CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

kruidenbeheer Oosterhout v1.1

Raadsvergadering 2 maart 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk Raadsnota ZN266878 Beleid beheer kruidenvegetaties (maaibeleid)15.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidskader

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen januari 2021

keuzedocument

Gemeente Oosterhout

Beleidskader Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen keuzedocument januari 2020 revisie 1.1

25-01-2021

definitief met advies NGO tbv gemeenteraad

1.1

22-12-2020

conceptversie partners en NGO

1.0

datum

omschrijving

revisienr.

vrijgave

J. van de Vrie

autorisatie

J. Krijnen

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

revisie 1.1

januari 2021

blad 1 van 39

index 1 Inleiding.......................................................................................................................................2 1.1 aanleiding en leeswijzer...............................................................................................................................2 1.2 biodiversiteit................................................................................................................................................2 1.3 openbaar groen en insectenvriendelijkere kruidachtige beplantingen..........................................................4 1.4 workshop, pilot en keuzemenu.....................................................................................................................4 1.5 definities en begrippen.................................................................................................................................6

2 Ambities.......................................................................................................................................8 2.1 inleiding.......................................................................................................................................................8 2.2 keuzemenu algemene ambities....................................................................................................................8

3 Inrichting....................................................................................................................................12 3.1 voorwaarden voor biodiversiteit................................................................................................................12 3.2 keuzemenu inrichting openbare ruimte......................................................................................................13

4 Beheer........................................................................................................................................19 4.1 inleiding.....................................................................................................................................................19 4.2 huidig beheer.............................................................................................................................................19 4.3 aandachtspunten bij aanpassing beheermaatregelen.................................................................................20 4.4 keuzemenu beheermaatregelen.................................................................................................................21

5 Voorlichting................................................................................................................................31 5.1 inleiding.....................................................................................................................................................31 5.2 aandachtspunten bij voorlichting................................................................................................................31 5.3 keuzemenu voorlichting.............................................................................................................................32

6 Flankerende maatregelen...........................................................................................................34 6.1 aandachtspunten........................................................................................................................................34 6.2 keuzemenu flankerende maatregelen.........................................................................................................34

7 Advies en keuze..........................................................................................................................36 7.1 inleiding.....................................................................................................................................................36 7.2 financiën en continuïteit.............................................................................................................................36 7.3 resumé van keuzes.....................................................................................................................................37 7.4 advies.........................................................................................................................................................38

Bijlagen...........................................................................................................................................1 A motie insectenvriendelijker beheer.................................................................................................................2 B ecologische structuren....................................................................................................................................3 C bodemkaart....................................................................................................................................................4 D indicatie extra onkruidbestrijding langzaamverkeersroutes............................................................................5 E adviezen partners en non-gouvernementele organisaties................................................................................6 F raadsnota en besluit......................................................................................................................................22

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

1 1.1

revisie 1.1

januari 2021

blad 2 van 39

Inleiding aanleiding en leeswijzer De gemeente Oosterhout wil een verbetering doorvoeren in haar maaibeleid. De gemeenteraad heeft, met het oog op de zorgelijke stand van de insectenpopulaties in Nederland, het college daartoe opgeroepen met een motie (zie bijlage A). Een verkenning moet duidelijk maken waar ecologisch winst in het beheer te bereiken is en welke extra kosten dat eventueel met zich mee brengt. De gemeenteraad kan op basis daarvan keuzes maken voor het beheer waarna dit een nieuw aanvullend beleidskader vormt. Voorliggende rapportage is de presentatie van die verkenning en bevat voorstellen voor verbetering van de ecologische potenties van zowel inrichting als beheer van gras en kruidenrijke beplantingen alsmede voor flankerende maatregelen. Ook wordt ingegaan op de resultaten van de pilot die dit jaar is gedaan met een aangepast beheer. In dit eerste hoofdstuk bevat een algemene inleiding over achtereenvolgens biodiversiteit, het openbaar groen en de hoofdlijn van het proces. De laatste paragraaf van dit hoofdstuk bevat een toelichting op begrippen die in de keuzemenu’s worden gehanteerd. keuzemenu De gemeenteraad heeft aangegeven betrokken te willen zijn bij de keuzes die ten aanzien van het kruidenbeheer worden gemaakt.

Met het voorliggende keuzedocument en besluitvorming daarover heeft de gemeenteraad het instrumentarium om enerzijds het beleidskader op hoofdlijnen te bepalen en anderzijds invloed uit te oefenen op de keuzemogelijkheden die daaruit voortvloeien. Het document biedt een palet aan maatregelen aan die de biodiversiteit van kruidachtige beplantingen kunnen verbeteren. Daarbij is onderscheid gemaakt in algemene ambities(A), inrichtingsmaatregelen(I), beheermaatregelen(B) en flankerende maatregelen op het terrein van voorlichting(V) en het beheer van de overige openbare ruimte(F). Bij die maatregelen of keuzes is zoveel mogelijk aangegeven hoe ze er uit zien, wat de effecten zijn, wat we daar voor moeten doen of laten en wat daarvan, met een zekere bandbreedte, de financiële consequenties zijn. Elke keuzemogelijkheid in deze menu's kan los van andere maatregelen worden getroffen. Alleen als er een duidelijke afhankelijkheid is van andere keuzes, is dit in de tabellen aangegeven. Op deze manier is een uitgebreid keuzemenu opgesteld, waarmee de raad richting kan geven aan het “maaibeleid”. advies en keuze Het is aan de gemeenteraad om de beleidslijn te bepalen. In het laatste hoofdstuk wordt daar een voorstel voor gedaan. Daarbij worden de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen benoemd.

Kruidenrijke vegetaties in het Slotbossetorenpark

1.2

biodiversiteit De biodiversiteit, het aantal soorten dieren en planten dat voor komt, is de afgelopen 100 jaar in Nederland met zo’n 65% afgenomen tot nog maar 15% van de oorspronkelijke soortenrijkdom. De situatie in Nederland is opvallend slechter dan in de rest van Europa waar maar ongeveer 50% van de oorspronkelijke soortenrijkdom resteert.

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

revisie 1.1

januari 2021

blad 3 van 39

Uit onderzoek in natuurgebieden in Duitsland en later ook in Nederland, bleek dat in de afgelopen dertig jaar het aantal insecten (biomassa) met 50% tot 75% is afgenomen. Ook buiten natuurgebieden wordt een dergelijke afname verwacht 1. Dat zijn alarmerende cijfers. De intensivering van de landbouw en de toenemende verstedelijking vormen de belangrijkste oorzaken van achteruitgang door landgebruiksverandering, milieudruk en versnippering van ecosystemen2. Ook klimaatverandering speelt een steeds grotere rol. Insecten spelen een belangrijke rol in het ecosysteem. Ze zorgen voor bestuiving van bloemen en ook van landbouwgewassen. Ze spelen een onmisbare rol bij de omzetting van plantaardig afval naar nieuwe voedingstoffen. Bovendien vormen ze een belangrijke schakel in de voedselketen. Allerlei andere dieren zijn er van afhankelijk en met de afname van het aantal insecten nemen ook die dieren in aantal af. Biodiversiteit is waardevol. Natuur en de organismen daarin hebben een eigen intrinsieke waarde; ze zijn uniek en onvervangbaar. En biodiversiteit heeft een welzijnswaarde. Mensen voelen zich beter in een groene omgeving en vinden daar ontspanning. Die kwaliteit is groter naar mate de variatie in de groene omgeving groter is. Daarnaast is er een economische waarde. De aanwezigheid van groen en natuur heeft een positief effect op onze gezondheid 3.

Maar ook in bestuiving van gewassen, natuurlijke plaagbestrijding, waterzuivering en het vergroten van woongenot komt die tot uitdrukking. Een gevarieerde natuur met een gezond ecosysteem is stabiel en biedt weerstand tegen plagen en tegen de introductie van invasieve exoten. Het massaal voorkomen van eikenprocessierups de afgelopen jaren is een voorbeeld van een verstoorde balans in het ecosysteem. We staan er vaak niet bij stil, maar dat ecosysteem is onze leefomgeving.

Openbaar groen langs de Beneluxweg met de nadruk op ecologische kwaliteiten

biodiversiteit in openbaar groen Biodiversiteit is overal van belang. Niet alleen bij natuurbeheer maar ook in de landbouw, de bosbouw en de stedenbouw. In de aanleg van het openbaar groen en het beheer ervan wordt steeds meer rekening gehouden met de ecologische kwaliteiten. In sierbeplantingen wordt in nieuwe aanleg gekozen voor een gevarieerder sortiment met de nadruk op bloei gedurende het gehele groeiseizoen. Ook de aanwezigheid van bessen, die als voedsel kunnen dienen, en leefruimte voor dieren speelt een rol in de beplantingskeuze. Vooral de wat natuurlijkere beplantingstypen kennen duidelijke ecologische waarden. De ruigere beplantingen (bosplantsoen en grove heesters) en de extensief beheerde grasterreinen (bermen en kruidenrijke terreinen) zijn voor planten, insecten vogels en kleine zoogdieren waardevol of potentieel waardevol. Op het terrein van het beheer van het openbaar groen is echter nog belangrijke winst te boeken. De beperking van de kosten door een verregaand rationeel beheer is een belangrijk uitgangspunt in het huidig beleid. Het vergroten van ecologische kwaliteiten is tot nu toe slechts in beperkte mate een nevendoel. Dit vraagt vaak maatwerk en staat dan op gespannen voet met het streven naar zo laag mogelijke beheerkosten.

insectenvriendelijk beheer reikt verder Een insectenvriendelijkere inrichting en beheer vraagt meer wilde bloemen en planten, omdat insecten daar primair van afhankelijk zijn. En van een insectenvriendelijker beheer profiteren ook allerlei andere planten en dieren. Insecten zijn geen losstaande groep in het ecosysteem. Met een insectenvriendelijkere inrichting en beheer is sprake van verbetering van de ecologische waarden als geheel en daarmee van de biodiversiteit. 1 2 3

RU Nijmegen Onderzoek naar achteruitgang insecten in Nederland Planbureau voor de leefomgeving; Balans van de Leefomgeving Compendium van de Leefomgeving WuR, De waarde van groen

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

1.3

revisie 1.1

januari 2021

blad 4 van 39

openbaar groen en insectenvriendelijkere kruidachtige beplantingen Openbaar groen bestaat uit functionele beplantingen; ze zorgen onder andere voor aankleding, bieden een plek voor sport en spel, vergroten de leefbaarheid en het welzijn. Het openbaar groen in Oosterhout is daarom gevarieerd. We hebben parken en plantsoenen met heestervakken en gazons, maar ook kruidenrijke terreinen en ecologische verbindingszones. We proberen in elke woonstraat groen toe te voegen in de vorm van sierheesters en straatbomen. In de aanleg van het openbaar groen wordt gekozen voor een gevarieerd sortiment en beeld. De nadruk komt steeds meer te liggen op sierwaarde en ecologische waarde, zoals op bloei gedurende het gehele groeiseizoen. Bij de inrichting van de openbare ruimte streven we er naar een zo passend mogelijke inrichting voor elke plek te realiseren, zodat zoveel mogelijk functies kunnen worden vervuld. Bij de waardering van het openbaar groen is naast de functionaliteit en de verscheidenheid ook de mate van onderhoud van belang. Daarbij is de afwezigheid van vuil in hoge mate bepalend. De acceptatie van beplantingen waarvan op eerste gezicht de functie misschien niet duidelijk is, is veel groter als de ruimere omgeving schoon is. Zwerfvuil, hondenpoep en onkruid op verhardingen zorgen voor een vervuiling van het beeld van de openbare ruimte en een afname van de waardering.

In de samenstelling van het openbaar groen is een heel belangrijk onderscheid te maken in houtige vegetaties en kruidenvegetaties. Bomen en struiken vormen de houtige vegetaties. Deze planten groeien steeds groter vanaf de omvang die zij in het jaar daar voor hebben bereikt. In de natuurlijke concurrentie zijn deze planten in principe dominant. In de strijd om het (zon)licht hebben zij een voorsprong op de andere planten. Bomen groeien hoger dan struiken en bomen zijn daarom in principe ook weer dominant over struiken en heesters. Alleen met beheermaatregelen is te voorkomen dat uiteindelijk overal houtige vegetaties of bomen de overhand krijgen. De gazons met grassen en bloemen, de bermen en de vaste plantenborders zijn allemaal voorbeelden van kruidachtige beplantingen. Deze planten groeien ieder jaar in principe vanuit de bodem op en het bovengrondse deel sterft in de winter af. De gazons, kruidenrijke natuurlijke terreinen en de bermen vormen onderdeel van deze groep. Het voorliggend beleidskader biedt een reeks keuzes voor een insectenvriendelijker inrichting en beheer van die typen beplantingen

Gefaseerd maaien

1.4

workshop, pilot en keuzemenu De verkenning van mogelijkheden om te komen tot een insectenvriendelijker beheer is gestart met een opnamen door bureau Waardenburg van een reeks locaties in Oosterhout met kruidenrijke begroeiingen op verschillende grondsoorten, met verschillende beheervormen en van verschillende leeftijden. Het verslag hiervan vormt een losse bijlage bij dit rapport. De belangrijkste conclusies in dat verslag zijn: • bermen op de zandgronden in het zuiden van de gemeente zijn behoorlijke kruidenrijk, zelfs als deze worden geklepeld, • bermen waar gemaaid en geruimd wordt zijn over het algemeen mooi kruidenrijk, • bermen op kleigrond zijn ruiger en meer vergrast, ook waar begraasd wordt, • onder bomen is de variatie in kruiden beperkt. Vervolgens is in een workshop met Ngo's met een brainstorm over insectenvriendelijk beheer gehouden. Daarin is een veelheid aan opmerkingen, tips en kritiek gepasseerd. Die variëren van gedetailleerd tot zeer algemene beleidsuitgangspunten. Zonder afzonderlijke opmerkingen te willen benadrukken of te kort te willen doen, zijn daaruit de volgende hoofdlijnen afgeleid:

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

revisie 1.1

januari 2021

blad 5 van 39

• •

er is binnen het bestaande beheer en de bestaande inrichting duidelijk ruimte voor verbetering, ga daarbij uit van eigen kracht en eigen structuren, bouw die uit en haak er daarna andere partijen op aan of haak op anderen aan, • ga uit van het geheel en de samenhang tussen situaties en organismen. Er is daarbij ook opgemerkt steeds kritisch te blijven op de resultaten die je mag verwachten en de rendementen die uit de verbeteringen zijn te halen.

de berm van de Huijbregts-Schiedonlaan enkele weken na de eerste maaironde (maaien en ruimen)

pilot Bij de uitwerking van deze input in een voorstel voor een beleidsdocument, ontstond de behoefte aan een pilot. Op voorhand was onvoldoende duidelijk of de aanpassingen uitvoerbaar zouden blijken, of deze werkelijk tot een verbetering zouden leiden en nog wel het meest van alles, of daarvoor het maatschappelijk draagvlak voldoende aanwezig was. In de hoofdstukken 2 t/m 6 wordt dieper ingegaan op de technische en ecologische aspecten van de maatregelen in de pilot. De nummering tussen haakjes verwijst naar de betreffende maatregelnummers. In de pilot zijn de volgende maatregelen uitgevoerd en verkend: • eenmaal maaien; op een reeks van locaties is de eerste maaibeurt niet uitgevoerd. Bijvoorbeeld langs de Weststadweg is de eerste strook langs de verharding gemaaid, maar is de overige vegetatie gespaard. Langs de hoofdwatergang is wel gemaaid omdat daar slootmaaisel zou worden gedeponeerd door het waterschap. (B.4) • gefaseerd maaien; op alle locaties is gefaseerd maaien ingevoerd. Op bepaalde locaties zijn blokken gespaard en op andere locaties is aan één zijde van de weg de berm tijdens de eerste maaironde niet gemaaid. Ook in de tweede maaironde is een kleine 20% van de vegetatie niet gemaaid (B.3).

• toegevoegd hoger maaien bij klepelen; tijdens de werkzaamheden is besloten ook een proef te introduceren waarbij de maaier hoger werd afgesteld om zodoende bodeminsecten te sparen.(B.6) • sinus-maaien; er zijn enkele locaties geselecteerd om de haalbaarheid van sinusmaaien na te gaan. (B.2) • maaien onder eiken; onder eiken is i.v.m. de mogelijke aanwezigheid van natuurlijke vijanden van de processierups zo veel mogelijk de eerste maaironde overgeslagen of uitgesteld.(B.5) • minder maaien gazons; in de droge voorjaarsperiode en in het heetst van de zomer zijn gazons minder gemaaid (B.9) • plekken omvormen in gazons; in grotere gazons zijn plekken aangemerkt die na het vroege voorjaar niet meer zijn gemaaid. Deze plekken, die daarmee het karakter kregen van kruidenrijke terreinen, zullen in het najaar worden gemaaid en geruimd.(I.3) • maaien en ruimen bredere bermen in noord; onder andere in de Oranjepolder is langs de Lageweg de vegetatie gemaaid en geruimd in plaats van geklepeld. Vooraf bestonden twijfels of dit goed haalbaar zou zijn vanwege de ingroei van riet uit de sloten in de bermen. (B.8) • reacties vanuit de maatschappij; gedurende het seizoen is aandacht besteed aan het aantal meldingen en klachten en de aard daar van. In de volgende hoofdstukken zal bij de verschillende keuzemenu's aandacht worden besteed aan de resultaten van de pilot.

In de aanloop naar het maaiseizoen ontstond bij één van de NGO grote zorg of de gemeente verbeteringen had doorgevoerd of zou doorvoeren. De eerste maaiwerkzaamheden van het seizoen zijn vooral gericht op het bewaren van de verkeersveiligheid; het

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

revisie 1.1

januari 2021

blad 6 van 39

maaien van uitzichthoeken. Dat vindt vooruitlopend plaats op de reguliere maaibeurt en daarin zijn geen ecologische verbeteringsmaatregelen voorzien. Daarom leek het beheer op de oude voet te worden doorgezet maar vrij kort daarna is dat beeld gekanteld.

1.5

definities en begrippen In de rapportage worden begrippen en vaktermen gehanteerd die enige toelichting vragen. Vooral omdat die termen in de keuzemenu's bewust en consequent gebruik worden. Deze zijn in de onderstaande lijst opgenomen. Cursieve woorden verwijzen naar begrippen elders in de lijst. beplantingen

Waar in dit rapport sprake is van beplantingen worden alle inrichtingsvormen van openbaar groen bedoeld, zowel heesters, bosplantsoen en bomen als alle kruidachtige vormen van openbaar groen, zoals gazons, bermen etc. Vrijwel alle openbaar groen, inclusief de wegbermen, zijn ingezaaid of ingeplant. Volledig natuurlijke vegetaties komen in het openbaar groen bijna niet voor.

bermen

beplantingen langs wegen, die uit grassen en andere kruidachtigen bestaan en één tot tweemaal per jaar worden gemaaid.

bloemen

1.

bloemrijke gazons

Gazons waar bij aanleg naast grassen kruiden zijn ingezaaid. Het betreft plantensoorten die bestand zijn tegen regelmatig maaien en tussen maaibeurten toch tot bloei kunnen komen. De maaifrequentie is afgestemd op het handhaven van deze kruiden.

bloemrijke terreinen

zie kruidenrijke terreinen

gazon

Openbaar groen overwegend bestaand uit grassen, dat zeer regelmatig wordt gemaaid zodat er op gespeeld en gelopen kan worden

insecten

waar in dit rapport gesproken wordt over insecten, worden ongewervelden bedoeld als wormen, spinnen, duizendpoten, pissebedden en insecten (zespotigen)

planten die voor hun voortplanting afhankelijk zijn van bestuiving door insecten en daarvoor gebruik maken van (gekleurde) bloemen (2) met daarin nectar en stuifmeel dat als voedsel voor insecten dient 2. het deel van een plant met organen voor geslachtelijke voortplanting

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

revisie 1.1

januari 2021

blad 7 van 39

klepelmaaier

Een type maaimachine waarbij de maaimessen scharnierend zijn bevestigd (als klepels) aan een horizontaal draaiende as. De as draait zeer snel rond waardoor de begroeiing wordt wordt fijn geslagen en verpulverd. Door de hoge draaisnelheid ontstaat onder het maaidek grote werveling die losliggend materiaal mee neemt. Klepelen kost veel energie maar een klepelmaaier is zeer gebruikszeker, kent een hoge productiecapaciteit en kan zowel hoge als lage vegetatie maaien.

maaikorf

Een type maaimachine waarbij de vegetatie met tegengesteld aan elkaar bewegende messen wordt afgeknipt en in een korf opgevangen.

kruiden

Alle kruidachtige planten die geen grassen zijn

kruidenrijke terreinen

Openbaar groen bestaand uit grassen en andere kruidachtigen, dat één- tot tweemaal wordt gemaaid. De nadruk ligt bij deze terreinen op de natuurwaarde en de ruimtelijke kwaliteit. Daarom wordt in beheer de vestiging en ontwikkeling van kruiden gestimuleerd. Vooral de aanwezigheid van veel bloemplanten is daarin waardevol.

maai-zuigcombinatie

Een type klepelmaaier waarbij met een blower het verpulverde materiaal wordt opgezogen en in een aanhanger wordt geblazen. Een maai-zuigcombinatie wordt meestal op een zware tractor gemonteerd.

NGO

niet gouvernementele organisatie zoals Milieuvereniging Oosterhout, IVN, het bijenhoudersgilde, Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten (NM), Staatsbosbeheer (SBB) etc.

sloot, het droge talud

het deel van de sloot waar onder normale omstandigheden geen water staat

sloot, natte profiel

het deel van de sloot waar onder normale omstandigheden water staat, talud en bodem

klepelmaaier gemonteerd op een giek en maaiklepels bron: Herder Middelburg

maaikorf bron: Herder Middelburg

maai-zuigcombinatie bron: Herder Middelburg

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

2 2.1

revisie 1.1

januari 2021

blad 8 van 39

Ambities inleiding Oosterhout heeft in haar toekomstvisie “Oosterhout 2030” beschreven waar de ontwikkeling van de stad de komende jaren op gericht is. Die visie vindt zijn plek in de omgevingsvisie die wordt voorbereid. Dat is steeds het algemene kader waarin wij projecten, activiteiten en beleid vormgeven. Die algemeen geformuleerde ambities worden in dit hoofdstuk toegespitst op de ambitie om te komen tot een insectenvriendelijker beheer en inrichting van de openbare ruimte.

2.2

keuzemenu algemene ambities Waar de verstedelijking één van de oorzaken van de afname van biodiversiteit is, wil gemeente Oosterhout een bijdrage leveren aan ten minste de remming van de afname van zowel het aantal soorten als van de aantallen van dieren en planten. En als dat redelijkerwijs mogelijk is, wil ze zelfs een bijdrage leveren aan de toename van de biodiversiteit. Om dat te bereiken moet er binnen de verstedelijking letterlijk en figuurlijk ruimte zijn voor natuur. Ten eerst moet er fysiek plek zijn waar planten en dieren kunnen leven. Dat kan in het openbaar groen, maar bijvoorbeeld voor sommige soorten ook door voorzieningen in gebouwen op te nemen waar ze kunnen rusten, hun jongen groot kunnen brengen of waar ze kunnen overwinteren. Naast die fysieke ruimte moeten mensen de natuur ook ruimte gunnen. De aanwezigheid van dieren en planten die spontaan verschijnen (op natuurlijke wijze) moet worden geaccepteerd of beter nog gewaardeerd. Zoals eerder opgemerkt speelt daar de mate waarin de openbare ruimte schoon is, een belangrijke rol. Door in het beheer zowel in te zetten op biodiversiteit als op het schoonhouden van de omgeving, wordt de kans op succes sterk vergroot. In de volgende keuzetabel zijn ambities geformuleerd. Elke regel vormt een eigen ambitie.

Met het bevestigen of afwijzen van deze afzonderlijke ambities bepaalt de gemeenteraad het algemene beleidskader.

Oosterhout is groen en gevarieerd

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

revisie 1.1

januari 2021

blad 9 van 39

De eerste ambitie (A.1) is direct uit de toekomstvisie 2030 overgenomen. De daarop volgende ambities (A.2 t/m A.7) vormen een verfijning van die eerste ambitie. Deze ambities vormen het beleidskader voor de keuzes in de volgende hoofdstukken, die veel meer gaan over uitvoeringskeuzes. In het menu is per keuze in hoofdlijn beschreven wat het beeld is dat daarbij hoort, wat het aan positieve en negatieve gevolgen heeft, welke maatregelen we moeten treffen. In dit “ambitie” deel zijn de kosten niet verder uitgewerkt, daarvoor zijn de keuzes te algemeen. Wel is beschreven of er sprake is van meerkosten en waardoor die veroorzaakt worden. wat

wat is het / hoe ziet het er uit

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

A.1

Oosterhout is groen

Oosterhout is een groene gemeente. Dat is een belangrijke kwaliteit van de stad. We streven er naar in elke woonstraat openbaar groen en bomen te hebben. Op loopafstand van elke woning is een buurt- of wijkpark waarin kan worden gewandeld, gespeeld en gesport.

Groen heeft een groot positief effect op het welbevinden van bewoners. Sporten en spelen heeft een positief effect op de fysieke gezondheid. Samen spelen en sporten versterkt de sociale cohesie. Groen dempt de invloeden van het stadsklimaat; de stad warmt minder op en in openbaar groen kan regenwater worden gebufferd. Dat is van belang gezien de klimaatwijziging. Openbaar groen geeft de stad ruimte en lucht en die ruimte is er voor iedereen. Ruimte in de stad is waardevol.

We zijn zuinig op ons groen; we beschermen en versterken het. In nieuwe ontwikkelingen reserveren we voldoende ruimte die een duurzaam in stand te houden openbaar groen mogelijk maakt. In bestaande situaties voegen we, in het kader van reconstructies of stedelijke vernieuwing, openbaar groen toe. Alleen snippergroen komt voor privatisering in aanmerking. Alleen met meervoudig ruimtegebruik kan een veelheid aan functies een plek in de stad vinden. Dat vereist dat geen enkele functie een absolute claim op die ruimte mag leggen.

Openbaar groen is niet goedkoop. Openbaar groen vraagt ruimte en ruimte is in de stad schaars en daarom kostbaar. De aanleg van openbaar groen in sterk stedelijke omstandigheden (centrum) is relatief kostbaar (milieu, ondergrondse en bovengrondse infrastructuur). Ook het onderhoud van openbaar groen is niet goedkoop omdat het relatief arbeidsintensief is.

A.2

Oosterhout heeft een gevarieerde openbare ruimte

Het openbaar groen bestaat uit allerlei verschillende typen groen; heesters, gazons, kruidenrijke terreinen etc. De openbare ruimte is logisch, doelmatig, maar vrij sober ingericht.

Met een gevarieerde inrichting ontstaat een aantrekkelijke stad, waarin iedereen iets naar zijn of haar zin vindt.

Bij het inrichten van de openbare ruimte streven we naar een grote mate van variatie. De keuze valt daarbij op een meest passende inrichting, zodat sprake is van een sobere en doelmatige openbare ruimte die toch volop variatie biedt. We streven niet naar één dominante inrichtingsvorm of dominant inrichtingsdoel. Bij de inrichting vindt een integrale afweging plaats tussen functies en belangen en dat geldt ook als later functies moeten worden toegevoegd.

Variatie is de laatste jaren steeds het uitgangspunt geweest. De inrichtingsen beheerkosten zijn daardoor steeds op een gemiddeld niveau gehouden. Naar mate meer luxe (minder sober) aan de openbare ruimte wordt toegevoegd stijgen de onderhoudskosten.

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

revisie 1.1

januari 2021

blad 10 van 39

wat

wat is het / hoe ziet het er uit

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

A.3

Oosterhout is schoon

Oosterhout is een schone gemeente; de openbare ruimte is niet vervuild en op een acceptabel niveau onderhouden.

Een omgeving die heel en schoon is, is een aangename plek om te wonen en te leven. Een logisch ingerichte omgeving is prettig te gebruiken. Over wat mooi is en wat een passende inrichting is valt niet te twisten. Maar een vervuilde openbare ruimte geeft aanleiding tot ergernis en klachten. Het leidt tot verdere vervuiling en misbruik. Het zelfde geldt voor een beschadigde openbare ruimte.

De openbare ruimte moet worden onderhouden. Als normaal dagelijks onderhoud niet meer volstaat om tot een acceptabel niveau te komen, moet de openbare ruimte worden gerenoveerd of gereconstrueerd. Vuilbestrijding, zoals onkruid op verharding en in beplantingen en het ruimen van zwerfvuil en hondenpoep dragen sterk bij aan de schone beleving.

Het dagelijks onderhoud is sterk van invloed op het schoon zijn van de stad. Dat zijn frequent terugkerende handelingen. Die zijn arbeidsintensief en daarom relatief duur. De inzet van klein en groot onderhoud zijn bepalend voor de kwaliteit van de openbare ruimte (heel). Schades worden gerepareerd. Aan het eind van de technische levensduur wordt de openbare ruimte gerenoveerd. Dit zijn cyclisch terugkerende maatregelen. Onderhoud en renovaties vinden continu plaats en trekken over het algemeen weinig aandacht.

A.4

natuurinclusief

In nieuwe ontwikkelingen of bij renovaties en reconstructies worden altijd voorzieningen aangebracht en ruimte gereserveerd voor planten en dieren.

Vanwege het intensive ruimtegebruik staat de biodiversiteit onder druk. Voor natuur is steeds minder ruimte is. Sommige dieren en planten kunnen zich aanpassen en makkelijk gebruik maken van ruimte en voorzieningen in die intensief gebruikte omgeving als we ze die aanbieden. We remmen daarmee de afname van natuur en biodiversiteit en kunnen zelfs werken aan verbetering.

In alle nieuwe ontwikkelingen, herontwikkelingen en bij renovaties of reconstructies moet ruimte worden geboden aan natuur. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van vleermuiskasten of gierzwaluwkasten in gevels en daken en het inrichten van voldoende brede wegbermen voor planten en insecten.

De meerkosten van voorzieningen voor dieren bij nieuwbouw of nieuwe aanleg zijn zeker in relatie tot de totale kosten, zeer bescheiden. Het reserveren van ruimte kost geld (zie A.1).

A.5

biodiversiteit voorop

Bij de inrichting van openbaar groen en bij het onderhoud krijgt de stimulering van de biodiversiteit belangrijke aandacht. Beplantingen zijn gevarieerd, bieden bloemen en bessen, maar ook dood blad en hout op de bodem. Gevarieerde beplantingen ogen losser en misschien zelfs wat rommeliger. Daar staat tegenover dat meer kleur, geur en insecten aanwezig zijn over een lange periode, wat die beplantingen weer aantrekkelijker maakt.

Gevarieerde beplantingen bieden voor insecten maar ook voor vogels en allerlei zoogdieren een plek om te schuilen, te broeden en om voedsel te zoeken. In een natuurlijke evenwicht komen weinig ziekten en plagen voor en worden dode materialen snel omgezet. Het geeft een aantrekkelijk ruimtelijk beeld. De aanwezigheid van bijvoorbeeld vogels en vlinders wordt hoog gewaardeerd. (zie ook §1.2 waarde biodiversiteit)

Bij zowel interne als externe plannen geldt als randvoorwaarde dat een meest passende inrichting moet worden bepaald . Vervolgens wordt een samenstelling of sortiment toegepast met een hoge waarde voor biodiversiteit. Inheemse soorten hebben daarbij de voorkeur. In het beheer moet die waarde worden gegarandeerd (vaste beheervorm). Die wordt ook als voorwaarde aan anderen opgelegd bij zelfbeheer, parkmanagement etc.

Variaties in sortiment of samenstelling hebben, geven een bepaalde inrichtingsvorm, niet of nauwelijks invloed op de beheerkosten.

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

wat

wat is het / hoe ziet het er uit

revisie 1.1

januari 2021

blad 11 van 39

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

A.6

continuïteit in beheer en Openbaar groen heeft een lange keuzes periode nodig om zich te ontwikkelen tot een vaste en stabiele situatie. Dat geldt in nog sterkere mate voor groen met natuurwaarden. Door vast te houden aan keuzes en beplantingen de tijd te gunnen zich te ontwikkelen, worden waarden optimaal benut.

Stabiele beplantingen vragen minder onderhoud dan beplantingen die zich nog ontwikkelen. Met het stijgen van de jaren nemen de natuurwaarden toe.

Na aanleg of omvorming moet een consequent beheer worden gevoerd. Beplanting bereiken pas na ten minste vijf jaar enige mate van volwassenheid. Het beheersysteem is bepalend en in werkpakketten en bestekken die daar van worden afgeleid moet het beheer verankerd zijn. Van het beheer moet niet licht worden afgeweken. Er moet steeds een goede afweging gemaakt worden tussen belangen, wensen en doelen.

Het consequent voeren van beheer is de standaard. Het niet vasthouden aan gemaakte keuzes leidt tot kostenverhogingen en/of kapitaalsvernietiging.

A.7

participatie en afweging

Participatie geeft betrokkenheid bij en daarmee een grotere zorg voor de inrichting van de (woon)omgeving. Er kan echter sprake zijn van tegenstelling in ambities en doelen en de gevolgen van participatie. Inzicht in de afweging daartussen en keuze die volgt, vergroot de kans op begrip bij betrokken partijen.

Bij inrichtingsplannen op stads- of wijkniveau heeft inspraak het karakter van informeren en raadplegen. Naarmate de inrichting meer de directe woon omgeving betreft, verschuift dit naar adviseren en coproduceren (mits die behoefte bij bewoners bestaat). Communicatie in projecten moet daarop worden afgestemd. Als sprake is van tegengesteldheid in ambities, moet kapitaalsverlies worden vermeden en verlies aan diversiteit zoveel mogelijk worden voorkomen. Er dient steeds een afweging en keuze gemaakt te worden tussen wensen, belangen en beleidsdoelen.

Participatie heeft vrijwel altijd een uitbreiding of aanvulling van plannen tot gevolg. Over het algemeen worden plannen daar beter maar ook duurder van. Dat effect reikt tot en met de beheerfase.

Bij bewonersparticipatie worden in het openbaar groen gezamenlijk groene aanpassingen en verbijzonderingen aangebracht, zoals het planten van bloembollen, het zaaien van inheemse bloemen etc. Er is ruimte voor participatie binnen de beleidskaders.

In de pilot zijn geen specifieke beleidsambities aan bod gekomen. Wel zijn parallel aan de pilot, in het kader van Wijkgerichtwerken, op een aantal locaties door bewoners en verenigingen initiatieven genomen tot participatie. Die waren alle op het niveau van de directe woonomgeving en in lijn met A.7. Er was geen sprake van tegengestelde ambities.

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

3

revisie 1.1

januari 2021

blad 12 van 39

Inrichting In dit hoofdstuk wordt ingegaan op verbeteringen die mogelijk zijn in de inrichting van de openbare ruimte bij aanleg of bij renovatie of reconstructie.

3.1

voorwaarden voor biodiversiteit Insecten kunnen alleen gedijen als er ruimte is voor voortplanting, voedsel, veiligheid en verplaatsing; de vier ecologische V’s. Insecten leven relatief kort en dat is niet alleen omdat ze vaak ten prooi vallen aan andere dieren. De meeste insecten zijn “versleten” als ze enkele weken tot enkele maanden oud zijn. Zonder voortplanting zouden ze binnen de kortste keren zijn verdwenen. Voor voortplanting gelden twee basale voorwaarden; er moeten soortgenoten zijn en de jongen (larven) moeten kunnen eten en groeien tot volwassen individuen die zich daarna ook weer kunnen voortplanten. Planten vormen de basis van een natuurlijk systeem; alleen planten kunnen anorganische stoffen omzetten in organisch materiaal. Van die planten of dat organisch materiaal kunnen dieren leven, waaronder insecten. Andere dieren zijn omnivoor of carnivoor en zijn van hun voedsel geheel of gedeeltelijk afhankelijk van die “planteneters”. Dat kunnen andere insecten of ongewervelden zijn maar ook amfibieën, vogels en zoogdieren. Zo ontstaat een voedselpiramide; eten en gegeten worden. Voor veel insecten geldt dat bladeren en wortels, stuifmeel en nectar hun voedsel vormt. Soms zijn insecten gespecialiseerd in één specifieke plant maar meestal gebruiken ze een verscheidenheid aan planten.

Meer bloemen en meer verschillende planten betekent meer verschillende insecten (diversiteit). In de begroeiing kunnen insecten zich verschuilen voor predatoren. Ook vinden ze daar een plek om te kunnen overwinteren. Dat verschuilen gaat beter naar mate de begroeiing gevarieerder en wat hoger is. Insecten moeten zich tussen leefgebieden kunnen verplaatsen. Als er om een bepaalde reden op een plek tijdelijk te weinig ruimte (voedsel, dekking) is om te kunnen overleven, gaan dieren op zoek naar betere plekken. Als ze die niet kunnen bereiken, sterven ze en kunnen ze zich niet voortplanten. Omgekeerd kan een plek die na verloop van tijd weer wel geschikt is voor insecten, maar die te ver van andere plekken ligt, niet opnieuw worden bevolkt. Populaties in geïsoleerde gebieden vertonen verschijnselen van inteelt en lopen grote kans om uit te sterven. Uitwisseling tussen gebieden en populaties is essentieel. In de figuur hiernaast is samenhang tussen de bermen en kruidenrijke terreinen en natuurgebieden in de omgeving weergegeven. Deze figuur is ook opgenomen in bijlage A. Vooral de wat natuurlijkere beplantingstypen kennen duidelijke ecologische waarden. De ruigere beplantingen (bosplantsoen en grove heesters) en de extensief beheerde grasterreinen (bermen en kruidenrijke terreinen) zijn voor planten, insecten, vogels en kleine zoogdieren waardevol of potentieel waardevol.

Variatie is daarbij een sleutelwoord. Veel variatie betekent veel soorten en betekent ruimte voor de vier V’s. Variatie is daarmee de overkoepelende vijfde V.

figuur: Bermen en kruidenrijke vegetaties in de structuur van het Natuur Netwerk Brabant - uitsnede

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

3.2

revisie 1.1

januari 2021

blad 13 van 39

keuzemenu inrichting openbare ruimte In de inrichting van het openbaar groen is met betrekking tot biodiversiteit op diverse fronten winst te behalen. Een deel daarvan wordt in projecten reeds toegepast. Zoals eerder opgemerkt streven we naar een gevarieerde aantrekkelijke openbare ruimte maar een expliciet en eenduidig beleid is daarin niet bepaald. Met de keuzes uit de volgende menu-kaart heeft de gemeenteraad daarvoor de mogelijkheid. In dit menu zijn de financiële consequenties per keuze zo goed mogelijk in beeld gebracht.

I.1

wat

wat is het / hoe ziet het er uit

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

versterken ecologische structuren

Bijen, vlinders en andere insecten zijn afhankelijk van bloemen en gevarieerde vegetaties. Hun actieradius is soms beperkt tot enkele honderden meters. Met een ecologische dooradering van de stad die ook aansluit op natuurterreinen daarbuiten wordt deze insecten maar ook andere dieren de mogelijkheid geboden om andere leefgebieden te vinden. De huidige structuur ligt langs de hoofdwegen. Ze bevat echter hiaten.

Het huidige landelijk gebied biedt over het algemeen, door zijn intensieve gebruik (schaalgrootte, bestrijdingsmiddelen, meststoffen), onvoldoende mogelijkheid voor insecten om te overleven. De stad biedt relatief gunstige levensomstandigheden voor niet al te kritische soorten. Een ecologische dooradering biedt leefruimte aan insecten en de mogelijkheid om andere plekken in de stad te bereiken en om plekken buiten de stad te bereiken die wel geschikt zijn als leefgebied Deze dooradering is behalve voor insecten ook van belang voor allerlei andere dieren en voor planten. De biodiversiteit wordt er sterk door bevorderd.

De hiaten in de huidige structuur moeten zoveel mogelijk worden aangevuld. Voor elke locatie geldt dat binnen de meest passende inrichting voor die plek (A.5) ook ruimte moet worden gezocht en gevonden voor ecologische functies. Sommige onderbrekingen zijn eenvoudig op te lossen, bijvoorbeeld door de gazons of sierheesters ter plaatse als bloemrijke terreinen of bloemrijke gazons in te richten en te beheren. Ook de aanplant van bloembollen kan een bijdrage leveren. Op verschillende plekken langs de hoofdwegenstructuur rondom het centrum ontbreekt daarvoor nu de ruimte. Als alternatieven onvoldoende aanwezig zijn. moet bij toekomstige reconstructies ruimte voor een betere dooradering worden gezocht.

inrichtingskosten De omvorming van gazons naar bloemrijke terreinen is relatief eenvoudig. De grasmat moet worden gescheurd en er moet worden ingezaaid met een inheems kruidenmengsel. totaal opp. ruim 70.000 m², kosten €2,25/m² totale kosten € 160.000 over een periode van 5 jaar is € 32.000/jaar In toekomstige reconstructies moet ruimte worden gevonden voor de versterking van de structuren. beheerkosten minder te maaien als gazons (eigen dienst), meer te maaien kruidenrijke terreinen (uitbesteed, 2x/jaar) areaal 14.000 m² /jaar cumulatief extra beheerkosten -€ 0,14m² totaal voordeel € 2.000/jaar cumulatief

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

I.2

revisie 1.1

januari 2021

blad 14 van 39

wat

wat is het / hoe ziet het er uit

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

inzaaien inheemse kruiden

Bloemrijke terreinen bevatten veel verschillende soorten. Die bloeien op verschillende momenten in het jaar en bieden daarmee voor veel insecten een leefgebied. Hoe groter de variatie hoe groter de waarde voor de biodiversiteit. Deze groenvoorzieningen worden toegepast in de ecologische structuren en natuurlijke terreinen.

Buiten de kom moeten tot nu de kruiden zichzelf vestigen wat betekent dat aansprekende resultaten pas na 15jaar of meer worden behaald en soms zelfs helemaal niet. Inzaaien met inheemse kruiden geeft veel sneller een gevarieerd, bloemrijk aantrekkelijk resultaat. Reeds na ca. 5 jaar wordt een gevarieerd beeld bereikt. Nadeel is dat lokaal voorkomende soorten minder kans krijgen en daarmee de genetische variatie afneemt en de relatieve kwetsbaarheid voor ziekten en plagen toeneemt. Ook kunnen soorten worden geïntroduceerd die van nature niet voorkomen (flora-vervalsing). Die zullen zich op langere termijn echter niet handhaven. De winst in ruimtelijke kwaliteit en aan rijkdom aan bloemen is groot.

Bermen en bloemrijke terreinen moeten bij nieuwe aanleg worden ingezaaid met inheemse kruiden, zowel binnen als buiten de kom. Sinds ruim 5 jaar past de gemeente dit toe op kruidenrijke terreinen binnen de bebouwde kom. Natuurterreinen en bermen van wegen en paden buiten de bebouwde kom, in of binnen 300 m van natuurterreinen worden niet ingezaaid, ook niet met (gecultiveerde) grassoorten. Daar kan eventueel maaisel uit lokale natuurterreinen worden gestrooid om zo lokale planten (genotypes) sneller te verspreiden. Om flora vervalsing te voorkomen en zoveel mogelijk de zaden die nog in de bodem aanwezig zijn de kans te geven zich te ontwikkelen, steeds per locatie afwegen in welke omvang kruiden moeten worden gezaaid.

inrichtingskosten

Inzaai met inheemse kruiden

Zaden van inheemse kruiden zijn relatief kostbaar omdat ze op kleine schaal worden gekweekt. meerkosten € 0,15 /m² areaal per jaar 48.000 m² kosten per jaar € 7.200 beheerkosten Het betreft terreinen die ongeacht de onderhavige keuze als bloemrijke vegetatie worden beheerd, de extra beheerkosten zijn daarom nihil.

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

I.3

revisie 1.1

januari 2021

blad 15 van 39

wat

wat is het / hoe ziet het er uit

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

omvormen gazons

Diverse terreinen in de stad (bebouwde kom) zijn ingericht of worden beheerd als gazon, zonder dat daar vanuit de functie of het ruimtelijk beeld een duidelijke aanleiding voor is. Deze terreinen kunnen worden omgevormd tot bloemrijke terreinen, mits ze op voldoende afstand liggen van woningen en tuinen. Voorbeelden zijn de wadi’s in de Vlindervallei en in de Contreie.

De omzetting van gazons naar bloemrijke terreinen heeft een direct positief effect op de biodiversiteit ter plaatse; meer bloemen en meer insecten en andere dieren. Bloemrijke terreinen bieden meer kleur en meer variatie in de woonomgeving. Bewoners maken zich over het algemeen zorgen over onkruiden en ongedierte. In de pilot zijn delen van grotere gazons na begin mei niet meer frequent gemaaid maar verder beheerd als kruidenrijke vegetatie. Daarmee heeft in feite een omvorming plaats gevonden. De plekken hebben zich snel ontwikkeld tot kleurrijke plekken, echter met een beperkt aantal soorten. De reacties van bewoners zijn overwegend positief geweest. De ecologische meerwaarde is aanzienlijk.

De bestaande gesloten graszode moeten worden gescheurd en het terrein moet worden ingezaaid met inheemse kruiden. In de Vlindervallei kunnen de wadi’s ondieper worden gemaakt, waardoor minder steile taluds ontstaan en het beheer eenvoudiger wordt. In pilot is met een aangepast beheer min of meer een passieve omvorming ingezet. Het aantal soorten bloemen dat daarbij optrad was vrij beperkt. De meerwaarde van die locaties was redelijk. Een ruimere variatie, die eigenlijk alleen met inzaai is te bereiken (actieve omvorming), is wenselijk. Bij actieve omvorming is het eerste jaar een extra maaibeurt wenselijk in verband met het uitmaaien van ongewenste eenjarige (on)kruiden.

inrichtingskosten

Gazon waarin een deel is omgevormd tot kruidenrijke beplanting door niet meer te maaien

De keuze om via aangepast beheer (passieve omvorming) tot omvorming te komen, vraagt geen investeringen. De actieve omvorming van gazons naar bloemrijke terreinen is relatief eenvoudig. De grasmat moet worden gescheurd en er moet worden ingezaaid met een inheems kruidenmengsel. uitgangspunt: alleen mogelijk op gazons groter dan 1000m² en niet op speelplaatsen. Van dat areaal kan 5% worden omgevormd totaal opp. 30.000m², uit te voeren in 5 jaar, kosten € 1,50/m² totale kosten per jaar€ 9.000 beheerkosten minder te maaien als gazons (eigen beheer) , mer te maaien kruidenrijke terreinen (uitbesteed) areaal 6.000m² (jaarlijks cumulatief) extra beheerkosten -€.0,14/m² totaal voordeel €1.000 (jaarlijks cumulatief)

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

I.4

revisie 1.1

januari 2021

blad 16 van 39

wat

wat is het / hoe ziet het er uit

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

hotspots inrichten

In gazons worden plekken ingeplant met bloembollen, ingezaaid met inheemse kruiden en aanvullend worden daar sterke vaste planten aan toegevoegd. Zo ontstaan kleurige bloemrijke stippen in de wijk die een voedselbron zijn; hotspots voor insecten en vlinders. Deze hotspots worden alleen binnen de bebouwde kom toegepast

In de wijken en buurten bevinden zich gazons die geen duidelijke speelfunctie hebben, maar die relatief dicht tegen woningen en tuinen aanliggen en daarom niet voor volledige omvorming in aanmerking komen. Door aan deze gazons bloemrijke hotspots toe te voegen neemt de biodiversiteit toe. Ook de ruimtelijk kwaliteit van de omgeving neemt toe. Vanaf het vroege voorjaar tot diep in het najaar kunnen deze plekken kleur en leven toevoegen. Langs diverse hoofdwegen hebben we bloembollen staan in kruidenrijke terreinen, zoals langs de Burgemeester HuijbregtsSchiedonlaan. Hotspots of plekken hebben we tot nu toe nog niet. Wel zijn of worden in het kader van bewonersinitiatieven plekken met bollen ingeplant of met inheemse kruiden ingezaaid. De winst in ruimtelijke kwaliteit en aan rijkdom aan bloemen is aanzienlijk maar lokaal. De mogelijkheid om deze hotspots gezamenlijk met bewoners te realiseren levert een locale maar grote kans op een grotere betrokkenheid en een grotere waardering voor de openbare ruimte.

De combinatie van bloembollen met inheemse kruiden is binnen Oosterhout met succes toegepast. De waardering vanuit omwonenden is relatief groot. Door aan deze inrichting ook lang bloeiende vast planten toe te voegen ontstaat nog meer variatie. Dit is echter tot op zekere hoogte een experiment. In het gazon wordt op een afgebakende plek de zode gescheurd en worden bloembollen ingeplant (najaar), inheemse kruiden gezaaid en sterke langbloeiende vaste planten geplant (bijv. Geranium, Alchemilla ). Rondom blijft gazon in tact zodanig dat met regulier materieel kan worden gemaaid. De hotspot wordt daarna éénmaal per jaar in het najaar gemaaid en het vrijkomende materiaal wordt afgevoerd. Een deel van de vegetatie moet blijven staan om insecten te laten overwinteren. Hier is vooralsnog een ambitie opgenomen om 10 hotspots per jaar te realiseren van 100m².

inrichtingskosten De grasmat moet worden gescheurd. Er worden bloembollen geplant, 100-150st/m². Vervolgens wordt gemiddelde 3st/m² vaste planten bij geplant. Daarna wordt het gehele perk ingezaaid met een inheems kruidenmengsel. totaal opp 1000m² per jaar kosten €55/m² totale kosten €55.000/jaar. beheerkosten minder te maaien gazons(eigen dienst), meer te maaien kruidenrijke terreinen en ruimen (uitbesteed) areaal 1000 m² (jaarlijks cumulatief) extra beheerkosten -€.0,14/m² totaal voordeel €140 (jaarlijks cumulatief)

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

I.5

revisie 1.1

januari 2021

blad 17 van 39

wat

wat is het / hoe ziet het er uit

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

doorzaaien bermen waarin bomen staan

Bermen onder bomen zijn vrij arm aan soorten omdat de concurrentie om voedsel en water met de bomen groot is. Het duurt vrij lang voordat soorten zich vestigen. Bermen onder bomen zijn nooit uitbundig. Door soorten in te zaaien die in deze situaties goed passen, maar die zich niet of langzaam zouden vestigen, kan de ontwikkeling van een gevarieerde aantrekkelijk berm sterk worden gestimuleerd en versneld.

Diverse plantensoorten van bossen en bosranden vestigen zich vrij lastig. Er pas sprake is van een stabiele situatie als de bomen min of meer volwassen worden. Bovendien moeten de soorten zich vanuit relatief grote afstanden vestigen. Door versnelde vestiging ontstaan bermen waarin meer insectensoorten voedsel en dekking kunnen vinden. Daarvan profiteren dan ook weer andere soorten. Daar zitten ook soorten bij zoals de gaasvlieg, waarvan de larven leven van rupsen en luizen. Een verbetering van het bloemenaanbod helpt daarmee bij het herstel van een natuurlijk evenwicht en een natuurlijke bestrijding van bijvoorbeeld eikenprocessierups.

In bermen met bomen, om te beginnen die met zomereiken, worden mengsel ingezaaid van soorten die daar van nature thuishoren. Om de bomen niet te beschadigen wordt de graszode niet gescheurd, maar omdat onder bomen vrijwel nooit sprake is van een dichte mat, is dat nauwelijks een bezwaar. Bij voorkeur worden ook inheemse bloembollen of stinzebollen geplant zodat er reeds in het heel vroege voorjaar aanbod van nectar en stuifmeel is als insecten uit winterrust komen. De vegetatie moet éénmaal per jaar worden gemaaid, waarbij bij voorkeur gefaseerd wordt gemaaid. Buiten de bebouwde kom moet dit terughoudend worden toegepast (zie I.2)

inrichtingskosten In de kostenraming is een gefaseerde aanpak opgenomen van jaarlijks 5% van het areaal. De bermen worden in het huidige beheer reeds gemaaid (geen extra kosten). Aansluitend kunnen de bermen worden ingezaaid (handmatige doorzaai). totaal opp 30.000 m²/jaar kosten € 0,45/m² totale kosten €13.500 Op 2% van het oppervlak worden bloembollen geplant, ca.100st/m². Soorten als sneeuwklokje, boerenkrokus, daslook etc. totaal opp 600m² kosten €35/m² totale kosten €21.000 beheerkosten deze maatregel heeft geen directe gevolgen voor de wijze van onderhoud. Er is geen sprake van een verandering van beheerkosten.

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

I.6

revisie 1.1

januari 2021

blad 18 van 39

wat

wat is het / hoe ziet het er uit

wat levert het op

wat moeten we doen

wat kost het

inzaaien bloemrijke gazons

In plaats van een eenvormig gazon dat vrijwel geheel uit grassen bestaat, ontstaat een “grasveld” met allerlei bloemen; een wezenlijk ander beeld. De uitstraling is losser en misschien wat rommeliger, maar er zitten meer bloemen in (kleur) en er vliegen bijen en vlinders op (kleur en leven). Dit is niet geschikt als trapveld of speelgazon omdat de planten wat hoger zijn en bijvoorbeeld een bal dan slecht wil rollen. Deze mengsels zijn vrij recent ontwikkeld met de toegenomen belangstelling voor biodiversiteit en de alarmerende berichten over de afname van de aantallen en soorten bijen en vlinders.

De variatie in de inrichting van de openbare ruimte neemt toe. Sommige plekken zijn in te richten als bloemrijke gazons, op ander plekken liggen misschien gewone gazons weer meer voor de hand. Bloemrijke gazons leveren meer kleur (aantrekkelijkheid) en leven (biodiversiteit). De plantensoorten zijn beter bestand tegen droogte, o.a. omdat ze minder worden gemaaid. Ook in lange droge warme periodes leveren deze bloemrijke gazons een bijdrage aan de demping van de hitte in de stad. De toegevoegde waarde is vrij groot. Met deze bloemrijke gazons hebben we in Oosterhout nog geen ervaring. Mocht blijken dat deze niet voldoen, kunnen ze eenvoudig met een wat intensiever maaibeheer worden omgevormd tot gazons.

In nieuwe situaties en bij reconstructies zullen bloemrijke gazons worden ingezaaid in plaats van gewone gazons, op plekken waar dat mogelijk is. Dat is niet op speelplekken en trapvelden. Steeds moet worden afgewogen wat wenselijk is (meest passende inrichting). Waarschijnlijk kan met minder maaien worden volstaan en hoeft maaisel niet te worden afgevoerd. Uitgegaan wordt van 14 maaibeurten per jaar waar voor gazons een gemiddelde inzet van 23 beurten geldt. Na maximaal 4 jaar moet worden geëvalueerd of deze voorzieningen bieden wat wordt verwacht.

inrichtingskosten Bloemrijke gazons worden toegepast in nieuwe aanleg of bij renovaties en dan in plaats van gazons. Er is alleen sprake van meerkosten voor de aanschaf van het zaad totaal opp 26.000 m²(jaarlijks) meerkosten € 0,20/m² totale kosten € 5.200 beheerkosten minder te maaien als gazons(eigen dienst), areaal 26.000m² (jaarlijks cumulatief) extra beheerkosten -€0,05/m² totaal voordeel € 1.400 (jaarlijks cumulatief)

beeld van bloemrijk gazon soorten die regelmatig maaien verdragen

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

4 4.1

revisie 1.1

januari 2021

blad 19 van 39

Beheer inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op verbeteringen die mogelijk zijn in het beheer van grassen en kruidenrijke terreinen in de openbare ruimte. Eerst wordt kort beschreven hoe het huidige beheer er in hoofdlijn uitziet. Daarna wordt ingezoomd op een aantal aspecten van insectenvriendelijk beheer en volgt opnieuw een keuzemenu.

4.2

huidig beheer In het huidige beheer ligt de nadruk op rationaliteit en beperking van de onderhoudskosten. Bij gazons ligt de nadruk op netheid. Deze worden gedurende het groeiseizoen ongeveer éénmaal per tien dagen gemaaid. Het maaisel wordt niet geveegd of afgevoerd. Op speelterreinen wordt gemaaid om de functionaliteit voor sport en spel te waarborgen. Zowel voor de functionaliteit als voor de netheid is het beheerdoel hetzelfde; een korte eenvormige gelijkmatige vegetatie. In heel droge periodes wordt de maaifrequentie verlaagd omdat het doel met minder beurten toch in stand kan worden gehouden. Structureel minder maaien is niet mogelijk zolang gazons overwegend uit grassen bestaan (zie ook I.6). Het maaien van gazons vindt in eigen beheer plaats. Bermen buiten de bebouwde kom worden tweemaal per jaar geklepeld. Dit is verreweg de goedkoopste manier van maaien. Het maaisel wordt niet geruimd. Op die manier wordt de vegetatie kort gehouden zodat er geen hinder ontstaat op wegen en paden. Door het maaien blijft de zode gesloten zodat deze voldoende stevig blijft. De hinder voor aangrenzende percelen wordt beperkt. Binnen de kom worden bermen zodanig gemaaid dat het maaisel ook kan worden opgeruimd. Daardoor ontstaat direct na de maaibeurt een wat netter onderhoudsbeeld en ontwikkelt de berm een grotere variatie en daarmee een grotere sierwaarde en ecologische waarde.

Ook hier wordt in het huidige beheer twee maal per jaar gemaaid. Het zelfde geldt voor kruidenrijke terreinen zoals in de ecologische verbindingszone. De eerste maaibeurt start vanaf half juni, waarna in een aantal weken alle kruidenrijke terreinen en bermen in Oosterhout worden gemaaid. De ecologische verbindingszone langs de Contreie wordt later gemaaid (na 15 juli) om broedvogels niet te storen. Om de verkeersveiligheid te waarborgen worden bij kruispunten enkele weken daarvoor uitzichthoeken gemaaid. Dat gebeurt ook voor de tweede maaironde die half september start. Het grootste deel van dit maaiwerk is uitbesteed. Taluds van waterlopen en moeilijk te maaien terreinen of terreindelen binnen de bebouwde kom worden begraasd. Van april tot november is er een schaapskudde aanwezig in de stad. Deze terreinen worden met mobiele rasters in vakken verdeeld en daarna begraasd. In deze rapportage wordt eenvoudigheidshalve het begrazen als een alternatieve vorm van maaien beschouwd.

maaikalender huidig beheer

Inrichting en beheer van kruidachtige beplantingen in Oosterhout

4.3

revisie 1.1

januari 2021

blad 20 van 39

aandachtspunten bij aanpassing beheermaatregelen maaien moet Om biodiversiteit in kruidachtige terreinen te bevorderen moet worden gemaaid. Zo wordt voorkomen dat houtige gewassen gaan domineren. Grassen zijn praktisch de enige planten die tegen zeer frequent maaien bestand zijn. Maar als er een beperkt aantal keer per jaar wordt gemaaid, wordt de vestiging en ontwikkeling van andere planten dan grassen bevorderd. Dat effect is groter als daarnaast het maaisel wordt opgeruimd en afgevoerd (verschralingsbeheer). Door het afvoeren van het maaisel, worden voedingstoffen verwijderd die anders na vertering weer zouden vrij komen. Vooral grassen en ruigte kruiden zoals brandnetel profiteren van voedselrijke situaties. Met het afvoeren van maaisel treedt een verschraling op waardoor de concurrentie kracht van het gras afneemt. Daardoor kunnen andere planten zich vestigen en handhaven, wordt verruiging voorkomen en neemt de diversiteit toe. Maaien resulteert in meer bloemen en meer variatie en dat is de basis voor een grotere ecologische waarde.

vegetatie gedomineerd door ruigte kruiden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=1a484c9b-7416-4c96-abf3-01d39abc08a8