Ontwerp bestemmingpslan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Tekst van het document
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende Regeling; Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en bijbehorende Regeling Basisnet; Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
c.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende Regeling.
Beleid Daarnaast geldt het door de raad vastgestelde Beleid externe veiligheid van Oosterhout 2017. De gemeente Oosterhout heeft in haar beleid vastgelegd dat externe veiligheid erop is gericht om de risico's voor haar burgers en de bedrijven te voorkomen. Indien er risico’s zijn toegelaten worden die zoveel mogelijk beperkt en moeten die beheersbaar zijn. Tenslotte moeten de mogelijkheden voor de evacuatie van personen en de voorbereiding op de bestrijding van een ramp voldoende zijn. Risicobronnen zijn niet toegelaten buiten aangewezen risicogebieden zoals een industrieterrein. Echter kunnen op bestaande (spoor) wegen en vaarwegen risico's niet worden uitgesloten. Het beleid houdt ook in dat minder zelfredzame personen binnen het invloedsgebied van een risicobron beter moeten worden beschermd. Begrippen Bij alle regelingen komt het begrip plaatsgebonden risico, groepsrisico aan de orde. Het begrip plasbrandaandachtsgebied (gebied waar bij het realiseren van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten rekening dient te worden gehouden met de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen) wordt alleen bij de (spoor)wegen toegepast.
Het plaatsgebonden risico is: Het PR geeft de kans per jaar aan dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt, als rechtstreeks gevolg van een calamiteit, veroorzaakt door een ongeval met gevaarlijke stoffen of een ongeval met een vliegtuig. Het plaatsgebonden risico bedraagt standaard maximaal 10-6 . Het wordt vaak weergegeven als een afstand behorende bij die norm. Het plasbrandaandachtsgebied is: Het PAG geeft het gebied aan dat een persoon, onbeschermd, als gevolg van de stralingswarmte overlijdt. Deze wordt uitgedrukt in een afstand. Het groepsrisico is: Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting die ontstaat door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Deze wordt uitgedrukt in een afstand. Het is meestal gelijk aan de afstand waar nog 1% van de personen als gevolg van een calamiteit overlijden Onderzoek In het kader van het aspect externe veiligheid is de (nieuwe) provinciale weg N629 een route waarover transport van gevaarlijke goederen plaatsvindt. Over de N629 worden brandbare gassen (GF3) en brandbare vloeistoffen (LF1 en LF2) vervoerd. De weg is echter geen onderdeel van het Basisnet weg.
Daarnaast bevindt (een deel van) het plangebied zich binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding. De globale ligging van het plangebied t.a.v. de relevante risicobronnen is weergegeven in figuur 4.3
blad 31 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Figuur 4.3 globale ligging plangebied t.a.v. relevante risicobronnen en bijbehorende invloedsgebieden (bron: EV-signaleringskaart: https://nl.ev-signaleringskaart.nl/) Vervoer van gevaarlijke stoffen over de N629 Uit de handleiding risicoanalyse transport kan worden afgeleid dat een weg buiten de bebouwde kom weg geen PR 10-6 contour heeft, wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500. Uit de rapportage Externe veiligheid blijkt dat er in de toekomst worst-case maximaal 224 GF3 transporten per jaar over de N629 plaats zullen vinden. De N629 heeft ter hoogte van het plangebied dan ook geen PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico legt dan ook geen beperkingen op aan de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van de handleiding risicoanalyse transport kan worden vastgesteld dat indien er sprake is van ene dichtheid van minder dan 60 personen/hectare op 10 m van de as van de weg het groepsrisico bij deze vervoersaantallen minder dan 10% van de oriëntatiewaarde bedraagt. Op basis van de gebiedskenmerken kan worden vastgesteld dat de dichtheid minder dan 60 personen per hectare bedraagt in dit gebied. Er kan dan ook volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Hogedruk aardgastransportleiding Z-521-01 Ten aanzien van de hogedruk aardgastransportleiding blijkt dat de PR 10-6 contour niet reikt tot het plangebied.
Het plaatsgebonden risico legt daarmee geen beperkingen op voor de voorgenomen ontwikkeling.
blad 32 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Figuur 4.4: Ligging plangebied t.o.v. omliggende hogedruk aardgastransportleidingen en relevante EV-contouren. Door het gewijzigde bestemmingsplan zal de populatie in het invloedsgebied toenemen. In de huidige situatie zijn planologisch 2 woningen 6.160 m² bedrijfsbestemming en 1.527 m² bvo aan bedrijfsbebouwing aanwezig. In de toekosmtige situatie zijn er planologisch 2 woningen 9.660 m2 bedrijfsbestemming en 3.250 m2 bvo bedrijfsbebouwing toegestaan. In totaal wordt er 1.723 m2 extra bedrijfsbebouwing mogelijk gemaakt binnen het plangebied en neemt de omvang van de bedrijfsbestemming toe met 3.500 m2 . Uitgaande van een kengetal van 1 persoon die aanwezig is per 100 m2 bvo bedrijfsgebouw, komt dit neer op een toename van 17 personen in de dagperiode. Omdat het een loonwerkersbedrijf betreft wordt er vanuit gegaan dat er geen personen aanwezig zijn in de nachtperiode. De uitbreiding van de bedrijfsbestemming en de boogde locatie van de nieuw te realiseren bebouwing is echter gelegen buiten het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding. Volledigheidshalve is toch een verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Verantwoording groepsrisico In deze paragraaf wordt dan ook ingegaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een incident met de hogedruk aardgastransportleiding Z-521-01 en de N629.
Scenario's Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de N629 en hogedruk aardgastransportleiding Z-521-01. Ten gevolge van een incident op de weg kan zich een plasbrand en een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) voordoen en kunnen er toxische stoffen (vloeistof en/of gas) vrijkomen. Ten gevolge van een incident met de hogedruk aardgastransportleiding kan er een fakkelbrand optreden. Plasbrand Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral blad 33 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
warmtestraling door een plasbrand. Het invloedsgebied van een plasbrand bedraagt circa 30 meter, uitgaande van een calamiteit waarbij de gehele wagen- of tankinhoud vrijkomt. De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. BLEVE Er zijn twee soorten BLEVE's die op kunnen treden. Een koude BLEVE en een warme BLEVE. Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open. Hierbij komt een vloeibaar gemaakt brandbaar gas vrij en dit ontsteekt direct. Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Vloeibaar gemaakt brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Vanuit de regelgeving geldt in Nederland dat voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg enkel rekening gehouden wordt met een instantaan effect, dus een koude BLEVE. De effecten van een koude BLEVE reiken tot circa 200 m van de risicobron. Bij een BLEVE geldt dat er een vuurbal en een drukgolf ontstaat, met hittestraling, overdruk, scherfwerking en secundaire branden tot gevolg. Fakkelbrand Vanwege (graaf)werkzaamheden ontstaat een breuk in een hogedruk aardgasleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt.
De effecten van een fakkelbrand zijn hoge warmtestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. Zelfredzaamheid Plasbrand Een plasbrand ontstaat doordat de tank van de tankwagen openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de brandbare vloeistof in korte tijd uit. De brandbare vloeistof verspreidt zich over de grond. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand. Afhankelijk van de locatie ten opzichte van de plasbrand en de daar optredende hittestraling is schuilen in een gebouw achter een muur of vluchten in de schaduw van gebouwen of andere objecten de beste optie. BLEVE In het geval van een 'koude' BLEVE is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen binnen de 80 meter slachtoffer worden. Binnen 200 m zal een bepaald percentage personen slachtoffer worden. Het plangebied bevindt zich gedeeltelijk binnen de 80 meter zone. Omdat een koude BLEVE kan plaatsvinden zonder enige aankondiging vooraf is schuilen in principe de beste optie. De omgeving zal verrast worden door het incident en zelfredzaamheid isiet aan de orde. Fakkelbrand In het geval van een fakkelbrand is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen binnen de 100 procent-letaliteitscontour slachtoffer worden. De hogedruk aardgastransportleiding heeft een 100 procent-letaliteitscontour van 40 meter.
Buiten de 100-procent letaliteitscontour is vluchten van de risicobron af of schuilen in of in de schaduw van gebouwen het beste handelingsperspectief. Bestrijdbaarheid Plasbrand Bij een ongeval met brandbare vloeistoffen, waarbij een plasbrand kan ontstaan is het van belang dat de brandweer snel ter plaatse is. Een plasbrand is dan goed te bestrijden. Door het tijdig arriveren van de brandweer kan voorkomen worden dat het vuur zich snel kan uitbreiden en kan overslaan op gebouwen.
blad 34 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
BLEVE Het ontstaan van een koude BLEVE gebeurt plotseling en is dan ook niet te bestrijden. Wel kunnen hulpdiensten zich richten op de verzorging van slachtoffers en het blussen van secundaire branden. Fakkelbrand In geval van een fakkelbrand spuit aardgas onder hogedruk uit de leiding. Voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. Gasunie zal op afstand de leiding afsluiten waarna het gas tussen de inblokking moet opbranden en de fakkelbrand na verloop van tijd redden van slachtoffers, het koelen van panden in de omgeving en het bestrijden van secundaire branden. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Weliswaar is een deel van het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding (Z-521-01) en de N629, maar dit legt geen beperkingen op voor het planvoornemen. In deze paragraaf zijn verder elementen aangedragen ter verantwoording van het groepsrisico. De brandweer is in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen t.a.v. dit plan. Het standaardavies van de Veiligheidsregio Midden-West Brabant is opgenomen in Bijlage 9.
4.6
Geluid Algemeen Geluid is één van de factoren die de beleving van de leefomgeving in belangrijke mate bepaald. Door de toename van het verkeer en de bedrijvigheid wordt de omgeving in steeds sterkere mate belast met geluid. Dit leidt tot steeds meer klachten. In een aantal gevallen wordt de gezondheid beïnvloed door geluid. Hoge geluidsniveaus kunnen het gehoor beschadigen en ook de verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. Door de toename van het geluid in de omgeving, wordt de behoefte aan stilte steeds meer als een noodzaak gevoeld. Regelgeving De Wet geluidhinder, de Luchtvaartwet, het Activiteitenbesluit en de Wet milieubeheer zijn in het kader van geluidhinder van belang. Bij nieuwe ontwikkelingen van geluidgevoelige bestemmingen dient de geluidssituatie in beeld gebracht te worden. De geluidsniveaus op de gevels van de nieuwe gebouwen worden getoetst aan de geluidsnormen. Het juridisch kader voor wegverkeerslawaai, spoorlawaai en industrielawaai wordt gevormd door de Wet geluidhinder. Vliegtuiglawaai wordt geregeld in de Luchtvaartwet. Er liggen geen geluidszones van het spoorlawaai, industrielawaai en vliegtuiglawaai over het plangebied, waardoor deze niet nader beschouwd worden. Op het aspect wegverkeerslawaai wordt hier nader ingegaan. Onderzoek Dit bstemmingsplan maakt geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen en/of functies mogelijk.
Daarnaast is ten aanzien van het geluid van het bedrijf zelf in paragraaf 4.3 beschreven dat voldaan kan worden aan de richtlijnafstanden van de VNG. Nu is gebleken dat kan worden voldaan aan de richtlijnafstanden van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering en het Activiteitenbesluit (o.a. geluidnormen) op de loonwerkactiviteiten van toepassing zal zijn, wordt een nader geluidonderzoek niet noodzakelijk geacht. Het is aannemelijk dat in de nieuwe situatie aan de geluidnormen kan worden voldaan.
blad 35 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Conclusie Gezien de omgeving van het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling is het aannemelijk dat kan worden voldaan aan de algemene voorschriften uit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Indien aan het Activiteitenbesluit wordt voldaan, zal het woon- en leefklimaat door de uitbreiding verwaarloosbaar veranderen. De bestaande weg zal, ook in de toekomst, voor geluidhinder bepalend zijn bij de bestaande woningen.
4.7
Kabels en Leidingen Er komen geen planologisch relevante kabels en leidingen voor in het plangebied.
4.8
Lucht Algemeen Door de uitstoot van gassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. Regelgeving Het wettelijk kader voor luchtkwaliteit is beschreven in titel 5.2 van de Wet milieubeheer en de algemene maatregelen van bestuur inzake de luchtkwaliteitseisen. In de Wet milieubeheer is van bepaalde projecten getalsmatig vastgelegd dat ze "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Met de inwerkingtreding van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009, zijn deze grenzen zoals deze in de Wet luchtkwaliteit waren opgenomen verruimd. Een project draagt volgens het NSL "niet in betekenende mate" bij zolang de toename van de concentratie fijnstof of stikstofdioxide maximaal 3% bedraagt van de grenswaarde. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die leiden tot minder dan 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10). Deze grens komt overeen met 1.401 auto's dan wel 109 vrachtwagens per weekdagetmaal. Voor kantoren geldt dat kantoren met een brutovloeroppervlak van maximaal 100.000 m2 bij 1 ontsluitingsweg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Onderzoek Het bedrijfsperceel wordt vergroot om een vergroting van het loonbedrijf te kunnen realiseren. Dit zal in beginsel een verslechtering van de luchtkwaliteit met zich meebrengen.
blad 36 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Op basis van expert judgement kan worden gesteld dat de verandering verwaarloosbaar is ten opzichte van het achtergrondniveau van stikstofoxiden en fijn stof. Conclusie De luchtkwaliteit verslechtert verwaarloosbaar door de ontwikkeling, maar zal ruimschoots voldoen aan de wettelijke grenswaarden (bepaald door verkeer).
4.9
Natuurtoets Algemeen Natuur en groen wordt over het algemeen positief gewaardeerd. Zowel in als buiten de bebouwde kom vertoeven veel mensen in hun vrije tijd graag in de bossen en parken. De aanwezigheid van voldoende groen op een bereikbare afstand bepaalt voor een belangrijk deel de leefbaarheid van een woongebied. Ook de aanwezigheid van dieren, bijvoorbeeld vogels, in bebouwd gebied wordt over het algemeen als positief ervaren. De aanwezigheid van voedsel-, nest- en rustgebied is voor deze dieren van essentieel belang. Regelgeving In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen dient getoetst te worden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. De wettelijke grondslag hiervan ligt per 1 januari 2017 in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij soortenbescherming van planten en dieren moet aandacht worden besteed aan de in het wild voorkomende vogels onder de vogelrichtlijn en de dier- en plantensoorten onder de habitatrichtlijn. Dier- en plantensoorten die in de bijlage van de wet genoemd worden vallen ook onder de beschermde soorten, op deze lijst mogen provincies een 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd.
Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS), Natura 2000-gebieden, natuurreservaten en andere in bestemmingsplannen aangeduide natuurgebieden. Onderzoek Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets (zie bijlage 6). Hieronder zijn de conclusies uit de uitgevoerde Natuurtoets weergegeven. Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. In de omgeving liggen wel Natura 2000-gebieden. Mogelijk is sprake van een invloed op deze omliggende Natura 2000 gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Om hier duidelijkheid over te geven moet een nadere analyse worden gemaakt. Het aspect stikstof is hieronder behandeld. Er bevindt zich geen NNN binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. Ook van indirecte effecten op grotere afstand is geen sprake vanwege de afstand tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNN geen belemmeringen. Zie ook onderstaande tabel.
blad 37 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen in omgeving, mogelijk foerageergebied); Huismus (waarschijnlijk (jaarrond beschermde) nesten in directe omgeving); Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen). In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er mogelijk sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.
Stikstofdepositie Voor het aspect stikstof is het van belang dat een vergelijking wordt gemaakt tussen de maximale mogelijkheden van het toekomstige plan met die van de feitelijk, legale, planologische situatie binnen het gehele plangebied. De stikstofdepositie vanwege die vergelijking mag niet groter zijn dan 0,00 mol/ha/jaar op enige Natura 2000-gebied. Relevant is de beoordeling of van de toename van de planologische mogelijkheden er een overschrijding kan plaatsvinden van de grenswaarde. Het is gelet op wat vanuit het plangebied mogelijk is aan stikstofdepositie aannemelijk dat er geen overschrijding zal zijn van de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jr. Er is een stikstofdepositie onderzoek opgesteld door Antea Group. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 11. Op basis van de uitgangspunten berekent Aerius calculator 2020 voor de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Op basis van deze resultaten kunnen significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof op Natura 2000gebieden worden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg. Conclusie
blad 38 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Het aspect natuur geeft geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.10
Besluit milieueffectrapportage Regelgeving In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voor elke ruimtelijke ontwikkeling die genoemd wordt in de C- of D-lijst een motivering moet worden gegeven waarin wordt beoordeeld of een m.e.r.-procedure doorlopen dient te worden. Deze motivering dient op basis van dezelfde criteria als de m.e.r.-beoordeling te worden doorlopen. De diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. In bijlage D is als categorie D11.2 de volgende activiteit opgenomen. De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Als je het project beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject dan zou de m.e.r.-regelgeving van toepassing zijn. Om te achterhalen of een m.e.r.-beoordeling nodig is, dient beoordeeld te worden of het plan moet worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject. Het Besluit m.e.r. kent echter geen definitie van een stedelijk ontwikkelingsproject. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, dient te worden gekeken naar de volgende zaken: 1. 2. 3. 4.
de concrete omstandigheden van het geval, waarbij de aard en omvang van het project van belang zijn; het gebied waarin de ontwikkeling plaats zal vinden; de mogelijkheden op grond van het bestemmingsplan; de milieugevolgen.
Uiteindelijk gaat het om een afweging van bovenstaande punten 1 tot en met 4 of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Onderzoek De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. De activiteit zoals beoogd aan de Heistraat 18 zou kunnen worden geschaard onder categorie D 11.2 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van stedelijke ontwikkelingsprojecten met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' uit de D-lijst van het Besluit m.e.r. Indien het project ondanks de beperkte schaal wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling valt deze ruim onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. Ook uit de uitgevoerde omgevingsonderzoeken blijkt dat er geen sprake is van nadelige milieugevolgen. Op grond daarvan wordt geconcludeerd dat het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is. Conclusie Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd, dat er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling; de m.e.r.-regelgeving is niet van toepassing.
4.11
Water Algemeen Mede ten gevolge van de waterproblemen die in een aantal winters aan het eind van de 20e
blad 39 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
eeuw in Nederland optraden ten gevolge van hevige regenval, is het besef gegroeid dat water een belangrijke plaats verdient in toekomstige ruimtelijke plannen. Om het hoofd te kunnen bieden aan zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verder gaande bodemdaling, nu en in de toekomst, is het van essentieel belang dat het waterbeheer een belangrijke plaats inneemt in de ruimtelijke ordening. Sleutelbegrippen hierbij zijn: meer ruimte voor water en waterbewust bouwen en inrichten. Onderzoek Huidige situatie De locatie bevindt zich aan de Heistraat 18 – 20 in Oosteind tussen Oosterhout en Dongen. De huidige functie van het plangebied is grasland. Maaiveldhoogte binnen het plangebied varieert van 3,7 m + NAP tot 4,0 m + NAP. De bodemopbouw bestaat uit fijn, tot grof zand. De grondwaterstanden in de buurt van het plangebied (950 m.) variëren van 70 cm tot 300 cm – mv. Ten noorden van het plangebied, langs de Heistraat bevindt zich een categorie A waterloop. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een categorie B waterloop. Het plangebied bevindt zich niet in (grondwater) beschermingsgebieden of beschermingszones van keringen. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal een toename van verhard oppervlak zorgen voor een versnelde afvoer van hemelwater. Dit moet worden gecompenseerd in naleving van het beleid van Waterschap Brabantse Delta.
De toename van verhard oppervlak bedraagt ongeveer 2.960 m2 . Op basis van de beleidsregels van Waterschap Brabantse Delta geldt er voor dit plan een compensatie. Op het perceel wordt een waterberging gerealiseerd in de vorm van een wadi met een bergingscapaciteit van 190m3 , de Wadi krijgt een diepte van 60 centimeter. Op grond van een sonderingsrapport zit het grondwater gemiddeld 1.5 – 2 meter onder maaiveld waarmee een diepte van 60 centimeter goed toepasbaar is. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste watercompensatie. De Wadi wordt op de verbeelding ook aangegeven met een aanduiding die gekoppeld is aan de regels. De waterberging dient verder aan de volgende eisen te voldoen: De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG); De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen. Indien de uitstroomvoorziening uit de wadi loost op een categorie A watergang moet worden voldaan aan de algemene regel 14 van het Waterschap.
Hierbij moet gedacht worden aan het niet aantasten van het talud, het doorstroomprofiel en het niet belemmeren van onderhoudsmogelijkheden. Hangende de definitieve inpassing van de op- en afrit van de N629 is nog niet duidelijk waar en of er sprake kan zijn van het lozen op een A-watergang. Dit zal bepaald worden tijdens de verdere detaillering van de N629, daarbij zal ook dit perceel betrokken worden. De watervergunning die eveneens nodig is zal borgen dat er sprake is van een goede waterhuishouding op en rond het perceel. Er is door initiatiefnemer in overleg met de gemeente onderzocht in hoeverre gebruik van de bestaande oprit / ontsluiting met een zware ontsluiting mogelijk is. In dat scenario moeten de voertuigen van initiatiefnemer door de voortuin van de bedrijfswoning. Een nieuwe oprit direct naast de erfgrens van de woning heeft bezwaren vanuit verkeersveiligheid doordat er twee kruisingen direct na elkaar ontstaan (de nieuwe kruising van de N629 waar nu op aangesloten wordt en deze nieuwe) en levert geen voordeel ten aanzien van een te maken duiker. Daarom wordt de ontsluiting aangesloten op de nieuwe kruising van de N629 aan de blad 40 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
noordkant van het perceel. Initiatiefnemer zal samen met de gemeente en het Waterschap zorgen voor een minimale lengte van de duiker onder de ontsluiting zodat er een goede waterhuishouding rond het perceel blijft bestaan. In de Heistraat ligt een gemeentelijk drukriool. Er is in de nieuwe situatie geen vuilwaterafvoer meegenomen in deze toetsing. Indien er wel vuilwaterafvoer plaats gaat vinden dan dient dit afvalwater bij voorkeur aangesloten te worden op de bestaande huisaansluiting op eigen perceel. Hier mag geen regenwater op geloosd worden. De afvoer van de bestaande pomp mag maximaal toenemen met 5 m³ per uur, waarbij de piekbelasting maximaal toe mag nemen met 2 liter per seconde. Overschrijding van één van deze waarden betekent dat er een bergingsvoorziening gemaakt moet worden om de overschrijdende hoeveelheden tijdelijk te bufferen. De uitwerking van deze voorziening dient ter goedkeuring te worden aangeleverd aan gemeente Oosterhout. Indien dit niet mogelijk is dient er een nieuw drukrioolgemaal gerealiseerd te worden. In dergelijk geval worden de kosten hiervoor in rekening gebracht bij de initiatiefnemer . Hiertoe zal de anterieure overeenkomst worden voorzien in een bepaling die in het verhalen van deze kosten voorziet.
Ten aanzien van de bouw van het gebouw zal zoveel mogelijk gewerkt worden met milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Deze worden niet gebruikt tijdens de bouw/aanleg van het plangebied. Indien in de nieuwe loods toiletunits en/of een wasbak aangelegd worden dan zullen deze op de bestaande huisaansluiting gekoppeld worden. Het regenwater dat wordt afgevoerd van het nieuwe gebouw zal niet op het (druk-) riool gekoppeld worden. Regenwater dat op het terrein valt zal naar de wadi stromen en daar opgevangen worden. Tevens zal het ook in de watergangen rondom het perceel afgevoerd worden. Tenslotte zal er bij een 'bui 100' (ca. 70 mm in één uur) geen inundatie mogen plaatsvinden vanuit open waterberging (o.a. wadi) of watergang. Hier zal tijdens de realisatie rekening mee gehouden worden. Conclusie Het plan zal ten aanzien van de waterhuishouding in combinatie met de inpassing van de N629 verder uitgewerkt worden zodat de waterhuishouding ter plekke passend gemaakt wordt. Op het terrein (berm van de N629 en op het perceel van initiatiefnemer) is voldoende ruimte voor maatwerk.
Daarmee zal de waterhuishouding voldoen aan de eisen die het Waterschap hieraan stelt.
blad 41 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
4.12
Geur In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Dat betekent dat het plan daarvoor geen extra belemmering mag veroorzaken. Tevens moet er sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarvoor is van belang of er objecten binnen het plangebied als geurgevoelig object zijn aan te merken. De twee bedrijfswoningen zijn bestaande geurgevoelige objecten. Daarin brengt het plan qua ligging geen verandering in. Indien de bedrijfshallen al als geurgevoelig object zouden kunnen worden aangemerkt is van belang dat het bouwvlak van het plangebied niet is gelegen binnen de geurcontour van een veehouderij. Daarbij is van belang dat voor de veehouderij van Heistraat 17 een vaste afstand van 50 m van toepassing is en de veehouderij niet in de richting van het loonwerkbedrijf met een stal kan uitbreiden (omgekeerde werking) vanwege de woning op Heistraat 21. De dichtstbijgelegen intensieve veehouderij is op meer dan 1 kilometer gelegen van het plangebied. Het woon- en leefklimaat in het plangebied is aanvaardbaar te achten voor de bedrijfswoningen en bedrijfshallen nu het plan niet binnen een geurcontour geldend voor een veehouderij is gelegen. Door de grote afstand tot een intensieve veehouderij is de voorgrondbelasting veel lager dan 3 ou/m3 en de achtergrondbelasting veel lager dan 6,5 ou/m3 (gemeentelijke beleidslijn).
Conclusie Door de voorgenomen ontwikkeling worden er geen veehouderijen extra belemmerd. Tevens is het woon- en leefklimaat aanvaardbaar wat betreft geurhinder. Vanuit het aspect geur zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging.
4.13
Conclusie Op basis van een toets van de uitvoeringsaspecten kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling met de uitbreiding van een loods past binnen de geldende (milieu)wet- en regelgeving.
blad 42 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
5.1
Wettelijke vereisten Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het plangebied. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is aangesloten bij het gemeentelijke 'Handboek (digitale) bestemmingsplannen'. Voor onderhavig bestemmingsplan is de versie van 2019 gehanteerd. Het handboek bevat een set regels die voor alle nieuwe bestemmingsplannen binnen de gemeente Oosterhout wordt gehanteerd, waardoor sprake is van uniforme regelingen in de diverse plannen. In het Handboek is gestreefd naar standaardisering van bestemmingen en regels zoals aangegeven in de Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer globaal tot gedetailleerd. Het onderhavige bestemmingsplan beschrijft meer dan alleen de hoofdlijnen van het beleid, doch treedt niet al te zeer in details. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is het bieden van een flexibele, juridische regeling, zonder dat hierdoor de rechtszekerheid van de burger wordt geschaad.
5.2
Verbeelding Voor de verbeelding is aangesloten bij de systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied 2013. Daarin heeft het bestaande bedrijf de bestemming Bedrijf met een specifieke code die een semi agrarisch loonbedrijf mogelijk maakt. Omdat dit bestemmingsplan betrekking heeft op één perceel is er voor gekozen om deze specifieke code te verwerken in de bestemming. Daarnaast is, op basis van het plan ter verbetering van de landschappelijke kwaliteit, de bestemming 'Groen' opgenomen in de regels en op de verbeelding. Daarnaast is in deze bestemming 'Groen' de nadere gebiedsaanduiding "Overige zone - landschappelijke inpassing" opgenomen. Hier is in de regels een voorwaardelijke verplichting gekoppeld zodat de kwaliteitsverbetering ook gerealiseerd wordt en in stand gehouden. Hiermee wordt de verbetering van de landschappelijke kwaliteit juridisch geborgd. In deze bestemming heeft tevens de Wadi (met een bergingscapaciteit van 190m³) de aanduiding 'waterberging' gekregen en zijn er regels opgenomen in de vorm van een voorwaardelijke verplichting zodat deze Wadi aangelegd wordt en duurzaam in stand gehouden wordt.
blad 43 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Figuur 5.1: verbeelding.
5.3
Bestemmingen
5.3.1
Opzet regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid. De specifieke nadere eisenregelingen, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk een omgevingsvergunningstelsel voor werken en werkzaamheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan.
blad 44 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
5.3.2
Flexibiliteitsregels Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door regels op te nemen over de bevoegdheid tot het verlenen van een (binnenplanse) omgevingsvergunning ter afwijking van het bestemmingsplan, het stellen van nadere eisen of een wijzigingsbevoegdheid. Voor het opnemen van flexibiliteitsregels geldt als uitgangspunt dat flexibiliteitregels alleen worden gebruikt als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn. Ontwikkelingen die niet in de regels mogelijk zijn gemaakt, zijn uitsluitend mogelijk via een buitenplanse procedure.
5.3.3
Toelichting bestemmingen Hieronder worden de meeste voorkomende bestemmingen en algemene regels kort toegelicht. Artikel 3 Bedrijf - Semi-agrarisch bedrijf De tot 'Bedrijf - Semi-agrarisch bedrijf' bestemde gronden zijn bedoeld voor een loon(werk)bedrijf. Dit is een bedrijf dat - voornamelijk met behulp van verplaatsbare werktuigen - diensten verleent aan agrarische bedrijven, onder andere in verband met de bodemcultuur, of ter uitvoering van grondwerkzaamheden. Er is een bouwvlak op de verbeelding opgenomen en tevens zijn daar bouw- en gebruiks regels aan gekoppeld in de planregels van dit bestemmingsplan. Daarbij zijn de regels uit het bestemmingsplan Buitengebied met kenmerk NL.IMRO.0826.BSPbuitengeb2013-VA01 overgenomen voor zover zij betrekking hebben op dit plangebied. Daarnaast zijn opslag en uitstalling van materialen ten behoeve van de bedrijfsuitoefening, voorzieningen voor verkeer en verblijf, tuinen en erven, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, en reclamevoorzieningen toegestaan. Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen de gebouwen moeten worden gerealiseerd. De maximale goot- en bouwhoogte zijn in de regels aangegeven. Er zijn nadere regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Artikel 4 Groen Deze bestemming is toegekend aan de gronden die onderdeel uitmaken van de verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het terrein. Met name de randzone van het perceel is hier onderdeel van. Om te borgen dat deze zone ook in de toekomst dient ter afscherming van de bedrijfsgebouwen mogen op gronden met deze bestemming geen gebouwen gebouwd worden. Tevens wordt de Wadi in deze zone aangelegd met een bergingscapaciteit van 190m³. Hoofdstuk 3 Algemene regels In de algemene regels zijn de anti dubbeltelregel en algemene bouwregels opgenomen (voor ondergronds bouwen en afwijken van de bouwregels). Daarnaast is in de algemene gebruiksregels van artikel 7 met een voorwaardelijke verplichting geborgd dat de landschappelijke kwaliteit en Wadi gerealiseerd worden en duurzaam in stand gehouden.
blad 45 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
blad 46 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Hoofdstuk 6
Handhaafbaarheid Handhaving vormt een belangrijk onderdeel van een beleidscyclus. Regels worden gesteld met als doel het beschermen van een bepaald belang. Zonder toezicht op naleving van deze regels bestaat het risico dat dit doel onvoldoende bereikt wordt. Tevens komt de gemeente ongeloofwaardig over als gestelde regels niet worden gehandhaafd. Handhaafbaarheid, draagvlak en naleefgedrag Een eerste voorwaarde voor handhaving is een duidelijk en handhaafbaar beleid en regelgeving. Om die reden worden nieuwe versies van digitale handboeken en die onderdelen van bestemmingsplannen die afwijken van het digitale handboek, door de afdeling die belast is met vergunningverlening en handhaving, gecontroleerd op uitvoerbaarheid. Ook voor dit bestemmingsplan heeft deze toets plaats gevonden. Naast handhaafbare regels dient er ook het nodige draagvlak voor het nieuwe beleid en de daaruit voortvloeiende regels te zijn. Immers zal een plan met weinig draagvlak op weinig naleefgedrag kunnen rekenen. Het creëren van draagvlak is onder andere bewerkstelligd door in de verschillende fasen van het planproces burgers, belangenorganisaties en andere belanghebbenden te betrekken, al dan niet via wettelijk bepaalde inspraakmomenten.
Preventieve en repressieve handhaving Naast repressie (handhavend optreden op het moment dat er sprake is van een overtreding) heeft preventie een belangrijke functie in de gemeentelijke handhavingsstrategie (de gemeente hanteert de landelijke handhavingsstrategie). Bij preventief handhaven spelen vooral dialoog, voorlichting en advisering een belangrijke rol. Zo voorziet het handhavingsbeleid van de gemeente Oosterhout in meer aandacht voor voorlichting en communicatie, onder andere door het uitgeven van voorlichtingsbrochures. Qua repressie voorziet het gemeentelijk handhavingsbeleid en het daarop gebaseerde integrale uitvoeringsprogramma in het continu opsporen van overtredingen van het bestemmingsplan. Ook worden er gezamenlijk met andere overheden (brandweer, politie, belastingdienst) multidisciplinaire handhavingsacties georganiseerd. Binnen dergelijke acties is er ook aandacht voor overtredingen van het bestemmingsplan. Indien een overtreding wordt geconstateerd, zal als eerste stap in het handhavingstraject telkens worden bezien of het illegale gebruik of bouwwerk op grond van het bestemmingsplan of afwijking daarvan, alsnog gelegaliseerd kan worden. Is dat niet het geval dan wordt het handhavingstraject doorgezet.
Al deze aspecten zijn vastgelegd in het beleidsplan Fysieke Leefomgeving en de daarin opgenomen handhavingsstrategie en dienen als leidraad voor de alledaagse handhavingspraktijk binnen de gemeente Oosterhout. IJkmoment, overgangsrecht en monitoring beleid De totstandkoming van dit bestemmingsplan is een ijkmoment voor de handhaving. Indien bebouwing of gebruik afwijkt van het bestemmingsplan, zal hier tegen handhavend worden opgetreden. Voor zowel bouwen als gebruik is het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan de peildatum. Tegen bebouwing en gebruik dat onder het overgangsrecht valt, kan niet handhavend worden opgetreden.
blad 47 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
blad 48 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid Volgens de Wet ruimtelijke ordening (afdeling 6.4), geldt er een verplichting tot kostenverhaal voor die gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Op grond van het Bro is kostenverhaal verplicht in geval van: de bouw van één of meer woningen en hoofdgebouwen; uitbreiding van gebouwen met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen; Op basis van het bovenstaande is kostenverhaal verplicht. Uitsluitend op gronden die in eigendom zijn van de initiatiefnemer zijn ontwikkelingen opgenomen in dit bestemmingsplan. Op gronden van derden worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Met de initiatiefnemer wordt voorafgaand aan het vaststellen van dit bestemmingsplan een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat planschade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1. Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Met de anterieure overeenkomst is ook geborgd dat storting plaats vind in het groenfonds en overige kosten zoals eventuele aanpassing van de drukriolering, kunnen worden verhaald. Door de overeenkomst zijn de kosten die de gemeente moet maken voor dit bestemmingsplan anderszins verzekerd.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1
Overleg ex artikel 3.1.1. Bro In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerp van het bestemmingsplan toegezonden aan de volgende overleginstanties: de provincie Noord Brabant, het Waterschap Brabantse Delta, de inspectie leefomgeving en transport, regio Zuid. Er zijn inhoudelijke reacties binnen gekomen op het voorontwerp van de provincie en Waterschap Brabantse Delta. Deze reacties zijn beide opgenomen in bijlage 7 en 8. A. Reactie provincie Noord Brabant De provincie vraagt om de landschappelijke inpassing ook te borgen op de verbeelding en de regels met een bestemming 'Groen'. De omvang van de landschappelijke inpassing is akkoord en de rest van de inhoud ook. Reactie gemeente De gevraagde bestemming 'Groen' is toegekend aan de gronden die in het plan voor de verbetering van de landschappelijke kwaliteit ook als zodanig zijn aangemerkt. Hierbij zijn ook passende regels opgenomen gebaseerd op de bestemming 'Groen' die ook nu is opgenomen in het buitengebied. De aanleg en het onderhoud van de landschappelijke inpassing is geborgd door opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels.
B. Reactie Waterschap Brabantse Delta Er is een overlegreactie van het Waterschap Brabantse Delta ingediend. Het Waterschap had zorgen over de waterhuishouding van het gebied in relatie tot de aanleg van de N629. Deze overlegreactie is besproken met het Waterschap en op 9-2-2021 per e-mail is ook de blad 49 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
definitieve waterparagraaf afgestemd met het Waterschap. Het Waterschap heeft in haar reactie gevraagd om nader in te gaan op de volgende onderdelen. 1. Het Waterschap merkt op dat de afwatering goed geregeld moet worden op de watergangen van de provinciale weg N629. Reactie gemeente Bij de inrichting van het perceel is aangesloten op de ontwikkelingen van de N629. De afvoer van water is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Er zijn naar aanleiding van deze overlegreactie nog een aantal overleggen geweest om te komen tot een goede Waterhuishouding rondom het perceel. 2. Het Waterschap vraagt om expliciet te benoemen in paragraaf 3.2 dat er geen obstakels mogen worden geplaatst in de beschermingszone van 5 meter. Reactie gemeente Dit is in paragraaf 3.2 opgenomen. Ook is de bestemming 'Groen' toegevoegd aan een deel van de verbeelding voor deze strook. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen gebouwd worden en is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter bescherming van deze zone. Hiermee zijn de belangen van de groene invulling inclusief de waterberging voldoende geborgd. 3. Voor de overkluizing van de watergang wordt gevraagd om alleen een nieuwe overkluizing aan te leggen als dat absoluut noodzakelijk is. Als dat het geval is zal het opstuwend effect van deze overkluizing hydrologisch getest moeten worden.
Reactie gemeente Vanuit verkeersveiligheid is gekozen om de ontsluiting aan te sluiten op de nieuwe kruising in de N629. Hiermee wordt voorkomen dat er een serie kruisingen vlak achter elkaar komen wat onveiliger wordt geacht dan de huidige situatie. De door het Waterschap gevraagde hydrologische toets wordt gecombineerd met de nadere detaillereing van de N629. Zodra daar de profielen duidelijk zijn zal gezamenlijk gekeken worden naar het eventuele opstuwend effect van de overkluizing. Voor eventuele aanpassingen biedt het perceel voldoende ruimte zodat de waterhuishouding niet negatief beinvloed hoeft te worden. 4. In de berekening van de retentie-opgave is gecorrigeerd voor de gevoeligheidsfactor. Dit is toegestaan. De GHG is niet onderzocht of in kaart gebracht. Hier is ook de ruimte voor binnen het plangebied. We adviseren de aan te brengen wadi voldoende robuust uit te laten voeren en niet de absolute grenzen op te zoeken. (bergingscapaciteit en bodemdiepte t.o.v. de GHG). Reactie gemeente Uit een uitgevoerd sonderingsrapport blijkt dat de gemiddelde grondwaterstand 1.5 – 2 meter onder maaiveld zit. De Wadi wordt uitgevoerd met een diepte van 60 centimeter. Daarmee wordt voldaan aan deze wens van het Waterschap. 5.
Wij verzoeken u in de waterparagraaf aandacht te schenken aan het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Reactie gemeente Uitgangspunt van initiatiefnemer is dat bovenstaande materialen niet gebruikt zullen worden. Dit is toegevoegd aan de waterparagraaf. Initiatiefnemer en gemeente willen een milieuvriendelijke bouw realiseren.
blad 50 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
7.2.2
Omgevingsdialoog Zoals in paragraaf 3.2.2. beschreven is er een omgevingsdialoog gevoerd met de omwonenden. Daaruit kwam naar voren dat er geen zwaarwegende bezwaren waren tegen de plannen en dat de uitrit voor één van de aanwezigen het liefst bij de aansluiting van de Heistraat kon komen. Hier is rekening mee gehouden door de op-/uitrit bij de bestaande kruising te situeren. Een verslag van de omgevingsdialoog is toegevoegd als bijlage 10.
7.3
Vaststellingsprocedure De procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening wordt doorlopen. Ingediende zienswijzen worden verwerkt in een reactienota welke wordt bijgevoegd in de bijlage. In het vast te stellen bestemmingsplan zijn wijzigingen en aanvullingen aangebracht die in de reactienota zijn opgenomen.
blad 51 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
! ! " # $%
% & '& ()
&% & *+,
&
" #$ - %. & & (% , %&% /0 ) (% & % %%, % 1 0 )1 , ' 0 ) (, (. % 1 .% '0, & %
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Inhoudsopgave Bijlagen
3
Bijlage 1
Archeologisch onderzoek
5
Bijlage 2
Selectiebesluit archeologie
51
Bijlage 3
Bodemonderzoek
53
Bijlage 4
Kwaliteitsverbetering van het landschap
71
Bijlage 5
Watertoets
85
Bijlage 6
Natuurtoets
109
Bijlage 7
Overlegreactie provincie
149
Bijlage 8
Overlegreactie Waterschap
153
Bijlage 9
Standaardavies VRMWB
157
Bijlage 10
Verslag omgevingsdialoog
175
Bijlage 11
Stikstofdepositie onderzoek
183
Bijlagen
blad 3 van 204
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
blad 4 van 204
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Bijlage 1
blad 5 van 204
Archeologisch onderzoek
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Antea Group Archeologie 2020/125 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Uitbreiding loonwerkbedrijf Heistraat 18-20, Oosteind, gemeente Oosterhout
projectnummer 456516 revisie 02 31 maart 2021
Antea Group Archeologie 2020/125 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Uitbreiding loonwerkbedrijf Heistraat 18-20, Oosteind, gemeente Oosterhout projectnummer 456516 revisie 02 31 maart 2021
Auteurs V. Van Looveren G. Sophie
Opdrachtgever Loonbedrijf gebroeders Beenakkers Heistraat 18 4909 BE Oosteind
datum vrijgave 31-3-2021
beschrijving revisie 02 Goedgekeurd door bevoegd gezag
goedkeuring M. Stabel
vrijgave P.F.G.M Kennes
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
2
1
Inleiding
4
2
Bureauonderzoek
5
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4
Beschrijving onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen Bekende waarden Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische verwachting Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting Conclusies en advies voor vervolgonderzoek
5 5 5 7 7 11 14 14 16 17 17 17 19
3
Veldonderzoek
20
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2
Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze Resultaten Bodemopbouw Archeologie
20 20 21 22 23
4
Conclusies en advies
25
4.1 4.2
Conclusies (Selectie)advies
25 25
Literatuur en geraadpleegde bronnen
27
Lijst met afbeeldingen
29
Bijlagen 1 2 3
Archeologische perioden AMZ-cyclus Boorbeschrijvingen
Kaartbijlagen 456516-ARCHIS 456516-S1
Gegevens uit ARCHIS Situatiekaart met ligging boorpunten
Antea Group Archeologie 2020/125 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 456516 31 maart 2021 revisie 02 Loonbedrijf gebroeders Beenakkers
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem
456516 4872259100 Noord-Brabant Oosterhout Oosteind Heistraat 18-20
Kaartblad 44G Coördinaten 121299/405311 121350/405294 121312/405247 121255/405304 Opdrachtgever Loonbedrijf gebroeders Beenakkers Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering juli 2020 Projectteam M. Stabel (projectleider) V. Van Looveren (KNA-archeoloog) G. Sophie (senior KNA-prospector) Vrijgave conform KNA H.J.L.C. Koopmanschap (senior KNA-archeoloog (4002) en senior KNA prospector (4003)) Bevoegd gezag Gemeente Oosterhout Deskundige Bevoegd gezag RWB Beheer documentatie Antea Group
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied.
Blad 1 van 29
Antea Group Archeologie 2020/125 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 456516 31 maart 2021 revisie 02 Loonbedrijf gebroeders Beenakkers
Samenvatting In juli 2020 heeft Antea Group in opdracht van Loonbedrijf gebroeders Beenakkers een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied ‘Heistraat 18-20’ te Oosteind, gemeente Oosterhout. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en vervolgens uit een verkennend archeologisch booronderzoek. Beide onderzoeken zijn in onderhavig rapport gerapporteerd. Loonbedrijf gebroeders Beenakkers is voornemens het bestaande bedrijfsterrein uit te breiden door de bouw van een nieuwe bedrijfshal. Voor het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen, waarvoor een verplichting op archeologisch onderzoek geldt bij bodemverstorende werkzaamheden groter dan 100m² en dieper dan 0,5m –mv. De geplande bodemingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Het uitgevoerde archeologische onderzoek maakt deel uit van de procedure betreffende de hiervoor benodigde bestemmingsplanaanpassing. Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4002 en 4003 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor de KNA-protocollen 4002 (bureauonderzoek) en 4003 (inventariserend veldonderzoek) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
Bureauonderzoek Gezien de ligging in het dekzandlandschap van Brabant geldt er voor het plangebied een brede verwachting. In principe kunnen er vondsten aangetroffen worden vanaf het laat paleolithicum tot en met de middeleeuwen. Op basis van het ontbreken van bebouwing op de historische kaarten worden er geen bewoningsresten uit de nieuwe tijd verwacht. De resten kunnen vanaf het maaiveld aangetroffen worden; of onder het esdek in de intacte top van het pleistoceen zand. Binnen het plangebied wordt dit pleistoceen zand op circa 0,5 tot 1,0m –mv verwacht. Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) In het plangebied is sprake van een AC-profiel in boring 1 en een A-AC-C profiel in de overige boringen. De bodemopbouw is bij boringen 2, 3, en 4 zeker tot voorbij het mogelijke archeologische vlak geroerd, bij boring 1 is dat niet zeker. Tijdens het verkennend booronderzoek is in het plangebied in drie van de vier boringen een geroerde bodemopbouw aangetroffen. In geen geval is hier nog een deel van de oorspronkelijke top van de C-Horizont aanwezig. Dit beeld komt overeen met de inde in 2018 direct naast dit plangebied gegraven proefsleuf. Deze proefsleuf maakte onderdeel van meerdere proefsleuven behorend bij het onderzoek ten behoeve van een ontsluitingsweg van het industrieterrein Everdenberg.
De proefsleuf aangrenzend aan het nu onderzochte plangebied liet daarbij alleen recente verstoringen in een archeologisch schoon vlak zien. De combinatie van de resultaten van het booronderzoek uit 2020 en het gravend onderzoek uit 2018 maakt dat Antea Group voor het nu onderzochte plangebied adviseert de verwachtingswaarde bij te stellen naar laag. Dit geldt tevens voor de zone rondom boring 1. Hoewel het AC-profiel van boring 1 bij uitzondering nog een deel van de oorspronkelijke top van de C-Horizont zou kunnen bevatten, ligt deze locatie te ver verwijderd van de bestaande Heistraat. Eerder is in het proefsleuvenonderzoek uit 2018 een behoudenswaardige archeologische vindplaats aangetroffen. Het betrof hier een deel van een laatmiddeleeuws
Blad 2 van 29
Antea Group Archeologie 2020/125 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 456516 31 maart 2021 revisie 02 Loonbedrijf gebroeders Beenakkers
(mogelijk doorlopend in de nieuwe tijd) erf dat georienteerd was op de Heistraat. Het gebied rondom zone 1 ligt te ver verwijderd om nog een soortgelijke vindplaats te kunnen bevatten. Het concrete advies is om binnen de te voeren ruimtelijke procedure voorliggend plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Zie ook hoofdstuk 5. Advies Tijdens het verkennend booronderzoek is in het plangebied in drie van de vier boringen een geroerde bodemopbouw aangetroffen. In de in 2018 direct naast dit plangebied gelegen proefsleuf bleken alleen recente verstoringen aanwezig. De combinatie van deze gegevens leidt tot het advies de archeologische verwachting voor het plangebied bij te stellen naar laag. Tevens luidt het advies het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Bovenstaande betreft een selectieadvies; het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan bevoegde overheid, in deze de gemeente Oosterhout. De bevoegde overheid ging op 2 februari 2021 akkoord met het gegeven advies.1