Ontwerp bestemmingpslan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Tekst van het document
! ! " # $%
% & '& ()
&% & *+,
&
" #$ - %. & & (% , %&% /0 ) (% & % %%, % 1 0 )1 , ' 0 ) (, (. % 1 .% '0, & %
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Algemeen Plangebied: ligging en begrenzing Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
5 5 6 6 7
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Ontwikkeling Structuur plangebied De ontwikkeling Behoefte aan uitbreiding Kwaliteitsverbetering landschap Duurzaamheid en klimaatadaptatie
9 9 9 10 10 13
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid
15 15 17 20
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Randvoorwaarden Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en Leidingen Lucht Natuurtoets Besluit milieueffectrapportage Water Geur Conclusie
25 25 25 28 29 30 35 36 36 37 39 39 42 42
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische toelichting Wettelijke vereisten Verbeelding Bestemmingen
43 43 43 44
Hoofdstuk 6
Handhaafbaarheid
47
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vaststellingsprocedure
49 49 49 51
Toelichting
blad 3 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
blad 4 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1
Algemeen Aan de Heistraat 18 in Oosteind is een loon(werk) bedrijf (hierna: bedrijf) gevestigd. De werkzaamheden van het bedrijf bestaan uit het ondersteunen van agrarische bedrijven in de omgeving met grondwerkzaamheden en het bewerken van de landerijen. Hiervoor heeft het bedrijf voornamelijk zware en grote machines in eigendom die hiervoor ingezet worden. Omdat de machines van het bedrijf steeds groter worden is er behoefte aan uitbreiding van de loodsen waar de machines overdekt kunnen staan en ook onderhouden worden. Hiervoor zijn plannen ontwikkeld op een perceel aan de noordwestkant van het bestaande bedrijf. Doordat de nieuwe provinciale weg N629 (Oosterhout-Dongen) zorgt voor een aanpassing van het gehele gebied is er een perceel ontstaan dat tussen deze nieuwe provinciale weg en het bestaande bedrijf in komt te liggen. Op dit perceel wordt de uitbreiding gerealiseerd zodat er sprake blijft van één aaneengesloten bedrijfsperceel. Het bedrijf beschikt daarnaast over twee bedrijfswoningen.
Figuur 1.1: Positionering bedrijfsuitbreiding (rode stip) ten opzichte van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Everdenberg Oost' (linksonder) het provinciaal inpassingsplan 'N629 Oosterhout – Dongen' en de in die plannen voorziene verbindingswegen Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het bedrijf met een nieuwe loods mogelijk aan de noordwestkant van de bestaande bebouwing (zie figuur 1.2.). Alle overige voorzieningen op het bestaande terrein worden door dit bestemmingsplan niet aangepast. Wel wordt dit bestaande gebied ook meegenomen in dit geldende bestemmingsplan zodat blad 5 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
voor het gehele bedrijf één actueel bestemmingsplan van toepassing is.
1.2
Plangebied: ligging en begrenzing Het plangebied ligt zoals in de vorige alinea beschreven aan de Heistraat 18 in Oosteind. Ten noordwesten van de bestaande bedrijfslocatie is de uitbreiding voorzien. Ten oosten zal de nieuwe provinciale weg (N629) tussen Oosterhout en Dongen de grens vormen. In onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven.
Figuur 1.2 Ligging plangebied met globale ligging van de uitbreiding in het rood. In het oranje is de bestaande bedrijfskavel weergegeven.
1.3
Vigerend bestemmingsplan De gronden waar de uitbreiding voorzien is liggen voornamelijk in het geldende 'Bestemmingsplan Buitengebied'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 8 juli 2014. Voor dit bestemmingsplan is een 'Reparatie herziening Buitengebied 2016' vastgesteld op 19 april 2016). In dit bestemmingsplan hebben de gronden de bestemming 'Agrarisch'. Daarnaast is op een gedeelte van het perceel de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' opgenomen (zie figuur 1.3). Daarnaast ligt een heel klein gedeelte van de kavel in het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Everdenberg Oost' vastgesteld op 12 december 2017. Hier hebben de gronden de bestemming 'Verkeer'. Tevens is hier aanvullend de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone wijzigingsgebied 2' toegekend aan de gronden. De verkeersbestemming in het bestemmingsplan Bedrijventerrein Everdenberg-Oost was bedoeld voor de tijdelijke ontsluiting van het bedrijventerrein Everdenberg Oost op de N629. Nu er direct wordt voorzien in een structurele aansluiting op de N629 en er geen tijdelijke ontsluiting wordt aangelegd, kan deze verkeersbestemming ter plaatse worden weggebestemd. Voor de gehele gemeente heeft de gemeente de 'Parapluherziening Parkeren Oosterhout 2018' vastgesteld op 3 juli 2018. Bovenstaande vier bestemmingsplannen maken de gewenste uitbreiding van initiatiefnemer niet mogelijk zodat aanpassing daarvan nodig is.
Dit bestemmingsplan maakt de
blad 6 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
uitbreiding mogelijk.
Figuur 1.3: Bestemmingsplan buitengebied met plangrens
1.4
Leeswijzer Deze toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2: beschrijft de bestaande situatie, het plan en het daaraan gekoppelde programma; Hoofdstuk 3: geeft het algemene beleidskader. Thema specifiek beleid is samen met de relevante wet en regelgeving op dat thema opgenomen in desbetreffende paragraaf. Hoofdstuk 4: beschrijft het onderzoek en de conclusies ten aanzien van de milieuaspecten; Hoofdstuk 5: bevat een toelichting op het juridisch geldende deel van dit plan (regels en verbeelding); Hoofdstuk 6: gaat in op de handhaafbaarheid en Hoofdstuk 7: bevat een beschrijving van de uitvoerbaarheid (financieel en maatschappelijk) van het plan.
blad 7 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
blad 8 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Hoofdstuk 2
2.1
Ontwikkeling
Structuur plangebied Het loonbedrijf aan de Heistraat 18 in Oosteind is rond 1960 ontstaan op deze locatie. het familiebedrijf is sinds die tijd gegroeid tot het bedrijf dat het vandaag de dag is. op het bedrijfsperceel staan op dit moment drie grote loodsen (met een oppervlakte van ca. 1.763m²) en twee bedrijfswoningen. Binnen Loon- en Grondverzet zijn agrarisch loonwerk en gewasverzorging de belangrijkste werkzaamheden. Het grondverzet neemt echter een steeds belangrijkere plaats in en het machinepark wordt hier dan ook steeds meer op aangepast. Het machinepark wordt qua omvang ook steeds groter waardoor de bestaande loodsen te klein zijn geworden. Inmiddels is het bedrijf gegroeid naar 12 personen, bestaande uit 2 vennoten, 1 administratief medewerkster en 9 medewerkers. Deze medewerkers zijn gespecialiseerd in agrarisch loonwerk, graaf- en grondwerkzaamheden. In drukkere periodes wordt het bedrijf bijgestaan door extra ingehuurde krachten.
2.2
De ontwikkeling Om de steeds groter wordende machines een plek te kunnen geven op het perceel is uitbreiding nodig. Door de komst van de provinciale weg N629 (Oosterhout-Dongen) over een deel van de gronden van het bedrijf ontstaat er ten noordwesten van het bestaande bedrijfsperceel een nieuwe kavel tussen de weg en het bedrijf in. Op deze kavel wordt een nieuwe loods gebouwd met een omvang van ca. 1.100 m² (zie figuur 2.2). De hoogte zal aansluiten bij de bestaande bebouwing op de bedrijfskavel en niet afwijken van de hoogte die op basis van het geldende bestemmingsplan is toegestaan. De nieuwe toegang tot dit perceel zal op de N629 gerealiseerd worden. Indicatief is deze op onderstaande afbeelding weergegeven. Na inwerkingtreding van het bestemmingsplan wordt hiervoor een uitritvergunning aangevraagd.
blad 9 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Figuur 2.1: ligging bedrijfsuitbreiding, geprojecteerd op indicatieve locatie loonbedrijf tussen bestaande N629 (schuin van links naar rechts), verbindingsweg (linksboven) en nieuwe N629 (links).
Verkeer en parkeren Op het terrein zelf worden minimaal 14 parkeerplaatsen aangelegd, maar er is ruimte voor meer indien dat nodig blijkt. op gornd van de normatieve parkeerbehoefte van de gemeente moeten er 1100/100*1.2=13,2 plaatsen gerealiseerd worden. Op het eigen perceel is deze ruimte aanwezig. Daardoor zal de omgeving ook geen last hebben van personeel dat parkeert op het eigen terrein. Door de inrichting van het perceel is er ook geen andere mogelijkheid dan te parkeren op de gronden die onderdeel uitmaken van deze ontwikkeling en plangebied. Parkeren langs de weg is bijvoorbeeld onmogelijk.
Figuur 2.2: perceelinrichting van ontwikkeling.
2.3
Behoefte aan uitbreiding Het materiaal van het bedrijf wordt op dit moment op verschillende locaties gestald. Vanuit de bedrijfsvoering is dat onwenselijk en wil men alle machines op één locatie stallen. De spreiding is bovendien onwenselijk vanuit het oogpunt van het bedrijf, omdat er ook steeds veranderend materiaal ingezet wordt gedurende de dag. De groter wordende machines hebben ook meer ruimte nodig zodat centralisatie van al het materieel gewenst is. Door een nieuwe loods te bouwen kan het bedrijf haar materiaal ook beter beveiligen met direct toezicht op al haar materialen. Om de uitbreiding mogelijk te maken is daarom dit bestemmingsplan geschreven en is de haalbaarheid hiervan onderzocht. Uit dit bestemmingsplan blijkt dat de haalbaarheid wordt aangetoond zodat de gemeente dit bestemmingsplan in procedure brengt met als doel het ook vast te stellen.
2.4
Kwaliteitsverbetering landschap De beoogde ontwikkeling past niet binnen de vigerende bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan en valt daarmee binnen categorie 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij een investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt verlangd.
blad 10 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Om de nieuwe kavel goed in te richten is er door het bedrijf plan voor de kwaliteitsverbetering van het landschap ontwikkeld (bijlage 4). Er is een analyse gemaakt van het landschap en op basis een inrichting van het perceel getekend. Deze inpassing zal bij het ontwikkelen van het perceel door het bedrijf aangelegd en in stand gehouden worden. Ten behoeve van de benodigde landschappelijke inpassing is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in dit bestemmingsplan. Het bestaande perceel met de bestemming ‘Bedrijf - Semi Agrarisch’ wordt uitgebreid van 6.085m² naar 8.542m². De randen van de uitbreiding worden landschappelijk ingepast. Deze zone wordt bestemd als ‘Groen’. Daarnaast is in deze bestemming 'Groen' de nadere gebiedsaanduiding "Overige zone - landschappelijke inpassing" opgenomen. Hier is in de regels een voorwaardelijke verplichting gekoppeld (in de algemene gebruiksregels van artikel 7) zodat de kwaliteitsverbetering ook gerealiseerd wordt en in stand gehouden. De landschappelijke inpassing heeft een oppervlakte van 1.088 m². Kwaliteitsinvestering Haag met boomvormers De randen grenzend aan de N629 worden ingepast met een haag met boomvormers. Hiermee wordt de representatieve zone van het bedrijf landschappelijk ingepast en wordt de overgang van de N629 naar het bedrijf verzacht.
Voor de haag wordt gebruikt gemaakt van Fagus sylvatica (beuk), plantmaat 80/100, 6 stuks per meter, 2 plantrijen. Voor de bomen wordt voorgesteld om gebruik te maken van verschillende soorten om zo een divers beeld te creëren. Er kan hierbij gebruik worden gemaakt van: Tilia platyphyllos - Zomerlinde Tilia cordata - Winterlinde Carpinus betulus - Haagbeuk Groenzone westzijde De westzijde van het perceel wordt ingepast met een groenzone bestaande uit bosplantsoen. Voor het bosplantsoen wordt uitgegaan van plantmaat 80-100. De strook is 5 meter breed en bestaat uit 3 plantrijen. De boomvormers wordt aangeplant in de middelste rij. De plantafstand bedraagt 1.5 meter in de rij en 1 meter tussen de rijen. Vanwege de beperkte ruimte wordt er gebruik gemaakt van zuilvormige bomen in de middelste plantrij, h.o.h. 10 meter, plantmaat 16- 18. Bomen Acer campestre 'Fastigiatum' - Veldesdoorn (zuilvormig) Ulmus 'Columella' - iep (zuilvormig) Bosplantsoen Rhamnus frangula – Sporkehout Corylus avellana – Hazelaar Crataegus monogyna – Éénstijlige meidoorn Rosa canina – Hondsroos Euonymus europaeus – Kardinaalsmuts Virburnum opulus - Gelderse roos Wadi In de westelijke punt wordt ook ruimte gemaakt om water te kunnen bergen afkomstig van het verhard oppervlak van de bebouwing en de verharding.
blad 11 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Figuur 2.3 Inrichtingsschets kwaliteitsverbetering landschap
Investering Voor het berekenen van de verschillende landschapselementen is zoveel mogelijk aangesloten bij de normbedragen uit het Groenblauw stimuleringskader (STIKA). Voor de hagen en bomen is afgeweken van deze normbedragen, omdat er voor grotere plantmaten is gekozen. Hiermee wordt er eerder een fraai eindbeeld bereikt. Investeren in het onderhoud van de verschillende (landschaps) elementen (voor 10 jaar berekend) maakt ook onderdeel uit van de raming. In totaal wordt er € 22.873,54 geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering van het landschap. De blad 12 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
benodigde investering bedraagt € 24.738,60. Het overige bedrag, € 1.865,06, zal worden geïnvesteerd in het gemeentelijk groenfonds. Dit wordt geborgd in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer.
2.5
Duurzaamheid en klimaatadaptatie Het bouwplan dat mogelijk gemaakt wordt is eenvoudig van aard en zal aansluiten bij de bestaande bebouwing. Door extra lichttoetreding te realiseren in de gevels van het gebouw zal er in het gebouw sprake zijn van veel daglicht. In de westelijke punt wordt een wadi aangelegd om het water te kunnen bergen dat afkomstig is van het verhard oppervlak en de bebouwing. Qua bouw en gebruik zal er gebruik gemaakt worden van duurzame materialen die niet schadelijk zijn voor het milieu. Omdat er voor het gebouw vrijwel geen sprake is van energievraag / energiegebruik wordt er niet gewerkt met zonnepanelen op het dak.
blad 13 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
blad 14 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft haar visie voor het ruimtelijk beleid opgenomen in de nationale omgevingsvisie (NOVI). De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het Rijk, provincies, gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners van ons land. Er zijn 21 nationale belangen beschreven die het lokale en regionale belang beschrijven, enkele voorbeelden hiervan zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.
Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De uitbreiding van dit bedrijf is een kleinschalige ontwikkeling waarover de NOVI geen directe uitspraken doet. Wel is aangesloten bij de algemene uitgangspunten ten aanzien van de inpassing van een ontwikkeling in de omgeving. Dit is ook een belang van de provincie en gemeente die hier specifieker op toezien omdat het een lokale ontwikkeling is waarvoor primair de gemeente verantwoordelijk is. In hoofdstuk 2 en 4 van deze toelichting is daarop specifiek ingegaan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn de 13 nationale belangen uit de SVIR opgenomen, die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.
blad 15 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
In het Barro komen de volgende dertien nationale belangen terug: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur (voormalige Ecologische hoofdstuctuur, nu bekend als Natuur Netwerk Nederland); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. De ontwikkeling van de bedrijfslocatie is niet in strijd met de bovengenoemde dertien nationale belangen, en voldoet daarmee aan de Barro.
3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening/ Ladder voor duurzame verstedelijking In de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)' is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Het doel is een goede ruimtelijke ordening te bereiken door een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebieden en daarnaast ondersteunt het gemeente en provincie in de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de onderliggende vraag in de regio, de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en een multimodale ontsluiting. Vraaggerichte programmering en realisering van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken is de kaderstellende ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder geregeld in artikel 3.1.6 leden 2-4 Bro. De ladder kent sindsdien twee treden die achter elkaar worden doorlopen. Dit betekent dat als in een bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, de behoefte aan die ontwikkeling moet worden beschreven.
Indien de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Beoordeling Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. De eerste trede van de ladder betreft het aantonen van de behoefte. De tweede trede betreft de onderbouwing van de locatie. Het bedrijf is sinds de oprichting in 1960 gegroeid op deze plek tot het bedrijf dat het nu is. Doordat de machines enorm gegroeid zijn qua omvang is er behoefte aan extra overdekte stallingsmogelijkheden. Het overdekt stallen draagt ook bij aan de kwaliteit van het landschap doordat verrommeling door her en der gestalde machines voorkomen wordt. In paragraaf 2.3 is beschreven waarom de behoefte aan een extra loods er is. Ten aanzien van de locatie is er sinds 1960 al sprake van een bedrijf op deze plek dat
blad 16 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
gestaag gegroeid is. De investering die gedaan moet worden om op een volledig nieuwe plek een bedrijf te starten is niet wenselijk. Bovendien is het soort bedrijf, gericht op dienstverlening aan agrariers, logisch om te huisvesten in het buitengebied. Dan kunnen de machines snel en veilig van en naar het bedrijf rijden. Het uitbreiden van dit bestaande bedrijf op deze locatie is dan ook passend binnen de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie De ontwikkeling is passend binnen de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking en is daarmee in lijn met het Besluit ruimtelijke ordening.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Brabantse Omgevingsvisie Net als het Rijk beschikt de provincie Noord-Brabant vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet over een omgevingsvisie: de Brabantse Omgevingsvisie. Deze visie is in december 2018 vastgesteld door provinciale staten van Noord-Brabant. De Brabantse Omgevingsvisie bevat de ambities van de provincie Noord-Brabant voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de periode tot 2050. De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen, die doelen zijn nog steeds opgenomen in bijvoorbeeld de SVRO. Bij een eventuele strijdigheid tussen de SVRO en de omgevingsvisie is de omgevingsvisie leidend. De Brabantse Omgevingsvisie zet in op behouden en verdere ontwikkeling van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De provincie richt zich met de Brabantse Omgevingsvisie op vier hoofdopgaven: 1. De energietransitie. 2. Ontwikkeling van een Noord-Brabant dat om kan gaan met klimaatverandering. 3. Noord-Brabant als slimme netwerkstad. 4. Behouden en verder ontwikkelen van een concurrerende en duurzame economie. Net als het Rijk streeft de provincie met de Brabantse Omgevingsvisie naar een manier van het benaderen van initiatieven in de fysieke leefomgeving die uitgaat van vertrouwen en het gezamenlijk met publieke en private partijen zoeken naar mogelijkheden om een initiatief te realiseren.
Daarbij moeten initiatieven een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Voor dit plan is daarom specifiek een inrichtingsplan opgesteld dat de landschappelijke kwaliteit borgt (zie bijlage 4). De vestiging en het faciliteren van bestaande bedrijven is een uitgangspunt voor het provinciale beleid maar wel met respect voor de omgeving. Dat uitgangspunt is bij deze planvorming ook toegepast waardoor de uitbreiding van dit bestaande bedrijf past binnen de algemene kaders van deze omgevingsvisie.
3.2.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening vervangt de Verordening ruimte Noord-Brabant 2019 en is beleidsneutraal. De omgevingsverordening bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO). De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De Interim omgevingsverordening trad op 6 november 2019 in werking. De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is een
blad 17 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de omgevingsverordening is het projectgebied in de omgevingsverordening net zo aangeduid als in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Gemengd landelijk gebied & zoekgebied verstedelijking In de interim verordening is het gehele gebied (inclusief de bestaande bedrijfskavel) aangemerkt als 'gemengd landelijk gebied'. De werkzaamheden van het bedrijf zijn ook voor de landbouw. Daarnaast is het gebied aangewezen als 'zoekgebied voor verstedelijking'. Binnen die gebieden is het streven er op gericht dat een rode ontwikkeling (waaronder de uitbreiding van gebouwen valt) in een evenredige verhouding met de ontwikkeling van landschapskwaliteiten plaatsvindt. Daarop wordt in paragraaf 2.4 ingegaan. Voorts heeft de provincie aangegeven onder welke voorwaarden aan de uitbreiding van het bedrijf medewerking kan worden verleend. Hierop wordt onderstaand ingegaan: In principe is een maximale maat aan bouwperceel van 5000 m2 toegestaan. Evenwel kan bij nieuwvestiging een bouwperceel van maximaal 1,5 ha. worden toegestaan. In onderhavige situatie is ook bij uitbreiding van het bedrijf een bouwperceel van 1,5 ha. mogelijk. Het huidige bouwvlak heeft een omvang van circa 6.200 m2 .
Na de uitbreiding is het bouwvlak circa 1 ha (dus binnen toegestane maximale maat). Hierbij dient een aantal aspecten nader gemotiveerd moeten worden waarop onderstaand wordt ingegaan. Bij elke bullit is weergegeven welke eisen de provincie stelt en schuin gearceerd staat daaronder de verantwoording van de gemeente: De voorgestane uitbreiding is vanuit bedrijfsoogpunt reëel en noodzakelijk en dus in een redelijke verhouding staat tot de bestaande omvang (redelijke uitbreiding). Dit zal moeten worden aangetoond aan de hand van een over te leggen bedrijfsrapport. Reëel betekent ook, dat de daadwerkelijke uitbreiding binnen enkele jaren zal worden uitgevoerd. Verantwoording: Voor het bedrijf is een goede en veilige uitval vanuit het bedrijf noodzakelijk in de nieuwe situatie met de N629. Daarnaast dienen de opstallen geschikt te zijn voor toekomstige ontwikkelingen van het machinepark (groter wordende machines) en is het van belang dat de huidige spreiding van de machines over diverse gehuurde locaties niet meer nodig is. Dit heeft voordelen vanuit efficiëntie en financiën. Aangetoond moet worden, of het bedrijf niet kan worden verplaatst naar een regulier bedrijventerrein; Verantwoording: het loonbedrijf is op deze locatie historisch zo gegroeid. Het betreft een semi-agrarisch bedrijf, waarbij de daadwerkelijke werkzaamheden elders aan agrariërs wordt geleverd.
Een dergelijk bedrijf past qua functie en uitstraling minder goed op een regulier bedrijventerrein en komt veel voor in het landelijk gebied. Uitbreiding op deze locatie, aansluitend bij het bestaande bedrijf, is het meest voor de hand liggend en ook ruimtelijk inpasbaar zoals blijkt uit de toetsing aan de diverse omgevingsaspecten in hoofdstuk 4. Er dient sprake te zijn van 'zorgvuldig ruimtegebruik' (zie artikel 3.1 Vr). Hierbij dient sprake te zijn van kwaliteitsverbetering, alsmede van een financiële onderbouwing hiervan. Verantwoording: het aspect kwaliteitsverbetering van het landschap is beschreven in paragraaf 2.4 en bijbehorende bijlage 4. Bovendien zijn deze maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van het landschap ook in de regels vastgelegd zodat ze ook afgedwongen kunnen worden door de gemeente. Er dient sprake te zijn van een gevoerde omgevingsdialoog; Op 25 november 2019 heeft een informatiebijeenkomst plaats gevonden. Tijdens deze bijeenkomst zijn de plannen gepresenteerd aan de omwonenden. De aanwezigen konden zich blad 18 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
vinden in de inhoud van de gepresenteerde plannen. Er is nog gesproken over de op- en afrit waarbij een van de aanwezigen de voorkeur had om deze te situeren tegenover de schuine aansluiting van de Heistraat. Deze wens is doorgevoerd in de uiteindelijke plannen die in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden. Er is maatwerk (een bijzondere regeling) mogelijk, ingeval sprake is van een groot maatschappelijk belang. Verantwoording: Er is geen sprake van toepassing van deze uitzonderingsmogelijkheid. Het plan is op zichzelf goed inpasbaar in de omgeving. Wel is het zo dat deze ontwikkeling ook een relatie heeft met de aanleg van de nieuwe provinciale weg N629. De realisatie daarvan is van groot maatschappelijk belang. Naast de hierboven vermelde voorwaarden zijn ook andere aspecten, zoals water, verkeer, geluid, archeologie, externe veiligheid, bodem etc. aan de orde. In Hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan.
3.2.3
Beleid waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits en -kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft de grondslag van haar beleid opgenomen in het waterbeheersplan 2010-2015, wat is afgestemd op Europees, nationaal en provinciaal beleid. Speerpunten uit het waterbeheerplan zijn veiligheid, droge voeten, voldoende water, gezonde natuur, schoon water, genieten van water en het waterschap als calamiteitenorganisatie. Het waterschap heeft in een toetsingskader RO “De ruimte blauw geordend” aangegeven wat de ruimtelijke consequenties zijn van het waterbeleid. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's/ speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.
In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de 'beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Door middel van de verplichte watertoets ziet het waterschap toe op de uitvoering van hun beleid. Hiermee wordt gewaarborgd dat bij nieuwe ontwikkelingen het waterbeheer wordt meegenomen. De watertoets krijgt vorm via het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (zie paragraaf 7.2).
blad 19 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Door de gemeenteraad van Oosterhout is op 22 oktober 2013 een structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente Oosterhout vastgesteld. Op basis van deze structuurvisie wordt invulling gegeven aan het behoud en de verdere versterking van de positie van Oosterhout. De structuurvisie vormt enerzijds een belangrijke inspiratie- en informatiebron, zodat eenieder op adequate wijze kennis kan nemen van de diverse projecten en de samenhang daartussen. Anderzijds geeft de structuurvisie duidelijk richting aan de wijze waarop het gemeentebestuur omgaat met initiatieven op de verschillende beleidsterreinen. De structuurvisie bevat geen verplichtingen naar derden. Bij de beoordeling van initiatieven van derden wordt deze visie als toetsingskader gehanteerd. De kern van de structuurvisie kan als volgt worden samengevat: Continuering van het versterken van kwaliteit; Transformatie en structuurversterking; Versterken (netwerken van) voorzieningen; Kwaliteitsslag buitengebied; Betere bereikbaarheid. In de structuurvisie worden de verschillende ontwikkelingen per thema, (wonen, werken, voorzieningen, recreatie, verkeer etc.) omschreven. Het plangebied ligt in de systematiek van deze structuurvisie binnen het bestaande agrarisch gebied. Direct ten oosten grenst het aan een (beoogde) ecologische verbindingszone en ten noorden ligt een zoekgebied voor woningbouw.
De uitbreiding zorgt zoals eerder beschreven voor een kwaliteitsslag van een bestaand bedrijf met agrarische activiteiten. De uitbreiding is dan ook passend binnen de algemene kaders van deze structuurvisie.
blad 20 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Figuur 3.2 Fragment structuurvisie Oosterhout
Landbouw De structuurvisie gaat specifiek in op de landbouw waarvoor dit bedrijf ook vrijwel alle werkzaamheden uitvoert. Deze agrarische activiteiten zijn voor veel plattelandsgemeenten essentieel om economisch gezond te blijven en het platteland vitaal te houden. De sector is ook een belangrijke werkgever op het gebied van de primaire productie en dienstverlening samen met de toelevering, verwerking en distributie van agrarische grondstoffen. Het ondernemerschap in de agrarisch sector zal sterker gericht worden op vraaggericht produceren. Dit kan gepaard gaan met grotere bedrijven die moeten passen bij de ondernemer en de omgeving: 'eigenschaligheid'. De vraag van dit bedrijf is extra stallingruimte zodat de machines hier droog en veilig gestald kunnen worden. Daarbij is de uitbreiding zorgvuldig ingepast in de omgeving. Het plan is dan ook in overeenstemming met de kaders van deze structuurvisie.
3.3.2
Water In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Hierin zijn de verantwoordelijkheden vastgelegd ten behoeve van afval-, hemel- en grondwater. In grote lijnen betekent dit dat de gemeente een ontvangstplicht heeft van afvalwater (vervuild water). Daarnaast hebben de individuele perceeleigenaren een verantwoordelijkheid voor het inzamelen en verwerken van regen- en grondwater op het eigen perceel. De gemeente heeft hierbij een zorgplicht. De gemeenteraad heeft een water- en rioleringsplan vastgesteld. Hierin staat hoe de gemeente omgaat met alle waterstromen binnen de gemeente en de zorgplichten vanuit de Waterwet. De belangrijke uitgangspunten in het water- en rioleringsplan voor het water in Oosterhout zijn: schoon water schoon houden, handhaving van de waterkwaliteit en waar noodzakelijk verbeteren, voldoen aan de normen voor volksgezondheid en veiligheid en ontwikkeling van natuur in en om het water waar mogelijk. Bovenstaande betekent dat de verschillende vormen van grondgebruik afgestemd moeten worden op de aanwezige watersystemen. Dit met een toekomstgerichte aanpak/doorkijk met name op het gebied van het klimaat. Intensievere regenbuien kunnen enorme wateroverlast veroorzaken en de in het gemeentelijk grondgebied aanwezige grondwaterwinning voor de drinkwaterproductie kunnen vervuild raken door lozingen van schadelijke stoffen.
Ook hiervoor is aandacht binnen het water- en rioleringsplan. Op het aspect water wordt specifiek ingegaan in paragraaf 4.11. Hieruit blijkt dat het plan qua waterbelangen ook zorgvuldig wordt ingepast en de toename aan verharding wordt gecompenseerd in de vorm van een wadi.
3.3.3
Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 Het klimaat is aan het veranderen en dat heeft gevolgen voor de samenleving. Wateroverlast, droogte, hitte en bodemdaling komen in meer of mindere mate al regelmatig voor en dat zal de komende jaren alleen maar gaan toenemen. Om de toekomstige impact op de gezondheid van onze inwoners te beperken alsook de leefbaarheid van onze woonkernen, is het noodzakelijk om nu te bepalen wat we moeten gaan doen en in welk tempo. Duurzaamheid is een breed begrip. In het kort komt het er op neer dat in een duurzame wereld mens (people), milieu (planet) en economie (profit) met elkaar in evenwicht zijn, zodat we de aarde niet uitputten. Deze ambitienota gaat vooral over een onderdeel daarvan: de energietransitie. Met de energietransitie wordt de transitie bedoeld van een fossiel gedreven economie naar een economie gebaseerd op duurzaam opgewekte hernieuwbare energie. Deze transitie is essentieel om de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie te
blad 21 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
behalen In de Toekomstvisie Oosterhout 2030 (vastgesteld oktober 2018) staat beschreven dat Oosterhout grote stappen wil maken op het gebied van duurzaamheid. Het plaatsen van windturbines en zonneweides is daarbij als voorbeeld benoemd. Dit plan heeft geen directe relatie met de ambities van de gemeente voor deze energietransitie en het staat deze ambities ook niet in de weg.
3.3.4
Welstandsnota Per 1 oktober 2015 geldt er in Oosterhout bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geen welstandstoets meer. Wel zal er achteraf, via een zogenaamde excessenregeling, kunnen worden opgetreden tegen bouwwerken die in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Daarnaast zal in de nieuwbouwwijk De Contreie de welstandstoets wel van toepassing blijven. Er blijven ook welstandseisen gelden indien sprake is van een beschermd stads- en dorpsgezicht of indien sprake is van de aanwezigheid van rijks- of gemeentelijke monumenten. Het plangebied kent geen specifiek welstandsregime waarmee in de bouw rekening gehouden moet worden (zie figuur 3.3.) Doordat bij het ontwerpen en inrichten van het perceel aansluiting is gezocht bij de bestaande gebouwen wordt aangesloten bij deze redelijke eisen van welstand.
Figuur 3.3 Welstandsregime Oosterhout
blad 22 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
3.3.5
Mobiliteitsvisie Oosterhout Vooruit Het mobiliteitsplan bestaat uit een “visiedeel” en een uitvoeringsagenda. In dit visiedeel zijn de ambities van en de opgaven voor Oosterhout doorvertaald naar het verkeers- en vervoerbeleid voor de periode tot en met 2030. Dit resulteert in een aantal doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid én duurzaamheid en gezondheid en een aantal bijbehorende opgaven waar we als gemeente, gezamenlijk met andere overheden, onze maatschappelijke partners, ondernemers en onze inwoners mee aan de slag moeten. De vertaling van de mobiliteitsopgaven naar concrete maatregelen vindt plaats in de (nog op te stellen) uitvoeringsagenda. Een uitvoeringsagenda die adaptief van aard zal zijn. De wereld verandert. Dat geldt zeker voor verkeer en vervoer. Allerlei innovaties en ontwikkelingen op het gebied van verkeer en vervoer, maken dat mobiliteit momenteel nadrukkelijk in beweging is: we zitten in een transitiefase die op termijn zal resulteren in een wezenlijk ander verkeeren vervoersysteem. Dit betekent dat mobiliteitsopgaven en de oplossingen daarvoor in de tijd kunnen veranderen. Dit brengt kansen maar ook de nodige onzekerheid met zich mee.
Vandaar dat flexibiliteit in het uitvoeringsdeel een voorwaarde is en dat periodiek dient te worden gekeken in hoeverre opgaven en bijbehorende maatregelen nog aansluiten op de actualiteit. Het plangebied wordt direct aangesloten op de provinciale weg N629 (Oosterhout-Dongen) . Via deze nieuwe weg zal het materieel van het bedrijf verder het gebied inrijden over bestaande wegen waar de machines ook nu overheen rijden. De concentratie van de machines op deze plek heeft ook als voordeel dat de aansluiting op het wegennet in de omgeving optimaal is. Er zullen maximaal 19 werktuigen/machines gestald kunnen worden in de nieuwe loods.
blad 23 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
blad 24 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Hoofdstuk 4
4.1
Randvoorwaarden
Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de milieu- en planologische aspecten die van belang zijn voor dit bestemmingsplan. Per aspect wordt ingegaan op het geldende toetsingskader, de conclusies van het onderzoek en de wijze waarop conclusies zijn vertaald naar het bestemmingsplan. Voor een nadere onderbouwing van de conclusies wordt verwezen naar de onderzoeken.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie Algemeen Archeologie Wettelijk toetsingskader In Europees verband was het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag was het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Sindsdien geldt dat waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd (Monumentenwet) en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz was een wijzigingswet en omvatte een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moesten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 in werking zal treden.
Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Gemeentelijk beleidskader Om invulling te geven aan deze gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Oosterhout de archeologische (en cultuurhistorische) waarden en verwachtingen binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke Erfgoedkaart op te stellen. Op de archeologische beleidskaart als onderdeel van de Erfgoedkaart heeft het plangebied een deels lage en deel middelhoge verwachtgingswaarde.
blad 25 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Figuur 4.1: uitsnede archeologische beleidskaart Oosterhout Cultuurhistorie Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.
Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is blad 26 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2019 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Beleid gemeente Oosterhout Om invulling te geven aan de gemeentelijk zorgtaak heeft de gemeente Oosterhout de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente inzichtelijk gemaakt door een gemeentelijke Erfgoedkaart op te stellen. Op de 'waardenkaart historische geografie' valt het plangebied onder de nederzetting 'Heistraat', met een redelijk hoge waarde. Hierover staat het volgende vermeld: De eerste vermelding van Heistraat dateert uit 1504.
Vermoedelijk betreft het een oude 'heikant' die door latere ontwikkelingen los geraakt is van de heide. De Heistraat is een doorgaande weg naar Dongen en door de wijziging van het karakter van de weg in de 20e eeuw heeft het gehucht een deel van de samenhang verloren.
Figuur 4.2: uitsnede waardenkaart historische geografie
Onderzoek In juli 2020 is een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied bestaande uit een archeologisch bureauonderzoek en vervolgens een verkennend archeologisch booronderzoek. Het definitieve rapport is als Bijlage 1 toegevoegd aan deze toelichting. Voor het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen, waarvoor een verplichting op archeologisch onderzoek geldt bij bodemverstorende werkzaamheden groter dan 100m² en dieper dan 0,5m –mv. De geplande bodemingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Bureauonderzoek blad 27 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
Gezien de ligging in het dekzandlandschap van Brabant geldt er voor het plangebied een brede verwachting. In principe kunnen er vondsten aangetroffen worden vanaf het laat paleolithicum tot en met de middeleeuwen. Op basis van het ontbreken van bebouwing op de historische kaarten worden geen bewoningsresten uit de nieuwe tijd verwacht. De resten kunnen vanaf het maaiveld aangetroffen worden; of onder het esdek in de intacte top van het pleistoceen zand. Binnen het plangebied wordt dit pleistoceen zand op circa 0,5 tot 1,0m –mv verwacht. Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) De bodemopbouw is bij drie van de vier geplaatste boringen zeker tot voorbij het mogelijke archeologische vlak geroerd. Bij de één boring is dat niet zeker. In geen geval is binnen het plangebied nog een deel van de oorspronkelijke top van de C-Horizont aanwezig. Dit beeld komt overeen met de inde in 2018 direct naast dit plangebied gegraven proefsleuf. Deze proefsleuf maakte onderdeel van meerdere proefsleuven behorend bij het onderzoek ten behoeve van een ontsluitingsweg van het industrieterrein Everdenberg. De proefsleuf grenzend aan het nu onderzochte plangebied liet daarbij alleen recente verstoringen in een archeologisch schoon vlak zien.
De combinatie van de resultaten van het booronderzoek uit 2020 en het gravend onderzoek uit 2018 maakt dat wordt geadviseerd de verwachtingswaarde van het gehele plangebied bij te stellen naar laag. Het concrete advies is om voorliggend plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Daarom is er geen dubbelbestemming meer opgenomen op de verbeelding. Conclusie Vanuit het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. De gemeente heeft als bevoegd gezag een selectiebesluit genomen om het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie. Dit besluit is opgenomen als bijlage 2
4.3
Bedrijven en milieuzonering Algemeen Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een kwetsbaar object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt een milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. In onderstaande tabel zijn deze richtafstanden weergegeven. Tabel 4.1 Milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden (bron: VNG, 2009)
blad 28 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en perceelsindeling) en anderzijds de gevel van een woning of ander gevoelig object. Regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen) noodzakelijk. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zo veel mogelijk voorkomen. Bedrijven en instellingen zijn verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Er dient te worden aangetoond dat het plan buiten de invloedssfeer van bedrijvigheid in de nabije omgeving valt. Tevens dient te worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor de nabijgelegen functies. Uit de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt de richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten gehanteerd, zowel voor bedrijven als maatschappelijke instellingen als scholen en sportvoorzieningen.
Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. De grootste afstand is bepalend. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Onderzoek Op grond van de notitie bedrijven en milieuzonering van de VNG is dit bedrijf aan te merken als een loonbedrijf met een oppervlakte >500m² bedrijfsoppervlakte. Dit is een bedrijf met milieucategorie 3.1. Hiervoor gelden de volgende richtafstanden: Geur = 30 meter Stof = 10 meter Geluid = 50 meter Gevaar = 10 meter Het karakter van het gebied is niet aan te merken als een rustige woonomgeving. De provinciale weg N629, met nu nog een maximum snelheid van 80km/u, zorgt voor een doorlopende geluidproductie, zodat gesteld wordt dat er geen sprake is van een rustige woonomgeving. Hierdoor kunnen de richtlijnafstanden met een stap verlaagd worden. Daarmee is sprake van een richtafstand van maximaal 30 meter op basis van het aspect geluid. De dichtstbijzijnde woning vanaf het bedrijfsperceel ligt feitelijk op een afstand van circa 40 meter. De grens van de bestemming 'Wonen' ligt op circa 30 meter.
Daarmee wordt voldaan aan de richtlijnafstanden ten opzichte van geur, stof, geluid en gevaar. Conclusie Het bestemmingsplan is voor wat betreft het aspect bedrijfshinder uitvoerbaar.
4.4
Bodem Algemeen De tijd dat elke vervuiling moest worden aangepakt ligt achter ons. Belangrijkste criterium hierbij is of de vervuiling zodanig is dat er sprake is van risico's voor gezondheid of milieu.
blad 29 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2013, herziening 27 (Heistraat 18 Oosteind)
Gemeente Oosterhout Projectnummer 456516.100
In de praktijk blijken er vrijwel nooit risico's te zijn voor de gezondheid van mensen. Milieurisico's (verspreiding en ecologie) komen wel voor, maar meestal gaat het erom dat eventuele vervuilingen afstemming vereisen met bepaalde ontwikkelingen. Op dit moment is er sprake van een omslag van saneren naar beheren en behoeven alleen de zogeheten 'ernstige vervuilingen' in meer of mindere mate aangepakt te worden. De maatregelen worden daarbij afgestemd op de functie. Regelgeving Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Om de bodemkwaliteit in beeld te krijgen in een bodemonderzoek uitgevoerd. Onderzoek Door Antea Group is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de planlocatie.
In het rapport 'Vooronderzoek uitbreiding loonbedrijf Heistraat 18 te Oosteind, d.d. 17 juni 2020' zijn hiervan de resultaten beschreven. Dit rapport is in zijn geheel opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. De verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Op basis van het vooronderzoek kan voor de onderzoekslocatie de strategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL) uit de NEN 5740 worden aangehouden. Op basis van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie als onverdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt. Op en in de nabije omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens aangetroffen over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS). Derhalve wordt de locatie als homogeen verdacht aangemerkt ten aanzien van PFAS. Conclusie Het aspect bodem geeft geen beperkingen voor de gewenste functiewijziging van het perceel.
4.5
Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid is van belang indien relevante invloeden vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen, de risicobron, mogelijk zijn op te beschermen objecten of terreinen. De laatste worden als (geprojecteerd) (beperkt) kwetsbare objecten aangeduid. Voor de risicobeoordeling zijn vier begrippen vooral van belang: het plaatsgebonden risico, het plasbrandaandachtsgebied, het groepsrisico en het invloedsgebied. De wet- en regelgeving en het beleid zijn gericht op het voorkomen en beheersen van risicovolle activiteiten en de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Wettelijk kader Deze wetgeving is grotendeels gebaseerd op de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet op de Veiligheidsregio’s. De relevante wet- en regelgeving voor dit plan betreft: a. b.
blad 30 van 51