Geredigeerd nr. 11 deel 1
Tekst van het document
10-06-202
II lilN014754 I ■■II
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
Gemeente Oosterhout
t.a.v. het college van burgemeester en wethouders
5.1,2,e
PostDus 10150
5.1,2,e
4900 GB Oosterhout 5.1,2,e 5.1,2,e
Per aangetekende post verzonden en tevens per fax: 5.1,2,e
atum
kt zake Uw kererk
Ons kerrperk Rp'ref!
8 juni 2021 Windpark Energiepark A59 5.1,2,e
78800000 Aanvullende zienswijze
Geachte heer/mevrouw, Bijgaand treft u de aanvullende zienswijze betrekkelijk het ontwerpbesluit d.d. 12 april ter verlening van omgevingsvergunning "Windpark Energiepark A59" met toepassing van gemeentelijke coördinatieregeling (Gemeenteblad d.d. 14 april 2021 nr. 116C71) 5.1,2,e
e-ylage
5.1,2,e
Aanvullende zienswijze
Pagina 1 van 1
Aanvullende zienswijze betrekkelijk het ontwerpbesluit omgevingsvergunning "Windpark Energiepark A59" met toepassing van
gemeentelijke coördinatieregeling (Gemeenteblad d.d. 14 april 2021 nr. 116071)
Geacht College,
Partijen:
1) 5.1,2,e
5.1,2,e
bestaande uit (rechts)personen die in het als bijlage 1 hierbij overlegde
overzicht zijn vermeld, met vertrouwelijkheidsclaim op hun NAW gegevens; 2) De (rechts)personen die in het ais bijlage 2 hierbij overlegde overzicht zijn vermeld, met
vertrouwelijkheidsclaim op hun NAW-gegevens;
allen aan te duiden als "reclamanten", tenzij een afzonderlijke aanduiding gewenst, nuttig of noodzakelijk is, kiezen woonplaats aan 5.1,2,e
ten kantore van de advocaat mr. 5.1,2,e
5.1,2,e
Het bestreden ontwerpbesluit en de bijhorende stukken liggen met ingang van donderdag 15 april 202.1 tot en met woensdag 26 mei 2021 ter inzage. Tijdens deze periode Kan eenieder een schriftelijke zienswijze indienen.
Reclamanten hebben een zienswijze ingediend op 25 mei 2021, zie bijlage 3. Ten tijde van de inleidende zienswijze
volstonden
na overleg met de behandelend ambtenaar - de namen van reclamanten. De ontvangst is door u
bevestigd onder kenmerk | zaaknummer 5.1,2,e
zie bijlage 4. De inhoud dient dan uiterlijk 9 juni 2021 te worden
ingediend, en wordt door middel van deze schriftuur ingevuld.
5.1,2,e
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
.4
2.
MER
,4
3.
RES.
6
4.
Crisis- en herstelwet
7
5.
Strijd met beleid
,8
6.
Participatie
10
7.
Onderzoeken
11
8.
Leefbaarheid
13
9.
Water
22
10.
Vliegverkeer en radar
23
11.
Landschap
23
12.
Alternatieven
25
13.
Financieel
25
14
Evidente privaatrechtelijke belemmering
26
15.
Natuur.
27
16.
Overig
28
17.
Conclusie
29
Pagina 3 van 30
5.1,2,e
1.
Inleiding
Reclamanten verenigen zich niet met de totstandkoming, inhoud en uitkomst van voorgenomen
1.1
ontwerpbesluit, namelijk de ontwerp-omgevingsvergunning 'Windpark Energiepark A59', met toepassing van gemeentelijke coördinatieregeling, hierna: het bestreden besluit. Het bestreden besluit
maakt de volgende activiteiten mogelijk: bouwen, uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, uitwegen aanleggen, kappen en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening. Zij ontkennen en betwisten de uitgangspunten, de randvoorwaarden, de onderzoeken, met conclusies, bevindingen en
daarop gebaseerde al dan niet mitigerende maatregelen van het volledige gebiedstracé en alle
onderdelen van het ontwerpbesluit, tenzij zij expliciet aangeven zich in een bepaald onderdeel of aspect te kunnen vinden.
De gestelde termijn waarin een zienswijze kan worden ingediend is rechtens onjuist. Het besluit is
1.2
bekend gemaakt op 14 april 2021 en wordt ter inzage gelegd op donderdag 15 april 2021. Artikel 3:11,
vierde lid, Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb jo. artikel 3:16, eerste lid, Awb bepaalt dat de
termijn van zes weken aanvangt vanaf de dag waarop het ontwerpbesluit ter inzage is gelegd. Volgens het publicatieblad d.d. 14 april zijn 15 april 2021 de stukken ter inzage gelegd. Dit resulteert in een
termijn die zou moeten lopen vanaf 15 april tot en met 27 mei 2021. In dit geval is het mogelijk om
binnen de termijn een pro forma in te dienen, hetgeen is gedaan namens reclamanten op 25 mei 2021.
De gronden worden aangevuld door deze inhoudelijke zienswijze-schriftuur, ingediend op 8 juni 2021 Alleen al in formele zin zijn de bestreden besluiten gebrekkig of onhoudbaar. 2.
2.1
MER
Voordat een
plan
of project in een
besluitvormingsprocedure
wordt gebracht
en
een
omgevingsvergunning kan worden aangevraagd, dient te worden onderzocht wat de mogelijke milieueffecten zijn In de procedure omtrent Windpark Energiepark A59 is echter geen gebruik gemaakt van een (vormvrije) MER-beoordeling. De bouw van een nieuw windmolenpark is in het Besluit
milieueffectrapportage, hierna: Besluit m.e.r., in deze specifieke casus aangewezen D22.2. Dit betekent dat conform de Wet milieubeheer, hierna: Wm en vaste jurisprudentie er een m.e.r.-beoordelingsplicht
geldt indien sprake is van een windpark. De ruimtelijke onderbouwing stelt dat in de zin van het Besluit
m.e.r. geen sprake is van een windpark en dat de andere wetten - onder andere de Elektriciteitswet een andere definitie hanteren. Reclamanten betwisten deze aanname en stellen - mede in het licht van
de Europese regelgeving en de clustervorming met Windpark Weststad III - dat minstens een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Het bevoegd gezag dient dus hierover te besluiten, zelfs als de
drempelwaarden van het Besluit m.e.r. niet worden behaald Ook een impliciet besluit zoals i.c. het opnemen van een beoordeling in de ruimtelijke onderbouwing - is geen m.e.r. beoordelingsbesluit en Pagina 4 van 30
5.1,2,e
kan geenszins voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden 1 De Gemeente Oosterhout is in
Windpark Energiepark A59 het bevoegd gezag en heeft dus geen m.e.r-beoordelingsbesluit genomen, hetgeen in strijd is met artikelen 7.17, 7.19 jo. 7.20a Wet milieubeheer, hierna: Wm met daarop gebaseerde vaste rechtspraak. Per 1 januari 2021 is de Wm aangepast zodat voorafgaand aan de
aanvraag geen m.e.r.-beoordeling hoeft plaats te vinden. Dat neemt niet weg dat deze m.e.rbeoordelingsbeslissing moet plaatsvinden bij het verlenen van de omgevingsvergunning.
2.2
De conclusie van gemeente Oosterhout om geen MER op te stellen strookt evenmin met Europese regelgeving. Voor Windpark Energiepark A59 dient een MER te worden opgesteld die toetst aan de
algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer en/of de Activiteitenregeling op grond van de richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de
beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's,2 hierna: SMB richtlijn. Er dient dus een MER te worden opgemaakt die toetst aan de algemene regels ten aanzien van (laagfrequent) geluid, slagschaduw en externe veiligheid. 2.3
Reclamanten voelen zich gesterkt door een recente uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese
Unie d.d. 25 juni 2020 en speciaal ingelaste zitting van de Afdeling over de uitleg van dit arrest.3 Hierdoor hangt boven het Windpark Energiepark A59 het zwaard van Damocles. De Europese rechters
eisen een milieueffectrapportage voor de Vlaamse normen van slagschaduw, veiligheid en geluid van de windturbines. De woordgroep "die het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen ( .) projecten" in artikel 3, lid 2 onder a), van richtlijn 2001/42, bevat geen enkele
verwijzing naar het nationale recht en vormt dus een autonoom Unierechtelijk begrip dat op het grondgebied van de Unie uniform moet worden uitgelegd.4 2.4
Windpark Energiepark A59 moet voldoen aan de normen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling, die daarmee het kader vormen voor de toekenning van een project. Van
'randvoorwaarden' na inrichting is geen sprake omdat het bevoegd gezag juist op voorhand beoordeelt of aan de (wettelijke) normen wordt voldaan en in die zin dragen de randvoorwaarden bij aan de uitvoering van het project. De windturbines mogen immers niet te veel geluid, slagschaduw of externe
veiligheidsrisico's met zich meebrengen. Het maakt daarbij niet uit dat iedere inrichting aan deze normen moet voldoen, want het Hof geeft aan dat het begrip op een kwalitatieve en niet op een
kwantitatieve manier moet worden begrepen.5
1 ABRS 15 mei 2019, ECL!:NL;RV5:2019:1513, r.o. 11.4. 2 PB 2001, L197. 3 HvJ EU 25 Juni 2020, (zaak C24/19) ECLI:EU:C:2020:503. * HvJ EU 25 juni 2020, (zaakC24/19) ECLI:EU:C:2020:503, r.o. 53. 5 HvJ EU 25 juni 2020 (zaak C-24/19) ECLI:EU:C:2O2O:5O3, r o. 70
Pagina 5 van 30
5.1,2,e
Het begrip plan en programma's' heeft betrekking op elke handeling” die een groot pakket criteria en
2.5
modaliteiten vaststelt voor de goedkeuring en uitvoering van een project, zoals het Activiteitenbesluit
en Activiteitenregeling. Deze uitleg is erop gericht te waarborgen dat voorschriften die aanzienlijke
gevolgen voor het milieu hebben, als door het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling worden beoogd, onderworpen moeten worden aan een milieueffectrapportage. Om conform de Europese regelgeving het Windpark Energiepark A59 te realiseren dient ten eerste een halt te worden
toegeroepen aan de procedure en dus eerst eer MER te worden opgesteld.
De Afdeling last op 6 april 2021 een speciale, openbare zitting in om de normen betrekking hebbende
2.6
op windturbines te bespreken in het kader van de wettigheid van het Activiteitenbesluit en de
Activiteitenregeling, naar aanleiding van eerdergenoemde uitspraak van het Europees Hof van Justitie. De zitting is al - op zich - een significante waarschuwing van de Afdeling betrekkelijk de recht- en wetmatigheid van de normen.
2.7
Daarnaast is door de Afdeling overwogen dat voor windparken een me r.-beoordelingsplicht, ook als
deze de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. niet overschrijden. Reclamanten menen dat deze beoordelingsplicht voor dit windpark geldt. Door het achterwege laten van een m.e.r.beoordelingsbesnssing voldoet het bestreden besluit niet aan de wettelijke regels van de Wm en de vaste jurisprudentie.
3. 3.1
RES
Reclamanten menen dat gemeente Oosterhout en de initiatiefnemers wat betreft de Regionale
Energiestrategie, hierna: RES, een kans hebben gemist om het windpark aan te laten sluiten bij de
maatschappelijke participatie. Het bestreden besluit is ter inzage gelegd terwijl de procedure rondom de RES nog loopt. In de zomer en herfst van 2020 is in de regio West-Brabant aan de inwoners gevraagd wat zij belangrijk vinden bij het verduurzamen van de elektriciteit en warmte. Daaruit volgt samengevat een aantal conclusies: haalbaarheid en betaalbaarheid van plannen, een grote rol voor de overheid, meer aandacht voor innovatie zoals kernenergie, de focus op wind en zon is te beperkt, liever geen
windturbines als een hagelslag door het landschap, zon het liefst op dak, wens tot financiële participatie, invloed en regie hebben op de plannen.
3.2
Gemeente Oosterhout heeft na een omgevingsdialoog met de inwoners de initiatiefnemer, 5.1,2,e verzocht de meest zuidelijke windturbine te laten vervallen, hetgeen is aangepast in de aanvraag. Dit heeft ertoe geleid - hetgeen meerdere keren bloot wordt aangehaald in documentatie bij het bestreden
6
HvJ EU 25 juni 2020 (zaak -24/19) ECLI:EU:C:2020:503, r.o. 67. Pagina 6 van 30
,w
av
DOKK
besluit - dat de business case sterk is verslechterd, met als consequentie een ernstige belemmering van
de financiële participatie. In de concept-RES en het Klimaatakkoord wordt een 50% lokaal eigendom
nagestreefd, wat nu door enkele niet onderbouwde stellingen onmogelijk wordt gemaakt. De conceptRES haalt meerdere keren aan belang te hechten aan een ‘energietransitie met en voor iedereen'. Dit
betekent dat omwonenden en bedrijven worden betrokken bij de ontwikkeling van zon
en
windprojecten, tenzij klaarblijkelijk de businesscase het niet toelaat. Opmerkelijk is dat de concept-RES verwijst naar het Energiefonds Brabant, nu: BOM Renewable Energy, ter financiële onderbouwing. Het
bestreden besluit verwijst geenszins naar deze mogelijkheid. Des te meer bijzonder is dat de raad van gemeente Oosterhout bij amendement d.d. 30 maart het college opdraagt een onafhankelijk onderzoek
te verrichten naar de verhouding participatiegelden in het duurzaamheidsfonds in relatie tot de
opbrengsten van 5.1,2,e
wat invloed heeft op de financiële participatie Een nadere onderbouwing is
noodzakelijk om strijd met artikel 3:2 | 3 jo. artikel 3:4 Awb te voorkomen.
3.3
Bovendien zetten reclamanten bij de RES hun vraagtekens bij de legitimiteit daarvan. Democratische
bestuursorganen zijn bij deze procedure ten onrechte buitenspel gezet. 7 Staatsrechtelijk en democratisch is de enige juiste keuze dat een dergelijke ingrijpende gemeentelijke energietransitie van deze omvang in alle fasen uitsluitend en/of is ook aan de beoordelingsbevoegdheid van de
gemeenteraad en niet alleen van het college van burgemeester en wethouders. Dit is een wezenlijk
gebrek aan het klimaatakkoord, dat geen recht is, lees: wet van meden en perzen. Dit akkoord is niet besluitvormend door het parlement behandeld en hiermee is niet ingestemd door Milieudefensie, FNV
en Greenpeace. Naar willekeur is, tegengesteld aan artikel 3:3 Awb, de een bevoordelend, de ander bijzonder benadelend, zonder enige (goede) reden, de discretionaire bevoegdheid uitgeoefend op een
voor reclamanten meest schadelijke wijze. Zo is het mogelijk als gemeenteraad niet in de RES te
participeren en het conceptaanbod van de RES af te wijzen De RES ontregelt en omzeilt daarmee letterlijk de ruimtelijke ordening van Nederland. Reclamanten menen dat de procedure rondom
Windpark Energiepark A59 pas in overweging worden genomen als er een legitieme RES is vastgesteld
waarin dit windpark wordt benoemd.
4. 4.1
Crisis- en herstelwet
Op het bestreden besluit is de Crisis en herstelwet, hierna Chw, van toepassing. Pondera Consult stelt dat het windpark valt onder projecten bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.2: 'aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie
als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 9' van de Elektriciteitswet
Zie Beantwoording van vragen op verzoek van de fractie Integer Liberaal van het bestuur van het Waterschap Delfland, door prof mr D J Elzinga en mr dr. J.R. Lunsing.
Pagina 7 van 30
5.1,2,e
1998, waardoor hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing is. 8 Echter, deze artikelen verwijzen
uitdrukkelijk naar windparken van meer dan 50 MW dan wel 100 MW. Windpark Energiepark A59 betreft 10 MW. Daarnaast ziet artikel 9' op de bevoegdheid van de Provinciale Staten om een inpassingsplan vast te stellen, geen omgevingsvergunning d.w.z. afwijken van het bestemmingsplan. De
Chw kan derhalve niet van toepassing worden verklaard, zie in dit verband eveneens sub 7.1 van deze
zienswijze.
4.2
Reclamanten wijzen naar de Memorie van Toelichting van de Chw die refereert aan: "Versnelde
ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis alsmede met dat doel diverse wettelijke bepalingen te
wijzigen". Gezien de externe negatieve effecten die het windpark heeft op de economische situatie in de regio, zal de uitvoering van de Chw in dit geval het beoogde doel, het bestrijden van de economische
crisis hier niet kunnen halen, maar daarentegen naar de overtuiging van reclamanten juist een negatief economisch effect veroorzaken, waarmee de Chw hier het omgekeerde doet dan wat met de wet is beoogd en waarvoor deze in het leven is geroepen.
5.
5.1
Strijd met beleid
In de ruimtelijke onderbouwing bezigt Pondera Consult de energieagenda van Noord-Rrabant 20102020, waarin de provinciale doelstelling wordt gesteld op 470,5 MW wind op land.9 Pondera Consult
concludeert dat het Windpark Energiepark A59 direct bijdraagt aan deze bijdrage Reclamanten menen
dat de ruimtelijke onderbouwing geen gebruik mag maken van verouderde beleidsstukken. Immers, het gaat om de doelstelling in 2020, terwijl de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage is gelegd in april
2021. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke onderbouwing voor de nut en noodzaak van het windpark, en is de ontwerp-omgevingsvergunning gebrekkig d.w.z. in strijd met artikel 3:2 jo. 3:4 Awb.
5.2
Paragraaf 2.3.2 van de ruimtelijke onderbouwing stelt vervolgens bloot dat Windpark Energiepark A59 bijdraagt aan de Brabantse CO2-reductie en daarmee voldoet aan de Omgevingsvisie Brabant.
Tegelijkertijd is algemeen bekend dat de Nederlandse elektriciteitsbehoefte stijgt en dus meer elektriciteit nodig is. Er kan dus niet eenvoudig worden gesteld dat er sprake is van vervanging van fossiele brandstoffen. Het is dus niet duidelijk in hoeverre zich verhoudt tot een CO2-reductie op dit moment. Reclamanten betwisten, ontkennen en bestrijden derhalve het nut en de noodzaak van Windpark Energiepark A59.
8
Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d.d. 18 februari 2021, p. 6.
9
Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d.d. 18 februari 2021,
p. 17.
Pagina 8 van 30
5.1,2,e
5.3
In paragraaf 2.3.3 wordt vervolgens het Windpark Energiepark A59 aan de Structuurvisie ruimtelijke
ordening getoetst. Wederom betreft dit een verouderde doelstelling, namelijk 470,5 MW in 2020. Windpark Energiepark A59 kan feitelijk onmogelijk bijdragen aan deze doelstelling.
5.4
Reclamanten betwisten dat Windpark Energiepark A59 voldoet aan de Interim Omgevingsverordening
Noord-Brabant 2019, hierna: IOV. Het windpark is namelijk in strijd met artikel 3.37 IOV, nu het windpark niet inpasbaar is in de omgeving en er geen sprake is van een cluster van minimaal drie
windturbines. Immers, gemakshalve tracht de gemeente dit te betrekken bij Windpark Weststad III,
terwijl dit op een industrieterrein is gesitueerd in een andere opstelling. Ook betreffen dit andere type
en soort windturbines dan die van het Windpark Energiepark A59. Bovendien leidt de tiphoogte van Windpark Energie A59 ertoe dat de windturbines met obstakelverlichting worden uitgerust, in
tegenstelling tot de windturbines van Windpark Weststad III. Gelet op de omstandigheden, de visuele
en ruimtelijke inpassing van voorgenomen windpark, zorgt dit voor een versnipperd beeld. Hierdoor is er geenszins sprake van een cluster windturbines. Bovendien wordt de blote stelling - dat er sprake is
van een cluster - evenmin bevestigd, omdat de deskundige weigert een duidelijke definitie van het
begrip "cluster" te geven, zulks in strijd met artikel 3:2 jo. 3:4 Awb.
5.5
Reclamanten menen dat de ruimtelijke onderbouwing onterecht ervan uitgaat dat de Structuurvisie Oosterhout windturbines toelaat op agrarisch gebied, nu de voorbeelden geen windenergie benoemen
als wijze waarop duurzame energie aldaar kan worden gegeneerd.10 Reclamanten betwisten deze
conclusie van de deskundige. Een nadere onderbouwing is noodzakelijk om te voldoen aan het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb en artikel 4:84 Awb.
5.6
Vervolgens wordt evenmin onderbouwd in hoeverre het project overeenkomstig de Toekomstvisie Oosterhout 2030 en het Bestuursakkoord 2018-2022 is. Pondera Consult noemt enkel voorbeelden, andere projecten die in de omgeving worden gerealiseerd, maar benoemt geenszins in hoeverre het
project binnen de visie | het akkoord past.11 Zonder onderbouwing is de ruimtelijke onderbouwing, en
daarmee de ontwerp-omgevingsvergunning, in strijd met artikel 3:4 en 4:84 Awb. 5.7
Ten aanzien van de Ambities voor de energietransitie Oosterhout 2030 en de Routekaart 2019-2022 is de onderbouwing gedateerd, nu dit uitgaat van het project met drie windturbines.12 Dit betekent dat
er geen nieuwe overweging heeft plaatsgevonden met twee windturbines, het huidige project. Dat er
meer of minder kan, betekent niet automatisch dat het minder mag, zeker niet in aannemend de extra
10
Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d.d. 18 februari 2021, p. 23. 1 Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d.d. 18 februari 2021, p.23. 12 Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d d 18 februari 2021 p. 24-2S. Pagina 9 van 30
5.1,2,e
energie opwek naast wind, via zonnepark. Dit betekent dat het bevoegd gezag dit project niet zorgvuldig
heeft afgewogen, zulks in strijd met artikel 3:2 jo 3:4 Awb.
5.8
Reclamanten vinden het opmerkelijk dat de Regionale Energiestrategie (RES) 2030 wordt gebezigd in
de ruimtelijke onderbouwing. In een amendement is besloten om dit project buiten de RES te houden. Bovendien is dit project in eerdere versies van de RES benoemd als 'pijplijn'-project en niet een nieuw windproject, zoals de ruimtelijke onderbouwing aangeeft.13 Een en ander verdraagt zich niet met
elkaar.
5.9
Reclamanten menen - mede op basis van bovenstaande - dat het Windpark Energiepark A59 volstrekt niet past binnen het gemeentelijk als provinciaal beleid. Daarmee betwisten zij uitdrukkelijk de conclusie in paragraaf 2.4 van de ruimtelijke onderbouwing van Pondera Consult, dat het project
wenselijk is; wat niet overeenkomt ja zelfs strijdig is, met nut, of noodzaak die dus wordt ontkend.
6.
6.1
Participatie
Reclamanten menen dat de gemeente Oosterhout en initiatiefnemer onvoldoende inspanning hebben geleverd om de inwoners | omwonenden inspraak te leveren. Volgens hoogleraar Innovatie en
Regionaal Bestuur 5.1,2,e omdat de
burgers
van de Universiteit Twente staan gemeenten inmiddels 3-0 achter
onvoldoende worden betrokken bij de
energietransitie.
Hij beaamt dat
inspraakavonden vooral eenrichtingsverkeer is, mede gehinderd door de digitale bijeenkomsten in het kader
van
de
coronacrisis.
Gemeenten
verlenen
onvoldoende
hulp
op
hoe
het
hele
besluitvormingsproces verloopt Met name op de RES is veel kritiek omdat dit allemaal onder hoge
tijdsdruk tot stand is gekomen. Bij dergelijke bestreden (ontwerp)besluiten past ontegenzeggelijk het
credo: "zorgvuldigheid boven snelheid". Gemeente Oosterhout kan hiermee het goede voorbeeld geven door de ontwerp-vergunning in te trekken, ten minste totdat meer onderzoeken omtrent
participatie en gezondheid bekend zijn. Reclamanten verlangen nu omgaande staking en stopzetting.
6.2
Op basis van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, hierna: Bro, dient overleg plaats te vinden met instanties over het project. De provincie Noord-Brabant heeft in het kader daarvan een reactie
gegeven over het principeverzoek. Naast het feit dat onduidelijkheid bestaat over de wijze waarop de
provincie de bevoegdheid heeft gedelegeerd aan gemeente Oosterhout, is de reactie evenmin
bekend.14 Reclamanten betwisten bij gebrek aan wetenschap daarom
mede in het licht van het
13
Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d.d. 18 febi uari 2021, p.25. 14 Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d d 18 februari 2021 p. 125.
Pagina 10 van 30
5.1,2,e
inmiddels demissionaire provinciebestuur - dat met de provincie deugdelijk (voor)overleg heeft plaatsgevonden in gezonde coördinatie althans ambtelijke afstemming. Zo ook andere gezagen
waaronder waterschap, ILT, wegenverkeersleiding, Ministerie van Defensie en anderen.
6.3
Vervolgens is het - naar mening van reclamanten - onbegrijpelijk dat de onderzoeken naar de sociale
en financiële participatie pas worden toegevoegd aan de definitieve ontwerpvergunning en verklaring van geen bedenkingen. Dit betekent dat de (rechts)bescherming ernstig ingeperkt raakt, nu
reclamanten worden ontnomen hun zienswijze in te dienen op deze onderzoeken
Precair is dan ook
dat de meeste partijen in de gemeenteraad tegen voorgenomen Windpark Energiepark A59 stemmen.
Zelfs binnen de coalitiepartijen zijn partijen tot het bot verdeeld, blijkens de tegenstem binnen de WD.
Ook het CDA is zeer kritisch gelet op de amendementen en moties, terwijl een CDA-wethouder de besluitvorming overziet. Dit maakt dat het en een ander onder hoogspanning staat, en leidt eveneens
tot spanning | angstgevoel bij reclamanten over de procedures, totstandkoming en inhoud van de besluitvorming.
7. 7.1
Onderzoeken Het juridisch kader van Pondera Consult benoemt artikel 9°van het Elektriciteitswet als rechtsgrondslag
inzake Windpark Energiepark A59. 15 Echter, de
ontwerp-omgevingsvergunning stelt dat de
rechtsgrondslag volgt uit het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht, hierna: Bor, en
bijlage I van het Bor en de overdracht van deze bevoegdheid van de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord Brabant. Gelet op artikel 9e eerste lid, van de Elektriciteitswet dit ziet uitdrukkelijk op de bevoegdheid om een inpassingsplan vast te stellen - is de rechtsgrondslag | het juridisch kader
van Pondera Consult onjuist. Bovendien leidt dit ertoe of en in hoeverre dit overeenkomstig de ontwerp-omgevingsvergunning is, die uitdrukkelijk het Bor als uitgangspunt hanteert.
7.2
Pondera Consult stelt in paragraaf 3.1, Functionele Structuur, van de ruimtelijke onderbouwing dat er
geen woningen zijn gesitueerd in of direct om het plangebied. Desalniettemin, er zijn wél woningen
gesitueerd op circa 730 meter en 870 meter tot aan de dichtstbijzijnde geplande windturbine. Dit betekent dat er zich weldegelijk woningen direct in en om het plangebied bevinden en dat hiermee rekening dient te worden gehouden. Ter illustratie, een direct omwonendenfonds hanteert een 1.000 meter contour, hetgeen bevestigt dat woningen binnen die contour betrokken wordt in (de overwegingen omtrent) het plangebied. Nu deze overweging klaarblijkelijk is nagelaten is de
onderbouwing in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb.
Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout j 719109 d.d. 18 februari 2021, p.5. Pagina 11 van 10
5.1,2,e
7.3
Reclamanten vinden het volstrekt onbegrijpelijk dat de ruimtelijke onderbouwing steevast drie
windturbines bezigt in de rapporten, zo ook in hoofdstuk 4 van de planbeschrijving.16 Immers, het hoofdstuk gaat uit van een uitbreiding van 18 MW (3 tot 4 windturbines) zogenaamd - in totaal -
aansluitend op het windpark op Weststad. Hierbij is het rechtens onjuist om geen landschappelijke afweging bij de positionering te maken op Windpark Energiepark A59.17 Het betreffen windturbines van
maar liefst 235 meter hoog, hetgeen op zijn minst een objectieve, onafhankelijke - d.w.z. een ter zake andere deskundige dan Pondera Consult
landschappelijke afweging rechtvaardigt. Pondera Consult
beheert vrijwel alle disciplines in het proces dat tot plaatsing van windturbines moet leiden. De
bemoeienis van Pondera Consult komt er veelal op neer dat beperkingen worden opgerekt of afgezwakt, en onderzoek zo belicht dat deze niet (langer) een belemmering voor plaatsing van windturbines vormen.
7.4
In de onderzoeken van Pondera Consult zijn verschillende windturbines gehanteerd om de hinder te
analyseren, in het akoestisch onderzoek d.d. 6 oktober 2020 is steeds sprake van een windturbine van Nordex, type N163-5.X gebezigd en in de analyse externe veiligheid d.d. 15 december 2020 een
windturbine van Siemens-Gamesa, type SG-129. Reclamanten vragen zich af in hoeverre - betwisten bij
gebreke aan wetenschap daaromtrent deze onderzoeken sprake is van een worst-case benadering. Er zal hierdoor nooit sprake zijn van een inschatting die overeenkomt met de realiteit als elk onderzoek
een andere turbine hanteert. De keuze van de voorbeeldturbine wordt namelijk niet onderbouwd en veronderstelt daardoor bloot dat deze turbine de worst-case scenario reflecteert.
7.5
Ook ontkennen reclamanten wederom de steliing in de ruimtelijke onderbouwing dat er sprake is van een 'cluster' met windpark Weststad III. Bovendien geeft de ruimtelijke onderbouwing geen duidelijke definitie onder welke omstandigheden sprake is van een zogenaamd cluster. Hierdoor is enkel sprake
van een blote stelling van de deskundige. Het bevoegd gezag dient dan te motiveren onder welke
omstandigheden sprake is van een cluster. Dit is door het bevoegd gezag nagelaten waardoor de ontwerp-omgevingsvergunning in strijd is met artikel 3:2 jo. 3:4 Awb.
7.6
In de ontwerp-omgevingsvergunning voor het windpark is geen bandbreedte vastgelegd. Hierdoor wordt geen juiste inschatting gegeven op de werkelijk te verwachten effecten van Windpark
Energiepark A59. Het zou de gemeente sieren om - zoals de CDA wethouder terecht weergeeft - te hanteren: zorgvuldigheid boven snelheid." Reclamanten eisen dat de ontwerp-omgevingsvergunning
16
Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d.d. 18 februari 2021, p 34. Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d d 18 februari 2021 p. 35.
Pagina 12 van 30
5.1,2,e
een bandbreedte vaststelt zodat een redelijke inschatting kan worden gemaakt ter realistische
benadering c.q, beoordeling.
8.
Leefbaarheid
8.1
De
ontwerp-omgevingsvergunning
dient
te
worden
aangehouden
in
de
verdere
besluitvormingsprocedure, omdat het plan voor een aanzienlijk aantal omwonenden hinder gaat
veroorzaken. Binnen de straal van 2.350 meter is met zekerheid vastgesteld door de Afdeling dat er
overlast is in de vorm van (extern) veiligheid, slagschaduw, lichthinder en geluidshinder, die mogelijk door omstandigheden ook verder reikt. Ook is het zeer aannemelijk dat omwonenden buiten die kring
enige vorm van overlast kunnen ervaren.
8.2
Ten aanzien van de leefbaarheid maken reclamanten zich zorgen in elk geval om de volgende
onderwerpen, die nader worden toegelicht:
I.
8.3
o
visuele interferentie;
o
stikstofdepositie (PAS);
o
PFAS;
o
slagschaduw;
o
geluidhinder;
o
(externe) veiligheid;
o
ijsafzetting;
o
obstakelverlichting;
o
cumulatie.
Visuele interferentie
Reclamanten achten het onbegrijpelijk dat Windpark Energiepark A59 als een cluster wordt gezien in
combinatie met Windpark Weststad III. Normaliter trachten bevoegde gezagen op allerlei wijzen een windpark buiten schot te houden van andere windparken, om zo te voldoen aan een landschappelijke inpassingen geen cumulatieve normen, naast borging risico | veiligheid te hoeven vastte stellen Thans,
omdat er anders strijd is met de IVO, moet het Windpark Energiepark A59 als een cluster worden gezien. Hiermee handelt het bevoegde gezag - en de 'onafhankelijke' deskundige - in strijd met het verbod op
willekeur als bedoeld in artikel 3:3 Awb. Vooral bij omstreden besluiten, zoals windturbines, dient het bevoegde gezag voorzichtig om te gaan met zijn onderbouwingen. Echter, het bevoegde gezag kiest er
moedwillig voor om de definities dusdanig uit te leggen dat het Windpark 'passend' is binnen de wet en regelgeving, en nadere onderzoeken worden achterwege gelaten. Dit perkt de (rechts)bescherming
Pagina 13 van 30
5.1,2,e
van reclamanten ernstig - ontoelaatbaar in, zulks eveneens in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel
en zorgvuldigheidsbeginsel.
8.4
Voorgaande laat zich illustreren in de onderbouwing op pagina 46. Daar benoemt de deskundige dat de windturbines door hun grote afmetingen moderne windturbines ontstijgen op de schaal van andere
landschapselementen. Maar een landschapsafweging is volgens dezelfde onderbouwing niet nodig omdat er 'maar' sprake is van twee windturbines. Dit geldt eveneens voor de herkenbaarheid voor de opstelling. Windpark Weststad III bestaat uit windturbines van circa 100 meter hoog, terwijl Energiepark
A59 een tiphoogte hanteert van 235 meter. Toch durft de deskundige - onbegrijpelijk volgens
reclamanten - tot in het hilarische dus ridiculiserend te stellen dat de verschillen tussen de toegepaste turbinetypes van beide windparken niet altijd goed waarneembaar zullen zijn. Daar komt bij dat de windturbines verplichte obstakelverlichting voeren in tegenstelling tot het Windpark Weststad III. Op alle visualisaties is duidelijk dat Windpark Energiepark A59 hevig de boventoon voeren, wat wederom bevestigt dat geen sprake is van enig cluster.
II.
8.5
Stikstofdepositie
Reclamanten betwisten uitdrukkelijk de AERIUS berekeningen d.d. 9 oktober 2020, namelijk dat er 0,00 mmol/ha/jr neerslag zou zijn.18 In de omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere Natura-
2000 gebieden, waaronder Biesbosch, Hollands Diep, Langstraat en Lovestein, Pompveld & Kornsche Boezem. Daarnaast bevinden zich ook zogenaamde NNB-gebieden, Natuurnetwerk Brabant, in de regio. Uit recent onderzoek blijkt dat het rekensysteem van de stikstofberekening moet worden aangepast. De berekeningen zijn zo gedetailleerd dat ze niet meer in balans zijn met de mate van
wetenschappelijke onzekerheid over de neerslag van stikstof. De neerslag wordt weergegeven vooreen
hectare, maar de wetenschappelijke zekerheid op zo'n klein gebied is té onzeker. Ook wordt onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de stikstofneerslag op een bepaald gebied ook verschillende oorzaken kan hebben. Dit wordt eveneens bevestigd door ApCloosterman. Hij is chemisch
technoloog en betoogt dat grootschalig gebruik van windenergie het klimaat kan verstoren en het stikstofprobleem juist kan vergroten. Ook het 'gesjoemel' met stikstofberekeningen Lelystad Airport, waar aangifte is gedaan van valsheid in geschrifte, stemt reclamanten niet hoopvol in een transparante
en daarmee goed wetenschappelijk onderbouwde uitkomst van stikstofberekeningen.
8.6
Uitkomsten van verschillende wetenschappelijke onderzoeken worden naar eigen gerief uitgelegd.
Begin dit jaar verlaagt het kabinet de maximumsnelheid op snelwegen van 130 naar 100 kilometer per uur om de landelijke stikstofuitstoot te verminderen. Een paar jaar eerder had het kabinet de maximumsnelheid juist verhoogd naar 130 kilometer per uur. De extra stikstofuitstoot van de 18
Natuurtoets Windpark Energiepark A59 d.d. 9 oktober 2020, p. 111. Pagina 14 van 30
5.1,2,e
snelheidsverhoging berekent het RIVM zo laag mogelijk, terwijl het de stikstofreductie van de snelheidsverlaging op papier veel hoger inschat. De wetenschappelijke logica hiervan is ver te zoeken,
maar hiermee wordt wel de politiek gewenste uitkomst bereikt: zo veel mogelijk economische activiteit
als mogelijk. Het stikstofadvies van de commissie-Remkes staat bol van voorbeelden waarin de politiek zo veel mogelijk 'rek en ruimte' in de milieuregelgeving zocht om de economie maximaal te laten groeien. Remkes schrijft: 'De praktijk was dat steeds niet is ingegrepen in de economische ruimte en dat andere beleidsthema's dan natuur prioriteit kregen.'
8.7
Reclamanten vragen daarom om aanhouding van de besluitvormingsprocedure tot er meer duidelijkheid over de stikstofproblematiek is. Negatieve effecten op habitattypen in natura-2000
gebieden kunnen namelijk niet met 100% zekerheid worden uitgesloten, wat ook zijn weerslag heeft op de woon-, werk- en leefomgeving van reclamanten.
III. 8.8
PFA5
Aangezien er gronden moeten worden afgevoerd ten aanzien van fundatie en overige werkzaamheden, is met zekerheid al vast te stellen dat er mogelijk sprake is van PFAS gronden en daarmee een onzekerheid voor reclamanten. Nu er geen bodemonderzoek en geen onderzoek naar PFAS is gegaan
kan het mogelijk de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. Bovendien blijft onduidelijk of er wordt voldaan aan het tijdelijk handelingskader voor het gebruik van PFAS-houdende grond en
baggerspecie d.d. 28 november 2019. Reclamanten verzoeken daarom nadere informatie en relevante
onderzoeken. IV.
8.9
Slagschaduw
De draaiende rotoren van windturbines zorgen ervoor dat er zich bewegende schaduwen op de omgeving van de omwonenden werpen. Deze slagschaduw geldt als hinder. De Activiteitenregeling milieubeheer vertaalt dit naar een waarde van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar. 5.1,2,e
hanteert
het beleid om maximaal 30 minuten slagschaduw per jaar op woningen toe te voegen met het windpark.
Dit beleid is dus strenger dan de volgens de deskundige ruimtelijk aanvaardbare norm. Echter, dit beleid van 5.1,2,e
is niet handhaafbaar, nu de voorschriften van de ontwerp-omgevingsvergunning verwijzen
naar eerdergenoemde norm van de Activiteitenregeling milieubeheer.
8.10
Reclamanten vragen om de norm ex artikel 3.12 Activiteitenregeling niet toe te passen, omdat toepassing van de norm in de concrete gevalsomstandigheid onredelijk uitwerkt, en niet garandeert dat
initiatiefnemers aan wettelijke plicht tot bescherming van de goede ruimtelijke ordening gaat voldoen
Pagina 15 van 30
5.1,2,e
zodat niet gesteld kan worden dat in redelijkheid aansluiting bij de norm kan worden gezocht. In de praktijk is zichtbaar dat omwonenden serieus hinder ondervinden. 19
8.11
Desalniettemin stelt adviesbureau Arcadis dat de slagschaduwnormen in de praktijk niet werken. De feitelijke hinder is, materieel, bijna 3 keer zoveel dan, formeel, wettelijk is toegestaan. Het is evident
dat windturbine-eigenaren hun windturbines zoveel mogelijk willen laten draaien voor een hoger rendement en daarmee inkomsten. Zodanig zelfs dat zij naar de rechter stappen om strengere maatwerkvoorschriften van tafel te krijgen als blijkt dat ze de winstgevendheid van een project in de
weg staan.20 Daardoor zijn onder andere bedrijven en inwoners in de omgeving verontrust over de mate waarmee zij worden geconfronteerd met slagschaduw, geluidshinder en dergelijke. Daarnaast mist het
rapport wat de effecten zijn van slagschaduw in stilstand, ook in relatie o.m. tot opbrengstverlies. De
business case van deze twee turbines is al zo zwak dat 5.1,2,e ervan weg stapte.
8.12
Een deugdelijke toetsing ontbreekt tot dusver in de ontwerp-omgevingsvergunning. Mocht een dergelijk besluit met de huidige onderzoeken tot stand komen dan handelt het bevoegd gezag in strijd
met het zorgvuldigheids-, preventie- en voorzorgsbeginsel op grond van artikel 3:2 en 3:46 Awb en
artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daarnaast dient de norm van het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling niet toegepast worden nu deze in strijd zijn met de
SMB-richtlijn op grond van het recente arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Inmiddels hebben verschillende gemeenten21, zoals Olst-Wijhe, Enschede en Borne, windparken in de ijskast gezet in afwachting de overwegingen van de Afdeling over de normen en nadere onderzoeken van het RIVM
naar gezondheidseffecten. 22 Daarnaast is nader onderzoek vereist op laagfrequente trillingen en
(woning)waardedaling aldaar. Reclamanten betwisten onder meer op basis van voorgaande de
totstandkoming en inhoud van het rapport omtrent slagschaduw d.d. 6 oktober 2020. V. 8.13
Geluidhinder
De norm én het onderzoek naar (laagfrequent)geluid voldoen niet aan artikel 1.11 Activiteitenbesluit milieubeheer jo. artikel 3.14a tot en met artikel 3.14e, en bijlage 4 Activiteitenregeling milieubeheer.
De gemeente Oosterhout zal bij besluitvorming in strijd handelen met de vereiste zorgvuldigheid om bij haar onverhoopte volharding in verouderde, door de wetenschap achterhaalde, wettelijke normen te hanteren. De norm biedt onvoldoende bescherming aan omwonenden tegen de objectief negatieve
19 RTV Oost, 'Omwonenden windmolenpark De Veenwieken klagen over constante slagschaduw van wieken', 29 februari 2020, te vinden op:
https://www.rtvoost.nl/nieuws/326659/Omwonenden-windmolenpark-De-Veenwieken-klagen-over-constante-slagschaduw-van-wieken . 20 De Gelderlander, 'Eigenaar 5.1,2,e naar de rechter. Windmolens in Houten staan veel te vaak stil', te vinden op: https://www.gelderlander.nl/utrecht/eigenaar-eneco-naar-de-rechter-windmolens-in-houten-staan-veel-te-vaak-stil-a83dc6ad/ . 21 NOS, 'Enkele tientallen gemeenten zien grote windmolens of zonneparken niet zitten', 29 april 2021, te vinden op: https://nos.nl/artikel/2378728-enkele-tientallen-gemeenten-zien-grote-windmolens-of-zonneparken-niet-zitten. 22 Itwente, 'Enschede zet tijdelijke stop op windmolens: 'Eerst duidelijkheid over gezondheidseffecten', 19 mei 2021, te vinden op: https://www.ltwente.nl/artikel/702006/enschede-zet-tijdelijke-stop-op-v/indmolens-eerst-duidelijkheid-over-gezondheldseffecten. Pagina 16 van 30
5.1,2,e 5.1,2,e
(gezondheids)effecten van (laagfrequent) geluid. Voordat zorgvuldig een besluit kan worden genomen, dienen deze effecten onderzocht te worden, vanuit een nulsituatie. De blootstelling aan (laagfrequent) geluid wordt ernstig onderschat. Een goed woon- en leefklimaat kén en wordt niet gegarandeerd. Ook
al voldoet het windpark materieel aan de wettelijke reken- en meetvoorschriften voor windturbines,
formeel is dit niet geval.
8.14
Zeer recent stelt het RIVM vast dat miljoenen Nederlanders ernstig geluidsoverlast hebben, zo'n 7.000
personen zijn omwonenden van een windturbine. Nieuw in dit onderzoek is dat hierbij rekening wordt
gehouden met het inzicht dat de ernstigere gezondheidseffecten van geluid zoals coronaire hartziekten, bij lagere geluidniveaus optreden dan tot nu toe werd aangenomen. Dit is versterkt door een andere,
recente publicatie van het RIVM.23 In deze publicatie bekrachtigt het RIVM dat inmiddels blijkt dat ernstige gezondheidseffecten al bij lagere blootstelling kunnen optreden dan eerder gedacht. Dit betekent dat bij een groter aantal mensen hart- en vaatziekten optreden door geluid dan eerder werd gedacht. Hiermee is objectief bewijs in Nederland voor gezondheidseffecten ten gevolge van het geluid van windturbines. Te veel herrie kan namelijk leiden tot stress en slaapgebrek, wat weer een hoge
bloeddruk en hart en vaatziekten kan veroorzaken. Het RIVM heeft daarom besloten een speciaal expertisecentrum op te richten ter monitonng van de gezondheidsschade door windturbines. 24
Reclamanten vinden het dan ook onbegrijpelijk dat het de gemeente Oosterhout moedwillig haar
burgers in gevaar brengt door deze windturbines toe te laten.
8.15
De normen in het Activiteitenbesluit zijn gesteld op 47dB Lden. In het rapport van Pondera wordt geconcludeerd dat de voorbeeidturbine bijna een overschrijding teweeg brengt, namelijk 46dB Lden in sommige gevallen. Het is schrijnend dat uit recent onderzoek van de WHO blijkt dat de Nederlandse norm door de wetenschap is achterhaald. In dit nieuwe rapport adviseert de WHO een grens onder 45
dB Lden voor geluid afkomstig van windturbines vanwege gezondheidseffecten. Windturbinelawaai boven deze norm wordt door de WHO, wat dus ook zeer recent is bevestigd door het RIVM, geassocieerd met negatieve gezondheidseffecten. Het RIVM adviseerde bovendien in 2009 al eens strengere geluidsnorm - 40dB - vanwege de voorziene gezondheidseffecten.25 Eén van de reclamanten
beheert een dierenpension nabij het Windpark Energiepark A59 Het is algemeen bekend dat dieren gevoeliger zijn voor geluid, ook laagfrequent geluid. Een dergelijke toetsing ontbreekt in de ontwerpbesluiten en bij besluitvorming zal dit In strijd zijn met het zorgvuldigheids-, preventie- en
voorzorgsbeginsel op grond van artikel 3:2 en 3:46 Awb en artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2 RIVM, 'Nieuwe gezondheidskundige richtlijnen voor omgevingsgeluid. Nadere gezondheidskundige analyses' d.d. 12 mei 2021. 2“ NOS, 'Steeds meer zorgen over gezondheidsrisico’s’, 3 juni 2021, te vinden op: https://nos.nl/artikel/2383480-steeds-meer-zorgen-overgezondheidsrisico-s-windmolens-rivm-begint-expertisecentrum. 25 RIVM 'Evaluatie nieuwe normstelling windtubrinesgeluid 2009', te vinden op: RIVM-rapport 680300007 Evaluatie nieuwe normstelling windturbinegeluid. Pagina 17 van 30
5.1,2,e
8.16
Het rapport van Pondera Consult heeft slechts 14 referentiepunten gehanteerd.26 Uit het rapport wordt
niet duidelijk op welke wijze de onderzoekers tot deze punten is gekomen. Zonder nadere uitleg kunnen reclamanten niet beoordelen of deze situatie representatief is, ontkennen en bestrijden de resultaten qua inhoud en totstandkoming. Daarnaast menen reclamanten dat alle belanghebbenden, zoals door
de Afdeling bestuursrechtspraak is weergegeven, recht hebben op een soortgelijk onderzoek betreft hun geluid- en slagschaduwhinder. 8.17
Kortom, wetgeving ten aanzien van windturbines in Nederland loopt zeker 20 jaar achter op de feiten.
Door innovatie en technieken zijn de windturbines veel hoger en groter - met aanzienlijk meer nadelige
effecten - dan enkele jaren geleden, maar de wetgeving is daarop nog niet aangepast. Er is veel
onduidelijkheid over hoe de overheid moet omgaan met onzekere risico's en milieu bij het toestaan van nieuwe technologie. 8.18
Het rapport vermeldt eveneens de effecten met andere geluidbronnen. Daaruit blijkt dat niet alle
andere bronnen zijn getoetst, zoals het spoorwegverkeer. Reclamanten vinden het onbegrijpelijk mede in het licht van de recente publicatie d.d. 12 mei 2021 van het RIVM - dat deze effecten niet zijn
meegewogen in de ruimtelijke onderbouwing van Windpark Energiepark A59, zulks in strijd met het
zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb.
8.19
In de gemeenteraad is door middel van de motie 'Windpark A59' aangegeven dat de ruimtelijke
onderbouwing zeer weinig informatie bevat over de werking van laagfrequent geluid en trillingen van windturbines met een tiphoogte van 235 meter, terwijl dit een grote impact heeft op de omwonenden,
en dus reclamanten. Het is onbegrijpelijk dat een ontwerp-vergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen ter inzage is gelegd, zonder eerst deze effecten grondig te onderzoeken, zulks in strijd met
het artikel 3:2 jo. 3:2 en de zorgplicht van het Activiteitenbesluit. 8.20
De gemeente Oosterhout dient op basis van voorgaande nadere maatwerkvoorschriften vast te stellen ten aanzien van onder andere geluidshinder. Concrete wetenschappelijke ontwikkelingen nopen ertoe
om met toepassing van artikel 3.14a, derde lid, van het Activiteitenbesluit bij maatwerkvoorschrift lagere normen vast te stellen. Reclamanten betwisten onder meer op basis van het voorgaande de
totstandkoming en inhoud van het rapport omtrent geluidshinder d.d. 6 oktober 2020, daarmee eveneens de ruimtelijke onderbouwing van het Windpark Energiepark A59.
25
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw Windpark Energiepark A59 d.d. 6 oktober, p. 9. Pagina 18 van 30
5.1,2,e
VI.
8.21
Externe veiligheid
Het is van evident belang dat de veiligheid zoveel mogelijk wordt gegarandeerd, dit is dan ook van belang voor de ruimtelijke inpassing van een windpark. Conform het handboek risicozonering hanteert de deskundige de zogenaamde identificatieafstand, in Windpark Energiepark A59 berekend op 463 meter. Dit betekent d at op deze afstand alle veiligheidsrisico's dienen te worden onderzocht. Dit betreft
- doch daartoe niet beperkt - in ieder geval (rijks)wegen, waterwegen, spoorwegen, een biogasopslag,
hoogspanningstracés en waterkeringen | dijklichamen.
8.22
De toetsing qua externe veiligheid valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Buiten het feit dat de daaruit voortvloeiende normen - gelet op het eerdergenoemde Nevele-arrest en de speciaal ingelaste zitting bij de Afdeling d.d. 6 april 2021 - naar alle waarschijnlijkheid onwettig zijn betwisten
reclamanten dat er geen kwetsbare objecten risico's zijn in het Windpark Energiepark A59. Er ligt namelijk een gebouw van een omwonende op 280 meter. Door uit te gaan van achterhaalde normen
betwisten reclamanten derhalve dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening op externe
veiligheid.
8.23
Reclamanten vinden het onbegrijpelijk dat geen nader onderzoek is verricht op de lokale wegen in het plangebied. De deskundige concludeert simplistisch dat er geen logische stopmomenten zijn. Dit is
incongruent met de opvatting van de initiatiefnemer | gemeente dat een windpark een verrijking is
voor het landschap en de omgeving.27 Als het windpark een verrijking is dan zal dit derhalve leiden tot stopmomenten bij windturbines. Het is daarmee een eentonig verkeersexpertise. Reclamanten
betwisten de conclusie dat er maar beperkt verkeer zal passeren, en daarmee wordt voldaan aan de eisen die Rijkswaterstaat stelt. De verkeersveiligheid zal - bij geen stopzetting | aanhouding van het plan
- ernstig in het geding komen.
8.24
De onderbouwing stelt dat het hart van de waterweg Wilhelminakanaal zich bevindt op circa 260 meter en de kader op circa 235 meter, ofwel - geheel toevallig - de tiphoogte. Vervolgens concludeert de
deskundige dat de schepen enkel geraakt kunnen worden bij overtoeren en daarmee de risico verwaarloosbaar is. Gelet op de afstanden tot de waterweg en de hoogte van de windturbines
betwisten reclamanten dat er sprake is van een verwaarloosbaar risico. Dit valt namelijk pas te concluderen bij nader onderzoek. Opmerkelijk is dat de waterwegen zich weldegelijk binnen de identificatieafstand bevinden en dus onderzoek behoeven.
27
Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d d 18 februari 2021 p. 77. Pagina 19 van 30
5.1,2,e
8.25
Binnen de identificatieafstand is sprake van een risicovolle installatie, namelijk een biogasopslag. Nu de normen hoogstwaarschijnlijk buiten toepassing worden gelaten, betwisten reclamanten dat geen
aanvullende risicoanalyse hoeft te worden uitgevoerd. Het is van evident belang dat de bedrijvigheid mede in cumulatie met andere risicobronnen - aldaar nader wordt onderzocht, eveneens met een
concrete definitie. Cyberaanvallen zijn bijvoorbeeld een reële veiligheidsrisico/5 Dit geldt eveneens voor explosiegevaar van een windturbine dan wel van de opslag. Het zou - juist gelet op de aard van de
opslag - in het kader van de zorgvuldigheid minstens passend zijn om een dergelijke analyse te laten
plaatsvinden. Bovendien dienen de minimale randvoorwaarden van een uitwerkingsplan
|
inrichtingsplan in het belang van de leefomgeving van reclamanten publiekrechtelijk te worden geborgd. Dit is eveneens door het bevoegd gezag nagelaten, zulks in strijd met artikel 3:2, 3:4 jo. 3:46
Awb.
8 26
Daarnaast wordt een uitbreiding van hoogspanningstracé Zuid-West 380 kV in het plangebied verwacht.
Vervolgens concludeert de onderbouwing dat een nadere analyse niet noodzakelijk is, nu het passend is binnen het beleid van TenneT. Een bijzondere constatering nu TenneT een bedrijf is, en geen
bestuursorgaan. Dit betekent dat een dergelijke conclusie te kort door de bocht is. Reclamanten
betwisten dus dat geen nadere analyse nodig is om de risico's in kaart te brengen.
8.27
Reclamanten begrijpen geenszins dat de verdere beoordeling van de effecten van de windturbines op de functionele werking en veiligheid van de waterkeringen pas wordt uitgevoerd in het kader van de benodigde watervergunning. Voorts stelt de deskundige dan eenvoudig - dus zonder deze onderzoeken
-de ruimtelijke uitvoerbaarheid | inpassing van het Windpark EnergieparkA59 geen gevaar loopt. Deze
blote stelling is aan het waterschap om ter zake wat dar ook te concluderen. Zonder de benodigde | noodzakelijke watervergunning in deze gemeentelijke coördinatieregeling van Windpark Energiepark
A59 kan derhalve niet worden gesproken van goede ruimtelijke ordening.
VII.
8.28
Ijsafzetting
Over de mogelijkheid van ijsafzetting maken reclamanten zich wezenlijk zorgen. Reclamanten zijn het
standpunt toegedaan dat voor windturbines in het kader van externe veiligheid een ijsdetectiesysteem noodzakelijk is. Een ijsdetectiesysteem kan daarbij uitsluitend een ongecontroleerde ijsafworp
voorkomen. 29 Ook wanneer een windturbine niet in werking is, kan ijsafzetting plaatsvinden. Initiatiefnemers dienen, ook met het oog op de dichte afstand tot de wegen, daarom voldoende maatregelen in acht te nemen en te treffen om incidenten te voorkomen. De huidige maat.egelen in
de ontwerpbesluiten zijn onvoldoende. 28
NU nl, ‘Cyberaanval opColonial Pipeline kon plaatsvinden door gelekte wachtwoord', S juni 2021 te vinden op: https://www.nu.nl/tech/6137694/cyberaanval-op-colonial-p.peline-kon-plaatsvinden-door-gelekt-wachtwoord.html. 29 ABRS 7 augustus 2019, ECLI:NI RVS:2019:2720, r.o. 13.2.
Pagina 20 var 30
5.1,2,e
8.29
In de analyse in het rapport van Pondera Consult wordt - totaal onbegrijpelijk - geen aanbeveling
gegeven omtrent ijsworp, om de rotor van de windturbine bij het gecontroleerd afwerpen of weer opstarten van de windturbine zodanig te positioneren, dat er niet in de richting van de snelweg,
spoorlijn, hoogspanningstracés en het industrieterrein kan worden geworpen. Het handboek risicozonering hanteert dat alle veiligheidsrisico's dienen te worden onderzocht binnen de
identificatieafstand, in Windpark Energiepark A59 betreft dit 463 meter. Dit is in de ruimtelijke
onderbouwing volstrekt nagelaten. Deze noodzaak - om te onderbouwen | onderzoeken - wordt versterkt door de mogelijke komst van een zonnepark bij het Windpark Energiepark A59. Deze effecten
zijn evenmin in kaart gebracht. Reclamanten betwisten dat het Windpark Energiepark A59 veilig is om in gebruik te nemen en aan te leggen. Het is van evident belang om minstens de risico's te onderzoeken ten aanzien van de uiterwaarden, dijken, leidingen in de bodem, verzakkingen van grond door losse
korrels en instabiele bodem door (grond)water. Het achterwege laten van blijvende bronbemaling dient bovendien nader te worden gemotiveerd, mede gelet op het veranderde klimaat. Er dient - ingevolge het zorgvuldigheidsbeginsel - nader onderzoek te worden verricht in het kader van ijsafzetting.
VIII.
8.30
Obstakelverlichting
Reclamanten vrezen de gevolgen van obstakelverlichting in hun woongenot. De twee windturbines
worden in hun directe omgeving gerealiseerd. Dat betekent dat de verlichting op korte afstand op een knipperend, pulserend wijze zich kenbaar maakt. Een voorstel voor het aanbrengen markering en obstakellichten op windturbines en windparken dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark
ter instemming te worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. Het verlichtingsplan kan derhalve niet voorafgaand de plannen door reclamanten worden beoordeeld. Reclamanten menen dat dit leidt tot een onzorgvuldig genomen besluit.
8.31
Reclamanten verzoeken om - mede ingevolge het evenredigheidsbeginsel en de op dat moment best
beschikbare technieken - tot aanbrengen van verlichting op de minst bezwarende wijze door alleen obstakelverlichting aan te brengen die niet brandt door middel van radar gestuurde signalen,
radardetectie. Dit is in essentie conform het Informatieblad 'Aanduiding van windturbines en
windparken op het Nederlandse vasteland - in relatie tot luchtvaartveiligheid' door het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 24 mei 2020, op basis van de internationale ICAO-richtlijnen.
IX.
8.32
Cumulatie
In dit geval is er ook sprake van een cumulatieve situatie, omdat er al sprake is van een aantal autonome
windparken, met name Windpark Weststad III. Hoewel de rechtspraak traditioneel is op een cumulatieve situatie en de neergelegde normen voor geluid niet van toepassing zijn, is in recente
rechtspraak al bevestigd dat cumulatie uitgangspunt is en publiekrechtelijk moet geborgd. Dit betekent Pagina 21 van 30
5.1,2,e
concreet ondanks dat de cumulatieve situatie niet genormeerd is, dat de Afdeling wel van oordeel is dat het bevoegd gezag moet beoordelen of de cumulatieve geluidsbelasting bij de woningen uit een
oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar kan worden geacht. 30
8.33
In het geval van Windpark Energiepark A59 leidt dit, volgens tabel 5.3 in de toelichting behorende bij
het ontwerp-omgevingsvergunning, tot verslechtering bij elf meetpunten. Daarbij worden inwoners al geconfronteerd met de rijksweg, het treinspoor en omliggende parken, Windpark Weststad III. Met
deze cumulerende effecten wordt
niet of/en onvoldoende rekening gehouden. Reclamanten
verwachten dat de aanpassingen van knooppunt Hooipolder en het vervallen van afrit 34
Raamdonksveer het verkeer zal worden afgehandeld via afrit 33, Oosterhout. Zij verwachten eveneens dat de rijksweg A59 drukker wordt in de toekomst, dit mede in het licht van de Oosterhoutse Cotainer
Terminal, één van de grootste terminals van Nederland. Reclamanten betwisten derhalve dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving, waardoor een goede ruimtelijke
ordening niet meer geldt.
3.
9.1
Water Tot de toelichting, paragraaf 5.7.2 behoort een onderzoek omtrent veiligheid van water, het
grondwatersysteem, hemelafvoer en waterberging en de oppervlaktewaterkwaliteit. Doordat het noodzakelijk is om grondwater te ontginnen, is een watervergunning vereist. Bij eventuele verlening
van deze vergunningen, is er sprake van een goede ruimtelijke ordening volgens de toelichting. 9.2
Het plangebied kenmerkt zich door een bepaalde grondwaterstand. De drooglegging, ofwel ontginnen
van het grondwater, is hiervoor medebepalend. Bovendien is niet duidelijk in hoeverre de samenstelling van de bodem invloed heeft op de exploitatie van het windpark. Reclamanten maken zich ernstige zorgen - mede in het licht van (externe) veiligheid - over de bodem van het gebied. Het is algemeen
bekend dat de bodem onvoorspelbaar is en dat bouwers zich moet beseffen waar ze aan beginnen. De Nederlandse bodem zakt sowieso sneller dan verwacht. Het waterschap benadrukt in de watertoets dat
voldoende drooglegging nodig is om grondwateroverlast te doen voorkomen. Immers, droogte kan er juist voor zorgen dat de natuur gaat 'omvallen'.31 Reclamanten verlangen derhalve dit nader onderzoek.
9.3
Het is opmerkelijk dat de watervergunning niet is opgenomen in deze coördinatieregeling. Gemeente
Oosterhout heeft besloten om de ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen ter inzage te leggen, maar neemt hierbij de watervergunning en ontheffing op basis van
30 ABRS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3067. 31 NOS, 'Natuur staat door droogte op aantal plekken op omvallen', 28 augustus 2020, te vinden op: https://nos.nI/l/2345757 Pagina 22 van 30
5.1,2,e
de Wet natuurbescherming niet mee.32 Het is extra opmerkelijk als blijkt dat deze volgens de toelichting
in paragraaf 5.7.3. vereist is om te kunnen spreken van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het bestemmingsplan niet eenduidig over het peil. Reclamanten betwisten daarom dat er sprake is van
een goede ruimtelijke ordening, minstens op het aspect 'water'.
10. Vliegverkeer en radar 10.1
Het is bekend dat windturbines invloed hebben op het vliegverkeer in Nederland. Hierbij is met name
de hoogte van de windturbine van belang. Het is evident dat de windturbine geen schadelijk impact mag hebben op het vliegverkeer. Het is tevens bekend dat windturbines invloed kunnen uitoefenen op
het verstoren van een de radar. Dit geldt voor lucht- en scheepvaart. Reclamanten betwisten dat het windpark geen invloed zal hebben op luchtvaart en de radars, waaronder die van het Ministerie van
Defensie, met name nu de Inspectie van Infrastructuur en Transport om advies is gevraagd op 28 mei
2020 en nu al een jaar lang dit niet heeft verschaft.33
10.2
Reclamanten betwisten dat de Ministerie van Defensie goedkeuring heeft verleend ten aanzien van het Windpark Energiepark A59. In paragraaf 5.8.1 stelt de deskundige dat over de resultaten van het
radarverstoringsonderzoek goedkeuring is verleend door het Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.34 Dit betekent dat het in casu bevoegde gezag, het Ministerie van Defensie,
nimmer haar goedkeuring heeft verleend, hetgeen noodzakelijk is op basis van het Barro. Reclamanten betwisten derhalve dat vanuit de aspecten vliegverkeer en radar sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
11. Landschap
11.1
Het college van Rijksadviseurs concludeert nu dat er te weinig 'tegendruk' is van onder andere gemeenten en projectontwikkelaars. Gemeenten en projectontwikkelaars nemen 'landschappelijke
waarden' als recreatie, uitzicht en biodiversiteit te weinig serieus en gaan daardoor te gemakkelijk in groene gebieden bouwen. In Duitsland geldt ook steeds meer verzet tegen de plaatsing van
windturbines in het landschap. Steeds meer omwonenden verafschuwen de manier waarop de windturbines de landschappen veranderen.
3?
Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d d 18 februari 2021 p. 101. 33 Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout I 719109 d d 18 februari 2021 p. 106. Pondera Consult, Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 d d 18 februari 2021 p. 108.
Pagina 23 van 30
5.1,2,e
11-2
Voorts pleit het Planbureau Leefomgeving voor betere bescherming van het landschap. Het
Nederlandse landschep is in de afgelopen 30 jaar sterk veranderd door verstedelijking en de komst van