CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan buitengebied (incl. lint Oosteind) herziening 31 (Tracébesluit)

Raadsvergadering 19 juli 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 338601 Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27)15.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

•

Maaien van vegetatie voorafgaand aan grondwerkzaamheden en maai- of graafwerkzaamheden, vanaf één kant uitvoeren;

•

Het nieuwe kunstwerk over de Donge voorzien van doorlopende faunaverbindingen;

•

Aanbrengen van een lichtscherm voor vleermuizen langs de verbindingsweg welke tevens dienst doet als geleiding voor grondgebonden zoogdieren;

•

Realisatie van een faunapassage in de verbindingsweg ter hoogte van de toegangsweg naar de composteerinrichting bij metrering 500.

Aan zuidwestzijde van de Donge onder het nieuwe kunstwerk wordt een doorlopende oever gerealiseerd, waarbij tegen het landhoofd een droge loopstrook van 1 meter wordt aangebracht die aansluit op de omgeving en waarbij de rest van de oeverzone het huidige maaiveld volgt. Aan weerszijden van de passage, aan beide zijden van de weg, worden faunarasters gerealiseerd. Ten noorden van de nieuwe inrit naar het composteerbedrijf wordt een faunapassage in de nieuwe verbindingsweg richting Raamsdonksveer aangelegd. Vanwege de kwetsbaarheid van het gebied is ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden essentieel en mogen er buiten de TB-grens geen extra werkterreinen of wegen in het natuurgebied worden aangelegd. Voor de steenmarter en andere marterachtigen (wezel, bunzing) kunnen nieuwe verblijfplaatsen in de directe omgeving worden gerealiseerd in de vorm van marterhopen, stobben en nieuw struweel. Voor algemene grondgebonden zoogdieren worden huidige passagemogelijkheden gehandhaafd en wordt tijdens de aanlegwerkzaamheden de algemene zorgplicht in acht genomen. Voor het OTB wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is voor de fysieke aantasting van leefgebied van de bever in het bosgebied De Hillen. Er is geen sprake van aantasting van burchten of essentieel foerageergebied.

Door de mitigerende maatregelen zoals hierboven beschreven worden negatieve effecten als gevolg van barrièrewerking in het gebied weggenomen. Om verstoring in de aanlegfase te voorkomen worden eveneens mitigerende maatregelen genomen zoals hierboven beschreven. Hiermee worden effecten als gevolg van verstoring in de aanlegfase zoveel als mogelijk beperkt. In het kennisdocument van de bever van BIJ12 worden verstoringsafstanden aangegeven van 20, 50 en 100 meter. De afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde burcht bedraagt circa 50 meter. De werkzaamheden vinden daardoor plaats binnen de buitenste verstoringszone. Hierdoor kan er ondanks de mitigerende maatregelen mogelijk nog sprake zijn van een (gering) resteffect tijdens de aanlegfase. Hierdoor wordt een Wnb ontheffing voor verstoring van de bever nodig geacht. Omdat de huidige staat van instandhouding van de beverpopulatie goed is, komt de gunstige staat van instandhouding niet in het geding en kan de ontheffing worden verleend. Voor de fysieke aantasting van verblijfplaatsen van de steenmarter in het bosgebied De Hillen is Wnb ontheffing nodig. Er worden voldoende mitigerende en compenserende maatregelen genomen waardoor de gunstige staat van instandhouding naar verwachting niet in het geding is en de ontheffing kan worden verleend.

Vleermuizen Op basis van de effectbeoordeling is per locatie onderzocht welke mitigerende maatregelen kunnen worden toegepast om effecten te voorkomen of te verzachten. Ook worden er compenserende maatregelen voor verblijfplaatsen genomen. De maatregelen zijn erop gericht om de functionaliteit van de verblijfplaatsen en van de essentiële vliegroutes te blad 32 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

waarborgen. Voor het OTB wordt geconcludeerd dat er ontheffing nodig is voor de vernietiging van vaste verblijfplaatsen. Het gaat om de soorten ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis in bomen in het bosgebied De Hillen. Er is sprake van overtreding van verbodsbepaling artikel 3.5 uit de Wet natuurbescherming. Door het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen zijn er geen effecten op de gunstige staat van instandhouding van de populaties en kan de ontheffing naar verwachting verleend worden. Tevens wordt voor de nieuwe verbindingsweg binnen natuurgebied De Hillen aan beide zijden van de weg een lichtscherm aangelegd om lichthinder voor vleermuizen te beperken.

4.5.1

Natuurnetwerk Brabant (NNB) Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden en landbouwgebieden, zoals bijvoorbeeld de Vrachelse Heide en de Boswachterij Dorst in de gemeente Oosterhout, die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan verschillende planten en dieren) bevorderd. Maar het Natuurnetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en natuur helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Om het NNB als netwerk te laten functioneren, werkt de provincie samen met andere partijen aan het aanleggen van ecologische verbindingszones en het oplossen van faunaknelpunten in de infrastructuur. Dit wordt onder andere bereikt door: • •

Het concreet aanwijzen van de gebieden die tot het NNB behoren en het vastleggen van de natuurdoelen (bepalen); Voor zover nodig functiewijziging van landbouwgrond en ander niet-natuurgebruik naar natuurgebied door aankoop of particulier natuurbeheer (deelname).

Bij het opstellen van een bestemmingsplan zijn gemeenten verplicht aansluiting te zoeken bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden die in het natuurbeheerplan zijn beschreven. Deze waarden en kenmerken zijn per gebied vastgelegd in een beheertypenkaart en in een ambitiekaart. Zolang er geen sprake is van een significante aantasting, is er vanwege het NNB geen grond om de activiteit tegen te houden. Als er aantasting van waarden optreedt, geldt dat de negatieve effecten als gevolg van de verstoring, waar mogelijk, worden voorkomen en beperkt. Als dat niet mogelijk is, moet de aantasting worden gecompenseerd. Hiervan kan ook sprake zijn, indien er ontwikkelingen van buiten de NNB, effect hebben op de NNB (zogenaamde “externe werking”). Voor het compenseren zijn er regels gesteld in de provinciale interim-Verordening ruimte. De gemeente vindt het van belang compensatie te laten landen binnen de gemeentegrenzen zodat de kwaliteit van de leefomgeving netto niet verslechterd. Bestemmingsplan Er is sprake van significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland gebied door fysiek ruimtebeslag. Met de Provincie Noord-Brabant is overeengekomen dat aan de compensatieverplichting zal worden voldaan door middel van een financiële bijdrage in de regionale Groenontwikkelfondsen.

Ook de verstoring door toename van geluid op Natuurnetwerk Nederland gebied wordt gecompenseerd. Bij de EVZ Donge wordt het nieuwe kunstwerk van de nieuwe verbindingsweg met Raamsdonksveer over de Donge voorzien van doorlopende ecologische oevers. Alle faunapassages worden voorzien van geleidende faunarasters. Bestaande overige blad 33 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

faunapassages worden verlengd waarbij het ecologisch functioneren wordt gehandhaafd. Door het nemen van bovenstaande maatregelen is geen sprake van negatieve effecten op het functioneren van ecologische verbindingszones. Er is geen sprake meer van significante vermindering van samenhang tussen NNN-gebieden.

4.6

Milieu

4.6.1

Geluid Voor de geluidsgevoelige bestemmingen, waar op grond van de berekende resultaten sprake is van een overschrijding van de grenswaarde voor aanleg van een nieuwe weg of aanpassing van de weg, is een toets aan de normen van de Wet milieubeheer uitgevoerd om te kunnen bepalen of geluidsreducerende maatregelen moeten worden getroffen om de toekomstige geluidsbelasting van die woningen tot de voorkeurswaarde terug te brengen. Daarnaast is, waar relevant, getoetst een de Wet geluidhinder. Door de toepassing van een geluidsreducerend wegdek is voor veel aanpassings-, sanerings- en aanpassingswoningen de overschrijding van de grenswaarde weggenomen. In artikel 7 van het Tracébesluit zijn de geluidmaatregelen opgenomen. Voor het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is gebleken dat er geen geluidreducerende maatregelen zoals een geluidsreducerend wegdek of geluidschermen noodzakelijk zijn. Er zijn geen hogere waarden vastgesteld voor objecten op Oosterhouts grondgebied of buiten Oosterhouts grondgebied vanwege het wegdeel op Oosterhouts grondgebied.

4.6.2

Luchtkwaliteit Het traject is opgenomen in het NSL. Uit het Tracébesluit blijkt dat het project wat betreft het onderdeel luchtkwaliteit kan worden gerealiseerd met de grondslag artikel 5.16, eerste lid onder d, juncto artikel 5.16 tweede lid sub d van de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: a. b. c. d.

4.6.3

Een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; Ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; Een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht; Een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit).

Externe veiligheid Voor het plangebied (van het Tracébesluit) verandert het Groepsrisico niet ten opzichte van de referentiesituatie. Het vervoer van gevaarlijke stoffen verandert niet ten opzichte van de referentiesituatie, evenmin als de kans op een ongeval. Verantwoording van het Groepsrisico is nodig als de oriëntatiewaarde hoger is dan 1 of als deze ligt tussen 0,1 en 1 maar met meer dan tien procent toeneemt. Om te bepalen of de oriëntatiewaarde hoger is dan 0,1 en dus toetsing noodzakelijk is, zijn vuistregels vastgelegd in de Handleiding risicoanalyse transport. Hierbij wordt gekeken naar overschrijding van een drempelwaarde welke gebaseerd is op de dichtheid van de bevolking en de afstand tot de weg. Op basis van deze vuistregels blijkt de oriëntatiewaarde onder de 0,1 ligt en toetsing niet nodig is. Middels deze risicoberekening is beoordeeld of het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt, dit blijkt niet het geval te zijn.

blad 34 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Omdat het Groepsrisico niet verandert en niet boven de oriëntatiewaarde ligt, zijn uit het oogpunt van externe veiligheid geen maatregelen nodig. Het opstellen van een verantwoording Groepsrisico is evenmin nodig. Voor het wegvak Afrit 31 (Terheijden) – Knooppunt Hooipolder is geen sprake van een plasbrand-aandachtsgebied (PAG) of GR-plafond. De afstand van het PR-plafond voor dit wegvak is 9 m (PR 10-6). Toetsing of het aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen het PAG toeneemt is zodoende niet nodig. Ten gevolge van het plan is er geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de PR plafonds. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen BRZO bedrijven gelegen. Het dichtstbij gelegen BRZO bedrijf is gelegen op een afstand van circa 1.900 meter (Zeilmakerijweg Oosterhout). Daarnaast is er geen 10-6 contour van een BRZO-bedrijf over de te wijzigen wegvakken gelegen. Het effect van een zwaar ongeval bij het BRZO bedrijf op de externe veiligheid van de hoofd(vaar)weg binnen het plangebied is dan ook nihil in zowel de referentie- als de plansituatie. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het Tracébesluit.

4.6.3.1

Beleidsvisie externe veiligheid 2017 In de Beleidsvisie externe veiligheid worden gemaakte keuzes en hun onderlinge samenhang aangegeven en de consequenties van de keuzes worden duidelijk gemaakt. Externe veiligheid is gericht op de bescherming van burgers tegen de gevolgen van ongevallen door het gebruik en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen en het transport ervan over een spoorweg, het water, een weg en door buisleidingen. Om individuele burgers tegen deze risico's te beschermen moeten risicobronnen als eerste worden voorkomen. Als dat niet kan, moeten de risico's worden beperkt en beheerst door maatregelen aan de bron te nemen. Wanneer risicobronnen in een gebied aanwezig zijn, moeten die zo zijn gelegen dat burgers voldoende worden beschermd tegen de effecten van een calamiteit. We noemen dit ruimtelijke scheiding. Wettelijke veiligheidsafstanden zijn vastgesteld, waardoor er een minimale ruimtelijke scheiding ontstaat. De Beleidsvisie externe veiligheid is gemaakt om een verdergaande ruimtelijke scheiding tussen risicovolle activiteiten en te beschermen objecten te waarborgen. Om ruimtelijke scheiding tussen Bevi-inrichtingen en de te beschermen objecten te stimuleren zijn de volgende twee gebiedstypen gekozen: 1. Gebied A waar nieuwe Bevi-inrichtingen zijn toegestaan en inrichting(en) met een opslag van maximaal 10 ton vuurwerk; 2.

Gebied B waar Bevi-inrichtingen en inrichting(en) met opslag van vuurwerk niet zijn toegestaan, met uitzondering van de bestaande situaties. Deze gebiedskeuze geldt alleen voor de Bevi-inrichtingen. Bestemmingsplan In het kader van het Tracébesluit is getoetst aan wettelijke veiligheidsafstanden. In het plangebied worden geen Bevi-inrichtingen (risicovolle inrichtingen) toegelaten, zoals opgenomen in artikel 3 van de planregels behorend bij onderhavig bestemmingsplan. Zodoende wordt voldaan aan de beleidsvisie externe veiligheid 2017.

4.7

Cultuur

4.7.1

Gemeentelijke beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie In de beleidsnota Cultuurhistorie, Monumenten en Archeologie 2008-20018, welke op 20 januari 2009 is vastgesteld, is het gemeentelijk beleid op het gebied van cultuurhistorie vastgelegd. Hoewel de termijn verlopen is, werkt de gemeente Oosterhout nog steeds in lijn

blad 35 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

met deze nota en de nota blijft het toetsingskader. Het doel van de beleidsnota is het betrekken van cultuurhistorie bij planvorming, zodat archeologische vindplaatsen en cultuurhistorisch waardevolle structuren niet langer verloren gaan. Centraal in de beleidsnota staat, in lijn met de Nota Belvedere, de opvatting dat bescherming van cultuurhistorisch erfgoed en dynamiek in de ruimtelijke inrichting prima samen kunnen gaan (‘behoud door ontwikkeling’). De nota geeft daarnaast een eerste aanzet om te komen tot een gemeentelijk archeologiebeleid. In de nota is vastgelegd hoe de monumenten, archeologie en cultuurhistorische waarden kunnen worden beschermd en ontwikkeld, en zichtbaar kunnen worden gemaakt. Cultuurhistorie dient als volwaardig belang te worden meegenomen bij ruimtelijke inrichtingsplannen. Cultuurhistorische waarden hoeven hierbij niet altijd doorslaggevend te zijn, maar de kansen die cultuurhistorie biedt, moeten reeds in een vroeg stadium worden meegewogen in de planvorming.

4.7.1.1

Erfgoedkaart Om de aanwezige cultuurhistorische waarden (monumentale gebouwen, archeologische terreinen, cultuurhistorische landschapselementen en historische stedenbouwkundige structuren en infrastructuur) in beeld te brengen, is een gemeentelijke erfgoedkaart vervaardigd, die met name een signalerende functie heeft. Hierdoor wordt een integrale afweging mogelijk. Op basis van de erfgoedkaart, kunnen cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle gebieden in bestemmingsplannen een passende regeling krijgen. Op basis van de Erfgoedkaart is een vigerend gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld (Erfgoedverordening met archeologische beleidskaart).

Figuur 4.3: Gemeentelijke Erfgoedkaart (uitsnede plangebied en omgeving). Bestemmingsplan Er bevinden zich geen monumenten in het plangebied. Een deel van het plan betreft de verbreding van bestaande wegen. De nieuwe verbindingsweg wordt gerealiseerd bij voormalige stortplaats ‘’De Hillen’’. Momenteel bevindt zich hier een composteerbedrijf. Op de kaart is het gebied aangegeven waar ontgrondingen hebben plaatsgevonden. In het grootste deel van het plangebied is de archeologische verwachting laag. Ter plaatse van de bestaande infrastructuur is de verwachting middelhoog. Het plangebied kent binnen het huidige bestemmingsplan geen dubbelbestemming archeologie. Voorafgaand aan de uitvoering dient wel archeologisch onderzoek, in de vorm van booronderzoek met eventueel blad 36 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

aanvullend proefsleuven, te worden uitgevoerd.

4.7

Welstandnota Per 1 oktober 2015 geldt er in Oosterhout bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geen welstandstoets meer. Wel zal er achteraf, via een zogenaamde excessenregeling, kunnen worden opgetreden tegen bouwwerken die in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Daarnaast zal in de nieuwbouwwijk De Contreie de welstandstoets wel van toepassing blijven. Er blijven ook welstandseisen gelden indien sprake is van een beschermd stads- en dorpsgezicht of indien sprake is van de aanwezigheid van rijks- of gemeentelijke monumenten. Het plangebied kent geen welstandsregime.

blad 37 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

blad 38 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Wettelijke vereisten De gehele inpassing van het Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder wordt vertaald in diverse bestemmingsplannen. Om de inpassing overzichtelijk te houden is in alle bestemmingsplannen bedoeld om het Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder in te passen aangesloten bij één set regels, welke is gebaseerd op het gemeentelijke 'Handboek (digitale) bestemmingsplannen' 2019 van de gemeente Oosterhout. Op deze wijze wordt de inpassing van het Tracébesluit op uniforme wijze verwerkt. Het handboek bevat een set regels die voor alle nieuwe bestemmingsplannen binnen de gemeente wordt gehanteerd, waardoor sprake is van uniforme regelingen in de diverse plannen. In het Handboek is gestreefd naar standaardisering van bestemmingen en regels zoals aangegeven in de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer globaal tot gedetailleerd. Het onderhavige bestemmingsplan beschrijft meer dan alleen de hoofdlijnen van het beleid, doch treedt niet al te zeer in details. Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is het Tracébesluit A27 planologisch-juridisch te verankeren, waarbij het onherroepelijke Tracébesluit 1-op-1 is overgenomen en het bestemmingsplan dus geen nieuwe of andere zaken mogelijk maakt dan al in het Tracébesluit is toegestaan.

blad 39 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

5.2

Verbeelding

Figuur 5.1: Verbeelding Tracé A27 in de gemeente Oosterhout

5.3

Bestemmingen Hieronder worden de meeste voorkomende bestemmingen kort toegelicht.

5.3.1

Opzet regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt:    

Betekenis afspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in blad 40 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

deze volgorde opgebouwd:         

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

De specifieke nadere eisenregelingen, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk een omgevingsvergunningstelsel voor werken en werkzaamheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan.

5.3.2

Toelichting bestemmingen Verkeer De tot 'Verkeer' bestemde gronden zijn bedoeld voor voorzieningen voor verkeer en verblijf, groen- en nutsvoorzieningen, kunstwerken en -objecten, geluidwerende voorzieningen, straatmeubilair, en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Er zijn nadere regels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor hoofdwaterkering en daarbij behorende voorzieningen voor de kering van het water, aanleg, instandhouding en/ of bescherming van de hoofdwaterkering, waterhuishouding en voorzieningen ten behoeve van het scheepvaartverkeer en verhardingen ten behoeve van de waterkering. Er mag alleen worden gebouwd na verkregen toestemming van het Waterschap.

blad 41 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

blad 42 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Hoofdstuk 6

Handhaafbaarheid Handhaving vormt een belangrijk onderdeel van een beleidscyclus. Regels worden gesteld met als doel het beschermen van een bepaald belang. Zonder toezicht op naleving van deze regels bestaat het risico dat dit doel onvoldoende bereikt wordt. Tevens komt de gemeente ongeloofwaardig over als gestelde regels niet worden gehandhaafd. Handhaafbaarheid, draagvlak en naleefgedrag Een eerste voorwaarde voor handhaving is een duidelijk en handhaafbaar beleid en regelgeving. Om die reden worden nieuwe versies van digitale handboeken en die onderdelen van bestemmingsplannen die afwijken van het digitale handboek, door de afdeling die belast is met vergunningverlening en handhaving, gecontroleerd op uitvoerbaarheid. Ook voor dit bestemmingsplan heeft deze toets plaats gevonden. Naast handhaafbare regels dient er ook het nodige draagvlak voor het nieuwe beleid en de daaruit voortvloeiende regels te zijn. Immers zal een plan met weinig draagvlak op weinig naleefgedrag kunnen rekenen. Het creëren van draagvlak is onder andere bewerkstelligd door in de verschillende fasen van het planproces burgers, belangenorganisaties en andere belanghebbenden te betrekken, al dan niet via wettelijk bepaalde inspraakmomenten.

Preventieve en repressieve handhaving Naast repressie (handhavend optreden op het moment dat er sprake is van een overtreding) heeft preventie een belangrijke functie in de gemeentelijke handhavingsstrategie (de gemeente hanteert de landelijke handhavingsstrategie). Bij preventief handhaven spelen vooral dialoog, voorlichting en advisering een belangrijke rol. Zo voorziet het handhavingsbeleid van de gemeente Oosterhout in meer aandacht voor voorlichting en communicatie, onder andere door het uitgeven van voorlichtingsbrochures. Qua repressie voorziet het gemeentelijk handhavingsbeleid en het daarop gebaseerde integrale uitvoeringsprogramma in het continu opsporen van overtredingen van het bestemmingsplan. Ook worden er gezamenlijk met andere overheden (brandweer, politie, belastingdienst) multidisciplinaire handhavingsacties georganiseerd. Binnen dergelijke acties is er ook aandacht voor overtredingen van het bestemmingsplan. Indien een overtreding wordt geconstateerd, zal als eerste stap in het handhavingstraject telkens worden bezien of het illegale gebruik of bouwwerk op grond van het bestemmingsplan of afwijking daarvan, alsnog gelegaliseerd kan worden. Is dat niet het geval dan wordt het handhavingstraject doorgezet.

Al deze aspecten zijn vastgelegd in het beleidsplan Fysieke Leefomgeving en de daarin opgenomen handhavingsstrategie en dienen als leidraad voor de alledaagse handhavingspraktijk binnen de gemeente Oosterhout. IJkmoment, overgangsrecht en monitoring beleid De totstandkoming van dit bestemmingsplan is een ijkmoment voor de handhaving. Indien bebouwing of gebruik afwijkt van het bestemmingsplan, zal hier tegen handhavend worden opgetreden. Voor zowel bouwen als gebruik is het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan de peildatum. Tegen bebouwing en gebruik dat onder het overgangsrecht valt, kan niet handhavend worden opgetreden.

blad 43 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

blad 44 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Volgens de Wet ruimtelijke ordening (afdeling 6.4), geldt er een verplichting tot kostenverhaal voor die gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Het bestemmingsplan maakt sec de inpassing van het Tracébesluit mogelijk, kostenverhaal is dan ook niet noodzakelijk. In artikel 17 van het Tracébesluit wordt gesproken over nadeelcompensatie. Voor de gemeente Oosterhout is, in overeenstemming met Rijkswaterstaat, afgesproken dat er geen nadeelcompensatieregeling is in de gemeentelijke percelen, maar overeenkomsten en een concessie en de telecommunicatie wet.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerp van het bestemmingsplan toegezonden aan de volgende overleginstanties:      

Rijkswaterstaat; Provincie Noord Brabant; Waterschap Brabantse Delta; Inspectie leefomgeving en transport, regio Zuid; Gasunie; Dunea.

Uit de reacties blijkt dat men kan instemmen met het onderhavige bestemmingsplan. Wel is geconstateerd dat de begrenzing van het plangebied op enkele plaatsen afweek van het Tracébesluit. De begrenzing van het plangebied is dan ook bijgesteld en de gewijzigde begrenzing is opgenomen in dit bestemmingsplan.

7.3

Vaststellingsprocedure Het bestemmingsplan regelt strikt de inpassing van het Tracébesluit A27 Houten Hooipolder. Het Tracébesluit heeft zijn eigen openbare procedure doorlopen zoals deze wettelijk is bepaald, inclusief het indienen van zienswijzen. De in dat kader ingediende zienswijze zijn afgehandeld. Het Tracébesluit is inmiddels onherroepelijk geworden bij uitspraken van 26 augustus en 16 december 2020. Desondanks verplicht de Wet ruimtelijke ordening het ontwerp van dit bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage te leggen. Gezien het voortraject zullen zienswijzen die betrekking hebben op het Tracébesluit, ongegrond moeten worden verklaard. Tenzij het de wijze van het 1-op-1 vertalen van het Tracébesluit naar het bestemmingsplan betreft. En deze zienswijzen verwerkt kunnen worden, zonder de uitvoering van het Tracébesluit te belemmeren of enigszins te frustreren. De resultaten van de ter inzage legging zullen te zijner tijd hier worden weergegeven.

Bijlagen bij toelichting

blad 45 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Bijlage 1 Commentaarnota vooroverleg bestemmingsplan Tracébesluit A27 gemeente Oosterhout Regels

blad 46 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

blad 47 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels Begrippen plan: het bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) met identificatienummer NL.IMRO.0826.BSPhz31BG2013-ON01 van de gemeente Oosterhout;

1.2

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

antenne: een constructie, bestaande uit een mast, een ontvang- en zendmast of een stelsel van draden, dan wel een schotel bestemd voor (tele)communicatiedoeleinden;

1.4

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.7

bedrijf: een inrichting gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren, herstellen en/of vervoeren van goederen;

1.8

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.9

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.10

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.11

bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

blad 48 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

1.12

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.13

bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;

1.14

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.15

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.16

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.17

geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur (in casu het Besluit omgevingsrecht) aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken;

1.18

kunstobject: een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat wordt aangemerkt als uiting van beeldende kunst;

1.19

kunstwerk: bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijken;

1.20

peil: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkt terrein;

1.21

prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het tegen betaling verrichten van seksuele diensten aan anderen;

1.22

seksinrichting: hieronder wordt in ieder geval verstaan een prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar;

blad 49 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 2 2.1

Wijze van meten Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: afstanden: van bouwwerken tot andere bouwwerken, bebouwingsgrenzen en perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken mag worden bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. bovenkant spoorstaaf: de hoogte van de bovenkant van de laagst gesitueerde spoorstaaf. dakhelling: de hoek gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. diepte van een gebouw:  

horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel; verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de bovenzijde van de (afgewerkte) begane grondvloer.

goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. hoogte van een molen: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de molen. hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken. Ondergronds bouwdelen en blad 50 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

dakkapellen worden niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud van een bouwwerk. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. langtijdgemiddelde: het gemiddelde van de afwisselende niveau's van het ter plaatse optredende geluid, gemeten over een aaneengesloten periode van tenminste 10 minuten en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai, met dien verstande dat de bedrijfsduurcorrectie niet worden toegepast.

2.2

Ondergeschikte bouwonderdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, wolfseinden, dakkapellen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, ook indien gelegen buiten het aangegeven bestemmingsvlak, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

blad 51 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Verkeer Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

voorzieningen voor verkeer en verblijf; kunstobjecten; kunstwerken; geluidwerende voorzieningen; straatmeubilair; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen (met uitzondering van risicovolle inrichtingen); water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b.

3.3

de bouwhoogte van kunstwerken, kunstobjecten, palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 18 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3,5 m.

Nadere eisen Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering van voorzieningen als deze eisen gewenst of noodzakelijk zijn in relatie tot de in het geding zijnde belangen, zoals landschappelijke, natuurwetenschappelijke, ecologische, cultuurhistorische, stedenbouwkundige, verkeersbelangen en/of de bijzondere waarden van een gebied. Deze waarden zijn beschreven in de rapportages die ten grondslag liggen aan het Tracébesluit. Uitgangspunt is dat bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een inpassingsplan ter beoordeling voorligt dat recht doet aan een goede landschappelijke inpassing in relatie tot de bestaande verkeersbelangen. Binnen deze bestemming kunnen concreet nadere eisen worden gesteld ten aanzien van de plaats en de afmetingen van overige bouwwerken in relatie tot: a. b.

3.4

de verkeersveiligheid: als gevolg van bebouwingsmogelijkheden mogen geen verkeersonveilige situaties ontstaan; de sociale veiligheid: voorkomen dient te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is.

Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van gebruik gronden en bouwwerken is het bepaalde in artikel 7 (Algemene gebruiksregels) van toepassing.

blad 52 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 4 4.1

Waterstaat - Waterkering Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. b. c. d.

4.2

Bouwregels a. b. c.

4.3

hoofdwaterkering en de daarbij behorende voorzieningen voor de kering van het water; aanleg, instandhouding en/of bescherming van de hoofdwaterkering; waterhuishouding en voorzieningen ten behoeve van het scheepvaartverkeer; verhardingen ten behoeve van de waterkering;

op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de waterkering; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de waterkering mag niet meer bedragen dan 9,0 m; er dient advies te worden verkregen van de waterbeheerder.

Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 4.2, voor het oprichten van een bouwwerk overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen, mits: a. b.

de werking van de waterkering niet wordt geschaad; vooraf schriftelijk toestemming is verleend door de beheerder van de waterkering.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1

Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 4.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

e. 4.4.2

het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen.

Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 is nodig voor: a. b.

c. d.

blad 53 van 67

werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning. werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden genoemd onder a en e, welke door Rijkswaterstaat worden uitgevoerd; werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van het Tracébesluit dat is opgenomen als Bijlage 1 bij deze regels.

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

4.4.3

Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de waterbeheerder.

blad 54 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

blad 55 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

blad 56 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 6 6.1

Algemene bouwregels Voorkomen strijdigheid door gebouw Geen gebouw mag worden opgericht, indien hierdoor op enig terrein of bouwperceel een situatie zou ontstaan, waarbij aan deze regels niet langer meer zou worden voldaan, dan wel een reeds bestaande afwijking zou worden vergroot.

6.2

Voorkomen strijdigheid door overig bouwwerk of uitvoeren van een werk Geen overig bouwwerk, werk -geen bouwwerk zijnde- of werkzaamheid mag worden uitgevoerd, indien hierdoor op enig terrein of bouwperceel een situatie zou ontstaan, waarbij aan deze regels niet langer meer zou worden voldaan, dan wel reeds bestaande afwijking zou worden vergroot.

6.3

Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen: a.

b.

6.4

op plaatsen waar bestaande bovengrondse gebouwen zijn of nieuwe bovengrondse gebouwen worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden; eveneens en direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 5,0 m.

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder 6.3 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder een gebouw, al dan niet op een grotere diepte dan bepaald onder 6.3 mits: a. b. c.

blad 57 van 67

de oorspronkelijk functie op maaiveldniveau gehandhaafd blijft; er geen bezwaren zijn uit milieutechnisch oogpunt; er geen bezwaren zijn uit oogpunt van waterhuishouding.

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a.

b.

c. d.

e. f.

blad 58 van 67

het gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gericht gebruik en onderhoud; het gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer- vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie; het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor de exploitatie van een smart-, grow- en headshop, alsmede voor de groothandel in smart-, growen/ of headproducten; het gebruik van gronden en gebouwen voor een belwinkel; het gebruik van gronden en gebouwen als risicovolle inrichting, voor de opslag van propaan of een ander ontvlambaar gas in een ondergrondse of bovengrondse tank of voor het opslaan of bewerken van gevaarlijke stoffen, in die gevallen dat het plaatsgebonden risico op een perceel van derden 10-6/jaar of meer bedraagt, tenzij dit gebruik ingevolge de regels in hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan expliciet is toegestaan.

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 8 8.1

Algemene aanduidingsregels Geluidzone - industrie In afwijking van het overige in het plan bepaalde is het niet toegestaan nieuwe geluidsgevoelige objecten te bouwen en/of in gebruik te nemen ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie', te weten de 50 dB(A) zone behorende bij het industrieterrein.

8.2

Vrijwaringszone - dijk

8.2.1

Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk' gelden ter bescherming van het onderhoud, de instandhouding of de versterking van de naastgelegen primaire waterkering de hierna volgende bepalingen:

8.2.2

Bouwen Er mag overeenkomstig het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemmingen pas worden gebouwd na verkregen toestemming van het Waterschap.

8.2.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Er mogen overeenkomstig het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen pas werken of werkzaamheden worden uitgevoerd na verkregen vergunning van het Waterschap.

8.3

Vrijwaringszone - weg

8.3.1

Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' gelden ter bescherming en instandhouding van de belangen van de weg de hierna volgende bepalingen:

8.3.2

Bouwen Op de in 8.3.1 bedoelde gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan.

8.3.3

Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.3.2, teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemmingen toe te staan, mits hierbij het belang van toekomstige wegverbredingen niet onmogelijk dan wel onnodig duur te maken. Hiertoe wordt een verklaring van geen bezwaar verkregen van de wegbeheerder.

blad 59 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken: a. b.

c.

d.

e.

f.

g.

h.

9.2

van de in de planregels gegeven maten inzake afstanden en percentages voor oppervlakten tot niet meer dan 10% van die afmetingen respectievelijk percentages; van de planregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen in geringe mate wordt aangepast indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; van de planregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding van maximaal 3 m is toegestaan, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing; van de planregels en toestaan dat de binnen de diverse bestemmingen aangegeven begrenzing van de maatvoeringsaanduidingen voor maximale goot- en bouwhoogte wordt overschreden, waarbij een overschrijding van deze begrenzing van maximaal 5 m is toegestaan, mits deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of bebouwing; van de planregels en toestaan dat nutsvoorzieningen en openbare voorzieningen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; 2.

de oppervlakte niet meer dan 50 m²; van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van deze bouwwerken wordt vergroot: 1. ten behoeve van palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling voor verkeer tot niet meer dan 35 m; 2. ten behoeve van kunstwerken tot niet meer dan 40 m; 3. ten behoeve van signalerings- en telecommunicatiemasten tot minder dan 40 m. 4. ten behoeve van kunstobjecten tot niet meer dan 35 m; 5. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 m; van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw; van de planregels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte door zonnepanelen, met dien verstande dat de overschrijding niet meer mag bedragen dan 2 m.

Voorwaarden afwijking De omgevingsvergunning voor het afwijken, als bedoeld in lid 9.1 kan slechts worden verleend, indien: a. b.

blad 60 van 67

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 10 10.1

Overige regels Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze planregels wordt verwezen naar wetten, verordeningen of enige andere algemeen verbindende regeling, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan.

blad 61 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

blad 62 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Hoofdstuk 4 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht bouwwerken

11.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

11.2 Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

11.3 Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

blad 63 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 12

Overgangsrecht gebruik

12.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

12.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

12.3 Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

12.4 Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

blad 64 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Artikel 13

Slotregel Deze regels worden aangehaald als: regels van het “bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracebesluit A27)” Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Oosterhout van PM datum.

Bijlagen bij regels

blad 65 van 67

Ruimte -

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

blad 66 van 67

ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout

Bijlage 1

blad 67 van 67

Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder

Ruimte -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=c04e0177-b8a2-41d6-9158-66374f7e3708