

Eigenaren van (grote) bedrijfsdaken kunnen niet worden gedwongen om in zonnepanelen te investeren en ook niet alle daken zijn geschikt. Daarbij is de gemeente groot voorstander van zonnepanelen op woningen en stimuleert dit ook. Maar de zonnepanelen op woningen tellen op dit moment, conform eisen vanuit de rijksoverheid, niet mee in het behalen van de doelstelling. Grootschalige opwek van energie, zoals met dit beoogde windpark A59 is daarom noodzakelijk voor realisatie van onze doelstellingen. Onze doelstelling om in 2030 192 GWh aan duurzame energie op te wekken, hebben we ten behoeve van de RES 1.0 onderverdeeld in een mix van bronnen: 1. Windenergie (90 GWh) 2. Zon op Bedrijfsdaken (69 GWh) 3. Zonneparken (33 GWh) 4. Zon op woningen (telt niet mee in de doelstelling) Als het windpark en zonnepark (Energiepark) A59 zijn gerealiseerd (73 GWh), alle beoogde bedrijfsdaken vol zijn gelegd (69 GWh), en de locatie voor het zonnepark Dorst is benut (12 GWh), is er, met de bestaande windmolens Weststad, geen sprake van overcapaciteit (totaal 192 GWh nodig) aan duurzaam opgewekte energie. Als alle projecten en ambitieuze doelstellingen voor zon op dak worden gerealiseerd produceren we in 2030 de helft van de 1

Het totale oppervlak van het zonnepark beslaat circa 37 hectare. Van dit totale oppervlak zal een deel worden gebruikt voor aanleg van infrastructuur en landschappelijke inpassing.

14

energiebehoefte van Oosterhout met duurzame en hernieuwbare energiebronnen, conform onze doelstelling. Dan hebben we tot 2050 dus ook nog de andere helft (nog eens 192 GWh) te gaan. Windenergie In Oosterhout is er, vanwege het beperkte aantal geschikte locaties in de gemeente, voor gekozen 90 GWh met windenergie op te wekken. Deze 90 GWh willen we realiseren met het op termijn repoweren van de bestaande 6 windmolens op bedrijventerrein Weststad en de ontwikkeling van de twee nieuwe 2 windmolens in Oranjepolder langs de A59. De twee nieuwe windmolens leveren een bijdrage van 30 GWh. Windenergie is naast zonne-energie één van de twee bewezen technieken waarmee we onze duurzaamheidsdoelstellingen moeten halen. Op dit moment draagt windenergie al volop bij aan de productie van duurzame energie en zodoende aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. In Nederland worden er naast 3.000 extra windmolens op land, nog eens 6.000 extra windmolens op zee gebouwd. Om de doelstelling voor 2030 landelijk te halen zijn zowel extra windmolens op land als op zee noodzakelijk. Windenergie is bovendien veel efficiënter dan zonenergie, zowel wat betreft productie (meer opbrengst) als de benodigde te gebruiken ruimte. De energieproductie per m² grondgebruik van een windmolen is dan ook veel hoger dan van een zonneweide.

Initiatiefnemer Eneco is eigenaar van de 6 windmolens op het naastgelegen bedrijventerrein Weststad. Deze windmolens zijn geplaatst in 2009. De huidige windmolens op Weststad zijn voor 95% van de tijd technisch beschikbaar. De windmolens draaien bij een windsnelheid tussen de 3,5 m/s en 25 m/s. Slechts 5% van de tijd is het park technisch niet beschikbaar, in onderhoud of wordt preventief stilgezet bij slagschaduw-, storm- en ijsrisico. Het park voldoet daarmee aan de standaarden voor deze locatie, het windklimaat en het type turbines. Vervanging of opwaardering (repoweren) van deze turbines is pas later aan de orde. Zon op bedrijfsdaken Met het project ‘Zon op Bedrijfsdaken’ stimuleren we ondernemers om zonnepanelen te gaan plaatsen. Doelstelling was oorspronkelijk om in 2030 54 GWh energie op te wekken met zon op bedrijfsdaken. Om dit te bereiken moeten circa 160.000 zonnepanelen op daken worden gelegd wat betekent dat circa 35% van het totale oppervlak aan bedrijfsdaken in Oosterhout met zonnepanelen worden vol gelegd. Hier is een extra opgave van 15 GWh bijgekomen. Deze extra opgave is ontstaan door het vervallen van de 3e windmolen in de Oranjepolder. Hierdoor stijgt de opgave voor zon op bedrijfsdaken naar een totaal van 69 GWh en wordt het percentage oppervlak aan bedrijfsdaken dat in 2030 vol moet liggen met zonnepanelen verhoogd naar 45%.

Landelijk wordt 20-25% van de bedrijfsdaken vol met zonnepanelen realistisch geacht. Oosterhout zit daar dus al ruim boven. Met 45% aan bedrijfsdaken volleggen tot 2030 hebben we dus al een zeer ambitieuze doelstelling. Als gemeente hebben we geen mogelijkheid om zonnepanelen op bedrijfsdaken verplicht te stellen. Ook zijn lang niet alle bedrijfsdaken en dakconstructies geschikt om panelen (rendabel) op te leggen. De gemeente stimuleert dit echter wel zo veel mogelijk, door o.a. de inzet van externe adviseurs die bedrijven helpen de stap te maken en de benodigde SDE-subsidie aan te vragen. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de (nieuw)bouw en uitbreiding van bedrijfspanden wijst de gemeente de eigenaren op het realiseren van een voor zonnepanelen geschikte dakconstructie. Dit geldt ook voor het nieuwe bedrijventerrein Everdingen-Oost. Landelijk wordt onderzocht of het Bouwbesluit aangepast kan worden, zodat een dak van nieuw te bouwen panden altijd geschikt dient te zijn voor de plaatsing van zonnepanelen. Dit is echter nog niet gebeurd. Voor bedrijven blijft het hierdoor uiteindelijk een bedrijfseconomische afweging of een bedrijf kan en wil investeren in zonnepanelen op het dak.

15

Zonneparken Onderdeel van het Energiepark A59 is ook een zonnepark. De vergunningprocedure hiervoor is door initiatiefnemer Shell in maart 2021 stopgezet. Daarna heeft Eneco Solar dit project overgenomen. Inmiddels is de herroepelijke vergunning verleend. Hier tegen is beroep ingesteld. Dit wordt in het voorjaar van 2023 door de rechtbank behandeld. Daarnaast is in de Routekaart Energietransitie 2019-2022 een zonnepark aan de Akkerweg in Dorst benoemd. De vergunningaanvraag is inmiddels ingediend. Besluitvorming hierover vindt plaats in 2023. Zon op woningen In Oosterhout is nu ca. 15-20% van de circa 26.000 woningen voorzien van zonnepanelen. Uitgaande van gemiddeld 12 panelen per woning zijn er nu ca. 50.000 zonnepanelen geplaatst. De opbrengst uit deze panelen mogen, vanuit de landelijke berekeningsmethodiek van het Nationaal Programma RES, echter niet meegerekend worden voor de opgave en realisatie van de 192 GWh in 2030. De realisatie van zon op woningen wordt op dit moment landelijk als te onzeker beschouwd. Uiteraard stimuleren we als gemeente de realisatie van zon op woningen, onder meer met de duurzaamheidslening. Ook voor de ontwikkeling van nieuwbouwwijken/projecten streeft de gemeente naar het zoveel als mogelijk benutten van de daken van woningen voor zonnepanelen.

Er bestaat (helaas) ook nog geen mogelijkheid om projectontwikkelaars te verplichten tot het maximaal benutten van het dakoppervlak voor zonnepanelen. 3.2.2.4 Concluderend De verplichting die we als gemeente Oosterhout zijn aangegaan om in 2030 ongeveer de helft van onze energie duurzaam opgewekt te hebben komt voort uit landelijke en regionale afspraken en onze eigen vastgelegde ambities. Een mix van wind en zon is noodzakelijk om onder verschillende weersomstandigheden een gegarandeerde opwek te hebben. Dit is ook van belang voor een goede balans op het elektriciteitsnetwerk. Het is niet realistisch te veronderstellen dat we onze doelstelling alleen met zonenergie zullen realiseren. Mede omdat windenergie zeer efficiënt is in vergelijking met zon en veel minder ruimte vraagt. Deze mix aan bronnen wordt door netbeheerders ook als essentieel gezien om overbelasting van het net en een constante leveringszekerheid te garanderen. 3.2.3 Locatiekeuze Windpark A59 Uit de ingediende zienswijzen blijkt dat vragen leven over de keuze voor Oranjepolder als locatie voor de windmolens. Onduidelijk vinden reclamanten of andere locaties in beeld zijn geweest, welke afwegingen zijn gemaakt, en waarom niet gekozen is voor bedrijventerreinen om windmolens te plaatsen. Daarnaast hebben reclamanten diverse alternatieve locaties benoemd voor de windmolens.

Als laatste wordt gesteld dat sprake is van een onevenredige belasting van de wijk Dommelbergen als het gaat om de combinatie van het Windpark A59 met geplande infrastructurele projecten, zoals de aanpak van Knooppunt Hooipolder en aansluiting Statendamweg/A59, de 380kV-lijn en de toekomstige repowering van de bestaande molens op Weststad. 3.2.3.1 Windbod 2011 provincie Noord-Brabant Aan het benoemen van de Oranjepolder als locatie voor de grootschalige opwekking van duurzame energie (specifiek voor windenergie) gaat een lange geschiedenis vooraf. Het Rijk en het InterProvinciaal Overleg (IPO) namens de provincies hebben begin 2013 afspraken gemaakt over het opstellen van 6.000 MW ‘Wind op land 2020’, en de verdeling van deze windopgave over de provincies. De Provincie Noord-Brabant heeft hierin een aandeel van 470,5 MW. In het Nationaal Energieakkoord (september 2013) is deze afspraak overgenomen door alle partijen. De provincie heeft daarna zoekgebieden vastgesteld voor wind op land. 16

De locatiekeuze voor het plaatsen van windmolens in het uiterste puntje van de Oranjepolder tegen de A59 aan komt voort uit het windbod van de Regio West-Brabant aan de provincie. Dit windbod stamt uit 2011. Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout heeft op 25 september 2012 ingestemd met dit windbod en het aandeel van Oosterhout daarin. De raad is hierover op 27 september 2012 geïnformeerd. Daarmee heeft gemeente Oosterhout toen de medewerking toegezegd voor het plaatsen van 2 windmolens met een totaalvermogen van 6MW ten oosten van de bestaande windmolens op Weststad. Het windbod West-Brabant is geaccepteerd door de provincie en zodoende verankerd in de afspraken ‘Wind op Land’ tussen Provincie en het Rijk in 2013. Daarmee is de opgave windenergie voor Oosterhout onderdeel van de afspraken tussen provincies en het Rijk. Het RVO monitort jaarlijks de voortgang van deze afspraken, zie bijvoorbeeld de Monitor Wind op Land. In de jaren daarna zijn diverse mogelijkheden voor de ontwikkeling van (eerst 6 tot 10) windturbines in de Oranjepolder onderzocht. Hierbij is ook onderzoek gedaan naar het zelf ontwikkelen van een windpark door de gemeente Oosterhout. Destijds is echter besloten dergelijke initiatieven (en bijbehorende financiële risico's) aan de markt over te laten.

In de Toekomstvisie 2030 en de Routekaart energietransitie 2019-2022 is door de gemeenteraad nogmaals herbevestigd dat de Oranjepolder het zoekgebied is voor de benodigde extra windmolens in Oosterhout. Uiteindelijk heeft Eneco afspraken gemaakt met de grondeigenaren in de Oranjepolder en is in 2019 met het initiatief gekomen voor het plaatsen van 3 windmolens. Zoals eerder beschreven (zie Participatie) is het voornemen voor het windpark A59 in de Oranjepolder als gevolg van inspraakreacties aangepast van 3 naar 2 windmolens. 3.2.3.2 Locatiekeuze windenergie gebonden aan eisen Aan de locatie van een windpark zijn regels en voorwaarden gesteld. Door het Rijk zijn bijvoorbeeld richtlijnen afgegeven voor zoekgebieden voor de productie van energie uit zon en wind. Deze gebieden moeten zoveel mogelijk worden gecombineerd met bestaande infrastructuur. Windmolens zijn ook gebonden aan wettelijke normen voor ruimtelijke kwaliteit, geluidshinder, radarverstoringen en slagschaduw. En aan overige wet- en regelgeving bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en natuur(bescherming). Hierdoor mag er bijvoorbeeld niet worden gebouwd onder of direct in de buurt van hoogspanningsleidingen. Als laatste moet het realiseren van de windmolens technisch mogelijk zijn (voldoende wind, geschikte bodem en ondergrond, etc.). En zijn beschikbare locaties afhankelijk van medewerking door grondeigenaren.

Immers, de grond in de Oranjepolder is voor het overgrote deel privaat bezit. Op basis van deze bovenstaande criteria en wet- en regelgeving zijn de afgelopen jaren twee mogelijke locaties voor windenergie in Oosterhout in beeld geweest; de Oranjepolder (Energiepark A59) en Industrieterrein Vijf Eiken. Andere locaties voldeden niet. De locatie Oranjepolder is al sinds 2011 geschikt bevonden, omdat op deze locatie (ook na de wijzigingen van regelgeving door de jaren heen) kan worden voldaan aan richtlijnen en wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke ordening. De twee windturbines van het Windpark A59 komen in het verlengde en nabijheid van de al aanwezige windturbines op Weststad en vormen daarmee dus ruimtelijk en landschappelijk gezien een cluster. 3.2.3.3 Cluster met Windpark Weststad Vanuit de provincie is in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) de voorwaarde gesteld dat windturbines tenminste uit een cluster van 3 windmolens moet 17

bestaan. Als sprake is van situering van een nieuw windpark in de buurt van een bestaand windpark moet dit nieuwe windpark ruimtelijk gezien een geheel en cluster vormen met de bestaande windmolens. Het plangebied van het Windpark A59 is gelegen in ‘Landelijk gebied’ waardoor artikel 3.37 van de Interimverordening van toepassing is voor de vestiging van de windturbines. In artikel 3.37 wordt onder meer de voorwaarden gesteld dat de windturbines in landelijk gebied inpasbaar moeten zijn in de omgeving en dat er is sprake dient te zijn van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines. In de Interimverordening is geen definitie van het begrip cluster gegeven. Bij het beoordelen of sprake is van een geclusterde opstelling van windturbines komt het betrokken bestuursorgaan beoordelingsruimte toe. Het bestuursorgaan moet een beoordeling maken aan de hand van het gebied en de feitelijke situatie ter plaatse. De eis van clustervorming in de Interimverordening komt voort uit de wens van de provincie dat de ontwikkeling van windturbines ruimtelijk moet aansluiten bij het grootschalige karakter van het landschap, zoals (middel)zware bedrijventerreinen in stedelijk concentratiegebied, hoofdinfrastructuur en het grootschalige open polderlandschap in West-Brabant.

De provincie heeft uit oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik in de IOV willen regelen dat windturbines worden geconcentreerd in daarvoor geschikte gebieden. Door windturbines vervolgens te clusteren wordt het grootschalige karakter van het landschap benadrukt en wordt verder versnippering van windturbines tegengegaan. Windpark A59 is gelegen nabij een grootschalig landschap in de vorm van een aaneengesloten bedrijventerrein (Weststad - Statendam), RWZI Dongemond en de hoofdinfrastructuur van de snelweg A59. Gezien de landschappelijke (en visuele) samenhang die tussen de bestaande en nieuwe windturbines die op korte afstand van elkaar worden gesitueerd is er sprake is van een geclusterde opstelling van windturbines en wordt hier aan de IOV voldaan (zie ook paragraaf 2.3.4 en 4.2 van de ruimtelijke onderbouwing). Uit de visualisaties in de ruimtelijke onderbouwing blijkt ook dat de windturbines vanuit verschillende gezichtspunten als een samenhangend geheel door het bevoegd gezag gezien wordt, ondanks verschil in onderlinge afstand en afmetingen tussen het bestaande en het nieuwe windpark. Het bestaande windpark staat op het (zware) industrieterrein Weststad en bestaat uit 6 molens met een tiphoogte van 145 meter. Windpark A59 vormt dus samen met windpark Weststad een ruimtelijk een cluster en voldoet daarmee aan de IOV.

Hierover is door de Raad van State een uitspraak gedaan voor windpark Elzenburg-De Geer Oss. In overweging 19.2 is het volgende gesteld: "In de Verordening is geen definitie van het begrip cluster gegeven. Bij het beoordelen of sprake is van een geclusterde opstelling van windturbines komt het betrokken bestuursorgaan beoordelingsruimte toe. Het bestuursorgaan moet een beoordeling maken aan de hand van het gebied en de feitelijke situatie ter plaatse." De tekst in de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningaanvraag van Eneco is ook gebaseerd op deze uitspraak. 3.2.3.4 Alternatieve locaties Zoals hierboven beschreven is de Oranjepolder als locatie geschikt voor het plaatsen van windmolens. Binnen het plangebied wordt gestreefd naar de optimale positionering van de windmolens voor zowel initiatiefnemers als omgeving. De locatie industrieterrein Vijf Eiken is in 2019 afgevallen nadat uit onderzoek van TNO is gebleken dat er sprake is van mogelijke radarverstoringen op het vliegverkeer die de windmolens daar zouden kunnen veroorzaken. Hierdoor is sprake van dermate grote hoogtebeperkingen dat het niet mogelijk is om windmolens op deze locatie te realiseren. Het verplaatsen van de windmolens in de Oranjepolder naar een andere locatie (Weststad, Klaverblad Rijkswegen A27/A59, overzijde Rijksweg A59/Composteerinrichting de Hillen) zijn geen wenselijke of realistische opties.

Daarvoor zijn de onderstaande redenen. •

Het verplaatsen van de windmolens naar zowel Weststad, als de locatie aan de overzijde van de A59 (de Hillen) is niet mogelijk. Dit, als gevolg van het niet beschikbaar zijn van gronden, de bestaande infrastructuur, het bestaande 18

•

•

windmolenpark Weststad, mogelijke slagschaduw, en veiligheidseisen rondom bijvoorbeeld rijkswegen, de rioolzuivering en hoogspanningsleidingen. De locatie van het klaverblad A27/A59 is niet beschikbaar omdat deze zich bevindt op het grondgebied van Geertruidenberg/ Raamsdonksveer. De gemeente Oosterhout heeft daar geen zeggenschap over en heeft zelf invulling te geven aan haar deel van de energietransitie opgave. Net als andere gemeenten zelf hun invulling moeten geven aan deze opgave. De locatie van het nieuwe bedrijventerrein Everdenberg-Oost is niet geschikt voor het plaatsen van de windmolens, omdat hier hoogtebeperkingen gelden voor het vliegverkeer vanuit Gilze Rijen. Wel is bij de ontwikkeling van dit bedrijventerrein een aantal eisen meegegeven om de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Oosterhout te realiseren. Zo wordt er geen gasnetwerk aangelegd en moeten de daken van bedrijven sterk genoeg zijn voor zonnepanelen.

3.2.3.6 Concluderend De gemeente Oosterhout heeft deze locatie aangewezen als mogelijk locatie om windmolens te realiseren, omdat deze locatie aansluit bij grootschalige infrastructuren zoals de snelweg en bedrijventerrein Weststad en de daar al gerealiseerde windmolens. Alternatieve locaties zijn onderzocht maar niet geschikt bevonden. 3.2.4 Uitspraak Raad van State m.b.t. Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (Nevele arrest) In diverse zienswijzen wordt gewezen op het Nevele-arrest van het Europese Hof van Justitie. Indieners stellen zich op het standpunt dat de Nederlandse normen uit het Activiteitenbesluit plan-m.e.r. plichtig zijn op basis van de Europese Strategische Milieu Beoordeling (SMB)-richtlijn en daarom mag voor de toetsing van de aangevraagde windturbines niet uitgegaan worden van de normen uit het Activiteitenbesluit. De SMB-richtlijn is geïmplementeerd in het besluit M.e.r. en van toepassing op bepaalde plannen en programma's om de gevolgen voor het milieu mee te wegen in de beoordeling daarvan. Uitspraak en toepasbaarheid normen Voor het project windpark Energiepark A59 moet de gemeente Oosterhout voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid de normen uit het Activiteitenbesluit en -regeling (de windturbinebepalingen) toepassen, ondanks de uitspraak inzake windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. Hieronder wordt dat nader toegelicht.

Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding en het ‘Nevele-arrest’. Deze uitspraak heeft gevolgen voor geluid-, slagschaduw- en externe veiligheidsnormen van windparken die nog niet onherroepelijk zijn. De bepalingen in het Activiteitenbesluit en -regeling (de uitspraak spreekt over ‘windturbinebepalingen’; dit zijn de bepalingen uit de paragrafen 3.2.3 Activiteitenbesluit en 3.2.3 Activiteitenregeling voor het in werking hebben van een windturbine of een combinatie van windturbines) zijn niet vernietigd door de ‘uitspraak Delfzijl’, deze bestaan nog steeds. Voor de windturbinebepalingen had echter een milieubeoordeling moeten worden gemaakt, omdat zij kaderstellend zijn voor de toekenning van toekomstige vergunningen. Het Rijk moet dus nu alsnog een plan-m.e.r. doorlopen voor de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en -regeling. Dit gaat dus onder meer op voor de normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Op basis van dat plan-m.e.r. kunnen vervolgens nieuwe normen worden vastgesteld. Die kunnen gelijk zijn aan de ‘huidige’, maar ook hoger of lager worden.

Voor één of twee windturbines, zoals in onderhavig project, zijn de windturbineregels uit het Activiteitenbesluit en -regeling nog steeds van toepassing, zo bevestigt ook de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in haar Kamerbrief van 16 mei 20222. Dit wordt nogmaals bevestigd in de Nota van toelichting behorende bij de tijdelijke

2

Tweede Kamer, 33 612, nr. 81, Structuurvisie Windenergie op land

19

overbruggingsregeling windturbineparken3 en blijkt ook uit het Activiteitenbesluit en -regeling zelf4. De uitspraak gaat er namelijk van uit dat het Activiteitenbesluit niet meer toepasbaar is vanwege een onjuiste implementatie van de Europese SMB-richtlijn. De SMB-richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. is alleen van toepassing op: “De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark”. Een windturbinepark is volgens de begripsbepaling van het Besluit m.e.r. een “park bestaande uit ten minste drie windturbines”. Het Besluit m.e.r. is dus niet van toepassing op één of twee windturbines en dus reikt de uitspraak niet tot projecten van één en twee windturbines. Voor windpark A59 wordt derhalve voor de milieuaspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid getoetst aan de normen zoals deze in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling zijn opgenomen. Voor geluid en slagschaduw wordt hierna nog nader ingegaan op de normstelling en de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan bij de desbetreffende onderwerpen. Voor externe veiligheid wordt aangesloten bij de normen uit het Activiteitenbesluit. Proces windpark Energiepark A59 De uitspraak van de RvS is voor het College van B&W aanleiding geweest om de ‘pauzeknop’ voor 3 maanden in te drukken op 13 juli 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=9f68955d-36d2-4eba-a239-51ba0c5d5e3a