Oosterhout_Vooruit_-_visie_op_mobiliteit__21052019_.pdf
Tekst van het document
Oosterhout Vooruit
66
Snelfietsroutes De provincie Noord Brabant heeft zich tot doel gesteld om samen met haar partners het fietsgebruik te stimuleren om daarmee een bijdrage te leveren aan de verbetering van de bereikbaarheid (van met name stedelijke kerngebieden) de leefbaarheid en gezondheid. In de provinciale visie “fiets in de versnelling” is opgenomen hoe de provincie dat wil bereiken. De fiets heeft ook op langere afstanden potentie en in fiets in de versnelling is een aantal potentiele snelfietsroutes benoemd, waaronder de snelfietsroutes Oosterhout – Breda, Oosterhout – Tilburg en Breda – Tilburg (via Dorst). De ambitie is dat deze snelfietsroutes in 2030 gerealiseerd zijn. Dit wil de provincie gezamenlijk met de betrokken gemeenten voor elkaar krijgen. Om deze ambitie te realiseren, zijn ook financiële middelen beschikbaar bij de provincie. De provincie gaat uit van 50% cofinanciering over de gehele snelfietsroute. Aanvullende cofinanciering stelt de provincie beschikbaar voor extra kwaliteit, innovaties en kunstwerken. De omvang van deze cofinanciering is een kwestie van maatwerk en bedraagt maximaal 80% in het geval van noodzakelijke kunstwerken. Om voor cofinanciering in aanmerking te komen, moeten snelfietsroutes wel aan een aantal eisen (op het gebied van functionaliteit, vormgeving en maatvoering) voldoen.
Oosterhout Vooruit
67
Handhaven / versterken (H)OV Via een aantal (H)OV lijnen en buurtbuslijnen is Oosterhout met omliggende gemeenten verbonden. De zwaarste vervoerrelatie ligt tussen Oosterhout en Breda, ook als het gaat om openbaar vervoer. Met de Bravodirect (lijn 325, 326 en 327) wordt een snelle en frequente verbinding geboden richting het NS station in Breda en een aantal onderwijsinstellingen. Het is zaak deze kwaliteit in de toekomst te behouden. Een snellere openbaar vervoerverbinding richting Tilburg (lijn 327 en 328) en de daar aanwezige onderwijsinstellingen is wenselijk. Als gevolg van de reconstructie van de N629 (Ekelstraat / Heistraat) zal de route van lijn 327 en 328 (Oosterhout – Dongen – Tilburg) moeten worden aangepast. Om de gewenste HOV kwaliteit te kunnen garanderen, heeft een route via de Ekelstraat – Bovensteweg – Pasteurlaan de voorkeur. De bus rijdt dan niet langer via de Hoogstraat. Om dit te compenseren, zou de route van buurtbuslijn 206 kunnen worden aangepast, waarbij de route vanaf de Provincialeweg, via de nieuwe verbindingsweg richting de Hoogstraat wordt geleid.
Oosterhout Vooruit
68
Via de Brabantliner (lijn 400) is Oosterhout met Utrecht verbonden. Voor de openbaar vervoerverbinding met Utrecht zien we zowel een kans als een knelpunt. In 2017 is een verkenning uitgevoerd hoe de bereikbaarheid per openbaar vervoer tussen Breda en Utrecht verbeterd zou kunnen worden. Daartoe zijn naast overheden ook marktpartijen en kennisinstellingen benaderd. De conclusie van deze verkenning is dat er voor een spoorlijn tussen Breda en Utrecht op dit moment onvoldoende potentie is. Wel liggen er kansen voor een verbetering van het weggebonden openbaar vervoer in de corridor Breda – Utrecht. Geadviseerd wordt om het idee voor een innovatieve, elektrische bus (“treinbus”) met een eigen baan verder uit te werken. Vanuit de samenwerking die is opgebouwd rond de verbinding Breda – Utrecht worden de mogelijkheden daarvan verder verkend ook in relatie tot de voorziene verbreding van de A27 tussen Hooipolder en Houten.
Tegenover deze kans staat ook een knelpunt. De Brabantliner mag nu bij files op de A27 gebruik maken van de vluchtstrook. Echter bij de verbreding van de A27 tussen Houten en Hooipolder worden de vluchtstroken langs een deel van het tracé omgebouwd tot spitsstroken. Dit betekent dat in de toekomst de doorstroming van de Brabantliners dus niet langer gegarandeerd kan worden. Uitbreiding van het openbaar vervoeraanbod met een nieuwe verbinding via het water achten we vervoerkundig niet kansrijk. Qua snelheid (ook gezien de aanwezige sluizen en bruggen) kan een verbinding via water niet concurreren met bestaande modaliteiten.
Oosterhout Vooruit
69
In deze paragraaf zijn de opgaven benoemd om Oosterhout ook in de toekomst bereikbaar te houden. In onderstaand kaartbeeld zijn deze samengevat.
Oplossing bereikbaarheid regio Oosterhout - Breda
5.2
Oosterhout gemeentebreed
5.2.1
Doelstellingen
Bereikbaarheid Ook voor voorzieningen binnen de gemeente Oosterhout is een goede bereikbaarheid belangrijk. Dit geldt zeker voor economisch belangrijke locaties zoals de bedrijventerreinen en de winkelcentra. Enige vertraging in de spits achten wij daarbij wel acceptabel. Afhankelijk van het type functie (zie de uitwerking van de themagebieden in hoofdstuk 6) ligt de nadruk daarbij op de bereikbaarheid per auto, fiets en / of openbaar vervoer.
Oosterhout Vooruit
70
Bereikbaarheid betreft niet alleen de doorstroming van het verkeer, maar ook een robuust wegennet en fietsnetwerk, waarbij het verkeer beschikking heeft over alternatieve routes. Met name de zuidwestzijde van de stad verdient daarbij aandacht. Het ontbreekt momenteel aan een alternatieve route, met name voor verkeer dat gebruik maakt van de Bredaseweg. En ook de aanwezigheid van een tweetal beweegbare bruggen maakt dat de wegen- en fietsstructuur aan de zuidwestzijde van de stad relatief kwetsbaar is. Voor verplaatsingen binnen de gemeente Oosterhout is de fiets een goed alternatief. Het aanwezige fietsnetwerk is voldoende fijnmazig. Willen we een impuls geven aan het gebruik van de fiets dan is het belangrijk dat het fietsnetwerk in Oosterhout kwalitatief goed en veilig is. Goede en veilige fietspaden leiden tot meer fietsbewegingen. Bijzondere aandacht daarbij verdienen de fietsverbindingen tussen de stad en de kerkdorpen. Voor de bereikbaarheid binnen de gemeente Oosterhout is ook een goed dekkend openbaar vervoernetwerk van belang. Het huidige netwerk dient gehandhaafd en waar mogelijk versterkt te worden. Verbetermogelijkheden zien we met name voor de wijk Vrachelen, de bedrijventerreinen en de kerkdorpen.
Leefbaarheid Voor een goed woon- en verblijfsklimaat is het wenselijk om zo min mogelijk extern doorgaand verkeer (= verkeer zonder herkomst en bestemming in Oosterhout) op het lokale wegennet te hebben. Omwille van leefbaarheid maken we binnen Oosterhout onderscheid in verkeers- en verblijfsgebieden. In verblijfsgebieden is de afwikkeling van het verkeer ondergeschikt aan de aanwezige woon- en verblijfsfuncties. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid zijn verblijfsgebieden bij voorkeur zo groot mogelijk. We voldoen aan de wettelijke normen voor geluid en luchtkwaliteit. De overlast als gevolg van (rijdend en geparkeerd) vrachtverkeer proberen we zoveel mogelijk te beperken. De gemeente moet leefbaar zijn voor iedereen. Dit betekent dat het openbaar gebied en het openbaar vervoer goed toegankelijk moeten zijn en voorzieningen goed bereikbaar moeten zijn. Ook het aanbieden van een vervoersalternatief voor mensen die niet van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, maakt hier onderdeel van uit. Veiligheid Het wegennet in Oosterhout is duurzaam veilig. Dit uit zich onder andere door een eenduidige inrichting en regels. De functie, inrichting en het gebruik (waar onder de snelheid) dienen in overeenstemming te zijn.
Om de verkeersveiligheid te waarborgen moet het gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk gescheiden worden van het langzaam verkeer en dienen er zo min mogelijk conflictpunten te zijn. De kans op en de ernst van (éénzijdige) ongevallen proberen we daarmee zoveel mogelijk te beperken. Duurzaamheid & gezondheid Oosterhout staat voor de taak om het energieverbruik en de uitstoot te verminderen en de stad klimaatbestendiger te maken. Vanuit verkeer en vervoer leveren we daar een bijdrage
Oosterhout Vooruit
71
aan door het stimuleren van alternatieven voor de (vracht)auto. Ook een vermindering tot de noodzaak tot (vracht)autogebruik kan hieraan bijdragen. Door het stimuleren van het gebruik van elektrische auto’s (of andere vormen van niet fossiele brandstoffen) proberen we het wagenpark in Oosterhout te vergroenen. Duurzaamheid betreft niet alleen de wijze van verplaatsen, maar ook een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimt. Indien mogelijk wordt daarbij ook gebruik gemaakt van duurzame materialen. Via ons verkeers- en vervoerbeleid dragen we bij aan de gezondheid van onze inwoners. Niet alleen door de leefbaarheid te verbeteren, maar ook door beweging te stimuleren. Fietsen en lopen maken we aantrekkelijk en ook door de inrichting van de openbare ruimte stimuleren we bewegen.
Samengevat leidt dat tot de volgende doelstellingen
5.2.2
Opgaven auto: bereikbaarheid is goed, maar staat onder druk
Bereikbaarheid ■ Verbeteren bereikbaarheid stad en bedrijventerreinen: - aansluitingen Made / Weststad (A59) en Oosterhout Zuid (A27) ■ Verminderen kwetsbaarheid wegennet zuidwestzijde stad: - vergroten robuustheid door bieden alternatieve route - beperken verstoring door beweegbare bruggen ■ Verbeteren functioneren centrumtangenten: - doorstroming zuidwest- en noordoostzijde centrumring; - biedt alternatieve route voor verkeer dat niet in het centrum hoeft te zijn: Verbeteren bereikbaarheid stad en bedrijventerreinen De aansluitingen op de autosnelwegen vormen de schakels tussen het snelwegennet en het stedelijk wegennet. Juist op deze schakels een is goede afwikkeling van het verkeer van belang. Richting de toekomst verdienen de aansluitingen Made / Weststad (A59) en Oosterhout Zuid (A27) aandacht. Deze zijn niet alleen voor de ontsluiting van de stad van belang, maar ontsluiten tevens de belangrijkste bedrijventerreinen in Oosterhout. De
Oosterhout Vooruit
72
aansluitingen Made / Weststad (A59) en Oosterhout Zuid zullen in de toekomst zwaarder belast worden waardoor hier afwikkelingsproblemen kunnen ontstaan. Voor de aansluiting Oosterhout Zuid geldt voorts dat ook de korte invoegstrook op de A27 een negatief effect heeft op de verkeersafwikkeling en –veiligheid. Verminderen kwetsbaarheid wegennet zuidwestzijde stad Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid verdient de robuustheid van de wegenstructuur aan zuidwestzijde van de stad aandacht. Door de manier waarop de wegenstructuur daar is opgezet, is de wegenstructuur is daar nu relatief kwetsbaar. Het ontbreekt momenteel aan een alternatieve route, met name voor verkeer dat gebruik maakt van de Bredaseweg. Een extra belemmering voor de bereikbaarheid (voor auto- en fietsverkeer) aan de zuidwestzijde van Oosterhout is de aanwezigheid van de twee beweegbare bruggen. Met name brugopeningen in de spits verstoren de verkeersafwikkeling aanzienlijk. Om de bereikbaarheid van de zuidwestzijde van de stad te verbeteren wordt samen met partijen gezocht naar oplossingen. Hiertoe wordt een “mobiliteitstafel” opgericht.
Verbeteren functioneren centrumtangenten De wegenstructuur van Oosterhout kenmerkt zich door een tweetal noord – zuid gerichte assen en een ring van wegen om de binnenstad heen (de “centrumtangenten”). Enkele wegen (Abdis van Thornstraat, Van Liedekerkestraat en een gedeelte van de Bredaseweg) maken zowel deel uit van de noord – zuid gerichte assen als van de centrumtangenten en kennen daardoor een hoge verkeersbelasting. Deze verkeersbelasting zal in de toekomst alleen maar verder toenemen. Gezien de positie van die wegen in het stedelijk wegennet is een goede doorstroming van het autoverkeer op deze locaties van groot belang. Knelpunten bevinden zich aan de zuidwestzijde (Bredaseweg) en de noordoostzijde (Pasteurlaan / Abdis van Thornstraat). Voor wat betreft het knelpunt aan de zuidwestzijde (Bredaseweg) ligt er ook een relatie met de vorige opgave. Door de manier waarop de wegenstructuur aan de zuidwestzijde van Oosterhout is opgezet, wordt het zuidwestelijk deel van de centrumtangenten (hoek Bredaseweg – Ridderstraat) zwaar belast ook met verkeer dat niet in het centrum hoeft te zijn. Voor dit verkeer is nu geen echt alternatief voorhanden.
Oosterhout Vooruit
73
Leefbaarheid ■ Beperken extern doorgaand verkeer - voorkomen doorgaand verkeer via Everdenberg (Oost) ■ Beperken verkeer door woongebieden Beperken extern doorgaand verkeer Vanuit het oogpunt van leefbaarheid willen we extern doorgaand verkeer (= verkeer zonder herkomst en bestemming in Oosterhout) zoveel mogelijk beperken. Met name de slechte doorstroming bij knooppunt Hooipolder maakt nu dat verkeer via ons lokale wegennet een route tussen de A27 en A59 zoekt. Vandaar dat het verbeteren van de doorstroming bij Hooipolder (zie § 5.1.2.) niet alleen een bereikbaarheidsopgave, maar tevens een leefbaarheidsopgave is. De reconstructie van de N629 en de ontwikkeling van het bedrijventerrein Everdenberg Oost maakt dat er in de toekomst een verbinding ontstaat tussen de N629 en de aansluitingen Oosterhout Oost en Zuid op de A27. Daarmee ontstaat dus een nieuwe route voor verkeer vanuit Dongen en Tilburg richting de A27. De opgave is om te voorkomen dat verkeer vanuit Dongen en Tilburg straks via de (nieuwe) N629 en de ontsluitingsweg Everdenberg Oost naar de aansluitingen Oosterhout Oost en Oosterhout Zuid op de A27 gaat rijden. Dit ook omdat de St. Antoniusstraat / Beneluxweg en de aansluiting Oosterhout Zuid al relatief zwaar belast worden en het dus ook vanuit het oogpunt van bereikbaarheid niet wenselijk is dat hier extern doorgaand verkeer gebruik van gaat maken.
Beperken verkeer door woongebieden Omwille van leefbaarheid (en verkeersveiligheid) maken we binnen Oosterhout onderscheid in verkeers- en verblijfsgebieden. In verblijfsgebieden is de afwikkeling van het verkeer ondergeschikt aan de aanwezige woon- en verblijfsfuncties. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid zijn verblijfsgebieden bij voorkeur zo groot mogelijk, waarbij we gemotoriseerd verkeer door verblijfsgebieden zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Veiligheid ■ Verminderen kans op en ernst van ongevallen: aanpakken te hard rijden ■ Aanpakken ongevalsconcentraties ■ Keuzes maken t.a.v. grijze wegen (wegen waar functie, vormgeving en gebruik nog niet met elkaar in overeenstemming zijn) Verminderen kans op en ernst van ongevallen: aanpakken te hard rijden; Als het gaat om verkeersveiligheid vormt de snelheid van het gemotoriseerd verkeer / te hard rijden nadrukkelijk punt van aandacht. Uit de enquêtes die zijn afgenomen en tijdens de bijeenkomsten die er zijn geweest met belanghebbenden blijkt dit een terugkerend punt van zorg te zijn dat ook in relatie tot alle themagebieden benoemd is. Te hard rijden vergroot zowel de kans op ongevallen als de ernst ervan. Hoewel het iets is dat gemeentebreed leeft / speelt (“generieke opgave”), zijn er wel enkele wegen die er uit springen, te weten de Statendamweg, de Beneluxweg, de Burg. Holtroplaan en de Vijf Eikenweg.
Ook in relatie tot verblijfsgebieden (30 km/u zones) is te hard rijden vaak als aandachtspunt benoemd te meer daar er in het recente verleden vaak voor een sobere inrichting (met beperkte snelheidsremmende maatregelen) van verblijfsgebieden is gekozen.
Oosterhout Vooruit
74
Aanpakken van ongevalsconcentraties Het aanpakken van locaties waar veel ongevallen gebeuren, heeft daarnaast prioriteit. Locaties die daarbij in negatieve zin opvallen zijn de N631 / Vijf Eikenweg (en met name het kruispunt met de Ketenbaan) de N629 (Ekelstraat / Heistraat) en de A27, in het bijzonder ter hoogte van de aansluiting Oosterhout Zuid. Op het gemeentelijke wegennet zijn de laatste jaren relatief veel ongelukken gebeurd op de Beneluxweg, de Bredaseweg, de Burgemeester Holtroplaan en de St. Antoniusstraat. Keuzes maken t.a.v. grijze wegen Om ongevallen te voorkomen, proberen we ons wegennet zoveel mogelijk duurzaam veilig in te richten. Met de uitvoering van het vorige mobiliteitsplan zijn daarin belangrijke stappen gezet. Er is echter nog een aantal wegen waar functie, vormgeving en gebruik nog niet met elkaar in overeenstemming zijn (“grijze wegen”) en die daardoor nog niet duurzaam veilig zijn. Deels betreft het wegen waarvan de functie niet ter discussie staat, maar waar het aanpassen van de vormgeving tot aanzienlijke kosten leidt (zoals de Keiweg / Mathildastraat). Deels betreft het wegen waarvan de functie in het kader van deze visie opnieuw is bezien. Het gaat dan om: ■ De Provincialeweg Oosteind: deze weg heeft nu de status van verkeersgebied (50 km/u), maar kan vanwege de beperkte fysieke ruimte niet als zodanig worden ingericht.
Een status (en inrichting) als verblijfsgebied (30 km/u) ligt voor delen van de Provincialeweg (in ieder geval het deel in het dorpshart) meer voor de hand. Daarmee wordt aangesloten op de wegcategorisering in ‘s–Gravenmoer en het ontmoedigt doorgaand verkeer vanuit Dongen via de Provincialeweg. Ook voor de veiligheid van het fietsverkeer en de leefbaarheid (m.n. geluid) voor de omwonenden is dit positief. Gezien de verscheidenheid aan functies en gebruikers (w.o. landbouwverkeer) en de beperkte beschikbaar ruimte vraagt dit om maatwerk. ■ De Oude Veerseweg / Oosterhoutseweg: deze weg heeft nu de status van verkeersgebied (80 km/u). Vanwege de doorstroming van het openbaar vervoer (lijn 326 en de Brabantliner) en de functie als verbindingsweg tussen Raamsdonksveer en Oosterhout is het goed deze functie te behouden. Voor fietser wordt onderzocht welke verkeersmaatregelen bij de weg, of elders, getroffen kunnen worden. ■ De Van Oldeneellaan / St. Paulusweg: deze weg heeft nu de status van verblijfsgebied (30 km/u), maar is nog niet als zodanig ingericht. Als gekeken wordt naar de opbouw van de wijk Slotjes Midden, dan is de woningbouw geconcentreerd aan de zuidzijde van de weg, terwijl de maatschappelijke en recreatieve functies (zoals de scholen, het buurthuis en de sportvoorzieningen) zich aan de noordzijde bevinden.
Voor de leefbaarheid van de wijk is het belangrijk dat die voorzieningen goed te bereiken zijn vanuit de wijk en de weg goed oversteekbaar is. Derhalve ligt de functie van verblijfsgebied voor de hand. Wat daarbij wel belangrijk is (vanuit het oogpunt van robuustheid van het wegennet), is dat de Van Oldeneellaan / St. Paulusweg ook in de toekomst nog als alternatieve route voor de Ridderstraat moet kunnen functioneren (bijvoorbeeld in het geval van wegwerkzaamheden, ongevallen of evenementen). ■ De Dommelbergenweg: deze weg heeft nu de status van verblijfsgebied (30 km/u), maar is nog niet als zodanig ingericht. Via de Dommelbergenweg wordt het winkelcentrum Arkendonk ontsloten en bevoorraad. Er staan geen woningen direct langs de weg (geen erfaansluitingen) en de weg heeft een beperkt aantal aansluitingen en oversteekpunten, ook vanwege de aanwezige waterlopen.
Oosterhout Vooruit
75
De functie en het karakter van de Dommelbergenweg maken dat een verkeerfunctie (50 km/u) meer voor de hand ligt dan de huidige classificatie als verblijfsgebied. ■ De Vondellaan: deze weg is momenteel ingericht als weg met een verkeersfunctie. Ook bij de (gedeeltelijke) reconstructie van de weg wordt de weg als 50 km/u weg ingericht. De functie en het karakter van de Vondellaan maken dat een verkeersfunctie (50 km/u) meer voor de hand ligt dan de huidige classificatie als verblijfsgebied. Op basis hiervan komen we tot de volgende indeling in verkeers- en verblijfsgebieden.
In bovenstaande afbeelding zijn ook enkele aanpassingen in de wegcategorisering verwerkt waarover afgelopen jaren al besluiten zijn genomen. Het betreft: ■ De Heistraat / Ekelstraat (gedeeltelijk): als gevolg van de aanleg van de nieuwe N629 vervalt de verkeersfunctie van de Heistraat en een gedeelte van de Ekelstraat. Met de provincie is overeengekomen dat de Heistraat / Ekelstraat na aanleg van de nieuwe N629 wordt afgewaardeerd tot verblijfsgebied (60 km/h);
Oosterhout Vooruit
76
■ Wilhelminakanaal Oost en Kanaalstraat: oorspronkelijk was voorzien dat de wegen in de omgeving van de Zwaaikom allemaal de status van verblijfsgebied zouden krijgen. In 2017 is echter besloten dat Wilhelminakanaal Oost en de Kanaalstraat hun verkeersfunctie behouden, ook om daarmee een alternatief te bieden voor de route via kruispunt Trommelen. Via het Wilhelminakanaal Oost en de Kanaalstraat wordt ook de gemeentelijke milieustraat ontsloten. Duurzaamheid & gezondheid ■ Stimuleren alternatieven voor de eigen auto ■ Stimuleren gebruik elektrische auto’s en niet fossiele brandstoffen Stimuleren alternatieven voor de eigen auto Het verduurzamen van Oosterhout en het terugdringen van het energiegebruik is één van de ambities van de gemeentelijke toekomstvisie. In relatie tot automobiliteit is de opgave om alternatieven voor het gebruik van de eigen auto te stimuleren. Dat kan de fiets zijn, maar bijvoorbeeld ook deelautosystemen zouden hier een bijdrage aan kunnen leveren. Ook met het oog op de toekomst is het belangrijk om eigen autogebruik en –bezit minder vanzelfsprekend te maken. Stimuleren gebruik elektrische auto’s en niet fossiele brandstoffen Voorts ligt er een opgave om het autobestand te “vergroenen”, door elektrisch rijden en het gebruik van alternatieve (niet fossiele) brandstoffen te stimuleren.
Hieraan kan een bijdrage worden geleverd door uitbreiding van het aantal oplaadpunten en de ontwikkeling van een multifuel tankstation. Samenvattend: opgaven auto Als we de opgaven samenvatten, leidt dat tot het volgende beeld:
Oosterhout Vooruit
77
5.2.3
Opgaven openbaar vervoer: behouden en versterken
Bereikbaarheid ■ Verbeteren doorstroming oostzijde centrum ■ Verbeteren ontsluiting van Vrachelen en de bedrijventerreinen ■ Verbeteren stallings-en parkeervoorzieningen bij haltes Verbetering doorstroming oostzijde centrum Gezien de ligging van het busstation rijdt een fors aantal buslijnen via de Abdis van Thornstraat. De doorstroming op de Pasteurlaan / Abdis van Thornstraat laat momenteel al te wensen over en zal in de toekomst verder verslechteren waardoor ook de buslijnen vertraging gaan ondervinden. Te meer daar in de toekomst ook lijn 327 en 328 (zie § 5.1.2.) via deze route gaan rijden, ligt hier een opgave om de doorstroming voor het openbaar vervoer aan de oostzijde van het centrum te verbeteren. Deze opgave betreft zowel het kruispunt met de Strijenstraat als het kruispunt met de Leijsenhoek / Veerseweg.
Oosterhout Vooruit
78
Verbeteren ontsluiting van Vrachelen en de bedrijventerreinen Binnen Oosterhout zijn er nu gebieden die niet of maar beperkt per openbaar vervoer ontsloten worden. Het betreft de wijk Vrachelen en de bedrijventerreinen. Vrachelen heeft in beginsel voldoende potentie voor een volwaardige openbaar vervoerontsluiting. Echter de (onvoorspelbaarheid van de) beweegbare bruggen in de Wilhelminalaan en de Lage Molenpolderweg maakt dat het openbaar vervoerbedrijf Vrachelen thans alleen via de Bovensteweg met een reguliere bus wil ontsluiten. Bedrijventerreinen lenen zich minder voor ontsluiting met het reguliere openbaar vervoer (ook gezien de vaak uiteenlopende werktijden en ligging aan de rand van de stad). Hier ligt een vorm van collectief vervoer, of een combinatie van openbaar vervoer en fiets, meer voor de hand om de ontsluiting te verbeteren. Verbeteren stallings-en parkeervoorzieningen bij haltes Bij de lijnvoering van het openbaar vervoer dient een afweging te worden gemaakt tussen snelheid en ontsluiting. Dit betekent dat bushaltes lang niet altijd op loopafstand gelegen zijn. Een deel van de openbaar vervoergebruikers is aangewezen op de fiets of auto als voor- of natransport. Derhalve dienen, zeker bij HOV haltes, ook voldoende stallings- en parkeervoorzieningen te zijn.
Met name in Dommelbergen zien wij daar nog een opgave daar het in Dommelbergen in tegenstelling tot Oosterheide (haltes Zuiderhout en Oosterheidehal) en het centrum (busstation) aan een centrale, volwaardige haltevoorziening ontbreekt. Leefbaarheid ■ Voorzien in een alternatief voor het reguliere OV Bepaalde delen van Oosterhout (m.n. het buitengebied) lenen zich vanwege het beperkte vervoerpotentieel (lage dichtheid) niet voor ontsluiting met het reguliere openbaar vervoer. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid is het belangrijk dat een ieder kan deelnemen aan de maatschappij. Mobiliteit speelt daarin een belangrijke rol. De opgave is om ook voor die gebieden en doelgroepen die om andere redenen geen gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer een alternatief, collectief vervoersysteem te bieden. Samenvattend: opgaven openbaar vervoer Als we de opgaven samenvatten, leidt dat tot het volgende beeld:
Oosterhout Vooruit
79
5.2.4
Opgaven langzaam verkeer: potenties fiets benutten
Bereikbaarheid ■ Verbeteren kwaliteit fietsnetwerk (ruimte, herkenbaarheid, wachttijd) Veel verplaatsingen worden binnen Oosterhout gemaakt en zijn daarmee “befietsbaar”. Om mensen ook daadwerkelijk op de fiets te krijgen, is een goed en veilig fietsnetwerk een randvoorwaarde. Als het gaat om de bereikbaarheid per fiets kan worden gesteld dat Oosterhout over een voldoende fijnmazig fietsnetwerk beschikt. Langs een gedeelte van de Statendamweg ontbreekt nog een fietspad waardoor enkele bedrijven niet / nauwelijks per fiets bereikbaar zijn. Ook een fietsbrug via de Zwaaikom en Vrachelen 2 ontbreekt. Bij de verdere planuitwerking voor de Zwaaikom wordt ruimtelijk rekening gehouden met de mogelijke aanleg van deze fietsbrug en in 2022 zal een nieuw voorstel aan de raad worden voorgelegd op basis van een bredere verkenning en de financiële mogelijkheden op dat moment (zie pagina 16).
Oosterhout Vooruit
80
De opgave is om de kwaliteit van het bestaande fietsnetwerk te verbeteren. Daarbij gaat het zowel om de beschikbare fysieke ruimte voor het fietsverkeer, de herkenbaar van fietsroutes (met name de fietsroutes door het centrum) en de wachttijden bij verkeerslichten. Een belangrijk aandachtspunt daarbij zijn de beweegbare bruggen aan de westzijde van de stad. Fietsers moeten bij een brugopening lang wachten en hebben geen alternatief (lange omrijdafstand) voor deze route. Ook de doorstroming op de kruispunten op de centrumring bij de Bredaseweg en de Abdis van Thornstraat is een aandachtspunt. Een toename van de verkeersdruk op deze punten heeft ook zijn weerslag op de wachttijden voor het fietsverkeer. Leefbaarheid Ten behoeve van het verbeteren van de leefbaarheid in de stad, is de volgende opgave geformuleerd voor het langzaam verkeer: ■ Vergroten toegankelijkheid openbaar gebied
Oosterhout Vooruit
81
Om eenieder in staat te stellen deel te nemen aan het maatschappelijke leven, dient het openbaar gebied goed toegankelijk te zijn, ook voor mensen met een beperking. Gezien de vergrijzing van Oosterhout is dit iets dat in toenemende mate aandacht behoeft. De bereikbaarheid en toegankelijkheid voor langzaam verkeer (fietsers én voetgangers) is met name van belang voor de woonomgeving en voorzieningen zoals de winkelcentra. Veiligheid Ten behoeve van het verbeteren van de veiligheid in de stad, zijn de volgende opgaven geformuleerd voor het langzaam verkeer: ■ Zoveel mogelijk scheiden autoverkeer en langzaam verkeer - aanleg vrijliggende fietsvoorzieningen ■ Beperken snelheidsverschillen ■ Verbeteren veiligheid oversteekplaatsen ■ Verbeteren sociale veiligheid (verlichting) Zoveel mogelijk scheiden autoverkeer en langzaam verkeer Fietsers en voetgangers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers. Willen we fietsen (en lopen) echt stimuleren in Oosterhout dan zal ook in de veiligheid van deze verkeersdeelnemers moeten worden geïnvesteerd. Dit geldt in het bijzonder voor fietsroutes naar sportvoorzieningen en scholen en in de directe omgeving van scholen. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is het wenselijk om langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk te scheiden in verkeersgebieden. Langs een aantal wegen ontbreekt het echter nog aan vrijliggende fietspaden.
Dit betreft onder andere een groot deel van de centrumring, een groot deel van de Burg. Holtroplaan en het Wilhelminakanaal Zuid (vanaf het Paterserf). Hier ligt nog een aanzienlijke opgave. Lang niet in alle gevallen zal het mogelijk zijn om vrijliggende fietspaden en/of voetpaden te realiseren. Dan zal gekeken moeten worden naar alternatieve routes of maatregelen die het snelheidsverschil (en daarmee de kans op en ernst van ongevallen) beperken. Beperken snelheidsverschillen Als de fysieke ruimte voor fiets- en/of voetpaden ontbreekt, of er anderszins zwaarwegende belangen spelen, kan de veiligheid voor het langzaam verkeer worden verbeterd door andersoortige maatregelen te treffen, met name gericht op het terugbrengen van de snelheid van het gemotoriseerd verkeer. Dit geldt bijvoorbeeld voor wegen in het buitengebied, zoals de Bergsebaan en de Ketenbaan / Steenovensebaan en wegen zoals de Provincialeweg door Oosteind en de Warandelaan (ook gezien de aanwezige sportvoorzieningen en het St. Oelbert Gymnasium). Verbeteren veiligheid oversteekplaatsen Bijzondere aandacht vragen die locaties waar langzaam verkeer ongeregeld of middels zebrapaden wegen met een verkeersfunctie moet kruisen.
Zeker in combinatie met het gegeven dat op een aantal van die wegen (te) hard wordt gereden, brengt dat vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid risico’s met zich mee (er gebeuren er in de praktijk ook de nodige ongevallen). Bij de geregelde kruispunten worden de met verkeerslichten geregelde kruispunten op de Ridderstraat vaak als knelpunt benoemd. Verkeer vanuit de zijwegen wordt hier middels deelconflicten (waarbij verkeer vanuit de zijstraten gelijktijdig groen krijgt) geregeld hetgeen
Oosterhout Vooruit
82
door met name fietsers als onveilig wordt ervaren. Dit in combinatie met het gegeven dat op een deel van de Ridderstraat ook het fietsverkeer en gemotoriseerd verkeer wordt gemengd, maakt dat hier qua verkeersveiligheid een opgave ligt. Verbeteren sociale veiligheid (verlichting) Vanuit het oogpunt van sociale veiligheid is het wenselijk dat fietspaden voldoende verlicht worden. Ook voor oversteekplaatsen is dit een punt van aandacht. Duurzaamheid & gezondheid ■ Stimuleren lopen en fietsen Lopen en fietsen is duurzaam en gezond. Vandaar dat we lopen en fietsen zoveel mogelijk stimuleren. Dit betekent onder meer dat bij publieksaantrekkende voorzieningen ook voldoende stallingsplaatsen moeten zijn. Gezien de opkomst van de elektrische fiets zouden ook hiervoor oplaadpunten moeten worden gerealiseerd. Om ervoor te zorgen dat onze inwoners voldoende bewegen is het belangrijk dat er juist in de directe woonomgeving voldoende mogelijkheden om te wandelen zijn. Waar mogelijk proberen we middels de inrichting van de openbare ruimte te stimuleren dat onze inwoners meer bewegen. Samenvattend: opgaven langzaam verkeer Als we de opgaven samenvatten, leidt dat tot het volgende beeld:
Oosterhout Vooruit
83
5.2.5
Opgaven goederenvervoer: multimodaliteit uitnutten
Bereikbaarheid ■ Doorstroming op A27 Zuid en bij Hooipolder ■ Aansluitingen Made / Weststad (A59) en Oosterhout Zuid (A27) Doorstroming op A27 Zuid en bij Hooipolder In relatie tot de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen en het goederenvervoer via de weg ligt de belangrijkste opgave buiten de gemeentegrenzen. Dat betreft namelijk het verbeteren van de doorstroming bij het knooppunt Hooipolder. Ook het verbeteren van de doorstroming op het zuidelijk deel van de A27 is in relatie tot het goederenvervoer een punt dat op de agenda van het rijk moet komen. Aansluitingen Made / Weststad (A59) en Oosterhout Zuid (A27) Nadat de rotonde Bromtol is aangepakt, is een belangrijk knelpunt op het gemeentelijke wegennet weggenomen. De doorstroming bij de aansluitingen Made / Weststad (A59) en Oosterhout Zuid (A27) behoeft aandacht richting de toekomst.
Oosterhout Vooruit
84
Leefbaarheid ■ Verminderen overlast vrachtverkeer - concentreren op wegen van / naar bedrijventerreinen; elders zoveel mogelijk weren ■ Verminderen overlast geparkeerde vrachtauto’s Verminderen overlast vrachtverkeer Vrachtverkeer leidt tot hinder en overlast. Om deze hinder zoveel mogelijk te beperken, dient vrachtverkeer zoveel mogelijk te worden geconcentreerd op de wegen van en naar de bedrijventerreinen. Het betreft de Weststadweg, Statendamweg, Bovensteweg, Vijf Eikenweg / Europaweg, Wilhelminakanaal Noord en de nieuwe N629. Op alle overige wegen dient vrachtverkeer (niet zijnde bestemmingsverkeer) vanuit het oogpunt van leefbaarheid zoveel mogelijk te worden beperkt. Dit geldt in het bijzonder voor de centrumring -waarbij bevoorradend verkeer dat in de binnenstad moet zijn vanzelfsprekend wel mogelijk moet blijven-, de Bredaseweg en de St. Antoniusstraat / Tilburgseweg. Verminderen overlast geparkeerde vrachtauto’s Overlast van geparkeerde vrachtauto’s en overnachtende chauffeurs doet zich voor aan de rand van woonwijken en op de bedrijventerreinen zelf. Hier dient een balans te worden gevonden tussen handhaven en faciliteren. Net als Oosterhout worstelen ook veel andere gemeenten hiermee. Vandaar dat aanpak van deze opgave ook op regionaal niveau aan de orde is, ook om te voorkomen dat problemen zich verplaatsen van de ene naar de andere gemeente.
Op 20 september 2018 is hiertoe ook een regionale intentieovereenkomst gesloten met de provincie, gemeenten in West Brabant, de politie en een aantal vertegenwoordigers van de transportbranche en het bedrijfsleven. Duurzaamheid & gezondheid ■ Verduurzaming goederenvervoer door: - vermindering vervoersbewegingen - modal shift: andere vervoerwijze
Oosterhout Vooruit
85
Verduurzaming goederenvervoer Met het goederenvervoer van en naar bedrijventerreinen zijn aanzienlijk volumes en daarmee een aanzienlijk aantal transportbewegingen gemoeid. Qua duurzaamheid kan juist hier winst worden geboekt. De grootste winst wordt bereikt als het aantal transportbewegingen kan worden verminderd, bijvoorbeeld door transporten van / naar verschillende bedrijven te bundelen. Ook het “verschonen” van verplaatsingen lijkt voor Oosterhout een kansrijke optie. Met de openbare laad- en losplaats (LaLo) en de openbare waterterminals op Weststad en Vijf Eiken beschikt Oosterhout over de faciliteiten om goederenvervoer via het spoor en water af te wikkelen in plaats van via de weg. De opgave waar we voor staan, is om te stimuleren dat die faciliteiten meer gebruikt gaan worden; de capaciteit is er. Samenvattend: opgaven goederenvervoer Als we de opgaven samenvatten, leidt dat tot het volgende beeld:
Oosterhout Vooruit
86
6 Uitwerking: Themagebieden
Naast de doelstellingen en opgaven voor de gehele gemeente (omschreven in hoofdstuk 5) zijn er ook gebieden in de gemeente waarvoor specifiek beleid van toepassing is. We onderscheiden de volgende zes themagebieden: ■ De woonomgeving: de wijken en de kerkdorpen in de gemeente waar de focus ligt op wonen. Naar aanleiding van het Mobiliteitsplan 2007 – 2015 specifiek aangeduid en (grotendeels) ingericht als verblijfsgebieden, herkenbaar aan de “poorten”. ■ Bedrijventerreinen: de gebieden waar de focus ligt op werken; op de bedrijventerreinen zijn commerciële bedrijven gevestigd in de vorm van kantoren, distributie, groothandel en productieomgevingen. ■ Scholen: de locaties waar, verspreid over de gemeente, zowel basisscholen als voortgezet onderwijs is gehuisvest. Voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs zijn scholieren aangewezen op locaties buiten Oosterhout. ■ Het buitengebied: het gebied buiten de bebouwde kom, met uitzondering van de snelwegen en provinciale wegen. Hier hebben we te maken met een mix van wonen, werken en recreëren in een groene omgeving. ■ Recreatie- en sportvoorzieningen: de locaties in de gemeente waar wordt gerecreëerd of gesport, waar op specifieke momenten een grote concentratie van gebruikers en bezoekers aanwezig kan zijn. ■ Winkelcentra: de drie grotere winkelgebieden in Oosterhout: Arkendonk, Zuiderhout en het stadscentrum.
Naast winkels zijn hier ook diverse maatschappelijke en recreatieve (horeca) voorzieningen aanwezig. Per themagebied zijn doelstellingen geformuleerd over wat we willen bereiken en waar de focus ligt. Het gaat hierbij om specifieke doelen en opgaven die op een themagebied van toepassing zijn, of uitzonderingen ten opzichte van de gemeentebrede doelstellingen en opgaven. In het algemeen zijn de gemeentebrede doelstellingen en opgaven ook van toepassing op de themagebieden, in dit hoofdstuk gaat het specifiek om de verbijzonderingen. De doelen / opgaven per themagebied zijn gekoppeld aan de vier pijlers, bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en duurzaamheid & gezondheid.
Oosterhout Vooruit
87
6.1
De woonomgeving
Aangenaam verblijven
6.1.1
Doelstellingen
In de woonomgeving ligt de prioriteit op het verblijven van mensen. De afwikkeling van het gemotoriseerd verkeer is hieraan ondergeschikt. De woonwijken en kerkdorpen zijn als voortvloeisel uit het mobiliteitsplan 2007 - 2015 grotendeels ingericht als verblijfsgebieden. In de woonomgeving heeft de bereikbaarheid voor en de veiligheid van de fietser en voetganger prioriteit ten opzichte van het overige verkeer. Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid zorgen we voor goede en toegankelijke voorzieningen voor fietsers en voetgangers in de woonomgeving en vanuit de woonwijken en kerkdorpen richting andere functies, zoals de winkelcentra en bedrijventerreinen. Bijzondere aandacht daarbij verdienen de fietsverbindingen tussen de stad en de kerkdorpen. Haltes voor het openbaar vervoer, meestal gelegen aan de rand van woongebieden, dienen vanuit woongebieden goed en veilig bereikbaar te zijn per fiets en te voet. Omdat haltes niet altijd op loopafstand gelegen zijn, dienen er voldoende en goede (diefstalveilige) stallingsvoorzieningen voor fietsers te zijn. De leefbaarheid binnen woongebieden is gebaat bij een prettig verblijfsklimaat en zo min mogelijk (overlast van) verkeer. Vandaar dat doorgaand verkeer en vrachtverkeer in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Daarnaast leiden aankopen via internet tot een toename van bezorgend verkeer. Dat willen we beperken8.
Omwille van verkeersveiligheid streven we naar zo groot mogelijke aaneengesloten verblijfsgebieden. Verblijfsgebieden dienen ook zodanig te worden ingericht dat de toegestane snelheid (30 km/h) zoveel mogelijk via de inrichting wordt afgedwongen. In woongebieden heeft de veiligheid van de fietser en voetganger prioriteit; de afwikkeling van het gemotoriseerd verkeer is hieraan ondergeschikt. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid en gezondheid willen we fietsen en lopen zoveel mogelijk stimuleren. Dat begint al in de woonomgeving. Door lopen en fietsen daar aantrekkelijk te maken, moeten mensen gestimuleerd worden om niet automatisch de auto te pakken. Belangrijk is ook dat er in de directe woonomgeving voldoende mogelijkheden om te fietsen en te lopen zijn (om zodoende ook beweging te stimuleren). Samengevat leidt dat tot de volgende doelstellingen en prioriteiten:
8 In een aantal gemeenten, waaronder Breda en Tilburg, loopt momenteel een proef met zogenaamde
pakket- en briefautomaten. Deze kunnen worden gebruikt voor zowel het verzenden als ontvangen van pakketten en brieven. Per saldo zou dit moeten leiden tot meer gemak voor de consument en minder bezorgverkeer (omdat pakketten op één centrale locatie in de wijk worden opgehaald en afgeleverd).
Oosterhout Vooruit
88
6.1.2
Opgaven
De opgave voor de woonomgeving betreft vooral een (her)inrichtingsopgave. De prioriteit ligt daarbij op het voorzien in goede en veilige voorzieningen voor de fiets en de voetganger. Ook dient door middel van de inrichting van verblijfsgebieden doorgaand verkeer te worden ontmoedigd en de gewenste rijsnelheid zoveel mogelijk te worden afgedwongen. In de kerkdorpen dient daarbij rekening te worden gehouden met het landbouwverkeer. De woonwijken en kerkdorpen zijn als voortvloeisel uit het mobiliteitsplan 2007 - 2015 al grotendeels ingericht als verblijfsgebieden. Echter voor delen van Vrachelen en Den Hout ligt hier nog een opgave. Een specifiek aandachtspunt voor de (inrichting van de) woonomgeving vormt de bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Als gevolg van de hoge parkeerdruk en dientengevolge voertuigen die buiten de daartoe aangewezen locaties geparkeerd worden, ondervinden hulpdiensten (met name de brandweer) juist binnen de woonwijken de grootste knelpunten qua bereikbaarheid. Ook de verwachte toename van laadpalen in de woonomgeving vormt een aandachtspunt. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is dat een goede ontwikkeling. Echter het aantal gebruikers is vooralsnog beperkt waardoor openbare parkeerplaatsen bij laadpalen in de praktijk maar door een beperkte groep gebruikt kunnen worden.
Vandaar dat de insteek blijft dat laadpalen in de woonomgeving in eerste instantie op eigen terrein worden geplaatst of anders op centrale plaatsen in de wijk ten einde de beschikbare parkeercapaciteit zo optimaal mogelijk te kunnen benutten. Daar we lopen en fietsen en daarmee beweging zoveel mogelijk willen stimuleren, willen we autogebruik minder vanzelfsprekend maken. Dit betekent ook dat we zeer terughoudend zijn ten aanzien van de aanleg van extra parkeerplaatsen in bestaande wijken, te meer daar dit vaak ook ten koste gaat van andere functies, zoals het openbaar groen. Andersoortige initiatieven die een bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van de parkeerdruk in bestaande wijken, zoals autodelen, juichen we ook vanuit het oogpunt van duurzaamheid toe en proberen we voor zover noodzakelijk te faciliteren.
Oosterhout Vooruit
89
6.2
Bedrijventerreinen
Goed en multimodaal bereikbaar
6.2.1
Doelstellingen
De goede bereikbaarheid van Oosterhout, gelegen nabij de autosnelwegen A27 en A59 en aan het Wilhelminakanaal maakt Oosterhout voor veel bedrijven een aantrekkelijke vestigingsplaats. De opgave is om de bereikbaarheid van de bedrijventerreinen ook in de toekomst te borgen. Voor bedrijventerreinen is het zaak dat deze multimodaal bereikbaar zijn: via de (autosnel)weg, het water en het goederenspoor. Een goede doorstroming op de wegen waarmee de bedrijventerreinen op het autosnelwegennet zijn aangesloten is daarbij ook belangrijk. Binnen Oosterhout is het vooral belangrijk dat de bedrijventerreinen goed bereikbaar zijn per auto en fiets. Waar het momenteel aan ontbreekt, is een ontsluiting van de bedrijventerreinen per openbaar of collectief vervoer. We willen hierin voorzien, al dan niet in combinatie met de fiets. Qua leefbaarheid moet de overlast van het parkeren van vrachtauto’s op de openbare weg worden teruggedrongen. Veiligheid betreft met name het fietsverkeer. Willen we fietsen stimuleren, dan dient voorzien te worden in (sociaal) veilige fietsroutes naar de bedrijventerreinen. Met het goederenvervoer van en naar bedrijventerreinen zijn aanzienlijk volumes en daarmee een aanzienlijk aantal transportbewegingen gemoeid. Op het gebied van duurzaamheid kan juist hier winst worden geboekt.
De grootste winst wordt bereikt als het aantal transportbewegingen kan worden verminderd, bijvoorbeeld door transporten van / naar verschillende bedrijven te bundelen. Ook het “verschonen” (meer via water en spoor in plaats van via de weg) van verplaatsingen lijkt voor Oosterhout een kansrijke optie. Samengevat leidt dat tot de volgende doelstellingen en prioriteiten:
Oosterhout Vooruit
90
6.2.2
Opgaven
De opgaven die er liggen voor wat betreft de bedrijventerreinen komen in belangrijke mate overeen met de opgaven op het niveau van de stad (zie hoofdstuk 5). Voor wat betreft de bereikbaarheid ligt er vooral op regionaal niveau een opgave. Het gaat daarbij om (het verbeteren van) de doorstroming op knooppunt Hooipolder en het zuidelijk deel van de A27. Voor de lokale bereikbaarheid is het belangrijk dat bedrijventerreinen goed bereikbaar zijn per auto en fiets. De bedrijventerreinen Weststad en Statendam zijn tweezijdig per auto bereikbaar via de Bovensteweg en respectievelijk de Weststadweg en Statendamweg. Ook Everdenberg krijgt een tweezijdige ontsluiting als via de ontwikkeling van Everdenberg Oost een aansluiting op de nieuwe N629 wordt gerealiseerd. Wat daarbij wel voorkomen moet worden is dat verkeer van / naar Dongen en Tilburg via de nieuwe ontsluitingsweg richting de A27 gaat rijden. Voor de bedrijventerreinen Vijf Eiken en Hoevestein zien wij nog wel een opgave als het gaat om de bereikbaarheid per (personen)auto. De knip die is aangebracht in het Wilhelminakanaal Zuid beïnvloedt de bereikbaarheid van deze bedrijventerreinen in negatieve zin. De knip verstoort de verkeersafwikkeling op de Europaweg (als gevolg van verkeer dat omrijdt via de Meerstoel) en leidt ook tot onveilige situaties op het kruispunt van de Meerstoel en de Europaweg.
Daarnaast wordt de aansluiting Oosterhout Zuid hierdoor extra belast. Qua leefbaarheid ligt er enerzijds een opgave op de bedrijventerreinen zelf in de zin van het aanpakken van de overlast van geparkeerde vrachtauto’s. Anderzijds moet omwille van leefbaarheid vrachtverkeer zoveel mogelijk beperkt worden tot de wegen die de bedrijventerreinen ontsluiten. Nu constateren we dat als gevolg van de halve aansluiting van Everdenberg op de A27 (vracht)verkeer van en naar dit bedrijventerrein ook via de Tilburgseweg rijdt, wat vanuit het oogpunt van leefbaarheid ongewenst is. Hiervoor is nu nog geen alternatief, maar in de toekomst wel via de nieuwe ontsluiting op de N629. De opgave op het gebied van veiligheid betreft vooral het fietsverkeer. Daarbij gaat het zowel om de sociale veiligheid als verkeersveiligheid. Voornaamste aandachtspunten die wij daarbij zien, zijn de Statendamweg (oversteekpunten) en het Wilhelminakanaal Zuid (geen fietsvoorzieningen vanaf de aansluiting van het Paterserf). Om het fietsverkeer van / naar bedrijventerreinen te stimuleren, kunnen ook bedrijven zelf hun steentje bijdragen. Bedrijven kunnen werknemers via specifieke regelingen stimuleren om met de fiets naar het werk te gaan. Ook als het gaat om het verbeteren van de bereikbaarheid van bedrijventerreinen per openbaar of collectief vervoer verwachten we vanuit de bedrijven een bijdrage.
Als het gaat om het verduurzamen van het vervoer zien wij vooral in relatie tot de bedrijventerreinen kansen, gezien het aantal vervoersbewegingen van en naar de bedrijventerreinen. De faciliteiten voor een “modal shift” van weg naar water en spoor zijn beschikbaar; de opgave is om ervoor te zorgen dat deze ook beter benut worden. Mogelijk heeft de voorziene invoering van een tolheffing voor het vrachtverkeer hier een positief effect op.
Oosterhout Vooruit
91
Als we de opgaven samenvatten, leidt dat tot het volgende beeld:
Oosterhout Vooruit
92
6.3
Scholen
Op voeten en fietsen veilig naar school
6.3.1
Doelstellingen
Oosterhout beschikt over een groot aantal scholen voor basis- en middelbaar onderwijs. Kenmerkend daarvoor is dat er dagelijks op een aantal specifieke momenten heel veel verkeer bij elkaar komt. Bij de basisscholen zijn dit ouders die kinderen met de auto, fiets of lopend naar school brengen of ophalen en kinderen die zelf te voet en met de fiets naar school gaan. Bij het voortgezet onderwijs in Oosterhout zijn dat grote groepen scholieren die voor het overgrote deel per fiets arriveren of vertrekken. Omdat we te maken hebben met een kwetsbare doelgroep in het verkeer is voor dit themagebied vooral de pijler verkeersveiligheid van groot belang. Dit betreft zowel de schoolomgeving zelf als de loop- en fietsroutes naar scholen. Voor de basisscholen ligt de focus op een veilige inrichting van de directe omgeving van de school. De prioriteit ligt hier op het faciliteren van de fietser en de voetganger; de auto is ondergeschikt. Juist door autoverkeer in de directe omgeving van de school te beperken, kan een bijdrage aan de verkeersveiligheid worden geleverd. Via veilige loop- en fietsroutes van en naar scholen willen we stimuleren dat zoveel mogelijk van deze modaliteiten gebruik wordt gemaakt. Het stimuleren van lopen en fietsen komt ook de leefbaarheid in de omgeving van de scholen en de gezondheid van de leerlingen ten goede.
Voor de middelbare scholen zijn de fietsers de belangrijkste doelgroep. Scholieren moeten vanuit heel Oosterhout en de omliggende dorpen veilig naar school kunnen fietsen. Voor het middelbaar en hoger beroepsonderwijs gaan jongeren uit Oosterhout voor een groot deel naar Breda en Tilburg. Daarvoor is een goede verbinding met het openbaar vervoer belangrijk. Richting Breda rijden de bussen vanuit Oosterhout hoogfrequent via het NS-station door naar de belangrijkste onderwijslocaties. Richting Tilburg rijden ook rechtstreekse bussen, maar de reistijd richting onderwijsinstellingen is relatief lang. De (elektrische) fiets is het alternatief. Ook scholieren en studenten zouden baat hebben bij de aanleg van snelfietsroutes richting Breda en Tilburg. Samengevat leidt dat tot de volgende doelstellingen en prioriteiten:
Oosterhout Vooruit
93
6.3.2
Opgaven
De voornaamste opgave betreft het zorg dragen voor een veilige schoolomgeving voor de fietser en voetganger. Daarmee willen we ook stimuleren dat er zoveel mogelijk wordt gelopen en gefietst naar scholen. Deels betreft dit een inrichtingsopgave, deels een bewustwordingsopgave. Voor veel (groot)ouders is het nu nog een automatisme dat ze hun kinderen met de auto naar school brengen. Auto’s in de schoolomgeving hebben echter een negatieve invloed op de verkeersveiligheid. Ook de routes van en naar basisscholen en middelbare scholen verdienen aandacht. Via JONG hebben we inzicht gekregen in wat de scholieren zelf als belangrijkste knelpunten ervaren (zie § 3.5). Met name een aantal oversteeklocaties en kruispunten verdienen daarbij aandacht. Daarnaast dienen er bij scholen zelf voldoende en goede stallingsvoorzieningen te zijn. Voor de bereikbaarheid van het middelbaar en hoger beroepsonderwijs in Breda en Tilburg zijn vooral het openbaar vervoer en de fiets van belang. Qua openbaar vervoer laat de bereikbaarheid van onderwijsinstellingen in Tilburg te wensen over. Qua fiets biedt de aanleg van snelfietsroutes richting Breda en Tilburg kansen. Als we de opgaven samenvatten, leidt dat tot het volgende beeld:
Oosterhout Vooruit
94
Oosterhout Vooruit
95