ontwerpbestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost)_ontwerp_1
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Dorst, herziening 3 (Dorst Oost)
Bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost)
Projectnummer 0455905 Revisie Datum 21 september 2021
Auteur(s)
Opdrachtgever Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte
datum vrijgave beschrijving revisie 21 september 2021 ontwerp
goedkeuring M. Stabel
vrijgave P. Kennes
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Inhoudsopgave
blad 3 van 139
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Algemeen Plangebied: ligging en begrenzing Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 5 6 7
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Huidige situatie en planbeschrijving Historische beschrijving Huidige situatie plangebied De ontwikkeling
9 9 10 11
Hoofdstuk 3 3.1 3.2
Beleidskader Bovengemeentelijk beleid Gemeentelijk beleid
17 17 38
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Randvoorwaarden Archeologie en cultuurhistorie Milieu-aspecten Water Kabels en leidingen Trillingen Verkeer en parkeren
49 49 52 68 74 74 76
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische toelichting Het juridische plan Bestemmingen
79 79 79
Hoofdstuk 6
Handhaafbaarheid
83
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
85 85 85
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
89 89 100
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Groen Natuur Woongebied - dorps wonen Woongebied - wonen in het bos Woongebied - wonen op steilrand
103 103 105 108 114 121
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
127 127 128 129 130 133 135
Hoofdstuk 4 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
137 137
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Artikel 15
Slotregel
138
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Verdeling Ruimte voor Ruimte kavels
Bijlage 2
Brief regionale afstemming Dorst-Oost
Bijlage 3
Herbegrenzing Groenblauwe Mantel
Bijlage 4
Compensatie / mitigatie NNB
Bijlage 5
Inventariserend archeologischonderzoek
Bijlage 6
Proefsleuvenonderzoek archeologie (noordwest)
Bijlage 7
Proefsleuvenonderzoek archeologie (zuidwest)
Bijlage 8
Verkennend en nader bodemonderzoek
Bijlage 9
Verkennend en nader bodemonderzoek (deel 2)
Bijlage 10
Nader bodemonderzoek toekomstige ontsluiting en speelbos Dorst
Bijlage 11
Natuurtoets
Bijlage 12
Stikstofonderzoek
Bijlage 13
Nader onderzoek marterachtigen
Bijlage 14
Onderzoek Externe veiligheid
Bijlage 15
Akoestisch onderzoek wegverkeer
Bijlage 16
Akoestisch onderzoek railverkeer
Bijlage 17
Aanmeldingsnotitie m.e.r.
Bijlage 18
Watertoets
Bijlage 19
Verkennend onderzoek trillingen door railverkeer
Bijlage 20
Quick-scanontsluiting
Bijlage 21
Advies verkeer
Bijlage 22
Verslag inspraak en vooroverleg
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Specificatiesgeluidswerende voorziening
Toelichting
blad 4 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1
Algemeen De gemeente Oosterhout is samen met Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte voornemens de nieuwe woonwijk Dorst-Oost te realiseren. Dorst-Oost betreft een locatie ten oosten van de kern Dorst met een omvang van circa 10 hectare, waarbinnen maximaal 165 woningen worden gerealiseerd. Een deel van het woonprogramma komt voort uit de provinciale Ruimte voor Ruimte regeling. Ruimte voor Ruimte-kavels ontstaan door het saneren van varkenshouderijen of pluimveebedrijven. In dit geval gaat om het diverse saneringslocaties binnen de provincie, Noord-Brabant waarvan één van de saneringslocaties de varkenshouderij aan de Steenovensebaan te Dorst betreft. Het andere deel van het woonprogramma komt voort uit de reguliere woningbouwopgave. Het programma voor Dorst-Oost is als volgt verdeeld: maximaal 130 projectmatige woningen (inclusief sociale woningen); maximaal 35 vrije kavels, waaronder 20 ruimte-voor-ruimte titels (zie Certificaten bijlage in Bijlage 1). Voor de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk Dorst-Oost is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat is vertaald in voorliggend bestemmingsplan. Het plan voorziet in een gemengd woningbouwprogramma en voorziet daarmee in de behoefte van verschillende doelgroepen. Het plan biedt ruimte aan ruime bouwkavels waar particulieren hun eigen woning kunnen realiseren.
Dit betreffen kavels in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling. Tevens voorziet het plan in de projectmatige ontwikkeling van reguliere woningen (rijwoningen, geschakelde woningen, patio's en twee-onder-een-kap woningen) en sociale woningbouw (rijwoningen). Tevens wordt het gebied voorzien van nieuwe ontsluitingswegen, waterpartijen (wadi's) en groenstructuur. Het doel van dit bestemmingsplan is het planologisch mogelijk maken van de woningbouwlocatie. De onderhavige toelichting omvat de verantwoording dat er geen strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Plangebied: ligging en begrenzing Het plangebied dat centraal staat in voorliggend bestemmingsplan is gelegen aan de rand van de kern Dorst (zie figuur 1.1). Het plangebied heeft betrekking op de onbebouwde gronden ten oosten van de bestaande kern, tussen De Heiningen, de Oude Tilburgsebaan/ Breedvenweg en de spoorlijn Breda - Tilburg (zie figuur 1.2).
blad 5 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Figuur 1.1 - Ligging plangebied (Streetsmart)
Figuur 1.2 - Indicatieve begrenzing plangebied (Streetsmart)
1.3
Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied' (vastgesteld d.d. 8 juli 2014) inclusief 'Reparatie herziening buitengebied 2016 (vastgesteld d.d. 19 april 2016). Tevens geldt 'Parapluherziening Parkeren Oosterhout 2018' (vastgesteld d.d. 3 juli 2018'). In figuur 1.3 is een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen opgenomen.
blad 6 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Figuur 1.3 - Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan met (indicatief) de projectie van het plangebied (rode lijn) Het plangebied is grotendeels bestemd als 'Agrarisch'. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarisch gebruik, zowel bedrijfsmatig als hobbymatig. Vanwege het ontbreken van het bouwvlak zijn er geen bouwmogelijkheden voor agrarische bedrijfsgebouwen. Op een klein deel van de gronden aan de zuidzijde van het plangebied geldt de bestemming 'Natuur'. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor instandhouding, herstel en/of ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en abiotische waarden met een zo sterk mogelijk ecologische en ruimtelijk-structurele samenhang. Op een strook aan de noordzijde van het plangebied geldt de bestemming 'Verkeer Railverkeer'. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor spoorwegvoorzieningen. Tevens geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' (deze dubbelbestemming strekt mede voor de bescherming van de (potentieel) aanwezige archeologische waarden) over het gehele plangebied. Daarnaast geldt de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - beperking veehouderij'. Hier gelden aanvullende regels voor veehouderijen. Het planvoornemen voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk past niet binnen het vigerend bestemmingsplan.
Om het planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het plangebied en zijn ontwikkeling nader beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid op Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het plan getoetst aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 bevat een juridische toelichting van het bestemmingsplan en hoofdstuk 6 bevat een beschrijving van de handhaafbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid toegelicht.
blad 7 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
blad 8 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie en planbeschrijving
Historische beschrijving Dorst is ontstaan als een lintvormig esdorp, op de grens tussen de hogere heide- en bosgronden in het noorden en de natte gronden rond de lager gelegen Molenleij in het zuiden. Kenmerkend voor de ruimtelijke structuur van Dorst, en bepalend voor de historische ontwikkeling van de kern, zijn de linten die vanaf de centrale open ruimte in de kern (het huidige Kapelerf) het buitengebied in lopen. In de periode rond 1850 concentreerde de bebouwing in Dorst zich rond een open ruimte op de kruising van de huidige Bavelstraat en Rijksweg (het Kapelerf). Daarnaast is in deze periode langs verschillende linten, met name langs de Bavelstraat en de Baarschotsestraat, lintbebouwing ontstaan die zich verdicht richting de dorpskern. In de periode tot 1900 raakten de linten intensiever bebouwd, doordat open plekken tussen de bestaande bebouwing werden ingevuld. Door de aanleg van de Rijksweg Breda-Tilburg kreeg deze oost-westgerichte route door Dorst een belangrijke verkeersfunctie. Door de aanleg van de spoorlijn Breda-Tilburg ontstond een fysieke barrière tussen de kern en de bosgebieden ten noorden van de spoorlijn. In de periode tot 1960 heeft verdichting plaatsgevonden van de bebouwing rond het Kapelerf, in het hart van het dorp.
Daarnaast vond uitbreiding van de bebouwing plaats langs verschillende dorpslinten, waaronder de Rijksweg, die de belangrijkste verbinding door het dorp vormde. In de periode na 1960 vond in Dorst grootschaligere planmatige uitbreiding plaats. In de periode tot 1980 werden in het gebied tussen de Rijksweg en de spoorlijn, aan weerszijden van de Spoorstraat, verschillende woongebieden aangelegd, met een rationele structuur die contrasteerde met de organisch gegroeide lintstructuur van het dorp. Aan de Spoorstraat ontstond, centraal tussen de nieuwe woongebieden, een nieuw dorpsplein waar diverse voorzieningen (detailhandel, horeca, dienstverlening) werden geconcentreerd. In een later stadium is ten noorden van de spoorlijn een woonbuurt met vrijstaande woningen in de bosrijke omgeving gerealiseerd. Verdere uitbreidingen vond in de jaren daarna plaats richting het westen (de woonbuurt Baarschot) en het oosten (ontwikkeling van het gebied tussen de Oude Tilburgsebaan en de Rijksweg). In het gebied ten zuiden van de Rijksweg hebben slechts op beperkte schaal ontwikkelingen plaatsgevonden. Tenslotte is tuindorp Baarschot uitgebreid en is De Boswachterij gerealiseerd.
blad 9 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Figuur 2.1 - Uitsnedes topografische kaarten met globale aanduiding plangebied (rode contour) (Topotijdreis)
2.2
Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt aan de oostzijde van de bestaande kern Dorst en wordt globaal begrensd door de spoorlijn Breda-Tilburg in het noorden, het bosgebied in het oosten, de Oude Tilburgsebaan aan de zuidzijde en de woonpercelen aan De Heiningen en de Oude Tilburgsebaan in het westen. Het plangebied is nu in gebruik als agrarische grond en heeft in de afgelopen eeuw een (overwegend) open karakter behouden. Enkele perceelsranden zijn beplant. Daarnaast is een steilrand aanwezig midden in het plangebied. Aan de zuidzijde is een bosstrook aanwezig langs de Oude Tilburgsebaan. Deze bosstrook is aangemerkt als natuur (Natuur Netwerk Brabant). Een aantal bospercelen in de omgeving en begeleidende beplanting langs de wegen geeft structuur aan de open ruimte. De westrand van het plangebied grenst aan de bebouwde kom van de kern Dorst. Aan de noordrand vormt de spoorlijn de grens van het plangebied.
blad 10 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Figuur 2.2 - Luchtfoto plangebied (Streetsmart)
2.3
De ontwikkeling De gemeente Oosterhout is samen met Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte voornemens een nieuwe woonwijk te realiseren in Dorst met reguliere woningbouw en ruimte-voor-ruimtekavels. Het voornemen is uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan is vervolgens de basis voor dit bestemmingsplan. Bij de ontwikkeling van het plangebied is rekening gehouden met een aantal kaders vanuit de bestaande situatie. De belangrijkste kaders betreffen: De spoorlijn grenst direct aan het plangebied. De aspecten veiligheid, trilling en geluid zijn daarbij zeer relevant. Een nadere beschouwing van deze aspecten is gegeven in paragraaf 4.2.3 en 4.2.4. Het plangebied is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Een nadere beschouwing van dit aspect is gegeven in paragraaf 4.3. De aanwezige steilrand in het plangebied is een belangrijke landschappelijk waarde. In de nadere beschrijving van het plan is aangegeven op welke wijze deze waarde behouden blijft. De bosstrook aan de zuidzijde van het plangebied, is aangemerkt als Natuur Netwerk Brabant (NNB). Deze status strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische kenmerken en waarden. Om het plan deels te kunnen ontsluiten op de Oude Tilburgsebaan is een nieuwe ontsluitingsweg nodig door de NNB. Een nadere uitwerking hiervan is gegeven in paragraaf 4.2.2.
Planconcept Met de ontwikkeling van de woonwijk wordt de kern van Dorst aan de oostzijde afgerond. Het stedenbouwkundig plan voorziet in een geleidelijke overgang tussen het dorp en het bestaande landschap. De bestaande kwaliteiten worden gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. De planlocatie is gelegen in het overgangsgebied tussen de dorpsrand van de kern Dorst en de uitloper van het bosgebied ten oosten van Dorst. Vroeger was de locatie onderdeel van het bosgebied. Het spoor heeft het bosgebied 'afgekapt' en de locatie is landbouwgebied
blad 11 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
geworden. In het planconcept wordt een relatie gelegd tussen de bestaande wijk van Dorst en het bosgebied in het zuidoosten. Het groen wordt de bestaande woonwijk binnengehaald door een robuuste landschappelijke zone en een ruim opgezet groen straatprofiel, centraal door de nieuwe wijk. Er is sprake van een groot hoogteverschil in het gebied. Tussen de dorpsrand en het oostelijke deel van de locatie loopt de hoogte van ca. 8 m +NAP af naar ca. 6,50 m +NAP. Opvallend is de steilrand in het gebied. Hier zijn de hoogteverschillen goed waarneembaar. De hoogteverschillen, samen met het (oorspronkelijke) bosgebied vormen de inspiratie voor het ontwerp van dit nieuwe woongebied. De dorpsrand wordt afgerond met een orthogonale bebouwingsstructuur, waar reguliere woningen een plek krijgen. De steilrand wordt geaccentueerd door bijzondere woonvormen: woningen op 'hoogte' met een bijzondere overgang privé-openbaar en die uitkijken op het lager gelegen landschap. Deze woningen en de landschappelijke zone vormen de overgang naar de ruime kavels aan de oostzijde waar het boswonen wordt gerealiseerd. Naast grote Ruimte voor Ruimte kavels is hier ook ruimte voor twee-onder-een kapwoningen. In figuur 2.3 is het concept voor het plangebied weergegeven.
blad 12 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Figuur 2.3 - planconcept Woongebieden Binnen het plangebied Dorst-Oost worden in totaal maximaal 165 woningen gerealiseerd, verdeeld over verschillende deelgebieden. Met het landschap als basis kunnen de volgende drie woongebieden met een eigen woonkwaliteit worden onderscheiden: blad 13 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
1.
2.
3.
Dorpswonen (projectmatig): Bij de uitwerking van het westelijke woongebied wordt de aansluiting gezocht met het bestaande dorp. Kenmerkend voor dit woongebied is het doorzetten van de orthogonale structuur, een vergelijkbare verkavelingsopzet en de toepassing van zowel rijwoningen, tweekappers als (geschakelde) vrijstaande woningen. Wonen op steilrand (taludwoningen): Met de inpassing van het bestaande hoogteverschil kan een uniek woongebied worden gecreëerd en de overgang naar het landschap op karakteristieke wijze worden vormgegeven. De steilrand wordt geaccentueerd door bijzondere woonvormen: woningen op 'hoogte' met een bijzondere overgang privé-openbaar en die uitkijken op het aangrenzende landschap. In dit deelgebied zijn tweekappers en (geschakelde) vrijstaande woningen voorzien. Wonen in het bos (Ruimte voor Ruimte kavels): Bij de uitwerking van het oostelijke woongebied wordt de aansluiting gezocht met het bestaande bosgebied. Kenmerkend voor dit woongebied is de organische structuur met een extensieve verkavelingsopzet en de toepassing van vrijstaande woningen in een lommerijke omgeving.
Het stedenbouwkundig plan is weergegeven in figuur 2.4.
Figuur 2.4 - stedenbouwkundig plan Ontsluiting en parkeren Uitgangspunt bij de inrichting van de nieuwe wijk is om het verkeer dusdanig te spreiden dat de bestaande wegen in Dorst maar beperkt extra verkeer te verwerken krijgen. Zo is het westelijke deel van de wijk ontsloten op de bestaande wegen Cypressenstraat en de Meerberg en op de Oude Tilburgsebaan. Het oostelijke deel van de wijk (Ruimte voor Ruimte woningen) wordt ontsloten via de Oude Tilburgsebaan. Alle wegen in het plangebied kennen een 30 km/u regime. Omdat het een 30-kilometergebied betreft, worden binnen het plan langs de straten geen vrijliggende paden voor fietsers aangelegd. De fietser maakt gebruik van de rijbaan. In het plan is aangesloten op het gemeentelijk parkeerbeleid. Waar parkeren niet op eigen terrein kan worden opgelost, is in het straatprofiel ruimte opgenomen voor parkeren. In het westelijk deel wordt een groot deel van de benodigde parkeerplaatsen in de openbare blad 14 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
ruimte gerealiseerd, aangezien hier veel rijwoningen en geschakelde woningen zijn gepland. In het oostelijk deel van het plan wordt geparkeerd op eigen terrein. De kavels hebben een dusdanige grootte dat per kavel twee parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De rest van de parkeervraag wordt in de openbare ruimte opgelost, waarbij de parkeervoorzieningen een zo groen mogelijke inrichting krijgen. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met een aantal parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Dit wordt verder uitgewerkt bij het ontwerp van de inrichting van het openbaar gebied. Groen De locatie bevindt zich in een bosrijke omgeving. Zowel in het noorden als het zuiden wordt het beeld bepaald door groene flanken. Ondanks dat de spoorlijn tegen de planlocatie aan ligt, vormt de bosrijke omgeving een groen decor van het plangebied. Aan de noordwestzijde, tussen het spoor en het projectmatige deel van de woonwijk, wordt een parkzone aangelegd. Deze gaat over in een centraal gelegen parkzone die het oostelijk en westelijk deel van de wijk scheidt. De centraal gelegen parkzone zorgt samen met de taludwoningen tevens voor een herkenbaar hoogteverschil in het landschap dat momenteel ter plaatse van de steilrand aanwezig is (zie figuur 2.5). In de centrale parkzone is ruimte gereserveerd voor wateropvang (wadi's) wat goed te combineren is met recreatieve langzaam verkeersroutes.
Centraal door het projectmatige deel van de wijk loopt een groene as die de bestaande woningen verbindt met de centrale parkzone en het bosgebied in het zuidoosten. Daarnaast is in de profielen van de straten ruimte gereserveerd voor bomen en straatgroen.
Figuur 2.5 - profiel centrale parkzone Om in voldoende berging en afvoer/infiltratie van hemelwater te voorzien, zijn wadi’s opgenomen in het plan. Een wadi is een verdiepte groenzone die water kan vasthouden en laten infiltreren. Een wadi heeft bovengronds een beplante bovenlaag met een waterdoorlatende bodem die vanwege de ligging in het grondwaterbeschermingsgebied aan specifieke eisen dient te voldoen.
blad 15 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
blad 16 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Bovengemeentelijk beleid
3.1.1
Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving.
Figuur 3.1 - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De structuurvisie schetst ontwikkelingen en legt de ambities tot 2040 vast. De ambities zijn: 1. 2. 3.
Concurrentiekracht; Bereikbaarheid; Leefbaarheid en veiligheid.
Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven. De structuurvisie regelt geen specifieke zaken op provinciaal of lokaal niveau. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. blad 17 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Conclusie Door het nationale karakter van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de kleine schaal van onderhavig project, heeft dit nauwelijks raakvlak met dit nationaal beleid. De beoogde ontwikkeling past volledig in het streven naar het benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. De SVIR staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn de 13 nationale belangen uit de SVIR opgenomen, die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden. Sindsdien is het Barro op onderdelen herzien. Op 1 december 2020 is de geconsolideerde versie gepubliceerd. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
In het Barro komen de volgende nationale belangen terug: Besluit algemene regeling ruimtelijke ordening Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Rijksvaarwegen Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied Electriciteitsvoorziening Algemene en overige bepalingen Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Indien een ontwikkeling voldoet aan het provinciaal beleid op dit vlak zoals verwoord in een provinciale verordening, dan voldoet het plan ook aan de Barro. Conclusie Nabij de gemeente Oosterhout is het militaire vliegveld Gilze-Rijen gesitueerd. Voor dit militaire vliegveld gelden enkele belemmeringszones, obstakelbeheersgebieden en invliegfunnels. De voor dit plan relevante zijn verwerkt in de regels en op de verbeelding. Geluidzones Het grondgebied van de gemeente Oosterhout is deels gelegen binnen de geluidszones rondom Vliegbasis Gilze-Rijen. Het plangebied ligt echter niet binnen de geluidzones van de vliegbasis. blad 18 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Obstakelvrije zone Het plangebied ligt geheel binnen het obstakelvrije vlak van vliegbasis Gilze-Rijen (de Inner Horizontal en Conical Surface oftewel IHCS). De IHCS bestaat uit een horizontaal vlak waarbinnen een bouwhoogtebeperking van 56 meter boven NAP geldt, met aan de rand daarvan een oplopend vlak waar grotere bouwhoogtes zijn toegestaan. Het plangebied ligt niet binnen de invliegfunnel van de vliegbasis. De maaiveldhoogte ligt tussen 6,6 en 8,1 meter boven NAP. Gelet op de toegestane bouwhoogtes in dit plan is geen sprake van een belemmering. Radarstations De hele gemeente Oosterhout is gelegen in een radarverstoringsgebied. Binnen dit gebied mogen geen gebouwen worden opgericht hoger dan 113 meter boven NAP en geen windmolens hoger dan 90 meter boven NAP. De maaiveldhoogte ligt tussen 6,6 en 8,7 meter boven NAP. Gelet op de toegestane bouwhoogtes in dit plan is geen sprake van een belemmering. ABC-zones Het plangebied is niet nabij de munitieopslag van de Vliegbasis gelegen en ook niet binnen de A-zone, B-zone of C-zone (zones rondom inrichting voor activiteiten met explosieven). De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de nationale belangen.
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) / Ladder voor duurzame verstedelijking Per 2012 is in het Bro in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van de "ladder duurzame verstedelijking" (de ladder). In 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Omdat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (buiten bestaand stedelijk gebied), moet worden gekeken naar de behoefte. Deze behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. Kwantitatieve behoefte Gemeentelijk Voor de drie gemeenten Breda, Oosterhout en Etten-Leur is in 2016 een marktonderzoek naar de woningbehoefte uitgevoerd door Fakton. Op basis van het onderzoek is gebleken dat de effectieve vraag in Oosterhout een bandbreedte van 180 tot 220 woningen per jaar kent.
Gezien de beperkte productie in de afgelopen crisisjaren, wordt een inhaalvraag verwacht. De locatie is opgenomen in het gemeentelijk woningbouwprogramma en de 'Opgave woningbouwstrategie'. Het voornemen past daarmee binnen de gemeentelijke kwantitatieve behoefte. Regionaal blad 19 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
In de Regionale Agenda Wonen 2017 is een beeld geschetst van enkele actuele ontwikkelingen op de woningmarkt in Noord-Brabant. Naast de regionale plancapaciteit komt ook een aantal vraagstukken en opgaven rond de aansluiting van vraag en aanbod op de regionale woningmarkt in dit stuk aan bod. In de loop der jaren is de plancapaciteit teruggebracht om te voldoen aan de veranderende vraag en zo te komen tot een realistisch aanbod. Op dit moment blijft de gerealiseerde woningbouw achter op de geprognosticeerde woningbouwopgave. Voor de Regio West-Brabant, waar Oosterhout onderdeel van uitmaakt, is de prognose dat de woningvoorraad zal groeien met 27.075 woningen tot 1 januari 2026. De regio West-Brabant is verder onderverdeeld in een drietal subregio's: 1. 2. 3.
subregio Breda e.o. subregio Land van Heusden en Altena subregio West
De gemeente Oosterhout valt onder de subregio Breda e.o. Voor deze subregio is de prognose dat de woningvoorraad met 14.265 woningen zal toenemen tot 1 januari 2026. Deze woningbouwprognose van de subregio is weer verder doorvertaald per gemeente. Hierbij geldt voor de gemeente Oosterhout een groeiprognose van 1.530 woningen. Om het ‘accent op de aantallen’ verder te verminderen en de focus meer te leggen op ruimtelijke kwalitatieve afspraken en de urgentie rond tal van opgaven op de regionale woningmarkt, stuurt de provincie de komende periode aan op een werkwijze die niet zozeer gericht is op het jaarlijks maken van regionale kwantitatieve woningbouwafspraken, maar waarbij wordt aangesloten op ‘het ritme’ van actualiseren van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. Hiertoe is de ‘Monitor bevolking en wonen’ in het leven geroepen zodat tijdig knelpunten op de woningmarkt kunnen worden geconstateerd. De monitor wordt elk kwartaal geactualiseerd en bevat onder andere gegevens over de ontwikkeling en prognose van de bevolking, een actuele stand van de woningvoorraad en een inventarisatie van de plancapaciteit. Aan de hand van de ‘Monitor bevolking en wonen’ (provincie Noord-Brabant, cijfers 2019Q3) is de kwantitatieve woningbehoefte voor Oosterhout geactualiseerd.
Voor de gemeente geeft de indicator harde plancapaciteit aan dat de woningbehoefte met 78% ingevuld kan worden met de harde planvoorraad. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat in Oosterhout een behoefte aan nieuwe woningen bestaat. De samenwerking in de regio Breda e.o. is verankerd in het document 'Perspectief op wonen en woningbouw regio Breda 2.0'. Onderdeel van deze samenwerking is het maken van afspraken en regionale afstemming van nieuwe uitleglocaties voor woningbouw. Hierbij dient de betreffende gemeente het volgende te onderbouwen: de kwantitatieve aspecten van het plan, de afweging voor uitleg boven inbreiding, voor wie er wordt gebouwd, de relatie met de provinciale prognoses. In het bestuurlijk overleg wonen van 23 november 2020 is door de gemeente Oosterhout het plan Dorst-Oost toegelicht. Op basis van de toelichting en de daaraan ten grondslag liggende stukken heeft de stuurgroep een positief standpunt ingenomen ten aanzien van de uitleglocatie Dorst-Oost. De brief met deze onderbouwing is opgenomen als Bijlage 2 . In het onderhavige plan worden deels ruimte-voor-ruimtekavels gerealiseerd. De realisatie van Ruimte voor Ruimte woningen is een op zichzelf staande opgave. Deze woningbouwtitels mogen additioneel op de gemeentelijke opgaves worden toegekend. In het Pact van blad 20 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Brakkenstein, dat in maart 2000 is gesloten, is afgesproken dat de provincies de mogelijkheid krijgen om de financiering van deze vergoedingen terug te verdienen door de ontwikkeling van maximaal 6.500 woningbouwkavels. De provincie Noord-Brabant kreeg hierbij de mogelijkheid om 3.500 ruimte-voor-ruimtekavels te ontwikkelen. In dit plan wordt voorzien in maximaal 35 Ruimte voor Ruimte kavels (waaronder de 20 ruimte voor ruimte titels uit Bijlage 1). Kwalitatieve behoefte De jaarlijkse vraag bestaat voor het grootste gedeelte uit de productsegmenten meergezins huurwoningen en eengezins koopwoningen. Oosterhout kent een hogere vraag naar de woonmilieus ‘levendige stadswijk’ en ‘woonwijk met laag- en hoogbouw’. Met voorliggend plan wordt een gedifferentieerd woningbouwprogramma van grondgebonden typologiën gerealiseerd. Van bouwkavels voor vrijstaande woningen, geschakelde koopwoningen, patiowoningen en sociale huurwoningen. Hiermee worden verschillende doelgroepen bediend. Voor een nadere kwalitatieve behoefte wordt verwezen naar paragraaf 3.2.4 (gemeentelijk woonbeleid).
Buiten bestaand stedelijk gebied De definitie van het ‘bestaand stedelijk gebied’ is vastgelegd in artikel 1.1.1, lid 1 van het Bro en luidt als volgt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De beoordeling of een locatie is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied hangt af de omstandigheden van het geval: enerzijds wordt gekeken naar de specifieke ligging, de feitelijke situatie en de aard van de omgeving. Anderzijds is ook het vigerend planologisch-regime van belang. De gronden waarop de ontwikkeling gaat plaatsvinden zijn onbebouwd en hebben overwegend een agrarische bestemming. Er is derhalve geen sprake van bestaand stedelijk gebied. Derhalve dient te worden gemotiveerd dat een uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied noodzakelijk is om in de woningbehoefte te voorzien. Als een woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.
In de 'Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking' van het Ministerie van I&W zijn argumenten opgenomen op basis waarvan kan worden gemotiveerd dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling: 1. 2. 3.
kwalitatieve aspecten van de behoefte (denk bijvoorbeeld aan woonmilieu's die niet binnen bestaand stedelijk gebied kunnen worden ingepast) andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of volgens ruimtelijk beleid (zoals een structuurvisie) worden beoogd; aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplaatsen, bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten die zich voordoen op inbreidingslocaties.
Vanwege de specifieke eigenschappen van iedere kern is het gerechtvaardigd dat binnen de gemeente onderscheid wordt gemaakt in de specifieke behoefte per dorp. De woningvraag in Dorst is zeer gedifferentieerd. Er is dringend behoefte aan woningen en de beschikbaarheid van woningen in de bestaande voorraad is zeer gering. Zowel de lokale als regionale doelgroep waardeert het dorpse karakter van Dorst met relatief veel groen, ruime kavels en blad 21 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
een prettige sociale cohesie. Dorst kent geen omvangrijke ‘lege plekken’ binnen de huidige dorpscontouren waarin een dergelijk woonmilieu kan worden gerealiseerd. Een uitbreidingslocatie, die direct grenst aan de bestaande dorpsrand, biedt deze mogelijkheid wel. De uitbreiding vind plaats op een ‘logische’ locatie, direct aan de oostzijde van de bestaande dorpskern. Op basis van de gemeentelijke Structuurvisie Oosterhout is de locatie aangemerkt als 'ontwikkeling naar woongebied'. Tevens kan op basis van het provinciale beleid gesteld worden dat een zorgvuldige uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het plangebied voor een groot deel aangeduid als ‘Verstedelijking afweegbaar’. De zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling zijn gebieden waar, gelet op de ruimtelijke kwaliteiten, verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden liggen indien het bestaand stedelijk gebied niet toereikend is. In dit geval gaat het ook deels om de ontwikkeling van Ruimte-voor-Ruimte kavels, zoals is gebaseerd op de afspraken die zijn gemaakt in het Pact van Brakkenstein uit 2000. De ontwikkeling van kavels is daarbij gebaseerd op al behaalde milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst, vanwege de toepassing van de Regeling beëindiging veehouderij (Rvb).
In dit geval worden de Ruimte-voor-Ruimte kavels niet op de slooplocaties teruggebouwd, maar geclusterd gebouwd nabij de bebouwde kom van Dorst. Deze RvR-kavels worden, niet ter plaatse van, maar aansluitend op de in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ gerealiseerd. De ontwikkeling vindt plaats buiten het bestaand stedelijk gebied. Gelet op de kwalitatieve aspecten van deze ontwikkeling en het gebrek aan beschikbare ruimtes binnen het bestaand stedelijk gebied van Dorst wordt geconcludeerd dat uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied noodzakelijk is. Hiermee wordt aangetoond dat onderhavige woningbouwontwikkeling voorziet in een kwalitatieve behoefte en verantwoord buiten de bebouwde kom van Dorst wordt gesitueerd. Daarmee wordt voor dat aspect voldaan aan de Ladder. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van een invulling van een lokale behoefte met een gedifferentieerd aanbod. De woningvraag in Dorst is namelijk zeer divers. Er is behoefte aan woningen en de beschikbaarheid van woningen in de bestaande voorraad is zeer gering. Zowel de lokale als regionale doelgroep waardeert het dorpse karakter van Dorst met relatief veel groen, ruime(re) kavels en een prettige sociale cohesie. De kwantitatieve behoefte is regionaal afgestemd in de regio Breda e.o.
waar Oosterhout deel vanuit maakt. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel blad 22 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Conclusie Bij de verdere uitwerking van dit plan wordt rekening gehouden met de Waterwet .
3.1.2
Provinciaal beleid Brabantse Omgevingsvisie Net als het Rijk beschikt de provincie Noord-Brabant vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet over een omgevingsvisie: de Brabantse Omgevingsvisie. Deze visie is in december 2018 vastgesteld door provinciale staten van Noord-Brabant. De Brabantse Omgevingsvisie bevat de ambities van de provincie Noord-Brabant voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de periode tot 2050. De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen, die doelen zijn nog steeds opgenomen in bijvoorbeeld de SVRO. Bij een eventuele strijdigheid tussen de SVRO en de omgevingsvisie is de omgevingsvisie leidend. De Brabantse Omgevingsvisie zet in op behouden en verdere ontwikkeling van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De provincie richt zich met de Brabantse Omgevingsvisie op vier hoofdopgaven: 1. 2. 3. 4.
De energietransitie. Ontwikkeling van een Noord-Brabant dat om kan gaan met klimaatverandering. Noord-Brabant als slimme netwerkstad. Behouden en verder ontwikkelen van een concurrerende en duurzame economie.
Net als het Rijk streeft de provincie met de Brabantse Omgevingsvisie naar een manier van het benaderen van initiatieven in de fysieke leefomgeving die uitgaat van vertrouwen en het gezamenlijk met publieke en private partijen zoeken naar mogelijkheden om een initiatief te realiseren. Daarbij moeten initiatieven een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 24 mei 2019 is voor een periode van vier weken het ontwerp van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter inzage gelegd. De omgevingsverordening bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO). De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De Interim omgevingsverordening trad op 6 november 2019 in werking. Vervolgens zijn enkele wijzigingen doorgevoerd. Op 8 december 2020 is de geconsolideerde versie gepubliceerd. De laatste omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten.
De omgevingsverordening is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de omgevingsverordening is het plangebied in de omgevingsverordening net zo aangeduid als in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Hierna wordt ingegaan op de ligging van het plangebied binnen de kaarten uit de omgevingsverordening.
blad 23 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
I. Gemengd landelijk gebied en Groenblauwe mantel De locatie ligt deels binnen 'gemengd landelijk gebied' en deels binnen de 'groenblauwe mantel' (zie figuur 3.2). Op basis van het beleid van de provincie, verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, is uitbreiding buiten het stedelijk gebied niet overal toegestaan. Potentiële uitbreidingslocaties buiten het stedelijk gebied zijn aangewezen met de aanduiding 'verstedelijking afweegbaar'. Binnen zo'n aanduiding kan, onder voorwaarden, een stedelijke ontwikkeling plaatsvinden. Een deel van de woningbouwontwikkeling is niet aangeduid met de aanduiding 'verstedelijking afweegbaar', maar is gelegen binnen het landelijk gebied met de nadere aanduiding 'Groenblauwe mantel'. Het provinciaal beleid biedt de mogelijkheid om voor stedelijke uitbreidingen de grens van de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar' te wijzigen. Om de beoogde woningbouw op de locatie mogelijk te maken, dient deze aanduiding aan de gehele locatie toegekend te worden. Om dit mogelijk te maken, dient een onderbouwing te worden opgesteld, waarmee wordt aangetoond dat, conform artikel 5.3 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, de gewenste uitbreidingsrichting van de kern Dorst aanvaardbaar is en hiermee de herbegrenzing van de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar' te verantwoorden is.
De onderbouwing voor onderhavige ontwikkeling is gedaan met behulp van de lagenbenadering. Deze is opgenomen als Bijlage 3. Onderstaand is de conclusie van de onderbouwing opgenomen.
Figuur 3.2 - Uitsnede Interim omgevingsverordening basiskaart Landelijk Gebied
blad 24 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Figuur 3.3 - Uitsnede Interim verordening: stedelijke ontwikkeling (Provincie Noord-Brabant) Motivering herbegrenzing, verstedelijking afweegbaar 'groenblauwe mantel' De kern Dorst is gelegen op een dekzandwelving met een zone eerdgronden. Deze zones zijn grotendeels bebouwd geraakt ten behoeve van uitbreiding van de oorspronkelijke kern. Het plangebied is ook gelegen binnen deze zone. De locatie is grotendeels gelegen binnen het landelijk gebied met de nadere aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar' (ca. 80%), het overige gedeelte is gelegen binnen de Groenblauwe mantel (ca. 20%). Deze gebieden zijn als een buffer tussen het stedelijk gebied en het Natuurnetwerk Brabant gelegen. In de huidige situatie is het gehele plangebied in agrarisch gebruik. Er zijn daarmee ruimtelijk geen verschillen tussen beide plandelen (wel en niet binnen Groenblauwe mantel gelegen). Het plandeel dat is gelegen in de Groenblauwe mantel is een restant van een kleinschalig landbouwgebied met houtwallen. Er leven veel konijnen en muizen in het gebied. Hierdoor biedt het plek voor de das en kleine marterachtigen om zich te vestigen. De ecologische waarde van het perceel zit met name in de randen en de (restanten van) houtwallen. Het grootste deel van het plangebied is echter onderhevig aan intensief gebruik voor landbouw. Wanneer het plangebied bebouwd wordt verdwijnen de maïspercelen.
Hierdoor zal een deel van het voedselaanbod voor diverse diersoorten verdwijnen (met name in de herfst en winter door gewasresten). Het huidige landgebruik gecombineerd met de omgevingsfactoren geeft een bepaalde vorm van verstoring (denk aan factoren als: zaaien, oogsten, berijden, bespuiten, dump van tuinafval, gebruik voor hondenuitlaat en geluidverstoring door intensief treinverkeer). De aanwezige fauna is gewend aan deze storingsfactoren. In de nieuwe situatie zal ook sprake zijn van verstoring door aanwezigheid van mensen. Een bestemmingsplan dat is gelegen binnen de Groenblauwe mantel strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. De ruime opzet van de ontwikkeling maakt het mogelijk om ecologie en landschap een nadrukkelijke plaats te geven binnen het plan. Dit geeft kansen voor het ontwikkelen van een bijzonder woonmilieu met een landschappelijke en ecologische dooradering. Ook mag de nieuwe ontwikkeling geen barrière vormen voor flora en fauna. Om die reden zijn de kavels geclusterd en als eilandjes gelegen in het landschap. Tussen de eilanden is een brede landschappelijke zone aanwezig. Door in de inrichting te kiezen voor gebiedseigen plantmateriaal, dat voedsel biedt aan de fauna kan verlies aan maïspercelen deels worden opgevangen.
In beginsel zal bij uitvoering van de werkzaamheden verslechtering optreden. blad 25 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Echter door de gekozen inrichting blijft het potentieel leefgebied van marterachtigen en de das voor de lange termijn behouden. Door deze elementen in het ontwerp in te passen, worden de ecologische voorwaarden gecreëerd om beschermde soorten in het landschap te behouden. Er wordt met deze ontwikkeling een bijdrage geleverd aan behoud van de landschappelijke waarden op de lange termijn. Op basis van de voorliggende lagenbenadering kan opgemaakt worden dat de gewenste woningbouwlocatie over voldoende potenties voor woningbouw beschikt en belemmeringen van de bestaande kwaliteiten niet te verwachten zijn. De locatie is daarmee een logische uitbreidingsrichting voor Dorst. Dit onderwerp komt nader aan bod verderop in deze paragraaf onder 'Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant'. II. Natuurnetwerk Brabant Een deel van het gebied is gelegen in het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Aangezien sprake is van ruimtebeslag binnen het NNB in het plangebied, is herbegrenzing noodzakelijk. Dit is uiteengezet in Bijlage 4. Er is sprake van directe aantasting van het NNB in de vorm van ruimtebeslag van circa 2.924 m², door de realisatie van de nieuwe ontsluiting (kappen van bomen). Daarnaast is er ook sprake indirecte aantasting door de verstoring (geluid, licht, betreding, e.d.) en versnippering van het NNB. Dit betreft een andere locatie.
Het gedeelte waar indirecte aantasting plaatsvindt wordt in stand gehouden als NNB.
Figuur 3.4 - Uitsnede Interim verordening: kaart natuur en stiltegebieden (Provincie Noord-Brabant) Directe aantasting Het gedeelte van het NNB dat in het plangebied ligt, wordt direct aangetast door de aanleg van de ontsluitingsweg en het deel ten westen van deze weg raakt zodanig geïsoleerd, zodat het niet meer als onderdeel van een functionerend NNB kan worden beschouwd. Omdat het bos ouder is dan 100 jaar, is compensatie op basis van de Interim Omgevingsverordening Brabant (artikel 3.22) maatwerk. De provincie heeft de compensatiefactor 2/3 bepaald aan de hand van de ouderdom van het bosgebied (ouder dan 100 jaar) in combinatie met de ecologische diversiteit van het bosgebied (gering). De compensatie bedraagt daarmee 1,67 x het oppervlak van de directe aantasting. De bijbehorende compensatieopgave bedraagt daarmee 1,67 x 2.924 = 4.883 m2 . Dit oppervlak dient gecompenseerd te worden. blad 26 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Figuur 3.5 - Oppervlakte directe aantasting NNB (in rood) Indirecte aantasting Er is onderzoek gedaan om de aantasting als gevolg van geluid (wegverkeer en railverkeer), licht en betreding (Bijlage 4) in beeld te brengen. De zone in het bosgebied waar sprake is van indirecte aantasting (gelegen tussen de wandelpaden) heeft een breedte van gemiddeld circa 35 meter en een lengte van circa 300 meter. De oppervlakte van het gebied waar sprake is van indirecte aantasting bedraagt daarmee circa 10.500 m2 . In deze zone is sprake van verstoring, maar niet van fysieke aantasting. Onderstaand wordt ingegaan op de diverse aspecten die zorgen voor de indirecte aantasting.
Figuur 3.6 - Uitsnede Interim verordening: kaart natuur en stiltegebieden, zone indirecte aantasting (Provincie Noord-Brabant) Geluidverstoring Het NNB-gebied dat als gevolg van het plan te maken krijgt met een hogere geluidbelasting (boven de drempelwaarde) moet worden gecompenseerd met 0,33 x oppervlak indirecte aantasting. De gemeente heeft aangegeven dat hierbij van de volgende drempelwaarden moet worden uitgegaan: voor bosgebied 42 dB(A), voor open gebied 47 dB(A) en voor een mix van deze typen gebieden 45 dB(A). In aanvulling daarop heeft de provincie aangegeven dat de compensatie alleen geldt voor de gronden waar in de huidige situatie geen sprake is van een overschrijding van de drempelwaarde, maar in de toekomst – als gevolg van het plan – wel.
blad 27 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Er is geluidonderzoek uitgevoerd om het effect van de geluidverstoring van het plan ten opzichte van de huidige situatie in beeld te brengen. Uit de geluidberekeningen voor de plansituatie - waarin met name effecten van verkeer en van het geluidsscherm merkbaar zijn - kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. 2.
Er is geen significante toename van de cumulatieve geluidbelasting op de omliggende NNB-bosgebieden. De compensatieopgave als gevolg van geluid is daarmee 0 m2 ; Er is sprake van verbetering van de geluidssituatie in 3,4 ha NNB-bosgebieden. Deze kwaliteitsverbetering van het NNB wordt bij herbegrenzing volgens ‘Artikel 3.19 Toepassing van het 'Nee, tenzij-beginsel’ uit de Omgevingsverordening, niet verdisconteerd in de compensatieopgave.
Lichtverstoring Voor wat betreft het aspect lichtverstoring geldt voor NNB-gebied de richtlijn van maximaal 1 lux. Om lichthinder te voorkomen, kunnen maatregelen worden getroffen om inschijnend licht uit het NNB te weren. De aanleg van de nieuwe woonwijk leidt tot de introductie van lichtbronnen vanuit woonhuizen en tuinen alsmede vanuit de daarmee samenhangende toename van wegverkeer. Dit leidt tot een vermindering van de kwaliteit van ‘donkerte’ in het NNB. Met name nacht-actieve diersoorten zoals vleermuizen, andere kleine zoogdieren en uilen ondervinden hier hinder van, en zullen naar verwachting de eerste aangrenzende zone rondom de woonwijk mijden. Dit geldt in mindere mate voor bepaalde vleermuissoorten die profiteren van een groter insectenaanbod rond lantaarns, zoals de gewone en de ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Niet alle vleermuissoorten profiteren van de concentratie van insecten rond lantaarns (www.zoogdiervereniging.nl). Het effect van lichtverstoring van het plan t.o.v. de huidige situatie dient gemitigeerd te worden of, indien dat niet mogelijk is, gecompenseerd te worden in het plangebied of aan de randen daarvan. Verstoring door bewoning en recreatiedruk Het planvoornemen leidt ten opzichte van de huidige situatie tot verstoring door bewoning (huisdieren, spelende kinderen) en door recreatie (betreding).
Dit betreft geluidverstoring, optische verstoring en mechanische verstoring. Voor wat betreft het aspect recreatie zijn er geen richtlijnen. Effecten kunnen worden verminderd of verzacht door mitigerende maatregelen in en/of om plangebied. De provincie heeft aangegeven dat er weliswaar sprake is van verstoring, maar niet van fysieke aantasting. De provincie hanteert daarbij een compensatiefactor van 0,75 van het verstoorde gebied, waarbij de verstoorde zone van het bosgebied in het NNB kan blijven liggen. Er is in dit geval dus geen sprake van herbegrenzing van het NBB. Hierbij in aanmerking nemende dat er in de huidige situatie al sprake is van verstoring door recreatie, de bosvegetatie als zodanig gehandhaafd blijft, dus ook het ondergrondse deel dat een essentieel onderdeel is van de ontwikkeling van het bos in samenhang met de bosgroeiplaats en het bos deel blijft uitmaken van het aaneengesloten bosgebied. Het effect van verstoring door extra recreatie als gevolg van het plan t.o.v. de huidige situatie dient gemitigeerd te worden of, indien dat niet mogelijk is, gecompenseerd te worden. Gezien de beperkte mogelijkheden voor mitigatie van verstorende effecten in het bosgebied als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe wijk en de daardoor te verwachten blad 28 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
effecten, wordt uitgegaan van een combinatie van mitigerende en compenserende maatregelen. Voor de compensatie wordt uitgegaan van een verstoorde zone in het bosgebied met een breedte van gemiddeld circa 35 meter over een lengte van circa 300 meter (zie figuur 3.6). De bijbehorende compensatieopgave bedraagt 0,75 x 10.500 m2 = 7.875 m2 . Compensatie In beginsel moet de aantasting van waarden zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, dienen de negatieve effecten - in volgorde - zoveel mogelijk te worden beperkt, te worden gemitigeerd, en de resteffecten die overblijven na mitigatie moeten worden gecompenseerd. De effecten die leiden tot aantasting en oppervlakteverlies van het NNB vormen aanleiding voor een herbegrenzing van het NNB, waarbij delen uit het NNB worden verwijderd en delen aan het NNB worden toegevoegd (compensatie). De compenserende maatregelen zijn een afgeleide van de berekende compensatieopgave. De compensatieopgave volgt uit de directe aantasting (ruimtebeslag en versnippering) en indirecte aantasting (als gevolg van verstoring). De compensatieopgave betreft:
Voor de compensatie bestaan twee mogelijkheden: fysieke compensatie en financiële compensatie. Fysieke compensatie Bij fysieke compensatie voor verstoring of aantasting van NNB geldt dat dit moet plaatsvinden elders binnen het aangewezen, maar nog niet gerealiseerde NNB (of evz). Daarmee worden die gebieden bedoeld die nog niet zijn ingericht als NNB of evz en waarvoor ook geen subsidie is verstrekt voor inrichting. De voorkeur van gemeente en provincie gaat voor plangebied Dorst-Oost uit naar fysieke natuurcompensatie. Daarbij heeft de gemeente de voorkeur voor fysieke natuurcompensatie binnen de gemeentegrenzen. Het binnen de gemeentegrenzen enige nog aangewezen nog niet gerealiseerde NNB betreft het perceel “Toxandria”, gelegen ten zuiden rijksweg (Figuur 3.7). Dit betreft een terrein met een oppervlakte van circa 1,9 ha in eigendom van Staatsbosbeheer, dat verpacht wordt aan een agrariër. Staatsbosbeheer heeft door middel van brieven aan de gemeente Oosterhout en Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte te kennen gegeven de intentie te hebben om medewerking te verlenen aan de compensatie van de NNB voor Dorst-Oost en in te stemmen met de voorgestane woningbouwontwikkeling.
Het is op moment van ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan nog niet definitief bekend of de inzetbaarheid van het compensatieperceel haalbaar is en tijdig kan worden gegarandeerd in relatie tot de procedure voor het bestemmingsplan Dorst-Oost.
blad 29 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
Figuur 3.7 - Ligging perceel 'Toxandria' (nog niet gerealiseerde NNB) Binnen de gemeente Oosterhout komt op termijn een andere mogelijke compensatielocatie langs de Rijksweg (N282) eventueel beschikbaar als compensatiegebied. Ook van deze locatie is op dit moment nog niet bekend of de inzetbaarheid van het compensatieperceel tijdig kan worden gegarandeerd in relatie tot de procedure voor het bestemmingsplan Dorst-Oost. Deze mogelijke compensatielocatie wordt verder dan ook buiten beschouwing gelaten. Omdat fysieke natuurcompensatielocaties niet tijdig inzetbaar zijn, wordt vooralsnog gebruik gemaakt van de optie van financiële compensatie als enige tijdig te realiseren invulling van de compensatieverplichting. Financiële compensatie Indien fysieke natuurcompensatie onvoldoende compensatiemogelijkheden biedt, dan kan worden uitgegaan van financiële compensatie. Financiële compensatie dient te worden gestort in de provinciale compensatievoorziening. Voor de natuurcompensatie voor Dorst-Oost wordt dus uitgegaan van financiële compensatie, omdat fysieke natuurcompensatielocaties niet tijdig inzetbaar zijn. Als provinciaal richtbedrag voor natuurcompensatie geldt een standaardbedrag van €10,00/m2 . Het financieel te compenseren bedrag komt daarmee op 12.758 m2 x € 10,00 = €127.580,00. Dit bedrag wordt door de initiatiefnemer gestort in de provinciale compensatievoorziening.
Dit wordt geborgd in een anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. Mitigatie Naast compensatie dienen mitigerende maatregelen te worden genomen om de impact van de ontwikkeling op het NNB te voorkomen of beperken. In Bijlage 4 zijn deze maatregelen beschreven. Hierbij is achtereenvolgens aandacht voor maatregelen op het gebied van het beperken van de effecten als gevolg van lichthinder en betreding (bewoning/recreatie). Daarnaast wordt ingezet op de kwaliteitsverbetering van de bosvegetatie. De invulling en borging hiervan worden meegenomen bij de verdere uitwerking van het plan.
blad 30 van 139
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost) Gemeente Oosterhout Projectnummer 0455905
III. Overige aanduidingen Verder zijn onderstaande artikelen uit het de Interim Omgevingsverordening van toepassing op het plangebied en de ontwikkeling. Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels indien: a. b. c. d.
er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar.