CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022

Raad - informatiebijeenkomst 5 oktober 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Toelichting op de programmabegroting41.118 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Rekening 2020

Begroting 2021

X € 1.000 Begroting 2022

321.438 288.976 7.418 617.832

304.000 375.000 6.000 685.000

304.000 375.000 6.000 685.000

Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Totaal

6.1.11 Gemeentelijke belastingcapaciteit in % Met ingang van de begroting 2016 dienen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag een aantal kengetallen opgenomen te worden. Deze kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van hun gemeente. Eén van deze kengetallen betreft de belastingcapaciteit van de gemeente. De berekening hiervan is onderstaand opgenomen. Onderstaande berekening is gebaseerd op het voorstel rioolheffing dat in oktober in de raad wordt besproken. Nr.

A B C D E F

Omschrijving

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

276,74 197,00 252,00 -

262,80 203,00 259,00 -

262,80 201,00 271,00

725,94 740,00 98,1%

724,80 777,00 93,3%

734,80 813,00 90,4%

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Afvalstoffenheffing voor een gezin Eventuele heffingskorting voor een gezin Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in T-1 10 Belastingcapaciteit (E/F) x 100%

6.1.12 Kostendekking leges In de onderstaande paragrafen is de kostendekking van de leges opgenomen per titel opgenomen. 6.1.12.1 Titel 1 Algemene dienstverlening Hfst

1 2 3 4 8 9 10 11 12 16 17 19

x€1 % dekking

Omschrijving

Netto taakveld

Overhead

Totale kosten

Opbrengst leges

Burgerlijke stand Reisdocumenten Rijbewijzen Verstrekkingen basisregistratie personen Vastgoedinformatie Overige publiekszaken Gemeentearchief Huisvestingswet Leegstandswet Kansspelen Telecommunicatie Verkeer en vervoer

205.391 308.312 125.164

153.300 17.147 43.512

358.691 325.459 168.676

77.788 343.795 262.310

21,7% 105,6% 155,5%

60.599 56.234 47.429 60.000 2.160 2.880 20.779 5.000

34.684 2.010 13.045 1.758 2.344 13.055 -

95.283 58.244 60.474 60.000 3.918 5.224 33.834 5.000

31.404 639 55.520 3.150 2.625 1.500 130.000 23.555

33,0% 1,1% 91,8% 0,0% 80,4% 50,2% 384,2% 471,1%

10 Bron: COELO Altas van de lokale lasten 2021; woonlasten eigenaar-bewoner

Programmabegroting 2022

73

Hfst

Omschrijving

Netto taakveld

Overhead

Totale kosten

Opbrengst leges

Totaal titel 1

893.948

280.855

1.174.803

932.286

x€1 % dekking

79,4%

6.1.12.2 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Hfst

2 3 5 7 8 10

Omschrijving

Vooroverleg, beoordelen conceptaanvraag Omgevingsvergunning Afwijkende tarieven Wijziging omgevingsvergunning Bestemmingswijziging zonder activiteit In deze titel niet benoemde beschikking Totaal titel 2

Netto taakveld

Overhead

Totale kosten

Opbrengst leges

x€1 % dekking

-

-

-

-

-

637.018 54.000

516.325 43.941

1.153.343 97.941

1.765.250 -

153,1% 0,0%

-

-

-

4.500

691.018

560.266

1.251.284

1.769.750

141,4%

In de opbrengsten van de omgevingsvergunning is rekening gehouden met incidentele inkomsten als gevolg van grote projecten. Als deze doorgang vinden zal hiervoor echter (aanzienlijke) externe capaciteit ingezet moeten worden. Deze lasten zijn nog niet in de begroting opgenomen aangezien de realisatie nog onzeker is. Het gevolg hiervan is dat “op papier” er sprake lijkt van enorme overdekking welke in de werkelijkheid niet gerealiseerd zal worden. 6.1.12.3 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hfst

1 2 3 6 7 8

Totale kosten

Opbrengst leges

x€1 % dekking

Omschrijving

Netto taakveld

Overhead

Horeca Organiseren evenementen Prostitutiebedrijven Brandbeveiligingsverordening (vervallen) Archeologie Diversen Totaal titel 3

45.812 171.767 -

37.279 97.023 -

83.091 268.790 -

8.250 3.000 -

9,9% 1,1% -

14.400 16.640 248.619

11.718 13.540 159.560

26.118 30.180 408.179

21.105 9.250 41.605

80,8% 30,6% 10,2%

Omschrijving

Netto taakveld

Overhead

Totale kosten

Marktgelden

32.149

8

6.1.12.4 Marktgelden

74

Programmabegroting 2022

32.157

Opbrengst leges

46.605

x€1 % dekking

144,9%

6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandsvermogen wordt de financiële robuustheid weergegeven. Onder weerstandsvermogen wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. De paragraaf weerstandsvermogen dient volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ten minste de volgende inhoud te bevatten: • • •

Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; Een inventarisatie van risico’s, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie; Het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s en de realisatie daarvan.

6.2.1 Weerstandscapaciteit Met de weerstandscapaciteit wordt bedoeld de aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. De beleidslijn voor het bepalen van de weerstandscapaciteit is vastgelegd in de nota risicomanagementbeleid. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele weerstandscapaciteit. Met het eerste worden de middelen bedoeld die permanent kunnen worden ingezet om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de programma’s. Met de incidentele weerstandscapaciteit wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. 6.2.1.1 Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit: • •

De post onvoorzien. Deze bedraagt € 100.000; De onbenutte belastingcapaciteit.

6.2.1.2 Incidentele weerstandscapaciteit De Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: • •

Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserves; Eventuele stille reserves.

6.2.1.3 De post onvoorzien In de begroting is jaarlijks een post onvoorzien opgenomen van € 100.000. 6.2.1.4 Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit geeft een indicatie van de mogelijkheden, die een gemeente heeft om haar inkomsten via extra belastingopbrengsten te verhogen. De belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente Oosterhout zijn OZB-inkomsten, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn beiden begroot op een kostendekkend niveau. Dit betekent dat hierin geen onbenutte capaciteit aanwezig is. De onbenutte belastingcapaciteit wordt berekend door de verwachte taxatiewaarde van het totale areaal woningen te vermenigvuldigen met het verschil tussen het gemiddeld OZB-tarief woningen en niet-woningen in Oosterhout en het landelijk normtarief OZB voor beroep op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet. Het normtarief is door het Rijk in de meicirculaire 2021 bepaald op 0,1800% (2020: 0,1809%). Dit tarief is hoger dan ons gemiddeld tarief. Onderstaand is berekend dat er een onbenutte belastingcapaciteit is van circa € 5,4 miljoen. Dit is de ruimte ten opzichte van de tarieven die landelijk vastgesteld zijn om te kunnen worden toegelaten als artikel 12 gemeente. Omschrijving

Waarde 2021

Tarief 2021

Tarief artikel 12 (2022)

Bruto opbrengst 2021 11

Bruto opbrengst artikel 12

Eigendom woning Eigendom niet-woning Gebruik niet-woning Totaal

6.960.469 1.518.917 1.215.134

0,0942% 0,2100% 0,1881%

0,1800% 0,1800% 0,1800%

6.556 3.190 2.286 12.031

12.529 2.734 2.187 15.992

X € 1.000 Onbenutte capaciteit

5.973 -457 -98 5.419

11 Op basis van begroting 2021

Programmabegroting 2022

75

Uiteraard is het goed om te beseffen dat het gebruiken van de onbenutte belastingcapaciteit echt een noodmaatregel is in geval de gemeente in financieel zwaar weer terecht komt. Het gebruik van deze onbenutte belastingcapaciteit betekent namelijk een zeer forse verhoging van de huidige OZB voor woningen. 6.2.1.5

Het vrije deel van de algemene reserve, de vrije reserve en de bestemmingsreserves

Algemene reserve De doelstelling van de algemene reserve is: •

•

Het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten. De benodigde omvang is sterk afhankelijk van de interne beheersing van de bedrijfsprocessen. Als de planning- en controlcyclus goed functioneert dan zullen via bijsturing tekorten/overschotten in de uitvoering van de begroting met behulp van een aanpassingsproces in uiterlijk 2 à 3 jaar weer worden gecorrigeerd. Onvoorzienbare externe ontwikkelingen op te vangen.

Vrije reserve / bestemmingsreserves De vrije reserves en bestemmingsreserves (m.u.v. reserve investeringsprojecten) zijn allen vrij te besteden voor de diverse doeleinden. De bestemmingsreserves zijn wel gelabeld voor bepaalde doeleinden, maar de raad kan te allen tijde besluiten hier een ander doel aan te geven. De ontwikkeling van de vrije reserve is beschreven in het hoofdstuk investeringen van de financiële begroting. De reserves hebben zich als volgt ontwikkeld c.q. gaan zich naar verwachting als volgt ontwikkelen: Omschrijving

Algemene reserves Vrije reserve12 Reserves grondexploitatie Overige bestemmingsreserves 13 Totaal

Rekening 2019

Rekening 2020

Begroting 2021

x € 1.000 Begroting 2022

5.283 31.777 17.927 3.861 58.549

5.283 33.257 16.479 3.536 58.555

5.283 30.458 14.207 2.569 52.517

5.283 25.757 16.622 2.407 50.069

In bovenstaande berekening van de weerstandscapaciteit worden vrijwel alle reserves meegenomen. Dit is ook toegestaan bij het bepalen van het weerstandsvermogen; de raad kan immers bepalen de reserves voor een andere doel in te zetten. Het is echter zo dat er reeds bestedingsdoelen aan de bestemmingsreserves hangen en dat geldt ook voor een groot deel van de vrije reserve. Als de incidentele weerstandscapaciteit wordt gezuiverd van deze ‘claims’ ontstaat het volgende beeld: x € 1.000 Ultimo 2022

Omschrijving

Algemene reserves Vrije reserve 14 Reserve grondexploitatie 15 Totaal 6.2.1.6

5.283 8.173 12.105 25.561

Conclusie weerstandscapaciteit x € 1.000 Ultimo 2022

Omschrijving

Structurele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Totaal weerstandscapaciteit

5.519 25.561 31.080

De gemeente Oosterhout beschikt hiermee over een weerstandscapaciteit van € 31,1 miljoen.

12 Inclusief saldobestemming 2020. 13 De reserve investeringsprojecten en SSC/ICT worden bij de bepaling van het weerstandsvermogen buiten beschouwing gelaten. 14 Binnen de vrije reserve is alleen het gedeelte waar nog geen claim op ligt meegenomen. In de begroting 2022 is € 4 miljoen

toegevoegd aan de vrije reserve, waardoor dit (tijdelijk) hoger is dan andere jaren. 15 Betreft de algemene bedrijfsreserve van de GREX en het niet-geclaimde deel van reserve infrastructurele werken.

76

Programmabegroting 2022

6.2.2 Risico’s Tegenover de hierboven geïnventariseerde weerstandscapaciteit staan de risico’s die de gemeente loopt. Reguliere risico’s – risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn – maken geen deel uit van deze paragraaf. Hiervoor zijn immers verzekeringen afgesloten of voorzieningen gevormd. De risicoparagraaf geeft een inventarisatie van de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Mogelijke voor- of nadelen op exploitatieposten worden hier niet als risico gedefinieerd. De onderstaande risico-inschatting is gestoeld op diverse aannames. De globale inschatting van kans en omvang is tijdsgebonden, waarbij het (voortschrijdend) inzicht sterk afhankelijk is van vele onzekere toekomstige factoren. Onder dergelijke risico’s verstaan wij derhalve: alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet direct vooraf kwantificeerbaar zijn. Daarom kunnen er geen voorzieningen voor worden gevormd.

6.2.2.1 Covid-19 (Coronacrisis) Door de coronavirus en de beperkende maatregelen en economische neergang die daaruit voortvloeit kunnen op verschillende beleidsterreinen nog sprake blijven van hogere lasten en lagere baten. Impact Er ontstaat steeds meer het besef dat de effecten van de coronacrisis nog jarenlang merkbaar zullen zijn. Het is nu nog niet te overzien wanneer er sprake is van een post-corona tijdperk. En hoe economie en samenleving zich daarna verder gaan ontwikkelen. Veel is nog onzeker. Op gebied van de belastingopbrengsten, parkeren, bedrijfsvoering, uitkeringen, bijzondere bijstand, maatschappelijke en culturele instellingen en sport zullen we in ieder geval de komende jaren met voortdurende effecten rekening moeten houden. Naast rechtstreekse kosten die de gemeente op korte termijn maakt, dient ook rekening gehouden te worden met het niet of beperkt kunnen realiseren van de doelstellingen van de gemeente en haar partners. Daarnaast kan deze crisis leiden tot een verschuiving in de prioriteiten van de gemeente. Financiële impact Het COVID-19 (Corona) virus heeft in 2020 op veel beleidsterreinen van onze begroting effect gehad.

Naast de directe uitgaven die gedaan zijn, heeft deze crisis in 2020 financieel effect gehad op de beleidsterreinen: lokale heffingen (ozb, rioolheffing, precario, marktgelden, BIZ, toeristenbelasting), huurinkomsten, schuldhulpverlening, kwijtscheldingen, bouwleges, reclame-inkomsten. Hoewel natuurlijk lastig te zeggen is welke effect Corona exact gehad heeft, lijkt de gemeente Oosterhout over 2020 € 3,2 miljoen aan extra kosten gemaakt te hebben en € 1,2 miljoen aan inkomsten te hebben gemist vanwege Corona. Dit is echter in 2020 grotendeels gecompenseerd door het Rijk. Het Rijk heeft inmiddels echter wel aangekondigd om een groot deel van de landelijke steunpakketten af te bouwen. Dit zou kunnen leiden tot een grotere toeloop voor de sociale voorzieningen bij de gemeente. Daarnaast brengt deze crisis nog risico’s op het gebied van de door de gemeente verleende garantstellingen, voortgang van projecten, realiseren van gemeentelijke doelstellingen, etc. Maatregelen We beschikken over een robuuste weerstandscapaciteit en financiële positie. Met de saldobestemming 2019 is € 2,25 miljoen binnen de vrije reserve gereserveerd om de gevolgen van de Coronacrisis op te kunnen vangen. In 2020 hebben we op diverse terreinen coronacompensatie ontvangen vanuit het Rijk.

Hierdoor is het tot op heden niet nodig geweest om de gereserveerde middelen voor Corona aan te spreken en blijven deze beschikbaar. Daarnaast is in de begroting 2021 € 1,4 miljoen aan extra Coronakosten begroot en hebben ook in 2021 een gedeeltelijke Coronacompensatie ontvangen vanuit het Rijk. Bij de nota Corona Impact Analyse 2 is aanvullend nog eens € 1.150.500 beschikbaar gesteld. In de begroting 2022 is € 500.000 opgenomen om noodzakelijke maatregelen te kunnen nemen.

Programmabegroting 2022

77

6.2.2.2 Algemene uitkering Op gebied van het gemeentefonds spelen momenteel diverse zaken. Allereerst is de invoering van de nieuwe herverdeling is inmiddels wederom met één jaar uitgesteld tot 2023. Het adviestraject door de minister van BZK over de herijking is gestart. Eerst is het ROB om advies gevraagd, daarna zal de VNG om advies worden gevraagd. Daarnaast zijn voor het jaar 2022 de extra middelen voor jeugd verdeelt. De verdeling meerjarig is echter aan het nieuwe kabinet overgelaten. In de begroting 2022-2025 is momenteel 75% van ons aandeel van het landelijk budget meegenomen. De opschalingskorting is vorig jaar bevroren op het niveau van 2019. Er zijn echter signalen dat het kabinet deze korting per 2022 weer wil doorzetten. Dat zou landelijk een verslechtering van € 570 miljoen betekenen. Impact De publicatie van de effecten van de herijking door BZK heeft een golf van protest opgeleverd. Gezien de impact van de herijking en het vele commentaar dat hierop is, lijkt het niet reëel te veronderstellen dat de herijking in de huidige vorm zal worden doorgevoerd, maar dat hierop nog aanpassingen zullen plaatsvinden. Zo is in de publicatie van de effecten per gemeente nu inmiddels uitgegaan van kengetallen uit 2019. Hierdoor is het effect voor Oosterhout negatiever dan voorheen.

Maar ook inhoudelijke aanpassingen aan het verdeelmodel, en ook de omvang van het totale gemeentefonds zijn nog aan verandering onderhevig. Financiële impact Uit de indicatieve berekeningen van het ministerie blijkt dat de herijking voor de gemeente Oosterhout op basis van het huidige model zo’n € 570.000 nadelig kan gaan uitpakken. Hiermee is in de meerjarenbegroting 2022 rekening gehouden. De verdeling van de extra middelen jeugd zijn meerjarig voor slechts 75% geraamd, waardoor het niet de verwachting is dat hierop bij een andere verdeling een nadeel gaat optreden. Het doorzetten van de opschalingskorting zou landelijk een verslechtering van € 570 miljoen betekenen, wat voor Oosterhout ruim € 1,5 miljoen nadeel zou kunnen betekenen. Maatregelen De gemeente Oosterhout volgt (voornamelijk via de M50) de ontwikkeling van de verdeelmodellen en laat zich hierover periodiek informeren en draagt via deze groep haar mening uit richting VNG / Rijk. De M50 is ook (ambtelijk en bestuurlijk) vertegenwoordigt in de werkgroepen die over de verdeelmodellen nadenken, en ambtelijk in een werkgroep die de formatie voorbereid en in de werkgroep Coronacompensatie. Tot slot is de raming van de hoogte van de algemene uitkering terughoudend opgesteld, waardoor financiële risico’s worden verkleind.

6.2.2.3 Kostenontwikkeling jeugdzorg & WMO Per 1 januari 2015 zijn er taken op het gebied van jeugdzorg, AWBZ en de participatiewet overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten. Deze overheveling zijn gepaard gegaan met gelijktijdige budgetverlagingen vanuit het Rijk. In 2017 zijn grote tekorten op gebied van jeugd en WMO zichtbaar geworden. Deze lijn zet zich door naar toekomstige jaren. Sinds de begroting 2019 is het uitgangspunt van budgetteren op basis van het Rijksbudget losgelaten en is er op basis van de verwachte kosten gebudgetteerd. Impact WMO In de begroting 2019 was voor € 1,8 miljoen aan extra budget voor de WMO opgenomen. In de begroting 2020 is nog eens ruim € 2 miljoen extra budget opgenomen Daarnaast lag er voor 2020 nog een totale taakstelling van € 1.200.000 op. Kostenbeheersingsmaatregelen van fase II van het project Wmo Budgetneutraal zijn in 2020 tot uitvoering gebracht. In 2021 hebben we ondanks de stijgende cliëntaantallen meer grip gekregen op de uitgaven HbH. Met de geplande maatregelen in 2022 verstevigen we deze grip nog verder. Hiermee moet de blijvende aanwas van nieuwe cliënten (als gevolg van de dubbele vergrijzing en het abonnementstarief) en de daarmee gepaard gaande kosten worden opgevangen. De actualisatie op de HbH (een plus van € 1,5 miljoen minus € 500.000,-) gaat uit van een gelijk blijvend uitgavenniveau als het voorgaande jaar.

Bij Begeleiding is het gewenste effect van inidvidueel maatwerk naar afschaling richting collectieve vrij toegankelijke voorzieningen (zoals Floraliapark) nog niet volledig van de grond gekomen. Corona heeft hier een grote invloed op gehad. Veel hangt in 2022 af van de volledige openstelling van de vrij toegankelijke voorzieningen. Daarnaast verkennen we in 2022 de verschillende indicerings- en financieringsmogelijkheden

78

Programmabegroting 2022

voor de maatwerkvoorziening Begeleiding om na te gaan of we hiermee winst kunnen behalen op het gebied van effectiviteit, efficiëntie en grip. Dit zal echter niet direct effect hebben op de uitgaven in 2022Al met al blijft de autonome ontwikkeling van de dubbele vergrijzing i.c.m. de maatschappelijke opgave Langer thuis wonen zijn impact hebben op de uitgaven binnen de Wmo. Naast HbH en Begeleiding zien we dit o.a. ook terug bij de woonvoorzieningen. Ook hier zijn maatregelen genomen voor meer grip (bijvoorbeeld middels een aanbesteding voor de uitvoering van de woonaanpassingen). Jeugdzorg De taakstelling op jeugdzorg van in totaal € 2 miljoen is gerealiseerd, maar we zien vanaf Q4 2020 toch weer een stijging in met name de Ambulante Jeugdhulp op de producten Behandeling, Begeleiding en Ambulante GGZ. Deze stijging zet zich voort in 2021. Waarschijnlijk is dit het gevolg van de voortdurende coronacrisis. We zien dat de coronacrisis met name een grote impact heeft op de mentale gezondheid van jongeren, zoals blijkt uit de CIA fase 2. Daarnaast zijn er nog een aantal ontwikkelingen die (mogelijk) financiële effecten te weeg zullen brengen en waarvan nog niet helemaal duidelijk is wat dit voor de gemeente Oosterhout gaat betekenen. Zo wordt vanaf 1 januari 2022 het nieuwe woonplaatsbeginsel ingevoerd.

Hierdoor verandert voor een deel van de huidige, maar ook toekomstige cliënten Jeugdzorg welke gemeente verantwoordelijk is en dus ook de betreffende kosten zullen moeten dragen. Ook de financiële gevolgen op het dossier Jeugdbescherming Brabant en de gecertificeerde instellingen in het algemeen zijn nog niet geheel inzichtelijk. Als laatste speelt de wachtlijstproblematiek, waarbij de aanpak hiervan financiële gevolgen kan hebben. Denk hierbij aan de inzet van expertise en extra capaciteit. Zonder maatregelen komt de houdbaarheid van ons zorgstelsel en onze financiële positie als gemeente in het gedrang. Om te voorkomen dat de kosten nog verder zullen stijgen sturen we op de transformatie en het nemen van beheersmaatregelen bij de nieuwe inkoop 2023 en de toegang. De integrale visie op het Sociale domein en de monitor van het Sociale domein bieden hiervoor de basis. Risico blijft echter dat door het geheel aan wet- en regelgeving, de ontwikkelingen in de samenleving en de vraag naar en noodzaak van de inzet van hulp een tekort onvermijdbaar blijft. Financiële impact € 1.500.000 Maatregelen Met ingang van de begroting 2019 is de jeugdzorg en de WMO niet meer budgetneutraal opgenomen, maar is hier reëel geraamd conform de verwachte kosten. Er vinden maandelijks voortgangsgesprekken en – rapportages plaats op de ombuigingen, waardoor snel bijgestuurd kan worden.

6.2.2.4 Liquidatie Juzt Per einde 2020 is de liquidatie van Juzt grotendeels gerealiseerd. Hiermee zijn ook de risico’s voor Oosterhout beter inzichtelijk geworden en kleiner geworden. In de jaarrekening 2019 was een voorziening voor de liquidatie van Juzt gevormd van € 1,2 miljoen. In de jaarrekening 2020 is deze voorziening verlaagd naar € 500.000. De laatste resterende onzekerheid zit in de verkoop van één vastgoedlocatie van Juzt, zijnde Krabbebossen. Impact De vastgoedlocatie Krabbebossen is nog niet verkocht. Er wordt gezocht naar een koper. Financiële impact € 450.000 Maatregelen Zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau wordt deze ontwikkeling gemonitord.

Programmabegroting 2022

79

6.2.2.5 Verbonden partijen / Gemeenschappelijke regelingen In de paragraaf verbonden partijen wordt inzicht gegeven in de aard, omvang en betekenis van de privaatrechtelijke en publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente Oosterhout een bestuurlijk en/of financieel belang heeft en daarmee ook risico’s loopt. Impact Verbonden partijen zijn verplicht om in hun begroting en jaarstukken een risicoparagraaf op te nemen waarin de door de verbonden partij onderkende risico’s zijn opgenomen. Over het algemeen is de afspraak gemaakt dat verbonden partijen er geen eigen reserves op na houden, maar dat men zich, in geval een risico zich daadwerkelijk voor doet, wendt tot de deelnemende gemeenten om dit op te vangen. Hiermee loopt de gemeente Oosterhout een direct financieel risico. Financiële impact Voor een overzicht van de verbonden partij wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen (paragraaf 6.6). De verbonden partijen hebben in hun begroting weliswaar risico’s benoemd, maar deze zijn veelal niet gekwantificeerd. Hierdoor is het niet mogelijk voor de gemeente Oosterhout om te bepalen hoe hoog het financiële risico is dat wij vanuit de verbonden partijen lopen. De totale bijdrage van de gemeente Oosterhout in 2022 aan de verbonden partijen bedraagt ruim € 9,9 miljoen.

Omdat de GR’en de risico’s veelal nog niet hebben gekwantificeerd wordt nu 5% (€ 495.000) van dit begrotingstotaal als risicopost opgenomen. Maatregelen De ontwikkeling van de risicoparagraaf van alle verbonden partijen zal worden gemonitord via vertegenwoordiging in het AB/DB. Gedurende het kalenderjaar zijn er verschillende momenten (bestuursrapportage) om (bij) te sturen op een verbonden partij.

6.2.2.6 Risico aansprakelijkheid brand Moerdijk Gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio MWB worden door omliggende bedrijven van Chemie Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden voor de schade die ze zeggen te hebben geleden als gevolg van de brand op 5 januari 2011. Er is nog steeds geen dagvaarding inzake aansprakelijkstelling uitgebracht, maar de mogelijkheid is nog steeds aanwezig; er is nog geen sprake van de verjaringstermijn. Het kan hier gaan om een claim die in de (tientallen) miljoenen loopt. Impact Het risico van de brand in Moerdijk is niet financieel vertaald in het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio. Daarom worden de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling geadviseerd met dit risico zelf rekening te houden. Financiële impact Voor Oosterhout kan dit neerkomen op een risico van ruim 300.000. ( aandeel 4,8%) Maatregelen Niet van toepassing.

6.2.2.7 Ontwikkeling MidZuid Het budget dat wij van het Rijk ontvangen voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) maakt onderdeel uit van de integratie-uitkering sociaal domein. De middelen die hierin zitten voor uitvoering van de Wsw zijn onvoldoende om de uitvoering hiervan door MidZuid te dekken. Dit betekent dat er sprake is van een aanvullende gemeentelijke bijdrage. De meerjarenbegroting van MidZuid laat de komende jaren een daling van de gemeentelijke bijdrage zien. Er blijft echter sprake van een aanzienlijke bijdrage. Het streven van MidZuid is om de gemeentelijke bijdrage verder terug te dringen, maar het blijft onzeker in hoeverre die te realiseren is. De Participatiewet kent de participatievoorziening beschut werk. Op dit moment is MidZuid hiervoor onze belangrijkste uitvoerder. Via het BUIG-budget en het participatiebudget ontvangen wij hiervoor middelen van het Rijk die voor de uitvoering aan MidZuid beschikbaar gesteld worden. Het Rijk bepaalt jaarlijks een aantal plaatsen beschut werk dat de gemeente moet realiseren voor zover er personen een indicatie hebben. Evenals bij de Wsw laat de praktijk steeds meer zien dat deze rijksmiddelen niet voldoende zijn om de kosten te dekken.

80

Programmabegroting 2022

Daarnaast hoeft het niet te betekenen dat ieder plaatsing in het kader van de participatievoorziening beschut werk bij MidZuid plaatsvindt. Uitgangspunt bij plaatsing is dat er een werkplek wordt gezocht die het best bij de kandidaat past. Dit kan dus ook betekenen dat dit bij een andere organisatie is. Door Berenschot is onderzoek gedaan naar de middelen die gemeenten nodig hebben voor de uitvoering van re-integratietaken, waaronder beschut werk. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de middelen die het Rijk aan gemeenten beschikbaar stelt niet toereikend zijn. Er is op dit moment nog niet in te schatten of het Rijk meer middelen beschikbaar zal stellen. Impact Groot. Financiële impact € 702.224 (aanvullende gemeentelijke bijdrage 2022 volgens begroting MidZuid). Maatregelen De ontwikkelingen bij MidZuid krijgen continu aandacht. Hierbij blijft er aandacht voor de vraag welke taken weggelegd dienen te worden bij MidZuid. Ook de bedrijfsvoering binnen MidZuid heeft blijvende aandacht. In 2020 is gestart met het opstellen van een nieuw strategisch plan. Dit proces zal in de tweede helft van 2021 afgerond worden. Er zullen hierin keuzes worden gemaakt over de toekomstige rol van MidZuid. Tevens kunnen op basis van dit strategisch plan keuzes gemaakt worden ten aanzien van de huisvesting.

6.2.2.8 Afval algemeen De afvalbegroting is geen statische begroting. Veel is afhankelijk van niet of moeilijk beïnvloedbare factoren zoals de afvalverbrandingsbelasting, kwantitatieve en kwalitatieve afvalscheiding door bewoners (afvalgedrag), marktwerking van verwerkingstarieven of prijzen voor de inname van waardevolle recyclebare producten (papier, blik, textiel, etc.). Doorlopend zullen nieuwe contracten afgesloten moeten worden voor de verwerking van verschillende afvalstromen. De verwerkingstarieven zijn aan marktwerking onderhevig. Er kan dus moeilijk een betrouwbare inschatting worden gegeven over de daadwerkelijke toekomstige tarieven. De huidige tendens is wel dat de inkomsten uit grondstoffen zullen dalen en de kosten voor afvoer zullen stijgen. Impact Het risico is interen op de egalisatievoorziening en een hogere afvalstoffenheffing. Onverwachtse prijswijzigingen zetten de egalisatievoorziening verder onder druk. De voorziening mag niet negatief zijn, in dat geval moet worden bijgestort uit de algemene middelen. Financiële impact Aan inkomsten uit recyclebare stromen is in de begroting 2022 zo’n € 1,04 miljoen opgenomen. Het totale risico van deze post wordt ingeschat op zo’n 10% hiervan. Daarnaast zijn de afgelopen jaren de kosten voor kwijtschelding en oninbaar fors gestegen, en kunnen ook niet alle ledigingen daadwerkelijk opgelegd worden bij inwoners.

Hierin bestaat echter momenteel nog weinig inzicht. Deze effecten worden totaal ingeschat op zo’n € 160.000 per jaar. Maatregelen • Meedoen aan grote aanbestedingen om gunstige tarieven in contracten vast te leggen • Geen eenmalige tariefsmatiging • Afvalscheiding zowel kwalitatief als kwantitatief bevorderen • Grip op bedrijfsvoering houden (efficiency verbetering continue opgave)

6.2.2.9 Attero De gewesten in de provincie Noord-Brabant hadden met Attero Zuid B.V. aanbiedingscontracten afgesloten die liepen tot 1 februari 2017 voor wat betreft het brandbaar huishoudelijk restafval. Attero dient aan de verwerker een minimale hoeveelheid restafval van 510 kTon aan te leveren. Vanaf 2011 is deze hoeveelheid niet meer in totaal aangeleverd door de gewesten. De rekeningen over de jaren 2011 tot en met 2014 zijn na gerechtelijke uitspraken definitief van tafel. Attero heeft in 2016 een nieuwe arbitrageaanvraag opgestart. Het geschil dat Attero aan arbiters heeft voorgelegd, is opnieuw de vraag of Attero aan de gewesten en gemeenten een (suppletie)vergoeding in Programmabegroting 2022

81

rekening mag brengen voor het verwerven van extra brandbaar afval, dit keer met betrekking tot de jaren 2015, 2016 en januari 2017. Uit het eindvonnis blijkt dat Attero in het gelijk is gesteld en zijn de gewesten en gemeenten tot betaling overgegaan. Tevens is een vernietigingsprocedure opgestart. Deze procedure is onlangs geëindigd. Het arrest luidt dat het eerdere arbitrale vonnis wordt vernietigd. Attero heeft de eerder ontvangen bedragen inmiddels teruggestort op de rekening van de gewesten en via de gewesten teruggestort op de rekening van de gemeenten. Impact Na dit arrest van het hof bestaat voor alle procespartijen de mogelijkheid om tegen dit arrest in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. Dit zal moeten worden afgewacht en zodra duidelijk is dat er cassatie komt, zal in die procedure verweer gevoerd moeten worden. De looptijd van een eventuele cassatieprocedure zal ongeveer 1,5 jaar zijn. Wanneer de Hoge Raad het arrest van het hof in stand laat, is daarmee de vernietigingsprocedure definitief geëindigd. Als de Hoge Raad zou oordelen dat het hof het arrest onvoldoende heeft gemotiveerd of een beslissing heeft genomen in strijd met het geldende recht, kan het hof de opdracht krijgen een nieuwe beslissing te nemen of kan de Hoge Raad deze beslissing zelf nemen. Financiële impact Oosterhout heeft het eerder betaalde bedrag inclusief rente teruggestort gekregen.

Deze betaling is verwerkt in de algemene reserve van de gemeente Oosterhout. Het risico wordt daarom nu op 0 gezet. Maatregelen De Brabantse gewesten blijven gezamenlijk handelen richting Attero in deze zaak. In de nieuwe contracten per 1 februari 2017 is geen aanlever- of volumeplicht opgenomen. 6.2.2.10 Rente / treasury De gemeente Oosterhout heeft geld vanuit de markt aangetrokken om de gewenste investeringen te kunnen realiseren. Momenteel is deze rente erg laag. Hier wordt in de begroting rekening mee gehouden en hierdoor ontstaat ieder jaar extra financiële ruimte binnen de exploitatie. Indien de rente stijgt dan kan dit tot meerjarige budgettaire consequenties (lees extra bezuinigingen) leiden. Per 1 september 2021 is er totaal € 80,0 miljoen aan langlopende leningen aanwezig. Een rentestijging van 1% betekent dus al een extra rentebetaling van € 800.000 op de langlopende leningen. Impact Jaarlijks wordt in de begroting een inschatting gemaakt van het budgettair effect van de rente. Met ingang van 2017 mag de gemeente (vanwege een wijziging in het BBV) niet meer dan de werkelijk betaalde externe rente doorrekenen naar de gemeentelijke producten, waar voorheen een meerjarig (hoger) gemiddelde werd gehanteerd. Hiermee wordt de gevoeligheid van de begroting voor renteschommelingen ook aanzienlijk vergroot.

Voor de beeldvorming: een rentewijziging van 0,1% heeft al direct een budgettair effect van € 80.000. Aangezien de rente momenteel historisch laag staat, is de kans aanwezig dat deze de komende jaren gaat stijgen. Dit betekent dat er dan nadelen ontstaat in de exploitatie. Financiële impact € 240.000 Maatregelen Er zijn intern maatregelen genomen om deze risico’s te beheersen en te mitigeren. Deze zijn veelal vastgelegd in het treasurystatuut. Deze risico’s worden beperkt door de renteontwikkeling voortdurend te volgen en verschillende rentevisies naast elkaar te leggen. Daarnaast zorgen we in de leningenportefeuille voor een goede spreiding in looptijd van de leningen.

82

Programmabegroting 2022

6.2.2.11 Achtervang gewaarborgde geldleningen De gemeente staat – via een achtervangconstructie – samen met het rijk borg / garant voor de betaling van rente en aflossing van een afgesloten geldlening voor woningbouw die aan corporaties zijn verstrekt via het waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarnaast staan gemeente en Rijk garant voor hypotheken die aan particulieren zijn verstrekt via het Nationaal Hypotheken Garantiefonds (NHG). Het primaire risico ligt bij de betreffende corporaties c.q. de particulieren zelf. Met betrekking tot de WSW betreft het een getrapt systeem waarbij de eerste lijn is: als een corporatie niet langer beschikt over voldoende geld, en dus niet meer aan rente- en aflossingsverplichting kan voldoen, kan deze een beroep doen op het saneringsfonds van Autoriteit Woningcorporaties al dan niet met extra geborgde financiering via WSW. Daarna (tweede lijn) kan de corporatie een beroep doen op aanvullende steun vanuit de buffers van het WSW en de gezamenlijke corporaties. Als deze tweede lijn ook niet toereikend is, kunnen rijk en de gezamenlijke gemeenten worden aangesproken op hun achtervangfunctie (derde lijn). Deze achtervangfunctie bestaat uit het verstrekken van renteloze leningen aan het WSW. Het WSW zal deze leningen te zijner tijd terugbetalen.

Daarbij geldt de volgende verdeelsleutel: 50% voor rekening van het rijk, 25% voor rekening van de schadegemeenten en 25% voor rekening van de gezamenlijke Nederlandse Gemeenten. Het verlies blijft door deze constructie beperkt tot een klein aandeel in de rente van de extra geldleningen. Ten aanzien van per 1 januari 2011 afgegeven borgtochten wordt de volledige achtervangfunctie door het Rijk vervuld. Bij dreigende liquiditeitstekorten in verband met tot en met 31 december 2010 afgegeven borgtochten kan het WEW een beroep doen op achtergestelde, renteloze leningen van het Rijk (50%) en van de gemeenten (50%). Impact Het totaal aan gewaarborgde geldleningen met achtervangconstructie bedraagt € 395,8 miljoen (per 31 december 2020). Dit bestaat voornamelijk uit leningen geborgd door Waarborgfonds Sociale Woningbouw en waarbij de gemeente een achtervangfunctie vervuld (396 miljoen). Over dit bedrag staat de gemeente voor 50% (€ 198 miljoen) borg. Financiële impact € 1.980.000 Maatregelen Het WSW heeft ten doel woningbouwcorporaties tegen een zo laag mogelijke rente geld te laten lenen op de kapitaalmarkt, om zo de kosten van sociale woningbouw te kunnen drukken. Door het risico met andere gemeenten te delen, wordt hierbij het risico van individuele gemeenten beperkt.

Bij opzegging van de overeenkomst met WSW zal de gemeente Oosterhout of zelf leningen moeten gaan verstrekken of zelf direct garant moeten gaan staan in de richting van (vooral) Thuisvester dat het risico vergroot. De claim op WSW dient nauwlettend te worden gemonitord. Gezien het feit dat er sprake is van een getrapt systeem is het risico niet theoretisch, maar ook niet groot.

6.2.2.12 Garantstellingen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing van geldleningen aan instellingen, stichtingen of verenigingen die een doel nastreven met een maatschappelijk belang. In alle gevallen geldt dat er sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden. Die bijzondere omstandigheid bestaat veelal daarin dat de instelling geen of onvoldoende zekerheid aan de bank kan verstrekken. Daar waar mogelijk vestigt de gemeente zekerheidsrechten. Veel van onze gerantstellingen betreft sportinstellingen. Zij missen door de Coronacrisis een groot deel van hun inkomsten. De kans dat de gemeente wordt aangesproken op haar rol als borgsteller is daardoor groter geworden.

Programmabegroting 2022

83

Impact Samenstelling van de gewaarborgde geldleningen bestaat uit de volgende hoofdposten: • • • • •

Zorgsector: Volkshuisvesting particulieren (door langdurige aflossing op geldleningen en stijging huizenprijzen risico nagenoeg nihil) Volkshuisvesting Thuisvester; Milieu Sport/ Welzijn

Tezamen vertegenwoordigen deze (31 december 2020) een waarde van € 8,5 miljoen. Financiële impact € 85.000 Maatregelen Aan elke garantstelling gaat een draagkrachttoets vooraf en worden waar mogelijk zekerheidsrechten gevestigd. Voorts wordt bedongen dat op leningen wordt afgelost waardoor het risico voor de gemeente geleidelijk afneemt.

6.2.2.13 Starters-, blijvers- en duurzaamheidsleningen via SVn Wanneer de partij die een starters-, blijvers- en duurzaamheidslening via de SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten) heeft opgenomen niet in staat is om deze terug te betalen, dan zal deze direct afgeboekt moeten worden van de vordering. Hierdoor treedt er een direct verlies op voor Oosterhout. Bij de starterslening kan men na drie jaar een hertoets aanvragen indien men op basis van het inkomen na de maandelijkse aflossing niet kan voldoen. Bij de stimuleringsregeling is de gemeente drager van het risico als een vereniging/stichting niet aan terugbetaling kan voldoen. Impact De totale omvang van de door Oosterhout weggezette leningen bedraagt € 5,7 miljoen. Dit bedrag is uitgesplitst over de vier leenvormen: • • • •

Starterslening: €2.950.000; Duurzaamheidslening: €2.000.000; Blijverslening: €300.000; Stimuleringslening: €500.000.

Financiële impact De leningen zijn revolverend, dat wil zeggen dat terugbetaalde leningen opnieuw worden ingezet om nieuwe leningen van te verstrekken. Maatregelen Door SVn wordt voor afsluiten leningen een toets naar kredietwaardigheid uitgevoerd op de gevraagde lening. Daarnaast liggen er voor de starters- en blijversleningen veelal hypothecaire zekerheden aan ten grondslag. De starterslening wordt met NHG (nationale hypotheek garantie) verstrekt. Bij het onderdeel Stimuleringslening toetst de SVn de drie meest recente jaarrekeningen en de meerjarenbegroting van de stichting/vereniging die in aanmerking wil komen voor de lening. In geval van wanbetaling kan SVn via een betaalregeling met de gemeente het verlies op de betreffende lening beperken.

84

Programmabegroting 2022

6.2.2.14 Informatiebeveiliging & privacy Als gemeente werken we veel met waardevolle en privacygevoelige informatie. Privacy is een grondrecht en het bewust zorgvuldig omgaan met de persoonsgegevens van onze inwoners en medewerkers staat hoog in het vaandel bij zowel de organisatie als de medewerkers. Informatiebeveiliging en het nemen van allerlei beveiligingsmaatregelen om de risico’s te beperken, wordt daarom steeds belangrijker. Per 1 januari 2020 zijn de normenkaders van het rijk, de waterschappen, de gemeenten en de provincies gebundeld in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Deze baseline is het normenkader voor alle overheden en dus ook voor de gemeente Oosterhout. Naast beschikbaarheid en integriteit speelt ook de vertrouwelijkheid van gegevens een rol. Binnen de gemeente Oosterhout maken we veelvuldig gebruik van gewone en bijzondere persoonsgegevens. Met de komst van de (U)AVG is het nog duidelijker omschreven welke plichten wij hebben als gemeente en welke rechten onze burgers hebben. Daarnaast eist de (U)AVG een set aan maatregelen om onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens te voorkomen, of in ieder geval te verkleinen. Impact Het neerzetten van een betrouwbare informatievoorziening is noodzakelijk voor het goed functioneren van de gemeente en de basis voor het beschermen van rechten van burgers en bedrijven.

Als inbreuk plaatsvindt op de beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid van informatie kan de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komen en bedrijfsprocessen kunnen uitvallen. Zo kan een beveiligingsincident grote impact hebben op de diensten die de gemeente levert aan inwoners en bedrijven, denk bijvoorbeeld aan een ransomware aanval door cybercriminelen waarbij data versleuteld wordt en niet meer beschikbaar is. Ook kan de veiligheid en privacy van burgers in gevaar komen op het moment dat de gemeente geen betrouwbare informatievoorziening kan neerzetten. Als gemeente verwerken wij veelal gevoelige informatie (zoals de verwerkingen in het kader van het Sociaal Domein en/of Veiligheid). Als zich een incident voordoet waarbij (persoons)gegevens onrechtmatig worden verwerkt (bv gelekt of verloren) kan dit lijden tot imago schade van de gemeente. Daarnaast kan een incident ernstige nadelige gevolgen hebben voor de persoonlijke levenssfeer van een inwoner. Financiële impact Wanneer de gemeente aantoonbaar onvoldoende oog heeft voor informatieveiligheid en privacy kan de Autoriteit Persoonsgegevens een maximale boete opleggen van € 10.000.000 bij een inbreuk op de privacy van een betrokkenen (bv bij een datalek). Bij aanwijsbaar niet naleven van de eisen uit de AVG kan de boete zelfs oplopen tot € 20.000.000.

Hiernaast kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade die is opgelopen door individuen als gegevens onrechtmatig verwerkt worden. Tevens kunnen technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen, die nodig zijn om risico af te dekken of incidenten op te lossen, onverwachte kosten met zich meebrengen. Tenslotte zijn er ook structurele kosten zoals personeelskosten voor beveiligingsbeheerders en kosten voor bewustwording en concern brede technische en fysieke maatregelen. Maatregelen Op het gebied van informatiebeveiliging en privacy nemen we een aantal maatregelen. Zo is er jaarlijks een bewustwordingscampagne voor de hele organisatie, hierin komen de verschillende onderwerpen van omgaan met en beveiligen van informatie aan de orde. Naast de fysieke en de digitale (werk)omgeving zijn ook de aandachtspunten voor het thuiswerken nadrukkelijk in de bewustwordingscampagne behandeld. Bewustwording is een continue proces, dit doen we niet eenmalig. Zo kunnen we als organisatie groeien op de volwassenheidsladder omdat onze medewerkers steeds beter worden in het zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens en het beveiligen van de informatie. Daarnaast is er een jaarplan voor informatiebeveiliging en een jaarplan voor privacy opgesteld. De activiteiten beschreven in het jaarplan informatiebeveiliging zijn gebaseerd op een uitgevoerde gap- en risicoanalyse.

Enkele activiteiten uit dit jaarplan zijn inmiddels al opgepakt. Zo zijn alle applicaties binnen de gemeente geclassificeerd en is er een data classificatiebeleid opgesteld. Ook op het gebied van logische toegangsbeveiliging zijn stappen gezet door het opstellen van autorisatiematrices en is continuïteitsplan voor de korte termijn opgesteld. In 2022 zal de focus liggen op het verder uitvoeren van de activiteiten beschreven in het jaarplan. Ook op het gebied van privacy is er een GAP-analyse uitgevoerd. De bevindingen en speerpunten zijn uitgewerkt in het jaarplan privacy. Waarbij de focus voornamelijk ligt op het uitvoeren van de DPIA´s op de bestaande processen van het register van verwerkingen als nieuwe verwerkingen (privacy by design) en het goed borgen van de privacy Programmabegroting 2022

85

governance. Om in 2022 op volwassenheidsniveau drie te zitten is het noodzakelijk dat alle achterstallige DPIA’s zijn uitgevoerd. De planning is dat in Q2 van 2022 alle achterstallige DPIA’s zijn uitgevoerd. Daarnaast dat de pirvacy governance als een drie trap staat. De Functionaris Gegevensbescherming als adviserend en controlerend. De Privacy Officer (opgenomen in de begroting van 2022) die de coördinerende en meer uitvoerende privacy rol heeft, met de vooruitgeschoven privacy ambassadeur van de teams, die privacybeheerders. De privacybeheerders zijn signalerend en operationeel binnen de eigen teams. Voor zowel informatiebeveiliging als privacy geldt dat dit thema’s zijn die nooit gereed zijn. Het is een groeiproces dat we met elkaar doormaken. Waarbij we steeds volwassener worden. Vandaar dat we voor beide thema’s een volwassenheidsladder doorlopen. Als organisatie wil je minimaal op niveau drie (drie uit vijf niveau’s) zitten omdat je dan kunt stellen dat je aantoonbaar in control bent. Waarbij gezegd moet worden dat 100% veiligheid een illusie is en zal blijven.

6.2.2.15 Conjuncturele ontwikkelingen bouwkosten De economie blijft aantrekken, waardoor een stijging van de kosten voor bouw- en onderhoudsprojecten zichtbaar blijft. De komende jaren staan grote projecten op stapel in de openbare ruimte, nieuwe gemeentehuis, onderwijshuisvesting, et cetera Impact De bouwkostenindexen zijn de afgelopen jaren behoorlijk gestegen. Dit hebben we ook gezien bij de nieuwbouw van het Mgr. Frenckencollege. Risico hierdoor is dat het gereserveerde budget ontoereikend is voor de realisatie van het kwalitatief gewenste / noodzakelijke niveau. Financiële impact Aanbestedingen die hoger zijn dan de kostenraming zullen moeten worden bij geplust. Dit betekent een hogere onttrekking aan reserves of het prioriteren en naar achter verschuiven van andere projecten. Maatregelen De kostenontwikkelingen scherp blijven monitoren aan de hand van aanbestedingen in het land. Ook een scherper onderscheid maken tussen noodzakelijk onderhoud en verbeteringsonderhoud.

6.2.2.16 Omgevingswet Per 1 juli 2022 treedt de omgevingswet in werking. De Omgevingswet heeft grote gevolgen voor de heffing van de leges voor omgevingsvergunningen. Er komen minder vergunningplichten, de huidige omgevingsvergunning wordt gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’ en gemeenten mogen milieuleges gaan heffen. Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet bewaakt de kwaliteit van ontwerp en uitvoering van bouwplannen. Een groot deel van het werk dat gemeenten nu uitvoeren, moet na inwerkingtreding van deze wet door aanvragers van omgevingsvergunningen worden gedaan. Impact Voor gemeenten vervallen kosten omdat deze werkzaamheden dan niet meer door gemeenten worden uitgevoerd. In de berekeningen van de legestarieven én de kostendekkendheid, maken deze werkzaamheden een substantieel deel uit van de totale kosten. Kosten die nu nog, door de toepassing van kruissubsidiëring, worden verhaald via tarieven voor grotere bouwwerken. Door het wegvallen van kosten zullen de legestarieven moeten worden verlaagd om te blijven voldoen aan de wettelijke kostendekking van maximaal 100 procent. Daarnaast gaat de legesverordening er vanaf dat moment anders uit zien. Financiële impact In de meerjarenbegroting (vanaf 2022) is momenteel € 1.083.000 aan legesinkomsten bouwvergunningen meegenomen.

Maatregelen Door het opstellen van een impactanalyse voor de leges kunnen de financiële gevolgen in beeld worden gebracht en worden meegenomen in de begrotingsvoorstellen voor 2022. Ook kan een nieuwe legesverordening worden voorbereid die rekening houdt met de Omgevingswet.

86

Programmabegroting 2022

6.2.2.17 Grondexploitaties algemeen Via scenarioanalyses en het periodiek doorrekenen van alle grondexploitaties projecten ontstaat er goed inzicht in de risico’s. Daarnaast wordt in het MPG per project en totaal specifieke berekeningen gemaakt inzake risico’s en weerstandsvermogen. Everdenberg Oost is financieel het grootste project binnen onze gemeente met een boekwaarde (geïnvesteerd bedrag per 31-12-2020) van € 11,09 miljoen. Van de overige projecten zijn met name de investeringen in de openbare ruimten risicovol, waarbij het grootste risico inmiddels niet meer in de afzet van de grond zit, maar in de kosten voor inrichting openbaar gebied. Het risico dat de inkomsten uit grondverkopen onder druk komen te staan is ver afgenomen, door het aangaan van overeenkomsten van uitgifte binnen het project de Contreie. Alle projecten worden hieronder specifiek toegelicht Impact Het benodigde weerstandsvermogen is berekend op basis van de zogenoemde IFLO-methode. Op basis van de actualisatie uit het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) van september 2021 en actualisatie van de grondexploitaties blijkt de volgende marges van het benodigde weerstandsvermogen: •

IFLO methode € 3,1 miljoen

Financiële impact € 3.087.000 (risico grondexploitaties totaal ) Maatregelen De plannen worden periodiek doorgerekend op basis van actuele inzichten, waarbij meerdere scenario’s in beeld worden gebracht. Thans is niet de afzet van gronden het meest kritieke in de totale grondexploitatie, maar de planning. Binnen de vrije reserve worden de bedragen binnen de P&C cyclus steeds geactualiseerd, wat zorgt voor de periodiek afstemmingsmoment tussen de uitgaven en inkomsten. Daarnaast is er binnen de grondexploitatie een algemene bedrijfsreserve beschikbaar ter hoogte van circa € 9,9 miljoen.

6.2.2.18 De Contreie • In 2022 wordt de Zuidwestlocatie definitief ingericht. Dit moet nog worden aanbesteed. Het risico bestaat dat prijzen gestegen blijken als gevolg van de algehele stijging in de bouwkosten, ten opzichte van wat eerder is geraamd in de grondexploitatie. • Het Vrachelsplein en de Lanspunt moeten nog van de gemeente worden afgenomen en ontwikkeld. Hierin is de gemeente afhankelijk van ontwikkelende partijen. Latere levering van de gronden en latere start bouw heeft zowel consequenties voor financiën als voor de planning. Impact Zolang de Contreie niet afgebouwd is, kan de buitenruimte niet overal definitief worden ingericht. Dit brengt extra kosten met zich mee omdat tijdelijke maatregelen getroffen moeten worden getroffen. Ook speelt het risico dat bouwkosten in de loop ter tijd toenemen en loopt de grondexploitatie langer door. Een vertraging in de afzet van grond resulteert voor de gemeente in latere grondopbrengsten. Door latere afzet van de gronden en langere doorlooptijd van de bouw, loopt de grondexploitatie langer door, waardoor ook rente langer doorloopt. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal Maatregelen Met ontwikkelende partijen is regulier overleg om o.a. de voortgang in projecten met elkaar te bespreken. Verwachting is dat in 2021 en 2022 alle gronden worden overgedragen.

Programmabegroting 2022

87

6.2.2.19 Everdenberg Oost Everdenberg Oost CV/BV (waar zowel de gemeente Oosterhout als Roozen van Hoppe deel van uitmaken) is momenteel bezig met de uitgiften van de bedrijfskavels, het inrichten, het ontsluiten van het bedrijventerrein etc. Voordat de bedrijven hun deuren kunnen openen moet de (tijdelijke) aansluiting op de N629 gereed zijn. Verder is er bij de Omgevingsdienst (gemandateerd door de Provincie) een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd, aangezien er beschermde diersoorten in het gebied aanwezig zijn. Inmiddels zijn de voorbereidende werkzaamheden in een dusdanige fase dat op redelijk korte termijn met de bouwrijp werkzaamheden begonnen kan worden en dat de eerste bedrijven in het derde kwartaal van 2022 hun deuren kunnen openen. De belangstelling voor de kavels vanuit het bedrijfsleven is groot. Impact Voor de ontsluiting op de N629 is in overleg met de Provincie een ontwerp gemaakt en wordt met omwonenden besproken. Wanneer deze het er niet mee eens zijn, dan kan dit leiden tot vertraging van het uitvoeringstraject. Verder is er in het kader van de Wet natuurbescherming een ontheffing nodig. Het niet tijdig verlenen er van zal eveneens tot vertraging leiden. Ook dienen er in het gebied nog verschillende bomen gekapt te worden. Hiervoor is door de gemeente Oosterhout een kapvergunning afgegeven waartegen zienswijzen zijn ingediend.

Een rechtsgang kan vertraging opleveren. De hiervoor genoemde vertragingen betekenen dat dit consequenties heeft voor de juridische levering van de bedrijfskavels en zorgt voor een langere afzetperiode met financiële gevolgen. De grondexploitatie biedt ruimte voor enige uitloop, maar dit komt de opbrengst niet ten goede. Nu is de belangstelling voor de bedrijfskavels groot, maar dit kan door gewijzigde omstandigheden (bijvoorbeeld door de COVID-19 pandemie) minder worden. Dit zou eveneens financiële gevolgen kunnen hebben voor de grondexploitatie. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal Maatregelen Nauw overleg met Rijkswaterstaat en de provincie over de benodigde vergunningen en overleg met alle betrokkenen in het kader van het draagvlak voor het project.

6.2.2.20 Ontwikkeling Santrijngebied excl. Parkeergarage Gronden voor bebouwing zijn geleverd. Voor het openbaar gebied geldt: verwachte risico kan met name zijn de hogere kosten voor aanleg openbaar gebied. Impact Voor het openbaar gebied geldt dat onder andere door bodemverontreiniging, de aanwezige kabels en leidingen en meer aandacht voor klimaatadaptie en duurzaamheid de kosten voor de aanleg van het openbaar gebied hoger kunnen worden. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal Maatregelen De grond voor de parkappartementen is geleverd. Aanleg openbaar gebied • •

88

Er vindt een aanbesteding plaats voor de aanleg van de 2 e fase van het Santrijnpark, zodat er concurrerend wordt ingeschreven. Voor het Waterlooplein wordt op basis van een ontwerp een raming opgesteld. Indien de raming uitkomt boven het gestelde budget binnen de grondexploitatie, wordt gekeken of er aanvullende middelen beschikbaar gesteld kunnen worden. Indien nodig, zal dit worden voorgelegd aan de raad.

Programmabegroting 2022

6.2.2.21 Zwaaikom De belangrijkste risico’s binnen het project Zwaaikom zijn: • • •

Subsidie: vervallen van provinciale subsidie. Levertijden van bouwmaterialen Looptijd totale project

Daarnaast dienen er nog voor diverse onderdelen nader onderzoek plaats te vinden, hetgeen afhankelijk van de bevindingen kan leiden tot andere kosten. Impact • Indien de eindverantwoording van de toegekende subsidie niet wordt geaccordeerd vervalt de subsidie van € 1,8 miljoen. • Indien het bestemmingsplan niet onherroepelijk wordt, dient er op termijn alternatieve locatie gezocht te worden voor de handboogvereniging. • Door een tekort aan sommige grondstoffen worden er minder bouwmaterialen geproduceerd en ontstaat er schaarste. Hierdoor stijgen de prijzen en ontstaan soms lange wachttijden die voor vertraging kunnen zorgen. • De totale looptijd van het project loopt in dat geval langer door, waardoor de totale kosten hoger zullen zijn. • Er dienen extra onderzoeken plaats te vinden voor de Pfas, dit werkt vertragend en kostenverhogend. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal Maatregelen • Algemeen: Intensief overleg met alle betrokken partijen (onder meer ontwikkelaars, provincie, organisaties, belanghebbenden, verenigingen en bewoners). • Voor de verplaatsing van de handboog is een vergunning verleend voor het plaatsen van een nieuw gebouw. Op de vergunning zijn geen bezwaren binnen gekomen, verwacht wordt dat het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure weinig risico kent.

• Voor gemeentelijke werkzaamheden wordt bekeken of het verstandig is op voorhand al bepaalde materialen in te kopen. 6.2.2.22 Herontwikkeling Slotjes Midden De herontwikkeling van Slotjes Midden is in volle gang. Er wordt een deel van het bestaande woningbestand gesloopt, er worden nieuwe woningen gebouwd en het openbaar gebied wordt heringericht en gerevitaliseerd. Met de herstructurering, die in nauwe samenwerking met woningbouwcorporatie Thuisvester wordt vormgegeven, wordt de toekomstwaarde van het gebied voor de (toekomstige) bewoners veilig gesteld. Impact • Hogere prijzen inrichting kanaalzone door te kiezen voor invulling hiervan met projecten rondom klimaatadaptatie/ecologie en mogelijke burgerinitiatieven. • Inrichten openbare ruimte is (met name voor deelplan 5 t/m 7) nog niet concreet. Kostenraming hiervan is nog redelijk abstract. Financiële impact Onderdeel van de impact grondexploitaties totaal Maatregelen • Regelmatig overleg en afstemming met Thuisvester en ontwikkelaar ten aanzien van de planning en de gemaakte afspraken vastleggen. • Goed inzicht in en zo nodig bijstellen van hoogte en moment van uitgaven voor herinrichting openbaar gebied. • In nauw overleg met de wijkmakelaar de leefbaarheid van de wijk blijven volgen en zo nodig aanvullende maatregelen treffen.

• Zoeken naar subsidiemogelijkheden, bijvoorbeeld via de provincie, om de kosten van projecten rondom klimaatadaptatie te verlagen. • Zoeken naar subsidiemogelijkheden, bijvoorbeeld via de provincie, om de kosten van projecten rondom klimaatadaptatie te verlagen. Programmabegroting 2022

89

6.2.3 Totaaloverzicht van onderkende risico’s: Het risico wordt bepaald door de risico’s te kwantificeren op basis van de kans dat het risico zich voordoet. Voor de beoordeling is de onderstaande schaalindeling gehanteerd. Kans

Omschreven als

Geschatte kans dat het risico zich werkelijk zal voordoen

Zeer klein Klein Gemiddeld Groot

Zeer onwaarschijnlijk Onwaarschijnlijk Aannemelijk Waarschijnlijk

1% 10% 50% 80%

In onderstaande tabel zijn de onderkende risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd en ingedeeld per type risico. Nr

Omschrijving

Maximaal risico

Kans

I/S

X€1 Impact

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Covid-19 (Corona) Algemene uitkering Kosten jeugd en WMO Liquidatie Juzt Verbonden partijen Brand Moerdijk MidZuid Afvalverwijdering Rente / treasury Achtervang gewaarborgde geldleningen Garantstellingen Starters-, blijvers- en duurzaamheidsleningen Informatiebeveiliging & privacy Conjuncturele ontwikkelingen bouwkosten Omgevingswet Benodigde weerstandscapaciteit exclusief grondexploitaties Risico grondexploitaties Totaal benodigde weerstandscapaciteit

2.000.000 2.137.500 1.500.000 450.000 495.000 300.000 702.000 160.000 240.000 198.000.000 8.500.000 2.850.000 500.000 5.000.000 1.083.000

Groot Groot Groot Klein Gemiddeld Klein Groot Groot Gemiddeld Zeer klein Zeer klein Klein Gemiddeld Groot Gemiddeld

S/I S S I S/I I S/I S S I I I I I S

1.600.000 1.710.000 1.200.000 45.000 247.500 30.000 560.000 128.000 120.000 1.980.000 85.000 285.000 250.000 4.000.000 540.000 12.780.500 3.087.000 15.867.500

Wanneer de risico’s maal de kans berekend wordt ontstaat er een benodigd weerstandsvermogen van € 15,9 miljoen om de onderkende risico’s af te dekken.

6.2.4 Confrontatie weerstandsvermogen en risico’s Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit enerzijds en de beschikbare weerstandscapaciteit anderzijds. De relatie wordt weergegeven in onderstaand figuur. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risico-inventarisatie voortkomt, zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Bij de vaststelling van de beleidsnota risicomanagement 2020 – 2023 is vastgesteld dat deze zogenoemde ratio weerstandsvermogen minimaal 1,5 moet zijn. Omschrijving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=1ff53d71-ec8f-4137-ba7d-42cbfcf846a3