Oosterhout_Vooruit_-_visie_op_mobiliteit__21052019_.pdf
Tekst van het document
Oosterhout Vooruit Visie op mobiliteit in Oosterhout
Oosterhout Vooruit
Visie op mobiliteit in Oosterhout
Datum Kenmerk
www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl
21 mei 2019 001711.20180927.R1.01
Documentatiepagina
Titel rapport
Oosterhout Vooruit Visie op mobiliteit in Oosterhout
Kenmerk
001711.20180927.R1.01
Datum publicatie
21 mei 2019
Projectteam opdrachtgever(s)
Ralf van Haaf, Maurice Paulissen, Dennis van Dongen, Frank Lambregts
Projectteam Goudappel Coffeng
Sjaak Meijerink, Tineke Mateboer, Ruben Ratgers, Daphne van den Hurk, Ben Peters
Addendum: de mobiliteitsvisie Oosterhout Vooruit is op 21 mei 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. Bij de vaststelling van de mobiliteitsvisie zijn vijf amendementen en een motie aangenomen door de raad. De aangenomen amendementen zijn als bijlage 6 toegevoegd aan de visie. De wijzigingen in teksten en afbeeldingen als gevolg van de amendementen zijn in deze versie van de mobiliteitsvisie verwerkt.
Inhoud
Pagina
1 1.1 1.2 1.3
Inleiding Een actueel en adaptief mobiliteitsplan Passend bij onze ambitie Vertaald in een beeldend document (leeswijzer)
1 1 2 2
2 2.1 2.2
Proces- verantwoording Het vertrekpunt Totstandkoming
4 4 5
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Waar staan we nu? Mobiliteitsplan 2007 - 2015 Infrastructuur: weg, water en spoor Gebruik: hoe en waarheen Hoe staan we er voor? Wat vindt de samenleving?
7 7 9 11 14 28
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Wat verwachten we voor 2030? Toekomstvisie Oosterhout 2030 Ruimtelijke ontwikkelingen Trends Toekomstbeeld 2030
35 35 38 43 52
5 5.1 5.2
Uitwerking: Regio en gemeentebreed Oosterhout in de regio Oosterhout gemeentebreed
62 62 70
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Uitwerking: Themagebieden De woonomgeving Bedrijventerreinen Scholen Winkelcentra Buitengebied Sport en recreatie
87 88 90 93 96 99 102
7 7.1 7.2
Aanpakken of accepteren Keuzes maken Onze focus
104 104 104
8 8.1 8.2 8.3
Van visie naar uitvoering Oplossingen / oplossingsrichtingen Monitoring Financieel perspectief
110 110 111 115
9 9.1 9.2
Doorkijk naar uitvoeringsagenda Format uitvoeringsagenda Beoordeling, planning en prioritering
Bijlage 1
Aandachtspunten evaluatie mobiliteitsplan
Bijlage 2
Onderzoek doorgaand verkeer
Bijlage 3
Resultaten JONG
Bijlage 4
Samenvatting dialoog samenleving
Bijlage 5
Samenvatting opiniërende raadsvergadering
Bijlage 6
Aangenomen amendementen mobiliteitsvisie
117 117 118
1 Inleiding
1.1
Een actueel en adaptief mobiliteitsplan
Oosterhout heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een vitale en aantrekkelijke woon- en werkgemeente. Een grote variëteit aan woonmilieus, de groene en ruime woonomgeving, een uitnodigend buitengebied en een goede bereikbaarheid zijn daar voor een belangrijk deel bepalend bij geweest. De opgave waar Oosterhout voor staat is om die kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. Naast deze ruimtelijke opgave staat Oosterhout eveneens voor een duurzaamheidsopgave en een demografische opgave. Zo zal de uitstoot van CO2 moeten worden teruggedrongen, het energieverbruik moeten worden beperkt en moeten we anticiperen op een veranderend klimaat. Ook hebben we te maken met een toenemende vergrijzing van onze bevolking enerzijds en een opgave om jongeren en jonge gezinnen aan te trekken en te behouden anderzijds. In de toekomstvisie Oosterhout 2030 (zie ook § 4.1.) zijn zowel de ambities van als de opgaven waar Oosterhout voor staat, geconcretiseerd. In het bestuursakkoord 2018 – 2022 (“samen op weg naar 2030”) is vastgelegd hoe we daar de komende jaren invulling aan willen gaan geven. De toekomstvisie Oosterhout 2030 en het bestuursakkoord 2018 – 2022 vormen, gezamenlijk met de evaluatie van het mobiliteitsplan 2007 - 2015 en de in 2016 vastgestelde bouwstenennotitie, het vertrekpunt voor ons mobiliteitsplan.
Het mobiliteitsplan bestaat uit een “visiedeel” en een uitvoeringsagenda. In dit visiedeel zijn de ambities van en de opgaven voor Oosterhout doorvertaald naar ons verkeers- en vervoerbeleid voor de periode tot en met 2030. Dit resulteert in een aantal doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid én duurzaamheid en gezondheid en een aantal bijbehorende opgaven waar we als gemeente, gezamenlijk met andere overheden, onze maatschappelijke partners, ondernemers en onze inwoners mee aan de slag moeten.
Oosterhout Vooruit
1
De vertaling van de mobiliteitsopgaven naar concrete maatregelen vindt plaats in de (nog op te stellen) uitvoeringsagenda. Een uitvoeringsagenda die adaptief van aard zal zijn. De wereld verandert. Dat geldt zeker voor verkeer en vervoer. Allerlei innovaties en ontwikkelingen op het gebied van verkeer en vervoer, maken dat mobiliteit momenteel nadrukkelijk in beweging is: we zitten in een transitiefase die op termijn zal resulteren in een wezenlijk ander verkeeren vervoersysteem. Dit betekent dat mobiliteitsopgaven en de oplossingen daarvoor in de tijd kunnen veranderen. Dit brengt kansen maar ook de nodige onzekerheid met zich mee. Vandaar dat flexibiliteit in het uitvoeringsdeel een voorwaarde is en dat periodiek dient te worden gekeken in hoeverre opgaven en bijbehorende maatregelen nog aansluiten op de actualiteit.
1.2
Passend bij onze ambitie
In dit visiedeel is vastgelegd op welke wijze we via ons verkeers- en vervoerbeleid een bijdrage willen leveren aan de ambitie van Oosterhout om ook in de toekomst een vitale en aantrekkelijke woon- en werkgemeente te blijven. Daarbij ook rekening houdend met de opgaven die er liggen op het gebied van duurzaamheid en demografie. Dit visiedeel is kaderstellend bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen en bij reconstructies van bestaande wegen. Het geeft richting aan onze investeringen op het gebied van verkeer en vervoer. Dit visiedeel vormt ook de basis voor onze inzet / insteek in gemeente-overstijgende dossiers en overlegstructuren.
1.3
Vertaald in een beeldend document (leeswijzer)
Dit document is als volgt opgebouwd: De hoofdstukken 2 tot en met 4 bevatten vooral achtergrondinformatie. Het proces dat is doorlopen om te komen tot deze visie is beschreven in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 gaat in op de huidige situatie. Achtereenvolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vertrekpunt voor deze visie (te weten het Mobiliteitsplan 2007 – 2015 en de evaluatie daarvan) en wordt een beeld geschetst hoe Oosterhout er anno 2018 voor staat op het gebied van verkeer en vervoer. Dat doen we enerzijds op basis van cijfers (§ 3.3 en § 3.4) en anderzijds op basis van meningen (§ 3.5 wat vindt de samenleving). In hoofdstuk 4 schetsen we een toekomstbeeld voor Oosterhout in 2030. Daartoe worden eerst de ambities van Oosterhout, voortvloeiend uit de toekomstvisie en het bestuursakkoord, belicht. Vervolgens gaan we in op een aantal lokale en regionale ontwikkelingen (§ 4.2) en autonome trends (§ 4.3) die van invloed (kunnen) zijn op de mobiliteit in Oosterhout. Op basis daarvan wordt (in § 4.4) een toekomstbeeld geschetst welke “uitdagingen” er op het gebied van verkeer en vervoer in en rond Oosterhout liggen in 2030. In de hoofdstukken 5, 6 en 7 geven we onze visie op het verkeers- en vervoerbeleid voor de komende jaren.
Dit in de vorm van een aantal doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid en gezondheid en een aantal bijbehorende mobiliteitsopgaven en prioriteiten.
Oosterhout Vooruit
2
Hoofdstuk 5 bevat de uitwerking op het niveau van de stad en de regio. We belichten daarbij ook een aantal gemeente-overstijgende opgaven. In hoofdstuk 6 wordt ingezoomd en gaan we achtereenvolgens in op de thema’s: bedrijventerreinen, winkelcentra, woonwijken, scholen, sport en recreatie en het buitengebied. Uit hoofdstuk 5 en 6 vloeit een veelheid aan opgaven. Gezien de hoeveelheid opgaven zullen keuzes moeten worden gemaakt: met welke opgaven willen we aan de slag (“aanpakken”) en op welke termijn en wat accepteren we (voorlopig). In hoofdstuk 7 onderbouwen we onze keuze en geven we aan welke opgaven prioriteit zouden moeten hebben en waar de focus van het verkeers- en vervoerbeleid voor de periode tot en met 2030 komt te liggen. De vertaling van het beleid en de bijbehorende opgaven naar concrete maatregelen vindt plaats in de (nog op te stellen) uitvoeringsagenda. In hoofdstuk 8 en 9 van deze visie blikken we daarop alvast vooruit. In hoofdstuk 8 wordt in algemene zin ingegaan op de vertaling van opgaven naar oplossingsrichtingen (§ 8.1), besteden we aandacht aan monitoring (§ 8.2) en wordt het financieel perspectief geschetst (§ 8.3). Hoofdstuk 9 bevat een toelichting op het beoogde format voor de uitvoeringsagenda (§ 9.1) en de criteria op basis waarvan we potentiële maatregelen willen beoordelen en prioriteren (§ 9.2).
Oosterhout Vooruit
3
2 Procesverantwoording
2.1
Het vertrekpunt
Het mobiliteitsplan uit 2007 (“mobiliteitsplan 2007 – 2015”) vormde, gezamenlijk met het verkeersveiligheidsplan uit 2005, de basis voor het gemeentelijke verkeers- en vervoerbeleid van Oosterhout. In 2016 is het mobiliteitsplan 2007 – 2015 geëvalueerd. Deze evaluatie was bedoeld als een eerste stap om tot een nieuw mobiliteitsplan te komen. Vandaar dat bij de evaluatie ook een aantal aandachtspunten is benoemd voor het nieuw op te stellen mobiliteitsplan / deze visie. Eind 2016 is door de gemeenteraad besloten tot actualisatie van het mobiliteitsplan. Daarbij is ook een aantal kaders / uitgangspunten (vastgelegd in de bouwstenennotitie) meegegeven. Het mobiliteitsplan uit 2007 had bereikbaarheid en leefbaarheid als belangrijkste pijlers. Bij het besluit tot actualisatie van het mobiliteitsplan is besloten dat het nieuwe plan breder van opzet dient te zijn en dat er nog twee pijlers worden toegevoegd, te weten verkeersveiligheid én duurzaamheid en gezondheid. Deze vier thema’s vormen gezamenlijk de pijlers van deze visie. Tevens is besloten om, in lijn met de nieuwe Omgevingswet, een gebiedsgewijze benadering toe te passen, die er op neer komt dat niet alleen op het niveau van de hele gemeente, inclusief de kerkdorpen, wordt gekeken, maar dat binnen de gemeente ook een aantal typen gebieden wordt onderscheiden met hun eigen profiel, doelstellingen en opgaves.
Immers voor een bedrijventerrein zijn andere zaken van belang dan voor de schoolomgeving.
Oosterhout Vooruit
4
2.2
Totstandkoming
Bij het besluit tot actualisatie van het mobiliteitsplan is besloten, dat het nieuwe mobiliteitsplan moet bestaan uit een “visiedeel” en een “uitvoeringsdeel”, die afzonderlijk door de gemeenteraad worden vastgesteld. Deze rapportage betreft het visiedeel. Zowel op het niveau van de hele gemeente als voor de onderscheiden deelgebieden zijn ambities en opgaven geformuleerd. Dit hebben we gedaan aan de hand van de vier pijlers: bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid én duurzaamheid en gezondheid. Verkeer en vervoer is een onderwerp dat mensen bezig houdt. We hebben er allemaal dagelijks mee te maken. Vandaar dat bij de totstandkoming van deze visie ook burgers, bedrijven en andere belanghebbenden (“de samenleving”) actief zijn betrokken. De betrokkenheid lag daarbij vooral op het niveau “meedenken”. Inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden zijn daarbij in de gelegenheid gesteld om: input te leveren en te reageren / reflecteren op voorgenomen keuzes en het voorgenomen beleid. Aan het betrekken van de samenleving is op de volgende wijze invulling gegeven: in september 2017 IS gestart met het voeren van focusgesprekken.
Per deelgebied is met een kleine groep belanghebbenden het gesprek gevoerd om een eerst beeld te krijgen wat er leeft en speelt en wat de omgeving belangrijk vindt in relatie tot het thema [input]; om op het niveau van de stad een beeld te vormen, hoe onze burgers en bedrijven het huidige verkeers- en vervoersysteem waarderen (de kwaliteit) en wat ze belangrijk vinden (het belang) is een digitale enquête afgenomen. In totaal zijn er 177 reacties op deze enquête binnengekomen [input]; er zijn twee openbare bijeenkomsten met de samenleving geweest. Tijdens de eerste bijeenkomst (november 2017) konden de aanwezigen input leveren en aangeven wat zij de belangrijkste doelstellingen en opgaven voor het nieuwe mobiliteitsplan vonden [input en reflectie]. Tijdens de tweede bijeenkomst (november 2018) konden de aanwezigen reageren op het voorgenomen beleid [reflectie] en aangeven welke opgaven met prioriteit zouden moeten worden opgepakt [input] en daarmee input leveren voor het nog op te stellen uitvoeringsdeel. Een samenvatting hiervan is opgenomen als bijlage 4;
Oosterhout Vooruit
5
er zijn twee bijeenkomsten met de gemeenteraad geweest: een werkbijeenkomst in februari 2018 en een opiniërende bespreking van de concept mobiliteitsvisie in februari 2019. Een samenvatting van de opiniërende bespreking is opgenomen als bijlage 5; er zijn één op één gesprekken gevoerd met samenwerkingspartners van de gemeente zoals de provincie, de hulpdiensten, Rijkswaterstaat en het openbaar vervoerbedrijf Arriva [input]; het beleid en de ontwikkelingen in omliggende gemeenten zijn geïnventariseerd. Daarbij is ook de vraag gesteld wat omliggende gemeenten als de belangrijkste opgaven zien waar de gemeente Oosterhout gezamenlijk met hun in zou moeten participeren [input]; via JONG is een enquête afgenomen onder leerlingen van groep 8, middelbare scholieren en jongeren (25-). Dit om een beeld te krijgen hoe deze doelgroepen zich verplaatsen, wat ze belangrijk vinden en waar ze knelpunten ondervinden [input].
De bevindingen uit de gevoerde gesprekken, gehouden bijeenkomsten en uitgevoerde enquêtes zijn in deze rapportage verwerkt.
Oosterhout Vooruit
6
3 Waar staan we nu?
3.1
Mobiliteitsplan 2007 - 2015
Het mobiliteitsplan uit 2007 bevatte beleid en maatregelen gericht op het behouden en verbeteren van de bereikbaarheid van Oosterhout. Uitgangspunt daarbij was dat verbetering van de bereikbaarheid hand in hand moest gaan met de bescherming van de kwaliteit van de leefomgeving en de verkeersveiligheid. Verkeers- en verblijfsgebieden Om een evenwicht te vinden tussen bereikbaarheid en leefbaarheid voorzag het mobiliteitsplan in een indeling van het Oosterhoutse wegennet in verkeers- en verblijfsgebieden. Voor de verkeersgebieden ligt de nadruk op de afwikkeling van het verkeer (bereikbaarheid) terwijl in de verblijfsgebieden de nadruk op de leefbaarheid / het verblijven ligt. Zowel verkeers- als verblijfsgebieden moesten duurzaam veilig worden ingericht, met bijzondere aandacht voor de overgangen tussen de verkeers- en verblijfsgebieden (“poorten”). Voor zowel de verkeers- als verblijfsgebieden gold dat doorgaand autoverkeer zoveel mogelijk ontmoedigd moest worden. Fiets en openbaar vervoer Voor wat betreft de fiets was de ambitie van het mobiliteitsplan om fietsen zowel veiliger als aantrekkelijker te maken. Daartoe zou een aantal ontbrekende schakels moeten worden gerealiseerd en moest een kwaliteitsslag (ook op het gebied van onderhoud) worden gemaakt in het bestaande fietsnetwerk. In het masterplan fiets (2008) is e.e.a. verder uitgewerkt en geconcretiseerd.
Het mobiliteitsplan voorzag in drie soorten openbaar vervoer. De basis vormde het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). Dit in de vorm van de Volans (inmiddels Bravodirect), de vlotte en frequente busverbinding tussen Oosterhout en Breda en de Brabantliner, de verbinding tussen Oosterhout en Utrecht. Tussen Oosterhout en andere omliggende kernen zoals Dongen en Raamsdonksveer rijden reguliere streekbuslijnen. Binnen Oosterhout en de kerkdorpen voorziet de buurtbus in een fijnmazige ontsluiting per openbaar vervoer.
Oosterhout Vooruit
7
Goederenvervoer In het mobiliteitsplan werd de potentie van het vervoer over water erkend. Om dit vervoer verder te stimuleren was de ambitie van het mobiliteitsplan om extra laad- en loscapaciteit langs het Wilhelminakanaal te creëren op de bedrijventerreinen Weststad en Vijf Eiken. Voor het weggebonden vervoer zijn in het mobiliteitsplan een aantal wegen aangewezen, waar het vrachtverkeer richting de bedrijventerreinen gebruik van zou moeten maken. Het mobiliteitsplan uit 2007 vormde een plan op hoofdlijnen. Het mobiliteitsplan bevatte daarbij niet alleen beleid, maar tevens een projectenlijst. Deze projecten waren met name infrastructureel van aard. Een aantal onderdelen van het mobiliteitsplan is naderhand nog verder uitgewerkt. Dit heeft o.a. geresulteerd in het masterplan fiets (2008) en de verkeersregelstrategie voor het hoofdwegennet (2009). Over de uitvoering van het mobiliteitsplan is periodiek (2 jaarlijks) gerapporteerd in de vorm van voortgangsrapportages. Evaluatie 2016 Het mobiliteitsplan is in 2016 geëvalueerd.
Daarbij is: in beeld gebracht in hoeverre uitvoering is gegeven aan het mobiliteitsplan en de projectenlijst die daarin was opgenomen; inzichtelijk gemaakt wat daarvan de effecten zijn geweest (op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid etc.); de mening van burgers, bezoekers en bedrijven in kaart gebracht over het verkeers- en vervoerbeleid. De conclusie van de evaluatie was dat er uitvoering is gegeven aan een groot deel van de projecten en ambities uit het mobiliteitsplan. Een aantal knelpunten op het gebied van doorstroming en verkeersveiligheid is aangepakt en er is een kwaliteitsslag gemaakt op het gebied van fiets en openbaar vervoer. Verder is de nodige aandacht gegeven aan het stimuleren van vervoer over water en “mensgerichte maatregelen” op het gebied van verkeersveiligheid en fiets. Niet alle projecten en ambities uit het mobiliteitsplan zijn gerealiseerd. Deels is bewust afgezien van bepaalde projecten (zoals een P+R voorziening). Deels is dit het gevolg van de keuzes die moesten worden gemaakt als het gaat om beheer, onderhoud en investeringen in de infrastructuur en de financiële middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Verder is de gemeente voor een aantal opgaven ook afhankelijk van het rijk en de provincie. De evaluatie was bedoeld als een eerste stap om tot een nieuw mobiliteitsplan te komen.
Vandaar dat bij de evaluatie ook een aantal aandachtspunten is benoemd voor het nieuw op te stellen mobiliteitsplan / deze visie. Deze aandachtspunten zijn terug te vinden in bijlage 1.
Oosterhout Vooruit
8
3.2
Infrastructuur: weg, water en spoor
De gemeente Oosterhout is multimodaal ontsloten middels weg, water en spoor. De modaliteiten water en spoor worden daarbij alleen gebruikt voor het goederenvervoer. Personenvervoer in Oosterhout gaat alleen via de weg. Weg De gemeente Oosterhout ligt gunstig aan een knooppunt van autosnelwegen (A27 en A59) en ligt in het hart van een regio die doorkruist wordt door belangrijke internationale transportroutes zoals de A16 (noord – zuid) en de A58 (oost – west). De regionale bereikbaarheid over de weg is daarmee goed. Naast de autosnelwegen is Oosterhout eveneens via een tweetal provinciale wegen ontsloten: de N629 (Ekelstraat / Heistraat) en de N631 (Vijf Eikenweg). Door Dorst loopt verder nog de N282 (Rijksweg) die vooral een functie heeft voor het verkeer tussen Breda en Tilburg en in de praktijk vaak als alternatief voor de A58 wordt gebruikt. De gemeente Oosterhout heeft diverse aansluitingen op de A27 en A59 waarmee de stad en de bedrijventerreinen zijn ontsloten. De belangrijkste ontsluitingswegen zijn: de Bovensteweg, de Weststadweg, de Statendamweg en de Europaweg / Vijf Eikenweg. De wegenstructuur van Oosterhout kenmerkt zich verder door een tweetal noord – zuid gerichte assen en een ring van wegen om de binnenstad heen (de “centrumtangenten”).
Enkele wegen (Abdis van Thornstraat, Van Liedekerkestraat en een gedeelte van de Bredaseweg) maken zowel deel uit van de noord – zuid gerichte assen als van de centrumtangenten en kennen daardoor een relatief hoge verkeersbelasting. Het Oosterhoutse wegennet dateert in belangrijke mate uit jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. De laatste twee decennia hebben er geen grootschalige uitbreidingen van het wegennet plaatsgevonden. Wel zijn er enkele grootschalige reconstructies (o.a. van het kruispunt Weststadweg - Bovensteweg en de Europaweg ter hoogte van de aansluiting Oosterhout Zuid) uitgevoerd waarmee lokaal de capaciteit is uitgebreid. Fiets Het fietsnetwerk binnen Oosterhout overlapt in belangrijke mate met de verkeersgebieden. Veel wegen die belangrijk zijn voor de afwikkeling van het autoverkeer, zijn dat eveneens voor het fietsverkeer. Waar mogelijk worden auto- en fietsverkeer daarbij fysiek gescheiden (vrijliggende fietspaden). Waar fiets- en autoverkeer elkaar kruisen, wordt vanuit het huidige mobiliteitsplan (2007) over het algemeen prioriteit gegeven aan de afwikkeling van het autoverkeer. Openbaar vervoer De verantwoordelijkheid voor het openbaar vervoer van, naar en binnen Oosterhout ligt bij de provincie Noord Brabant.
De provincie heeft die verantwoordelijkheid in belangrijke mate doorgelegd naar het openbaar vervoerbedrijf (Arriva), dat een bepalende stem heeft inzake de busroutes en halteplaatsen. De gemeente heeft uitsluitend een adviserende rol en is verantwoordelijk voor de fysieke infrastructuur voor het openbaar vervoer, met inbegrip van de bushaltes.
Oosterhout Vooruit
9
De belangrijkste drager van het openbaar vervoer in Oosterhout is het HOV / Bravodirect die zorg draagt voor een snelle verbinding tussen het busstation in Oosterhout en het NS station in Breda. De Bravodirect beschikt daarbij op een deel van het traject over een eigen busbaan. Bij verkeerslichten heeft het openbaar vervoer (met uitzondering van de buurtbussen) prioriteit. Dit om een betrouwbare dienstregeling te kunnen bieden. Water Dwars door Oosterhout loopt het Wilhelminakanaal. Via het Wilhelminakanaal staat Oosterhout in verbinding met de havens van Antwerpen en Rotterdam en de binnenvaartterminals in (o.a.) Tilburg en Waalwijk. Oosterhout beschikt over twee openbare laad- en loskades (op Vijf Eiken en Weststad). Daarnaast zijn er nog diverse bedrijven, vooral op Weststad, die over eigen laad- en loskades aan het Wilhelminakanaal beschikken. Het Wilhelminakanaal heeft ter hoogte van de Zwaaikom een aftakking richting Breda (het Markkanaal). Het Markkanaal heeft meer een recreatieve dan een economische functie. Ter hoogte van de Zwaaikom bevindt zich de jachthaven.
Oosterhout Vooruit
10
Spoor Oosterhout heeft geen treinstation. Wel loopt de spoorlijn tussen Breda en Tilburg door Dorst. Voor het goederenvervoer is alleen de niet-geëlektrificeerde goederenspoorlijn richting bedrijventerrein Weststad nog in gebruik binnen de gemeente Oosterhout. Deze spoorlijn takt bij Lage Zwaluwe in op het landelijk spoorwegnet. Verschillende bedrijven op Weststad hebben hun eigen aansluiting op de goederenspoorlijn. Daarnaast kunnen bedrijven gebruik maken van de openbare laad- en losplaats (LaLo) op Weststad. Via de openbare laad- en losplaats is het ook mogelijk om over te slaan van water op spoor en vice versa.
3.3
Gebruik: hoe en waarheen
Inwoners van Oosterhout maken veelvuldig gebruik van de auto, zeker voor verplaatsingen naar omliggende kernen (“externe ritten”). Dit blijkt uit het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN); een doorlopend onderzoek naar de mobiliteit van de Nederlandse bevolking. Verplaatsingen binnen Oosterhout worden ook zeer regelmatig per fiets of te voet (categorie “overig”) gemaakt. Wat daarbij wel opvalt, is dat de fiets de laatste jaren terrein lijkt te hebben verloren. Voorts maken inwoners van Oosterhout in vergelijking met omliggende gemeenten relatief weinig van de fiets gebruik.
Oosterhout Vooruit
11
Het openbaar vervoer speelt een bescheiden rol, ook voor verplaatsingen tussen Oosterhout en omliggende kernen. Het aantal ritten en kilometers dat met het openbaar vervoer wordt gemaakt, is wel toegenomen. Aannemelijk is dat dat vooral te danken is aan de Bravodirect. Scholieren vormen daarbij de belangrijkste gebruikers [Arriva]. De meeste externe verplaatsingen vinden plaats tussen Oosterhout en omliggende kernen. De sterkste vervoersrelatie vinden we tussen Oosterhout en Breda. Er is daarbij sprake van een sterke vervoersrelatie in twee richtingen (van Oosterhout naar Breda en vice versa). Vanuit de Amerstreekgemeenten worden vooral verplaatsingen naar Oosterhout gemaakt. Deels gaat het daarbij om woonwerk-verplaatsingen, deels om sociaal-recreatieve verplaatsingen [Tordoir, 2014]. Verder is nog sprake van sterke vervoersrelaties met Dongen, Tilburg en Gilze Rijen en in mindere mate met Waalwijk en Werkendam. Overige vervoerrelaties bedragen 1% van het aantal verplaatsingen of minder. Naast verplaatsingen van en naar omliggende gemeenten, vinden ook veel verplaatsingen binnen Oosterhout zelf plaats: ruim 60% van alle verplaatsingen blijft binnen onze gemeentegrenzen (“interne ritten”).
Oosterhout Vooruit
12
Bron: OViN
Bron: in- en uitgaande pendelstromen, SES West Brabant 2010
Oosterhout Vooruit
13
3.4
Hoe staan we er voor?
In deze paragraaf geven we een beschrijving hoe Oosterhout er anno 2017 voor staat. Dat doen we aan de hand van de vier pijlers: bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid én duurzaamheid en gezondheid.
3.4.1
Bereikbaarheid
Om een beeld te krijgen hoe het met de bereikbaarheid per auto is gesteld, is in 2017 over een periode van ca. 3 maanden floating car data [= GPS gegevens van smartphones, navigatiesystemen en trackingsystemen] geanalyseerd. Deze analyse geeft inzicht in het feitelijke gebruik van het Oosterhoutse wegennet, zowel voor wat betreft routes als reistijden. De reistijdanalyses laten zien waar verkeer in de spits de meeste vertraging ondervindt. Het betreft delen van de centrumtangenten (Bredaseweg, Abdis van Thornstraat) en enkele invalswegen (Weststadweg, Heistraat / Ekelstraat en de Bovensteweg ter hoogte van de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27).
Oosterhout Vooruit
14
Het grootste knelpunt qua doorstroming bevindt zich net buiten onze gemeentegrenzen: knooppunt Hooipolder. Met name verkeer op de A59 ondervindt hier veel vertraging. Deze vertraging is dermate groot dat de route door Oosterhout via de Bovensteweg (blauwe lijn in onderstaande figuur) in de spits sneller is dan de route via de A59 – A27 (groene lijn in onderstaande figuur).
Bron: reistijden op basis van floating car data, najaar 2017 Ook op het zuidelijk deel van de A27 is steeds vaker sprake van vertraging. De omvang van deze vertragingen valt echter nog mee (in termen van frequentie en duur) in vergelijking tot de vertraging op de A59. Echter ook op de A27 tussen Breda en Oosterhout treedt met name in de avondspits met een zekere regelmaat vertraging op. Dit blijkt ook uit de meest recente verkeersmonitor (voorjaar 2018) van de Regio West Brabant.
Bron: verkeersmonitor West Brabant, voorjaar 2018
Ter toelichting: de reistijdfactor is een indicatie voor de mate waarin verkeer vertraging ondervindt. Bij een reistijdfactor van 1,5 (de paarse trajecten in de figuur) doet verkeer er in de spits minimaal 1,5x zo lang over om het traject af te leggen dan buiten de spits.
Oosterhout Vooruit
15
Vanuit het oogpunt van bereikbaarheid verdient ook de robuustheid van de wegenstructuur in Oosterhout aandacht. Dit betreft met name de zuidwestzijde van de stad. Door de manier waarop de wegenstructuur daar is opgezet, wordt het zuidwestelijk deel van de centrumtangenten (hoek Bredaseweg – Ridderstraat) zwaar belast. Het ontbreekt momenteel aan een alternatieve route, met name voor verkeer dat gebruik maakt van de Bredaseweg. Dit in tegenstelling tot de oost- en noordzijde van de stad waar verkeer in de vorm van de A27 en de Bovensteweg wel over alternatieve routes beschikt.
Een extra belemmering voor de bereikbaarheid van de westzijde van Oosterhout is de aanwezigheid van de twee beweegbare bruggen. Er gelden op dit moment geen beperkingen voor het scheepvaartverkeer waardoor het regelmatig voorkomt dat bruggen in de spits opengaan met de nodige hinder voor het auto- en fietsverkeer tot gevolg. Uit tellingen die in 2017 zijn uitgevoerd, blijkt dat de brug over het Markkanaal (Lage Molenpolderweg) gemiddeld ruim 40 keer per week open gaat. Circa 20% van de brugopeningen vindt daarbij in de spits plaats (met als kanttekening dat het beeld nogal wisselt van week tot week, ook afhankelijk van het seizoen). Van de brug over het Wilhelmakanaal (Wilhelminalaan) zijn geen exacte cijfers over het aantal openingen voorhanden. De verwachting is echter dat deze brug vaker geopend zal zijn daar het Wilhelminakanaal drukker bevaren wordt dan het Markkanaal. Als het gaat om de bereikbaarheid per fiets kan worden gesteld dat Oosterhout over een voldoende fijnmazig fietsnetwerk beschikt. Een verbinding die ontbreekt, is een fietsbrug via de Zwaaikom en Vrachelen 2. Met name bewoners van Vrachelen 2, Den Hout en de Zwaaikom zouden daar baat bij hebben. De voornaamste winst van een fietsbrug via de Zwaaikom zou zijn, dat fietsverkeer dan een alternatief heeft voor de beweegbare bruggen in de Lage Molenpolderweg en de Wilhelminalaan.
Daar staat wel tegenover dat een aanzienlijk hoogteverschil zou moeten worden overbrugd en dat hier een aanzienlijke investering mee is gemoeid. Gelet hierop heeft de raad In 2017 besloten dat: bij de verdere planuitwerking voor de Zwaaikom ruimtelijk rekening dient te worden gehouden met de mogelijke aanleg van een fietsbrug tussen Vrachelen 2 en de Zwaaikom; in 2022 een nieuw voorstel aan de raad dient te worden voorgelegd over de aanleg van een fietsbrug op basis van een bredere verkenning en de financiële mogelijkheden op dat moment.
Oosterhout Vooruit
16
Net als voor het autoverkeer geldt dat fietsverkeer oponthoud ondervindt op enkele zwaar belaste kruispunten, zoals het kruispunt Abdis van Thornstraat – Leijsenhoek, zeker als meerdere takken van het kruispunt moeten worden gekruist. Vanuit het huidige mobiliteitsplan heeft de afwikkeling van het autoverkeer daarbij prioriteit boven de afwikkeling van het fietsverkeer. Juist om oversteekbewegingen te voorkomen, is er een tendens zichtbaar dat fietspaden in toenemende mate in twee richtingen worden gebruikt (ongeacht of dat is toegestaan of niet). De doorstroming van het openbaar vervoer in Oosterhout is over het algemeen goed, mede omdat het openbaar vervoer (uitgezonderd de buurtbussen) prioriteit heeft op de met verkeerslichten geregelde kruispunten. Alleen op de Pasteurlaan / Abdis van Thornstraat ondervindt het openbaar vervoer enige vertraging op de kruispunten met de Strijenstraat en de Leijsenhoek / Veerseweg. Bereikbaarheid heeft ook betrekking op de mate waarin gebieden per openbaar vervoer ontsloten zijn. Binnen Oosterhout zijn er nu gebieden die niet of maar beperkt per openbaar vervoer ontsloten worden. Het betreft de wijk Vrachelen, de bedrijventerreinen en het buitengebied. Vrachelen heeft in beginsel voldoende potentie voor een volwaardige openbaar vervoerontsluiting.
Echter de (onvoorspelbaarheid van de) beweegbare bruggen in de Wilhelminalaan en de Lage Molenpolderweg maken dat het openbaar vervoerbedrijf Vrachelen thans alleen via de Bovensteweg met een reguliere bus wil ontsluiten. De bedrijventerreinen hebben een beperkte vervoerpotentie (ook vanwege de vaak uiteenlopende werktijden). Desalniettemin wordt het gebrek aan een vorm van openbaar of collectief vervoer door de bedrijvenverenigingen als een gemis ervaren met name voor stagiaires die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. De kerkdorpen zijn middels buurtbuslijnen verbonden met Oosterhout. Echter meer solitaire functies verspreid in het buitengebied (waaronder enkele wat grootschaligere recreatieve voorzieningen) worden in het geheel niet per openbaar vervoer ontsloten. Daarnaast kennen buurtbuslijnen over het algemeen een wat beperkte bedieningsperiode dan het reguliere openbaar vervoer en rijden ze in het weekend en de avondperiode beperkt of niet.
Naast het reguliere openbaar vervoer kunnen mensen ook gebruik maken van de deeltaxi West Brabant. Dit is een vorm van deur tot deur vervoer die in beginsel bedoeld is voor mensen met een beperking (WMO indicatie) die niet met het reguliere openbaar vervoer kunnen reizen. Echter ook mensen zonder beperking kunnen van de deeltaxi gebruik maken. Zij betalen dan echter een ander (hoger) tarief dan mensen met een WMO indicatie (provinciaal beleid). Dit ook om te stimuleren dat mensen die dat kunnen zoveel mogelijk gebruik maken van het reguliere openbaar vervoer. In 2017 werden met de deeltaxi ruim 4.700 ritten met herkomst en/of bestemming gemeente Oosterhout gemaakt door reizigers zonder WMO indicatie. Het ging daarbij vooral om ritten van/naar Oosterhout en in zeer beperkte mate om ritten van en naar de kerkdorpen.
Oosterhout Vooruit
17
Voor goederenvervoer is Oosterhout goed bereikbaar over weg, water en spoor. Oosterhout beschikt ook over voldoende overslagfaciliteiten. In de spits ondervindt het goedervervoer via de weg hinder van enkele doorstromingsknelpunten. De belangrijkste ervan is knooppunt Hooipolder. Binnen Oosterhout vragen vooral de rotonde Bromtol en de N629 aandacht.
3.4.2
Verkeersveiligheid
Om ongevallen te voorkomen, proberen we ons wegennet zoveel mogelijk duurzaam veilig in te richten. Met de uitvoering van het vorige mobiliteitsplan zijn daarin belangrijke stappen gezet. Er is echter nog een aantal wegen waar de vormgeving nog niet in overeenstemming is met de functie en het gebruik. Dit betreft o.a. grote delen van de centrumtangenten, waar fiets- en autoverkeer niet gescheiden zijn, delen van Vrachelen en Den Hout. Duurzaam veilig richt zich niet alleen op beperking van de kans op ongevallen, maar ook op het beperken van de gevolgen (de ernst) ervan. Wat dat betreft, is er een aantal oversteeklocaties in Oosterhout dat hetzij vanwege het uitzicht, hetzij vanwege de snelheid van het gemotoriseerd verkeer ter plaatse nadrukkelijk aandacht verdient vanwege de risico’s die overstekende voetgangers en fietsers lopen. Het aantal verkeersslachtoffers is lange tijd afgenomen. Echter sinds 2014 lijkt er weer sprake te zijn van een toename in Oosterhout (met als opmerking dat dit ook kan komen door een betere ongevalsregistratie en dat dit inclusief de ongevallen op de rijkswegen en provinciale wegen in Oosterhout is). Aannemelijk is dat de vergrijzing, een toenemende mobiliteit van ouderen en een toename van het smartphonegebruik daar ook debet aan zijn geweest.
De toename van het aantal verkeersslachtoffers is een landelijk trend, vandaar dat in 2017 een groot aantal organisaties in de vorm van het verkeersveiligheidsmanifest heeft aangedrongen op hernieuwde inspanningen om het aantal verkeersslachtoffers weer naar beneden te krijgen. De kaart op pagina 19 laat zien waar zich in de periode 2012 – 2016 slachtofferongevallen hebben voorgedaan in Oosterhout en omgeving. Het betreft daarbij zowel ongevallen met gewonden (paars) als dodelijke slachtoffers (rood). Ongevallen met uitsluitend materiele schade zijn niet opgenomen op de kaart.
Oosterhout Vooruit
18
De meeste (slachtoffer)ongevallen doen zich voor op de autosnelwegen A27 en A59 en de provinciale wegen N629 (Ekelstraat / Heistraat) en N631 (Vijf Eikenweg met in het bijzonder het kruispunt met de Ketenbaan / Steenovensebaan). Op het gemeentelijke wegennet vallen vooral de Bredaseweg, de Burg. Holtroplaan en de Tilburgseweg / St. Antoniusstraat in negatieve zin op omdat hier relatief veel slachtofferongevallen plaatsvinden (zij het niet specifiek op één punt, maar verspreid over de weg). Ook de Beneluxweg behoeft aandacht. In de periode 2012 – 2016 deden hier zich vooral ongevallen met uitsluitend materiele schade voor. Echter in 2017 hebben zich hier meerdere slachtofferongevallen voorgedaan.
Oosterhout Vooruit
19
3.4.3
Leefbaarheid
Gemotoriseerd verkeer brengt overlast in de vorm van uitstoot van schadelijke stoffen en geluid met zich mee en heeft daardoor een negatief effect op de leefbaarheid. Omwille van leefbaarheid (en verkeersveiligheid) hebben we ons wegennet ingedeeld in verkeers- en verblijfsgebieden. Verkeer wordt daarbij zoveel mogelijk geconcentreerd en afgewikkeld via de wegen die een verkeersfunctie hebben. Het gevolg daarvan is dat langs een aantal van die wegen de geluidbelasting op de aanliggende woningen hoog (> 60 dB) is. Dit betreft een groot deel van de centrumtangenten, de Bredaseweg, de Pasteurlaan en de St. Antoniusstraat / Tilburgseweg (zie de kaart op pagina 21). Qua luchtkwaliteit doen zich in Oosterhout geen overschrijdingen voor [NSL monitor 2017]. Een specifieke bron van hinder vormt het vrachtverkeer. Om de overlast van het vrachtverkeer te beperken, is in het verleden op een aantal wegen een verbod op doorgaand vrachtverkeer (“alleen bestemmingsverkeer”) ingevoerd. De laatste jaren vormt echter ook stilstaand vrachtverkeer in toenemende mate een probleem. Dit speelt vooral op de bedrijventerreinen waar geparkeerde vrachtauto’s en met name overnachtende chauffeurs voor overlast zorgen.
Oosterhout Vooruit
20
Omwille van de leefbaarheid worden wegen die zijn aangewezen als verblijfsgebied in beginsel (tenzij er geen reële alternatieve route is) alleen gebruikt door verkeer dat zijn herkomst en/of bestemming in het betreffende verblijfsgebied heeft. Doorgaand verkeer proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. Gemotoriseerd verkeer wordt zoveel mogelijk afgewikkeld via de wegen met een verkeersfunctie. Echter ook voor verkeersgebieden geldt, dat we doorgaand verkeer zoveel mogelijk willen voorkomen. Het gaat dan om verkeer zonder herkomst en bestemming in Oosterhout (zoals bijvoorbeeld verkeer dat Hooipolder ontwijkt). Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorgaand verkeer is in 2017 over een periode van ca. 3 maanden floating car data [= GPS gegevens van smartphones, navigatiesystemen en trackingsystemen] geanalyseerd. Deze analyse geeft inzicht in het feitelijke gebruik van het Oosterhoutse wegennet, zowel voor wat betreft routes als reistijden. De resultaten van het onderzoek zijn terug te vinden in bijlage 2. Onderstaand worden de belangrijkste bevindingen toegelicht.
Oosterhout Vooruit
21
Specifiek is gekeken naar twee zaken: 1) (doorgaand) verkeer vanuit Breda / Teteringen via de Bredaseweg 2) doorgaand verkeer tussen de aansluitingen op A27 en de A59 Ad 1) Hoewel het beleid (van zowel de gemeente Oosterhout als de gemeente Breda) er op gericht is om verkeer tussen Oosterhout en Breda zoveel mogelijk af te wikkelen via de A27 blijkt er in de praktijk toch sprake te zijn van een forse verkeersstroom via de Bredaseweg. Op een gemiddelde werkdag gaat het om een verkeersstroom van orde grootte 12.000 motorvoertuigen [telling 2016] op het wegvak tussen de komgrens en de Burg. Materlaan. De ingaande (richting Oosterhout) en uitgaande (richting Teteringen) verkeersstroom zijn daarbij nagenoeg even groot. Onderzocht is hoe dit verkeer zich in de spitsperioden verdeelt over het Oosterhoutse wegennet. In de ochtendspits is er een duidelijke doorgaande verkeersstroom tussen de Bredaseweg en de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27, via de Burg. Materlaan en de Beneluxweg. Het betreft vooral verkeer dat vanuit Teteringen richting de A27 rijdt. De doorgaande stroom in tegengestelde richting is beduidend kleiner. Daarnaast is er eveneens sprake van doorgaand verkeer van / naar de A59 (aansluitingen Made / Weststad en Statendamweg). De relatie met de A59 is echter beduidend minder sterk (omgerekend enkele tientallen auto’s in de spits) dan de relatie met de A27.
Het overgrote deel van het ingaande (81%) en uitgaande (93%) verkeer op de Bredaseweg heeft een herkomst of bestemming in Oosterhout. Ochtendspits, ingaand
Oosterhout Vooruit
22
Ter toelichting: de afbeelding op pagina 22 laat zien hoe het verkeer dat ’s ochtends via de Bredaseweg Oosterhout in rijdt zich verdeelt. De percentages laten zien, welk deel van dat verkeer op het volgende meetpunt (de bolletjes) is waargenomen. Het percentage van 20% op De Burg. Materlaan / Beneluxweg betekent dus, dat 20% van het verkeer dat via de Bredaseweg Oosterhout in rijdt, via de Burg. Materlaan en Beneluxweg naar het kruispunt Europaweg – Beneluxweg rijdt. De avondspits laat eenzelfde beeld zien. Ook dan is er met name sprake van doorgaand verkeer van / naar de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27. Het betreft dan vooral verkeer dat richting Teteringen rijdt. Aannemelijk is dat dit veelal forensen zijn die in Teteringen wonen. Daarnaast er ook sprake van doorgaand verkeer vanaf de A59 richting Teteringen, zij het in beperkte mate (3%). Het overgrote deel van het ingaande (94%) en uitgaande (83%) verkeer op de Bredaseweg heeft een herkomst of bestemming in Oosterhout. Wat verder opvalt, is dat een relatief groot deel (orde grootte 20%) van het verkeer dat via de Bredaseweg van / naar Teteringen en Breda rijdt, via het kruispunt Trommelen rijdt. Het betreft overwegend verkeer dat een herkomst of bestemming in Oosterhout heeft en in beperkte mate verkeer richting de A59.
Ad 2) Onderzocht is in welke mate er sprake is van doorgaand verkeer tussen de aansluitingen op de A591 en de A27 via het Oosterhoutse wegennet. In de ochtendspits is er een duidelijke doorgaande verkeersstroom zichtbaar tussen de aansluiting Made / Weststad op de A59 en de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 via de Bovensteweg. Daarbij is zowel sprake van een verkeersstroom van de A59 naar de A27 als omgekeerd (ondanks dat met name verkeer op A59 vertraging ondervindt in de richting van Hooipolder). Omgerekend naar absolute aantallen gaat het om orde grootte 250 auto’s in de ochtendspits die via de route Weststadweg – Bovensteweg het knooppunt Hooipolder vermijden. Van doorgaand verkeer van de A59 richting de aansluiting Oosterhout Zuid op de A27 is maar in zeer beperkte mate (1%) sprake. Ook in de avondspits is er een duidelijke doorgaande verkeersstroom zichtbaar tussen de aansluiting Made / Weststad op de A59 en de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 via de Bovensteweg. Ook dan is sprake van een doorgaande stroom in twee richtingen: zowel van de A59 naar de A27 als omgekeerd (waarbij de verkeersstroom van de A59 naar de A27 wel beduidend groter is). De hoeveelheid doorgaand verkeer die via de Bovensteweg rijdt, is groter dan in de ochtendspits (omgerekend naar absolute aantallen: orde grootte 500 auto’s).
Ook hier ligt de relatie met het knooppunt Hooipolder -waar de filedruk in de avondspits hoger is dan in de ochtendspits- voor de hand.
1 De analyse is toegespitst op de aansluiting Made / Weststad op de A59 omdat de ervaring leert dat het
verkeer dat Hooipolder wil vermijden hier de A59 al verlaat.
Oosterhout Vooruit
23
Ochtendspits, ingaand via Weststadweg
Ter toelichting: de afbeelding zien hoe het verkeer dat ’s ochtends via de Weststadweg Oosterhout in rijdt zich verdeelt. De percentages laten zien welk deel van dat verkeer op het volgende meetpunt (de bolletjes) is waargenomen. Het percentage van 11% op de Bovensteweg tussen de aansluiting op de Pasteurlaan en de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 betekent dus, dat 11% van het verkeer dat via de Weststadweg Oosterhout in rijdt, via de Bovensteweg naar de aansluiting Oosterhout / Dongen op de A27 (of verder) rijdt. De uitgevoerde analyses laten verder zien dat: de aansluiting Made / Weststad op de A59 verder vooral gebruikt wordt door verkeer met een herkomst / bestemming op het bedrijventerrein Weststad en de wijk Vrachelen.
er in beperkte mate sprake is van verkeer van / naar de A59 met een herkomst / bestemming in Oosterhout Zuid dat via de Lage Molenpolderweg rijdt; de Lage Molenpolderweg ook (meer) gebruikt wordt door verkeer uit Vrachelen om van / naar de A27 (aansluiting Oosterhout Zuid) te rijden; de aansluiting Oosterhout Zuid vooral gebruikt wordt door mensen die wonen / werken ten zuiden van het Wilhelminakanaal (ruim 60% van de herkomsten / bestemmingen ligt in dat gebied); de aansluiting Oosterhout Zuid voorts gebruikt wordt door verkeer met een herkomst / bestemming in de wijk Slotjes en het bedrijventerrein Everdenberg en in beperkte mate door verkeer van / naar het centrum.
Oosterhout Vooruit
24
Naast gemotoriseerd verkeer behoeft ook de spoorlijn door Dorst (de Brabantroute) aandacht vanuit het oogpunt van leefbaarheid. De hoge frequentie van treinen op deze spoorlijn zorgt er voor dat de spoorwegovergang in de Spoorstraat regelmatig gesloten is. Voorts veroorzaken met name goederentreinen overlast in de vorm van geluid en trillingen. Door de gemeente Oosterhout wordt in overleg met de gemeente Gilze en Rijen, Oisterwijk, Prorail, de Nederlandse Spoorwegen en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat frequent ambtelijke en bestuurlijk overleg gevoerd om te komen tot een vermindering van de overlast van trillingen en geluid en zodoende te komen tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
3.4.4
Duurzaamheid en gezondheid
Oosterhout wil een duurzame gemeente zijn en een actieve bijdrage leveren aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Daartoe heeft Oosterhout zich tot doel gesteld de uitstoot van CO2 te reduceren en het energieverbruik te verminderen (zie ook § 4.1). Ook verkeer en vervoer kan daar een bijdrage aan leveren. Qua duurzaamheid scoort Oosterhout op het gebied van verkeer en vervoer momenteel onder het gemiddelde (zowel nationaal als provinciaal gezien). Dit blijkt uit de landelijke klimaatmonitor die onder andere inzicht geeft in de samenstelling van het voertuigpark binnen de gemeente, het energiegebruik en de uitstoot van CO2 door het verkeer en vervoer. In vergelijking met andere gemeenten zijn er in Oosterhout relatief weinig elektrische auto’s (ondanks dat de afgelopen 2 jaar een aanzienlijk aantal laadpalen is geplaatst) en deelauto’s. Daarnaast ligt de uitstoot van CO2 door het verkeer en vervoer boven het gemiddelde.
Oosterhout Vooruit
25
Ten aanzien van de cijfers dient wel te worden opgemerkt, dat in de cijfers van het energiegebruik en de uitstoot van CO2 ook het verkeer op de snelwegen op Oosterhouts grondgebied en de binnenvaart zijn meegenomen. Als dat wordt uitgesplitst dan blijkt dat met name het verkeer op de autosnelwegen een groot deel van het energiegebruik en de uitstoot voor haar rekening neemt.
Het gemeentelijke beleid op het gebied van gezondheid is er (o.a.) op gericht dat onze inwoners meer moeten bewegen. Voorts moet eenieder deel kunnen nemen aan maatschappelijke activiteiten (“meedoen”). Dit is vastgelegd in de lokale gezondheidsnota. In 2016 is door de GGD een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar de gezondheid van de inwoners van West Brabant. Uit dit onderzoek (“de gezondheidsmonitor”) blijkt dat bijna de helft van alle volwassenen in Oosterhout te zwaar is. In de groep 65+-ers ligt dit percentage nog hoger. Voorts blijkt ruim 40% van de volwassen in Oosterhout onvoldoende te bewegen. In relatie tot het thema maatschappelijke participatie blijkt dat 40% van de inwoners van Oosterhout zich eenzaam voelt. Voor de 65+-ers ligt dit percentage zelfs boven de 50%.
Oosterhout Vooruit
26
Oosterhout Vooruit
27
3.5
Wat vindt de samenleving?
In de voorgaande paragraaf is aangegeven hoe Oosterhout er anno 2017 voor staat op het gebied van verkeer en vervoer. Naast deze cijfers is ook in beeld gebracht hoe het verkeersen vervoersysteem in Oosterhout door onze burgers en bedrijven beoordeeld worden.
Digitale enquête Via een digitale enquête konden inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden hun mening geven over ons verkeers- en vervoersysteem. Daarbij is zowel gevraagd om een oordeel te geven over het belang (hoe belangrijk) als de kwaliteit (hoe goed). Voorts konden mensen aangeven welke knelpunten ze momenteel ervaren en wat ze als de belangrijkste opgave(n) voor de toekomst zien. Er zijn 177 volledig ingevulde enquêtes retour ontvangen. Op basis van de postcodes, leeftijd en geslacht van de respondenten kan worden gesteld dat de enquête een representatief beeld geeft. In onderstaande grafieken zijn de resultaten samengevat. De buitenste (rode) contour geeft daarbij aan hoe belangrijk een bepaald aspect wordt gevonden en de binnenste (grijze) contour geeft aan hoe geoordeeld wordt over de huidige kwaliteit. Naarmate het verschil tussen de contouren groter is, behoeft het aspect meer aandacht.
Oosterhout Vooruit
28
De mensen die de enquête hebben ingevuld, vinden verkeersveiligheid en leefbaarheid de belangrijkste thema’s. Dit zijn ook de onderwerpen waar we de grootste verschillen aantreffen tussen het belang en de huidige kwaliteit. Het gaat dan met name om de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers en het onderhoud van fiets- en voetpaden (onderdeel van het thema leefbaarheid). Qua bereikbaarheid scoort vooral de bereikbaarheid per openbaar vervoer laag. De ervaring leert echter dat het oordeel over de bereikbaarheid per openbaar vervoer sterk afhankelijk is van waar men woont in Oosterhout (zie ook de monitor leefbaarheid en veiligheid).
Oosterhout Vooruit
29
Knelpuntenkaart Deelnemers aan de enquête konden ook aangeven waar en welke knelpunten ze ervaren. De resultaten daarvan zijn samengevat op een “knelpuntenkaart”. Op deze knelpuntenkaart zijn ook de knelpunten opgenomen die zijn ingebracht tijdens de focusgesprekken, de eerste bijeenkomst met de samenleving (november 2017) en via de gemeentelijke facebookpagina. De meeste knelpunten die zijn benoemd, hebben betrekking op de thema’s bereikbaarheid (verkeersafwikkeling en openbaar vervoer) en verkeersveiligheid (snelheid en veiligheid).
Oosterhout Vooruit
30
JONG Via JONG zijn basisscholieren (groep 8), middelbare scholieren en jongeren (17 tot 25 jaar) geënquêteerd. Deze groepen is onder andere gevraagd hoe ze naar school gaan, waar zij knelpunten ondervinden en wat zij belangrijk vinden als het gaat om verkeer en vervoer. Aan de enquête hebben zeven basisscholen (waarvan twee in de kerkdorpen) en vier middelbare scholen deelgenomen. In het totaal hebben 378 scholieren en jongeren de enquête ingevuld. Per groep leidt dat tot het volgende resultaat2:
2 De volledige resultaten van het onderzoek van JONG zijn opgenomen in bijlage 3
Oosterhout Vooruit
31
Bij de basisscholen valt op dat een relatief groot deel (17%) van de leerlingen van groep 8 aangeeft nog met de auto naar school te worden gebracht (terwijl van de middelbare scholieren 98% met de fiets gaat). Leerlingen van groep 8 vinden vooral verkeersveiligheid belangrijk. Hetzelfde geldt voor de middelbare scholieren. Bereikbaarheid (snelheid) vinden beide groepen het minst belangrijk. Jongeren daarentegen vinden bereikbaarheid (snelheid) wel belangrijk, echter het verschil t.o.v. de andere thema’s is bij deze groep klein. Deze groep oordeelt ook beduidend positiever over de verkeersveiligheid in Oosterhout dan de leerlingen van de basisscholen en middelbare scholen. Opvallend is dat het kruispunt Trommelen door zowel scholieren als jongeren als het grootste knelpunt qua verkeersveiligheid in Oosterhout wordt benoemd. Dit heeft met name te maken met de beperkte opstelruimte voor het fietsverkeer en de verkeersdrukte (“onoverzichtelijk”). De overige knelpunten die door de leerlingen van de basisscholen worden aangedragen bevinden zich vooral in de directe omgeving van de betreffende scholen en op de loop- / fietsroutes daar naar toe. De knelpunten die door de middelbare scholieren en jongeren worden benoemd, komen deels overeen. Naast het kruispunt Trommelen scoren de Ridderstraat (met name het kruispunt met de Slotlaan), de Hoogstraat en de Vijf Eikenweg hoog.
Monitor leefbaarheid en veiligheid Periodiek wordt in Oosterhout de buurt- en dorpsenquête afgenomen. Een vast onderdeel daarvan is de monitor leefbaarheid en veiligheid. Deze laat zien hoe inwoners van Oosterhout aankijken tegen de leefbaarheid en veiligheid in hun eigen woonbuurt. Uit de meest recente monitor (2017) blijkt dat inwoners van Oosterhout over het algemeen zeer tevreden zijn over de bereikbaarheid per auto. Het oordeel over de bereikbaarheid per openbaar vervoer verschilt sterk van buurt tot buurt. Duidelijk zichtbaar is dat in wijken / buurten die hoofdzakelijk per buurtbus ontsloten worden (zoals de kerkendorpen en grote delen van Vrachelen), het oordeel beduidend lager is dan in de wijken / buurten waar de reguliere buslijnen komen.
Oosterhout Vooruit
32
Oosterhout Vooruit
33
Op het gebied van verkeer en vervoer scoort het onderdeel verkeersveiligheid gemiddeld het slechtst. Ten opzichte van de vorige monitor leefbaarheid en veiligheid (2013) is de score ook aanzienlijk afgenomen. Een belangrijke oorzaak voor de lage score op het onderdeel verkeersveiligheid lijkt te zijn dat veel mensen ervaren dat er in de directe woonomgeving te hard wordt gereden. 37% van de respondenten geeft aan dat vaak te hard wordt gereden in de buurt (en bij slechts 20% van de respondenten is dat zelden het geval). Ook verkeerslawaai scoort relatief slecht in de monitor leefbaarheid en veiligheid. Vooral Oosteind valt daarbij in negatieve zin op. Aannemelijk is dat de leefbaarheidsproblematiek van de N629 (Heistraat – Ekelstraat) ook van invloed is op de lage score.
Rode draad Op het eerste gezicht laten de uitgevoerde onderzoeken en gesprekken een erg wisselend beeld zien. Desalniettemin valt er een aantal thema’s / onderwerpen uit te herleiden dat volgens onze inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden extra aandacht behoeft. Meer aandacht voor de fietser en voetganger. Verkeersveiligheid en het onderhoud van fietsen voetpaden zijn daarbij de belangrijkste aandachtspunten. Voorts is het beeld dat het huidige verkeers- en vervoerbeleid wel erg gefocust is op de auto. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en duurzaam en gezondheid zou er meer aandacht moeten zijn om juist fietsen en lopen te stimuleren. Bereikbaarheid per auto is ook belangrijk. Ondanks dat fietsen en lopen belangrijk wordt geacht, wordt ook de bereikbaarheid per auto belangrijk gevonden. Dit vooral in relatie tot de bedrijventerreinen en de winkelcentra (waaronder de binnenstad). Bereikbaarheid per openbaar vervoer: Belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn het ontbreken van openbaar vervoer richting de bedrijventerreinen, de ontsluiting van Vrachelen per openbaar vervoer en de bediening van de kerkdorpen. Te hard rijden: een terugkerend onderwerp in vrijwel alle onderzoeken en gesprekken. Bewoners en bedrijven zijn van mening dat er meer werk moet worden gemaakt van het aanpakken en tegen gaan van te hard rijden in verkeers- én verblijfsgebieden.
Dit zowel vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid als leefbaarheid. Duurzaamheid en klimaatverandering: kijk vooruit. Met het oog op de toekomst worden duurzaamheid en klimaatverandering als belangrijke opgaven gezien waar ook via het verkeers- en vervoerbeleid een bijdrage aan geleverd zou kunnen worden.
Oosterhout Vooruit
34
4 Wat verwachten we voor 2030?
4.1
Toekomstvisie Oosterhout 2030
In 2017 is gestart met een proces om tot een nieuwe toekomstvisie voor Oosterhout te komen. Een proces waarbij ook inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en raadsleden nauw betrokken waren. Dat proces heeft geresulteerd in twee producten:
De staat van Oosterhout De staat van Oosterhout vormt het vertrekpunt voor de toekomstvisie. In de staat van Oosterhout wordt beschreven, wat het DNA van Oosterhout is. Wat maakt Oosterhout nu typisch Oosterhout, waar zijn we goed in en wat zou beter kunnen en wat onderscheid Oosterhout van andere gemeenten in de regio? Uit de staat van Oosterhout blijkt, dat de gunstige ligging van Oosterhout in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de stad en ook nu nog kenmerkend is voor Oosterhout. Het gaat dan met name om: de ligging van Oosterhout nabij de autosnelwegen A27 en A59 en aan het Wilhelminakanaal. Daardoor is Oosterhout goed bereikbaar en daarmee aantrekkelijk voor mensen en bedrijven om zich in Oosterhout te vestigen; de ligging van Oosterhout op korte afstand van Breda. Breda biedt diverse voorzieningen, zoals HBO-onderwijs, die een gemeente met de schaal van Oosterhout niet (meer) kan bieden. De nabijheid van Breda maakt dat onze inwoners van dergelijke voorzieningen gebruik kunnen maken zonder dat ze daarvoor hoeven te verhuizen; de ligging van Oosterhout in het groen. Oosterhout ligt in een groene omgeving met bosgebieden aan de zuid- en westzijde van de stad die door veel inwoners worden gebruikt om te recreëren.
Ook de aanwezigheid van groen binnen de woongebieden wordt als kenmerkend voor Oosterhout beschouwd en positief voor de leefbaarheid van de stad ervaren. In de staat van Oosterhout worden ook de uitdagingen geschetst waar de stad de komende jaren voor komt te staan. De belangrijkste daarvan (in relatie tot dit mobiliteitsplan) zijn: hoe houden we Oosterhout ook in de toekomst bereikbaar? Zeker voor de bedrijventerreinen wordt dit als belangrijk aandachtpunt gezien aangezien een goede bereikbaarheid daarvoor essentieel is;
Oosterhout Vooruit
35
de duurzaamheids- en klimaatopgave. De opgave waar de stad voor staat, is om op andere wijze in haar energievoorziening te voorzien en het energieverbruik en de uitstoot van CO2 te beperken. Daarnaast moet Oosterhout gaan anticiperen op een veranderend klimaat met meer neerslag en meer hitte; vergrijzing. Het aandeel 65-plussers is in Oosterhout bovengemiddeld, ook in vergelijking met omliggende gemeenten. Het aandeel 65-plussers zal de komende jaren verder toenemen. Voor de inrichting van het openbaar gebied en de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen moet daar rekening mee worden gehouden. hoe houden we het voorzieningenniveau op peil? Misschien wel de belangrijkste opgave waar Oosterhout voor staat. Om het voorzieningenniveau op peil te houden, moet Oosterhout ook in de toekomst een aantrekkelijke gemeente voor jongeren en gezinnen blijven en daarvoor ook een aantrekkelijk woon- en werkklimaat bieden.
In de staat van Oosterhout wordt tot slot ook een aantal trends belicht die belangrijk (kunnen) zijn voor de toekomst van Oosterhout. Hierop wordt in paragraaf 4.3. ingegaan.
Oosterhout 2030: een vooruitblik naar de toekomst van Oosterhout Oosterhout 2030 schetst een mogelijk toekomstbeeld voor Oosterhout. Het geeft de richting aan waarin de stad zich wil bewegen in de vorm van een wenkend toekomstperspectief. In Oosterhout 2030 wordt een toekomstbeeld geschetst van Oosterhout dat zich kenmerkt door: een groene en ruime leefomgeving, waarbij het aanwezige groen in en rond de stad wordt gekoesterd en versterkt. Dit vanuit het oogpunt van leefbaarheid en om tegenwicht te bieden aan de gevolgen van klimaatverandering; een stad waar +/- 2.700 woningen zijn bijgebouwd. Deze opgave is gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied op diverse locaties verspreid over de stad. Een belangrijke doelgroep voor de nieuwe woningen vormen jongeren en gezinnen daar zij essentieel zijn om het voorzieningenniveau op pijl te houden; een stad die goed bereikbaar is, niet alleen per auto, maar juist ook per openbaar vervoer en per fiets. Er is werk gemaakt van de snelfietsroutes richting Breda en Tilburg en de HOV / Bravodirect is doorontwikkeld tot een elektrische zelfrijdende tram. Via het water vindt niet alleen goederenvervoer plaats, maar ook personenvervoer; een gezonde en duurzame gemeente, waar lopen en fietsen actief gestimuleerd wordt.
Het netwerk van fietspaden en wandelpaden is aanzienlijk uitgebreid waardoor verplaatsingen binnen Oosterhout veel meer dan nu per (elektrische) fiets worden gemaakt. Mede daardoor is ook de overlast van het gemotoriseerd verkeer in de woonomgeving afgenomen; een vernieuwde binnenstad die ook per fiets en openbaar vervoer goed bereikbaar is; het uitnutten van de nabijheid van Breda en de voorzieningen die Breda biedt (zoals een aansluiting op het internationale spoorwegnet); een aantrekkelijk buitengebied met een toegenomen diversiteit aan (recreatieve) functies en waar ruim baan wordt gegeven aan fietsers en voetgangers; een openbaar vervoersysteem dat, naast het traditionele openbaar vervoer, ook ruimte biedt voor maatwerkoplossingen richting de bedrijventerreinen en de kerkdorpen en waaraan ook de inwoners en bedrijven hun bijdrage leveren; een stad die verkeersproblemen oplost door toepassing van (nieuwe) technologie in plaats van de aanleg van nieuwe wegen. Die aanpak beperkt zich niet alleen tot de stad zelf, maar biedt wellicht ook voor de A27 kansen als pilot voor zelfrijdende auto’s.