Ontwerpbestemmingsplan buitengebied (incl. lint Oosteind) herziening 31 (Tracébesluit)
Tekst van het document
Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27)
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Inhoudsopgave
blad 2 van 67
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Vigerende plannen Oosterhout Leeswijzer
5 5 5 7 7
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie Gebiedskenmerken
8 8 8 10
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.2
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
12 12 14 19
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Omgevingsaspecten MER Verkeer Water Bodem Groen Milieu Cultuur Welstand
23 23 405 40 29 31 34 35 37
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische planbeschrijving Wettelijke vereisten Verbeelding Bestemmingen
39 39 40 40
Hoofdstuk 6
Handhaafbaarheid
43
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vaststellingsprocedure
44 44 44 44
Bijlagen bij toelichting
46
Bijlage 1
Commentaarnota vooroverleg bestemmingsplan Tracébesluit A27 – Oosterhout
46
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
48 48 50
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Verkeer Waterstaat - Waterkering
52 52 53
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
56 56 57 58 59 60 61
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht bouwwerken Overgangsrecht gebruik Slotregel
Bijlagen bij regels
67
Bijlage 1
67
Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder
Toelichting
blad 3 van 67
63 63 64 65
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
blad 4 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding Op 20 december 2018 is het Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat (planregels bijlage 1 Tracébesluit A27 Houten Hooipolder). Het betreft de verbreding van de A27 op het genoemde traject. Voor de besluitvorming over de maatregelen, die de capaciteit van de A27 vergroten, is op grond van de Tracéwet de Tracéwetprocedure gevolgd. Op basis van de Wet milieubeheer is een Milieueffectrapport A27 Houten - Hooipolder gemaakt. In artikel 13 lid 10 van de Tracéwet is aangegeven dat de gemeenteraad binnen een jaar nadat het Tracébesluit onherroepelijk is geworden, een bestemmingsplan of beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening overeenkomstig het Tracebesluit vast stelt. Sinds 26 augustus 2020 heeft het Tracebesluit een onherroepelijk status heeft gekregen. Het Tracébesluit is volledig onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 december 2020 (uitspraak bestuurlijke lus). Eveneens is in artikel 13 lid 10 van de Tracéwet bepaald dat het niet mogelijk is om het Tracébesluit opnieuw ter discussie te stellen via een beroepsprocedure over het bestemmingsplan.
Het is dan ook niet mogelijk om zienswijzen in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan of beroep in te stellen tegen het vastgestelde bestemmingsplan voor zover dat zijn grondslag vindt in een onherroepelijk Tracébesluit. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt het tracébesluit juridisch-planologisch vastgelegd, voor het deeltraject gelegen binnen de gemeente Oosterhout. Het betreft een 1op-1 inpassing van het tracébesluit. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe of andere zaken mogelijk dan al in het tracébesluit is toegestaan.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied omvat het deel van het tracébesluit dat binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Oosterhout ligt. Het Tracébesluit betreft het traject van de A27 tussen Houten en en Knooppunt Hooipolder, waarbij een deel van de A59 (knooppunt Hooipolder) is meegenomen. Onderhavig plangebied betreft de verbinding tussen de Statendamweg en de Kloosterweg voor zover dit binnen de gemeente Oosterhout is gelegen (zie figuur 1.1 op de volgende pagina, groen omcirkeld).
blad 5 van 67
Ruimte -
Figuur 1.1: Plangebied Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder (planlocatie gemeente Oosterhout groen omcirkeld).
1.3
Vigerende plannen Oosterhout Het vigerende bestemmingsplan dat geldt voor het plangebied is 'Bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind)' vastgesteld in 2014. In de volgende tabel is weergegeven wat de geldende bestemmingen en aanduidingen zijn die binnen het plangebied liggen:
Bestemmingsplannen
Enkel- en dubbelbestemmingen
Functieaanduidingen
Gebiedsaanduidingen
Bestemmingsplan Buitengebied
Bedrijf – Semi Agrarisch Natuur Verkeer Waterstaat - Waterkering
Specifieke vorm van bedrijf - 59 Bedrijfswoning uitgesloten
Geluidszone – industrie Vrijwarringszone – dijk Vrijwarringszone – weg Wetgevingszone – beperking veehouderij Wetgevingszone – wijzigingsgebied ecologische verbindingszone / herstel watersysteem
Tabel 1.1: Vigerende plannen gemeente Oosterhout
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie van het plangebied omschreven. In dit hoofdstuk is daarnaast ingegaan op de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied, die met het Tracébesluit is beoogd. In hoofdstuk 3 is het relevante beleid opgenomen. De uitvoeringsaspecten, zoals archeologie, water en geluid komen terug in hoofdstuk 4. De uitleg van de regels is te vinden in hoofdstuk 5. Tenslotte komt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid ten aanzien van het bestemmingsplan aan bod.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie Bijna dagelijks staan automobilisten in de file op de A27 tussen Houten en knooppunt Hooipolder. Er is dan ook sprake van bereikbaarheidsproblemen op het hoofdwegennet. De prognoses verwachten een verdere toename van het verkeer door algemene verkeersgroei en stedelijke ontwikkeling. Het deeltraject van de A27, zoals deze in het Tracébesluit is opgenomen, start vanaf km 18,0 en loopt tot km 68,4. Hierbij loopt de A27 achtereen volgens langs de kernen Raamsdonksveer, Hank, Nieuwendijk, Sleeuwijk, Gorinchem, Hoogblokland, Meerkerk, Lexmond, Vianen, Nieuwegein en Houten. Hierbij varieert het wegprofiel. Het deeltraject van de A59, zoals deze in het plangebied is opgenomen, start vanaf km 99,9 en loopt tot km 104,6. Hierbij loopt de A59 achtereen volgens langs de kernen Raamsdonk en Raamsdonksveer. Over de gehele lengte beschikken beide richtingen van de (snel)weg over twee rijstroken en een vluchtstrook. Gemeente Oosterhout Het deeltraject van de A59 en de bijbehorende op- en afritten zijn gelegen op het grondgebied van de gemeente Oosterhout.
2.2
Toekomstige situatie Het Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder voorziet in diverse infrastructurele maatregelen aan de A27 tussen km 18,0 en 68,4 en de A59 tussen km 99,9 en km 104,6. De Rijksweg A27 zal worden verbreed waarbij op diverse locaties aansluitingen op het lokale netwerk worden gewijzigd, komen te vervallen of worden aangebracht. Het deeltraject van de A59 en de bijbehorende op- en afritten zijn gelegen op het grondgebied van de gemeente Oosterhout. Er wordt een nieuwe verbindingsweg tussen de aansluiting Oosterhout (nr. 33) / A59 en de Eendrachtsweg in Raamsdonksveer gerealiseerd. Figuur 2.1 toont de ontwerptekening van de nieuwe verbindingsweg.
blad 8 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Figuur 2.1: Ontwerptekening verbindingsweg tussen de aansluiting Oosterhout (nr. 33) / A59 en de Eendrachtsweg in Raamsdonksveer. Voor meer informatie wordt verwezen naar het Tracébesluit, zie planregels bijlage 1 Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voldaan aan de wettelijke plicht om het onherroepelijke tracebesluit op te nemen in een bestemmingsplan. Het tracébesluit maakt de aanpassingen op het grondgebied van de gemeente Oosterhout op zich zelf staand mogelijk, ook zonder voorliggend bestemmingsplan. Gemeente Oosterhout Voor de gemeente Oosterhout gaat het specifiek over de volgende maatregelen:
realisatie van een turborotonde op de noordelijke op-/afrit A59/ Statendamweg; de nieuwe entree van de composteerinrichting; een deel van de composteerinrichting komt te vervallen; aanleg van (een deel) van de nieuwe verbindingsweg richting Raamsdonksveer.
Aansluitend op deze maatregelen heeft de gemeente Oosterhout afspraken met Rijkswaterstaat gemaakt over de realisatie van een enkelstrooks rotonde op de zuidelijke op/ afrit A59/ Statendamweg. Deze aanpassing past binnen de huidige bestemmingsplangrenzen en is dan ook niet verder opgenomen in deze rapportage. Vertaling bestemmingsplan Om de genoemde maatregelen van het Tracébesluit juridisch-planologisch vast te leggen, wordt het ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind)’ ter plaatse van afrit 33 herzien. In figuur 2.2 is het vigerend bestemmingsplan ter plaatse weergegeven. In figuur 2.3 is de herziening van het bestemmingsplan weergegeven. In het bestemmingsplan wordt de blad 9 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
bestemming 'Verkeer' opgenomen. Naast 'Verkeer' worden de geldende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit de geldende bestemmingsplannen allen overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.
Figuur 2.2: Vigerend bestemmingsplan
2.3
Figuur 2.3 Herziening
Gebiedskenmerken Gemeente Oosterhout Het Tracébesluit leidt tot de realisatie van een belangrijk kunstwerk op het grondgebied van de gemeente Oosterhout, te weten:
blad 10 van 67
Kunstwerk 60 op de ontwerptekeningen van het Tracébesluit betreft de nieuwe brug ter plaatse van De Donge. Deze brug is nodig voor de nieuwe verbindingsweg tussen de aansluiting Oosterhout / A59 en de Eendrachtsweg in Raamsdonksveer.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
blad 11 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving.
Figuur 3.1: SVIR De structuurvisie schetst ontwikkelingen en legt de ambities tot 2040 vast. De ambities zijn: 1. 2. 3.
Concurrentiekracht; Bereikbaarheid; Leefbaarheid en veiligheid.
Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven.
De structuurvisie regelt geen specifieke zaken op provinciaal of lokaal niveau. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op blad 12 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn de 13 nationale belangen uit de SVIR opgenomen, die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. In het Barro komen de volgende dertien nationale belangen terug: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur (voormalige Ecologische hoofdstuctuur, nu bekend als Natuur Netwerk Nederland); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12.
IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen Rijkswaterstaat is beheerder van de rijkswegen en is vanuit die functie ook vergunningverlener voor activiteiten op en in de nabijheid van rijkswegen. De basis daarvoor is de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr). Er wordt onderscheid gemaakt naar vrijwaringszones en beheerzones. De vrijwaringszones zijn bedoeld om voor de korte en lange termijn de bestaande infrastructuur te beschermen en het gebruik te waarborgen. Gemeenten wordt gevraagd om in hun plannen geen bouw- en gebruiksmogelijkheden op te nemen die vanuit de Wbr niet mogelijk zijn. Deze vrijwaringszone heeft langs de A27 en A59 een breedte van 50 meter en wordt gemeten vanuit de buitenste kantstreep van de rijbaan. De beheerzone ligt op een kleinere afstand dan de vrijwaringszone en is derhalve niet opgenomen. In titel 2.7 van het Barro is bepaald dat langs hoofdwegen of delen daarvan een reserveringsgebied kan worden aangewezen ten behoeve van mogelijke toekomstige wegverbredingen en ten behoeve van nieuw aan te leggen hoofdwegen en landelijke spoorwegen. De mogelijke toekomstige wegverbredingen alsmede nieuwe verbindingen blijken uit de SVIR. De specifieke reserveringsgebieden zijn aangewezen in het Rarro.
De hoofdwegen of delen daarvan waarvan een reserveringsgebied geldt ten behoeve van de uitbreiding van hoofdwegen zijn weergegeven op de overzichtskaart in bijlage 16 van het Rarro. Uit de legenda van de overzichtskaart is af te leiden hoeveel rijkstroken per project worden aangelegd. De maximale breedte van de reserveringsgebieden blijkt uit artikel 2.7.2.
blad 13 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
tweede lid van het Barro. De gebieden waarvoor een reserveringsgebied geldt ten behoeve van de aanleg van nieuwe infrastructuur zijn opgesomd in bijlage 17 en weergegeven op detailkaarten van bijlage 17 van het Rarro. Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan heeft weliswaar betrekking op de Rijksweg A27, maar de wegdelen die binnen het plangebied liggen zijn niet opgenomen op de detailkaarten van bijlage 16 of bijlage 17 van het Rarro. In het voorliggende bestemmingsplan wordt daarom geen rekening gehouden met een eventuele verbreding van de rijkswegen. Binnen de gemeente Oosterhout zijn geen spoorwegen van nationaalbelang gelegen. Bestemmingsplan De inpassing van het Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder middels het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracebesluit A27)' is niet in strijd met de bovengenoemde dertien nationale belangen, en voldoet daarmee aan het Barro.
3.1.3
Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in werking treedt. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het Rijk, provincies, gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners van ons land. Er zijn 21 nationale belangen beschreven die het lokale en regionale belang overschrijden. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
blad 14 van 67
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Figuur 3.2: Afwegen met Nationale Omgevingsvisie Bestemmingsplan De inpassing van het Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder middels het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracebesluit A27)' draagt bij aan het aspect mobiliteit door de fysieke wijzigingen aan de A27 en de verbeteringen op de aspecten doorstroming en verkeersveiligheid. De nieuwe verbindingsweg zorgt voor een betere aansluiting van Raamsdonksveer op het hoofdwegennetwerk.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving' vastgesteld. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: • • • •
Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Bestemmingsplan Door de nieuwe verbindingsweg naar Raamsdonksveer verbeterd de bereikbaarheid. De blad 15 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
ontwikkeling staat de doelstellingen van de provincie Noord-Brabant niet in de weg.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov) vastgesteld. De Iov is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op te stellen ruimtelijke plannen en vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de Iov zijn regels opgenomen waarvan de provincie het belangrijk vindt dat die door iedere gemeente worden toegepast bij ruimtelijke besluiten. De onderwerpen die in de Iov staan, vinden hun basis in de in december 2018 vastgestelde Brabantse omgevingsvisie. De omgevingsvisie formuleert een vijftal hoofdopgaven en ambities voor 2050 gericht op het bereiken van een gezond en veilig Brabant met een goede omgevingskwaliteit. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Iov. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad de regels uit de Iov toepassen. De Interim Omgevingsverordening blijft van kracht totdat de Omgevingswet in gaat, daarna wordt deze vervangen door de Omgevingsverordening.
Bestemmingsplan In het IOV is het plangebied aangewezen als landelijk gebied. Tevens maakt het gebied onderdeel uit van de Groenblauwe mantel en het rivierbed van de Donge en het Wilhelminakanaal.
Figuur 3.3: Aanduiding Landelijk gebied en Groenblauwe mantel in de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant.
blad 16 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Artikel 3.46 Verkeersdoeleinden Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de nieuwe aanleg of wijziging van een gemeentelijke of Provinciale weg, inclusief de bouw van daartoe behorende kunstwerken. Het bestemmingsplan bevat een onderbouwing waarom de aanleg van de weg nodig is gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden. De aanleg van de nieuwe weg is nodig omdat afrit 34 richting Raamsdonksveer komt ter vervallen. Door de nieuwe verbindingsweg blijft Raamsdonksveer bereikbaar. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd. Rijkswaterstaat heeft, als uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige inpassing en ontwerpkwaliteit van de infrastructuur die zij aanleggen en beheren. Voor het Tracébesluit is een landschapsplan opgesteld. In het landschapsplan is een integraal beeld geschetst van maatregelen die horen bij de inpassing van de infrastructuur.
Ook compensatie- en mitigatieopgaven in het kader van natuur, geluid, water en sociale aspecten zijn hierin opgenomen. Het landschapsplan is afgestemd met de provincie. Voor Oosterhouts grondgebied is in het landschapsplan opgenomen dat beplanting die wordt aangetast door aanpassingen aan bestaande infrastructuur wordt aangeheeld. Door de nieuwe weg richting Raamsdonksveer en aansluiting op de composteerinrichting zal een deel van de bosbeplanting verdwijnen. De bosrand wordt hersteld. Compensatie vindt plaats middels financiële compensatie door storting in het regionale Groenontwikkelfonds. Maatregelen voor landschappelijke, cultuurhistorische en stedenbouwkundige inpassing zijn geborgd in artikel 13 van het Tracébesluit, zie bijlage 1 bij de planregels. In artikel 13 (tabel 13.1) is specifiek de inpassing van de nieuwe verbindingsweg richting Raamsdonksveer met struiken en bomen benoemd.
blad 17 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Figuur 3.4: Locatie inpassingsmaatregelen. Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op het watersysteem en in paragraaf 4.4 wordt ingegaan op de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Aanpassingen aan het watersysteem worden hersteld. Maatregelen ten behoeve van de waterhuishouding zijn geborgd in artikel 9 van het Tracébesluit. Op de verbeelding van onderhavig bestemmingsplanherziening is de dubbelbestemming ‘’Waterstaat – Waterkering’’ en de gebiedsaanduiding ‘’Vrijwaringszone – Dijk’’ opgenomen overeenkomend het vigerend bestemmingsplan, alsmede de bijbehorende planregels. Aantasting van het leefgebied van de bever wordt gecompenseerd door het realiseren van een doorlopende oever. Er worden faunarasters gerealiseerd en er wordt een faunapassage in de nieuwe verbindingsweg aangelegd. Lichthinder voor vleermuizen wordt beperkt door de aanleg van lichtschermen.
Maatregelen om negatieve effecten op natuur te mitigeren zijn geborgd in artikel 10 en 11 van het Tracébesluit.
blad 18 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Figuur 3.5: Aanduiding Rivierbed in de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. Artikel 3.34 Rivierbed Een bestemmingsplan van toepassing op Rivierbed strekt mede tot bescherming tegen overstroming. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling bevat een verantwoording dat de activiteiten en functies niet kwetsbaar zijn ten aanzien van de bescherming tegen overstroming. Zoals voorgaand genoemd wordt in paragraaf 4.2 ingegaan op het watersysteem. Aanpassingen aan het watersysteem worden hersteld. Maatregelen ten behoeve van de waterhuishouding zijn geborgd in artikel 9 van het Tracébesluit. Op de verbeelding van onderhavig bestemmingsplanherziening is de dubbelbestemming ‘’Waterstaat – Waterkering’’ en de gebiedsaanduiding ‘’Vrijwaringszone – Dijk’’ opgenomen overeenkomend het vigerend bestemmingsplan, alsmede de bijbehorende planregels (artikel 4 respectievelijk artikel 8.2). Zodoende wordt de bescherming tegen overstromingen in stand gehouden.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Oosterhout De gemeente heeft 23 november 2021 de Omgevingsvisie Oosterhout vastgesteld. In deze visie zijn in samenspraak met inwoners de belangrijkste opgaven voor Oosterhout benoemd. Opgaven waar de gemeente Oosterhout samen met de dorpen, wijken en buurten verder invulling aan gaat geven.
blad 19 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
In deze visie worden de opgaven geconcretiseerd en uitgewerkt, zowel naar thema’s als naar de verschillende wijken en gebieden binnen de gemeente. Hierdoor ontstaat een overzicht en een samenhangend beeld over welke opgaven er liggen om te komen tot het in de Oosterhoutse ‘’Toekomstvisie 2030’’ geschetste toekomstperspectief. Naast de Toekomstvisie liggen ook het gemeentelijk beleid, opgaven voortvloeiend uit (nieuwe) weten regelgeving en nieuwe maatschappelijke opgaven (zoals de energietransitie) aan de basis van deze Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie nodigt uit, inspireert en geeft de kaders om ontwikkelingen op een Oosterhoutse wijze plaats te laten vinden. De Omgevingsvisie wordt gebruikt om te ‘toetsen’ of ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, bijdragen aan de Oosterhoutse ambities. Voor de gemeente Oosterhout zijn de volgende koepelthema’s van belang: • • • • •
Leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen; Economische vitaliteit; Identiteit en ruimtelijke kwaliteit; Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; Bereikbaarheid, mobiliteit en toegankelijkheid.
Bij het voorliggende bestemmingsplan is rekening gehouden met de Omgevingsvisie Oosterhout. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het deelgebied ‘Dommelbergen en omringend buitengebied’, weergegeven in figuur 3.3. De visie beschrijft voor het gehele gebied de volgende opgaven: Dommelbergen en omringend buitengebied: • • • • • •
Voldoende bereikbare voorzieningen voor alle leeftijden; Aandacht schoon, heel en veilig; Energieneutraal en klimaatbestendig; Aandacht voor hittestress; Autogebruik ondergeschikt aan aangenaam leefklimaat in woongebieden; Fietsgebruik bevorderen.
Voor het Buitengebied geldt aanvullend: •
blad 20 van 67
Behoud en zo mogelijk versterken kwaliteit landschap.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Figuur 3.3: Plankaart Omgevingsvisie Dommelbergen en omringend Buitengebied Bestemmingsplan In de plankaart van het deelgebied Dommelbergen en omringend buitengebied is de locatie aangeduid voor ‘verkeersproject doortrekken Statendamweg’. Het voorliggend bestemmingsplan geeft invulling aan het verkeersproject zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Oosterhout.
blad 21 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
blad 22 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten Het voorliggend bestemmingsplan is een doorwerking van het Tracébesluit A27 Houten Hooipolder dat op 20 december 2018 is vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Het Tracébesluit is inmiddels onherroepelijk. Daarmee staat het ontwerp en de ruimtelijke impact vast. De verschillende (milieu)onderzoeken waaraan getoetst dient te worden bij het opstellen van een bestemmingsplan, zijn behandeld in de Milieueffectrapport (MER) behorend bij het Tracébesluit. Zie hiervoor planregels bijlage 1 Tracébesluit A27 Houten - Hooipolder. De onderzoeksthema's zijn in dit besluit reeds afgewogen en behoeven geen herhaalde toetsing in het bestemmingsplan. Benadrukt wordt dat vanuit de wetgeving voorliggend bestemmingsplanherziening slechts een ‘administratieve handeling’ is om het Tracébesluit te implementeren in het geldende bestemmingsplan. Bij het Tracébesluit is de onderbouwing met onderzoeken verwerkt en is de voorbereidingsprocedures doorlopen, waaronder de toepassing van rechtsmiddelen. Desondanks worden in dit hoofdstuk de gevolgen voor de verschillende omgevingsaspecten naar aanleiding van de bestemmingsplanherziening toegelicht. Rapportages van de benodigde onderzoeken, kaarten, toelichting en uitwerkingsplannen zijn beschikbaar via www.a27houtenhooipolder.nl/bibliotheek/planstudie
4.1
MER Op basis van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage geldt er een m.e.r.plicht. Door middel van een milieueffectrapportage wordt inzicht verkregen in de milieueffecten die optreden als gevolg van een voorgenomen activiteit. Daardoor kunnen bepaalde negatieve milieueffecten worden voorkomen of beperkt. De m.e.r. zelf is gekoppeld aan een wettelijk plan of besluit van de overheid en de procedure die daarvoor moet worden doorlopen. In dit geval is de m.e.r. gekoppeld aan de Tracéwetprocedure. Voor het Tracébesluit is gelijktijdig met het opstellen van het ontwerptracébesluit een project-MER opgesteld. In het Milieueffectrapport (MER) is de vergelijking opgenomen van het voorkeursalternatief met de zogenaamde referentiesituatie. Inmiddels is het milieueffectrapportage vastgesteld. In het Ontwerp Tracébesluit (OTB)/MER is het voorkeursalternatief verder uitgewerkt. Hierbij is het traject gedetailleerder ontworpen, zijn de effecten van de aanpassingen aan de weg onderzocht en zijn de benodigde maatregelen om effecten naar de omgeving te voorkomen, danwel zoveel mogelijk te beperken, aan het ontwerp toegevoegd. Indien alle effecten worden overzien, leidt het project met name tot verkeerskundig positieve effecten: de doorstroming op de A27 verbetert.
De (licht) negatieve milieueffecten die optreden, kunnen grotendeels worden beperkt of voorkomen middels het treffen van mitigerende en/of compenserende maatregelen. Bij de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief in het (O)TB is er onder andere gekeken naar de nieuwe verbindingsweg tussen de aansluiting Oosterhout/A59 en Raamsdonksveer. Hierbij is een drietal varianten onderzocht zoals weergegeven in figuur 4.1.. Naast de variant die onderdeel uitmaakte van het voorkeursalternatief (roze) is er nog een tweetal varianten onderzocht. De varianten 1 (rood) en 2 (groen) zijn ingegeven door de wens om de verbindingsweg zoveel mogelijk te bundelen met de A59 om doorsnijding van het landelijk gebied zoveel mogelijk te beperken.
blad 23 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Figuur 4.1: Varianten nieuwe verbindingsweg Raamsdonksveer (roze = voorkeursvariant, rood = variant 1 en groen = variant 2). Alle varianten scoren verkeerskundig gelijk. Variant 1 (rood) leidt tot de grootste doorsnijding van Natuur Netwerk Nederland (NNN). Bovendien brengt de noodzakelijke sanering van de stortplaats de Hillen hoge maatschappelijke kosten met zich mee waardoor deze variant afvalt. Variant 2 scoort het ongunstigst op ruimtelijke kwaliteit vanwege de doorsnijding van het landelijk gebied en biedt bovendien minder mogelijkheden voor compensatie van het leefgebied van de bever in de directe omgeving. De voorkeursvariant scoort neutraal op ruimtelijke kwaliteit vanwege de bundeling met de bestaande Kloosterweg. Deze variant scoort niet negatiever of gelijk op de overige milieuaspecten (zoals NNN-gebied) dan variant 2. Bovendien biedt deze variant betere mogelijkheden voor compensatie van het leefgebied van de bever in de directe omgeving. Om de effecten op het NNN-gebied en het leefgebied van de bever zoveel mogelijk te beperken, zijn de taluds van de verbindingsweg steiler dan gebruikelijk ontworpen (1:2 in plaats van 1:3) en is er onder het kunstwerk over de Donge aan weerszijde van het water ruimte meegenomen voor een doorlopende oever voor de bever.
Naar aanleiding van zienswijzen op het OTB, nieuwe informatie met betrekking tot het vóórkomen van beschermde diersoorten in het gebied rondom de verbindingsweg en gewijzigde regelgeving zijn samen met betrokken lokale en regionale overheden opnieuw verschillende tracévarianten onderzocht. Dit heeft niet geleid tot een andere tracékeuze. Wel is het ontwerp ten opzichte van het OTB met het oog op de aanwezige natuurwaarden geoptimaliseerd. Het tracé van de verbindingsweg is vanaf de rotonde Statendamweg circa 50 meter in zuidoostelijke richting verschoven en het wegprofiel is versmald. Daarnaast worden aanvullende mitigerende en compenserende maatregelen getroffen in het gebied ten zuiden van de Donge ten behoeve van vleermuizen, kleine marterachtigen en bevers. Op grond van de Wet milieubeheer bestaat binnen de m.e.r.-procedure een verplichting tot het opstellen en uitvoeren van een evaluatieprogramma. Een evaluatieprogramma wordt gelijktijdig met het m.e.r.-plichtige besluit vastgesteld. In dit geval dus gelijk met het Ontwerp-Tracébesluit. Een evaluatieprogramma vormt de basis voor het onderzoeken en vastleggen van de werkelijke gevolgen voor het milieu tijdens en na de uitvoering. De resultaten van het evaluatieonderzoek kunnen leiden tot nadere maatregelen. Het evaluatieprogramma is gebaseerd op de regelgeving over evaluatie zoals opgenomen in blad 24 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
artikel 7.39 uit de Wet milieubeheer. Er is gestreefd naar een m.e.r.-evaluatie waarin die aspecten worden geëvalueerd, waarvan verwacht wordt dat ze inzicht geven in de verschillen tussen de voorspelde effecten en de werkelijke effecten. Het evaluatieprogramma is gelijktijdig met het Tracébesluit vastgesteld.
4.2
Verkeer Als gevolg van de aanpassingen aan de A27 verbetert de doorstroming. Het gevolg van de verbeterde reistijden is ook dat de verkeersdruk op het onderliggende wegennet afneemt door de afname van sluipverkeer. De lagere I/C- verhoudingen zorgen ervoor dat de kans op incidenten en verstoringen kleiner wordt. Per saldo zal hierdoor voor het gehele traject sprake zijn van een positief effect op de betrouwbaarheid van de reistijd. Maar ook na de capaciteitsuitbreiding kan een betrouwbare reistijd niet ter alle tijde worden gegarandeerd. De veranderingen van verkeersstromen binnen de gemeente Oosterhout zijn weergegeven in onderstaande tabel. Deze tabel laat de intensiteit zien op het onderliggende wegennet in de referentiesituatie (2030, zonder project) en de plansituatie (2030, met project). Straatnaam
Referentie situatie
Plan situatie
Verschil absoluut
Verschil relatief
Oude Veerseweg, Oosterhout
11.200
8.100
-3.100
-28%
Statendamweg, Oosterhout
13.900
16.100
2.200
16%
Nieuwe verbindingsweg, Raamsdonksveer
-
12.400
-
-
Tabel 4.1: Intensiteiten onderliggend wegennet referentie- en plansituatie (mvt/etmaal). De tabel laat zien dat er een toename in verkeersstromen is voorzien voor de Statendamweg. Echter is er voor de Oude Veerseweg een (grotere) afname in verkeersstromen voorzien. Verkeer zal door de aanpassingen aan de A59 minder gebruik maken van ontsluiting via de wijk Dommelbergen, maar gebruik maken van de hoofdinfrastructuur van Oosterhout via de Statendamweg.
4.2.1
Mobiliteitsvisie ‘Oosterhout Vooruit’ Het verkeers- en vervoerbeleid van de gemeente Oosterhout ligt vast in de mobiliteitsvisie “Oosterhout Vooruit”. Deze is op 21 mei 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. De mobiliteitsvisie geeft een beschrijving van de huidige situatie en schetst een toekomstbeeld 2030. Daarbij worden de ambities voortvloeiend uit de toekomstvisie en het bestuursakkoord belicht alsmede lokale en regionale ontwikkelingen en autonome trends die van invloed (kunnen) zijn op de mobiliteit in Oosterhout. Op basis daarvan wordt in het toekomstbeeld geschetst welke “uitdagingen” er op het gebied van verkeer en vervoer in en rond Oosterhout liggen in 2030. Het beleid in de mobiliteitsvisie is verwoord in de vorm van doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid én duurzaamheid en gezondheid. Deze vier thema’s vormen gezamenlijk de pijlers van de visie. Tevens is besloten om, in lijn met de nieuwe Omgevingswet, een gebiedsgewijze benadering toe te passen, die er op neer komt dat niet alleen op het niveau van de hele gemeente wordt gekeken, maar dat binnen de gemeente ook een aantal typen gebieden wordt onderscheiden met hun eigen profiel, doelstellingen en opgaves. Immers voor een bedrijventerrein zijn andere zaken van belang dan voor de schoolomgeving.
blad 25 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Figuur 4.2: Mobiliteitsvisie Oosterhout. Bestemmingsplannen dienen getoetst te worden aan de vier pijlers (Bereikbaarheid, Duurzaamheid, Leefbaarheid en Verkeersveiligheid voor alle modaliteiten (auto, fiets, voetganger, OV). Deze vier pijlers dienen te worden gewaarborgd of te worden verbeterd. Bestemmingsplan Aanleg van de nieuwe verbindingsweg is voorzien in de mobiliteitsvisie. In de mobiliteitsvisie is opgenomen dat “Er is voorzien in een nieuwe ontsluitingsweg aan de noordwestzijde van de A59 waarmee Raamdonksveer wordt aangesloten op de aansluiting Oosterhout (Statendamweg) op de A59. De aanpassingen hebben ook gevolgen voor de verbinding tussen Oosterhout en Raamsdonksveer/ A59. De Oude Veerseweg blijft beschikbaar als route naar Raamsdonksveer, maar niet meer richting de A59. De Statendamweg zal deze functie deels over nemen en ook de nieuwe verbinding vormen richting Geertruidenberg”. Aanleg van de verbindingsweg draagt bij aan de bereikbaarheid omdat daarmee een extra verbinding wordt gecreëerd tussen Oosterhout en Geertruidenberg. Tevens draagt het bij aan de verkeerveiligheid omdat de Statendamweg daar haar inrichting beter geschikt is om het verkeer richting de A59 veilig te verwerken dan de Oude Veerseweg.
4.3
Water Het plan heeft de volledige instemming van de betrokken waterbeheerders en is de basis voor de benodigde vergunningen. Er worden diverse maatregelen getroffen met het oog op het aspect water. Als gevolg van de wegaanpassing wordt oppervlaktewater gedempt of verlegd en neemt het verhard oppervlak toe. Ter compensatie worden bestaande watergangen verbreed, worden nieuwe watergangen aangelegd en wordt de hoeveelheid beschikbare waterberging uitgebreid. De maatregelen ten behoeve van de waterhuishouding zijn geborgd in artikel 9 van het Tracébesluit. Op de verbeelding van onderhavig bestemmingsplanherziening is de dubbelbestemming ‘’Waterstaat – Waterkering’’ en de gebiedsaanduiding ‘’Vrijwarringszone – Dijk’’ opgenomen overeenkomend het vigerend bestemmingsplan, alsmede de bijbehorende planregels (artikel 4 respectievelijk artikel 8.2). Oppervlaktewater
blad 26 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
De nieuwe verbindingsweg vanuit de kern Raamsdonksveer, langs de Kloosterstraat in de richting van de bestaande aansluiting Oosterhout doorkruist twee peilgebieden. De waterstructuur wordt hersteld met de aanleg van nieuwe parallelsloten waar bestaande watergangen worden afgesneden. Hierdoor blijft het bestaande watersysteem functioneren. De Donge wordt gekruist met een brug. Hierdoor blijft het bestaande profiel van de Donge gehandhaafd. Overigens vindt er slechts beperkte afvoer plaats van water vanuit de Donge en is de hydraulische capaciteit daarmee ruim voldoende. De nieuwe verbindingsweg loopt gedeeltelijk door het stroomgebied van de rivier. Oppervlaktewater in het stroomgebied van de grote rivieren wordt niet gecompenseerd, omdat de afname aan berging verwaarloosbaar is. De bestaande watergang aan de zuidzijde van de A59 komt te vervallen als gevolg van de verbreding. Deze wordt terug gegraven en tevens voorzien als waterbergingsvoorziening. Afwatering en riolering Regenwater van de verbindingsweg Raamsdonksveer – aansluiting Oosterhout op de A59 stroomt oppervlakkig af naar de berm van circa 6 meter. Doordat de berm iets hol wordt aangelegd kan regenwater tevens geborgen worden. De parallelweg stroomt ook naar deze middenberm af.
Deze wordt voorzien van een toplaag die verontreinigingen kan binden en daarnaast water bergt, waardoor regenwater ter plaatse in het wegcunnet infiltreert. Een drain garandeert een ledigingstijd van 24 uur. De voorziening mag de afvoernormen van Brabantse Delta niet overschrijden. Op basis van bovenstaande afwateringswijze is er sprake van een standstill-situatie, waardoor geen separate waterbergingsvoorziening wordt aangelegd. Waterveiligheid De oostelijke oever van de Donge bestaat uit een primaire kering, welke ook ter plaatse van de aansluiting Oosterhout ligt. Deze kering houdt water van de Maas tegen. Vanaf de A59 wordt een nieuwe verbindingsweg aangelegd naar Raamsdonksveer. Over de Donge wordt een nieuwe brug geplaatst. De fundatie van de brug en het grondlichaam sluit aan bij de waterkering. Het grondlichaam van de nieuwe verbindingsweg over de Donge is hoog en breed genoeg om het theoretisch profiel te omhullen. Ten behoeve van de bereikbaarheid van de A27 wordt de afrit van de A59 gewijzigd. Op deze locatie wordt een rotonde aangelegd voor de ontsluiting van de nieuwe verbindingsweg met Raamsdonksveer. De afrit aan de noordzijde vormt hier tevens de waterkering. Het grondlichaam van de rotonde is lager dan de huidig aanwezige dijkhoogte. Daarmee is de huidige hoogte van de rotonde ook niet hoog genoeg om aan de hoogte eisen van 2120 te voldoen.
Op basis van de uitkomsten van de verificatie van het ontwerp ter plekke van de kering is het ontwerp aangepast naar de benodigde hoogte van +4,71 m NAP.
4.3.1
Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en –kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het Waterbeheerplan 2016-2021. Het plan beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van het water- en zuiveringssysteem voor de periode 2016-2021. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn veiligheid, droge voeten, voldoende water, gezonde natuur, schoon water, genieten van water en het waterschap als calamiteitenorganisatie. Het waterschap heeft in een toetsingskader RO “De ruimte blauw geordend” aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid. Nieuwe accenten in het Waterbeheerplan zijn: •
blad 27 van 67
De versterking van de primaire en regionale keringen; Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
• • • •
Inzet op waterbewustwording van watergebruikers; Helder zijn over de beperkingen en mogelijkheden die er vanuit het watersysteem zijn voor de gebruiksfuncties; Een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie; En dynamisch waterbeheer.
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij de uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'Hydrologische uitgangspunten bij Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen, 2015'. Door middel van de verplichte watertoets ziet het waterschap toe op de uitvoering van hun beleid. Hiermee wordt gewaarborgd dat bij nieuwe ontwikkelingen het waterbeheer wordt meegenomen. In de Keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak, via een afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: • • • •
Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; De toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m² is, of; De toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; De toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: 'benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06'
Het gebruik van uitlogende (bouw)materialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC wordt ten zeerste afgeraden in verband met de negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Toetsing bestemmingsplan Voorgaand is toegelicht hoe de waterhuishouding in het plangebied in stand wordt gehouden. Het plan voldoet aan het beleid van waterschap Brabantse Delta en heeft instemming van het waterschap.
4.3.2
Water- en rioleringsplan In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Hierin zijn de verantwoordelijkheden vastgelegd ten behoeve van afval-, hemel- en grondwater. In grote lijnen betekent dit dat de gemeente een ontvangstplicht heeft van afvalwater (vervuild water). Daarnaast hebben de individuele perceeleigenaren een verantwoordelijkheid voor het inzamelen en verwerken van regen- en grondwater op het eigen perceel. De gemeente heeft hierbij een zorgplicht. De gemeenteraad heeft een water- en rioleringsplan vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente omgaat met alle waterstromen binnen de gemeente en de zorgplichten vanuit de Waterwet. De belangrijke uitgangspunten in het water- en rioleringsplan voor het water in Oosterhout zijn: schoon water schoon houden, handhaving van de waterkwaliteit en waar noodzakelijk verbeteren, voldoen aan de normen voor volksgezondheid en veiligheid en ontwikkeling van natuur in en om het water waar mogelijk.
blad 28 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Bovenstaande betekent dat de verschillende vormen van grondgebruik afgestemd moeten worden op de aanwezige watersystemen. Dit met een toekomstgerichte aanpak/doorkijk met name op het gebied van het klimaat. Intensievere regenbuien kunnen enorme wateroverlast veroorzaken en de in het gemeentelijk grondgebied aanwezige grondwaterwinning voor de drinkwaterproductie kunnen vervuild raken door lozingen van schadelijke stoffen. Ook hiervoor is aandacht binnen het water- en rioleringsplan. De landelijke voorkeursvolgorde infiltreren-bergen-afvoeren wordt daarom in de Gemeente Oosterhout ook aangehouden om schade bij regenwateroverlast en periodes van droogte te voorkomen of toch in ieder geval te beperken. Waarbij rekening gehouden moet worden met de onderstaande regenbuien als norm: -
Bij 40 mm regen per uur geen water op straat vanuit ondergrondse voorzieningen (infiltratiekratten, waterbergende funderingen, enz) Bij 70 mm regen per uur geen inundatie vanuit open voorziening (wadi, sloot enz)
Bij nieuwbouw geldt dat alle afvoerend verhard oppervlak (inclusief oppervlak van een open voorziening) meetelt in de te verwerken hoeveelheid regenwater. Dit ongeacht de hoeveelheid bestaand verhard oppervlak. De waterwet gaat boven gemeentelijk beleid en hierin wordt de beringseis van 60 mm door waterschap Brabantse Delta gehanteerd. In de inhoudelijke onderbouwing van het Tracébesluit, weergegeven in het document A27 Houten – Hooipolder Deelrapport Water, wordt toegelicht dat voldaan wordt aan de gestelde eis aan waterberging. Bestemmingsplan Voor onderhavig bestemmingsplan is geen sprake van afvalwater. Er worden geen gebouwen gerealiseerd. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. De nieuwe verbindingsweg creëert wel een toename in verharding. Regenwater van de verbindingsweg Raamsdonksveer – aansluiting Oosterhout op de A59 stroomt oppervlakkig af naar de berm van circa 6 meter. Doordat de berm iets hol wordt aangelegd kan regenwater tevens geborgen worden. De parallelweg stroomt ook naar deze middenberm af. Deze wordt voorzien van een toplaag die verontreinigingen kan binden en daarnaast water bergt, waardoor regenwater ter plaatse in het wegcunnet infiltreert. Een drain garandeert een ledigingstijd van 24 uur. De voorziening mag de afvoernormen van Brabantse Delta niet overschrijden.
Op basis van bovenstaande afwateringswijze is er sprake van een standstill-situatie, waardoor geen separate waterbergingsvoorziening wordt aangelegd.
4.3.2.1
Afvalwaterverordening Op 23 november 2021 is door de Gemeenteraad van Oosterhout een afvalwaterverordening opgesteld. Hierin worden voorwaarden gesteld voor het aansluiten en lozen op het openbare afvalwaterriool van gemeente Oosterhout. Voor onderhavig bestemmingsplan is geen sprake voor de realisatie van nieuwe riolering, wel verplaatsing van het gemeentelijk drukriool ten behoeve van de afvoer van afvalwater van composteerinrichting (De Hillen) Statendamweg 100 te Oosterhout. In de verder uitwerking van het te verleggen persleidingtracé grondgebied Oosterhout worden de regels uit de afvalwaterverordening in acht genomen.
4.4
Bodem Langs het gehele traject zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd om eventuele
blad 29 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
bodemverontreinigingen in kaart te brengen. In onderstaande is een korte toelichting gegeven op de conclusie van de diverse bodemonderzoeken. Stortplaats In Oosterhout doorsnijdt het tracé de door de provincie Noord-Brabant gedefinieerde gevalscontour van voormalige stortplaats De Hillen. Deze stortplaats is een voormalige zandwinput die in het verleden is gevuld met afval en daarna met een deklaag is afgewerkt en met bomen is ingepland. Uit reeds uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat het tracé ruim 100 meter buiten de locatie van het stortlichaam is gelegen. De aanwezigheid van het stortlichaam is niet risicovol voor de uitvoering van het project. Doordat de gevalscontour wordt doorsneden, is voor werkzaamheden echter wel afstemming met de provincie NoordBrabant nodig. Overhoeken Staatsbosbeheer (noordzijde stortplaats) Ten noorden van de stortplaats is een natuurgebied aanwezig wat ten tijde van het opstellen van onderhavige toelichting eigendom is van Staatbosbeheer. In verband met de voorgenomen verwerving van de gronden is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (VB, Milon, Perceel C 923, projectnummer 20203255, 10 november 2020). Op de locatie zijn in de boven- en ondergrond afwisselend matig fijn tot matig grof zand en zwak tot sterk zandige klei aangetroffen. Op het zuidwestelijke deel van de locatie is een wal aangetroffen met slooppuin.
De herkomst en kwaliteit is niet bekend. In de bodem zijn verder geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Vanwege de zeer dichte begroeiing op de locatie zijn niet alle beoogde boringen en peilbuizen geplaatst die door de norm wordt voorgeschreven. Om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen van de bodemkwaliteit zijn er zo veel mogelijk boringen geplaatst en enkele afgewerkt met een peilbuis. Analytisch zijn in de bovengrond en ondergrond diverse licht verhoogde gehaltes aan zware metalen, minerale olie, PCB en PAK aangetoond. Daarnaast zijn verspreid over het terrein in de bovengrond en plaatselijk in de ondergrond matig tot sterk verhoogde gehaltes zware metalen aangetoond. Vastgesteld is dat de tenminste de bovengrond van de locatie heterogeen verontreinigd is met gehalten zware metalen boven de interventiewaarde. Op basis van de oppervlakte van de onderzoekslocatie en de analyseresultaten is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (conform de Wet bodembescherming Wbb). Met betrekking tot PFAS blijkt dat in de mengmonsters van de bovengrond diverse parameters in een verhoogd gehalte aanwezig zijn.
De bovengrond voldoet aan bodemfunctieklasse wonen of is niet toepasbaar en is bij de bodemfunctieklasse wonen enkel op grootschalig landbodem toepasbaar. De ondergrond blijkt voor PFAS te voldoen aan bodemfunctieklasse Landbouw/Natuur. Voor het toekomstig gebruik van de locatie zijn er op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijke belemmeringen aanwezig. Er gelden gebruiksbeperkingen als gevolg van de aanwezige grondverontreiniging. Voorafgaand aan realisatie van het project dient een BUS-melding of saneringsplan aan het bevoegd gezag voorgelegd te worden. De bodem dient geschikt te worden gemaakt voor het beoogde gebruik. Statendamweg In verband met grondverwerving is ter plaatse van de Statendamweg een bodemonderzoek uitgevoerd (SGS Search, VBO en asbest conform NEN 5740 en NEN 5707, projectnummer 25.20.00065.1, 20 april 2020). In onderstaande is een algemeen beeld van de kwaliteit van grond- en grondwater opgenomen. blad 30 van 67
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
Over het algemeen kan gesteld worden dat alle deellocaties niet tot hoogstens licht verontreinigd zijn met de geanalyseerde parameters. De verontreiniging met zware metalen en PAK is in de meeste gevallen waarschijnlijk te relateren aan de bijmenging met baksteen, beton, puin en kolengruis. Het grondwater is over het algemeen hoogstens licht verontreinigd met enkele zware metalen. Uitzondering hierop is deellocatie 4, hier worden een matig verontreiniging met barium aangetroffen, echter betreft het hier hoogstwaarschijnlijk natuurlijk verhoogd achtergrondconcentratie. De aangetroffen lichte verontreinigingen vormen geen belemmering voor het beoogde gebruik. Niet gesprongen explosieve Op basis van het vooronderzoek naar conventionele explosieven dat in opdracht van de gemeente Oosterhout heeft plaatsgevonden in 2020 is op basis van historische broninformatie vastgesteld dat de locatie verdacht is op het voorkomen van conventionele explosieven. Binnen het gebied is het verstandig om voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden vervolg onderzoek uit te voeren.
4.5
Groen Om negatieve effecten op natuur te mitigeren, worden maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn geborgd in artikel 10 en 11 van het Tracébesluit. Dit betreffen maatregelen ten aanzien van Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland, ecologische verbindingszones, belangrijk weidevogelgebied en beschermde soorten. Om negatieve effecten op de natuur te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken en om te voldoen aan de Wet natuurbescherming, worden de werkzaamheden uitgevoerd volgens natuurmaatregelen welke zijn vastgelegd in een ecologisch werkprotocol/ projectkwaliteitsplan ecologie. Werkzaamheden waarbij vegetatie/ bomen worden verwijderd of waarbij watergangen worden gedempt, gebeuren in samenspraak met, en zo nodig onder begeleiding van, een ecoloog die toeziet op een zorgvuldige omgang met beschermde soorten. Dit geldt voor het hele tracé en in het bijzonder voor het kwetsbare bosgebied De Hillen waar de verbindingsweg Raamsdonksveer komt. Door de nieuwe weg richting Raamsdonksveer en aansluiting op de composteerinrichting zal een deel van de bosbeplanting verdwijnen. De bosrand wordt hersteld. Compensatie vindt plaats middels financiële compensatie door storting in het Groenontwikkelfonds. Grondgebonden zoogdieren De aanleg van de nieuwe verbindingsweg Raamsdonksveer vindt plaats binnen het leefgebied van de bever.
Er is echter geen sprake van aantasting van burchten. De afstand tot de dichtstbijzijnde burcht langs de plas bedraagt circa 50 meter. Ten opzichte van het ontwerp uit het OTB heeft een optimalisatie van de ligging van de weg plaatsgevonden waardoor de verbindingsweg niet meer over de oeverzone van de plas gaat. Hierdoor wordt dit foerageergebied niet meer geraakt. Door het nieuwe kunstwerk over de Donge wordt wel een minimaal stukje oeverzone ongeschikt als foerageergebied. Er verdwijnt geen essentieel foerageergebied. Uit de effectbeoordeling volgt dat effecten bestaan uit verstoring in de aanlegfase en uit barrièrewerking. De aanleg van de nieuwe verbindingsweg Raamsdonksveer raakt het leefgebied van de steenmarter. Uit de effectbeoordeling volgt dat de effecten bestaan uit verstoring in de aanlegfase, fysiek ruimtebeslag en uit barrièrewerking. Om de hiervoor beschreven effecten te mitigerende kunnen de volgende maatregelen voor grondgebonden zoogdieren worden uitgevoerd:
blad 31 van 67
Ruimte -
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013 (incl. Lint Oosteind), herziening 31 (Tracébesluit A27) Gemeente Oosterhout
•
Markering van de burcht langs de oude rivierarm plus een bufferzone met een straal van 20 meter;
•
Uitvoeren van de werkzaamheden buiten de gevoelige periode van de bever en martersoorten;